Boeken

Kom ik weer aan met boeken die ik tijden geleden heb gelezen. Ik weet dat het me goeddoet om mijn telefoon vaker weg te leggen en meer te lezen, maar soms lijkt het alsof ik vooral bezig ben om de gigantische ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount aan te vullen. En de lijst met boeken die (nog) niet in de bibliotheek te leen zijn. En dan wil ik ook nog mijn Sandbank Shawl afmaken en van alles zien op tv. En dit alles ‘moet’ voornamelijk in de avonden gebeuren, als het huis is opgeruimd en de kinderen in bed liggen. Het klinkt nu heel dramatisch, maar eigenlijk gaat het juist beter dan eerder, toen D. nog niet wilde gaan slapen zonder een van ons erbij. Nu zit vooral S. weer in een roepfase, waarbij ze vaak vrijwel meteen beweert dat ze niet kan slapen. Over de nachten heb ik het hier maar even niet.

Lucy Strange – Het geheim van het Nachtegaalbos
(The Secret of Nightingale Wood, vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders)

Dit boek kreeg ik van vriendin C. voor mijn verjaardag. De eerste vijftig pagina’s vond ik er weinig aan. Ik moest wennen aan de stijl en ik vond het vooral erg naargeestig. En dat blijft het ook wel. Het is een kinderboek, maar het gaat vrij expliciet over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de psychiatrie in die tijd. Daarnaast is het vooral een boek over rouw. Over hoe oneerlijk het leven kan zijn, dat iedereen anders omgaat met de dood en hoe dat mensen van elkaar kan vervreemden. Een notoir lastig thema voor mij. Verklaarbaar, en je zult mij altijd mijn best zien doen om het niet als excuus te gebruiken, maar lastig. Momenteel zelfs weer even extra lastig, dat mag je best weten.

Ik vond het een heel Engels boek, dat schatplichtig is aan de klassieke verhalen (vooral Alice in Wonderland) en daar ook nadrukkelijk aansluiting bij zoekt. Wat mij betreft iets te gretig. Ik ben er ook niet zo bekend mee. Uiteindelijk raakte dit boek me wel, soms onverwacht, in schijnbaar eenvoudige zinnen.

‘Je bent niet meer alleen mijn kleine zusje – je bent nu ook iemands grote zus. Onthoud dat goed.’
‘Een kort leven is ook een leven.’
‘Maar ik was bang dat ze er niet meer zou zijn. En ik was bang dat ze er wel zou zijn.’

Verder lezen Boeken

Handwerken in tijden van corona (2)

Ik zou nog schrijven over waar ik mee bezig ben, maar inmiddels heb ik alweer iets af. Ik heb de Clair Shrug gemaakt, een patroon van Vicky Chan. Dit is een bijzonder patroon waarvoor je moet kunnen haken en breien, dat zie je niet zo vaak. En het is heel ingenieus, want je haakt de meeste motieven achter elkaar, in plaats van steeds de draad af te hechten. Fijn als een hekel hebt aan draadjes wegwerken, zoals ik. Ik was in eerste instantie vooral benieuwd naar de constructie van dit patroon, ik wilde het eerder maken dan dragen, zeg maar. Maar toen kocht ik na een tip van L. een Mystery Box van Sticks & Cups en kreeg ik daarin alles om dit vestje te maken (garen en het patroon, en allerlei goodies). Die Mystery Box is trouwens een aanrader, ik werd er zo door opgevrolijkt. Je kiest een bedrag, vult een vragenlijst in over wat je wel en niet graag maakt, mooi vindt enzovoort en dan kiezen zij iets voor je uit. Bij mij hadden ze ook op Ravelry gekeken wat er op mijn Wish List stond, het voelde heel persoonlijk. Nou ja, en toen moest ik er dus wel aan geloven.

In het begin was ik een beetje geïntimideerd door het patroon, dat heel uitgebreid is, vol schema’s en foto’s. Die foto’s zijn helaas dan weer niet allemaal even duidelijk, dus ik moest er een beetje in komen. En ik heb ook uitgebreid het nadeel ervaren van achter elkaar door haken, namelijk dat je álles uit moet halen als je een stuk terug een fout ontdekt. Dit was misschien niet het ideale patroon voor tijdens een pandemie. Uiteindelijk heb ik trouwens wel enigszins valsgespeeld ,omdat ik toen ik de tweede mouwboord wilde breien nog een fout tegenkwam in de eerste rij motieven. Ik kon het toen echt niet meer opbrengen om alles uit te halen tot dat punt (oftewel meer dan drie kwart van het werk). Dus toen heb ik het foute deel afgeknipt en er een stukje tussen gezet. Daar is mijn perfectionistische zelf niet blij mee, maar ja. Verder is het wel mooi geworden.

Ik werk nu nog aan de Sandbank Shawl, een patroon van Lea Viktoria. Het is een grote, lichte shawl in dun garen. Ik had voor dit garen, Organic 350 van Hjertegarn, eigenlijk een ander project in gedachten, maar daarvoor bleek het te dun. Ik was al langer geïnteresseerd in de Sandbank, maar aarzelde vanwege de opmerkingen dat het patroon slecht/onduidelijk zou zijn. Tot nu toe valt me dat erg mee. Daarnaast waren veel mensen wel heel blij met het eindresultaat, dus daarom besloot ik het er toch op te wagen. De shawl heeft een bijzondere vorm, een beetje tussen een halvemaan en een halve cirkel in. Die vorm krijg je door vanuit het midden te beginnen en dan rond te breien. Dat had ik nog nooit gedaan. Het is schijnbaar dezelfde techniek als wanneer je sokken vanaf de teen breit, maar dat heb ik ook nog nooit gedaan en dit is met veel meer steken dan je daarvoor nodig hebt. De cast-on uit het patroon lukte me niet, maar de Turkish cast-on ging redelijk, leuk om weer iets nieuws te leren! Na de eerste rondes kom je bij een herhaling over zestien rondes en dan wordt het relaxed. Zeker met een rondbreinaald van 150 cm, die ik speciaal hiervoor heb gekocht op de Handwerkbeurs. Prima tv-project. Er zitten nog wel wat meerderingen in hier en daar, maar inmiddels is de shawl al zo groot dat het steeds ook heel lang rechtuit is. De rand komt langzamerhand in zicht, en veel kritiek richt zich daarop, dus daar moet ik nog wel even in duiken. Gelukkig is het typisch zo’n patroon waar veel mensen notities over hebben gemaakt op Ravelry, dus daar ga ik dankbaar gebruik van maken.

Verder werk ik nu vooral aan een dekentje voor een baby, want M. en ik hopen komende herfst voor het eerst tantes te worden. Ik kan er nog niet veel over zeggen, want de moeder van de baby (mijn schoonzus) volgt mijn projecten op de voet. Wat ik er wel over kan zeggen:
– Ik heb het patroon zelf ontworpen. En nu ben ik er natuurlijk extra onzeker over, zeker als ik dan zie wat voor dekentjes S. zelf favoritet op Ravelry. Voordeel is wel dat ze het daar niet per ongeluk gaat vinden. Ze heeft zelf gevraagd of ik een dekentje wilde maken (alsof ze dat moest vragen!), ze weet wat voor dekentjes ik eerder heb gemaakt, dus het zal allemaal echt wel goed komen, maar dat heb ik altijd als ik een dekentje maak, dan moet het ook wel echt mooi worden.
– Het dekentje is niet roze of paars, want die kleuren mocht ik niet gebruiken. Nu zou ik die kleuren voor iemand anders sowieso niet snel kiezen, maar ze willen het geslacht van de baby ook nog niet weten, dus het is zeker iets neutralers geworden.
– Het kan in de wasmachine. Ik weet dat S goed voor breisels kan zorgen, maar ik ben er natuurlijk niet op uit om het leven van nieuwe ouders moeilijker te maken dan het al kan zijn.
– Het garen werd razendsnel thuisbezorgd door Elitt, dat was fijn. Ik had wel het gevoel dat ik het systeem had gehackt, want de winkel vroeg hoe dan ook verzendkosten en dat vind ik bij grote bestellingen altijd een beetje jammer. De garenfabrikant berekende echter geen verzendkosten boven een bepaald bedrag, dus toen heb ik het daar direct besteld. Alleen bleek toen dat de fabrikant de bestelling doorzette naar een lokale winkel, dus toen kreeg ik het alsnog van de winkel, maar dan zonder verzendkosten. Dat was dan misschien ook de reden dat ze het persoonlijk kwamen bezorgen in plaats van het per post te versturen, maar daar klaag ik natuurlijk niet over!

Momenteel moet ik trouwens enorm veel moeite doen om het niet aan de kant te gooien en aan tig nieuwe projecten te beginnen. Ik weet dat ik dit echt eerst af moet maken (en idealiter mijn Sandbank ook), omdat het er anders gewoon niet meer van komt, maar het valt me zwaar. Het is een groot project en ik heb het zelf ontworpen, dus het verrast me niet. Het is nu gewoon een kwestie van héél lang zo doorgaan. In dit geval zou het dus positief zijn als ik een poosje weinig te melden heb!

Boeken

Ik lees zo ongelooflijk weinig momenteel, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik vond dit bericht terug als concept, waaruit bleek dat ik toch nog wel een paar boeken had gelezen, zij het in een lange periode. Als ik erover schrijf, krijg ik soms weer meer zin in lezen, dus wie weet.

Rachel Hawkins – Her Royal Highness
(vertaald uit het Engels door Ella Vermeulen)

L. raadde me dit boek aan. Meisjes die verliefd worden op andere meisjes én een kostschool, dus je begrijpt, ik was er meteen voor in. Mijn indruk is nog steeds dat er vrij weinig ‘gewone’ boeken verschijnen met lesbische personages, laat staan over volwassen vrouwen (tenslotte ben ik al een tijdje geen young adult meer) of lesbische moeders. Er zijn mensen die anders beweren, maar als ik die om tips vraag, komen ze meestal met queerfantasy of queerhorror aanzetten, twee genres waar ik weinig mee heb. Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet goed op de hoogte ben van het Engelstalige aanbod dat niet wordt vertaald of te leen is in de bibliotheek, daar zou ik me misschien meer in moeten verdiepen.

Enfin, dit boek. Het is vooral een lief, zoet boek. Het bevestigde maar weer eens mijn vermoeden dat ik chicklit best leuk zou hebben gevonden als ik hetero was geweest. De Amerikaanse Millie ziet haar vriendin met een ander zoenen en vlucht weg naar een kostschool in Schotland. Daar deelt ze een kamer met Flora, een echte Schotse prinses die absoluut niet van plan is om het naar haar zin te hebben op de kostschool. Aanvankelijk kunnen Millie en Flora elkaar niet uitstaan, maar ja, ze zitten toch met elkaar opgescheept…

Helaas gaat het niet zoveel over de kostschool als ik graag zou willen (het kan nooit genoeg over de kostschool gaan). Daarnaast vond ik het storend dat er toch nog even expliciet benoemd moest worden dat Millie op meiden én jongens valt, terwijl verder uit het boek totaal niet blijkt dat ze bi is. Ik snap dat mensen die bi zijn ook graag boeken over zichzelf lezen, maar ik neem aan dat zij dan ook graag meer willen dan dat er alleen gezegd wordt dat iemand bi is. Dit lijkt me dan voor iedereen net niks. En ik vermoedde toch ook dat ze voorgesteld wordt als bi omdat het anders wel erg eng en moeilijk is voor de hetero’s. Ik zie dit soort ‘afzwakkingen’ net iets te vaak, ook bijvoorbeeld dat meisjes/vrouwen ineens toch ‘gewoon’ met een jongen/man eindigen en dat dat wel erg positief wordt voorgesteld, ze leefden nog lang en gelukkig met de natuurlijke orde hersteld. Er is al zo weinig, als ik dan eindelijk een lesbisch boek heb gevonden, mag het dan misschien een ‘echt’ lesbisch boek zijn? Bedankt.

Daarnaast was de Nederlandse vertaling helaas slecht geredigeerd. Ik lees zeker minder aandachtig als het niet voor mijn werk is, maar ik kwam zoveel fouten tegen dat ik op een gegeven moment aantekeningen ben gaan maken en de uitgeverij heb gecontacteerd.

Wim Daniëls – De lagere school

Luchtig boek met stukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen die met de lagere school te maken hebben (dus voor 1985, want toen werd het de basisschool). Gericht op babyboomers, maar toch ook wel leuk voor mij om even te lezen. Al wist ik veel al wel. Ook schokkend: sommige dingen herkende ik van mijn tweede basisschool (zoals van klein naar groot moeten gaan staan bij gym en dan eerst een paar rondjes moeten rennen), waaruit nog maar eens blijkt hoe belachelijk ouderwets die was. Ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Daniëls het zichzelf makkelijk had gemaakt door zijn Facebookvrienden te vragen om input en hun reacties vervolgens klakkeloos over te nemen in zijn boek. Niet alles wat zijn Facebookvrienden te vertellen hadden, was even interessant, en het boek richt zich daardoor ook behoorlijk op de lagere school in Brabant (ook wel weer grappig, aangezien mijn schoonfamilie uit dezelfde regio komt als de auteur en hem kent).

Shaun Bythell – Dagboek van een boekverkoper

Ik weet niet meer hoe dit boek op mijn leeslijst terecht is gekomen. Waarschijnlijk om de simpele reden dat ik geïnteresseerd ben in alles wat met het boekenvak te maken heeft. Tijdens mijn studie heb ik zelf ook in een boekhandel gewerkt, maar dat was zo’n grote boekhandel dat ik voornamelijk achter de kassa zat. Met veel plezier, overigens (en ik kan nu nog steeds goed boeken inpakken), maar dat was dus wel een totaal andere boekhandel als waar dit boek over gaat, want dat is een rommelige boekhandel in een klein plaatsje in Schotland waar ze voornamelijk tweedehandsboeken verkopen. Voor alle duidelijkheid: deze boekhandel bestaat echt, het boek is geschreven door de eigenaar, en hij beschrijft elke dag welke boeken hij verkoopt, inkoopt, de klanten, de medewerkers, zijn leven in het algemeen… Is dat niet saai? Eh… jawel. Soms wel. De meeste boeken die hij beschrijft kende ik niet, het is vaak bijzonder rustig in de winkel en zijn leven is niet bepaald spectaculair. Het had zeker wel wat, en ergens bleef ik benieuwd naar het vervolg, maar daar maakte het nawoord korte metten mee.

Elisabeth Leijnse – Cécile en Elsa, strijdbare freules

Dit boek had ik al eens eerder geleend van de bibliotheek en toen moest het terug en had ik misschien honderd pagina’s gelezen. Maar dit keer gingen de bibliotheken dicht en vond de Bibliotheek Eemland het te moeilijk ook maar iets te regelen voor haar leden, dus ik had dit keer ruimschoots de tijd om het uit te lezen. Serieus, ik ben daar zo in teleurgesteld, bij andere bibliotheken kon je nog boeken reserveren of een verrassingspakket ophalen of wat dan ook en hier was er gewoon niks, ik heb niet kunnen ontdekken wat ze maandenlang hebben zitten doen. Vlak voor ze weer open mochten, kwamen ze ineens trots melden dat het weer mogelijk was om gereserveerde boeken op te halen. Let wel, alleen boeken die mensen hadden gereserveerd vóór de coronacrisis, maanden eerder. Toen ze weer open mochten, kon dat natuurlijk niet meteen op de maandag dat ze weer open mochten, stel je voor, we moeten natuurlijk wel de tijd krijgen om dat goed voor te bereiden. Toen iemand op Twitter zich afvroeg wat de meerwaarde nog was van een lidmaatschap als ook niet-leden gratis e-books en luisterboeken konden lenen (een landelijke service tijdens de lockdown, dus ook daar zullen ze weinig werk aan hebben gehad), kwam er een reactie (die ik nu overigens nergens meer terug kan vinden) in de trant van dat het lidmaatschapsgeld sowieso weinig zoden aan de dijk zette en dat bibliotheken grotendeels uit algemene middelen worden betaald. Het Eemhuis is prachtig, ze organiseren normaal gesproken leuke activiteiten en S. gaat graag naar het voorlezen en knutselen (en ik ook, want ze lezen goed voor en hebben leuke tips), maar dit sloeg nergens op.

Goed, over het boek. Het is een biografie over twee adellijke zussen op basis van enorm veel brieven en documenten. Dankzij hun afkomst hadden ze relatief veel mogelijkheden, en ze waren in hun tijd (geboren in 1866 en 1868) behoorlijk bekend. Cécile als schrijfster en activiste, Elsa vooral als vrouw van componist Alphons Diepenbrock, hoewel ze ook de eerste logopediepraktijk van Nederland had. Het is een dik boek en ik moest er soms echt even doorheen ploegen, maar dat kwam vooral doordat het zo uitgebreid was en mijn gedachten veel afdwalen in deze tijd. Het is fijn geschreven en ik vond het over het algemeen heel interessant.

Sun Li – De zoetzure smaak van dromen

Ik vind nog steeds dat M. me weleens had mogen waarschuwen van tevoren dat de auteur in dit boek erg gedetailleerd schrijft over allerlei soorten onderdelen van dieren die worden gegeten. Ik eet geen vlees meer en kan nergens tegen, dus daar heb ik af en toe flink van gegruweld. Buiten dat vond ik dit een leuk boek. Sun Li beschrijft hoe het is om op te groeien als Chinees in Friesland. Het hele gezin helpt mee in het restaurant van haar ouders, maar als jongste dochter heeft zij ook nog andere dromen. Ze beschrijft vooral haar eigen leven, maar gaat ook wel in op de Chinese (eet)cultuur en racisme. Voor mij een onbekend perspectief, waar ik graag meer over te weten kwam.

Handwerken in tijden van corona (1)

Er is nog niet veel terechtgekomen van het bloggen over handwerken na januari. Ik heb wel heel veel gehandwerkt, zeker aan het begin van de lockdown. Het zorgt voor iets meer rust in mijn hoofd. Ik pik de draad maar weer op (jaja). Vandaag eerst maar eens met de dingen die ik af heb gemaakt, anders wordt het wel een erg lang verhaal.

In januari was ik nog bezig aan mijn Varma-pullover. Die is inmiddels al een tijdje af. Het is een patroon van Sari Nordlund en ik heb ’m gebreid in Organic Trio van Hjertegarn. Daar zit wat zijde in, en daar ben ik achteraf niet zo blij mee, want voor ecologische zijde blijken zijderupsen net zo goed vermoord te worden. Het kostte me best veel moeite om de trui netjes in elkaar te zetten, en toen ontdekte ik ook nog een foutje in het voorpand. Daar heb ik toen maar een soort nepsteek overheen geborduurd, en dat is best goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ik heb de trui overigens nog niet gedragen, vooral omdat ik veel in het gezelschap verkeer van een dreumes die het liefst haar handen vol yoghurt of lasagne aan mijn mouw afveegt.

Ik schreef toen ook dat ik nog niets had gedaan aan mijn Celestarium. Ook dat project is inmiddels af. Wat een ding. Een mooi ding, maar pfoe. Het patroon is van Audry Nicklin en ik heb Malabrigo Sock gebruikt in de kleur Côte D’Azur. En het stelt dus de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond voor. Met in mijn geval glow-in-the-dark kralen in vier verschillende maten. Ja, dit was nogal een ambitieus project, vandaar dat ik er zo’n drie jaar aan bezig ben geweest (met bijzonder lange pauzes, dat wel). Het is eigenlijk een sjaal, maar ik wil het uiteindelijk ergens in huis ophangen. Ik weet alleen nog niet hoe. Ik heb geprobeerd of ik ijzerdraad door de rand kon rijgen, maar dat werkte totaal niet, zoals mijn tante overigens al had voorspeld. Van die metalen ringen die mensen gebruiken voor mandala’s zijn precies niet verkrijgbaar in een goede maat. De ontwerpster zelf suggereerde dat een lijstenmakerij misschien nog ideeën had (ik geef het gewoon toe, ik vind het fantastisch als ontwerpers op mijn projecten reageren). Ongetwijfeld, maar dat moet maar wachten tot na deze pandemie. Ik ben in ieder geval wel heel blij dat het eindelijk af is. Er was nog even een dramatisch moment toen ik eindelijk mezelf zover had dat ik er verder aan ging werken en plotseling twee gaten ontdekte. Nog altijd geen idee hoe die erin zijn gekomen. Een mysterieus beest op zolder dat graag aan garen knaagt? Ergens achter blijven haken? Een te ruwe binnenkant van de projecttas? Ik heb op het punt gestaan om het in een hoek te smijten en er niet meer naar om te kijken, maar toen heb ik al mijn moed bij elkaar geraapt en aan de hand van een tutorial van Patty Lyons de boel zo vakkundig mogelijk gerepareerd, als een huisvrouw anno 1930. En ik ben blij dat ik dat heb gedaan, want je ziet er echt bijna niets van.

Dan heb ik nog een boodschappennetje gemaakt, de Ilene Bag van Hannah Mason. Ik denk dat dit niet de laatste is, fijn patroon. Het lijkt een klein tasje, maar het rekt enorm mee, er passen zo meerdere hele broden in. Ik breide het met een restje DMC Natura Just Cotton en nu wil ik dat het liefst in allerlei andere kleuren kopen zodat ik er meer kan maken. Ik heb bij dit exemplaar wel gemengde gevoelens omdat ik er onder andere aan heb gewerkt toen ik midden in de nacht aan D.’s bed zat op de IC.

Met mijn Varma-pullover en mijn Ilene Bag heb ik nog meegedaan aan een make-a-long van Tommi. Het ging om projecten die je maakte met materiaal van een handwerkbeurs (ik heb het garen voor mijn trui vorig jaar op de Breidagen gekocht) of die je maakte om te dragen naar een handwerkbeurs. Dat laatste werd imaginair toen de coronacrisis uitbrak, maar het was toch leuk om mee te doen.

En dan heb ik mijn tweede patroon gepubliceerd! Mijn eerste haakpatroon, de Sketchbook Scarf. Eerlijk gezegd heeft nog niemand zich eraan gewaagd, maar ik ben er toch heel blij mee. Je vindt het hier. Ik heb het patroon waar ik eerst aan werkte even weggelegd omdat ik even niet zo goed meer wist hoe het verder moest, maar ik ben wel bezig aan een babydekentje dat ik zelf heb ontworpen, dus ik hoop daar uiteindelijk ook een patroon van te maken. Daarover de volgende keer meer!

/.9i0¿í¿0o9999 úno,,,/////Cc
Ccçcxxx
X
X
Xx
X’t’r’’’’

]\]\\
\

Ki iki ii i
hyhhhhhhhhhh n n [ö «0 [-0 jyj

Was getekend, D.

Zoals je ziet valt het nog steeds niet mee om te werken. Dat komt overigens lang niet alleen door de kinderen. Maar we zijn samen, ik heb nog steeds werk en redenen om me daar weer wat beter over te voelen. Tijdens de lockdown heb ik veel gehandwerkt (daar hoop ik je snel meer over te vertellen). S. en ik hebben een keer straatbingo gespeeld, en toen moest ik alleen nog een scootmobiel en zij alleen nog een hoed en toen kwam er precies op dat moment een vrouw voorbij in een scootmobiel met een hoed op, alsof ik die had ingehuurd. We hebben op Koningsdag ook rond ons huis gerend met een aardappel op een lepel. Maar er waren ook veel dagen waarop we dat allemaal niet deden en het een stuk moeilijker was om van de bank te komen en niet te gaan schreeuwen. Ik geloof dat er één nacht is geweest waarin we niet wakker zijn geworden van D., al werd ze toen wel wakker toen we naar bed gingen. Ik heb zelf paneer gemaakt omdat we saag paneer wilden eten. Het was best goed gelukt. Dit was wel nadat we Indiaas hadden besteld en dat per ongeluk zonder te proeven aan D. hadden geserveerd. Het duurde daarna even voor ze de boel weer vertrouwde… Ik heb een fietsje gekocht voor S. via Marktplaats en ben dat in mijn eentje met de auto op gaan halen. Ik heb De Mol-truien gekocht voor M., C. en mezelf. Ik heb een prachtig zelfportret gekregen van S. voor mijn verjaardag.

Ik heb nagedacht en dingen niet geweten en belachelijk lang naar antwoorden gezocht en naar woorden misschien nog wel langer. Ik heb voor de allerlaatste keer ‘Dag lieverds’ gehoord terwijl ik wist dat het de allerlaatste keer was. Ik weet van zoveel dingen niet hoelang ze nog gaan duren, maar dit lijkt me hoe dan ook te lang.

COVID-19

Ik ben gewoon moe. Van het vrijwel 24/7 met de kinderen zijn, van mijn werk in de helft van de tijd moeten proppen, van piekeren over hoe het allemaal moet en of ik straks ook nog wel werk zal hebben. Van de zoveelste gebroken nacht, S.’ zoveelste driftbui, voor de zoveelste keer D. van de bank plukken, nét voor ze zichzelf lanceert. Van mijn hypochondrie, van de zorgen over D. en haar koortsstuipen (meervoud, ja, helaas heeft ze er na de BMR-vaccinatie nog een gehad, zij het een ‘gewone’ waarvoor ze niet naar het ziekenhuis hoefde) en het overleggen met alle zorgverleners en de leveringsproblemen rond haar noodmedicatie (die de tweede keer dus gelukkig werkte). Van de zorgen over mijn familie en vrienden. Van hooikoorts en menstruatiepijn.

Van de onzekerheid over de toekomst en de risico’s en of ik de maatregelen goed begrijp en hoe anderen ze interpreteren en wie er dan gelijk heeft. Van de ergernis over de mensen die zich er zeker weten niet aan houden. De uitpuilende speeltuin, de samenscholende tieners. De mensen die toch niet alleen naar de supermarkt komen en dan midden in de supermarkt met andere mensen die óók niet alleen zijn gekomen een kletspraatje houden over hoeveel fijner het is om samen boodschappen te doen, alleen wel overdreven dat je dan per se allebei een karretje mee moet nemen, want dan loopt er dus een met een leeg karretje rond. Van S. elke keer uit moeten leggen waarom ze niet mee mag naar de supermarkt, waarom zoveel dingen nu niet kunnen.

Van naar buiten moeten. Van te weinig naar buiten gaan. Van overdag te weinig rust krijgen en daardoor steeds veel te laat naar bed gaan.

Van moeders die helemaal zen zijn. Van mensen die zeggen dat je geen kinderen had moeten nemen als dit je zwaar valt. Van de mensen zonder kinderen die ineens te veel tijd hebben. En die dan tips sturen voor dingen om te lezen, kijken, doen, beginnen. En die wel sporten, juist nu sporten.

Van dat ik van mezelf steeds dankbaar moet zijn dat we gezond zijn, dat we veilig zijn, dat we samen zijn. Van ‘tot nu toe’ overal achteraan.

D. in het ziekenhuis

Anderhalve week geleden is onze lieve D. op de intensive care van het WKZ beland na een heftige atypische koortsstuip. Daar wil ik een heleboel over schrijven, maar dat lukt nog niet zo. Het meeste lukt nog niet zo. Het hele gebeuren heeft veel impact op ons allemaal. Ze moest mee met de ambulance, er stond letterlijk een kamer vol mensen op ons te wachten op de Spoedeisende Hulp. De neuroloog die op was geroepen en naar binnen rende in haar gewone kleren. De anesthesist die erbij moest komen. Ze wisten niet precies wat het was. Ze bleven maar spierverslappers geven volgens het protocol. Ze kwamen steeds verder in het protocol. Er was een moment waarop ze eruit leek te komen, ons weer leek te zien. ‘U begrijpt dat we haar hier gaan houden,’ zei de kinderarts, en dat ze haar dan straks naar de kinderafdeling zouden verplaatsen. Er gingen mensen weg, de verpleegkundige was benieuwd hoe onze kinderen ons noemden, haar dochter en schoondochter kregen ook een baby. Toen ging het ineens weer slechter, kwam iedereen weer terug. Nog meer spierverslappers. Ze kwamen aan het einde van het protocol. Dat betekende dat ze haar in het perifere ziekenhuis niet meer goed konden helpen, maar het klonk alsof ze doodging. De anesthesist wilde naar de OK, waar hij ‘alles bij de hand had’. Ze had zoveel medicatie gekregen dat ze beademd moest worden. Ik mocht mee, in een speciaal pak. Ze legden haar op een speciale deken met warme lucht erin. Er was een speciaal team vanuit het WKZ onderweg. Iemand zei: ‘U hoort nu van alles, maar we vertellen het u zo, hoor.’ De kinderarts zei: ‘Moeder moet nu weg.’ De operatieassistente zei: ‘We gaan heel goed op haar passen.’ Intubatie schijnt akelig te zijn.
Ik moest op de gang wachten. Daar was M. inmiddels ook. Het team uit het WKZ arriveerde. ‘Bent u familie?’
‘De moeders.’
‘Ah. Ik ga er nu eerst heen en dan praat ik u zo bij.’
Weer wachten.
We mochten terugkomen. Gedoe met een folder over de kinder-IC, mijn ergernis dat M. nog steeds haar eigen telefoonnummer niet uit haar hoofd kent, iemand haalde alle kastjes overhoop op zoek naar een dun genoeg slangetje terwijl de mensen van het WKZ dat zelf bij zich hadden. De mededeling dat ze op dat moment niet in levensgevaar was. Dat was de hele avond nog niet gezegd, dus dat was fijn om te horen, maar de arts vertelde ook dat ze nu moesten gaan kijken wat dit was. Dat het best iets onschuldigs kon zijn, maar dat we ons absoluut niet hoefden te haasten als we naar het WKZ reden, want dat ze haar eerst in de CT-scan gingen leggen, hersenvocht gingen afnemen en wat al niet meer. Als ze dat op zaterdagavond ineens allemaal gaan doen, begrijpen leken ook wel dat het ernstig is. Weer afscheid van D. nemen. We mochten haar gerust een kus geven van de verpleegkundige, maar haar kleine hoofdje lag te diep tussen een soort stootkussens.

Naar huis. In een waas spullen pakken. Naar het WKZ rijden (M. reed), piekerend over hersentumoren omdat ze steeds moest overgeven. Eigenlijk geen idee of daar een link tussen is. Ze waren net op de IC, maar ze moesten nog van alles doen, dus we moesten weer weg, hebben wel iets van een uur zitten wachten in een of andere ouderkamer, telkens schrikkend van de geluiden die de koffieautomaat maakte. Er verscheen een vrouw in pyjama: ‘Ik schrik van jullie. Ik had niet verwacht dat hier iemand zou zijn op dit tijdstip.’ Alsof wij daar op dat tijdstip hadden willen zijn. Of ooit.

Uiteindelijk mochten we bij haar. Ik ben nog steeds enorm onder de indruk van de kinder-IC en de mensen die daar werken. Ze was in ieder geval ergens waar ze alles konden doen wat mogelijk was. We hebben vrijwel de hele nacht aan haar bed gezeten. Ze konden ons steeds op een puntje geruststellen. Ze hadden niets gezien op de scan. Het hersenvocht was ‘mooi helder’. Ze reageerde goed toen de medicatie iets werd verlaagd. Ondertussen lag ze daar aan tig snoeren en slangen en leek ze zowat te stikken als ze moest hoesten. De ambulancebroeder had bij ons thuis een dekentje meegegrist en dat hadden ze over haar heen gelegd. Ze had haar konijnendoek, ze zeiden steeds dat we haar mochten aanraken.

De volgende ochtend werd de medicatie weer verlaagd, en toen weer iets verhoogd omdat ze zo wakker werd dat ze de beademingsbuis eruit probeerde te werken. Later mocht ze alsnog van de beademing af. De artsen kwamen langs. ‘Ze lijkt de gunstigste kaart te hebben getrokken,’ zei de arts die haar was komen ophalen. En dat het toch een koortsstuip leek te zijn geweest. En dat ze dus niet wisten hoe het nu verder zou gaan. Kans op herhaling. Misschien gebeurt er nooit meer iets, misschien wel, misschien minder heftig, misschien niet, misschien toch een voorbode van epilepsie, kan allemaal. Dat blijf ik enorm ingewikkeld vinden. Het is voor mij allemaal sowieso erg beladen doordat ik ben opgegroeid met epilepsie in mijn nabije omgeving.

Ze is nog een paar dagen op een gewone verpleegafdeling geweest, waar ik een andere keer misschien nog wel meer over zal schrijven. Eerst viel ze steeds om, keek ze langs ons heen, huilde en jammerde steeds als ze wakker was. Dat was heel akelig, hoe vaak ze ook zeiden dat het door de medicatie kwam en dat het er verpleegkundig en neurologisch goed uitzag. We konden maar weinig met z’n vieren bij elkaar zijn, en ik en D. waren sowieso niet thuis. Het enige lachje van de dag was voor S. toen ze die zag op mijn telefoon. Ik was zo blij dat ik nog borstvoeding geef, dat was het enige wat haar nog een beetje leek te troosten, wat ze dan in ieder geval binnenkreeg. Ze wilde amper eten, al at ze wel voor het eerst van haar leven een Danoontje. Desondanks mochten we naar huis, met een speciale neusspray waar we ook een recept voor hadden gekregen, maar de verpleegkundige zei dat ze er altijd een meegaf, want ze kunnen je daar wel een recept voor geven, maar wat doe je dan als je ’m onderweg naar huis al nodig hebt, dacht zij dan altijd. Goedbedoeld, maar niet wat je wilt horen. Daarnaast is de neusspray slechts voor alvast, zoals S. ergens heeft opgevangen: ‘Als D. weer een koortsstuip krijgt: druppeltjes geven en de ambulance bellen!’ Ze heeft het zien gebeuren en was totaal van slag. Het enorme schuldgevoel naar haar toe.

De onzekerheid thuis. Hyperalert bij elk geluidje, elke beweging. De enorme stress toen we lazen dat je bij spoed wel wordt geholpen, maar je je dan binnen 14 dagen alsnog moet kunnen identificeren om de zorgkosten vergoed te krijgen. D. had nog geen ID-kaart. Afgesnauwd worden als je in paniek de ziekenhuizen belt om te informeren wat je daarmee moet, terwijl je alleen maar wilt voorkomen dat er torenhoge rekeningen op je mat ploffen. Zo ongeveer huilen aan de telefoon als iemand zegt dat ze echt wel begrijpen dat dat niet altijd zomaar op stel en sprong geregeld kan worden en dat ze nog nooit heeft meegemaakt dat ouders ineens rekeningen krijgen. Horen hoe een verpleegkundige je nog net even voor het ophangen belachelijk maakt omdat je ook maar meteen vroeg of je de pleister op D.’s rug eraf mag halen. Huilen omdat je toch niet weet hoe groot het gat is dat daaronder zit. De dagen daarop was D. moe en moest ze nog veel hoesten, kokhalzen en soms overgeven. Extra naar omdat ze voor en tijdens de stuip ook zoveel had overgegeven. Uiteindelijk heeft M. zelfs nog de huisartsenpost gebeld om te overleggen. Daar reageerden ze begripvol en bevestigden ze dat het nog van de beademingsbuis kon komen.

De maandag daarop ging ze weer naar de crèche. Moeilijk om haar daar achter te laten, terwijl ik weet dat ze haar heus wel goed in de gaten houden daar. Van werken is tot nu toe maar weinig gekomen. Een week helemaal niets. Nu nog steeds geen concentratie. Ik neem voorlopig geen nieuwe dingen aan. De reacties van mijn opdrachtgevers hebben me enorm geraakt, ze zijn de beste. Hun woorden, hun bloemen zelfs in een geval, hun begrip. Alles kan worden uitgesteld of teruggegeven, geen probleem. Geen werk betekent geen geld, dus ik hoop weer snel meer te kunnen doen, maar dat helpt allemaal wel een beetje. Net als alle appjes en hulp van anderen. We zijn niet alleen.

Nu is ze weer verkouden. Andere geluidjes, andere redenen om elke keer recht overeind te schieten in bed. Wat als ze nu weer koorts krijgt? De doemscenario’s rond het coronavirus. Wat als de IC’s vol komen te liggen en ze precies dan… Dat heeft geen zin. We moeten er maar het beste van hopen. De ondeugende uitdrukking in haar ogen is weer terug. Ze klimt op de speelgoedbak, op de trap als ze de kans krijgt. We kunnen haar lieve stemmetje weer horen (ook al zegt ze nog niet veel meer dan ‘huuuuu’,’bah’ en heel af en toe ‘mama’). Hoe ze aap gebaart, god, zelfs hoe ze elke dag opnieuw mijn mouw vastpakt met een hand vol stroop of pindakaas. We horen bij elkaar.

Handwerken in januari

Gemaakt

Ik dacht eerst dat ik mijn FO van deze maand nog niet kon laten zien, want de baby voor wie ik het breide bleef behoorlijk lang in de buik zitten en is niet van iemand bij wie we direct op de stoep staan. Het is onwaarschijnlijk dat de moeder deze blog leest, maar toch. Het duurde echter zo lang voor ik deze blog af had dat M. inmiddels toch op kraambezoek is geweest. Welkom, O.!

Dit is de Garter Ear Flap Hat, een muts die iedereen en z’n moeder al heeft gebreid. Het is een gratis patroon van Laura Ferguson voor Purl Soho, in alle mogelijke maten. Ik heb de kleinste maat gebreid (Baby). Helaas wel ook op iets dunnere naalden dan waar het patroon om vraagt, namelijk 4 mm in plaats van 4,5 mm, omdat ik geen 4,5 mm bleek te hebben. Ik heb hier alleen iemand van net 1 met een relatief klein hoofd in huis die het mutsje net niet paste. Ik hoopte daaruit op te kunnen maken dat hij groot genoeg zou zijn voor een newborn. En hij paste en viel in de smaak, dus dat was mooi.

Ik heb een restje garen gebruikt van de regenboogdeken die ik voor D. heb gebruikt, Creative Cotton Aran van Rico in de kleur Natural. Dat vond ik wel erg saai worden, dus ik heb na afloop nog met wat restjes katoen de minderingen aangezet en de franje opgeleukt.

Het is een eenvoudig patroon, al kreeg ik het toch voor elkaar om de ear flaps te vernachelen door niet goed te lezen. De tweede poging slaagde gelukkig wel. Ik denk dat ik er nog weleens eentje ga maken!

Mee bezig

Hier kan ik nog niet veel van laten zien, omdat het een uitprobeersel is voor een patroon in de verre toekomst. Geen idee nog of het iets gaat worden. Ik denk steeds dat het heel leuk zou kunnen worden, maar veel hangt af van garendikte en hoe erg het is dat gebreide steken langwerpig zijn in plaats van vierkant. Momenteel ben ik er eigenlijk vrij pessimistisch over, het is gepriegel en wordt nog niet echt zoals ik het in mijn hoofd had. Misschien hoor je er hierna nooit meer iets over (sorry dan), maar ik heb er wel veel tijd aan besteed, dus ik wilde het toch noemen. In ieder geval heb ik veel geleerd over meerderen, minderen en opzetten bij dubbelbreien, en dat komt vast nog van pas.

Dit is mijn Varma-pullover. Het patroon is van Sari Nordlund en ik brei met Organic Trio van Hjertegarn. Ik brei maat S, hij hoort ruim te vallen, maar hij hoeft van mij niet zo heel ruim. Wel graag ietsje langer, omdat hij anders zo lang zou worden als een trui die ik eerder heb gebreid en die ik eigenlijk net te kort vind (maar niet langer kon maken, want mijn garen was op).
Het wordt zo langzamerhand echt een beetje sneu, want ik heb in september het voorpand al opgezet en het is nog niet af. Dat komt door het werkje in het midden, dat ik nog steeds best tof vind, maar wel steeds minder omdat het zo irritant is om te breien. Ik moet het af en toe echt even van veraf bekijken om te zien waar ik het voor doe. Het zijn allemaal gedraaide en gekruiste steken, en soms wijken ze ook nog eens af in de teruggaande naalden. Dus ik ben continu in de weer met m’n patroon en m’n kabelnaald, ik kom traag vooruit en doordat ik het steeds lang laat liggen, vergeet ik elke keer waar ik ben in het patroon (want waarom zou je dat noteren, hè, dat zou te makkelijk zijn).

Organic Trio voelt apart, vind ik, het is vooral stroef. Maar het breit eigenlijk wel fijn (was een tip van schoonzus). Ik was eigenlijk niet van plan om deze trui nu weer op te pakken, ik was al op zoek naar iets nieuws waar ik aan zou kunnen werken toen ik met de trein weg moest, maar uiteindelijk kon ik niet echt iets vinden, met alles was wel wat en ik had ook geen tijd meer, dus toen pakte ik toch deze trui maar. In de trein heb ik er niet veel aan gedaan (alleen een paar naalden op de heenweg), maar dat was blijkbaar genoeg om er thuis ook weer wat motivatie voor te vinden. Ik kijk nu enorm uit naar de shoulder shaping, als ik eindelijk steken mag gaan afkanten. En ik heb het achterpand al, dus ik hoop dat het straks ineens heel snel gaat als de panden eenmaal aan elkaar zitten. Dat zal wel weer niet, alleen al omdat ik dingen in elkaar zetten haat, maar dan hoef ik in ieder geval niets meer met die kabels.

Aan mijn Celestarium heb ik nog helemaal niks gedaan dit jaar, terwijl ik dat project dit jaar juist af wil maken.

Handwerkloket

Ook met mijn patroon (tweede patroon, eerste haakpatroon) schoot het heel lang niet op, te druk met werk, te moe. Ik zou dat ook moeten benaderen als werk, alleen al omdat de Belastingdienst dat ook doet, maar ik vind het heel lastig, onder andere omdat het zeker niet gezegd is dat ik hier ooit iets aan ga verdienen. Maar na een veeleisende deadline lukte het wel om er tijd aan te besteden, simpelweg omdat redigeren nauwelijks lukte. Nu ben ik een heel eind, ik moet vooral de Engelse vertaling nog en het intro voor op Ravelry. Natuurlijk zou het nog beter worden als ik het professioneel liet fotograferen, vertalen, tech editen en testen, maar dat zit er op dit moment gewoon echt niet in, dus ik ga voor het beste wat ik zelf kan bieden. Dit is de Sketchbook Scarf, een gigantische sjaal met kleurpotloden, franje en borduursel in twaalf kleuren. Hopelijk later deze maand online!

Favorieten

Ik heb een etui gekocht voor alle rondslingerende benodigdheden: een schaar, centimeter, naalden, steekmarkeerders enzovoort. Nu slingert er alsnog van alles rond, want ik ben onverbeterlijk (ik ben ook altijd in de weer met mijn naaldenmeter omdat ik mijn rondbreinaalden niet in de verpakking terugstop, dat wil zeggen, als ik mijn naaldenmeter niet óók kwijt ben en ik ben echt dagelijks mijn kabelnaald kwijt), maar goed, hopelijk wel minder.

Ik kreeg dit tasje een tijdje geleden van mijn moeder, die het op een congres had gekregen. Leuk projecttasje! Ik maak vaak grote dingen, dus ik heb niet zoveel aan van die tasjes waar net een paar sokken in past.

Plannen

Tommi van Squirrel Pie Productions (een podcast) houdt weer een make-a-long, en dit keer mag je meedoen met alles waarvoor je de benodigdheden op een yarn festival hebt gekocht. Ik heb het garen voor mijn Varma-pullover vorig jaar op de Breidagen gekocht, dus nu heb ik een extra reden om ‘m snel af te maken (voor eind maart, geloof ik, ik weet nog niet of dat haalbaar is).

Zondag ga ik naar de Handwerkbeurs met m’n schoonzus! Eindelijk, we hebben vorig jaar moeten overslaan omdat ik toen net bevallen was van D. Ik weet nog niet precies wat ik er allemaal wil, maar ik hoop dat ik dit boek ergens kan inzien, ik ben geïnteresseerd in punch needling (totaal niet origineel, het is nogal een hype), we gaan natuurlijk uitkijken naar de usual suspects en poffertjes eten!

Zelfstandig

Toen het rapport van de commissie Borstlap over de arbeidsmarkt werd gepresenteerd, hadden wij luie profiteurs uiteraard niets beters te doen dan elkaar op Twitter te vragen waarom we ooit zelfstandige waren geworden.
A. Vanwege de belastingvoordelen
B. Vanwege de vrijheid
C. Omdat niemand mij wilde aannemen
D. Omdat mijn werk niet bestaat in loondienst

Borstlap c.s. twijfelden geen moment: A, natuurlijk. Zelf ben ik bijzonder gesteld op mijn vrijheid, maar D is het geval. Uitgeverijen publiceren boeken, en ik maak die beter door de inhoud te redigeren of me daar anderszins mee te bemoeien. Dit werk besteden uitgeverijen grotendeels uit. En dat is fantastisch werk, dat ik al bijna negen jaar met heel veel plezier doe. Mensen vertrouwen me hun werk toe, ik mag de leukste boeken als een van de eersten lezen en er dan nog invloed op uitoefenen ook. Ik ben elke dag met teksten bezig en mag werken met en voor aardige opdrachtgevers, geweldige auteurs, briljante vertalers. Ik word gewaardeerd en serieus genomen. Ik kan me nog altijd geen fijner beroep voorstellen.

Eerlijk is eerlijk, ik hoef niet koste wat kost te ondernemen. Het kan heel ingewikkeld zijn, onzeker, eenzaam. Als een uitgeverij mij in loondienst zou willen laten redigeren, zou ik dat prima vinden. Jammer van de vrijheid en flexibiliteit die ik nu heb, jammer dat ik dan vastzit aan een bepaald fonds en minder verschillende boeken kan doen, maar ik ben dan best bereid om een uitgeverij te verblijden met mijn stralende aanwezigheid. Ga ik gezellig met de schrijvers, vertalers en al die andere sympathieke voormalig zelfstandige boekenvakkers op kantoor zitten. Ik zie het al helemaal voor me.

Die creatievelingen ook altijd met hun fantasie. En hun lage tarieven. Je mag vinden wat je wilt van de tarieven waarvoor ik werk, maar ze zijn marktconform. En schandalig laag, jazeker. Ik onderhandel en ik blijf er aandacht voor vragen, ik erger me aan mensen die dat niet doen, maar dat is zo’n beetje het idee achter een markt: dat je daar niet de enige speler op bent. Ik heb geen ‘bedrijfje’, ik wil hier best rijk van worden, ik moet er wel van leven, maar als je er dan nog steeds minachtend over wilt doen en vindt dat ik geen echte ondernemer ben, zijn we snel uitgepraat. Dit is het. Take it or leave it, zoals uiteindelijk ook vaak geldt bij opdrachten in mijn vak.

De commissie Borstlap lijkt te denken dat als ze de lasten voor zelfstandigen maar genoeg verzwaren, iedereen vanzelf wel weer braaf in loondienst gaat. We zijn immers allemaal slechts zelfstandige geworden vanwege de belastingvoordelen, dus zodra ze ons die afpakken, zullen wij tot inkeer komen.

En anders is er altijd nog de verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Het is toch fantastisch dat men zo is begaan met ons, tikkende tijdbommen die onaanvaardbare risico’s afwentelen op de samenleving, dat ze ons deze schitterende verzekering aanbieden? Waarom willen we dat nou niet?

Nou, bijvoorbeeld omdat op dit moment nog totaal niet duidelijk is hoe die verzekering eruit gaat zien. Ik ben een van die vele onverzekerde zelfstandigen. Ik kan het niet betalen, en ik wil het ook niet betalen. Niet omdat ik dolgraag aan de bedelstaf wil raken, maar omdat ik niet echt achter verzekeringen sta waarvoor je een torenhoge premie betaalt en die vervolgens alleen uitkeren als je zo ongeveer dood en begraven bent (en dan nog met tegenzin). Ik heb het hier niet over uitvaartverzekeringen. Maatschappijen die verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid verkopen, beginnen met uitsluiten zodra ze ergens in de verte een chronische aandoening, psychische kwetsbaarheid of niet helemaal blanco medische voorgeschiedenis ontwaren. Als er een betaalbare collectieve verzekering komt die een acceptatieplicht heeft en daadwerkelijk dingen dekt, zul je mij hier niet meer over horen, maar eerst zien, dan geloven.

Het is natuurlijk grappig om te fantaseren over niet-bestaande kantoorbanen met geweldige secundaire arbeidsvoorwaarden, inclusief stoelmassages, gratis lunches en wat al niet meer in de baas z’n tijd, maar de realiteit is dat het er niet best voor me uitziet als deze adviezen worden omgezet in beleid. Schitterend gebruik van rijm in het tweede deel van die zin, al zeg ik het zelf, maar nu even serieus: dan zal ik moeten stoppen als zelfstandige, en misschien ook wel met het werk waar ik zo van houd. Dat maakt me onrustig, boos en verdrietig.

Al piekerend over hoe het verder moet, viel alles ineens op zijn plaats: ze schrijven in het rapport nergens dat je hetzélfde werk in loondienst moet gaan verrichten (je moet wel lezen, Nicole, ben jij nou een redacteur?).‘We zitten te spríngen om leerkrachten/aspergestekers/wijkverpleegkundigen/loodgieters/… Succes, hè!’

Had dat dan meteen gezegd. Zo eng en akelig, mensen die zelf nadenken en zelf willen beslissen. Gelukkig kan ik niet wachten om te vernemen wat ze voor mij in petto hebben.

Lees mee met S. en D. (1)

Zoals beloofd, een nieuwe rubriek over de boeken die we aan onze kinderen voorlezen. Met onze kinderen lezen. Ik weet nog niet precies hoe ik het wil gaan aanpakken, maar dat is geen reden om er niet mee te beginnen.

We lezen elke dag voor het slapengaan met S., en proberen daar sinds een tijdje ook een moment voor D. aan vast te plakken, zeker als S. een boek kiest waar D. nog niet zoveel van meekrijgt. Ik moet eerlijk toegeven, ik vind het nog best lastig om tijd te maken om D. voor te lezen. S. vraagt er vaak zelf om, ook overdag, D. uiteraard nog niet. Het is een heel andere manier van voorlezen, en D. wil meestal het liefst het boek pakken en dichtslaan. We doen ons best.

Ted van Lieshout en Philip Hopman – Boer Boris

Hoewel het momenteel wel weer meevalt met de obsessie, kan ik deze rubriek niet starten zonder over de Boer Boris-serie te schrijven, geschreven door Ted van Lieshout met illustraties van Philip Hopman. S. en wij houden veel van Boer Boris. De liefde is ooit begonnen met het eerste boek (uitgegeven als Boer Boris en als Boer Boris telt schaapjes), een telboek waarbij pas goed bleek hoeveel gebaren S. al kende. Inmiddels zijn er al vele boeken verschenen, en hebben we volgens mij alle ‘normale’ prentenboeken in ons bezit (uiteraard breiden ze het assortiment steeds uit met uitdeelboekjes, een alfabetboek, een zoek-de-verschillen-boek enzovoort), naast een memoryspel waarbij S. precies weet welk plaatje uit welk boek komt en ‘Boris en Boris’, twee vingerpoppetjes. Boer Boris woont op een boerderij met broer Berend en zusje Sam. Ze runnen nogal een eclectisch boerenbedrijf, met alle mogelijke dieren en akkerbouw, en daarnaast hebben ze ook een indrukwekkend wagenpark. De verhalen zijn origineel en grappig, de teksten heerlijk om voor te lezen (oké,’te declameren’ is inmiddels een correctere omschrijving). Niet te kinderachtig of simplistisch, eerder nog vrij ingewikkeld voor een peuter, maar dat maakt niet uit, onder meer doordat de tekeningen zo geweldig zijn. Wat ook heel leuk is: op de tekeningen duiken regelmatig andere boeken uit de serie op, of personages daaruit. En je kunt op elke pagina de muis en het vogeltje zoeken.
Ik vind het lastig om een favoriete titel te noemen, maar dan ga ik toch voor Boer Boris wil geen feest, waarin er een ware geboortegolf plaatsvindt op de boerderij en Boer Boris steeds blasé reageert. Ook de verjaardag van neef Niels kan op weinig enthousiasme rekenen. Maar dan belt de postbode aan…
Ik ben eerlijk gezegd alleen niet zo’n fan van Kerstmis met Boer Boris. Het zullen mijn jeugdtrauma’s zijn, maar ik word zo verdrietig van dat boek (wat S. dan weer razend interessant vindt).

Axel Scheffler – Kaatje Kip / Klaartje Koe

Deze kartonboeken zijn nu vooral leuk voor D., al kiest S. ze ook nog weleens. Geschreven en getekend door Axel Scheffler, bekend als illustrator van De Gruffalo (heel bekend en populair, maar daar ben ik dan weer niet speciaal fan van). De verhaaltjes zijn lief en eenvoudig, uitstekend op rijm vertaald door Bette Westera (die ongelooflijk veel kinderboeken heeft vertaald). De kuikens van Kaatje Kip (aanvankelijk nog in het ei) gaan ervandoor, Klaartje Koe kan niet slapen. Bonus bij deze boeken is de knop met het bijbehorende dierengeluid, die D. ook al weet te vinden. Bartje Big en Gijsje Geit bestaan trouwens ook nog, maar die vind ik zelf iets minder. Ik ben wel nog benieuwd naar Ik ben een lelijk beest, dat Scheffler weer samen met Julia Donaldson maakte (ook vertaald door Westera).

Guido van Genechten – Met z’n tweetjes…

De Vlaamse auteur en illustrator Guido van Genechten heeft een heleboel boeken voor jonge kinderen gepubliceerd, maar deze twee trokken onze aandacht omdat ze al heel snel leuk zijn. Het zijn kartonboeken waarin steeds twee dieren bij elkaar worden geplaatst op basis van een gemeenschappelijk kenmerk (waar ze leven, hoe ze eruitzien). Ik kon mijn ogen destijds niet geloven toen ik baby S. ineens op haar oren zag wijzen bij de pagina met de koala en de muis. We hebben Met z’n tweetjes rustig aan nu geleend uit de bieb, en D. bladert er graag in.

Ciara Flood – Een perfecte picknick
(vertaald uit het Engels door Tjibbe Veldkamp)

E. bracht dit boek mee als grote-zuscadeau voor S. Beste vrienden en buren Eekhoorn en Mol willen samen picknicken. Eekhoorn is een ware perfectionist, Mol juist een tikje gemakzuchtig. Ze kunnen maar geen goede locatie vinden voor hun picknick en ze hebben niet door dat er een scheur in Mols rugzak zit. Gelukkig schieten de andere dieren die ze tegenkomen op hun wandeling ze te hulp. Het is een leuk verhaal met terugkomende details en er is lekker veel op de tekeningen te zien waar je met je peuter over kunt praten.

Welke boeken moeten we volgens jou echt lezen?