Zomer 2026

Het is eindelijk gelukt om een paar foto’s te maken (laten maken door m’n kinderen) van breiprojecten die af zijn. En te accepteren dat ze verre van perfect zijn, omdat ik nu eenmaal niet een of andere content creator ben. En wiezithieroptewachten lang genoeg te parkeren om ze te laten zien.

COOMO Cardigan

Ik had blijkbaar al verteld dat mijn COOMO Cardigan af was (na het drama van de mouwen, die dankzij de brioche veel te lang bleken na het wassen).

Het komt niet zo vaak voor bij mij, maar de ontwerper heeft precies zo’n vest gebreid (zij het minder gekreukt op de foto’s…), in hetzelfde garen, in dezelfde kleur. Het is een mooi garen, maar je koopt het per 25 gram, dus dat zorgt voor extra veel draadjes om weg te werken en maakt het best prijzig. Ik had 15 bollen gekocht, en daar is minder dan een bol van over. Ik houd van brioche, maar het is ook heel veel werk, en ik vind foutjes nog steeds lastig te herstellen. De knoopjes kocht ik bij Schwitzner in Amersfoort. Natuurlijk zorgde dat voor enorme keuzestress, maar het is een fantastische winkel (sinds 1900!) en ik ben er heel blij mee. Ik heb de knoopsgaten er wel in gebreid, maar de knoopjes zijn denk ik toch meer ter decoratie.

Patroon: COOMO Cardigan van ANKE STRiCK
Garen: Como van Lamana, kleur 64 Sage Melange
Naalden: 3,0 mm

Artichoke Sweater

In vergelijking met de COOMO Cardigan ging de Artichoke Sweater verrassend snel. Het probleem hierbij was vooral dat je deze van beneden naar boven breit. Dat is absoluut het mooiste = voor het kantpatroon, maar betekent wel dat je de trui niet echt tussendoor kunt passen. Er wordt wel een ander startpunt gegeven voor als je de trui langer wilt maken, maar dat had ik uiteraard genegeerd, om me vervolgens af te vragen of de trui niet veel te kort zou worden. De extra patroonherhaling bleek er een te veel, of toch niet? Bij zo’n kantpatroon kun je ook pas zien hoe het wordt nadat je het hebt gewassen en opgespannen (of in ieder geval plat hebt laten drogen). Deze trui hoort het meest bij Antwerpen in de meivakantie.

Ik ben tevreden met de lengte (meer geluk dan wijsheid) en de halsboord is echt goed gelukt, maar de mouwboorden wat minder, die zijn toch weer best strak. Ook gek: ik heb veel minder garen gebruikt dan volgens het patroon nodig is. Ik had vijf bollen, maar heb ongeveer drie hele en een kwart gebruikt. Vijf bollen was ruim, maar als ik goed reken, heb ik minder meter gebruikt dan voor de kleinste maat wordt voorgeschreven, terwijl ik de derde maat heb gebreid. Ik ben tot nu toe wel heel enthousiast over het garen, Mondim van Rosa Pomar. Dankzij deze video weet ik nu dat ‘retrosaria’ het soort winkel is, en dat het dus verwarrend is om het merk met Retrosaria aan te duiden. Al spelen ze zelf dan weer met Retrosaria, hm. In ieder geval: fijn garen, ik wilde het al langer graag eens uitproberen. Het is Portugese schapenwol, best stroef, maar ook zacht.

Heel blij dat ik deze trui eindelijk heb gebreid, hij stond echt al jaren in m’n Favorites op Ravelry. Dat maakt het voor mij soms juist lastiger om hem daadwerkelijk te breien, want dan moet hij wel echt heel mooi worden. Of zo.

Patroon: Artichoke Sweater van Matilda Kruse
Garen: Mondim van Rosa Pomar
Naalden: 3,0 en 3,5 mm

Musselburgh

De Musselburgh voor mezelf is ook alweer een tijd af. Ik heb er nu drie gebreid, alle drie in garen van Wol met Verve, en ik weet zeker dat het daar niet bij blijft. Heerlijk project. Ook al ben ik tot nu toe iedere keer bang geweest dat de muts niet zou passen door hoe het patroon werkt. Je kunt hem in veel verschillende maten en garendiktes breien, de muts zelf is je proeflapje. Geweldig en absoluut de moeite waard, maar je moet goed meten, het patroon vertrouwen en in mijn geval ook accepteren dat je nu eenmaal zo’n groot hoofd hebt dat de Adult Large toch echt het beste past. Ik heb nog steeds spijt van de kleurkeuze van mijn eerste muts, zo erg dat ik denk dat ik die niet veel zal dragen, en M. moet maar zien wat ze doet met die van haar, maar met nummer drie ben ik tot nu toe erg tevreden. Heel fijn project ook om overal mee naartoe te nemen. Bij zo’n gelegenheid was iemand onder de indruk van alle verschillende kleuren die ik erin breide, was dat niet heel veel werk? Gelukkig zijn de spikkels erin geverfd, extra leuk om mee te breien.

Patroon: Musselburgh van Ysolda Teague
Garen: Basic Sock 4-ply van Wol met Verve (in een kleur die ongetwijfeld een nummer heeft)
Naalden: 3,0 mm

Haarbandje

Ik breide zoals beloofd een haarbandje voor D. in geel en paars met katoen uit m’n voorraad (ik denk Must-have van Yarn & Colors) en een stukje geel elastiek. Misschien kan ik nog eens uitwerken hoe ik dat doe.

Moon Set Tee

Van alle plannen is een tweede Moon Set Tee alvast in uitvoering. Wederom in Pure Silk van Knitting for Olive, zoals het patroon voorstelt, maar mijn eerste is blauw en heb ik in water laten weken zoals je absoluut niet schijnt te moeten doen met zijde. Ik ben nu dus wel benieuwd wat er gebeurt als ik dat dit keer niet doe (nummer 1 is nog prima draagbaar hoor, maar misschien minder zacht geworden?). Het is toevallig dat ik op bamboe naalden brei (ik heb alleen deze naalden in deze maat), maar voor zijde wel een goede keuze, denk ik. Het is moeilijk om de steken echt gelijkmatig te krijgen, maar niet onaangenaam om te breien, vind ik. Ik heb me een stuk minder zorgen gemaakt dan de vorige keer om de hals, omdat ik me herinnerde dat het een aparte constructie is, maar prima kan uitpakken. Inmiddels ben ik bezig aan het laatste stuk recht naar beneden. Ook dankzij een erg gezellige breidate met N. in Hilversum. Ik zie een beetje op tegen het vastnaaien van de halsboord. Bij nummer 1 is dat goed gelukt, maar nu lijkt het me toch weer ingewikkeld. Ik heb de mouwen al gebreid, die wilde ik graag iets korter dan de vorige keer. En ik maak me inmiddels toch wat zorgen over de hoeveelheid garen die ik nog heb. Ik heb evenveel gekocht (dit keer fysiek bij Sticks & Cups in Utrecht omdat ik in de buurt was, erg leuke winkel om heen te gaan), maar ik weet niet helemaal zeker meer of ik vorige keer ook deze maat op deze naalden heb gebreid… Ik hoop dat het precies genoeg is en sta ook niet bepaald bekend om mijn goede inschattingsvermogen, dus het zal vast wel kloppen, maar ik ben toch een beetje zenuwachtig.

Patroon: Moon Set Tee van Hailey Smedley
Garen: Pure Silk van Knitting for Olive
Naalden: 3,25 mm

En ik ben ongeduldig, zo ongeduldig dat ik ondertussen maar liefst voor drie nieuwe projecten patronen en garen heb gekocht. Wat voor mijn doen veel is, en ook helaas wel iets zegt over mijn huidige stress en over hoe graag ik in plaats hiervan een dekentje had willen breien voor een baby dichtbij.

8 juni

Nu wil ik toch weer trainen voor de tien kilometer (het is minstens tien jaar geleden dat ik die liep).

Het is geen goed idee om een tubular bind-off te proberen in een rijdende bus. Mouw 2 gaat langzamer, maar gaat. De volgende ideeën: een zwarte Moon Set Tee. Een blauwe Abril Pullover. Een derde Sandbank, nog altijd, misschien in iets dikker garen. Een gele haarband met paarse streepjes (besteld door D.). Iets met die meterslange sjaal met dat zelfbedachte patroon die nu slechts in de kast een meterslange sjaal ligt te zijn.

Zoveel gelegenheden waar ik niet bij was, ook niet bij die ene over hoeveel je moet publiceren om in het literaire circuit te kunnen blijven. Ik deed zelfs geen moeite om die avond klaar te zitten voor de livestream, dat zou later nog weleens komen. Wegens technische problemen kan dat niet. Vermoedelijk luidt het antwoord: heel veel meer dan ik.

Zoveel wat nu zinloos voelt. Of slecht en gênant, ook al doet het er eigenlijk niet langer toe. O, die belachelijke neiging van mij om zolang het nog niet is gebeurd te denken: misschien gebeurt het wel niet. Om daarna te blijven zoeken naar woorden die niet van mij zijn.

25 mei

Ik brei aan de eerste mouw van mijn Artichoke Sweater. Op dit moment gaat het goed. Nadat ik bang was dat hij te kort, te lang, te kort zou worden. Nadat ik zo vaak opnieuw de steken moest tellen bij de schouders. Nadat de tubular bind-off bij de halsboord zowaar in één keer goed ging, ook al was het laat op de avond, zonder dat ik weet wat ik dit keer anders heb gedaan.

Ik zit in de schaduw in de tuin, geen dingen te doen die ik nog moet doen. In andere tuinen worden zwembadjes opgepompt, vriendschappen geanalyseerd.

Mijn Coomo Cardigan is af, de twee Musselburgh-mutsen ook. Zonder dat ik er foto’s van heb. Het vest heb ik al een keer kunnen dragen toen het eerder deze maand zo koud was. Ik heb een stuk van de mouwen moeten uithalen omdat ze te lang waren geworden na het wassen. Het heeft zo lang geduurd voordat het af was. Zo lang dat ik bijna was vergeten dat ik het zou hebben als het af was.

Mijn hoofd is bij andere projecten zonder nog iets te kiezen. Bij mensen die nooit meer iets van zich laten horen. Bij lesdoelen.

Ik kan weer vijf kilometer rennen. Ik kan weer een klein beetje zingen nadat ik mijn stem compleet kwijt was. Ik kan soms mijn mond niet houden. Ik schrijf zoveel op wat ik aan niemand laat lezen.

December

O, de dagen tussen kerst en oud en nieuw. Die vind ik vaak lastig, ik pieker veel en voel me onrustig. Ik merk dat het niet goed lukt om te delen met mensen hoe de afgelopen maanden waren. Heel bijzonder en heel moeilijk. De blog is er ook niet de goede plaats voor. Ik hoop dat het gaat lukken in semester 2. Ik probeer bewust te genieten en me te realiseren: ook als het niet lukt, dan was dit er nog steeds. Ik heb hier lang niet geschreven, maar ik ben wel blijven breien.

Shawl
Deze shawl is inmiddels af, ik heb hem alleen nog niet gewassen. Ik heb hiervoor mijn dunne restjes in vijf kleuren helemaal op gebreid. Van mijn twee Sandbanks, mijn Traces in the Sand en twee kleuren die verder nooit iets zijn geworden. C. dacht zelfs dat het een verloopgaren was, dus ik denk dat de kleuren geslaagd zijn. Ik brei nog steeds zo graag shawls.

Patroon: Traces in the Sand (deels, de vorm) van Lisa Hannes
Garen: Restjes Organic 350 van Hjertegarn en Holst Coast
Naalden: 3,0 mm

Sokken
Deze sokken zijn ook al een hele poos af. Sindsdien geen sok meer gebreid. Ik was maanden geleden wel begonnen aan een project van restjes sokkengaren (een shirtje). Een tijdje ging ik daar totaal in op, maar nu ligt het alweer een hele tijd stil.

Patroon: Zonder patroon, afgezien van de Fish Lips Kiss Heel
Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm en 2,0 mm (CraSy Trio)

Breidagen
In oktober ben ik naar de Breidagen in Nijkerk geweest met N. Aan het begin van de herfstvakantie. Als ik nu terugkijk: na de herfstvakantie begon het heel langzaam wat beter te gaan. Met ups en downs, nog altijd, maar toch. In de herfstvakantie zag ik het allemaal nog niet zo zitten, maar uiteindelijk had ik een fijne dag op de Breidagen (al moeten ze wat mij betreft nog altijd zorgen voor veel meer zitplaatsen om te kunnen breien en kletsen, en kon N. helaas weinig vegan garen vinden). Ik was ook heel trots op mezelf omdat ik er in mijn eentje met de auto naartoe was gereden. Ik vond het natuurlijk weer moeilijk om te kiezen (lekker veel rondjes gelopen), maar ik kocht garen om mutsen mee te breien:

Het garen van Wol met Verve moet veranderen in twee Musselburghs, een voor M. en een voor mezelf. Het garen van The Wee Yarn Company gebruikte ik om een mutsje te breien voor L., de baby van een studiegenoot. Ik ging weer op zoek naar een geschikt patroon, want zoals je misschien weet, kan ik dat nooit vinden voor babymutsjes. Het wordt te groot, het wordt te klein, het is niet voor het garen dat ik heb… Dit keer kwam ik uiteindelijk uit bij een gratis patroon in het Duits. Ik vind bonnets altijd zo schattig, en deze had ook nog een leuk randje. Ik denk dat het de eerste keer was dat ik een Duits patroon heb gebreid. Met wat termen googelen ging dat prima. Ik heb geen idee of het wordt gedragen, of het past, maar het is aangekomen en het gaat om het gebaar. Ik heb er maar niet bij verteld aan de ouders dat deze kleur Unicorn Bitch heet :)

Patroon: Easy Peasy Baby Bonnet van Jessica Reichel
Garen: Unicorn Bitch van The Wee Yarn Company (Bluefaced Leicester), restje lila katoen (ik denk Must-have van Yarn and Colors)
Naalden: 2,5 mm en 3 mm? (dat zijn de maten in het patroon, ik denk dat ik die heb aangehouden)
Maat: 3-6 maanden

Muts voor M.
Ik ben inmiddels ook bezig aan de Musselburgh voor M. Ik heb er vorig jaar een voor mezelf gebreid. Dat is goed gelukt en hij zit heel lekker, maar ik heb spijt dat ik hem niet in één kleur heb gebreid, bij nader inzien vind ik dat toch mooier. Ik had een valse start bij deze door pure onoplettendheid. Ik was een hele avond bezig met de pinhole cast on en de meerderingen op de goede plekken, om er de volgende dag achter te komen dat ik op te dunne naalden bezig was. Maar inmiddels ben ik bezig aan het rechte stuk op de goede naalden, en dat gaat vlot vooruit. Ik weet van mijn vorige en van die van S. dat het een kwestie is van vertrouwen in het patroon, want hij lijkt op dit moment erg groot, ook al brei ik deze een maat kleiner dan die van mij en heb ik echt geprobeerd om goed te meten (bij dit patroon begin je te breien en moet je op een gegeven moment iets meten, waardoor je geen proeflapje nodig hebt, heel cool, maar ook spannend, omdat je best precies moet meten).

Patroon: Musselburgh van Ysolda Teague
Garen: Basic Sock van Wol met Verve, in de kleur Woad
Naalden: 3,0 mm

Vest
Ik wil dit vest zo graag af hebben! Ik denk nog steeds dat het mooi wordt. Ik zie op de foto dat het mooi wordt (dat helpt mij toch vaak, om het even van een afstandje te zien). Maar het gaat zó langzaam dankzij de fisherman’s rib. En je kunt daar eigenlijk geen fouten in maken. Die maakte ik natuurlijk toch, en uiteraard had ik dat een poos niet door, waardoor ik daarna heel veel moeite moest doen om dat weer te herstellen. Dat is gelukt, maar vraag niet hoe. Ik heb ervoor gekozen om ook de knoopsgaten erin te breien. Ik denk dat ik het meestal open zal dragen, maar ik vind het met knopen mooier. Best interessant hoe die knoopsgaten in de dubbelgebreide rand komen. Maar het duurt voor mijn gevoel vooral eindeloos voor ik dan weer bij het volgende knoopsgat ben (ik bevind me nu tussen het tweede en derde).

Patroon: COOMO Cardigan van ANKE STRiCK
Garen: Como van Lamana, kleur 64 Sage Melange
Naalden: 3,0 mm

Augustus – 2

Sokken
Ik ben bijna klaar met deze sokken (en daarna kan ik ook weer een lapje breien). Alleen nog de boord van de tweede sok afbreien. Ik had ze mee op vakantie om aan te breien tussendoor, als bijrijder, in bed enzovoort. Heb ik niet zo heel veel gedaan, ik kon niet goed rechtop zitten in bed en we reden best veel over kleinere wegen. Maar toch. Een toertje toen de kinderen in de zweefmolen in Hellendoorn gingen (word ik misselijk van), twee toertjes in het speelbos, een stukje in de bus naar de pabo, een poosje aan de kant bij zwemles (in plaats van op m’n telefoon scrollen). Haast ongemerkt vordert het dan toch.

Als deze af zijn, moet ik wel echt weer een nieuw meeneemproject. Ik weet nog niet of het weer sokken worden. Ik wil misschien toch iets gaan doen met m’n restjes, maar sokken daarvan zijn waarschijnlijk niet zo makkelijk mee te nemen (en over draadjes wegwerken gesproken, ik denk dat ik me dan toch eens moet verdiepen in de Weavin’ Stephen). M’n tas kan mee, maar daar ben ik niet zo mee bezig op dit moment. Ik moet dringend naar de Breidagen om in te slaan voor minimaal twee Musselburghs, hopelijk kan ik erheen. Niet dat ik zin heb in het dragen van mutsen.

Patroon: Zonder patroon, afgezien van de Fish Lips Kiss Heel
Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm en 2,0 mm (CraSy Trio)

Shawl
De eerste kleur zit erin! Dit project had ik ook mee op vakantie, na thuiskomst heb ik er weinig meer aan gebreid. Komt denk ik wel weer. Ik heb wel ontdekt dat ik hieraan kan werken terwijl ik op mijn e-reader lees, dat biedt misschien nog mogelijkheden! Mijn constructie met zes steekmarkeerders om te onthouden waar ik ben in de herhaling werkt op zich wel, al moet ik onthouden dat ik ze aan m’n werk vastmaak als ik stop. Ik liet ze eerst om de naald zitten, maar dan vlogen ze er toch vaak af als ik het opruimde of weer erbij pakte. Ik twijfelde erg over hoe ik de kleurwissel moest doen, volgens mij is er geen manier om die aan twee kanten precies hetzelfde eruit te laten zien in deze steek. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om twee toeren met beide kleuren te breien. En ik had zowaar goed ingeschat wanneer ik daar dan mee moest beginnen.

Patroon: Traces in the Sand (deels) van Lisa Hannes
Garen: Restjes Organic 350 van Hjertegarn en Holst Coast
Naalden: 3,0 mm

Vest
Hier besteed ik op dit moment de meeste tijd aan. Ik had het meegenomen op vakantie en op een gegeven moment had ik daar veel spijt van. Want het lukte dus niet. Het is een beetje net als met de Ryo: ik vond iets er tof uitzien, maar wist niet dat ik de steek om dat resultaat te verkrijgen irritant vind om te breien. Dit vest is dus in fisherman’s rib. Ik las een berichtje van iemand die vroeg hoe je fouten in die steek kon herstellen, waarop iemand antwoordde: door ze niet te maken. Treffend.

De ontwerper van dit vest is vrij populair en alles kan aan mij liggen, maar ik had eerlijk gezegd gehoopt op wat minder problemen. Het ging redelijk, totdat ik moest beginnen aan de stukken die over de schouders naar voren lopen. Tussen het ruggedeelte en het schoudergedeelte ligt een deel van de opzet op het werk, als een soort sierrandje, en ik begrijp nog steeds niet wat het patroon daarover zegt. Ik heb zelfs het Duitse patroon (de ontwerper is Duits) gecheckt om te kijken of het aan de vertaling kon liggen, maar dat denk ik niet. Als ik doe wat er staat, krijg ik met geen mogelijkheid dat randje zoals het eruitziet op de foto’s. Ik had zelfs nog om hulp gevraagd in het hulptopic (deze ontwerper is zo populair dat er hulptopics zijn), waarop iemand zei dat het er volgens haar niet zo uit hoorde te zien en vroeg of de ontwerper dat kon bevestigen, maar daar kwam geen reactie op. Het duurde belachelijk lang voor ik me realiseerde dat het míjn vest wordt en dat ik dus bepaal hoe het eruit komt te zien. En als ik daarbij het patroon niet helemaal volg, wat dan nog? Zo gek. Nu heb ik een randje waar ik redelijk tevreden over ben, en dat ook best lijkt op de randjes op foto’s van anderen. Ik vond het alleen niet mooi dat het niet doorliep bij de band voor de knopen, dus dat heb ik ook veranderd. Die band vind ik trouwens wél mooi, en fijn dat je hem er meteen aan breit.

Het randje was niet het enige probleem. Daarna volgen namelijk direct verkorte toeren. Die schijnen ervoor te zorgen dat het vest niet afzakt. Nou, ik hoop het van harte, want ik vond ze een drama. Verkorte toeren kan ik prima breien, maar in fisherman’s rib vind ik ze erg lelijk. Vooral aan de linkerkant, waar ik ze erg blijf zien aan de voorkant. Ik hoop dat ik me later weer afvraag waar ik me zo druk om heb gemaakt en ik weet dat het vaak zo gaat, maar zo voelt het nu nog niet. Ik moet nu nog een stuk rechtuit en dan ga ik volgens mij de armsgaten maken. En dan krijg ik te maken met de knoopsgaten (ik denk toch dat ik er knopen op wil) en moet ik uitzoeken of ik de mouwen rond zou kunnen breien in plaats van heen en weer. Het garen is superzacht en ik wil dit vest, maar soms vergeet ik dat een beetje.

Patroon: COOMO Cardigan van ANKE STRiCK
Garen: Como van Lamana, kleur 64 Sage Melange
Naalden: 3,0 mm

Sjaal
Vlak voordat we op vakantie gingen, was ik klaar met het breien van de laatste herhaling. Ik had al besloten om de sjaal niet mee te nemen op vakantie, en ineens werd de vakantie een soort deadline. We kwamen thuis en de sjaal bleef in de tas. Ik geloof dat ik bang was dat ik hem helemaal niet meer mooi zou vinden. Inmiddels heb ik wel afgekant en ben ik bezig om alle draadjes weg te werken. Je breit de bollen achter elkaar op, maar er zitten er wel zeventien in, en een enkele keer zat er een knoopje in de draad. Al met al dus toch aardig wat draadjes (vind ik al snel). Het was mijn bedoeling om nu het patroon te gaan schrijven, maar dat komt nog niet echt van de grond, te vol hoofd.

Augustus – 1

Hoewel veel dingen nog steeds moeilijk zijn, merk ik dat ik meer plannen en ideeën heb. Zin om aan dingen te werken. Erover te schrijven. Een goed teken. Ik brei op dit moment heel veel en je bent al best goed op de hoogte, dus de drempel is niet zo hoog om verder te vertellen over m’n projecten.

Sjaal
Mijn sjaal (vooralsnog geheim eigen ontwerp) heeft te lijden onder een milde vorm van startitis (schijnbaar ook weer een term van Stephanie Pearl-McPhee), maar ik geef niet op. Dat zou echt zonde zijn, want ik hoef niet zo ver meer (ook al voelt het niet zo). De kinderen wilden van de week weer meten en toen kwamen we op ruim 230 centimeter. Misschien nog maar 1 of 2 patroonherhalingen te gaan?

Sokken
De eerste sok is af! Met een boord in 2 recht, 2 averecht, omdat ik echt te veel bezig ben met 1 recht, 1 averecht (in m’n sjaal en nu ook in m’n vest, zoals je zometeen kunt lezen). Ik breide hem af op een heuse craft night en heb zowaar meteen de draadjes weggewerkt. Ik ben tevreden over hoe de kleuren er nu uitzien, ze zijn best mooi verdeeld, vind ik ( ik moet hem nog wel wassen, dan zal blijken of de verf inderdaad gefixeerd is in de magnetron op de beurs). Sok 2 heb ik inmiddels ook opgezet, zodat dit nog steeds mijn onderwegproject kan zijn.

Patroon: Zonder patroon, afgezien van de Fish Lips Kiss Heel
Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm en 2,0 mm (CraSy Trio)

En de craft night? Die is sinds een tijdje elke maand, maar in het schooljaar lukt het me meestal niet op die avond doordat S. dan ook orkestrepetitie heeft. Ik was er benieuwd naar en besloot nu een keer te gaan. Dit soort gelegenheden vond ik al niet makkelijk, maar ik merk helaas nu extra dat ik een behoorlijke deuk heb opgelopen in de afgelopen maanden. Het was heel goed verzorgd en het was best leuk, maar ik voelde me toch vooral te introvert, te lesbisch, niet leuk/goed genoeg. Het hielp ook niet dat de vanaf-tijd blijkbaar meer de starttijd was, in ieder geval was iedereen er al toen ik even na de vanaf-tijd aankwam. Kortom, ik weet niet of het echt iets voor mij is (op dit moment). Ik denk ook dat ik dan liever meer tussen breiende mensen zou zitten (tips welkom). Hier mag je helemaal zelf weten met welke crafts je je bezighoudt, en in sommige ben ik gewoon niet zo geïnteresseerd, vrees ik. Er wás iemand die ook aan het breien was, maar die zat toevallig zo ver van mij af als maar mogelijk was, dus die heb ik helaas amper gesproken. Hopelijk deuk ik nog een beetje uit in de loop der tijd.

Tas
Ik ben een beetje verwend door mijn andere projecten, waardoor het katoenen garen wat minder fijn voelt. En ik ben ook nog steeds bij het rechte stuk, het minderen is motiverender doordat de toeren dan steeds korter worden. Dit project ligt momenteel naast mijn bed om te voorkomen dat ik ’s ochtends vroeg meteen op mijn telefoon ga scrollen. Ik heb inmiddels een kant af, die heb ik even voor je vastgespeld omdat de randen zo krullen dat je de vorm niet goed kunt zien, maar dit wordt dus de vorm. Er was trouwens alweer paniek om niks, want één bolletje bleek toch precies genoeg voor de voorkant/achterkant. Als ik twee van deze vormen heb gebreid, ga ik beginnen aan de schouderband, zodat ik er hopelijk achter kom hoe breed ik de zijkant wil. En dan zullen we zien hoe erg ik de naaimachine dit keer ga mishandelen met de voering. Ik wil er wel echt een voering in, en ik denk van die magnetische knopen voor de sluiting, ook nog nooit iets mee gedaan (laatst las ik ergens dat iemand een rits omschreef als yarn guillotine :)).

Patroon: Eigen ontwerp
Garen: Must-have van Yarn and Colors, kleur Chestnut
Naalden: 2,0 mm

Vest
Ik ben begonnen aan de COOMO Cardigan van ANKE STRiCK. Dit gaat zoveel werk worden… Ik heb eerst een proeflapje gebreid, in ‘fisherman’s rib’ (halve patentsteek en iets met visserstruien, het levert een wat dikkere stof op). De techniek bleek te doen. Toeren tellen in deze steek bleek voor mij nog niet echt te doen. Erg irritant, want die informatie heb ik natuurlijk juist nodig. Ik heb geturfd tijdens het breien, maar was alsnog interessant aan het doen met m’n meetlint zonder echt iets te zien. Horizontaal leek het iets te breed, verticaal leek het wat te lang, maar ik wist dus niet precies hoe ik moest tellen. Ik besloot van 3,25 naar 3 mm te gaan omdat ik graag een iets dichtere stof zou willen (en ik volgens mij geen naald van 2,75 mm heb) en dan hoop ik er maar het beste van. Iets zegt me dat dit niet helemaal het idee is achter proeflapjes breien… Ik heb trouwens niet geblockt met stoom, zoals aangeraden in het patroon, maar door het te wassen. Geen idee of dat nog uitmaakt, maar het leek me voor iedereen beter als ik er niet met de strijkbout bij in de buurt zou komen.

Zoals je ziet, ben ik nu bezig aan het eerste deel van m’n vest en is dat een recht stuk (voor op de rug). Dat vraagt toch wel om enig commitment, merk ik. Ik vind tellen dus lastig in deze steek, dus ik gebruik een good old toerenteller, en foutjes oplossen ook nog, dus concentratie is echt wel nodig. Het garen (merino) is wel superzacht, dat helpt. Het zal even duren voor het echt iets wordt, af en toe maar even foto’s bij het patroon kijken om mezelf eraan te herinneren dat het een mooi vest kan worden. Ik denk nu trouwens dat ik er toch wel knopen op wil, ook al ga ik het waarschijnlijk niet dicht dragen.

Patroon: COOMO Cardigan van ANKE STRiCK
Garen: Como van Lamana, kleur 64 Sage Melange
Naalden: 3,0 mm

Shawl
Nog een sjaal/shawl (volgens Van Dale is dat hetzelfde, maar ik noem rechthoekige sjaals sjaals en andere vormen shawls :))? Ja. Dit was een vrij impulsieve cast-on nadat ik m’n voorraad door was gegaan en ontdekte dat ik toevallig een mooi kleurverloop kon maken met mijn restjes dun garen.

Rond de geboorte van D. breide ik Traces in the Sand van Lisa Hannes in een van die kleuren, en die vorm (driehoekig, maar de schuine zijde is gebogen) lijkt me hiervoor ook mooi. Ik denk dat ik de kabeltjes eruit weglaat en gewoon doorbrei tot elke kleur op is. Ik weet nog niet precies hoe ik de kleurovergangen ga doen, maar dat gaan we zien als de eerste kleur bijna op is. Het is een patroonherhaling van 6 toeren, en ik ben bang dat ik als de toeren breder worden niet meer precies weet waar ik me bevind. Maar eens kijken of dit kettinkje van steekmarkeerders (waarbij ik er dus steeds een opschuif als ik een toer heb gehad) me daarbij gaat helpen. Had ik ergens gezien en leek me wel wat.

Patroon: Traces in the Sand (deels) van Lisa Hannes
Garen: Restjes Organic 350 van Hjertegarn en Holst Coast
Naalden: 3,0 mm

Note to self: Dit zijn echt wel even genoeg projecten.

Juli – extra editie

Gnome
Eerst mijn gnome afmaken voor ik aan de tas begin. Dat was de afspraak die ik had met mezelf. En daar heb ik me aan gehouden. Natuurlijk hoorde daarbij dat pijpenragers ineens weer half uit armpjes verdwenen (daar heeft m’n Bob Popcorn ook nog steeds last van). Op de bodem van het lijfje plaats je een kartonnen cirkel en dan vul je het lijf op met iets stevigs. Met rijst in mijn geval. Ik gebruikte daar een trechter bij, maar uiteraard goot ik vervolgens iets te enthousiast rijst door die trechter, waardoor die alsnog over de tafel stroomde. Maar het was het waard, want hij blijft goed staan. De muts netjes aan het lijf vastzetten was opnieuw een lastig klusje waar ik ongeduldig van werd, maar het is oké. Volgens het patroon moet je een knoop leggen in het uiteinde van de muts, heb ik niet gedaan. Het patroon vind ik trouwens wel echt een aanrader, heel duidelijk en met een mooi resultaat. In december staat hij vast ergens in huis te shinen.

Tijdens het prutsen heb ik veel geluisterd naar de podcast Het verhaal van de schaal. Chinees porselein heeft niet mijn interesse en het is een enorm technisch verhaal op bepaalde momenten, maar ik houd erg van de stem en stijl van Simon Heijmans.

Patroon: Christmas Gnomies van Susanne Vetterkind (gratis patroon)
Garen: Restjes Must-have van Yarn and Colors (muts, neus, handjes), Ulysse van De Rerum Natura (baard), random acryl (pakje)
Naalden: 2 mm

Tas
Toen mocht ik dus beginnen aan de tas die ik in mijn hoofd heb. Dat je iets verzint en dat je het dan echt kunt maken of doen, dat vind ik geweldig, en is een overeenkomst tussen een gedicht, een gebreid ontwerp, een les aan een basisschoolklas. Ik wil echt een dichte stof voor de tas zelf, dus ik brei op 2 mm, waardoor het niet zo snel gaat. Ik heb ook nog eens alleen een of andere merkloze breinaald van 2 mm. Ik heb een bamboe periode gehad, maar voor bamboe van 2 mm ben ik echt te lomp, weet ik inmiddels. Voor de band twijfel ik nog tussen 2 en 2,5 mm, daar ga ik later mee experimenteren. Ik maak me nu al zorgen dat ik te weinig garen heb in de basiskleur, dat is jammer.

Sokken
Je verwacht het niet, maar eindeloos scrollen en Baker’s Game spelen op je telefoon doet dus bijzonder weinig voor je mentale welzijn… Ik probeer mijn leven maar weer eens te beteren. Dit omvat zelfs een positief dagboek, dat ik cadeau kreeg voor m’n propedeuse. En, hoe kan het ook anders, nog meer breien. Ik had het er laatst nog over met S., die verklaarde dat haar knitting mojo er op dit moment niet echt is. Allerlei logische verklaringen voor, maar de vraag is wat mij betreft ook: wat is knitting mojo en wat is coping? Ergens voor haar ook wel een goed teken, denk ik, om het niet zo nodig te hebben. Maar als je dan iets nodig hebt, is breien natuurlijk een van de betere opties.

De sokken dus, want die kan ik er steeds makkelijk bij pakken en overal mee naartoe nemen. Nu zeker, want ik ben inmiddels al bij het beenstuk. Ik heb ooit sokken leren breien met het boekje Sokken brei je zo! van Jo An Luijken en Marlies Hoogland. In dat boekje zijn de patronen van been naar teen, maar misschien vind ik van teen naar been wel fijner. Je hoeft geen opzet voor de boord te kiezen, je hoeft niet in te schatten waar de teen moet beginnen en de steken gaan de goede kant op voor motieven. Daar staat tegenover dat je wel moet bepalen waar de hiel begint. Ik wilde nog eens een andere proberen (het zal wel door mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht komen dat ik het fascinerend vind hoe je met een hiel de hoek om breit) en kwam uit bij de Fish Lips Kiss Heel. Al regelmatig tegengekomen, nooit de moeite genomen om die 2 euro nogwat te betalen. Deze hiel kun je gebruiken welke kant je ook op breit, en er zit een hele uitleg bij over hoe je kunt meten en berekenen wanneer je aan de hiel moet beginnen als je vanaf de teen breit. Daar kan ik inhoudelijk niks over delen omdat het een kooppatroon is, maar wel dat het, eh… interessant was. De ontwerper stelt dat je het kunt meten, en voor de zekerheid kun je dan nog wat andere dingen meten en daar een berekening op loslaten, en tada, dan zul je zien dat je twee keer op hetzelfde uitkomt. Behalve dat dat bij mij niet zo was, haha. Wat ongetwijfeld aan mij ligt. Ik heb nu de berekening zo’n beetje gevolgd, en dat lijkt aardig te kloppen (maar niet al te fanatiek blocken). De hiel zelf vond ik erg leuk om te breien, vooral toen ik de fototutorial aan het eind eenmaal had ontdekt… Gelukkig had de ontwerper ook als tip gegeven om een lifeline toe te voegen en had ik dat zowaar gedaan. Verder is het natuurlijk aantrekkelijk dat de hiel er nu al in zit en ik die niet later nog hoef te breien. Scheelt ook draadjes wegwerken als je gewoon doorbreit in dezelfde kleur. Ik weet nog niet zo goed wat ik vind van de ‘naad’ die over de hiel loopt. Het moet natuurlijk ook nog blijken hoe sokken met zo’n hiel zitten. Veel mensen zweren bij een hiel met een hielflap en een spie, dat is ook de eerste hiel in het genoemde boek, maar die heb ik nooit echt mooi gevonden of leuk om te breien. Een andere claim is dat de Fish Lips Kiss Heel ervoor zorgt dat je geen gaatjes krijgt tussen de hiel en de voet. Daar heb ik inderdaad nog weleens last van, heel irritant. Ik was niet meteen onder de indruk omdat ik hier de hoekjes ook niet heel goed gelukt vond, maar ik heb wel het idee dat dat bij deze hiel makkelijker op te lossen is dan bij andere hielen.

Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm (CraSy Trio)

Vest
Ik heb het garen voor de COOMO Cardigan besteld! Bij De Breibrink, het werd de volgende dag al bezorgd en ik had nog een leuke e-mailwisseling ook (al ontstond die doordat er iets misging met mijn betaling). Dit is het garen dat wordt aangeraden in het patroon (al geeft de ontwerper heel netjes ook wat alternatieven), ik heb er nog nooit mee gebreid. Het is best prijzig, zeker omdat de bolletjes maar 25 gram zijn. Ik realiseer me nu dat je daardoor ook meer draadjes weg moet werken, beetje jammer. Ik vind het vaak best lastig om veel geld uit te geven aan garen (/mezelf), maar ik probeer mezelf voor te houden dat kleding uit winkels ook geld kost en dat het weinig voorstelt afgezet tegen de vele uren die ik hier hopelijk met plezier aan ga besteden. Ik koop ook eigenlijk nooit garen zonder dat ik er een project voor in gedachten heb, ik maak vrijwel alles (uiteindelijk) af en… ik hoef mezelf natuurlijk helemaal niet te verdedigen.

Nu nog een proeflapje breien en proberen om niet geïntimideerd te raken door het patroon en de voor mij onbekende technieken. Dat slaat nergens op, want ik houd juist van nieuwe breidingen leren en ik kan het heus wel, gewoon goed lezen en uitproberen, en er is een heel topic voor pattern support op Ravelry en een pagina met links naar tutorials.

Juli

Mijn sjaal is langer dan M. Langer dan ik. Zelfs langer dan meester R. (inmiddels een heuse referentiemaat bij ons thuis). Ik zei eerder dat hij minimaal twee meter lang moest worden. Dat was ook een eis bij de BreiSTER en dat leek toen heel lang (vooral ook omdat we dat in twee weken voor elkaar moesten zien te krijgen), maar deze moet toch nog een stuk langer worden. Misschien stop ik wel pas als m’n garen bijna op is. Van een kleur heb ik net de een na laatste bol aangehecht. Ik zou het liefst stoppen op een bepaalde plek in het patroon, en er kunnen nog wel een paar herhalingen bij. Op dit moment heb ik er een beetje genoeg van. Ik ben er nu al maanden mee bezig, dubbelbreien gaat gewoon traag en in verhouding komt er steeds minder bij elke week. ‘Stop and admire’ is dus belangrijk. Alleen nog steeds niet hier (het gaat enorm tegenvallen als het ooit wel zover is, ik weet het).

Ik had kerst dit jaar als deadline (zoals ik hier schreef) voor m’n kerstkabouter, maar ik wil dat hij af is voordat ik aan een nieuw project begin. Zoveel werk is het nu ook weer niet, maar het kwam er maar niet van. Ik begon met het vastzetten van de neus, want die was ik al meerdere keren kwijtgeraakt. Toen kwam de baard. Het idee is dat je die een beetje groezelig maakt door hem te vervilten. Dat lukt mij niet heel goed met dit garen (een restje Ulysse), en ik weet ook niks van vilten en was steeds bang dat ik het garen zou breken, maar ik heb iets gedaan met warm water en afwasmiddel. Twee keer zelfs, want de eerste keer bleek het rood van de muts een beetje uitgelopen te zijn in de baard, dus toen heb ik geprobeerd om dat er weer uit te wassen. Terwijl dat vodje lag te drogen, maakte ik de armen vast aan het lijf, met een stuk pijpenrager erin. Ik vreesde dat ik ze een beetje te hoog had vastgenaaid, maar als ik de foto’s bij het patroon zie, lijkt het mee te vallen. Nu ben ik echt bijna klaar: het lijf vullen met rijst (zodat ie blijft staan), de muts vullen met vulling en dan de muts aan het lijf vastnaaien. Ik weet van mijn eerste kabouter dat ik het moeilijk vond om dat netjes te doen, maar het begint dus op te schieten. Ik hoop dat ik hem nu snel af kan maken, maar ik ken mezelf: ik moet niet wachten met deze blog tot hij af is. Volgende keer dus hopelijk het eindresultaat.

Patroon: Christmas Gnomies van Susanne Vetterkind (gratis)

En als die gnome dan af is, mag ik van mezelf in ieder geval aan de tas beginnen die in mijn hoofd zit (ik zeg ‘in ieder geval’ omdat ik het patroon van de COOMO Cardigan al heb gekocht en al weet in welke kleur ik dat wil gaan breien en ik op het punt sta om ook nog veel geld uit te gaan geven aan dat garen). Voor de tas heb ik al katoen gekocht toen we laatst bij Eurofleur waren. S. had al een keer een foto gestuurd van een wand met garen, maar ze bleken een soort hobbyzaakje te hebben ingericht en ik wilde eigenlijk gewoon alles hebben. Het bleef dit keer bij het katoen (Must-have van Yarn & Colors, waar ik ook heel veel mee heb gebreid bij De BreiSTER). De basiskleur wordt roodbruin, en dat is wat roodbruiner in het echt, zodat de tas hopelijk iets minder een interpretatie van de Nederlandse vlag gaat zijn dan het geval lijkt op basis van deze foto. Crème was zo’n beetje de enige kleur die ze niet hadden, maar die had ik precies nog thuis. De grootste uitdaging was nog om de bolletjes niet zomaar op de kassaband te leggen, want die was natuurlijk niet al te schoon en dat was precies wat D. wilde doen om te helpen en wat ook moest van de caissière. Maar met een tas eronder kwam het goed.

Ik zou dus niet aan iets nieuws beginnen voor die kabouter af was, maar terwijl dat onderdeel lag te drogen moest ik een middag doorbrengen in een binnenspeeltuin, en ik had geen zin om mijn sjaal daar mee naartoe te nemen (die trouwens inmiddels half in de tas, half los op de bank ligt omdat hij niet echt meer in de projecttas past waar ik hem in had zitten). Mijn kinderen gaan nog steeds graag naar de binnenspeeltuin. Ik minder, dus het gebeurt niet al te vaak. Als we gaan, probeer ik bijvoorbeeld op een studiedag te gaan en er zo vroeg mogelijk te zijn. Spelen, koffie en taart, en voor de lunch weer naar huis. Dat ik er nu heen ‘moest’, kwam doordat D. er een kinderfeestje had, maar men het toch wel erg spannend vond om een gast op het feestje te hebben voor wie wellicht 112 gebeld moest worden, en het toch wel heel fijn was als iemand anders dat indien nodig kon doen. Wat ik begrijp en respecteer. Natuurlijk zou ik haar liever gewoon zo overal naartoe kunnen sturen, maar dat is op dit moment niet de situatie, en dus vertellen we het altijd zelf en vragen we hoe mensen ertegenover staan. En dit is dan een mogelijke uitkomst (die overigens niet zo vaak voorkomt, veel mensen zijn dapperder dan ik misschien zelf zou zijn als D. niet mijn eigen kind was). Ik installeerde mij dus in de binnenspeeltuin (op D.’s verzoek op enige afstand van het feestje, wat ook mijn voorkeur had), probeerde nog wat te werken, zag hoe twee schreeuwende moeders elkaar zowat te lijf gingen, ontdekte steeds meer muggenbulten, werd lichtelijk gestoord van de omroepberichten, trakteerde mezelf op een kop thee en een KitKat en zette toen toch maar weer een sok op.

Ik had op de Breidagen garen geverfd bij Draadkracht (aanrader) en was al begonnen aan een sok, maar die had ik weer uitgehaald. Nu maar andersom begonnen, dus van teen naar been. Dan kan ik de boord in ieder geval gewoon afkanten met een dikkere naald. Ik heb het al vaker geschreven hier, ik ben niet per se groot fan van sokken breien en ik draag ze ook vrijwel nooit in mijn schoenen. Maar soms wil ik gewoon iets bij me hebben om mijn handen mee bezig te houden en eindeloos scrollen te voorkomen, en ik had expres sokkengaren gekozen om te verven omdat het me echt om het uitproberen van het verven ging en ik al wel vermoedde dat het resultaat de eerste keer misschien niet geweldig zou zijn. Dus het worden gewoon sokken. Van zelfgeverfd garen. Het bedeltje is trouwens van de adventswap, georganiseerd door Marlou (misschien ken je haar leuke nieuwsbrief, waarin ze laatst ook nog iets over breien schreef). Ik brei ze helemaal recht, want ik denk dat elk patroontje erin weg zou vallen. Misschien kan ik nog eens kijken naar een hiel die ik nog niet ken, al ben ik daarvoor al rekenwerk tegengekomen dat er indrukwekkend uitzag. Ik vertelde eerder dat ik bang was dat de draad ergens beschadigd was toen ik de eerste poging op mijn sock blocker deed. Ik heb nog niks opgemerkt, maar dat zou nog kunnen komen, ik denk dat ik iets verder was de eerste keer. Of misschien viel het toch mee.

Juni

Veel breivlogs hebben altijd dezelfde opzet: breiers vertellen wat ze dragen, wat ze af hebben, waar ze mee bezig zijn, wat ze verder nog kwijt willen. Wie weet helpt dat stramien mij ook om weer eens wat te schrijven.

Ik vind het deze dagen te warm voor gebreide shirtjes, maar ik draag wel veel de paracord-armband die ik vorige week eindelijk heb gemaakt. S. kwam een keer van de bso met dat ze dat hadden geprobeerd, maar dat het niet was gelukt. Een tijdje later vond ik toevallig materiaal bij de kringloop: paracord en van die kliksluitingen. Toen natuurlijk weer heel lang niks, S. is alweer acht projecten verder, maar vorige week dacht ik: laat ik het eens proberen. De goede lengte afmeten en de sluiting bevestigen was even lastig, en de meeste mensen smelten de uiteinden zodat alles goed vast blijft zitten. Het duurde ook nog even voor ik dat aandurfde (ik heb het bij de gootsteen gedaan en het huis is niet in de fik gevlogen, bedankt voor je belangstelling). Het knopen vond ik dan weer simpel, ervaring met frivolité en kumihimo helpt dan toch. Het is een standaardknoop, die volgens mij allerlei namen heeft (cobra, square knot, weitas). Ik ga nog eens verder kijken welke knopen nog meer leuk zijn. Ik denk alleen niet dat ik alles kan maken, want dit paracord is vrij dik en de strengen zijn niet zo lang. Maar wie weet.

Ik had veel last van startitis en besloot mijn vierkantjes er nog eens bij te pakken. Ik heb een tijd geleden het plan opgevat om van al mijn restjes sokkengaren en crèmekleurig katoen dat ik nog had liggen vierkantjes te breien, en dan… dat weet ik nog niet echt. Een restjesdeken zou kunnen, maar misschien is een restjeskussenhoes realistischer. Al is het daarvoor niet nodig om in ribbelsteek te breien. Ik heb eens goed mijn voorraad doorzocht en in korte tijd iets van 20 vierkantjes erbij gebreid. Wel mooi om te merken dat ik bij vrijwel alles meteen wist waar het van was. Mijn idee was dat door de crèmekleur de andere kleuren wat meer naar elkaar toe zouden komen, dat het daardoor beter bij elkaar zou passen. Maar je ziet nu vooral mijn voorliefde voor blauw en donkergroen. Ze lopen niet weg en ze boden een fijne afleiding. Ik heb nu al mijn restjes verwerkt, dus ik moet nu eerst weer andere dingen breien. Van een deel van het garen heb ik nog wel genoeg voor meerdere vierkantjes, maar dat vind ik geloof ik niet zo leuk.

De sok waar ik aan was begonnen, heb ik weer uitgehaald. Dat ging zo. Ik twijfelde al de hele tijd over of de opzet wel rekbaar genoeg was. Ik had de German twisted cast-on gebruikt, en ik denk dat ik dat met een dikkere naald had moeten doen. Toen dacht ik: laat ik wat ik nu heb eens op mijn sock blocker doen. En toen klonk er een zeer onheilspellend geluid. M’n sock blockers zijn van hout en over het algemeen best mooi glad, maar ik had toch het idee dat de draad ergens achter was blijven hangen. Ik was bang dat er later ineens een gat in zou verschijnen en ik twijfelde dus al over de opzet, dus toen heb ik de sok maar weer uitgehaald. Ik zag overigens geen beschadigde draad, maar misschien heb ik niet goed gekeken. Ik zal het vanzelf tegenkomen als ik er weer mee ga breien. Dat is vooralsnog niet gebeurd, zoveel houd ik blijkbaar toch niet van sokken breien (ik vind het fijne meeneemprojecten, maar verder mwoah).

Ik werk vooral nog steeds aan de sjaal die ik hier nog niet ga laten zien. Die vordert wel, maar langzaam, omdat hij dubbelgebreid is en ik voor minimaal 2 meter wil gaan. Inmiddels is hij wel langer dan S., dus op naar M.’s en mijn eigen lengte. Om mezelf gemotiveerd te houden verplaats ik elke maandag een steekmarkeerder omhoog zodat ik kan zien wat ik in een week brei. Ik schrijf zelfs het aantal toeren op. Vorige week vestigde ik een nieuw record, wat betekent dat het goed gaat met de sjaal en slecht met mijn mentale welzijn.

Omdat ik mijn Ryo-trui af heb, mag ik nog steeds een nieuw kledingstuk kiezen om te maken. Inmiddels heb ik M. een tegoedbon voor een muts cadeau gedaan, dus die gaat er komen, alleen had ze het erover dat ze wilde wachten met kleuren kiezen tot ze een andere winterjas had gekocht. Gelukkig staat er geen vervaldatum op. Ik denk dat ik eindelijk mijn keus gemaakt heb voor het volgende project voor mezelf: de COOMO cardigan van ANKESTRiCK. Ik heb al veel vaker gekeken naar vesten met brioche, maar kon nooit echt iets geschikts vinden. Het is me snel te grof. Dit is trouwens geen brioche, maar fishermen’s rib. Ik weet nog niet hoe je dat doet, maar daar maak ik me niet zo’n zorgen over. Ik twijfel nog over of ik de knopen en knoopsgaten eraan zou willen. Ik denk dat ik het niet dicht zou doen, dus misschien niet, al vond M. de knopen leuk staan. Ik heb het idee dat je die rand er meteen aan breit, dus dan zou ik het wel al vroeg moeten beslissen. Ik moet het patroon eigenlijk gewoon gaan aanschaffen, ik heb het verdiend. Volgens mij is het garen ook in Nederland te verkrijgen, dus ik denk dat ik dat ga gebruiken, ik heb mijn oog al laten vallen op saliegroen.

Vandaag is het World Wide Knit in Public Day, maar ik heb niet in het openbaar gebreid. Daar hoeft het voor mij op zich ook niet die dag voor te zijn. Ik ben gisteren wel naar het Handwerkfestijn in Hoevelaken geweest. Ik ben er al vaker geweest en ik weet niet altijd zo goed waarom, want er is meestal vooral een heleboel oude rommel en het kan er snikheet zijn (het is grotendeels in tenten op het terrein van een kwekerij), en gisteren was het dat natuurlijk zeker. Maar ik moest er gistermiddag echt even uit, dus ik besloot toch te gaan. Laat ik het erop houden dat ik toch altijd wel graag door oude rommel struin, in de hoop iets leuks aan te treffen. Dit keer kwam ik weinig tegen, ik vond alleen een aanwinst voor mijn bescheiden maar geliefde collectie ‘boeken over breien’: Things I Learned From Knitting …whether I wanted to or not van Stephanie Pearl-McPhee. Klinkt veelbelovend, toch? Maar liefst 25 cent voor het goede doel (het Diabetesfonds). Ik lees haar blog en ik weet dat ze leuk kan schrijven. Dit is al een oud boek (uit 2008), dus haar leven ziet er nu anders uit, maar ik zal het vast met plezier lezen en instemmend knikken. Daarna nog een razendsnel smeltend maar lekker ijsje en toen weer naar huis. Vast beter dan thuis blijven piekeren.

Nieuwe trui

Zomaar even een moment op dinsdagavond om je bij te praten over waar ik de afgelopen tijd aan heb gebreid. Nog steeds mijn favoriete copingmechanisme, en dat is de laatste tijd weer nodig.

Ryo Sweater
Ineens is deze trui toch af. Ik heb mezelf een schop onder m’n komt gegeven na de vorige blog. Het lukt me nog steeds niet goed om wat voor tubular bind off dan ook te doen, dus ik besloot het er aan de onderkant niet op te wagen en gewoon af te kanten in boordsteek. Het staat me nog helder voor de geest hoe dramatisch het was bij m’n Trove (die kon ik tot twee keer toe herstellen doordat de draad knapte bij het omkleden) en dan is dit toch iets meer hufterproof. Ik heb een beetje spijt dat ik bij de mouwboorden wel de moeite heb genomen, want dat is dus weer niet fantastisch gelukt en hopelijk houden ze het. En nu heb ik dus twee verschillende afkantmethoden gebruikt. Maar goed, ik heb bij de hals een of andere fancy opzet gebruikt uit het patroon, dus er zou hoe dan ook iets afwijken. De foto’s liet ik M. maken in de Botanische Tuinen in Utrecht om eens iets anders op de achtergrond te hebben dan een halfdode klimop, al was het eigenlijk iets te warm om de trui aan te hebben (ik droeg hem dan ook niet in de vlinderkas!).

Ik schreef er al eerder over, maar in het voorpand en de mouwen zitten ‘caliper cables’, en die raad ik af. Het resultaat is wel mooi, maar wat een gedoe. Het zijn lange lussen die je over andere steken kruist. Ik kreeg ze zonder kabelnaald niet goed, maar ik ben extreem goed in het kwijtraken van kabelnaalden terwijl ik ermee bezig ben, dus dat was weer vermoeiend.

Gelukkig had ik voldoende garen gekocht, want ik heb wat meer gebruikt dan voor mijn maat genoteerd stond. Ik denk dat ik de mouwen en het lijf wat langer heb gebreid. Ook wel fijn om niet al te veel over te hebben, ik heb de laatste bol aangebroken.

Patroon: Ryo van Reiko Kuwamura
Garen: Ulysse van De Rerum Natura in de kleur Fusain
Naalden: 3,25 mm

Sokjes
Iemand uit mijn omgeving heeft een baby gekregen, en daar wilde ik graag iets kleins voor breien. Ik weet niet wat het is met m’n babybreisels, maar ik heb zo vaak dat ik twijfel over de maat. Nu ook weer, terwijl ik ze naast sokjes van m’n eigen baby’s heb gehouden. Zijn babyvoetjes echt zo klein? Ik ga ze maar gewoon snel opsturen.

Patroon: Tiny Toes Baby Socks van Woolen Cottage
Garen: Basic Sock van Wol met Verve, in de kleur Dark Moss (restje van m’n Musselburgh)
Naalden: 2 mm

Sokken
Ik ben toch maar begonnen aan sokken van het garen dat ik zelf verfde bij een workshop van Draadkracht op de Breidagen (hier lees je daar meer over). Ik heb maar één streng en ik weet niet hoe het uitpakt als ik ermee ga breien (wel een leuke verrassing), dus sokken leken me een veilige keus. Het is kleurrijk, dus ik ga er ook geen werkje in breien. Nog steeds blij met deze speciale sokkennaaldjes (CraSy Trio van addi), ik overweeg om ze ook van 2 mm te kopen.

Verder ben ik nog steeds bezig met de sjaal die ik hier niet ga laten zien tot hij af is. Ik had hem mee op het weekendje weg met de schoonfamilie naar de Veluwe (eindelijk was er eens niemand ziek, hoera) en ben er wel weer wat verder mee gekomen, maar op vakantie heb ik ook een aantal steken een flink eind moeten laten vallen om een paar foutjes te herstellen. Dat is gelukt, maar was toch een minder moment, vooral omdat ik nu natuurlijk nog meer foutjes vrees. Er zijn mensen die die dan gewoon laten zitten en daar prima mee kunnen leven, maar ik behoor meestal toch niet tot die mensen.

Ook het idee van de gebreide tas dringt zich de laatste tijd weer op, en ook die ga ik hier nog niet laten zien. Nu valt er ook nog niet veel te laten zien, maar het is me wel eindelijk gelukt om de vorm die ik wilde te krijgen, met dank aan speciaal patroonpapier (gratis online te vinden) met hokjes in de juiste verhouding van gebreide steken. Misschien kende je het al lang, maar ik vind het een revelatie. Het zou zo leuk zijn als het me lukt om dit af te maken. Al maak ik me nu al zorgen over de voering, waar waarschijnlijk een naaimachine bij komt kijken (terwijl ik dus eigenlijk niet kan naaien).

Volgens de zelfbedachte regels waar ik me niet eens altijd aan houd, mag ik nu ook een nieuw kledingstuk uitkiezen om te breien, omdat mijn trui dus af is. Totale keuzestress, dus ik wacht even af of dat vanzelf duidelijker wordt. Ga ik nog voor een zomershirtje, ook al komt dat dan misschien pas na de zomer af? Wat voor shirtje dan? Een patroon dat ik al heb? De Anna Tee en de Moon Set Tee zou ik allebei nog wel een keer willen maken. Of een effen Hikari, dus zonder die driehoeken, zodat ik hem zeker niet hoef door te knippen om er een stuk tussen te zetten als hij te kort dreigt te worden (uiteindelijk heb ik die van mij niet doorgeknipt, maar de dreiging was serieus). Of toch een heel ander patroon? Ga ik alvast een Musselburgh voor M. breien? En nog een effen voor mezelf? Enorme sjaals, houd ik ook enorm van. Ga ik eindelijk Sandbank nr 3 breien? Een van de vele patronen van Stephen West, waar het nog steeds nooit van is gekomen? O, en er ligt nog ergens een Christmas gnome in delen. De eerste speelde een glansrol in de kerstbingo van mijn paboleerteam, hij werd als allereerste gekozen van de prijzentafel (vertelde zij niet zonder enige trots), maar dat betekende dus ook dat ik hem niet mee terug nam, tot verdriet van mijn kinderen. Er moest er een voor onszelf komen, maar… kerst kwam eerder. Volgens mij heb ik alle delen behalve de baard, maar dat betekent dat ik hem vooral nog in elkaar moet zetten, en je weet wat voor hekel ik daaraan heb. Kerst dit jaar lijkt me een goede deadline.