Dochter (25)

Ze eet nog steeds zo ontzettend graag yoghurt. Ze wijst naar de koelkast als we haar vragen waar de yoghurt is. Ze wil haar yoghurt soms zelf eten en we vinden (met enige tegenzin i.v.m. de kliederzooi) dat dat dan moet kunnen, want hoe moet ze het leren als ze nooit mag oefenen? Ze draagt wel een slab met mouwen. Ze denkt helaas vaak dat ze de lepel om moet kiepen. M. zei laatst dat S. gelukkig niet meer zo overstuur raakte zodra haar yoghurt op was. Dat had ze beter niet kunnen zeggen. We proberen haar af te leiden, bijvoorbeeld door onze armen in de lucht te steken voor een soort wave of door met onze lepel tegen die van haar te tikken (‘lepelmaatjes’), we proberen haar voor te bereiden op de teleurstelling door aan te kondigen dat het bakje bijna leeg is, maar vaak is er geen houden meer aan.

Ze sjouwt het liefst de hele dag rond met de boeken over Boer Boris. De leeftijdsindicatie is vanaf drie jaar, maar ze vindt de tekeningen zo leuk en we hebben de verhalen inmiddels al zo vaak voorgelezen dat ze bij Boer Boris wil geen feest zelf al ‘Nee!’ begint te roepen als het broertje en zusje van Boer Boris weer eens iets willen vieren. Boer Boris zegt op al het vierbare (een groeiend worteltje, een pasgeboren lammetje, een jarig neefje) namelijk: ‘Nee, dat is geen reden voor een feest.’ Tot zijn nieuwe hakselaar wordt bezorgd :) We moeten maar eens op zoek naar andere delen (die zijn er), blijft het voor ons ook leuk. In een van de bladzijden zit helaas nu ook een scheur (argh, mijn arme boekenhart!), bewijs dat ze eigenlijk nog in de kartonboekjesfase zou moeten zitten.

‘Ja’ en ‘nee’ (vooral ‘nee’ dus) lijken meer betekenis voor haar te krijgen, net als ‘open’. En op de crèche schijnt ze ‘Uit, uit!’ te hebben geroepen toen ze uit de verkleedkist wilde (ze klimt nog steeds overal in, gisteravond zat ze ook ineens in haar speelgoedbak, waar ze amper in past).

We zijn bang dat ze bang is geworden voor de douche door Nog even mijn haartjes wassen. Ik heb het zelf aan haar gegeven, dus ik kan niemand de schuld ervan geven. Er is een scène waarin het konijn water in zijn gezicht krijgt en je snel je handen voor zijn ogen moet houden. Daarna wordt er wel meteen gezegd dat er niks aan de hand is, maar misschien denkt S. daardoor toch dat er iets niet pluis is. In ieder geval is ze ineens doodsbang voor de douche. Het begon ermee dat ze er absoluut niet onder wilde, maar inmiddels raakt ze ook in paniek als ze in de douchecabine in haar badje zit (dus zonder dat de douche aanstaat). Heel zielig. We laten haar nu eerst maar eens vanaf de buitenkant van de cabine zien dat er niets engs gebeurt als wij onder de douche gaan, hopelijk helpt dat.

Ze vindt het nu heel leuk om haar schoenen aan te hebben en in de tuin te zijn. Ik kan haar gerust even neerzetten terwijl ik de fiets uit de schuur haal. Onderweg houdt ze alles goed in de gaten en is ze dolblij als ze een hond of een vogel ziet. Dat gebaart ze dan ook. Ook op de crèche heeft ze voor het eerst in de tuin rondgelopen, dat vond ze blijkbaar erg leuk. Het is wennen dat ze nu op die manier naar buiten kan. Maar de tuin daar is erg mooi.

Ik baal ervan dat het nog steeds zo koud is, maar S. lijkt er niet zo mee te zitten. Ze wil haar wanten nooit aan. Ik had haar alvast in de auto gezet toen ik de ruiten nog moest krabben. Ze vond het fantastisch toen ik aan haar kant achter het ijs tevoorschijn kwam.

Ze kent al best veel dierengebaren, maar het verschilt natuurlijk hoe vaak ze ze kan gebruiken omdat ze die dieren in het echt ziet. Poes, varken, schaap, paard, konijn, olifant, zebra, vlinder… Ik vind het heel knap dat ze zo duidelijk onderscheid maakt tussen ‘vogel’ en ‘vlinder’, toch twee gebaren waarbij je met je armen moet wapperen. We doen eigenlijk maar wat, ik bedoel, de gebaren zijn officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal, maar we bedenken zelf zo’n beetje welke gebaren ons handig of leuk lijken en die zoeken we dan op (waarbij we meestal uitkomen bij de voorbeeldfilmpjes van Het Gebaar van de Dag met Emily, een ontzettend cool jong meisje dat gebarentaal gebruikt om beter te kunnen communiceren met haar zusje dat een verstandelijke beperking heeft). Ik ben er heel enthousiast over, want ik zie dat het werkt. S. kan veel meer duidelijk maken dan ze in gesproken Nederlands al kan zeggen en ik heb ook het idee dat ze ons beter begrijpt. Ik krijg er veel verwonderde reacties op. Veel mensen zijn er niet mee bekend en vinden het maar vreemd, denken dat we ons kind een taalachterstand bezorgen door te gebaren in plaats van tegen haar te praten of vermoeden dat we het doen omdat we dove mensen in onze omgeving hebben. Ik was altijd al geïnteresseerd in gebarentaal en dovencultuur, maar ik ken geen dove mensen en kan me nog steeds amper uitdrukken in hun taal, want ik ken alleen wat losse gebaren. Ik spreek ook gewoon tegen S., voor alle duidelijkheid, die voor zover we nu weten prima hoort (ze testen trouwens al in de eerste week of baby’s iets kunnen horen, tegelijk met de hielprik). Ik ondersteun wat ik zeg alleen met gebaren en beschouw dat als een verrijking. Nou ja, het geeft ook verder niet, toen S. nog helemaal niet reageerde op de gebaren heb ik ook wel momenten gehad dat ik dacht: Gaat dit ooit effect hebben of maak ik mezelf alleen maar belachelijk? Ook de oma’s van S. waren trouwens aanvankelijk best sceptisch, maar zijn nu helemaal om en dragen regelmatig gebaren aan die wij nog niet kennen :)

Het gebaar voor ‘mama’ was het eerste gebaar dat ze kende (dat woord kan ze al wel ook zeggen). Je tikt daarbij twee keer met je vlakke hand tegen je wang. Laatst zag ze M. en mij samen en tikte ze enthousiast met allebei haar handen tegelijk tegen haar wangen. Alsof ze begreep dat ze zo meervoud aan kon geven.

Ik ben nu minder ongerust als ze weer een of andere ‘tic’ lijkt te hebben ontwikkeld. De vorige (snuiven, ‘de centenbak’) zijn namelijk ook vanzelf weer overgegaan. Ze haalt nu ineens vaak haar schouders op.

‘Sjok, sjok, sjok, achter moeders rok’ vindt ze nu erg leuk, al moet ik eerlijk bekennen dat ze ook vaak hysterisch aan mijn benen hangt, vooral aan het einde van de dag. M. kende het niet, het stelt ook niet veel voor: ik loop door de kamer en S. loopt achter me aan terwijl ik haar handjes vasthoud. Ze houdt van liedjes (zoals vrijwel alle kinderen, volgens mij). Ze vraagt soms ook om ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ door naar haar hoofd te grijpen en iets in de richting van ‘Hoooooofd’ te zeggen op de juiste toonhoogte. Ze zingt op haar manier ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’ (‘Neeee! Boe, boe!’, ze is duidelijk goed in dingen die ‘nee’ bevatten). We hebben een cursus Muziek op schoot gevonden voor in het voorjaar. We hadden al langer bedacht dat we zoiets wilden doen, maar S. was er nog niet oud genoeg voor. Het lijkt ons allebei leuk, dus we wilden graag weten of we afwisselend met S. mee konden komen, of misschien zelfs met z’n drieën. De juf had het in haar mailtje aan M. alweer over ‘uw man’. Zucht.

Als ik iets probeer te zeggen over wat ik lastig vind aan twee moeders zijn, reageren mensen vaak in de trant van: ‘O, maar dat is toch niet zo erg?’ Omdat de voorvallen op zich gelukkig ook niet zo erg zijn. Geen discriminatie (of erger), maar onnadenkendheid en misverstanden. Het is geloof ik vooral de frequentie, en dat ik al min of meer verwacht dat ik dingen zal moeten uitleggen of rechtzetten. Het gaat van oprechte interesse tot pure sensatiezucht, maar het is nooit vanzelfsprekend.

In de supermarkt zagen we leidster M. van de oude crèche. Ze was daar met haar eigen dochters en ze reageerde heel enthousiast. Ze wist nog naar welke crèche S. is vertrokken en legde aan haar dochters uit dat ze S. op de groep had gehad toen die ‘nog een baby was’. Ze heeft S. leren kennen met 3 maanden en ik snap dat het verschil tussen 3 en 15 maanden groot is, dat vind ik zelf ook, maar het klonk toch gek.

Ze wil nu vaak met boodschappen doen de scanner vasthouden en als dat niet mag (het mag nooit) m’n boodschappenbriefje. Dat mag op zich wel, al heeft ze het ook al eens kapotgescheurd voor ik klaar was. Ik probeer haar te laten helpen voor zover ze dat al kan. Ze gooit zelf de speen terug in haar bed. De haarborstel in de la. ‘s Avonds haar speelgoed in de bak (als ze op dat moment niet volledig door het lint aan het gaan is omdat haar yoghurt op is). Op de crèche haalt ze de spullen uit haar mandje en geeft ze aan. Ook boodschappen naar de keuken brengen lukt, dan gaat ze steeds kijken of er nog iets in het mandje van de kinderwagen zit. Ze had vandaag het liefst een zak aardappelen van drie kilo meegesleept.

Ze denkt dat knopen klokken zijn. Het begon bij de knoop van mijn broek. Ook een rond ding met tekentjes erop, zoiets zal het wel zijn. Ze wordt boos als ik zeg dat een knoop geen klok is en tik-takt vrolijk verder.

Dochter (24)

Soms ben ik bang dat mensen zullen vinden dat ik opschep. Ergens kan het me ook niets schelen als dat zo is. Ik laat nog steeds alleen foto’s van haar zien als mensen er expliciet naar vragen.

We gingen facetimen met mijn moeder en ze vertelde welke boekjes ze voor S. uit de bieb had geleend. Er zat een boek over een schaap bij. Ineens komt S. aanlopen met haar eigen boekje waar een schaap op staat (dit, dat ze van L. kreeg). O, en ze gebaarde ook ‘paard’ toen mijn moeder haar via de iPad uit het raam liet kijken naar het weiland waar normaal gesproken inderdaad paarden staan.

Ze lijkt te weten wat soms ergens is. Of wie, want ze gaat nu ook vaak bij het raam staan kijken of ze vogels ziet, of M. al thuiskomt van haar werk. Ook dat zou ik me natuurlijk kunnen verbeelden, maar ze gebaart erbij.

We leren haar om ‘mama’ te roepen als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. Dat wil zeggen, de moeder die haar niet aan het verschonen en omkleden is. Zoveel mensen vragen ons: ‘Maar hoe gaat ze jullie dan noemen?’ Meestal vragen ze zelfs: ‘Maar hoe noemt ze jullie dan?’ Ook toen S. nog helemaal niets zei. Mensen vinden het een interessant vraagstuk, en dat snap ik ook wel. Tot nu toe noemt ze ons allebei mama en proberen we haar ook niets anders te leren. Als mensen aandringen roep ik altijd stoer dat ze vast zelf een manier zal vinden om onderscheid te maken als dat nodig is, maar ik heb natuurlijk wel wensen. Alleen mijn voornaam zou ik jammer vinden omdat de rest van de wereld me al zo noemt. ‘Mammie’ en ‘ma’ zijn niet mijn smaak (ik ben er ook nog altijd niet helemaal aan gewend dat mijn broertje onze moeder ‘ma’ noemt, wat hij inmiddels al vele jaren doet). Iets ordinairs als ‘de mama met de grote tieten’ (degene die dit ergens online postte vond het nog grappig ook) zou ik niet toestaan (het woord ‘tieten’ an sich trouwens ook niet, en het zou fysiek gezien trouwens ook nergens op slaan). Maar goed, ze roept dus ‘mama’ als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. En dat doet ze ook als de andere moeder niet thuis is. Niet dat ze ooit zin heeft om tanden te poetsen, dat lijkt alleen maar zo. Vandaar dat er twee moeders voor nodig zijn.

J. zei: ‘Hé, ze kruipt nu helemaal niet meer, hè.’ Hè? Maar inderdaad, ze kruipt nu eigenlijk helemaal niet meer.

De afgelopen twee weken waren weer erg zwaar. S. bleek een dubbele oorontsteking te hebben en er komen volgens mij ook nog weer tanden aan. Ze kon twee dagen niet naar de crèche en de dag dat ik haar er wel heen had gebracht, belden ze al snel om te melden dat ze haar zo pips vonden. Van een slaapje knapte ze op zich wel weer een beetje op, maar inmiddels hadden we al een afspraak bij de huisarts gemaakt, dus ik ben haar toen alsnog halverwege de middag gaan halen. Ik bracht dus nog meer tijd met haar door dan normaal. Het was ook echt wel een beetje ‘ik moest nog meer tijd met haar doorbrengen dan normaal’. Ze huilde extreem veel, ook ‘s nachts, en wilde alleen maar bij mij hangen. En ze was vaak zo boos, de jam eindigde op de muur. Ik moest weer veel dingen uitstellen. M. is in loondienst en werkt in Amsterdam, en daardoor gewoon een stuk minder flexibel (al heeft ze een dag thuis kunnen werken). Daarnaast voelde zij zich ook weer een aantal dagen niet lekker. Hoe blij ik ook ben met mijn werk en hoe goed we het ook voor elkaar hebben, ik baal er soms best van dat er zoveel op mij neerkomt.

We kregen die dagen toevallig best veel bezoek. Helaas was S. dan vaak ook erg moeilijk. Bezoek confronteert me vaak extra met alles wat nu moeilijker is. Ik heb dat ook wel echt onderschat, ik dacht dat het wel mee zou vallen met het gevoel dat mijn leven voorbij zou zijn, omdat ik zo graag thuis ben. Maar we hebben ‘s avonds thuis natuurlijk ook heel lang amper iets kunnen doen en lekker even bijkomen als ik thuiskom is er meestal ook niet bij. Ik heb toch het idee dat het vaak ouders met lekker doorslapende flesvoedingkinderen zijn die het raar vinden dat ik dat zwaar vind, maar oké.

Als het wel een beetje ging met S. lazen we vooral veel boekjes. Ze wilde vooral steeds in een kartonboekje bladeren met flapjes waar dieren achter zitten. Traktatiecadeautje van R. op de oude crèche. Natuurlijk geen probleem, maar wel grappig, zit je dan met al je ‘verantwoorde’ kinderboeken. Soms keken we naar Sesamstraat, eigenlijk nog te moeilijk voor haar, maar makkelijk even op te zetten. Ze zei consequent ‘aap’ tegen Tommie. Ze begreep trouwens wel heel goed dat Frank Ieniemienie aan het voorlezen was, want toen liep ze weer ‘boek’ gebarend naar de kast.

Ze kreeg antibiotica voorgeschreven. ‘Ik weet niet wat je van antibiotica vindt?’ vroeg de huisarts in opleiding aarzelend. Tja, geen idee, ik bedoel, ik ben helemaal niet zo van de medicijnen, maar de vorige oorontsteking hadden we gemist, S. leek veel pijn te hebben en we gingen de nachten zo niet veel langer volhouden, dus dan toch maar antibiotica proberen. Ze moest het elke acht uur hebben en op zich nam ze het steeds heel braaf in (ze zullen het wel zoet maken of zo), maar het was toch elke keer gedoe om het te timen en dat spul uit dat flesje te zuigen met een spuitje. Totaal gebrek aan verpleegskills, ik. We moesten haar er soms ook voor wakker maken, al kwamen we er dankzij een tip van C. en R. na een aantal dagen achter dat dat toch niet echt hoefde, omdat het half slapend ook lukte. Het was vooral vervelend dat het vrij lang duurde voor we verbetering zagen. Maar nu is de kuur van een week dan eindelijk om en is S. weer wat levendiger en vrolijker. We hadden het advies gekregen om haar oren na een week nog een keer te laten controleren, dus dat hebben we gedaan. De huisarts bij wie we dit keer een afspraak hadden leek dat complete onzin te vinden, maar de oren waren weer bijna helemaal in orde, dus dat was mooi.

Donderdag kon ze wel weer naar de crèche, dat was fijn. S., een kindje van haar leeftijd, kwam superenthousiast aangekropen om haar te begroeten. Dat hoofd van S. daarbij: Wat is dit nu weer? Even dimmen, S., het is nog vroeg. Ze bleek ook met succes een pannetje te hebben verdedigd toen een ander kindje dat van haar wilde afpakken. Hm, de balans tussen assertiviteit en samen delen, dat wordt nog wat!

Ik ging met vriendin C. op bezoek bij hoogzwangere vriendin C. en kwam haar bij haar ouders ophalen met de auto. Hoogzwangere vriendin C. woont tegenwoordig 80 kilometer verderop en ik had ook nog een rijangstbevorderend briefje onder mijn ruitenwisser aangetroffen, dus dit was een enorm extra ding terwijl S. zo ziek was. Ging uiteindelijk wel goed, maar veel stress. Het was dus wel fijn om voorafgaand aan de roadtrip nog heel even met C.’s moeder over andere dingen te praten. C. en haar moeder zouden de dag daarop een meezingconcert bijwonen van het Requiem van Verdi en haar moeder vertelde dat het voor haar heel bijzonder was om daar met C. naartoe te gaan, omdat ze ook naar zoiets was geweest toen ze zwanger was van C. en ze C. daar voor het eerst had gevoeld. Ik voelde S. voor het eerst toen ik een keer heel hard moest niezen.

Soms heb ik heel lang het idee dat ik iets voor Piet Snot doe en blijkt ze het uiteindelijk toch opgepikt te hebben. Zo verrassend en tof. Ik heb dat maanden gehad met gebaren, en ook met ‘beentjes eerst’ als ze van de bank af wilde klimmen. M’n schoonmoeder vond dat wij haar dat zo goed geleerd hadden. Wacht even, doet ze dat dan echt? Op de crèche beweerden ze laatst ook dat ze geen klimmer was, totdat ze in korte tijd uit het poppenbedje en van een stoel af donderde. Maar we hebben het inmiddels zelf ook gezien, ze draait zich heel bewust om. Ze denkt alleen dat ze op die manier ook van de commode af kan klimmen.

Boek van januari

Vorige maand slechts een boek (uit)gelezen. Maar wel een dik boek en de verhuizing vond plaats en waarom zou ik mezelf eigenlijk verdedigen voor mijn leesgedrag op mijn blog?

Jonathan Safran Foer – Hier ben ik
(Here I Am, vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

Extremely Loud and Incredibly Close is me dierbaar. We hebben in het nieuwe huis één boekenkast in de woonkamer staan met daarin een soort best of, en daar moest dat boek zeker tussen staan. Ik heb het ooit gekocht en gelezen toen ik een maand op Interrail was en het blies me toen echt omver. De stem van de hoofdpersoon, het verhaal, de opbouw, de vormgeving, ik vond alles even fantastisch. De vertaling van Everything is Illuminated ligt hier nog. Ik heb het ooit in het Engels gelezen en toen pakte het me minder. Maar de combinatie van mijn beheersing van het Engels en die van de hoofdpersoon uit dat boek was ook geen gelukkige, dus ik wil de vertaling nog een kans geven. Een keer. Zijn non-fictieboek Eating Animals durf ik niet te lezen, hoewel ik al weinig vlees eet, en zo kwam ik nu dan uit bij zijn nieuwste roman, die inmiddels niet zo heel nieuw meer is.

Overheersend gevoel bij dit boek: ik ben hier te dom voor. O, er zitten briljante dingen in. Hij is zó goed in gesprekken, in kinderstemmen (en de vertaalsters dus ook!). Het is vaak zo geestig. Een van de personages is druk met een Second Life-achtige wereld, en dat is ook zo knap gedaan, de chats, de details. Er was weer van alles wat ik zelf geschreven zou willen hebben. Het is zeker een goed boek, maar ook zo… politiek? Intellectueel? Joods? Alle drie wel. En dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn, maar het vergt een hoop concentratie, die ik (op dit moment) niet echt kon opbrengen.

Plannen voor 2018: update januari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
S. heeft een fotoalbum! Met daarin alleen echofoto’s, buikfoto’s (we maakten elke week een foto van mijn buik, zo leuk om te zien, zo blij dat we dat hebben gedaan) en de foto’s uit de eerste twee maanden van haar leven. Oftewel: we hebben nog een dik jaar aan foto’s liggen, er is nog meer werk aan de winkel. Ik hoop dat het vanaf nu wat makkelijker gaat, maar ik moet het nog wel doen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Voorzichtig begonnen. Binnenkort eerst maar eens garen aanschaffen. Lastig, want het is natuurlijk de bedoeling dat ik in het patroon een bepaald garen suggereer, maar zoveel weet ik er nu ook weer niet van. Maar goed, hoofd- en bijzaken. Het ontwerp is het belangrijkst, ik heb al eens met het garen gewerkt dat ik wil kopen, volgens mij zijn de kleuren goed en het is milieuvriendelijk. En het wordt een sjaal, dus de pasvorm is niet zo belangrijk als bij een kledingstuk. Proberen maar.

Minder werken
Hierin heb ik tot nu toe jammerlijk gefaald. Precies in de week van de verhuizing kreeg ik ineens allemaal opdrachten aangeboden, ik had nog werk liggen en alles ging natuurlijk weer eens veel langzamer dan ik dacht, ook door de nasleep van de verhuizing. Ik wilde zo min mogelijk werken in het weekend en ‘s avonds, maar ik kreeg het voor elkaar om zelfs in het weekend ‘s avonds te werken… Het blijft zo lastig, ik heb vaak het idee dat opdrachtgevers hopen/verwachten dat ik fulltime beschikbaar ben en dat de rest van de wereld me als thuisblijfmoeder ziet. En dat ik daar in mijn eentje tussen moet zien te schipperen. Komende maand opnieuw proberen.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit heeft nog wat tijd nodig. Ik wist al dat ik totaal geen emigratiemateriaal ben, maar ik moet er echt aan wennen om nu aan de andere kant van de stad te wonen. En ook om in een heel huis te wonen in plaats van in een appartement. De verhuizing was erg vermoeiend en we moeten nog veel uitpakken, regelen en kopen. Maar het appartement is overgedragen, het is een fijn huis en we hebben tijd genoeg. Een beetje hulp van de vaatwasser en de robotstofzuiger scheelt ook!

Dochter (23)

Ze zwaait nu vaker op toepasselijke momenten. Als er jassen aan gaan, of juist als er mensen binnenkomen. Soms groet ze er ook bij: ‘áá-haa!’

Ze heeft geen mensen of meubelstukken meer nodig om zich aan op te trekken, ze komt nu zo overeind. Ze is nog zo lenig dat ze haar handen plat op de grond kan leggen als ze staat. Ze loopt steeds beter, al rent ze niet zo snel als N. We hebben afgelopen weekend schoenen voor haar gekocht, in de speciale kinderschoenenwinkel in de stad omdat we geen idee hadden. Ze heeft nu maat 22. Het opmeten en passen vond ze best, al heeft ze er nog nauwelijks een stap op gezet. Er waren natuurlijk andere kinderen in de kinderschoenenwinkel. USP. We wonen niet meer op loopafstand van het centrum en we wilden de kinderwagen mee, dus besloten we met de bus te gaan. S. vond het om de een of andere reden verschrikkelijk in de bus, zowel op de heenweg als op de terugweg. Het was nogal confronterend. Ze was wel lief met koffiedrinken.

Ze kan het gebaar ‘meer’ nu heel goed, ze gebaarde zelfs al dat ze meer borstvoeding wilde door ‘borstvoeding’ en ‘meer’ achter elkaar te gebaren. Ze maakt er ook geluid bij, waaruit vooral blijkt dat onze stemmen omhooggaan als we het haar vragen.

Lampen hebben momenteel haar interesse. Soms moet elke straatlantaarn worden aangewezen. Ze vraagt ‘open?’ en wijst dan naar de gordijnen. Ze blijft soms heen en weer wijzen tussen mijn horloge en de klok. Tiktak, tiktak! Ze vindt het geweldig als ik mijn horloge bij haar oor houd.

Ze is heel erg bezig met boekjes (tot onze grote blijdschap, uiteraard!). Zeker nu ze alweer een paar dagen niet lekker is. Boer Boris is een favoriet van dit moment. In september schreef ik dat de verhaaltjes misschien nog wat te lang waren, maar ze vermaakt zich er nu prima mee, in ieder geval met de plaatjes. We hadden ook een telboekje uit de bieb geleend. Daardoor kent ze nu schapen en varkens, de gebaren en de geluiden. Haar gemekker klinkt vrij hysterisch. In het telboekje zit boer Boris ook in een gigantische gele machine. Hij zwaait, en S. zwaait dan terug. In een ander boek gaat Boer Boris appels plukken met diezelfde machine. Zodra S. dat zag, begon ze weer te zwaaien. Ze doet ook steeds meer mee met Nog even mijn haartjes wassen. Gisteren gebaarde ze in haar kinderstoel dat ze weer een boek wilde gaan lezen. Ze liep onmiddellijk naar de kast toen ik haar op de grond zette.

Ze kan nogal hard schreeuwen, maar doet ook mee met fluisteren als je daarmee begint. Dat is erg schattig.

M. probeert onze tuin dus te veranderen in een vogelparadijs, en heeft in ieder geval S. als kleine vogelaar. S. let heel goed op of ze vogels ziet, ziet ze vaak als eerst en roept en wijst dan. Ze kan ook het gebaar voor vogel, zelfs op de goede plek in ‘In de maneschijn’. Ze heeft een geluidenboekje met een aantal vogels, en om de een of andere reden is de koekoek favoriet. Het was niet de allerbeste keuze als verhaaltje voor het slapengaan, want ze bleef nog lang doorgaan vanuit haar bed: ‘Koekoek, koekoek!’

In het nieuwe huis moesten traphekjes komen. We hoopten eindelijk eens iets zelf te kunnen doen, maar toen bleken klemhekjes niet veilig genoeg voor boven aan een trap en moest er toch geboord worden. Ik en P. togen naar de winkel voor die hekjes. We waren er vrij snel uit, we hadden alleen nergens naar gekeken, waardoor we geen witte hekjes gekocht bleken te hebben (zoals we dachten, zoals het voorbeeld), maar ‘titaniumgrijze’. De titaniumgrijze hekjes staan veel mooier bij de trap dan de witte ooit gestaan zouden hebben. Het is fijn dat S. nu gewoon rond kan lopen boven.

We oefenen met het aanwijzen van lichaamsdelen. Het gaat al best goed: oren, neus, mond, haar, nek (ook al vindt m’n schoonmoeder dat we het haar verkeerd leren omdat we geen onderscheid maken met keel), handen, tenen, maar we kunnen voorlopig nog wel even vooruit! M. beweert dat S. in de war raakt van onze accenten en dat ze daarom ogen nog niet weet :)

Ik geloof niet dat ze al een hele nacht in haar eigen bed heeft geslapen sinds we hier wonen. Zucht. Soms slaapt ze na de eerste, belachelijk vroege voeding wel uit.

Met 14 maanden is de beruchte BMR-prik en dus weer een afspraak op het consultatiebureau. M. kreeg puur uit interesse een discussie met de arts over of ze in het been of in de arm zouden prikken omdat B. diezelfde week in zijn arm was geprikt en de arts beweerde dat ze dat nergens meer deden, maar met S. was alles in orde. Goed gegroeid en ze liet ook even zien hoe actief ze kan zijn door uitgebreid met een popje van daar te gaan zwaaien en het hele speelkeukentje leeg te trekken. Het grootste drama was dan ook niet dat ze prikken kreeg, maar dat ze daarvoor op schoot moest komen zitten. We maken nu steeds grapjes over het woord duster omdat de arts de peuter na S. daarmee complimenteerde en we gewoon zeker wisten dat zij en haar familie dat woord niet kenden.

Zondag waren we weer samen met de mensen van Samen Bevallen, het was erg moeilijk om een geschikte tijd te vinden vanwege alle verschillende slaapjes, dus het was kort en het was natuurlijk hectisch met drie lopers, een billenschuiver en een klimmer, maar het was fijn. S. klom in het loopkarretje van B. en B. duwde haar. Ze pakte speelgoed van R. af (ze begreep niet dat dat niet mocht, toch mocht het niet) en wist te voorkomen dat R. speelgoed van haar afpakte. We zagen zo ongeveer allemaal voor het eerst wat langer hoe ons kind is in het bijzijn van leeftijdsgenootjes. Dankzij de bellenblaas lukte het weer om een foto van de vijf te maken. Ergens was het ook juist heel rustgevend. Er is zoveel veranderd, maar zij weten daar alles van, zij waren erbij, daardoor kennen we hen. Het klopt voor mij als we samen zijn. Nog steeds heel dankbaar voor.

Dochter (22)

Ze loopt nu toch echt wel. Het is nog wankel en ze gaat nog vaak kruipend verder als ze valt, het is dus nog iets te vroeg voor schoenen en buiten lopen, maar ze loopt. En ze staat vooral veel meer los. Ik moet nog een beetje wennen aan de aanblik.

Ze zegt ook meer. Of misschien moet ik zeggen: ze geeft meer aan. Het is een combinatie van klanken, intonatie en gebaren. Sowieso lijkt ze ineens veel meer te begrijpen en na te willen zeggen. Het meeste is nog ‘die’, dus het is vaak ook onduidelijk wat ze bedoelt. Maar er is een zeker onderscheid. Als we zeggen dat we gaan eten, zegt ze ‘happen’ en snapt ze dat ze dan in haar kinderstoel wordt gezet. Uit de bieb leenden we Met z’n tweetjes een streepje voor van Guido van Genechten. Het is een boekje met dierenduo’s op basis van bepaalde kenmerken, zoals ‘koala en muis, met z’n tweetjes luisteren met grote oren’. Het is haar favoriete duo. Eerst zag ik haar door het boekje bladeren en naar haar oor wijzen bij de juiste bladzijde, daarna kwam ook het woord erbij: ‘owah’. O, en de aap achterop, met zijn armen omhoog. Met haar armen omhoog: ‘Aap. Jaaaaa.’ Lichaamsdelen zijn sowieso een hit. Ze wijst haar neus aan en M. probeert haar ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ te leren. Nogal ambitieus. Hoofd kent ze wel van ‘Klap eens in je handjes’ (of ‘Klap eens in de handjes’, zoals M. en de volledige schoonfamilie zeggen, misschien is dat Brabants?), maar bij schouders zuchtte ze al diep. Teen ging dan wel weer goed, daar heeft ze veel ervaring mee omdat ze altijd haar voeten op tafel legt. Of nee, legde, bij onze nieuwe tafel lukt het haar blijkbaar minder goed.

We zijn inmiddels verhuisd. Op de verhuisdag was S. bij mijn tante, en C. kwam daar ‘s middags ook naartoe. Doordat de verhuizers al om 7.30 uur zouden komen, moest ik haar heel vroeg wegbrengen. Dat was heel naar, ik was ontzettend gespannen over de verhuizing en over parkeren bij mijn tante en alles. Natuurlijk was ik de melk vergeten. Ik kolf nu niet meer bij de lunch, dus als S. dan niet bij mij is, krijgt ze gewone melk. S. en mijn tante zijn fantastisch samen en mijn tante had er duidelijk zoveel zin in. Ik wilde zo graag bij hen blijven die dag. We verhuisden en dat ging nog best soepel, al probeer ik er nog steeds van bij te komen. Aan het eind van de middag gingen we S. ophalen. Mijn tante woont tegenover een basisschool, en S. had de halve dag op een stoel voor het raam gestaan om naar de buitenspelende kinderen te kijken. Ze ziet erg graag andere kinderen. Ze had brood gegeten met een vork en mijn tante had gehoord dat ze ‘Nijntje’ probeerde te zeggen. Ik had niet gezegd dat wij dat ook dachten te horen, dus het zal dan wel zo zijn. We gingen daarna nog een pannenkoek eten met C. en mijn tante. S. at een hele kinderpannenkoek met stroop, grotendeels terwijl ze omgedraaid in de kinderstoel zat. Aan het tafeltje achter ons zaten namelijk andere kinderen. De eerste keer dat ze van ons een pannenkoek kreeg, geloofde ze niet dat ze die op mocht eten. Ze deed zó haar best om zich te beheersen met dat bord voor haar neus, we moesten zo op haar inpraten dat ze echt een stukje mocht pakken, het was gewoon sneu. Heeft ze totaal geen last meer van.

Ze gaat ook naar een andere crèche. Mijn oude buurmeisje E. werkt daar toevallig, we kregen weer wat meer contact toen zij bewust alleenstaande moeder werd. Voor S. maakt het niet uit, maar voor mij voelt het vertrouwd. Het gaat tot nu toe heel goed met S. op de nieuwe crèche, ze zeggen in ieder geval steeds dat ze zo lief, vrolijk en nieuwsgierig is. Ze eet er zelfs groente. De groepen zijn drukker dan op de oude crèche, maar dat betekent ook dat er meer kindjes van S.’ leeftijd zijn en meer leidsters. Ze klimt er graag in het poppenbedje en maandag had ze meegedaan met een activiteit bij het thema ‘kunst’: gele en blauwe verf mengen in een zakje.

Ze klimt nu zelf op haar loopwagentje (loopschaap). En valt er ook regelmatig af… Dat komt vooral doordat ze er graag schrijlings op gaat zitten. Ze gaat de laatste tijd sowieso overal op zitten. Op de bank (daar klimt ze dan ook zelf op), op haar muziekding, op haar vormenstoof, op de onderste trede van de trap, op het stoeltje van Y. op kerstavond. Ze kan het ronde blokje in de vormenstoof krijgen, en het plusje soms ook.

In het nieuwe jaar eet ze ineens vaak weer avondeten. Er was wel sprake van een dipje omdat ze dit weekend weer niet lekker was (zondagavond had ze koorts, en ik zag het alweer helemaal gebeuren dat ze maandag weer niet naar de crèche zou kunnen, net als wij allebei weer moesten werken, maar het is bij een verkoudheid gebleven tot nu toe, afkloppen). O, en dagen achter elkaar mocht alleen M. haar voeren. Het was acceptabel als M. de lepel vervolgens aan mij gaf, maar S. deed dat consequent niet rechtstreeks. We hebben een tijdje geprobeerd haar ‘s middags warm eten te geven met het idee dat ze er ‘s avonds misschien te moe voor was, maar ze kreeg door dat wij dan brood aten en dat pikte ze niet. Ze is ook lichtelijk geobsedeerd door aardappel, dus het is lastig om haar iets anders te geven als wij aardappelen eten. Maar goed, als ze maar eet.

Ze kreeg van mijn tante een pop in een reiswiegje. Het is een klein, handzaam popje, heel schattig. S. wil er tot nu toe alleen nog weinig van weten. Dat wil zeggen: ze vindt het tasje waar het geheel in zat het leukst en veegt keer op keer haar neus af aan het dekentje.

‘Op’ is op allerlei situaties van toepassing. Als ze iets opgegeten heeft. Als ze je er attent op wil maken dat ze iets bijna opheeft, zodat je vast nog iets voor haar kunt pakken/smeren/klaarmaken. Als ze genoeg heeft. Als de yoghurt nog niet in haar bakje zit. Het is een van de klanken die ze het best beheerst. Opa, open, happen, appel, helpen, het klinkt allemaal ongeveer hetzelfde uit haar mond, maar ze lijkt het te begrijpen (en ‘helpen’ kan ze bijvoorbeeld ook gebaren, dat scheelt echt). Lamp gaat ook heel goed. En geluiden natuurlijk. Van auto’s. Van schapen. Van koeien. Vooral van koeien. Zelfs op het goede moment in ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’. Soms verstaat ze ons verkeerd. Doet ze haar mond open en dicht als een vis als we zeggen dat iets vies is. Ze zei ‘aaaaaaah’ toen M. haar handen wilde poetsen.

Vandaag was zwaar. Zoals alle nachten hiervoor, was ze ook vannacht weer in ons bed beland. Soms is dat gezellig en grappig (‘Ga nog maar even lekker slapen, S., in plaats van te proberen allebei onze gezichten tegelijkertijd aan te raken.’), maar vaak is het vooral heel vermoeiend en frustrerend, bijvoorbeeld als ze vindt dat ik me niet op mijn andere zij mag draaien. Ik was thuis met haar en ze had de ene meltdown na de andere. Ik heb zelfs Tik Tak ingezet. Dat viel best in de smaak, maar stelde het krijsen slechts vijf minuten uit. Ze kneep mij steeds en ik heb nu een diepe kras op mijn wang (net nu die op mijn neus praktisch genezen is). Het is belangrijk om hoe lief en leuk ze is daar niet door te laten overschaduwen. Erover schrijven helpt nog steeds.

Plannen voor 2018

Zomaar vijf dingen die ik dit jaar wil doen, in de hoop dat de kans daardoor groter wordt dat ik ze ook daadwerkelijk doe.

Een fotoalbum maken voor S.
Een papieren album heeft ze dus nog altijd niet. En dat wil ik wel graag voor haar. We zijn er al wel aan begonnen, maar het is een tijdrovend klusje en ik vind de foto’s van de eerste maanden ook niet zo fijn om terug te zien, omdat ik dan meteen weer voel hoe ik me toen voelde. Misschien als ik daar eenmaal voorbij ben…

Naar het Utrechts Archief
Ik mag altijd graag een beetje in oude kranten neuzen (bijvoorbeeld hier en hier), stambomen bekijken en verre verwanten googelen en zo, maar nu heb ik toch een wat concreter doel. Over een van de opa’s van mijn oma heb ik het een en ander terug kunnen vinden. Omdat hij koopman was (in vleesch en fruit), maar ook omdat hij failliet is gegaan en zelfs veroordeeld is omdat hij met bedorven vlees in de weer was. Ik heb navraag gedaan en omdat het vonnis uit 1925 is, mag ik het inzien. Dat wil zeggen, als het bewaard is gebleven. Dat zou een startpunt kunnen zijn. Ik weet zelf ook nog niet precies waarvan, hoor, maar ik zou graag meer over hem te weten komen en over hem schrijven.

Haakpatroon uitwerken
In het ideale plaatje zou ik mijn geld verdienen met redigeren, schrijven en handwerken. Op dit moment verdien ik mijn geld praktisch alleen met redigeren. O, en ik ontving maar liefst 13 cent van de Lira i.v.m. de uitlening van mijn bundel in de bibliotheek. Ik zie mezelf niet bepaald commercieel gaan bloggen, dus totdat ik eindelijk die bestseller heb geschreven, moet ik iets anders verzinnen. Het lijkt me ook al een hele tijd leuk om patronen te verkopen via Ravelry en/of Etsy. Niet dat ik verwacht dat ik daarmee ga binnenlopen, maar ik heb wel al een hele tijd een bepaalde sjaal in gedachten, en verder nog nergens iets soortgelijks gezien. Ik zou graag het patroon daarvan uitwerken en dat proberen te verkopen. Je moet ergens beginnen, toch?

Minder werken
Dit klinkt misschien een beetje vreemd na mijn gemopper over hoe weinig ik verdien van laatst, maar ik wil dit jaar echt op zoek naar een betere balans tussen werk, de zorg voor S. en de rest. Want met name tegen het eind van het jaar ging het gewoon echt niet goed. En ja, dat kwam voor een groot deel doordat we ziek werden, maar dat kan natuurlijk zo weer gebeuren. En ik blijf het gewoon heel lastig vinden om beslissingen te nemen over hoeveel werk ik kan aannemen, om tijd te vinden om te werken en om gedisciplineerd te werken in die tijd. Ik las vandaag nog in het psychologieboek dat ik redigeer hoe belangrijk het is om je doelen concreet te formuleren, dus dit schiet weer totaal niet op, maar ik ga in ieder geval mijn best doen om zo veel mogelijk te werken op mijn werkdagen en zo weinig mogelijk ‘s avonds en in het weekend.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Binnenkort verhuizen we naar ons nieuwe huis. Ik heb het idee dat ik momenteel tussen twee huizen in zweef (we zijn niet dakloos, hoor, integendeel, we hebben deze weken juist twee daken, dus geen zorgen), en ben daardoor nogal onrustig. Ik hoop dat we aan het eind van dit jaar helemaal thuis zijn in ons nieuwe huis. Uiteraard heb ik ook weer allemaal goede schoonmaakvoornemens en we zullen voor het eerst ervaren hoe het is om een tuin te hebben. Het is een mooi huis, ik zou het zo graag netjes houden (dat is hier ook lang best goed gegaan, maar na de geboorte van S. is er helaas echt de klad in gekomen :().

Sunset Birds

Zodra ik deze muts zag, wist ik dat ik hem wilde maken voor C. Ze houdt erg van vogels, vandaar. Mijn schoonvader en M. trouwens ook, dus ik kan lang niet altijd meepraten (hoewel al meer dan eerst). Onze nieuwe tuin verandert met hun hulp ongetwijfeld in een waar vogelparadijs, dus wie weet steek ik daar nog wat van op. Heb ik misschien ook eens een keer iets anders te vertellen dan hoe tof het was om een ijsvogel te zien.

Natuurlijk zag ik het patroon pas weer terug in mijn favorites toen C. al bijna jarig was, dus het werd weer eens een race tegen de klok. Ik breide zelfs als bijrijder in de auto. Ik wilde hem tweede kerstdag geven en dreigde dat alsnog niet te gaan redden, maar toen werd mijn schoonvader ziek en konden hij en C. niet komen. Dat was heel jammer, maar in plaats daarvan kwamen ze drie dagen later, en dat gaf mij precies de gelegenheid om de muts toch nog af te krijgen!

Het is de Passerine Hat van Erica Heusser. Ik breide hem met het garen van de sjaal voor tante M. en wit acryl. Ik wist eigenlijk meteen al dat dat geen ideale combinatie zou zijn, maar ik wilde het graag doen met wat ik had. Ik ben al geen held met stranded colorwork (misschien een idee om me er eens wat meer in te verdiepen), maar met twee garens die niet precies even dik zijn, vraag je natuurlijk helemaal om problemen.

Toch vind ik de muts best geslaagd. Ik heb nog even getwijfeld of ik de vogels in zwart zou doen, zodat het echt silhouetten zouden zijn, maar sommige tinten rood en roze in het andere garen zijn best donker, dus ik denk dat ik er goed aan heb gedaan om voor wit te kiezen. Ik vind het erg leuk dat de vogels helemaal rondom zitten (elke vogel komt twee keer voor op de muts, maar de tak loopt helemaal door). Het patroon was verder ook heel duidelijk en de muts past (mij, zoals te zien op de foto, maar C. gelukkig ook). En dat terwijl ik geen proeflapje heb gemaakt en niet precies de goede naalden had.

We doen zo ons best. Ik hoop dat het genoeg is.

Patroon: Passerine Hat van Erica Heusser.
Garen: Jawoll Magic van Lang Yarns (wol/nylon), kleur 60 (rood/oranje/roze). Wit acryl uit mijn voorraad.
Naalden: 2,5 mm voor de boord, 3,0 mm voor de rest.

Dochter (21)

Een van de moeilijke dingen van moeder zijn (laat ik het in godsnaam bij één ding houden vandaag, het jaar is nog maar net begonnen) vind ik dat je zo vaak niet kan doen wat je zelf wil. Zeker als je ook werkt. En ja, dat zal ongetwijfeld met mijn plaats op het autistisch spectrum te maken hebben. En met het feit dat ik graag dingen doe waarbij ik lang naar een computerscherm staar, rustig nadenk of met een heleboel kleine kraaltjes in de weer ben die kleine kinderen in allerlei lichaamsopeningen zouden kunnen steken. Het klinkt heel egoïstisch en het schuldgevoel dat tegelijk met S. geboren werd is nog altijd levensgroot.

Door alle omstandigheden heb ik een tijd niet meer geblogd, ook niet over S. Ook dat wil ik heel graag weer oppakken, want wat gaat ze hard de laatste tijd.

Ook al is het inmiddels alweer bijna twee maanden geleden, ik wil toch nog even vertellen dat ze zo’n lieve jarige was. De dag ervoor begonnen de feestelijkheden al met kaarten en bloemen (gelukkig kwamen we er net op tijd achter dat het bloemen waren, we hadden de mysterieuze doos eigenlijk al weggezet voor de volgende dag). Met appeltaart bakken, ‘gezonde’ cakejes en (zeer ongezonde) chocoladeballetjes. S. begreep natuurlijk nog niets van jarig zijn, maar ze vond de slingers erg mooi, dus die hadden we niet voor niets opgehangen. M. kon niet wachten om haar ‘s ochtends uit bed te halen, zo schattig. Toen ik wakker werd: ‘Ze is allang wakker, hoor!’
‘Ik hoor anders niks.’
‘Nee, nu slaapt ze weer!

We haalden haar uiteindelijk zingend uit bed en lieten haar de slingers en ballonnen zien. Tijdens de voeding daarna wilde ze steeds door de open deur naar de woonkamer kijken. Daarna mocht ze ons cadeau uitpakken en het cadeautje dat E. bleek te hebben gestuurd (zo lief!). Van uitpakken snapte ze aanvankelijk niks, maar ze is in de laatste maanden zo verwend met cadeautjes dat ze nu soms helpt met scheuren. Snippers zijn vaak interessanter dan inhoud.

Van ons heeft ze een loopwagentje gekregen in de vorm van een schaap. Ze kon er al snel een beetje achter lopen, soms reed dat ding net te snel voor haar en moest ze grote moeite doen om overeind te blijven, erg sneu. Dat gaat nu al een stuk beter, ze kan het ook zelf oplossen als ze ergens tegenaan gebotst is. Ze loopt ook vaak aan de zijkant mee, of duwt het schaap vanaf de voorkant. Ze kan er ook op zitten, al kan ze er nog niet zelf op en af klimmen en lijkt ze niet te begrijpen dat het bijbehorende plankje lekkerder zit dan de Duplo erin. Ze komt nu een beetje vooruit, maar in het begin zat ze er alleen maar op. Het leek haar prima te bevallen dat wij haar door de kamer reden. Ze vindt het ontzettend grappig als wij ermee lopen. Ze heeft trouwens haar eerste stapjes los gezet, maar het is bij haar niet op een gegeven moment: oké, en nu kan ze lopen. Ze lijkt het nog niet zo goed te durven. Ze staat ook vooral los als ze iets in haar handen heeft en daardoor lijkt te denken dat ze niet los staat.

Ze deed het gewoon heel erg goed op haar verjaardag. Het was een lange dag, zodat mensen die elkaar wilden ontlopen dat konden doen (helaas is dat nog altijd nodig), maar S. heeft gewoon twee keer geslapen én iedereen heeft haar wakker gezien. Ook met kerst ging het behoorlijk goed, ze houdt veel van gezelligheid.

We begonnen 24 december al met een bezoek aan tante A., altijd leuk en handig getimed, zodat S. ‘s ochtends wakker zou zijn en ‘s middags lang zou slapen. Dat lukte heel goed. Op kerstavond waren we bij mijn oom en tante met de familie van mijn moeder. Ze zat eerst een poos op een stoeltje om zich heen te kijken (even wennen), maar daarna was het prima. Ze at zelfs van alles en nog wat (artisjok, mozzarella, uiteraard nadat ik had gezegd dat ze waarschijnlijk weer niets zou eten, omdat ze nu eenmaal nog steeds vaak niets eet ‘s avonds). We waren laat thuis, ook al mochten we het toetje mee naar huis nemen (mijn broertje maakt de beste tiramisutaart die er is). S. moest wel even huilen toen we wegreden, maar verder was alles nog steeds prima, ze gebaarde ‘slapen’ toen we thuis waren. Eerste kerstdag waren we bij mijn schoonmoeder en konden we S. en overoma (93) eindelijk weer herenigen. En dat is altijd erg ontroerend en bijzonder. S. en J. behoren tot haar grootste fans, en dan dus nog oma, dus aan aandacht wederom geen gebrek. Eten ging hier lastiger, maar het was wel gezellig aan tafel. Ze deelt nu high fives en ‘hoofdknuffels’ uit, het liefst ook aan mensen die wat verder weg zitten. En ze steekt vaak haar armen in de lucht en roept dan: ‘Jjjjjaaaaa!’ Haar versie van ‘hoera’, vermoeden we. Wij steken ook vaak onze armen in de lucht, in de hoop dat ze dan mee gaat doen en we haar kunnen afleiden van het feit dat haar yoghurt op is. Dat lukt vaak alsnog niet, want ze is nu eenmaal een groot liefhebber van yoghurt.

We bleven bij mijn schoonmoeder logeren en dat ging helaas niet zo goed, want S. wilde niet in haar tentje slapen. Dus van die avond bleef weinig over, uiteindelijk zijn we zelf ook maar naar bed gegaan en hebben we S. tussen ons in laten slapen. Het was weer eens een gebroken nacht, maar doordat S. tussen ons in lag konden we haar wel steeds snel troosten, waardoor de anderen in huis geen last van haar hebben gehad.

Tweede kerstdag zouden mijn schoonvader en zijn vriendin bij ons komen eten, maar mijn schoonvader was helaas ziek, dus dat moest worden uitgesteld. Uiteraard wilden we liever niet weer ziek worden, maar we hadden veel moeite gedaan om kerst met kerst zelf te kunnen vieren met M.’s beide ouders, dus het was toch wel erg jammer (ze zijn later deze week gelukkig alsnog gekomen). In plaats daarvan gingen we toen alsnog bij mijn moeder gourmetten. Wat ook alsnog leuk was, ook al gooide S. voornamelijk eten op de grond en was het daarna duidelijk meer dan genoeg geweest voor haar. Ze gooit de laatste tijd vaak expres eten op de grond als ze het niet hoeft. En zegt daar dan ‘o-o’ bij… Die middag was ik nog even met haar naar de supermarkt om wat extra in te slaan voor het gourmetten omdat we nu met meer zouden zijn. Ik had de bak van de kinderwagen van me af gedraaid, een van de eerste keren dat ik dat had gedaan. S. riep bij alles wat ze zag: ‘Oooooo!’, maar zelf was ik minder enthousiast, vooral toen een bejaarde aan S. ging zitten en een heel verhaal afstak over hoe snel kinderen groot worden en dat de kinderwagens vroeger andersom waren en dat dat toch veel beter was. Ja, wel als dat het risico verkleint dat bejaarden aan je kind gaan zitten! Maar het was toch kerst, dus ik heb haar vriendelijk de rollade gewezen waar ze naar op zoek was.

27 december ging S. een middagje wennen op haar nieuwe crèche. Misschien niet heel handig, zo snel na alle kerstdrukte, maar het kwam nu eenmaal zo uit. Het ging heel goed, ze heeft lekker gespeeld. Geheel toevallig werkt mijn oude buurmeisje E. op de nieuwe crèche. Daar heeft S. weinig aan, maar het voelt voor mij heel fijn. Ik heb sowieso wel een goed gevoel over de nieuwe crèche, dus ik hoop dat dat terecht is. Het afscheid op de oude crèche vond ik nog best lastig, ook al was ik niet over alles even tevreden. De laatste maanden had S. op donderdag wel een fantastische leidster die de mooiste verslagjes schreef, zo liefdevol, grappig en beeldend. Met haar hebben we ook een gesprek gehad, want je krijgt dus elk jaar een gesprek, inclusief ‘rapport’. Daar ben ik niet heel enthousiast over, vooral niet toen ik begreep dat ze alles ook nog eens doorbrieven aan het consultatiebureau, maar het is zoals mijn nicht M. ook al zei: als het dan goed is, ben je toch trots. Ze ontwikkelt zich prima, ze houdt van liedjes en boekjes, ze is graag bij andere kinderen en als er een deur openstaat, kruipt ze erdoorheen :) De laatste dag was er ook nog kerstontbijt, en daar was ik toch maar weer met haar heen gegaan. Pinterest-moeders zullen we nooit worden, maar we hadden wel ontbijtkoek uitgestoken met kerstvormpjes. Je kunt je kind ook brengen bij het kerstontbijt en dan zelf weggaan (het is tenslotte een crèche), maar dat wil ik per se niet, want ik heb met Pasen al gezien dat er veel te weinig toezicht is en de peuters die alleen zijn zich volproppen met cakejes. Dus gingen we er samen heen. Er waren voordelen in vergelijking met Pasen: S. at nu wel dingen (zoals een pannenkoekje in de vorm van een kerstboom), kon bij de peuters spelen toen ze lang genoeg op schoot had gezeten en er waren sterretjes op het plafond geprojecteerd. Maar verder was het weer behoorlijk ongemakkelijk, en ‘s middags bleek S. chips (!) te hebben gegeten waar een vertrekkende peuter op had getrakteerd. Tot zover hun beleid over gezond eten…

De jaarwisseling was weer lastig, maar niet zo lastig als vorig jaar. S. sliep dit keer het grootste deel van de avond en wij vermaakten ons ook best goed met Het Boekanier Dossier en boeken. Hoe sneu ook, we waren moe, en dus besloten we voor twaalf uur al naar bed te gaan, al konden we natuurlijk niet slapen en werd S. om vijf voor twaalf wakker van het vuurwerk (ze houden in de aangrenzende wijk nogal van vuurwerk, maanden voor oud en nieuw ook al). Ze leek er een beetje bang voor, en dus mocht ze weer tussen ons in. Best een goede manier om het nieuwe jaar te beginnen.

Er zijn nog zoveel dingen die ik wil vertellen en doen, maar dat komt allemaal wel. Of niet, en ik hoop dat ik mezelf in dat geval niet al te veel verwijten maak. Deze blog is in ieder geval gelukt, op een moment dat ik niet zelf koos, maar dat er wel was.

Boeken van november en december

De boeken van de laatste twee maanden neem ik maar samen, omdat ik er eerder niet aan toegekomen ben erover te bloggen. Helaas kan dat ook makkelijk qua aantal…

Monica Soeting – Cissy van Marxveldt. Een biografie

Fijne biografie! Afgezien van het werk van Joop ter Heul ken ik het werk van Cissy Van Marxveldt (pseudoniem van Setske de Haan) eigenlijk niet, maar dat hoeft ook niet per se voor dit boek. Van Marxveldt had een interessant leven, inclusief een buitenlands avontuur (in Engeland als jong meisje) en allerlei verwikkelingen in de Tweede Wereldoorlog (vooral ook rond haar Joodse echtgenoot). Er zijn veel bekende fans van haar werk (onder andere Anne Frank en koningin Juliana). Het boek gaat ook uitgebreid in op de positie van vrouwelijke auteurs en hoe zij zichzelf presenteerden, dat vond ik erg interessant. Ik heb veel bewondering voor het werk van biografen, en ik vind het dan ook altijd leuk om door de tekst heen iets terug te zien van hun werkwijze en inspanningen. Van hun eigen mening ook wel, al moet die natuurlijk niet gaan overheersen. Soeting vindt het duidelijk erg jammer dat Van Marxveldt zo weinig gaf om haar persoonlijke papieren en zo weinig heeft bewaard (uiteraard vindt ze dat, als biograaf). En ik vond het heel grappig dat ze de spelletjes die Setske in het pension speelt met de andere huurders duidelijk een stuk minder hilarisch vindt dan Setske zelf. Het idee om geblinddoekt met twee lepels iemand af te tasten en te raden wie het is sprak mij ook niet direct aan…

Kristine Groenhart – Reach for the stars

Weer een nieuw deel van de kostschoolserie Mulberry House, uiteraard moest ik ook dit deel weer lezen. Ik merkte dat ik me beschamend slecht herinnerde wat er in de vorige delen is gebeurd, maar ik vond dit deel toch wel weer leuk om even te lezen (volgens mij schrijf ik dit over elk deel).

Rosita Steenbeek – Rose. Een familie in oorlogstijd

Ik heb twee jaar geleden met Rosita Steenbeek mogen optreden , en ik weet dat ze toen over dit boek heeft verteld, maar ik kan me daar verder heel weinig van herinneren. Dat zal ongetwijfeld aan mijn eigen zenuwen hebben gelegen. Nu ben ik dan eindelijk aan dit boek toegekomen. Wat een prachtig boek! Ik moest even wennen aan de verteltrant. Ze zit heel dicht op haar personages, haar eigen familieleden, lang voor haar geboorte. De grote lijnen zijn waargebeurd, maar ze moet de meeste gesprekken en details zelf hebben ingevuld. Ik wist even niet wat ik daarvan vond, maar al snel vergat ik dat eigenlijk volledig. Ik heb het idee dat ik best al het een en ander heb gelezen over de Tweede Wereldoorlog, maar dit boek was toch weer helemaal anders, omdat de hoofdpersoon van oorsprong Duits en Joods is en met een Nederlandse dominee trouwt. Zo aangrijpend en interessant hoe het haar en haar familie is vergaan. En dus heel levendig verteld.