Maakwerk van april

Het was een vrij dramatische maand hier, en het is nog lang niet allemaal opgelost, dus ik heb het maar gehouden bij de projecten waar ik al aan bezig was. Erg weinig energie voor andere dingen. Wat ook positief is, want ik vind het niet fijn om talloze projecten te hebben rondslingeren. Ik moet het ook een beetje rustig aan doen, want m’n schouder vindt het allemaal niet zo tof. Waarschijnlijk weer een combinatie van RSI, stress, met kinderen rondsjouwen en handwerken.

Nightbook
Ik ben druk bezig aan mijn Nightbook, en dat zal nog wel even zo blijven ook. Hij lijkt mooi te worden, maar op dit moment vind ik het vooral niet opschieten. Ik wist natuurlijk van tevoren dat het veel werk zou worden, maar het is ook echt veel werk… Inmiddels heb ik de hele yoke af. Ik heb dus nu de steken voor de mouwen opzijgezet en ben bezig aan het lijf. Ik heb eerder vooral raglantruien gebreid, met meerderingen op vaste punten elke tweede naald. Dat kan hier niet door het patroon, hierbij meerder je in bepaalde naalden veel steken. Waarschijnlijk standaard bij dit soort patronen, maar ik vond het toch ingenieus.

Het blijft een heel gedoe dat er vier bollen aan mijn werk hangen, maar het breien met twee kleuren gaat nu best goed. Ik laat nu ook steeds aan het begin van elke ronde de eerste steek van mijn linker- naar mijn rechternaald glijden zonder die te breien (het begin van mijn ronde schuift dus telkens een steek op naar links). Dat is door het patroon wat ingewikkeld, maar ik ben erachter gekomen dat dat voor mij wel dé manier is om te voorkomen dat het patroon verspringt. Toen ik dat niet deed, zag je namelijk heel duidelijk waar de nieuwe ronde begon, en dat was heel lelijk. Misschien is dit ook zoiets dat iedereen die veel in veel kleuren breit weet, maar voor mij was het nieuw.

Het is erg leuk om dit project af en toe te laten zien op Instagram. Ten eerste omdat het er goed uitziet (al zeg ik het zelf), maar ook omdat meer mensen er op dit moment een maken. Er is nu ook net een KAL gestart van de ontwerper waar je ook aan mee mag doen als je al bezig was aan een van haar ontwerpen. En zowel de ontwerper als de vrouw die mijn garen heeft geverfd delen zulke projecten graag in hun Stories. Aan aanmoediging dus geen gebrek.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top is nog steeds mijn tv-breiproject, want dat kan mijn Nightbook meestal echt niet zijn. Ik was heel ver met het lijf, maar toen ging ik hem passen en was ik er niet tevreden over. Te wijd, vooral aan de onderkant, en ook wat te lang. Dus ik ben helemaal teruggegaan naar de mouwen, heb minder steken opgezet bij de armsgaten en ga nu ook de minderingen en meerderingen anders verdelen. En dan maar weer zien hoe dat uitpakt. Ik wil hem zeker niet strak laten aansluiten, dus ik heb wat speling, maar er moet natuurlijk wel iets van model in zitten.

Onder andere door m’n schouder en Ravelry heb ik een klein handwerkdipje. Terwijl ik er doorgaans ook veel rust uit haal, dus dat is irritant. Ik heb het garen van het mislukte verfexperiment met avocado dat ik nog steeds uit de knoop moest zien te halen voor een nieuwe poging trouwens weggegooid. Het lag er al een jaar of zo en ineens had ik er genoeg van. De avocadoschillen en -pitten die ik nog had ingevroren, liggen inmiddels ook in de gft-container (die ik gisteren voor het eerst hoogstpersoonlijk heb gereinigd, dat wilde ik toch even kwijt, het was hard nodig en empowering). S. heeft een stuk meer succes met dit soort verfexperimenten en had wel belangstelling voor de uienschillen. Misschien dat ik er ooit wel weer zin in krijg, maar nu ben ik er toch een beetje teleurgesteld over en trekt het me niet zo.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ravelry
Ondertussen is de actie waarbij mensen uitgelogd waren bij Ravelry uit solidariteit met mensen die gezondheidsklachten kregen van de site voorbij. Het wende snel, moet ik zeggen. De actie werd al snel verlengd tot een week en mijn eerste gedachte was: 6 april? Moet ik zo lang zonder? Maar ik realiseerde me ook dat ik er tot voor kort (voordat ze Classic eraf gooiden) nog op kon, en dat dat voor veel mensen niet gold. Dat dat het hele punt was. Na de actie heb ik de site bijna niet bezocht, misschien twee keer even ingelogd om te kijken of er nog iets gebeurd was en een enkel patroon opgezocht. Voorheen zat ik er vrijwel dagelijks op, dus dat is een groot verschil. Het scheelt natuurlijk dat ik op dit moment niet actief op zoek ben naar nieuwe projecten.

Ik heb veel verhalen gelezen en ook reacties gekregen van mensen die blij waren met mijn steun. Daar voelde ik me eerlijk gezegd wat ongemakkelijk onder, want zoveel doe ik niet. Als ze Classic erop hadden laten staan, had ik het ook verwerpelijk gevonden, maar had ik er waarschijnlijk nog steeds gebruik van gemaakt. Mijn patronen staan er ook nog op. Ja, dat zijn er maar twee die toch (bijna) niemand koopt, maar het zou natuurlijk beter zijn om ze offline te halen of ergens anders onder te brengen. Ik heb er geen puf voor, net zoals dat ik vooralsnog geen systeem heb opgezet om mijn projecten buiten Ravelry bij te houden. Het begint me te duizelen zodra ik er iets over lees. Het heeft lang geduurd voor ik er enigszins achter was hoe het werkt met online (en internationaal) patronen verkopen, erg veel moeite voor die paar patronen die ik tot nu toe heb verkocht, veel dingen vind ik nog steeds vaag en stressvol, en dat deel lijkt bij Ravelry goed te zijn geregeld. En ja, dat geeft aan hoe belangrijk geld verdienen voor ze is en dat je ze daar juist zou kunnen/moeten raken, aangezien ze niet gevoelig lijken te zijn voor gebruikers met klachten.

Het pleit mij zeker niet vrij, maar in die zin ben ik ook teleurgesteld in mensen. Zeker ook in bekende ontwerpers. Ik was een tijd geleden een keer nieuwsgierig naar de populairste patronen voor truien op de site. Je kunt filteren op populariteit en de eerste pagina’s van de zoekresultaten stonden vol truien van heel weinig verschillende ontwerpers. Minder dan tien personen, volgens mij, het viel me echt op. We breien grotendeels met z’n allen dezelfde ontwerpen. Ik snap het dilemma van die ontwerpers, voor sommigen is dit hun belangrijkste inkomstenbron, maar aan de andere kant hadden zij met een paar mensen een veel krachtiger statement kunnen maken dan de duizenden mensen die uitlogden. Dat hebben ze niet gedaan. Sommigen bieden hun patronen wel ook te koop aan via een ander platform en/of hun eigen website. Ik weet niet of dat al zo was, maar ik heb ze er in ieder geval niet over gehoord. Normaal gesproken trek ik ontwerpers echt niet na voor ik een patroon van ze koop, maar ik merk dat het hierbij toch ergens in mijn achterhoofd blijft zitten. En ook dat ik denk: Stel dat je groot fan bent van iemands ontwerpen, je gezondheidsproblemen hebt gekregen door Ravelry en alle shit over je heen hebt gekregen en jouw favo ontwerper doet vervolgens alsof er niks aan de hand is en post nota bene tijdens de solidariteitsactie allerlei dingen over nieuwe patronen en kortingscodes voor Ravelry. Hoe kut moet dat wel niet voelen?

Het geeft ook in het algemeen stof tot nadenken (dat kun je overdreven vinden, maar met de vibes van 4 mei is het niet zo’n grote stap). Hoe ver ben je bereid te gaan? Kom je ook in actie als je daar bepaalde offers voor moet brengen, als het je moeite kost, als het je kan schaden? Of spreek je je alleen uit als het jou toch niet echt raakt, om vanuit je eigen comfortabele, veilige positie een goed figuur te slaan? Wat heeft de ander aan jou als het erop aankomt? Aan mij niet veel, zo blijkt maar weer.

Fiber Club lijkt me op dit moment het meest veelbelovend. Van alle alternatieven die ik heb gezien, lijken zij de functies die ik op Ravelry gebruik(te) het best te benaderen. Ik heb er echter ook de nodige vragen en twijfels over. Allereerst zijn ze nog niet live, dus er valt nu nog niet zoveel over te zeggen. Als ik het goed begrijp, heeft iemand dit voornamelijk bedacht uit onvrede met Ravelry en gaat haar partner nu over de ‘technische details’. Kunnen zij ook echt bouwen wat ze voor ogen hebben? Geen idee. Ze berichten af en toe over waar ze staan en schreven laatst dat ze dit najaar live hopen te gaan, maar in eerste instantie alleen met gratis patronen, dus zonder dat je er patronen kunt kopen en verkopen. Dus ik denk dat je er dan verder vooral projecten op kunt bijhouden en contact kunt hebben met anderen. Volgens mij zitten ze vooral met het betaalsysteem, btw enzovoort. In het ideale geval richt je je natuurlijk op gebruikers én op ontwerpers. Dat is blijkbaar geen optie, waardoor ze het terecht een kip-of-eikwestie noemen: ontwerpers willen dat er veel gebruikers zijn die hun patronen kunnen kopen, gebruikers willen dat ze uit veel patronen kunnen kiezen. Heel interessant om te volgen, maar nog niet veel meer dan dat. Daarnaast vraag ik me serieus af of het niet te woke voor mij gaat worden. Ze lijken tot nu toe een beetje te blijven steken in terminologie, politieke correctheid en goede bedoelingen. Ze putten zich uit in excuses toen ze een keer ‘we stand for’ hadden geschreven (kwetsend voor mensen die niet kunnen staan). Ze geven nu al expliciet aan dat ze ontwerpers zullen gaan natrekken, dat ze alleen zullen kiezen voor ontwerpers ‘that match our values’. Ik vrees een beetje dat het een platform wordt waarop iedereen elkaar voortdurend de maat gaat zitten nemen. De tijd zal het leren!

Maakwerk van maart

Nightbook

Ik kon er echt niet meer onderuit, S. kwam langs met haar haspel en wolwinder (ik hoop dat dat de goede termen zijn) en daarmee was het opwinden van meer dan 2000 meter garen een fluitje van een cent (behalve toen dochter S. ineens de verkeerde kant op draaide, maar zelfs dat kwam goed). En toen had ik ineens vijf yarn cakes, drie in de achtergrondkleur en twee in de contrastkleur.

Toen moest ik een proeflapje gaan breien. Dat deed ik eerst maar eens op 3,25 mm, de naalddikte die in het patroon wordt gesuggereerd. Als die goed was, zou dat wel een probleem zijn, want dan zouden de boorden op 2,75 mm moeten en die dikte had ik niet. Het is een gangbare Amerikaanse maat (US 3), maar in Nederland zijn de meeste naalden ,0 of ,5 mm. Maar goed, dat zou ik later wel zien. Ik breide dus een proeflapje. De kleuren kwamen mooier uit dan ik dacht, het lukte best goed om met twee kleuren te breien en ik haalde zelfs de Instagram Stories van de ontwerpster, maar waar ik al bang voor was tijdens het breien bleek het geval na het opspannen: om een of andere reden was het proeflapje veel te lang, terwijl ik de breedte amper haalde. Normaal gesproken is het vooral belangrijk dat de breedte klopt, aan de lengte kun je vaak veel meer aanpassen, maar dit patroon is zo druk dat dat meteen nogal ingrijpend zou zijn. Hulplijn S. ingeschakeld (met veel sippe smileys, ben ik eindelijk begonnen, begint het zo), en die zei dat ik eerst maar eens een proeflapje rond moest breien. Toen ik daar meer informatie over ging opzoeken, bleek overal te staan dat je dat absoluut altijd moet doen als je patroon rond wordt gebreid. Ik brei als het even kan alles rond, maar had dat dus nog nooit gedaan… En ik heb al zo’n hekel aan proeflapjes. Je kunt wel een beetje sjoemelen door elke naald recht te breien en de draad achterlangs te laten lopen naar het begin van de naald. Daarmee imiteer je dan rondbreien. Dat heb ik gedaan, wat nog niet meeviel in twee kleuren, ik had er even niet bij stilgestaan dat er dan dubbel zoveel draden achterlangs zouden lopen. Dit proeflapje was zowaar iets minder te lang, maar wel nog steeds te lang en te smal. Andere naalden gebruiken leek dus niet zoveel zin te hebben: bij dunnere naalden zou het proeflapje nog smaller worden, bij dikkere naalden nog langer. Ander garen is op dit moment voor mij eigenlijk geen optie (want welk garen dan en wat zou ik dan hiervan maken), dus ik zet voor nu vol in op de struisvogeltactiek en hoop heel erg dat ik ermee wegkom. En dat zou nog kunnen lukken ook, want truipatronen zijn vaak te kort naar mijn smaak en maat M zou bij mij best wat positive ease moeten hebben. Het enige is dat ik altijd een beetje wantrouwig ben over maten die puur zijn gebaseerd op borstomtrek; ik ben vrij plat, maar niet klein, dus dat matcht niet altijd even lekker. Ook deze trui wordt top-down gebreid, dus we gaan het redelijk snel zien.

Inmiddels heb ik een rondbreinaald 2,75 mm gekocht bij Batts and Threads en ben ik eraan begonnen. Een van de opties in het patroon (het patroon staat vol opties en tips en schema’s, heel informatief, maar ook een beetje intimiderend) is een folded neckband, waarbij je de boord dubbel zo hoog breit, hem dubbelvouwt en vastbreit aan de opzettoer. Ik had die techniek al uitgeprobeerd in mijn linnen top, maar nog niet in boordsteek. Het leek me wel wat om het hier ook te doen, na het drama met de tubular bind off in m’n Trove sweater. Ik koos ervoor om de steken op te zetten op een restje garen, zodat ik ze later makkelijk zou kunnen opnemen. Dat stond niet in het patroon, dus ik was even bang dat ik dacht het beter te weten dan het patroon (altijd gevaarlijk) en dat dan later zou blijken dat het om een of andere reden niet zo zou kunnen. De boorden worden met gedraaide steken gebreid, dus dat kostte net even wat meer moeite dan normaal, maar het lijkt tot nu toe wel te werken. Het ziet er nu al klein uit, maar de hals lijkt bij anderen ook vrij hoog en de boord past over mijn hoofd, dus ik ga eerst maar even verder. Ik ben nu net begonnen om met twee kleuren te breien, en ik moet er nog aan wennen. Ik wissel de garens dus af om kleurverschil zo veel mogelijk te voorkomen, wat betekent dat er vier bollen aan m’n werk hangen. En ik ben nog een beetje aan het goochelen met mijn floats: als je lang niet breit met een bepaalde kleur, moet je die zo nu en dan aan de achterkant vastmaken, anders hangen er veel te lange lussen, maar daar ben ik nog niet zo handig in. Verderop wordt het patroon zo druk dat de kleuren vaak genoeg wisselen, maar nu nog even niet. Hoewel het patroon zeer uitgebreid is, mis ik toch informatie over ‘jogless stripes’ (als je rond breit, brei je eigenlijk in een spiraal, en bij strepen valt dat op als je niets doet) en het afwisselen van de garens (aangezien de sample ook met handgeverfd garen is gebreid). Al met al vergt het vaak meer concentratie dan ik heb, maar ik wil er zo graag mee verder. Dus dan maak ik weer fouten en moet het weer opnieuw.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top

Ik ben ook nog steeds bezig met de linnen top die ik zelf ‘ontwerp’. Ik ben een stuk verder dan vorige maand. Toen was ik nog bezig aan de mouwen, de steken daarvan zitten nu op een restje garen. Dat is fijn, want de steek die ik ervoor had uitgekozen, was nog best een gedoe. Ik vond het wel heel lastig om te bepalen hoe diep de armsgaten moesten worden. En ik weet nog niet hoe ik uiteindelijk de mouwen ga afmaken. Ik wil er misschien alleen nog maar een boord aan breien omdat ze al best lang zijn, maar ik kan slecht inschatten hoe wijd ze worden. Pofmouwtjes zijn helemaal in, toch? :)
Nu ik aan het lijf bezig ben, brei ik gewoon rond en rond en rond. Ideaal om tv bij te kijken (hoewel mijn favoriete programma De Mol weer zó spannend en geweldig was dat ik alsnog iets verkeerd had gedaan). Ik probeer nog wel iets van waist shaping toe te voegen. Geen idee of dat iets wordt, maar interessant is het zeker. Ik ben ook nog steeds benieuwd wat dit garen gaat doen als ik het was, trouwens.

Boodschappennetje

Ik denk dat ik mijn boodschappennetje (de Ilene Bag) van verloren ben. Misschien in een winkelwagentje laten liggen? Ik kan het nergens meer vinden, in ieder geval. Oké, het klinkt natuurlijk belachelijk, kan gebeuren, het is maar een (leeg) boodschappennetje en ik kan gewoon een nieuw exemplaar breien (mooi excuus om garen te kopen), maar het vloog me echt even aan. D. is alweer een aantal dagen flink ziek, ik maak me zoals altijd veel zorgen, M. is ook niet lekker, dus ik moet wel door, en ineens kon ik alleen nog maar denken aan dat ik aan dat tasje heb zitten breien toen ze op de ic lag en wat nou als ze daar weer terechtkomt. Zucht. Ik hoop dat ik de komende maand wat meer rust kan vinden (wat ik sowieso nog steeds heel lastig vind in de pandemie).

Ravelry

Ik ben momenteel nog steeds uitgelogd van Ravelry, uit solidariteit met de mensen bij wie het nieuwe websiteontwerp gezondheidsklachten veroorzaakt (migraine, epileptische aanvallen, in die hoek). Zelf kreeg ik trouwens ook een gek soort hoofdpijn, waardoor ik de voorkeur gaf aan het thema Classic en dat heb gebruikt tot ze het verwijderden. Om een of andere reden gaat het team van Ravelry erg slecht om met de situatie: ze bagatelliseren de klachten, beschuldigen mensen van liegen, verwijderen kritische berichten enzovoort. En ze weigeren vooral iets aan het ontwerp te veranderen, waardoor veel mensen nu de site niet meer kunnen gebruiken. Het is heel vreemd en vervelend allemaal.

Ravelry is een Amerikaanse website, een gigantische database van patronen en garens. Je kunt met behulp van talloze filters patronen zoeken, die aanschaffen, je eigen projecten erop zetten met foto’s en notities, projecten van anderen bekijken, contact leggen met anderen, er zit een enorm forum bij… Het is dé website voor handwerkliefhebbers van over de hele wereld. Of dat was het in ieder geval. Ik heb al jaren een account daar, al mijn projecten staan erop, mijn patronen zijn er te koop, het zoeken naar patronen was voor mij een hobby op zich, en ik heb enorm veel gehad aan de notities en hulp en ideeën van andere mensen. De site kwam altijd over als bijzonder progressief, uitgesproken op een Amerikaanse manier. Zo waren ze erg tegen Trump en leken ze altijd zeer begaan met de LHBTIQ+-gemeenschap en Black Lives Matter. Nu lijken ze echter vooral bezig te zijn met zichzelf, waardoor ik me toch een beetje afvraag in hoeverre die andere dingen oprecht waren.

Ik weet niet zo goed wat ik nu moet doen. Op dit moment weet ik niet in hoeverre ikzelf de site klachtenvrij kan gebruiken. Er zijn hele tutorials voor hoe je je eigen content kunt exporteren. Ik heb daar weinig puf voor, en dan heb je ‘alleen maar’ je eigen content, terwijl juist de informatie van anderen zo waardevol is. Natuurlijk kun je ook elders dingen vinden, bijvoorbeeld op Instagram, maar de meer technische details vind ik eigenlijk voornamelijk op Ravelry. Andere, kleinere websites bieden momenteel niet het totaalpakket van Ravelry. Wat ga ik doen met mijn patronen? Laat ik ze daar staan, ga ik ze via een ander kanaal verkopen, stop ik daar helemaal mee? Ik weet het niet. En stel dat ikzelf de website wel weer gewoon kan gebruiken, wil ik dat dan nog, na alles wat er is gebeurd? Is het niet sowieso hypocriet, aangezien er waarschijnlijk ethisch gezien ook van alles mis is met andere websites die ik gebruik? Het liefst zou ik denk ik willen dat ze ‘tot inkeer komen’ en dat iedereen weer verder kan, maar de kans dat dat gebeurt lijkt klein.

Boeken

G. Hogesteeger en R.A. Korving – De juffrouw van de telefoon

Dit boek stond al lang op mijn lijst, maar het is uit 1993, dus niet zo goed meer verkrijgbaar. Ik bleek het wel te kunnen lenen in de bibliotheek tegen een euro reserveringskosten, want het moest uit Veenendaal komen. Ik kreeg bericht dat het voor me klaarstond, dus ik ging naar de bibliotheek om het op te halen. Het afhalen werkt bij ‘mijn’ vestiging niet zo geweldig. Er mogen drie mensen tegelijk zijn, en je moet een mandje meenemen zodat je mee wordt geteld. Eerst moet je al moeite doen om de ongebruikte mandjes te spotten vanuit het halletje, en als je dan naar binnen gaat omdat er nog mandjes zijn, blijkt steevast dat er allerlei mensen zonder mandje rondlopen. Nu is dat mandje ook best loos, aangezien je niet bepaald een grote afstand hoeft af te leggen met je boeken. Je haalt ze uit de kast, zet ze op je pasje en vertrekt. Of dat is de bedoeling. Toen ik dit boek probeerde te lenen, verscheen op het scherm de mededeling dat het niet geschikt was voor zelfservice. Er hing ook een briefje met ‘Wij zijn er wel, druk op de bel!’ of iets dergelijks, dus ik drukte op de bel en wachtte af. Al snel kwam er een medewerkster aangesjokt, die onmiddellijk zei: ‘O, dat boek uit Veenendaal, nee, daar gaat het niet mee.’ Oké, als je dat al weet, waarom zet je het dan in de afhaalkast en wacht je tot ik erachter kom dat ik het niet mee kan nemen? Ik vond het niet erg klantvriendelijk (of coronaproof). Maar goed, ze zette het toen wel alsnog op mijn pasje.

Het was zeker een welbestede euro, het was alsof ik een tentoonstelling bezocht (wat nu natuurlijk niet kan in het echt), ook doordat er veel leuke foto’s in het boek staan. Het boek is dan ook ooit verschenen in het kader van een gelijknamige tentoonstelling in het voormalige PTT Museum. Het is gewoon fascinerend, zo’n verdwenen beroep uit een totaal andere wereld. Ik vond het ook erg grappig dat er aan het eind een stukje in stond over hoe het ‘nu’ (dus in 1993) was, ook dat is anno 2021 natuurlijk totaal achterhaald. De opbouw van het boek vond ik wel wat rommelig, een aantal keer ging ik opzoeken hoe iets werkte, terwijl dat later nog aan bod bleek te komen. En ik had graag meer gelezen van/over de geïnterviewde telefonistes. Ze worden wel geciteerd, maar steeds erg kort. Daarnaast worden ze alleen anoniem opgevoerd, dus erg persoonlijk wordt het nergens. Ik had veel meer willen lezen over hun leven, maar dat zal niet de insteek van het boek geweest zijn.

Wel een domper was dat de tekst op een bepaald punt nogal antisemitisch leek, en op een ander punt homofoob. Zo was er een vrouw, Betty Biegel, die een hoge positie had bij de PTT en zich bezighield met het testen van telefonistes en het ontwikkelen van trainingen en dergelijke. De psychometrie was toen in opkomst, en het was uitzonderlijk dat een vrouw zo’n hoge positie had bij de PTT. Het ging in de tekst voornamelijk over dat het zo’n moeilijk mens zou zijn geweest, en er werd gemeld dat haar onderzoeksmethoden na de oorlog nauwelijks nog werden gebruikt. Ze is gestorven in 1943. Ze was Joods. Goh, hoe zou het komen dat er na de oorlog niets meer van haar werd vernomen? Ik vond het heel vreemd dat ze dat ze haar lot zo in het midden lieten.
En dan was er de passage die ging over meeluisteren naar gesprekken. Uiteraard mochten telefonistes dat niet doen, maar deden ze dat soms wel. Gesprekken tussen geliefden hadden de voorkeur, en dan was er nog de overtreffende trap:

Een enkele keer deed ook het toezicht mee en luisterde ‘met rode oortjes’ naar de gesprekken tussen twee lesbische vrouwen.

‘Het toezicht’ moest er onder andere op toezien dat dit niet gebeurde, maar in zo’n situatie telden de regels natuurlijk niet, moeten die lesbische vrouwen maar niet met elkaar bellen. Of zo.

Judith Koelemeijer – Het zwijgen van Maria Zachea

Dit boek had ik volgens mij alleen al eens geluisterd, voorgelezen door Hanneke Groenteman. Het was vorig jaar het geschenkboek van Nederland Leest, waar ook die schrijfwedstrijd bij hoorde. De uitgave is voorzien van wat extra informatie, Koelemeijer schrijft bijvoorbeeld over hoe het nu met de familie gaat. Heel interessant, al hadden de reacties van lezers van mij niet gehoeven.

Dit is zo’n goed boek. Het gaat over een katholieke tuindersfamilie met dertien kinderen, van wie Koelemeijer er twaalf heeft geïnterviewd (een zoon overleed jong). In 1989 krijgt hun moeder een hersenbloeding en besluiten ze samen voor haar te gaan zorgen, wat uiteindelijk jarenlang blijkt te duren. Dat verhaal is verweven met hun jeugdherinneringen. De kinderen verschillen veel in leeftijd en hebben uiteraard hun eigen kijk op de gebeurtenissen. Ik vind de opbouw heel knap en ik houd erg van haar stijl, iedereen komt zo mooi tot leven en de historische informatie is er perfect in verwerkt. Als je haar andere boeken Anna Boom en Hemelvaart nog niet hebt gelezen, moet je dat zeker ook doen. Het is makkelijk om aan te haken bij haar oeuvre, want ze moet natuurlijk veel research doen voor haar boeken. Ik weet dat ze nu bezig is aan een boek over Etty Hillesum, daar ben ik ook erg benieuwd naar.

Splinter Chabot – Confettiregen

Soms wil ik een boek erg graag goed vinden. Splinter Chabot lijkt me zo sympathiek, ik vond hem zo leuk in Wie is de Mol en dit is letterlijk en figuurlijk een knalroze boek. M. was ook behoorlijk enthousiast, en toen las ik het en viel het me toch een beetje tegen. Deels komt dat denk ik doordat ik mezelf niet echt zie als de doelgroep. Ik had het idee dat het vooral voor jongeren is bedoeld. Er wordt over gezegd dat het zo’n belangrijk boek is omdat het laat zien hoe je (zelfs) in een tolerante omgeving met je seksualiteit kunt worstelen. Tja, als dat nieuws voor je is, dan lijkt het me een goed idee als je dit boek leest. Ik vond het ook lastig om me in de hoofdpersoon (die heet Wobie, maar het boek lijkt me sterk autobiografisch getint) te verplaatsen, het was me wat te elitair allemaal, en met drank overgoten. Ik vond het zeker leuk en interessant om te lezen, het komt authentiek over, maar ik werd niet weggeblazen. Dat kwam ook vooral door de stijl. Het zijn grote letters en korte hoofdstukken, dus dat vertekent een beetje, maar het boek had van mij echt wel wat dunner mogen zijn. Het staat vol vergelijkingen, en dan is het ook nog vaak zo dat hij eerst een aardige vergelijking maakt, dan nog twee mindere en het dan nog gaat uitleggen. Het dankwoord suggereert dat het eerst nog veel erger was. Als hij dat zelf al opmerkt, dan was het waarschijnlijk inderdaad erg. En ik weet als redacteur natuurlijk ook wel dat er grenzen zijn aan hoeveel je iemand kunt laten schrappen en dat je een auteur ook niet in een mal kunt/moet proppen waar hij niet in past. Maar toch. Voor mij als lezer was het wat te veel van het goede. Ik was trouwens wel ontroerd (ja, ik houd van dankwoorden, ja, ik lees die altijd) dat hij schreef dat hij bij ‘mijn vaders hand’ altijd alleen maar moest denken aan hoe hij de hand van zijn vader vasthield als ze samen naar school liepen. Dat verwijst naar de titel van het boek dat zijn vader Bart Chabot schreef over zijn eigen afschuwelijke vader. Het raakte me, terwijl ik dat boek niet eens heb gelezen. Het kan dus ook zonder extra uitleg!

Schrijfwedstrijd

De Bibliotheek Eemland organiseerde vorig jaar een schrijfwedstrijd met het thema van Nederland Leest: Kleine geschiedenis, grote verhalen. Helemaal mijn thema en gelukkig ook mijn bibliotheek, want je moest in een bepaald postcodegebied wonen om mee te kunnen doen. Ik schrijf op dit moment erg weinig, maar hier wilde ik graag aan meedoen en je verhaal mocht ook maar duizend woorden zijn, dus dat moest te doen zijn. M. besloot ook een tekst in te sturen, dus de competitie was even weer als vanouds. Heerlijk! Uiteraard vind je in deze post mijn verhaal, maar ik maak verder weinig mee, dus ik blik ook terug op het schrijfproces, de prijsuitreiking, het jurycommentaar enzovoort.

We schatten in dat verhalen met een lokaal tintje het goed zouden doen. Het stond niet in de regels, maar het bleek wel te kloppen, in ieder geval hadden vrijwel alle genomineerde verhalen dit. Ik vond het zelf ook wel fijn om de zoektocht naar een onderwerp alvast wat te vernauwen, want het thema was nogal breed. Ik besloot ook al snel dat ik niet over mijn eigen geschiedenis wilde schrijven. Dit mocht nadrukkelijk, maar ik gebruik al vrij veel uit mijn eigen leven in mijn teksten en wilde daar nu een keer niets mee doen. En het leek me leuk om iets te schrijven op basis van historische bronnen.

Vraag me niet hoe, maar ik wist al vrij snel dat ik over het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in mei 1985 wilde schrijven. Hij heeft toen een nacht in Amersfoort gelogeerd. Onze Lieve Vrouw ter Eem, het klooster waar hij logeerde, hoorde ooit bij mijn middelbare school (toch nog een minieme persoonlijke link). Het bezoek verliep ronduit dramatisch (weinig fans op de been, veel relschoppers, veel kritiek, allerlei toestanden) en er is uitgebreid over bericht in de media. Dus dat leek me wel wat. Ik kwam er al snel achter dat ik het niet zo interessant vond om over de paus zelf te schrijven. Het leek me daarnaast ook makkelijker om over fictieve personages te schrijven, dus koos ik ervoor om het verhaal alleen te laten afspelen tegen de achtergrond van het pausbezoek. De historische details kloppen zo veel mogelijk, maar de paus komt zelf niet in mijn verhaal voor en de personen die er wel in voorkomen heb ik zelf bedacht. Ik raakte geïnspireerd door artikelen over de zusters van het klooster, waarin onder meer stond dat die eigenlijk veel te progressief waren voor de paus en dat hij daarom uiteindelijk ook maar een nacht kwam. Ik had al een vrij hardnekkige fascinatie voor nonnen, dus daar moest het absoluut over gaan. En toen ging het verhaal over een zuster en vrij plotseling ook over haar broer.

Ik vond het echt fantastisch om aan dit verhaal te werken, het was lang geleden dat ik met zoveel plezier en zo serieus aan een tekst had gewerkt. En toen het verhaal af was, was ik er ook echt tevreden over. Ik denk omdat ik eindelijk weer eens iets geschreven had en echt gemaakt had wat ik wilde maken. Ik heb het ingezonden voor de wedstrijd, en ik was blij dat het werd genomineerd, maar eigenlijk had ik al gewonnen door het te schrijven. Dat klinkt heel zoetsappig en ik denk dat ik best teleurgesteld zou zijn geweest als het geen nominatie had opgeleverd, maar zo voelde het wel. Ik heb zeker in mijn tienerjaren heel veel aan schrijfwedstrijden meegedaan en genoten van het schrijven en het ontmoeten van mensen (na een tijdje waren dat vaak ook dezelfde mensen), maar toen vond ik winnen toch belangrijker dan nu. Het scheelde misschien ook een huwelijkscrisis dat M. ook was genomineerd.

Toen de genomineerden bekend waren gemaakt, kon er worden gestemd voor de publieksprijs. Enorm campagne voeren past niet bij mij, en ik was ook meer geïnteresseerd in het oordeel van de jury. Ik heb dus wel mijn verhaal laten lezen aan wat mensen, maar verder niet echt iets gedaan. En toen begon het lange wachten op de prijsuitreiking, want de organisatie bleef maar hopen dat het live zou kunnen en het uitstellen omdat dat niet was toegestaan. Totdat ze uiteindelijk besloten om toch een digitale prijsuitreiking te organiseren.

Ik wist niet zo goed wat ik me daarbij voor moest stellen, als thuiswerker met zo’n beetje de minste ervaring met videobellen van iedereen, maar ze hadden er iets heel feestelijks van gemaakt. Iedere genomineerde ontving een grote doos met lekkers van KAdECafé (M. en ik hadden er dus twee, mjam), er was muziek van local Emma Lou, het geheel werd vakkundig aan elkaar gepraat door biebheldin Karin Horst en familie, vrienden en bekenden konden meekijken en -luisteren. Ik geef meteen toe, dat laatste leek me helemaal niks en ik was dan ook not amused toen mijn moeder de link naar de bijeenkomst ongevraagd nogal enthousiast gedeeld bleek te hebben. Dat zullen de zenuwen geweest zijn, want alle genomineerden mochten hun verhaal voorlezen en hoe trots ik dan ook ben op mijn tekst, optreden lijkt alleen maar minder mijn ding te worden.

Het kostte wat moeite om de kinderen op tijd in bed te krijgen, maar om 19.30 uur zaten we er helemaal klaar voor. En toen was het natuurlijk alleen maar superfijn om bekenden te zien deelnemen, ik voelde hun steun echt. We wisten al vrij snel dat we beiden niets gewonnen hadden, want de prijswinnaars kwamen als laatst aan de beurt om voor te lezen. En natuurlijk was dat jammer, als je dan genomineerd bent, wil je winnen ook, en uiteraard hadden we de andere verhalen al aan een grondige analyse onderworpen (dat kon doordat ze online stonden in het kader van de publieksprijs) en ingeschat dat we best een kans maakten. Maar ik vond het helemaal niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Ik genoot vooral van alle lieve reacties, van eens een keer iets anders ‘s avonds, van de heerlijke hapjes (niet alleen die avond, overigens, gezien de hoeveelheid). Het was echt alsof we even ergens anders waren.

Ik was erg blij met het commentaar van de jury. Ze zeiden dat het verhaal leven ademt en dat ze onder de indruk waren van hoe geloofwaardig en complex de broer-zusrelatie is neergezet in zo weinig woorden. Het decor vonden ze ook mooi. Hun enige kritiek was eigenlijk dat dit een te groot verhaal is voor duizend woorden. Het verdient simpelweg meer, zeiden ze. Wat ik beschouw als een enorm compliment. Niet als: je vertelt een verhaal dat niet geschikt is voor deze omvang. Maar als: we hadden nog veel meer willen lezen. Wat wil je nog meer als schrijver? Het was ook wel een opvallend statement, want tegen bijna alle andere genomineerden zeiden ze: het had strakker gekund. En tegen mij dus: het is te strak. Wat ik daarvan vind? Strak is het zeker. Dat was voor mij ook de uitdaging van deze wedstrijd. Duizend woorden is weinig. Je kunt aan mijn verhalen zien dat ik ook gedichten schrijf. Dat is in langere teksten een probleem, daarin moet de lezer ook af en toe even op adem kunnen komen en die opbouw heb ik nog steeds niet goed in de vingers, ik focus me vaak te veel op de taal en te weinig op het verhaal. Schaven aan kortere teksten ligt me beter en doe ik graag. En daarbij laat ik graag veel weg. In dit geval om binnen die duizend woorden te blijven, maar vooral ook omdat ik de lezer graag veel zelf laat invullen. Soms misschien te veel. Concreet voorbeeld: ik vertel in mijn verhaal weinig over het leven van Adriaan en benoem niet expliciet wat er met hem aan de hand is. Die ruimte had ik niet, maar ik wilde het ook niet. Dat is een heel bewuste keuze, maar als het een lezer niet lukt om dat uit het verhaal te halen, leidt dat, denk ik, tot een mindere leeservaring. Blijkbaar neem ik dan toch liever het risico dat mensen het niet begrijpen dan dat ik meer ga uitleggen. Tot op zekere hoogte dan, het is natuurlijk niet mijn bedoeling om de lezer helemaal buiten te sluiten, juist niet.

Ik schrijf in ieder geval verder, al weet ik nog niet waaraan allemaal.

#nietmijnboekenvak

Ik heb lang getwijfeld of ik iets moest schrijven over de vertaling van het werk van Amanda Gorman. Mocht je geen idee hebben waarover dit gaat: Amanda Gorman is de spokenwordartiest die heeft opgetreden bij de inauguratie van Joe Biden. De vertaalrechten van haar werk werden verkocht, en het leek uitgeverij Meulenhoff een goed idee als Marieke Lucas Rijneveld Gormans werk zou vertalen. Rijneveld is inmiddels een grote naam, ook internationaal, zo heeft die de International Booker Prize gewonnen.

Vervolgens ontstond er ophef. Rijneveld heeft geen enkele vertaalervaring en heeft zelf eerder aangegeven dat diens Engels zo slecht is dat die diens eigen boek niet eens kan lezen in vertaling. Daarnaast zijn er nogal wat verschillen tussen beide auteurs: Gorman is een zwarte vrouwelijke spokenwordartiest wier achtergrond een grote rol speelt in haar werk, Rijneveld is een witte non-binaire auteur met een totaal andere achtergrond. Diens stijl is ook compleet anders dan die van Gorman.

Aanvankelijk verdedigde Meulenhoff de keuze voor Rijneveld in een verklaring, maar de kritiek hield aan en daarop trok Rijneveld zich terug. Bij mijn weten is nog niet bekend wie nu de vertaling op zich zal nemen. Daarna reageerde Rijneveld op alle commotie met een gedicht, dat integraal werd afgedrukt voor op het boekenkatern van de Volkskrant, in meerdere talen werd vertaald (uiteraard niet door Rijneveld zelf, al was het maar omdat het gebruikelijk is om alleen naar je moedertaal toe te vertalen) en internationaal gepubliceerd.

Ik bekijk deze kwestie allereerst vanuit mijn vak, en dan valt meteen op hoe commercieel de keuze voor Rijneveld was. De bekende naam ging boven kwaliteit. Voor iemand die altijd gaat voor de beste tekst, is dat lastig te accepteren. Maar als je dan kiest voor de bekende naam, wees er dan maar gewoon eerlijk over. Doe niet alsof iedereen vanuit het Engels kan vertalen. Ik weet zeker dat Rijneveld achter de schermen geholpen had moeten worden door een ‘echte’ vertaler die slecht betaald zou worden en anoniem zou blijven. Scherm niet zo met dat Gorman en haar team de hele tijd achter de keuze voor Rijneveld zijn blijven staan. Ja, natuurlijk staan ze daarachter, die weten ook dat Rijneveld die prijs gewonnen heeft. Maar weten ze ook hoe slecht Rijnevelds Engels is? Dat die nog nooit iets heeft vertaald? Dat er in Nederland wel degelijk mensen rondlopen die op alle fronten geschikter zouden zijn? Zijn er allemaal beter gekwalificeerde mensen voorgesteld en Rijneveld, en zeiden ze toen: doe ons Rijneveld maar? Dan kun je zeggen: wie zijn wij om die keuze ter discussie te stellen? Het lijkt me echter sterk dat het zo is gegaan.

Daarnaast springt het verschil in kleur en achtergrond tussen de auteur en de beoogde vertaler natuurlijk in het oog. Al snel ging het voornamelijk daarover. En dat begrijp ik wel. Het boekenvak is erg wit, logisch dat mensen daarop wijzen, zeker wanneer een wit persoon voor de zoveelste keer ongelooflijk veel vertrouwen en krediet krijgt. Als iemand totaal niet gekwalificeerd lijkt voor een bepaalde opdracht en hem toch krijgt en aanneemt, gaan mensen zich afvragen hoe dat komt. Dit gaat over kansen, over macht. En dan lopen de gemoederen hoog op en wordt alles al snel uit zijn verband gerukt. Dan gaan mensen roepen of zwarte mensen dan ‘ook’ geen werk van witte mensen mogen vertalen (ik geloof niet dat iemand heeft gezegd: Rijneveld mag dit niet vertalen, want die is wit. Zo wel: niet mee eens). Dan wordt het non-binair zijn van Rijneveld ineens een enorm ding, want dat is ook een vorm van diversiteit! Dan gaan mensen roepen dat de mensen die kritiek hebben op de keuze voor Rijneveld gewoon jaloers zijn. Dan vinden mensen het zielig voor Rijneveld, want die is toch zo’n geweldige auteur en die bedoelt het toch allemaal zo goed. Dan duiken mensen op Gormans gedicht, kijk, ze schrijft hier toch zelf dat we onze differences aside moeten putten? Dan gaat het ineens over polarisatie en verzoening.

Het raakt mij niet direct, ik ben geen vertaler, ik ben geen zwarte spokenwordartiest, ik heb nog nooit voor Meulenhoff gewerkt, ik ken Rijneveld niet persoonlijk. Ik ken zelfs diens werk niet goed, want diens romans schijnen nogal gruwelijk te zijn, en dat is niets voor mij. Het kan voor mij prima een casus zijn zoals de casussen in colleges bij Literatuurwetenschap, die mij ooit op het spoor van dit prachtige vak zetten. Aan de andere kant, ik schrijf en ik werk in het boekenvak, dus in die zin raakt het me wel (dit klinkt misschien wat triviaal, maar toch niet trivialer dan ‘beiden ontvingen op jonge leeftijd internationale erkenning voor hun werk’, een van de argumenten waarmee Meulenhoff de verwantschap tussen Gorman en Rijneveld probeerde aan te tonen). Mijn eerste reactie op deze zaak was: als dit het boekenvak is, wil ik er niet meer bij horen. Ik ben echt teleurgesteld in bepaalde mensen en mechanismen. Maar ik weet als geen ander dat een minderheid de meerderheid nodig heeft. We moeten hier iets mee, hoe ongemakkelijk dat voor onszelf misschien ook is. Ik blijf me verzetten tegen diversiteit als synoniem voor etnische en culturele diversiteit, maar het moge duidelijk zijn dat het gebrek aan etnische en culturele diversiteit een groot probleem is.

De vele lovende reacties op het gedicht van Rijneveld vind ik bizar. Alsof die de zaak en diens reputatie daarmee gered heeft, en nog in zulke schitterende bewoordingen ook. De literatuur heeft overwonnen! Zien die mensen dan niet hoe ironisch het allemaal is? De chef Boeken die de kwestie eerst afdoet als ‘commotie die mensen met een normaal leven ontgaat’ en ‘geneuzel in de marge van social media’ en dan ineens de hele voorpagina van haar katern inruimt voor Rijnevelds gedicht. Al die mensen die riepen dat er niks van waar was dat sommige mensen meer kansen krijgen dan anderen, en dat dan de eerstvolgende kans gewoon weer naar precies dezelfde persoon gaat. Rijneveld zelf, die dit grote podium gebruikt om te schrijven dat die inziet wanneer het niet diens plek is (Margriet Oostveen stipt dit laatste aan in dit stuk, maar ik ben het verder nog nergens tegengekomen).

Wat Rijneveld kan, kan ik niet, maar toch ook weer wel.

Wijziging weigeren

Ik kom niet goed uit mijn woorden
ik heb dus makkelijk praten
ik ben zo schuw dat ik de kleinste schrik begrijp
en als het voordeel gaat naar wie het meeste twijfelt
kom maar door

het punt is alleen
bekijk de handen die nooit
opgeheven werden nog eens goed
er zitten meestal middelvingers aan

wij schrijven gedichten
kunnen we altijd nog zeggen
dat we het anders bedoelden

het punt is alleen
wij bepalen niet wanneer
die ergens achter wordt gezet

Maakwerk van februari

Ik heb niet zoveel om te laten zien deze maand. Ik heb niet zo heel veel tijd gehad om te handwerken (hallo deadlines), maar ook veel tijd verspild aan nutteloze dingen, zoals stressen over of de kinderen koude voeten zouden krijgen toen het zo koud was en vervolgens in een poging dat tegen te gaan slechts een sok half afbreien. Ik ben niet bepaald een sokkenbreier, dus zodra het qua weer niet meer nodig was, heb ik dat ding meteen weer aan de kant gegooid…

Het vest van S.
Ik heb wel iets voor een kind gebreid, want het vest van S. is af! Het duurde weer lang voor het droog was, maar het was de moeite waard, want ik had de rand en de hoeken opgespannen en het ziet er nu nog beter uit dan ik had gehoopt. S. is er blij mee, al had ze weinig zin om het aan te trekken voor de foto (dat geeft natuurlijk niet). Ik ben er best trots op dat het me gelukt is om het patroon zo aan te passen dat ik er tevreden over ben (en dat het me gelukt is om het Frans te begrijpen). Ik had er vorige maand al iets over geschreven, maar ik was dus uiteindelijk niet zo enthousiast over het patroon (nogmaals, het is een gratis patroon, dus dan moet je ook niet al te erg gaan klagen, vind ik). Je begint met de rand in de nek en die brei je twee kanten op. Leuke constructie, maar het patroon zorgde ervoor dat je heel goed zag waar ik de andere kant op was gaan breien, en dat vond ik niet mooi. De mouwboorden vond ik ook niet zo mooi, en de rand onderaan al helemaal niet, daar kwam een vreemde golf in. Ik was al bijna van plan om maar gewoon 1 recht, 1 averecht te breien als rand, maar ik ben blij dat ik toch heb geprobeerd alles rondom goed te krijgen. Met name de hoeken zijn niet perfect, maar hé, in het patroon leken de hoeken totaal genegeerd te worden, dus dit is al een hele verbetering.

Het garen komt van een vestje dat ik ooit voor mezelf heb gebreid, maar nooit droeg omdat het model niet fijn was. Het blijkt bijna dezelfde kleur te hebben als onze (veel later gekochte) bank, dus S. kan voor kameleon spelen.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Nightbook
Ik heb het garen voor mijn Nightbook binnen. Het is speciaal voor mij geverfd door Wol met Verve, ik ontving het razendsnel en het ziet er erg mooi uit. Aanrader dus! Ik heb er alleen nog niets mee gedaan. Het zit nog in strengen, dus ik moet het eerst nog allemaal op bollen winden. Nu is dat met de hand best een werkje, maar S. bood direct aan dat ik haar parapluhaspel mocht gebruiken. Dat heb ik nog niet gedaan, want geen tijd, want dringende adviezen over het beperken van bezoek, want rijangst, want… Mijn smoesjes om er niet aan te hoeven beginnen, beginnen echter op te raken, want S. is nu van plan om binnenkort langs te komen. Met haspel. Dus dan zal ik er toch aan moeten geloven. Ik weet nog steeds niet waarom ik het zo groot maak in mijn hoofd. We zullen begin volgende maand zien hoe het ervoor staat! Ik denk dat ik er ook aan moet beginnen om te zien of de kleuren goed staan bij elkaar, want daar kan ik me nog steeds weinig bij voorstellen. Ik vertrouw op de kennis van zaken van de verver, ik heb gezien dat in de sample de contrastkleur ook zeer druk is (en daar zie je in het patroon vrij weinig van), ik heb een foto van het garen in zwart-wit bekeken (een bekend trucje om te zien of het contrast groot genoeg is). En dan toch die twijfel. Ik heb echt te veel tijd om te piekeren in deze lockdown (nou ja, dan is dit nog een vrij onschuldig onderwerp). Nu wil je natuurlijk weten welke kleuren ik heb, maar het lukt me niet echt om er een goede foto van te maken. De achtergrondkleur is in ieder geval Steel Blue, donkerblauw, en de contrastkleur kan ik niet meer vinden op de website, maar bestaat uit allerlei verschillende tinten lichtblauw, met spikkels in blauw en een beetje lichtgroen.

Tubular bind off
Ik schreef vorige keer al dat ik de mouwen van mijn Trove sweater smaller had gemaakt, omdat ik zo’n kluns ben dat ik ze anders overal in zou hangen. En ik schreef dat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. Nou, die blijkt dus ook niet geschikt te zijn voor klunzen. Toen het zo koud was, heb ik goed gebruikgemaakt van mijn Trove, want die is heerlijk warm. Maar toen ik ’m op een avond uittrok, hoorde ik ineens pang! Bleek de draad geknapt te zijn in de boord onderaan. Wat een drama. Ik heb het meteen zo goed mogelijk gerepareerd, maar dat zie je wel een beetje en ik hoop maar dat het houdt. Ik houd mezelf maar voor dat ik in geval van nood altijd nog de hele bind off uit kan halen en gewoon kan afkanten. De kans dat ik snel nog eens voor deze bind off zal kiezen is wel nog kleiner geworden hierdoor!

Linnen top
Over tijd verspillen gesproken. Ik ben nu dus begonnen om te proberen iets te breien van het linnen garen dat ik had gekocht. Ik kon er geen geschikt patroon voor vinden en had geen zin om te proberen een patroon met een totaal andere stekenverhouding aan te passen. Daarop besloot ik om helemaal zelf iets te proberen (juist, alsof dat niet nog veel meer werk is). Het eerste idee werd maar niet naar mijn zin, dus nu ben ik bezig met een raglan. Raglan is op zich natuurlijk een eenvoudige (de eenvoudigste?) constructie, maar dan nog. Ik ben best blij met hoe het eruitziet tot nu toe, ik vraag me alleen af of het mij gaat passen. En dat was toch wel de bedoeling. Wordt vervolgd. Breien met linnen garen bevalt me overigens prima tot nu toe, al splijt het erg en moet je goed kijken dat je alle draadjes meepakt. En ik heb nog niet geprobeerd om draadjes weg te werken, dat schijnt lastig te zijn.

Breiend ouderschap
Ik volg het nieuws nog altijd zo min mogelijk, wat er zo’n beetje op neerkomt dat ik alleen het Volkskrant Magazine met vertraging lees. Vandaar dat M. en S. mij moesten wijzen op dit stukje van Paulien Cornelisse over ‘breiend ouderschap’. Helemaal mijn ouderschap :)

Boeken

Vandaag heb ik weer drie boeken voor je. Geen slechte score, al zeg ik het zelf.

Selma Van de Perre – Mijn naam is Selma
(vertaald uit het Engels door Rebekka W.R. Bremmer)

Voor ik dit boek had gelezen, ging ik ervan uit dat het geschreven was door een ghostwriter. Iemand die zo oud is (Van de Perre is van 1922), kan die nog een boek schrijven? Ja dus. Dat alleen al is indrukwekkend, en de inhoud is dat nog veel meer. Van de Perre beschrijft in het boek haar leven, en dan vooral haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze raakte als Joodse vrouw betrokken bij het verzet en kwam uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück terecht. Het lukte haar om haar ware identiteit geheim te houden, en ze overleefde de oorlog. Na de oorlog vertrok ze naar Londen, waar ze nog altijd woont. Ze heeft heel lang niet over haar ervaringen gesproken en schreef haar manuscript in het Engels, omdat ze het voor een internationaal publiek had bestemd en dacht dat in Nederland alles over de oorlog wel zo’n beetje bekend was. Nou, ik heb er nog niet veel van dit soort boeken over gelezen. Het is inmiddels heel bijzonder om het vanuit de eerste hand te horen, over Joods verzet wist/weet ik weinig en ook over iets als onderduiken wordt toch een iets ander beeld geschetst. Hét onderduikverhaal is natuurlijk, ook voor mij, het dagboek van Anne Frank. Het is gemakkelijk om over het hoofd te zien dat sommige mensen die ondergedoken zaten soms nog buiten kwamen, bezoek ontvingen (vaak met alle rampzalige gevolgen van dien). Van de Perre is geen uitzonderlijk goede schrijver, maar haar verhaal raakte me erg en is vaak ook gewoon… spannend? Die term voelt heel misplaatst, omdat het allemaal echt gebeurd is en zo gruwelijk is, maar toch was het dat. Daarnaast komt ze over als ongelooflijk dapper en ook vaak heel sympathiek en realistisch, zo schrijft ze veel over dat ze geluk heeft gehad, over dat ze niet begrijpt hoe het mogelijk is dat ze bepaalde dingen heeft overleefd. Over de dingen die ze altijd bij zich zal dragen. Waaronder uiteraard het verlies van haar ouders, zusje en andere familieleden, vrienden en bekenden. We mogen dit nooit vergeten. Het manuscript is vertaald door Rebekka W.R. Bremmer en die moet dat heel goed hebben gedaan, in ieder geval kwam de vertelstem heel authentiek op mij over, passend bij de leeftijd en achtergrond van de auteur.

Miriam van Tunen – Van achter de kast
Dit boek stond ook al lang op mijn lijstje, maar had ik nog niet gevonden, en toen bleek het gewoon als e-book te leen bij de bibliotheek (ik doe privé nog altijd niet zoveel met mijn e-reader). Van Tunen beschrijft hierin hoe ze uit de kast komt als lesbische christelijke vrouw en hoe ze vervolgens haar weg vindt. Dit vond ik best een heftig boek om te lezen. Natuurlijk is mij wel bekend hoe er in bepaalde religieuze kringen over homoseksualiteit wordt gedacht, maar ik heb er zelf weinig ervaring mee. Het overviel me toch weer, hoe overtuigd haar vrienden, kennissen, mensen van haar kerk zijn van hun eigen gelijk, dat ze dan zeggen: nee, maar we houden echt heel veel van je, maar deze keuze die jij maakt… Het is voorwaardelijk, en zij bepalen de voorwaarden. Dat het serieus in mensen opkomt om dan te zeggen: nou, we moesten er natuurlijk wel lang over nadenken, maar jij én je ‘chick’ (ik citeer!) zijn helemaal welkom op onze bruiloft, hoor! Alleen willen we jullie wel vragen om niet met elkaar te dansen of te knuffelen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze dat soort voorstellen doen, het begrip dat ze ervoor verwachten. Van Tunen beschrijft heel mooi hoe ze hier aanvankelijk ver in meegaat en later niet meer. Ik ben dan ook benieuwd hoe het nu met de auteur gaat (het boek is al uit 2014), zeker omdat ik begreep dat ze inmiddels ook kinderen heeft. Overigens hoef je uiteraard niet in evangelische kringen te verkeren om bepaalde dingen mee te maken als lesbische vrouw, misschien was dat ook wel wat ik er confronterend aan vond. Ja, veel dingen die ze beschrijft hebben te maken met het feit dat ze bij een strikte geloofsgemeenschap hoort. Daar zijn nu eenmaal bovengemiddeld veel mensen die anderen hun bestaansrecht willen ontnemen, of op z’n minst een grote mond hebben over hoe anderen hun leven vorm zouden moeten geven. Daarnaast is het echter belangrijk om te benadrukken dat het ook daarbuiten vaak verre van ideaal is. Veel dingen worden goedgepraat, mensen kijken weg en ook hier volgt maar al te vaak een maar. Zo schrijft Van Tunen over de dansschool (volgens mij seculier) waar zij en haar vriendin stijldanslessen wilden volgen. Dat was prima, maar misschien zouden andere vrouwen zich ongemakkelijk voelen als ze met een van hen moesten dansen in plaats van met een man, dus of ze dan niet wilden wisselen. Exact dat verzoek hebben M. en ik ook gekregen, en ik hoop dat ik daar nu anders op zou reageren dan toen. Overigens hebben M. en ik bij die dansschool met plezier een aantal jaar gedanst, wisselden we in de praktijk wel en kwamen er later zelfs meer vrouwenparen. De dansschoolhouders vond ik erg sympathiek en verder helemaal niet homofoob, maar dat maakt het nog niet oké dat ze dat vroegen. Dat maakt het niet ineens fijn om altijd op te vallen, om de blikken en de vragen te krijgen. M. en ik wonen nu ergens anders, en als we ooit weer op dansles willen, begint dit van voren af aan. En dat is dan nog slechts één voorbeeld, en ook nog iets wat we makkelijk zouden kunnen vermijden, in tegenstelling tot talloze andere situaties.
Dit is meer iets voor een aparte blog, dus terug naar het boek. Ik vond het helaas wel bijzonder slecht geredigeerd. En/of slecht geschreven. Misschien is het zelfs helemaal niet geredigeerd? Dat verbaasde me, want het boek is regulier uitgegeven. Misschien hebben ze voor het e-book per ongeluk het verkeerde bestand gebruikt? Zulk soort verklaringen ging ik zoeken, want het was echt erg. Overal spelfouten, zinnen die alle kanten op gingen, vage verhalen, mails die volledig waren opgenomen, inclusief alle fouten… Ik krijg manuscripten onder ogen die er beter uitzien dan dit boek. Voor ik er iets mee heb gedaan, bedoel ik. Hoezeer ik haar ook het beste wens en hoe graag ik lesbische auteurs ook steun, als redacteur kan ik zoiets niet negeren.

Eric van ’t Zelfde – Superschool

Ik mag graag naar Dream School kijken (ook al snap ik dat sommige mensen zich afvragen of dit de beste opzet is en of dit op tv moet). Rector Eric van ’t Zelfde is mijn favoriet, ik kan niet zo goed uitleggen waarom, maar ik heb veel bewondering voor hoe hij het doet en ik vind hem vaak hilarisch. Hij bleek een aantal jaar geleden dit boek te hebben geschreven, waarin hij vertelt over zijn carrière tot nu toe. En dan vooral over hoe het hem en zijn team gelukt is om een middelbare school in Rotterdam-Zuid uit het slop te trekken. Ik lees sowieso graag over het onderwijs en ik vond dit een interessant boek. Van ’t Zelfde hoefde mij niet te vertellen dat docent op een middelbare school een zware baan kan zijn (dat is een van de dingen die hij wil laten zien), maar over het functioneren van directies en hemzelf ben ik wel nog meer te weten gekomen. En er staan een aantal heftige verhalen in het boek, waarin van ’t Zelfde ronduit heldhaftig optreedt. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat hij het zelf heeft geschreven, maar ik ben geneigd hem te geloven, onder andere omdat hij zichzelf op andere momenten allerminst spaart. Ik vond het best goed geschreven, in aanmerking genomen dat hij geen schrijver is. Soms was niet helemaal duidelijk waar het verhaal heen ging, en hij wil wel erg graag laten zien hoeveel hij weet van Engelse literatuur. En uiteraard had ik graag meer willen lezen over zijn tijd op een Schotse kostschool (want kostschool).

Maakwerk van januari

Zo. Januari. Lockdown, dus de avonden bestonden nog meer dan anders uit handwerken. En januari, dus ik was nog helemaal gemotiveerd om m’n plannen uit te voeren. Waar dan ook steevast bij hoort om meer te bloggen en schrijven en delen, dus laten we gauw beginnen.

Wanten voor D.
Ik begon dit jaar met het breien van nieuwe wanten voor D. De babywantjes die ze droeg werden nu echt te klein en hebben geen duim, dus ze kon niets vastpakken als ze ze droeg. Ik had nieuwe voor haar gekocht, vooral omdat ik wollen wanten/handschoenen niet fijn vind in de regen, maar die bleken nog te groot. De winkels waren inmiddels weer dicht en ik besloot toen toch maar zelf kleinere voor haar te maken. Op zich goed te doen, ware het niet dat ik het voor elkaar kreeg om de steekmarkeerders voor de duim verkeerd te plaatsen, waardoor de duim iets korter en de hand iets smaller is dan bedoeld. Nou ja. Deze wanten zijn ook nog iets aan de grote kant, maar ze passen beter dan de gekochte (die heeft S. inmiddels ingepikt) en ze houdt ze vaak zowaar aan. Toen ze net af waren, riep ze steeds: ‘Mama! Passen!’ en ‘Mama maakt!’:) Ik ben ook erg blij dat ze zwart zijn, aangezien ze er al aardig wat mee door de modder heeft gezwierd.

Patroon: The World’s Simplest Mittens van Tin Can Knits (gratis)
Garen: Semilla van BC Garn (100 procent wol)
Naalden: 2,5 en 3,0 mm

Trove Sweater
Mijn Trove is eindelijk af! Ik ben vaak niet zo snel met truien breien, en met deze zeker niet, want argh, hoe kon ik, iemand die zo’n hekel heeft aan draadjes wegwerken in hemelsnaam dit patroon kiezen? Nou ja, dat snap ik op zich nog steeds wel, want het is prachtig. Maar toch. Daarnaast was ik niet helemaal tevreden over het model, dat vrij kort is en wijde mouwen heeft. Wijde mouwen zijn geen goed idee als je zo’n kluns bent als ik. Ik wilde het lijf wat langer maken, en daarom besloot ik eerst de mouwen te breien, zodat ik zeker genoeg garen zou hebben. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn, maar de mouwen leken helemaal eindeloos te duren, dus uiteindelijk was ik wel blij dat ik die niet op het laatst nog moest. Alleen had ik toen nog niets gelezen over de minderingen aan de zijkanten van het lijf (klassieke fout, niet het hele patroon vooraf doorlezen), dus had ik zelf een mindering verzonnen voor de mouwen. En wat was ik daar op een gegeven moment ontevreden over. De minderingen uit het patroon vond ik ook niet geweldig, maar die van mezelf zeker niet, en ik baalde gewoon ontzettend van de hele trui. Waarschijnlijk kwam die inzinking door de lockdown en dergelijke, maar ik twijfelde dus echt of ik de mouwen moest uithalen. De volgende dag besloot ik dat toch maar niet te doen. Gelukkig maar, want het zou echt een hels karwei zijn geweest, alleen al doordat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. En omdat er dus heel veel losse draadjes in zitten, die ik allemaal al had weggewerkt, want ik dwong mezelf steeds om dat iedere paar strepen te doen. Als ik dat voor het laatst had bewaard, zou die trui nu waarschijnlijk ergens in een hoek liggen. S. en ik hebben ’m samen gewassen en daarna heeft hij een eeuwigheid liggen drogen op zolder, waar het nu niet zo warm is, maar waar de kinderen hem niet konden slopen. En nu ben ik er toch wel blij mee, al heb ik ’m juist omdat ik er blij mee ben nog niet durven dragen. Hij is best warm, dus ik moet daar dit jaar niet al te lang meer mee wachten.

Ik ben vooral erg blij met de kleuren, die helemaal anders zijn dan in het patroon en die ik online uit moest zoeken. Het garen heb ik gekocht bij Stephen & Penelope, en ik wil er zeker meer mee gaan breien. De tubular bind off was dus nieuw voor mij. Wat een gedoe. Het effect is op zich wel mooi (behalve als je ’m nog niet zo goed kunt en besluit om ’m eerst maar eens bij de halsboord toe te passen, vol in het zicht…), maar ik weet niet zo goed of ik het alle moeite waard vind.

Patroon: Trove van Emma Ducher
Garen: Ulysse van De Rerum Natura (100 procent merino) in de kleuren Poivre Blanc, Argile, Cypres, Sauge en Genet
Naalden: 3,5 en 4,0 mm

Het vest voor S.
Ik schreef er al over in mijn plannen, ik had een vestje dat ik nooit droeg en dat wilde ik uithalen om met het garen iets anders te breien. Dat heb ik voortvarend gedaan! Dat viel nog niet mee, want ik had de draadjes niet heel netjes weggewerkt en het vestje bleek anders in elkaar te zitten dan ik dacht. Uiteindelijk bleek ik (slechts) ongeveer 450 meter te hebben, het was dan ook een erg open patroon met amper mouwtjes. Nog wel net genoeg om iets te maken voor een van m’n kinderen, maar het was best lastig om een patroon te vinden in een kleine maat voor zulk dik garen dat ik mooi vond. Uiteindelijk vond ik een Frans patroon. Waarom ook niet? Mijn Frans is niet heel goed, maar met een lijstje breitermen Frans-Nederlands ernaast ging het heel aardig. Behalve dan dat ik onmogelijk uitkwam op het genoemde aantal steken. Ik dacht eerst nog dat het aan de taal lag, maar anderen kwamen er ook niet uit. Het was een gratis patroon, dus ik kan moeilijk klagen over dat het niet perfect was, maar het was best een gedoe. Ik heb uiteindelijk aardig wat aan het patroon veranderd, vooral aan de rand. Ik vond het leuk dat die om het hele vest heen zit, maar in de nek vond ik ’m niet zo mooi en aan de onderkant al helemaal niet, want daar golfde hij heel vreemd en het patroon deed net alsof er geen hoeken in zaten. Het ligt nu te drogen, dus S. heeft het eindresultaat nog niet aangehad, maar het lijkt best goed gelukt (foto’s volgen). Het garen kan helaas niet in de wasmachine, dus ik vraag me af hoelang het overleeft, maar S. is er nu in ieder geval heel enthousiast over.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Over garen dat niet in de wasmachine kan gesproken, M. heeft de enige trui die ik voor haar heb gebreid per ongeluk in de wasmachine gegooid. Helemaal vervilt en gekrompen. Ik was zo teleurgesteld toen ik daarachter kwam, het was zo niet nodig geweest. Als iemand die zelf niet breit weet hoeveel werk en tijd er in zo’n trui gaat zitten, is zij het wel, dacht ik, en het voelde echt alsof het haar niks kon schelen. Ook al was het per ongeluk, ja. Zucht.

Verder ben ik druk bezig met allemaal nieuwe plannen. Ik haak nog steeds af en toe balletjes van acryl die ik uiteindelijk in een kussen wil verwerken (maar dat wordt een langetermijnproject). En ik heb garen gekocht voor mijn Nightbook! Ik vind het heel spannend, terwijl… het is maar breien, en zoals S. ook al zei: sinds wanneer laten wij ons tegenhouden door nieuwe technieken? Ik ga het gewoon proberen. Het wordt voor mij de eerste trui die volledig in twee kleuren is. De Trove is natuurlijk ook in meerdere kleuren, maar daarin zit een heel andere techniek, waarbij je nooit twee kleuren tegelijk gebruikt in een toer. Ik heb nog maar weinig ervaring met colorwork. Wel in wat dubbelgebreide projecten, maar ook dat werkt anders, daarbij is het vrij gemakkelijk om de draden goed op spanning te houden, omdat je twee kanten tegelijk breit. Ik heb het garen nog niet in huis, maar ik heb het na een tip van S. gekocht bij Wol met Verve, en het is speciaal voor mij geverfd omdat ze niet op voorraad hadden wat ik wilde. Zo tof, zo’n leuk contact ook gehad, ik fleurde er helemaal van op. Tot nu toe zeker een aanrader! Omdat het handgeverfd garen is, zal ik de strengen moeten afwisselen (daardoor vallen eventuele kleurverschillen minder op), wat ik ook nog nooit eerder heb gedaan. Ik ben heel benieuwd, ik ben gevallen voor deze trui zodra ik er foto’s van zag, dus hopelijk wordt het wat.
Daarnaast heb ik linnen garen gekocht omdat ik iets voor de zomer wil breien, maar daar ben ik nog niet zo mee opgeschoten. Het is donkergrijs en ik vind het heel mooi, maar het is ook iets dunner dan ik dacht, en daardoor heb ik nog geen patroon gevonden dat me aanstaat. Ik zoek verder, of misschien dat ik toch zelf iets ga proberen (zou de eerste keer zijn). Ik ben ook weer actief bezig met het patroon voor de deken die ik voor mijn neefje heb gemaakt. Zeker nu lukt het vaak niet om daaraan te werken. Het kost heel wat tijd, en ik vraag me ook steeds af wie er in vredesnaam op zit te wachten, maar ik wil het toch graag afmaken. Om meer te kunnen doen met patronen, moet je immers wel patronen hebben.

Boeken

Hanny Michaelis – Lenteloos voorjaar
(oorlogsdagboeken, bezorgd door Nop Maas)

Ik weet niet meer waarom ik deze dagboeken wilde lezen, ik denk dat ik er een keer een goede recensie over heb gelezen. Ik ken het werk van Michaelis eigenlijk niet, en wat ervan werd geciteerd in haar dagboeken sprak me niet echt aan. De dagboeken zelf vond ik wel mooi, al was het een hele zit (meer dan 900 pagina’s). En dit is alleen maar het eerste deel, en een selectie ook nog. Ik denk dat het tweede deel (De wereld waar ik buiten sta) nog interessanter is, omdat dat de periode verder in de oorlog beslaat. In deze dagboeken, uit 1940 en 1941, is alles nog redelijk normaal, zeker aan het begin, ook al is de familie Michaelis Joods. Hanny (ze is 18, 19 in deel 1) klaagt veel over haar ouders, ze hebben vrij veel ruzie. Dat raakte me, omdat haar ouders de oorlog niet hebben overleefd en dit dus hun laatste tijd samen is. Het is hoe dan ook vervreemdend om de dagboeken te lezen, omdat Hanny natuurlijk van de andere kant van de oorlog komt dan wij. Zij weet niet wat er nog gaat gebeuren.

De bezorger vertelt niet op basis waarvan hij dagboekfragmenten heeft geselecteerd. Een paar keer begreep ik zijn keuze niet helemaal, dan schreef Hanny bijvoorbeeld dat ze naar een feestje zou gaan en was het verslag van het feest zelf niet opgenomen. Maar ik heb de rest natuurlijk niet gezien, dus misschien zijn daar redenen voor. Het gaat wel écht heel veel over de jongens die ze leuk vindt en wat haar dromen zouden kunnen betekenen. Sowieso viel me op hoeveel ze zich bezighield met dat soort zaken. Het analyseren van dromen, maar zeker ook grafologie. En zo serieus ook, alsof het een echte wetenschap betreft (zo werd het toen misschien ook nog gezien?). Ze laat ook regelmatig haar handschrift door haar vader analyseren, dat je denkt: Eh, hij is je vader, je woont met hem in een huis, het is niet heel bijzonder dat hij dingen over je kan zeggen die kloppen… Maar verder kwam ze wel sympathiek op me over, slim, grappig en lekker stellig, zoals pubers dat ook in de jaren veertig al konden zijn.

Marian Rijk – Polderpioniers

Ik lees echt weinig fictie momenteel. Ik weet niet, het kan me niet zo boeien. Toen de bibliotheken nog open waren, kwam M. thuis met dit boek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar een goed geschreven familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis gaat er altijd wel in. En dat is dit zeker. Marian Rijk schrijft over haar eigen grootouders en andere voorouders, maar ze laat zichzelf niet voorkomen in het boek. Haar grootouders krijgen uiteindelijk een boerderij toegewezen in de Wieringermeerpolder. Dat lijkt erg op het verhaal dat Eva Vriend schetst in Het nieuwe land (dat gaat over de Noordoostpolder, maar ook in dat boek gaat het over grootouders van de auteur, en ook in dat boek is er sprake van een zeer strenge selectieprocedure). Verder gaat het boek ook over familieleden van nog langer geleden, waardoor het boek ook gaat over de negentiende eeuw. De negentiende en de twintigste eeuw zijn sowieso mijn favoriete eeuwen om over te lezen. Dit is een boek over het leven van gewone mensen, en die worden van dichtbij beschreven, alsof de auteur er zelf bij is geweest. Waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw (want ze kan simpelweg niet weten wat die mensen ooit tegen elkaar hebben gezegd), maar wel fijn om te lezen en ook heel toegankelijk. Ze verwacht niet dat je voorkennis hebt en de historische informatie is op een prettige manier met het verhaal verweven. Aanrader!

Dolf Verroen – Niemand ziet het
(Met illustraties van Charlotte Dematons)

Zoals M. steeds zegt: iemand die boven de negentig is en nog steeds in staat is om een boek te schrijven, verdient respect. Hoe dan ook.
In dit boek gaat Dolf Verroen terug naar 1947. Hij schrijft over de dertienjarige Victor, die weet dat hij op jongens valt, maar dat aan niemand durft te vertellen. Het is dan ook 1947. En dat geloofde ik ook echt, waarschijnlijk is het een voordeel dat de auteur die tijd heeft meegemaakt. Het boek is volgens mij ook geïnspireerd op zijn eigen leven, zij het niet puur autobiografisch. En de stem is apart, de stijl is heel eenvoudig, met korte hoofdstukken, maar niet erg modern, wat heel goed bij de beschreven tijd past. Ik was onder de indruk, al wist ik me niet goed raad met sommige clichés (moest Victor nu echt zo bezig zijn met kleding?) en viel het einde me wat tegen. Ik had het idee dat het verhaal daar pas echt begon, maar het is een kinderboek, dus het is niet meer dan logisch dat we Victor niet volwassen zien worden.

Dit wil ik maken in 2021

Dit wordt een korter lijstje dan vorig jaar. Geen eenentwintig in eenentwintig. Ik ben moe, ik ben bang, ik heb helemaal geen puf voor goede voornemens en ik heb ook geen idee wat er dit jaar wel en niet mogelijk zal zijn. ‘Als niemand van ons op de ic belandt, doen we het al beter dan vorig jaar,’ zei M. Laten we daarvoor gaan.

Ik houd het bij een lijstje van dingen die ik dit jaar graag zou willen maken, en in mijn geval gaat het dan al snel over handwerken en eten.

Eten

+ Aardpeer
Ik weet nog niet waar ik ze hier zou kunnen kopen en ook niet wat ik er precies mee wil maken, maar ze lijken me lekker.

+ Kanelbullar
En dan wel from scratch, niet van kant-en-klaar croissantdeeg.

+ Griesmeelpudding
Ik heb weleens cake gebakken met griesmeel en toen vond ik het lekker, het lijkt me leuk om een keer een traditionele griesmeelpudding met bessensaus te maken. Volgens mij heb ik ergens nog een tulbandvorm, dus misschien kan ik die gebruiken.

+ Brood
De lockdownbroodbakhype van vorig voorjaar is totaal aan mij voorbijgegaan (met twee kleine kinderen in lockdown hoef je je geen enkele illusie te maken over vrije tijd, laat staan extra vrije tijd), maar M. kreeg van een collega van haar een recept doorgestuurd voor een brood dat je niet hoeft te kneden, en dat klinkt interessant. Al zie ik nu wel dat je het in een pan in de oven moet bakken en hebben wij geen pannen die in de oven kunnen.

Handwerken

+ Nightbook
Dit patroon heb ik al gekocht. Dat doe ik meestal pas als ik echt een concreet plan heb om iets te maken, maar dit vond ik zo’n mooie trui dat ik het patroon vast heb gekocht toen de ontwerper een keer een pattern sale had. Ik brei eigenlijk bijna nooit stranded colourwork en mijn techniek is heel slecht, dus dat zou nog weleens een probleem kunnen worden. Zeker als ik voor handgeverfd garen kies, want dan kun je het beste verschillende bollen afwisselen om kleurverschil te beperken. Ik heb op dit moment nog geen geschikt garen gevonden. In andere omstandigheden zou ik waarschijnlijk met het patroon naar de Handwerkbeurs vertrokken zijn om daar iets uit te zoeken. Het blijft lastig om dat online te doen. Het plan is er, de moed nog niet echt.

+ Patroon Bridges and Beads
We zijn dit najaar de trotse tantes geworden van J. en hij heeft van mij natuurlijk een dekentje gekregen. Ik kon er helemaal niets over delen online, en toen hij het dekentje eenmaal had, is het er ook niet meer van gekomen. Het is nog steeds mijn plan om het patroon uit te werken. De naam heb ik alvast.

+ Iets voor in de zomer
Ik wilde vorig jaar al een top voor in de zomer maken, maar toen was ik druk met het dekentje voor m’n neefje en was het ineens alweer herfst en heb ik voor een trui gekozen. Ik heb wel ook de Clair Shrug gehaakt, maar dat was vooral doordat die in m’n mysterybox van Sticks & Cups zat. Heel leuk om te maken, maar niet echt iets wat ik dagelijks draag. Ik zou graag een keer iets met linnen garen breien, en dat is natuurlijk heel geschikt voor de zomer. Al heb ik dingen gelezen over hoe dat krimpt en weer groeit, en maakte zij me een beetje bang doordat ze in een vlog vertelde dat het zo moeilijk is om draadjes weg te werken in linnen (waar ik toch al een hekel aan heb). We gaan het zien. Ik heb nog geen patroon definitief uitgekozen, maar ik denk wel dat ik dat binnenkort moet gaan doen, om te voorkomen dat dit na de zomer nog steeds slechts een idee is.

+ Vestje uithalen
Ik heb nog zo’n open vestje dat ik jaren geleden heb gebreid en nooit draag. Het is dit patroon en het zit simpelweg niet goed en past niet echt bij me. Het garen vind ik nog wel aardig, dus ik hoop dat ik het uit kan halen en er iets anders van kan maken. Er zit niet zoveel garen in, maar waarschijnlijk wel genoeg voor een trui voor een kind?

+ Sandbank 2
Mijn Sandbank is denk ik het project waar ik vorig jaar met het meeste plezier aan heb gewerkt (ook te zien boven aan deze post). Ik draag ‘m nu ook heel graag, en het was gewoon een ideaal project tegen alle stress waar ik lekker lang mee bezig kon zijn. Alleen het opspannen was lastig, maar dat is uiteindelijk ook best goed gelukt. Kortom: ik wil er nog een. Ik denk dat ik Coast van Holst ga uitproberen, dat garen lijkt dezelfde samenstelling en dikte te hebben als het garen van mijn eerste Sandbank (Organic 350 van Hjertegarn), maar is verkrijgbaar in veel meer kleuren. En laten we wel wezen, de stekenverhouding is bij dit patroon niet heel belangrijk.

Dit lijkt me wel genoeg, al heb ik ook nog genoeg andere ideeën. Zo ben ik geïnfluencet door Tommi en wil ik nu ook een Mazzy Cardigan. Ik heb hier nog steeds een punch needle set liggen waar ik nog niets mee heb gedaan, en ik ben begonnen met het haken van balletjes om hopelijk eindelijk eens mijn voorraad acryl wat te verkleinen. Ik wil er een kussen van maken, mocht ik ze nog terug kunnen vinden nadat de kinderen ermee hebben gespeeld.

Ik ben benieuwd wat ik aan het eind van het jaar zal hebben gemaakt!