UIT_2014_beeldmerk_staand_600-dpi

Fijne middag gisteren op Manuscripta/Utrechts Uitfeest. Eerst een rondje langs de stands van de uitgeverijen, waar veel opdrachtgevers en andere bekenden waren om een praatje mee te maken. Zelfs de echte Bram Botermans werd gespot! Ook nog een persoonlijke fotoboekenlegger laten maken bij de Vlaamse madammen van de Boekenbeurs in Antwerpen, instant vrolijkheid.

Daarna naar In de Ruimte voor de Line vs. Word Battle. Heel erg leuk, want wanneer maak je nu mee dat iemand naar aanleiding van je gedicht live een tekening maakt? Voor mij was het in ieder geval de eerste keer. Dankjewel, Marloes, dat je aan mij dacht!

Ik dichtte samen met Coen Cornelis en er werd getekend door Ronald van der Heide, Joshua Peeters en André Slob. De tekenaars en de dichters wisselden elkaar af, dus ik koos steeds een gedicht naar aanleiding van een tekening over een gedicht van Coen. Het publiek kon tijdens de voordracht op een scherm zien hoe de tekening tot stand kwam. Soms wist ik vrijwel meteen wat ik wilde lezen, soms was het… iets moeilijker. Mijn oeuvre kan duidelijk nog een gedicht over astronauten en buitenaardse wezens gebruiken!

Tas

‘En eilieve, die tas is zó belangrijk, zo belangrijk als je hoofd. Een man kan zich dat gevoel nooit indenken: laat ik er straks om denken dat mijn hoofd nog op het dressoir staat.’

DIGITAL IMAGE

Er is een naaimachine in huis gekomen. Ongeveer zo onverwacht als dat klinkt. Ik wilde er al langer een, maar was vanwege de meestal niet zo gelukkige combinatie van Nicole en onbekende elektrische apparaten nogal bevangen door keuzestress en faalangst. Ondertussen wist mijn tante dat er op haar werk nog een naaimachine stond die niet meer gebruikt werd. Ze vroeg of ze die niet over kon nemen, waarop haar baas zei: ‘Als ik jou was, zou ik hem gewoon achter in mijn auto zetten.’ En zo geschiedde.

En nu ben ik maar gewoon begonnen. Na het eenvoudigste der eenvoudige rokjes (waarbij desondanks in eerste instantie alles verkeerd ging wat er maar verkeerd kon gaan), wilde ik een tas maken. En natuurlijk vond ik een patroon dat eigenlijk nog te moeilijk was. ‘Als je al wat ervaring hebt, werk je ze binnen de 5 uren af!’ Ervaring: geen. Vijf weken kwam dan ook meer in de buurt. En dat terwijl ik voor de versie zonder rits had gekozen. Vooral de hoekjes bij de (met veel pijn en moeite zelfgemaakte) paspelband zijn niet om aan te zien en ik heb al veel geoefend met stiksels lostornen. Maar we zijn vertrokken!

Citaat: Annie M.G. Schmidt, ‘We zijn met onze tas verkleefd’. Uit: Alleen voor dames, Amsterdam: Querido, 2011. (aanrader,
zeker ook de column waarin ze een nieuwe keuken gaat uitzoeken!).

Agenda

Binnenkort draag ik voor voor aankomende studenten, ga ik improviseren met illustratoren en misschien wel 1000 euro winnen. Oftewel:

Wat? Hop on, Hop uit, cultuurprogramma van de Utrechtse Introductie Tijd (UIT)
Waar? Domplein, Utrecht
Wanneer? Maandag 11 augustus, 13.00 uur

Wat? Line vs. Word battle, Uitfeest In de Ruimte
Waar? In de Ruimte, Oudegracht 230 aan de werf, Utrecht
Wanneer? Zondag 7 september, vanaf 13.00 uur

Wat? Voordracht genomineerd gedicht VUmc-poëzieprijs
Waar? Symposium Literatuur & Geneeskunde, VUmc, Amsterdam
Wanneer? Woensdag 8 oktober, vanaf 13.30 uur

Ik zie je daar!

First to Read (2)

9780525426684H

Een tijdje geleden schreef ik over e-books, onder andere over First to Read van Penguin. Je kunt meeloten voor e-books en als je eenmaal genoeg punten hebt verzameld ook exemplaren reserveren. Ik word nog steeds telkens uitgeloot, maar had inmiddels wel genoeg punten voor een ‘guaranteed copy’. Ik koos voor The Hundred-Year House van Rebecca Makkai.

E-book is een groot woord, het gaat eerder om een soort zetproef. Wat misschien ook wel logisch is, aangezien de boeken die First to Read aanbiedt nog niet verschenen zijn. Het betekent echter een hoop geschuif en gezoom om alles goed te kunnen lezen op de e-reader, en dat is best irritant.

Een groter nadeel is dat je het boek niet blijkt te mogen houden. Na een week of zes is het niet meer te downloaden of te openen. Best een teleurstelling, het staat ook niet duidelijk op de site vermeld, vind ik.

Gelukkig had ik The Hundred-Year House nét uit toen het zover was. Makkais stijl vind ik echt fantastisch. Hoe zij dingen beschrijft en de personages naar de wereld laat kijken, zo origineel en poëtisch. En levensecht. Wat zij allemaal verzint aan details en anekdotes, daar kan ik alleen maar met veel bewondering naar kijken (en jaloers op zijn!). Een van de personages, Doug, werkt bijvoorbeeld aan een proefschrift over een of andere obscure dichter. Volgens mij heeft die dichter niet echt bestaan, als je op zijn naam googelt vind je alleen dingen over Makkais roman, maar ze vertelt zo veel en zo geloofwaardig over hem, ergens geloof ik nog steeds niet dat ze hem bedacht heeft. Dougs proefschrift wil niet zo vlotten, en om geld te verdienen gaat hij meeschrijven aan zo’n formuleserie voor meisjes, met honderden delen vanuit het perspectief van verschillende vriendinnen. Ook dat is briljant uitgewerkt, hoe dat dan gaat, wat er allemaal in het handboek staat dat alle schrijvers moeten gebruiken. Ik houd daar enorm van, vergelijkbaar met waarom ik van Harry Potter houd. Niet zozeer vanwege het verhaal, maar vooral vanwege de wereld.

In The Hundred-Year House viel het verhaal me ook wat tegen. Het maakte me wel erg nieuwsgierig, maar mijn hoge verwachtingen werden uiteindelijk niet echt ingelost. Het verhaal wordt chronologisch gezien van achter naar voor verteld, met verschillende delen die zich afspelen in verschillende jaren. Voor mij werkte dat niet zo, maar misschien is dat persoonlijk, in The Night Watch van Sarah Waters beviel zo’n opbouw me ook al niet. Ik wil aan het eind dan alleen maar terugkeren naar het meest recente jaartal en lezen hoe het dán verdergaat. En in dit boek zit zoveel tijdsverschil (de titel had een aanwijzing kunnen zijn, Nicole!) dat de personages uit deel 1 ook niet voorkomen in de andere delen. Ik miste ze gewoon. Dat een boek dat opwekt, is natuurlijk een prestatie op zich.

Vanuit het Verhalenloket

Stampvol Verhalenloket en de thee met honing (keelpijn, hoesten, meer keelpijn, meer hoesten) komt m’n neus uit. Vandaag dus vooral voorbereiden en bijlezen, een korte adempauze voor zover ik adem heb. Wat deed ik zoal de laatste tijd?

DSC_0276 Ironisch genoeg was ik erg druk met een boek over medicijnen voor Pearson. Met lange lijsten belangrijke termen en indexmarkeringen. Ik weet dus nu hoe ibuprofen werkt en dat hoesten bedoeld kan zijn om schadelijke stoffen uit de luchtwegen te verwijderen. Aangezien ik mijn longen inmiddels binnenstebuiten heb gehoest, heeft dat er in dit geval vast niets mee te maken.

Verder veel voor De Fontein gewerkt. Mee mogen lezen en denken met het laatste deel uit de Superheldentrilogie van Marcel van Driel. Bijzonder project, want ik werkte ook mee aan deel 1 en 2 en de personages hebben een speciaal plekje in mijn hart veroverd. Wat was het fijn om nog een keer naar die wereld terug te keren en er dan nog iets van te mogen vinden ook. Verder een nieuw deel van Dagboek van een muts van Rachel Renée Russell persklaar gemaakt (vertaald door Sofia Engelsman). Gedumpt!, het nieuwste deel van Het leven van een loser (ook persklaar gemaakt door mij eerder dit jaar, vertaald door Hanneke Majoor), is inmiddels uit. De Bruna bij mij om de hoek heeft dit geweldige display staan met Loser- en Muts-boeken. DSC_0278

Nu is het onder andere tijd voor het tweede deel van 100% Coco. Ik mocht vorig jaar deel 1 redigeren en als gedroomde opmaat naar deel 2 won Niki Smit daarmee onlangs de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. Mijn aandeel is natuurlijk maar klein, maar ik ben erg blij voor haar en trots. Ik herlees nu deel 1, mijn broek matcht.DSC_0282

Voor Harlequin redigeerde ik deze maand onder andere een kerstspecial uit de Fool’s Gold-serie van Susan Mallery. Ik hou daar dus van, als het niet alleen een boek is maar een hele wereld. Met personages die in verschillende boekjes terugkeren, een plattegrond van het stadje en alles (die van mij woonden bij hartje 8).
foolsgold

Struinen in de Tuinen

10431554_796008567098466_5554366775198451152_n

Het zijn stressvolle tijden hier. En dat is goed, want het betekent dat ik veel werk heb, maar het is ook… nou ja, stressvol dus. Moeilijk om rust te vinden en moeilijk om me niet dood te ergeren aan iedereen die lawaai maakt (er moet hier elke dag dringend iets gebeuren aan de straat of het plantsoen, aan iemands heg of huis). Aan iedereen die me lastigvalt. Dus als je een stel nepcollectanten bent of de politie die een uur na mijn melding dat er misschien een stel nepcollectanten is langs geweest terugbelt om te vragen of ze toevallig nog in de buurt zijn of iemand die zijn witte kat kwijt is of een kindje dat minstens een uur rondcrost in een oranje elektrisch autootje, blijf maar even uit mijn buurt.

Zondag nam ik even een break bij Struinen in de Tuinen. Het concept van dit festival: mensen stellen hun tuin open voor publiek en daar wordt dan een bepaalde act opgevoerd. Er is ook een binneneditie, Gluren bij de Buren. Veel over gehoord, nog nooit bezocht. Maar nu konden we gaan en we wilden graag De Koorts zien, een ‘Nederlandstalige indierockband’. De zanger kende ik van naam, hij heeft op mijn middelbare school gezeten, en we hadden online een paar liedjes van ze geluisterd. Best wel vaak zelfs, omdat we het zo tof vonden. Dus daar moesten we absoluut heen. Ik zie nu pas dat ze ook op de poster staan, dat zal van vorig jaar zijn.

Het was geweldig om daar een halfuurtje te spijbelen van alles. Iedereen was supergastvrij met koffie, thee, koekjes en bloemetjes op tafel. En ook in het echt waren ze enorm goed! Ze bewijzen voor mij dat het dus wel kán in het Nederlands: stevig, niet het suffe geneuzel waar de jury van DBSSW telkens weer voor valt. En dat terwijl ik altijd nogal kritisch ben op Nederlandse teksten. Hier vind je een filmpje van een van de nummers die ze zondag speelden.

Onze middag kon daarna al niet meer stuk, maar we zijn ook nog gaan kijken bij de theatersport van Voorheen met Matthijs (bonuspunten voor de groepsnaam!). Ik geloof dat ik het ook prima had gevonden als ik gewoon een tijdje bij die mensen in de tuin had mogen zitten zonder dat er iets gebeurde, maar het was toch wel vermakelijk. Vind de toepasselijke (ook geïmproviseerde) muziek trouwens altijd minstens net zo knap als het spel, in dit geval verzorgd door Luciën Greefkes.

Dit weekend zal er niet zo veel gestruind worden (al helemaal niet in tuinen van vreemden) wegens allerhande deadlines, maar dat haal ik later wel weer in.

The day after

DSC_0268

Ik heb het gehaald!

Mijn tijd was 1:09:40. Ik had gehoopt onder de 70 minuten te blijven, en dat is dus gelukt. In werkelijkheid was ik zelfs nog iets sneller, want de tijdregistratie bij deze wedstrijd is handmatig. Zoals de organisatie het vorig jaar formuleerde, toen iemand paniekerig in het gastenboek meldde een startnummer zonder chip te hebben ontvangen: ‘Onze tijdregistratie werkt zonder chip, maar wel heel nauwkeurig.’ :) Ik startte vrij achteraan (expres, want ik start altijd langzaam), dus het duurde ruim een minuut voor ik over de start kwam.

Het was héél warm (goh). Er werd dus ook van tevoren omgeroepen dat je al het water aan moest pakken en rustig aan moest doen. Beide was makkelijker gezegd dan gedaan. Zie je mij al hardlopend water drinken? Precies, dat wordt natuurlijk niks. Ten eerste hadden ze van die zogenaamd heel handige zakjes die je met je tanden open kunt scheuren (die kreeg ik uiteraard nauwelijks open), ten tweede ben ik altijd heel goed in water in mijn luchtpijp gieten. Misschien moet ik daar ook op trainen! Gelukkig waren er ook bekertjes, schattige kinderen die een eigen drinkpostje langs de route waren begonnen en mensen die hun tuinsproeier op de weg hadden gericht.

Mijn supporters stonden op twee verschillende punten langs het parcours. Dat was superfijn, want dan kon ik van de een naar de ander(en) lopen. In het tweede rondje leken ze alleen wel heel ver uit elkaar te staan, evenals de kilometerbordjes! Het eerste rondje ging nog, al voelde ik mijn hart alle kanten op fladderen van de spanning. Er waren toen al veel mensen die gingen wandelen en veel mensen die eigenlijk de tien zouden lopen hielden het blijkbaar na een rondje al voorzien. Dat kwam niet in me op, twee rondjes zijn twee rondjes! Nadat ik mijn fans in de finishzone gepasseerd werd het wel echt zwaar, ook mentaal. Ik liep zo ongeveer alleen, er stonden niet veel mensen meer langs de kant, ik begon een beetje misselijk te worden (ook vanwege dat water dat ik braaf probeerde te drinken maar waar ik dus steeds zowat in stikte :)) en het leek gewoon ineens nog ontzettend ver! Maar ook dat gevoel ging uiteindelijk weer voorbij, vooral toen ik ein-de-lijk bij de man in het oranje T-shirt en de man in het blauwe T-shirt was, die een hele tijd in de verte voor mij hadden gelopen. Ik haalde ze in en zag ineens dat ze ook een groen nummer hadden, en dus ook voor de tien kilometer gingen. Ik was niet eens de laatste!

Van tevoren had ik gedacht dat ik misschien laatste zou worden en dat ik dat niet zo erg zou vinden, omdat ik de wedstrijd vooral uit wilde lopen, maar toen ik eenmaal bezig was, wilde ik natuurlijk liever toch geen laatste worden. Is ook nog gelukt! Het laatste doel was blij over de finish gaan, wat niet moeilijk was onder aanmoediging (‘Kom op, Nicole, eindsprintje!’) van mijn supporters. En daarna viel ik niet eens flauw, maar zoog ik heel profi op een partje sinaasappel.

Ik vrees alleen een beetje voor de foto’s, volgens mij lijk ik nog het meest op een tomaat op pootjes. Maar dan wel een blije tomaat op pootjes :)

10.000 meter en ik

Morgenavond hoop ik voor het eerst 10 kilometer te gaan hardlopen. 10K moet je geloof ik zeggen als je hip wilt zijn. Ik heb de afstand al een paar keer voor mezelf gelopen, maar zo’n wedstrijd blijft toch spannend.

Ik heb pas nieuwe schoenen. De medewerkster vroeg toen ze mijn oude schoenen zag of ik echt zulke smalle voeten had. Nee, ik vind het gewoon leuk om mijn voeten in veel te smalle schoenen te proppen, hoezo? Toen bleek dat ik echt zulke smalle voeten had, paste ik zo ongeveer een paar uit de hele winkel. Toen ik thuiskwam, zag ik pas dat ze een glitterrandje hebben.

Ik heb wat verse muziekjes. Ik moet echt met muziek lopen. Tot vijf kilometer liep ik met de onvolprezen Evy (ik mis haar soms nog wel, met haar quotes als: ‘Wat zijn wij een goed team, ik zeg lopen en jij gaat ervoor!’) en nu met mijn eigen muziek. Een enkele keer ook wel met een luisterboek, maar dat pept me eigenlijk niet genoeg op.

Want ik ben dus best een luie loper, zit ook nog steeds te wachten op het moment dat ik verslaafd zal raken aan hardlopen. Snel ben ik ook al niet bepaald. Ik heb Facebookvrienden die halve en hele marathons lopen, kom ik aan met mijn 10 kilometer. Maar het is wel míjn 10 kilometer en ik ga proberen ervan te genieten (in de hitte!).

Vanavond geen Vondel

Of eigenlijk dinsdagavond. Vanavond geen Vondel (briljante titel, dat sowieso) is een poëzieavond van de Nijmeegse alternatieve studentenvereniging Karpe Noktem. Ik was gevraagd er voor te dragen, misschien wel de grappigste uitnodiging voor een optreden die ik ooit gekregen heb. Ik stond op Onbederf’lijk Vers vorig jaar, en in de pauzes tussen de rondes verdrongen mensen zich om Ingmar Heytze om een praatje met hem te maken en hem om een handtekening te vragen. En Maarten en ik hingen daar dan ook een beetje rond, dronken wat en maakten grapjes over ‘backstage’ (er was geen backstage). En toen kwam er ineens ook iemand naar mij toe. ‘Hoi, wij organiseren een poëzieavond in Nijmegen en we willen je daar misschien voor uitnodigen. Ik vond je heel goed, maar mijn maat helemaal niet, dus we moeten nog even kijken.’

Best een goede samenvatting van de uiteenlopende meningen die er over mijn werk bestaan! En de beslissing viel blijkbaar uiteindelijk toch in mijn voordeel uit, want ik werd uitgenodigd. Andere optredens waren er van Astrid van Roosmalen namens Karpe Noktem, Omo Blau als huisdichter van café Weerlicht (daar was het), Jonathan Griffioen en Johan Roos. En er was muziek van singer-songwriter Kelvin Klaassen.

Het was zo tof. Daarom schrijf ik dit vooral, om te onthouden dat ik dit wil, ook al wil ik eigenlijk nog veel meer, zoals een bundel. Dat ik dit kan, ook als mensen zeggen van niet, ook als ik deadlines heb. Dat er altijd mensen zijn die ik ken, of op zijn minst mensen die mensen kennen die ik ken en dat dat dan gezellig is. Ook als er mensen zijn die zeggen dat ik niet moet zeggen dat het gezellig is, omdat dat niet ‘professioneel overkomt’.

Iemand verwoordde precies wat ik beoog. Iemand liet mij op een heel mooie, nieuwe manier naar mijn werk kijken: dat mijn gedichten weliswaar langer zijn dan haiku’s, maar net als haiku’s om momenten draaien. Dat er geen tijd verstrijkt, maar dat dat niet verveelt. Wikipedia noemt het een ‘ogenblikervaring’, weet ik nu. Iemand zei dat ik hem op een andere manier naar de wereld had laten kijken. Iemand vertelde dat hij iemand kende die mij ook goed vindt. Iemand herinnerde zich een gedicht van mij dat ik die avond helemaal niet voordroeg.

Dat alles blijft bij mij. Dank jullie wel.