Dochter (20)

Vandaag wordt ze 1 jaar.

Wat een jaar.
Ik heb me nog nooit zo geliefd gevoeld en zo eenzaam.
Zo sterk en zo onzeker.
Zo mooi en zo lelijk.

Ze is nog steeds de liefste en de leukste. Gisterochtend vroeg wilde ze ineens weer alleen op mij slapen, tussen ons in liggen was niet genoeg. Ik lag me onder haar te verwonderen over hoe slecht dat inmiddels past en hoe weinig ze zich daarvan aantrok.

Ik ben nog nooit zo moe geweest. Een van de dingen die ik met name het eerste half jaar echt niet meer kon horen (naast haar gekrijs): dat ik gewoon lekker met haar mee moest slapen en/of vroeg naar bed moest gaan. Ze sliep overdag meestal exact een half uur, en we waren gerust een uur bezig om haar zover te krijgen. Op mij sliep ze vaak wel wat langer en de draagzak maakte dingen draaglijker, maar daar rustte ik niet echt van uit. De dag was verdeeld in blokken van drie uur, waarvan ongeveer een uur voeden, dan nog verschonen… reken je mee? Het was toch niet alleen mijn gevoel dat er zo weinig tijd overbleef voor andere dingen. En ‘s avonds sliep ze hoe dan ook niet in haar eigen bed. En dus kon ik altijd pas slapen na de laatste voeding vanuit bed, zo rond 23.00 uur (en dan maar hopen dat ze daarna wel ging slapen). Ik was al blij als ik daarvoor met haar op de bank kon liggen in plaats van dat ze rondgedragen wilde worden. Als ze niet huilde, zodat ik in ieder geval wat tv kon kijken. En dat maandenlang. Zo vaak met een hand geprobeerd wat te eten terwijl ik haar aan de borst had. Zo vaak gedoucht met oorverdovend gekrijs op de achtergrond. Natuurlijk is zo’n klein baby’tje schattig en is het prachtig om haar ontwikkeling van zo dichtbij te mogen volgen. Maar ik vind het dus wel fijn dat ze zich inmiddels al een klein beetje ontwikkeld heeft.

Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze zich niet meer kunnen voorstellen hoe het was toen [naam kind] er nog niet was. Dat lukt mij heel aardig, maar ik wil dan wel de nadruk leggen op ‘nog’. Want ze hoort voor altijd bij ons en wat maakt me dat gelukkig.

Kom maar op met alles wat we nog meer mee mogen maken.

UFO’s

Ik ben de laatste tijd nogal onrustig, wat onder andere tot uiting komt in het beginnen aan tig verschillende handwerkprojecten in plaats van dingen af te maken. Nu heb ik deze week zowaar iets heel kleins afgemaakt, dus ik hoop dat de stijgende lijn nu weer is ingezet, want ik vind het juist zo leuk om projecten te kunnen laten zien en gebruiken. Ik ben van plan om binnenkort te laten zien waar ik allemaal aan bezig ben, maar besloot eerst maar eens op een rijtje te zetten waar ik allemaal níét meer mee bezig ben. Voor de verwerking. :) Normaal gesproken maak ik het meeste (uiteindelijk) wel af, maar ook ik heb zo mijn UFO’s (Un-Finished Objects). Als er een speciale term voor is, kan ik onmogelijk de enige zijn die ze heeft. Deze projecten zwerven in mijn bak met garen:

Ik vind granny squares er heel leuk uitzien, maar ik vind het niet leuk om ze te maken. Vooral omdat je achteraf zoveel draadjes weg moet werken. Zeker bij deze mini’s in verschillende kleuren (het zijn deze). Ik was van plan om kussentjes voor op stoelen te maken en noemde dit project dan ook Granny Chairs. Met zo’n foute woordgrap wordt het natuurlijk nooit wat. Ik heb er ook al weleens eentje tussenuit gepeuterd als ik net nog een heel klein restje van een bepaalde kleur nodig had voor iets anders. Ik zie nu pas dat ik ‘maar’ zes granny squares tekortkom voor een vierkant van 6 x 6 granny squares. Als ik dan de achterkant van stof doe, of in ieder geval niet van granny squares, zou je zeggen dat het niet zo heel veel werk meer is (afgezien dan van al die losse draadjes, je wilt niet weten hoe de achterkant eruitziet). En ik vraag me af of ik dat witte garen nog wel ergens heb. Hm. Als ik zou moeten gokken welke UFO ik alsnog af ga maken zou ik mijn geld op deze inzetten, maar ik garandeer niks.

Dit is meneertje Opsekop. Mr. Topsy-Turvy in het origineel. Meneertje Andersom in een nieuwere vertaling (kwalijk niet me neem, maar ik kan er niet aan wennen). Mijn favoriete meneertje uit de serie van Roger Hargreaves. Van een aantal andere meneertjes bestaan patronen, van meneertje Opsekop voor zover ik weet niet. En dus heb ik ooit geprobeerd hem te haken. Hijzelf is nog wel redelijk gelukt, maar ik heb nooit een echt goed idee gekregen voor zijn omgekeerde bolhoedje en wandelstok, en blijkbaar vond ik hem nu ook weer niet zo goed gelukt dat ik eraan wilde blijven prutsen.

Ik moest echt even zoeken naar het patroon, maar ik heb het gevonden: Podster Gloves. Dit is er dus maar een en de flap voor over je vingers ontbreekt. O, en hij is mij te groot… Ik weet nog dat ik een keer wilde kijken hoe je handschoenen breit, of ik dat kon. Bij handschoenen blijk ik hetzelfde probleem te hebben als bij sokken: gaatjes. Bij handschoenen tussen de vingers, bij sokken tussen de spie en de bovenvoet (ik ben de trotse bezitter van Sokken brei je zo!, dus ik ken zowaar deze termen). Ik kan het op zich wel, en het lijkt me nog steeds leuk om een keer iets voor om mijn handen te breien, maar blijkbaar ook weer niet zo leuk, want ik heb het nog steeds niet gedaan. Ik weet wel zeker dat ik hier niet nog een tweede van ga breien.

Ik weet dat dit een pakketje was dat ik een keer heb gekregen om een of ander schildpadje te haken. Ik vraag me af waar het patroon en de rest van het pakketje zijn… Ik hou niet zo van amigurumi/knuffeltjes, weet nooit zo goed wat ik ermee moet. Ik vind het soms wel leuk om ze te maken als cadeautje voor een baby of om een ander cadeautje op te leuken. Ik heb weleens een konijnenbruidspaar gehaakt toen ik mensen geld ging geven voor een bruiloft. En twee maanden terug een leeuwtje omdat mijn tante ons mee had genomen naar The Lion King. Maar verder?

Dit zou een gehaakte ballonhond moeten worden. Erg leuk idee, vind ik nog steeds. Maar ook in dit geval vraag ik me af wat ik ermee moet. Ik vrees trouwens dat ik dit niet eens af kán maken. Ik kwam erachter dat het patroon dat ik destijds gebruikte niet meer online staat en als dit al het garen is, kom ik tekort.

Oké. Misschien moet ik deze rommel nu gewoon weggooien of uithalen. Al heb ik nu toch weer wat hoop gekregen dat ik dat granny square-kussentje ga afmaken. En ik heb het nog niet eens gehad over mijn blik vol frivolitéspoeltjes en dun garen (dat in meer of mindere mate in de knoop zit), mijn stofjes (deels geknipt) en die ene boekenlegger waarop ik een stapel boeken aan het borduren ben. Die laatste ligt nog altijd voor het grijpen, gebroederlijk naast M.’s borduurwerk (een restaurantje aan het water waar ze al evenveel aan werkt als ik). Tja.

Maandag

(Omdat het wat al te makkelijk is voor mij om weg te zakken in een of andere herfstdip, die nog verder aangezwengeld wordt doordat S. ons nog steeds elke nacht wakker houdt en ik vorig jaar rond deze tijd zo fijn met zwangerschapsverlof was.)

♡ S. naar de crèche brengen met dit weer. Ze kan inmiddels op de fiets, maar ik ga eigenlijk altijd lopen, omdat ik anders zo met haar moet sjouwen (naar de berging waar de fiets staat en als we bij de crèche aankomen). Ook wel fijn om de dag te beginnen met een wandeling (vooral met dit weer dus).
♡ S. in een vestje dat mijn oma nog heeft gebreid. Mijn oma is gestorven toen ik 12 was, maar dit is er nog. In de kast ligt een heel stapeltje, door verschillende mensen gemaakt voor mij en m’n zusje of voor M. en haar zusje, en dit is het moment voor S. om ze te dragen, qua weer en maat. Zo mooi wat je kan doen met handwerken (misschien zelf toch ook eens een vestje of een trui voor S. maken als ze deze niet meer past).
♡ Gelukte scones (naar dit recept). Clotted cream vind ik wat te vet, maar met margarine en fruitspread zijn ze ook erg lekker.
♡ Gesprekje met R. (3) op de crèche.
Ik: ‘Hé R.’
R. (boos): ‘Ik bén niet R. Ik ben een brandweer!’
♡ Op zondag al boodschappen hebben gedaan voor maandag. En dus iets meer rust als S. het helemaal heeft gehad (dagelijks grofweg vanaf 17.00 tot ze naar bed gaat, of in ieder geval tot ze borstvoeding heeft gehad). Natuurlijk waren we alsnog een ingrediënt vergeten, maar dat heb ik redelijk kunnen oplossen.
♡ Lachen om Zondag met Lubach, hoe pijnlijk en raak het vaak ook is. Of misschien wel juist daarom. Ineens gebruikten ze ook weer mijn favoriete soundbite!
♡ Bloggen. Zonder pretenties.
♡ Mensen die de moeite nemen berichten te beantwoorden.
♡ Eindelijk weer een breiprojectje afronden. Met de nadruk op ‘tje’, maar toch. Later meer hierover!

Optreden

Op 6 november 2016 trad ik voor het laatst op. Ik schreef er hier iets over. Ik was hoogzwanger en ik herinner me dat de organisatoren vroegen wanneer ik uitgerekend was en daarop een beetje deden alsof ik nog zeeën van tijd had, alsof het overdreven was dat ik had gezegd te zullen komen, tenzij de baby dan al geboren zou zijn.

Nu dacht (hoopte?) ik zelf ook steeds dat ik nog zeeën van tijd zou hebben. Ik voelde me heel goed en genoot erg van mijn verlof. Eerste baby’s worden gemiddeld het vaakst geboren tussen 40 en 41 weken zwangerschap. Ik was het laatst uitgerekend van iedereen van de zwangerschapscursus, om de een of andere reden was ik ervan overtuigd dat we die volgorde zouden aanhouden. Nou, en iedereen was nog zwanger, dus voorlopig was ik heus nog niet ‘aan de beurt’. Toen ik vrijdagavond laat weeën kreeg, terwijl ik de maandag daarop ‘pas’ uitgerekend zou zijn, was mijn eerste reactie dan ook: Hè, nee, niet nu al! Ik wilde heus wel dat onze baby uiteindelijk geboren zou worden, maar zou het helemaal niet erg hebben gevonden als het nog een weekje langer had geduurd.

Goed, die zaterdagavond was er dus een baby. Die binnenkort ineens jarig is. Het afgelopen jaar heb ik weinig geschreven en helemaal niet opgetreden. Ik ben nergens voor gevraagd en ook zelf niets geregeld. Of nee, dat is niet helemaal waar: ik had me voor één gelegenheid aangemeld, maar uiteindelijk bleek ik daarbij als ‘gepubliceerd auteur’ in een andere categorie te vallen, namelijk in de categorie die zich niet zelf kon aanmelden maar eventueel zou worden uitgenodigd. Wat dus niet gebeurde.

Ik heb het niet gemist. Zo. Daar staat het. Dat komt goed uit, want men heeft mij ook niet gemist. Ik krijg wel regelmatig de vraag of er een tweede bundel komt. Voorlopig niet, die kan ik nog lang niet vullen en de uitgever van mijn debuut is gestopt met het uitgeven van poëzie. Ik heb zeker nog wel ideeën voor blogs, gedichten en andere teksten, maar ik heb weinig zin om me bezig te houden met waar ik mijn gezicht moet laten zien en hoe ik me moet presenteren. Met mijn zenuwen. Met waarom sommige dingen maar niet lukken, wie er allemaal meer bereiken en waarom. Ik schrijf dit niet om te laten zien hoe goed en onafhankelijk ik wel niet ben, want het lukt me vaak helemaal niet om dat soort dingen los te laten. Maar niet alles kan, en zeker niet alles kan nu meteen. Optreden heeft kennelijk op dit moment voor mij helemaal geen prioriteit. Ik weet eigenlijk wel zeker dat dat een flink nadeel is bij het verwezenlijken van mijn ambities, maar dat is dan maar zo.

Dochter (19)

We hebben een boekje uit de bieb, Kijk eens wat ik kan! van Mies van Hout, en ze doet dus echt dingen die daarin staan als we dat lezen. Klappen en zwaaien. En ze lijkt ‘boek’ te gebaren, uiteraard een essentieel gebaar in dit huishouden.

Bij die gebaren is het een beetje lastig dat ‘nee’ en ‘meer’ veel op elkaar lijken. Ik vrees dat we nog steeds de volgende regel kunnen aanhouden: is het avondeten, dan wil ze niet meer. Is het iets anders, dan wel. Het is fijn dat ze fruit, brood en yoghurt goed eet, ze krijgt nog steeds borstvoeding, groeit goed en eet soms iets van het avondeten, maar het blijft gedoe. Op de crèche gaf een leidster nog als tip om ‘s middags warm eten te proberen op de dagen dat dat kan. Wie weet. Wat ze onlangs at: wat erwtjes (erwtje voor erwtje, je beheerst de pincetgreep of je beheerst ‘m niet), omelet (waarin ik wat groente had proberen te verstoppen, maar die filterde ze er grotendeels uit) en de babyproofversie van onze erwtensoep (als we stukjes brood erin doopten). Gisteren bleek ze een banaan zo te kunnen afhappen. En mandarijn (ik snijd de partjes dan wel in kleine stukjes) blijkt ze ook lekker te vinden.

Er zijn veel mensen in onze omgeving die ons te streng vinden met eten. Dat begint op te vallen nu S. ouder wordt, ze blijven vragen of ze dit of dat mag hebben. De opvattingen over eten zijn de afgelopen dertig jaar natuurlijk behoorlijk veranderd en ik denk dat ze er ook vanuit hun eigen perspectief naar kijken. Dat ze het zielig vinden voor S. omdat zij geen rijstwafels lusten en er niet aan zouden moeten denken om alleen maar water te drinken. Dat ze haar graag willen verwennen met iets lekkers. Ik zie mezelf ook helemaal niet als iemand die streng met eten omgaat, maar het klopt dat we erg opletten met suiker en zout voor S. Lastig wel.

Ze loopt nog steeds niet los, maar ze kan nu hoekjes om. Ze gaat nu ook vaak op haar knieën zitten, dus misschien staat ze binnenkort op en loopt ze weg. En misschien duurt het nog wat langer. Ik maak me er totaal geen zorgen om.

Mijn nicht appte me een link naar dit artikel. Ondanks alle onzekerheid en ‘adviezen’ van mensen, sta ik er nog steeds zo achter dat we S. niet laten huilen. En ik vind het superfijn om dingen met mijn nicht (die twee geweldige kindjes heeft) te kunnen delen.

Ze helpt graag met het open- en dichtdoen van de gordijnen. Ik heb haar dan op mijn arm en loop, zij houdt het gordijn zo’n beetje vast. M. had haar gisteren een stofdoek gegeven, dus het niveau van helpen gaat omhoog. ;)

Als ze in haar badje zit, gaat ze vaak hozen met een plastic bekertje. Gelukkig doen we haar nu in de badkamer in bad.

Ze vindt het geluid van de staafmixer blijkbaar een leuk geluid, dan gaat ze ‘swingen’. Laatst ook al toen ze hem alleen maar zag.

Tandenpoetsen is soms lastig, vooral als ze weer een tand krijgt. Tand 8 lijkt onderweg, op dit moment heeft ze het met alles moeilijk. Ze kwijlt en krijst, is veel wakker ‘s nachts en wil haar speen niet. En daarvoor deed ze natuurlijk niet aan de wintertijd, dus het gaat weer lekker. Maar ze lijkt beter door te hebben wat tandenpoetsen inhoudt, zegt vaak ‘aaaa’ en probeert ook echt te poetsen nadat wij klaar zijn (en soms probeert ze ook haar tandenborstel in onze mond te duwen).

Ze speelt nog steeds heel graag met lege dozen en tijdschriften die we nog willen lezen. Op de crèche was een afwasborstel van de week favoriet. En spelen komt vaak neer op iets aan ons geven en hopen dat we er iets leuks mee doen (ze is dus in ieder geval nog heel gul!). Maar ze weet in welke bak haar speelgoed zit en kruipt daar vaak ‘s ochtends meteen naartoe.

‘Ze is een beetje rossig, hè?’ Hoe vaak ik dat al niet heb gehoord. Ik zie het eerlijk gezegd niet zo, maar we zullen zien welke kleur haar ze krijgt. Ze krijgt in ieder geval steeds meer en langer haar, maar het is nog niet lang genoeg om er iets mee te kunnen. Ik verwacht ook niet dat ze daar zin in heeft. Ik op zich wel.

Ze gebaart soms ‘slapen’ als ze moe is, schreef ik al. Oftewel: ‘Mag ik naar bed?’ Dat zei mijn broertje toen hij klein was. Hij zal het misschien twee keer hebben gezegd, maar dat is zo’n uitspraak geworden die blijft terugkomen in onze familie. Ik geloof dat dat een van de redenen is dat ik deze blogs schrijf, in de hoop meer te kunnen bewaren dan dat.

Boeken van oktober

Arjeh Kalmann – Leef gelukkig!

Maar weer eens een boek uit de kast van de Eemlandse schrijvers meegenomen (als ik daar toch ben om mijn bundel goed in het zicht te zetten, tralala). Ik nam het mee, maar M. las het eerst, zo gaat het meestal. Zij was er nogal door gegrepen, dus ik had hoge verwachtingen, die uiteindelijk toch een beetje tegenvielen. De ondertitel zegt het al, het is een Joods familieportret in egodocumenten (voornamelijk brieven, maar ook sinterklaasgedichten, dagboeken enzovoort). Kalmann beschrijft de levens van de tien personen op de foto op het omslag en dan met name hun onderlinge relaties. Het is zijn eigen familie, en dat is zowel een voordeel als een nadeel, denk ik. Zou een buitenstaander over al dit fantastische materiaal hebben kunnen beschikken? Waarschijnlijk niet. Zou het boek gebaat zijn geweest bij wat meer afstand? Ja, dat denk ik wel. Het is zonder meer fascinerend hoe de familieleden met elkaar omgingen (mensen raakten voortdurend uit de gratie bij andere mensen, schreven elkaar venijnige brieven en roddelden over elkaar met derden). Bovendien is ook dit weer een belangrijke en erg interessante oorlogsgeschiedenis (een deel van de familie duikt onder, een deel vlucht naar Zwitserland). Ik had ook niet de indruk dat de auteur zijn familie spaart. Of zichzelf, want hij heeft zelf ook heel wat woedende epistels ontvangen, met name na de scheiding van zijn ouders (sommige verwijten waren verrassend herkenbaar). De auteur heeft volgens mij ook geworsteld met zijn positie, maar die worsteling had van mij niet in het boek terecht hoeven komen. Hij goochelt nu bijna het hele boek lang met formuleringen als ‘de auteur van dit boek’ en ‘de tweede zoon van Annie en Heinz’ om ‘ik’ maar niet hoeven te gebruiken, om zich dan uiteindelijk ‘bekend te maken’. Tegen die tijd vond ik het alleen maar bijzonder irritant, want je weet als lezer al de hele tijd dat hij aan het woord is. Daarnaast vond ik het ook een wat onevenwichtig boek. Ieder familielid op de foto heeft zijn of haar eigen deel gekregen, maar niet iedereen leefde even lang en schreef evenveel. Netty overleefde de oorlog niet. De auteur kent zijn eigen moeder het best, dus dat deel is het langst (daar komt hij zelf ook het meest in voor). Bovendien komen sommige brieven of delen daarvan in meerdere delen voor. Wat meer duiding en selectie (het boek bestaat nu grotendeels uit de primaire bronnen, de schrijvers daarvan krijgen ook terecht credits als ‘de echte auteurs van dit boek’) was misschien beter geweest. Ik ben blij dat ik het helemaal heb gelezen, maar het was af en toe best doorbijten. Ook voor de persklaarmaker/corrector, kreeg ik het idee, ik kwam tegen het einde meer foutjes tegen…

Martine Bijl – Hindergroen

Op Vlieland heb ik alleen dit boek gelezen, maar ik heb in ieder geval een boek gelezen (en tijdschriften). Dit is een bundel columns. Ik geloof dat we ergens hadden gelezen dat ze goed waren en de titel daarom hadden genoteerd, ik geloof niet dat ik al eens ergens een column van Martine Bijl had gelezen. Het probleem van columnbundels is natuurlijk dat daarin stukken achter elkaar staan die oorspronkelijk niet bedoeld waren om achter elkaar te lezen. Je loopt het risico dat het meer van hetzelfde lijkt. Dat vond ik bij deze bundel ook wel een beetje. Misschien vooral ook omdat ze vrij veel over de natuur schrijft (over haar tuin, over dieren) en ik dat niet zo interessant vond. Jammer genoeg schreef ze weinig over theater, televisie en het vertalen van musicals. Ik vond de columns op zich wel leuk, maar ik kreeg de indruk dat ze zichzelf ook nogal leuk vond, en dat vond ik dan weer wat minder.

Therapeutisch schrijven

Ik denk dat mensen vaak beginnen te schrijven om dingen te verwerken. Dat gold in ieder geval voor mij toen ik begon met schrijven. En het hielp. Het schrijven en het wereldje waar ik in terechtkwam, het wereldje van de poëzie en de (jongeren)schrijfwedstrijden. Veel fijne mensen ontmoet en veel leuke dingen gedaan.

Vanaf dat moment neem ik schrijven serieus. Dat wil niet zeggen dat het niet meer fijn of helend kan zijn, maar wel dat ik werk aan mijn teksten. Ik wil mijn werk delen, publiceren. Dit heeft twee jaar geleden ook geleid tot mijn debuutbundel. Ik schrijf nog steeds veel over gebeurtenissen uit mijn eigen leven, maar ik hoop dat mijn werk mijn persoonlijke ervaringen kan overstijgen, dat anderen erdoor geraakt worden, zich erin herkennen enzovoort. Ik gebruik mijn eigen leven nu meer dan dat ik er verslag van doe.

Therapeutisch schrijven heeft geen beste reputatie, waarschijnlijk dankzij mensen die hun dagboeken bij uitgeverijen door de brievenbus gooien en verwachten dat die integraal worden gepubliceerd, maar zo erg hoeft het dus niet te zijn. ;)

Een tijdje geleden had ik een gesprek met iemand die me vroeg te reageren op een bijzonder slecht gedicht. Hij vond het zelf duidelijk heel mooi en treffend, ik hoop maar dat hij het niet zelf had geschreven. Noem het beroepsdeformatie, maar ik kon dat dus niet serieus nemen. Ik werd zo afgeleid door de belabberde vorm dat ik geen behoefte had om over de eventuele boodschap te praten. En hij begreep niet waarom niet, vond het volgens mij ook echt vervelend dat ik er niet zo van onder de indruk was als hij.

Natuurlijk kunnen woorden van anderen helpen, maar deze niet. Niet voor mij, in ieder geval. Niet meer, misschien. Eerlijk is eerlijk, er zijn zeker tijden geweest waarin ik het liefst zo veel mogelijk over boeken praatte en mensen zo veel mogelijk verhalen liet vertellen om zelf maar niet aan bod te hoeven komen. Ik sluit niet uit dat ik hem op mijn zestiende om een kopietje van het gedicht zou hebben gevraagd.

Maar ik ben (gelukkig) geen zestien meer. Daarnaast bleef deze persoon maar zeggen dat ik ‘dingen van me af moest schrijven’. Ik had hem moeten vragen wanneer ik dat volgens hem had moeten doen. Ik heb geprobeerd hem uit te leggen waarom dat voor mij nog niet zo makkelijk is. Door mijn werk, doordat ik ook zeer kritisch ben op mijn eigen teksten. Ik probeer soms best iets voor me uit te typen (meestal moet ik dan een timer zetten om te voorkomen dat ik meteen aan het redigeren sla), maar ik weet inmiddels dat er pas teksten komen waar ik echt iets mee kan als de scherpste randjes eraf zijn. En dat vind ik niet erg. Ook dat begreep hij niet.

Dit was iemand die vanuit zijn functie, vind ik, een poging had moeten doen het te begrijpen. Er speelde helaas nog het een en ander tussen ons, waarvoor hij geen enkele verantwoordelijkheid nam. Als kers op de taart van dit toffe contact belde hij me op een gegeven moment speciaal op om me terecht te wijzen. Ik houd het bewust een beetje vaag omdat ik nog niet precies weet wat ik hierover kwijt wil, maar ik had eerder iets verwacht als: ‘Goh, klopt het dat je onze afspraak hebt afgezegd? Wil je nog een nieuwe afspraak maken? Hoe gaat het met je? Wat vervelend dat je dat zo hebt ervaren. Wat kan ik doen om dit te verbeteren?’ Het was al met al behoorlijk bizar en zo iemand mag lekker mijn leven weer uit.

Ik voelde me overvallen en teleurgesteld, maar uiteindelijk vooral ook erg geïrriteerd. Zoals je wellicht merkt. :) Vandaar dat ik er maar een blog over schrijf, hoe therapeutisch! Ik weet niet zeker of ik er op de lange termijn goed aan heb gedaan om het zo af te kappen, maar ik denk dat het ook anders zou moeten kunnen. Dat het anders had moeten gaan, eigenlijk.

Ondanks de gang van zaken heb ik er kracht uit gehaald. Hij bepaalt niet of, wanneer en hoe ik ergens over schrijf. Niemand. Ik weet nog dat de kraamverzorgster na enkele dagen vroeg of ik de bevalling had verwerkt (en dat ik dan ‘ja’ zou zeggen en zij dat af kon vinken, ik vrees dat dat echt haar idee was, want ze was helaas nogal van de lijstjes). Mijn bevalling ging prima, ik kijk er positief op terug, maar deze vraag kwam voor mij wel heel snel (ik bedoel, het was wel een bevalling en daarna heb je dus een baby). Ik zei: ‘Nee, ik moet er ook eerst nog over schrijven.’ Er moest achteraf gezien veel te veel in mijn kraamtijd, misschien schrijf ik daar nog weleens iets over hier, maar dit wilde ik wel echt zelf. L. had het ons aangeraden en ik wist van tevoren al dat ik het wilde doen. En ik ben blij dat ik het heb gedaan.

Waarschijnlijk kun je dat ‘van je afschrijven’ noemen. Maar als ik wil wachten tot ik ergens een gedicht over kan schrijven, dan doe ik dat ook. Ik doe het op mijn moment en op mijn manier.

Afgelopen week heb ik hard aan zo’n gedicht gewerkt. Ik wil er iets mee proberen te doen, dus ik deel het vooralsnog niet op mijn blog, maar ik voel me er goed bij. En toen bedacht ik dat het schrijven zelf ook therapeutisch is voor mij. Juist niet zomaar wat in het wilde weg typen, maar het kauwen op ieder woord. Het feit dat ik de volledige controle heb over wat ik vertel, ook als ik geen enkele controle heb gehad over de gebeurtenissen waarover ik vertel. Dat het materiaal kan worden. Mijn materiaal.

Dochter (18)

We waren vijf dagen op Vlieland. Op Vlieland kun je weinig doen, dus we hoefden ook niet teleurgesteld te zijn over alles wat we niet konden doen met S. Bovendien deed de zeelucht haar erg goed: ze sliep veel, zeurde minder om borstvoeding en at flink. We hadden alle avonden vrij en een keer sliep ze zelfs van halfacht tot halfacht. Het was nog wel een heel gedoe om er te komen. We dachten dat we alles heel ruim hadden ingeschat, maar elke marge kan verdwijnen. S. is elke keer zo vroeg wakker dat we dachten dat we geen wekker hoefden te zetten, maar dit keer was ze nóg vroeger wakker en ging ze daarna nog weer slapen. De laatste spullen inpakken duurt langer met haar. Daadwerkelijk vertrekken. Alles in en uit de auto laden. We stopten te lang om te lunchen, S. moest natuurlijk ook nog gevoed. Parkeren bleek lastiger dan gedacht. En dus hadden we alsnog zowat de boot gemist en was het, eh… niet heel gezellig. S. vond het ook niet echt leuk op de boot, en dan duurt anderhalf uur best lang. Ze had nog wel een onderonsje met een ouder kindje, waarbij ze een menukaart aanpakte en die weer wegsmeet. ‘Wild,’ concludeerde het andere kind, dat daarna een hele poos zoet naar verhaaltjes over Jip en Janneke ging zitten luisteren. Ik vrees dat het niet alleen aan de leeftijd lag.

De trap in het huisje durfde S. niet op en het traphekje boven aan de trap durfden we niet meer dicht te doen nadat een man ons moest komen helpen omdat we het met geen mogelijkheid meer open kregen. Gelukkig sliep S. prima in haar tentje.

We gingen naar het strand, S. in de draagzak op mijn rug. Ze was even vergeten hoe dat was, ik draag haar op dit moment weinig, maar toen ze er eenmaal in zat vond ze het geweldig en bleef ze maar roepen. We gingen iets drinken bij een strandtent en zij stak haar vinger op toen de ober kwam en zei: ‘Twee warme chocomel.’ Op de terugweg viel ze op mijn rug in slaap, waarbij haar hoofd steeds naar achteren hing. In het huisje legde ik haar op ons bed, de draagzak nog onder haar. Je zou zeggen dat dat niet zo lekker ligt, maar ze bleef slapen.

Ze gaat hoe dan ook rellen als wij gaan eten. En ze eet zelf dus nog steeds bijna niets. Ik vind het best lastig. Ik dacht even dat ze potjes misschien lekkerder vond dan het eten dat wij voor haar maken, maar er lijkt toch weinig verschil te zijn. Ze eet meestal hoogstens een paar hapjes en spuugt het dan uit. Gelukkig groeit ze prima en eet ze wel fruit, brood en yoghurt, maar voor mij idee is ze nu nog steeds heel erg afhankelijk van de borstvoeding, ik zou het fijn vinden als dat wat minder was. Ik zou nog steeds het liefst hebben dat we het zo’n beetje vanzelf kunnen afbouwen, maar ik zie dat eigenlijk niet zo een, twee, drie gebeuren. Ja, op Vlieland had ze ineens genoeg aan drie voedingen, maar zodra we thuis waren werden dat er weer vijf, waarvan een nachtvoeding. Ik heb nog steeds niet echt een plan.

Het spelen wordt alsmaar leuker. Ze speelt graag met de bal, vooral als ik ‘scoor’ in de wasmand. Ze kan de bal eindeloos aangeven met een hoopvolle blik op haar gezicht.

M. had gelezen dat baby’s van elf maanden zelf grapjes beginnen te maken. Wat S. grappig vindt: haar hoofd schuin houden, vooral als je haar dan nadoet.

Ze is laatst helemaal goedgekeurd door het consultatiebureau, ze groeit ergens tussen het gemiddelde en +1, is nu zo’n tien kilo en 76 centimeter. Ongeveer anderhalf keer zo groot en drie keer zo zwaar als bij haar geboorte. De verpleegkundige was degene die helemaal aan het begin bij ons thuiskwam en toen opmerkte dat S. met twee weken niet het juiste ritme van eten, spelen en weer slapen volgde, dat we haar gewoon konden laten huilen en dat we dan zelf maar even moesten kijken hoelang we dat volhielden. Nu leek ze het echter allemaal wel best te vinden. S.’ timing was dan ook wel perfect: de verpleegkundige vroeg of ze kon klappen of zwaaien en wij wilden net vertellen dat ze dat inderdaad kan, maar niet op commando, toen S. prompt in haar handen begon te klappen. En verder raapte ze keurig met duim en wijsvinger een propje papier op en bleef ze stevig zitten toen de verpleegkundige haar om probeerde te duwen. S. krijgt nu natuurlijk meer mee van de vaccinaties, dus dat is wel even moeilijk. Maar goed, zoals M. dan zegt: polio is ook niet alles. En ze heeft er gelukkig weinig last van gehad, we zijn zelfs die avond nog uit eten geweest terwijl C. en B. op S. pasten. Daarvoor was ze wel net in slaap gevallen op mij, maar toen C. en B. binnenkwamen leefde ze weer helemaal op.

Ze houdt van ritsen en kan ze tegenwoordig soms open krijgen. Niet heel handig, vooral niet bij haar slaapzak.

A. kreeg de ‘dagvlag’ op de crèche: ze was voor het laatst omdat ze vier is geworden en trakteerde op peren met kaartjes met ‘Ik peer ‘m’ eraan. Schoonmoeder werkt als peuterleidster en kende ‘m zoals verwacht al, maar ik vond hem toch wel geestig. Zo gaan die dingen, maar ik zal A. best een beetje missen, ze lette altijd goed op S. en kwam vaak even iets vertellen als ik S. kwam halen.

S. zegt tot nu toe ‘die’ en ‘mama’. Ze doet haar mond open en dicht bij het woord ‘vis’ (ook als ze het hoort in ‘In de maneschijn’, tot mijn verbazing!). Op vakantie hoorden we haar uitproberen: ‘mama’ (normaal), ‘mama’ (met een soort Italiaans accent), ‘mama’ (heel laag). En toen: ‘Woeoeoe’, dus die laatste uitspraak beviel haar blijkbaar het best. Ze zegt soms ‘nà’ als ze ‘nee’ bedoelt en zwaait daar dan bij met haar wijsvinger. Daarmee corrigeert ze soms ook zichzelf. Dat vind ik heel knap en heel sneu als ze het doet terwijl ze niets doet wat niet mag. Als ze haar armen omhoogdoet, wil ze worden opgetild.

Op vakantie hebben we heel hard geoefend met babygebaren en eindelijk begint ze ze op te pikken. Het heeft lang geduurd. Niet onverwacht lang, geloof ik, maar ik voelde me toch soms best belachelijk als ik er de afgelopen maanden mee bezig was zonder dat er enige reactie kwam. Het hielp dat E. alle dieren uit S.’ boekje bleek te kunnen gebaren toen we daar waren en zij heel positief was over de methode. En nu begint het dus eindelijk effect te hebben. Ze gebaart zelf nog niet heel veel buiten ‘mama’ en dus ‘nee’, maar we hebben het idee dat ze best wat begrijpt (‘verschonen’ en ‘meer’, bijvoorbeeld). Ze gebaart soms ook ‘slapen’. O, en ‘melk’, dat is haar favoriete gebaar en gebaart ze ook echt heel duidelijk. Ik heb ergens een beetje spijt dat ik het haar heb geleerd, want nu komt ze dus steeds naar me toe en gebaart dan ‘melk’ (oftewel: ‘Hé, kan ik borstvoeding krijgen?’). Het is ook nog eens een vrij beeldend gebaar waarbij je doet alsof je een koe melkt. Zo tof dat je baby met babygebaren zelf een ‘gesprek’ kan beginnen…

Het is ook niet helemaal waterdicht. Laatst appte mijn moeder om te vragen wat Selma bedoelde als ze over haar bovenlichaam wreef. Want dat deed ze steeds stralend als ze dierengeluid uit een boekje hoorde komen. Eh, geen idee? Vooralsnog herkent niemand het als iets wat ze S. hebben geleerd, dus het lijkt erop dat ze ook zelf gebaren verzint. Mijn moeder vertaalde het met: ‘Het zit in mijn hart.’ ♡

Celestarium: administratie

Ik zit nu op ongeveer 22 procent. Het gaat dus nog niet al te hard vooruit, al heb ik volgens het schema meer dan 13.000 steken gebreid (ik moet maar niet al te veel aandacht besteden aan dat schema, en zeker niet aan die kolom). Ik heb er een tijdje weinig aan gewerkt, vaak te moe om steken te tellen en kralen te rijgen. Ik heb er ook pas onlangs aan gedacht om duidelijk de maat op de zakjes kralen te schrijven, vooral 4/0 en 6/0 zijn best moeilijk uit elkaar te houden.

En dan ben ik ook nog eens zo neurotisch dat ik het patroon wil vergelijken met het Excel-bestand. In het patroon staan eindeloze schema’s, en iemand (niet de maker van het patroon) is zo vriendelijk geweest om dat te vertalen naar een Excel-bestand, met de magnitudes erbij voor wie kralen in verschillende groottes wil gebruiken (wat ik dus doe). Dat bestand was gesorteerd op naam van de ster, waar ik onder het breien niets aan heb. Met een druk op de knop was het gesorteerd op toer, maar binnen die toer staan de kralen dan nog steeds niet altijd in de volgorde waarin je ze toe moet voegen en een foutje is natuurlijk zo gemaakt (ik vond al een verschil). Dus vandaar. O, en ik houd van afstrepen, dus ik check en schrijf dan op wat er moet gebeuren. Het kost extra tijd, maar het werkt voor mij. Ondertussen is dit project natuurlijk ook gewoon bedoeld om even niet aan andere dingen te hoeven denken, dat geef ik onmiddellijk toe. En dan heb ik iets om naar te kijken als Kroongetuige weer te eng voor me is. In de nieuwste aflevering moesten ze zelfs iets doen met sterrenbeelden, dus het was nog toepasselijk ook :)

Ik heb nog altijd geen flauw benul welke sterren er allemaal zijn, dus is het leuk er af en toe eentje op te zoeken. Gisteren plaatste ik blijkbaar Vega, een van de helderste sterren, onderdeel van Lier en de zomerdriehoek.

Ik heb nu elke 30 steken een steekmarkeerder geplaatst, en alvast een extra pakje aangeschaft (nu erg goedkoop bij Zeeman) zodat ik er ook genoeg heb als het aantal steken weer verdubbelt. Er bestaan heel mooie steekmarkeerders met kraaltjes en bedeltjes en wat al niet meer, maar ik heb bij dit project ontdekt dat deze simpele (het zijn een soort plastic veiligheidsspeldjes) erg fijn werken, vooral omdat je ze makkelijk kunt verplaatsen. Aan de steekmarkeerder aan het einde van de toer heb ik wel een bedeltje gedaan, van een uiltje.

Bij deze update hoort natuurlijk een foto, ook al is het inmiddels niet zo eenvoudig meer om een goed beeld te krijgen van mijn Celestarium op de naalden. En dan te bedenken dat het aantal steken nog een keer gaat verdubbelen, dat wordt proppen. Ik had mijn sterrenhemel trouwens al een tijdje niet meer bij daglicht gezien nu het alweer zo vroeg donker wordt (ik werk er alleen aan als S. slaapt). Ik ben nog steeds heel blij met de verschillende blauwtinten in dit garen (Malabrigo Sock).

Dochter (17)

We grapten dat ze een upgrade heeft gehad, omdat ze wat beter at ‘s avonds. Zodra je dat zegt, doet ze het natuurlijk weer niet. Ze eet nog steeds vooral graag yoghurt (wat ze hoe dan ook na afloop krijgt, want straffen of belonen met toetjes is niet goed, het is nu echt begonnen hoor, die opvoeding). We proberen ook te oefenen met water drinken, belangrijk aangezien ik ooit toch wel graag zou willen stoppen met borstvoeding. Een fles is slecht, een tuitbeker is slecht, de aparte antilekbeker waar M. ook niks uit krijgt ook; het valt nog niet mee om het goed te doen. Een open beker is het beste, maar daar stopt ze tot nu toe vooral graag haar hand in. Al hielp het enigszins om een doorzichtige beker te pakken (ze heeft een leuk bekertje van Pluk, maar ik realiseerde me na enige maanden dat ik met een doorzichtige beter kan zien wat er gebeurt…) en hebben we ook een speciaal bekertje gekocht met een uitsparing waardoor het makkelijker zou moeten zijn om haar hoofd goed te houden. Tot nu toe maakt ze ook totaal geen aanstalten om de beker zelf vast te houden, ze laat juist los als ik haar daarbij wil helpen. Of nou ja, de rietjesbeker (aan ons assortiment ligt het niet, een rietjesbeker schijnt óók niet al te best te zijn, maar ze zal ergens uit moeten drinken tot ze goed uit een gewone beker kan drinken) vindt ze prachtig, maar vooral om mee te spelen. Brullen als we die weer wegzetten. We zullen zien, we blijven oefenen. Het schijnt ook wel echt lang te kunnen duren voor kindjes het snappen, daar had ik niet bij stilgestaan.

Twee weken geleden waren we weer de hele dag in Brabant, en natuurlijk was ik weer van alles voor S. vergeten. Ik vraag me af hoelang ik zwangerschapsdementie als excuus kan gebruiken (achttien jaar, aldus mijn schoonmoeder). Ik dacht dat ik een banaan voor haar had ingepakt, maar nee. Die vond ik ‘s avonds terug in het vriesvak toen ik de melk voor de volgende dag eruit ging halen, waarschijnlijk erin gelegd toen ik een koelelement wilde pakken. Een ontdooide banaan is niet meer eetbaar, dat weten we nu ook weer. Gelukkig had overoma toevallig ‘kinderperen’ (in een zak met Woezel & Pip erop…) in huis, S. smikkelde er twee van op. Daarna zat ze nog even bij overoma op schoot en liet ze zowat overoma’s alarmknop afgaan. Ze is dankzij Klaartje Koe gek op knoppen. Het is zelfs zo erg dat ze tevergeefs op alle andere boeken drukt. Vooral op gekleurde cirkels, dat vind ik dan wel weer slim.

Bij opa klom S. de hele tijd op de trap, dat was grappig maar intensief. Maar goed dat ze ook nog even ging slapen tijdens een wandeling door het dorp. Ik had haar yoghurt ook niet bij me, maar er was hangop. We wisten niet of ze dat zou lusten, maar na een hap zwaaide ze enthousiast met haar armen, zo van: kom maar door!

Wat overeind blijft na de ‘upgrade’: ze klapt nu in haar handen. Op willekeurige momenten. Ze deed het voor het eerst nadat ze weer de hele avond wakker was geweest en we dan maar weer wilden gaan slapen met haar tussen ons in. Applaus voor haarzelf. Applaus voor de schone luier. Applaus voor de borstvoeding. We moeten ons vrijdag weer melden op het consultatiebureau, waar ze onder andere zullen kijken of ze al op een gesproken verzoek reageert. Het zou me enorm verbazen. Ze doet van alles na (ontzettend nuttige dingen als happen als een vis en met haar tong klakken…), maar reageert nog weinig op wat we zeggen. Wel soms op ‘nee’, maar daarbij vormen intonatie en non-verbale signalen natuurlijk een aanwijzing wat de bedoeling is. Ik vind het trouwens heel knap als ze erop reageert, want je ziet dan dat het haar echt moeite kost om niet aan datgene te zitten waar ze zo graag aan wil zitten.

Ze speelt elke dag met haar gekleurde stapelbekers. Het bovenste bekertje heeft kattenoortjes en is haar favoriet, meestal doet ze dat in een van de grotere bekertjes en sleept ze het overal mee naartoe. Of dat ene gele ronde blokje uit de vormenstoof. Het zal toeval zijn, maar het zit meestal in het gele stapelbekertje.

We zijn al druk bezig met haar verjaardag, mensen uitnodigen, cadeautjes uitzoeken. Het duurt nog een maand, maar mensen vroegen er al naar. Ik hoop dat we er een fijn feestje van kunnen maken. Het jaar is toch wel ongelooflijk snel gegaan. De eindeloze avonden en nachten iets minder snel. Het is op z’n zachtst gezegd jammer dat ze de laatste tijd geen nacht doorslaapt. Vooral als ze ons wakker maakt als wij nog niet lang slapen. Dan besef je hoe effectief dat is als martelmethode.

Ik was met haar naar tante A. gefietst. O, die fiets, het is nog steeds een heel gedoe, maar dit keer had ik de kinderwagen in de berging geparkeerd en als we er dan eenmaal op zitten valt het wel mee. Als S. een beetje stilzit. En als we ergens heen gaan waar we S. niet ook nog op andere wijze hoeven te vervoeren. Goed, ik ging dus naar mijn tante en het is fijn dat we daar nu weer op de fiets naartoe kunnen, want het is ver om te lopen en in haar straat kun je niet goed parkeren. S. ging door het lint toen ik haar al in de gang had neergezet en nog even de fiets op slot ging zetten, ik geloof dat ze dacht dat ik meteen weer weg zou gaan. Maar toen ze eenmaal was gekalmeerd, was het gezellig. Ik wil op dit punt graag nog even benadrukken dat S. eigenlijk nog niets zegt. Ja, af en toe ‘mama’, maar eerlijk gezegd is ons nog steeds niet echt duidelijk hoe bewust ze dat doet, of ze ons daarmee bedoelt. Enfin. S. speelde met het leuke speelgoed van mijn tante, at een halve avocado en brabbelde erop los. We hadden het erover dat ze zo veel te vertellen had, wisten we maar wat ze bedoelde, bla, bla. Op een gegeven moment zei mijn tante: ‘Het lijkt wel alsof ze naar de klok zit te kijken.’ En S., wijzend naar de klok: ‘Die. Tiktak.’ Ik wist niet wat ik hoorde (maar ik heb dus een getuige)! Mijn moeder en stiefvader laten S. altijd hun klok zien en horen (ze hebben er zo een met een slinger, die slaat), dus ik weet waar dit vandaan komt, maar het was zo bizar, en zo leuk om mee te maken!