Dochter (28)

Het is nu zoveel zichtbaarder dat ze bezig is met dingen verwerken. Ze vertelt ‘verhalen’. Toen er een pakje was bezorgd, wees ze naar de doos en vervolgens op de deur: ‘Open.’ Naar de vloer toen ze gevallen was. Aan M. vertelde ze dat ze aan het drinken was door ‘drinken’ te gebaren en te zeggen en op mijn borst te wijzen. Ze speelt dingen na, laat pop Zoë slapen en Aap drinken uit haar beker.

Veel klinkt hetzelfde, maar toch kunnen we vaak wel onderscheid maken tussen apen, schapen, slapen en gapen en happen. Tussen open en opa. Daarnaast brabbelt ze ook veel. Ze zegt heel vaak ‘oké’ (dat zullen wij dus wel vaak zeggen) en heel schattig ‘hatsjoe’ als er iemand niest.

M. doet sinds een tijdje aan pilates, en nu gaat S. steeds op handen en voeten staan en dan hoopt ze dat iemand haar aankijkt tussen haar benen door. Zoveel liefde als M. dan ook de ‘downward facing dog’ doet en S. begint te giechelen.

Ik probeer oog te hebben voor wat zij misschien graag ziet, ook als ze er niet bij is. Het is best een goede blik, mild en open.

Ze begrijpt zo veel. Ze trok me mee naar haar borduurwerk toen ik ‘Wielen van de bus’ voor haar zong. Ze gebaart ‘Waar?’ als we haar vragen om iets te pakken of aan te wijzen wat ze niet kan vinden.

Ze zwaait enthousiast naar werkelijk iedereen als ik haar ophaal van de crèche. Laatst gingen drie meiden die vast al bijna vier worden binnen bij het raam staan om terug naar haar te zwaaien. Terwijl ze haar kind op de fiets zette, hield een moeder een verhaal dat ik niet kon verstaan, maar dat eindigde met: ‘Slim bedacht van mama, hè?’ Waarop S. heel stellig ja riep en de moeder moest lachen en zei: ‘Fijn, die bevestiging.’

Er zijn momenten waarop ze enorme driftbuien heeft. Een ochtend waarop ze naar de crèche moest wilde ze niks. Geen schone luier, geen broek aan, geen sokken aan, geen schoenen en vooral geen jas. Ik telde tot honderdduizend, en liet haar toen toch maar even in de gang liggen krijsen, omdat ik totaal niet tot haar door kon dringen en niet wist wat ik anders moest doen. Het werd al snel stil. ‘Wil je nu dan wel je jas aan?’ Met zo’n dramatische laatste snik: ‘Ja!’ En ze werkte toen ook ineens wel mee. Meteen maar flink geknuffeld om het goed te maken. En niet eens mijn geduld verloren, ik kan het dus wel. Vervolgens wilde ze op de crèche niet mee naar de groep en ‘ontsnapte’ er een jongetje toen ik te lang in de deuropening bleef staan. Hij en S. hielden een poppenwagenrace in de gang en hadden de grootste lol…

Met eten maakt ze er vaak een enorme zooi van. Vooral haar placemat is in trek, ze schuift ermee over te tafel zoals zo’n gokmachine op de kermis, in de hoop dat dingen daardoor binnen handbereik komen (eigenlijk best slim). Ze gooit hem op de grond en is er al meerdere keren over uitgegleden omdat wij hem niet op tijd weer hadden opgeraapt. Ze kan ook enorm knoeien met haar open bekertje. Eerst dachten we dat ze dat überhaupt niet zelf vast kon houden. M. was even weg en S. en ik gingen theedrinken. S. gebaarde en zei ‘thee’ en pakte zo haar beker om eruit te drinken. Hoe vaak ik niet tegen haar zeg: ‘Dit gelooft mama M. dus straks weer niet.’

Ze geeft soms aan dat ze gepoept heeft, dus we besloten eens op te zoeken wanneer je eigenlijk kun beginnen met zindelijkheid stimuleren. Tussen de 18 en 20 maanden was ideaal, lazen we, want dat is nog voor je kindje in de nee-fase zit. Daar zit S. al zo’n beetje haar hele leven in, maar goed. Het lijkt me erg goor allemaal, dus ik hoop vooral dat we haar aan de wc-verkleiner kunnen krijgen. We laten haar soms meegaan naar de wc met ons, omdat we haar niet alleen kunnen laten en in de hoop dat ze dan vast een indruk krijgt van wat de bedoeling is. In de badkamer hebben we een kastje met aan de ene kant de wc en aan de andere kant een soort betegelde verhoging waar een buis onderdoor loopt. Ik zat op de wc en S. ging aan de andere kant van het kastje zitten. Om kiekeboe met mij te spelen :)

Muziek op schoot is nog steeds een beetje een verzoeking, maar de laatste keer dat ik er met haar heen was, gedroeg S. zich eigenlijk heel goed. Ik zei nog ‘weet aan wie je dit geeft’ tegen de moeder naast me toen ze een of ander attribuut aan S. doorgaf, maar het viel reuze mee. Niet dat ze nu ineens braaf iets in het zakje stopte dat de juf haar voorhield (‘We ruimen alles op, we ruimen alles op’ zingend, want zo gaat het), maar ze liet mij wel dingen inleveren en was dit keer niet hysterisch aan het huilen, zoals een ander kind. Ik geloof dat het me geruststelt als S. zich daar niet het ‘allerslechtst’ gedraagt. Op de terugweg naar de fiets wel omgelopen zodat ze de driewieler niet in het oog zou krijgen.

Over driewielers gesproken, m’n moeder en P. hebben zo’n fietsje met een duwstang op de kop getikt. Het is knalroze en S. kan er natuurlijk nog niet op fietsen, maar dat gezicht van haar als ze erop zit. Zo trots, haha.

M. kreeg het ultieme bewijs dat S. in haar ook een moeder ziet; S. dook op haar af, wees op haar vest en zei: ‘Open? Drinken?’ Je zou zeggen dat ze na praktisch anderhalf jaar wel weet waar ze het wel en niet kan halen (reken maar dat ik het af en toe zou hebben overgedragen als dat kon!).

Dochter (27)

Zoveel te vertellen dat ik maar even een extra aflevering inlas (voor zover er enige regelmaat in zit).

We waren bij mijn schoonvader en daar ging ze, aan de hand tussen mijn schoonvader en zijn vriendin in, op naar de speeltuin. Zo bizar dat ze nu zomaar ergens heen kan lopen en dingen kan doen. In de speeltuin waren allemaal ‘grote jongens’ (zo moeten ze er in haar ogen toch hebben uitgezien, ze waren misschien zeven) aan het schreeuwen en vechten. S. trok zich er niets van aan. Ze vond alles leuk, het wipding, het huisje en vooral de glijbaan (daar ging ze samen met ons vanaf, want die was nog best hoog). Ze was nergens bang voor en het was zo leuk!

Op de crèche hebben ze in de gang een speeltoestel met een trapje, loopbruggetje en glijbaantje. Ik wist eerst niet dat ze daar al op kon klimmen, maar dat heeft ze nu ook ontdekt, ik krijg haar amper nog naar de groep of naar de deur. Eerlijk gezegd hoeft ze van mij ook niet meteen mee, want ik vind het veel te grappig hoe ze van de glijbaan gaat, ‘woeoeoe’ roepend.

Maandag was nog wel even eng. Vlak voor ik haar kwam halen was ze hard op haar achterhoofd gevallen. Ze valt zo vaak, maar het punt was dat ze daarna een bloedneus had gekregen. Dat vonden de leidsters vreemd. Ik ben zelf ontzettend goed in me zorgen maken, zeker ook over gezondheidsdingen, dus toch maar even de huisartsenpost gebeld. De assistente vond het niet zo alarmerend (zeker niet toen ze S. op de achtergrond flink hoorde roepen; met de levendigheid zat het nog wel goed), maar ze zei wel dat we haar goed in de gaten moesten houden. Bloed uit haar oor zou een slecht teken zijn, en we moesten haar toch voor de zekerheid maar even wakker maken als we zelf naar bed gingen. En dan ook echt checken of ze goed wakker was, ‘laat haar maar even een vraag beantwoorden’. Eh, mevrouw? Ze is zestien maanden, ze zegt nog bijna niets. ‘O. Maar sommigen kunnen bijvoorbeeld wel iets aanwijzen.’ O ja. Dat kan ze inderdaad wel. Dus toen moest ze de zebra en de aap aanwijzen op het borduurwerk dat mijn schoonmoeder voor haar heeft gemaakt (en dat ein-de-lijk op haar kamer hangt). Dat vond ze natuurlijk helemaal niet leuk, en wij vonden het ook heel sneu om haar wakker te moeten maken, maar ze deed het uiteindelijk wel en ging daarna zowaar weer slapen, dus toen waren we erg opgelucht. En beseften we weer even hoe ontzettend dankbaar we mogen zijn dat ze gezond is.

Dinsdag had ik bedacht dat we wel even naar een speeltuintje in de buurt konden gaan. Ik wilde daarna nog boodschappen doen, dus ik besloot de buggy mee te nemen. In de buggy zitten bleek een activiteit op zich, ik kon haar nauwelijks uit de buggy krijgen, van haar had dat hele speeltuintje niet gehoeven :) Uiteindelijk heeft ze er nog wel even gespeeld, maar ze vond de grote ronde schommel een beetje eng.

In de midweek bungalowpark met mijn tante en zusje (hoera) hopen we voor het eerst te gaan zwemmen met S. Het is er eerder nog niet van gekomen, ik zie ook best op tegen het gedoe, maar op zo’n park kun je het makkelijker uitproberen, omdat het zwembad dan zo dichtbij is. Ik had alvast een badpakje voor haar besteld, en dat moest ze even passen. Ze vond het fantastisch (en het paste gelukkig ook prima). Ik snap niet hoe ze de link legde, maar ze ging gelijk staan springen naast haar badje, dat ik nog moest opruimen. En ze ging keihard krijsen toen ze het weer uit moest. Ik ben benieuwd hoe het uiteindelijk zal gaan.

Ze zei een soort zin. Ze praat nog erg onverstaanbaar, maar wij weten natuurlijk wel een beetje hoe ze dingen uitspreekt en ze ondersteunt wat ze zegt met gebaren. De zin was: ‘Meer drinken, ja?’ Ze gaf ook vast het door haar gewenste antwoord.

We zijn met haar naar de kapper geweest. Het was eigenlijk niet heel nuttig, veel is er ook niet af, maar goed, het was wel verantwoordelijk van ons. En het viel me mee dat het door kon gaan, want op weg naar de kapper krijste ze de hele boel bij elkaar. Maar toen we er eenmaal waren vond ze het allemaal wel interessant en wilde ze zelfs in haar eentje in de stoel zitten, op een dik kussen en met een Goofy-mantel om. En dan haar jasje, uiterst serieus aangenomen door de kapster en weggehangen. Er kon later geen twijfel over bestaan welke van haar was. Ik doe nu soms een knipje in haar haar, dan lijkt ze pas groot.

Ze heeft van mijn tante een stoeltje gekregen. Ze schuift het het liefst de hele kamer door alsof ze aan het schaatsen is, maar soms gaat ze er ook op zitten (en soms komt ze dan klem te zitten met haar benen onder de armleuningen…). Van C. kreeg ze een oude Random Reader, in de hoop dat ze dan minder interesse zou hebben in onze afstandsbedieningen en apparaten. Het werkt deels, de oude telefoon die M. als wekker gebruikt blijft toch ook wel heel interessant. Ze ziet ons niet veel telefoneren, maar ze loopt wel altijd met die Random Reader aan haar oor door het huis. En als ze dan ook nog op dat stoeltje gaat zitten, zakenvrouwtje hoor.

Yoghurt eten gaat nu beter, ze is niet meer zo hysterisch als haar bakje leeg is. Ze eet grotendeels zelf (we houden wel een tweede lepel in de aanslag om snel yoghurt van haar schortje te kunnen schrapen en geloof me, dat is nodig). En er is een heus ritueel ontstaan: we kondigen aan dat het op is, als het op is doen we ‘lepelmaatjes’ (met de lepels tegen elkaar tikken), dan stapelen we de bakjes op en legt zij de lepels erin, en dan is het klaar. Af en toe denk ik wel: Wat als ze gaat denken dat iedereen het zo doet? :)

Ze is nog steeds gefascineerd door mijn horloge. Nu stroopt ze steeds haar mouwen op, wijst op haar lege pols en zegt dan heel stellig: ‘Nee.’ (En M. heeft haar ook al op haar enkels zien wijzen, haha). Nee, S., dat klopt, jij hebt geen horloge. En dan wil ze het mijne weer zien.

Ze heeft nog erg veel moeite om speelgoed te delen. Gisteren kwamen M. en L. (11 maanden) op bezoek, en S. raakte helemaal overstuur zodra L. ook maar in de buurt kwam van haar speelgoed. Je zou zeggen dat ze wel aan andere kinderen gewend is, aangezien ze ook naar de crèche gaat, maar blijkbaar is het voor haar totaal anders in haar eigen huis, bij haar eigen speelgoed. Lastig!

Speelgoed inleveren is ook nogal een ding, zo blijkt vooral bij Muziek op schoot. Want dat is nu dus begonnen. S. is twee keer geweest, een keer met M. en een keer met mij. Heel leuk om samen met S. echt iets te doen, maar ik ben nog niet zo heel enthousiast over de juf. Ze is wel vriendelijk en ze gaat best leuk met de kinderen om, maar ik vind dat ze haar zaakjes niet zo goed op orde heeft. Ze kwam de eerste les meteen te laat (extra vervelend omdat het toen extreem koud was en iedereen dus buiten stond te blauwbekken), ze weet namen niet, haalt ze door elkaar of spreekt ze verkeerd uit, dat soort dingen. En dat lacht ze dan allemaal maar een beetje weg. Ze zal misschien gewoon een beetje chaotisch zijn, maar het komt nogal ongeïnteresseerd op me over. Nu had ik sowieso al wat issues met het hele gebeuren (we hadden natuurlijk ook al het mailtje aan M. waarin ik aangeduid werd als ‘uw man’…). M. ging dus vorige week eerst, maar ik was wel meegefietst omdat M. niet wist waar het was en het lastig vindt om S. op de fiets te tillen en zou dan tussendoor boodschappen gaan doen. Dat was achteraf gezien niet slim, want ik bleef dus alleen achter terwijl iedereen lekker naar binnen ging en het vloog me ineens enorm aan. Ik voelde me zo buitengesloten, ik was zo jaloers op ouders die ‘gewoon’ met een moeder en een vader zijn, ik kon alleen maar denken: ik zal nooit echt iets voor mij en S. alleen hebben (alsof je daarvoor een bepaald geslacht moet hebben, maar goed), ik zal altijd slechts een van de moeders zijn. Ik wilde er eigenlijk al helemaal niet meer heen, ook omdat M. iedereen al kende en ik niet. Maar M. kwam het de tweede keer niet goed uit en verzekerde me dat echt niet iedereen meteen beste vriendinnen was geworden vorige keer en het had me aanvankelijk toch leuk geleken, dus toen ging ik toch maar. De vorige keer had S. schijnbaar vooral bij het raam gestaan, dit keer deed ze wel wat meer mee in de kring. Er waren twee nieuwe kindjes en niemand vroeg wie ik dan was. We zongen liedjes met vissenwashandjes, gekleurde sjaaltjes, schudeitjes en trommels. Dat was leuk, afgezien van het feit dat S. die attributen telkens niet wilde inleveren. En de meeste andere kindjes wel. Ik was gewoon blij toen bleek dat een ander kindje aan het eind van de les nog steeds rondliep met twee van die schudeitjes, want ik vond het best gênant. Al die kinderen deden alles netjes terug in zakjes en tassen als de juf dat vroeg, maar S. drukte het stevig tegen zich aan en zei ferm: ‘Nee.’ En een keer keek ze me daar toch vuil bij naar de juf! De juf maakte er geen probleem van en probeerde haar steeds af te leiden met iets nieuws, wat vaak ook lukte, en dan ruimde ik het oude maar snel op, maar als ze dat nieuwe dan weer op moest ruimen, was het hetzelfde liedje! Maar ja, misschien is dit daarom juist heel leerzaam voor haar en ze deed wel echt goed mee met die eitjes. Ze schudde ze ook niet als dat niet ‘mocht’, dat verbaasde me. Voordat we terug naar huis zouden fietsen had ze nog wel een enorme woedeaanval omdat ze een of andere driewieler die daar stond niet mee mocht nemen. Ze bleef hysterisch huilen, het was nogal gevaarlijk, want ze wist haar armen zelfs los te wurmen uit de riempjes van het zitje toen ik haar daarin had gezet, dus ik kon gewoon echt niet wegfietsen. Ik wist even niet wat ik moest doen, maar gelukkig hield ze er na een paar minuten ook weer mee op.

Ik schreef al eerder dat ze een boekje vaak nog even ‘door wil nemen’ nadat we het haar hebben voorgelezen. Gisteren lazen we Over een kleine mol… van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch (wel toepasselijk met dat buikgriepje van haar, mijn hemel, maandag had ze zelfs reservekleren van de crèche aan omdat alles vies geworden was, het speet me voor de leidsters) en toen deed ze dat ook. Ze bleef ook echt even hangen bij de bladzijden met de koe, het paard en het varken en maakte het bijbehorende geluid/gebaar. Om de een of andere reden ontroerde het me erg.

Nieuwe gebaren zijn ‘baby’ en ‘bloem’. ‘Baby’ gebaarde ze zelfs zonder bijbehorend beeld, toen we het alleen maar hadden over het kraambezoek dat M. zou gaan afleggen (we moeten echt gaan oppassen met wat we zeggen!). Ze houdt van baby’s. Vaak volgt er dan ook nog een vertederd ‘aaaaah’ en wil ze foto’s aaien. Ze was ook nogal in haar nopjes met de eerste foto van H. van mijn vriendin C. Ook hij werd geïdentificeerd als baby. Zelf ben ik nog steeds vooral vaak blij dat zij er geen meer is.

Dochter (26)

Ze heeft ontdekt dat knikken ‘ja’ betekent. Nu knikt ze vaak heel nadrukkelijk om uit te proberen of het nog steeds zo is.

Als een boek uit is, wil ze het vaak zelf nog even doorbladeren, alsof ze het verhaal nog even een keer doorneemt. Na het verhaaltje voor het slapengaan geeft ze een knuffel en wil ze naar bed worden gedragen.

Ze is sowieso wat knuffeliger dan eerst. Ze zwaait overal naar iedereen en toen leidster T. vroeg of ze nog een knuffel kreeg voor we weer naar huis gingen, gaf S. die meteen. Ik wist niet wat ik meemaakte. Ze is trouwens ook begonnen met kusjes geven. Superschattige kushandjes als ze me uitzwaait. Een gewone kus is ook erg schattig, maar niet per se aangenaam, aangezien ze denkt dat ze zich daarvoor op je moet storten met haar mond wijd open. Verder wil ze vaak ook graag over mijn buik aaien en over haar buik geaaid worden. Dan zie je haar kijken: wat jammer dat ik een romper aanheb.

Het gaat goed met haar op de crèche, al gaat het nu wel steeds over hoe erg ze van klimmen houdt en dat ze weer ergens af gevallen is. Ze gaat meestal meteen lekker spelen als ik haar breng, maar is ook erg blij als ik haar weer kom halen. Ik heb haar bij het halen al aangetroffen in een poppenbedje en in de ‘babytuin’ (een afgescheiden gedeelte van de groep met dikke matten op de vloer, waar baby’s kunnen spelen zonder onder de voet te worden gelopen). Er waren toen geen baby’s en de leidster verzekerde me dat S. er steeds zelf in ging. Waarschijnlijk om duidelijk te maken dat ze haar er niet in opsloten. Ik geloof dat het S. vooral om het leuke kleine deurtje met spiegels erop te doen was. Maar ze zet ook gerust een wipstoeltje in een hoek om daar eens fijn in te gaan chillen, ze hadden blijkbaar een andere ouder er ook al van moeten overtuigen dat ze S. niet in de hoek hadden gezet. Ze benaderen het nooit als iets negatiefs dat ze zo haar eigen gang gaat, ik vind het fijn dat ze die ruimte krijgt.

Laatst was er een ouderavond over hoe ze daar werken en daar ben ik heen gegaan. Ik had meteen de eerste vraag van de quiz fout omdat ik niet wist met welke methode ze werken (Piramide), dus het was nuttig, haha. Ze hadden al eerder om toestemming gevraagd om te mogen filmen op de groep, zodat ze die avond konden laten zien wat voor activiteiten ze zoal doen. Dat was heel leuk, vooral de peuteractiviteit waarbij ze verschillende plastic flesjes moesten matchen op basis van het geluid dat de inhoud maakte. S. was niet te zien bij de activiteiten, maar wel in het filmpje daarna over de dagelijkse rituelen. Ik zag haar heel serieus aan tafel zitten. Na het eten werden er washandjes uitgedeeld. S. wilde erg graag een washandje hebben. Zodra ze er een kreeg, ging ze erop sabbelen…

Helaas begint haar placemat van het aap-noot-mies-leesplankje af te slijten (S. knoeit zoveel, hij wordt nogal intensief gepoetst). Ze kent veel plaatjes en gebaren: aap, mies (poes), wim (leest), zus (zit in kinderstoel en eet dus), jet (speelt), teun (opa :)), gijs (boer), lam (schaap), kees (hond), weide (om de een of andere reden denkt ze dat hier een muis op te zien is), does (nog een hond), duif (vogel), schapen. M.’s collega E. kwam M. ophalen, zag de placemat en vertelde dat haar oma vroeger zo’n leesplankje had en hoe erg ze zich erop verheugd had om dat op school te krijgen. De teleurstelling toen het boom, roos, vis bleek te zijn (ze is van onze leeftijd).

Ik ging met haar naar de tandarts. Met name voor haar heb ik uiteindelijk toch besloten om een tandarts in Amersfoort te zoeken. Ik ben niet zo bang voor de tandarts dat ik er nooit heen ga, maar toch wel zo bang dat ik niet bepaald stond te springen om een andere te zoeken. Ik had tot voor kort dus nog steeds een tandarts in Utrecht waar ik erg tevreden over was, maar dat was logistiek gezien natuurlijk niet heel handig. Dus nu een nieuwe, die natuurlijk niet kan tippen aan de Utrechtse, maar het leek wel oké. S. vond het maar niets dat de stoel met mij erin naar achteren ging en uiteraard dacht de tandarts dat ze een jongen was. Volgens de tandarts was het vooral belangrijk dat er geen strijd zou ontstaan over het tandenpoetsen, hij leek het al prima te vinden als S. zelf af en toe op haar tandenborstel sabbelde. Ik zet zelf liever toch iets hoger in, omdat ik het idee heb dat ze het anders nooit gaat toelaten, maar het was ergens ook wel geruststellend. Ik probeer het nu gewoon ’s ochtends en ’s avonds en het wisselt een beetje hoe dat gaat. Het helpt vaak nog steeds wel als wij ook onze tanden poetsen, als ze op een kussen van mij mag liggen of als ze in de spiegel mag kijken.

Ze kijkt bijzonder graag in de spiegel (en ze zwaait ook graag met een poetsdoek als we aan het schoonmaken zijn, dus wat zegt dit nu weer over haar/ons). Of in het raampje van de oven. Vooral als ze weer eens een of ander lintje of touwtje of mijn tas om haar nek heeft gehangen, dan gaat ze meteen kijken hoe het staat. Waarschijnlijk kwam daar die striem in haar nek ook vandaan… Ze wil soms ook het reiswiegje van pop Zoë op haar hoofd, en als het haar niet lukt, vraagt ze gewoon om hulp door ‘helpen’ te gebaren, iets te zeggen wat erop lijkt en op haar hoofd te wijzen. Wat jij wilt, S.

Ze begint meer met de Duplo te spelen. Vooral door blokjes van elkaar te trekken en deurtjes open en dicht te doen (de woorden ‘open’ en ‘di'(cht) zegt ze ook veel), maar ze is ook vaak druk met de poppetjes, de bedjes en de glijbaan. Ze maakt snurkgeluiden als het over slapen gaat en koppelt dat ook aan Zoë in haar reiswiegje en Duplo-poppetjes in bedjes.

Zelf slaapt ze nog steeds niet door. Ze gaat wel ’s avonds meestal een stuk makkelijker slapen dan eerst, namelijk zonder dat we er op een matras naast moeten blijven liggen. Die speen laten we voorlopig nog maar even… Ik sus mezelf met de gedachte dat ze hem in principe alleen krijgt als ze gaat slapen (o, en als ze het me onmogelijk maakt om haar luier te verschonen) en dat ze hem meestal ook zelf teruggooit in haar bed als ze weer aangekleed is. Ik wil in principe geen nachtvoedingen meer geven omdat ik het idee had dat ze daar alleen maar vaker wakker van werd, in de hoop dat ze dan weer wat zou krijgen. Ze is alleen vaak héél erg boos als ze het niet krijgt, en dat is ’s nachts extra moeilijk. Ze is ook nog steeds vaak erg boos voor het eten. Koken is lastig als er een krijsende dreumes aan je benen hangt. Soms lukt het om haar af te leiden met reepjes paprika en stukjes cherrytomaat, maar laatst had ze gezien dat er tomaatjes op het aanrecht stonden en ging ze daar alleen maar harder van krijsen. Ze houdt nogal van cherrytomaatjes.

Ze loopt steeds beter en is graag buiten, speelt graag buiten. Ik moet er nog erg aan wennen dat ze steeds verder kan lopen. Ze wil de laatste tijd ook steeds niet in de kinderwagen.

Maandag had ik mede daardoor een paniekmoment. Ik moest haar naar de crèche brengen (waar de fotograaf kwam, dus ik had ook nog meer dan anders het idee dat ik daar op tijd een enigszins presentabele S. moest afleveren). Toen ik de fiets uit de schuur haalde, bleek het achterwiel ineens aan te lopen tegen het spatbord, maar aanvankelijk had ik niet door dat dat het was en was ik alleen maar bezig met: O nee, het wiel draait niet, nu kan ik niet fietsen. Dan maar met de kinderwagen. Dat duurt natuurlijk langer en de kinderwagen heeft een lekke band. Je kunt er nog wel mee rijden, maar uiteraard minder goed en sowieso zijn de banden nogal versleten, doordat we ze niet vaak genoeg hebben opgepompt en dat hebben we niet vaak genoeg gedaan omdat er een autoventiel op zit, we geen geschikt pompje hebben en we meestal wel andere dingen aan ons hoofd hadden dan bij een fietsenwinkel of tankstation die banden op te laten pompen. Ik had eerder de indruk gekregen dat ik vrij gemakkelijk bij de babywinkel een nieuw setje banden zou kunnen kopen, maar toen ik daar heel dapper zonder M. met de auto, S. en de kinderwagen naartoe was gegaan, bleek zo’n setje peperduur te zijn en ook nog eens pas weken later te kunnen worden geleverd. Daar baalde ik erg van. En maandag wilde S. dus ook absoluut niet in de kinderwagen. Ze snapte niet waarom ze ineens niet meer op de fiets mocht (ik had haar al in het zitje gezet voor ik erachter kwam dat ik niet met de fiets kon rijden), ze overstrekte zich en ging compleet door het lint. En ik kreeg haar dus niet in de kinderwagen. Pfff, ik wist echt even niet meer wat ik moest doen en schreeuwde terug. Uiteindelijk kwam het heel snel goed, want daarna besloot ik toch nog een keer te kijken of we niet toch op de fiets konden, boog het spatbord recht en toen kon het gewoon, maar het was even moeilijk.

Op dinsdag wilde ze weer niet in de kinderwagen en besloot ik dat ik de kinderwagen mee zou nemen en dat ze dan wel een stukje mocht lopen naar het winkelcentrum. Ik dacht dat ze op de hoek van de straat wel moe zou zijn, maar ze vond het fantastisch (ze hield ook goed mijn hand vast) en dus waren we ineens al zowat in het winkelcentrum voor ik besloot dat ze nu toch echt in de kinderwagen moest, omdat ik onmogelijk boodschappen zou kunnen doen met haar aan de hand en de kinderwagen. Volgende keer moet ik misschien zonder kinderwagen gaan zodat ik haar in een winkelwagentje kan zetten. Uiteraard wilde ze op dat moment nog steeds niet in de kinderwagen, dus dat was me even een scène midden op straat. Een vrouw riep nog meelevend dat haar kinderen vroeger precies zo waren, maar niet hoe ze dat destijds had opgelost.

Een van de nieuwste gebaren die ze doet is ‘boodschappen doen’. Dat vindt ze een leuk gebaar (ikzelf eigenlijk ook wel, het is alsof je geld rondstrooit). Ik vind haar zo lief als ze heel serieus wil helpen met boodschappen opruimen.

Op woensdag kreeg ik een appje van mijn schoonmoeder dat het niet gelukt was om S. in de kinderwagen te krijgen en dat ze maar in de tuin gingen spelen in plaats van boodschappen doen. Op donderdag besloot ik S. wederom op de fiets naar de crèche te brengen. ’s Avonds kreeg ik bericht dat de nieuwe wielen van de kinderwagen onderweg waren.

Op vrijdag was mijn moeder jarig en droeg S. haar mooie vest dat opa en oma voor haar mee hadden genomen van vakantie. Op zaterdag werden de nieuwe wielen bezorgd. En besloot ik toch de rode Koelstra-buggy die ik op Marktplaats had gezien aan M. te laten zien. Ik haat mezelf als ik te veel geld uitgeef aan de verkeerde dingen. Maar goed, het lijkt me nog steeds handig om ook een buggy te hebben, zeker nu ze steeds groter wordt en meer loopt en deze zag er echt nog goed uit en werd dichtbij aangeboden voor een paar tientjes. De woonkamer van de aardige mensen bij wie we hem op gingen halen zag eruit alsof er een speelgoedbom was ontploft, zoals kan gebeuren als je meerdere kinderen hebt en het tegen het einde van de middag is in het weekend. S. begreep niet helemaal dat we alleen de buggy gingen ophalen, en dat het dus niet de bedoeling was dat ze daar met het speelgoed van die andere kinderen ging spelen. Dus die pakte een autootje, ik legde uit dat dat niet mocht en legde het terug. Een van die kinderen: ‘Die baby maakt er een rotzooi van!’ :)

Helaas gooide ze op de terugweg in de auto ineens haar soepstengel eruit en waren we meteen weer erg bezorgd, vooral omdat de vorige overgeefepisode zo dramatisch was, toen ze zelfs water niet meer binnenhield en we allemaal ziek werden en bleven. O, en ook wel omdat ze thuis niet meer uit de nieuwe buggy wilde en we bang waren dat ze die ook onder zou kotsen… Ze at bijna niets en gaf nog een keer over, en zondag bestond voor een deel uit kokhalzend de vreselijkste luiers verschonen, maar verder is ze heel vrolijk en lijkt het tot nu toe gelukkig mee te vallen.

Plannen voor 2018: update februari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
Ik ben nog niet verdergegaan met het (tweede) fotoalbum voor S. En dat terwijl S. dol is op foto’s kijken. Met mijn moeder bekijkt ze regelmatig onze trouwfoto’s (niet mijn idee :)) en ze roept enthousiast ‘Mama!’ als ze ons ergens spot. M. is er echter wel al voorzichtig aan begonnen, dus dat is handig, iemand anders die helpt mijn doel te behalen. In het kader van herinneringen bewaren: ik ben wel inmiddels weer helemaal bij in het vragenboekje Een vraag per dag voor mama’s, waarin je vijf jaar lange elke dag een vraag kunt beantwoorden over het moederschap, je kind(eren) of jezelf. We liepen daar maanden mee achter, maar ik kan me voorstellen dat het later heel leuk is om terug te lezen. We kregen het bij S.’ geboorte van mijn tante, die niet wist dat we het in Vilvoorde al eens hadden zien liggen. Ook heel fijn: afgezien van de vraag of je kind een moederskindje of een vaderskindje is, gaat het alleen maar over moeders, dus ik kan het gebruiken zonder me buitengesloten te voelen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Dit ligt stil. Vooral omdat ik een idee kreeg voor een breipatroon en daar nu liever eerst aan wil werken. Dat kwam echter onlangs óók stil te liggen, omdat ik nogal last kreeg van mijn schouder/nek. Ik vreesde overbelasting door een combinatie van werk, handwerken en S. tillen, en redeneerde dat handwerken daarvan het makkelijkst te laten zou zijn. Ik heb zelfs een soort ‘handwerkloze week’ ingelast, maar daar werd ik vooral diep ongelukkig en gestrest van. Nu, na een flinke deadline, lijkt het zowaar weer wat beter te gaan, en ik heb besloten om een betere bureaustoel aan te schaffen, dus hopelijk is het binnenkort weer helemaal over. Met het breipatroon gaat het op zich voorspoedig, maar ik moet het uiteraard wel eerst schrijven en een sample breien, dus het duurt waarschijnlijk nog wel even voor ik echt iets kan laten zien. Ondertussen natuurlijk wel al lekker voorbarig het een en ander uitgezocht over hoe het in z’n werk zou gaan om een patroon daadwerkelijk online te zetten, want serieuze plannen op dit vlak.

Minder werken
Dit is behoorlijk goed gelukt afgelopen maand, helaas ook omdat S. een dubbele oorontsteking kreeg en dus extra veel bij mij was. Ik probeer het te nemen zoals het komt. Niet alles hoeft nu. S. heeft me nodig. Natuurlijk is het goed om aan de slag te blijven en ook zelf geld te verdienen, maar als het nu even wat minder is, dan is het wat minder. Ik heb zeker hard gewerkt deze maand, maar niet overdreven veel. Helaas wel ook veel tijd verspild aan stressen over die ene opdracht die stukliep op het beschikbare budget en die ene ontevreden auteur.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit gaat gelukkig al wat beter. Er is nog steeds van alles niet gedaan, uitgepakt, geregeld en gekocht, er komt nog steeds post aan op ons oude adres (en laatst zelfs een pakketje, maar dat was mijn eigen schuld, oeps!) maar ik voel me voorzichtig wat meer thuis. Iemand zei tegen me dat het ook toch helemaal niet leuk was om alles in een keer te bedenken en te kopen, dat het veel leuker was als het beetje bij beetje ontstond. Misschien moet ik het zo maar zien. De nieuwe hoekbank is er. Het is zo fijn dat we de ramen gewoon open kunnen doen. Ik oefen zowaar met achteruit inparkeren, zodat ik hopelijk wat minder hoef te stressen over de parkeerruimte hier.

Dochter (25)

Ze eet nog steeds zo ontzettend graag yoghurt. Ze wijst naar de koelkast als we haar vragen waar de yoghurt is. Ze wil haar yoghurt soms zelf eten en we vinden (met enige tegenzin i.v.m. de kliederzooi) dat dat dan moet kunnen, want hoe moet ze het leren als ze nooit mag oefenen? Ze draagt wel een slab met mouwen. Ze denkt helaas vaak dat ze de lepel om moet kiepen. M. zei laatst dat S. gelukkig niet meer zo overstuur raakte zodra haar yoghurt op was. Dat had ze beter niet kunnen zeggen. We proberen haar af te leiden, bijvoorbeeld door onze armen in de lucht te steken voor een soort wave of door met onze lepel tegen die van haar te tikken (‘lepelmaatjes’), we proberen haar voor te bereiden op de teleurstelling door aan te kondigen dat het bakje bijna leeg is, maar vaak is er geen houden meer aan.

Ze sjouwt het liefst de hele dag rond met de boeken over Boer Boris. De leeftijdsindicatie is vanaf drie jaar, maar ze vindt de tekeningen zo leuk en we hebben de verhalen inmiddels al zo vaak voorgelezen dat ze bij Boer Boris wil geen feest zelf al ‘Nee!’ begint te roepen als het broertje en zusje van Boer Boris weer eens iets willen vieren. Boer Boris zegt op al het vierbare (een groeiend worteltje, een pasgeboren lammetje, een jarig neefje) namelijk: ‘Nee, dat is geen reden voor een feest.’ Tot zijn nieuwe hakselaar wordt bezorgd :) We moeten maar eens op zoek naar andere delen (die zijn er), blijft het voor ons ook leuk. In een van de bladzijden zit helaas nu ook een scheur (argh, mijn arme boekenhart!), bewijs dat ze eigenlijk nog in de kartonboekjesfase zou moeten zitten.

‘Ja’ en ‘nee’ (vooral ‘nee’ dus) lijken meer betekenis voor haar te krijgen, net als ‘open’. En op de crèche schijnt ze ‘Uit, uit!’ te hebben geroepen toen ze uit de verkleedkist wilde (ze klimt nog steeds overal in, gisteravond zat ze ook ineens in haar speelgoedbak, waar ze amper in past).

We zijn bang dat ze bang is geworden voor de douche door Nog even mijn haartjes wassen. Ik heb het zelf aan haar gegeven, dus ik kan niemand de schuld ervan geven. Er is een scène waarin het konijn water in zijn gezicht krijgt en je snel je handen voor zijn ogen moet houden. Daarna wordt er wel meteen gezegd dat er niks aan de hand is, maar misschien denkt S. daardoor toch dat er iets niet pluis is. In ieder geval is ze ineens doodsbang voor de douche. Het begon ermee dat ze er absoluut niet onder wilde, maar inmiddels raakt ze ook in paniek als ze in de douchecabine in haar badje zit (dus zonder dat de douche aanstaat). Heel zielig. We laten haar nu eerst maar eens vanaf de buitenkant van de cabine zien dat er niets engs gebeurt als wij onder de douche gaan, hopelijk helpt dat.

Ze vindt het nu heel leuk om haar schoenen aan te hebben en in de tuin te zijn. Ik kan haar gerust even neerzetten terwijl ik de fiets uit de schuur haal. Onderweg houdt ze alles goed in de gaten en is ze dolblij als ze een hond of een vogel ziet. Dat gebaart ze dan ook. Ook op de crèche heeft ze voor het eerst in de tuin rondgelopen, dat vond ze blijkbaar erg leuk. Het is wennen dat ze nu op die manier naar buiten kan. Maar de tuin daar is erg mooi.

Ik baal ervan dat het nog steeds zo koud is, maar S. lijkt er niet zo mee te zitten. Ze wil haar wanten nooit aan. Ik had haar alvast in de auto gezet toen ik de ruiten nog moest krabben. Ze vond het fantastisch toen ik aan haar kant achter het ijs tevoorschijn kwam.

Ze kent al best veel dierengebaren, maar het verschilt natuurlijk hoe vaak ze ze kan gebruiken omdat ze die dieren in het echt ziet. Poes, varken, schaap, paard, konijn, olifant, zebra, vlinder… Ik vind het heel knap dat ze zo duidelijk onderscheid maakt tussen ‘vogel’ en ‘vlinder’, toch twee gebaren waarbij je met je armen moet wapperen. We doen eigenlijk maar wat, ik bedoel, de gebaren zijn officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal, maar we bedenken zelf zo’n beetje welke gebaren ons handig of leuk lijken en die zoeken we dan op (waarbij we meestal uitkomen bij de voorbeeldfilmpjes van Het Gebaar van de Dag met Emily, een ontzettend cool jong meisje dat gebarentaal gebruikt om beter te kunnen communiceren met haar zusje dat een verstandelijke beperking heeft). Ik ben er heel enthousiast over, want ik zie dat het werkt. S. kan veel meer duidelijk maken dan ze in gesproken Nederlands al kan zeggen en ik heb ook het idee dat ze ons beter begrijpt. Ik krijg er veel verwonderde reacties op. Veel mensen zijn er niet mee bekend en vinden het maar vreemd, denken dat we ons kind een taalachterstand bezorgen door te gebaren in plaats van tegen haar te praten of vermoeden dat we het doen omdat we dove mensen in onze omgeving hebben. Ik was altijd al geïnteresseerd in gebarentaal en dovencultuur, maar ik ken geen dove mensen en kan me nog steeds amper uitdrukken in hun taal, want ik ken alleen wat losse gebaren. Ik spreek ook gewoon tegen S., voor alle duidelijkheid, die voor zover we nu weten prima hoort (ze testen trouwens al in de eerste week of baby’s iets kunnen horen, tegelijk met de hielprik). Ik ondersteun wat ik zeg alleen met gebaren en beschouw dat als een verrijking. Nou ja, het geeft ook verder niet, toen S. nog helemaal niet reageerde op de gebaren heb ik ook wel momenten gehad dat ik dacht: Gaat dit ooit effect hebben of maak ik mezelf alleen maar belachelijk? Ook de oma’s van S. waren trouwens aanvankelijk best sceptisch, maar zijn nu helemaal om en dragen regelmatig gebaren aan die wij nog niet kennen :)

Het gebaar voor ‘mama’ was het eerste gebaar dat ze kende (dat woord kan ze al wel ook zeggen). Je tikt daarbij twee keer met je vlakke hand tegen je wang. Laatst zag ze M. en mij samen en tikte ze enthousiast met allebei haar handen tegelijk tegen haar wangen. Alsof ze begreep dat ze zo meervoud aan kon geven.

Ik ben nu minder ongerust als ze weer een of andere ‘tic’ lijkt te hebben ontwikkeld. De vorige (snuiven, ‘de centenbak’) zijn namelijk ook vanzelf weer overgegaan. Ze haalt nu ineens vaak haar schouders op.

‘Sjok, sjok, sjok, achter moeders rok’ vindt ze nu erg leuk, al moet ik eerlijk bekennen dat ze ook vaak hysterisch aan mijn benen hangt, vooral aan het einde van de dag. M. kende het niet, het stelt ook niet veel voor: ik loop door de kamer en S. loopt achter me aan terwijl ik haar handjes vasthoud. Ze houdt van liedjes (zoals vrijwel alle kinderen, volgens mij). Ze vraagt soms ook om ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ door naar haar hoofd te grijpen en iets in de richting van ‘Hoooooofd’ te zeggen op de juiste toonhoogte. Ze zingt op haar manier ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’ (‘Neeee! Boe, boe!’, ze is duidelijk goed in dingen die ‘nee’ bevatten). We hebben een cursus Muziek op schoot gevonden voor in het voorjaar. We hadden al langer bedacht dat we zoiets wilden doen, maar S. was er nog niet oud genoeg voor. Het lijkt ons allebei leuk, dus we wilden graag weten of we afwisselend met S. mee konden komen, of misschien zelfs met z’n drieën. De juf had het in haar mailtje aan M. alweer over ‘uw man’. Zucht.

Als ik iets probeer te zeggen over wat ik lastig vind aan twee moeders zijn, reageren mensen vaak in de trant van: ‘O, maar dat is toch niet zo erg?’ Omdat de voorvallen op zich gelukkig ook niet zo erg zijn. Geen discriminatie (of erger), maar onnadenkendheid en misverstanden. Het is geloof ik vooral de frequentie, en dat ik al min of meer verwacht dat ik dingen zal moeten uitleggen of rechtzetten. Het gaat van oprechte interesse tot pure sensatiezucht, maar het is nooit vanzelfsprekend.

In de supermarkt zagen we leidster M. van de oude crèche. Ze was daar met haar eigen dochters en ze reageerde heel enthousiast. Ze wist nog naar welke crèche S. is vertrokken en legde aan haar dochters uit dat ze S. op de groep had gehad toen die ‘nog een baby was’. Ze heeft S. leren kennen met 3 maanden en ik snap dat het verschil tussen 3 en 15 maanden groot is, dat vind ik zelf ook, maar het klonk toch gek.

Ze wil nu vaak met boodschappen doen de scanner vasthouden en als dat niet mag (het mag nooit) m’n boodschappenbriefje. Dat mag op zich wel, al heeft ze het ook al eens kapotgescheurd voor ik klaar was. Ik probeer haar te laten helpen voor zover ze dat al kan. Ze gooit zelf de speen terug in haar bed. De haarborstel in de la. ‘s Avonds haar speelgoed in de bak (als ze op dat moment niet volledig door het lint aan het gaan is omdat haar yoghurt op is). Op de crèche haalt ze de spullen uit haar mandje en geeft ze aan. Ook boodschappen naar de keuken brengen lukt, dan gaat ze steeds kijken of er nog iets in het mandje van de kinderwagen zit. Ze had vandaag het liefst een zak aardappelen van drie kilo meegesleept.

Ze denkt dat knopen klokken zijn. Het begon bij de knoop van mijn broek. Ook een rond ding met tekentjes erop, zoiets zal het wel zijn. Ze wordt boos als ik zeg dat een knoop geen klok is en tik-takt vrolijk verder.

Dochter (24)

Soms ben ik bang dat mensen zullen vinden dat ik opschep. Ergens kan het me ook niets schelen als dat zo is. Ik laat nog steeds alleen foto’s van haar zien als mensen er expliciet naar vragen.

We gingen facetimen met mijn moeder en ze vertelde welke boekjes ze voor S. uit de bieb had geleend. Er zat een boek over een schaap bij. Ineens komt S. aanlopen met haar eigen boekje waar een schaap op staat (dit, dat ze van L. kreeg). O, en ze gebaarde ook ‘paard’ toen mijn moeder haar via de iPad uit het raam liet kijken naar het weiland waar normaal gesproken inderdaad paarden staan.

Ze lijkt te weten wat soms ergens is. Of wie, want ze gaat nu ook vaak bij het raam staan kijken of ze vogels ziet, of M. al thuiskomt van haar werk. Ook dat zou ik me natuurlijk kunnen verbeelden, maar ze gebaart erbij.

We leren haar om ‘mama’ te roepen als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. Dat wil zeggen, de moeder die haar niet aan het verschonen en omkleden is. Zoveel mensen vragen ons: ‘Maar hoe gaat ze jullie dan noemen?’ Meestal vragen ze zelfs: ‘Maar hoe noemt ze jullie dan?’ Ook toen S. nog helemaal niets zei. Mensen vinden het een interessant vraagstuk, en dat snap ik ook wel. Tot nu toe noemt ze ons allebei mama en proberen we haar ook niets anders te leren. Als mensen aandringen roep ik altijd stoer dat ze vast zelf een manier zal vinden om onderscheid te maken als dat nodig is, maar ik heb natuurlijk wel wensen. Alleen mijn voornaam zou ik jammer vinden omdat de rest van de wereld me al zo noemt. ‘Mammie’ en ‘ma’ zijn niet mijn smaak (ik ben er ook nog altijd niet helemaal aan gewend dat mijn broertje onze moeder ‘ma’ noemt, wat hij inmiddels al vele jaren doet). Iets ordinairs als ‘de mama met de grote tieten’ (degene die dit ergens online postte vond het nog grappig ook) zou ik niet toestaan (het woord ‘tieten’ an sich trouwens ook niet, en het zou fysiek gezien trouwens ook nergens op slaan). Maar goed, ze roept dus ‘mama’ als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. En dat doet ze ook als de andere moeder niet thuis is. Niet dat ze ooit zin heeft om tanden te poetsen, dat lijkt alleen maar zo. Vandaar dat er twee moeders voor nodig zijn.

J. zei: ‘Hé, ze kruipt nu helemaal niet meer, hè.’ Hè? Maar inderdaad, ze kruipt nu eigenlijk helemaal niet meer.

De afgelopen twee weken waren weer erg zwaar. S. bleek een dubbele oorontsteking te hebben en er komen volgens mij ook nog weer tanden aan. Ze kon twee dagen niet naar de crèche en de dag dat ik haar er wel heen had gebracht, belden ze al snel om te melden dat ze haar zo pips vonden. Van een slaapje knapte ze op zich wel weer een beetje op, maar inmiddels hadden we al een afspraak bij de huisarts gemaakt, dus ik ben haar toen alsnog halverwege de middag gaan halen. Ik bracht dus nog meer tijd met haar door dan normaal. Het was ook echt wel een beetje ‘ik moest nog meer tijd met haar doorbrengen dan normaal’. Ze huilde extreem veel, ook ‘s nachts, en wilde alleen maar bij mij hangen. En ze was vaak zo boos, de jam eindigde op de muur. Ik moest weer veel dingen uitstellen. M. is in loondienst en werkt in Amsterdam, en daardoor gewoon een stuk minder flexibel (al heeft ze een dag thuis kunnen werken). Daarnaast voelde zij zich ook weer een aantal dagen niet lekker. Hoe blij ik ook ben met mijn werk en hoe goed we het ook voor elkaar hebben, ik baal er soms best van dat er zoveel op mij neerkomt.

We kregen die dagen toevallig best veel bezoek. Helaas was S. dan vaak ook erg moeilijk. Bezoek confronteert me vaak extra met alles wat nu moeilijker is. Ik heb dat ook wel echt onderschat, ik dacht dat het wel mee zou vallen met het gevoel dat mijn leven voorbij zou zijn, omdat ik zo graag thuis ben. Maar we hebben ‘s avonds thuis natuurlijk ook heel lang amper iets kunnen doen en lekker even bijkomen als ik thuiskom is er meestal ook niet bij. Ik heb toch het idee dat het vaak ouders met lekker doorslapende flesvoedingkinderen zijn die het raar vinden dat ik dat zwaar vind, maar oké.

Als het wel een beetje ging met S. lazen we vooral veel boekjes. Ze wilde vooral steeds in een kartonboekje bladeren met flapjes waar dieren achter zitten. Traktatiecadeautje van R. op de oude crèche. Natuurlijk geen probleem, maar wel grappig, zit je dan met al je ‘verantwoorde’ kinderboeken. Soms keken we naar Sesamstraat, eigenlijk nog te moeilijk voor haar, maar makkelijk even op te zetten. Ze zei consequent ‘aap’ tegen Tommie. Ze begreep trouwens wel heel goed dat Frank Ieniemienie aan het voorlezen was, want toen liep ze weer ‘boek’ gebarend naar de kast.

Ze kreeg antibiotica voorgeschreven. ‘Ik weet niet wat je van antibiotica vindt?’ vroeg de huisarts in opleiding aarzelend. Tja, geen idee, ik bedoel, ik ben helemaal niet zo van de medicijnen, maar de vorige oorontsteking hadden we gemist, S. leek veel pijn te hebben en we gingen de nachten zo niet veel langer volhouden, dus dan toch maar antibiotica proberen. Ze moest het elke acht uur hebben en op zich nam ze het steeds heel braaf in (ze zullen het wel zoet maken of zo), maar het was toch elke keer gedoe om het te timen en dat spul uit dat flesje te zuigen met een spuitje. Totaal gebrek aan verpleegskills, ik. We moesten haar er soms ook voor wakker maken, al kwamen we er dankzij een tip van C. en R. na een aantal dagen achter dat dat toch niet echt hoefde, omdat het half slapend ook lukte. Het was vooral vervelend dat het vrij lang duurde voor we verbetering zagen. Maar nu is de kuur van een week dan eindelijk om en is S. weer wat levendiger en vrolijker. We hadden het advies gekregen om haar oren na een week nog een keer te laten controleren, dus dat hebben we gedaan. De huisarts bij wie we dit keer een afspraak hadden leek dat complete onzin te vinden, maar de oren waren weer bijna helemaal in orde, dus dat was mooi.

Donderdag kon ze wel weer naar de crèche, dat was fijn. S., een kindje van haar leeftijd, kwam superenthousiast aangekropen om haar te begroeten. Dat hoofd van S. daarbij: Wat is dit nu weer? Even dimmen, S., het is nog vroeg. Ze bleek ook met succes een pannetje te hebben verdedigd toen een ander kindje dat van haar wilde afpakken. Hm, de balans tussen assertiviteit en samen delen, dat wordt nog wat!

Ik ging met vriendin C. op bezoek bij hoogzwangere vriendin C. en kwam haar bij haar ouders ophalen met de auto. Hoogzwangere vriendin C. woont tegenwoordig 80 kilometer verderop en ik had ook nog een rijangstbevorderend briefje onder mijn ruitenwisser aangetroffen, dus dit was een enorm extra ding terwijl S. zo ziek was. Ging uiteindelijk wel goed, maar veel stress. Het was dus wel fijn om voorafgaand aan de roadtrip nog heel even met C.’s moeder over andere dingen te praten. C. en haar moeder zouden de dag daarop een meezingconcert bijwonen van het Requiem van Verdi en haar moeder vertelde dat het voor haar heel bijzonder was om daar met C. naartoe te gaan, omdat ze ook naar zoiets was geweest toen ze zwanger was van C. en ze C. daar voor het eerst had gevoeld. Ik voelde S. voor het eerst toen ik een keer heel hard moest niezen.

Soms heb ik heel lang het idee dat ik iets voor Piet Snot doe en blijkt ze het uiteindelijk toch opgepikt te hebben. Zo verrassend en tof. Ik heb dat maanden gehad met gebaren, en ook met ‘beentjes eerst’ als ze van de bank af wilde klimmen. M’n schoonmoeder vond dat wij haar dat zo goed geleerd hadden. Wacht even, doet ze dat dan echt? Op de crèche beweerden ze laatst ook dat ze geen klimmer was, totdat ze in korte tijd uit het poppenbedje en van een stoel af donderde. Maar we hebben het inmiddels zelf ook gezien, ze draait zich heel bewust om. Ze denkt alleen dat ze op die manier ook van de commode af kan klimmen.

Boek van januari

Vorige maand slechts een boek (uit)gelezen. Maar wel een dik boek en de verhuizing vond plaats en waarom zou ik mezelf eigenlijk verdedigen voor mijn leesgedrag op mijn blog?

Jonathan Safran Foer – Hier ben ik
(Here I Am, vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

Extremely Loud and Incredibly Close is me dierbaar. We hebben in het nieuwe huis één boekenkast in de woonkamer staan met daarin een soort best of, en daar moest dat boek zeker tussen staan. Ik heb het ooit gekocht en gelezen toen ik een maand op Interrail was en het blies me toen echt omver. De stem van de hoofdpersoon, het verhaal, de opbouw, de vormgeving, ik vond alles even fantastisch. De vertaling van Everything is Illuminated ligt hier nog. Ik heb het ooit in het Engels gelezen en toen pakte het me minder. Maar de combinatie van mijn beheersing van het Engels en die van de hoofdpersoon uit dat boek was ook geen gelukkige, dus ik wil de vertaling nog een kans geven. Een keer. Zijn non-fictieboek Eating Animals durf ik niet te lezen, hoewel ik al weinig vlees eet, en zo kwam ik nu dan uit bij zijn nieuwste roman, die inmiddels niet zo heel nieuw meer is.

Overheersend gevoel bij dit boek: ik ben hier te dom voor. O, er zitten briljante dingen in. Hij is zó goed in gesprekken, in kinderstemmen (en de vertaalsters dus ook!). Het is vaak zo geestig. Een van de personages is druk met een Second Life-achtige wereld, en dat is ook zo knap gedaan, de chats, de details. Er was weer van alles wat ik zelf geschreven zou willen hebben. Het is zeker een goed boek, maar ook zo… politiek? Intellectueel? Joods? Alle drie wel. En dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn, maar het vergt een hoop concentratie, die ik (op dit moment) niet echt kon opbrengen.

Plannen voor 2018: update januari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
S. heeft een fotoalbum! Met daarin alleen echofoto’s, buikfoto’s (we maakten elke week een foto van mijn buik, zo leuk om te zien, zo blij dat we dat hebben gedaan) en de foto’s uit de eerste twee maanden van haar leven. Oftewel: we hebben nog een dik jaar aan foto’s liggen, er is nog meer werk aan de winkel. Ik hoop dat het vanaf nu wat makkelijker gaat, maar ik moet het nog wel doen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Voorzichtig begonnen. Binnenkort eerst maar eens garen aanschaffen. Lastig, want het is natuurlijk de bedoeling dat ik in het patroon een bepaald garen suggereer, maar zoveel weet ik er nu ook weer niet van. Maar goed, hoofd- en bijzaken. Het ontwerp is het belangrijkst, ik heb al eens met het garen gewerkt dat ik wil kopen, volgens mij zijn de kleuren goed en het is milieuvriendelijk. En het wordt een sjaal, dus de pasvorm is niet zo belangrijk als bij een kledingstuk. Proberen maar.

Minder werken
Hierin heb ik tot nu toe jammerlijk gefaald. Precies in de week van de verhuizing kreeg ik ineens allemaal opdrachten aangeboden, ik had nog werk liggen en alles ging natuurlijk weer eens veel langzamer dan ik dacht, ook door de nasleep van de verhuizing. Ik wilde zo min mogelijk werken in het weekend en ‘s avonds, maar ik kreeg het voor elkaar om zelfs in het weekend ‘s avonds te werken… Het blijft zo lastig, ik heb vaak het idee dat opdrachtgevers hopen/verwachten dat ik fulltime beschikbaar ben en dat de rest van de wereld me als thuisblijfmoeder ziet. En dat ik daar in mijn eentje tussen moet zien te schipperen. Komende maand opnieuw proberen.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit heeft nog wat tijd nodig. Ik wist al dat ik totaal geen emigratiemateriaal ben, maar ik moet er echt aan wennen om nu aan de andere kant van de stad te wonen. En ook om in een heel huis te wonen in plaats van in een appartement. De verhuizing was erg vermoeiend en we moeten nog veel uitpakken, regelen en kopen. Maar het appartement is overgedragen, het is een fijn huis en we hebben tijd genoeg. Een beetje hulp van de vaatwasser en de robotstofzuiger scheelt ook!

Dochter (23)

Ze zwaait nu vaker op toepasselijke momenten. Als er jassen aan gaan, of juist als er mensen binnenkomen. Soms groet ze er ook bij: ‘áá-haa!’

Ze heeft geen mensen of meubelstukken meer nodig om zich aan op te trekken, ze komt nu zo overeind. Ze is nog zo lenig dat ze haar handen plat op de grond kan leggen als ze staat. Ze loopt steeds beter, al rent ze niet zo snel als N. We hebben afgelopen weekend schoenen voor haar gekocht, in de speciale kinderschoenenwinkel in de stad omdat we geen idee hadden. Ze heeft nu maat 22. Het opmeten en passen vond ze best, al heeft ze er nog nauwelijks een stap op gezet. Er waren natuurlijk andere kinderen in de kinderschoenenwinkel. USP. We wonen niet meer op loopafstand van het centrum en we wilden de kinderwagen mee, dus besloten we met de bus te gaan. S. vond het om de een of andere reden verschrikkelijk in de bus, zowel op de heenweg als op de terugweg. Het was nogal confronterend. Ze was wel lief met koffiedrinken.

Ze kan het gebaar ‘meer’ nu heel goed, ze gebaarde zelfs al dat ze meer borstvoeding wilde door ‘borstvoeding’ en ‘meer’ achter elkaar te gebaren. Ze maakt er ook geluid bij, waaruit vooral blijkt dat onze stemmen omhooggaan als we het haar vragen.

Lampen hebben momenteel haar interesse. Soms moet elke straatlantaarn worden aangewezen. Ze vraagt ‘open?’ en wijst dan naar de gordijnen. Ze blijft soms heen en weer wijzen tussen mijn horloge en de klok. Tiktak, tiktak! Ze vindt het geweldig als ik mijn horloge bij haar oor houd.

Ze is heel erg bezig met boekjes (tot onze grote blijdschap, uiteraard!). Zeker nu ze alweer een paar dagen niet lekker is. Boer Boris is een favoriet van dit moment. In september schreef ik dat de verhaaltjes misschien nog wat te lang waren, maar ze vermaakt zich er nu prima mee, in ieder geval met de plaatjes. We hadden ook een telboekje uit de bieb geleend. Daardoor kent ze nu schapen en varkens, de gebaren en de geluiden. Haar gemekker klinkt vrij hysterisch. In het telboekje zit boer Boris ook in een gigantische gele machine. Hij zwaait, en S. zwaait dan terug. In een ander boek gaat Boer Boris appels plukken met diezelfde machine. Zodra S. dat zag, begon ze weer te zwaaien. Ze doet ook steeds meer mee met Nog even mijn haartjes wassen. Gisteren gebaarde ze in haar kinderstoel dat ze weer een boek wilde gaan lezen. Ze liep onmiddellijk naar de kast toen ik haar op de grond zette.

Ze kan nogal hard schreeuwen, maar doet ook mee met fluisteren als je daarmee begint. Dat is erg schattig.

M. probeert onze tuin dus te veranderen in een vogelparadijs, en heeft in ieder geval S. als kleine vogelaar. S. let heel goed op of ze vogels ziet, ziet ze vaak als eerst en roept en wijst dan. Ze kan ook het gebaar voor vogel, zelfs op de goede plek in ‘In de maneschijn’. Ze heeft een geluidenboekje met een aantal vogels, en om de een of andere reden is de koekoek favoriet. Het was niet de allerbeste keuze als verhaaltje voor het slapengaan, want ze bleef nog lang doorgaan vanuit haar bed: ‘Koekoek, koekoek!’

In het nieuwe huis moesten traphekjes komen. We hoopten eindelijk eens iets zelf te kunnen doen, maar toen bleken klemhekjes niet veilig genoeg voor boven aan een trap en moest er toch geboord worden. Ik en P. togen naar de winkel voor die hekjes. We waren er vrij snel uit, we hadden alleen nergens naar gekeken, waardoor we geen witte hekjes gekocht bleken te hebben (zoals we dachten, zoals het voorbeeld), maar ‘titaniumgrijze’. De titaniumgrijze hekjes staan veel mooier bij de trap dan de witte ooit gestaan zouden hebben. Het is fijn dat S. nu gewoon rond kan lopen boven.

We oefenen met het aanwijzen van lichaamsdelen. Het gaat al best goed: oren, neus, mond, haar, nek (ook al vindt m’n schoonmoeder dat we het haar verkeerd leren omdat we geen onderscheid maken met keel), handen, tenen, maar we kunnen voorlopig nog wel even vooruit! M. beweert dat S. in de war raakt van onze accenten en dat ze daarom ogen nog niet weet :)

Ik geloof niet dat ze al een hele nacht in haar eigen bed heeft geslapen sinds we hier wonen. Zucht. Soms slaapt ze na de eerste, belachelijk vroege voeding wel uit.

Met 14 maanden is de beruchte BMR-prik en dus weer een afspraak op het consultatiebureau. M. kreeg puur uit interesse een discussie met de arts over of ze in het been of in de arm zouden prikken omdat B. diezelfde week in zijn arm was geprikt en de arts beweerde dat ze dat nergens meer deden, maar met S. was alles in orde. Goed gegroeid en ze liet ook even zien hoe actief ze kan zijn door uitgebreid met een popje van daar te gaan zwaaien en het hele speelkeukentje leeg te trekken. Het grootste drama was dan ook niet dat ze prikken kreeg, maar dat ze daarvoor op schoot moest komen zitten. We maken nu steeds grapjes over het woord duster omdat de arts de peuter na S. daarmee complimenteerde en we gewoon zeker wisten dat zij en haar familie dat woord niet kenden.

Zondag waren we weer samen met de mensen van Samen Bevallen, het was erg moeilijk om een geschikte tijd te vinden vanwege alle verschillende slaapjes, dus het was kort en het was natuurlijk hectisch met drie lopers, een billenschuiver en een klimmer, maar het was fijn. S. klom in het loopkarretje van B. en B. duwde haar. Ze pakte speelgoed van R. af (ze begreep niet dat dat niet mocht, toch mocht het niet) en wist te voorkomen dat R. speelgoed van haar afpakte. We zagen zo ongeveer allemaal voor het eerst wat langer hoe ons kind is in het bijzijn van leeftijdsgenootjes. Dankzij de bellenblaas lukte het weer om een foto van de vijf te maken. Ergens was het ook juist heel rustgevend. Er is zoveel veranderd, maar zij weten daar alles van, zij waren erbij, daardoor kennen we hen. Het klopt voor mij als we samen zijn. Nog steeds heel dankbaar voor.

Dochter (22)

Ze loopt nu toch echt wel. Het is nog wankel en ze gaat nog vaak kruipend verder als ze valt, het is dus nog iets te vroeg voor schoenen en buiten lopen, maar ze loopt. En ze staat vooral veel meer los. Ik moet nog een beetje wennen aan de aanblik.

Ze zegt ook meer. Of misschien moet ik zeggen: ze geeft meer aan. Het is een combinatie van klanken, intonatie en gebaren. Sowieso lijkt ze ineens veel meer te begrijpen en na te willen zeggen. Het meeste is nog ‘die’, dus het is vaak ook onduidelijk wat ze bedoelt. Maar er is een zeker onderscheid. Als we zeggen dat we gaan eten, zegt ze ‘happen’ en snapt ze dat ze dan in haar kinderstoel wordt gezet. Uit de bieb leenden we Met z’n tweetjes een streepje voor van Guido van Genechten. Het is een boekje met dierenduo’s op basis van bepaalde kenmerken, zoals ‘koala en muis, met z’n tweetjes luisteren met grote oren’. Het is haar favoriete duo. Eerst zag ik haar door het boekje bladeren en naar haar oor wijzen bij de juiste bladzijde, daarna kwam ook het woord erbij: ‘owah’. O, en de aap achterop, met zijn armen omhoog. Met haar armen omhoog: ‘Aap. Jaaaaa.’ Lichaamsdelen zijn sowieso een hit. Ze wijst haar neus aan en M. probeert haar ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ te leren. Nogal ambitieus. Hoofd kent ze wel van ‘Klap eens in je handjes’ (of ‘Klap eens in de handjes’, zoals M. en de volledige schoonfamilie zeggen, misschien is dat Brabants?), maar bij schouders zuchtte ze al diep. Teen ging dan wel weer goed, daar heeft ze veel ervaring mee omdat ze altijd haar voeten op tafel legt. Of nee, legde, bij onze nieuwe tafel lukt het haar blijkbaar minder goed.

We zijn inmiddels verhuisd. Op de verhuisdag was S. bij mijn tante, en C. kwam daar ‘s middags ook naartoe. Doordat de verhuizers al om 7.30 uur zouden komen, moest ik haar heel vroeg wegbrengen. Dat was heel naar, ik was ontzettend gespannen over de verhuizing en over parkeren bij mijn tante en alles. Natuurlijk was ik de melk vergeten. Ik kolf nu niet meer bij de lunch, dus als S. dan niet bij mij is, krijgt ze gewone melk. S. en mijn tante zijn fantastisch samen en mijn tante had er duidelijk zoveel zin in. Ik wilde zo graag bij hen blijven die dag. We verhuisden en dat ging nog best soepel, al probeer ik er nog steeds van bij te komen. Aan het eind van de middag gingen we S. ophalen. Mijn tante woont tegenover een basisschool, en S. had de halve dag op een stoel voor het raam gestaan om naar de buitenspelende kinderen te kijken. Ze ziet erg graag andere kinderen. Ze had brood gegeten met een vork en mijn tante had gehoord dat ze ‘Nijntje’ probeerde te zeggen. Ik had niet gezegd dat wij dat ook dachten te horen, dus het zal dan wel zo zijn. We gingen daarna nog een pannenkoek eten met C. en mijn tante. S. at een hele kinderpannenkoek met stroop, grotendeels terwijl ze omgedraaid in de kinderstoel zat. Aan het tafeltje achter ons zaten namelijk andere kinderen. De eerste keer dat ze van ons een pannenkoek kreeg, geloofde ze niet dat ze die op mocht eten. Ze deed zó haar best om zich te beheersen met dat bord voor haar neus, we moesten zo op haar inpraten dat ze echt een stukje mocht pakken, het was gewoon sneu. Heeft ze totaal geen last meer van.

Ze gaat ook naar een andere crèche. Mijn oude buurmeisje E. werkt daar toevallig, we kregen weer wat meer contact toen zij bewust alleenstaande moeder werd. Voor S. maakt het niet uit, maar voor mij voelt het vertrouwd. Het gaat tot nu toe heel goed met S. op de nieuwe crèche, ze zeggen in ieder geval steeds dat ze zo lief, vrolijk en nieuwsgierig is. Ze eet er zelfs groente. De groepen zijn drukker dan op de oude crèche, maar dat betekent ook dat er meer kindjes van S.’ leeftijd zijn en meer leidsters. Ze klimt er graag in het poppenbedje en maandag had ze meegedaan met een activiteit bij het thema ‘kunst’: gele en blauwe verf mengen in een zakje.

Ze klimt nu zelf op haar loopwagentje (loopschaap). En valt er ook regelmatig af… Dat komt vooral doordat ze er graag schrijlings op gaat zitten. Ze gaat de laatste tijd sowieso overal op zitten. Op de bank (daar klimt ze dan ook zelf op), op haar muziekding, op haar vormenstoof, op de onderste trede van de trap, op het stoeltje van Y. op kerstavond. Ze kan het ronde blokje in de vormenstoof krijgen, en het plusje soms ook.

In het nieuwe jaar eet ze ineens vaak weer avondeten. Er was wel sprake van een dipje omdat ze dit weekend weer niet lekker was (zondagavond had ze koorts, en ik zag het alweer helemaal gebeuren dat ze maandag weer niet naar de crèche zou kunnen, net als wij allebei weer moesten werken, maar het is bij een verkoudheid gebleven tot nu toe, afkloppen). O, en dagen achter elkaar mocht alleen M. haar voeren. Het was acceptabel als M. de lepel vervolgens aan mij gaf, maar S. deed dat consequent niet rechtstreeks. We hebben een tijdje geprobeerd haar ‘s middags warm eten te geven met het idee dat ze er ‘s avonds misschien te moe voor was, maar ze kreeg door dat wij dan brood aten en dat pikte ze niet. Ze is ook lichtelijk geobsedeerd door aardappel, dus het is lastig om haar iets anders te geven als wij aardappelen eten. Maar goed, als ze maar eet.

Ze kreeg van mijn tante een pop in een reiswiegje. Het is een klein, handzaam popje, heel schattig. S. wil er tot nu toe alleen nog weinig van weten. Dat wil zeggen: ze vindt het tasje waar het geheel in zat het leukst en veegt keer op keer haar neus af aan het dekentje.

‘Op’ is op allerlei situaties van toepassing. Als ze iets opgegeten heeft. Als ze je er attent op wil maken dat ze iets bijna opheeft, zodat je vast nog iets voor haar kunt pakken/smeren/klaarmaken. Als ze genoeg heeft. Als de yoghurt nog niet in haar bakje zit. Het is een van de klanken die ze het best beheerst. Opa, open, happen, appel, helpen, het klinkt allemaal ongeveer hetzelfde uit haar mond, maar ze lijkt het te begrijpen (en ‘helpen’ kan ze bijvoorbeeld ook gebaren, dat scheelt echt). Lamp gaat ook heel goed. En geluiden natuurlijk. Van auto’s. Van schapen. Van koeien. Vooral van koeien. Zelfs op het goede moment in ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’. Soms verstaat ze ons verkeerd. Doet ze haar mond open en dicht als een vis als we zeggen dat iets vies is. Ze zei ‘aaaaaaah’ toen M. haar handen wilde poetsen.

Vandaag was zwaar. Zoals alle nachten hiervoor, was ze ook vannacht weer in ons bed beland. Soms is dat gezellig en grappig (‘Ga nog maar even lekker slapen, S., in plaats van te proberen allebei onze gezichten tegelijkertijd aan te raken.’), maar vaak is het vooral heel vermoeiend en frustrerend, bijvoorbeeld als ze vindt dat ik me niet op mijn andere zij mag draaien. Ik was thuis met haar en ze had de ene meltdown na de andere. Ik heb zelfs Tik Tak ingezet. Dat viel best in de smaak, maar stelde het krijsen slechts vijf minuten uit. Ze kneep mij steeds en ik heb nu een diepe kras op mijn wang (net nu die op mijn neus praktisch genezen is). Het is belangrijk om hoe lief en leuk ze is daar niet door te laten overschaduwen. Erover schrijven helpt nog steeds.