Dochter (13)

Een extra aflevering, omdat ik crèche-anekdotes in een apart concept aan het verzamelen was. En dat er al best veel waren.

S. gaat twee dagen naar de crèche, naar een groep met ‘kortere’ dagen: van 8.30 tot 16.30 uur. Wij vinden dat lang genoeg (ook al betekent dat dat ik haar altijd moet brengen en halen en vind ik het soms lastig met werk plannen). Natuurlijk kun je je kind in andere groepen altijd later brengen of eerder ophalen, maar dan betaal je die extra uren alsnog. Ze zit in een verticale groep (kindjes van 0-4 jaar) en is de jongste momenteel, de enige baby. En verbazingwekkend populair. Zo vroeg de moeder van L. me of dit nu ‘baby S.’ was, omdat L. het daar zo vaak over had thuis.

A. is een van de oudste kinderen in de groep en zorgt zo’n beetje als een grote zus voor S. Ze begroet S. vaak heel bewust ‘s ochtends (‘Hoi S.!’), pakt speelgoed voor haar, vertelt mij waar ik haar kan vinden als ik haar op kom halen. ‘S. is in de babybox!’ Om vervolgens daar keihard naartoe te rennen: ‘S.! Je mama is er!’ Er zijn meer kinderen die weten dat S. en ik bij elkaar horen, en om de een of andere reden blijf ik het vreemd vinden dat ze mij herkennen. Dat ze mij als moeder zien. A. meldde laatst ook dat S. nog een baby was. Ja, dat klopt. ‘Ik ben geen baby. Ik ben volwassen!’ En haast nog voor ik een correct maar ook vriendelijk antwoord had verzonnen: ‘Jíj bent volwassen!’ Best confronterend.

R. en A. waren aan het kleien en vroegen aan mij of S. mee mocht doen. Ik antwoordde dat S. daar nog een beetje te klein voor was, dat ze de klei waarschijnlijk zou opeten. In koor: ‘Ooooo, dat mag niet!’ Nee, inderdaad, daarom. Maar ze kan wel kijken! Even later: ‘Kijk, S.! Dit heb ik voor jou gemaakt!’

S.’ groep is in de zomervakantie vier weken dicht. We maakten ons wel wat zorgen over hoe het na die vier weken zou gaan, omdat ze steeds beter door lijkt te hebben dat wij haar moeders zijn en soms protesteert als we weglopen. Ik bracht S. naar de crèche en zette haar op de grond. Ze kroop naar het speelkeukentje, trok zich eraan op en keurde mij geen blik meer waardig.

Het is zeker niet alleen maar fantastisch. Ik kwam er niet huilend vandaan, maar ik vond het in het begin wel moeilijk om haar erheen te brengen. Dat gaat nu wel beter, ook omdat S. nu wat groter is, goed duidelijk kan maken wat ze wel en niet wil en onverschrokken overal tussendoor tijgert. Ik denk dat ze het dienblad met boterhammen voortaan wat verder bij haar uit de buurt zullen zetten, want ze greep er zo een nadat ze haar eigen boterham al ophad. :) Ik kan me voorstellen dat ik het wel weer moeilijker zal vinden als ze echt eenkennig wordt. De crèchegroepen zijn mooi gemengd, ik zou het fijner vinden als de inpandige peuterspeelzaal/voorschool dat ook wat meer was. Er werd na de vakantie geen enkel kindje met een ‘Nederlandse naam’ welkom geheten (ik hou zo van voornamen, maar ik weet niet hoe ik dit anders moet formuleren) op de deur. Ik vang iets te vaak gesprekken op tussen leidsters en ouders in de trant van: ‘Begrijpt u wat ik bedoel? Nee? Oké…’ Een leidster heeft dat trouwens ook al eens tegen mij heeft gezegd, doordat ze zelf zo slecht Nederlands spreekt, daar ben ik ook niet blij mee. Ik schaam me soms voor mijn vooroordelen, dat het daarom geen goede omgeving kán zijn voor S. (met haar twee moeders). Ze zijn echt wel lief voor haar. Maar goed, ze is nu nog zo klein, we hopen op ‘een echt huis’, we moeten maar zien hoe het straks allemaal is.

Er komt zo veel overleg en vertrouwen bij kijken. Ik vind het soms lastig dat ze zich overal mee ‘bemoeien’, maar ik vind het soms ook lastig om me duidelijk uit te spreken. Ik heb me wel duidelijk uitgesproken toen ze met Moederdag aan kwamen zetten met een gedichtje dat maar aan een moeder gericht was. Dat wil zeggen, nadat ik er met Moederdag zelf ineens alsnog heel verdrietig van werd (en de lieve mensen van Samen Bevallen me troostten door geweldige gedichten te appen die wel voor twee moeders waren ♡). Ze hadden er totaal niet bij stilgestaan, dit was allemaal nieuw voor hen, sommige medewerkers vonden het moeilijk om er iets over te vragen, blablabla. Soms wil ik meer schrijven over hoe het (voor ons) is om twee moeders te zijn, soms maakt het me vooral somber.

Er is een leidster die het helemaal niet moeilijk lijkt te vinden om erover te praten. Zij weet meestal wel een ‘de mama’s’ in onze gesprekjes te fietsen (Als in: ‘De mama’s gaan hun handen nog vol hebben aan jou, S.!’) Zij vertelde een keer dat ze S. niet naar bed had mogen brengen van F. en R., ze zeiden dat S. hun baby was. F. en R. zijn twee jongens, dat vond ik er extra grappig aan.

Een trui voor M. (2)

Geen zorgen, die is inmiddels af, zoals je ziet. Het blijft lastig, op een gegeven moment verlies ik vaak mijn interesse in waar ik aan werk een beetje en ga ik vooral heel veel nieuwe patronen zoeken. Er verdwijnt zeker weleens iets onaf in een bak! Op Ravelry heb je daar een mooie status voor: hibernating. Alsof je er ooit nog wel aan verdergaat. Sure… Maar projecten waar ik speciaal garen voor heb aangeschaft, heb ik tot nu toe altijd afgemaakt. Uiteindelijk. Het leek me ook wel een goed plan om dat te doen voor ik me volledig zou verliezen in mijn sterrenhemel.

In dit geval was het ook wel makkelijk om mijn interesse te verliezen, want het is niet zo’n heel interessant patroon als de ‘gather’ er eenmaal in zit. Het gaat rond en rond en rond, af en toe minder je een keer een steek en dat is het dan weer. Dat heeft ook voordelen: ik kon rustig tv-kijken of een tijdschrift doorbladeren ondertussen :) Het spannendste was nog dat ik een vrij onopvallende steekmarkeerder kwijtraakte en dat we die toen echt terug moesten vinden vóór S. hem zou vinden (en opeten). Gelukkig lukte dat bij daglicht.

Ik had van mijn schoonzus S. Eucalan gekregen voor mijn verjaardag, fijn spul! Het is een wolwasmiddel (milieuvriendelijk ook nog, schijnt) dat je niet hoeft uit te spoelen. Wassen van handgebreide items blijft toch altijd een beetje een probleem. Meestal mogen ze niet in de wasmachine en nadat de kleuren van een dekentje een keer uitliepen durf ik dat ook niet meer goed (bij wol dan, katoen kan meer hebben). Nu dus voor het eerst Eucalan gebruikt. Het ruikt heel lekker en je hoeft er maar heel weinig van te gebruiken (een theelepel op 4 liter water). S. gaf er een hele instructie bij, haha, dat ik de trui daarna in een handdoek moest rollen en eroverheen moest lopen, zodat hij alvast wat droger zou zijn. Het werkte wel!

M. wilde langere mouwen dan in het patroon, wat gelukkig makkelijk te realiseren was, omdat je die er op het laatst aan vast breit. Ik ben niet helemaal tevreden over de ‘gather’, die had misschien wat rechter en netter gekund. Maar ik vind het een leuke trui geworden, die M. goed staat!

Patroon: Polaris van Hiroko Fukatsu.
Maat: S
Garen: Bio Balance van BC Garn (ecologisch garen van 55% wol, 45% katoen) in de kleur bl107 (‘Dark old pink’). Ik had 5 strengen en heb ook de laatste streng moeten aanbreken. Ik had het dus voor een keer best goed ingeschat :)
Naalden: 3,5 mm en 3,25 mm voor de boorden.

Ik schreef hier al eerder over deze trui.

Celestarium

Wat doe je als je eigenlijk helemaal geen tijd hebt en je nog steeds niet zo goed voelt? O, dan besluit je om de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond te gaan breien. Met glow in the dark-kralen in vier verschillende maten. Ik had dit patroon al een tijd in mijn Favorieten staan, het lijkt me tof, dus het moet er maar eens van komen. Waarom niet?

Het is eigenlijk een sjaal, maar ik zou het liever ooit aan onze muur hangen. Heel veel mensen hebben hem gelukkig al gemaakt, dus ik hoef niet zelf het wiel uit te vinden. Het originele patroon gebruikt slechts kralen in een maat, die geen licht geven in het donker. Ik vind het altijd zo mooi als patronen beter worden door de community. Ik wil dan ook meteen alles. En die verschillende groottes, en glow in the dark. Mensen hebben gelukkig al helemaal uitgezocht hoe groot de verschillende sterren zijn, dat het misschien mooier is zonder eyelets (die gaatjes), hoe je kunt bijhouden waar je bent in het patroon, dat je het beste naalden in verschillende diktes kunt gebruiken.

Ik heb garen gekocht en heel internet afgezocht naar die kralen (dat alleen was al een fijne afleiding). Nu nog uitzoeken hoe de schema’s in elkaar zitten. En o ja, zorgen dat die strengen bollen worden… Geduld! Het lijkt me leuk om af en toe de voortgang van dit project te laten zien op mijn blog.

Dochter (12)

En dan zeggen ze dat je zo in het nu leeft met een baby. S. wil altijd sneller, altijd meer, geniet nooit eens rustig van een vaardigheid die ze heeft opgedaan. Ze laat soms een hand los bij het staan en loopt soms een stukje langs de tafel (vooral als daar iets op ligt wat ze wil hebben).

Ze heeft ook eindelijk een tand. Nu echt. En dus hebben we een tandenborstel voor haar gekocht. Het schijnt goed te zijn om haar zelf ook even te laten ‘poetsen’. Dat vindt ze erg leuk, ze wordt boos als je de tandenborstel van haar afpakt.

Sommige dingen vindt ze ineens heel grappig. Dat gegrinnik van haar. Ik moet mijn gedicht veranderen. Het mooiste geluid is als je dochter lacht. Op dit moment:
– Uit de lift komen.
– De klank ‘oef’.
– Als iemand lager is dan zij, bijvoorbeeld als zij in de kinderstoel zit en we haar eten van de vloer vissen.
– Als iemand in de (open) keuken is, vooral als diegene dan omhoogkomt na iets uit een kastje te hebben gepakt.

Toen we bij haar opa aten, deden we met de hele tafel de wave. Zo veel heb ik niet met voetbal, maar het is mooi dat het voor haar vanzelfsprekend zal zijn dat meisjes het kunnen. Dat je alles kunt doen wat je wilt, dat zou ik haar graag meegeven.

Ze was weer zo populair deze week. De vriend van M.’s zusje is groot fan, hij zei speciaal: ‘Leuk ook om S. weer te zien.’ Op de verjaardag van mijn tante vond iedereen haar zo lief en vrolijk. Dat was ze ook. Ze kan heel goed zelf spelen, vinden wij. Oké, ze speelt werkelijk overal mee en het ligt aan hoe interessant het speelgoed is hoeveel dingen ze gaat doen die niet mogen, maar ze kan zichzelf echt wel een poosje vermaken. Het speelgoed bij mijn tante was erg interessant, vooral ook de bak waar het in zat. Het scheelde misschien dat we er als eerste waren, maar ze huilde helemaal niet bij het zien van al het bezoek, ze huilde eigenlijk alleen toen ze uren later een beetje moe werd. O, en toen de buurvrouw van m’n tante haar ineens oppakte. Ze kan goed aangeven wat ze wel en niet wil. Ze at haar eten helemaal op, deed een power nap in haar tentje en feestte toen nog even lekker door. Thuis ging ze voor haar doen ook heel snel slapen. Dat is ook deze week weer weleens anders, zo heeft ze Dafne Schippers brons zien winnen op de 100 meter. Ik moet heel vaak tegen mezelf zeggen: Het geeft niet. Ik kan dit aan. Ik geef haar wat ze nodig heeft. Nu telt niet meer iedere minuut slaap. Nu leven we niet meer in blokken van drie uur.

Ik ging met S. naar het tuincentrum om een cadeautje te kopen voor mijn tante en het was zo leuk. Ik ben nog steeds belachelijk verbaasd als ik zoiets weer kan doen. Zo’n winkel is natuurlijk helemaal ingericht op grote karren, en dus ook op kinderwagens. En S. vond de aquaria geweldig.

Als ik een man was, zou ik vertederd constateren dat ze ‘papa’ zei. Want dat zegt ze dus. Ik vind het niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Het hoort bij haar taalontwikkeling, ze bedoelt er niets mee.

Toen we wegreden bij haar opa, waren hij en C. de straat opgelopen. Op de hoek van de straat zwaaide ik automatisch. Altijd als we vroeger wegreden bij mijn opa en tante zei mijn moeder op de hoek: ‘Zwaai nog even.’ Hoe je alles ergens weer opnieuw beleeft.

Camp NaNoWriMo: de einduitslag

Het is augustus, en dus is Camp NaNoWriMo voorbij. Ik heb mijn doel, minimaal 1000 minuten aan schrijven besteden, bereikt! Zondag de 30e al, dus het kostte uiteindelijk niet eens heel veel moeite. Het kwam wel pas goed op gang toen ik even niet werkte, maar dat is waarschijnlijk ook niet zo vreemd. Afgelopen week heb ik prompt weer heel weinig geschreven, dus tja. Doelen en deadlines werken? Nog maar even de doelen langslopen dan.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit is nog steeds het plan. De deadline voor de wedstrijd waar ik aan mee wil doen is 1 september, dus ik heb deze maand nog een hoop te doen. Ik hoop echt dat het lukt, ik ben ook echt al serieus met mijn tekst bezig geweest, maar ik schat in dat het nog veel werk gaat zijn.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Dit plan staat voorlopig in de ijskast. Er kan natuurlijk altijd iets interessants voorbijkomen, maar het hoeft even niet zo.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit is gelukt en ga ik proberen vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ook gelukt. Eerlijk is eerlijk, zonder dit punt zou het een stuk lastiger zijn geweest om die 1000 minuten te halen. Maar het was wel erg fijn. Flink wat artikelen zetten me aan het denken. Over mijn tekst, schrijven in het algemeen en zeker ook over redactie. Ik heb zelfs aantekeningen gemaakt! Zo hebben ze een serie ‘over het vak van redacteur’, geschreven door Jacqueline de Jong. Aangezien dat vak al jaren mijn vak is, ben ik niet de doelgroep. De insteek is uiteraard om (amateur)schrijvers een kijkje achter de schermen te geven. En toch lees ik die serie heel graag, ze helpt me om mijn positie te bepalen. Erg waardevol!
– Aan een nieuwe tekst werken. De tekst voor de wedstrijd dus. En ook nog wel wat andere ‘dingetjes’, maar die vallen vooralsnog in de categorie ‘van je af schrijven’ en ik weet nog niet of ze ooit een ander doel zullen hebben. Hoeft ook niet.
– Dat ene toneelstuk lezen. Daar is het nog steeds niet van gekomen. De tekst waar het voor is heeft momenteel ook geen prioriteit.

Over mijn huidige doelen kan ik kort zijn: bloggen en meedoen aan die wedstrijd!

Boeken van juli

Ruud Meijer – Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs

Dit boek vond ik in de bibliotheek in de kast met boeken van Eemlandse schrijvers (waar mijn eigen bundel ook te vinden is). Het leek me interessant en dat was het ook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het niet helemaal van voor tot achter gelezen heb. Het is best aardig geschreven, maar soms behoorlijk droge kost. Het boek is duidelijk bedoeld om te informeren, niet om te entertainen. Het is bepaald geen literaire non-fictie (zou wel erg leuk geweest zijn!). Het boek gaat over de verschillende huishoudscholen die er ooit in Amersfoort waren, hoewel vooral heel veel over eentje en dan daarna nog even kort over twee andere, omdat daar een stuk minder materiaal over te vinden was. En dat dan geplaatst in een groter verband: de positie van de vrouw, de economische situatie in Nederland enzovoort. Er komen ook vrouwen aan het woord die op de huishoudscholen hebben gezeten of er lesgaven. Een leuke toevoeging, al vond ik de interviews helaas niet al te interessant, de meeste vrouwen sommen vooral op welke akten ze hebben gehaald en uit welke omliggende dorpen de leerlingen kwamen. Ik denk dat er leukere insteken mogelijk waren geweest met dit materiaal dan deze. Ik vond het bijvoorbeeld best saai dat er veel ruimte wordt besteed aan de verschillende gebouwen en de financiële situatie van de instellingen. Maar ik vond het wel interessant om te lezen hoe het gegaan is met het huishoudonderwijs in het algemeen, hoe het eerst een opstapje was voor meisjes die anders helemaal niet meer verder zouden mogen leren terwijl het later meer iets werd voor meisjes van wie men dacht dat ze verder toch niks konden. En natuurlijk extra leuk dat alles in het boek op mijn eigen stad was gericht.

Simon Cherry – De schat van Gruizelkaak
(Eddy Stone and the Epic Holiday Mash-Up, vertaald uit het Engels door Marjolein Algera)

Dit is het eerste boek over Eddie Kei. Ik heb het tweede boek over hem mogen persklaarmaken. Ik kreeg in dat kader het eerste boek ook toegestuurd, maar kwam er niet aan toe om dat al te lezen. Ik probeer eerdere delen altijd te lezen als ik boeken uit series redigeer (of herlezen als ik die eerdere delen ook heb geredigeerd), maar in dit geval is het feit dat de hoofdpersoon in beide boeken Eddie Kei heet zo ongeveer de enige overeenkomst. En dus bleef het toch liggen. Ik was wel heel enthousiast over het tweede boek, en daardoor toch ook erg benieuwd naar het eerste. En ik vond het eerste boek misschien nog wel leuker dan het eerste. ‘Zomaar’ lezen blijft heel anders dan voor werk lezen, zeker als ik vrij ben, ik heb de vertaalster inmiddels ontmoet, er kunnen allerlei redenen voor zijn. Voor beide boeken geldt dat ze heel origineel en grappig zijn. Heel levendig ook, met kleurrijke personages (die ook in de vertaling allemaal een geheel eigen stem hebben, razend knap gedaan). Vrijwel elke pagina gebeurt er wel weer iets onverwachts of geks. Soms misschien een tikje flauw voor volwassenen, maar ik heb echt zitten grinniken. Het zijn avonturenverhalen. In dit boek logeert Eddie bij zijn oma en treft hij op een dag een piraat aan in haar badkuip. Samen met deze piraat, ‘de bemanning’ (een oud vrouwtje met een kringloopwinkel) en een pinguïn die uit een waterpark is ontsnapt (en zichzelf een rasentertainer vindt), gaat hij op zoek naar een schat.

Dola de Jong – De thuiswacht

In de jaren veertig werd dit boek door alle uitgevers afgewezen vanwege de ‘schandelijke inhoud’. Er komen namelijk lesbische vrouwen in voor. Natuurlijk kun je ervan uitgaan dat het zeventig jaar later niet zo heel schokkend blijkt te zijn allemaal. Het gaat over twee huisgenotes: een inderdaad lesbisch en de ander een zorgelijk type dat dat aanvankelijk niet doorheeft. Ergens raakte het me wel, al moest ik erg wennen aan de stijl en had ik ergens toch gehoopt dat het meer over een lesbische relatie zou gaan in plaats van over een wat kleurloze vrouw die het allemaal niet zo goed weet. Onder andere in het nawoord wordt er zonder meer van uitgegaan dat beide vrouwen lesbisch zijn, maar zelf zag ik dat toch anders. O, en het is zo’n boek met overduidelijke terugblikken in de trant van ‘toen kon ik nog niet vermoeden dat…’, daar moet je van houden. Wat me echt stoorde was dat de flaptekst iets essentieels verraadt dat pas op 7/8 van het boek plaatsvindt. Het is een boek vol overpeinzingen en dat is op zich prima, maar toch een beetje sneu om dan zo ongeveer het enige spannende gegeven (dat te maken heeft met de oorlogsdreiging) achterop te kwakken.

Dochter (11)

Ze staat! We waren nog niet gewend aan het feit dat ze kan zitten, en nu trekt ze zich ineens al overal aan op. Ze is niet kieskeurig waaraan en weet nog niet hoe ze handig weer beneden komt. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze valt. Bovendien heeft ze zichzelf een gigantische kras op haar voorhoofd bezorgd.

We zijn een paar dagen gaan logeren bij mijn schoonmoeder en dat ging best goed. S. sliep grote delen van de avonden in haar slaaptentje, terwijl ze thuis nooit vroeg naar bed kan, omdat ze dan blijft huilen. Het was fijn, maar ook weer niet, omdat ik liever thuis van vrije tijd zou hebben genoten. Omdat ik altijd bang ben dat mensen niet geloven hoe zwaar het kan zijn als S. zich in hun bijzijn voorbeeldig gedraagt. Het was vooral verwarrend. Misschien was ze moe van het spelen met al het mooie oude speelgoed van Ambi Toys. We deden niet veel. Overoma bezoeken, wandelen, winkelen, boodschappen doen (ik ben niet gewend om op te moeten letten welke kassa ik met de kinderwagen neem en kwam dus vast te zitten).

We hoopten ergens dat ze naderhand ‘gereset’ zou zijn, maar ze pakte haar oude ritme moeiteloos weer op. We denken nog steeds dat laten huilen slecht is, en dus laten we haar nog steeds niet huilen. We proberen haar nu wel als het even kan in bed te laten als we haar daarheen hebben gebracht en hopen dat we dan steeds korter bij haar hoeven te blijven. Ik vind het vermoeiend, zeker als ze steeds gaat zitten en staan. Als ze eindelijk slaapt, wil ik bij wijze van beloning niet meteen naar bed en dus gaan we te laat naar bed.

Ze zegt nu ‘ta-ta’, als een standaardbaby. En ‘dè-dè’. En pffffft. Veel pfffft. En ‘huuuuu’, als het eten niet snel genoeg komt of als ze niet weet wat ze met zichzelf aan moet (dan zwaait ze erbij met haar armen). Het zijn niet bepaald babygebaren, maar toch, ze maakt dingen duidelijk.

Eenmaal weer thuis tijgerde ze steeds naar dingen waar ze niet aan mag komen. We dachten dat het aan het speelgoed lag. Toch maar vast de vormenstoof gegeven. Ze kan er natuurlijk nog niet mee spelen zoals bedoeld, maar hij rolt en rammelt. En ze mocht iets nieuws voor de vakantie. Een houten giraf op wieltjes met een kralenspiraal eromheen. Al ben ik steeds ongerust als ze daarmee speelt, omdat zijn staart ook uit kraaltjes bestaat. Ze mag die dus niet in haar mond stoppen van mij. Dat is erg lastig, want ze wil de hele tijd alles in haar mond stoppen.

We zochten haar kleertjes uit. Het grijze berenjasje waarin ze naar huis kwam. Haar regenboogmuts (die we aanvankelijk nergens meer konden vinden). Het jurkje dat ze met kerst droeg. Haar vissenrompertje. Als ik daar nu al zo sentimenteel over ben, hoe moet dat over een paar jaar? Het was bijna maar goed ook dat er ook een praktisch probleem was om op te lossen: de gele vlekken (van de moedermelk?) die zijn verschenen terwijl we dachten alles schoon te hebben opgeborgen. Hopelijk werken de tips die we bij elkaar googelden.

Vertaler H. vroeg of ik over mijn dochter schrijf. Ze dacht van niet, dat het daarvoor nog te vroeg is. Haar man kon twintig jaar later pas een gedicht schrijven over het feit dat hun dochter in de couveuse had gelegen. Ze had gelijk, ik schrijf nog niet over S. Niet echt. Dit zijn maar aantekeningen. Zodat ik later weet hoe ik toen dacht dat het was.

Klei

Keramiek lijkt in te zijn. En je kent mij, ik volg alle trends natuurlijk op de voet en dus… Ahum. Ik en klei, het is nooit een gelukkige combinatie geweest, vraag maar aan mevrouw van de H. van handvaardigheid. Maar het valt me op dat verschillende hippe meisjes ineens pottenbakcursussen volgen en daarover bloggen. Daarvoor waren M. en ik al verslingerd aan The Great Pottery Throw Down op de BBC. We mogen ook graag kijken naar programma’s als Heel Holland Bakt en The Great British Sewing Bee (ik wacht uiteraard nog steeds op iets als Heel Holland Handwerkt), dus het was op zich geen verrassing dat we dit ook leuk vonden. Behalve misschien dat we zelf nog weleens iets bakken of wat achter de naaimachine zitten te klooien. Het mag allemaal geen naam hebben, maar we hebben er meer ervaring mee dan met pottenbakken. Misschien was dat ook juist wel wat we er zo leuk aan vonden. En zo zit je ineens te kijken naar mensen die een (werkende) wc proberen te boetseren.

Ik besloot M. voor haar verjaardag een pottenbakworkshop cadeau te geven (en dan zelf ook mee te gaan, zo egoïstisch was ik wel). We hebben die met nog wat mensen gevolgd bij Werfklei in Utrecht en het was erg leuk en gezellig, aanrader. Zoals verwacht was het ook erg moeilijk. In anderhalf uur bereik je zonder enige ervaring niet veel, maar ik vond het tof om het eens uit te proberen en het viel me uiteindelijk nog mee hoeveel we zelf konden doen. Je ziet dat ik toch meteen al een geheel eigen stijl heb, haha. Mijn werkstuk was het scheefst, maar ook het hoogst. Karakteristiek, zullen we maar zeggen.

Dit heeft allemaal niets met schrijven te maken, maar ik heb nu al een paar keer gelezen dat je als schrijver eerst moet zorgen voor materiaal. Voor klei, een homp taal waarmee je kunt werken. Ik weet niet wie dat het eerst bedacht, maar het spreekt me erg aan. Ik vind het lastig om als ik schrijf niet meteen ook te gaan redigeren. Logisch misschien, gezien mijn vak, maar onhandig. Het eindigt er vaak mee dat ik zo ga twijfelen en schrappen dat ik weinig meer overhoud waarmee ik verder kan. Dus nu probeer ik tegen mezelf te zeggen: eerst de klei.

Een trui voor M.

Die had ik dus nog nooit gemaakt. Wel andere dingen (een muts, hoesjes voor allerlei dingen), maar van een kledingstuk was het nog niet gekomen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen!

Maar welk patroon? Patronen zoeken op Ravelry is voor mij al een hobby op zich, maar M. zag het absoluut niet zitten, want wat moest ze dan kiezen en ze wist toch niet wat ik kon maken en wat leuk voor mij zou zijn om aan te werken. Ik vond eigenlijk dat ze gewoon foto’s kon kijken en dat we dan later wel zouden zien of een patroon te doen was voor mij, maar ze wilde liever dat ik de keuze alvast terugbracht tot een paar patronen. Oké dan.

Ze koos voor Polaris van Hiroko Fukatsu. Ik heb twee jaar geleden haar Hitofude gebreid en ben sindsdien op zoek naar tijd om er nog een te maken. Zoals zoveel mensen, het is een erg populair patroon en ik snap dus goed waarom. Dat schept verwachtingen over Polaris! Hoewel dat een heel ander patroon is, een trui in plaats van een vest.

Ik kocht het patroon. Moeilijkheidsgraad: drie kabouters van de vijf. Serieus, wat doen die kabouters daar? Hiroko schrijft op haar pagina dat haar Engels niet goed is en dat ze dus geen vragen kan beantwoorden over haar patronen. En dat ze ze daarom maar goedkoop aanbiedt, awww. Het zal vast wel lukken, ik kan altijd mijn hulplijn (alias schoonzus) inschakelen.

Toen moesten we garen uitzoeken. Ik besloot toch maar weer online te bestellen, als we moeten wachten tot ik in de gelegenheid ben om naar een wolwinkel te gaan die me aanstaat, kunnen we lang wachten. We kwamen uiteindelijk weer uit bij BC Garn, van garen van dat merk heb ik ook mijn Japan Sleeves gebreid. Het lukt me lang niet altijd om enorm dier- en milieuvriendelijk bezig te zijn, maar ik probeer er beter op te letten. Bio Balance, een mix van katoen en wol. Oudroze. Ik kocht het in de webshop van Recht en averecht (hartjes voor die naam). Prima service, behalve dat hun webshop niet erg geavanceerd is. Ik moest zelf raden of mijn pakket door de brievenbus zou passen. Tja, dat ligt eraan of ze het garen vacuüm verpakken (veel webshops doen dat). Verkeerd gegokt, dus of ik nog een paar euro extra wilde overmaken. Nou ja. Het garen zit in strengen, dat heeft een chique uitstraling maar is best irritant, want je moet het opwinden voor je ermee kunt werken. Schoonzus S. roept altijd dat ze daar zo’n parapluwinder voor gaat aanschaffen als haar huis daar later groot genoeg voor is, maar die woont vooralsnog in een piepklein studiootje, dus daar heb ik voorlopig ook niks aan. ;)

Kenmerkend aan deze trui is de ‘gather’ in het decolleté, verder is het vooral een kwestie van veel rondjes breien. Natuurlijk brak ik bij de ‘gather’ mijn garen, want er stond ‘hold firmly’ in het patroon en dat deed ik een beetje ‘too firmly’. Maar het is hopelijk goed gekomen.

Het project lag een tijdje stil, want ik moest een baret maken en een sjaal, en meer garen opwinden. Maar nu kan ik er weer mee verder! Inmiddels ben ik ook al een stuk verder dan op bovenstaande foto, ik ben al aan de eerste mouw begonnen. Het ziet er dus naar uit dat deze trui binnenkort af is!

Camp NaNoWriMo: de tussenstand

Juli is alweer over de helft, dus laten we eens kijken hoe het ervoor staat met CampNaNoWriMo. Ik wilde 1000 minuten aan schrijven besteden in juli. Tot nu toe heb ik er 223 minuten aan besteed, maar deze week en volgende week hebben M. en ik vakantie en ik ben nu niet meer ziek, dus ik hoop dat ik er nu wat meer tijd aan kan besteden.

Ik had ook een aantal subdoelen opgesteld.
– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Ik heb verschillende wedstrijden op het oog. Ik heb eventueel een paar gedichten (die ik helaas niet deze maand heb geschreven, maar waar ik nog niets mee heb gedaan) die ik zou kunnen inzenden, maar ik heb ook een prozawedstrijd gezien waar een verhaal waar ik nu aan werk goed bij zou passen, dus misschien moet ik me daar in eerste instantie op richten. De deadline daarvan is gelukkig niet meteen volgende week, dus het is een serieuze, realistische optie.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Hier ben ik minder mee bezig. Ik zou het kunnen proberen met genoemde gedichten, maar ik weet nog niet zo goed waar ik die aan wil bieden en of ik dat op dit moment wel wil. Ik weet niet precies waarom, maar het idee spreekt me minder aan dan toen ik dit lijstje doelen maakte, dus misschien moet ik dit voor nu even laten rusten. Ik sluit trouwens niet uit dat ik het ineens weer wel wil, wispelturig als ik ben.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit lukt tot nu toe! Ik moet eerlijk zeggen dat het me niet heel makkelijk afgaat en dat ik nog het een en ander in mijn conceptberichten had staan, maar daar publicabele blogs van maken is ook bloggen. Ik hoop dit vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Bijlezen kan ik het nog niet bepaald noemen, maar ik heb het een en ander gelezen, waaronder een erg interessant en concreet artikel van Inge Schouten over korte verhalen. Daar wil ik in ieder geval echt iets mee doen.
– Aan een nieuwe tekst werken. Ik schrijf aan een verhaal dat ik dus misschien voor een wedstrijd wil inzenden. Of nee, niet misschien, want een concrete deadline helpt. Ik schrijf aan een verhaal voor die wedstrijd. Het stelt nog niet zoveel voor qua aantal woorden, maar het is meer dan ik lange tijd heb kunnen zeggen.
– Dat ene toneelstuk lezen. Nog niet gedaan.

Conclusie: Ook al heb ik minder gedaan dan ik gedaan had willen hebben, dit werkt voor mij wel, want ik blog en schrijf weer. En ik heb er plezier in, en dat hoopte ik vooral terug te vinden. Ik denk dat het niet heel interessant is om volgende week nog een keer te updaten (tenzij ik ineens superveel heb gedaan, zou mooi zijn), maar begin augustus volgt sowieso een eindstand!