De laatste tijd

Warrigste post in lange tijd, maar dichter in de buurt van een dagboekpost ga ik even niet komen.

Na negen maanden is de rek er wel een beetje uit. Daar komt het op neer. Zeker nu iedereen vrijwel continu verkouden/ziek is. En D. tanden krijgt. Of misschien is dat het niet, maar feit is dat ze deze week ook weer meerdere avonden aan het krijsen was, waardoor we nauwelijks een avond hadden (ik moet echt in ieder geval mijn avonden hebben). Voorlopig dieptepunt was de avond/nacht na de verjaardag van S., eindeloos beneden met haar op de arm rondjes gelopen (ook best zwaar inmiddels), als de dood dat S. wakker zou worden en mee zou gaan doen (gebeurde godzijdank niet). We hebben ons ook afgevraagd of ze misschien overprikkeld was van de verjaardag, maar de verjaardag was echt rustig omdat vrijwel iedereen moest werken (in dat geval hebben we binnenkort een nog groter probleem).

Ik heb er inmiddels allerlei klachten bij gekregen. Duizelig, hoofdpijn, tintelingen, zere ledematen en heb me uiteraard alweer van alles in m’n hoofd gehaald. Afspraak gemaakt bij de huisarts, die zich weer lekker horkerig gedroeg door tijdens de afspraak de telefoon op te nemen, uit de kamer te verdwijnen en toen hij terugkwam alleen maar zei: ‘Ja, zo loopt je spreekuur wel uit.’ En hij reageerde vooral verbaasd op het feit dat D. niet doorslaapt, dat was ook niet bepaald behulpzaam, wat wil je dat ik eraan doe? We willen eigenlijk een andere zoeken, maar alles lijkt nu even te veel moeite. Daarop heb ik bloed laten prikken, maar daar kwam eigenlijk niets uit dat de klachten kon verklaren, al slik ik nu maar weer eens extra vitamine D. Ik had mijn erfelijk verhoogde cholesterol laten meeprikken omdat het daar wel weer eens tijd voor was (als je zwanger bent mag je toch geen medicijnen, dus heeft het ook geen zin om het dan te prikken), maar er zal wel iets ontbreken in mijn dossier of zo.
Huisarts: Ja, en je cholesterol is te hoog.
Ik: Ja, ik heb FH.
Huisarts: Nou, zó hoog is het nu ook weer niet, dat we aan FH gaan denken.
Ik: Eh, ik heb het toch echt.
Huisarts: Dan is het meestal echt wel hoger, hoor. Maar goed, als u het zeker weet…
De ratio tussen de verschillende soorten cholesterol is bij mij blijkbaar nog steeds heel goed, dus er hoeft nu niks, volgend jaar weer prikken. Scheelt toch weer iets van mijn ongerustheid over hartklachten. Ik ben normaal al een hypochonder, maar nu ik zo moe ben vind ik het helemaal lastig om dingen te relativeren. Superhandig, om lekker veel tijd die je wél zou kunnen besteden aan slapen te besteden aan piekeren. En ja, dat gaat bij mij vaak razendsnel over de angst om M. en de meiden te moeten achterlaten, zeker nu ik steeds dichter bij de leeftijd kom die mijn vader heeft bereikt.

Het werk is mede hierdoor ook even niet zo geweldig. De opdrachten zijn er wel, maar ik loop weer veel achter de feiten aan. Soms lijkt het alsof ik nooit eens gewoon kan werken, en als dat dan in principe een keer wel kan, zit ik mijn tijd te verspillen omdat ik daarbuiten te weinig tijd voor mezelf heb. En ook hier is relativeren lastig. Helemaal overstuur omdat er vriendelijk werd gevraagd of het misschien zo kon zijn dat ik een klein dingetje vergeten was, wat ook zo was. Dat kaartje in dat ene boek waaruit in mijn ogen onterecht zoveel vertrouwen sprak. De aardige mailtjes. In mijn hoofd ben ik alles al tig keer kwijtgeraakt. Het is moeilijk om die onzekerheid opzij te zetten tijdens het werk, om mijn punt te maken, aan de verwachtingen te voldoen. De politieke plannen helpen ook niet bepaald mee. Verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, inperking zelfstandigheidsaftrek, het minimumtarief… En de minachting die uit al die plannen spreekt, zelfstandigen zijn lastig en moeten kapot, dat lees ik er inmiddels echt in. Gecombineerd met een hoop onnozelheid. In ieder geval lijken ze geen idee te hebben van de situatie in het boekenvak. Hoe bereken je het uurtarief van een auteur die een paar jaar aan een boek werkt? Wanneer bepaal je of een auteur het minimumuurtarief heeft gehaald? En dus of hij/zij een boete opgelegd krijgt? Want ja, dat is een van de leuke plannetjes: niet de gierige opdrachtgever krijgt een boete van meer dan 4000 euro, maar de zelfstandige. Zelf werk ik ook nooit met een uurtarief, maar als ik het goed heb begrepen, kan ik straks beboet worden als een auteur of vertaler slecht werk levert, ik daardoor veel meer tijd kwijt ben aan de redactie, daarmee onder het minimumuurtarief kom en de uitgeverij weigert bij te betalen.
Het voorgestelde uurtarief (16 euro) is veel te laag voor wat we er allemaal mee zouden moeten kunnen doen, zeker omdat de kosten en de administratieve lasten tegelijkertijd veel hoger worden. Het is bizar dat dat voor alle zelfstandigen hetzelfde zou moeten zijn. Bovendien wordt het in de praktijk natuurlijk een maximumtarief, dat zie je nu ook al bij het tarief voor literaire vertalingen. Ik heb de laatste tijd veel bijgeleerd over het vertaalvak, dat raakt aan het mijne. Nu krijgen vertalers er jaarlijks zogenaamd twee ton bij. Uit het bestaande budget van het Letterenfonds, is het idee. Het Letterenfonds, dat sowieso alleen over literaire vertalingen gaat. De meeste vertalingen worden niet gezien als literair. Daarvoor geldt het minimumtarief niet. Daarvoor kunnen vertalers geen subsidie aanvragen bij het Letterenfonds. Daarbij krijgen ze meestal geen royalty’s. Maar hoera, twee ton voor de vertalers.
De minachting vind ik een van de moeilijkste dingen. Al dat gezeik over dat ik gewoon beter moet onderhandelen en dat ik anders geen echte ondernemer ben. Kom het maar eens een paar jaartjes proberen, praten we daarna verder. En daarbij, wat ik doe, bestaat simpelweg niet in loondienst. De functie redacteur bestaat wel bij uitgeverijen, maar dan ben je voornamelijk bezig met redactieklussen uitbesteden aan mensen zoals ik ervoor zorgen dat de boeken er komen. Ik concurreer dus ook niet met werknemers.
We gaan het zien volgend jaar. Ik ga in ieder geval nog wel reageren op de internetconsultatie. En verder probeer ik toch maar zo goed mogelijk door te werken.

Nu nog even een lijstje willekeurige fijne dingen om mee af te sluiten:
– S. slaapt zonder speen. We zijn supertrots op haar. We waren helemaal niet van plan om hem op haar derde verjaardag onmiddellijk af te pakken, dat leek ons wel erg streng, maar voor haar was het zo logisch dat als iemand zei: ‘Hé S., morgen ben je jarig, hè?’ ze antwoordde: ‘Ja, ik mag nog een nachtje met mijn speen.’ Ik vond het echt heel zielig toen ik dat hoorde, maar het gaat tot nu toe wonderbaarlijk goed (ik had ook echt niet geweten hoe we het hadden moeten overleven als we hierdoor nog slechter zouden slapen). Ze heeft hem zogenaamd weggegeven aan de ongeboren baby van M.’s collega. Ze vraagt er nog wel steeds naar, maar doet er niet hysterisch over. En ze mag het ook jammer vinden, het is ook wennen, benadrukken we steeds.
– Het ziet ernaar uit dat de sjaal voor mijn tweede patroon ein-de-lijk af gaat komen. Ik wil nog steeds heel graag meer patronen publiceren.
– Ik doe mee aan een kerstpakkettenuitwisseling voor zelfstandigen. Ik weet nog niet voor wie ik een pakket mag maken, maar alleen de mailtjes die ik erover krijg zijn al fantastisch en ik heb met veel plezier een vragenlijst ingevuld.
– Veel babynieuws en bruiloftsnieuws in mijn omgeving.
– Voor het eerst in heel veel jaar een plak cake versierd.
– S. heeft erg genoten van het trakteren op de crèche (bananen met rokjes, heel verantwoord).
– D. heeft het meestal prima naar haar zin op de crèche.
– Het boek dat ik morgen in moet leveren is praktisch af.
– Elk moment dat D. wel vrolijk is. Zoals toen ze dolenthousiast reageerde op een foto van Y.
– Cadeautjes verzinnen.
– Me verheugen op de kerstvakantie.

Boeken

Ik heb van meerdere mensen gehoord dat ze mijn dagboekjes graag lezen. Helaas, jongens, komt er eindelijk weer iets online, is het zo’n saaie boekenblog. Hopelijk binnenkort meer.

Lieve Joris –Terug naar Neerpelt

Ik lees niet zo graag reisverhalen, dus ik kende het werk van Lieve Joris eigenlijk helemaal niet. Haar naam wel, ik weet nog dat ik die zo vreemd vond vroeger. Die naam als een aanhef, en dat ik door Joris nooit kon onthouden of het een man of een vrouw was. Vorig jaar las ik dit interview met haar in Volkskrant Magazine, en toen werd ik toch wel heel benieuwd naar dit boek. Al was het alleen maar omdat ik over Vlaanderen wél heel graag lees.
Dit boek gaat over haar eigen familie en ik vind het erg goed (dit is weer niet bepaald een geheime tip van een kenner, het is bijvoorbeeld ook genomineerd voor de BookSpot Literatuurprijs). Joris groeide op in een grote Vlaamse katholieke familie, met acht broers en zussen. De familie heeft vooral veel te lijden gehad onder haar oudste broer Fonny, die aan de drugs verslaafd raakte en iedereen terroriseerde en manipuleerde, maar het boek gaat ook over andere familieleden (bijvoorbeeld over haar bomma, met wie Joris een speciale band had). Ik heb een paar keer gefrustreerd geroepen dat er een stamboom voor in het boek had moeten staan, maar dat is zo’n beetje mijn enige klacht. Het is prachtig geschreven en ik begreep het gewoon allemaal zo goed. Waarom ze zo graag weg wilde uit dat dorp en later zo weinig kwam, waarom ze zich nog steeds schuldig voelt over bepaalde dingen, hoe moeilijk de relatie van haar ouders was met elkaar en zo’n beetje alle kinderen. Het is ook een heel eerlijk boek, ze spaart zichzelf niet, en ik vind het heel knap dat ze duidelijk weet te maken waarom er ondanks alles toch ook een bepaalde aantrekkingskracht uitging van Fonny, hoe hij dan telkens toch weer van alles voor elkaar wist te krijgen. Het heeft (logischerwijs) erg lang geduurd voor ze dit verhaal vertelde, maar wat is het de moeite waard.

Benjamin Ludwig – Ginny Moon heeft gelijk
(Ginny Moon, vertaald uit het Engels door Mieke Trouw)

Volgens mij zat er ooit een keer een voorpublicatie van dit boek in een of andere goodiebag en kwam het zo op mijn leeslijst terecht. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niet zoveel van, maar ik leende het uit de bieb, begon erin en kon het niet meer wegleggen. Ik heb het binnen 24 uur uitgelezen, en dat is tegenwoordig echt uitzonderlijk voor mij. Een compliment aan de vertaler is ook zeker op z’n plaats.
Ginny is een meisje van veertien jaar met autisme. Ze zit inmiddels in haar derde pleeggezin. Daar gaat het eigenlijk vrij goed met haar. Zoals zoveel dingen ziet Ginny dit echter totaal anders. Zij zet alles op alles om in contact te komen met haar biologische moeder, hoe onveilig dat ook voor haar is, omdat ze iets heel belangrijks uit moet zoeken. Ondertussen zal er ook veel veranderen in haar pleeggezin, omdat haar pleegmoeder in verwachting is.
Boeken over mensen met autisme zijn inmiddels zowat een apart genre, denk bijvoorbeeld aan Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon en de Rosie-boeken van Graeme Simsion. Ik vind het bij zulk soort boeken altijd moeilijk om geraakt te worden door de hoofdpersoon, ze blijven vaak wat op afstand en gedragen zich niet per se sympathiek. Dat was in dit boek niet anders. Maar ik werd gegrepen door het verrassende verhaal en ik geloofde het, hoe onwaarschijnlijk ook. Daarnaast was ik ook erg onder de indruk van hoe er informatie bij de lezer komt via het perspectief van Ginny. In dit soort boeken is het natuurlijk al snel dat je als lezer bepaalde dingen anders bekijkt dan de hoofdpersoon, maar neem Ginny’s pleegouders. Ginny vindt die voornamelijk irritant, want ze dwarsbomen haar pogingen om met haar biologische moeder in contact te komen. Maar ook al is het verhaal vanuit Ginny geschreven en ziet zij het probleem niet, toch krijg je op de een of andere manier mee hoe Ginny hen tot wanhoop drijft met haar gedrag.
De auteur heeft blijkbaar samen met zijn vrouw vroeger ook een tiener met autisme opgevangen, dus misschien dat hij daarom zo goed weet neer te zetten wat de pleegouders doormaken, maar doe het maar eens. In je eerste boek.

Trudy Coenen en Louise Koopman – Spijbelen doe je maar thuis

Ik zou het waarschijnlijk nog geen dag uithouden voor de klas, dus respect voor iedereen die dat wel lukt. Dat vooropgesteld. Ik lees wel graag over onderwijs, vandaar dat dit boek op de leeslijst terecht was gekomen. Trudy Coenen werkt al ontzettend lang als lerares Nederlands op een zwart vmbo in Amsterdam en vertelt in dit boek wat ze zoal meemaakt in haar werk. Of eigenlijk vertelt Louise Koopman dat, maar dat is niet op te maken uit het omslag (op de titelpagina staat haar naam wel). Je begrijpt, bij zo’n constructie is de nieuwsgierigheid van deze redacteur onmiddellijk gewekt. Het komt er volgens mij op neer dat Koopman een boek heeft geschreven op basis van wat Coenen haar heeft verteld. Het nawoord vond ik veelzeggend. Daarin las ik dat sommige meelezers vonden dat Coenen naar voren kwam als iemand die wel érg vol was van zichzelf (of iets dergelijks, het boek is inmiddels al terug naar de bieb). Of dat niet wat minder kon. Ik deelde die mening. Coenen vond niet dat het anders moest, zo blijkt uit het nawoord. En dat past dan weer precies bij hoe ze in het boek naar voren komt. Het is zonder meer indrukwekkend wat ze allemaal meemaakt met haar leerlingen en voor elkaar krijgt, dat moet ik benadrukken, dat maakt het boek toch heel interessant om te lezen. Ze kwam alleen niet zo sympathiek op mij over, ze wil wel erg graag vertellen welke bekende Nederlanders ze allemaal heeft ontmoet (en ingeschakeld), vooral dankzij het feit dat ze Docent van het Jaar is geweest. Als je dit boek bijvoorbeeld vergelijkt met de columns die Marjan van den Berg ooit schreef voor Margriet (ook zij gaf Nederlands op een vmbo), dan vond ik die columns toch wel een stuk leuker, en dat komt vooral doordat Van den Berg met veel meer humor en de nodige zelfspot schrijft.

Emily St. John Mandel – Station Elf
(Station Eleven, vertaald uit het Engels door Astrid Huisman)

Er breekt een afschuwelijke pandemie uit en het grootste deel van de wereldbevolking sterft. Oké, hou maar op, dit is geen boek voor mij. Dat zou ik normaal gesproken zeggen. Maar ik had over dit boek gelezen in Volkskrant Magazine en dat sprak me aan. Niet per se dat het grootste deel van de wereldbevolking sterft, maar wel dat er dan een toneelgezelschap is dat langs de nederzettingen van overlevenden trekt. Eigenlijk is het ook een orkest, ze voeren stukken van Shakespeare op en maken muziek. O, dit vond ik zo’n goed boek. Alles past zo prachtig in elkaar, de verschillende personages, het leven voor en na de ramp, het is zo goed uitgedacht en mooi beschreven (ik ken het origineel niet, maar de vertaling moet wel erg goed zijn, anders zou het nooit zo fijn lezen). En de sfeer, de wereld ziet er na die pandemie natuurlijk onvoorstelbaar anders uit dan nu (alleen al dat er geen elektriciteit meer is, geen moderne communicatiemiddelen meer bestaan), maar het is zo makkelijk om er helemaal in mee te gaan. Het verhaal draait voor een deel om de mensen die stranden op een vliegveld als de griep net uitbreekt en hoe zij daar vervolgens een bestaan opbouwen, dat was denk ik mijn favoriete passage. Ik ben erg onder de indruk, dat mag duidelijk zijn. En de gruwelijkheid viel trouwens wel mee. Natuurlijk is het gegeven ontzettend gruwelijk, maar ze beschrijft niet heel gedetailleerd hoe iedereen crepeert of zo, waardoor het nog wel te hebben was voor mij. En er zijn ook genoeg stukken die zich afspelen voor de pandemie, voor als het je allemaal te veel aanvliegt. Dit soort verhalen zorgen er wel altijd een beetje voor dat ik… echt preppen wil ik het niet noemen, maar ik denk dan wel meer na over wat handig zou zijn om in huis te hebben. Ik richt me dan trouwens voornamelijk op de iets kleinere rampen en het idee van de overheid dat je je dan een paar dagen moet kunnen redden (terwijl zij alles zo’n beetje oplossen, het is beter voor mijn gemoedsrust om daarop te vertrouwen). Dat een boek dat kan veroorzaken, dat alleen al. Wat ik wel echt heel irritant vind: hoe vaak het voorkomt dat ik een boek van een auteur heel goed vind, meer van die persoon wil lezen en dan blijkt dat het volgende boek een horrorboek is of gaat worden. Sarah Waters, Audrey Niffenegger, Emily St. John Mandel dus, stop daar eens mee. Alvast bedankt.

Mette Eike Neerlin – Paard, paard, tijger, tijger
(Hest, hest, tiger, tiger, vertaald uit het Deens door Bernadette Custers)

En toen lag dit boek nog klaar. Ik was alweer een beetje uit m’n leesflow, maar dit boek leek een stuk dikker dan het is – grote letters, korte hoofdstukken, in een uurtje had ik het al uit. Het is een leuk verhaal, over een meisje, Honey, dat in vreemde situaties terechtkomt omdat ze zo’n beetje overal ja op zegt. Leuke details, interessante personages, onder wie Honeys zus Mikala, die een verstandelijke beperking heeft en wc-bordjes schildert op een sociale werkplaats. Honey komt per ongeluk op bezoek bij een terminaal zieke man in een hospice, waardoor ze natuurlijk tot diepe inzichten komt over het leven. In die zin vond ik het wel echt een jeugdboek. Ik spreek helaas geen Deens, maar de vertaling leek me goed, afgezien van bepaalde uitdrukkingen die ik niet zo geloofwaardig vond uit de mond van Honey (zoals ‘door de bank genomen’). En ik vond het opmerkelijk dat ervoor is gekozen om vwo te gebruiken, terwijl het verhaal zich overduidelijk in Denemarken afspeelt.

Podcasts (3)

Wat heb ik de laatste tijd geluisterd? Van alles! Ik zit nu wel een beetje in een luisterdipje, moet weer even een fijne nieuwe serie ontdekken. Maar eerst maar eens terugblikken.

Ik luisterde naar de Harry Potcast (die titel alleen al!) van Boeken FM, de literatuurpodcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer. Dit is een soort special, waarin Ellen Deckwitz, Joost de Vries en Peter Buurman de Harry Potter-serie van J.K. Rowling (moet ik de auteur nog noemen?) bespreken. Ik ken Ellen Deckwitz een klein beetje uit het poëziecircuit (niet dat ik daar op dit moment in zit) en hoor haar altijd wel graag. Volgens mij heb ik Joost de Vries trouwens in een grijs verleden een keer ontmoet op een prijsuitreiking. Van Peter Buurman had ik nog nooit gehoord. Ze zijn leuk met z’n drieën, zij het soms aan de melige kant. Ik houd in principe meer van verhalende podcasts, maar deze was wel erg aanstekelijk, ik liep grinnikend over straat. Ik hou ook wel gewoon echt veel van Harry Potter. Het had van mij dan ook wel nog meer alleen over Harry Potter mogen gaan, en bijvoorbeeld niet ook over Game of Thrones (nooit een seconde van gezien). Ik zou best nog wel meer afleveringen willen horen van deze podcast, maar ze hebben tot nu toe alleen boeken besproken die ik niet heb gelezen, dus vooralsnog denk ik niet dat dat gaat gebeuren.

Ik luisterde ook naar Over Haar, een podcast van Carolien Borgers in opdracht van LINDA. Oké, waar moet ik beginnen? Ik geloof in Borgers’ goede bedoelingen. Ze heeft voor deze podcast bij wijze van experiment een jaar haar lichaamshaar laten staan, ze probeert zo min mogelijk te oordelen, ze heeft een fijne stem en klinkt opgewekt… en ze lijkt totaal niet door te hebben dat ze vanuit haar eigen bubbel opereert. Dat heeft me zes afleveringen lang gefascineerd. Ze interviewt allerlei mensen, maar voornamelijk haar eigen Amsterdamse vriendinnen, die deels ook bekend zijn. De meeste vriendinnen vinden zichzelf heel progressief, maar de meesten ontharen erop los. Dat moeten ze natuurlijk helemaal zelf weten en de podcast gaat ook wel over of je dat als vrouw wel helemaal zelf kunt weten vanwege sociale druk, maar er komt bijvoorbeeld alleen in de laatste aflevering iemand aan het woord die al een tijd helemaal niet onthaart en die zegt dat ze daar geen statement mee wil maken. Iedere aflevering begint ook met: ‘Waarom vinden we het zo vies?’, een vraag die niet bepaald getuigt van een open blik.
Het deed allemaal wat oppervlakkig aan. In het intro gaat het expliciet over ‘harige kutjes’ (zo plat). Passages van willekeurige websites voorlezen wordt gepresenteerd als ‘research’ (ik wist niet zo goed hoe serieus ik dat moest nemen). Er is ook een aflevering over de geschiedenis van ontharen, en daarin duikt Paulien Cornelisse ineens op. Ik vind Paulien Cornelisse vaak wel leuk, maar geen idee wat zij in die aflevering doet.
En het is gewoon zó hetero. Moet je nu echt weer die kaart spelen, Nicole? Ja, dat moet. Want ik denk dat het voor lesbische vrouwen wezenlijk anders is. De halve podcast gaat over de mening en de blik van heteromannen. Er is zelfs een aflevering waarin drie heteromannen en een homoseksuele man de kwestie eens even gaan bespreken. Lesbische vrouwen worden vaak anders bekeken en oordelen zelf ook anders. Neem alleen het vooroordeel dat lesbische vrouwen niet ontharen. Er wordt een keer genoemd dat iemand die haar okselhaar liet staan werd uitgescholden voor ‘vieze lesbi’, maar verder gaat het hier totaal niet over. Ik vond het zelf veelzeggend dat Borgers vertelde dat ze door niet te ontharen het gevoel had niet bij de andere vrouwen te horen. Tja, bij mij heeft dat gevoel weinig te maken met wel of niet ontharen (alhoewel, de meeste vrouwen in deze podcast ontharen in mijn ogen ontzettend fanatiek, en presenteren dat als iets heel normaals). Zeker interessant om verder over na te denken!

Ik luisterde ook eindelijk naar El Tarangu, van mijn lievelingsmakers van AudioCollectief SCHIK. Ik heb het al vaker gezegd, maar zij maken gewoon zulke mooie podcasts, zo literair. Deze podcast gaat veel over wielrennen, maar is ook zeker geschikt als je niet zoveel met wielrennen hebt (heb ik zelf ook niet). Lucien Van Impe wordt door een oude rivaal uit de Tour de France uitgenodigd om iets te gaan eten. Een dingetje: deze rivaal zou op dat moment al zeven jaar dood zijn. Heeft hij zijn eigen dood in scène gezet, of geeft iemand anders zich voor hem uit? Dat is in feite de vraag waar ze antwoord op proberen te krijgen, maar zoals altijd bij SCHIK gaat het daar lang niet alleen over. Zo hebben zijzelf tijdens hun studie ook te maken gehad met iemand die niet de waarheid sprak, dat verhaal vond ik eigenlijk nog veel interessanter. Uiteindelijk had deze podcast voor mij wel een beetje een anticlimax (mijn verwachtingen zijn dan ook altijd torenhoog bij SCHIK), het raakte me ook allemaal minder dan Bob. Maar hij is zeer de moeite waard!

Toen waren mijn series op. Ik kwam erachter dat The Young Vic een podcast heeft bij de producties die in het theater te zien zijn (Off Book). Rond Fun Home vorig jaar hebben ze twee podcasts gemaakt, een met Alison Bechdel en een met Jenna Russell, die Helen (de moeder) speelde. Die met Alison Bechdel was interessant, al was het alleen maar om achteraf te horen hoe goed de actrices die haar speelden in de voorstelling haar stem wisten te treffen. Die met Jenna Russell ging helaas nauwelijks over Fun Home, en ik ken haar dus verder helemaal niet. Ik luisterde onderweg naar deze podcast en had geen zin om af te stappen om ’m af te zetten, maar heel boeiend vond ik het niet. Ik weet nu vooral dat Russell behoorlijk snobistisch is in haar oordeel over musicals, en dat ze probeert om zich niet schuldig te voelen als werkende moeder omdat ze haar kind door te werken het goede voorbeeld geeft. Oké.

Boeken van de laatste tijd

Griet op de Beeck – Gezien de feiten

Dit Boekenweekgeschenk slingerde hier nog rond. Ik heb Vele hemels boven de zevende en Kom hier dat ik u kus gelezen, het toneelstuk van Vele hemels gezien (het heeft hier verder niets mee te maken, maar wat hadden we toen toch een fijne avond doordat we ingeloot waren voor de Flintmobiel*). Ik weet het nooit zo met Op de Beecks werk, soms weet ze me enorm te raken en soms vind ik het maar sentimenteel geneuzel. Ik vind het in ieder geval inspirerend hoe ze de woorden van journalist Andrew Solomon doorgeeft: Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen.

Het verhaal in Gezien de feiten, over een weduwe die naar Afrika vertrekt om vrijwilligerswerk te doen en daar een nieuwe liefde opduikelt, boeide me niet zo, maar de gesprekken, vooral die tussen de weduwe, haar dochter en schoonzoon, vond ik echt heel goed!

Esther Verhoef – Nazomer

Dit is gewoon een lekker boek, over een Brabants meisje dat uitgroeit tot een beroemde modeontwerper. Het boek springt steeds heen en weer in de tijd, van haar jeugd, waarin ze door iedereen wordt tegengewerkt, naar het heden, waarin ze te maken krijgt met de overname van haar label. Ik vond de passages uit het verleden leuker, maar de hoofdstukken zijn zo kort dat ik er hoe dan ook doorheen vloog.

Ik kreeg wel de indruk dat Verhoef niet zoveel van de modewereld weet (ik ook niet, hoor), dat bleek ook wel uit het dankwoord achterin. Het stoorde me echter niet enorm.

Nicole Krauss – Donker woud
(Forest Dark, vertaald uit het Engels door Rob van der Veer)

Dit is geen boek om telkens ’s avonds een stukje uit te lezen. Wat ik deed. Ik heb lang gedacht dat ik het niet uit zou gaan lezen, het lukte me niet om me op het verhaal te concentreren. Verhalen. Een over Jules Epstein, een oude, rijke man uit New York die vrijwel alles weggeeft wat hij bezit en dan verdwijnt in Tel Aviv. En een over Nicole, een schrijver uit New York met huwelijksproblemen (de parallellen met Krauss’ eigen leven zijn moeilijk te negeren), die ook in Tel Aviv terechtkomt.

Het hielp dat ik op vakantie wat langer achter elkaar kon lezen, maar ik vond het een ingewikkeld boek, vol filosofische bespiegelingen over het multiversum, het jodendom, en dan is er nog de theorie dat Franz Kafka zijn eigen dood in scène zou hebben gezet en naar Israël zou zijn geëmigreerd (toen begon ik er eindelijk lekker in te komen, ik had hier nog wel meer over willen lezen).

Ik was te veel aan het opletten om van dit boek te genieten, ook al waren er zeker mooie en interessante passages. Zo wordt de schrijver vaak herkend, er komen zelfs mensen naar haar toe om te vertellen dat ze hun kind naar een van haar personages hebben vernoemd. Als ze in de problemen zit, hoopt ze ergens dat zo iemand opduikt, en aan de andere kant ook weer niet, ‘want als lezers van nut worden voor schrijvers is er eigenlijk iets verdachts aan de hand’.

In mijn herinnering is De geschiedenis van de liefde wat toegankelijker, maar dat durf ik nu haast niet meer te herlezen, straks blijkt dat ik dat ook niet heb begrepen. Ik ben altijd de eerste die roept dat mensen niet bang moeten zijn dat ze gedichten niet begrijpen, maar kennelijk stel ik aan mezelf en romans toch andere eisen.

* Dan word je thuis opgehaald, ontvangen met koffie en taart, naar je plaats gebracht, aan het eind van de avond in je jas geholpen en weer thuisgebracht, je krijgt een programma enzovoort. Fantastisch om mee te maken.

Lief Dagboek (10)

Zondag 8 september

Laten we nu eindelijk eens proberen om op tijd onze spullen in te pakken. Het lukt best goed, ook al ben ik heel erg moe. Ik moet ’s middags echt even slapen. We doen ook nog boodschappen en zien S. van de crèche in de supermarkt. De moeder van S. reageert een beetje gek, of eigenlijk kijkt ze vooral alsof we haar kind komen ontvoeren. Ik kan er ook niks aan doen dat mijn kind veel namen weet en dat niemand mij ooit herkent.

S. vindt het heel spannend dat we op vakantie gaan. Daardoor probeert ze D. pijn te doen. Heel vervelend en ingewikkeld. Wat wel nog echt superlief was, alleen niet van vandaag: M. zong voor D. ons zelfverzonnen slaapliedje ‘Lieve, lieve D., ga maar lekker slapen’. S. lag al in bed. Op een gegeven moment stopt M. halverwege met zingen en blijkt dat S. lag mee te luisteren, want ineens klinkt er een stemmetje: ‘Ga maar lékker slaaaaaaapen!’

Maandag 9 september

We gaan op vakantie! Eerst nog de laatste spullen inpakken. Onze auto is voor een groot deel al vol als we de kinderwagen inladen. We hadden daarom een Landal-park dichtbij gekozen, zodat we eventueel twee keer konden rijden, maar mijn tante heeft aangeboden om mee te rijden in haar auto, superlief. We zijn zover als ze komt, en dat is best uitzonderlijk. S. wil eigenlijk ook nog haar aap meenemen, maar ze heeft al zes andere knuffels ingepakt, dus Aap moet op het huis passen. Mijn tante heeft echt altijd ruzie met haar navigatie, gelukkig is het een makkelijke route. S. is bang dat we weer heel ver moeten rijden, maar het is dichterbij dan de Efteling of M.’s familie, dus dat treft.

Op het park gaan we eerst lunchen met mijn tante. Oesterzwamkroketjes, mmm. Helaas vliegen er enkele wespen door het restaurant. S. is sowieso erg bang voor allerlei beestjes, en wespen vind ik zelf ook naar, dus dat is jammer. Mijn tante weet er een te verdrinken in S.’ appelsap en S. krijgt ongevraagd een nieuw glas van de serveerster. Na de lunch kan S. geschminkt worden. Ze is erg verlegen, maar wil uiteindelijk wel een prinses worden. Bollo (de mascotte van Landal, je zult nog van hem horen) blijkt ook een aantrekkelijke optie voor het animatieteam: gewoon het hele gezicht bruin. We blijken al in het huisje te kunnen. Ik vind het erg lastig om naar het huisje te rijden. Het is niet ver, maar ze zijn met de weg bezig, overal zijn mensen en andere auto’s en ik weet niet waar ik de auto kan parkeren. Pfff, stress. M’n tante gaat naar huis. Ik heb echt even tijd nodig om te acclimatiseren. We hebben een kinderbungalow. Het was ons met name te doen om de babykamer met ledikantje en commode, maar er hoort ook een bolderkar bij. S. heeft een tasje gekregen met wat dingetjes (kleurpotloden, een spons in de vorm van een kikker, badschuim) en er hangen krijtborden op de deuren om op te tekenen en op te schrijven wie waar slaapt. Ook S. moet echt even acclimatiseren, waarschijnlijk gaan we extra luiers nodig hebben deze week… Ze ligt al wel vast even onder in het stapelbed in de vorm van een huis (oftewel haar ‘huisjesbed’), maar slaapt niet. D. slaapt daarentegen vrijwel meteen. Uiteindelijk lukt het ook om de wifi aan de praat te krijgen en het activiteitenprogramma op te snorren. Het is erg fijn om wat leuke dingen aangereikt te krijgen.

Deze middag is er voorlezen met Bollo. S. is gek op Bollo, noemt de vakantiebestemming ook ‘naar Bollo’, dus daar gaan we heen. Het voorlezen stelt weinig voor, het verhaal is saai en veel te moeilijk, maar S. kan in ieder geval Bollo begroeten. Waarna ze uiteraard van het podium valt, brokkenpiloot die ze is. Een moeder biedt onmiddellijk builenzalf aan, maar M. verstaat haar niet. Het Bollo-gebeuren is in de indoorspeeltuin, dus daar speelt S. vooraf en na afloop. Het is vooral voor grotere kinderen, maar er zijn toch ook al wat dingen waar S. op kan klimmen en door kan kruipen, twee kleine trampolines en enorme blokken waarmee je kunt bouwen. S. moet erg huilen als een jongetje haar toren omgooit, maar zijn vader grijpt wel in en ze bouwen een nieuwe voor haar.

S. blijkt het hele concept van de vakantie nog niet helemaal te begrijpen. Ze wil niet terug naar het huisje, want ze denkt dat we dan helemaal naar huis gaan, en ze heeft nog niet eens gezwommen. De vraag ‘Welk huisje?’ kunnen M. en ik op een gegeven moment ook niet meer horen. Uiteindelijk gaan we toch terug naar het huisje. M. en S. gaan nog even de voucher inleveren voor de tasjes met lekkers die we krijgen omdat we via de ANWB hebben geboekt (altijd welkom), ik ga koken. We hebben een restje moussaka van huis meegenomen en eten daar overgebleven wortels (op een of andere manier slepen M. en ik altijd een heleboel eten mee van thuis dat niet thuis kan blijven liggen tot we terugkomen) en doperwten bij. Dus dat is makkelijk en lekker.

S. wil na het eten natuurlijk in het bad (dat hebben we thuis niet) met de spons en het schuim. Daarna gaan de kindjes naar bed. We leggen D. toch in het slaaptentje op onze kamer, omdat ze thuis ook nog bij ons op de kamer slaapt. We kijken de documentaire waar Maxim Februari het over had in Zomergasten: De brief van de burgemeester. Hoe kunnen we die destijds gemist hebben? Echt iets voor ons. Daarna willen we Expeditie Robinson terugkijken, jaren niet gevolgd, maar nu doen Roy Donders en Mariana Verkerk mee en zitten we er toch weer helemaal in. Al kijken we niet naar de nazit, die ongetwijfeld is afgekeken van Moltalk. Het blijkt niet mee te vallen om via RTL iets terug te kijken, maar uiteindelijk lukt het, nadat we helemaal melig zijn omdat we al een keer of dertig dezelfde reclame van Nivea for Men hebben gezien.

Lees verder Lief Dagboek (10)

Lief Dagboek (9)

Maandag 2 september

M. is vrij, dus we kunnen de kindjes samen naar de crèche brengen. S. blijkt nu gelijk naar het peuterspeelzaalgedeelte te mogen. Pff, ze wordt zo groot. Het is aan de overkant van de gang en dus alleen voor de ochtenden, er gaat een juf van de crèche mee, en toch vind ik het best een mijlpaal. Maar het is ook fijn dat ze nu eindelijk mag, nu er veel kinderen vier zijn geworden. S. hoopte er zelf al op. Ze praat wel veel over de kindjes die nu niet meer naar de crèche komen (‘Toen we courgettesoep gingen maken was E. er nog.’) En ze blijken een hartverscheurend liedje te zingen als er een kindje weggaat, iets van: ‘Zeg maar dag met je hand, wat jammer dat je weggaat en je ons nu alleen laat.’ Ze zingt vast niet mee bij het daadwerkelijke afscheid, maar thuis krijgen we het allemaal te horen. Over liedjes gesproken, we vermoeden dat ze bij verjaardagen ook ‘Hankie pankie Shanghai’ zingen, inclusief spleetogen, want waar zou S. dat anders vandaan kunnen hebben? Niet oké. De manager zegt dat ze het zelf niet op haar repertoire heeft staan, maar dat ze eens zal rondvragen. Ze reageert welwillend, maar ook nogal onnozel (‘Ik dacht dat het gewoon een liedje in een andere taal was’). Ik ben toch blij dat ik het heb aangekaart.

’s Middags gaat M. naar de stad om kleren te kopen en ’s ochtends is ze ook al naar de kapper geweest. Ik baal dat ik niet mee kan naar de stad, maar ik moet echt werken. Ik zeg voor de grap dat ze maar foto’s moet sturen vanuit de paskamer, en dat doet ze, ze slaagt goed. S. heeft het naar haar zin gehad bij de peuters.

’s Avonds probeer ik mijn nieuwe laptop uit. Waardeloze avond, want het touchpad blijkt niet goed te werken. Ik kan de cursor wel bewegen, maar niet klikken. Weer het gevoel ‘dit kan ik er echt niet bij hebben’. Op z’n zachtst gezegd.

Dinsdag 3 september

We gaan vandaag naar mijn schoonmoeder en voor de verandering rijden we ongeveer zo laat weg als we hadden gepland en past alles nog steeds in de auto (net, we hadden eerder al speciaal gecheckt of de buggy en de kinderwagen er allebei in pasten). We luisteren onderweg de Efteling-cd, de kindjes slapen een deel van de rit allebei, en dus gaat S. bij aankomst keihard krijsen. De buurman van mijn schoonmoeder kijkt gealarmeerd, maar we zijn er!

De buren hebben sowieso niet veel geluk, want de buurvrouw komt een kijkje nemen, maar zodra ze D. aanspreekt, gaat die keihard huilen.

Na de lunch doe ik eerst een dutje en daarna werk ik op de laptop van mijn schoonmoeder. De rest gaat nog even boodschappen doen (S. is blij, want er zijn autowagentjes) en verder spelen de kindjes vooral. Misschien komt het door het andere speelgoed, maar S. kan zich altijd zo goed vermaken daar, heerlijk. Op een gegeven moment wordt ze echter wel wat ongeduldig: ‘Tante C., waar blíjf je nouhou?’ M’n zusje moest werken vandaag en arriveert vlak voor het avondeten. Het is best gek dat zij ook komt logeren, maar ook weer niet, de sfeer is prima. M’n schoonmoeder blijkt de superlekkere zoete-aardappelstamppot te hebben gekozen die wij ook vaak maken. Konden we haar er mooi van overtuigen dat de hoeveelheden uit het recept echt te klein zijn. Dat kostte moeite, maar het is gewoon echt zo.

Uiteraard gaan de kindjes meteen lief slapen nu we niet thuis zijn, zodat iedereen weer denkt dat we overdrijven. D. slaapt voor het eerst in het slaaptentje en dat ziet er erg schattig uit. Ik werk nog even en dan brei ik verder aan m’n grijze trui terwijl we naar We zien ons kijken. Het is een docuserie zoals ik ze graag zie, met een zwakke plek: de voice-over is zogenaamd St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers. Dat is net zo suf en gekunsteld als het klinkt.

Ik probeer wat minder met social media bezig te zijn. Daar merkt verder niemand iets van, want ik post bijna nooit iets, maar ik ben een enorme lurker en merk de laatste tijd dat het niet goed voor me is. Ik zie alleen maar mensen die wél dingen bereiken, boeken schrijven, banen vinden reizen maken, vrije tijd hebben. Ik word erg nerveus van de plannen voor zelfstandigen en de minachting van mensen, en ook van hoe keihard er wordt geoordeeld over en door makers op Instagram.

Woensdag 4 september

Eindelijk is het zover: we gaan naar de Efteling! We zouden eigenlijk al in juni gaan, aan het einde van mijn verlof, maar toen werd er meer dan 35 graden voorspeld en dat leek ons niet te doen, zeker niet met twee kleine kinderen. Nu is de weersverwachting erg slecht, maar we gaan toch. We willen om negen uur wegrijden bij m’n schoonmoeder en om vijf over negen rijden we weg, met drie auto’s, want iedereen wil vanavond weer naar haar eigen huis. M’n schoonmoeder alarmeert m’n zusje nog doordat ze achter haar auto aan lijkt te rennen (eigenlijk gaat ze de papiercontainer ophalen), maar dan kunnen we weg. Wij natuurlijk als laatst, want meer kinderen en meer spullen.

M’n schoonmoeder woont eigenlijk helemaal niet zó dicht bij de Efteling, maar wel iets dichterbij dan wijzelf. We rijden een keer een klein beetje verkeerd (zoals zo vaak als er twee zijstraten vlak na elkaar zijn), maar verder gaat het prima, we kunnen dicht bij de ingang en dicht bij de rest van het gezelschap parkeren.

Het park is net open. Zo fantastisch meteen met die muziek en iedereen die zich opmaakt voor de dag. Hier hoopte ik op, dat ik dit op een dag zou kunnen doen met m’n gezin. M. heeft het koud, dus ik leen haar mijn sjaal, maar het is vooralsnog droog! Eerst naar de wc (daar heeft S. natuurlijk geen zin in) en dan weet C. een afsteekje naar het Sprookjesbos, waarmee ze een hele meute mensen lokt, haha. Vorig jaar hebben we veel tijd doorgebracht in het Sprookjesbos, maar nu kan het S. niet zo boeien. Ze vindt het vaak eng om ergens naar binnen te gaan. Ze gaat zelfs in de buggy zitten, als een soort veilige plek, terwijl we vooraf twijfelden of we die überhaupt mee moesten nemen, omdat ze er normaal gesproken eigenlijk nooit meer in zit. De paddenstoelen vindt ze wel nog steeds leuk, en bij de Indische Waterlelies is ze gelukkig niet bang (‘Het lijkt wel een berengrot!’). De nieuwe kleren van de keizer had nog niemand van ons gezien en is heel leuk. M. wil net iets zeggen over dat de Sprookjesboom toch niet veel aan is als S. vol enthousiasme die boom vertelt hoe ze heet en hoe oud ze is (wat ze anders echt niet zo snel doet).

Maar daarna wil ze ergens in. Vorig jaar liep ze een trauma op in de Stoomcarrousel en wilde ze daarna nergens meer in, dus laten we eerst maar eens in de Stoomcarrousel gaan! Ze gaat meteen drie keer achter elkaar. Ik ben de eerste keer wel bang dat ze van een paard zal vallen, want ze zit er alleen op en m’n schoonmoeder blijkt er niet bij te mogen blijven staan, maar het gaat allemaal goed. Daarna gaan we naar Carnaval Festival, waar ze al vaak het filmpje van heeft gezien. Ook dat is leuk, al noemt ze het de traptreintjes omdat ze er met m’n zusje in gaat en die had gezegd dat ze samen in de traptreintjes zouden gaan.

Daarna gaan we lunchen. Ze hebben voor kinderen een soort torentje met een tomaatje, schijfje komkommer, broodje kaas, chocholadebroodje en appel, en zoiets is wel aan S. besteed. Ze hebben er trouwens ook lekkere broodjes gerookte zalm. Natuurlijk moet D. nu ook een voeding en moet iedereen weer naar de wc. S. heeft haar zinnen gezet op de speeltuin achter het restaurant, die inderdaad heel leuk is, dus die krijgen we weer bijna niet mee naar de wc en naar de afruimband (ondanks het feit dat het er een is met Pardoes en allemaal lampjes). Ze speelt een poosje in de speeltuin, waarbij een ander meisje denkt in S. een nieuw vriendinnetje te hebben gevonden, ze rent haar de hele tijd achterna en wil haar hand vasthouden. S. heeft daar meestal niet zoveel mee, maar het gaat nu vrij goed.

Eenmaal uit de speeltuin gaat het dan toch richting traptreintjes. S. kan nog niet bij de trappers, dus het is nog best zwaar voor C. Ze zien er allebei wel erg gelukkig uit. Daarna komen we bij de oldtimers, die zogenaamd van allemaal verschillende winkeltjes zijn, leuk gedaan. D. is wakker, dus die mag ook mee, in de auto bij C. en mij. Een van de hoogtepuntjes van de dag, ze kijkt er supervrolijk bij. Daarna wil S. ook nog in de Polka Marina. Die lijkt me best snel gaan voor haar, maar ze roept: ‘Joehoe, naar boven en naar beneden!’ En na afloop: ‘Op welk plaatsje zaten wij?’ Het is inmiddels 14.00 uur, en nu regent het dan toch. Nu pas, eigenlijk. We gaan naar Symbolica. Daar is alleen C. al eens in geweest, dus iedereen is benieuwd. We gaan in twee groepjes en het is erg mooi. S. gaat twee keer mee. C. en m’n schoonmoeder zijn gaan schuilen bij Polles Keuken, dus daar gaan wij ook naartoe vanuit Symbolica. Ze hebben er lekkere koffie en Pardoes maakt ook nog een rondje. En D. kan weer even drinken.

Daarna nog even langs Diorama, een van M.’s favorieten, waar S. helaas een ongelukje heeft. Ze heeft gelukkig een luierbroekje aan, maar het is toch jammer. Maar goed, we gaan weer verder, op naar Droomvlucht. Van tevoren twijfelde ik wel een beetje of ik S. nu juist wel of juist niet filmpjes van attracties moest laten zien, maar ik denk dat het voor haar zo extra leuk is. Ze geniet er niet minder van, zei juist: ‘Ik ben blij dat ik het nu in het echt zie!’ Het is overal zo heerlijk rustig dat ook hier iedereen met S. erin kan. M’n schoonmoeder, S. en ik komen nog wel even vast te zitten bij de trollen vanwege een ‘kleine technische storing’, maar gelukkig is die snel opgelost en hoeven we er niet uit te klimmen of zo. Het is inmiddels zelfs weer droog. We gaan nog even langs bij de Laven, bij de monorail is niemand, dus die doen we ook.

Daarna is het al zo laat dat we moeten gaan bedenken wat we als laatste willen doen. M., m’n schoonmoeder, D. en S. gaan nog een keer in Carnaval Festival (alias ‘de poppetjes’) en daarna om en om zonder S. en D. in Vogel Rok (schoonmoeders favoriet). C. en ik gaan samen in De Vliegende Hollander, die iets verder weg blijkt te zijn dan we hadden ingeschat. Als we weer zijn herenigd bij de luchtballon, is het tijd om naar de uitgang te gaan. S. mag iets uit de souvenirwinkel kiezen vanwege een volle stickerkaart en kiest een knuffel in Hollandse klederdracht uit Carnaval Festival. D. krijgt een knuffeldoekje en we kopen ook nog een fotoboekje om na te genieten (daarom hebben we ook een parkplattegrond meegenomen). Vlak bij de uitgang is nog een restaurantje open, en we besluiten om daar wat te gaan eten. Ze hebben helaas geen vegaburgers, maar wel lekkere frietjes.

En dan is het toch echt tijd om naar huis te gaan, tot groot verdriet van S. En eigenlijk van iedereen, we kunnen zo nog van alles opnoemen wat we óók nog hadden willen doen, en dat terwijl we praktisch nergens hebben hoeven wachten. Er zit niks anders op, we moeten een keer blijven slapen. Uiteraard vergeten we m’n schoonmoeder haar fietsslot terug te geven, dat we hebben gebruikt om de kinderwagen op slot te zetten na berichten over gestolen kinderwagens. Ik rijd naar huis, D. moet op een gegeven moment erg huilen, maar valt uiteindelijk toch in slaap. S. is vrijwel direct in slaap gevallen, dus we kunnen nu ook niet makkelijk stoppen. Rond 20.30 uur zijn we thuis en is S. uiteraard ontroostbaar. Totaal overprikkeld en doodmoe. En D. kan niet slapen. Het was het waard, zullen we maar zeggen.

Donderdag 5 september

Het komt natuurlijk superslecht uit, maar de kindjes gaan vandaag wel gewoon naar de crèche, want ik moet werken en M. heeft een afspraak. Als we aankomen blijkt dat S. voortaan op beide dagen naar het peutergebeuren mag. Dat begint stipt om negen uur, en we zijn bijna te laat. Best irritant dat ze dat niet even hebben gezegd, want ik heb voor de zomer een paar maanden lang steeds geprobeerd om er om negen uur te zijn omdat ze er dan misschien heen mocht, en toen mocht ze uiteraard nooit.

Iedereen is gewoon heel erg moe, dat is denk ik wel een goede samenvatting van deze dag. Ik probeer wat te werken en fileparkeer als een pro omdat er nu wel weer plek is in de parkeervakken bij ons huis. Bijna jammer dat niemand het ziet. ‘s Middags besluiten M. en ik uiteindelijk toch nog naar het Catharijneconvent in Utrecht te gaan voor de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt, omdat het er anders waarschijnlijk niet meer van komt. Ik ben blij dat we het alsnog hebben gezien, vooral de foto’s en filmpjes zijn leuk, en ik wilde natuurlijk met eigen ogen zien waar Teunie over schreef. Het is wel erg druk met babyboomers die tegen je op lopen en met een ‘pardon’ recht voor je neus gaan staan om te bekijken wat jij aan het bekijken was. We hebben niet veel tijd meer en de rest van het museum geloven we wel, dus rennen we door de regen naar Jozef voor koffie en cheesecake.

Ik heb al een paar keer op m’n telefoon gekeken of de crèche niet had gebeld, alsof ik een voorgevoel heb. Helaas gaat er iets mis en bellen ze M., die dat pas ziet als we al op de terugweg zijn. D. blijkt een slechte dag te hebben, waarschijnlijk toch te druk voor haar geweest gisteren. Best wel zielig, we voelen ons ook echt wel ontaarde moeders, maar ja, anders kun je nooit iets doen, en ik heb al altijd het idee dat we nooit iets kunnen doen. Wat dus ook niet echt kan, zo blijkt. We gaan ze maar zo snel mogelijk ophalen. ’s Avonds werk ik nog weer wat.

Vrijdag 6 september

Vandaag werk ik vooral. Ik maak de grote opdracht af voor zover dat nu kan. Al die bewerkers, een thema als genderdiversiteit lijkt nog erg nieuw voor ze te zijn. Dat zorgt er helaas voor dat de afronding erg veel tijd kost. Ik heb ook een paar keer toevallig iets gelezen over onderwerpen. Dat betekent dat ik kan aanvullen en corrigeren, en dat geeft me altijd een beetje een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het tof om te kunnen meepraten, ik help graag, ik leer graag, aan de andere kant blijf ik natuurlijk een leek en zijn er ook vele onderwerpen waarover ik níét toevallig iets gelezen heb, daar vrees ik dan toch een beetje voor. De andere opdracht heb ik ook bijna af. De redacteur heeft nog laten weten dat ze er niet is vandaag, dus dat ik het ook wel maandag in mag leveren, omdat het anders zo ‘in een zwart gat valt’. Heel fijn, zeker aangezien ik dus onlangs nog een opdracht in een zwart gat bij iemand anders heb gegooid.

Onder het eten blijft D. maar ‘bvvvvvv’ in mijn oor roepen, stapelgek word ik ervan.

Zaterdag 7 september

Het lukt om de andere opdracht ook af te maken als M. en S. naar peutergym gaan. Ik ben er wel ineens weer ontzettend onzeker over, naar gevoel. ’s Middags werk ik ook nog m’n administratie bij. Het lukt zowaar om de printer te verplaatsen en aan te sluiten op M.’s computer, dus we kunnen weer printen. Fijn dat er soms ook wel iets lukt.

S. struikelt over D. Hoe die twee elkaar soms in de weg zitten, zucht. S. bedoelt het meestal goed, ze zegt nu ook steeds ‘zeg ik tegen mezelf’ om zichzelf te herinneren aan instructies van anderen, bijvoorbeeld: ‘Hou je roer recht, zeg ik tegen mezelf.’ Ze is gewoon een peuter, dat zeg ík de hele tijd tegen mezelf. Ze groet trouwens ook zo ongeveer iedereen op straat, en dan evalueert ze het contact binnen gehoorsafstand (‘Die meneer zei niks terug!’). Laatst nam een bellend tienermeisje op de fiets toen ze eigenlijk al voorbij was alsnog de moeite om zich om te draaien en een groet te roepen, dat was lief. O, en alle hardlopers krijgen sinds we C. hebben aangemoedigd bij een wedstrijd een enthousiast ‘Hup, hup!’ :)

Lief Dagboek (8)

(Ik loop een beetje achter, kinderen, deadlines, het leven, blabla)

Maandag 26 augustus

Er is iets met de deur van de crèche, waardoor we de ingang van de bso moeten gebruiken. Ik heb geen kind op de bso, dus ik heb geen idee waar die deur is. Escaperoom de crèche. S. ziet het eenmaal binnen ook wel zitten om met het onbekende speelgoed van de bso te gaan spelen, dus het duurt al met al even voor we op de groep zijn. De juf kan er niet over uit hoe relaxed het er wel niet uitziet en hoe gezellig het moet zijn dat S. zo goed meeloopt naast de kinderwagen en zo leuk kletst. Eh, oké, bedankt voor het compliment, denk ik, want ‘relaxed en gezellig’ zou ik onze ochtenden toch niet bepaald noemen.

Ik moet even op gang komen met werken, maar dan gaat het wel, ondanks de hitte. Ik aarzel even, maar ik kies er toch weer voor om een geëngageerde comment te plaatsen. Ik vind het heel belangrijk om zo neutraal mogelijk te zijn als redacteur, het gaat niet om mij maar om de tekst, dienstbaarheid blablabla, maar soms lees ik me toch dingen… En dan voel ik me toch ook verantwoordelijk. Als ik het niet zeg, wie dan wel? Ik kan misschien het verschil maken voor lezers, ervoor zorgen dat de tekst inclusiever wordt, of in ieder geval minder kwetsend. En vaak is het ook gewoon onwetendheid. Dus dan spreek ik me toch maar weer uit.

Het duurt ’s avonds weer eindeloos allemaal, maar het is wel gezellig. D. past haar eerste badpakje en het past.

Dinsdag 27 augustus

Ik mag S.’ haar doen. Daar ben ik nog niet zo goed in, maar ik vind het wel leuk, meestal wil ze alleen een speldje. Het wordt weer heel warm, dus we gaan zo vroeg mogelijk naar de speeltuin. Ik heb mijn been opengehaald aan de box toen de lade niet meer openging (vraag niet hoe) en dat is nog steeds niet helemaal over. We dachten er goed van af te zijn gekomen, doordat S. steeds ‘want, eh…’ zei, alsof ze zelf alle antwoorden al had, maar nu is ‘waarom’ toch hier.
D. doet slaapjes in haar bed. Ik kan daardoor zelfs nog even bloggen en werken. En ik denk dat ze later op breakdance gaat. Hoe zij zich op het kleed beweegt, de worm, heet dat volgens mij. Als we S. ’s middags uit bed gaan halen, wil D. per se een pannetje meenemen naar boven, wat S. dan weer hilarisch vindt. Zo gezellig.
’s Avonds heeft S. helaas weer een bloedneus, waarschijnlijk door de warmte. Ze gaat er wel heel goed mee om dit keer en blijft rustig (waardoor ze bijvoorbeeld niet het bloed over haar hele gezicht uitsmeert, dus dat is top).

Woensdag 28 augustus

De dagen van de grote volksverhuizingen zijn altijd moeilijk. En dan ben ik nu ook nog eens bang om een aanrijding te krijgen met de vuilniswagen. Uiteindelijk rijdt die natuurlijk helemaal niet net door de straat als ik daar rijd. Het is een grote teringzooi in huis, de strijd tegen de fruitvliegjes is nog steeds niet gewonnen, ik heb last van RSI en werken schiet niet op. S. heeft weer een waardeloze dag qua zindelijkheid. Bij m’n moeder en haar man stinkt het naar verf. Niemand hier heeft blijkbaar enig idee dat het me maar nét lukt om alles zo’n beetje te doen, als er niets misgaat, als er niets bij komt, want ze suggereren serieus dat ik toch wel even een of andere laptop in Amsterdam kan gaan ophalen.
S. vindt het wel fantastisch om met mijn broertje naar de speeltuin te gaan. ‘Ik ga met mijn oom op stap!’ had ze geroepen. Verder kan ze ‘hupselen’ en doet ze ook echt wel haar best: ‘Mama, kun je even mijn mango snijden? Anders ga ik weer proppen.’

Donderdag 29 augustus
Vrijdag 30 augustus

Geen idee meer. In ieder geval een van de deadlines gehaald en uiteindelijk toch nog een reactie afgedwongen gekregen op de opdracht waar ik maar geen reactie op kreeg.

Zaterdag 31 augustus

Peutergym begint weer, M. gaat erheen met S. Bij S. is er wat verwarring, omdat ze eerst op dreumesgym zat en nu naar een groep met oudere kindjes gaat. Zo is ze helemaal verbaasd dat peutergym in hetzelfde gebouw is als dreumesgym. Dé truc van de dag blijkt te zijn om iemand in en uit een kleed te rollen, daar moet ik dus ook aan geloven als ze terug zijn. Helaas is S. de rest van de dag niet te genieten.

Ik werk nog wat. Aan dit boek werken veel verschillende mensen mee. Ik ken de meesten niet, maar ze laten van zich horen in de comments en ze lijken er zo langzamerhand ook genoeg van te krijgen, want ze gaan steeds vaker tegen elkaar in. Juist doordat ik ze niet ken, zijn het voor mij inmiddels personages geworden. Je moet iets als je al zo lang aan iets werkt.

’s Avonds kijken we Een bezeten wereld terug, een docuserie over het interbellum. Ineens zien we de dansschool uit Utrecht op tv waar we een paar jaar stijldansles hebben gevolgd. Blijkbaar is het een van de oudste dansscholen van Nederland. We zien onze dansleraar en zijn vader (die ook vaak aanwezig was op de dansavondjes) komt aan het woord, het is supercool. We hadden er een haat-liefdeverhouding mee, het was zeker niet altijd makkelijk als vrouwenkoppel en we zijn de meeste passen inmiddels alweer vergeten, maar vanavond overheersen de goede herinneringen.

Zondag 1 september

Ik ben vroeg wakker en besluit direct nog even te gaan werken, wat zowaar een uurtje lukt. ’s Ochtends zoeken we een berg kleding uit, vooral kleding van S. Een goed doel had van die kledingzakken verspreid die ze dan later aan huis komen ophalen, daar besluiten we gebruik van te maken. S. helpt goed mee.

’s Middags besluit ik even langs de Prénatal te fietsen, daar kun je babykleding doneren aan Stichting Babyspullen. Dat idee hadden meer mensen, de containers puilen uit. Het is best confronterend om daar te zijn, omdat ze er veel spullen verkopen die wij nu al helemaal niet meer nodig hebben. Ik loop er wel tegen de zwembandjes aan die we nog nodig hadden voor S. en ik koop ook nog een setje hydrofiele doeken die ik eigenlijk al eerder had willen kopen.

S. had moeite om te gaan slapen en had uiteindelijk zelf bedacht dat ze kon gaan bedenken wat ze zou gaan knutselen. Eh, oké, als het maar werkt. Als ze uit bed komt, blijkt ze bedacht te hebben dat ze gaat verven. We hebben alleen geen verf in huis… In plaats van weer nee te verkopen, besluiten we zelf verf te maken aan de hand van dit recept. S. kan meehelpen en het is ontzettend leuk, we worden helemaal enthousiast en struinen alle kastjes af op zoek naar ‘kleurstoffen’. Daarna vermaakt S. zich een poosje prima met het verven zelf.

Verder is ze een soort rijmmachine (zoiets moet je dus niet tegen haar zeggen, want vervolgens roept ze dan: ‘De rijmmachine staat weer aan!’). Ze rijmt vooral door de letter H overal voor te zetten en het gaat nog niet feilloos, maar toch, het lijkt me snel en toepasselijk voor de dochter van een dichter.

Daarna lukt het ook nog om boodschappen te doen en bestel ik een laptop, dus het is een productieve dag.

Lief dagboek (7)

Maandag 19 augustus

Ik ben zo moe. Werken lukt vandaag niet zo goed. Ik vraag me ook af of er misschien iets mis is met de voeding van m’n computer, want hij valt regelmatig uit. Hopelijk kan m’n broertje er binnenkort een keer naar kijken. Ik haal mijn eigen doel met moeite, en dan nog vooral doordat ik me voorstel wat ik in dit dagboekje zou willen schrijven. Dat het allemaal niet is gelukt of dat ik me heb herpakt.

Tot ieders verbazing en trots is het S. gelukt om de hele dag droog te blijven op de crèche. Extra knap omdat ze per ongeluk zo ongeveer alle aanwezige pruimen blijkt te hebben opgegeten. De juffen wisten niet van elkaar dat ze ze aan haar hadden gegeven en ze was blijkbaar de enige die ze lustte… Een vader vindt dat echt te grappig, dat irriteert me. Ik vind het dan wel weer grappig dat hij zo enthousiast aan het meekleien is en dat hij zijn oudste zoon wijs probeert te maken dat ze de volgende dag halverwege de middag al zullen komen en dat die zoon dan luiers moet verschonen.

Onderweg naar huis worden we verrast door een enorme hoosbui, gelukkig kunnen we schuilen in een portiek. Als we eindelijk thuiskomen, blijkt dat M. al helemaal handdoeken en mijn badjas heeft klaargelegd. Superlief, maar gelukkig niet nodig.

Het pennetje van S.’ spelletje lag klaar om weggegooid te worden bij de batterijen e.d., maar als ik het zomaar oppak, blijkt hij het toch ineens weer te doen. S. is daar de volgende dag superblij mee. Ik ben het irritante muziekje al snel weer zat :’)

We kijken een stukje Zomergasten met Maxim Februari. Heel onderhoudend.

Dinsdag 20 augustus

Zo goed als het gisteren ging met S.’ zindelijkheid, zo slecht gaat het vandaag. Ze is steeds nét te laat bij de wc. Oké, een keer is het wel knap dat ze niet compleet verschoond hoeft te worden, want we zijn in een speeltuin een eind weg als ze zegt dat ze moet plassen. Daar kun je met zand spelen. Niet ideaal omdat het nog een beetje nat is en we geen zandbakspullen bij ons hebben, maar ik wilde echt even wandelen en niet weer naar de speeltuin om de hoek.

We maken alvast naanbroodjes voor bij de curry. Twee ingrediënten, die we allebei niet in huis blijken te hebben. Improviseren dan maar. Het is moeilijk als je twee jaar bent en niet op de bak mag leunen bij het afwegen en de lepel niet uit de bak mag zwiepen, maar het lukt.

Verder wil S. vooral de hele dag boekjes lezen en spelletjes spelen (Eerste boomgaard en Nijntje-domino). Als ze zelf speelt, heeft ze wel weer geniale uitspraken, zoals: ‘Een aap op een plakje kaas… Dat vind ik niet lekker op de boterham.’

Er is een halfuurtje waarin ze allebei slapen en ik het idee heb dat ik zou moeten werken, maar in plaats daarvan handwerk en tv-kijk. Je weet natuurlijk ook nooit hoelang het duurt.

Bij de boodschappen blijkt een verrotte zoete aardappel te zitten, supergoor. Gelukkig kom ik er meteen achter als ik ze wil gaan snijden voor de plaattaart. En klachten worden ook echt wel netjes afgehandeld per app: geld terug en gratis een nieuwe zak bij de volgende bestelling.

D. slaapt redelijk goed in haar bedje. Dat komt goed uit, want ze rolde vanmorgen om in de kinderwagenbak, dus ik denk toch dat we over moeten naar het zitgedeelte. Ik werk weer eens aan m’n sjaal en we kijken America to Me. Ze doen daar op school aan spoken word en hoe overdreven het soms ook is, het is toch ook wel heel gaaf. Ik krijg er zin van om te schrijven (ook al doe ik dat niet).

Woensdag 21 augustus

Mijn schoonmoeder komt oppassen en ik ga werken bij mijn moeder en haar man. Dat wil zeggen, nadat ik een opdracht heb ingeleverd. Fijn dat dat weer klaar is. De stress staat weer eens totaal niet in verhouding tot de verdiensten. M’n schoonmoeder is gewend om alles op haar aanrecht te leggen en bewaart een stuk banaan voor D. op ons smerige aanrecht. Daar ben ik niet bepaald blij mee.

M’n moeder heeft niet verteld dat twee van haar tantes en een oom die middag op bezoek komen. Dat zou handig zijn geweest om te weten, aangezien ze een rondleiding door het hele huis krijgen en m’n moeder het toch wel heel fijn lijkt te vinden als ik er even bij kom zitten. Ik probeer het los te laten, ik vind het zelf op zich ook leuk om ze te zien. En afgezien daarvan gaat het werken best goed, ik redigeer een ridderboek en had niet verwacht dat het zo grappig zou zijn. De vertaling ziet er ook goed uit.

Eenmaal weer thuis blijkt mijn schoonmoeder wat in de tuin te hebben gewerkt. Alle beetjes helpen.

Donderdag 22 augustus

Mijn broertje komt naar mijn computer kijken. Aanvankelijk gaat hij gewoon aan en vindt hij niets, waarop we besluiten het nog maar even aan te kijken. Als hij weg is, doet de computer echter helemaal niets meer. Hij regelt bij een vriend een andere voeding, maar nee. Ik overwoog sowieso al een laptop aan te schaffen zodat ik wat makkelijker even iets beneden kan doen en (in de toekomst) ook af en toe buitenshuis, maar dit is natuurlijk toch enorm balen. Ik heb helemaal geen ruimte in mijn hoofd om hiermee bezig te zijn. Met de harde schijf is niets mis, dus er is in principe niets verloren, maar op dit moment kan ik er niet bij. Ik heb alles van mijn grote project gelukkig consequent naar mezelf gemaild, inclusief de hoofdstukken die ik nog moet doen. Ik kan er dus gewoon mee verder, voor het moment op M.’s computer. Toch voel ik me ontzettend onrustig en vind ik het heel lastig om te werken. Het gaat gewoon allemaal nét, als er niks misgaat, maar er gaan natuurlijk steeds dingen mis.

Eenmaal aangekomen op de crèche zakt de moed me nog verder in de schoenen. S. heeft uitgebreid met zand en water gespeeld en is ongelooflijk smerig. Heel leuk en goed dat ze dat daar doen, maar het betekent nog meer werk voor ons. Daarnaast kan ze er slecht mee omgaan dat ik er ‘ineens’ ben en knijpt en slaat ze me. Ze heeft volgens de juf wel leuk met M. gespeeld. Ze vertelt er zelf ook over. Daaruit blijkt dat ze hem ook behoorlijk in het rond heeft gecommandeerd, maar goed. Ze beweert ook dat ze ‘stop, hou op’ en ‘niet doen’ heeft gezegd tegen bepaalde ‘stomme’ kinderen, dat zou wel echt goed zijn. Ik vind het zo sneu voor haar dat het de afgelopen dagen weer zo slecht gaat met haar zindelijkheid. Ook wel voor mezelf, want ik dacht na zondag en maandag echt dat het de goede kant op ging. Maar S. riep al de hele week opgetogen dat ze een sticker zou krijgen van juf R. als het haar zou lukken om droog te blijven op de crèche (dat heeft juf R. ook daadwerkelijk beloofd) en ik wist van tevoren al dat het haar waarschijnlijk niet ging lukken. D. heeft met even oude baby J. gespeeld op een mat gelegen tot ze daar afrolde. Ze is helemaal schor van het hoesten, superzielig, ik denk dat ze zich echt niet lekker voelt.

Ik moest S. volledig verkleden op de crèche en had haar even geen luierbroekje aan gedaan. Bij thuiskomst poept ze uiteraard in haar broek. M. is inmiddels thuis en neemt dat op zich, terwijl ik D. voed. S. gaat weer veel te laat naar bed omdat het te lang duurt voor we kunnen eten en ze daarna nog moet douchen, maar ze gaat wel meteen slapen. D. moet steeds hoesten, dus die krijg ik pas in slaap als ik haar weer aanleg (waarbij ik zelf ook bijna in slaap val). Ik heb weer eens een hypochondermomentje, tot ik me realiseer dat S. me heeft geknepen, dus dat ik misschien toch geen melanoom op mijn been heb. Na een douche toch nog even naar beneden voor wat tv. Verongelijkte leraren en ouders (dat wordt nog wat op de basisschool, tralala) en Jannie en André die naar ‘ons grondgebied’ afreizen. Ik woon hier toch wel graag.

Vrijdag 23 augustus

Vreselijke nacht, uiteindelijk neem ik D. maar bij me en probeer ik als vanouds half rechtop nog wat te slapen. Ik erger me kapot omdat ik nog steeds niks gehoord heb op de woensdag ingeleverde opdracht.

’s Middags staat m’n broertje ineens weer voor de deur (heel attent, hij belt op in plaats van aan om aan te geven dat hij voor de deur staat, omdat hij niet wist of de kindjes sliepen en S. sliep ook inderdaad) met mijn harde schijf en een aangeschafte behuizing, zodat ik weer bij m’n bestanden kan. Wat een opluchting.

Het is daardoor wel een extra rommelige dag, en ik redigeer zo’n vijfduizend woorden te weinig. Dat komt ook doordat ik even de tijd neem om chai lattes met havermelk te maken voor ons en kinderkoffie voor S. Doordat ik even de tijd neem om samen te zijn. S. grijpt haar kans op een extra voorleesmoment. Ik heb m’n broertje ook heel wat voorgelezen. M’n broertje zit op de leuning van de bank. S. zegt verschrikt tegen hem: ‘Ik mag dat niet van de mama’s.’ ‘O, dan zal ik het ook maar niet doen,’ zegt mijn broertje.

We eten erwtensoep, S. heeft zich met het weekmenu bemoeid. Het smaakt prima. Na het eten ga ik naar Spoffin in de binnenstad. Ik heb met mijn moeder afgesproken om naar een dansvoorstelling te gaan, omdat een vriendin van haar daaraan meedoet. We zijn ruim op tijd en kunnen dus mooi twee kussentjes claimen aan de rand van de kring. Het is prachtig weer en er hangt een fijne sfeer, maar ik voel me er niet echt onderdeel van. Ik kan niet lang blijven hangen vanwege de borstvoeding en ik heb D. ook nog eens ziek achtergelaten bij M. Een van de deelnemers positioneert zich recht achter ons in haar rolstoel en zegt de hele tijd zenuwachtig tegen ons dat we wel opzij moeten gaan als ze op moet. Ja, ja, komt goed. Een moeder zegt tegen haar tienerkinderen: ‘Nee, kom maar, dit is meer iets voor oude mensen.’ En bedankt.
We zien de vriendin nergens. Ik vraag of mijn moeder wel aan haar heeft gevraagd of ze echt meedoet. Dat blijkt niet zo te zijn, het leek haar een leuke verrassing voor haar vriendin als wij er ineens zouden zijn. Dat zou het ook geweest zijn, alleen blijkt de vriendin toch niet mee te doen. Daarnaast is de voorstelling zelf ook vrij apart. Het heet De femme à femmes en Léa Dant, een Franse choreografe, maakt deze voorstelling overal met lokale vrouwen. De voorstelling is dus overal anders. Ik had verwacht dat er meer in gedanst zou worden, dat sowieso. Daarnaast hebben de vrouwen ervoor gekozen om tegen het einde allemaal naar voren te komen en stuk voor stuk iets te zeggen, beginnend met ‘I honor…’ Dat hadden ze niet moeten doen. Ten eerste spreken bijna alle vrouwen bijzonder slecht Engels, waardoor ze zichtbaar staan te stuntelen en hun boodschap nauwelijks aankomt. Ten tweede hebben lang niet alle vrouwen iets bijzonders te melden, waardoor de ontroerende verhalen (bijvoorbeeld van een transvrouw en van een vrouw die haar kindje heeft verloren) in schril contrast staan met vrouwen die dan maar bedacht hebben te zeggen dat ze van dansen houden of iets dergelijks.
Als het is afgelopen, blijkt M. te hebben geappt. D. heeft zichzelf helemaal ondergespuugd en moet steeds huilen, dus ik besluit meteen weer naar huis te gaan. De vriendin die niet meedeed blijkt wel in het publiek aanwezig, blij dat ze uiteindelijk niet heeft meegedaan. Mijn moeder besluit naar haar toe te gaan. Ik haal nog even paracetamol voor D. voor het geval dat en ben blij als ik weer thuis ben. D. wordt rustig en met z’n tweeën is het gewoon makkelijker. Al blijkt S. wel ontzettend lief en zorgzaam te zijn geweest.

Zaterdag 24 augustus

D. is vandaag ook weer helemaal schor van het hoesten, waterige oogjes, koortsig. En dus is ze ook steeds wakker ’s nachts, ze houdt zo’n beetje weer haar newbornschema aan. Ook S. is weer veel aan het spoken, het is erg zwaar.

Ik wil ondanks m’n schouder in de tuin werken. M. neemt de kindjes mee naar de speeltuin en ik ga de klimop snoeien, zelfs vanaf een trapje (heel irritant, want dan moet ik aan de kant voor auto’s, gelukkig is het nog vroeg en rijdt er maar een keer een auto langs). Ik haal ook nog best wat wortels, onkruid en brandnetels weg. S. komt ook nog even helpen. Het is nog lang niet af (ik denk niet dat het ooit af komt), maar de gft-bak is behoorlijk vol, het wordt warm en ik ben moe. Tijd voor (kinder)koffie en chai latte. D. krijgt wat banaan, maar ze wil niet eten. Wel drinken, gelukkig.

We bedenken het nieuwe weekmenu alvast, het lukt me om die vijfduizend woorden alsnog te redigeren en m’n winterjas wordt bezorgd. Ik wilde een kortere voor erbij, sinds ik met S. bijna van de fiets ben gevallen. En dat vind ik dan toch meteen weer een ‘uitspatting’. De jas ziet er goed uit en past, dus ik ben blij. Even denk ik dat er meteen al vlekken op zitten, maar M. heeft hem met natte handen bewonderd. S. gaat in de tuin in haar badje. Ik maak lasagne. We kijken de finale van The Great British Bake Off. Sandi is zo cool.

Zondag 25 augustus

Ik wil vandaag graag m’n boek uitlezen en dat lukt. Ik baal er zo van dat ik nooit genoegen kan nemen met dit soort dingen. Dat ik dan alleen maar ga zitten balen omdat ik keuzes moet maken in wat ik voor mezelf kan doen, in plaats van blij zijn met wat ik voor mezelf kan doen. We doen boodschappen. Het poortje bij de zelfscankassa’s blijft niet lang open, dus we moeten ons met de kinderwagen en S.’ kleine karretje strategisch opstellen.

M. bouwt toch de kinderwagen maar om en we gaan een stukje wandelen aan het eind van de middag. Het blijkt nog steeds erg warm en S. wil eigenlijk naar de dichtstbijzijnde speeltuin, dus het is aanvankelijk geen succes. D. heeft haar nieuwe zonnebrilletje op. Eigenlijk past ze het nog niet, haar hoofdje is relatief klein, maar het staat wel erg schattig. Ze lijkt het ook leuk te vinden om vanuit het zitgedeelte meer te kunnen zien. Uiteindelijk komen we bij een ander speeltuintje, waar S. onder het genot van keiharde muziek een poosje speelt. Met een klein beetje hulp kan ze zowaar op het speeltoestel klimmen, ze kan vaak meer dan ik denk.

’s Avonds kijken we de Musical Sing-a-long. We hebben nog geen enkele musical geboekt voor het nieuwe seizoen, en dat blijft waarschijnlijk zo. We doen ook deze test van de Volkskrant en hebben nog een fijn gesprek over het huishouden en het leven.

Lief Dagboek (6)

Maandag 12 augustus

Zulke beroerde nachten de laatste tijd, zo moe. En daardoor is het ook meteen weer een stuk lastiger om positief te blijven. Het is wel leuk om onderweg met S. te praten over wat we allemaal in de Efteling kunnen doen. Op de crèche zijn sommige juffen terug van vakantie en andere nu juist op vakantie. Dit betekent waarschijnlijk wel dat S.’ lievelingsjuf er donderdag weer zal zijn. Er zijn ook kindjes terug van vakantie die het totaal niet trekken dat ze ineens weer naar de crèche moeten, superzielig. Ik moet zoveel doen vandaag. Ik begin in ieder geval goed, want ik werk heel hard voor mijn afspraak. Ik zie ook erg op tegen de afspraak, dus het is een goede afleiding. Het valt uiteindelijk mee, maar ik ga nog behoorlijk wat tijd moeten investeren in m’n herstel en daar heb ik gewoon helemaal geen zin in. Ik hoop dat ik ooit nog het gevoel ga krijgen dat mijn lichaam weer van mij is. Het helpt ook totaal niet dat mensen steeds benoemen hoe slank ik wel niet ben, zo voelt het helemaal niet.

Ik besluit na de afspraak maar meteen boodschappen te gaan doen. Ik kom een oud-klasgenootje tegen in de supermarkt en we hebben een leuk gesprek, het vrolijkt me op. Zij dacht ongeveer hetzelfde over zo dicht bij het dorp gaan wonen waar we samen op school hebben gezeten en hier zijn we dan toch. Zij heeft wel juist weer negatieve verhalen gehoord over de basisschool waar we na de zomer nog willen gaan kijken, dus dat blijft moeilijk.

Het lukt me weer om het aantal woorden te halen, ook al heb ik een rare trilling in mijn hand die me direct hypochonderig maakt. Ik krijg een zeer vage mail over een opdracht die ik al af heb. Aanhef: ‘Hoi Nico’. Er komt geen rectificatie, dus uiteindelijk mail ik zelf maar terug. Het lukt niet om vooraf te koken, maar ik time het ophalen van de crèche wel heel goed tussen de buien door. Pas als we bijna thuis zijn, gaat het weer regenen. Ik had wel onze paraplu’s meegenomen, dus eigenlijk is het zo perfect, want nu kan S. nog even met die van haar lopen.

Ik had meer groente in het linzenprutje moeten stoppen, maar het is wel lekker gekruid, al zeg ik het zelf (opgezocht wat er allemaal in de dure kruidenmix zat die in het recept stond).

We gaan te laat naar bed, maar ik moet ook gewoon iets van een avond hebben.

Dinsdag 13 augustus

Excuses van degene die Nico probeerde te bereiken: ‘Ik stuur het snel naar de juiste Nico.’ Juist. Nou ja, in ieder geval heb ik geen werk over het hoofd gezien. Iemand anders heeft genoten van mijn mail. Dat is fijn, ook al zijn mails zo ongeveer het enige wat ik op dit moment schrijf en doe ik er vaak belachelijk lang over om er een te typen omdat ik mezelf continu redigeer.

We doen erg weinig vandaag. We gaan even naar de speeltuin, maar het gaat al snel regenen, dus gaan we weer terug.

We kijken naar America to Me. Best een interessante documentaire (een docu over een school is bij ons al snel goed), maar wel erg Amerikaans.

Woensdag 14 augustus

M’n moeder en haar man vonden het blijkbaar niet nodig om te vermelden dat er een gigantische steiger voor hun huis staat, waardoor parkeren (en wegrijden) nog moeilijker is dan normaal. Zoveel stress door die halve volksverhuizing iedere keer, soms vraag ik me echt af waarom ik dit doe. Juist omdat iedereen ervan uitgaat dat ik het allemaal doe. En het dan nog niet genoeg is. Zoveel hoofdpijn ook weer.

Wel een superinteressante passage in een opdracht, over de taalontwikkeling van jonge kinderen. Vertel me alles.

Donderdag 15 augustus

Houd moed, mailt iemand. Dat moet ik dan maar proberen. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor die oefeningen, zo wordt het natuurlijk nooit beter. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor wat dan ook. S. is blij dat haar lievelingsjuf terug is van vakantie, maar als ik de kindjes op kom halen, zijn ze allebei aan het huilen: S. omdat een ander kindje haar heeft geslagen met een stuk spoorrails en D. omdat ze het voor elkaar heeft gekregen om zichzelf in de breedte onder de babygym te positioneren. Top weer.

S. heeft courgettesoep gemaakt op de crèche. We eten zelf ook iets met courgette, dus D. krijgt het ook, gaat best goed.

Vrijdag 16 augustus

Ik lig nog steeds op schema met mijn grote opdracht, een hele prestatie als je bedenkt hoe slecht ik me voel. Het is wel lastig om het andere werk eromheen te plannen, dus hopelijk kom ik daarmee niet alsnog in de problemen.
Ik heb weer eens last van ‘het is mijn eer te na’, waardoor ik meer tijd besteed aan een opdracht dan ik zou moeten doen. Al was het maar omdat ‘Je vindt het toch leuk?’ achterlijk vaak als argument wordt gebruikt om veel te weinig te betalen. Dit vind ik leuk en dat weten ze, maar van leuk kan ik geen eten kopen. Ik heb onderhandeld, maar dan nog.

Er komt ineens een sprietje uit het stukje gember dat ik een tijd geleden in een potje heb gestopt. Dat is zo’n beetje mijn niveau qua planten. Ik baal zo van onze tuin momenteel, omdat het me maar niet lukt om er iets aan te doen en vooral omdat we de heg die we vorig jaar hebben laten planten de laatste hittegolf slechts zeer gedeeltelijk lijkt te hebben overleefd, zo gênant. De achtertuin ziet er wel goed uit, maar iedereen ziet natuurlijk alleen die zooi aan de voorkant en zijkant. De laatste keer dat ik de klimop te lijf ben gegaan (niet de stervende heg), had ik daarna zoveel last van m’n schouder dat ik dat nu ook niet goed meer durf.

Zaterdag 17 augustus

Het kost me veel moeite om op te starten. Ik wil het liefst nergens heen en de tijd uitzitten tot ik weer iets voor mezelf kan doen, maar uiteindelijk gaan we toch naar het winkelcentrum. We komen mensen tegen die we kennen, dat is wel leuk. En we kopen wat dingen voor D.: zwemluiers, een zonnebrilletje, billendoekjes, kleren. We hebben best veel kleren gekregen die ze past bij het verkeerde weer, jammer. Verder vragen we ons af wanneer we de kinderwagen om moeten bouwen. Als ze wakker is, doet ze zo’n beetje buikspieroefeningen in de bak, maar ’s avonds slaapt ze er vaak nog in.

S. heeft ineens een kopvoeter getekend, een bizar verschil met haar gewone gekras. We moeten ook echt op zoek naar een tafeltje en een stoeltje voor haar, want nu doet ze steeds gevaarlijk op een krukje bij de salontafel. Helaas laat ze ook het pennetje dat bij haar Nijntje-spelletje hoort in haar potje vallen. We gooien het nog in ongekookte rijst, maar het mag niet baten.

We eten die superlekkere stammpot met zoete aardappel, spinazie en geitenkaas. M. heeft ’s avonds een verjaardag. Ik heb D. in haar bedje gelegd. Het lukt ook wel om haar daar te laten, maar ik moet wel regelmatig naar boven, daar heb ik gewoon niet altijd puf voor. Ik kijk naar Amy Florence (niemand is zo leuk als Tilly Trout, zucht) en werk aan m’n sample. Dit wordt vast weer iets wat niemand ooit gaat maken vanwege de hoeveelheid werk, maar zelf heb ik er eigenlijk wel weer plezier in, want ik kom nu eindelijk toe aan de decoratie. Ondertussen helaas wel veel aan het piekeren.

Zondag 18 augustus

We gaan ’s ochtends naar Loods 5. Het gaat ontzettend goed. We kopen een vijzel, bekijken eventuele cadeautjes voor S. en zoeken wat nieuw plastic servies uit omdat D. nu ook meer gaat eten (als ze het bakje ziet, lijkt ze al te snappen dat ze iets krijgt, heel apart). We hebben de draagzak mee voor als D. het niet meer trekt (we hebben S. een keer heel Loods 5 door moeten dragen. Loods 5 is een grote winkel), maar die hoeven we niet te gebruiken. Alleen een tafel en een stoeltje vinden we niet. Daarna is het tijd voor koffie en taart, met een wafel met fruit voor S. S. gedraagt zich de hele ochtend uitstekend én heeft geen ongelukjes, we zijn supertrots op haar. Een ander vrouwenstel in het restaurant zit de hele tijd naar ons te kijken. Het kan, het kan dus echt (al is het vaak niet zo idyllisch als het nu lijkt).

’s Middags lukt het zelfs nog om een weekmenu te bedenken en boodschappen te doen, dus met een beetje geluk heb ik dan morgen iets minder stress. Na het avondeten iedereen onder de douche en ik doe zelfs een paar oefeningen, dus het lijkt ineens even heel georganiseerd. Met de nadruk op ‘lijkt’.