Maakwerk: Hikari

Ik heb besloten om meerdere handwerkblogs te posten, omdat ik anders maar blijf werken aan een ellenlange post waar ik dan steeds dingen aan toe moet blijven voegen. Hopelijk helpt dit!

Ik kan je in ieder geval vertellen over m’n Hikari, want die is af! Vorige keer liep ik nog heel erg te stressen dat hij te kort zou worden. Dat was moeilijk op te lossen door de driehoek aan de voor- en achterkant. Ik had eigenlijk daarvoor langer moeten doorbreien. De rigoureuze oplossing zou zijn om het hele shirt doormidden te knippen, er een stuk tussen te breien en het dan weer aan elkaar te zetten. Dat zou best spectaculair zijn geweest (en doodeng)! Dit is misschien wel een beetje een anticlimax, want uiteindelijk heb ik dat dus niet gedaan. Tegen de tijd dat ik kon gaan kijken hoe lang hij geworden was na het wassen en opspannen, had ik er vrede mee dat ik er misschien in zou gaan knippen. En toen hoefde het dus niet. Zul je altijd zien. Hij is nog steeds aan de korte kant naar mijn smaak en ik geloof nog steeds niet echt dat hij zo veel gegroeid is dat knippen niet meer nodig. Ik moet me inhouden om er niet steeds aan te trekken als ik hem draag, maar vooralsnog ga ik er dus niet in knippen.

Ik heb 10 toeren extra gebreid in patroon en daarna ook de boord zoveel langer als ik durfde (het patroon loopt door in de boord en ik vond het belangrijk dat het in verhouding bleef). Daarna heb ik de mouwtjes gebreid. Die zijn maar een paar toeren, dus dat stelde niet zoveel voor (een groot voordeel van zomertruitjes!). Al moet je ze wel afkanten met een i-cord en kon ik me niet herinneren of ik dat al eens eerder had gedaan. Gelukkig wordt het duidelijk uitgelegd in het patroon, en het lukte zowaar ook om het begin en einde redelijk netjes aan elkaar vast te maken. Ik heb ook nog heel erg gebaald van een smoezelig plekje in een van de i-cords. Eerst twijfelde ik nog of het een erg grauw stukje linnen was, want er zit dus wat linnen in het garen en dat zie je. Maar daarna dacht ik toch dat het een vlekje was (bijvoorbeeld van chocola, ahum) en heb ik mezelf vervloekt en het zo goed mogelijk weggewerkt. Nu zie ik het eigenlijk niet meer, dus dat is mooi.

Ik vind hem wel nog steeds echt mooi, om te zien en om te breien. Apart, maar niet te. Er zitten toffe technieken in. En het patroon is ook heel goed. Ik heb al trotse momenten gehad, zoals toen de ontwerpster op mijn Instagram-post reageerde en toen iemand me ermee complimenteerde en m’n moeder liet vallen dat ik het zelf had gebreid, waarop diegene dat niet geloofde.

Het garen vond ik ook fijn breien. Ik heb het op de Breidagen gekocht bij mensen uit Litouwen, dus misschien is er niet zo makkelijk aan te komen. Maar als ze weer naar de Breidagen komen, is het zeker de moeite waard om eens bij hun stand te gaan kijken. Het voelt erg prettig aan. Ik twijfelde toen enorm tussen dit garen in blauw en hetzelfde garen in flesgroen. Misschien ga ik nog wel een keer voor het groene bij een ander zomertruitje! Ik heb waar het kon twee bollen afgewisseld om kleurverschil te voorkomen, zoals bij handgeverfd garen wordt aangeraden. Misschien is dat heel goed gelukt, maar ik denk dat er ook gewoon niet veel kleurverschil in de strengen zat. Ook daar waar het me niet lukte door de constructie, lijkt het namelijk geen problemen te hebben opgeleverd. Gelukkig maar!

Als ik Hikari nog een keer zou breien, zou ik dus wel vóór de driehoek wat extra toeren breien, zodat hij iets langer wordt (zonder drama). Maar dat zou goed kunnen liggen aan mijn Europese bouw en is misschien ook een kwestie van smaak. Ik vind shirtjes snel te kort. Als ik heel kritisch ben, moet ik toegeven dat dit patroon misschien nóg mooier zou zijn in effen garen. Er loopt bijvoorbeeld een soort lijn in donkerder blauw over de onderrug. Dat zou ik zelf niet zo verzinnen, maar ik kan er prima mee leven.

Patroon: Hikari van Bernice Lim
Garen: 90% merino, 10% linnen van Apmezga
Naalden: 3 mm

Boeken

Ik probeer weer wat meer te lezen deze zomer, want dat doet me nog steeds goed (vooral als het lukt om niet te piekeren over mijn eigen schrijven en als ik niet te veel dingen zie waar de redactie van mij iets mee had gemoeten). Stukjes erover schrijven helpt ook.

Anna Woltz – De tunnel

Dit boek speelt zich af in een van mijn favoriete steden: Londen. Alleen dan wel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat onder andere over hoe mensen toen schuilden voor de bombardementen in metrostations. Ik wist daar eerst niks van, tot ik jaren geleden in Bethnal Green uit de metro stapte en erover las. Daar heeft een vreselijk ongeluk plaatsgevonden met vele doden toen mensen er wilden schuilen en er iemand van de trap viel. Er is inmiddels ook een monument, ik heb er veel aan gedacht terwijl ik dit boek las.

Woltz heeft vast uitgebreid research gedaan, het kwam geloofwaardig op me over en ik vond het goed geschreven. Ik vond het alleen niet zo nodig dat ze meteen aan het begin vermeldt dat een van de personages zal sterven (het boek opent ermee, dus dit is geen spoiler). Die keuze begreep ik niet goed. Het valt enigszins te verwachten in zo’n boek en het voegde voor mij niet echt iets toe om het al zeker te weten. Daarnaast vond ik het einde ook wel erg zoetsappig. Het is overigens een C-boek (12+), dus daarmee mag het misschien ook wat helderder zijn dan in een boek voor volwassenen, maar nee, ik vond het gewoon te zoetsappig. Desondanks vond ik het wel ontroerend wat ze schrijft over de kracht van verhalen, dat dan weer wel.

Rindert Kromhout en Tonke Dragt – Wie achter deze deur verdwaalt
(met illustraties van Linde Faas)

Als het over Tonke Dragt gaat, vind ik het al snel fascinerend. En dat terwijl ik eigenlijk helemaal niet zoveel over haar weet, toch altijd meer M.’s afdeling. Al bewaar ik goede herinneringen aan een opdracht in de brugklas waarbij we scènes schreven op basis van Torenhoog en Mijlenbreed. In dit geval heeft Rindert Kromhout het boek geschreven, maar hij heeft zich daarbij laten inspireren door Dragt, die een goede vriendin van hem is. Het is een eerbetoon geworden, aan haar, haar werk en de rest van de Nederlandse kinderliteratuur. Dat maakt het een prachtig project, wat mij betreft. Het verhaal zelf, over een klas die contact krijgt met een bekende kinderboekenschrijfster die een vreemde deur in haar huis heeft, vond ik niet heel geweldig. Ik denk dat het beter uitgewerkt had kunnen worden, en het lijkt ook niet helemaal van deze tijd, wat oubollig. Die verdwenen vader van de hoofdpersoon had ook best wat meer verantwoordelijkheid mogen nemen. Maar het nawoord is heerlijk, daarin vertelt Kromhout uitgebreid hoe hij Dragt ooit ontmoette en hoe er in de jaren tachtig een heel project ontstond nadat een boek van Els Pelgrom (vormgegeven door Max Velthuijs) werd verboden omdat het te veel op een echt paspoort zou lijken. Hier kun je daar meer over lezen, en als je dat doet, vallen nog meer dingen uit Wie achter deze deur verdwaalt op hun plek. Het moet geweldig zijn geweest om toen bij die groep kinderboekenschrijvers te horen, en ik vond het leuk om daar op deze manier meer over te weten te komen.

Charles Lewinsky – Alleen maar helden
(Kastelau, vertaald uit het Duits door Elly Schippers)

S. had mij dit boek jaren geleden aangeraden. Ik was in de bieb met mijn verlanglijstje op mijn telefoon en zag toen ineens: ‘Dit boek is van uw verlanglijst verwijderd.’ Eh… welk boek? Geen idee. Nou ja, er staat nog genoeg op. Ik ging naar de afdeling Spanning (kom ik niet vaak, want ik vind alles eng) en leende dit boek. Overigens vond ik het helemaal niet zo’n spannend boek. Eerder een historische roman. Ik vroeg me vorige keer al af hoe sommige boeken (steevast van vrouwelijke auteurs) bij de romantische boeken terechtkomen. Misschien komen sommige boeken van mannelijke auteurs sneller bij Spanning terecht. In ieder geval, ik ging dit boek lezen. Ik kwam er niet zo lekker in, maar dat kwam ook doordat ik op vakantie was met twee zeer enthousiaste kinderen van 6 en 4.

Qua opbouw is het echt een boek voor mij, want het bestaat uit interviews, stukken manuscript, brieven, filmscripts enzovoort. Zo lees en schrijf ik nu eenmaal heel graag. Dat manuscript is van iemand die promotieonderzoek deed naar een zekere nazifilmster. Die filmster ontvluchtte aan het eind van de Tweede Wereldoorlog samen met een aantal anderen Berlijn om in de Alpen een film op te nemen. Een propagandafilm, zodat ze zogenaamd onmisbaar waren en niet in dienst zouden hoeven. Het onderzoek richt zich op wat er precies is gebeurd in dat bergdorpje. Dingen die niet naar buiten mogen worden gebracht, zo blijkt al snel, aangezien de promovendus aan alle kanten wordt gedwarsboomd. Ideaal natuurlijk om informatie achter te houden en mensen verschillende dingen te laten beweren, en dat doet Lewinsky dan ook volop. Dat werkt lang goed, maar het einde vond ik toch een beetje tegenvallen. O, en volgens mij klopt de flaptekst niet van de editie die ik heb gelezen. Kan altijd gebeuren, maar toch jammer.

Verder verbaasde ik me er tijdens het lezen een aantal keer over dat S. dit boek had aangeraden. Het leek me niet echt iets voor haar. Tot ik me ineens realiseerde dat zij een totaal ander boek had genoemd, namelijk Het lot van de familie Meijer van dezelfde auteur. Heb ik dat boek per ongeluk van mijn verlanglijst gewist en toen dit gepakt of stonden er twee boeken van Lewinsky op? Dat weet ik dus niet. Nou ja. Ik zet Het lot van de familie Meijer er maar weer op, want ik vond het goed geschreven en vertaald.

Marlies Koers – Dagboek van een verloskundige

Dit was het lekkere wegleesboek waar ik op hoopte. De titel geeft het al aan, Koers schrijft over wat ze allemaal meemaakt als verloskundige, en dat blijf ik een fascinerend beroep vinden (wat vast deels ook komt doordat ik zelf nooit zo’n leven zou kunnen leiden). Mijn interesse in bevallingsverhalen is minder dan toen ik nog wat dichter op mijn eigen bevallingen zat, maar die is er nog steeds wel. Ik heb dit boek graag gelezen en sluit niet uit dat ik het vervolg (Sorry dat ik je wakker bel) ook nog eens pak als ik ervoor in de stemming ben. Ze lijkt het boek ook een beetje bedoeld te hebben voor aanstaande ouders, als voorbereiding, maar daarvoor zou ik het niet per se aanraden. Er ligt natuurlijk toch enige nadruk op bijzondere verhalen, en dat betekent ook dat er bovengemiddeld (denk/hoop ik) veel verhalen in staan waarin het niet goed afloopt. Ik denk dat je die beter trekt als je zelf niet meer hoeft te bevallen.

De auteur heeft volgens mij veel hulp gehad bij het schrijven en vooral het structureren van het boek, het is er gekomen op initiatief van agentschap Sebes & Bisseling, en in het dankwoord geeft ze dat ook aan. Altijd interessant hoe dat soort dingen gaan (en tegelijkertijd deprimerend, moet ik toegeven). Stilistisch stelt het weinig voor, maar als je verloskundige bent, heb je natuurlijk meer dan genoeg andere prioriteiten en kwaliteiten. Overigens vond ik het soms alsnog lastig om te weten over welke cliënt het ging als die veel later in haar zwangerschap opnieuw opdook. En erg jammer dat niemand de auteur heeft gevraagd om waar mogelijk ‘ouders’ of ‘partner’ te gebruiken in plaats van ‘papa’. Ja, de (geboorte)zorg is heteronormatief, ik weet er helaas alles van, maar je zou zeggen dat het weinig moeite kost om in de tekst inclusiever te zijn.

Ik vond haar ook soms wel erg positief over de geboortezorg in Nederland. Ik snap het helemaal vanuit haar positie, en sommige dingen leken ook echt wel goed geregeld in haar praktijk/werkgebied. Zoals dat ze proberen om bij een bevalling te blijven als die medisch wordt (ook al valt die dan dus niet langer onder hun verantwoordelijkheid). Maar toch ook éven een passage over de erbarmelijke situatie in ziekenhuizen in India, met de expliciete boodschap: het is in Nederland zo slecht nog niet. En uiteraard wordt ook de kraamzorg weer flink opgehemeld, uniek in de wereld! Kon bijna niet anders, zeker aangezien de moeder van de auteur kraamverzorgende was (er staat ook een heel verhaal in over hoe ze een keer samen bij een bevalling waren), maar daar kijk ik toch echt anders tegen aan.

Boeken

Hannah van den Ende – Vergeet niet dat je arts bent

Het was niet helemaal mijn bedoeling om achter elkaar twee non-fictieboeken over de Jodenvervolging te lezen, maar toen waren M. en ik een middagje in Utrecht, gingen we naar de Bibliotheek Neude (aanrader!) en nam ik dit boek mee, dat ze in Amersfoort niet hebben. Hannah van den Ende baseerde dit boek op haar proefschrift over Joodse artsen in Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Misschien is het daarom iets minder een publieksboek dan de boeken van Bart van der Boom, waar ik zo enthousiast over ben dat dit alleen maar kon tegenvallen. Het is overigens bij dezelfde uitgeverij (Boom) uitgekomen als die boeken.

Ik vond het alsnog een interessant boek, doordat het onderwerp zo specifiek is, kom je toch weer meer te weten over dingen waar je eerder misschien alleen in het algemeen weleens iets over had gehoord. Van den Ende laat goed zien waarom de artsen een aparte groep vormden binnen de Joodse bevolking en legt uit waarom ze ‘relatief bevoorrecht’ waren. Ze bekijkt in verschillende fasen van de oorlog en bij verschillende gebeurtenissen in hoeverre de artsen hun beroep nog konden uitoefenen en trouw konden blijven aan hun opvattingen. Dan moet je natuurlijk wel eerst weten wat hun opvattingen over hun beroep (roeping is wellicht een beter woord) waren, dus daar gaat ze eerst op in. Ik snap die keuze, maar ik vond het daardoor wel lastig om erin te komen. Dat werd later gelukkig beter. Soms had ik wel het idee dat het vooral gericht was aan andere artsen en voelde ik me als lekenlezer niet aangesproken.

Na die boeken van Van der Boom kijk ik extra naar wat anderen beweren over wat de tijdgenoten wisten, en ik vind dat Van den Ende daar wel goed mee omgaat. Ze concludeert genuanceerd dat de artsen door hun positie waarschijnlijk ‘bovengemiddeld accurate vermoedens’ hadden over de vernietigingskampen.

De titel van het boek bleek tot mijn verrassing een citaat van de vader van Hans Keilson. Hans Keilson was een Duits-Joodse psychiater die in de oorlog in Nederland ondergedoken zat en met een vals persoonsbewijs door het land reisde om ondergedoken Joodse kinderen en hun pleegouders bij te staan. Zijn ouders kwamen om in Auschwitz. Hij werkte na de oorlog voornamelijk met oorlogsslachtoffers. Dit boek gaat nauwelijks over hem, maar zijn eigen literaire werk werd ineens herontdekt toen hij honderd (!) was, na een juichende recensie in The New York Times. Ik heb tijdens mijn redactiestage mee mogen werken aan de heruitgave van zijn werk. Typisch zoiets wat nu veel indrukwekkender lijkt dan toen. Ik had toen ook wel door dat het bijzonder was, maar het ging toch grotendeels verloren in het alledaagse.

Jolande Withuis – Raadselvader

Dit boek stond al lang op mijn leeslijst, ik weet niet meer hoe het er ooit op is gekomen. Ergens iets over gelezen, ongetwijfeld. Ik vond het interessant, maar vooral ook onsamenhangend, ik weet niet precies waarom. Is het een generatiekloof? Is het voor de auteur allemaal zo vanzelfsprekend dat ze vergeet om dingen uit te leggen aan degenen voor wie dat niet geldt, degenen die niet haar leven leiden? Heeft ze simpelweg te weinig informatie, het gegeven waar het boek om draait?

Ik houd erg van verhalen over families, en dat zit hier zeker ook in, maar het gaat ook over dat ze juist géén gewoon gezin vormden, hoe het persoonlijke ondergeschikt werd gemaakt aan het communistische gedachtegoed. Daar wordt minder over uitgelegd dan ik had gewild. Natuurlijk, de Koude Oorlog, ik weet er wel iets van, maar echt niet alle ins en outs, en er kwamen toch aardig wat namen voorbij die me niets zeiden. En ja, dit klinkt misschien lui. Alles is op te zoeken, maar daar heb ik niet altijd zin in als ik in m’n vrije tijd een boek lees, en echt goede auteurs (vind ik) weten die informatie heel natuurlijk in hun verhaal te verweven, zodat de mensen die er minder van weten mee kunnen komen zonder dat het de mensen die er wel al veel van weten stoort.

Ik vond het heel interessant om te lezen over dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst communisten afluisterde en dat er mensen probeerden te infiltreren en zo. Het ging heel ver. Geen idee wat daar inmiddels wel en niet over bekend is, maar ik had er meer over willen lezen. Withuis presenteert het meer als een gegeven. En dat is het voor haar wellicht ook, maar voor deze lezer in ieder geval niet.

Lieve Joris – Hildeke

Dit is het tweede boek dat Lieve Joris over haar familie schreef, en het eerste, Terug naar Neerpelt vond ik zo goed dat ik dit ook zeker wilde lezen. Alleen kon ik het niet zo goed aan, zo bleek. Het is weer heel mooi en fijn geschreven, maar het gaat bijna alleen maar over aftakeling en de dood, eerst die van haar ouders en dan die van haar zusje met downsyndroom (Hildeke uit de titel en van de illustraties op het omslag). Dat ligt echt aan mij, zo is het gegaan, zo is het leven soms, daar kan de auteur ook niks aan doen. Er komt zelfs nog wel wat humor in voor, knap dat ze daar in alle ellende ook nog oog voor heeft, maar het was geen goed boek voor mij op dit moment. Ik werd er te droevig van.

Dan nog een puntje, waar M. mee kwam en waar ik ook heel benieuwd naar ben: in de bibliotheek staan deze twee boeken bij ‘Groen’, het worden familieromans genoemd. Nu gaan ze inderdaad over Joris’ familie, maar ze staan tussen de chicklit en de streekromans. Terwijl het niet bepaald romantische boeken zijn. Ik voel me niet snel te goed voor boeken en trek ze gerust uit iedere kast, maar waarom staan ze niet bij ‘Paars’, de literatuur? Wie bepaalt waar ze komen te staan? En kom je als vrouw eerder bij Groen terecht en als man eerder bij Paars? Fascinerend, toch? Eens een literatuurwetenschapper…

Alice Oseman – Heartstopper (deel 1)
(Heartstopper, vertaald uit het Engels door Niels van Eekelen)

Ik had hier het een en ander over gehoord en wilde er wel eens kennis van nemen. Ik heb overigens nooit een seconde van de Netflix-serie gezien, want ik leef onder een steen en heb geen Netflix. Ik had ook even gemist dat het echt een comic is. Hoe kan je dat missen, Nicole? Nou ja, laat ik het anders zeggen, ik wist dat het een strip was, maar ik had niet verwacht dat er zo weinig tekst in zou staan. Ik had meer op een graphic novel gehoopt, ik zou dit geen graphic novel noemen. Ik vond het erg wennen, de tekeningen zijn sprekend, maar toch had ik in het begin belachelijk veel moeite om Ben en Nick uit elkaar te houden (qua uiterlijk). Ik geloof niet dat het echt iets voor mij is (niet dat ik de doelgroep ben). Verder was het wel schattig en kan ik me goed voorstellen dat het voor sommige tieners superfijn is dat zulke boeken er nu ook zijn. Ook leuk dat Charlie en Nick blijkbaar in een eerder boek van de auteur al bijfiguren waren, en dat de hoofdpersoon uit dat boek (Charlies zus) hier dan weer in voorkomt. Vind ik gewoon altijd leuk, dat soort dingen.

Marga Schiet – Een boterham met tevredenheid

Ook voor dit boek ben ik denk ik niet de doelgroep, het lijkt meer geschreven met senioren in het achterhoofd. En dan specifiek de senioren die ‘vroeger was alles beter’ beamen. Of nou ja, niet alles, ouders hebben nu meer oog voor kinderen, voor veiligheid enzovoort, maar de mening van de auteur lijkt toch wel te zijn dat men in veel dingen is doorgeslagen en dat het allemaal wel wat minder kan. Generatiedingetje, wellicht.

Er komen vooral veel verschillende onderwerpen aan bod in dit boek, waardoor alles heel oppervlakkig wordt behandeld. Sommige dingen worden dan wel weer herhaald, dus men had van mij scherpere keuzes mogen maken.

Ik ging het al snel lezen als iemand die helpt bij het maken van boeken, en dat is meestal geen goed teken. Vooral de verantwoording vond ik tekortschieten in dit boek. Er wordt zeer veel beweerd zonder bron, en dan ook nog eens met grote stelligheid. De literatuurlijst achterin is ook verrassend kort. Ik dacht echt te vaak: hoe kom je hierbij? Uit onderzoek blijkt dat… Er was een keer een kind dat… Het was denk ik beter geweest als er wat minder onderwerpen aan bod waren gekomen, beter uitgewerkt. Dan kun je wel leuk achterop zetten dat de auteur pedagogie heeft gestudeerd, meerdere boeken heeft geschreven en bij de Opvoedtelefoon heeft gewerkt, maar dat maakt die auteur niet ineens alwetend. De (zeer summiere) informatie over lesbisch ouderschap klopte alvast niet helemaal, voor zover ik weet. Ik wilde hier ook nog zeggen dat het me stoorde dat de term ‘homohuwelijk’ werd gebruikt zonder aanhalingstekens, maar ik heb inmiddels ontdekt dat het Groene Boekje en Van Dale dat ook doen, zonder ‘in de volksmond’ o.i.d. Dat verbaasde me en daar ben ik het niet mee eens, maar oké.

In het boek komen diverse personen aan het woord, voornamelijk over hun jeugd. Dat had heel leuk kunnen zijn en is soms ook best interessant, maar het zijn vaak zulke korte stukjes dat ik er niet echt iets mee kon. Wie zijn deze mensen? De auteur laat weten dat ze ze heeft geïnterviewd en van een schuilnaam heeft voorzien om hun anonimiteit te waarborgen, maar daardoor heeft de lezer dus geen idee. Een schuilnaam en een geboortejaar, meer krijg je niet. Hoe representatief zijn deze mensen voor hun generatie? Het zou zomaar kunnen dat de auteur voornamelijk haar eigen vrienden en kennissen heeft geïnterviewd. Dat maakt uit!

Ik vraag me vooral af hoe ze het met haar moeder heeft gedaan. Haar moeder is de rode draad in het boek, zij mag in elk hoofdstuk iets over het thema vertellen. Haar leer je dus wel iets beter kennen dan de andere geïnterviewden, al valt dat nog tegen (in mijn beleving vertelde ze vooral vaak dat ze in een weeshuis bij gemene nonnen had gezeten). De vraag is echter: heeft die moeder dit echt zo verteld, of heeft de auteur deze passages vanuit haar moeder bij elkaar gefantaseerd? De moeder was namelijk al overleden bij het verschijnen van het boek. Kan de auteur haar moeder voor haar dood uitgebreid hebben geïnterviewd? Zeker. Staat er dat ze dat heeft gedaan? Nope, er staat alleen dat haar moeder zo’n beetje tot vervelens toe dezelfde verhalen vertelde. Zijn die stukjes daar dan losjes op gebaseerd? Als je je moeder hebt geïnterviewd voor dit boek, dan zet je er toch iets bij als: ‘M’n moeder vond het geweldig dat ik dit boek aan het schrijven was en ze werkte er zo graag aan mee, wat jammer dat ze de verschijning niet meer heeft mogen meemaken.’ Als je haar níét hebt geïnterviewd voor dit boek en je doet na haar dood alsof dat wel zo is… dan vind ik dat een zeer dubieuze zaak! Zeker omdat ze haar moeder ook over haar kinderen (dus via een omweg over haarzelf) laat vertellen.

Uiteindelijk werd het voor mij ook een soort spelletje om te kijken of ik achter het geboortejaar van de auteur kon komen, aangezien haar eigen leeftijd (bewust?) nergens wordt vermeld. En ja, dat lukt, als je wat informatie combineert :)

Maakwerk in mei

Hoi! Soms moet je maar gewoon weer ergens beginnen, hè. Het voordeel van deze blogs is dat ik simpelweg de laatste erbij kan pakken en kan kijken wat ik sindsdien zoal heb gedaan…

Sandbank #2
M’n tweede Sandbank is nu helemaal af! Ik hoefde er ook niet veel meer aan te doen, alleen nog de draadjes wegwerken en hem opspannen. Ik was voorbereid op het ergste, want het opspannen ging de vorige keer helemaal niet goed. Dat hielp, want daardoor viel het nu nog wel mee. Al lukte het alsnog niet om de rand helemaal recht te krijgen.

Ik ben er heel blij mee en heb hem al best veel gedragen (en mijn omgeving er ook eindelijk een paar foto’s van laten maken). Als je eenmaal doorhebt hoe het patroon werkt, is het echt een aanrader. Ik zou ook nog wel een donkerblauwe of donkergrijze willen… Maar er zijn ook nog heel veel andere sjaals die ik graag wil breien, dus ik denk dat ik eerst even verder ga kijken.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green (50 procent merino, 50 procent katoen)
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)

Georgetown
Ook m’n Georgetown is af! Vorige keer dacht ik dat er geen einde kwam aan die kraag, maar ik bleek toen toch niet meer zo veel toeren te hoeven. Nu kun je natuurlijk stoppen wanneer je wilt, maar ik heb uiteindelijk wel de afmetingen uit het patroon ongeveer aangehouden. En ik had gelukkig voldoende garen. Ik heb dit vest ook opgespannen, vooral in de hoop dat de kraag dan mooi zou vallen. Het duurde ongeveer drie jaar voor het droog was, maar toen kon ik het eindelijk aan… en was ik helemaal niet tevreden. Ik vond echt zo’n beetje alles eraan lelijk. Oké, de kleur niet, die is perfect (en belachelijk slecht op een foto te vangen). Maar verder? De mouwen waren veel te lang, de pasvorm was niet mooi, had ik dan toch een M moeten breien? De kraag bleef niet mooi plat liggen en de mouwinzet was niet verbeterd door het wassen. Stom vest.

Het leek me een goed idee om het even weg te leggen en het daarna ‘gewoon’ aan te trekken. Mouwen omslaan, kraag een beetje anders vouwen en gaan. Ik vind het sowieso altijd lastig om mijn breisels te dragen omdat ik bang ben dat er iets mee gebeurt. Terwijl ik wel graag dingen brei met het idee dat ik ze dan kan dragen, ik denk dat ik niet per se een process knitter ben. Maar als ik dan iets af heb, ben ik altijd bang dat het vies wordt of kapotgaat, dat vind ik dan zonde van mijn werk. Alsof het niet zonde van mijn werk is als het in de kast blijft…

Ik hoop dat het er nu eindelijk te warm voor wordt, maar ik heb mijn Georgetown inmiddels een paar dagen gedragen en ik voel me er gelukkig al wat beter over. Ik weet niet precies hoe het gebeurd is, maar dat is zo. Het zit in ieder geval lekker. S. heeft het voor elkaar gekregen om er een foto van te maken waarop je de dingen die ik problematisch vond amper ziet, mensen vragen of dit nou dat vest is en vinden het mooi.

Patroon: Georgetown van Hannah Fettig
Garen: Malabrigo Rios in de kleur Pearl (100 procent merino)
Naalden: 3,25 en 4,0 mm

Hikari
Ik dacht eigenlijk dat ik al meer verteld had op mijn blog over mijn Hikari, maar blijkbaar niet. Dit shirtje was het volgende op mijn imaginaire lijstje. Het garen daarvoor was het enige wat ik nog niet had gebruikt van mijn aankopen op de Breidagen. Niet dat ik daar extreem veel had gekocht, maar toch heel fijn dat ik nu overal iets mee heb gedaan/doe (dit kan nog altijd niet gezegd worden van al mijn eerdere aankopen, ahum). De aanloop naar het daadwerkelijk breien van dit patroon was heel lang. Ik heb lang gewacht tot het patroon los verkrijgbaar was omdat het eerst alleen in een duur tijdschrift stond waar ik verder niets uit wilde maken, en de Breidagen waren ook alweer in oktober. Ik had er echt zin in, maar de lange aanloop maakte het ook wel lastig. Het schoot om te beginnen niet zo op met m’n proeflapjes. Ik breide er een op 3,25 mm, een op 2,75 mm en besloot toen voor 3 mm te gaan. En het schoot al helemaal niet op met de opzet, want die lukte niet.

De bijzondere constructie was juist een van de redenen dat ik geïnteresseerd was in dit patroon, maar ik heb die al flink vervloekt. In dit patroon begin je met een i-cord cast on. Kende ik nog niet. En ik was eigenwijs, want in plaats van strikt het patroon te volgen, keek ik naar foto’s van een willekeurige breister online, want die geschreven instructies zeiden me niet zoveel. En ik bedacht dat het toch altijd veel mooier werd met kfsb dan met kfb, dus dat ging ik doen. Zoals dat altijd gaat bij mij: als ik denk dat de ontwerper het wel het beste zal weten, blijkt het patroon vaag en die ene keer dat ík denk het beter te weten, blijkt dat niet zo te zijn. Mijn manier leverde wel een i-cord cast on op, een nette ook nog eens, al zeg ik het zelf, maar bij deze constructie bleek het juist de bedoeling dat de eerste toer losser was, want daar moet je later nog steken opnemen. Ik snapte de uitleg in het patroon al niet, zag niet wat je zou moeten zien en voelde de bui al een beetje hangen, maar natuurlijk toch eerst verder gebreid tot het punt waarop ik die steken op moest nemen. Om dan te concluderen dat ik het nog steeds niet begreep en na heel veel gehannes dat het zo toch echt niet ging lukken. Argh. Zoeken in projecten van anderen, geen klachten kunnen vinden over dit deel, dus het zal dan toch wel aan mij liggen. Helemaal opnieuw beginnen dan maar, dit keer wel strikt volgens de instructies. Die ik eerst alsnog niet begreep. En die een vrij slordige opzet tot gevolg hadden. Maar dat bleek dus de bedoeling, want nu zag ik een stuk meer van wat ik moest zien en lukte het wel. Ik voelde me meteen weer een stuk beter. Wat kan ik mezelf toch in de weg zitten.

Aan de uiteinden ziet het er nog steeds niet helemaal perfect uit (het is de bedoeling dat het i-cord over die lossere steken heen valt), maar het kan er zeker mee door. Vanaf de bovenkant van het i-cord brei je de beide schouders apart, en aan de andere kant een stuk recht naar beneden. Aan de voorkant zit een V-hals, en dan komt dat allemaal bij elkaar en brei je verder rond. Kun je er iets van maken? Het is in ieder geval iets met veel verkorte toeren, kan ik je vertellen. En ik snapte maar niet waarom de schouders niet precies gespiegeld waren, heb het patroon zelfs nog aan m’n schoonzus voorgelegd. Zij ontdekte dat dat in een veel latere toer wel weer rechtgetrokken werd en suggereerde dat het iets te maken had met aan welke kant je eindigde met je draad. Het zou ook vast niet opvallen, maar toch wilde ik ze liever precies gespiegeld hebben. Verder kon ik me aanvankelijk de halslijn niet goed voorstellen. Die blijft zoals hij nu is, dus ik ga daar niet later nog steken opnemen. Dat was voor mij belangrijk om te weten, want daardoor moest ik ervoor zorgen dat ik aan de kant van de mouwen van bol wisselde (handgeverfd garen). Ik vroeg me af of dat wel mooi zou worden, maar dat vind ik nu toch wel.

Gelukkig heb ik nog weinig kleurverschil gespot in m’n garen, want met al die verkorte toeren kreeg ik het echt niet voor elkaar om af te wisselen, dus dat ben ik daarna pas weer gaan doen. Ik dacht dat ik er boven en onder het i-cord sowieso wel mee weg zou komen, maar verder lijkt het ook goed uit te pakken. Ik had er helemaal niet over nagedacht dat het een probleem zou kunnen worden, dus dat is echt mazzel.

Het werkje is ook goed te zien, ik vroeg me af of het garen daar effen genoeg voor zou zijn, maar ik vind van wel. Het is niet zo heel moeilijk, gerstekorrel en wat gedraaide steken, maar het gaat wel traag naar mijn zin. Nu ben ik bijna klaar met die driehoeken, nog een klein stukje en ik kan aan de boord beginnen. Ik legde m’n shirtje neer… en kwam tot de conclusie dat het nog erg kort leek. Opmeten. Hm. Inderdaad best kort. Hoeveel centimeter zou er nog bij komen? Tja, niet zo veel dus.

En nu? Weet ik nog niet. Ik weet ook niet precies wat er is gebeurd. Heb ik slordig gemeten? Niet goed gekeken naar de afmetingen in het patroon? Maakt het toch ineens heel veel uit of ik heen en weer brei (eerste stuk) of rond (de rest)? Zou allemaal kunnen. M’n proeflapjes waren heen en weer gebreid, en ik heb dus uiteindelijk nog een andere naald gepakt. Op dit moment zit ik eerlijk gezegd nog een beetje in de ontkenningsfase en hoop ik dat de lengte straks ineens veel beter blijkt te zijn na het wassen en opspannen. En ja, dat kan natuurlijk ook wel wat schelen, maar of het genoeg zal zijn? Het is merino, maar geen superwash, en er zit wat linnen in, wat niet schijnt te rekken. Dus tja. Ik wil het wel afwachten, want ik heb echt geen zin om die hele driehoek uit te halen.

Mensen vroegen of ik niet gewoon de boord langer kon breien. Een beetje. Het patroon loopt op een bepaalde manier door in de boord, dat moet wel in verhouding blijven, maar ik ben wel van plan om er een paar toeren bij te smokkelen. Maar of dat genoeg helpt… Tessa had een iets rigoureuzere oplossing: boven de driehoek doorknippen, daar een stuk tussen breien en dan weer aan elkaar zetten. Eh… wat? KNIPPEN? Ik weet niet of ik dat durf. Tot nu toe ben ik ver uit de buurt gebleven van technieken waarbij je in je breiwerk moet knippen (zoals steeken en afterthought heels), want het voelt heel fout en ik kan niet goed knippen. Maar als het toch veel te kort blijkt en het alternatief is om die hele driehoek uit te halen, kan ik het net zo goed proberen, denk ik. Dus dat is zo’n beetje het plan (maar ik hoop nog steeds dat dat allemaal niet nodig is).

Patroon: Hikari van Bernice Lim
Garen: 90% merino, 10% linnen van Apmezga
Naalden: 3 mm

Sokken
Ik ben ook nog steeds bezig aan m’n sokken. Van sok 1 hoef ik ook alleen nog maar de draadjes weg te werken. Ze worden best leuk, maar ik heb nog steeds heel weinig ruimte in m’n hoofd om aan het patroon te werken, dus dat schiet nog totaal niet op. Ik moest trouwens een stuk van de hiel opnieuw doen omdat ik alweer vergeten was dat bij dit garen (Jawoll van Lang Yarns) een extra klosje garen in dezelfde kleur zit zodat je de hiel daarmee kunt verstevigen. Geen idee of dat goed werkt, maar ik heb het alsnog gedaan. En ik weet niet wat het is, maar ik heb ook nog maar weer eens een andere boord geprobeerd bij deze sok omdat ik er toch weer niet tevreden over was. Nu wel, voor hoelang het duurt. Sok 2 heb ik opgezet, maar niet meer dan dat.

Punchen
Weet je nog dat ik heel lang geleden een keer op de Handwerkbeurs een punchnaald had gekocht? Waarschijnlijk niet, want dat ding heeft jaren in de kast gelegen zonder dat ik er iets mee deed. Het leek me leuk om het een keer te proberen, maar blijkbaar niet zo leuk dat ik het ook daadwerkelijk ging proberen. Maar nu heb ik van M. punchstof gekregen voor mijn verjaardag, dus nu kan het! Ik vind het best leuk (lekker een beetje rammen, dat is iets voor mij!), maar ook nog wel lastig. Volgens mij is het de bedoeling dat de lussen aan de achterkant loszitten, maar die zitten dus los en vliegen er vooral bij een nieuwe kleur bij mij regelmatig uit. En ze zijn zeker nog niet zo regelmatig dat ik de achterkant als voorkant zou kunnen gebruiken voor een hariger effect. Maar het voelt goed om het eindelijk te doen.

Ik heb trouwens ook weer geweten dat ik lui ben, want ik was gewoon begonnen, zonder een stuk stof af te knippen en zonder iets te doen met de randen. Die randen rafelen dus als een gek, weet ik nu. Dus nu heb ik ze toch maar gezigzagd op de naaimachine, maar je weet hoe goed ik ben op de naaimachine: bijzonder slecht. Dus of het gaat houden, is nog een verrassing.

Bij de punchstof kreeg ik trouwens ook een punchnaald, van Durable. Handig voor nog dikker garen, maar ik ben er nog geen vrienden mee. Ik snap nog niet goed hoe de losse naalden erin moeten. Misschien kun je die niet verstellen, zoals bij mijn andere naald wel kan (dat heeft effect op de lengte van de lussen, in theorie dan, als je het beter kan dan ik nu)? Ik moet me er nog verder in verdiepen. De naald die ik nu gebruik is trouwens van Studio Koekoek en de stof komt van Iris Borduurt. Als patroon heb ik zomaar wat verzonnen.

Ik merk dat ik onrustig ben en heel graag van alles wil maken in plaats van de dingen afmaken die ik aan het maken ben. Ik pruts met restjes en ben al voor mezelf aan het beargumenteren dat ik wel een nieuwe shawl mag opzetten omdat m’n Sandbank af is. En omdat het niet zo lekker gaat met m’n Hikari, wil ik eigenlijk ook vooral ándere shirtjes breien. Zoals de Moonset Tee van Hailey Smedley, en dan ook in het aangeraden garen, de zijde van Knitting for Olive. Ik gebruik liever geen zijde, maar bij deze zijde worden de rupsen niet levend gekookt, dus dat vind ik een fijner idee.

Overigens ben ik de eerste die toegeeft dat mijn garenkeuze nog steeds groener en diervriendelijker kan en dat ik daar soms hypocriete keuzes in maak. Ik probeer heus een beetje op dierenwelzijn en de aarde te letten, maar toch ook op mijn portemonnee, wat mooi is en beschikbaar. Het blijft lastig, wol is natuurlijk niet vegan, maar de katoenteelt heeft ook veel nadelen (ook de biologische). En dus gaat het vaak niet veel verder dan of merino mulesing-free is, en probeer ik mijn geweten te sussen met het idee dat ik mijn gebreide kledingstukken in ieder geval jaren draag (als het goed is) en dat ze door mij gemaakt zijn in plaats van door kinderen in ontwikkelingslanden.

Maakwerk vlak voor de lente

Ik had januari overgeslagen omdat er toen niet veel te melden viel. Ik was niet van plan om februari ook over te slaan, maar nu is het toch ineens alweer half maart. Dat zou je helaas niet zeggen als je mijn projecten bekijkt. Het gaat wel wat beter met m’n schouder, maar ik heb toch nog steeds het idee dat ik er voorzichtig mee moet zijn. En ik wil echt eerst dingen afmaken voor ik weer aan nieuwe dingen begin. Dat is niet helemaal gelukt, maar dat blijft mijn streven.

Ik kan kort zijn over de afgelopen maanden: Sandbank en Georgetown. Georgetown en Sandbank. Ik ben ver met beide, maar beide leken ook helemaal tot stilstand te komen. Dat kan niet als je er wel aan breit, weet ik, maar ik breide er niet zo heel veel aan en zo leek het. Lastig om dan door te gaan. Vandaar ook dat ik van mezelf niet aan andere dingen mag werken, want die zouden dan zoveel interessanter zijn dat deze projecten zeker in een donker hoekje zouden belanden.

Sandbank
M’n Sandbank is eindelijk bijna af! Ik ben klaar met breien. Heel gek als je er zo lang aan gewerkt hebt, het voelde ook heel plotseling. Ik moet nu alleen nog de draadjes wegwerken en de sjaal opspannen. Ik heb het al een paar keer gezegd: dat opspannen was bij Sandbank #1 een drama, dus daar ben ik nu nog even blijven steken. Een andere reden daarvoor is dat ik hem op zolder neer moet leggen (hij is al groot, maar wordt nog groter) en het daar nu vaak erg koud is. O, en ik houd dus niet van draadjes wegwerken.

Het helpt om er hier over te mopperen, merk ik, want daardoor denk ik nu wel: Kom op, doe dat, hij is bijna af! Ik heb trouwens wel al een heel aantal foamtegels in elkaar gepuzzeld (daar slepen m’n kinderen nog weleens mee), hopelijk genoeg om hem straks op te leggen. Ik blijf dit een erg leuk patroon vinden, maar ik denk niet dat ik er meteen nog een ga maken.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green (50 procent merino, 50 procent katoen)
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)

Ik heb ondertussen ook weer veel gekeken naar andere shawls en heb mijn oog laten vallen op Stellate van Julie Knits in Paris, die ik blijkbaar al meer dan vijf jaar in mijn Favorites op Ravelry heb zitten (dat kun je zien). Gek hoe zo’n patroon dan ineens weer je aandacht kan trekken. Hij ziet er mooi uit, ik denk dat hij leuk is om te breien (met brioche!) en ik zie mezelf er ook al in verdwijnen.

Een andere shawl waar ik benieuwd naar ben is EWEYE van Olga Buraya-Kefelian. Ook deze shawl zie ik mezelf zeker dragen. Heel interessant patroon, en aan de voorbeelden te zien maakt het voor de look ook echt uit welke kleuren je kiest als kleur A, B en C. Bovendien heb ik begrepen dat het bij deze shawl makkelijk is om de draadjes weg te werken, en daar ben ik uiteraard zeer gevoelig voor :)

Al weet ik nog niet of ik meteen hierna weer een shawl ga opzetten.

Georgetown
Ook m’n Georgetown vordert, maar daarbij zit ik nog vast in de kraag (zoals ik bij m’n Sandbank ook eindeloos vastzat in de rand). De vorige keer was ik nog bezig aan de tweede mouw, dus er is zeker iets gebeurd, maar zo voelt het niet. Deze foto is ook al van een maand geleden omdat ik te lui ben om de steken weer over twee naalden te verdelen, maar veel lijkt er niet veranderd (en de kleur blijft elke keer anders). De kraag is breder geworden en ik weet dat ik er bijna ben, maar de laatste loodjes wegen zwaar. De boordsteek is saai, m’n schouder protesteert er snel tegen en ik blijf worstelen met het wisselen tussen de verschillende bollen.

Ik wist dat ik niet genoeg garen zou hebben om de hele kraag van een bol te breien (zoals ik bij de andere boorden heb gedaan), maar ik wist ook niet goed hoe ik dan zou kunnen wisselen. Met twee bollen werd de rand lelijk, met drie bollen vond ik te veel gedoe, dus nu doe ik het opnieuw met twee, maar schuif ik de steken naar de andere kant van de naald in plaats van dat ik keer. De voor- en achterkant zien er hetzelfde uit in de boordsteek, maar ik brei zeg maar eerst de voorkant met draad A, dan de voorkant met draad B en dan keer ik pas. Ik wissel dus elke toer van bol, zodat ik elke keer maar een klein stukje met de draad naar boven hoef. Helemaal tevreden over de randen ben ik nog steeds niet, maar het kan ermee door.

Ik ben wel blij dat de tweede mouw af is. Het is fijner om steken op te nemen rond het armsgat dan om een mouw daar later in te zetten (ik weet eigenlijk niet of ik dat ooit al heb gedaan, ik denk eigenlijk dat mijn moeder dat voor me heeft gedaan bij mijn eerste twee truien), maar dat betekent wel dat het hele vest eraan hangt en de hele tijd draait. Op een gegeven moment was ik hier ook helemaal de draad kwijt met het wisselen van de twee bollen, ik hoop maar dat het uiteindelijk goed is gegaan. Je ziet op dit moment wel een beetje waar ik het heb gedaan, ik hoop dat dat nog wat minder wordt door het wassen en blocken.

En ik hoop dat ik genoeg garen heb! Ik dacht dat ik ruim voldoende had, maar ik ben uiteindelijk voor maat L gegaan en heb het vest volgens mij ook wat langer gemaakt dan in het patroon, dus nu is er ineens niet zo veel meer over. De kraag zal sowieso wel groot zijn, dus waarschijnlijk is het geen probleem, maar toch. Ik weet nog dat S. zei: ‘En anders brei je gewoon nog een muts van de rest!’ Dat gaat niet gebeuren.

Patroon: Georgetown van Hannah Fettig
Garen: Malabrigo Rios in de kleur Pearl (100 procent merino)
Naalden: 3,25 en 4,0 mm

Sokken
Ja, toch een nieuw project(je), mijn excuus is dat ik met de trein naar Amsterdam ging (om Les Misérables te zien in Carré, was fantastisch) en iets kleins bij me wilde hebben. Uiteindelijk heb ik alleen op de terugreis een paar toeren gebreid en die vervolgens thuis net zo hard weer uitgehaald omdat mijn linksvallende en rechtsvallende meerderingen de verkeerde kant op bleken te vallen. Dus tja.

M. en S. vroegen onafhankelijk van elkaar of ik ‘weer een blaadje’ aan het breien was. Eh… nee :) Dit worden de sokken die ik al een keer heb gebreid, maar dan in kleuren die ik beter bij het patroon vind passen. Ik heb zowaar mijn aantekeningen nog (al moest ik wel over een krabbeltje érg diep nadenken voor ik me herinnerde wat ik daarmee bedoelde).

Wordt vervolgd, ik wil hier heel graag een patroon van maken, maar dan moet het wel ook voor meerdere maten zijn, dus dat wordt nog flink puzzelen en rekenen. Het lekker felgroene garen is trouwens Jawoll van Lang Yarns.

Haarfrutsels
S. had ‘Raar met je haar’-dag op school. Leuk, alleen zou ze eerst gym hebben en draagt ze een fietshelm. We moesten dus op zoek naar iets raars wat in die omstandigheden bruikbaar was. En dat zijn deze speldjes geworden, die ze zelf in kon doen na gym. Door drie vasten te haken in elke losse gaat de sliert vanzelf krullen (ook bekend van de octopusjes en vogeltjes voor te vroeg geboren kindjes). S. was blij, dus ik ook.

Boeken

Ik probeer weer eens meer te lezen, privé. Zeker omdat ik het nog steeds rustig aan moet doen met handwerken en ik graag minder op m’n telefoon zou willen zitten. Deze boeken heb ik in een bijzonder lange periode gelezen, dus het is niet alsof ik ze nu ineens weer verslind, dat blijft lastig in combinatie met redactiewerk. Maar toch.

Maren Stoffels – De wisselaar

Ik ben toch altijd wel gefascineerd door Maren Stoffels. En andere Nederlandse auteurs die van hun schrijven proberen te leven, maar specifiek door haar omdat ze als tiener al begon met publiceren. En ze nu volgens mij ook een lesbische moeder is.

Ik denk dat ik over dit boek had gelezen, want het is een B-boek in de bibliotheek (leeftijdscategorie 9 tot 12 jaar). Ik redigeer een enkele keer wel een boek voor die doelgroep, maar ik loop meestal niet op goed geluk langs de kasten met B-boeken.

Ik vond het een heel leuk en fantasierijk verhaal. Anders leeft in een wereld waarin je tegen betaling Wisselaars kunt inhuren als je iets spannends moet doen. De Wisselaar neemt dan tijdelijk jouw plaats in. Dit wordt gepresenteerd als zeer vanzelfsprekend in het boek, en dat werkt heel goed. Anders mag een soort opleiding volgen tot Wisselaar op het Wisselkantoor (goede vondst), maar uiteraard is het nog maar de vraag of hij uiteindelijk ook een Wisselaar kan worden. O, en hij mag niemand over zijn gave vertellen, ook zijn tweelingbroer niet. Sommige dingen vond ik een beetje voorspelbaar en andere dingen vond ik niet helemaal goed uitgewerkt, maar hé, ik ben een volwassen redacteur, en al met al vond ik het heel vermakelijk.

Ik heb trouwens een deel geluisterd, voorgelezen door (musical)acteur Dennis Willekens. Die doet dat erg leuk (en in The Prom is hij ook erg goed, heb ik in de kerstvakantie gezien). De tekeningen van Geert Gratama zijn echter ook erg grappig, dus ik was blij dat ik ook het papieren boek bij de hand had.

Het zou het eerste deel van een serie zijn, dus ik ben heel benieuwd.

Casey McQuiston – De laatste halte
(One Last Stop, vertaald uit het Engels door Erica Disco)

Ik denk dat Jude dit boek aanraadde, die heeft nog weleens queertips. Nu lees ik zeker niet alles wat hij aanraadt, maar in lesbische boeken ben ik meestal wel geïnteresseerd. Het verhaal is redelijk bizar, het gaat over August die naar New York verhuist en daar in de metro een jonge vrouw ontmoet. Alleen blijkt die vrouw, Jane, uit de jaren zeventig te komen. Ze weet niet hoe ze in de metro terechtgekomen is, maar ze weet wel dat ze er niet uit kan. August heeft dankzij haar moeder, die zich heeft vastgebeten in de vermissingszaak van haar broer, ervaring met speurwerk en besluit te proberen Jane te helpen. De tijd begint te dringen, want na de zomer zal de Q-lijn gesloten worden voor onderhoud. Komen ze er op tijd achter wie Jane is en hoe ze uit de metro kan komen?

Ik vond dit boek nog een stuk leuker dan Rood, wit en koningsblauw van dezelfde auteur. Veel fijne personages en details, en lekker romantisch. Sommige dingen zijn een beetje vaag, en ook hier wordt weer gezegd dat August bi is zonder dat dat verder ergens uit blijkt, wat ik echt te vaak zie en blijf opvatten als ‘anders is het te eng voor hetero’s’. Maar het concept is fantastisch, ik was zowaar tevreden met hoe het afliep en heb genoten van dit boek.

Haroon Ali – Half

Ik heb dit boek niet gelezen omdat Haroon Ali meedeed aan De Slimste Mens, want ik vind het irritant dat Philip Freriks altijd zo schreeuwt en ik vind het spel vaak iets te makkelijk (ik zapte er een tijdje geleden langs en toen wist ik twee treffers terwijl ik het bijbehorende filmpje had gemist, dat vond ik best knap van mezelf zelfs al ging het over Jan Smit en Yolanthe). Ik heb van het laatste seizoen alleen twee afleveringen gezien waaraan Erik van Looy meedeed, de presentator van het Vlaamse origineel (daar zat ik jaren geleden helemaal in, toen het nog op de Belgische publieke omroep kwam en jurylid Philippe Geubels nog helemaal niet bekend was in Nederland).

Hoe dan ook, het boek van Haroon Ali stond al veel langer op mijn lijstje, ongetwijfeld heb ik er ooit over gelezen in de Volkskrant, de krant waar hij voor werkt. Het is het verslag van een reis die hij maakte naar Pakistan, het land waar zijn vader vandaan komt, in de vorm van een brief aan zijn jongere halfbroer. Ik wist vrijwel niets over Pakistan en aangezien het daar absoluut niet veilig is voor mij zal ik er hoogstwaarschijnlijk ook nooit komen, dus het was een klassieke reis vanuit de luie stoel, zoals boeken die kunnen bieden.

Ik vond het een interessant boek, Ali schrijft heel open over zijn familie en de relatie met zijn vader. Ik vond dat hij best veel risico’s nam, met onbetrouwbare types, met drugs, met het niet verbergen van zijn homoseksualiteit, dat verbaasde me soms. Maar tegelijkertijd was dat misschien ook wel een van de dingen die het interessant maakte. En hij heeft een heel fijne schrijfstijl. Ik ben geen enorme fan van reisverhalen, maar dit heb ik graag gelezen.

Matthias M.R. Declerq – De ontdekking van Urk

Dit was een tip van mijn schoonvader. Ik had hem bijna niet opgevolgd, want onze smaak kan behoorlijk verschillen. M. was er bovendien in begonnen en vond het aanvankelijk niets. Toen werd ik echter flink ziek en lag ik zo veel mogelijk op de bank en lag dat boek daar ook, dus toen begon ik er toch ook maar in. En las ik het uit. Overigens snap ik wel wat M. bedoelde, want de stijl en de opbouw vond ik niet geweldig. Ik weet ook niet in hoeverre het bedoeld is voor een Vlaams publiek, het boek is bij Podium uitgekomen, maar soms vertelde de auteur dingen die ik wel heel vanzelfsprekend vond voor Nederlandse lezers. Aan de andere kant, ik was al niet helemaal onwetend, dankzij de boeken van Eva Vriend (en oké, de familie Jelies uit Een huis vol).

Declerq is ooit voor een reportage over een moordzaak naar Urk gestuurd en bleef daarna gefascineerd door het dorp. Uiteindelijk besluit hij om voor langere tijd terug te gaan in een poging Urk en de Urkers te doorgronden. En ja, het gaat natuurlijk heel veel over de visserij en heel veel over het geloof. En daar vertelt hij zeker wel interessante dingen over, al raakte ik soms het spoor bijster tussen alle verschillende kerken en vond ik bepaalde details over de visserij vooral ranzig. Ik ben denk ik vooral erg verwend geraakt door supergoede literaire non-fictie van mensen als Judith Koelemeijer en Annejet van der Zijl. Dit boek is journalistieker en haalt het niet bij hun werk, vind ik.

Rita Mae Brown – Rubyfruit Jungle
(vertaald uit het Engels door Geertje Lammers)

Dit is een lesbische klassieker die ik van mezelf toch een keer moest lezen. Viel dat even tegen. Of nou ja, ik weet niet wat ik er precies van verwachtte, maar ik vond het niet zo boeiend. Dat is ook niet waar, want ik heb niet voor niets Literatuurwetenschap gestudeerd, het is heel interessant en begrijpelijk dat dit zo’n baanbrekend boek was toen het uitkwam in 1973. Maar het verhaal vond ik niet zo boeiend, en ik zie ook nog niet helemaal voor me hoe dit lezers zal blijven aanspreken, zoals werd beweerd in het nawoord bij de editie die ik heb gelezen.

Sowieso wachtte ik met smart op de mij beloofde lesbische content. Het gaat eerst heel lang over de armoedige jeugd van hoofdpersoon Molly, waarin zij vooral niet wordt voorgesteld als een typisch meisje (ergerlijk). Die lesbische content komt daarna zeker nog wel, maar ze heeft ook seks met mannen om het allemaal niet te eng afwijkend te maken. O, en ze is nogal uitgesproken over (beter gezegd tegen) butches. En ook tegen het huwelijk en moederschap. Het was toen ongetwijfeld een heel dapper en schokkend boek, maar tijden veranderen. En sommige dingen worden beter, of dat moeten we in ieder geval maar hopen.

O ja, opmerking van een redacteur: ik heb nog steeds liever dat vertalers ‘gay’ niet vertalen, want ik vind het ongeloofwaardig dat lesbische vrouwen zichzelf ‘homo’ zouden noemen.

Bart van der Boom – De politiek van het kleinste kwaad
Een zwaar, maar erg goed boek om mee af te sluiten. Waarschijnlijk geldt dit voor elk onderwerp waar je je in verdiept, maar over de Tweede Wereldoorlog kun je blijven lezen. Ik in ieder geval wel. Dit boek wilde ik heel graag lezen omdat ik nog altijd zeer onder de indruk ben van Van der Booms eerdere boek Wij weten niets van hun lot, over wat ‘tijdgenoten’ wisten van de Holocaust. De politiek van het kleinste kwaad gaat daar in feite ook over, maar is gericht op de Joodse Raad. Na de oorlog zag men de Joodse Raad voornamelijk als een organisatie die de eigen mensen had verraden en had meegewerkt aan de Holocaust in een poging zichzelf te redden. Van der Boom laat zien waar dat vandaan komt, maar onderzoekt in zijn boek vooral ook hoe men dat in de oorlog zag, en ook in hoeverre de Joodse Raad andere opties had. De manier waarop hij dat doet spreekt me erg aan. Hij kan alles staven met bronnen en is bijzonder genunanceerd, maar schrijft tegelijkertijd zeer toegankelijk, ik wilde steeds echt verder lezen. Daar heb ik veel bewondering voor. Hij weet je mee te nemen in zijn verhaal, waardoor de tijdgenoten tot leven komen en je je goed kunt voorstellen hoe het voor hen was. Wij weten niets van hun lot is misschien nog aangrijpender, omdat dat nog meer gebaseerd is op dagboeken, maar dit kwam ook weer binnen.

Het toont voor mij ook nog maar eens de waarde aan van historisch onderzoek, waarbij je dingen mee kunt nemen naar je eigen leven en kunt toepassen op de grote thema’s van deze tijd. In beide boeken toont Van der Boom aan hoe belangrijk informatie is, en dat het vooral ook gaat om de interpretatie van die informatie en om wat je er vervolgens mee doet. Achteraf, als je weet welke informatie wel en niet klopte, welke bronnen te vertrouwen waren en welke niet, als je veilig bent en de tijd hebt om alles nog eens rustig te overdenken, ja, dan is het makkelijk oordelen. Dan kun je waarschijnlijk prima bepalen wat je had moeten doen. Als je er middenin zit en in gevaar bent daarentegen… zie dan maar eens uit alle informatie de juiste te halen en daarnaar te handelen. Dat is veel moeilijker, zo niet onmogelijk (en dat weten mensen met slechte bedoelingen ook). Heel belangrijk om je bewust te zijn van deze mechanismen.

Maakwerk van december

Het nieuwe jaar is begonnen, en ik heb geen overzicht van het vorige gemaakt. Dat hoeft natuurlijk ook niet, maar misschien heel kort nog even. Vanaf januari kwamen de afleveringen van De BreiSTER online, waar ik heel veel over heb geblogd. Daarna lukte het vanaf de zomer om Maakwerk weer op te pakken. Ik heb niet zo veel projecten afgemaakt, maar wel een paar grotere. Mijn Nightbook kwam eindelijk af (ik heb hem aan terwijl ik dit typ), ik maakte een tweede Liefstebeest voor m’n kinderen en twee dekens met wafelstof erachter van de ‘mislukte vierkanten’ voor M. en voor M. En twee paar sokken. Ik ben naar de Handwerkbeurs en de Breidagen geweest. Niet slecht.

En nu werk ik aan Sandbank #2 en aan Georgetown (foto). Alleen nú even niet, want m’n schouder doet zeer en alles zit vast in die regio. Ik denk dat ik tijdens de kerstdagen iets te enthousiast heb gebreid, en verder zal het wel weer een combinatie zijn van te veel telefoon en laptop en stress. Zeker ook stress. We hebben weer erg roerige weken achter de rug met D., gelukkig niet door koortsstuipen zelf, maar wel door de impact daarvan (daar laat ik het even bij, anders typ ik mezelf waarschijnlijk een nog meer overbelaste schouder). Ik heb het er lastig mee, want ik heb handwerken echt nodig voor m’n mentale welzijn en doe het normaal gesproken vrijwel elke dag (je zou het ook een verslaving kunnen noemen), en nu kan dat dus niet. Erg frustrerend, omdat ik er nu wel tijd voor zou hebben, en ik ben dan ook echt jaloers op iedereen die nu lekker aan het breien is. Maar ja, beter om nu even heel rustig aan te doen en dan straks weer verder te kunnen. Ik weet nog niet wanneer dat is, hoelang ik het volhoud om niks te doen. Ik weet wel dat ik in de zomer van 2021 ook last had van mijn schouder. Het blijft een beetje een zwakke plek. Ik ging toen zelfs zonder handwerkje op vakantie op vakantie had ik er toen zo ongeveer nog meer last van dan daarna, en toen de BreiSTER dat najaar was en ik extreem veel breide juist weer niet. Dus ik weet het ook niet precies, ik kan alleen maar hopen dat het snel weer beter gaat (en mijn arme omgeving ook).

Bij m’n Sandbank ben ik inmiddels halverwege de rand, daar valt op dit moment niet zoveel over te vertellen. Ik heb bedacht dat twintig toeren rand na de opzettoeren wel een mooi aantal is. Het duurt erg lang en ik kijk al uit naar het afkanten. Niet naar het opspannen, want dat was vorige keer een drama.

Daarnaast dus Georgetown, daar ben ik erg mee opgeschoten. Ik ben nu bezig aan de tweede mouw, en de vijfde en zesde streng van de zeven strengen die ik heb. Volgens mij heb ik hem iets langer gemaakt dan in het patroon. Je breit dit vest van onder naar boven, dus je moet er een beslissing over nemen in plaats van dat je kunt kijken waar je uitkomt. De maat, groter dan ik normaal zou kiezen, lijkt wel goed uit te pakken. Het idee dat je bij breien dingen zelf kunt aanpassen voor jouw lichaam en jouw smaak kan me erg in de weg zitten. In mijn hoofd wordt het al snel: dus het moet perfect zijn.

Er zit wat waist shaping in dit vest, maar daarna is het gewoon een stuk recht omhoog. Dat vond ik een beetje saai, ik was blij toen ik steken af kon kanten voor de armsgaten. Maar toen was het natuurlijk nog helemaal niet af en irritant met die smalle stukjes.

De schoudernaden sluiten vond ik ook maar ingewikkeld. Ik heb er niet zoveel ervaring mee, ik probeer altijd patronen uit te zoeken waarbij ik zo min mogelijk achteraf in elkaar hoef te zetten. Nu valt dat hier bij de ‘mostly seamless’ versie wel mee, die schoudernaden zijn ook meteen de enige naden, maar ik weet niet of het zo helemaal goed is.

Ook nog best ingewikkeld om vervolgens netjes steken op te nemen voor de mouwen. De mouwen zelf zijn een hele klus, met veel verkorte toeren aan het begin. Op zich wel interessant en de pasvorm lijkt tot nu toe goed, misschien gingen de klachten dan toch vooral over de versie in losse delen. Ik denk wel dat ik het mooier had gevonden als de minderingen in de verkorte toeren gespiegeld waren geweest. Ik realiseerde me echter pas in de tweede mouw dat dat niet zo was, dat rechtsachter hetzelfde was als linksvoor. Ik denk niet dat het heel erg opvalt, ook doordat het zo dicht bij de naad is, maar het stoort me dan toch, ik wil dat het symmetrisch is. En ik denk dan ook: Ik heb betaald voor dit patroon, dan hoor ik hier niet over na hoeven denken. Ik wilde echt niet een hele mouw uithalen omdat het 5 keer ‘verkeerd’ was welk steekje boven lag en welk steekje onder, dus uiteindelijk heb ik eroverheen gemaasd. Ik hoop dat dat nog wat minder gaat opvallen na het wassen. In mouw 2 kon ik het nog naar m’n zin maken. Zo is het in ieder geval overal hetzelfde.

Ik vind het patroon sowieso best warrig, je breit de mouw rond, maar aan het eind van de omschrijving worden ineens de goede en de verkeerde kant genoemd. En ik ben uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat ‘every 8 rows’ hetzelfde betekent als ‘every 8th row’, maar dat vind ik dan toch verwarrend, de redacteur in mij wil dat consequent hebben.

Ik denk dat het nu verder wel moet lukken, de tweede mouw moet ‘gewoon’ precies hetzelfde worden als de eerste, ik heb aantekeningen gemaakt. En dan nog de kraag eraan. Die is behoorlijk groot en de zijkanten krullen nu nog heel erg naar binnen, dus ik vind het best lastig om me voor te stellen hoe het er uiteindelijk uit zal zien.

Patroon: Georgetown van Hannah Fettig
Garen: Malabrigo Rios in de kleur Pearl (100 procent merino)
Naalden: 3,25 en 4,0 mm

Voor dit jaar heb ik nog niet zo veel concrete plannen, niet zo fijn om over te schrijven nu ik niet kan handwerken en ook altijd maar weer afhankelijk van de situatie hier. Dat niemand van ons op de ic belandt is opnieuw de hoop, vorig jaar helaas niet gelukt. Dat klinkt misschien nuchterder dan ik bedoel, want ik vind het heel beklemmend.

Misschien dan toch maar een lijstje met wat ideetjes, zonder de druk dat dit ook echt allemaal moet gebeuren.

★ Ik wil m’n Hikari breien, ik heb het patroon, ik heb er garen voor gekocht op de Breidagen, dus niks houdt me tegen (afgezien van mijn schouder dan nu). Je leest hier meer over mijn plannen.

★ Ik zou graag een keer een trui haken. Beetje geïnspireerd op juf Sas (zie verder), al denk ik dat het uiteindelijk geen trui van haar gaat worden, omdat het me tegenstaat dat zij schijnbaar alleen uitlegt hoe je hem in je eigen maat kunt maken, in plaats van dat ze verschillende maten heeft uitgewerkt.
Acre is een goede optie, ik vind die punt heel gaaf, dat krijg je met breien niet makkelijk voor elkaar, en City Lights ook (al vind ik die wel echt te kort in het patroon). Grappig dat ik dan toch vaak word aangetrokken door haakwerk dat op breiwerk lijkt, dat vind ik dan blijkbaar toch het mooist. Of toch een granny square-vest, zoals Ariana (blijft leuk), of meer een opengewerkt vestje zoals Rosal (over dat soort vestjes ben ik dubbel, want ik weet dat ik ze niet veel draag, maar ik vind dat soort haakwerk wel altijd heel leuk). Van haken krijg ik trouwens meestal nog sneller last van m’n schouder dan van breien, dus of dit realistisch is…

★ Punchen komt toch ook nog maar een keer op het lijstje. Ik heb jaren geleden een punchnaald gekocht bij Studio Koekoek en toen niks. Het lijkt me nog steeds leuk om te doen, maar ik heb het nog steeds niet gedaan. Ik heb trouwens een setje van drie verschillende naalden (deze, volgens mij), en daardoor echt allerlei garen dat ik ervoor zou kunnen gebruiken, dus wat dat betreft heb ik geen excuus. Punchstof heb ik trouwens niet, ik weet ook niet of dat per se nodig is, maar misschien moet ik een lapje kopen om de drempel nog wat te verlagen.

★ Ik wil eigenlijk vooral heel graag deze trui die ik op Instagram heb gezien. Die vind ik helemaal geweldig. Het probleem is dat die vrouw hem zelf heeft ontworpen, maar er geen patroon voor wil schrijven. En ik vrees dat ik nog steeds niet genoeg weet van het ontwerpen van kledingstukken, maar ik overweeg toch wel sterk om te proberen of ik hem na kan maken. Het patroon van de takjes heb ik alvast gevonden in de Japanese Knitting Stitch Bible, dus dat scheelt (het is nr. 129 voor als je het boek ook hebt, misschien een van de redenen dat er geen patroon van gaat komen). Ik ben daar blij mee, want ik heb dus dat boek, maar heb er nog alleen maar in zitten bladeren en wil er graag eindelijk eens echt iets uit breien. In het midden zit een soort gevlochten kabel. Die heb ik niet in dat boek kunnen terugvinden, maar volgens mij is het een soort Celtic plait zoals hier, maar dan breder. Ertussen zitten volgens mij kabeltjes over 2 (?) steken die steeds dezelfde kant op kruisen. Verder is alles in tricotsteek en de boorden zijn in twisted rib. Vanwege dat paneel zal de trui van beneden naar boven zijn gebreid, misschien wel in het rond en dan op een gegeven moment de voor- en achterkant scheiden voor de armsgaten? Je merkt wel dat ik niet echt een idee heb. Dat paneel ziet er indrukwekkend uit, maar ik vrees dat de constructie van de trui een groter probleem gaat zijn voor mij.

★ Ik zag een foto terug van de Polaris die ik ooit voor M. heb gebreid. Die is helaas extreem gekrompen en vervilt doordat ze hem per ongeluk in de wasmachine had gedaan. Toen dacht ik toch: Misschien moet ik gewoon een nieuwe voor haar breien. Of iets anders, als ze dat liever heeft. Dat verdient ze zeker!

Tot slot nog een paar tips voor bij het handwerken. Je hoeft er natuurlijk niet per se bij te handwerken, maar als je daar helemaal niet van houdt, lijkt het me niet zo waarschijnlijk dat je dit leest, dus tja.

Vlog: De (maand)vlogs van juf Sas. Ik vind ze… fascinerend. Hoe ze haar leven laat zien, hoe ze soms haar eigen volgers/klanten afkraakt, hoe ze de randen van haar vesten niet afwerkt en dan beweert dat het ‘truttig’ is om dat wel te doen… Ik vind het matig dat ze zoveel nieuwe kleding en andere dingen koopt, maar ik vind het wel altijd erg leuk om meer te horen over haar werk in de bibliotheek. En ze doet het toch maar, met al die patronen en samenwerkingen en wat al niet meer, dat kan ik over mezelf niet zeggen.

Tv-programma: De invasie van België. Ongetwijfeld zwaar gescript, maar ik geniet er toch van. Ik vind het vooral erg leuk dat Slongs meedoet. Ik weet niet meer hoe we haar leerden kennen, maar we zijn in 2016 zelfs helemaal naar Vilvoorde gereden om haar te zien optreden, en dat was een van de betere dagen van m’n leven. Overigens zagen we Gers Pardoel daar ook (hij doet toevallig ook mee aan dit programma), maar die liep alleen maar te klagen over het geluid en kwam erg onsympathiek over. En ’s avonds zagen we Clouseau en dat was fantastisch (maar zij hebben niks met dit programma te maken).

Podcast: De gestolen schilderijen van Jopie Huisman. Ik ben bezig aan het vierde en laatste deel. Ik ben niet speciaal geïnteresseerd in Jopie Huisman, ik kende hem eigenlijk niet eens, maar deze podcast is zo goed! Ik heb het allerliefst Nederlandstalige verhalende podcasts, en deze is ook weer zo mooi gemaakt, ze vertellen het verhaal zo goed en het is vaak ook zo grappig. Helpt ook mee dat het verhaal zich grotendeels afspeelt in Nuenen, waar mijn schoonfamilie woont. Hij is van Simon Heijmans en Marion Oskamp. Zij hebben eerder De brand in het landhuis gemaakt, en die is ook zeker de moeite waard.

Maakwerk van oktober

Hoi. Nog steeds stress en chaos hier. Vooralsnog zitten we nog steeds elke dag in onzekerheid. En dat is slopend. Het heeft op zoveel dingen impact. Ik weet het ook even niet, heb ook niet zoveel zin om over alles wat akelig en irritant is te schrijven. Er komen best een paar leuke dingen aan (als ze door kunnen gaan, ik kan me tegenwoordig nauwelijks meer op dingen verheugen). En ik heb vandaag een deadline gehaald zonder dat ik eerst om uitstel hoefde te vragen (vraag me niet hoe, maar het is gelukt). Dus nu kan ik eindelijk deze blog afmaken.

Nightbook
M’n Nightbook is eindelijk af! Na dik anderhalf jaar, ook al heb ik er zeker niet de hele tijd aan gewerkt. En zoals dat dan gaat, de hoeveelheid werk begint alweer te vervagen in m’n hoofd. Ik ben niet van plan om nu meteen weer een patroon te gaan breien met colorwork overal, maar sommige andere truien van deze ontwerper zijn toch ook wel erg mooi… Oké, het was wel echt veel werk, zeker als je zoals ik totaal geen goede techniek hebt en handgeverfd garen gebruikt. Maar het kan dus wel, gewoon doorgaan.

Perfect is hij zeker niet geworden. Wassen heeft veel gedaan voor de gelijkmatigheid van de steken, maar het is nog steeds niet overal even netjes, en zeker niet bij de mouwaanzet. Het model is ook niet helemaal zoals zou moeten, hij is aardig lang en breed, en de mouwen zijn een beetje vreemd, doordat ik bij m’n polsen echt nog wilde minderen, maar dat door het patroon niet gelijkmatig kon doen. Maar hij is ook weer niet veel te groot, zoals ik vreesde, het mag een comfy grote trui zijn en ik denk dat je blik vooral naar het patroon wordt getrokken. Dus ik ben blij!

Ik durf mijn zelfgebreide kledingstukken vaak dus niet te dragen, vanwege mijn klunzigheid en m’n kinderen die willen knuffelen met vieze handen en monden. Zo zonde als er iets mee gebeurt. Maar natuurlijk ook zonde als ik ze maak en ze vervolgens niet draag. Blijft een lastige afweging!

Ik héb m’n Nightbook gedragen naar de Breidagen, waar ik naartoe geweest ben met schoonzus S. (Hoera! Later in deze blog meer.) Het was een geweldige dag, ik denk de beste dag van de maand. Ook al bleef ik met m’n rugzak haken aan m’n trui (ik zei het, klunzig). Gelukkig ging er niks kapot en kon ik de losser geworden steek weer een beetje minder los maken.

Ik droeg m’n trui daar ook echt wel met trots. En ik heb nog nooit zoveel complimenten gehad op een beurs over wat ik aanhad. En daar heb ik ook van genoten. (En ik vind het dan toch weer heel moeilijk om dat te vertellen, omdat mensen mij toch al vaak arrogant vinden overkomen. Maar goed, zo was het.) Het was erg leuk om het eindresultaat te kunnen laten zien aan Sylvia van Wol met Verve, die het garen voor me heeft geverfd, helemaal omdat zij zelf zei: ‘Hé, dat is een bekende trui!’ En ik werd helemaal verlegen van iemand die het patroon herkende omdat ze zelf ook een Nightbook wilde gaan maken. Diegene reageerde superenthousiast op mijn trui en wilde die graag laten zien aan haar vriendin, dus dat was echt zo van: die trui moet hierheen komen, en o ja, de persoon die erin zit dus ook. Ze zei ook dat ze jaloers was omdat ik hem al af had, wat ik snap. Ik wist me natuurlijk weer totaal geen houding te geven, maar het was toch leuk.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Deken
Ik heb best hard gewerkt aan deze deken! Ik vind het wel lastig, want hij blijft mislukt voelen en ook al maak ik hem op dezelfde manier als de eerste (met de kleuren omgekeerd), ik heb nog steeds meestal het idee dat ik geen idee heb wat ik aan het doen ben. Al zit ik wel iets rustiger achter de naaimachine, ik denk omdat de vorige keer nu korter geleden is. Dat is ook het enige wat ik nog moet doen: de wafelstof er aan de achterkant aan vastnaaien. Het blijft ingewikkeld om hier tijd voor te vinden, want het kan eigenlijk alleen ’s avonds, overdag ben ik of aan het werk of in de weer met de kinderen. Die kunnen zichzelf soms best even bezighouden, maar vaak ook ineens niet meer… En ’s avonds ben ik dan toch vaak te moe om achter de naaimachine te kruipen, zeker als ik net achter de laptop vandaan kom. En dan is het vaak koud in huis en wil ik alleen nog maar onder een dekentje op de bank. Geen zelfgebreid dekentje overigens, daar zou ik ook nog eens verandering in moeten brengen. Dus nu ligt deze deken alweer een paar weken stil. Maar ik doe gewoon af en toe een stukje, dan komt hij uiteindelijk ook heus wel af.

Garen: Natura Just Cotton van DMC, in de kleuren Nacar, Pistache en Zaphire
Naalden: 2,0 mm

Sandbank
Ik zei de vorige keer dat ik m’n Sandbank hier niet meer iedere maand ging laten zien, omdat hij zo langzaam groeide. Ja, ja. Totdat er ineens verder niks meer op m’n naalden stond en dit weer hét project tegen stress bleek te zijn. Die functie heeft m’n eerste Sandbank twee jaar geleden ook vervuld. Ik weet niet wat het is met dit patroon, maar ik ben het nog steeds niet zat. Het werkt gewoon goed voor mij: ik pak hem erbij, drapeer hem zo’n beetje over me heen en ga weer verder. Niet alle toeren zijn precies hetzelfde en in alle toeren moet je meerderen, maar het is ook steeds heel lang rechtdoor, doordat de omtrek zo groot is. In mijn hoofd ben ik er al heel ver mee, maar ik weet ook dat dat niet echt zo is. Je vordert natuurlijk steeds langzamer doordat je vanuit het midden breit, en ik weet nog van de vorige keer dat er geen einde leek te komen aan de rand, die ik nu nog niet eens heb bereikt. Ik denk dat ik eerder net over de helft ben (ik ben wel alweer iets verder dan op de foto, maar dat zie ik eigenlijk vooral aan m’n slinkende bol).

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green (50 procent merino, 50 procent katoen)
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)
Steekmarkeerders (appeltaart en HAPPY) van The Happy Kiwi via Etsy

Sokken
M’n zelfontworpen sokken zijn af, ik heb ze in een vlaag van inspiratie kort na de Breidagen afgemaakt, maar ik heb besloten om ze hier nog niet te laten zien. Ik wil eerst nog een sample maken in ander garen, dat ik op de Breidagen heb gevonden. S. raadde het aan, die had er al eerder mee gebreid, en ik vond het in de kleuren die ik wilde. Felgroen en donkergrijs van Jawoll van Lang Yarns is het geworden, ik denk nog steeds dat dat goed bij mijn patroon past. Ik kocht het bij Caro’s Atelier.

Het zou me moeten lukken om een tweede sample te breien. Ik heb aantekeningen gemaakt en ben behoorlijk tevreden, al heb ik wel drie keer de boord opnieuw gebreid omdat die totaal niet werd hoe ik wilde. Ik wil daar een kleurovergang, en ik denk dat dat toch een verschil is tussen toe-up en cuff-down, want dat werd me toch lelijk! Maar ik geloof dat ik het nu heb opgelost. Ik merk wel dat ik echt totaal geen ruimte in m’n hoofd heb om te bedenken hoe ik het ga doen met de verschillende maten (ik wil verschillende maten, dat sowieso) en het patroon uitwerken. En alles. Ook hier maar even stapje voor stapje.

Over sokken gesproken, ik raakte vrij onverwacht geobsedeerd door twee oudere paren. Ik schreef eerder al dat ik had ontdekt dat die daarvan vol gaten zaten. Ik weet nog steeds niet hoe die erin komen, maar ik vrees toch door motten. Niet dat ik motten heb gezien, maar ze leken wel echt aangevreten. Heel irritant, alle sokken zitten nu dan ook in een afsluitbare plastic bak en we doen dingen met lavendel, want daar schijnen motten niet van te houden. Ik had de kapotte sokken apart gelegd, en ik wist nog niet of ik ze zou gaan repareren. Dat heb ik nu toch gedaan, weifelend, een paar had ik aanvankelijk zelfs al weggegooid. Ik ben niet per se goed in sokken stoppen (eigenlijk weet ik niet eens precies hoe het moet) en ik vind het ook niet echt een leuk klusje. Maar ik had dringend afleiding nodig door alle ellende met D., en toen vond ik mezelf toch ineens terug met die sokken. Ik heb alle gaten (en dat waren er aardig wat bij elkaar) zo goed mogelijk gerepareerd en de sokken vervolgens in de vriezer gelegd, want dat was een advies van Milieu Centraal. Daar zijn ze inmiddels weer uit, dus nu maar hopen dat er geen nieuwe gaten meer ontstaan.

Breidagen
Ik ging dus met S. naar de Breidagen in Zwolle. We gingen met S.’ auto, dus dat was voor mij helemaal relaxed. We waren op een serieuze missie, want we wilden allebei garen voor een trui en een vest. En ja, daar doen we dan gerust zo’n beetje de hele dag over, om dat uit te zoeken en overal te kijken. Heerlijk! Met andere mensen is het ook leuk, maar met S. is het gewoon altijd erg gezellig en het maakt ons ook niks uit als de ander nóg een keer terug wil naar die ene stand omdat ze ergens over twijfelt. Verder hebben we ook Irma (die had een stand) en Tessa van de BreiSTER even gesproken, dat was ook tof.

Ze hadden wel mogen zorgen voor meer zitjes. Wij willen toch altijd ook zitten en kletsen en nadenken en een stukje breien, maar nu helemaal, gezien S.’ zwangerschap. Nu waren er eigenlijk alleen een paar krakkemikkige bankjes zonder leuningen en een megadruk restaurant. En er was geen poffertjeskraam, zoals op de Handwerkbeurs (poffertjeslucht hoort gewoon bij de Handwerkbeurs).

Maar goed, over naar de buit. Ik heb best veel geld uitgegeven, maar verantwoord dat naar mezelf (moet dat dan? Ja, toch wel) door te zeggen dat ik hier hopelijk weer heel lang plezier van ga hebben en dat breien me zo goeddoet. Therapie kost ook geld, zoiets. En hopelijk houd ik er uiteindelijk ook nog een paar mooie kledingstukken aan over.

Allereerst heb ik garen gekocht voor het vest Georgetown van Hannah Fettig. Ik twijfelde de vorige keer nog of ik dat patroon zou kopen of niet, maar dat heb ik dus gedaan. Hiervoor was ik op zoek naar worsted garen. Ik overwoog de Gilliatt van De Rerum Natura, ik heb al een keer een trui gebreid met dunner garen van dat merk (Ulysse) en dat was me goed bevallen, maar de Gilliatt bleek voor dit patroon toch wat dun en ik kwam niet helemaal uit de kleur. Toen zag ik bij Recht en Averecht een streng Malabrigo Rios die ik niet meer uit m’n hoofd kreeg, dus dat is hem geworden. De kleur Pearl. Het lijkt misschien grijs op de foto, maar er zit een soort lichtpaarse gloed overheen. Dit was een rustmomentje voor S., want de eerste mevrouw moest er heel lang naar zoeken. De tweede mevrouw haalde ze vervolgens zo tevoorschijn, dus de eerste mevrouw had vooral weer even gezien wat ze verder nog allemaal hadden. Ach ja, we hadden geen haast.

Het zou ruim voldoende moeten zijn, ik twijfel nog een klein beetje over de maat omdat ik het idee heb dat bij Hannah Fettig alles vrij strak aansluit, terwijl ik wel echt een groot en comfy vest wil, met een grote kraag. Dit garen is iets dikker dan in het patroon wordt genoemd, maar ik dacht dat ik er wel mee weg zou komen. Voor de Georgetown kocht ik ook rondbreinaalden 4,5 mm en 3,75 mm, de ChiaoGoo Lace, bij Batts and Threads (ook een stand die ik altijd graag bezoek, zelfs al hadden ze de Hjertegarn dit keer niet bij zich). Ik heb meer naalden van dit merk en vind ze fijn breien.

Verder was ik op zoek naar garen voor Hikari van Bernice Lim. Daar zijn extra rondjes voor over de beurs gelopen! Op zich was er veel keus in die dikte (fingering), ook het meeste sokkengaren valt daar bijvoorbeeld onder. Alleen wilde ik liever geen nylon in een zomershirtje. De kleur was nog het grootste probleem, soms lijkt alles te fel of te donker en ben ik bang dat ik gedoemd ben mijn dagen in pastelkleuren te slijten. Ik kom sowieso heel vaak uit bij blauw en groen, nu ook weer. Uiteindelijk vond ik bij de stand van APmezga uit Litouwen merino met linnen. Ik kende deze hand dyers nog helemaal niet, maar hun garen zag er erg mooi uit. Maar ja, blauw of groen, hè? Ik probeerde mezelf maar voor te houden dat ik eigenlijk niet echt verkeerd kon kiezen en koos uiteindelijk de blauwe.

Nu heb ik dus voor beide kledingstukken weer handgeverfd garen gekozen, dus zal ik de bollen weer moeten afwisselen. Daar kijk ik niet per se naar uit na m’n Nightbook, maar hopelijk is het dit keer iets makkelijker omdat het allemaal in één kleur is (dus twee bollen tegelijk in plaats van vier).

Ik gunde mezelf ook nog deze steekmarkeerders van VMCJ Knitwear, die ik ook nog niet kende. Ik raad af om op haar site te gaan kijken, ik zie daar in ieder geval nog wel meer dingen die ik wil hebben! Ik heb in principe zat steekmarkeerders, en dan gebruik ik vaak genoeg alsnog die goedkope plastic exemplaren van de Zeeman waarvan er nog weleens een sneuvelt ook, maar ik vond deze zo mooi!

Wat deed ik vervolgens met mijn aankopen van de Breidagen? Nou, eerst maar eens even helemaal niks. Te veel onrust om daadwerkelijk ergens aan te beginnen. Bij de kledingstukken kan dat ook niet zomaar, want daarvoor moet ik eerst bollen maken van de strengen en proeflapjes breien. En ik heb geen parapluhaspel en garenwinder (heten die dingen zo?). S. wel, zij heeft me destijds ook geholpen met het garen voor m’n Nightbook. Maar uiteraard wilde ik toch ineens iets doen, dus toen heb ik alvast bollen gemaakt van twee strengen van de Rios voor de Georgetown. Die zijn ook ‘maar’ 192 meter, dus dat viel nog best mee.

Ik heb er inmiddels ook twee proeflapjes van gebreid. O, daar heb ik toch altijd zo’n hekel aan. Ik doe het braaf voor kledingstukken, maar het voelt als tijdverspilling. Het eerste was niet goed, het tweede bíjna, een toer verschil in de lengte, dus dat is prima. Uiteraard kom ik nu uit op naalden die ik al had, in plaats van op de naalden die ik (nog altijd niet in het bezit van een rondbreinaaldenset) speciaal voor dit project heb gekocht. Het gekke is dat ik nu in principe kan beginnen, maar dat niet doe. Ik voel het nog niet, of, minder zweverig geformuleerd: ik heb er gewoon nog geen zin in. Ik heb het idee dat ik over alles in deze blog zeg dat het nog wel komt, maar dit komt vast ook nog wel.

Maakwerk van september

Het is alweer oktober. Eerst maar even het slechte nieuws, helaas ging het onlangs na ruim vijf maanden toch weer helemaal mis met D. Ze kreeg zelfs twee koortsstuipen binnen 24 uur en moest toen toch weer een weekend in het ziekenhuis doorbrengen (en ik dus ook). Ze was in goede handen en het gaat nu op zich weer goed met haar, ze kwam er snel en goed uit met de noodmedicatie, maar we weten natuurlijk nog steeds niet hoe het zich verder gaat ontwikkelen en het zorgt altijd voor zoveel stress en chaos. O, en een van de twee koortsstuipen was ’s nachts, en we zijn toch al tweeënhalf jaar bang dat er ’s nachts iets gebeurt en dat we het dan niet merken. Nu merkte ik het wel doordat ik een raar geluid hoorde en ging kijken, maar toch. Ik moet echt weer even zien op te krabbelen.

Met m’n werk was het ook weer meteen heel moeilijk. Dat is het al langer, want ik weet nog altijd niet wat ik precies wil/kan doen, de minachting vanuit de politiek voor zelfstandigen als ik is nog steeds alomtegenwoordig, de tarieven waren al laag en zijn nu relatief gezien nog een stuk lager, dankzij de inflatie en de energieprijzen… En daar kwam nu dan dus nog bij dat ik weer veel uren miste vanwege de zorg voor D. en regelzooi. En ja, mijn opdrachtgevers zijn belachelijk aardig en begripvol, ook dit keer weer, er zitten mensen tussen door wie ik me meer gesteund voel dan door menigeen, maar uiteindelijk is het heel simpel: als ik niet werk, verdien ik niets en er zijn afspraken die ik zo goed mogelijk moet nakomen. En ook wil nakomen, dus daar gaat nu aardig wat vrije tijd aan op. Ik hoop wel heel erg dat het na deze week weer wat rustiger wordt en ben ook van plan om de rest van de maand wat rustiger te houden, ondanks de financiële consequenties die dat meteen weer heeft. Ik kan ook niet echt anders.

Oké, tot zover hoe het gaat. Op naar waar ik mijn paniek mee probeer te bezweren.

Nightbook
Deze is nu echt bíjna af! Ik moet er nog even voor gaan zitten om de draadjes weg te werken, en dan moet ik hem nog wassen. Ongelooflijk. Ik heb er meerdere keren maandenlang niks mee gedaan, hij heeft hier dik anderhalf jaar in huis gelegen. Dan is het erg fijn als zo’n project ein-de-lijk af is.

Als het weer het enigszins toelaat, wil ik hem aan naar de Breidagen. Ik draag dan toch altijd wel graag iets zelfgebreids. Ik weet dat ik daar lang niet de enige in ben en laat me ook altijd graag inspireren door wat andere bezoekers dragen, maar het voelt ergens toch een beetje gênant. Maar goed, het is ook wel een mooie stok achter de deur, want dat betekent dat ik over anderhalve week helemaal klaar moet zijn (iets eerder, zodat ’ie ook op tijd droog is). Zo veel werk is het nu ook weer niet om die draadjes in te stoppen, ik heb mezelf gisteravond ook gedwongen om eraan te beginnen, maar pfff. Als ik ’s avonds niet nog aan het werk ben, wil ik het liefst onder een dekentje op de bank zitten en suffe programma’s kijken. Daar hoort iets bij waaraan ik gewoon verder kan breien.

Als het even kan, ga ik de trui liggend laten drogen en niet opspannen, want ik ben bang dat hij dan te groot wordt. M’n stekenverhouding klopte niet helemaal, misschien dat ik ook nog wel weggekomen was met maat S, maar goed, dat is allemaal achteraf. Ik hoop dat m’n colorwork nog een beetje opknapt van een wasje, want daar ben ik nog steeds slecht in.

Maar als je niet te dichtbij komt, valt het best mee! Vorige maand was ik nog bezig aan de eerste mouw, de rest ging gelukkig wel wat sneller. Toen ik de eerste mouw af had, dacht ik: Nee, nu moet ik nóg een hele mouw, maar het scheelde dat ik alle patronen al eens gezien had.

Ik heb heel weinig aangepast aan dit patroon (niet dat ik anders altijd superveel aanpas, ik vind het knap als mensen dat kunnen, ik ben daar vrij onbeholpen in en durf het vaak niet goed), maar ik heb wel de onderarmen van een maatje kleiner gebreid, zoals ik de vorige keer al schreef, omdat ik ze anders erg wijd vond worden. Maar die optie staat in het patroon, dus dat is goedbeschouwd niet eens een aanpassing. Ik heb wel extra steken geminderd in de laatste toer voor de mouwboorden, omdat ze anders te veel om mijn polsen zouden zwabberen. Voor mij zijn de mouwen nu goed. Ik zei het volgens mij al eerder, mijn volgende trui gaat er een in één kleur zijn, op z’n minst grotendeels.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Deken
Met de deken heb ik een beetje hetzelfde probleem als met de draadjes wegwerken: ik kan mezelf er maar moeilijk toe zetten. Ik ben klaar met breien en ik heb hem gewassen. Nu moet de achterkant van wafelstof er nog tegenaan komen. Die wafelstof heb ik ook liggen. Bij de vorige deken was ik in de stad op zoek gegaan, dus bij deze wist ik al dat ze de kleur die ik wilde niet hadden bij de lokale stoffenwinkels. Dat scheelde tijd. Ik vond het wel heel lastig om deze kleur online te bestellen, het maakte voor mijn gevoel meer uit dan bij donkerblauw. Ik was bang dat de kleur veel feller zou zijn dan op m’n scherm, meer felgeel dan felgroen, maar het viel enorm mee. Natuurlijk is het niet helemaal dezelfde kleur als m’n garen, maar het lijkt er toch behoorlijk op. De stof heb ik ook gewassen, en toen niks. Ik heb hem nog niet eens geknipt. Toch weer koudwatervrees. Ik hoop dat het deze maand lukt om ermee verder te gaan, misschien scheelt het als m’n Nightbook echt af is.

Garen: Natura Just Cotton van DMC, in de kleuren Nacar, Pistache en Zaphire
Naalden: 2,0 mm

Sandbank
M’n Sandbank ligt ook nog steeds voor het grijpen, ik denk dat ik die niet elke maand hier ga laten zien, omdat ’ie maar zo langzaam groeit. Het wordt zo langzamerhand wel een beetje een ziekenhuisproject, dus dat is vrij deprimerend. Maar dat komt ook juist doordat het zo’n fijn project is dat je elk moment kunt oppakken en weer weg kunt leggen. Ik zie het allemaal wel. Het is geen project dat ik van mezelf per se af moet hebben voor ik weer aan iets anders mag beginnen, al zou het misschien wel goed zijn om niet aan nog meer grote shawls te beginnen. En dat is nog best lastig, ik merk dat ik daar veel naar kijk de laatste tijd.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)
Steekmarkeerders (appeltaart en HAPPY) van The Happy Kiwi via Etsy
Projecttas: Hanna Lisa Haferkamp (maar die maakt ze volgens mij niet meer)

Sokken
Ik ben aan een nieuw paar sokken bezig! Ik ga er hier alleen nog niet zo veel van laten zien, want ik hoop dat ik het patroon ooit kan publiceren (ik vind het lastig om daar veel mee bezig te zijn momenteel, mis er de ruimte voor in mijn hoofd, maar goed, wie weet, het is een mooi voornemen). Ik brei deze sokken toe-up, dus vanaf de teen naar de boord, en het is de eerste keer dat ik dat doe. Alle sokken die ik hiervoor heb gebreid, breide ik andersom, vanaf de boord naar de teen, zo heb ik het geleerd en ik heb me ook laten vertellen dat die methode het oudst is. Ik heb er niet echt iets op tegen, maar het zorgt er wel voor dat je steken andersom zitten (omgekeerde V’s, met de punt omhoog), en dat wilde ik dit keer liever niet. Als je vanaf de teen breit, schijnt het lastiger te zijn om een hiel met een spie te breien, maar die brei ik toch al niet zo graag. In mijn vorige paar probeerde ik voor het eerst een forethought heel, die beviel goed en daarbij maakt het niet uit welke kant je op breit, dus ik dacht: Die doe ik nu gewoon weer. Het voordeel van toe-up zou zijn dat je dan de teen niet dicht hoeft te mazen met de kitchener-steek, omdat je daar juist begint. Tja. Ik vind een klein stukje mazen meestal wel te doen (bij de forethought heel moet het ook) en in plaats daarvan moet je een of andere moeilijke opzet doen. Dus of dat nou zo’n voordeel is… Die opzet dus. Als ’ie er goed in zit, vind ik hem echt mooi, want dan lopen de steken door alsof je daar helemaal niet bent begonnen, maar het heeft me aardig wat tijd gekost om hem zo te krijgen. En dat terwijl ik niet eens onbekend was met deze opzet. Er zijn er een paar met hetzelfde resultaat, maar alleen de Turkish cast on is me tot nu toe gelukt. Die had ik ook nodig voor m’n Sandbanks, dus ik had hem al twee keer gedaan met véél meer steken. En toch was het nu weer een heel gedoe. Bij de eerste sok dan, bij de tweede sok ging het gelukkig wat beter (en dat terwijl ik me toen in een indoorspeeltuin bevond).

Ik ben nu al best ver met de tweede sok, en ook best tevreden over m’n patroon. Niet over de kleuren, dus ik ga sowieso nog een sample breien in andere kleuren. Dat maakt me op zich niet zoveel uit, ik heb straks in ieder geval weer een paar sokken erbij. Ik wil het patroon ook uitwerken voor meerdere maten, en daarvoor zal ik het inbreipatroontje een beetje moeten aanpassen, dus dat vraagt ook nog om denkwerk.

Je ziet, het valt best mee met m’n WIP’s! Dat wil ik ook graag zo houden, want ik zou heel goed nog veel meer kunnen opzetten en dan niks meer afmaken. Maar plannen heb ik zeker. Als m’n Nightbook af heb, mag ik sowieso van mezelf een nieuw kledingstuk maken, en misschien plan ik er ook wel meteen twee. Ik hoop dus over ruim een week naar de Breidagen in Zwolle te gaan (ik weet weer even iets te goed dat alles altijd op losse schroeven staat, maar ik hoop echt dat ik kan gaan), dus ik ben al bezig aan m’n verlanglijstje. Ik wil in ieder geval dus kijken voor sokkengaren in kleuren passend bij m’n patroon, en minimaal voor één patroon garen aanschaffen. In ieder geval voor Hikari van Bernice Lim, een patroon voor een shirtje dat ik al heb gekocht. Ik had daar lang geleden al mijn oog op laten vallen, maar het stond eerst in een duur tijdschrift met andere patronen waar ik niet in geïnteresseerd was, dus ik heb gewacht tot de ontwerper het als los patroon publiceerde. En toen nog een tijd, omdat ik met andere dingen bezig was. Ik wil graag meer breien voor de zomer, maar deze zomer is het daar totaal niet van gekomen, dus ik ga het gewoon nu doen. Ik vind het er nog steeds supermooi uitzien en de constructie is ook apart, dus ik ben heel benieuwd.

Ik vind dit wel een goed excuus om ook nog te kijken voor een patroon dat meer ‘in het seizoen’ is, dus ik denk dat ik dat ook nog ga doen. Ik heb zin om weer eens een vest te breien, in één kleur dus, met een sjaalkraag. Daar ben ik ook al langer voor aan het kijken, maar ik ben er nog niet helemaal uit. Het vest waar ik al jaren verliefd op ben, is Ronan van Andrea Mowry. Dat wil zeggen, als het model het draagt. Ik keer er elke keer weer naar terug. Maar als ik dan foto’s zie van mensen die het ook hebben proberen te breien, hun verhalen lees… Dan zakt de liefde weer een beetje weg, haha. Bij veel mensen ziet het er toch, eh… anders uit, en als ik dan lees over dat ze de zakken niet goed kregen, de mouwen hebben moeten verplaatsen en wat al niet meer, dan denk ik: Laat maar. Dus nu ben ik op zoek naar iets vergelijkbaars, maar daar blijf ik een beetje in hangen, bij elk patroon is er wel iets waarvan ik denk: Mwoah. Ligt misschien ook gewoon aan de omstandigheden hier, hoor, sommige dingen zouden vast meevallen als ik er eenmaal mee bezig zou gaan, zo werkt het meestal bij mij. Ik overweeg nu Georgetown van Hannah Fettig, maar ik lees onheilspellende dingen over de mouwinzet. Misschien moet ik het patroon gewoon kopen en kijken hoe ver ik kom.

Dan nog het korte nieuws. De dingen die (zijdelings) met handwerken te maken hebben.

Paulien Cornelisse schreef weer over breien op de voorpagina van de Volkskrant. Altijd tof.

Ik dacht dat ik m’n Ilene Bag kwijt was. Erg vervelend, want ik gebruik hem nog steeds heel veel en ik ben m’n eerste ook kwijtgeraakt. Ik kon alleen bedenken dat ik hem misschien in het pashokje had laten hangen van de winkel waar ik m’n nieuwe jas had gekocht (ook heel blij mee, ik had eigenlijk al jaren geen goede zomerjas/regenjas meer, ik weet nu weer dat ik daar gewoon in moet ‘investeren’). Maar ik vond hem gelukkig toch nog in huis terug, uiteraard nadat ik de winkel had gecontacteerd. Nadeel van dat hij zo weinig ruimte inneemt.

Ik ging een dagje alleen naar Amsterdam (het staat er nu heel nonchalant, maar het lukt me helaas bijna nooit om zo’n dag voor mezelf te nemen). Ik bezocht de tentoonstelling Zeur niet in het Allard Pierson Museum (over de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, ik schreef hier al over het bijbehorende boek). Was de moeite waard!

Dat heeft niks met handwerken te maken, maar toen ik in Amsterdam was, kocht ik eindelijk een lijstje voor m’n print van Marloes de Vries. Het werk heet Untangle en ik vind het fantastisch, het past zo goed bij mij. Het is een print op A5-formaat, dus ook niet moeilijk om aan een lijstje daarvoor te komen (ik had het niet per se in Amsterdam hoeven kopen), maar om een of andere reden blijft dat dan eindeloos liggen. Maar hij hangt!

In Amsterdam ging ik ook naar Stephen & Penelope, de wolwinkel van Stephen West. Daar was ik heel benieuwd naar, daar zie je natuurlijk altijd veel van online, nu zeker weer, met de MKAL (waar ik trouwens niet aan meedoe, ik heb wel een beetje fomo, maar ik denk dat ik me beter met m’n eigen plannen kan bezighouden). Ik had ook al eens iets besteld in de webshop, maar ik was er nog nooit geweest. De laatste tijd kijk ik ook weer heel graag naar de Stranded Podcast, en Judes garen wordt daar nu ook verkocht. Dus ik daarheen. Het was leuk, maar ook nogal ongemakkelijk, ongetwijfeld dankzij mezelf. Iedereen daar was echt superaardig en het was leuk om zo veel samples in het echt te zien, maar de medewerkers sprongen wel gelijk op m’n nek, terwijl ik al wist dat de meeste garens die ze verkopen boven mijn budget zijn en dat ik dus geen grote aankopen ging doen. Daarnaast sprak iedereen Engels, en dat spreek ik natuurlijk ook wel, maar ineens niet meer als ik niet weet of mensen ook Nederlands kunnen. Of zo. Ik weet niet, uiteindelijk werd ik er zo zenuwachtig van dat ik helemaal ben vergeten te kijken of Judes garen daar inderdaad was :( Ik heb nog wel sokkengaren van Onion gekocht, dat wilde ik ook al een tijdje uitproberen. In dat garen zit brandnetelvezel in plaats van nylon voor de stevigheid. Dat blijft blijkbaar wit bij het verven, waardoor het garen een beetje mat is. Heel mooi, maar soms zit er wel een erg wit plukje tussen. Ik ben er nu mijn sokken mee aan het breien en ben benieuwd of die fijn zijn om te dragen en hoe snel ze slijten.

Dat was september, hopelijk volgende maand een verslag van de Breidagen en van mijn nieuwste naaimachineperikelen!

Boeken

Kristine Groenhart – Kinderen van Kaageiland

Ik heb inmiddels aardig wat boeken van Kristine Groenhart gelezen, terwijl ik helemaal niet zo’n fan ben van haar werk. Ik heb er meestal wel het een en ander op aan te merken. Waarom lees ik ze dan? Ik denk dat het komt doordat we gedeelde interesses hebben, zoals oude meisjesboeken (daar schreef zij Meisjesboeken van weleer over), en in het bijzonder kostschoolboeken (ze schreef ook een moderne kostschoolserie, ik geloof dat die uit vier boeken bestaat). Daarnaast schrijft ze ‘familiegeschiedenissen’. Die heb ik niet allemaal gelezen heb, dit is volgens mij m’n tweede. Het leek er lang op dat ik het niet eens uit zou lezen, want ik kwam er totaal niet in, maar toen gingen we een weekend bij m’n schoonmoeder logeren en was het extreem warm waardoor we niet heel veel konden doen. De kinderen vinden oma en M.’s oude speelgoed vaak wel leuk, dus dat zorgt soms voor íéts meer tijd voor onszelf (al had ik die maandag ook weer een deadline en heb ik ook nog gewerkt). Kortom, toen las ik het toch maar uit.

Toch maar, want ik vind ook dit boek weer niet echt goed. Uiteindelijk was ik meer bezig met hoe ze het had geschreven dan met de familiegeschiedenis. Voor mij laat dit boek duidelijk zien hoe moeilijk het is om goede (literaire) non-fictie te schrijven. En dat het vaak toch wel helpt als je dan historicus bent. Groenhart is dat niet, zij doet onderzoek zoals ik (ook geen historicus) ook onderzoek zou kunnen doen. Ik vind het ook altijd superleuk om oude kranten en stambomen en zo uit te pluizen (maar echt, ik kan me daar helemaal in verliezen), maar daarmee heb je natuurlijk nog geen gedegen onderzoek of een goed verhaal. Het boek gaat over Groenharts schoonfamilie, en dan met name over het gezin van haar schoonmoeder op het Kagereiland in de Haarlemmermeerpolder. De geschiedenis van dat gebied is interessant, de familie is interessant, en zei ik niet laatst nog dat je over iedereen wel een boek kan schrijven? Aan het materiaal ligt het dus niet.

Tijdens het lezen dacht ik echter heel vaak: Ik hoef niet álles te weten. Je hoeft niet alle nietszeggende briefjes, bidprentjes en artikelen integraal op te nemen in je boek. Het ‘boekje’ dat een oom van haar man al had gemaakt over hetzelfde onderwerp, voor zijn eigen familie? Ze gaat ermee lopen. De oorlogsdagboeken van een tante? Citeert ze uitgebreid uit, zonder dat duidelijk wordt waarom. Wat was het idee achter dit boek? Dat lijkt er niet echt te zijn. Het is allemaal zo willekeurig. Dan komt ze bij een boekhandel en hangt daar een poster van Meisjesboeken van weleer. Superleuk voor haar, maar waarom zet ze dat in dit boek? Een deel van de familie blijkt een zeldzame aandoening te hebben en onderdeel te zijn geweest van iemands proefschrift. Inclusief foto’s. Bizar verhaal, heeft nooit iemand over gepraat, dat moet erin. Allerlei speculaties over of dat ene medische probleem van haar eigen kind daar misschien ook iets mee te maken had? Ik snap dat ze het zich afvraagt, maar moet dat in het boek? Misschien ook een kwestie van smaak. Ik heb dan geloof ik toch liever dat iemand in zo’n boek iets meer afstand houdt tot het onderwerp, het wat breder trekt. Maar misschien kan ze dat niet goed, juist omdat ze geen historicus is.

Verder voelde ik me erg katholiek bij het lezen van dit boek, dat komt ook niet vaak voor. Ik ben in ieder geval blijkbaar katholieker dan Groenhart, want ik vond het opvallend dat ze helemaal ging beschrijven wat een bidprentje is en hoe je een rozenkrans bidt.

Maar katholiek of niet, ik vond het vooral ronduit ongemakkelijk dat ze beschreef hoe een van de familieleden dement zat te zijn in een verpleeghuis, en later ook nog hoe de uitvaart van die persoon was geweest. Twee familieleden overleden blijkbaar tijdens het schrijven. Verdrietig, maar zeg dat dan in het nawoord, in plaats van midden in het boek uitgebreid afscheid van ze te gaan nemen (inclusief ‘Rust zacht, die-en-die’). En ja, als redacteur zou ik dat ook opmerken. Is dat hier niet gebeurd, of wel, maar heeft ze zich daar niks van aangetrokken? Dat is dan zoiets wat ik zou willen weten.

Robbert Blokland en Jessica van Geel – Als je maar gelukkig bent

Dit boek heb ik volgens mij vorig jaar voor mijn verjaardag gekregen, dus het lag er al een tijd. Ik las er steeds stukjes uit. Dat kan prima, want het is een boek met interviews en wat columnachtige teksten met en van mensen uit de ‘queercommunity’. Ik houd persoonlijk helemaal niet van de term ‘queer’, maar anders zou ik misschien moeten schrijven ‘mensen die niet hetero zijn’, en dat vind ik ook niet fijn, om mensen te definiëren aan de hand van wat ze níét zijn. Het zijn eigenlijk allemaal min of meer prominente mensen, rolmodellen soms ook, veel mensen die werkzaam zijn in de media en in Amsterdam wonen. Ons kent ons. Ik herkende zeker dingen, maar hun leven is vaak toch wel heel anders dan het mijne. Het boek is verschenen toen het burgerlijk huwelijk twintig jaar open was gesteld voor paren van gelijk geslacht (‘het haakje’, zoals ze dat dan noemen), en in die richting moet je ook voornamelijk denken; het gaat niet veel over gender. Ik vond dat zelf eigenlijk wel fijn, want ik voel me eerlijk gezegd steeds minder gezien. Voor zover ik me ooit wel gezien voelde. Dat vind ik erg ingewikkeld, ik voel me meestal ook niet vrij om daarover te praten. Zoals je merkt. In ieder geval heb ik dit boek graag gelezen, goede interviewers en veel stof tot nadenken.

Francine Oomen – Hoe overleven we

Ik ben behoorlijk gefascineerd door Francine Oomen en haar schrijverschap. Saartje en Tommie, Lena Lijstje, Hoe Overleef Ik, die vreselijk slechte dichtbundel die toen toch ineens door Querido werd uitgegeven vanwege haar bekende naam (en die L. me voor de grap in mijn maag splitste, ik weet eigenlijk niet of ik hem nog heb, maar L.’s gezelschap mis ik nog steeds weleens). Mijn favoriet was altijd Het Zwanenmeer (maar dan anders), ooit een Kinderboekenweekgeschenk. Ook in dat boek staan niet al te beste gedichten, maar om een of andere reden ontroerde het me erg. Ik had het zelf niet, ik zou het nog eens moeten lezen om te zien of het overeind blijft. Over het algemeen vind ik haar boeken voor jongere kinderen beter, de puberboeken vind ik wel erg dramatisch en psychologiserend. Al houd ik erg van haar droge humor en zit die in al haar boeken wel (afgezien van de dichtbundel, misschien). Ze heeft tot nu toe twee graphic novels voor volwassenen gemaakt, eerst eentje over de menopauze en nu dan dus deze. Het zijn overigens allebei graphic novels met een soort collages. Wel ook met veel tekeningen van haar hand, maar het zijn niet echt stripboeken (zoals Fun Home dat bijvoorbeeld veel meer is). Hoe overleven we gaat over intergenerationeel trauma, en dat is net zo zwaar als het klinkt. Maar zo interessant! Misschien niet eens zozeer het verhaal zelf, dat ook weer véél uitleg over psychologische concepten bevat en een beetje gekunsteld is, met allerlei personages die delen van Francine voorstellen (kan ook een manier zijn om ermee om te gaan, natuurlijk, dat realiseer ik me). Maar alleen al de verwijzing naar Hoe Overleef Ik in de titel en wat er uit die serie allemaal terug te voeren blijkt te zijn op haar eigen leven. En dan ook nog in combinatie met deze geweldige documentaire die we al eerder hadden gezien en die ik na het lezen van het boek nog een keer heb gekeken. De documentaire gaat over het ontstaan van dit boek en haar eigen gezin/moederschap (dat in het boek buiten beschouwing blijft). Echt een aanrader! En als er inderdaad nog een vervolg komt op Hoe Overleef Ik, ga ik dat ook vast weer lezen.

Toevallig redigeerde ik in dezelfde periode ook nog een studieboek dat er precies op aansloot. Dat had ik niet zo gepland, want ik had Oomens boek gereserveerd bij de bieb en moest er een poosje op wachten. Het ging daar ook niet helemaal goed, want op een gegeven moment werd ik gebeld: Ja, hallo, u heeft een mailtje gekregen dat dit boek voor u klaarstaat (was niet zo, kwam later pas, maar oké), maar u bent nog niet aan de beurt. Dus ik ga het opnieuw voor u reserveren. Oké, prima, moet je me daarvoor bellen? Die middag, mail van de bieb: Sorry, mevrouw Teunissen, er gaat iets mis, u heeft nu weer een mailtje gekregen dat dit boek voor u klaarstaat (was weer niet zo en is ook nooit gekomen, maar oké), maar ik moet u wederom teleurstellen. Lekker bezig daar! Toen ik het echte afhaalbericht kreeg, geloofde ik het bijna niet :)

Wat ik wel echt jammer vond, was dat er soms een deel van de pagina leek te zijn weggevallen, alsof er bij het afsnijden iets mis was gegaan. Eerst dacht ik nog dat het misschien bewust was, maar soms ontbrak er ook een stukje tekst. En er stonden ook nog wel wat schrijffoutjes in. Het is zo’n kwetsbaar boek, ze lijkt het met zo veel aandacht te hebben gemaakt, dan hoop je toch op een extra zorgvuldige redactie en productie. Ik snap dat het lastiger is om handgeschreven tekst te corrigeren dan een Word-document, maar het staat zo slordig.