Celestarium: administratie

Ik zit nu op ongeveer 22 procent. Het gaat dus nog niet al te hard vooruit, al heb ik volgens het schema meer dan 13.000 steken gebreid (ik moet maar niet al te veel aandacht besteden aan dat schema, en zeker niet aan die kolom). Ik heb er een tijdje weinig aan gewerkt, vaak te moe om steken te tellen en kralen te rijgen. Ik heb er ook pas onlangs aan gedacht om duidelijk de maat op de zakjes kralen te schrijven, vooral 4/0 en 6/0 zijn best moeilijk uit elkaar te houden.

En dan ben ik ook nog eens zo neurotisch dat ik het patroon wil vergelijken met het Excel-bestand. In het patroon staan eindeloze schema’s, en iemand (niet de maker van het patroon) is zo vriendelijk geweest om dat te vertalen naar een Excel-bestand, met de magnitudes erbij voor wie kralen in verschillende groottes wil gebruiken (wat ik dus doe). Dat bestand was gesorteerd op naam van de ster, waar ik onder het breien niets aan heb. Met een druk op de knop was het gesorteerd op toer, maar binnen die toer staan de kralen dan nog steeds niet altijd in de volgorde waarin je ze toe moet voegen en een foutje is natuurlijk zo gemaakt (ik vond al een verschil). Dus vandaar. O, en ik houd van afstrepen, dus ik check en schrijf dan op wat er moet gebeuren. Het kost extra tijd, maar het werkt voor mij. Ondertussen is dit project natuurlijk ook gewoon bedoeld om even niet aan andere dingen te hoeven denken, dat geef ik onmiddellijk toe. En dan heb ik iets om naar te kijken als Kroongetuige weer te eng voor me is. In de nieuwste aflevering moesten ze zelfs iets doen met sterrenbeelden, dus het was nog toepasselijk ook :)

Ik heb nog altijd geen flauw benul welke sterren er allemaal zijn, dus is het leuk er af en toe eentje op te zoeken. Gisteren plaatste ik blijkbaar Vega, een van de helderste sterren, onderdeel van Lier en de zomerdriehoek.

Ik heb nu elke 30 steken een steekmarkeerder geplaatst, en alvast een extra pakje aangeschaft (nu erg goedkoop bij Zeeman) zodat ik er ook genoeg heb als het aantal steken weer verdubbelt. Er bestaan heel mooie steekmarkeerders met kraaltjes en bedeltjes en wat al niet meer, maar ik heb bij dit project ontdekt dat deze simpele (het zijn een soort plastic veiligheidsspeldjes) erg fijn werken, vooral omdat je ze makkelijk kunt verplaatsen. Aan de steekmarkeerder aan het einde van de toer heb ik wel een bedeltje gedaan, van een uiltje.

Bij deze update hoort natuurlijk een foto, ook al is het inmiddels niet zo eenvoudig meer om een goed beeld te krijgen van mijn Celestarium op de naalden. En dan te bedenken dat het aantal steken nog een keer gaat verdubbelen, dat wordt proppen. Ik had mijn sterrenhemel trouwens al een tijdje niet meer bij daglicht gezien nu het alweer zo vroeg donker wordt (ik werk er alleen aan als S. slaapt). Ik ben nog steeds heel blij met de verschillende blauwtinten in dit garen (Malabrigo Sock).

Celestarium: schema’s en lifelines

Ik werk inmiddels aan Chart E. Hierna volgen nog Chart F en een rand. Dat klinkt misschien alsof ik al heel ver ben. Dat is totaal niet zo. Iemand heeft de voortgang per toer uitgerekend (waarom, vraag je je af, maar goed, de informatie is beschikbaar) en in een schema gezet en daaruit blijkt dat ik nu rond de 12 procent zit. Misschien nog wel lager als ik voor een andere rand kies, daar heb ik me nog niet echt in verdiept. Deprimerend? Misschien een beetje. Maar ik wist al dat ik er alleen thuis aan zou kunnen werken als S. niet in de buurt zou zijn. Logisch dat het dan een langetermijnproject wordt.

Celestarium is een zogenaamde pi-sjaal. Had ik ook nog nooit van gehoord, maar schijnt een idee te zijn van breigoeroe Elizabeth Zimmermann. Het is een cirkelvormige sjaal (goh), met relatief weinig toeren waarin je moet meerderen. Als je normaal gesproken een platte cirkel breit, moet je heel vaak meerderen, namelijk om de toer, en dan ook nog eens telkens met een ander aantal steken ertussen. Je blijft tellen. Met het getal pi zelf heeft het principe van deze sjaal volgens mij weinig te maken, maar het klinkt leuk, nietwaar? Het gaat erom dat als de diameter van een cirkel dubbel zo lang wordt, de omtrek ook dubbel zo groot wordt. In de pi-sjaal werk je dus met increase rounds, toeren waarin je het aantal steken verdubbelt. Daartussen meerder je niet, en die tussenstukken bestaan uit steeds meer toeren, omdat het natuurlijk steeds langer duurt voor de diameter weer is verdubbeld (bron). Ik heb vooral wiskunde gehad over vazen en knikkers die daaruit worden gepakt en al dan niet worden teruggelegd en moet bij dit soort onderwerpen altijd moeite doen om bij de les te blijven, maar het is toch interessant.

Het komt ook goed uit dat je je in de tussenliggende toeren geen zorgen hoeft te maken over meerderen, want je bent vanwege de sterren toch wel voortdurend aan het tellen. Vandaar ook de steekmarkeerders. Ik kreeg deze bij mijn monsterbestelling bij Recht en Averecht. Ze zijn erg handig, omdat je ze los kan klikken als je ze toch ergens anders nodig hebt. Om het eind van de toer te markeren, gebruik ik een bedeltje.

Er is dus iemand die van iedere ster de magnitude heeft genoteerd. Ik had het eerder over de grootte en vertaal de magnitude ook in de grootte van mijn kralen, maar ik kwam er later achter dat het iets over de helderheid van een ster zegt. Van sterrenkunde weet ik nog minder dan van wiskunde, dat moge duidelijk zijn. Ik vergelijk dat schema wel steeds met het patroon, om er zeker van te zijn dat ik geen sterren over het hoofd zie. Al weet ik al dat in het schema drie extra sterren zijn opgenomen die het zwaard van Orion vormen. Er zijn daarnaast ook mensen die de Plejaden hebben toegevoegd, in het patroon komt alleen de helderste ster Alcyone voor. Ik denk niet dat ik dat ga doen, simpelweg omdat ik ze niet precies zou weten te plaatsen. Ook al horen ze bij mijn sterrenbeeld (Stier). Er zijn trouwens ook mensen die per se de sterrenbeelden van hun geliefden erin willen en daarom een mix maken van het noordelijk en zuidelijk halfrond, mensen die de TARDIS van Doctor Who toevoegen (nog nooit iets gezien van die serie dus geen idee verder)… In vergelijking daarmee wordt mijn Celestarium behoorlijk standaard. Ik vind het trouwens wel heel tof dat er ook patronen zijn van het zuidelijk halfrond (Southern Skies) en een apart patroon van de sterren rond de evenaar (Equatorial Nights), ook al vermeng ik ze dan niet.

Het is me vaak te veel moeite om met steekmarkeerders in de weer te gaan, maar in dit geval doe ik dat wel, omdat aan de steken zelf (allemaal recht) niet is te zien waar je bent in het patroon. Daarnaast voeg ik zogenaamde lifelines toe, waar ik meestal ook te lui voor ben. Om de zoveel toeren rijg ik een draad door alle steken (als het project helemaal af is, haal ik die er natuurlijk weer uit). Als ik steken laat vallen of ik een stuk uit moet halen, zal mijn werk blijven hangen op zo’n lifeline en is dus niet alles meteen verloren. Serieuze zaak, die sterrenhemel van mij.

Celestarium – Cast on

Nu alweer een blog over de sterrenhemel? Jazeker. Mijn blog, mijn onderwerpskeuze. Ik ben eraan begonnen! Twee keer al, eerlijk gezegd. Ik had gelezen (meer dan 1300 mensen hebben dit patroon al gebreid, dus er is behoorlijk wat over geschreven) dat mensen moeite hadden met de circular beaded cast on uit het patroon. Op de foto’s zag die er ook niet al te makkelijk uit. Sommige mensen hadden een andere cast on gebruikt (de pinhole cast on) en die kan ik sowieso, dus ik dacht lui: Dan doe ik die wel gewoon. Ik had daarvoor al van een streng van 400 meter garen een bol gemaakt, hè, ik wilde eindelijk weleens echt beginnen.

Dus ik begon. En het ging op zich goed, maar na een tijdje moest ik toch constateren dat er een zogenaamde ‘nipple’ in het midden verscheen. Dat is altijd wel een risico als je vanuit het midden begint (mijn Norma Blanket leed helaas ook onder dit fenomeen), maar ik deed er dit keer juist alles aan om dat te voorkomen, of in ieder geval flink te verminderen. Mensen schreven dat ze daarom deels dunnere naalden gebruikten en dat deed ik ook, best een gedoe nog om steeds af te wisselen, dus waarom hielp dat bij mij niet?

Ik kwam tot de conclusie dat ik één ding nog niet geprobeerd had: de cast on uit het patroon. Argh. En aangezien het zo’n groot en (hopelijk) mooi project is, wilde ik er graag alles aan gedaan hebben. Ik kon dus maar beter opnieuw beginnen nu ik nog niet zo ver was. M. zag al voor zich dat ik uiteindelijk zou constateren dat de eerste poging toch beter was dan de tweede. Uiteindelijk als in: nadat ik die eerste poging had uitgehaald. En ik moet toegeven, dat zou zomaar kunnen… En dus stelde ze voor dat ik de eerste poging nog even zou bewaren als vergelijkingsmateriaal. Dat betekende dat ik nóg een keer 400 meter garen moest opwinden voor ik de tweede poging kon doen. Dat had ik anders natuurlijk ook moeten doen nadat ik de eerste streng had opgebreid, maar toch, de handwerktijd die ik heb, besteed ik het liefst aan handwerken zelf.

De cast on uit het patroon bleek inderdaad lastig, fiddly. Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe het me gelukt is en of het zo helemaal goed is, maar de Poolster is in het midden terechtgekomen, dat was in ieder geval de bedoeling. En het midden lijkt platter dan dat van mijn eerste poging. Nog niet zo plat als ik zou willen, maar hopelijk komt dat nog goed door het verder breien of het opspannen.

Het voelt nog wat onwennig om nu echt begonnen te zijn. De eerste charts gaan natuurlijk relatief snel. Ik ben steeds bang dat ik kralen vergeet of verkeerd plaats. Maar het ziet er veelbelovend uit, al zeg ik het zelf, en het is ook vrij verslavend (al is dit echt alleen een project voor thuis en moet ik echt mijn aandacht erbij kunnen houden, dus heel hard gaat het niet). En ik leer nog eens een nieuw sterrenbeeld kennen (dat is al snel, want behalve Kleine Beer kan ik niks aanwijzen).

Een trui voor M. (2)

Geen zorgen, die is inmiddels af, zoals je ziet. Het blijft lastig, op een gegeven moment verlies ik vaak mijn interesse in waar ik aan werk een beetje en ga ik vooral heel veel nieuwe patronen zoeken. Er verdwijnt zeker weleens iets onaf in een bak! Op Ravelry heb je daar een mooie status voor: hibernating. Alsof je er ooit nog wel aan verdergaat. Sure… Maar projecten waar ik speciaal garen voor heb aangeschaft, heb ik tot nu toe altijd afgemaakt. Uiteindelijk. Het leek me ook wel een goed plan om dat te doen voor ik me volledig zou verliezen in mijn sterrenhemel.

In dit geval was het ook wel makkelijk om mijn interesse te verliezen, want het is niet zo’n heel interessant patroon als de ‘gather’ er eenmaal in zit. Het gaat rond en rond en rond, af en toe minder je een keer een steek en dat is het dan weer. Dat heeft ook voordelen: ik kon rustig tv-kijken of een tijdschrift doorbladeren ondertussen :) Het spannendste was nog dat ik een vrij onopvallende steekmarkeerder kwijtraakte en dat we die toen echt terug moesten vinden vóór S. hem zou vinden (en opeten). Gelukkig lukte dat bij daglicht.

Ik had van mijn schoonzus S. Eucalan gekregen voor mijn verjaardag, fijn spul! Het is een wolwasmiddel (milieuvriendelijk ook nog, schijnt) dat je niet hoeft uit te spoelen. Wassen van handgebreide items blijft toch altijd een beetje een probleem. Meestal mogen ze niet in de wasmachine en nadat de kleuren van een dekentje een keer uitliepen durf ik dat ook niet meer goed (bij wol dan, katoen kan meer hebben). Nu dus voor het eerst Eucalan gebruikt. Het ruikt heel lekker en je hoeft er maar heel weinig van te gebruiken (een theelepel op 4 liter water). S. gaf er een hele instructie bij, haha, dat ik de trui daarna in een handdoek moest rollen en eroverheen moest lopen, zodat hij alvast wat droger zou zijn. Het werkte wel!

M. wilde langere mouwen dan in het patroon, wat gelukkig makkelijk te realiseren was, omdat je die er op het laatst aan vast breit. Ik ben niet helemaal tevreden over de ‘gather’, die had misschien wat rechter en netter gekund. Maar ik vind het een leuke trui geworden, die M. goed staat!

Patroon: Polaris van Hiroko Fukatsu.
Maat: S
Garen: Bio Balance van BC Garn (ecologisch garen van 55% wol, 45% katoen) in de kleur bl107 (‘Dark old pink’). Ik had 5 strengen en heb ook de laatste streng moeten aanbreken. Ik had het dus voor een keer best goed ingeschat :)
Naalden: 3,5 mm en 3,25 mm voor de boorden.

Ik schreef hier al eerder over deze trui.

Celestarium

Wat doe je als je eigenlijk helemaal geen tijd hebt en je nog steeds niet zo goed voelt? O, dan besluit je om de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond te gaan breien. Met glow in the dark-kralen in vier verschillende maten. Ik had dit patroon al een tijd in mijn Favorieten staan, het lijkt me tof, dus het moet er maar eens van komen. Waarom niet?

Het is eigenlijk een sjaal, maar ik zou het liever ooit aan onze muur hangen. Heel veel mensen hebben hem gelukkig al gemaakt, dus ik hoef niet zelf het wiel uit te vinden. Het originele patroon gebruikt slechts kralen in een maat, die geen licht geven in het donker. Ik vind het altijd zo mooi als patronen beter worden door de community. Ik wil dan ook meteen alles. En die verschillende groottes, en glow in the dark. Mensen hebben gelukkig al helemaal uitgezocht hoe groot de verschillende sterren zijn, dat het misschien mooier is zonder eyelets (die gaatjes), hoe je kunt bijhouden waar je bent in het patroon, dat je het beste naalden in verschillende diktes kunt gebruiken.

Ik heb garen gekocht en heel internet afgezocht naar die kralen (dat alleen was al een fijne afleiding). Nu nog uitzoeken hoe de schema’s in elkaar zitten. En o ja, zorgen dat die strengen bollen worden… Geduld! Het lijkt me leuk om af en toe de voortgang van dit project te laten zien op mijn blog.

Een trui voor M.

Die had ik dus nog nooit gemaakt. Wel andere dingen (een muts, hoesjes voor allerlei dingen), maar van een kledingstuk was het nog niet gekomen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen!

Maar welk patroon? Patronen zoeken op Ravelry is voor mij al een hobby op zich, maar M. zag het absoluut niet zitten, want wat moest ze dan kiezen en ze wist toch niet wat ik kon maken en wat leuk voor mij zou zijn om aan te werken. Ik vond eigenlijk dat ze gewoon foto’s kon kijken en dat we dan later wel zouden zien of een patroon te doen was voor mij, maar ze wilde liever dat ik de keuze alvast terugbracht tot een paar patronen. Oké dan.

Ze koos voor Polaris van Hiroko Fukatsu. Ik heb twee jaar geleden haar Hitofude gebreid en ben sindsdien op zoek naar tijd om er nog een te maken. Zoals zoveel mensen, het is een erg populair patroon en ik snap dus goed waarom. Dat schept verwachtingen over Polaris! Hoewel dat een heel ander patroon is, een trui in plaats van een vest.

Ik kocht het patroon. Moeilijkheidsgraad: drie kabouters van de vijf. Serieus, wat doen die kabouters daar? Hiroko schrijft op haar pagina dat haar Engels niet goed is en dat ze dus geen vragen kan beantwoorden over haar patronen. En dat ze ze daarom maar goedkoop aanbiedt, awww. Het zal vast wel lukken, ik kan altijd mijn hulplijn (alias schoonzus) inschakelen.

Toen moesten we garen uitzoeken. Ik besloot toch maar weer online te bestellen, als we moeten wachten tot ik in de gelegenheid ben om naar een wolwinkel te gaan die me aanstaat, kunnen we lang wachten. We kwamen uiteindelijk weer uit bij BC Garn, van garen van dat merk heb ik ook mijn Japan Sleeves gebreid. Het lukt me lang niet altijd om enorm dier- en milieuvriendelijk bezig te zijn, maar ik probeer er beter op te letten. Bio Balance, een mix van katoen en wol. Oudroze. Ik kocht het in de webshop van Recht en averecht (hartjes voor die naam). Prima service, behalve dat hun webshop niet erg geavanceerd is. Ik moest zelf raden of mijn pakket door de brievenbus zou passen. Tja, dat ligt eraan of ze het garen vacuüm verpakken (veel webshops doen dat). Verkeerd gegokt, dus of ik nog een paar euro extra wilde overmaken. Nou ja. Het garen zit in strengen, dat heeft een chique uitstraling maar is best irritant, want je moet het opwinden voor je ermee kunt werken. Schoonzus S. roept altijd dat ze daar zo’n parapluwinder voor gaat aanschaffen als haar huis daar later groot genoeg voor is, maar die woont vooralsnog in een piepklein studiootje, dus daar heb ik voorlopig ook niks aan. ;)

Kenmerkend aan deze trui is de ‘gather’ in het decolleté, verder is het vooral een kwestie van veel rondjes breien. Natuurlijk brak ik bij de ‘gather’ mijn garen, want er stond ‘hold firmly’ in het patroon en dat deed ik een beetje ‘too firmly’. Maar het is hopelijk goed gekomen.

Het project lag een tijdje stil, want ik moest een baret maken en een sjaal, en meer garen opwinden. Maar nu kan ik er weer mee verder! Inmiddels ben ik ook al een stuk verder dan op bovenstaande foto, ik ben al aan de eerste mouw begonnen. Het ziet er dus naar uit dat deze trui binnenkort af is!

De sjaal voor tante M.

Iets willen maken voor iemand en daar eigenlijk geen tijd voor hebben. Dat overkomt me vaak. En dan wil ik het toch en wordt het een race tegen de klok. Dit keer zeker, want veel deadlines en tussendoor werden we ook nog even alle drie ziek. En terwijl ik hiermee bezig was, wilde ik ook nog die baret maken voor Flip, dus toen kwam er nog een project(je) tussendoor waar ik eigenlijk óók geen tijd voor had. Maar het is gelukt, ontvangers blij, ik blij.

M.’s oudtante tante M. (nu lijkt het net alsof M. naar haar is vernoemd, dat is niet zo) werd 90 jaar. M.’s familie is heel klein, dus tante M. hoort er helemaal bij. M. is heel erg op haar gesteld en ik ook, ze is heel vriendelijk en kranig en geïnteresseerd. Wij hopen ook zo oud te worden als tante M. De leeftijd en de manier waarop. Ze was altijd heel erg ondernemend, dat is nu helaas iets minder vanwege gezondheidsproblemen, maar ze wilde wel graag dat we langs zouden komen voor haar verjaardag, dus dat deden we.

Een zelfgemaakte sjaal leek me wel een cadeau voor tante M. Alleen ken ik haar nu ook weer niet zó goed, dus wat voor sjaal? Toen ik eenmaal het idee had opgevat om een sjaal te maken, wilde ik er natuurlijk ook onmiddellijk aan beginnen (achteraf gezien maar goed ook, want anders had ik nog minder tijd gehad), dus kozen we een patroon en gingen we naar de stad voor garen. Ik ben een erg kritische klant en niet zo weg van de Amersfoortse wolwinkels, maar het moest nu-nu-nu, dus ik wilde niet online bestellen. Elitt richt zich op de wat chiquere garens en heeft niet zo’n heel groot assortiment, maar het mocht dit keer ook best wat chiquer en ik slaagde er wel. En ik werd er heel vriendelijk geholpen. Doordat het nu-nu-nu moest, had ik alleen nog niet goed naar het patroon gekeken. Daarin stond heel expliciet dat je er geen variegated yarn voor moest gebruiken, omdat dat ontzettend lelijk zou worden. Ook al weet je niet wat variegated yarn is, een keer raden waar wij mee thuis waren gekomen.

Het werd dus toch een ander patroon, waarna ik me prompt zorgen ging maken (ik vind handwerken écht leuk, hoor!) over of het wel mooi zou worden en of tante M. de uitgesproken kleuren wel mooi zou vinden en of ik het wel op tijd af zou krijgen. Deze sjaal was namelijk volledig in entrelac. Van entrelacer, blijkbaar, ‘door elkaar vlechten’, het ziet eruit alsof je dat gedaan hebt, wat ik altijd wel tof vind. Je vlecht je breiwerk dan niet, maar het kost wel meer tijd dan wanneer je gewoon heen en weer breit. En dan was het ook nog eens kantbreiwerk. Kantbreiwerk moet je na afloop opspannen en dat heeft twee nadelen: 1. Daar moet je ook nog tijd voor inruimen. 2. Voor je het hebt opgespannen, ziet het er niet uit. En dat laatste weet ik heus wel, maar doordat ik nog niet echt kon zien hoe het er uiteindelijk uit zou gaan zien, bleef er een stemmetje in mijn hoofd zeuren: ‘Misschien wordt het superlelijk, misschien kun je het maar beter uithalen…’ Het was dus niet zo heel fijn om aan deze sjaal te werken.

Uiteindelijk was hij nét op tijd af. Als in: de dag voor we tante M. gingen bezoeken maakte ik hem af en spande ik hem op, biddend dat hij de volgende ochtend droog zou zijn, zodat ik dan de laatste draadjes af kon hechten, er een foto van kon maken en hem in kon pakken. O ja, derde nadeel: Ik kan niet goed opspannen. De onderkant leek ook wat strakker dan de bovenkant (of andersom, dat weet ik al niet meer), waardoor de sjaal helaas niet overal even breed is. Maar dat zie je hopelijk niet echt als je hem draagt.

Ik had me trouwens geen zorgen hoeven maken over of tante M. hem wel mooi zou vinden, want ze is veel te beleefd om te zeggen van niet. Ze zei trouwens ook dat de kleuren bij haar pasten.

Patroon: Birch van Chrissy Gardiner. Ik koos voor de middelste breedte.
Garen: Jawoll Magic van Lang Yarns (wol/nylon), kleur 60 (rood/oranje/roze). Ik had twee bollen, maar heb van die tweede nog best wat over.
Naalden: 4,0 mm.
Afmetingen: ca. 170 x 25 cm. Vierde nadeel: Ik kan niet goed inschatten wat de afmetingen na het opspannen zullen zijn en ging ervan uit dat de sjaal aan de korte kant zou zijn…

Norma Blanket

Deze blog heb ik een tijdje moeten bewaren, maar als je dit leest, heb ik mijn nieuwe achternichtje eindelijk ontmoet! Ik wilde ook voor haar weer heel graag een dekentje maken, maar een dubbelgebreid exemplaar (zoals dit en dit) was na de geboorte van S. helaas niet realistisch.

Ik klaag vaak over mijn gebrek aan handwerktijd, maar deze deken is ongeveer een vierkante meter groot, dus zo heel weinig handwerktijd kan ik nu ook weer niet hebben. Ik heb er wel best lang over gedaan, zo’n 2,5 maand. Je breit deze deken vanuit het midden, dus het leek ook steeds langer te duren! Ik heb het patroon niet helemaal afgemaakt, maar ik had ook echt geen ruimte meer op mijn naald voor nog meer steken (uiteindelijk 636, geloof ik).

Ik snapte niet hoe je de steken in het midden op moest zetten volgens het patroon, dus gebruikte ik een pinhole cast-on. Nieuwe techniek voor mij, hoewel je in haakwerk ook zoiets kunt doen (de magic loop). Ik las ook (zo fijn als mensen op Ravelry aantekeningen maken!) dat sommige mensen opspanproblemen hadden doordat de rand niet ver genoeg kon worden uitgerekt, daarom gebruikte ik ook een andere bind-off dan in het patroon.

Dit was trouwens ook weer zo’n project waarover mensen voorzichtig iets vroegen als: ‘Eh, wat is het?’ als ik het liet zien, haha. Niet zo vreemd, waarschijnlijk, met halverwege zoiets:

Met het blocken is het alsnog niet echt goed gekomen, zoals je ziet. Dat is wel jammer, maar misschien niet zo heel erg als je er een kindje op of onder legt. Het is verder wel echt een mooi patroon, met een mooi idee erachter. Welkom op de wereld, L.!

Patroon: Norma Blanket van Meghan Jones (gratis). Ik breide het patroon t/m toer 58 van Chart 2/3.
Garen: Creative Cotton Aran van Rico Design. Kleur 42 (mint), ca. 12 bollen. Ik kocht het bij Wolplein.
Naalden: 4,0 mm en 3,5 mm. De langste rondbreinaalden die ik heb (100 cm).
Afmetingen: ca. 100 x 100 cm.

Lampenkap

Ik ben mezelf niet als ik niet kan handwerken. Ik ben nog minder mezelf als ik wel kan handwerken en het niet doe, maar dat komt gelukkig niet vaak voor. Het is nu even lastig, want S. wil nog steeds vaak vastgehouden worden (en drinken) ‘s avonds. Deels komt dat door ons, want wij zijn ‘s avonds moe en willen dan bankhangen en televisiekijken in plaats van S. telkens troosten en terug in bed leggen en nog even bij haar blijven zitten omdat ze anders sowieso blijft huilen.

Ik ben bezig met een project dat ik nog niet kan laten zien op mijn blog, bijna alle handwerktijd die ik weet te vinden gaat daarin zitten. Het enige wat ik nu wel kan laten zien is dit, een hoes voor om de lamp op S.’ kamer. Het is geen succes, die lamp. Er hing een saaie plafondlamp, bij de kringloop vonden we een saaie kap, bij IKEA een pendel, we hadden het vage plan om daar ‘iets’ mee te doen maar deden dat de hele zwangerschap lang niet, en toen keek S. de hele tijd recht in het peertje bij het verschonen, want dat kwam onder de kap uit. Dat leek ons niet goed, dus er moest iets omheen.

Ze wordt nu niet meer verblind en het groen staat mooi bij haar ananasgordijnen, maar nu is het eigenlijk weer te donker…

Ik haakte met een haaknaald van 4 mm en restjes groen acryl. Ik gebruikte geen patroon, behalve voor het randje (klik).

Zigzag

Naast de deken met de huisjes en de deken met de zeshoeken kwam er nog een derde dekentje van de naalden in de weken voor de geboorte van de dochter. Ik had nog katoen over van de huisjesdeken en wilde eigenlijk een dekentje maken voor in de co-sleeper, maar zoveel katoen had ik nu ook weer niet over; het pakte veel te klein en dun uit.

Ik zag dit exemplaar dus meer als bezigheidstherapie, maar stond er niet bij stil dat een pasgeboren baby 24/7 in allerlei doeken wordt gewikkeld (zeker die van ons, die enige moeite had zichzelf warm te houden). Ineens had de kraamverzorgster dit dekentje opgesnord. In combinatie met een hydrofieldoek bleek het perfect.

Het patroon was even wennen, maar daarna prima te doen. Ik had nog niet eerder iets in zigzagpatroon gemaakt, maar ga het zeker onthouden voor toekomstige projecten.

Patroon: Chevron Baby Blanket.
Naalden: 2,5 mm.
Garen: DMC Natura in de kleur Ibiza (nr. 1), ca. 150 gram. Restjes katoen.