Augustus – 1

Hoewel veel dingen nog steeds moeilijk zijn, merk ik dat ik meer plannen en ideeën heb. Zin om aan dingen te werken. Erover te schrijven. Een goed teken. Ik brei op dit moment heel veel en je bent al best goed op de hoogte, dus de drempel is niet zo hoog om verder te vertellen over m’n projecten.

Sjaal
Mijn sjaal (vooralsnog geheim eigen ontwerp) heeft te lijden onder een milde vorm van startitis (schijnbaar ook weer een term van Stephanie Pearl-McPhee), maar ik geef niet op. Dat zou echt zonde zijn, want ik hoef niet zo ver meer (ook al voelt het niet zo). De kinderen wilden van de week weer meten en toen kwamen we op ruim 230 centimeter. Misschien nog maar 1 of 2 patroonherhalingen te gaan?

Sokken
De eerste sok is af! Met een boord in 2 recht, 2 averecht, omdat ik echt te veel bezig ben met 1 recht, 1 averecht (in m’n sjaal en nu ook in m’n vest, zoals je zometeen kunt lezen). Ik breide hem af op een heuse craft night en heb zowaar meteen de draadjes weggewerkt. Ik ben tevreden over hoe de kleuren er nu uitzien, ze zijn best mooi verdeeld, vind ik ( ik moet hem nog wel wassen, dan zal blijken of de verf inderdaad gefixeerd is in de magnetron op de beurs). Sok 2 heb ik inmiddels ook opgezet, zodat dit nog steeds mijn onderwegproject kan zijn.

Patroon: Zonder patroon, afgezien van de Fish Lips Kiss Heel
Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm en 2,0 mm (CraSy Trio)

En de craft night? Die is sinds een tijdje elke maand, maar in het schooljaar lukt het me meestal niet op die avond doordat S. dan ook orkestrepetitie heeft. Ik was er benieuwd naar en besloot nu een keer te gaan. Dit soort gelegenheden vond ik al niet makkelijk, maar ik merk helaas nu extra dat ik een behoorlijke deuk heb opgelopen in de afgelopen maanden. Het was heel goed verzorgd en het was best leuk, maar ik voelde me toch vooral te introvert, te lesbisch, niet leuk/goed genoeg. Het hielp ook niet dat de vanaf-tijd blijkbaar meer de starttijd was, in ieder geval was iedereen er al toen ik even na de vanaf-tijd aankwam. Kortom, ik weet niet of het echt iets voor mij is (op dit moment). Ik denk ook dat ik dan liever meer tussen breiende mensen zou zitten (tips welkom). Hier mag je helemaal zelf weten met welke crafts je je bezighoudt, en in sommige ben ik gewoon niet zo geïnteresseerd, vrees ik. Er wás iemand die ook aan het breien was, maar die zat toevallig zo ver van mij af als maar mogelijk was, dus die heb ik helaas amper gesproken. Hopelijk deuk ik nog een beetje uit in de loop der tijd.

Tas
Ik ben een beetje verwend door mijn andere projecten, waardoor het katoenen garen wat minder fijn voelt. En ik ben ook nog steeds bij het rechte stuk, het minderen is motiverender doordat de toeren dan steeds korter worden. Dit project ligt momenteel naast mijn bed om te voorkomen dat ik ’s ochtends vroeg meteen op mijn telefoon ga scrollen. Ik heb inmiddels een kant af, die heb ik even voor je vastgespeld omdat de randen zo krullen dat je de vorm niet goed kunt zien, maar dit wordt dus de vorm. Er was trouwens alweer paniek om niks, want één bolletje bleek toch precies genoeg voor de voorkant/achterkant. Als ik twee van deze vormen heb gebreid, ga ik beginnen aan de schouderband, zodat ik er hopelijk achter kom hoe breed ik de zijkant wil. En dan zullen we zien hoe erg ik de naaimachine dit keer ga mishandelen met de voering. Ik wil er wel echt een voering in, en ik denk van die magnetische knopen voor de sluiting, ook nog nooit iets mee gedaan (laatst las ik ergens dat iemand een rits omschreef als yarn guillotine :)).

Patroon: Eigen ontwerp
Garen: Must-have van Yarn and Colors, kleur Chestnut
Naalden: 2,0 mm

Vest
Ik ben begonnen aan de COOMO Cardigan van ANKE STRiCK. Dit gaat zoveel werk worden… Ik heb eerst een proeflapje gebreid, in ‘fisherman’s rib’ (halve patentsteek en iets met visserstruien, het levert een wat dikkere stof op). De techniek bleek te doen. Toeren tellen in deze steek bleek voor mij nog niet echt te doen. Erg irritant, want die informatie heb ik natuurlijk juist nodig. Ik heb geturfd tijdens het breien, maar was alsnog interessant aan het doen met m’n meetlint zonder echt iets te zien. Horizontaal leek het iets te breed, verticaal leek het wat te lang, maar ik wist dus niet precies hoe ik moest tellen. Ik besloot van 3,25 naar 3 mm te gaan omdat ik graag een iets dichtere stof zou willen (en ik volgens mij geen naald van 2,75 mm heb) en dan hoop ik er maar het beste van. Iets zegt me dat dit niet helemaal het idee is achter proeflapjes breien… Ik heb trouwens niet geblockt met stoom, zoals aangeraden in het patroon, maar door het te wassen. Geen idee of dat nog uitmaakt, maar het leek me voor iedereen beter als ik er niet met de strijkbout bij in de buurt zou komen.

Zoals je ziet, ben ik nu bezig aan het eerste deel van m’n vest en is dat een recht stuk (voor op de rug). Dat vraagt toch wel om enig commitment, merk ik. Ik vind tellen dus lastig in deze steek, dus ik gebruik een good old toerenteller, en foutjes oplossen ook nog, dus concentratie is echt wel nodig. Het garen (merino) is wel superzacht, dat helpt. Het zal even duren voor het echt iets wordt, af en toe maar even foto’s bij het patroon kijken om mezelf eraan te herinneren dat het een mooi vest kan worden. Ik denk nu trouwens dat ik er toch wel knopen op wil, ook al ga ik het waarschijnlijk niet dicht dragen.

Patroon: COOMO Cardigan van ANKE STRiCK
Garen: Como van Lamana, kleur 64 Sage Melange
Naalden: 3,0 mm

Shawl
Nog een sjaal/shawl (volgens Van Dale is dat hetzelfde, maar ik noem rechthoekige sjaals sjaals en andere vormen shawls :))? Ja. Dit was een vrij impulsieve cast-on nadat ik m’n voorraad door was gegaan en ontdekte dat ik toevallig een mooi kleurverloop kon maken met mijn restjes dun garen.

Rond de geboorte van D. breide ik Traces in the Sand van Lisa Hannes in een van die kleuren, en die vorm (driehoekig, maar de schuine zijde is gebogen) lijkt me hiervoor ook mooi. Ik denk dat ik de kabeltjes eruit weglaat en gewoon doorbrei tot elke kleur op is. Ik weet nog niet precies hoe ik de kleurovergangen ga doen, maar dat gaan we zien als de eerste kleur bijna op is. Het is een patroonherhaling van 6 toeren, en ik ben bang dat ik als de toeren breder worden niet meer precies weet waar ik me bevind. Maar eens kijken of dit kettinkje van steekmarkeerders (waarbij ik er dus steeds een opschuif als ik een toer heb gehad) me daarbij gaat helpen. Had ik ergens gezien en leek me wel wat.

Patroon: Traces in the Sand (deels) van Lisa Hannes
Garen: Restjes Organic 350 van Hjertegarn en Holst Coast
Naalden: 3,0 mm

Note to self: Dit zijn echt wel even genoeg projecten.

Juli – extra editie

Gnome
Eerst mijn gnome afmaken voor ik aan de tas begin. Dat was de afspraak die ik had met mezelf. En daar heb ik me aan gehouden. Natuurlijk hoorde daarbij dat pijpenragers ineens weer half uit armpjes verdwenen (daar heeft m’n Bob Popcorn ook nog steeds last van). Op de bodem van het lijfje plaats je een kartonnen cirkel en dan vul je het lijf op met iets stevigs. Met rijst in mijn geval. Ik gebruikte daar een trechter bij, maar uiteraard goot ik vervolgens iets te enthousiast rijst door die trechter, waardoor die alsnog over de tafel stroomde. Maar het was het waard, want hij blijft goed staan. De muts netjes aan het lijf vastzetten was opnieuw een lastig klusje waar ik ongeduldig van werd, maar het is oké. Volgens het patroon moet je een knoop leggen in het uiteinde van de muts, heb ik niet gedaan. Het patroon vind ik trouwens wel echt een aanrader, heel duidelijk en met een mooi resultaat. In december staat hij vast ergens in huis te shinen.

Tijdens het prutsen heb ik veel geluisterd naar de podcast Het verhaal van de schaal. Chinees porselein heeft niet mijn interesse en het is een enorm technisch verhaal op bepaalde momenten, maar ik houd erg van de stem en stijl van Simon Heijmans.

Patroon: Christmas Gnomies van Susanne Vetterkind (gratis patroon)
Garen: Restjes Must-have van Yarn and Colors (muts, neus, handjes), Ulysse van De Rerum Natura (baard), random acryl (pakje)
Naalden: 2 mm

Tas
Toen mocht ik dus beginnen aan de tas die ik in mijn hoofd heb. Dat je iets verzint en dat je het dan echt kunt maken of doen, dat vind ik geweldig, en is een overeenkomst tussen een gedicht, een gebreid ontwerp, een les aan een basisschoolklas. Ik wil echt een dichte stof voor de tas zelf, dus ik brei op 2 mm, waardoor het niet zo snel gaat. Ik heb ook nog eens alleen een of andere merkloze breinaald van 2 mm. Ik heb een bamboe periode gehad, maar voor bamboe van 2 mm ben ik echt te lomp, weet ik inmiddels. Voor de band twijfel ik nog tussen 2 en 2,5 mm, daar ga ik later mee experimenteren. Ik maak me nu al zorgen dat ik te weinig garen heb in de basiskleur, dat is jammer.

Sokken
Je verwacht het niet, maar eindeloos scrollen en Baker’s Game spelen op je telefoon doet dus bijzonder weinig voor je mentale welzijn… Ik probeer mijn leven maar weer eens te beteren. Dit omvat zelfs een positief dagboek, dat ik cadeau kreeg voor m’n propedeuse. En, hoe kan het ook anders, nog meer breien. Ik had het er laatst nog over met S., die verklaarde dat haar knitting mojo er op dit moment niet echt is. Allerlei logische verklaringen voor, maar de vraag is wat mij betreft ook: wat is knitting mojo en wat is coping? Ergens voor haar ook wel een goed teken, denk ik, om het niet zo nodig te hebben. Maar als je dan iets nodig hebt, is breien natuurlijk een van de betere opties.

De sokken dus, want die kan ik er steeds makkelijk bij pakken en overal mee naartoe nemen. Nu zeker, want ik ben inmiddels al bij het beenstuk. Ik heb ooit sokken leren breien met het boekje Sokken brei je zo! van Jo An Luijken en Marlies Hoogland. In dat boekje zijn de patronen van been naar teen, maar misschien vind ik van teen naar been wel fijner. Je hoeft geen opzet voor de boord te kiezen, je hoeft niet in te schatten waar de teen moet beginnen en de steken gaan de goede kant op voor motieven. Daar staat tegenover dat je wel moet bepalen waar de hiel begint. Ik wilde nog eens een andere proberen (het zal wel door mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht komen dat ik het fascinerend vind hoe je met een hiel de hoek om breit) en kwam uit bij de Fish Lips Kiss Heel. Al regelmatig tegengekomen, nooit de moeite genomen om die 2 euro nogwat te betalen. Deze hiel kun je gebruiken welke kant je ook op breit, en er zit een hele uitleg bij over hoe je kunt meten en berekenen wanneer je aan de hiel moet beginnen als je vanaf de teen breit. Daar kan ik inhoudelijk niks over delen omdat het een kooppatroon is, maar wel dat het, eh… interessant was. De ontwerper stelt dat je het kunt meten, en voor de zekerheid kun je dan nog wat andere dingen meten en daar een berekening op loslaten, en tada, dan zul je zien dat je twee keer op hetzelfde uitkomt. Behalve dat dat bij mij niet zo was, haha. Wat ongetwijfeld aan mij ligt. Ik heb nu de berekening zo’n beetje gevolgd, en dat lijkt aardig te kloppen (maar niet al te fanatiek blocken). De hiel zelf vond ik erg leuk om te breien, vooral toen ik de fototutorial aan het eind eenmaal had ontdekt… Gelukkig had de ontwerper ook als tip gegeven om een lifeline toe te voegen en had ik dat zowaar gedaan. Verder is het natuurlijk aantrekkelijk dat de hiel er nu al in zit en ik die niet later nog hoef te breien. Scheelt ook draadjes wegwerken als je gewoon doorbreit in dezelfde kleur. Ik weet nog niet zo goed wat ik vind van de ‘naad’ die over de hiel loopt. Het moet natuurlijk ook nog blijken hoe sokken met zo’n hiel zitten. Veel mensen zweren bij een hiel met een hielflap en een spie, dat is ook de eerste hiel in het genoemde boek, maar die heb ik nooit echt mooi gevonden of leuk om te breien. Een andere claim is dat de Fish Lips Kiss Heel ervoor zorgt dat je geen gaatjes krijgt tussen de hiel en de voet. Daar heb ik inderdaad nog weleens last van, heel irritant. Ik was niet meteen onder de indruk omdat ik hier de hoekjes ook niet heel goed gelukt vond, maar ik heb wel het idee dat dat bij deze hiel makkelijker op te lossen is dan bij andere hielen.

Garen: Sokkengaren van Draadkracht, geverfd tijdens een workshop
Naalden: 2,5 mm (CraSy Trio)

Vest
Ik heb het garen voor de COOMO Cardigan besteld! Bij De Breibrink, het werd de volgende dag al bezorgd en ik had nog een leuke e-mailwisseling ook (al ontstond die doordat er iets misging met mijn betaling). Dit is het garen dat wordt aangeraden in het patroon (al geeft de ontwerper heel netjes ook wat alternatieven), ik heb er nog nooit mee gebreid. Het is best prijzig, zeker omdat de bolletjes maar 25 gram zijn. Ik realiseer me nu dat je daardoor ook meer draadjes weg moet werken, beetje jammer. Ik vind het vaak best lastig om veel geld uit te geven aan garen (/mezelf), maar ik probeer mezelf voor te houden dat kleding uit winkels ook geld kost en dat het weinig voorstelt afgezet tegen de vele uren die ik hier hopelijk met plezier aan ga besteden. Ik koop ook eigenlijk nooit garen zonder dat ik er een project voor in gedachten heb, ik maak vrijwel alles (uiteindelijk) af en… ik hoef mezelf natuurlijk helemaal niet te verdedigen.

Nu nog een proeflapje breien en proberen om niet geïntimideerd te raken door het patroon en de voor mij onbekende technieken. Dat slaat nergens op, want ik houd juist van nieuwe breidingen leren en ik kan het heus wel, gewoon goed lezen en uitproberen, en er is een heel topic voor pattern support op Ravelry en een pagina met links naar tutorials.

Juli

Mijn sjaal is langer dan M. Langer dan ik. Zelfs langer dan meester R. (inmiddels een heuse referentiemaat bij ons thuis). Ik zei eerder dat hij minimaal twee meter lang moest worden. Dat was ook een eis bij de BreiSTER en dat leek toen heel lang (vooral ook omdat we dat in twee weken voor elkaar moesten zien te krijgen), maar deze moet toch nog een stuk langer worden. Misschien stop ik wel pas als m’n garen bijna op is. Van een kleur heb ik net de een na laatste bol aangehecht. Ik zou het liefst stoppen op een bepaalde plek in het patroon, en er kunnen nog wel een paar herhalingen bij. Op dit moment heb ik er een beetje genoeg van. Ik ben er nu al maanden mee bezig, dubbelbreien gaat gewoon traag en in verhouding komt er steeds minder bij elke week. ‘Stop and admire’ is dus belangrijk. Alleen nog steeds niet hier (het gaat enorm tegenvallen als het ooit wel zover is, ik weet het).

Ik had kerst dit jaar als deadline (zoals ik hier schreef) voor m’n kerstkabouter, maar ik wil dat hij af is voordat ik aan een nieuw project begin. Zoveel werk is het nu ook weer niet, maar het kwam er maar niet van. Ik begon met het vastzetten van de neus, want die was ik al meerdere keren kwijtgeraakt. Toen kwam de baard. Het idee is dat je die een beetje groezelig maakt door hem te vervilten. Dat lukt mij niet heel goed met dit garen (een restje Ulysse), en ik weet ook niks van vilten en was steeds bang dat ik het garen zou breken, maar ik heb iets gedaan met warm water en afwasmiddel. Twee keer zelfs, want de eerste keer bleek het rood van de muts een beetje uitgelopen te zijn in de baard, dus toen heb ik geprobeerd om dat er weer uit te wassen. Terwijl dat vodje lag te drogen, maakte ik de armen vast aan het lijf, met een stuk pijpenrager erin. Ik vreesde dat ik ze een beetje te hoog had vastgenaaid, maar als ik de foto’s bij het patroon zie, lijkt het mee te vallen. Nu ben ik echt bijna klaar: het lijf vullen met rijst (zodat ie blijft staan), de muts vullen met vulling en dan de muts aan het lijf vastnaaien. Ik weet van mijn eerste kabouter dat ik het moeilijk vond om dat netjes te doen, maar het begint dus op te schieten. Ik hoop dat ik hem nu snel af kan maken, maar ik ken mezelf: ik moet niet wachten met deze blog tot hij af is. Volgende keer dus hopelijk het eindresultaat.

Patroon: Christmas Gnomies van Susanne Vetterkind (gratis)

En als die gnome dan af is, mag ik van mezelf in ieder geval aan de tas beginnen die in mijn hoofd zit (ik zeg ‘in ieder geval’ omdat ik het patroon van de COOMO Cardigan al heb gekocht en al weet in welke kleur ik dat wil gaan breien en ik op het punt sta om ook nog veel geld uit te gaan geven aan dat garen). Voor de tas heb ik al katoen gekocht toen we laatst bij Eurofleur waren. S. had al een keer een foto gestuurd van een wand met garen, maar ze bleken een soort hobbyzaakje te hebben ingericht en ik wilde eigenlijk gewoon alles hebben. Het bleef dit keer bij het katoen (Must-have van Yarn & Colors, waar ik ook heel veel mee heb gebreid bij De BreiSTER). De basiskleur wordt roodbruin, en dat is wat roodbruiner in het echt, zodat de tas hopelijk iets minder een interpretatie van de Nederlandse vlag gaat zijn dan het geval lijkt op basis van deze foto. Crème was zo’n beetje de enige kleur die ze niet hadden, maar die had ik precies nog thuis. De grootste uitdaging was nog om de bolletjes niet zomaar op de kassaband te leggen, want die was natuurlijk niet al te schoon en dat was precies wat D. wilde doen om te helpen en wat ook moest van de caissière. Maar met een tas eronder kwam het goed.

Ik zou dus niet aan iets nieuws beginnen voor die kabouter af was, maar terwijl dat onderdeel lag te drogen moest ik een middag doorbrengen in een binnenspeeltuin, en ik had geen zin om mijn sjaal daar mee naartoe te nemen (die trouwens inmiddels half in de tas, half los op de bank ligt omdat hij niet echt meer in de projecttas past waar ik hem in had zitten). Mijn kinderen gaan nog steeds graag naar de binnenspeeltuin. Ik minder, dus het gebeurt niet al te vaak. Als we gaan, probeer ik bijvoorbeeld op een studiedag te gaan en er zo vroeg mogelijk te zijn. Spelen, koffie en taart, en voor de lunch weer naar huis. Dat ik er nu heen ‘moest’, kwam doordat D. er een kinderfeestje had, maar men het toch wel erg spannend vond om een gast op het feestje te hebben voor wie wellicht 112 gebeld moest worden, en het toch wel heel fijn was als iemand anders dat indien nodig kon doen. Wat ik begrijp en respecteer. Natuurlijk zou ik haar liever gewoon zo overal naartoe kunnen sturen, maar dat is op dit moment niet de situatie, en dus vertellen we het altijd zelf en vragen we hoe mensen ertegenover staan. En dit is dan een mogelijke uitkomst (die overigens niet zo vaak voorkomt, veel mensen zijn dapperder dan ik misschien zelf zou zijn als D. niet mijn eigen kind was). Ik installeerde mij dus in de binnenspeeltuin (op D.’s verzoek op enige afstand van het feestje, wat ook mijn voorkeur had), probeerde nog wat te werken, zag hoe twee schreeuwende moeders elkaar zowat te lijf gingen, ontdekte steeds meer muggenbulten, werd lichtelijk gestoord van de omroepberichten, trakteerde mezelf op een kop thee en een KitKat en zette toen toch maar weer een sok op.

Ik had op de Breidagen garen geverfd bij Draadkracht (aanrader) en was al begonnen aan een sok, maar die had ik weer uitgehaald. Nu maar andersom begonnen, dus van teen naar been. Dan kan ik de boord in ieder geval gewoon afkanten met een dikkere naald. Ik heb het al vaker geschreven hier, ik ben niet per se groot fan van sokken breien en ik draag ze ook vrijwel nooit in mijn schoenen. Maar soms wil ik gewoon iets bij me hebben om mijn handen mee bezig te houden en eindeloos scrollen te voorkomen, en ik had expres sokkengaren gekozen om te verven omdat het me echt om het uitproberen van het verven ging en ik al wel vermoedde dat het resultaat de eerste keer misschien niet geweldig zou zijn. Dus het worden gewoon sokken. Van zelfgeverfd garen. Het bedeltje is trouwens van de adventswap, georganiseerd door Marlou (misschien ken je haar leuke nieuwsbrief, waarin ze laatst ook nog iets over breien schreef). Ik brei ze helemaal recht, want ik denk dat elk patroontje erin weg zou vallen. Misschien kan ik nog eens kijken naar een hiel die ik nog niet ken, al ben ik daarvoor al rekenwerk tegengekomen dat er indrukwekkend uitzag. Ik vertelde eerder dat ik bang was dat de draad ergens beschadigd was toen ik de eerste poging op mijn sock blocker deed. Ik heb nog niks opgemerkt, maar dat zou nog kunnen komen, ik denk dat ik iets verder was de eerste keer. Of misschien viel het toch mee.

Juni

Veel breivlogs hebben altijd dezelfde opzet: breiers vertellen wat ze dragen, wat ze af hebben, waar ze mee bezig zijn, wat ze verder nog kwijt willen. Wie weet helpt dat stramien mij ook om weer eens wat te schrijven.

Ik vind het deze dagen te warm voor gebreide shirtjes, maar ik draag wel veel de paracord-armband die ik vorige week eindelijk heb gemaakt. S. kwam een keer van de bso met dat ze dat hadden geprobeerd, maar dat het niet was gelukt. Een tijdje later vond ik toevallig materiaal bij de kringloop: paracord en van die kliksluitingen. Toen natuurlijk weer heel lang niks, S. is alweer acht projecten verder, maar vorige week dacht ik: laat ik het eens proberen. De goede lengte afmeten en de sluiting bevestigen was even lastig, en de meeste mensen smelten de uiteinden zodat alles goed vast blijft zitten. Het duurde ook nog even voor ik dat aandurfde (ik heb het bij de gootsteen gedaan en het huis is niet in de fik gevlogen, bedankt voor je belangstelling). Het knopen vond ik dan weer simpel, ervaring met frivolité en kumihimo helpt dan toch. Het is een standaardknoop, die volgens mij allerlei namen heeft (cobra, square knot, weitas). Ik ga nog eens verder kijken welke knopen nog meer leuk zijn. Ik denk alleen niet dat ik alles kan maken, want dit paracord is vrij dik en de strengen zijn niet zo lang. Maar wie weet.

Ik had veel last van startitis en besloot mijn vierkantjes er nog eens bij te pakken. Ik heb een tijd geleden het plan opgevat om van al mijn restjes sokkengaren en crèmekleurig katoen dat ik nog had liggen vierkantjes te breien, en dan… dat weet ik nog niet echt. Een restjesdeken zou kunnen, maar misschien is een restjeskussenhoes realistischer. Al is het daarvoor niet nodig om in ribbelsteek te breien. Ik heb eens goed mijn voorraad doorzocht en in korte tijd iets van 20 vierkantjes erbij gebreid. Wel mooi om te merken dat ik bij vrijwel alles meteen wist waar het van was. Mijn idee was dat door de crèmekleur de andere kleuren wat meer naar elkaar toe zouden komen, dat het daardoor beter bij elkaar zou passen. Maar je ziet nu vooral mijn voorliefde voor blauw en donkergroen. Ze lopen niet weg en ze boden een fijne afleiding. Ik heb nu al mijn restjes verwerkt, dus ik moet nu eerst weer andere dingen breien. Van een deel van het garen heb ik nog wel genoeg voor meerdere vierkantjes, maar dat vind ik geloof ik niet zo leuk.

De sok waar ik aan was begonnen, heb ik weer uitgehaald. Dat ging zo. Ik twijfelde al de hele tijd over of de opzet wel rekbaar genoeg was. Ik had de German twisted cast-on gebruikt, en ik denk dat ik dat met een dikkere naald had moeten doen. Toen dacht ik: laat ik wat ik nu heb eens op mijn sock blocker doen. En toen klonk er een zeer onheilspellend geluid. M’n sock blockers zijn van hout en over het algemeen best mooi glad, maar ik had toch het idee dat de draad ergens achter was blijven hangen. Ik was bang dat er later ineens een gat in zou verschijnen en ik twijfelde dus al over de opzet, dus toen heb ik de sok maar weer uitgehaald. Ik zag overigens geen beschadigde draad, maar misschien heb ik niet goed gekeken. Ik zal het vanzelf tegenkomen als ik er weer mee ga breien. Dat is vooralsnog niet gebeurd, zoveel houd ik blijkbaar toch niet van sokken breien (ik vind het fijne meeneemprojecten, maar verder mwoah).

Ik werk vooral nog steeds aan de sjaal die ik hier nog niet ga laten zien. Die vordert wel, maar langzaam, omdat hij dubbelgebreid is en ik voor minimaal 2 meter wil gaan. Inmiddels is hij wel langer dan S., dus op naar M.’s en mijn eigen lengte. Om mezelf gemotiveerd te houden verplaats ik elke maandag een steekmarkeerder omhoog zodat ik kan zien wat ik in een week brei. Ik schrijf zelfs het aantal toeren op. Vorige week vestigde ik een nieuw record, wat betekent dat het goed gaat met de sjaal en slecht met mijn mentale welzijn.

Omdat ik mijn Ryo-trui af heb, mag ik nog steeds een nieuw kledingstuk kiezen om te maken. Inmiddels heb ik M. een tegoedbon voor een muts cadeau gedaan, dus die gaat er komen, alleen had ze het erover dat ze wilde wachten met kleuren kiezen tot ze een andere winterjas had gekocht. Gelukkig staat er geen vervaldatum op. Ik denk dat ik eindelijk mijn keus gemaakt heb voor het volgende project voor mezelf: de COOMO cardigan van ANKESTRiCK. Ik heb al veel vaker gekeken naar vesten met brioche, maar kon nooit echt iets geschikts vinden. Het is me snel te grof. Dit is trouwens geen brioche, maar fishermen’s rib. Ik weet nog niet hoe je dat doet, maar daar maak ik me niet zo’n zorgen over. Ik twijfel nog over of ik de knopen en knoopsgaten eraan zou willen. Ik denk dat ik het niet dicht zou doen, dus misschien niet, al vond M. de knopen leuk staan. Ik heb het idee dat je die rand er meteen aan breit, dus dan zou ik het wel al vroeg moeten beslissen. Ik moet het patroon eigenlijk gewoon gaan aanschaffen, ik heb het verdiend. Volgens mij is het garen ook in Nederland te verkrijgen, dus ik denk dat ik dat ga gebruiken, ik heb mijn oog al laten vallen op saliegroen.

Vandaag is het World Wide Knit in Public Day, maar ik heb niet in het openbaar gebreid. Daar hoeft het voor mij op zich ook niet die dag voor te zijn. Ik ben gisteren wel naar het Handwerkfestijn in Hoevelaken geweest. Ik ben er al vaker geweest en ik weet niet altijd zo goed waarom, want er is meestal vooral een heleboel oude rommel en het kan er snikheet zijn (het is grotendeels in tenten op het terrein van een kwekerij), en gisteren was het dat natuurlijk zeker. Maar ik moest er gistermiddag echt even uit, dus ik besloot toch te gaan. Laat ik het erop houden dat ik toch altijd wel graag door oude rommel struin, in de hoop iets leuks aan te treffen. Dit keer kwam ik weinig tegen, ik vond alleen een aanwinst voor mijn bescheiden maar geliefde collectie ‘boeken over breien’: Things I Learned From Knitting …whether I wanted to or not van Stephanie Pearl-McPhee. Klinkt veelbelovend, toch? Maar liefst 25 cent voor het goede doel (het Diabetesfonds). Ik lees haar blog en ik weet dat ze leuk kan schrijven. Dit is al een oud boek (uit 2008), dus haar leven ziet er nu anders uit, maar ik zal het vast met plezier lezen en instemmend knikken. Daarna nog een razendsnel smeltend maar lekker ijsje en toen weer naar huis. Vast beter dan thuis blijven piekeren.

Nieuwe trui

Zomaar even een moment op dinsdagavond om je bij te praten over waar ik de afgelopen tijd aan heb gebreid. Nog steeds mijn favoriete copingmechanisme, en dat is de laatste tijd weer nodig.

Ryo Sweater
Ineens is deze trui toch af. Ik heb mezelf een schop onder m’n komt gegeven na de vorige blog. Het lukt me nog steeds niet goed om wat voor tubular bind off dan ook te doen, dus ik besloot het er aan de onderkant niet op te wagen en gewoon af te kanten in boordsteek. Het staat me nog helder voor de geest hoe dramatisch het was bij m’n Trove (die kon ik tot twee keer toe herstellen doordat de draad knapte bij het omkleden) en dan is dit toch iets meer hufterproof. Ik heb een beetje spijt dat ik bij de mouwboorden wel de moeite heb genomen, want dat is dus weer niet fantastisch gelukt en hopelijk houden ze het. En nu heb ik dus twee verschillende afkantmethoden gebruikt. Maar goed, ik heb bij de hals een of andere fancy opzet gebruikt uit het patroon, dus er zou hoe dan ook iets afwijken. De foto’s liet ik M. maken in de Botanische Tuinen in Utrecht om eens iets anders op de achtergrond te hebben dan een halfdode klimop, al was het eigenlijk iets te warm om de trui aan te hebben (ik droeg hem dan ook niet in de vlinderkas!).

Ik schreef er al eerder over, maar in het voorpand en de mouwen zitten ‘caliper cables’, en die raad ik af. Het resultaat is wel mooi, maar wat een gedoe. Het zijn lange lussen die je over andere steken kruist. Ik kreeg ze zonder kabelnaald niet goed, maar ik ben extreem goed in het kwijtraken van kabelnaalden terwijl ik ermee bezig ben, dus dat was weer vermoeiend.

Gelukkig had ik voldoende garen gekocht, want ik heb wat meer gebruikt dan voor mijn maat genoteerd stond. Ik denk dat ik de mouwen en het lijf wat langer heb gebreid. Ook wel fijn om niet al te veel over te hebben, ik heb de laatste bol aangebroken.

Patroon: Ryo van Reiko Kuwamura
Garen: Ulysse van De Rerum Natura in de kleur Fusain
Naalden: 3,25 mm

Sokjes
Iemand uit mijn omgeving heeft een baby gekregen, en daar wilde ik graag iets kleins voor breien. Ik weet niet wat het is met m’n babybreisels, maar ik heb zo vaak dat ik twijfel over de maat. Nu ook weer, terwijl ik ze naast sokjes van m’n eigen baby’s heb gehouden. Zijn babyvoetjes echt zo klein? Ik ga ze maar gewoon snel opsturen.

Patroon: Tiny Toes Baby Socks van Woolen Cottage
Garen: Basic Sock van Wol met Verve, in de kleur Dark Moss (restje van m’n Musselburgh)
Naalden: 2 mm

Sokken
Ik ben toch maar begonnen aan sokken van het garen dat ik zelf verfde bij een workshop van Draadkracht op de Breidagen (hier lees je daar meer over). Ik heb maar één streng en ik weet niet hoe het uitpakt als ik ermee ga breien (wel een leuke verrassing), dus sokken leken me een veilige keus. Het is kleurrijk, dus ik ga er ook geen werkje in breien. Nog steeds blij met deze speciale sokkennaaldjes (CraSy Trio van addi), ik overweeg om ze ook van 2 mm te kopen.

Verder ben ik nog steeds bezig met de sjaal die ik hier niet ga laten zien tot hij af is. Ik had hem mee op het weekendje weg met de schoonfamilie naar de Veluwe (eindelijk was er eens niemand ziek, hoera) en ben er wel weer wat verder mee gekomen, maar op vakantie heb ik ook een aantal steken een flink eind moeten laten vallen om een paar foutjes te herstellen. Dat is gelukt, maar was toch een minder moment, vooral omdat ik nu natuurlijk nog meer foutjes vrees. Er zijn mensen die die dan gewoon laten zitten en daar prima mee kunnen leven, maar ik behoor meestal toch niet tot die mensen.

Ook het idee van de gebreide tas dringt zich de laatste tijd weer op, en ook die ga ik hier nog niet laten zien. Nu valt er ook nog niet veel te laten zien, maar het is me wel eindelijk gelukt om de vorm die ik wilde te krijgen, met dank aan speciaal patroonpapier (gratis online te vinden) met hokjes in de juiste verhouding van gebreide steken. Misschien kende je het al lang, maar ik vind het een revelatie. Het zou zo leuk zijn als het me lukt om dit af te maken. Al maak ik me nu al zorgen over de voering, waar waarschijnlijk een naaimachine bij komt kijken (terwijl ik dus eigenlijk niet kan naaien).

Volgens de zelfbedachte regels waar ik me niet eens altijd aan houd, mag ik nu ook een nieuw kledingstuk uitkiezen om te breien, omdat mijn trui dus af is. Totale keuzestress, dus ik wacht even af of dat vanzelf duidelijker wordt. Ga ik nog voor een zomershirtje, ook al komt dat dan misschien pas na de zomer af? Wat voor shirtje dan? Een patroon dat ik al heb? De Anna Tee en de Moon Set Tee zou ik allebei nog wel een keer willen maken. Of een effen Hikari, dus zonder die driehoeken, zodat ik hem zeker niet hoef door te knippen om er een stuk tussen te zetten als hij te kort dreigt te worden (uiteindelijk heb ik die van mij niet doorgeknipt, maar de dreiging was serieus). Of toch een heel ander patroon? Ga ik alvast een Musselburgh voor M. breien? En nog een effen voor mezelf? Enorme sjaals, houd ik ook enorm van. Ga ik eindelijk Sandbank nr 3 breien? Een van de vele patronen van Stephen West, waar het nog steeds nooit van is gekomen? O, en er ligt nog ergens een Christmas gnome in delen. De eerste speelde een glansrol in de kerstbingo van mijn paboleerteam, hij werd als allereerste gekozen van de prijzentafel (vertelde zij niet zonder enige trots), maar dat betekende dus ook dat ik hem niet mee terug nam, tot verdriet van mijn kinderen. Er moest er een voor onszelf komen, maar… kerst kwam eerder. Volgens mij heb ik alle delen behalve de baard, maar dat betekent dat ik hem vooral nog in elkaar moet zetten, en je weet wat voor hekel ik daaraan heb. Kerst dit jaar lijkt me een goede deadline.

Iets met lente

Waar te beginnen? Bij de projecten van de vorige keer, natuurlijk. En dan niet te moeilijk doen, niet te ver afdrijven, gewoon vertellen en posten, anders komt het er weer niet van.

Ik ben nog steeds bezig aan mijn Ryo. Ik wilde eerste de mouwen doen omdat die me vaak zo tegenstaan, maar mouw 2 week af van mouw 1 en ik had natuurlijk weer niet goed bijgehouden hoe ik mouw 1 precies had gebreid. Dus nu ben ik mouw 2 opnieuw aan het breien. En die caliper cables blijven irritant. Oftewel: de trui werd in een hoek gesmeten. Wel in een Efteling-tasje, want daar zijn we in de herfstvakantie een paar dagen geweest om te vieren dat we 12,5 jaar getrouwd waren. Dat was fantastisch. Tevens de laatste vakantie die we min of meer niet ziek hebben kunnen beleven…

Mijn Musselburgh is wel af. Geweldig patroon, niet voor niets zo populair wat mij betreft. En hij past zowaar goed. Het idee is dat het begin van je muts fungeert als proeflapje (dat spreekt me natuurlijk aan!), dat je dat gaat meten en steken gaat tellen, en dan moet je in een tabel opzoeken wat je verder moet doen. Alleen gaat het aantal steken in die tabellen per halve centimeter, dus je moet nauwkeurig meten. En daar ben ik niet zo goed in. Maar blijkbaar in dit geval goed genoeg, want hij past. Ik ben trouwens voor een Adult Large gegaan, want ik heb een groot hoofd. Het garen (van Wol met Verve) vind ik nog steeds erg mooi, maar ik heb achteraf spijt dat ik voor twee verschillende kleuren ben gegaan. Beide kleuren bevallen me, maar ik had liever twee effen mutsen gehad in deze kleuren. Met de omgeslagen rand, zoals ik de muts het liefst draag (daar heb ik de lengte ook op aangepast) vind ik hem gewoon niet zo heel mooi. Ik wil dus eigenlijk gewoon meer van deze mutsen breien. Een voor M., en ik wil kijken of dit dan misschien een goed babymutsje kan worden (de babymaat zit erbij, maar ik heb nogal een historie met te kleine, te grote en anderszins minder geslaagde babymutsjes). Ook hierbij ontbreekt echter enige administratie, waardoor ik alleen maar kan gokken dat ik op 3 mm heb gebreid. En ergens in mijn telefoon vond ik ‘X aantal toeren na meerderingen’, en nu vraag ik me af of dat hierover ging. Niet handig. Maar nog steeds: heel fijn project.

Verder ben ik vooral bezig aan een dubbelgebreide sjaal. Waar ik nog niks van ga laten zien. Vaak over getwijfeld of ik dat niet toch zou doen, want ik ben er trots op, wat ik in mijn hoofd had lijkt te werken en ik krijg er positieve reacties op van mensen die ’m in het echt zien. En het voelt suf om er dan wel over te schrijven, ook al is het logisch dat ik erover schrijf in een post over waar ik mee bezig ben, want ik ben hier op dit moment verreweg het meest mee bezig. M’n nieuwste copingmechanisme, noem ik hem ook wel. Maar ook al maak ik me geen illusies over hoeveel mensen dit zien of over m’n ontwerpambities, ik ga het toch niet doen, want ik wil er een patroon van maken. Uiteindelijk. Ik bewaar hem (‘it lives in’ zeggen ze altijd zo mooi in Engelstalige breivlogs) in een projecttasje dat ik heb gekregen bij de Adventswap van De Maandag na de Zondag, waar ik voor de tweede keer aan mee heb gedaan. Ik had er eigenlijk helemaal geen tijd voor, maar het was toch weer leuk.

In dezelfde periode deed ik ook nog mee aan een kerstprojectkoor hier in de stad, het was mijn tweede keer. We zongen carols, maar bijvoorbeeld ook werk van Ola Gjeilo (Ecce Novum ♥) Ik was wel erg gelukkig met mijn ‘zangmaatje’. Niet dat ik haar van tevoren kende, maar er was nogal wat sneu gedoe met wie waar (niet) mocht zitten, en samen konden we daar in ieder geval om lachen. Veel mensen waren ook wel gewoon aardig en ik kom daar in de eerste plaats om te zingen (ik vind meerstemmig zingen erg leuk, maar een koor past op dit moment niet in mijn leven), maar toch.

Kerst zelf werd helaas een dieptepunt met toch weer een koortsstuip van D. Daarvoor was het meer dan twee jaar goed gegaan, dus we hadden er heel langzaam maar zeker wat meer vertrouwen in gekregen. Ook omdat het tot zes jaar als ‘normaal’ wordt beschouwd (tussen aanhalingstekens omdat wat we met haar meegemaakt hebben daar gelukkig zeker niet voor iedereen bij hoort) en we dat moment bijna hadden bereikt. Het was echt naar, de hele schoonfamilie getuige, een nachtje ziekenhuis ver weg voor de zekerheid, daarna nog weer dagen van strakke schema’s met temperaturen en paracetamol/Nurofen. En nu dus weer veel hernieuwde stress en zorgen.

Verder nog steeds druk met redactiewerk, maar wel veel minder dan eerst, want ik studeer ook nog in deeltijd aan de pabo. Waar ik hier volgens mij nog nooit iets over heb geschreven (terwijl ik in september 2023 ben begonnen). Er valt heel veel over te schrijven, maar het is voor mij nog steeds met veel twijfels omgeven. En ik heb natuurlijk te maken met veel andere volwassenen en kinderen, over wie ik hier niet zomaar van alles kan schrijven. Wel jammer, want het vraagt heel veel van me, maar ik maak ook veel leuke en mooie dingen mee. Ik ga op zoek naar een vorm.

Works in progress

Ryo Sweater
Ik ben druk bezig aan mijn Ryo, die ik brei in Ulysse van De Rerum Natura. Ik heb hier al vaker mee gebreid, ik breide er mijn Trove mee en een vest voor M. waar ik nog steeds geen goede foto’s van heb. Het is merino, dus lekker zacht. Ik vind het wel snel breken, maar dat komt vast doordat ik lomp ben. O, en het kan niet in de wasmachine, mocht je dat belangrijk vinden. Ik weet dat meerdere Nederlandse winkels dit garen verkopen, maar om een of andere reden vind ik daar meestal niet genoeg van de kleur die ik wil. Naast dat het dit keer ondanks de verzendkosten goedkoper bleek om het rechtstreeks bij De Rerum Natura in Frankrijk te bestellen. Dit is de kleur Fusain. Ik wilde graag donkergrijs, maar twijfelde een beetje of dit niet te donker zou worden, vroeg me af of je het werkje goed zou kunnen zien. Daar kom je niet achter door allerlei foto’s op Ravelry te gaan bestuderen met telkens ander licht, maar dat ga ik dan toch doen. Ik ben erg blij dat ik de gok genomen heb, want ik vind het zeker niet te donker, ik denk dat ik een tint lichter (die heet Granit) te licht zou hebben gevonden.

Ik hoop dat ik de goede maat aan het breien ben, ik vind hem er nu vrij klein uitzien (gaan we weer). Maar ik heb proeflapjes gebreid en merino gaat groeien bij wassen en opspannen, dus voorlopig verander ik niks. De caliper cables vielen me tegen, je maakt dan door een dubbele omslag extra grote lussen en die kruis je daarna met een paar gewone steken. Dat lukte niet goed, ik had steeds het idee dat die lussen gedraaid waren. Nu doe ik het toch maar met een kabelnaald en probeer ik ze extra goed te checken. Daardoor schiet het niet zo op. Op de rug hoort eigenlijk een soort rechthoek van die kabels, maar dat vond ik niet mooi, dus ik brei de hele rug gewoon recht. Deze trui wordt soms ook wel voor/door mannen gebreid, en daarin is het vaker aangepast, viel me op. En dan vraag ik me toch af wat maakt dat sommige mensen dat detail als vrouwelijk labelen. Maar ik vind dat vooral interessant, ik denk dan niet: o, blijkbaar is dat vrouwelijk, ik ben een vrouw, dus ik moet het erin laten. Dat is juist een voordeel van zelf breien, dat ik zoiets aan kan passen. Het is op Ravelry gelabeld als unisex patroon en iedereen moet het natuurlijk lekker zelf weten, maar er staat alleen helemaal onderaan iets als: laat de short rows weg als je voor een man breit. Ik weet niet of dat voldoende is voor een goede pasvorm. Maar goed, daar hoef ik me geen zorgen over te maken.

Inmiddels heb ik de armsgaten gemaakt en brei ik rond in plaats van heen en weer. Ik denk dat ik na deze bol eerst maar eens aan een mouw moet beginnen, om te voorkomen dat er later weer een lang verblijf op sleeve island volgt.

Ik ben begonnen aan mijn Musselburgh, waar ik de vorige keer al over schreef. Aan deze kant met de Basic Sock van Wol met Verve in de kleur Dark Moss. Ik ben nu net bij het rechte stuk, waar iedereen nogal enthousiast over is. Ik kan me ook voorstellen dat het een fijn werkje is om mee te nemen en steeds even op te pakken. Nu is iedereen nogal enthousiast over deze muts, en er is dan ook nogal veel informatie over te vinden. Ik moet me inhouden om niet ál die filmpjes te gaan kijken, want ik heb in theorie betere dingen te doen. Ik heb de disappearing loop cast-on uit het patroon gebruikt, ik dacht dat die heel moeilijk was, maar dat viel mee, al werd het gaatje wel steeds groter tot ik de begindraad vastzette. Hopelijk blijft het goed zitten. Ik ben sceptisch over of ik met de goede maat ga eindigen, want mijn hoofdomtrek zit tussen twee maten in en het patroon vraagt om nauwkeurig meten (per halve steek). Het garen is in ieder geval mooi :)

Breidagen 2024

De Breidagen verdienen toch echt nog een aparte blog. Ik kan daar altijd erg naar uitkijken, ook omdat ik op zo’n dag veel even mag parkeren van mezelf. Dus nu baal ik ervan dat het alweer voorbij is, ook omdat de dag helaas niet leuk eindigde (het is nu weer oké, en het had eigenlijk niet eens iets met mij te maken, maar het was toch erg vervelend).

Zoals S. al meerdere keren had opgemerkt nog voordat we de ingang bereikten: het was druk. Er stond een rij. Dat bleek vooral te komen doordat het niet heel handig ging en er niet echt een entree was (je liep zo’n beetje direct tegen de eerste kraam op), maar het was geen ideale start. Het was wel een goed idee van S. om in de tweede hal te beginnen, en bij de kramen vond ik het niet te druk. Alleen wil ik altijd graag niet alleen shoppen, maar ook lekker ergens zitten en koffiedrinken en kletsen en aankopen showen én breien, en dat kon eigenlijk allemaal niet echt. De rij voor de horeca was gigantisch, en verder kon je vrijwel nergens zitten. Dat vond ik echt heel jammer, ik hoop dat ze dat een volgende keer anders doen. Ik zag dat ik ook niet de enige was die daarover klaagde. Ik heb wel weer genoten van het kijken wat iedereen droeg en nieuwe inspiratie opgedaan. En ik kreeg van iemand het compliment dat mijn shawl (ik droeg mijn Stellate) de mooiste was die ze daar had gezien, dat was natuurlijk superleuk om te horen! Met iemand anders raakte ik in gesprek over brioche, omdat daar een workshop over werd gegeven en zij net opmerkte hoe verschrikkelijk ze dat vond toen ze mij voorbij zag wandelen met mijn shawl, die deels in brioche is :)

Workshop wolverven
Ik had een workshop wolverven geboekt bij Draadkracht. Vriendin C. had dat gedaan op de Handwerkbeurs. Het leek mij ook leuk om dat eens uit te proberen en ik koos er ook voor omdat het lang onzeker was of S. mee zou gaan. Nu vond S. het geen probleem om zich een uurtje zonder mij te vermaken op de beurs, al was het bij nader inzien handiger geweest als we íéts later uit elkaar waren gegaan, want je bleek zelf een streng garen uit te mogen zoeken om te verven en er was veel keuze, haar advies was welkom geweest! Al heb ik uiteindelijk voor een basic sokkengaren gekozen en denk ik dat dat prima is. Misschien brei ik er ook sokken van, misschien niet, ik zie wel. Ik vond het heel leuk! Het was vooral bezig zijn en uitproberen. In ieder geval voor mij, ik ambieer totaal niet om er iets mee te gaan doen, dus ik kwam daar ook niet echt om het te leren. Ze waren zeker bereid om meer uitleg te geven als je daarom vroeg, maar ze lieten je ook lekker je gang gaan, en dat vind ik fijn, als het gewoon ontspannen is. Ik heb een keer een kerststuk gemaakt bij een bloemist met mensen die dat graag deden daar, en dat was meteen de laatste keer. Bloednerveus werd ik ervan (en ik sneed uiteraard in mijn vinger), omdat die vrouw deed alsof het in haar winkel verkocht moest kunnen worden. Ik eindigde met een mooi kerststuk en ik snap dat die professionaliteit meerwaarde heeft, maar ik heb zo al genoeg faalangst. Daar was hier gelukkig geen sprake van, iedereen was heel aardig en enthousiast. Ik heb vooral met een kwast geverfd (je kon ook met pipetjes in de weer, of dopen, of alles eerst in een bak met verf en water gooien). Ik was best bang dat het garen in de knoop zou raken, dat leek me echt iets voor mij, maar dat kan blijkbaar niet echt zolang het zo opgebonden is. Je kreeg een schort en handschoenen te leen, maar ik had toch maar geen zelfgebreide trui aangetrokken, want daar vlekken op maken leek me ook echt iets voor mij. Is ook niet gebeurd! Ze fixeren de verf door het garen in een magnetron te doen, dat vond ik heel grappig. Je krijgt het nat mee en dan moet je het thuis nog even uitspoelen en laten drogen. Dat stond ook keurig uitgelegd op een papier dat ik meekreeg. Heel handig, want anders was ik het vast weer vergeten na alles wat ik verder nog ging doen die dag. Ik ben benieuwd hoeveel witte stukjes ik zie als ik ermee ga breien, ik vond het nog best lastig om alles mee te pakken. Ik vind het leuk dat je de oorspronkelijke kleur hier en daar nog ziet, dat vind ik ook goed passen bij mijn kleuren, maar het kan best te veel zijn. Maar goed, ik denk niet dat je zo’n workshop moet doen met het idee: nu ga ik me toch iets geweldigs verven. Misschien is het gebreid hartstikke lelijk. Maar als streng (let niet op mijn zeer beperkte vaardigheid om er een streng van te draaien) ben ik er wel tevreden mee.

Dus ja, ik raad hem aan, deze workshop! En ik ben dus meestal niet zo van de workshops op handwerkgebied, omdat het toch vaak dingen zijn die ik al kan, waar ik geen interesse in heb (ik heb ook zeker niet nog meer interesses nodig!) of waarvan ik denk dat ik ook een heel eind zou moeten komen met een YouTube-filmpje.

Verder hebben S. en ik vooral alle koopwaar en samples uitgebreid bekeken en natuurlijk wat aankopen gedaan. Eervolle vermelding voor de ‘steekmarkeerderautomaat’ van Stoffen en Stiksels. Ik heb echt meer dan genoeg leuke steekmarkeerders (en gebruik vaak genoeg dan alsnog die plastic prutdingen), maar ik vond het een erg leuk idee! Ik ben op dit moment een trui voor mezelf aan het breien (waarover in een volgende blog meer), dus ik heb me sowieso ingehouden. Ik heb een Breidagen-pin gekocht en garen voor een Musselburgh. Musselburgh is een bijzonder populair patroon voor een muts, en ik ben er alleen daarom al benieuwd naar. Je vouwt het ene uiteinde in het andere uiteinde, en als je meerdere kleuren gebruikt, kun je daardoor ook meerdere looks creëren. Ik leg het vast niet goed uit en raakte er zelf ook een beetje van in de war aldaar (ruimtelijk inzicht nog steeds afwezig), maar het lijkt me een fijne, warme muts. Ik heb gekozen voor garen van Wol met Verve, in de kleuren Dark Moss en nr. 20242735.

Moeilijke keuze, en ook weer niet, want Wol met Verve heeft zoveel moois (en is relatief betaalbaar) dat je eigenlijk geen verkeerde keuze kunt maken, het is een van de stands waar ik altijd wil kijken. Ik heb ook hierbij gekozen voor sokkengaren. Een van de features van het patroon is dat je geen proeflapje hoeft te maken, maar op basis van het begin van je muts instructies volgt. Je kunt hem dan ook in verschillende diktes breien, maar door de constructie zitten er vier lagen stof op elkaar als je de rand omvouwt (en ik denk dat ik dat het mooist vind), dus ik wilde niet voor te dik garen gaan. Ik twijfelde ook nog of ik voor een of twee kleuren zou gaan, maar ik weet niet zeker of ik met mijn grote hoofd genoeg ga hebben aan één streng en het leek me leuk om een omkeerbare te maken, dus vandaar. En er zijn zoveel mensen die er (heel) veel hebben gebreid, misschien is dit pas het begin!

Ik vond het niet nodig om gebruik te maken van het ‘wolwindstation’ op de Breidagen, waar je je strengen kon laten opdraaien tot een cake (leuke service!). Ik wil ze dan toch liever als streng meenemen en bewaren tot ik er echt iets mee ga doen. En ik vind het ook geen probleem om een streng of twee met de hand op te winden. Ik merk wel dat dat een drempeltje opwerpt om er nu aan te beginnen, maar dat gaat heus gebeuren!

Maakwerk vlak voor de lente

Ik had januari overgeslagen omdat er toen niet veel te melden viel. Ik was niet van plan om februari ook over te slaan, maar nu is het toch ineens alweer half maart. Dat zou je helaas niet zeggen als je mijn projecten bekijkt. Het gaat wel wat beter met m’n schouder, maar ik heb toch nog steeds het idee dat ik er voorzichtig mee moet zijn. En ik wil echt eerst dingen afmaken voor ik weer aan nieuwe dingen begin. Dat is niet helemaal gelukt, maar dat blijft mijn streven.

Ik kan kort zijn over de afgelopen maanden: Sandbank en Georgetown. Georgetown en Sandbank. Ik ben ver met beide, maar beide leken ook helemaal tot stilstand te komen. Dat kan niet als je er wel aan breit, weet ik, maar ik breide er niet zo heel veel aan en zo leek het. Lastig om dan door te gaan. Vandaar ook dat ik van mezelf niet aan andere dingen mag werken, want die zouden dan zoveel interessanter zijn dat deze projecten zeker in een donker hoekje zouden belanden.

Sandbank
M’n Sandbank is eindelijk bijna af! Ik ben klaar met breien. Heel gek als je er zo lang aan gewerkt hebt, het voelde ook heel plotseling. Ik moet nu alleen nog de draadjes wegwerken en de sjaal opspannen. Ik heb het al een paar keer gezegd: dat opspannen was bij Sandbank #1 een drama, dus daar ben ik nu nog even blijven steken. Een andere reden daarvoor is dat ik hem op zolder neer moet leggen (hij is al groot, maar wordt nog groter) en het daar nu vaak erg koud is. O, en ik houd dus niet van draadjes wegwerken.

Het helpt om er hier over te mopperen, merk ik, want daardoor denk ik nu wel: Kom op, doe dat, hij is bijna af! Ik heb trouwens wel al een heel aantal foamtegels in elkaar gepuzzeld (daar slepen m’n kinderen nog weleens mee), hopelijk genoeg om hem straks op te leggen. Ik blijf dit een erg leuk patroon vinden, maar ik denk niet dat ik er meteen nog een ga maken.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green (50 procent merino, 50 procent katoen)
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)

Ik heb ondertussen ook weer veel gekeken naar andere shawls en heb mijn oog laten vallen op Stellate van Julie Knits in Paris, die ik blijkbaar al meer dan vijf jaar in mijn Favorites op Ravelry heb zitten (dat kun je zien). Gek hoe zo’n patroon dan ineens weer je aandacht kan trekken. Hij ziet er mooi uit, ik denk dat hij leuk is om te breien (met brioche!) en ik zie mezelf er ook al in verdwijnen.

Een andere shawl waar ik benieuwd naar ben is EWEYE van Olga Buraya-Kefelian. Ook deze shawl zie ik mezelf zeker dragen. Heel interessant patroon, en aan de voorbeelden te zien maakt het voor de look ook echt uit welke kleuren je kiest als kleur A, B en C. Bovendien heb ik begrepen dat het bij deze shawl makkelijk is om de draadjes weg te werken, en daar ben ik uiteraard zeer gevoelig voor :)

Al weet ik nog niet of ik meteen hierna weer een shawl ga opzetten.

Georgetown
Ook m’n Georgetown vordert, maar daarbij zit ik nog vast in de kraag (zoals ik bij m’n Sandbank ook eindeloos vastzat in de rand). De vorige keer was ik nog bezig aan de tweede mouw, dus er is zeker iets gebeurd, maar zo voelt het niet. Deze foto is ook al van een maand geleden omdat ik te lui ben om de steken weer over twee naalden te verdelen, maar veel lijkt er niet veranderd (en de kleur blijft elke keer anders). De kraag is breder geworden en ik weet dat ik er bijna ben, maar de laatste loodjes wegen zwaar. De boordsteek is saai, m’n schouder protesteert er snel tegen en ik blijf worstelen met het wisselen tussen de verschillende bollen.

Ik wist dat ik niet genoeg garen zou hebben om de hele kraag van een bol te breien (zoals ik bij de andere boorden heb gedaan), maar ik wist ook niet goed hoe ik dan zou kunnen wisselen. Met twee bollen werd de rand lelijk, met drie bollen vond ik te veel gedoe, dus nu doe ik het opnieuw met twee, maar schuif ik de steken naar de andere kant van de naald in plaats van dat ik keer. De voor- en achterkant zien er hetzelfde uit in de boordsteek, maar ik brei zeg maar eerst de voorkant met draad A, dan de voorkant met draad B en dan keer ik pas. Ik wissel dus elke toer van bol, zodat ik elke keer maar een klein stukje met de draad naar boven hoef. Helemaal tevreden over de randen ben ik nog steeds niet, maar het kan ermee door.

Ik ben wel blij dat de tweede mouw af is. Het is fijner om steken op te nemen rond het armsgat dan om een mouw daar later in te zetten (ik weet eigenlijk niet of ik dat ooit al heb gedaan, ik denk eigenlijk dat mijn moeder dat voor me heeft gedaan bij mijn eerste twee truien), maar dat betekent wel dat het hele vest eraan hangt en de hele tijd draait. Op een gegeven moment was ik hier ook helemaal de draad kwijt met het wisselen van de twee bollen, ik hoop maar dat het uiteindelijk goed is gegaan. Je ziet op dit moment wel een beetje waar ik het heb gedaan, ik hoop dat dat nog wat minder wordt door het wassen en blocken.

En ik hoop dat ik genoeg garen heb! Ik dacht dat ik ruim voldoende had, maar ik ben uiteindelijk voor maat L gegaan en heb het vest volgens mij ook wat langer gemaakt dan in het patroon, dus nu is er ineens niet zo veel meer over. De kraag zal sowieso wel groot zijn, dus waarschijnlijk is het geen probleem, maar toch. Ik weet nog dat S. zei: ‘En anders brei je gewoon nog een muts van de rest!’ Dat gaat niet gebeuren.

Patroon: Georgetown van Hannah Fettig
Garen: Malabrigo Rios in de kleur Pearl (100 procent merino)
Naalden: 3,25 en 4,0 mm

Sokken
Ja, toch een nieuw project(je), mijn excuus is dat ik met de trein naar Amsterdam ging (om Les Misérables te zien in Carré, was fantastisch) en iets kleins bij me wilde hebben. Uiteindelijk heb ik alleen op de terugreis een paar toeren gebreid en die vervolgens thuis net zo hard weer uitgehaald omdat mijn linksvallende en rechtsvallende meerderingen de verkeerde kant op bleken te vallen. Dus tja.

M. en S. vroegen onafhankelijk van elkaar of ik ‘weer een blaadje’ aan het breien was. Eh… nee :) Dit worden de sokken die ik al een keer heb gebreid, maar dan in kleuren die ik beter bij het patroon vind passen. Ik heb zowaar mijn aantekeningen nog (al moest ik wel over een krabbeltje érg diep nadenken voor ik me herinnerde wat ik daarmee bedoelde).

Wordt vervolgd, ik wil hier heel graag een patroon van maken, maar dan moet het wel ook voor meerdere maten zijn, dus dat wordt nog flink puzzelen en rekenen. Het lekker felgroene garen is trouwens Jawoll van Lang Yarns.

Haarfrutsels
S. had ‘Raar met je haar’-dag op school. Leuk, alleen zou ze eerst gym hebben en draagt ze een fietshelm. We moesten dus op zoek naar iets raars wat in die omstandigheden bruikbaar was. En dat zijn deze speldjes geworden, die ze zelf in kon doen na gym. Door drie vasten te haken in elke losse gaat de sliert vanzelf krullen (ook bekend van de octopusjes en vogeltjes voor te vroeg geboren kindjes). S. was blij, dus ik ook.

Maakwerk van december

Het nieuwe jaar is begonnen, en ik heb geen overzicht van het vorige gemaakt. Dat hoeft natuurlijk ook niet, maar misschien heel kort nog even. Vanaf januari kwamen de afleveringen van De BreiSTER online, waar ik heel veel over heb geblogd. Daarna lukte het vanaf de zomer om Maakwerk weer op te pakken. Ik heb niet zo veel projecten afgemaakt, maar wel een paar grotere. Mijn Nightbook kwam eindelijk af (ik heb hem aan terwijl ik dit typ), ik maakte een tweede Liefstebeest voor m’n kinderen en twee dekens met wafelstof erachter van de ‘mislukte vierkanten’ voor M. en voor M. En twee paar sokken. Ik ben naar de Handwerkbeurs en de Breidagen geweest. Niet slecht.

En nu werk ik aan Sandbank #2 en aan Georgetown (foto). Alleen nú even niet, want m’n schouder doet zeer en alles zit vast in die regio. Ik denk dat ik tijdens de kerstdagen iets te enthousiast heb gebreid, en verder zal het wel weer een combinatie zijn van te veel telefoon en laptop en stress. Zeker ook stress. We hebben weer erg roerige weken achter de rug met D., gelukkig niet door koortsstuipen zelf, maar wel door de impact daarvan (daar laat ik het even bij, anders typ ik mezelf waarschijnlijk een nog meer overbelaste schouder). Ik heb het er lastig mee, want ik heb handwerken echt nodig voor m’n mentale welzijn en doe het normaal gesproken vrijwel elke dag (je zou het ook een verslaving kunnen noemen), en nu kan dat dus niet. Erg frustrerend, omdat ik er nu wel tijd voor zou hebben, en ik ben dan ook echt jaloers op iedereen die nu lekker aan het breien is. Maar ja, beter om nu even heel rustig aan te doen en dan straks weer verder te kunnen. Ik weet nog niet wanneer dat is, hoelang ik het volhoud om niks te doen. Ik weet wel dat ik in de zomer van 2021 ook last had van mijn schouder. Het blijft een beetje een zwakke plek. Ik ging toen zelfs zonder handwerkje op vakantie op vakantie had ik er toen zo ongeveer nog meer last van dan daarna, en toen de BreiSTER dat najaar was en ik extreem veel breide juist weer niet. Dus ik weet het ook niet precies, ik kan alleen maar hopen dat het snel weer beter gaat (en mijn arme omgeving ook).

Bij m’n Sandbank ben ik inmiddels halverwege de rand, daar valt op dit moment niet zoveel over te vertellen. Ik heb bedacht dat twintig toeren rand na de opzettoeren wel een mooi aantal is. Het duurt erg lang en ik kijk al uit naar het afkanten. Niet naar het opspannen, want dat was vorige keer een drama.

Daarnaast dus Georgetown, daar ben ik erg mee opgeschoten. Ik ben nu bezig aan de tweede mouw, en de vijfde en zesde streng van de zeven strengen die ik heb. Volgens mij heb ik hem iets langer gemaakt dan in het patroon. Je breit dit vest van onder naar boven, dus je moet er een beslissing over nemen in plaats van dat je kunt kijken waar je uitkomt. De maat, groter dan ik normaal zou kiezen, lijkt wel goed uit te pakken. Het idee dat je bij breien dingen zelf kunt aanpassen voor jouw lichaam en jouw smaak kan me erg in de weg zitten. In mijn hoofd wordt het al snel: dus het moet perfect zijn.

Er zit wat waist shaping in dit vest, maar daarna is het gewoon een stuk recht omhoog. Dat vond ik een beetje saai, ik was blij toen ik steken af kon kanten voor de armsgaten. Maar toen was het natuurlijk nog helemaal niet af en irritant met die smalle stukjes.

De schoudernaden sluiten vond ik ook maar ingewikkeld. Ik heb er niet zoveel ervaring mee, ik probeer altijd patronen uit te zoeken waarbij ik zo min mogelijk achteraf in elkaar hoef te zetten. Nu valt dat hier bij de ‘mostly seamless’ versie wel mee, die schoudernaden zijn ook meteen de enige naden, maar ik weet niet of het zo helemaal goed is.

Ook nog best ingewikkeld om vervolgens netjes steken op te nemen voor de mouwen. De mouwen zelf zijn een hele klus, met veel verkorte toeren aan het begin. Op zich wel interessant en de pasvorm lijkt tot nu toe goed, misschien gingen de klachten dan toch vooral over de versie in losse delen. Ik denk wel dat ik het mooier had gevonden als de minderingen in de verkorte toeren gespiegeld waren geweest. Ik realiseerde me echter pas in de tweede mouw dat dat niet zo was, dat rechtsachter hetzelfde was als linksvoor. Ik denk niet dat het heel erg opvalt, ook doordat het zo dicht bij de naad is, maar het stoort me dan toch, ik wil dat het symmetrisch is. En ik denk dan ook: Ik heb betaald voor dit patroon, dan hoor ik hier niet over na hoeven denken. Ik wilde echt niet een hele mouw uithalen omdat het 5 keer ‘verkeerd’ was welk steekje boven lag en welk steekje onder, dus uiteindelijk heb ik eroverheen gemaasd. Ik hoop dat dat nog wat minder gaat opvallen na het wassen. In mouw 2 kon ik het nog naar m’n zin maken. Zo is het in ieder geval overal hetzelfde.

Ik vind het patroon sowieso best warrig, je breit de mouw rond, maar aan het eind van de omschrijving worden ineens de goede en de verkeerde kant genoemd. En ik ben uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat ‘every 8 rows’ hetzelfde betekent als ‘every 8th row’, maar dat vind ik dan toch verwarrend, de redacteur in mij wil dat consequent hebben.

Ik denk dat het nu verder wel moet lukken, de tweede mouw moet ‘gewoon’ precies hetzelfde worden als de eerste, ik heb aantekeningen gemaakt. En dan nog de kraag eraan. Die is behoorlijk groot en de zijkanten krullen nu nog heel erg naar binnen, dus ik vind het best lastig om me voor te stellen hoe het er uiteindelijk uit zal zien.

Patroon: Georgetown van Hannah Fettig
Garen: Malabrigo Rios in de kleur Pearl (100 procent merino)
Naalden: 3,25 en 4,0 mm

Voor dit jaar heb ik nog niet zo veel concrete plannen, niet zo fijn om over te schrijven nu ik niet kan handwerken en ook altijd maar weer afhankelijk van de situatie hier. Dat niemand van ons op de ic belandt is opnieuw de hoop, vorig jaar helaas niet gelukt. Dat klinkt misschien nuchterder dan ik bedoel, want ik vind het heel beklemmend.

Misschien dan toch maar een lijstje met wat ideetjes, zonder de druk dat dit ook echt allemaal moet gebeuren.

★ Ik wil m’n Hikari breien, ik heb het patroon, ik heb er garen voor gekocht op de Breidagen, dus niks houdt me tegen (afgezien van mijn schouder dan nu). Je leest hier meer over mijn plannen.

★ Ik zou graag een keer een trui haken. Beetje geïnspireerd op juf Sas (zie verder), al denk ik dat het uiteindelijk geen trui van haar gaat worden, omdat het me tegenstaat dat zij schijnbaar alleen uitlegt hoe je hem in je eigen maat kunt maken, in plaats van dat ze verschillende maten heeft uitgewerkt.
Acre is een goede optie, ik vind die punt heel gaaf, dat krijg je met breien niet makkelijk voor elkaar, en City Lights ook (al vind ik die wel echt te kort in het patroon). Grappig dat ik dan toch vaak word aangetrokken door haakwerk dat op breiwerk lijkt, dat vind ik dan blijkbaar toch het mooist. Of toch een granny square-vest, zoals Ariana (blijft leuk), of meer een opengewerkt vestje zoals Rosal (over dat soort vestjes ben ik dubbel, want ik weet dat ik ze niet veel draag, maar ik vind dat soort haakwerk wel altijd heel leuk). Van haken krijg ik trouwens meestal nog sneller last van m’n schouder dan van breien, dus of dit realistisch is…

★ Punchen komt toch ook nog maar een keer op het lijstje. Ik heb jaren geleden een punchnaald gekocht bij Studio Koekoek en toen niks. Het lijkt me nog steeds leuk om te doen, maar ik heb het nog steeds niet gedaan. Ik heb trouwens een setje van drie verschillende naalden (deze, volgens mij), en daardoor echt allerlei garen dat ik ervoor zou kunnen gebruiken, dus wat dat betreft heb ik geen excuus. Punchstof heb ik trouwens niet, ik weet ook niet of dat per se nodig is, maar misschien moet ik een lapje kopen om de drempel nog wat te verlagen.

★ Ik wil eigenlijk vooral heel graag deze trui die ik op Instagram heb gezien. Die vind ik helemaal geweldig. Het probleem is dat die vrouw hem zelf heeft ontworpen, maar er geen patroon voor wil schrijven. En ik vrees dat ik nog steeds niet genoeg weet van het ontwerpen van kledingstukken, maar ik overweeg toch wel sterk om te proberen of ik hem na kan maken. Het patroon van de takjes heb ik alvast gevonden in de Japanese Knitting Stitch Bible, dus dat scheelt (het is nr. 129 voor als je het boek ook hebt, misschien een van de redenen dat er geen patroon van gaat komen). Ik ben daar blij mee, want ik heb dus dat boek, maar heb er nog alleen maar in zitten bladeren en wil er graag eindelijk eens echt iets uit breien. In het midden zit een soort gevlochten kabel. Die heb ik niet in dat boek kunnen terugvinden, maar volgens mij is het een soort Celtic plait zoals hier, maar dan breder. Ertussen zitten volgens mij kabeltjes over 2 (?) steken die steeds dezelfde kant op kruisen. Verder is alles in tricotsteek en de boorden zijn in twisted rib. Vanwege dat paneel zal de trui van beneden naar boven zijn gebreid, misschien wel in het rond en dan op een gegeven moment de voor- en achterkant scheiden voor de armsgaten? Je merkt wel dat ik niet echt een idee heb. Dat paneel ziet er indrukwekkend uit, maar ik vrees dat de constructie van de trui een groter probleem gaat zijn voor mij.

★ Ik zag een foto terug van de Polaris die ik ooit voor M. heb gebreid. Die is helaas extreem gekrompen en vervilt doordat ze hem per ongeluk in de wasmachine had gedaan. Toen dacht ik toch: Misschien moet ik gewoon een nieuwe voor haar breien. Of iets anders, als ze dat liever heeft. Dat verdient ze zeker!

Tot slot nog een paar tips voor bij het handwerken. Je hoeft er natuurlijk niet per se bij te handwerken, maar als je daar helemaal niet van houdt, lijkt het me niet zo waarschijnlijk dat je dit leest, dus tja.

Vlog: De (maand)vlogs van juf Sas. Ik vind ze… fascinerend. Hoe ze haar leven laat zien, hoe ze soms haar eigen volgers/klanten afkraakt, hoe ze de randen van haar vesten niet afwerkt en dan beweert dat het ‘truttig’ is om dat wel te doen… Ik vind het matig dat ze zoveel nieuwe kleding en andere dingen koopt, maar ik vind het wel altijd erg leuk om meer te horen over haar werk in de bibliotheek. En ze doet het toch maar, met al die patronen en samenwerkingen en wat al niet meer, dat kan ik over mezelf niet zeggen.

Tv-programma: De invasie van België. Ongetwijfeld zwaar gescript, maar ik geniet er toch van. Ik vind het vooral erg leuk dat Slongs meedoet. Ik weet niet meer hoe we haar leerden kennen, maar we zijn in 2016 zelfs helemaal naar Vilvoorde gereden om haar te zien optreden, en dat was een van de betere dagen van m’n leven. Overigens zagen we Gers Pardoel daar ook (hij doet toevallig ook mee aan dit programma), maar die liep alleen maar te klagen over het geluid en kwam erg onsympathiek over. En ’s avonds zagen we Clouseau en dat was fantastisch (maar zij hebben niks met dit programma te maken).

Podcast: De gestolen schilderijen van Jopie Huisman. Ik ben bezig aan het vierde en laatste deel. Ik ben niet speciaal geïnteresseerd in Jopie Huisman, ik kende hem eigenlijk niet eens, maar deze podcast is zo goed! Ik heb het allerliefst Nederlandstalige verhalende podcasts, en deze is ook weer zo mooi gemaakt, ze vertellen het verhaal zo goed en het is vaak ook zo grappig. Helpt ook mee dat het verhaal zich grotendeels afspeelt in Nuenen, waar mijn schoonfamilie woont. Hij is van Simon Heijmans en Marion Oskamp. Zij hebben eerder De brand in het landhuis gemaakt, en die is ook zeker de moeite waard.