De BreiSTER – Opdracht 5

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 7, en dat is de aflevering over de vijfde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Opdracht 5. Bij ons thuis ook wel bekend als ‘de bizarre bonusopdracht’. Tot mijn verbijstering mocht ik nog meedoen aan deze opdracht, na de wending in opdracht 4. Ik stond nog altijd laatste in het algemeen klassement. Of eigenlijk weer laatste. Zevende in plaats van achtste. Je hoeft niet de beste te zijn, als je maar niet de slechtste bent. Nu geldt voor deze wedstrijd dat je vrij snel vanzelf de slechtste wordt als je nooit de beste bent, maar oké.

De volgende opdracht luidde: brei een trui of vest voor hond of kat. En mijn ondankbare eerste gedachte was: Was ik nou maar afgevallen met mijn sjaal.

Als je mij kent, weet je dit waarschijnlijk wel over mij: ik heb niks met dieren. Ook niet tegen de meeste dieren, trouwens. Ik eet al jaren geen vlees meer, ben geïnteresseerd in plantaardig eten, kijk kritisch naar dierentuinen, zaai bloemen die bijen en vlinders leuk vinden, probeer te letten op dierenwelzijn als ik garen koop enzovoort. Voor de meeste honden ben ik bang, dus heel fijn als je die aangelijnd en uit mijn buurt kunt houden (het liefst zonder te beweren dat ze niks doen) en je kat hoef ik ook echt niet op schoot, dank je. Ik wil geen verantwoordelijkheid hoeven dragen voor huisdieren, dus die komen er hier niet.

Een van de charmante dingen aan een wedstrijd als deze is natuurlijk dat je van tevoren niet weet wat je gaat breien. Je wordt verrast. Je breit dingen die je anders nooit zou breien. Je daagt jezelf uit. Maar meestal hoef je daarbij geen andere wezens lastig te vallen.

Deze opdracht wilde ik helemaal niet doen. Ik zou anders nooit kleding voor huisdieren ontwerpen of maken, omdat ik niet achter het voor de lol aankleden van huisdieren sta. Natuurlijk kunnen er allerlei medische redenen zijn waardoor een dier iets aan moet, en ik geloof het meteen als je zegt dat jouw hond als het regent niet naar buiten wil zonder jas. Maar daar ging het hier niet om. En ja, ik heb lang geleden een keer een baret voor een hond gebreid, maar dat was voor de grap, niet bedoeld om te dragen en geloof het of niet, het was op dat moment een zeer toepasselijk cadeautje voor iemand die ik geweldig vind en die er ook blij mee was. Toch zou ik zelfs zoiets nu waarschijnlijk niet meer doen.

Ik had dus echt gewetensbezwaren bij deze opdracht. Daarnaast vond ik het ook een erg oneerlijke opdracht. Je was namelijk gewoon zwaar in het nadeel als je zelf geen hond of kat had. Dan moest je immers eerst iemand vinden met een hond of kat die dit een goed idee vond. En dan nog, dat dier kende je dan natuurlijk minder goed dan iemand haar eigen hond of kat kent, je model was veel minder in de buurt… Kortom, je stuitte op allerlei praktische problemen die iemand die zelf een hond of kat heeft niet had. Daarnaast verschilde het natuurlijk ook enorm voor welk dier je zou gaan breien. Een hond of kat was verder niet gespecificeerd, dus je had pech als je alleen een herdershond kon vinden en mazzel als je toevallig een geschikte chihuahua in de buurt had. Dat heeft allemaal niets met breien te maken.

Ik heb serieus even overwogen om mijn plaats op te geven. Ik voelde me al zo schuldig naar Inge toe omdat ik door was en zij niet, en deze opdracht maakte het er niet beter op. In de appgroep werden eerder al enthousiast verhalen en foto’s gedeeld van huisdieren. Ik wist dus dat er veel honden- en kattenliefhebbers onder de kandidaten waren, en Inge was een van hen. Het voelde totaal verkeerd dat ik er nog bij was, alsof ik haar plaats had ingepikt. En wat deed zij? Toen ze hoorde dat ik geen huisdier had en twijfelde over de opdracht, moedigde ze me aan en bood ze aan haar hond voor me op te meten, zodat ik daar iets voor kon breien. Ongelooflijk.

Uiteindelijk besloot ik wel mee te doen aan de opdracht. Ik wilde geen gedoe over de voorwaarden die ik had ondertekend, en het voelde toch ook een beetje als ‘roemloos ten onder gaan’ om nu te stoppen. Ik besloot wel ook meteen dat ik zo veel mogelijk trouw zou blijven aan mezelf. Dat betekende voor mij in de eerste plaats dat ik het dier mijn kledingstuk niet zou laten passen of aantrekken. Het was verplicht om minimaal één foto te hebben waarop het dier je kledingstuk droeg, maar ik koos er dus bewust voor om die niet te maken. Het dier en het kledingstuk op één foto om te ‘bewijzen’ dat ik voor een concreet dier had gebreid, zo zou ik het interpreteren. Als ze daar punten voor zouden aftrekken, dan deden ze dat maar lekker.

Daarnaast besloot ik om open te zijn over mijn bezwaren tegen deze opdracht. Ik vlogde erover, ook al ging ik ervan uit dat het de aflevering niet zou halen (dat is ook gebleken). En ik heb er ook een mailtje over gestuurd naar Wolplein. Ik wist dat ze niets aan de opdracht zouden veranderen, maar ik wilde het wel gezegd hebben. ‘We zien dat er veel wordt gezocht op kleding voor huisdieren, dus vandaar deze opdracht’, zo luidde ongeveer hun antwoord. (In diezelfde periode redigeerde ik een boek over online marketing, dat sloot hier mooi bij aan, moet ik zeggen.)

Goed, ik had dus een huisdier nodig om voor te breien, en dat werd niet de hond van Inge. We wonen niet bij elkaar in de buurt en ik vond het veel te ongemakkelijk om haar aanbod, hoe lief ook, aan te nemen. Al snel kwam ik uit bij Fons, de kat van S. en J. Aan hen durfde ik dit nog wel te vragen, en ergens was het ook wel toepasselijk, want S. is mijn beste handwerkmaatje en zij en J. behoorden zonder meer tot mijn grootste fans in deze wedstrijd. Zij trokken me over de streep om me in te schrijven en waren superenthousiast toen ik geselecteerd bleek te zijn.

Ze vonden het prima, dus dat was in ieder geval geregeld. Maar het bleef een bizarre opdracht, zo vond ook zo ongeveer iedereen in mijn bubbel. D. en ik hadden er het volgende gesprekje over:

D.: Mama, moet jij nog breien voor breiwedstrijd? (Dit vroeg ze vrijwel elke dag ♥)
Nicole: Ja, ik ben door!
D.: O! Wat ga jij nu maken?
Nicole: Een vest voor Fons…
D.: Waaaaaaaaat?

Ik besloot er het beste van te maken. Wat kon ik anders? Ik hou van kleding breien, dus ik zou gewoon iets leuks breien en dan zou ik er daarmee uit gaan. Ik stond er niet zo slecht voor dat ik niemand meer kon inhalen en je kon natuurlijk nooit weten, dat was bij opdracht 4 wel gebleken, maar ik nam toch wederom aan dat dit mijn laatste opdracht zou zijn.

Ik had al vrij snel een idee. Fons is al een oude kater, dus ik zou een typisch oude-mannenvest voor hem breien. Met kabels, een V-hals, zakken en knopen. Ik had geen idee welk garen van de garenlijst wel of niet geschikt was voor huisdieren. Ik betwijfelde of ze daar rekening mee hadden gehouden. Katoen leek me de veiligste optie en ik koos voor de Favorite van Yarn and Colors. Eens een keer niet de Must-have en er stond bij dat je het op 60 graden kon wassen. Dat leek me handig bij kleding voor huisdieren. Ik koos voor de kleuren Glass en Jade Gravel omdat ik die goed bij elkaar en bij de vacht van Fons vond passen. Daarnaast bestelde ik ook een bol Gold. Ik wist nog niet zeker of ik die ging gebruiken, maar die kleur paste er ook goed bij. En ik bestelde knopen, want die mochten niet ontbreken op zo’n vest, vond ik.

En toen ben ik het maar gewoon gaan breien, aan de hand van de afmetingen die S. en J. hadden doorgegeven. We hadden ook voor deze opdracht maar twee weken, dus er was weer enige haast bij, al viel het in vergelijking met de sjaal natuurlijk mee. Het is een raglanvestje geworden. Achteraf gezien had ik beter voor een ander model kunnen kiezen, dit is meer een babyvestje geworden dan een kattenvest, maar goed, wie wil er dan ook een kattenvest? Ik vermaakte me verder wel goed met het breien. Ik breide een leuk verspringend kabeltje in de rug en ik breide voor het eerst zakken ergens in. Dat was heel interessant en ga ik vast nog wel vaker doen. Ik koos ervoor om de voering van de zakken in de contrastkleur te breien, en dat pakte goed uit.

Ondertussen kwam ik wel weer een beetje in de knoop met mijn werk, want dat was een beetje blijven liggen tijdens de vorige opdracht en ook daarbij was ik ervan uitgegaan dat ik nu niet meer mee zou doen aan de wedstrijd. Dat is natuurlijk steeds een lastig verhaal geweest. Ik moest (min of meer, zo goed en zo kwaad als het ging) doorwerken tijdens de wedstrijd. En ik moest ondertussen ook breien, maar verdiende daar niks mee. Gelukkig was er deze twee weken wat ruimte voor beide door de aard van de opdracht en hoe ik daartegenover stond. Ik deed nog steeds wat ik kon, maar het was ook… zo langzamerhand mooi geweest? Ik was nog steeds moe na die sjaal, we zaten weer eens met een kwakkelend kind, je kent het wel. Misschien dat het anders was geweest als ik nog hoop had gehad om ook deze opdracht te overleven of als ik de opdracht helemaal te gek had gevonden, maar het was inmiddels natuurlijk echt wel uitgesloten dat ik de finale zou gaan halen. Zevende in plaats van achtste maakte zeker verschil in mijn hoofd, waarschijnlijk ook door hoe ik zevende was geworden, maar zesde in plaats van zevende? Mwoah, minder.

Ik kon niet tot het allerlaatste moment doorbreien aan het vestje, want ik moest natuurlijk een afspraak maken met S. en J. om foto’s te komen maken van/met Fons. We spraken af voor zaterdagmiddag, en dat werkte best goed, een wat eerdere harde deadline.

Ik zat nog wel met de knoopsgatbies (is dat de juiste term?). Want ook die had ik volgens mij nog nooit eerder gebreid. Ik moest in ieder geval nog helemaal uitzoeken welke verschillende knoopsgaten er zijn en hoe je die breit. Ik had hem eerst in tricotsteek gebreid, maar dat werkte totaal niet, de hele boel krulde om, dus toch weer helemaal uitgehaald. Wat nog best een werkje was, omdat ik de hele boord uit een stuk breide, rondom de hals. Dus toen moest alles opnieuw in boordsteek (1 recht, 1 averecht), en ik vond het ook erg lastig om te bepalen hoe groot de knoopsgaten nou precies moesten worden. Wat een dilemma’s zo op het laatst! Ook dat was wel allemaal erg leerzaam.

Op zaterdagmiddag ging ik naar Fons voor de foto’s. Dat arme beest had ook nog een hernia, dus dat was nog een extra reden om hem zo veel mogelijk met rust te laten. Het vest heeft op hem gelegen voor de foto en dat vond hij al helemaal niks, dus ik vond het wel best. Je moet iemand die zo slecht is in fotograferen als ik natuurlijk al helemaal niet vragen om foto’s van een dier te maken, het sloeg gewoon nergens op. Allemaal van dit soort foto’s:

Ik noemde mijn ontwerp (dat uiteraard alsnog onder de kattenharen kwam te zitten, heel authentiek) Fons Forever. Het was de vraag of hij er nog zou zijn als de aflevering online kwam, maar hij heeft het gered! En S. en J. waren in hun nopjes met hun ‘beroemde’ kat, haha.

Ik wilde heel graag nog een soort extraatje breien als ik er tijd voor zou hebben, daarvoor had ik voor de zekerheid ook Must-have Minis in zwart en roze besteld. Uiteindelijk heb ik dat zaterdagavond nog gedaan. Ik breide een muisje voor in een van de zakken. En al zeg ik het zelf, dat lukte wonderwel. Met het vest wil ik liever zo min mogelijk te maken hebben, maar het ontwerp van het muisje had ik best zelf willen houden. S. en D. vonden het ook weer helemaal geweldig. Zo’n muisje is natuurlijk veel minder werk dan een lieveheersbeestjesknuffel, dus ze hebben er inmiddels allebei één gekregen. Mét ogen, zoals S.’ bestelling luidde. Het muisje voor de opdracht mocht ik niet vullen met vulling omdat dat niet bij deze opdracht hoorde, dus ik heb mijn proeflapje voor het vest in stukjes geknipt en het muisje daarmee gevuld. Daardoor bleven ook de snorharen extra goed zitten, dus het was een prima oplossing.

Zondagavond was ik klaar om alles te versturen. Het was nog weer even heel spannend met WeTransfer, want het verzenden ging van 0 naar 100 procent en toen weer net zo hard terug naar 0. En bleef daar… Gelukkig lukte een nieuwe poging wel, maar zulk soort dingen zijn natuurlijk altijd erg frustrerend en stressvol, zeker als je een deadline moet halen.

De uitslag kwam vroeg op maandag, zo vroeg dat ik even dacht: Nou zeg, zó slecht was ik toch ook weer niet? Zoals verwacht was ik niet door, ik was ook laatste geworden in deze opdracht. Dat had ik ook al wel ingeschat toen ik de foto’s van de anderen zag, het leek me terecht. De jury kraakte me dit keer gelukkig niet echt af. Ze vonden het idee van een oude-mannenvest voor een oude kater grappig, maar ze vonden de pasvorm niet goed, daar kwam het op neer. Tja, ik kon (en wilde) ook niet passen.

Ik was wel benieuwd hoe het zou gaan als deze aflevering online kwam. Zou er iets te zien zijn van de kritiek op de opdracht? Ik wist dat ik niet de enige kandidaat was die er kritisch tegenover stond.

Nee dus. Dat had ik ook niet echt verwacht, maar het blijft apart om te zien hoe het dan gemonteerd is, dat het net lijkt alsof iedereen het prima vond. Ze schreven nu wel ineens dat de projecten ook geschikt zijn voor knuffels, waarschijnlijk omdat enkele kandidaten die gebruikt hadden. Toen dacht ik wel: Ja hallo, dat was niet de opdracht. En in sommige gevallen zouden het ook aardig grote knuffels moeten zijn… De verplichte foto waarop het dier je kledingstuk draagt was blijkbaar toch niet zo verplicht, want bij niemand hadden ze daarvoor punten afgetrokken. Het voelde voor mij een beetje oneerlijk, want het scheelt natuurlijk wel als je geen huisdier hoeft te regelen en in plaats daarvan een knuffel pakt. Ik denk ook dat het makkelijker is om voor een knuffel te breien dan voor een echt dier. Of in ieder geval anders, passen zal dan bijvoorbeeld geen probleem meer zijn. Dus ja, ik heb me nog wel afgevraagd (zinloos, natuurlijk) hoe het afgelopen zou zijn als ik ook voor een knuffel had gekozen. Toen ik de opdracht kreeg, suggereerden mensen in mijn omgeving dat zelfs, maar ik dacht dat dat niet zou mogen en durfde het niet te doen. En ik vond het zuur voor de mensen die wél de moeite hadden genomen om een echt dier in hun kledingstuk te hijsen voor de ‘verplichte’ foto. Ik had natuurlijk makkelijk praten vanaf mijn positie, voor mij maakte het allemaal niet zoveel meer uit. De kans was hoe dan ook ontzettend groot dat ik zou afvallen, dus dan is het niet zo heel heldhaftig om te roepen: ‘Ik maak die foto niet en kom maar op met je puntenaftrek.’ Iedereen moet het voor zichzelf bepalen. Ik ga ervan uit dat iedereen dat naar eer en geweten heeft gedaan en ik veroordeel niemand vanwege haar keuzes. Maar toch. Het is in een wedstrijd altijd fijn als je een gelijk speelveld hebt (en als de regels gedurende de opdracht hetzelfde blijven), en dat was bij deze opdracht in mijn ogen helaas niet het geval.

Het kwam dan wel niet terug in de aflevering, veel kijkers vonden dit ook een vreemde, onethische opdracht. Dat vond ik erg fijn om te lezen. En je zag natuurlijk mijn ‘exit’, dat Petra mij bedankte voor mijn deelname en zei dat ze van me hadden genoten (die tekst is overigens altijd ongeveer hetzelfde, laten we ons geen illusies maken ;)). Er waren ook meerdere mensen die ik niet ken die lieten weten dat ze mijn ontwerpen (of zelfs mij) leuk vonden en dat ze het jammer vonden dat ik eruit was. Zo gek om te lezen, en zo lief!

De BreiSTER zat erop voor mij. Ik was (ondanks alles toch nog) best teleurgesteld dat ik eruit lag, en opgelucht tegelijkertijd. Ik denk dat er op z’n minst nog een BreiSTER-blog moet komen waarin ik terugblik op mijn deelname, dus die hou je nog even tegoed.

De BreiSTER – Opdracht 4

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 6, en dat is de aflevering over de vierde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Ik was door, ik deed nog mee. Daar was dan ook meteen alles mee gezegd, want dankzij mijn zeer slechte beoordeling van opdracht 3 stond ik inmiddels laatste in het algemeen klassement. De eerste twee afvallers waren ook degenen die de opdracht als laatsten in gingen, en ik ging er zonder meer van uit dat ik de volgende zou zijn.

Ik had het heel moeilijk met de slechte beoordeling. Tegen beter weten in heb ik zelfs nog gevraagd of we de knuffel misschien mochten houden, als ze ’m dan toch zo lelijk vonden (oké, niet letterlijk zo, maar het scheelde niet veel). Vooral ook omdat m’n kinderen er dus wél heel enthousiast over waren. Dat mocht uiteraard niet, maar ik wilde het toch gevraagd hebben. Nu ik dit schrijf, ben ik eindelijk begonnen aan een lieveheersbeest dat we wel mogen houden. Ik brei dus niet zo graag knuffels en had weinig zin om herinnerd te worden aan opdracht 3, maar nu staat opdracht 3 natuurlijk online en valt er toch al niet echt aan te ontkomen. En die twee lieverds van ons verdienen er wel echt een. Wat ook erg helpt: er zijn wel degelijk mensen, ook mensen die ik niet ken, die nu speciaal laten weten dat ze het lieveheersbeest tof vinden. Dat doet me zo goed!

Ik had echt even een momentje nodig om tot mezelf te komen na die teleurstelling, maar die tijd had ik eigenlijk niet, want voor opdracht 4 hadden we ook weer twee weken. En we stonden voor een gigantische opdracht: brei een sjaal. De minimale afmetingen waren 25 bij 200 centimeter en het mocht een rechthoekige sjaal zijn of een puntsjaal. Ik hou erg van van die asymmetrische sjaals die je van punt naar punt breit, maar ik snapte natuurlijk weer niet wat er precies werd bedoeld met een ‘puntsjaal’, of zoiets dan ook mocht, dus voor de zekerheid besloot ik voor de rechthoekige sjaal te gaan.

Voor de verandering was dit nu eens wél een opdracht voor mij. Ik brei graag sjaals en heb ook al een keer een (col)sjaal ontworpen. Geen gepriegel met kleine onderdelen, niks met vulling, ik was blij met deze opdracht. Ik was alleen niet blij met de tijd die we ervoor kregen. Ik wist meteen dat het lastig ging worden.

Dat weerhield me er niet van om met een ambitieus plan te komen. Want hé, als ik er dan uit ging, dan natuurlijk wel met een geweldige sjaal. Met een sjaal die ik zelf geweldig vond, kan ik beter zeggen. Op dit punt had ik het idee dat ik niks meer te verliezen had. Ze vonden het toch niet mooi wat ik maakte, het was toch telkens niet goed genoeg. Ik hield al vrij weinig rekening met wat ik dacht dat hoog zou scoren (ik denk ook niet dat dat echt kan, je maakt toch wat je maakt en je weet nooit precies wat ze zoeken), maar bij deze opdracht wilde ik dat al helemaal niet. Ik voelde me er bevrijd door. Ik had denk ik supergestrest kunnen worden, met het idee: ik móét nu presteren, ik moet nu vechten om in de wedstrijd te kunnen blijven. Maar zo was het helemaal niet. Het had toch allemaal geen zin. Over twee weken zou het klaar zijn. Het was heel anders gelopen dan ik had gehoopt, ontzettend balen, maar ook fijn om dan weer tijd te hebben voor andere dingen. Mijn gezin leed eronder. Mijn werk leed eronder, en waarvoor? Nog twee weken, dat kon ik aan. Dat was de stemming waarin ik aan mijn sjaal begon.

Ik vind het belangrijk dat een sjaal draagbaar is aan twee kanten. Als ik een sjaal omdoe, wil ik niet eerst hoeven kijken hoe ik dat precies moet doen. Beide kanten moeten toonbaar zijn. Bonuspunten als beide kanten verschillend zijn, en je dus kunt gaan voor twee verschillende looks.

Bij deze opdracht had ik eindelijk eens een keer lekker kunnen doorbreien van begin tot eind, maar ik bedacht toch weer iets met verschillende elementen. Ik heb eerst nog iets uitgeprobeerd geïnspireerd op log cabin blankets, maar dat was het toch niet helemaal (ik ben nu wel aan een deken bezig waarbij ik daar iets mee doe). Ik wilde dus sowieso een omkeerbare sjaal, of de kanten nu hetzelfde zouden zijn of niet, en een kleurverloop leek me ook heel gaaf. Het mocht best een opvallende sjaal worden. Ik weet niet meer hoe ik erbij kwam, maar misschien kon ik aan de ene kant zorgen voor een opengewerkt breiwerk, waar je dan de verschillende kleuren doorheen zag? Te open leek me niet warm genoeg, maar dat zou ik kunnen oplossen door een laagje erachter.

Acht vierkanten van 25 bij 25 centimeter zouden samen twee meter maken. Daar besloot ik op te mikken. Het enige garen waarmee ik een verloop van acht verschillende kleuren kon creëren, leek de Must-have van Yarn and Colors. Alweer. Ik besloot van roze naar paars te gaan. Het was erg moeilijk om de kleuren op basis van de afbeeldingen uit te kiezen, maar ik ging ervoor. Als neutrale kleur voor de opengewerkte vierkanten koos ik voor crème (Cream). Die kleur zat bij de paashangers van opdracht 2, dus die kon ik al wel in het echt zien.

Nog een eis was dat de madeliefsteek in je sjaal moest voorkomen. De favoriete steek van Petra? Wie zou het zeggen. Ik vond het enorm willekeurig en ik kende de steek ook niet, maar er was een tutorial van Wolplein en ik zou die steek vast wel ergens kunnen laten terugkomen, dus prima.

Ik bestelde het garen en ging alvast aan de slag met het ontwerpen van het kanten vierkant. Dat vond ik zo leuk! Ik had al een hele tijd geen kant meer gebreid en nog nooit zoiets zelf ontworpen, maar het greep me en het ging ook best goed. Ik worstelde eigenlijk alleen een beetje met de rand. Daar had ik eerst ook nog gaatjes in, maar uiteindelijk besloot ik ’m volledig averecht te breien en ’m dicht te houden. In het patroon wilde ik voor dit deel van de sjaal ook een breischema maken, dat had ik ook nog nooit gedaan. Ik volg zelf vaker geschreven instructies, maar ik wilde graag beide aanbieden. Ik ben er trots op dat dat ook is gelukt, zeker omdat ik aanvankelijk toch iets minder goed had meegeschreven dan ik dacht en ik dus even goed moest turen naar het proefvierkant.

Het garen werd gelukkig vrij snel bezorgd. Ik was helaas niet helemaal gelukkig met het kleurverloop. Met de verschillende tinten roze wel, en de crèmekleur paste er ook goed bij, maar de twee kleuren paars voor een van de uiteinden leken wel heel erg op elkaar, ik zag amper verschil. Jammer, maar ik zou later wel zien wat ik daarmee zou doen.

Ik begon vierkanten te breien, kanten vierkanten en effen vierkanten die daarachter moesten komen, maar al snel bleek dat ik het niet zou gaan redden om acht complete vierkanten (dus acht kanten en acht effen) af te breien in twee weken. Naast dat ik er dan natuurlijk nog een complete sjaal van moest maken met foto’s en een patroon en alles. Het kostte me simpelweg te veel uur. Zelfs M., bepaald geen rekenwonder (ze is zelf de eerste die dat toegeeft), had dat door.

Er moest dus een ander plan komen. Deels dan, want ik had het garen al, ik was al bezig, ik was nog steeds blij met de kanten vierkanten die ik al had en ik had ook simpelweg niet genoeg tijd voor een compleet nieuw plan. Daarop besloot ik om nog maar vier vierkanten te verwerken in mijn sjaal, en daartussen drie keer een kleurverloop te breien. Dat zou hopelijk wat sneller opschieten. Dat zorgde er ook voor dat ik genoeg had aan zeven verschillende kleuren, en ik dus slechts een van de tinten paars die zo op elkaar leken hoefde te gebruiken. Ik vind ‘marling’ (hoe heet dat in het Nederlands?) vaak erg mooi, dus ik besloot het kleurverloop met dubbele draad te breien: een draad Cream en een draad in de verschillende tinten roze en paars. Ik kreeg daardoor ook een nieuw idee over de verplichte madeliefsteek. Die breide ik midden in de stukken met kleurverloop, maar dan alleen in Cream. Daardoor viel de steek goed op. De madeliefsteek is een steek over twee toeren, dus ik kon na die twee toeren ook gemakkelijk beide draden weer oppakken om verder te breien.

Ik was best blij met dit plan. Op deze manier was het kleurverloop aan beide kanten van de sjaal mooi zichtbaar. Ik moest wel goed opletten hoe lang ik de verschillende delen breide, want ik had maar één bol kunnen bestellen van de verschillende kleuren, en ik had niet zo veel meer over van de kleuren waarin ik de vierkanten voor achter de kanten vierkanten breide. En het was nog steeds een ongekende race tegen de klok. Ik weet niet hoe concreet de andere kandidaten daarover hebben gevlogd, maar in de aflevering zie je daar nauwelijks iets van terug. Ik weet dat ik lang niet de enige was die moeite had om deze deadline te halen. Deze opdracht deed ons bijna de das om. Ik heb hier elke dag tot heel laat aan gewerkt. Het werd echt nachtwerk. Overigens heb ik er zelf ook niet heel veel over gevlogd, omdat ik zo gestrest was en bij alles dacht: Dit gaat van mijn breitijd af. Ik heb bij deze opdracht wel gefilmd dat ik aan het breien ben, en dat zit ook in de aflevering. Ik heb mezelf amper breiend gefilmd omdat ik het ongemakkelijk vind en me een beetje schaam voor mijn slechte techniek, maar ik vind de fragmenten waarin je meerdere kandidaten achter elkaar ziet breien met een muziekje eronder wel wat hebben, dus leuk dat ik daar nu ook eens in zat!

Tegen het einde van de tweede week logeerden we bij mijn schoonmoeder (het was herfstvakantie), en ook daar heb ik bijna alleen maar aan mijn sjaal gewerkt. Op zaterdagochtend was dit de zorgwekkende status: nog allemaal losse stukken en ik had nog niet eens het volledige kleurverloop gebreid. Ik had bedacht dat ik de verschillende delen in het kleurverloop aan elkaar zou mazen. Dat zou (praktisch) onzichtbaar moeten kunnen. Ik had echter nog nooit dingen aan elkaar gemaasd in deze steek (ribbelsteek/garter stitch), en ik had er geen rekening mee gehouden dat dat heel anders werkt dan in tricotsteek (stockinette). Aanvankelijk lukte het voor geen meter, maar uiteindelijk kreeg ik de slag gelukkig min of meer te pakken, waardoor het in ieder geval een sjaal uit een stuk werd. Niet perfect, maar acceptabel in de omstandigheden.

Toen wilde ik nog een rand eromheen breien. Ik koos voor een i-cordrand, omdat die aan beide kanten hetzelfde zou zijn en ik daarin gemakkelijk draadjes zou kunnen wegwerken. Dat had ik eigenlijk ook nog niet vaak gedaan en duurde ook érg lang. Gelukkig waren er in de nacht van zaterdag op zondag documentaires op tv waar mensen mee afstudeerden (deze vond ik goed).

Het is inmiddels allemaal een beetje wazig geworden, maar volgens mij moest ik op de laatste dag nog het laatste stukje i-cordrand afbreien en alle draadjes wegwerken. Plus natuurlijk alle andere dingen (foto’s, patroon, toelichting). Ik was al wel aan het patroon begonnen en had het kantpatroon al schematisch weergegeven, maar het kostte alsnog een hoop tijd. Ik moest in ieder geval nog helemaal uitleggen hoe de sjaal is opgebouwd, welke kleuren je aan welk vierkant vast moet breien. Ik beschouwde het aan elkaar mazen als een moeilijk onderdeel, dus eigenlijk moest ik daar dan foto’s en/of een videotutorial over maken, maar daar had ik simpelweg geen tijd voor. Ik heb foto’s toegevoegd van hoe je de verschillende delen van de sjaal neer moet leggen, maar daar bleef het bij. Ik probeerde natuurlijk nog steeds het patroon zo goed mogelijk te maken, maar de sjaal zelf was belangrijker, en ik had eerlijk gezegd (helaas) de indruk dat ze de patronen toch niet heel goed bekeken. In een ochtendje jureren is dat natuurlijk ook bijna niet mogelijk. Er was een patroon, en verder moest ik de gok maar nemen.

Wat ook nog een kleine ramp was: door de i-cordrand leek de sjaal ineens een stuk korter. Zo kort dat die de twee meter ineens niet meer leek te halen… Het was zondagmiddag, en ik kon er helemaal niets meer aan doen. Ja, ik had misschien franje kunnen toevoegen. Er werden een hoop grappen gemaakt over franje in de appgroep, aangezien niet duidelijk was of je die mee mocht tellen voor de lengte. Ik ben niet speciaal een grote fan van franje. Als M. en ik elk aan een kant van de sjaal gingen staan en ’m dan héél goed plat neerlegden en strak trokken, was ’ie nét twee meter. Dus zo maakten we de verplichte foto met de centimeter. Het fotograferen van zo’n lange sjaal vond ik sowieso erg lastig. Ik was blij met m’n (voor het vloggen aangeschafte) statiefje!

In al deze stress begreep ik ook nog verkeerd hoeveel foto’s je moest inleveren. Hm-m. Ik, professioneel redacteur, las de opdracht verkeerd. Kun je nagaan hoeveel stress ik had! Ik had begrepen dat je minimaal tien foto’s in totaal moest inleveren, maar je moest minimaal tien foto’s inleveren van alleen de voor- en achterkant (en dan dus ook nog andere). Dat deed ik dus niet, wat me uiteindelijk een punt aftrek opleverde op een van de verplichte onderdelen.

Ik noemde de sjaal VierKANT. Omdat er kanten vierkanten in voorkomen, maar vooral ook omdat ik ’m opdroeg aan iedereen die vierkant achter mij stond in de wedstrijd. Ik ging er namelijk nog steeds van uit dat dit mijn laatste opdracht zou zijn, dus dat vond ik wel een mooi idee. En oké, ik was heel erg moe en daardoor misschien ook een tikje sentimenteel :)

Ik leverde alles in en dacht er verder niet echt over na, ik was alleen maar opgelucht dat ik een sjaal af had weten te krijgen in twee weken. De volgende dag kwam de uitslag. En ik was door.

Hè?

Eh… Ja. Ik was vijfde geworden met m’n sjaal, en ondanks de punt aftrek had ik één punt meer dan Inge, waardoor ik met het kleinst mogelijke verschil door was en zij niet. Het was zo bizar. Ik dacht natuurlijk weer van alles. Verder viel steeds degene af die de opdracht in ging met het laagste aantal punten, dus dit was wel een stunt. Ik had het echt verkeerd begrepen en heb absoluut niet expres te weinig foto’s ingeleverd, maar dat betekent natuurlijk wel dat er minder mogelijkheden waren om foutjes en oneffenheden te spotten. Misschien heeft dat me gered? Er valt gewoon geen peil te trekken op die hele jurering. Misschien was mijn sjaal gewoon best mooi. Blijkbaar werkte het idee dat ik niks meer te verliezen had.

Ik voelde me wel erg schuldig naar Inge toe, zeker toen ik las wat de volgende opdracht was (waarover meer in de volgende blog). Ook al gunde zij het mij en reageerde ze enorm lief en sportief (maar echt, het was bewonderenswaardig en inspirerend, en het raakte me erg). Ik kan het blijven zeggen: uiteindelijk was dit vooral een strijd tegen mezelf, veel meer dan tegen de andere kandidaten.

Het was heel fijn om toen de aflevering online kwam te merken dat veel kijkers doorhadden dat dit een zware opdracht was, ook al werd het niet benoemd in de aflevering. Veel mensen vonden de jury mede daarom ook te streng en complimenteerden ons als kandidaten. Dat is natuurlijk altijd leuk om te horen! Ook ik vond dit keer alle beoordelingen opvallend kritisch. Ook ik vond het vreemd dat tegen iemand werd gezegd dat de madeliefsteek meer had moeten terugkomen in haar sjaal. Ik had die zelf bijvoorbeeld ook heel weinig gebruikt, maar tegen mij is dat niet gezegd. Daarnaast was de eis ook alleen dát de madeliefsteek erin zou voorkomen, er stond niet bij hoe vaak minimaal.

Ik was het dus zeker eens met die reacties, maar ik vond het ook wel ingewikkeld dat mensen nu met deze kritiek kwamen. Ik had namelijk het idee dat toen ik dezelfde soort opmerkingen maakte over eerdere opdrachten die een beetje werden weggewuifd, alsof het allemaal aan mij zou liggen. Voor mij persoonlijk was dit ook zeker niet de negatiefste beoordeling. Sterker nog, in vergelijking met sommige andere beoordelingen (en dan vooral die van de knuffel) zou ik de jury enthousiast noemen. Ze vonden het kleurverloop mooi, ze vroegen zich alleen af of de sjaal niet erg stug was door het breien met twee draden en de dubbele laag in de vierkanten. Meer werd er eigenlijk niet over gezegd. Daar kon ik goed mee leven. Ik was ook tevreden over de aflevering. Je ziet mijn idee, je ziet mijn sjaal, je ziet me breien. En ik was tegen alle verwachtingen in door naar opdracht 5. Wat wilde ik nog meer?

De BreiSTER – Opdracht 3

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 5, en dat is de aflevering over de derde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Opdracht 3, de eerste opdracht waaraan niet iedereen meer mee mocht doen. Ik vond het allemaal maar heftig. Hoewel ik redelijk had gescoord voor opdracht 2, was ik toch een beetje teleurgesteld en zat ik al in mijn eerste vlog voor opdracht 3 te vertellen over dat de wedstrijd toch wel veel impact had op m’n leven, dat het allemaal lastig te combineren was en dat het soms voelde alsof ik er toch elk moment uit kon vliegen en toch nooit echt goed zou presteren. Dat ik er echt voor moest waken om in een negatieve spiraal te belanden van ‘waar doe ik het allemaal voor en is dit alle stress wel waard?’ en niet moest vergeten om ervan te genieten. Het stond me eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest dat ik dat toen al allemaal dacht en vond, maar daarom is het ook goed om m’n eigen vlogs terug te kijken. Het is wel onderdeel van mijn verhaal, en dat wil ik ook vertellen. Het maakt ook dat ik anders kijk naar De HaakSTER, me meer realiseer dat ook kandidaten die minder goed scoren meestal heel hard aan de opdrachten hebben gewerkt. Ik heb de wedstrijd natuurlijk lang niet vanaf elke positie kunnen ervaren, maar ik denk dat je positie veel invloed heeft op hoe je alles ervaart. Ik stond zevende en had inmiddels écht een goede score nodig om nog een tijdje mee te kunnen blijven doen. Onthoud dit even, als je wil.

Bij het begin van opdracht 3 werd ik ook een beetje afgeleid door de rest van m’n leven, waardoor ik niet bepaald een vliegende start maakte. Ik had een naar onderzoek in het ziekenhuis waar ik erg tegen opzag, en de dag daarvoor had S. een studiedag en gingen we naar de Efteling met m’n zusje. In de Efteling was het leuk en in het ziekenhuis niet, maar het onderzoek lukte wel en de uitslag was ook goed, dus dat was wel een opluchting. Daarna was het de hoogste tijd om aan de opdracht te beginnen.

Voor deze opdracht moesten we een knuffel breien, en je voelt ’m waarschijnlijk al aankomen: ook dat was weer niet echt een opdracht voor mij. Het is zomaar een observatie, ik bedoel hier verder niks mee, maar ik zie bij mensen die graag paashangers breien (wel een erg specifieke voorliefde misschien :)) een beetje hetzelfde type voor me als bij mensen die graag knuffels breien. Ik brei op zich best wat verschillende dingen, maar vooral graag kleding, sjaals en (baby)dekentjes.

Deze opdracht had ik echter wel verwacht! (Sokken trouwens ook, zij het niet als opdracht 1.) Sterker nog, mijn idee voor een knuffel lag direct al klaar. Toen we het voor aanvang van de wedstrijd erover hadden, had S. namelijk voorgesteld dat ik haar lievelingsdier zou maken als we een knuffel zouden moeten breien. Dat had ik haar ook beloofd, en tja, wat je belooft moet je doen. En dus zou het een lieveheersbeest worden.

De knuffel moest tussen de 25 en 30 centimeter groot zijn, we moesten specifiek letten op de veiligheid (alles stevig vastzetten, geen losse elementen die een kind kan inslikken). En er stond ineens ook vermeld dat je over moeilijke onderdelen een videotutorial moest maken.

Een groot verschil met opdracht 1 en 2 was dat we nu voor het eerst zelf garen mochten/moesten bestellen bij Wolplein. Voor een bepaald budget, en aan de hand van een materiaallijst. Alsof het allemaal nog niet stressvol genoeg was! Ondanks het feit dat ik bij de eerdere opdrachten niet met alle kleuren even blij was, vond ik het zo gek nog niet om garen te krijgen en het daarmee te moeten doen. Ook omdat je natuurlijk weinig kunt totdat je het garen hebt, en dus snel moet beslissen wat je gaat maken en wat je daarvoor nodig hebt. Daarnaast blijft het lastig om garen online te bestellen. Ik doe het vaak wel, zeker sinds corona, maar je weet dan meestal toch niet precies wat je krijgt. Voor de volledigheid: het was mogelijk om naar het inspiratiecentrum van Wolplein in Zaltbommel te gaan om het garen daar uit te zoeken. Al was het geloof ik wel lastig om het dan direct mee te nemen. Het is natuurlijk toch een proces dat losstaat van de gewone verkopen in de winkel, iemand zal moeten checken of je inderdaad hebt uitgekozen wat je mocht uitkiezen enzovoort. Ik heb hier zelf geen gebruik van gemaakt omdat het me te veel tijd zou kosten en te veel rijangst op zou leveren. Het voelde natuurlijk wel heel speciaal om dat dan allemaal te mogen uitzoeken zonder ervoor te hoeven betalen en te weten dat die bestelling dan met spoed zou worden klaargemaakt en verzonden.

We konden kiezen uit een stuk of tien verschillende garens, en ik ging eerst maar eens kijken wat dat voor garens waren. Nu probeer ik zelf geen acryl meer te gebruiken, omdat dat gemaakt is van olie, niet biologisch afbreekbaar is en bijdraagt aan de plasticsoep. Katoen en wol hebben echter ook grote nadelen, ook de verantwoorder varianten, dus het blijft heel lastig, vind ik. Ik probeer rekening te houden met duurzaamheid bij mijn materiaalkeuze, maar dat lukt me zeker niet altijd. Ik probeer in ieder geval ook dingen te maken die lang meegaan, want minder kopen is natuurlijk altijd goed. Voor deze opdracht besloot ik toch alle garens met acryl te skippen. Heel pragmatisch, want dat maakte de keuze een stuk beperkter. Er stond een biologisch katoenen garen tussen, maar dat kende ik niet en ik was niet zo weg van de beschikbare kleuren. Waardoor ik uiteindelijk toch weer ‘gewoon’ koos voor de Must-have van Yarn and Colors, hetzelfde katoenen garen als in opdracht 2. Zo kon ik onmiddellijk dingen gaan uitproberen. En de Must-have is beschikbaar in ruim honderd kleuren, dus daar moest iets tussen zitten. Dat was natuurlijk ergens ook wel weer een nadeel. Zwart is nogal straightforward, maar welk rood is het beste rood voor een lieveheersbeest? Daarnaast wilde ik wat groen bestellen, omdat ik iets wilde doen met blaadjes (dat plan was op dat moment precies zo vaag als het hier lijkt). En ik had wat wit nodig voor de vlekken op de kop. O, en vulling natuurlijk, we hadden één budget voor alles. Je kon ook nog veiligheidsogen bestellen, maar dat heb ik zelf niet gedaan. Op de materiaallijst stonden alleen zwarte veiligheidsogen, dat leek me niet handig op een zwarte kop. En eerlijk gezegd heb ik nog nooit veiligheidsogen gebruikt. Het is vast niet heel moeilijk, maar ik was toch bang dat ik me er geen raad mee zou weten. De juiste maat inschatten leek me ook lastig. Dus nee, ik zou later wel zien wat voor ogen ik zou maken. Opvallend detail: inmiddels ben ik erachter gekomen dat veiligheidsogen helemaal niet veilig zijn bevonden voor kinderen onder de drie jaar. Een knuffel met veiligheidsogen is dus automatisch niet veilig voor kleine kinderen. Waarom stonden die dan toch op de materiaallijst?

Ook de hoeveelheid van alles bepalen vond ik heel lastig. Ik ben notoir slecht in het inschatten van hoeveelheden en heb meestal te veel. Maar goed, ik had nog geen patroon, dingen kunnen mislukken, dus uiteindelijk heb ik maar gewoon zo veel mogelijk garen besteld en een zak vulling van 250 gram, zodat ik in ieder geval niet te weinig zou hebben. De verdeling tussen de verschillende kleuren was ook nog even lastig, ik heb zelfs mijn bestelling nog gecorrigeerd en gekozen voor een extra bol groen, zodat ik ook los zou kunnen gaan op een blaadjesaccessoire.

Pas toen ik al had besteld, realiseerde ik me dat 25 tot 30 centimeter best groot is, en dat de Must-have best dun is. Er stonden ongetwijfeld dikkere garens op de lijst, was het misschien verstandiger geweest om daarvoor te kiezen? Aan de andere kant brei ik helemaal niet graag op dikke naalden (4 mm vind ik al aan de dikke kant) en vind ik het vaak juist wel mooi als een breiwerk wat fijner is. En ik was blij met de kleuren toen mijn garen arriveerde. Goede kleur rood (Cardinal), goede kleur groen (Pesto). Daarnaast had ik nog zwart (Black), donkergroen (Green Beryl) en twee minibolletjes wit (Marble) voor de ogen en de vlekken op de kop.

S. ging meteen een schets maken van hoe het lieveheersbeest moest worden, inclusief stappenplan voor de verschillende onderdelen. Dat was natuurlijk superschattig. En ik begon te proberen een schild te breien. Ik wilde namelijk graag een afneembaar schild maken, en dan een pyjamaatje en een slaapzak, zodat het lieveheersbeest als het ging slapen het schild af kon doen.

Het kostte een hoop moeite om in een cirkel te breien en een rond schild te maken. Daarom breide ik ondertussen toch ook maar vast het lijf van het lieveheersbeest. Dat ging gelukkig een stuk beter. Ik was zo blij dat het me lukte om twee lieve, veilige oogjes te verzinnen in wit en zwart garen, dat gezichtje gaf me goede moed elke keer dat ik het zag. Ik maakte voelsprieten van twee zwarte draadjes die ik goed vastzette. Aan de andere kant van de kop borduurde ik een slapend gezichtje, zodat de knuffel aan twee kanten te gebruiken was en ‘echt’ kon gaan slapen. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om aan het schild een soort mutsje vast te maken dat je over het slapende gezichtje heen kon trekken, zodat je dat niet zag als het lieveheersbeest het schild droeg. Dat is helaas allemaal niet gelukt, maar de vorm van de kop vond ik wel heel grappig. Voor de pootjes besloot ik zes i-cords te breien, lekker dun en flexibel.

Het lukte me uiteindelijk ook om een mooi rond schild te maken, maar… dat werkte dus totaal niet in combinatie met m’n lieveheersbeest. Doordat het schild en het lieveheersbeest allebei opgevuld waren, paste het lieveheersbeest er niet mooi onder, en dat hele idee van het mutsje kreeg ik ook niet voor elkaar. Ontzettend zonde, want ik had er al erg veel tijd in gestoken, maar dat is natuurlijk een erg slechte reden om het dan maar erbij te doen. Het zag er niet uit, dus het complete schild ging een aantal dagen voor de deadline exit.

Ook zonder schild kon m’n verhaal overeind blijven: het lieveheersbeest is moe van het sjouwen van haar schild, heeft dat afgedaan en gaat nu lekker slapen in haar bedje van bladeren. Ik stortte me op haar pyjamaatje. Waarschijnlijk het vreemdste kledingstuk dat ik tot nu toe heb gebreid, met die zes mouwtjes. Hier genoot ik wel echt van, en ik vond ook dat het goed lukte. Heel schattig hoe die pootjes uit de mouwtjes staken. Ik breide losse zwarte stippen in verschillende formaten en naaide die erop vast. Door de pyjama werd m’n lieveheersbeest ook in een keer goed herkenbaar als lieveheersbeest, vond ik. Ik vreesde wel dat de jury misschien liever een ronder lijfje had gezien, maar daar kon ik nu niks meer aan veranderen en de opdracht was gelukkig niet: brei een zo goed mogelijk gelijkend dier.

De laatste dagen van opdracht 3 was ik helaas ziek, dat kwam natuurlijk bijzonder slecht uit. Maar ik zette alles op alles om m’n lieveheersbeest af te krijgen. Inclusief slaapzakje van bladeren. Ik had het idee dat ik dat wel echt erbij moest maken, nadat ik het schild ‘ook al’ niet meer had. Het werd weer spannend qua tijd, maar het lukte! Ik breide een slaapzakje van twee aan elkaar genaaide bladeren dat precies om mijn lieveheersbeest heen paste. Vervolgens raakte ik weer in paniek over dat ik niet duidelijk genoeg zou kunnen uitleggen hoe je dat slaapzakje in elkaar moest zetten (en daar dan aftrek voor zou krijgen), dus toen heb ik daar op de laatste dag zelfs nog een videotutorial over opgenomen ook. Het groen en het rood stonden mooi bij elkaar, het lieveheersbeest in de slaapzak zag er schattig en comfy uit, en ik vind het altijd leuk als je ook nog iets kunt doen met een knuffel afgezien van knuffelen.

Ik noemde deze knuffel Liefstebeest, omdat het dus het lievelingsdier is van S., en was in de wolken met die vondst. S. mocht er (onherkenbaar) mee op de foto en vond het helemaal geweldig dat we ook nog een foto konden maken met een echt lieveheersbeestje op de voelspriet van de knuffel. Al met al was het goed zo.

En toen werd het maandag en bleek het he-le-maal niet goed te zijn. En dat was echt een klap. Ik had het niet verwacht. Niet dat ik verwachtte dat ik met deze knuffel de opdracht zou gaan winnen of zo, ik had al niet meer de illusie dat ik opdrachten zou gaan winnen (voor zover ik die illusie ooit al had gehad). Maar allerlaatste (samen met twee anderen)? Dat had ik absoluut niet aan zien komen en was een grote teleurstelling. Zeker omdat ik er de laatste dagen nog zo hard aan gewerkt had terwijl ik me niet goed voelde. Het is erg moeilijk om wekenlang je leven in het teken te zetten van iets en vervolgens te lezen hoe datgene in een paar zinnen met de grond gelijk wordt gemaakt. Oké, het idee vonden ze leuk. En de naam (yes!). Grappig truitje met stippen en een leuke slaapzak, stond er ook nog. Maar toen kwam alle kritiek: niet echt knuffelbaar, de pootjes zijn echt iel, we missen een beetje liefheid. ‘Dit had door ander kleurgebruik verbeterd kunnen worden.’ O, en dat de afwerking niet erg netjes was, ‘want bij zwart valt de vulling erg op’.

Ik begreep het niet echt en was het er ook niet mee eens. Dat kwam ook doordat S. en D. steeds boven op Liefstebeest doken zodra ze de kans kregen, haar snotterige kusjes gaven en haar niet meer los wilden laten. Ik moest echt moeite doen om ervoor te zorgen dat ze haar heel zouden laten, toonbaar voor de foto’s. Dus hoezo, niet lief en knuffelbaar? Kijk dat gezichtje dan! En heb je de pootjes van een lieveheersbeest wel eens gezien? Die zíjn superdun. En de twee kenmerkende kleuren van een lieveheersbeest zijn? Juist. Dus wat hadden jullie dan gewild? Een paars met groen lieveheersbeest met gigantische poten? Een totaal ander dier, kortom? Maar jullie vonden het idee toch leuk?

Je begrijpt misschien dat ik niet speciaal uitkeek naar deze aflevering, één keer horen wat er allemaal zou mankeren aan mijn knuffel was voor mij meer dan genoeg. En toch werd ook de aflevering nog een extra teleurstelling voor mij. De montage was voor mij helaas erg ongunstig. Nogmaals, ik begrijp dat er heel veel uit moet worden geknipt. Dat is logisch, er zijn veel kandidaten, ze doen hun best om iedereen aan bod te laten komen en als je zelf de hele tijd in beeld wil zijn moet je maar je eigen handwerkvlog beginnen. Het is ook niet zo dat ik er superweinig in voorkom, volgens mij heel gemiddeld, en dat vind ik prima. Maar ik vind het wel heel jammer dat er in de montage voor gekozen is om mij alleen twee keer kort te laten zien terwijl ik werk aan het schild dat ik uiteindelijk niet heb gebruikt. De knuffel zie je alleen één keer heel kort aan het eind. In de slaapzak, waardoor je de knuffel zelf eigenlijk bijna niet ziet, en maar van één kant. Daardoor krijgt de kijker wel heel weinig mee van het verhaal en van de twee gezichtjes. Ik ben een heel matige vlogger, dat geef ik meteen toe, maar geloof me, ik heb nog net wel beide kanten van mijn knuffel in beeld gebracht. Meerdere keren.

Ook bij de beoordeling is het altijd maar afwachten hoe ze het formuleren in de aflevering. Ze vatten het natuurlijk een beetje samen, of ze maken er juist een beter lopend verhaaltje van. Heel begrijpelijk. Bij mij is het dit keer wel heel jammer dat ze zeggen dat de naam tof is, maar die naam vervolgens niet noemen. Ik had misschien zelf ook voortdurend Liefstebeest moeten noemen in mijn vlogs, maar ik weet even niet meer hoe vroeg ik de naam had, en dat zou dan misschien ook zijn gesneuveld in de montage. Als je niet zegt ‘De naam vonden we tof’, maar ‘De naam Liefstebeest vonden we tof’ ben je er ook, toch? Gemiste kans. Het opvallendst was echter dat ze in de aflevering ineens met een punt van kritiek kwamen dat totaal nieuw voor mij was (best knap, als je bedenkt hoeveel ze al slecht vonden). Ineens vroegen ze zich af ‘of een lieveheersbeestje zowel stippen op de buik als op de rug heeft’. Eh, nee, maar dat komt dus doordat het een pyjama is en je de knuffel om kunt draaien om haar te laten slapen. Je weet wel, dat leuke idee waar jullie precies niks van laten zien in de aflevering. En sinds wanneer moest de knuffel natuurgetrouw zijn? Dat was helemaal geen eis, je mocht je knuffel ook volledig zelf verzinnen. En als het stiekem toch de bedoeling was, dan voor alle kandidaten, lijkt me, en niet alleen om de laagste scores te rechtvaardigen.

De rest van de kritiek komt niet voor in de aflevering, afgezien van de samenvatting ‘komt niet echt heel erg over als knuffel’. Dus echt superdom van mijn kinderen dat ze ’m zo graag knuffelen, want het is dus helemaal geen knuffel!

Uiteindelijk scoorde ik slechts 80 punten voor m’n schemerlamp, wat ervoor zorgde dat ik als achtste en laatste kandidaat door was naar opdracht 4. Maar er kon natuurlijk nog van al-les gebeuren!

De BreiSTER – Opdracht 2

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 4, en dat is de aflevering over de tweede opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

We kregen opdracht 2 tegelijk met de beoordeling van opdracht 1. En toen heb ik ook de bijbehorende zak met materiaal geopend. Dat had al eerder gemogen, maar ik wilde me liever eerst concentreren op de eerste opdracht en was bang dat ik de materialen van beide opdrachten niet uit elkaar zou kunnen houden (om het zo eerlijk mogelijk te houden, mag je alleen materiaal gebruiken dat bij een bepaalde opdracht wordt verstrekt, en dus bijvoorbeeld ook niets wat je over hebt gehouden bij een eerdere opdracht). Geen hele reële angst, het bleken ook twee totaal verschillende garens te zijn, maar vandaar dat de zak nog dicht was.

Er bleken acht bolletjes van de Must-have van Yarn and Colors in te zitten in lentekleurtjes. Pastel alom. Best zoet, misschien niet het eerste waar ik naar zou grijpen, maar ik werd er toch meteen vrolijk van. Dit garen kende ik ook al, ik had ook nog restjes om dingen mee uit te proberen (dat mocht natuurlijk wel). De bijbehorende opdracht luidde: brei vijf paashangers. Het moesten drie eieren zijn en twee ‘fantasiehangers’ (wat ik opvatte als: wat je maar wil, als het maar niet de vorm van een ei heeft).

Weer niet echt een opdracht voor mij (ik snap het als je op een gegeven moment denkt: Wat is eigenlijk wél een opdracht voor jou?). Het zou allemaal vrij klein worden, misschien met losse onderdelen (mijn motto luidt: hoe minder losse onderdelen, hoe beter), kortom: gepriegel en gedoe. Ik maak dat soort dingen niet vaak, en ook niet heel graag. Een voordeel was dat ik altijd wel graag met katoen werk, ik kende dit specifieke katoen zelfs al. En het leek me een enorm voordeel dat het vijf verschillende dingen zouden worden. Bij de sokken uit opdracht 1 vond ik het immers een enorm stressvolle gedachte dat m’n idee meteen goed moest zijn en ik al snel niet meer voor iets anders kon kiezen, omdat ik de sokken anders niet op tijd af zou krijgen. Bij deze opdracht, zo redeneerde ik, had ik vooral veel verschillende ideeën nodig, en als een idee dan zou mislukken, pakten de andere vier misschien beter uit. Het intimideerde me minder, ook doordat één hanger relatief snel klaar zou kunnen zijn.

Er was nog wat verwarring, met name over de eieren, omdat er alleen garen in de zak zat. Moesten ze 2D worden? Kon je ze vullen met restjes garen? Al snel bleek echter dat ze simpelweg vergeten waren om er een zak vulling bij te doen, die zou dus nog per post onze kant op komen. Het konden toch gevulde eieren worden!

Het was best vreemd om in september met Pasen bezig te zijn. Aan de andere kant: ik redigeer elk jaar midden in de zomer minstens één kerstboek, dus dit was net zoiets.

Omdat ik drie eieren zou moeten ontwerpen, leek het me goed om te beginnen met een soort basisei. Dat was m’n eerste zorg: hoe brei je een ei dat ook echt de vorm heeft van een ei? Een kwestie van uitproberen. Ondertussen probeerde ik ook alvast na te denken over de fantasiehangers. Voor de ene had ik nog geen idee, maar voor de andere wilde ik graag iets doen met tekst, omdat dat bij mij past. Bij deze opdracht stelde het natuurlijk weinig voor, maar ik ben erg geïnteresseerd in de combinatie tekst en handwerken (ik kan je in dat kader dit boek aanraden, en mijn eerste zelfgeschreven patroon is natuurlijk ook niet voor niks een sjaal met leestekens erop). Ik bedacht al snel dat ik op de ene kant van de hanger VROLIJK PASEN zou zetten en op de andere kant ZALIG PASEN. Om makers meerdere opties aan te kunnen bieden, maar vooral ook omdat ik katholieke en seculiere familieleden heb en met iedereen graag Pasen vier. M. suggereerde dat ik het hoofd van de paus zou kunnen breien als fantasiehanger 2. Origineel, maar dat idee parkeerde ik toch nog maar even :) Ik besloot de hanger verder eenvoudig te houden: een rondgebreide rechthoek in Cream met de letters er in verschillende kleuren op gemaasd, aan de boven- en onderkant onzichtbaar dichtgemaakt met de kitchener-steek. Het duurde even voor ik in Stitch Fiddle de letters zo had ontworpen als ik wilde, vooral omdat er natuurlijk niet zo veel ruimte was op de hanger. De hangers moesten tussen de 5 en 10 centimeter zijn, en ik ging er maar van uit dat ze dus maximaal 10 bij 10 centimeter mochten zijn. Zelfs deze hanger was meer werk dan ik dacht. Hij lukte echter wel meteen goed, de letters pasten precies op 10 centimeter en ik kon er alvast aan werken terwijl ik verder piekerde over de rest, dat was fijn. Ik had eerst bedacht om alle kleuren te laten terugkomen in de letters, maar uiteindelijk heb ik de Cantaloupe (oranje) en Pistachio (lichtgroen) niet gebruikt omdat ik die toch te fel vond afsteken bij de andere kleuren.

Ik moest natuurlijk niet alleen de vorm van een ei zien te benaderen, ik moest vervolgens ook bedenken hoe die eieren eruit zouden komen te zien. Ik dacht na over een kuikentje in een ei, of ik iets kon verzinnen waardoor dat kuikentje uit het ei kon komen. Zou ik een omkeerbaar ei kunnen maken, aan de ene kant ei en aan de andere kant kuikentje? Dat idee liet me niet meer los. Vraag me niet waarom, want ik wist ook meteen dat ik mezelf er een hoop extra werk mee zou bezorgen en dat het typisch zoiets was dat ook totaal kon mislukken. Niet per se de verstandigste keuze als je achtste staat in het algemeen klassement en degene met het minste aantal punten na deze opdracht afvalt.

Ik wist echter ook meteen: het is niks voor mij om op safe te spelen. Ik wil in de eerste plaats maken wat ik wil maken, en niet wat ik denk dat hoog scoort of commercieel interessant is. Het is natuurlijk fantastisch als dat samen kan vallen, maar op basis van de eerste opdracht, als ik keek naar mijn beoordeling en naar de sokken van de anderen, vroeg ik me af of dat bij mij ging lukken.

De hele eerste week was ik bezig met het breien van proefeieren. Het lukte vrij snel om een redelijke eivorm erin te krijgen, maar het duurde echt wel even voor ik had uitgepuzzeld hoe ik omkeerbare eieren kon maken, die je dan ook nog op kon hangen. Ik vrees dat ik hier niet te veel details mag geven, aangezien het patroon betaald is, maar uiteindelijk had ik zowaar iets waarmee ik verder kon (in de aflevering zie je hier ook wel iets van terug, al is er natuurlijk weer veel uit geknipt). Wel íéts minder in eivorm dan ik had gehoopt, maar dat kwam vooral doordat het keergat anders te smal zou worden, en het leek me toch ook vrij essentieel dat het mogelijk was om de omkeerbare eieren om te keren zonder dat ze meteen stuk zouden gaan.

De volgende vraag was wat er te zien zou zijn als je de eieren zou omkeren. Want toen ik eenmaal een omkeerbaar ei had ontworpen, vond ik ook dat alle drie de eieren omkeerbaar moesten zijn, en niet maar eentje.

Mijn eerste idee was dus een ei met een kuikentje erin. Daar begon ik dan ook mee. Het patroon op het ei hield ik vrij eenvoudig, maar ik zorgde er wel voor dat de kleuren van het kuikentje erin terugkwamen (of andersom, net wat je wilt). En ik deed mijn best om nette rechte strepen op het ei te krijgen door het begin van de toer steeds te verplaatsen, wat best goed lukte (voor mijn doen). Het kuikentje vond ik oké, ik moest een beetje improviseren en had graag zwart garen gebruikt voor de oogjes (of veiligheidsoogjes misschien), maar dat hadden we dus niet.

Het is natuurlijk een kleine stap van Pasen naar de lente. Een beetje cliché, maar daar wilde ik toch ook iets mee doen. Ook omdat ik daardoor veel meer mogelijkheden zou hebben. Een paashaas leek me niet zo origineel en daarvoor had ik liever bruin gebruikt (hadden we niet). Ik heb ook nog overwogen om een spiegelei te maken, maar ik wist echt niet hoe ik dat uit een ei moest laten verschijnen en als fantasiehanger naast drie eieren leek me dat wel erg veel ei. Het had misschien gekund, thema paasontbijt leek me fantastisch, en dan bijvoorbeeld een croissant erbij, maar opnieuw: niet de goede kleuren. Dus toch maar naar het voorjaar, met een beetje fantasie lijken de vorm van een ei en de vorm van een bloem(knop) best wel op elkaar. In ieder geval dacht ik dat het bij een tulp nog wel eens zou kunnen werken. Uit mijn tweede ei zou dus een tulp komen.

Het ei zelf was opnieuw niet zo’n probleem. Het werd een lichtgroen ei (Pistachio) met een ingebreid roze bandje (Peony Pink), roze stippen die ik erop maasde en een los roze strikje. Ook hierbij kwamen de kleuren van de bloem dus weer terug in het ei. De tulp was echter een kleine ramp. Puntige bloemblaadjes leken me een must voor de herkenbaarheid, maar hij kon niet alleen uit die bloemblaadjes bestaan en kon niet open zijn, want het ei moest erin verborgen worden. Een roze eivorm met die bloemblaadjes aan de buitenkant ook niet, want de tulp moest aan de andere kant ook in z’n geheel in het andere ei passen. Het moest dus een eivorm worden met aan de bovenkant puntige bloemblaadjes die niet te veel ruimte innamen. Het lukte me vooral niet om die blaadjes netjes aan de eivorm vast te maken. Uiteindelijk vond ik toch een manier, waarbij ik de bloemblaadjes eerst los breide, maar daar ging zo veel gepruts aan vooraf dat ik in de tussentijd de hanger met de paaswens helemaal had afgemaakt, omdat ik die tulp even niet meer kon zien (toen was ik dus heel blij dat er verschillende onderdelen waren bij deze opdracht). Het kan natuurlijk altijd beter, maar in vergelijking met al mijn eerdere pogingen vond ik deze nog best acceptabel. Kon ik ook meteen nog een steelaanzet toevoegen in groen.

Het derde en laatste ei had ik vooral voor het laatst bewaard omdat dat me het eenvoudigst leek. Ik ging ervan uit dat veel kandidaten hadden ontdekt dat je een regenboog kon vormen van alle kleuren minus de Cream, maar ik wilde dat toch graag gebruiken. M. grapte al dat het cultural appropriation zou zijn van de anderen, zo ver wil ik niet gaan en het was ook zeker niet activistisch bedoeld of zo, maar toch… ook niet helemaal willekeurig? Zoiets. En dus bedacht ik een ‘lenteweer-ei’, met aan de ene kant zon en regen, en daarin dan dus een regenboogei. Daar zou niks aan of op komen, dus daarbij zou ik in ieder geval niet het probleem hebben dat er iets niet paste. Het patroon was ook niet al te ingewikkeld, want ik had besloten om de zonnestralen en regendruppels erop te borduren, dus aan de ene kant kwam een blauw ei met een gele bovenkant (zon) en witte onderkant (wolk), en aan de andere kant een gestreept ei in de kleuren van de regenboog. Het kon ook niet meer zo ingewikkeld worden, want inmiddels was het al de vrijdag van de tweede week. Het lukte me gelukkig om het lenteweer-ei die ochtend af te krijgen.

Toen moest ik echter nog fantasiehanger 2 zien te fabriceren. Die bestond nog niet, ik had een keer in een vlog geroepen dat ik een vogelhuisje wilde maken en dat leek me nog steeds tof, maar dat was het dan ook. Ik had er nog helemaal niks aan gedaan. M. en ik hadden die dag ook nog eens de bruiloft van E. en P. in Rotterdam. Daar waren we niet de hele dag bij, maar we moesten er wel nog heen rijden, de kinderen gingen een nachtje bij opa en oma logeren dus daar moesten we ook dingen voor regelen… Al met al nog best veel gedoe. Het had misschien nog gescheeld als ik M. heen had laten rijden, zeker aangezien we in de file belandden, maar als ik kan kiezen rijd ik toch altijd liever heen ergens heen en op de terugweg was ik natuurlijk moe en was het donker, dus uiteindelijk kon ik vrijdagavond na thuiskomst pas echt iets gaan doen.

Het voordeel was natuurlijk wel dat de kinderen uit logeren waren, maar alsnog was ik tot zaterdagavond laat bezig aan dat ding. Want natuurlijk wilde ik dan ook een vogelhuisje in 3D waar je bijvoorbeeld paaseitjes in kunt stoppen. In mintgroen (Jade Gravel) en lila (Orchid), niet omdat dat typische kleuren zijn voor een vogelhuisje, maar vooral omdat ik die kleuren nog niet zo veel gebruikt had in de andere hangers. Dat lukte zeker niet meteen. Ik bleef allerlei verbeterpunten zien, ik kon me allerlei kritiek voorstellen van de jury, maar ik was toch ook wel trots op mezelf omdat ik dat vogelhuisje toch nog in zo’n korte tijd had weten te ontwerpen en breien. Met zelfs nog een mooi randje rond de ingang. En ik hoopte dat niemand anders op het idee gekomen zou zijn, want dat vond ik toch ook wel belangrijk. Het vogelhuisje is mijn favoriete hanger van deze opdracht, denk ik.

Die zondag moest ik nog de draadjes van het vogelhuisje wegwerken, en verder was ik weer druk met foto’s maken, het patroon afmaken, de toelichting schrijven en alles versturen. De fotosessie was natuurlijk weer gedoe, en het patroon was toch natuurlijk weer meer werk dan ik dacht. Ik had van de andere hangers al veel uitgeschreven, maar van het vogelhuisje nog helemaal niets, en vijf losse patronen is gewoon aardig wat. Zeker omdat het verplicht was om foto’s of tekeningen toe te voegen bij ‘moeilijke onderdelen’ en ik me daardoor bleef afvragen: zouden ze dit een moeilijk onderdeel vinden? En dit? Dat is natuurlijk best subjectief, maar aangezien het je punten kan kosten als zij iets een moeilijk onderdeel vinden en jij er niet duidelijk over bent, ga je toch sneller dingen uitleggen of laten zien. Dat had ik in ieder geval heel erg (of mijn angst terecht was of niet, daar moeten we het misschien later nog maar eens over hebben).

Zondagavond leverde ik alles in, dit keer meteen met zo goed mogelijke foto’s, en toen kon ik maandag eindelijk weer zien waar de andere kandidaten mee bezig waren geweest in de appgroep (altijd een fijn moment!). Niemand had ook omkeerbare eieren, een hanger met tekst of een vogelhuisje, dus dat leek me in ieder geval positief.

Op maandagmiddag bleek dat ik 88 punten had gescoord voor deze opdracht, en dat was goed voor de vijfde plek. Ik had dus in ieder geval iets beter gescoord dan bij de eerste opdracht, en het commentaar was ook een stuk positiever. Ze vonden mijn hangers heel origineel en schreven dat ik mezelf echt had uitgedaagd. Ze noemden expliciet het vogelhuisje, daar was ik superblij mee. Ze hadden wel weer een opmerking in de categorie netheid & afwerking, namelijk dat de eieren soms niet strak gevuld waren door mijn ‘ei-in-ei-systeem’. Tja. Dat was absoluut waar, er zit weinig vulling in de eieren, je vult ze als het ware vooral op met de andere helft. Ik denk dat je ze ook niet meer om zou kunnen keren als je ze helemaal volpropt met vulling. Ik zag het vooral als een kwestie van smaak: wil je een superstrak gevuld enkel ei, of een iets minder strak gevuld omkeerbaar ei? Ook tof dat ze bij het patroon op de website schrijven dat het een uniek ontwerp is (nee, die tekstjes schrijven de kandidaten dus niet zelf, en nee, dat staat er ook niet bij iedereen ;)).

Schakel ik nu even over naar de tegenwoordige tijd, want ik wil achteraf nog iets zeggen over deze opdracht. Ik vind het jammer dat je blijkbaar ook twee dezelfde fantasiehangers had mogen maken. Ik ging ervan uit dat het twee verschillende moesten zijn (in de aflevering heeft het gastjurylid het ook over vijf verschillende hangers). Oké, in de opdracht stond niet expliciet vermeld dat het twee verschillende moesten zijn. Maar er stond ook niet expliciet vermeld dat het drie verschillende eieren moesten zijn. Had je dan ook drie dezelfde eieren en twee dezelfde fantasiehangers mogen maken? Ik denk niet dat ik dat gedaan zou hebben, maar toch. Hoe minder verschillende patronen, hoe minder werk, daar had van mij oog voor mogen zijn in de beoordeling. Ook het gebruik van een vorm van stijfsel vind ik persoonlijk op het randje. Dat was immers niet verstrekt bij deze opdracht, en ook in deze opdracht stond dat je aftrek zou krijgen als je dingen toe zou voegen die je niet had gekregen. Ik schrijf dit met enige schroom, vooral omdat ik de andere kandidaten graag mag. Het gaat me ook niet om wat zij wel of niet (zouden) hebben gedaan, goed of slecht, ik hoop dat je dat begrijpt. In deze blogs concentreer ik me bewust op mezelf, op wat ik heb gebreid en mijn eigen ervaringen in de wedstrijd. Maar ja, ik had niet voor niks al op het inschrijfformulier ingevuld dat ik kritisch ben (ze hadden het kunnen weten ;)), en op dit soort onduidelijkheden in de opdracht of in de beoordeling ben ik dat ook zeker. Die kunnen simpelweg nadelig zijn geweest voor mij, en ik wil dan toch ook eerlijk vertellen hoe ik daarover denk.

In het algemeen klassement was ik één plekje opgeschoven, naar de zevende plaats. Dat betekende ook dat ik niet de eerste afvaller was. ‘Niet als eerste afvallen’ was zeker een doel dat ik mezelf had gesteld, en het was een hele opluchting dat ik dat behaalde. Ik hield mezelf ook voor: je hoeft niet de beste te zijn, als je maar niet de slechtste bent. Dat gaat hier natuurlijk alleen niet helemaal op doordat de punten van de verschillende opdrachten bij elkaar op worden geteld. Ik heb het bij De HaakSTER ook vaak genoeg gezien, de top tekent zich meestal vrij snel af, en dat betekent automatisch dat het voor sommige andere kandidaten vrij snel onmogelijk (oké, je kunt nooit weten, maar in ieder geval heel moeilijk) wordt om de finale te halen. Was ik daar bij opdracht 2 al over aan het stressen? Absoluut, je kent mij. Maar ik mocht in ieder geval meedoen aan opdracht 3!

De BreiSTER

Ik mag het eindelijk zeggen: ik doe mee aan de allereerste editie van De BreiSTER!

Misschien (waarschijnlijk!) was het je helemaal niet opgevallen dat ik de afgelopen maanden nog minder van me liet horen dan anders en niks meer deelde over mijn breiprojecten. Maar dit was de reden.

De wat?

De BreiSTER is de breiwedstrijd van Wolplein, en Wolplein is een grote webwinkel met garens en andere benodigdheden voor handwerken. Ze hebben de haakversie al een aantal keer georganiseerd, maar nu is er dus voor het eerst ook een wedstrijd voor mensen die breien. Ik, M. en schoonzus S. vonden het altijd heel leuk om De HaakSTER te kijken en erover te kletsen. Ik haak zelf weinig en heb nooit overwogen om daaraan mee te doen, dus daar bleef het bij. Maar als er ooit een breiversie zou komen…

Ik noem het nu wel een breiwedstrijd, maar eigenlijk is het vooral een ontwerpwedstrijd. Je krijgt de opdracht om binnen een bepaalde tijd iets te ontwerpen en dat moet je dan bedenken en breien (thuis, in je eigen tijd). Je werkt het patroon uit en maakt foto’s. Een jury beoordeelt de projecten, geeft punten en degene met het laagste aantal punten valt af. Tien kandidaten beginnen aan de wedstrijd, daar komen drie finalisten uit en uiteindelijk één winnaar. En o ja, de kandidaten vloggen over het hele proces. Die vlogs verwerken de video-editors van Wolplein tot afleveringen, en die afleveringen komen op YouTube.

Dat is in het kort hoe het werkt. De afleveringen gaan nu online komen, een aflevering per week op vrijdag, te beginnen met interviewtjes om de kandidaten voor te stellen. Ik ben er vanaf het begin eerlijk over geweest: die interviewtjes, dat vloggen, dat waren voor mij belangrijke redenen om me niet op te geven. Ik vond (en vind) het niets voor mij en schaam me bij voorbaat al rot. Ik zal daar later ongetwijfeld nog wat meer over schrijven.

Desondanks heb ik me opgegeven. En ben ik geselecteerd. En dat mag iedereen nu eindelijk weten, dat is heel fijn. Ik heb zin om te laten zien wat ik heb gemaakt, maar ik vind het ook heel spannend dat de afleveringen nu online komen (ik weet natuurlijk wat ik heb gefilmd, maar ik heb de afleveringen zelf ook nog niet gezien).

Dit is natuurlijk een uitstekende reden voor een nieuwe blogserie, dus die start ik dan ook bij dezen. In deze serie zal ik je meenemen achter de schermen van de wedstrijd en schrijven over wat je niet terugziet in de afleveringen. Te beginnen met mijn inschrijving en de aanloop naar de wedstrijd.

Meer informatie over de wedstrijd en mijn fantastische medekandidaten vind je alvast hier op de website van Wolplein.
De afleveringen zullen worden gepubliceerd op het YouTube-kanaal van Wolplein.

Kom hier dus zeker nog eens terug voor meer BreiSTER-blogs, en laat het weten als je vragen hebt of als je ergens benieuwd naar bent!

Maakwerk van juli

Oké. Ik schreef vorige keer dat ik die ruit voor op m’n Nightbook Sweater nu af wilde hebben, maar ik heb hem even weggelegd. Niet eens zo bewust, maar ik vond het te veel gedoe om ’m mee te nemen op vakantie en ik heb er weinig plezier in op het moment. Ik kijk nog steeds graag naar alle versies via #nightbooksweater op Instagram en ik wil zo’n trui, maar ik heb nu even geen puf om ’m te maken. Dat geeft ook niet, het kan zo weer veranderen. Ik ben niet iemand die een hele berg WIP’s heeft liggen en maak de meeste dingen (uiteindelijk) af. Dat wil niet zeggen dat ik altijd maar aan één project tegelijk bezig ben en pas naar het volgende ga als ik dat helemaal af heb gemaakt. Er zijn projecten voor verschillende stemmingen en gelegenheden.

Ik ben dus op vakantie geweest, een weekje, normaal gesproken voor mij zeker een moment om lekker te handwerken, maar het is er deze vakantie niet van gekomen. Ik geloof dat ik één ringetje aan mijn boekenlegger heb toegevoegd (waarover later meer). Verder wilde ik ook mijn schouder wat rust gunnen. Ik verdenk nog steeds mijn redactiewerk, maar het vreemde was dat ik op vakantie (zonder laptop, en dus in feite ook zonder handwerken) er eigenlijk meer last van had dan toen ik thuis weer aan het werk was. Ik weet het niet, ik probeer nog steeds maar een beetje rustig aan te doen. Verder sliepen de kinderen slecht en wilden ze het liefst de hele dag door ons vermaakt worden. Wat natuurlijk ook logisch is en (tot op zekere hoogte) ook niet erg. Het lukte naarmate de week vorderde ook wel wat beter om me erbij neer te leggen dat een vakantie met twee kleine kinderen gewoon (ook) heel hard werken is, en we hebben het fijn gehad. Ik was eigenlijk van plan om nog wat langer vakantie te nemen dan dat we van huis waren, maar de aanloop naar de vakantie was erg stressvol, onder andere door een vierde koortsstuip van D. Ik ben in die dagen aardig wat tijd verloren, waardoor ik eerder dan gepland weer aan het werk moest om mijn deadlines te halen. Veel is nu weer in orde, maar niet fijn. Het voelt soms alsof ik een keuze moet maken tussen mijn fysieke gezondheid (schouder) en mijn mentale gezondheid, die zonder meer beter is als ik kan handwerken. Maar niet als ik eigenlijk te moe ben om een patroon te volgen en het dan toch probeer, terwijl het ook weer niet werkt om zomaar wat voor me uit te breien zonder patroon. Het moet interessant genoeg zijn om me af te leiden en het moet iets worden. Moeilijk om daar een goede balans in te vinden.

Tot zover de algemene update, door naar de projecten van deze maand. Blijkbaar zit ik in een groene periode, daar past de Nightbook natuurlijk ook niet bij (ook dit kan zo weer anders zijn).

Frivolité
Eens in de zoveel tijd haal ik toch m’n tatting shuttles (schuitjes of spoeltjes in het Nederlands, geloof ik) weer tevoorschijn. Meestal ben ik er ook vrij snel weer klaar mee, omdat ik dan weer weet hoe moeilijk ik het vind om het echt netjes te krijgen en fouten te herstellen. Ik vind het leuk dat het anders is dan haken en breien, en dat het wat onbekender is. Het kan overal mee naartoe doordat het zo weinig ruimte inneemt (al weet ik vaak sowieso wel een handwerkje in m’n tas te proppen, geen zorgen, desnoods zorg ik voor een grotere tas). Ik hou van de ‘trucjes’ om elementen met elkaar te verbinden of dingen niet te laten opvallen of op een andere plaats uit te komen met je draad (het is vrij lastig om draadjes weg te werken, dus je wilt aan- en afhechten zo veel mogelijk voorkomen). Het lijkt niet echt op touwfiguren maken zoals ik als kind graag deed, maar het doet me er ergens toch aan denken. Het ontstaat meer in je handen dan een breiwerk.

Je hebt er weinig voor nodig, alleen twee shuttles dus (voor sommige patronen maar eentje) en wat garen. Het fijnst is ‘vormvast’ katoen, bijvoorbeeld van het merk Lizbeth. De dikte van de draad bepaalt hoe fijn je werk wordt (en hoe moeilijk het uit de knoop te halen is). Ik gebruik zelf meestal maat 20, dat is de op een na dikste draad. Er zijn supermooie shuttles te koop. Van hout, handgemaakt, helemaal gedecoreerd, maar dat vind ik een beetje overdreven voor hoe weinig ik het doe. Ik heb een stel plastic shuttles van het merk Clover, die zijn heel standaard. In sommige shuttles zit een verwisselbaar spoeltje, maar dat mis ik niet echt bij die van mij. Ik denk zelfs dat ik de draad makkelijker op spanning kan houden zonder. Ik vind het wel heel handig dat er een punt aan zit. Als die er niet aan zit, heb je ook nog een dunne haaknaald nodig om de verbindingen te maken.

Naaldfrivolité (needle tatting) bestaat trouwens ook, de naam zegt het al, dat is met een naald in plaats van een shuttle. Ik vind het juist leuk om een keer iets te doen wat níét met een naald is, en needle tatting is volgens mij vaak wat losser, doordat je afhankelijk bent van de dikte van de naald. Het schijnt wel makkelijker te zijn om te leren.

Mijn grote ‘probleem’ met frivolité is dat ik vaak niet weet wat ik ermee wil maken. Er zijn niet zoveel patronen beschikbaar, en al helemaal weinig patronen die me aanspreken. En ik ben er niet goed genoeg in om zelf iets te kunnen ontwerpen. Je kunt er kleedjes mee maken, decoratieve randjes voor aan je zakdoek, sieraden, sneeuwvlokken voor in de kerstboom… Veel dingen passen niet zo goed bij mij. Een boekenlegger vind ik soms nog wel aardig, maar ja, hoeveel boekenleggers heeft een mens nodig? Ik heb trouwens de indruk dat het nogal een christelijke hobby is, gezien de vele patronen van kruisen die circuleren.

Voor nu ben ik toch weer aan een boekenlegger begonnen, namelijk Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence. Ik moest er wel echt weer even inkomen, ik had nog wat restjes garen die ik wilde gebruiken (dus toch extra draadjes wegwerken). Verder zijn de meeste patronen heel beknopt, en ik wist niet meer waar alles voor stond. Ik heb het patroon ook een klein beetje aangepast, omdat het me niet lukte om een self-closing mock ring met een ring erin en een klein ringetje erbovenop te maken. Ik doe daar nu een onion ring. O, en ik maak telkens één extra knoop tussen de drie ringen in de punten. Geen idee hoe je dat netjes krijgt zonder, want ik weet er dus niet zo veel van. Ik heb dankzij dit patroon wel weer een paar nieuwe technieken geleerd. Die onion rings dus, en verder double picots en thrown rings. Double picots zijn die dubbele lusjes bovenin (de enkele zijn standaard, die moet je meteen leren) en de thrown rings zijn de ringen onderaan, midden in een ketting.

Meestal valt het me tegen hoe langzaam zo’n werkje vordert, ik heb er niet altijd genoeg geduld voor. We gaan zien of en wanneer het af komt!

Patroon: Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence (gratis patroon)
Garen: Lizbeth Crochet Thread (size 20), in de kleur Christmas Green

Boodschappennetje
Mijn zwarte Ilene Bag (te zien in deze blogpost) is nog steeds kwijt (waarschijnlijk definitief), dus ik wilde een nieuwe. Ik vond dat eigenlijk wel een goed excuus om biologisch katoen aan te schaffen in allerlei kekke kleuren, maar gebruiken wat je hebt liggen is natuurlijk nog duurzamer, dus dat besloot ik toen toch maar te doen. Ik vreesde dat ik van mijn linnen top net niet genoeg garen overhad, daarom heb ik het gecombineerd met een restje groen katoen. Waar ik dan weer bijna niet genoeg van had voor de bodem en de rand. De keukenweegschaal kwam er weer aan te pas, en uiteindelijk had ik nog maar zo’n 80 centimeter over van het groene garen, dus de rand had geen ronde langer moeten zijn. Ik moet nu alleen de schouderband nog afmaken, en daar heb ik me toch een hekel aan. Continu keren doordat het zo weinig steken zijn, en dan ook nog 1 recht, 1 averecht. Gelukkig ben ik inmiddels een heel eind. Ik hoop trouwens dat ik de schouderband op de juiste plaats gestart ben. Ik brei de Ilene nu voor de derde keer en heb alle tassen iets dieper gemaakt, maar daardoor kom ik natuurlijk niet helemaal op dezelfde plek uit voor de schouderband. Het patroon zorgt voor een soort spiraal, en ik vind het lastig om te zien of de band nu goed boven de korte kant van de tas zit. Nou ja, hopelijk maakt het niet zoveel uit.

Patroon: Ilene Bag van Hannah Mason (gratis patroon via Ravelry)
Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs) en… groen katoen. Waarschijnlijk van Catania of de Must-have van Yarn and Colors, maar welke kleur precies?
Naalden: 4 mm en 3,5 mm

Sandbank 2
Ik ben begonnen aan mijn tweede Sandbank Shawl! Vorig jaar was dit een van mijn favoriete projecten (boven aan deze blogpost te zien), en hét project waarmee ik alle stress te lijf probeerde te gaan. Ook dit jaar is er helaas weer meer dan voldoende stress in mijn leven, dus wie weet helpt het weer (een beetje). Daarnaast draag ik mijn Sandbank 1 ook gewoon graag. Het is een gigantische, lichte sjaal in de vorm van een halvemaan. Ik heb er destijds speciaal een extra lange rondbreinaald van 150 cm voor gekocht, maar nu ik nog niet zo ver ben brei ik nog op twee naalden (ook nog op een rondbreinaald van 100 cm). Uiteindelijk komen alle steken op die langste naald en brei je een bepaalde herhaling over zestien naalden. Dat komt goed, met behulp van enige administratie (ik moet alleen niet vergeten om een kruisje te zetten als ik eindelijk weer aan het einde van een ronde ben aangekomen). Dan wordt het pas echt relaxed (totdat je bij de schier eindeloze rand aankomt, maar dat is van veel later zorg).

Het begin is niet bepaald relaxed, want daarvoor moet je meer dan 350 steken opzetten met behulp van een speciale techniek die ervoor zorgt dat je vanuit het midden twee kanten op kunt breien. Die techniek gebruik je bijvoorbeeld ook wanneer je sokken vanaf de teen breit, iets wat ik nog nooit heb gedaan. De techniek die in het patroon wordt gesuggereerd lukte me bij mijn eerste shawl niet, en dit keer heb ik ’m niet eens geprobeerd. De Turkish cast-on is redelijk goed gelukt, maar op dit moment niet helemaal onzichtbaar. Maar volgens mij viel het de vorige keer na het opspannen een stuk minder op, dus daar hoop ik nu ook weer op. In het patroon staat ook dat je op bepaalde plaatsen een extra omslag kunt maken als je strak breit, zodat je de punten goed kunt opspannen. En dat die omslagen bij het opspannen volledig verdwijnen. Dat laatste is bij mijn eerste Sandbank zeker niet gebeurd, maar dat vind ik niet zo erg en voor de zekerheid doe ik ze toch maar weer, want het lijkt me problematischer om de vorm er niet goed in te krijgen (dat was vorige keer ook met omslagen een klein drama). Ik ben nu nog niet bij de herhalingen, dus nu is het nog even puzzelen en tellen en opletten dat ik de goede naald gebruik, maar ik weet dat het goed kan komen.

Ik brei deze shawl in Holst Coast, een wol-katoenmix. Ook mijn eerste Sandbank is half wol, half katoen, maar die heb ik gebreid in Organic 350 van Hjertegarn. De garens lijken erg vergelijkbaar, behalve dan dat Coast helaas niet ecologisch is. Ik probeer hier nog altijd op te letten, maar ben zeker geen heilige. In dit geval is mijn slappe excuus dat Coast in veel meer kleuren beschikbaar is dan Organic 350 en dat ik mijn oog liet vallen op deze kleur groen.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de cast-on)

Maakwerk van juni

Het gaat nog steeds een beetje op en af met de breizin. Op sommige dagen had ik weer last van mijn schouder, sommige avonden ‘moest’ ik flarfen, soms was er geen een project waar ik graag aan wilde werken. Toch heb ik wel weer het een en ander te vertellen en te laten zien!

Muts
Dit project kon ik vorige maand nog niet delen. De muts was uiteindelijk wel net af toen ik mijn blogpost publiceerde, maar ik had hem nog niet gegeven. Hij is voor een fantastische baby op wie zijn familie veel te lang heeft moeten wachten. Helaas lukte het me net niet om de muts af te krijgen toen we bij hem op bezoek mochten komen. Ik had twee dagen later een belangrijke deadline voor mijn werk, en het kostte me al moeite genoeg om die te halen, dus uiteindelijk besloot ik mezelf niet nog een deadline op te leggen. Ze wisten er nog niet van en het is voorlopig geen winter, dus het gaf niet, zo hield ik mezelf voor.

Het breien van deze muts viel me behoorlijk tegen. Je denkt misschien: Een muts voor een baby, die heb je toch zo af? Nou, ik deze niet. Ten eerste omdat ik moeite had om de juiste maat te kiezen. ‘Baby’ of ‘Kid Small’ is niet echt heel informatief, en ik heb toch al altijd het idee bij babymutsen dat de maat een gok is. Komt misschien ook doordat mijn D. een vrij klein hoofd heeft, die past nu nog steeds sommige petjes die voor baby’s zijn bedoeld. Een beetje te groot maakt niet uit, te klein zou jammer zijn. Nu moet ik ook niet klagen, want dit patroon was gratis, ik had geen proeflapje gemaakt en verder ook niet heel goed gekeken naar het garen en de naalden. Het aangeraden garen was sport weight, en dat wat ik nog had liggen ook. Tot zover mijn research. Ik weet dat wol warmer is, maar ik gebruik voor babybreisels toch graag katoen, zodat ze in de wasmachine kunnen. Bij dit patroon zit er trouwens een dubbele laag over de oren én is de stof vrij dicht doordat je een slipsteek gebruikt. Ik hoop daarom dat hij toch warm genoeg is.

Over die slipsteek gesproken, wat een drama was dat! Ik heb wel vaker slipsteken gebruikt (bijvoorbeeld in mijn Trove), maar deze hele muts bestaat eruit, en je breit hier grotendeels in een kleur. Bij een slipsteek sla je dus een steek over, je verplaatst hem van je linkernaald naar je rechternaald zonder hem te breien. In deze muts sla je steeds een steek over en dan brei je er een, en dan sla je er weer een over en dan brei je er weer een. Als je aan het eind van de ronde bent, draai je de volgorde om, zodat je niet steeds dezelfde steken wel en niet breit. Ik vergat zo vaak in welke volgorde ik het aan het doen was, of ik breide per ongeluk twee steken achter elkaar, en dan kwam ik aan het eind van de naald weer verkeerd uit. Erg frustrerend, zeker omdat ik het bij deze steek supermoeilijk vond om foutjes te herstellen.
Daarbij duurde het ook heel lang voor ik überhaupt op gang was. Ik ben een aantal keer helemaal opnieuw begonnen. De steken zaten toch ineens weer gedraaid op de naald (altijd lastig, die eerste naalden bij rondbreien), het lukte niet om een fout te herstellen, ik dacht dat de muts veel te groot zou worden, ik dacht dat de muts veel te klein zou worden (is serieus allebei voorgekomen), noem maar op. Na een aantal pogingen kwam ik zowaar aan bij de striped cuff waaraan het patroon zijn naam te danken heeft. Ik was bang dat ik niet genoeg garen zou hebben als ik die in twee kleuren zou breien, dus ik besloot meer kleuren te gebruiken. Ik realiseerde me echter niet dat het een stuk strakker zou worden als ik dat in een ronde zou doen. Dus wéér uitgehaald, en toen besloten om twee kleuren per ronde te gebruiken en verticaal af te wisselen. Uiteindelijk ben ik superblij met de kleuren! En door de verschillende kleuren was het daar ook veel makkelijker om te zien waar ik was. Ik heb de boord uiteindelijk 16 rondes hoog gemaakt, keer twee, want slipsteek, keer twee, want dubbelgevouwen. Ik paste hetzelfde trucje toe als vorige maand bij mijn linnen top, en ik hield weer een steek over? Waarschijnlijk toch iets verkeerd gedaan, maar ik zag geen gevallen steken (onthoud deze uitspraak even, als je wilt).

De minderingen aan de bovenkant waren ook nog wel een ding, lastig om die netjes te krijgen. Maar uiteindelijk ben ik toch best tevreden. En ja, D. paste hem dus, dus die kon model staan. De baby waar de muts voor is, is tot nu toe ook vrij klein, dus waarschijnlijk duurt het even voor die hem past, maar ach. Met liefde gemaakt!

Patroon: Striped Cuff Hat van Jake Canton, gratis via Purl Soho
Garen: Catania Solid in de kleuren Natur en Royal (denk ik), Yarn and Colors Must-have in de kleuren Mustard, Blue Lake en Grass
Maat: Kid Small
Naalden: 4,0 mm

Linnen top
Bij de vorige update was ik aanbeland bij de mouwen. De eerste mouw ging moeizaam. De trinity stitch is helemaal niet zo moeilijk, en toch breide ik steeds de verkeerde steken samen. En uiteraard kwam ik daar dan pas achter aan het eind van de toer. Verder wist ik niet zo goed hoe lang en hoe wijd ik de mouwen wilde. Ik heb dat deels bepaald op basis van: ‘Ik ben het zat!’ Ik besloot ook om flink te minderen voor de boord. Die boord wilde ik dan weer dubbelvouwen, maar ik had er niet aan gedacht om alvast een hulpdraad door m’n mouw te rijgen bij de eerste toer van de boord. Geen idee waarom niet, want de onderkant van het lijf was ook al lastig omdat ik dat niet had gedaan. Dat was dus weer even flink prutsen. En hierbij hield ik ineens geen steek over. Ik denk dat dat klopt, maar ik vond het een beetje onheilspellend, aangezien dat twee keer eerder dus wel zo was.

En toen kwam mouw 2, en die vloog van mijn naalden. Nu wist ik natuurlijk wel hoe lang en hoe wijd die moest worden (dat had ik zowaar opgeschreven ook), maar het scheelt een hoop als de trinity stitch foutloos is in alle toeren (iets met concentratie?) en je wél aan de hulpdraad denkt. De boord van mouw 2 ziet er dan ook beter uit.

Toen hoefde ik plotseling alleen nog maar de draadjes weg te werken. Ik heb hier horrorverhalen over gehoord; omdat linnen garen niet ‘plakt’ (in tegenstelling tot sommige soorten wol) zou dat niet goed blijven zitten. We zullen zien. Ik doe bij katoen eerlijk gezegd ook nooit iets speciaals, en dat kan toch ook vrij glad zijn. Ik heb nu bij een nieuwe draad steeds een paar steken met de oude en de nieuwe draad gebreid en de eindjes aan de achterkant weggewerkt. Zoals ik dat eigenlijk altijd doe. Ik heb een vrij grote hekel aan draadjes wegwerken, dus ik zag het niet zitten om met naaigaren in dezelfde kleur alles vast te gaan zetten (dat was een tip die ik tegenkwam). Ik heb sommige eindjes ook kunnen wegwerken in de dubbelgevouwen boorden, ik hoop dat dat in ieder geval blijft zitten.

Ik had de top gepast, gewassen, nog eens gepast en was tevreden. Toen bleef hij weer een tijdje liggen, tot ik tijd had om verder te werken aan deze blog en bedacht dat ik er nog foto’s van moest maken. Hm, toch beter even aantrekken dan op een hanger. Misschien dat M. straks even… Hé, wat is dat daar? Dat was dus tóch een gevallen steek. Aan de achterkant van het lijf (hoop ik, eerlijk gezegd kost het me nog wel eens moeite om te bepalen wat de voorkant is en wat de achterkant). Ik begrijp niet hoe die me al die tijd ontgaan kan zijn. In eerste instantie besloot ik hem op te halen met een haaknaald en vast te zetten aan de boord. Dat ging wel, maar was een erg dom idee, want het viel heel erg op. Toen toch besloten om alles weer los te peuteren, de steek weer te laten vallen tot ongeveer waar ik hem had aangetroffen en hem daar vast te zetten. Als ik dat nu meteen had bedacht… Dat had me een hoop tijd gescheeld en dan had het er waarschijnlijk beter uitgezien, want nu moest ik erg prutsen om de ontstane ladder een beetje te verbergen. Dat is niet helemaal gelukt, maar het is voor mij acceptabel nu. De rest is lang niet gek, voor het eerste kledingstuk dat ik zonder patroon heb gebreid. Ik hoop nu natuurlijk wel dat er niet alsnog een gevallen steek opduikt in de muts…

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Nightbook
Ik moet misschien gewoon af en toe naar een foto van m’n Nightbook kijken (stop and admire), om van een afstandje te kunnen zien dat het heus nog wel iets kan worden. En zo vreemd is het natuurlijk ook niet dat ik nog niet zo ver ben met deze trui. S. weet het aan het mooie weer, maar ik weet niet, ik vind het gewoon lastig om ermee te gaan zitten. Ik pak hem niet makkelijk even op door die vier bollen die eraan hangen en het gaat me te langzaam (volgens mij schrijf ik inmiddels elke maand iets dergelijks). Mijn doel was om deze maand voorbij het breedste punt van de ruit voorop te zijn, en dat is gelukt. Volgende maand wil ik klaar zijn met die ruit, ook dat moet te doen zijn. Het heeft ook geen haast.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Steekmarkeerders
Ik kon wel iets vrolijks gebruiken, dus ik besloot mezelf te trakteren op een paar steekmarkeerders van The Happy Kiwi. Het was nog moeilijk kiezen en Etsy had kuren, maar al snel kreeg ik een superleuk pakje van eigenaresse Kylie. En zodra S. ze zag, wist ze een cadeautje voor haar verjaardag, haha. Dus als je nog steekmarkeerders zoekt (en die zoek je natuurlijk altijd, ik tenminste wel, want ik heb vooral veel van die goedkope plastic exemplaren en daar sneuvelt er nog wel eens een van): dikke aanrader!

Maakwerk van mei

Nightbook
Ik heb deze maand niet zoveel aan mijn Nightbook gewerkt. Ik heb wel de vier bollen die aan mijn werk hangen weer aardig uit de knoop gehaald (voor hoelang het duurt). Misschien had ik toch niet in het midden moeten beginnen met afwikkelen. Ik weet niet hoe het komt, maar dat gaat standaard mis bij mij. Dan heb ik toch liever dat een bol af en toe wegrolt. Ik ben nu bezig aan het lijf, waar twee verschillende patronen in voorkomen: een grote ruit met een zigzag aan weerszijden aan de voorkant, en verder groepjes van vijf streepjes in drie verschillende lengtes. Bij die streepjes moet ik in sommige rondes ook weer de draad ‘vangen’ achter het werk, misschien dat ik er daardoor minder zin in heb. Het zou mooi zijn als ik volgende maand in ieder geval voorbij het breedste punt van die ruit ben, dat lijkt me een haalbaar doel.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top had natuurlijk eigenlijk af moeten zijn, met het mooie weer nu. Helaas is dat nog niet gelukt. Ik heb inmiddels wel het lijf af. De tweede keer breide ik dat wat smaller, ik begon met minder steken en deed de waist shaping ook iets anders: meer minderingen en daarna minder meerderingen. Ik was van plan om hem korter te maken dan de eerste keer, dat was een van de redenen om het lijf opnieuw te breien. Ik heb gemeten, ik heb gerekend, maar blijkbaar toch weer niet secuur genoeg, want hij werd nog steeds te lang naar mijn smaak (niet meer veel te lang, maar wel nog steeds te lang). Daardoor kwam ik eigenlijk niet helemaal lekker uit met m’n waist shaping, maar ik had echt geen zin om het lijf een derde keer te breien en ik dacht niet dat het heel erg zou opvallen, dus toen heb ik besloten om eerder dan gepland door te gaan naar de boord. Die heb ik dan wel weer wat langer gemaakt. Ik wilde aan de onderkant net als bij de hals een dubbelgevouwen boord, niet gehinderd door enige kennis over hoe je dat kunt doen. Oftewel: dat heb ik ook twee keer gedaan, omdat ik de eerste keer scheef ging bij het aan elkaar breien. Daarna bedacht ik dat ik een draad kon rijgen door de steken waar ik de onderkant aan vast wilde breien, zodat ik beter kon zien welke steken dat waren. Terwijl ik daarmee bezig was, was D. druk met stickers afpakken van S. en die verfrommelen en/of in haar mond stoppen. Dat vond S. natuurlijk niet leuk en uiteraard luisterde D. niet toen ik zei dat ze dat niet mocht doen, dus op een gegeven moment moest ik m’n breiwerk aan de kant gooien en achter haar aanrennen om die sticker van haar af te pakken (breiend ouderschap is geweldig in theorie, maar in de praktijk werkt het niet zo goed bij peuters). Daarbij moet mijn naald van de draad zijn gegleden, want die bleek ineens weg toen ik terugkwam. En tot op de dag van vandaag heb ik hem niet terug kunnen vinden… Heel irritant, want ik gebruikte die naald voor zo’n beetje al het rijgen en naaien dat bij handwerken komt kijken. Ik heb nog andere naalden, zo erg was ik er nu ook weer niet aan gehecht en het was ook niet zo’n bijzondere naald dat die nergens verkrijgbaar is. Ik was/ben vooral bang dat D. hem eerder terugvindt dan ik, en hem dan in haar mond stopt. Ook al vraagt ze meestal eerst ‘Deze dan?’ (‘Wat is dit?’) als ze iets vindt en is de kans inmiddels niet meer zo groot dat zij hem ineens wél vindt. Misschien is hij toch ergens tussen de kussens van de bank verdwenen. Daar heb ik al meerdere keren gekeken/gevoeld, maar daarbij vond ik alleen twee kleurpotloden en een steekmarkeerder. Het is al vaker gebeurd, wil ik maar zeggen. Nu ik het opschrijf, word ik er prompt weer onrustig van. Argh, waar is dat ding?

Terug naar de top, de tweede keer lukte het me wel om het recht aan elkaar te breien, al hield ik aan het eind een steek over. Dat was een beetje onheilspellend, maar ik heb tot nu toe niet gezien dat er iets los kwam, dus hopelijk heb ik de draad per ongeluk door een extra lusje geregen of zo en heb ik geen steek overgeslagen. Misschien heeft het iets te maken met het begin van de ronde? Ik ben nu in ieder geval een stuk tevredener met de pasvorm en hoe de top eruitziet. Nu moet ik alleen de mouwen nog afbreien, en het plan is dat die kort worden, dus dat zou niet zoveel werk moeten zijn, zou je zeggen. Alleen weet ik nog niet precies hoe wijd en hoe lang ik ze wil hebben en zonk de moed me alweer in de schoenen bij het idee dat ik dan weer verder moet breien in trinity stitch, want daar maak ik snel fouten in en het gaat sloom. Ik ben nu net begonnen aan de eerste mouw. Het zijn er twee, dus dat lijkt me wel voldoende recht doen aan het thema ‘twee keer’.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ik ben ook nog bezig geweest met een ander projectje, maar daar hoop ik je volgende maand iets van te kunnen laten zien.

Cadeautjes
Ik heb van R. & C. een magazine van Lana Grossa en een cadeaukaart van Wolplein gekregen. Yay :) Ik weet nog niet of ik iets uit het magazine ga maken, ik heb al gezien dat je bij de meeste patronen de delen achteraf aan elkaar moet naaien, en ik ben die naald dus kwijt als ik ergens een hekel aan heb… M. kwam door dit cadeau met het idee om een keer naar het zogeheten Wolplein Inspiratiecentrum in Zaltbommel te gaan, en dat lijkt me leuk. Als trouwe kijkers van de HaakSTER moeten we daar toch eens geweest zijn! Dit jaar gaan ze trouwens een HaakSTER en een BreiSTER maken, dus dat is een leuk vooruitzicht.

Ravelry
Op dit moment gebruik ik Ravelry af en toe, vooral om dingen op te zoeken (patronen, mijn eigen aantekeningen bij oude projecten enzovoort). Dat lijkt in Dark Mode redelijk te gaan voor mij, maar ik blijf wel steeds zo kort mogelijk op de site. Als ik weer een patroon wil kopen, ga ik eerst kijken of het ergens anders verkrijgbaar is. Mijn twee eigen patronen, die verkrijgbaar waren via de site, heb ik voor nu gedeactiveerd. Ik had dat eerder nog niet gedaan omdat ik niet goed wist wat ik ermee moest. Dat weet ik nog steeds niet, maar aangezien vorig jaar slechts twee mensen een patroon hebben gekocht, is het allemaal niet zo’n ramp. Mocht iemand toch graag een patroon willen hebben, dan kan ik altijd gewoon een factuur sturen, zoals ik ook doe voor mijn redactiewerk. Ik zie nog wel. Het zou natuurlijk heel goed zijn als ik een ander verkoopkanaal vond en als ik mijn gekochte patronen en aantekeningen zou exporteren, maar daar heb ik nog altijd geen puf voor. Ik wilde echter wel iets doen, niet alleen vanwege de toegankelijkheidsproblemen, maar ook omdat een van de stichters nu ook aan het flirten is met NFT en cryptocurrency. Daar weet ik amper iets van en het is voor mij ook lastig te volgen in het Engels, maar ik begreep dat de hele bliksemse boel in elkaar gaat storten de gevolgen voor het milieu en de economie groot kunnen zijn. Iets concreter: het zou zeer veel energie kunnen kosten als je een patroon zelfs maar opent en ontwerpers zouden nog minder gaan verdienen aan hun patronen. In deze blog legt Victoria Marchant het een en ander erover uit. Ik blijf het volgen, maar nu dacht ik vooral: Ik wil hier niets mee te maken hebben. Ik vind het wel nog steeds heel jammer, in bepaalde opzichten is het zo’n mooie site.

Maakwerk van april

Het was een vrij dramatische maand hier, en het is nog lang niet allemaal opgelost, dus ik heb het maar gehouden bij de projecten waar ik al aan bezig was. Erg weinig energie voor andere dingen. Wat ook positief is, want ik vind het niet fijn om talloze projecten te hebben rondslingeren. Ik moet het ook een beetje rustig aan doen, want m’n schouder vindt het allemaal niet zo tof. Waarschijnlijk weer een combinatie van RSI, stress, met kinderen rondsjouwen en handwerken.

Nightbook
Ik ben druk bezig aan mijn Nightbook, en dat zal nog wel even zo blijven ook. Hij lijkt mooi te worden, maar op dit moment vind ik het vooral niet opschieten. Ik wist natuurlijk van tevoren dat het veel werk zou worden, maar het is ook echt veel werk… Inmiddels heb ik de hele yoke af. Ik heb dus nu de steken voor de mouwen opzijgezet en ben bezig aan het lijf. Ik heb eerder vooral raglantruien gebreid, met meerderingen op vaste punten elke tweede naald. Dat kan hier niet door het patroon, hierbij meerder je in bepaalde naalden veel steken. Waarschijnlijk standaard bij dit soort patronen, maar ik vond het toch ingenieus.

Het blijft een heel gedoe dat er vier bollen aan mijn werk hangen, maar het breien met twee kleuren gaat nu best goed. Ik laat nu ook steeds aan het begin van elke ronde de eerste steek van mijn linker- naar mijn rechternaald glijden zonder die te breien (het begin van mijn ronde schuift dus telkens een steek op naar links). Dat is door het patroon wat ingewikkeld, maar ik ben erachter gekomen dat dat voor mij wel dé manier is om te voorkomen dat het patroon verspringt. Toen ik dat niet deed, zag je namelijk heel duidelijk waar de nieuwe ronde begon, en dat was heel lelijk. Misschien is dit ook zoiets dat iedereen die veel in veel kleuren breit weet, maar voor mij was het nieuw.

Het is erg leuk om dit project af en toe te laten zien op Instagram. Ten eerste omdat het er goed uitziet (al zeg ik het zelf), maar ook omdat meer mensen er op dit moment een maken. Er is nu ook net een KAL gestart van de ontwerper waar je ook aan mee mag doen als je al bezig was aan een van haar ontwerpen. En zowel de ontwerper als de vrouw die mijn garen heeft geverfd delen zulke projecten graag in hun Stories. Aan aanmoediging dus geen gebrek.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top is nog steeds mijn tv-breiproject, want dat kan mijn Nightbook meestal echt niet zijn. Ik was heel ver met het lijf, maar toen ging ik hem passen en was ik er niet tevreden over. Te wijd, vooral aan de onderkant, en ook wat te lang. Dus ik ben helemaal teruggegaan naar de mouwen, heb minder steken opgezet bij de armsgaten en ga nu ook de minderingen en meerderingen anders verdelen. En dan maar weer zien hoe dat uitpakt. Ik wil hem zeker niet strak laten aansluiten, dus ik heb wat speling, maar er moet natuurlijk wel iets van model in zitten.

Onder andere door m’n schouder en Ravelry heb ik een klein handwerkdipje. Terwijl ik er doorgaans ook veel rust uit haal, dus dat is irritant. Ik heb het garen van het mislukte verfexperiment met avocado dat ik nog steeds uit de knoop moest zien te halen voor een nieuwe poging trouwens weggegooid. Het lag er al een jaar of zo en ineens had ik er genoeg van. De avocadoschillen en -pitten die ik nog had ingevroren, liggen inmiddels ook in de gft-container (die ik gisteren voor het eerst hoogstpersoonlijk heb gereinigd, dat wilde ik toch even kwijt, het was hard nodig en empowering). S. heeft een stuk meer succes met dit soort verfexperimenten en had wel belangstelling voor de uienschillen. Misschien dat ik er ooit wel weer zin in krijg, maar nu ben ik er toch een beetje teleurgesteld over en trekt het me niet zo.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ravelry
Ondertussen is de actie waarbij mensen uitgelogd waren bij Ravelry uit solidariteit met mensen die gezondheidsklachten kregen van de site voorbij. Het wende snel, moet ik zeggen. De actie werd al snel verlengd tot een week en mijn eerste gedachte was: 6 april? Moet ik zo lang zonder? Maar ik realiseerde me ook dat ik er tot voor kort (voordat ze Classic eraf gooiden) nog op kon, en dat dat voor veel mensen niet gold. Dat dat het hele punt was. Na de actie heb ik de site bijna niet bezocht, misschien twee keer even ingelogd om te kijken of er nog iets gebeurd was en een enkel patroon opgezocht. Voorheen zat ik er vrijwel dagelijks op, dus dat is een groot verschil. Het scheelt natuurlijk dat ik op dit moment niet actief op zoek ben naar nieuwe projecten.

Ik heb veel verhalen gelezen en ook reacties gekregen van mensen die blij waren met mijn steun. Daar voelde ik me eerlijk gezegd wat ongemakkelijk onder, want zoveel doe ik niet. Als ze Classic erop hadden laten staan, had ik het ook verwerpelijk gevonden, maar had ik er waarschijnlijk nog steeds gebruik van gemaakt. Mijn patronen staan er ook nog op. Ja, dat zijn er maar twee die toch (bijna) niemand koopt, maar het zou natuurlijk beter zijn om ze offline te halen of ergens anders onder te brengen. Ik heb er geen puf voor, net zoals dat ik vooralsnog geen systeem heb opgezet om mijn projecten buiten Ravelry bij te houden. Het begint me te duizelen zodra ik er iets over lees. Het heeft lang geduurd voor ik er enigszins achter was hoe het werkt met online (en internationaal) patronen verkopen, erg veel moeite voor die paar patronen die ik tot nu toe heb verkocht, veel dingen vind ik nog steeds vaag en stressvol, en dat deel lijkt bij Ravelry goed te zijn geregeld. En ja, dat geeft aan hoe belangrijk geld verdienen voor ze is en dat je ze daar juist zou kunnen/moeten raken, aangezien ze niet gevoelig lijken te zijn voor gebruikers met klachten.

Het pleit mij zeker niet vrij, maar in die zin ben ik ook teleurgesteld in mensen. Zeker ook in bekende ontwerpers. Ik was een tijd geleden een keer nieuwsgierig naar de populairste patronen voor truien op de site. Je kunt filteren op populariteit en de eerste pagina’s van de zoekresultaten stonden vol truien van heel weinig verschillende ontwerpers. Minder dan tien personen, volgens mij, het viel me echt op. We breien grotendeels met z’n allen dezelfde ontwerpen. Ik snap het dilemma van die ontwerpers, voor sommigen is dit hun belangrijkste inkomstenbron, maar aan de andere kant hadden zij met een paar mensen een veel krachtiger statement kunnen maken dan de duizenden mensen die uitlogden. Dat hebben ze niet gedaan. Sommigen bieden hun patronen wel ook te koop aan via een ander platform en/of hun eigen website. Ik weet niet of dat al zo was, maar ik heb ze er in ieder geval niet over gehoord. Normaal gesproken trek ik ontwerpers echt niet na voor ik een patroon van ze koop, maar ik merk dat het hierbij toch ergens in mijn achterhoofd blijft zitten. En ook dat ik denk: Stel dat je groot fan bent van iemands ontwerpen, je gezondheidsproblemen hebt gekregen door Ravelry en alle shit over je heen hebt gekregen en jouw favo ontwerper doet vervolgens alsof er niks aan de hand is en post nota bene tijdens de solidariteitsactie allerlei dingen over nieuwe patronen en kortingscodes voor Ravelry. Hoe kut moet dat wel niet voelen?

Het geeft ook in het algemeen stof tot nadenken (dat kun je overdreven vinden, maar met de vibes van 4 mei is het niet zo’n grote stap). Hoe ver ben je bereid te gaan? Kom je ook in actie als je daar bepaalde offers voor moet brengen, als het je moeite kost, als het je kan schaden? Of spreek je je alleen uit als het jou toch niet echt raakt, om vanuit je eigen comfortabele, veilige positie een goed figuur te slaan? Wat heeft de ander aan jou als het erop aankomt? Aan mij niet veel, zo blijkt maar weer.

Fiber Club lijkt me op dit moment het meest veelbelovend. Van alle alternatieven die ik heb gezien, lijken zij de functies die ik op Ravelry gebruik(te) het best te benaderen. Ik heb er echter ook de nodige vragen en twijfels over. Allereerst zijn ze nog niet live, dus er valt nu nog niet zoveel over te zeggen. Als ik het goed begrijp, heeft iemand dit voornamelijk bedacht uit onvrede met Ravelry en gaat haar partner nu over de ‘technische details’. Kunnen zij ook echt bouwen wat ze voor ogen hebben? Geen idee. Ze berichten af en toe over waar ze staan en schreven laatst dat ze dit najaar live hopen te gaan, maar in eerste instantie alleen met gratis patronen, dus zonder dat je er patronen kunt kopen en verkopen. Dus ik denk dat je er dan verder vooral projecten op kunt bijhouden en contact kunt hebben met anderen. Volgens mij zitten ze vooral met het betaalsysteem, btw enzovoort. In het ideale geval richt je je natuurlijk op gebruikers én op ontwerpers. Dat is blijkbaar geen optie, waardoor ze het terecht een kip-of-eikwestie noemen: ontwerpers willen dat er veel gebruikers zijn die hun patronen kunnen kopen, gebruikers willen dat ze uit veel patronen kunnen kiezen. Heel interessant om te volgen, maar nog niet veel meer dan dat. Daarnaast vraag ik me serieus af of het niet te woke voor mij gaat worden. Ze lijken tot nu toe een beetje te blijven steken in terminologie, politieke correctheid en goede bedoelingen. Ze putten zich uit in excuses toen ze een keer ‘we stand for’ hadden geschreven (kwetsend voor mensen die niet kunnen staan). Ze geven nu al expliciet aan dat ze ontwerpers zullen gaan natrekken, dat ze alleen zullen kiezen voor ontwerpers ‘that match our values’. Ik vrees een beetje dat het een platform wordt waarop iedereen elkaar voortdurend de maat gaat zitten nemen. De tijd zal het leren!

Maakwerk van maart

Nightbook

Ik kon er echt niet meer onderuit, S. kwam langs met haar haspel en wolwinder (ik hoop dat dat de goede termen zijn) en daarmee was het opwinden van meer dan 2000 meter garen een fluitje van een cent (behalve toen dochter S. ineens de verkeerde kant op draaide, maar zelfs dat kwam goed). En toen had ik ineens vijf yarn cakes, drie in de achtergrondkleur en twee in de contrastkleur.

Toen moest ik een proeflapje gaan breien. Dat deed ik eerst maar eens op 3,25 mm, de naalddikte die in het patroon wordt gesuggereerd. Als die goed was, zou dat wel een probleem zijn, want dan zouden de boorden op 2,75 mm moeten en die dikte had ik niet. Het is een gangbare Amerikaanse maat (US 3), maar in Nederland zijn de meeste naalden ,0 of ,5 mm. Maar goed, dat zou ik later wel zien. Ik breide dus een proeflapje. De kleuren kwamen mooier uit dan ik dacht, het lukte best goed om met twee kleuren te breien en ik haalde zelfs de Instagram Stories van de ontwerpster, maar waar ik al bang voor was tijdens het breien bleek het geval na het opspannen: om een of andere reden was het proeflapje veel te lang, terwijl ik de breedte amper haalde. Normaal gesproken is het vooral belangrijk dat de breedte klopt, aan de lengte kun je vaak veel meer aanpassen, maar dit patroon is zo druk dat dat meteen nogal ingrijpend zou zijn. Hulplijn S. ingeschakeld (met veel sippe smileys, ben ik eindelijk begonnen, begint het zo), en die zei dat ik eerst maar eens een proeflapje rond moest breien. Toen ik daar meer informatie over ging opzoeken, bleek overal te staan dat je dat absoluut altijd moet doen als je patroon rond wordt gebreid. Ik brei als het even kan alles rond, maar had dat dus nog nooit gedaan… En ik heb al zo’n hekel aan proeflapjes. Je kunt wel een beetje sjoemelen door elke naald recht te breien en de draad achterlangs te laten lopen naar het begin van de naald. Daarmee imiteer je dan rondbreien. Dat heb ik gedaan, wat nog niet meeviel in twee kleuren, ik had er even niet bij stilgestaan dat er dan dubbel zoveel draden achterlangs zouden lopen. Dit proeflapje was zowaar iets minder te lang, maar wel nog steeds te lang en te smal. Andere naalden gebruiken leek dus niet zoveel zin te hebben: bij dunnere naalden zou het proeflapje nog smaller worden, bij dikkere naalden nog langer. Ander garen is op dit moment voor mij eigenlijk geen optie (want welk garen dan en wat zou ik dan hiervan maken), dus ik zet voor nu vol in op de struisvogeltactiek en hoop heel erg dat ik ermee wegkom. En dat zou nog kunnen lukken ook, want truipatronen zijn vaak te kort naar mijn smaak en maat M zou bij mij best wat positive ease moeten hebben. Het enige is dat ik altijd een beetje wantrouwig ben over maten die puur zijn gebaseerd op borstomtrek; ik ben vrij plat, maar niet klein, dus dat matcht niet altijd even lekker. Ook deze trui wordt top-down gebreid, dus we gaan het redelijk snel zien.

Inmiddels heb ik een rondbreinaald 2,75 mm gekocht bij Batts and Threads en ben ik eraan begonnen. Een van de opties in het patroon (het patroon staat vol opties en tips en schema’s, heel informatief, maar ook een beetje intimiderend) is een folded neckband, waarbij je de boord dubbel zo hoog breit, hem dubbelvouwt en vastbreit aan de opzettoer. Ik had die techniek al uitgeprobeerd in mijn linnen top, maar nog niet in boordsteek. Het leek me wel wat om het hier ook te doen, na het drama met de tubular bind off in m’n Trove sweater. Ik koos ervoor om de steken op te zetten op een restje garen, zodat ik ze later makkelijk zou kunnen opnemen. Dat stond niet in het patroon, dus ik was even bang dat ik dacht het beter te weten dan het patroon (altijd gevaarlijk) en dat dan later zou blijken dat het om een of andere reden niet zo zou kunnen. De boorden worden met gedraaide steken gebreid, dus dat kostte net even wat meer moeite dan normaal, maar het lijkt tot nu toe wel te werken. Het ziet er nu al klein uit, maar de hals lijkt bij anderen ook vrij hoog en de boord past over mijn hoofd, dus ik ga eerst maar even verder. Ik ben nu net begonnen om met twee kleuren te breien, en ik moet er nog aan wennen. Ik wissel de garens dus af om kleurverschil zo veel mogelijk te voorkomen, wat betekent dat er vier bollen aan m’n werk hangen. En ik ben nog een beetje aan het goochelen met mijn floats: als je lang niet breit met een bepaalde kleur, moet je die zo nu en dan aan de achterkant vastmaken, anders hangen er veel te lange lussen, maar daar ben ik nog niet zo handig in. Verderop wordt het patroon zo druk dat de kleuren vaak genoeg wisselen, maar nu nog even niet. Hoewel het patroon zeer uitgebreid is, mis ik toch informatie over ‘jogless stripes’ (als je rond breit, brei je eigenlijk in een spiraal, en bij strepen valt dat op als je niets doet) en het afwisselen van de garens (aangezien de sample ook met handgeverfd garen is gebreid). Al met al vergt het vaak meer concentratie dan ik heb, maar ik wil er zo graag mee verder. Dus dan maak ik weer fouten en moet het weer opnieuw.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top

Ik ben ook nog steeds bezig met de linnen top die ik zelf ‘ontwerp’. Ik ben een stuk verder dan vorige maand. Toen was ik nog bezig aan de mouwen, de steken daarvan zitten nu op een restje garen. Dat is fijn, want de steek die ik ervoor had uitgekozen, was nog best een gedoe. Ik vond het wel heel lastig om te bepalen hoe diep de armsgaten moesten worden. En ik weet nog niet hoe ik uiteindelijk de mouwen ga afmaken. Ik wil er misschien alleen nog maar een boord aan breien omdat ze al best lang zijn, maar ik kan slecht inschatten hoe wijd ze worden. Pofmouwtjes zijn helemaal in, toch? :)
Nu ik aan het lijf bezig ben, brei ik gewoon rond en rond en rond. Ideaal om tv bij te kijken (hoewel mijn favoriete programma De Mol weer zó spannend en geweldig was dat ik alsnog iets verkeerd had gedaan). Ik probeer nog wel iets van waist shaping toe te voegen. Geen idee of dat iets wordt, maar interessant is het zeker. Ik ben ook nog steeds benieuwd wat dit garen gaat doen als ik het was, trouwens.

Boodschappennetje

Ik denk dat ik mijn boodschappennetje (de Ilene Bag) van verloren ben. Misschien in een winkelwagentje laten liggen? Ik kan het nergens meer vinden, in ieder geval. Oké, het klinkt natuurlijk belachelijk, kan gebeuren, het is maar een (leeg) boodschappennetje en ik kan gewoon een nieuw exemplaar breien (mooi excuus om garen te kopen), maar het vloog me echt even aan. D. is alweer een aantal dagen flink ziek, ik maak me zoals altijd veel zorgen, M. is ook niet lekker, dus ik moet wel door, en ineens kon ik alleen nog maar denken aan dat ik aan dat tasje heb zitten breien toen ze op de ic lag en wat nou als ze daar weer terechtkomt. Zucht. Ik hoop dat ik de komende maand wat meer rust kan vinden (wat ik sowieso nog steeds heel lastig vind in de pandemie).

Ravelry

Ik ben momenteel nog steeds uitgelogd van Ravelry, uit solidariteit met de mensen bij wie het nieuwe websiteontwerp gezondheidsklachten veroorzaakt (migraine, epileptische aanvallen, in die hoek). Zelf kreeg ik trouwens ook een gek soort hoofdpijn, waardoor ik de voorkeur gaf aan het thema Classic en dat heb gebruikt tot ze het verwijderden. Om een of andere reden gaat het team van Ravelry erg slecht om met de situatie: ze bagatelliseren de klachten, beschuldigen mensen van liegen, verwijderen kritische berichten enzovoort. En ze weigeren vooral iets aan het ontwerp te veranderen, waardoor veel mensen nu de site niet meer kunnen gebruiken. Het is heel vreemd en vervelend allemaal.

Ravelry is een Amerikaanse website, een gigantische database van patronen en garens. Je kunt met behulp van talloze filters patronen zoeken, die aanschaffen, je eigen projecten erop zetten met foto’s en notities, projecten van anderen bekijken, contact leggen met anderen, er zit een enorm forum bij… Het is dé website voor handwerkliefhebbers van over de hele wereld. Of dat was het in ieder geval. Ik heb al jaren een account daar, al mijn projecten staan erop, mijn patronen zijn er te koop, het zoeken naar patronen was voor mij een hobby op zich, en ik heb enorm veel gehad aan de notities en hulp en ideeën van andere mensen. De site kwam altijd over als bijzonder progressief, uitgesproken op een Amerikaanse manier. Zo waren ze erg tegen Trump en leken ze altijd zeer begaan met de LHBTIQ+-gemeenschap en Black Lives Matter. Nu lijken ze echter vooral bezig te zijn met zichzelf, waardoor ik me toch een beetje afvraag in hoeverre die andere dingen oprecht waren.

Ik weet niet zo goed wat ik nu moet doen. Op dit moment weet ik niet in hoeverre ikzelf de site klachtenvrij kan gebruiken. Er zijn hele tutorials voor hoe je je eigen content kunt exporteren. Ik heb daar weinig puf voor, en dan heb je ‘alleen maar’ je eigen content, terwijl juist de informatie van anderen zo waardevol is. Natuurlijk kun je ook elders dingen vinden, bijvoorbeeld op Instagram, maar de meer technische details vind ik eigenlijk voornamelijk op Ravelry. Andere, kleinere websites bieden momenteel niet het totaalpakket van Ravelry. Wat ga ik doen met mijn patronen? Laat ik ze daar staan, ga ik ze via een ander kanaal verkopen, stop ik daar helemaal mee? Ik weet het niet. En stel dat ikzelf de website wel weer gewoon kan gebruiken, wil ik dat dan nog, na alles wat er is gebeurd? Is het niet sowieso hypocriet, aangezien er waarschijnlijk ethisch gezien ook van alles mis is met andere websites die ik gebruik? Het liefst zou ik denk ik willen dat ze ‘tot inkeer komen’ en dat iedereen weer verder kan, maar de kans dat dat gebeurt lijkt klein.