KID

Ineens was daar het bericht dat KID voor lesbische en alleenstaande vrouwen ‘zonder medische indicatie’ niet langer wordt vergoed. Het wordt ook daadwerkelijk ineens niet meer vergoed, niet pas volgend jaar of zo.

Edit: Het wordt dit jaar ineens toch nog wél vergoed (bron). Aangezien het echter de vraag is wat er daarna gaat gebeuren en de hele gang van zaken vooralsnog weinig vertrouwen bij me oproept, heb ik deze blog verder niet aangepast.

Niet dat het iemand iets aangaat, maar wij hebben onze twee dochters gekregen via KID. We gaan hoogstwaarschijnlijk niet proberen om er nog meer te krijgen, dus in praktische zin hebben we er niets mee te maken. Maar daarbuiten uiteraard wel.

Natuurlijk kun je erover discussiëren of dit vanuit de basisverzekering moet worden vergoed. Misschien past het beter binnen een aanvullende verzekering, maar dan moet die er wel zijn. Dat is op dit moment niet het geval. Of misschien vinden we met z’n allen wel dat iedereen z’n vruchtbaarheidsbehandelingen maar uit z’n eigen zak moet betalen. Maar dan moet ook iedereen dat doen.

En heterostellen dus ook. Want dat is nu het verschil: voor vrouwen met een onvruchtbare mannelijke partner verandert er niets, de behandeling blijft vergoed. Beschik je echter niet over zaad omdat je partner een vrouw is, of omdat je geen partner hebt, dan moet je de behandeling voortaan zelf betalen (voor alle duidelijkheid: het donorzaad werd al niet vergoed, maar de inseminatie dus wel).

Er wordt dus gediscrimineerd op basis van relatiestatus, en angstaanjagend veel mensen lijken het daarmee eens te zijn. Geen man hebben is ‘immers’ geen medisch probleem. De vrouwen met een onvruchtbare man hebben zelf meestal echter even weinig problemen als de vrouwen zonder man. Het weigeren van een KID-behandeling aan lesbische stellen is directe discriminatie, oordeelde de Commissie gelijke behandeling in 2001 al. Er werd een motie aangenomen door de Tweede Kamer dat er ‘geen onredelijke drempels’ voor zo’n behandeling mochten zijn. Minister Els Borst verwoordde het standpunt van de regering ‘dat ook andere leefvormen dan het traditionele gezin met een vader en moeder een zorgzaam en stabiel opvoedingsklimaat kunnen bieden aan de kinderen die daarin opgroeien’. (bron). Dat waren nog eens tijden. Nu wordt lesbische stellen de toegang tot KID niet ontzegd, maar worden er dus wel financiële drempels opgeworpen die voor hetero’s niet worden opgeworpen. Klinkt nogal onredelijk.

Er zijn toch genoeg andere manieren om aan zaad te komen, roepen mensen. De kroeg in duiken. Een oproep plaatsen op internet. Co-ouderschap. En ongeacht hoe je aan zaad weet te komen, je kunt toch ook gewoon thuis insemineren, zo ingewikkeld is het allemaal niet. Natuurlijk ben ik op de hoogte van andere wegen. Wij hebben weloverwogen voor deze weg gekozen. Iedereen die voor deze weg kiest, doet dat weloverwogen. Zo’n traject is niet niks. Als we op de een of andere manier kinderen hadden kunnen krijgen zonder hulp van derden, hadden we dat absoluut gedaan.

Wat me hierbij opvalt: niemand heeft het over de andere opties voor heterostellen. Natuurlijk gaan heterovrouwen niet naar bed met iemand die niet hun eigen partner is om zwanger te raken. Natuurlijk krijgen heterostellen geen kinderen met een alleenstaande man of een ander stel met wie ze dan co-ouderschap aangaan. Waarom eigenlijk niet? (Het ergste vind ik misschien nog wel dat ik dat tot voor kort zelf óók niet ter discussie stelde. Lang leve de heteronormativiteit.)

De situatie is hetzelfde: een vrouw zonder medische problemen met een partner die haar niet zwanger kan maken. Maar jullie hebben geen man, zeggen mensen dan. Jullie kinderen hebben geen vader. Dat klopt. En wat dan nog? Belachelijk dat ik dit moet staven, maar dat kan ik: uit wetenschappelijk onderzoek komen geen aanwijzingen naar voren dat dat een probleem is. Kinderen met twee moeders of twee vaders zijn even gelukkig als kinderen met een vader en een moeder (bron).

De enige negatieve gevolgen worden veroorzaakt door discriminatie, door homofobie. O, en de hetero’s die besluiten om te verzwijgen voor hun kinderen dat ze gebruik hebben gemaakt van donorzaad, doen de zaak ook geen goed. Volledig anoniem donorschap mag in Nederland niet meer, wat mij betreft terecht. Onze donor is voor ons onbekend, maar zijn gegevens zijn geregistreerd. Onze dochters kunnen deze later opvragen, mochten ze dat willen, en dan zullen we ze daar uiteraard ook in steunen.

Volgens mij ontnemen we ze helemaal niets, maar er zijn blijkbaar nog altijd mensen die niet kunnen handelen dat onze relatie, ons gezin zo compleet is. Zonder vader, zonder man. En dan is het extra naar als je je moet afvragen of de overheid dat soms ook vindt. Zoals Meredith Greer schreef: ‘Het klinkt verdacht veel als een beleidstechnische “daar-moet-een-piemel-in”.’ (bron)

Gelukkig is er inmiddels enige ophef over ontstaan. Er is een petitie. Er komt een Kamerdebat. Jinek had er een item over, waarin Liliane Ploumen geweldige dingen zei.

Ik vond het wel lastig dat ik me niet kon herkennen in de vrouwen die daar werden geïnterviewd. Ik ben dus niet alleenstaand, en het klonk alsof de alleenstaande vrouw aan tafel extra verontwaardigd was over de discriminatie omdat ze daar normaal gesproken nooit mee te maken had. Ik weet het, als witte, hoogopgeleide vrouw zonder migratieachtergrond heb ik ook een heleboel privileges, maar ik ervaar deze beleidswijziging toch als het zoveelste bewijs dat sommige mensen lesbische relaties minder waard vinden dan heterorelaties. Volgens de minister is dit trouwens helemaal geen beleidswijziging. Het was al nooit de bedoeling dat het voor ons werd vergoed, ze zijn er nu alleen achter gekomen dat de behandelingen ‘ten onrechte’ werden gedeclareerd (bron). Volgens dit bericht van de NVOG speelde dit al in 2017. Bij de zwangerschap van onze tweede dochter ging het dus om een gedoogconstructie, of hoe moet ik dat zien? Gedoogd, dat is in ieder geval hoe ik me vaak voel.

Aan tafel bij Jinek zat overigens ook een lesbische vrouw, door wie ik me helaas ook niet echt gerepresenteerd voelde. Zij voert actie met de hashtag #magikjekwakkiedan (inclusief carnavalshit). Ik vrees dat je daar weinig mensen mee gaat overtuigen die KID voor lesbische vrouwen toch al te ver vinden gaan. Maar goed, sommige vrouwen komen met een goedkope hashtag, anderen publiceren een stuk op een matig gelezen blog. Als het mensen maar aan het denken zet. Als het maar helpt.

PS: Hier kun je de petitie waar ik over schreef ondertekenen, als je wilt. Dank je wel!

Waar zo’n baby allemaal geen rekening mee houdt

Dienstroosters. Handwerkprojecten. De aan- of afwezigheid van een grote zus. Geboorteplannen. Belinstructies. Hoelang het duurt voor iemand bij je is. Hoe graag je nog naar zwangerschapszwemmen gaat. Hoe bang je bent. De uitgerekende datum (niet echt, tenminste). Of je boven of beneden bent. Een eerdere bevalling van twintig uur. Dat je eigenlijk alleen maar wil slapen. Dat je speciaal nog even de langzame buikpompademhaling hebt geoefend. Dat je nooit zou bellen vanwege ‘een beetje buikpijn’.

Al die dingen daarna.

Dat je nu al vijf weken zoekt naar een gelegenheid om deze blog te schrijven.

Welkom, lieve D.!

Handwerkloket

Het Handwerkloket is open! Dat wil zeggen, ik heb mijn eerste breipatroon gepubliceerd op Ravelry. Bij 39 weken zwangerschap, waarom ook niet? Het was eindelijk af en misschien is het juist wel goed, ik heb nu niet zoveel ruimte in mijn hoofd om erover te twijfelen.

Het is het patroon voor deze sjaal, Interpunctie:

Een dubbelgebreide sjaal die mooi aansluit bij mijn andere werkzaamheden :)

Het patroon is beschikbaar in het Engels en Nederlands, en je vindt het hier.

Het is een groot avontuur, en zo probeer ik het ook te zien. Ik begrijp mensen die iets in eigen beheer willen uitgeven nu nog beter. Je kunt gewoon alles zelf bepalen! Natuurlijk is het nadeel ook meteen dat je alles zelf kunt bepalen. Dat gigantische schema dat ineens zomaar in het niets verdween. De testbreiers die het patroon gratis van mij kregen om het te testen en vervolgens amper nog iets van zich lieten horen. Of alleen dat het allemaal véél te ingewikkeld was. Of zelfs helemaal niets. Dat ga ik een volgende keer anders aanpakken! De administratieve rompslomp, de ingewikkelde belastingregels die om de hoek komen kijken zodra je internationaal iets verkoopt. Ik verwacht niet direct enorme bedragen binnen te gaan harken, maar het moet wel allemaal netjes geregeld zijn.

Voor het geval ik daadwerkelijk iets verkoop. Dat zei ik steeds tegen mezelf. En dat het toch alleen al superleuk was om het patroon te maken en te kijken hoe alles werkt. En dat was ook zo. Ik verwachtte en verwacht niet veel. Maar nu hebben twee mensen het meteen al gekocht.

Ook als het hierbij blijft, is dit geen moment om te stressen. Wel om taart te gaan halen.

Plannen 2018 – eindstand

Een fotoalbum maken voor S.
We hebben twee fotoalbums voor S. gemaakt. Eentje van haar eerste maanden, en eentje met de foto’s van 2017. En we hebben een paar keer wat losse foto’s afgedrukt. S. vindt het heerlijk om foto’s te kijken, dus we hebben een paar boekjes met van die insteekhoesjes gevuld zodat ze dat ook zelf kan doen. Nu moeten we natuurlijk ook nog een album maken van 2018, maar toch. Daar is M. trouwens ook al aan bezig.

Naar het Utrechts Archief
Ik ben er zowaar een keer heen geweest, in augustus alweer. Het was een… aparte ervaring. Zo werd ik behoorlijk onvriendelijk ontvangen, want tussen 12.00 en 13.00 bleek je geen stukken te kunnen aanvragen en het was bijna 12.00 uur toen ik daar aankwam. Ik vroeg hoe ik dat had kunnen weten, maar daar kwam geen antwoord op. Die vrouw vond het volgens mij heel klantvriendelijk van zichzelf dat ze toen op haar eigen account alsnog een paar dingen aan ging vragen, maar ik wist natuurlijk nog niet precies wat ik moest hebben en ze deed dat zo gehaast dat het uiteindelijk allemaal net het verkeerde bleek te zijn. Daardoor wist ik daarna iets beter wat ik dan wél aan moest vragen, maar het bleef toch een beetje trial-and-error. En de student-medewerker kopieerde zeer beroerd, à 50 cent per A4’tje. Het was heel interessant om daar een keer te zijn, en er was dus inderdaad het een en ander over mijn onderwerp terug te vinden. Het mooist waren zijn eigen verklaringen in processen-verbaal. Natuurlijk zijn die ook allemaal in een bepaalde vorm gegoten, maar ik had toch het idee dat ik daardoor dichter bij hem kwam. Ik weet nu alsnog niet wat ik er verder mee ga doen, trouwens. Ik heb door al het gedoe daar ook nog niet alles kunnen uitzoeken wat ik van plan was, na een paar uur wachten en lezen over bedorven vlees was ik er klaar mee. Het goede nieuws is natuurlijk dat die stukken daar gewoon blijven liggen. Het slechte nieuws is dat ik iets meer hulp had verwacht van de mensen daar. Ik bedoel, ik snap dat het in niets lijkt op Verborgen verleden, waarin ze altijd iets zeggen als: ‘BN’er X wordt bijgestaan door archiefmedewerker Y’, terwijl in werkelijkheid archiefmedewerker Y al het werk heeft gedaan en BN’er X alleen maar even langskomt om te proberen een stukje voor te lezen uit een interessant document, maar ik had wel verwacht dat ik bijvoorbeeld zou kunnen zeggen: ‘Ik weet dat deze persoon dan en dan failliet is gegaan, het faillissement is uitgesproken door deze rechtbank, waar zou ik daar meer informatie over kunnen vinden?’ En dat zij dan zouden zeggen: ‘Dan moet je dit deel van het archief hebben, en dat kun je op deze manier doorzoeken.’ Het was nu alsof ze alleen maar daar waren om stukken op te diepen uit het archief, en alsof ik dus al precies moest weten welke stukken ik moest hebben. Wat ik dus niet weet. Misschien was ik er op een verkeerde dag.

Haakpatroon uitwerken

Het is een breipatroon geworden, maar hier ben ik echt ver mee. Ik heb een sample gebreid, ik heb het patroon uitgewerkt en ik ben nu bezig met een paar testbreiers. Alles is nieuw voor me, het is een slechte tijd testers te vinden door de feestdagen en het loopt dan ook nog niet al te soepel. Mensen hebben zich verkeken op het patroon of laten überhaupt niets meer van zich horen. O, en ik heb het voor elkaar gekregen om een gigantisch schema te laten verdwijnen in de krochten van internet, en denk maar niet dat de (betaalde!) site daarop iets laat horen. Maar het patroon is er in principe, en door de weinige feedback die ik tot nu toe wel heb gekregen, wordt het alleen maar beter. En ik word er zo gelukkig van, van het feit dat ik het heb bedacht en geschreven, van de mensen die dan reageren met: ‘Ik kan het patroon helaas niet voor je testen, maar je moet het me echt laten weten als je het publiceert!’ (Ik had er geen idee van, maar dat is dus blijkbaar een ding op Ravelry, dat mensen dan om een zogenaamde ‘earburn’ vragen). Van dat ik dit echt helemaal zelf kan doen, ik kan het straks gewoon online zetten en dan kunnen mensen het kopen. Ongeacht of mensen dat dan ook gaan doen. Ik geloof dat ik nu nog beter snap waarom mensen voor uitgeven in eigen beheer kiezen. Ik hoop dat ik het patroon nog kan publiceren voor de baby geboren wordt. En dat er meer zullen volgen.

Minder werken
Hm, dit ging wisselend. Toch weer regelmatig ‘s avonds en in het weekend moeten werken. Soms liep m’n planning in de soep doordat er iets gebeurde (meestal iets met een ziek kind), soms liet ik ‘m in de soep lopen door te weinig discipline. Door de zwangerschap was en ben ik extra moe, zijn er extra afspraken. Ik heb ook getwijfeld dit jaar of ik ermee door moet gaan, of in ieder geval of ik er zo mee door moet gaan. Ik heb weer veel mooie opdrachten mogen doen in 2018 en sommige dingen zou ik zonder meer altijd willen blijven doen. Ik zou trouwens ook niet weten wat ik anders zou willen en kunnen en hoe ik dat praktisch geregeld krijg. Maar het moet wel haalbaar blijven, qua tijd, financieel… Ik moet wel kwaliteit kunnen blijven leveren en afspraken kunnen nakomen. Nu heb ik natuurlijk eerst verlof en dan een baby, dus ik heb alle beslissingen daarover voorlopig voor me uitgeschoven. Die luxe heb ik gelukkig ook, en daar ga ik gebruik van maken. Wat dat betreft komt het minder werken nog, want ik ben sinds kerst met verlof en neem ook wat langer verlof dan bij S. Vanaf 1 juli hoop ik weer wat werk op te kunnen pakken en ook dan hoef ik niet meteen te weten hoe en wat. Het komt allemaal wel. Jaren geleden zei ik dat ik mijn geld het liefst zou verdienen met redigeren, schrijven en handwerken. Tot nu lukt het voornamelijk met redigeren, maar misschien zijn er best mogelijkheden om het meer te verdelen.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit is best goed gelukt. In ieder geval woon ik hier graag en wordt het steeds moeilijker om me voor te stellen dat we in ons appartement woonden. Ik vind het moeilijk dat we voor veel (klus)dingen afhankelijk zijn van anderen, en ik blijf het een hele verantwoordelijkheid vinden. Maar het is een heel fijn huis, en we hebben best het een en ander bereikt. Eigenlijk hebben we vooral ook veel uitbesteed, voor ons een hele stap, maar het helpt. De nieuwe meubels staan. We hebben de tuin laten doen. Dat was wel nodig ook, nadat de buxusmot alles aangevreten had (de oude bewoners hielden nogal van buxus). De tuin is nu ook een stuk veiliger, we hebben de vijver eruit laten halen en de uitgang is verplaatst, waardoor we nu niet meer panisch om een hoekje hoeven te gluren of er iets aan komt terwijl we half naar beneden storten met onze fiets. En zelfs ik, binnenzitter eersteklas, vind het fijn om een tuin te hebben. Om zo naar buiten te kunnen stappen. Dat S. een zandbak heeft en M. overal vogelvoer ophangt. Dat we laatst in onze eigen tuin een sneeuwpop konden maken. Het komt wel goed met die tuin, desnoods laten we de hovenier zo nu en dan terugkomen. We hebben ook eindelijk de glazenwassers weten te strikken (de oude bewoners haalden halsbrekende toeren uit om de ramen zelf te kunnen lappen, op het dak klimmen en zo, ons niet gezien) en zelfs een schoonmaakster. Dat laatste is misschien wel de grootste stap. Het heeft zo lang geduurd voor ik daaraan toe was. Het is een goede beslissing, want het lukte ons nu al niet en we hebben straks twee kinderen, we willen niet elk vrij moment besteden aan schoonmaken of stressen over hoe ons mooie huis vervuilt, maar het is ook moeilijk. Ik vind dat ik het eigenlijk allemaal zelf moet kunnen/doen. Er komt een vreemde in je huis. Maar ik hoop dat het dit jaar nog meer rust gaat opleveren en minder stress.

Goede dingen

Het lukt niet eens elke dag om genoeg dingen te vinden, maar het is vast niet de bedoeling om daar hard over te oordelen. Dus dan maar zo, ondanks alle paniekaanvallen, hypochondrie en zorgen over alles en iedereen.

131018
S. hielp heel goed met het bakken van de koekjes met pindakaas, banaan en havermout om mee te nemen naar de mensen van Samen Bevallen. Ik was sceptisch over haar ‘alleen doen’, maar eigenlijk kon ze best met een lepel beslag op de bakplaat scheppen.

161018
Mezelf naar zwangerschapszwemmen gesleept en daar een grapje gemaakt en gepraat met A.
Deadline gehaald van een project waarbij veel van mij verwacht werd doordat de vertaling tegenviel. Boek verdient dat ook.

171018
Nog even gezellig kletsen met m’n moeder en dat ze helemaal begreep dat ik koor volgend jaar in eerste instantie niet ga verlengen. Had ik niet verwacht.
Lekker gekookt ei gegeten.
Robijn-luchtballon gezien en dat S. ’m ook zo mooi vond (Béér!).

181018
Gedoucht.
Dekentje voor E.’s dochter heeft de wasmachine overleefd.
Er lijkt niet te zijn ingebroken, ook al was ik vergeten om de achterdeur op slot te doen.
Aan een dekentje voor onze baby begonnen.
S. had een uil beplakt op de crèche (we moeten echt goede lijm kopen voor thuis, ze houdt zoveel van plakken) en bij het ophalen zei de leidster dat ze ook hadden willen zingen over uilen, maar dat er niet zoveel liedjes over waren. Ik zei dat ik alleen ‘De uil zat in de olmen’ kende. ‘Ik wist het!’ riep de leidster, ik zei nog tegen S.: ‘Dat heeft mama jou zeker geleerd.’ Bleek dat S. als enige kindje mee had gezongen.

201018
Lekker gekookt voor S. & J. (zoete-aardappelsoep, sardientjestaart, bloemkool met gegrilde paprika en bulgur)
S. & J. hebben het peuterbed van S. in elkaar gezet.
S. vond dat helemaal geweldig en ging vol vertrouwen in haar peuterbedje slapen. Het hoefde nog niet per se, de baby zal eerst in de co-sleeper gaan slapen, maar we dachten dat het beter was om het nu alvast te proberen, omdat er nog genoeg gaat veranderen.

211018
Heel veel papier/karton naar de container in het winkelcentrum gebracht. Zelf in de auto gereden.
Lekkere lunch met broodjes en vega-ovenkroket.
De zoete-aardappelsoep was vandaag misschien nog wel lekkerder.
Breien en Boer zoekt vrouw kijken.

221018
Opdracht ruim op tijd ingeleverd, voor de verandering.
S. niet ziek van de crèche hoeven halen (ze had steeds rode wangen, maar misschien krijgt ze nog kiezen).
De beste haakSTER van Nederland kijken. Zo sneu dat zelfs M. (die niet haakt) het leuk vindt.

231018
Heel rustig gebleven met boodschappen doen, ondanks meerdere driftbuien van S. (ze moest en zou een klein karretje, maar ik had veel nodig en dus stond ze uiteindelijk in een grote kar en toen we eindelijk klaar waren bleef ze ‘buiten eten’ (?) roepen)n
De vrouw die mij wilde helpen. Ze was met haar twee kinderen in de bakfiets, en die kinderen hadden blijkbaar ook honger en kregen alvast een kapje van het brood dat ze net had gekocht. Ze vroeg zomaar of S. ook wilde, ze had genoeg.
S. was heel lief aan het zingen, dansen en spelen terwijl ik aan het koken was.

241018
Voor het eerst met S. naar de Flint: Nijntje op de fiets. Dat het door kon gaan, hoe trots ze was op haar nieuwe winterjas en dat genietende gezichtje.
Pizza gemaakt. Lekker, ondanks gebrek aan rol pizzadeeg.
Toch nog 10.000 woorden geredigeerd.

261018
Zonder aanrijding bij M., Y. en L. op bezoek geweest, ondanks angstaanjagende vrachtwagen in de straat.
S. herkent de tekenstijl van Fiep Westendorp. Ze riep ‘Fiep, Fiep!’ bij een boek dat ze niet kent.

271018
Rondleiding in de Flint, terwijl Evita daar stond. Je kunt er gewoon een kaartje voor kopen, het is dus niets bijzonders, maar het voelde wel bijzonder, vooral dankzij de enthousiaste en vriendelijke rondleiders.
S. gooide eens een keer geen eten op de grond.

281018
C. eindelijk weer gezien. S. moest weer even aan haar wennen, maar had daarna weer de grootste lol, vooral omdat C. met haar ging springen en ze haar hand mocht vasthouden (na afloop blijft ze dat dan ook nog dagen vertellen).
S. ging voor het eerst met de trein en was zo trots op haar ‘kinderkoffie’ (opgeschuimde melk).
Toch besloten om een stuk van het dekentje uit te halen, omdat de ruimte tussen de strepen net niet overal even groot was. En dat zie je. Best even wat werk omdat ik heel voortvarend al allerlei draadjes had weggewerkt, maar toch blij dat ik het gedaan heb.

291018
Hoe S. tegen zichzelf praat. ‘Deken mama M. opruimen. Heel zwaar. Heel sterk. Heel zwaar. Hmpf. Mama Col helpen?’
Boek een dag voor de deadline ingeleverd.
Loopfietsje (verjaardagscadeau voor S.) kwam binnen. Leuk ding en bleek op het stuur na al helemaal in elkaar te zitten.

311018
Helm gekocht voor bij het loopfietsje. We vroegen ons af of S. die zou willen dragen, maar tot nu toe is het een succes: ze liet het passen in de winkel welwillend toe en wilde ’m daarna niet meer af, met het argument: ‘Mooie hoed! Opa R. ook hoed!’
Nu alweer het punt passeren in het dekentje waarop ik gebleven was.
Kalmte kan u redden kijken.

011118
Veel van m’n to-dolist kunnen strepen.
M’n zwangerschapstankini werd bezorgd en past heel mooi. Ondanks het feit dat ik aan de hand van de maattabel op de website een in mijn ogen belachelijk kleine maat had besteld.
De leuke dingen die ze doen op de crèche. Vandaag hadden ze op blote voeten door allemaal bakken met herfstdingen gelopen (blaadjes, eikeltjes, ‘een regenplas’).
S. ging niet huilen toen we door de regen naar huis moesten fietsen.
S. wilde ‘We maken een kringetje’ doen met mij én met de baby, dus legde ze haar handje op mijn buik.

021118
Afleiding van m’n dekentje tijdens de suikertest.
Goede herinneringen aan M., die ik in het ziekenhuis zag. Ik durfde haar niet aan te spreken, niemand herkent mij ooit en ik had echt even geen zin in een van de ongemakkelijke gesprekjes die dan volgen (daarnaast mocht ik twee uur niet lopen en zat zij ergens waar ik niet twee uur wilde zitten). Maar ze was altijd heel aardig. Ik heb haar trouwens tijdens mijn eerste zwangerschap ook een keer in het ziekenhuis gezien. Dat soort toevalligheden, het idee dat we straks allebei twee kinderen hebben.
Lekker weer toen ik van de bushalte naar huis liep.
S. was superblij dat ik weer terug was uit het ziekenhuis.
Tegen het eind van de middag voelde ik me goed genoeg om nog even naar de Hema te gaan met M. en S.

031118
Uitslag suikertest was voldoende (wel een hartverzakking wegens telefoontje op zaterdag en niet echt lekker verwoord, maar toch).
Veilig naar Brabant gereden en weer terug.
Heel hard opgeruimd en gepoetst terwijl M. en S. naar dreumesgym waren.
S. ging liedjes zingen voor Omi.
Sommige planten knappen toch nog weer op na wat aandacht.

041118
E., R. en M. kwamen op bezoek en dat ging best goed. R. en M. zijn superlieve kindjes, maar S. deed ook echt haar best.
M. heeft wat foto’s gemaakt van mij met de sjaal die ik heb ontworpen. Wil het werken aan het patroon toch echt weer oppakken.
Momentje met de baby die keihard aan het schoppen was.
Weekmenu gemaakt en weer eens een berg boodschappen besteld via Picnic.

051118
Naar koor geweest, ondanks al m’n smoesjes (moe, koud, donker, ga toch stoppen).
Stofjes binnen waar ik wasbare zoogkompressen van ga proberen te maken.
Iemand die per ongeluk bij ons op de stoep stond de goede straat gewezen (terwijl ik de straatnamen hier maar niet kan onthouden).
Op tijd boodschappen gedaan, zodat er geen stress was bij het ophalen van de crèche (maar goed ook, want S. wilde tig keer door de gang rennen ‘als een paardje’).
S. had heerlijk geverfd op de crèche. Ze hield het het langst vol van alle kindjes en had eigenlijk nog wel langer gewild toen ze gingen opruimen.

061118
Met S. naar het ‘bos’ (park) geweest, en ook nog gehoor gegeven aan haar verzoek ‘Wille op straat rijden mette boogie’ door naar een speeltuintje te gaan. Kan makkelijker als de boodschappen zijn geregeld.
Fietssleutel was toch niet kwijt.
Naar zwangerschapszwemmen geweest. Vertrouwd met A. en C. (wel jammer dat A. al bijna gaat bevallen). Trots dat ik twee avonden achter elkaar weg ben gegaan.
M’n borsten in m’n nieuwe tankini.

Over diversiteit

Ik was vorige week op de Midzomerkinderboekenborrel van de CPNB. Ik was daar omdat ik onder andere kinderboeken redigeer (op dit moment vooral voor De Fontein). Er was een heel programma in een snikhete tent. De Zilveren Griffels en Zilveren Penselen werden uitgereikt en er was een paneldiscussie over diversiteit in kinderboeken. En het gebrek daaraan. Een interessant en belangrijk onderwerp. Het panel was erg eensgezind: kinderboeken moeten veel diverser worden.

Ik begrijp die wens, al leken niet alle panelleden even goed op de hoogte te zijn van wat er al wél is en wordt gedaan. Hierdoor sloeg de sfeer in de tent op een gegeven moment helaas een beetje om. Tegen die tijd waren ze mij echter al kwijt, want mij viel vooral het gebrek aan diversiteit ín het panel op. En hoe weinig divers hun opvatting over diversiteit was. Er zaten daar vijf mensen op een rijtje, en alle vijf hadden ze het alleen maar over culturele diversiteit, over kinderen met een migrantenachtergrond of biculturele identiteit.

Natuurlijk willen kinderen die niet wit zijn, die bijvoorbeeld geen blond haar en grote blauwe ogen hebben, zichzelf ook terugzien op illustraties. Natuurlijk willen Nederlandse kinderen die afkomstig zijn uit andere culturen dan de oer-Hollandse protestants-christelijke cultuur (of hoe je die cultuur ook wilt omschrijven) ook graag verhalen lezen waarin ze zich kunnen herkennen. En ik geloof meteen dat er nog niet zoveel van die verhalen zijn. En dat iedereen in het panel het goed bedoelde.

Maar als je denkt aan diversiteit in kinderboeken, zou je ook kunnen denken aan boeken over kinderen met een ziekte of handicap, die in een rolstoel zitten, die doof of blind zijn. Aan kinderen met een andere genderidentiteit of seksuele identiteit. Aan kinderen die opgroeien in een bijzondere gezinssituatie. En dan vergeet ik vast nog allerlei kinderen. Boeken over al die kinderen zijn volgens mij net zo goed dun gezaaid, maar het hele panel sprak daar met geen woord over.

Dat raakte mij. Natuurlijk. Ik was zo’n kind dat zich vaak niet kon herkennen in kinderboeken. In meerdere opzichten. Ook al ben ik witter dan wit, met in Nederland geboren ouders en grootouders. Over mijn gezinssituatie waren niet veel boeken toen ik opgroeide, en over lesbische meisjes/vrouwen ook niet. Wat zeg ik, die zijn er nog altijd weinig. Dat vind ik nog steeds jammer, dat vind ik nog steeds vervelend, maar ik ben volwassen. Ik weet in ieder geval dat dat niet betekent dat ik de enige ben (of zou dat moeten weten). En ergens voel ik me ook medeverantwoordelijk voor het gebrek aan die boeken, want ik zou ze zelf kunnen schrijven en/of zoeken. Ik loop overigens ook nog altijd rond met vage plannen om dat te gaan doen. En daardoor kon ik voor mezelf nog wel denken: Jullie vertellen niet het hele verhaal, maar oké, ik red me wel.

Het motto van dit panel bleek echter vrij expliciet: ‘Alle kinderen in Nederland moeten zich kunnen herkennen in kinderboeken.’ Verschillende panelleden spraken daarbij ook over hun eigen kinderen. En toen kon ik alleen nog maar denken: En mijn kind dan?

Hoeveel boeken zijn er over kinderen met twee moeders? Heel, heel weinig. Je moet de slecht verkrijgbare boeken die (semi) in eigen beheer zijn uitgegeven er maar bijtellen, en misschien ook maar meteen de boeken over twee vaders. En dat ene waargebeurde verhaal over die twee pinguïns in een dierentuin in New York die altijd samen waren en op een dag een ei in hun verblijf vonden. En dan nog (boekentips altijd welkom).

Ik begrijp dat er verschillen zijn. Dat S. privileges heeft. Als mensen haar zien, als mensen haar horen spreken of haar naam lezen, zal ze niet direct opvallen. Ook samen met ons niet, want wij schijnen meestal prima door te kunnen gaan voor zussen of vriendinnen (vaak irritant, soms helaas noodzakelijk voor onze veiligheid). En wij zijn thuis in deze maatschappij. We begrijpen alle brieven, we kunnen haar helpen met haar huiswerk, als het moet kunnen we in discussie gaan met docenten of artsen. Ze mag mee op schoolkamp, we vieren kerst, noem het allemaal maar op. Als ze ouder wordt en steeds meer dingen zonder ons gaat doen, zal ze er alleen maar minder mee te maken hebben.

Toch zullen er altijd momenten zijn waarop ze opvalt. Waarop ze in de minderheid is. Ze zal vragen krijgen. We kunnen alleen maar hopen dat ze respectvol zijn. Waarschijnlijk zullen ze dat niet altijd zijn. In ons geval zijn ze dat niet altijd. We kunnen alleen maar hopen dat het daar zo’n beetje bij blijft.

Het is een heel andere manier van erbuiten staan, dat begrijp ik. Maar heb je het over alle kinderen, heb het dan ook over alle kinderen.

Dochter (30)

Ze gaat zo hard. Het is bijna niet meer bij te houden wat ze allemaal zegt. Vooral ook omdat ze alles nazegt. Op de crèche zegt ze alleen helemaal niks. Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar het was me duidelijk dat ze daar dachten dat ze een beginnende taalachterstand op het spoor waren. Ze waren ineens wel erg geïnteresseerd in of ze thuis wel praat. Ik zal wel weer zo’n moeder lijken die haar eigen kind briljant vindt, maar ze praat thuis best veel. Maar wat goed dat jullie hier alert op zijn. Dit alles moest ik trouwens duidelijk zien te maken terwijl ik zelf amper een stem had omdat ik zo’n last had van mijn keel. Ze hadden trouwens wel ‘het idee’ dat S. de leidsters begreep en als ze bijvoorbeeld vroegen om haar neus aan te wijzen deed ze dat ook wel. En desgevraagd alle andere lichaamsdelen. Maar dat zei ik maar niet.

Moederdag kwam en dit jaar waren er wel twee cadeautjes van de crèche (andere crèche, we zijn na de verhuizing gewisseld). Ik vond het lastig om mijn waardering daarvoor onder woorden te brengen, maar ik heb het geprobeerd. Het is belangrijk voor me. Het was sowieso een vreemd gesprek, want de leidster wilde zeggen dat ze al vaker kindjes met twee moeders hadden gehad, maar dat was blijkbaar een tweeling, en toen zei ze per ongeluk: ‘We hebben dus wel ervaring met tweelingen.’ Maar ik geloof dat we elkaar wel begrepen :) Het waren papieren theepotten, door S. beplakt, met een echt theezakje eraan. Mijn wantrouwen is inmiddels zo groot geworden dat ik me dan niet niet af kan vragen of ze dat misschien grappig vonden, twee potten. Ik haat het woord ‘pot’ en ik haat dat ik dat dan denk. Ik weet ook eigenlijk wel zeker dat er niets achter zit. We drinken toevallig graag thee.

Ik had een rompertje gekocht met ‘mama’ in allerlei talen erop, want M. houdt van talen en alles is altijd met ‘papa’ of ‘mama’ in het enkelvoud en dit was toch een soort meervoud. En met het idee dat S. dan wat opties had, omdat ‘mama M.’ er nog niet helemaal uitkwam. Maar toen was M. kort daarop jarig en zei S. ineens M.’s naam (op haar manier), dat was zo leuk. Ik weet trouwens dat je online wel het een en ander kunt kopen, hoor, shirts met een kuikentje erop en het opschrift ‘Hatched by two chicks’, rompertjes met regenbogen en ‘Baby Pride’. Ik vind dat best grappig, maar ik kan het nog steeds erg jammer vinden dat je speciaal op zoek moet naar die paar dingetjes en dat in winkels zoveel niet van toepassing is.

Verder was Moederdag een behoorlijk waardeloze dag, want S. was ziek, waardoor M. alleen naar haar moeder en oma in Brabant ging en ik vooral druk was met kots opruimen en met werken als S. sliep, want het lukt me maar niet om daar een goed ritme voor te vinden en als ik denk het gevonden te hebben gebeurt er weer zoiets. In de week daarna zelf ook nog flink ziek geweest, helaas.

M. wilde graag op haar verjaardag met S. en mij naar de Efteling en daar zei ik natuurlijk geen nee tegen. We houden van de Efteling en zijn als volwassenen zonder kinderen altijd blijven gaan. We wisten ook wel dat het waarschijnlijk over een paar jaar nog leuker is voor S., maar zo lang konden we echt niet wachten. Het is een van de weinige dingen waar ik me een voorstelling bij maakte voor ik een kind had, dat we daarheen zouden gaan met ons kind, en dus was het een bijzonder moment toen we daar daadwerkelijk waren met ons kind. Voor wie attracties nog wat te heftig bleken te zijn… Het was meteen al brullen in de Stoomcarrousel (we dachten: Laten we ergens in gaan waar je niet zo lang voor hoeft te wachten) en Carnaval Festival was ook een behoorlijk lange zit (ze zei aan het eind wel ineens: ‘Ah, poi!’, wat ze zegt als ze iets mooi vindt, maar het onride-filmpje dat we ‘s avonds nog bekeken op YouTube was toch stukken leuker dan de echte attractie). Het gaf niet, we wisten dat we er zo min mogelijk van moesten verwachten en het Sprookjesbos vond ze wel erg leuk. Behalve Roodkapje, om een of andere reden. Misschien omdat die te veel op een echt mens leek? Voor de wolven en de draak en zo was ze dan weer helemaal niet bang. Ze was meteen fan van Langnek, de Dansende Schoentjes en Vrouw Holle, en natuurlijk van de paddenstoelen waar muziek uit komt. Op allemaal moest gezeten worden (‘stoel’ zit er dan ook in) en bij allemaal werd gedanst. Verder hield ze van alle fonteinen en vond ze de baby-Laven leuk. Daar waren we speciaal naartoe gegaan, omdat ze zo graag naar baby’s kijkt. De Indische Waterlelies waren spannend, maar toch ook wel leuk toen de ganzen begonnen te zingen. We hebben de stoomtrein nog geprobeerd omdat ze op vakantie zo van het treinspeeltoestel hield, maar ze begon al te huilen toen de trein nog niet reed, dus toen zijn we maar weer uitgestapt, het moet wel leuk blijven.

Ze zegt vooral de laatste letters van woorden. ‘Ak’ is bijvoorbeeld ‘zandbak’, maar ook ‘slaapzak’. Vaak helpt de context, maar we verstaan haar lang niet altijd. Romper klinkt bij haar als ‘bompa’ en ‘oop’ is stroop. Dat wil ze de laatste tijd steeds op haar brood. ‘S., wil je amandelpasta of hoemoes op je brood?’ ‘Oop! Oop!’ Hoemoes noemt ze trouwens ‘oesj-oesj’. Ook al de klassieke situatie meegemaakt waarin ze zei dat ze pindakaas wilde en begon te krijsen toen ze de boterham met pindakaas kreeg voorgezet. Ze wilde namelijk jam… Verder ontbijt ze de laatste tijd heel flink, brood en dan ook nog wat kwark met havermout en fruit (wat wij altijd eten). Vooral over de ‘kaaark’ is ze erg enthousiast.

Ze zegt ook eindelijk oma, beide oma’s zijn dolgelukkig (het was heel lang alleen opa). M. en S. hadden met M.’s moeder gefacetimed en de volgende ochtend zag S. de iPad liggen: ‘Oma, ben je?’ Zo slim! ‘Tot zo’ was een tijdje automatisch ‘Otto, opa!’ omdat opa buiten ging barbecuen en we binnen aten omdat het zulk slecht weer was.

M’n tante had een verhaal over de kleutercito, dat daarin naar ‘categorieën’ wordt gevraagd als ‘bestek’ of ‘fruit’ en dat er dan kleuters zijn die best weten wat een vork en een banaan zijn, maar de overkoepelende categorieën niet begrijpen. Ik vind het allemaal behoorlijk overdreven, maar S. herkende laatst blauwe bessen niet en noemde ze toen maar ‘fruit’, dus dat zit alvast goed. Ze heeft trouwens ook haar eigen naam bedacht voor de categorie ‘voertuigen’, want ze noemt een vliegtuig consequent ‘wagen’ (en doet dan haar armen wijd).

Het is vaak nog best lastig om haar te verstaan. Ik bedoel, ‘happen, eten, happen, eten’ is duidelijk, maar wat ze toch bedoelt met ‘ei kopen’? I. suggereerde ‘voor mij kopen’, maar ze zegt het meestal thuis en ze is volgens mij nog niet zover dat ze het concept kopen snapt. Sterker nog, mij/ik is ook nog lastig. Ze is wel gek op eieren, op de crèche moesten ze voorkomen dat ze het ei van een langzamer etend kind opat en op plaatjes waarop Nijntje met haar voeten naar voren zit, roept ze consequent enthousiast ‘ei!’ tegen Nijntjes voeten.

Ze had een poster gekregen van Raad eens hoeveel ik van je hou. Grote Haas en Hazeltje lezen daarop het boek, het is geen afbeelding die in het boek voorkomt. Toen S. de poster zag, deed ze haar armen wijd. Zoooooveel hou ik van jou.

Podiumprent

Op de nieuwjaarsborrel van de Eemlandse schrijvers ontmoette ik Gemma Oosterhof. Gemma studeert aan de kunstacademie en heeft een maandelijkse rubriek op de site van Eempodium: Podiumprent. Ze vertaalt daarvoor een tekst naar beeld, en was dus op zoek naar teksten. Gemma bleek heel sympathiek en de voorbeelden van haar werk die ze bij zich had spraken me erg aan. Ik wilde dus heel graag een tekst aanleveren. Gelukkig leek Gemma dat ook een goed idee! Ik moest wel een paar maandjes wachten, want uiteraard waren er meer gegadigden voor dit leuke project.

Ik kwam voor juni op de planning te staan, en Gemma had zelfs al een tekst gevonden die haar aansprak: mijn gedicht ‘Plantsoen’. Ze vroeg nog wel om wat andere mogelijke teksten, en die heb ik haar ook gestuurd, maar ze bleef uiteindelijk toch bij ‘Plantsoen’. Des te beter. Ik vind het altijd heel bijzonder als iemand ‘iets doet’ met een tekst van mij, en ik heb natuurlijk best allerlei teksten die ik graag verbeeld zou zien, maar ik vond het vooral belangrijk dat ze koos wat ze wilde.

Gemma maakte een prachtige collage bij mijn gedicht, die je hier kunt zien. Ik ben erg blij met het resultaat!

Plantsoen

In een stad waar ik niet gewend ben
een dochter te zijn
maken vrouwen zich op
voor de avond.

Langs de ramen gaat een parade
van zwikkende enkels. Ik vraag me af
wie van ons het eerste in de goot verdwijnt,
hoe je huissleutels het beste
uit putten kunt vissen en dan ook maar meteen
hoe je hoop kunt putten uit drab.

Ik versnipper mezelf in het natte gras.
Achteraf verwissel ik vuilniszakken
met bergplaatsen voor medelijden.

Dochter (29)

Ze is nu anderhalf en ik hebmaak zo weinig tijd om te schrijven.

Ze is vaak zo lief en behulpzaam. Ze wil helpen met het uitruimen van de vaatwasser. Met stoffen en stofzuigen. Met insmeren met zonnebrand (ik wil voor altijd onthouden hoe haar kleine wijsvingertje voelt op mijn wang). Met boodschappen opruimen, natuurlijk. Als ze iets hoort over haar badje of de wasmand, gaat ze uit zichzelf proberen om die voor je te pakken.

M. is erachter gekomen dat S. ‘A, poi!’ of ‘Poie’ zegt als ze iets mooi vindt. Zo mooi. Haar navel noemt ze ‘daudol’ en veel lijkt vooral heel veel op elkaar. Ik hield een hele monoloog over sokken en dat we die op dat moment allebei niet aanhadden, tot ik erachter kwam dat ze achter me aan wilde sjokken. Boeken noemt ze trouwens ook ‘okke’, dus ze zegt ook zoiets als ze een boek wil lezen.

Ze heeft haar eigen gebaar bedacht voor bellenblaas, en voor zwembandjes. Wij zeggen ook vaak bandjes, en dus begrijpt ze het verschil niet tussen een armband een een zwemband. Ze begrijpt wel eindelijk wat een knoop is (en een rits), ze roept niet langer tik-tak als ze er een ziet.

In de Ouders van Nu is een speciale rubriek met pasgeboren baby’s, en ze vraagt telkens om daarheen te bladeren, dan gaat ze ze aaien, kusjes geven en zeggen welke baby’s slapen en welke wakker zijn.

We zijn vorige maand op vakantie geweest met mijn zusje en tante en het was heerlijk, vooral voor S., die ongelooflijk werd verwend door iedereen en lekker haar gang kon gaan. Vlak bij het huisje stond een speeltoestel in de vorm van een trein, en daar heeft ze zo ongeveer de hele vakantie in gezeten, ondertussen mijn zusje commanderend. We hebben voor het eerst met haar gezwommen. Dat vond ze erg spannend en ze wilde er nog niet zoveel van weten, maar we waren blij dat we het konden doen, want ze had vlak daarvoor waterpokken gehad en we zagen ons plan al helemaal in het water vallen. Gelukkig had ze uiteindelijk niet zoveel last van de waterpokken. Ik was vooral bang dat ik ze zelf nog een keer zou krijgen, omdat ik er zelf ooit misschien eentje gehad schijn te hebben, maar ik bleek toch voldoende antistoffen te hebben. Ze had het naar haar zin op de kinderboerderij, waar ze geiten leerde kennen en een kip wilde aaien. Ze gedroeg zich prima als we ergens iets gingen eten of drinken, haar roze petje stond haar zo schattig en ze was fan van Bollo de Beer (ze heeft een ansichtkaart van hem gekregen, en nu wil ze nog steeds de ‘Bollo Berendans’ doen als ze die ziet, op haar manier).

Er waren weinig moeilijke momenten, ook al hebben we erg veel luiers moeten verschonen, was ze elke ochtend ontzettend vroeg wakker (thuis helaas ook nog steeds) en kon ze ‘s avonds moeilijk in slaap komen door alle indrukken. Het was wel jammer dat we tijdens de ‘Escape Walk’ (een soort puzzeltocht op het park, superleuk en we deden hem als enigen op dat moment, waardoor we het idee hadden dat we meededen aan de Mol) terug naar het huisje moesten omdat het voor S. te lang duurde. Maar met het huisje als ‘controlroom’ hebben we hem alsnog af kunnen maken terwijl S. sliep. Het blijft moeilijk om geen verwachtingen te hebben.

Hoeveel alles ook op elkaar lijkt en hoe onverstaanbaar het vaak ook is, ze praat steeds meer en dat is zo leuk. We hebben zelfs al de eerste zinnetjes gehoord. Je hoort altijd dat het zo belangrijk is om je kind keuzes te geven, dus dingen als boeken en broodbeleg mag ze kiezen, maar ze lijkt het nog niet echt te snappen. We hielden haar twee boeken voor en zij zei: ‘Deze. Die ook.’ Of ze wilde ze gewoon echt allebei :) ‘Ook’ vindt ze sowieso een handig woord. ‘Aap zitten ook,’ zei ze ook een keer. En toen ze hem een keer zocht, gebaarde ze aap, zei ‘hoe-hoe-hoe’ en vroeg toen aan mij: ‘Waar?’ Er zijn al een soort gesprekjes mogelijk. Ze vult de zinnen aan van het liedje ‘De kip was zo blij’, vooral aan het eind: ‘Weet je wat het kuiken riep?’, dan roept ze: ‘Piep, piep, piep!’ En dat riep het kuiken inderdaad. Ze concludeerde ‘Uis, nee’ toen we het hadden over dat M. nog niet thuis was.

Dingen die verkeerd gaan, vallen, kapotscheuren, mensen die ergens van schrikken, zich bezeren, dat is zo’n beetje haar humor. Niveau De dikke en de dunne, zeg maar. Ze had veel last van doorkomende kiezen en we konden haar bijtring (bijtkikker) weer eens niet vinden, dus ik wilde kijken of een koud washandje hielp. Ze begreep niet wat de bedoeling was, dus ik drukte het washandje op de plekken die naar mijn idee pijn deden met mijn vinger, waarop ze haar kaken op elkaar liet klappen. Ik trok van schrik mijn vinger terug en zei: ‘Oe!’ Dat was toch wel zo grappig, het moest een keer of twintig worden nagespeeld.

Hoe lastig we het ook vinden om zorg te dragen voor een heel huis en een tuin (ik denk eerlijk gezegd niet dat het nog goed komt met die door rupsen aangevreten buxushaag), het is heerlijk om zomaar de deur open te kunnen gooien en naar buiten te kunnen lopen, om in de tuin te spelen met S. Ze is graag buiten. We hebben een zandbak voor haar gekocht. We hadden al langer de schildpadzandbak op het oog, maar ik wist niet hoe we die bij ons thuis moesten krijgen. Ik had hem al bijna online besteld, maar toen besloot ik toch eerst eens te kijken bij de speelgoedwinkel in de buurt hoe groot en zwaar hij nou echt was. Daar stelde de medewerkster voor om hem illegaal op een winkelwagentje naar huis te rijden. Dat ging best goed, waardoor ik ineens bij M. voor de deur stond met de zandbak: verrassing! De volgende dag zijn we zand gaan kopen bij de bouwmarkt. Drie zakken van 25 kilo. Er zijn weinig momenten waarop ik een man nodig denk te hebben, maar die zakken had iemand anders best voor mij mogen tillen. Gelijk weer lekker hypochondrisch over mijn bekken en rug, maar het gaat nu wel weer. En S. is heel blij met haar zandbak (en weet nu wat scheppen en harken is). Het liefst wil ze dat iemand een emmertje voor haar vult en dat omkeert, waarna ze de toren meteen sloopt.

Ik vond het meteen fantastisch toen S. mama ging zeggen, ook al ben ik niet de enige hier in huis die zo wordt genoemd. Ze weet inmiddels heel goed wie wie is, maar onze namen zijn nog wat te moeilijk voor haar om uit te spreken. Maar toen zei ze ineens Mama Col en wilde ik niemand anders zijn. ♡

Dochter (28)

Het is nu zoveel zichtbaarder dat ze bezig is met dingen verwerken. Ze vertelt ‘verhalen’. Toen er een pakje was bezorgd, wees ze naar de doos en vervolgens op de deur: ‘Open.’ Naar de vloer toen ze gevallen was. Aan M. vertelde ze dat ze aan het drinken was door ‘drinken’ te gebaren en te zeggen en op mijn borst te wijzen. Ze speelt dingen na, laat pop Zoë slapen en Aap drinken uit haar beker.

Veel klinkt hetzelfde, maar toch kunnen we vaak wel onderscheid maken tussen apen, schapen, slapen en gapen en happen. Tussen open en opa. Daarnaast brabbelt ze ook veel. Ze zegt heel vaak ‘oké’ (dat zullen wij dus wel vaak zeggen) en heel schattig ‘hatsjoe’ als er iemand niest.

M. doet sinds een tijdje aan pilates, en nu gaat S. steeds op handen en voeten staan en dan hoopt ze dat iemand haar aankijkt tussen haar benen door. Zoveel liefde als M. dan ook de ‘downward facing dog’ doet en S. begint te giechelen.

Ik probeer oog te hebben voor wat zij misschien graag ziet, ook als ze er niet bij is. Het is best een goede blik, mild en open.

Ze begrijpt zo veel. Ze trok me mee naar haar borduurwerk toen ik ‘Wielen van de bus’ voor haar zong. Ze gebaart ‘Waar?’ als we haar vragen om iets te pakken of aan te wijzen wat ze niet kan vinden.

Ze zwaait enthousiast naar werkelijk iedereen als ik haar ophaal van de crèche. Laatst gingen drie meiden die vast al bijna vier worden binnen bij het raam staan om terug naar haar te zwaaien. Terwijl ze haar kind op de fiets zette, hield een moeder een verhaal dat ik niet kon verstaan, maar dat eindigde met: ‘Slim bedacht van mama, hè?’ Waarop S. heel stellig ja riep en de moeder moest lachen en zei: ‘Fijn, die bevestiging.’

Er zijn momenten waarop ze enorme driftbuien heeft. Een ochtend waarop ze naar de crèche moest wilde ze niks. Geen schone luier, geen broek aan, geen sokken aan, geen schoenen en vooral geen jas. Ik telde tot honderdduizend, en liet haar toen toch maar even in de gang liggen krijsen, omdat ik totaal niet tot haar door kon dringen en niet wist wat ik anders moest doen. Het werd al snel stil. ‘Wil je nu dan wel je jas aan?’ Met zo’n dramatische laatste snik: ‘Ja!’ En ze werkte toen ook ineens wel mee. Meteen maar flink geknuffeld om het goed te maken. En niet eens mijn geduld verloren, ik kan het dus wel. Vervolgens wilde ze op de crèche niet mee naar de groep en ‘ontsnapte’ er een jongetje toen ik te lang in de deuropening bleef staan. Hij en S. hielden een poppenwagenrace in de gang en hadden de grootste lol…

Met eten maakt ze er vaak een enorme zooi van. Vooral haar placemat is in trek, ze schuift ermee over te tafel zoals zo’n gokmachine op de kermis, in de hoop dat dingen daardoor binnen handbereik komen (eigenlijk best slim). Ze gooit hem op de grond en is er al meerdere keren over uitgegleden omdat wij hem niet op tijd weer hadden opgeraapt. Ze kan ook enorm knoeien met haar open bekertje. Eerst dachten we dat ze dat überhaupt niet zelf vast kon houden. M. was even weg en S. en ik gingen theedrinken. S. gebaarde en zei ‘thee’ en pakte zo haar beker om eruit te drinken. Hoe vaak ik niet tegen haar zeg: ‘Dit gelooft mama M. dus straks weer niet.’

Ze geeft soms aan dat ze gepoept heeft, dus we besloten eens op te zoeken wanneer je eigenlijk kun beginnen met zindelijkheid stimuleren. Tussen de 18 en 20 maanden was ideaal, lazen we, want dat is nog voor je kindje in de nee-fase zit. Daar zit S. al zo’n beetje haar hele leven in, maar goed. Het lijkt me erg goor allemaal, dus ik hoop vooral dat we haar aan de wc-verkleiner kunnen krijgen. We laten haar soms meegaan naar de wc met ons, omdat we haar niet alleen kunnen laten en in de hoop dat ze dan vast een indruk krijgt van wat de bedoeling is. In de badkamer hebben we een kastje met aan de ene kant de wc en aan de andere kant een soort betegelde verhoging waar een buis onderdoor loopt. Ik zat op de wc en S. ging aan de andere kant van het kastje zitten. Om kiekeboe met mij te spelen :)

Muziek op schoot is nog steeds een beetje een verzoeking, maar de laatste keer dat ik er met haar heen was, gedroeg S. zich eigenlijk heel goed. Ik zei nog ‘weet aan wie je dit geeft’ tegen de moeder naast me toen ze een of ander attribuut aan S. doorgaf, maar het viel reuze mee. Niet dat ze nu ineens braaf iets in het zakje stopte dat de juf haar voorhield (‘We ruimen alles op, we ruimen alles op’ zingend, want zo gaat het), maar ze liet mij wel dingen inleveren en was dit keer niet hysterisch aan het huilen, zoals een ander kind. Ik geloof dat het me geruststelt als S. zich daar niet het ‘allerslechtst’ gedraagt. Op de terugweg naar de fiets wel omgelopen zodat ze de driewieler niet in het oog zou krijgen.

Over driewielers gesproken, m’n moeder en P. hebben zo’n fietsje met een duwstang op de kop getikt. Het is knalroze en S. kan er natuurlijk nog niet op fietsen, maar dat gezicht van haar als ze erop zit. Zo trots, haha.

M. kreeg het ultieme bewijs dat S. in haar ook een moeder ziet; S. dook op haar af, wees op haar vest en zei: ‘Open? Drinken?’ Je zou zeggen dat ze na praktisch anderhalf jaar wel weet waar ze het wel en niet kan halen (reken maar dat ik het af en toe zou hebben overgedragen als dat kon!).