Boeken

Eva Vriend – Eens ging de zee hier tekeer

Ik had naar dit boek uitgekeken, maar het viel me helaas een beetje tegen. Ik heb de andere boeken van Eva Vriend ook gelezen, en vooral Het nieuwe land vond ik erg goed en interessant. Ook dit boek is weer goed geschreven, maar hier vond ik veel stukken toch minder interessant. Het gaat over de Zuiderzee en de impact van de Afsluitdijk op de bewoners van de kustplaatsen. Ze heeft ervoor gekozen om zich te richten op vier families uit vier verschillende plaatsen (Spakenburg, Volendam, Urk en Wieringen) en laat de overeenkomsten en verschillen zien. Het is een heel interessant gegeven dat de bewoners meer gericht waren op de andere Zuiderzeeplaatsen dan op ‘het achterland’, maar die vier families leveren alles bij elkaar wel een heleboel personages op. De stambomen en de landkaarten voorin waren voor mij onmisbaar. Het helpt ook niet mee dat van de vier mannen die centraal staan, er twee Kees heten en een derde Cees. Vriend schrijft overigens in het nawoord dat ze zich hier bewust van is, maar dat ze vond dat de mannen het verdienen om met hun eigen naam in het boek te staan. Dat kan ik begrijpen, maar heel handig is het niet. Verder blijk ik gewoon niet zo heel veel interesse te hebben in de visserij. Dat is bij dit boek wel een probleem, want je leest precies waar en hoe en waarom er door de tijd heen werd gevist. Al die informatie over de verschillende methoden en schepen en welk kind van wie er wel of niet geïnteresseerd was in de visserij, het kon me eerlijk gezegd niet zo boeien. Het viel me ook tegen dat het boek erg op mannen is gericht. Niet dat de vrouwen helemaal niet aan bod komen, maar het gaat toch voornamelijk over de (vissende) mannen, terwijl ik veel meer geïnteresseerd was in het (gezins)leven en de gemeenschappen aan de wal. Ik vond zelf Spakenburg extra interessant, omdat dat hier in de buurt is (Vriend heeft blijkbaar ook samengewerkt met Museum Spakenburg, zeker een aanrader om eens te bezoeken).

Elizabeth Jane Howard – Lichte jaren (De Cazalets, deel 1)
(The Light Years, vertaald uit het Engels door Inge Kok)

Wat duurde het lang tot ik dit boek uit had. Ik weet niet zo goed waarom, want ik vond het heel leuk. Naast het handwerken is ook het lezen grotendeels gesneuveld in de vakantie. Uiteindelijk trok ik een eindsprintje en toen was het ook ineens uit, want er bleek een voorproefje van deel 2 in te staan. De familiekroniek over de Cazalets bestaat in totaal uit vijf boeken, en blijkbaar is er ook een tv-serie van gemaakt. Het wordt aangeprezen voor de liefhebbers van Downton Abbey, maar die serie heb ik niet gezien (dat zegt niks, ik kijk gewoon amper series), dus geen idee of dat klopt. Dit eerste deel speelt zich af eind jaren dertig in Engeland. Het houtbedrijf van de familie floreert, en ze hebben buiten Londen een landgoed waar de hele familie in de zomer vertoeft. Die familie is best groot: een ouder echtpaar, hun drie zoons en hun gezinnen, een ongetrouwde dochter en dan nog aardig wat personeel en logés. Deze mensen komen ook allemaal aan bod in het boek. Best overweldigend in het begin, en ook in dit boek kwam het overzicht van de personages voorin zeer goed van pas. Het kan een nadeel zijn, zoveel personages, ik heb zeker mensen door elkaar gehaald en je komt over niemand echt veel te weten. Aan de andere kant maakt het niet zoveel uit als iemand wat minder interessant is, want voor je het weet, lees je alweer over iemand anders. En het kan heel leuk en interessant zijn om meer te weten over de personages dan zij over elkaar weten. Ik denk dat ik me ook prima vermaakt had als het hele boek alleen over Rachel en Sid was gegaan, maar ik ben ook benieuwd hoe het de anderen vergaat in de volgende delen. In dit boek is de oorlogsdreiging op de achtergrond aanwezig, de zoons hebben ook gevochten in de Eerste Wereldoorlog, maar ze stevenen natuurlijk af op de Tweede. De kleine kinderen zijn bij vlagen erg grappig, en een van de zoons (zie je? Dan moet ik alweer opzoeken wie van de drie… Rupert) vatte een vakantie met kleine kinderen perfect samen: ‘Gód! Je wordt toch békaf van die kinderen? Zelfs als je ze afmat, raken ze door louter een ijsje weer helemaal op dreef.’ (p. 271)

Roderick Vonhögen – Mediapriester

M. had dit boek vooral voor de grap voor me meegenomen uit de bieb, maar ik heb het toch gelezen. Ik sta inmiddels geregistreerd als ‘slapend lid’ van de katholieke kerk en voel me daar goed bij. Ik woon geen diensten meer bij en hoef geen bedelbrieven, maar ik ben nog steeds gehecht aan de verhalen, de liederen en het branden van kaarsjes. Het hoort bij een deel van mijn familie en bij mijn geschiedenis. Dat laat ik me niet afnemen.

Mijn fascinatie voor nonnen (daar schreef ik al eerder over), is groter dan die voor andere geestelijken, maar ik heb Roderick Vonhögen weleens ontmoet en diensten bijgewoond waarin hij voorging, en ik vind hem heel sympathiek overkomen. Hij is, zoals de ondertitel van zijn boek ook al aangeeft, heel enthousiast over nieuwe media, films en games, en gebruikt dit om mensen te bereiken en inspireren. En ja, uiteindelijk ook om ‘zieltjes te winnen’. Daar maakt hij in zijn boek geen geheim van, het is dan ook vooral gericht op andere katholieken en parochies die op een aansprekender manier willen communiceren. Hij was een van de eerste Nederlandse podcasters, en gebruikt zijn priesterboordje soms ook om deuren te openen die voor journalisten gesloten blijven. Ik geloof dat hij inmiddels zelfs alleen nog maar in de media werkt (en dus niet meer in een parochie). Het is best een persoonlijk boek, waarin hij van alles over zijn leven vertelt. Over zijn jeugd, zijn roeping, zijn opleiding en de reis die hij samen met zijn moeder maakte naar China, op zoek naar hun wortels. Ik ben geen evangeliserende katholiek en heb weinig op met Star Wars en Lord of the Rings, maar hij biedt een perspectief dat ik nooit zal kunnen hebben en is een echte verhalenverteller, dus dat was allemaal heel aangenaam om te lezen.

Het boek is verschenen bij een kleine katholieke uitgeverij, en ik had het op prijs gesteld als ze daar wat meer aandacht hadden besteed aan redactie en correctie. In het colofon staat wie verantwoordelijk was voor de redactie, en dat blijkt een parochiaan (fantastisch woord, parochiaan) te zijn die ik toevallig ook weleens heb ontmoet. Ongetwijfeld heeft deze persoon met de beste bedoelingen meegewerkt aan dit boek en ik vermoed dat Vonhögen zelf aardig goed kan schrijven, maar helaas staan er toch nog veel foutjes in. Daarnaast zijn veel foto’s slecht te zien, doordat ze zijn afgedrukt op het gewone papier (in zwart-wit). Ze hadden denk ik beter voor een fotokatern met wat minder foto’s kunnen kiezen. Ik snap dat het hartstikke leuk is om die ene foto te laten zien van toen je als priesterstudent de paus ontmoette, maar sommige foto’s lijken nogal random (van Pinokkio, van drie onbekende kinderen in Ethiopië, van een willekeurige weg…).

Het echte ‘probleem’ ligt voor mij natuurlijk buiten dit boek. Vonhögen draagt een leer uit die mensen als ik achterstelt. Daar zwijgt hij over in het boek, zoals hij volgens mij meestal doet. Dat begrijp ik ook wel. Hij presenteert zich graag als iemand die voor iedereen acceptabel is, en dat lukt hem heel aardig.

Ik heb de kerk sinds mijn jeugd behoorlijk zien veranderen, en naar mijn idee is het allemaal een stuk conservatiever geworden. In die mate dat ik me inmiddels afvraag of ik wel veilig ben bij mensen die er nu nog actief zijn. Ik maak me niet zozeer druk om mijn fysieke veiligheid, maar ik vertrouw hun opvattingen niet helemaal, en dan gaat het natuurlijk in het bijzonder om opvattingen over mijn relatie en gezin. Helemaal bij officiële vertegenwoordigers van de kerk, zoals Vonhögen is. Hij heeft al behoorlijk wat kritiek gekregen vanuit de kerk op zijn methodes en interesses, dus zijn opvattingen zullen wel netjes aansluiten. Ik denk dat hij ook niet echt een andere optie heeft als hij priester wil blijven. Maar hij weet natuurlijk ook wel hoe zulke denkbeelden buiten de kerk doorgaans ontvangen worden, en dus vestigt hij daar liever geen aandacht op. Ik heb overigens geen reden om aan te nemen dat hij er stiekem anders over denkt, het enige wat ik kon vinden was een podcast uit oktober vorig jaar waarin hij veel woorden neemt om te betogen dat het huwelijk slechts is bestemd voor man en vrouw en dat kinderen recht hebben op een vader en een moeder.

Het verschilt geloof ik een beetje of katholieken vinden dat je celibatair zou moeten leven als je een heterohuwelijk niet ziet zitten of dat een samenlevingscontract nog net toelaatbaar is, maar ze zijn het er volgens mij over eens dat trouwen met iemand van hetzelfde geslacht niet oké is. Dat je zo’n verbintenis in ieder geval geen huwelijk zou moeten noemen. Dat is immers ‘verwarrend’ voor hetero’s en een ‘devaluatie’ van hun huwelijk (ik wist niet dat ik zo veel invloed had). Regenbooggezinnen zijn al helemaal uitgesloten. En dan tegelijkertijd volhouden dat discriminatie van ‘die mensen’ (we zijn altijd de Ander) verschrikkelijk is en dat ze welkom moeten worden geheten als kinderen van God. Dat ze niet veroordeeld mogen worden. Niet omdat ze niet zondig bezig zijn, want dat zijn ze zeker wel, maar omdat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Men moet openstaan voor deze mensen en hen ‘helpen’. Joe. Ik hoef niet ‘geholpen’ te worden. Dat niet-veroordeelbeleid onder het mom van ‘we zijn allemaal zondaars’ vind ik al niet gezellig, maar raakt mij onevenredig hard, puur vanwege wie ik liefheb. ‘We zijn allemaal zondaars, maar jij bent toch nét even iets zondiger dan wij.’ Nee. Liefde is geen zonde. Je kunt niet werkelijk open voor me staan als je vindt dat mijn gezin niet mag bestaan. Dan kwets je en dan discrimineer je, hoeveel zalvende woorden je er ook tegenaan gooit en namens welke hogere macht je ook zegt te spreken.

Maakwerk van juli

Oké. Ik schreef vorige keer dat ik die ruit voor op m’n Nightbook Sweater nu af wilde hebben, maar ik heb hem even weggelegd. Niet eens zo bewust, maar ik vond het te veel gedoe om ’m mee te nemen op vakantie en ik heb er weinig plezier in op het moment. Ik kijk nog steeds graag naar alle versies via #nightbooksweater op Instagram en ik wil zo’n trui, maar ik heb nu even geen puf om ’m te maken. Dat geeft ook niet, het kan zo weer veranderen. Ik ben niet iemand die een hele berg WIP’s heeft liggen en maak de meeste dingen (uiteindelijk) af. Dat wil niet zeggen dat ik altijd maar aan één project tegelijk bezig ben en pas naar het volgende ga als ik dat helemaal af heb gemaakt. Er zijn projecten voor verschillende stemmingen en gelegenheden.

Ik ben dus op vakantie geweest, een weekje, normaal gesproken voor mij zeker een moment om lekker te handwerken, maar het is er deze vakantie niet van gekomen. Ik geloof dat ik één ringetje aan mijn boekenlegger heb toegevoegd (waarover later meer). Verder wilde ik ook mijn schouder wat rust gunnen. Ik verdenk nog steeds mijn redactiewerk, maar het vreemde was dat ik op vakantie (zonder laptop, en dus in feite ook zonder handwerken) er eigenlijk meer last van had dan toen ik thuis weer aan het werk was. Ik weet het niet, ik probeer nog steeds maar een beetje rustig aan te doen. Verder sliepen de kinderen slecht en wilden ze het liefst de hele dag door ons vermaakt worden. Wat natuurlijk ook logisch is en (tot op zekere hoogte) ook niet erg. Het lukte naarmate de week vorderde ook wel wat beter om me erbij neer te leggen dat een vakantie met twee kleine kinderen gewoon (ook) heel hard werken is, en we hebben het fijn gehad. Ik was eigenlijk van plan om nog wat langer vakantie te nemen dan dat we van huis waren, maar de aanloop naar de vakantie was erg stressvol, onder andere door een vierde koortsstuip van D. Ik ben in die dagen aardig wat tijd verloren, waardoor ik eerder dan gepland weer aan het werk moest om mijn deadlines te halen. Veel is nu weer in orde, maar niet fijn. Het voelt soms alsof ik een keuze moet maken tussen mijn fysieke gezondheid (schouder) en mijn mentale gezondheid, die zonder meer beter is als ik kan handwerken. Maar niet als ik eigenlijk te moe ben om een patroon te volgen en het dan toch probeer, terwijl het ook weer niet werkt om zomaar wat voor me uit te breien zonder patroon. Het moet interessant genoeg zijn om me af te leiden en het moet iets worden. Moeilijk om daar een goede balans in te vinden.

Tot zover de algemene update, door naar de projecten van deze maand. Blijkbaar zit ik in een groene periode, daar past de Nightbook natuurlijk ook niet bij (ook dit kan zo weer anders zijn).

Frivolité
Eens in de zoveel tijd haal ik toch m’n tatting shuttles (schuitjes of spoeltjes in het Nederlands, geloof ik) weer tevoorschijn. Meestal ben ik er ook vrij snel weer klaar mee, omdat ik dan weer weet hoe moeilijk ik het vind om het echt netjes te krijgen en fouten te herstellen. Ik vind het leuk dat het anders is dan haken en breien, en dat het wat onbekender is. Het kan overal mee naartoe doordat het zo weinig ruimte inneemt (al weet ik vaak sowieso wel een handwerkje in m’n tas te proppen, geen zorgen, desnoods zorg ik voor een grotere tas). Ik hou van de ‘trucjes’ om elementen met elkaar te verbinden of dingen niet te laten opvallen of op een andere plaats uit te komen met je draad (het is vrij lastig om draadjes weg te werken, dus je wilt aan- en afhechten zo veel mogelijk voorkomen). Het lijkt niet echt op touwfiguren maken zoals ik als kind graag deed, maar het doet me er ergens toch aan denken. Het ontstaat meer in je handen dan een breiwerk.

Je hebt er weinig voor nodig, alleen twee shuttles dus (voor sommige patronen maar eentje) en wat garen. Het fijnst is ‘vormvast’ katoen, bijvoorbeeld van het merk Lizbeth. De dikte van de draad bepaalt hoe fijn je werk wordt (en hoe moeilijk het uit de knoop te halen is). Ik gebruik zelf meestal maat 20, dat is de op een na dikste draad. Er zijn supermooie shuttles te koop. Van hout, handgemaakt, helemaal gedecoreerd, maar dat vind ik een beetje overdreven voor hoe weinig ik het doe. Ik heb een stel plastic shuttles van het merk Clover, die zijn heel standaard. In sommige shuttles zit een verwisselbaar spoeltje, maar dat mis ik niet echt bij die van mij. Ik denk zelfs dat ik de draad makkelijker op spanning kan houden zonder. Ik vind het wel heel handig dat er een punt aan zit. Als die er niet aan zit, heb je ook nog een dunne haaknaald nodig om de verbindingen te maken.

Naaldfrivolité (needle tatting) bestaat trouwens ook, de naam zegt het al, dat is met een naald in plaats van een shuttle. Ik vind het juist leuk om een keer iets te doen wat níét met een naald is, en needle tatting is volgens mij vaak wat losser, doordat je afhankelijk bent van de dikte van de naald. Het schijnt wel makkelijker te zijn om te leren.

Mijn grote ‘probleem’ met frivolité is dat ik vaak niet weet wat ik ermee wil maken. Er zijn niet zoveel patronen beschikbaar, en al helemaal weinig patronen die me aanspreken. En ik ben er niet goed genoeg in om zelf iets te kunnen ontwerpen. Je kunt er kleedjes mee maken, decoratieve randjes voor aan je zakdoek, sieraden, sneeuwvlokken voor in de kerstboom… Veel dingen passen niet zo goed bij mij. Een boekenlegger vind ik soms nog wel aardig, maar ja, hoeveel boekenleggers heeft een mens nodig? Ik heb trouwens de indruk dat het nogal een christelijke hobby is, gezien de vele patronen van kruisen die circuleren.

Voor nu ben ik toch weer aan een boekenlegger begonnen, namelijk Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence. Ik moest er wel echt weer even inkomen, ik had nog wat restjes garen die ik wilde gebruiken (dus toch extra draadjes wegwerken). Verder zijn de meeste patronen heel beknopt, en ik wist niet meer waar alles voor stond. Ik heb het patroon ook een klein beetje aangepast, omdat het me niet lukte om een self-closing mock ring met een ring erin en een klein ringetje erbovenop te maken. Ik doe daar nu een onion ring. O, en ik maak telkens één extra knoop tussen de drie ringen in de punten. Geen idee hoe je dat netjes krijgt zonder, want ik weet er dus niet zo veel van. Ik heb dankzij dit patroon wel weer een paar nieuwe technieken geleerd. Die onion rings dus, en verder double picots en thrown rings. Double picots zijn die dubbele lusjes bovenin (de enkele zijn standaard, die moet je meteen leren) en de thrown rings zijn de ringen onderaan, midden in een ketting.

Meestal valt het me tegen hoe langzaam zo’n werkje vordert, ik heb er niet altijd genoeg geduld voor. We gaan zien of en wanneer het af komt!

Patroon: Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence (gratis patroon)
Garen: Lizbeth Crochet Thread (size 20), in de kleur Christmas Green

Boodschappennetje
Mijn zwarte Ilene Bag (te zien in deze blogpost) is nog steeds kwijt (waarschijnlijk definitief), dus ik wilde een nieuwe. Ik vond dat eigenlijk wel een goed excuus om biologisch katoen aan te schaffen in allerlei kekke kleuren, maar gebruiken wat je hebt liggen is natuurlijk nog duurzamer, dus dat besloot ik toen toch maar te doen. Ik vreesde dat ik van mijn linnen top net niet genoeg garen overhad, daarom heb ik het gecombineerd met een restje groen katoen. Waar ik dan weer bijna niet genoeg van had voor de bodem en de rand. De keukenweegschaal kwam er weer aan te pas, en uiteindelijk had ik nog maar zo’n 80 centimeter over van het groene garen, dus de rand had geen ronde langer moeten zijn. Ik moet nu alleen de schouderband nog afmaken, en daar heb ik me toch een hekel aan. Continu keren doordat het zo weinig steken zijn, en dan ook nog 1 recht, 1 averecht. Gelukkig ben ik inmiddels een heel eind. Ik hoop trouwens dat ik de schouderband op de juiste plaats gestart ben. Ik brei de Ilene nu voor de derde keer en heb alle tassen iets dieper gemaakt, maar daardoor kom ik natuurlijk niet helemaal op dezelfde plek uit voor de schouderband. Het patroon zorgt voor een soort spiraal, en ik vind het lastig om te zien of de band nu goed boven de korte kant van de tas zit. Nou ja, hopelijk maakt het niet zoveel uit.

Patroon: Ilene Bag van Hannah Mason (gratis patroon via Ravelry)
Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs) en… groen katoen. Waarschijnlijk van Catania of de Must-have van Yarn and Colors, maar welke kleur precies?
Naalden: 4 mm en 3,5 mm

Sandbank 2
Ik ben begonnen aan mijn tweede Sandbank Shawl! Vorig jaar was dit een van mijn favoriete projecten (boven aan deze blogpost te zien), en hét project waarmee ik alle stress te lijf probeerde te gaan. Ook dit jaar is er helaas weer meer dan voldoende stress in mijn leven, dus wie weet helpt het weer (een beetje). Daarnaast draag ik mijn Sandbank 1 ook gewoon graag. Het is een gigantische, lichte sjaal in de vorm van een halvemaan. Ik heb er destijds speciaal een extra lange rondbreinaald van 150 cm voor gekocht, maar nu ik nog niet zo ver ben brei ik nog op twee naalden (ook nog op een rondbreinaald van 100 cm). Uiteindelijk komen alle steken op die langste naald en brei je een bepaalde herhaling over zestien naalden. Dat komt goed, met behulp van enige administratie (ik moet alleen niet vergeten om een kruisje te zetten als ik eindelijk weer aan het einde van een ronde ben aangekomen). Dan wordt het pas echt relaxed (totdat je bij de schier eindeloze rand aankomt, maar dat is van veel later zorg).

Het begin is niet bepaald relaxed, want daarvoor moet je meer dan 350 steken opzetten met behulp van een speciale techniek die ervoor zorgt dat je vanuit het midden twee kanten op kunt breien. Die techniek gebruik je bijvoorbeeld ook wanneer je sokken vanaf de teen breit, iets wat ik nog nooit heb gedaan. De techniek die in het patroon wordt gesuggereerd lukte me bij mijn eerste shawl niet, en dit keer heb ik ’m niet eens geprobeerd. De Turkish cast-on is redelijk goed gelukt, maar op dit moment niet helemaal onzichtbaar. Maar volgens mij viel het de vorige keer na het opspannen een stuk minder op, dus daar hoop ik nu ook weer op. In het patroon staat ook dat je op bepaalde plaatsen een extra omslag kunt maken als je strak breit, zodat je de punten goed kunt opspannen. En dat die omslagen bij het opspannen volledig verdwijnen. Dat laatste is bij mijn eerste Sandbank zeker niet gebeurd, maar dat vind ik niet zo erg en voor de zekerheid doe ik ze toch maar weer, want het lijkt me problematischer om de vorm er niet goed in te krijgen (dat was vorige keer ook met omslagen een klein drama). Ik ben nu nog niet bij de herhalingen, dus nu is het nog even puzzelen en tellen en opletten dat ik de goede naald gebruik, maar ik weet dat het goed kan komen.

Ik brei deze shawl in Holst Coast, een wol-katoenmix. Ook mijn eerste Sandbank is half wol, half katoen, maar die heb ik gebreid in Organic 350 van Hjertegarn. De garens lijken erg vergelijkbaar, behalve dan dat Coast helaas niet ecologisch is. Ik probeer hier nog altijd op te letten, maar ben zeker geen heilige. In dit geval is mijn slappe excuus dat Coast in veel meer kleuren beschikbaar is dan Organic 350 en dat ik mijn oog liet vallen op deze kleur groen.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de cast-on)

Maakwerk van juni

Het gaat nog steeds een beetje op en af met de breizin. Op sommige dagen had ik weer last van mijn schouder, sommige avonden ‘moest’ ik flarfen, soms was er geen een project waar ik graag aan wilde werken. Toch heb ik wel weer het een en ander te vertellen en te laten zien!

Muts
Dit project kon ik vorige maand nog niet delen. De muts was uiteindelijk wel net af toen ik mijn blogpost publiceerde, maar ik had hem nog niet gegeven. Hij is voor een fantastische baby op wie zijn familie veel te lang heeft moeten wachten. Helaas lukte het me net niet om de muts af te krijgen toen we bij hem op bezoek mochten komen. Ik had twee dagen later een belangrijke deadline voor mijn werk, en het kostte me al moeite genoeg om die te halen, dus uiteindelijk besloot ik mezelf niet nog een deadline op te leggen. Ze wisten er nog niet van en het is voorlopig geen winter, dus het gaf niet, zo hield ik mezelf voor.

Het breien van deze muts viel me behoorlijk tegen. Je denkt misschien: Een muts voor een baby, die heb je toch zo af? Nou, ik deze niet. Ten eerste omdat ik moeite had om de juiste maat te kiezen. ‘Baby’ of ‘Kid Small’ is niet echt heel informatief, en ik heb toch al altijd het idee bij babymutsen dat de maat een gok is. Komt misschien ook doordat mijn D. een vrij klein hoofd heeft, die past nu nog steeds sommige petjes die voor baby’s zijn bedoeld. Een beetje te groot maakt niet uit, te klein zou jammer zijn. Nu moet ik ook niet klagen, want dit patroon was gratis, ik had geen proeflapje gemaakt en verder ook niet heel goed gekeken naar het garen en de naalden. Het aangeraden garen was sport weight, en dat wat ik nog had liggen ook. Tot zover mijn research. Ik weet dat wol warmer is, maar ik gebruik voor babybreisels toch graag katoen, zodat ze in de wasmachine kunnen. Bij dit patroon zit er trouwens een dubbele laag over de oren én is de stof vrij dicht doordat je een slipsteek gebruikt. Ik hoop daarom dat hij toch warm genoeg is.

Over die slipsteek gesproken, wat een drama was dat! Ik heb wel vaker slipsteken gebruikt (bijvoorbeeld in mijn Trove), maar deze hele muts bestaat eruit, en je breit hier grotendeels in een kleur. Bij een slipsteek sla je dus een steek over, je verplaatst hem van je linkernaald naar je rechternaald zonder hem te breien. In deze muts sla je steeds een steek over en dan brei je er een, en dan sla je er weer een over en dan brei je er weer een. Als je aan het eind van de ronde bent, draai je de volgorde om, zodat je niet steeds dezelfde steken wel en niet breit. Ik vergat zo vaak in welke volgorde ik het aan het doen was, of ik breide per ongeluk twee steken achter elkaar, en dan kwam ik aan het eind van de naald weer verkeerd uit. Erg frustrerend, zeker omdat ik het bij deze steek supermoeilijk vond om foutjes te herstellen.
Daarbij duurde het ook heel lang voor ik überhaupt op gang was. Ik ben een aantal keer helemaal opnieuw begonnen. De steken zaten toch ineens weer gedraaid op de naald (altijd lastig, die eerste naalden bij rondbreien), het lukte niet om een fout te herstellen, ik dacht dat de muts veel te groot zou worden, ik dacht dat de muts veel te klein zou worden (is serieus allebei voorgekomen), noem maar op. Na een aantal pogingen kwam ik zowaar aan bij de striped cuff waaraan het patroon zijn naam te danken heeft. Ik was bang dat ik niet genoeg garen zou hebben als ik die in twee kleuren zou breien, dus ik besloot meer kleuren te gebruiken. Ik realiseerde me echter niet dat het een stuk strakker zou worden als ik dat in een ronde zou doen. Dus wéér uitgehaald, en toen besloten om twee kleuren per ronde te gebruiken en verticaal af te wisselen. Uiteindelijk ben ik superblij met de kleuren! En door de verschillende kleuren was het daar ook veel makkelijker om te zien waar ik was. Ik heb de boord uiteindelijk 16 rondes hoog gemaakt, keer twee, want slipsteek, keer twee, want dubbelgevouwen. Ik paste hetzelfde trucje toe als vorige maand bij mijn linnen top, en ik hield weer een steek over? Waarschijnlijk toch iets verkeerd gedaan, maar ik zag geen gevallen steken (onthoud deze uitspraak even, als je wilt).

De minderingen aan de bovenkant waren ook nog wel een ding, lastig om die netjes te krijgen. Maar uiteindelijk ben ik toch best tevreden. En ja, D. paste hem dus, dus die kon model staan. De baby waar de muts voor is, is tot nu toe ook vrij klein, dus waarschijnlijk duurt het even voor die hem past, maar ach. Met liefde gemaakt!

Patroon: Striped Cuff Hat van Jake Canton, gratis via Purl Soho
Garen: Catania Solid in de kleuren Natur en Royal (denk ik), Yarn and Colors Must-have in de kleuren Mustard, Blue Lake en Grass
Maat: Kid Small
Naalden: 4,0 mm

Linnen top
Bij de vorige update was ik aanbeland bij de mouwen. De eerste mouw ging moeizaam. De trinity stitch is helemaal niet zo moeilijk, en toch breide ik steeds de verkeerde steken samen. En uiteraard kwam ik daar dan pas achter aan het eind van de toer. Verder wist ik niet zo goed hoe lang en hoe wijd ik de mouwen wilde. Ik heb dat deels bepaald op basis van: ‘Ik ben het zat!’ Ik besloot ook om flink te minderen voor de boord. Die boord wilde ik dan weer dubbelvouwen, maar ik had er niet aan gedacht om alvast een hulpdraad door m’n mouw te rijgen bij de eerste toer van de boord. Geen idee waarom niet, want de onderkant van het lijf was ook al lastig omdat ik dat niet had gedaan. Dat was dus weer even flink prutsen. En hierbij hield ik ineens geen steek over. Ik denk dat dat klopt, maar ik vond het een beetje onheilspellend, aangezien dat twee keer eerder dus wel zo was.

En toen kwam mouw 2, en die vloog van mijn naalden. Nu wist ik natuurlijk wel hoe lang en hoe wijd die moest worden (dat had ik zowaar opgeschreven ook), maar het scheelt een hoop als de trinity stitch foutloos is in alle toeren (iets met concentratie?) en je wél aan de hulpdraad denkt. De boord van mouw 2 ziet er dan ook beter uit.

Toen hoefde ik plotseling alleen nog maar de draadjes weg te werken. Ik heb hier horrorverhalen over gehoord; omdat linnen garen niet ‘plakt’ (in tegenstelling tot sommige soorten wol) zou dat niet goed blijven zitten. We zullen zien. Ik doe bij katoen eerlijk gezegd ook nooit iets speciaals, en dat kan toch ook vrij glad zijn. Ik heb nu bij een nieuwe draad steeds een paar steken met de oude en de nieuwe draad gebreid en de eindjes aan de achterkant weggewerkt. Zoals ik dat eigenlijk altijd doe. Ik heb een vrij grote hekel aan draadjes wegwerken, dus ik zag het niet zitten om met naaigaren in dezelfde kleur alles vast te gaan zetten (dat was een tip die ik tegenkwam). Ik heb sommige eindjes ook kunnen wegwerken in de dubbelgevouwen boorden, ik hoop dat dat in ieder geval blijft zitten.

Ik had de top gepast, gewassen, nog eens gepast en was tevreden. Toen bleef hij weer een tijdje liggen, tot ik tijd had om verder te werken aan deze blog en bedacht dat ik er nog foto’s van moest maken. Hm, toch beter even aantrekken dan op een hanger. Misschien dat M. straks even… Hé, wat is dat daar? Dat was dus tóch een gevallen steek. Aan de achterkant van het lijf (hoop ik, eerlijk gezegd kost het me nog wel eens moeite om te bepalen wat de voorkant is en wat de achterkant). Ik begrijp niet hoe die me al die tijd ontgaan kan zijn. In eerste instantie besloot ik hem op te halen met een haaknaald en vast te zetten aan de boord. Dat ging wel, maar was een erg dom idee, want het viel heel erg op. Toen toch besloten om alles weer los te peuteren, de steek weer te laten vallen tot ongeveer waar ik hem had aangetroffen en hem daar vast te zetten. Als ik dat nu meteen had bedacht… Dat had me een hoop tijd gescheeld en dan had het er waarschijnlijk beter uitgezien, want nu moest ik erg prutsen om de ontstane ladder een beetje te verbergen. Dat is niet helemaal gelukt, maar het is voor mij acceptabel nu. De rest is lang niet gek, voor het eerste kledingstuk dat ik zonder patroon heb gebreid. Ik hoop nu natuurlijk wel dat er niet alsnog een gevallen steek opduikt in de muts…

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Nightbook
Ik moet misschien gewoon af en toe naar een foto van m’n Nightbook kijken (stop and admire), om van een afstandje te kunnen zien dat het heus nog wel iets kan worden. En zo vreemd is het natuurlijk ook niet dat ik nog niet zo ver ben met deze trui. S. weet het aan het mooie weer, maar ik weet niet, ik vind het gewoon lastig om ermee te gaan zitten. Ik pak hem niet makkelijk even op door die vier bollen die eraan hangen en het gaat me te langzaam (volgens mij schrijf ik inmiddels elke maand iets dergelijks). Mijn doel was om deze maand voorbij het breedste punt van de ruit voorop te zijn, en dat is gelukt. Volgende maand wil ik klaar zijn met die ruit, ook dat moet te doen zijn. Het heeft ook geen haast.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Steekmarkeerders
Ik kon wel iets vrolijks gebruiken, dus ik besloot mezelf te trakteren op een paar steekmarkeerders van The Happy Kiwi. Het was nog moeilijk kiezen en Etsy had kuren, maar al snel kreeg ik een superleuk pakje van eigenaresse Kylie. En zodra S. ze zag, wist ze een cadeautje voor haar verjaardag, haha. Dus als je nog steekmarkeerders zoekt (en die zoek je natuurlijk altijd, ik tenminste wel, want ik heb vooral veel van die goedkope plastic exemplaren en daar sneuvelt er nog wel eens een van): dikke aanrader!

Voetbalflarf Euro 2020 #3

Hoe ver ze te ver kunnen gaan

we moeten echt met elkaar afspreken
dat iedereen te allen tijde
ongezien blijft
achter het kanon

explosies
kunnen zeer rendabele momenten zijn
priegelwerk
in het luchtruim
mensenwerk
in het systeem

het kan nog een hele leuke dag worden
waar we dreigen in te vallen

——————————————————-
Wedstrijden om 18.00 uur zijn hier in huis minder geschikt om te flarfen. Zeker omdat we bij de vorige de kinderen hadden beloofd dat we voor de televisie zouden eten (of, zoals D. het een paar dagen later opgewonden samenvatte: ‘Eten én filmpje kijken!’) Nu, in het weekend, konden we vooraf eten. D. was vroeg wakker en had geen middagslaapje gedaan, dus die was er na een kwartier wel klaar mee. S. vond het daarentegen steeds leuker worden. Ze beweerde dat ze nog nooit zo laat naar bed was gegaan en bleef lang geloven in de overwinning. Ze raakte in de war van de herhalingen en van het feit dat de keepers kleding in andere kleuren droegen. Ze hoopte na de rode kaart van De Ligt dat ‘de Tsjechiës’ ook ‘stoute dingen’ zouden gaan doen, zodat die ook niet meer mee mochten doen.

Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Frank Snoeks bij de wedstrijd Nederland-Tsjechië op het EK Voetbal voor mannen op 27 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Voetbalflarf Euro 2020 #2

We hebben geschiedenis geschreven

het is nu een kwestie van
het niet onnodig spannend maken
nu geen verdere problemen
waar je helemaal niets mee kunt

krampachtig
wordt er nog even een vergadering gestart
maar ook daar vloeien de krachten
langzaam maar zeker weg

een teken van leven
wordt elegant opgelost
midden in de ribbenkast
en dan is het alsof
het nooit is gebeurd

——————————–
Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Jeroen Grueter bij de wedstrijd Nederland-Oostenrijk op het EK Voetbal voor mannen op 17 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Voetbalflarf Euro 2020 #1

De eerste contouren van een reddingsplan

precisie ontbreekt
geef er maar een naam aan

misschien niet meteen
smeekbedes

als je dit in je hoofd voelt
moet je razendsnel
voelen hoe dit voelt

(dat is best wel een hele vracht
en waarom –)

geen tijd om te blijven liggen
ook vanavond niet

iets dat niet mogelijk blijkt
gaat dit niet veranderen
het moet anders

erger voorkomen
via tussenstations

——————————–
Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Frank Snoeks bij de wedstrijd Nederland-Oekraïne op het EK Voetbal voor mannen op 13 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Maakwerk van mei

Nightbook
Ik heb deze maand niet zoveel aan mijn Nightbook gewerkt. Ik heb wel de vier bollen die aan mijn werk hangen weer aardig uit de knoop gehaald (voor hoelang het duurt). Misschien had ik toch niet in het midden moeten beginnen met afwikkelen. Ik weet niet hoe het komt, maar dat gaat standaard mis bij mij. Dan heb ik toch liever dat een bol af en toe wegrolt. Ik ben nu bezig aan het lijf, waar twee verschillende patronen in voorkomen: een grote ruit met een zigzag aan weerszijden aan de voorkant, en verder groepjes van vijf streepjes in drie verschillende lengtes. Bij die streepjes moet ik in sommige rondes ook weer de draad ‘vangen’ achter het werk, misschien dat ik er daardoor minder zin in heb. Het zou mooi zijn als ik volgende maand in ieder geval voorbij het breedste punt van die ruit ben, dat lijkt me een haalbaar doel.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top had natuurlijk eigenlijk af moeten zijn, met het mooie weer nu. Helaas is dat nog niet gelukt. Ik heb inmiddels wel het lijf af. De tweede keer breide ik dat wat smaller, ik begon met minder steken en deed de waist shaping ook iets anders: meer minderingen en daarna minder meerderingen. Ik was van plan om hem korter te maken dan de eerste keer, dat was een van de redenen om het lijf opnieuw te breien. Ik heb gemeten, ik heb gerekend, maar blijkbaar toch weer niet secuur genoeg, want hij werd nog steeds te lang naar mijn smaak (niet meer veel te lang, maar wel nog steeds te lang). Daardoor kwam ik eigenlijk niet helemaal lekker uit met m’n waist shaping, maar ik had echt geen zin om het lijf een derde keer te breien en ik dacht niet dat het heel erg zou opvallen, dus toen heb ik besloten om eerder dan gepland door te gaan naar de boord. Die heb ik dan wel weer wat langer gemaakt. Ik wilde aan de onderkant net als bij de hals een dubbelgevouwen boord, niet gehinderd door enige kennis over hoe je dat kunt doen. Oftewel: dat heb ik ook twee keer gedaan, omdat ik de eerste keer scheef ging bij het aan elkaar breien. Daarna bedacht ik dat ik een draad kon rijgen door de steken waar ik de onderkant aan vast wilde breien, zodat ik beter kon zien welke steken dat waren. Terwijl ik daarmee bezig was, was D. druk met stickers afpakken van S. en die verfrommelen en/of in haar mond stoppen. Dat vond S. natuurlijk niet leuk en uiteraard luisterde D. niet toen ik zei dat ze dat niet mocht doen, dus op een gegeven moment moest ik m’n breiwerk aan de kant gooien en achter haar aanrennen om die sticker van haar af te pakken (breiend ouderschap is geweldig in theorie, maar in de praktijk werkt het niet zo goed bij peuters). Daarbij moet mijn naald van de draad zijn gegleden, want die bleek ineens weg toen ik terugkwam. En tot op de dag van vandaag heb ik hem niet terug kunnen vinden… Heel irritant, want ik gebruikte die naald voor zo’n beetje al het rijgen en naaien dat bij handwerken komt kijken. Ik heb nog andere naalden, zo erg was ik er nu ook weer niet aan gehecht en het was ook niet zo’n bijzondere naald dat die nergens verkrijgbaar is. Ik was/ben vooral bang dat D. hem eerder terugvindt dan ik, en hem dan in haar mond stopt. Ook al vraagt ze meestal eerst ‘Deze dan?’ (‘Wat is dit?’) als ze iets vindt en is de kans inmiddels niet meer zo groot dat zij hem ineens wél vindt. Misschien is hij toch ergens tussen de kussens van de bank verdwenen. Daar heb ik al meerdere keren gekeken/gevoeld, maar daarbij vond ik alleen twee kleurpotloden en een steekmarkeerder. Het is al vaker gebeurd, wil ik maar zeggen. Nu ik het opschrijf, word ik er prompt weer onrustig van. Argh, waar is dat ding?

Terug naar de top, de tweede keer lukte het me wel om het recht aan elkaar te breien, al hield ik aan het eind een steek over. Dat was een beetje onheilspellend, maar ik heb tot nu toe niet gezien dat er iets los kwam, dus hopelijk heb ik de draad per ongeluk door een extra lusje geregen of zo en heb ik geen steek overgeslagen. Misschien heeft het iets te maken met het begin van de ronde? Ik ben nu in ieder geval een stuk tevredener met de pasvorm en hoe de top eruitziet. Nu moet ik alleen de mouwen nog afbreien, en het plan is dat die kort worden, dus dat zou niet zoveel werk moeten zijn, zou je zeggen. Alleen weet ik nog niet precies hoe wijd en hoe lang ik ze wil hebben en zonk de moed me alweer in de schoenen bij het idee dat ik dan weer verder moet breien in trinity stitch, want daar maak ik snel fouten in en het gaat sloom. Ik ben nu net begonnen aan de eerste mouw. Het zijn er twee, dus dat lijkt me wel voldoende recht doen aan het thema ‘twee keer’.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ik ben ook nog bezig geweest met een ander projectje, maar daar hoop ik je volgende maand iets van te kunnen laten zien.

Cadeautjes
Ik heb van R. & C. een magazine van Lana Grossa en een cadeaukaart van Wolplein gekregen. Yay :) Ik weet nog niet of ik iets uit het magazine ga maken, ik heb al gezien dat je bij de meeste patronen de delen achteraf aan elkaar moet naaien, en ik ben die naald dus kwijt als ik ergens een hekel aan heb… M. kwam door dit cadeau met het idee om een keer naar het zogeheten Wolplein Inspiratiecentrum in Zaltbommel te gaan, en dat lijkt me leuk. Als trouwe kijkers van de HaakSTER moeten we daar toch eens geweest zijn! Dit jaar gaan ze trouwens een HaakSTER en een BreiSTER maken, dus dat is een leuk vooruitzicht.

Ravelry
Op dit moment gebruik ik Ravelry af en toe, vooral om dingen op te zoeken (patronen, mijn eigen aantekeningen bij oude projecten enzovoort). Dat lijkt in Dark Mode redelijk te gaan voor mij, maar ik blijf wel steeds zo kort mogelijk op de site. Als ik weer een patroon wil kopen, ga ik eerst kijken of het ergens anders verkrijgbaar is. Mijn twee eigen patronen, die verkrijgbaar waren via de site, heb ik voor nu gedeactiveerd. Ik had dat eerder nog niet gedaan omdat ik niet goed wist wat ik ermee moest. Dat weet ik nog steeds niet, maar aangezien vorig jaar slechts twee mensen een patroon hebben gekocht, is het allemaal niet zo’n ramp. Mocht iemand toch graag een patroon willen hebben, dan kan ik altijd gewoon een factuur sturen, zoals ik ook doe voor mijn redactiewerk. Ik zie nog wel. Het zou natuurlijk heel goed zijn als ik een ander verkoopkanaal vond en als ik mijn gekochte patronen en aantekeningen zou exporteren, maar daar heb ik nog altijd geen puf voor. Ik wilde echter wel iets doen, niet alleen vanwege de toegankelijkheidsproblemen, maar ook omdat een van de stichters nu ook aan het flirten is met NFT en cryptocurrency. Daar weet ik amper iets van en het is voor mij ook lastig te volgen in het Engels, maar ik begreep dat de hele bliksemse boel in elkaar gaat storten de gevolgen voor het milieu en de economie groot kunnen zijn. Iets concreter: het zou zeer veel energie kunnen kosten als je een patroon zelfs maar opent en ontwerpers zouden nog minder gaan verdienen aan hun patronen. In deze blog legt Victoria Marchant het een en ander erover uit. Ik blijf het volgen, maar nu dacht ik vooral: Ik wil hier niets mee te maken hebben. Ik vind het wel nog steeds heel jammer, in bepaalde opzichten is het zo’n mooie site.

Boeken

Voor mijn doen ben ik goed aan het lezen de laatste tijd. Dat komt ook doordat je tot voor kort alleen boeken kon reserveren bij de bieb. Aan boeken die ik nog wil lezen geen gebrek, ik heb een uitgebreide ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount en was al gewend om voornamelijk daar boeken van te lezen. Ik struin heel graag rond in bibliotheken en boekhandels, maar het lukt me niet om om het even wat te lezen ter ontspanning (ik heb mensen in mijn omgeving die dat doen, wij begrijpen elkaar slecht). Er zijn nog zoveel boeken die me de moeite waard lijken of die ik wil lezen om erover mee te kunnen praten (niet geheel onbelangrijk in mijn vakgebied) dat ik dus met een lijst werk. Op die lijst staan momenteel meer dan honderd boeken, dus het voelt helemaal niet als een beperking, ik kan nog steeds gewoon kijken waar ik zin in heb. Alleen heb je bij dat reserveren dus minder invloed op wanneer ik een bepaald boek in huis heb. Sommige populaire boeken heb ik maanden geleden al gereserveerd, en dan weet ik ook dat ik die in drie weken uit moet lezen omdat er na mij ook weer gegadigden zijn. Maar het kan natuurlijk altijd voorkomen dat iemand een onbekender boek reserveert terwijl ik het aan het lezen ben. En ik probeer er wel voor te zorgen dat ik een combinatie van populaire en minder populaire boeken reserveer (zodat ik de minder populaire vast kon lezen terwijl ik wacht op de populaire), maar in dit geval kwamen er ineens een paar boeken vrijwel tegelijk binnen, dus ik moest aan de bak :)

Natascha van Weezel – Thuis bij de vijand
Er staan inmiddels ook boeken op mijn verlanglijst waarvan ik niet meer weet waarom ik ze wilde lezen. Soms gooi ik ze er dan af, soms lees ik ze. Van dit boek kon ik het me dus niet herinneren. Het is ook alweer een paar jaar oud, waardoor het misschien op sommige vlakken achterhaald is (zeker gezien recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten, waar ik niet veel van weet, want ik probeer nog steeds het nieuws zo min mogelijk te volgen in verband met mijn mentale gezondheid). De ondertitel is ‘Moslims en joden in Nederland’, en het gaat inderdaad over hun contact en het gebrek daaraan. Voornamelijk vanuit Joods perspectief, want dat is de achtergrond van Van Weezel en haar stukken zijn persoonlijk. Ze bevindt zich vaak een beetje tussen iedereen in en gaat met haar wens om de dialoog te zoeken in tegen veel andere bewegingen in de samenleving. Lastig, want daardoor krijgt ze vaak kritiek van zowel joden als moslims. Heel interessant! Sommige mensen lijken alles graag zwart-wit te willen zien. Sommige dingen waren voor mij wel lastig om te volgen, omdat ik weinig weet van de geschiedenis van Israël.

Roxane van Iperen – ’t Hooge Nest
Dit is dus zo’n populair boek. En ik snap helemaal waarom. Het is een ongelooflijk verhaal. De auteur van dit boek ging in een nieuw huis wonen (’t Hooge Nest in het Gooi) en ontdekte daar toen allemaal schuilplaatsen en spullen van onderduikers. In dit huis bleken Janny en Lien Brilleslijper, twee Joodse zussen, allerlei onderduikers te hebben opgevangen. Zijzelf woonden er officieel met hun gezinnen. Op zich al levensgevaarlijk, want Janny had zich niet laten registreren als Jood en Lien woonde er onder een valse naam. O, en Liens man was een Duitse deserteur. Ik weet niet precies meer hoeveel onderduikers ze hebben opgevangen, maar meer dan tien mensen verbleven er permanent, onder wie hun ouders en broer. De flaptekst heeft het over een van de grootste onderduikadressen van Nederland, en over het onvermijdelijke verraad. Van Iperen heeft het geschreven als roman vanuit Janny, maar de historische informatie klopt. Ik vind het altijd al heel indrukwekkend als iemand zoveel onderzoek heeft gedaan voor een boek, maar dit gaat nog een stap verder, doordat het zo’n geloofwaardig boek is geworden, terwijl ze onvoorstelbare dingen meemaken. Zo knap, en het is ook zo goed opgebouwd. De historische gebeurtenissen zijn heel goed te volgen (ook als je weinig voorkennis hebt, denk ik), maar nergens is sprake van infodump. Ik had echt het idee dat ik heel dicht bij Janny kon komen, terwijl ze haar verhaal dus niet zelf vertelt. Het verhaal heeft me diep geraakt, wat zijn sommige mensen toch ongelooflijk moedig.

Casey McQuiston – Rood, wit & koningsblauw
(Red, White and Royal Blue, vertaald uit het Engels door Erica Disco)

Bij dit boek moest ik me haasten, want het moest vrij ineens terug. Amy Florence tipte dit boek in haar vlog. Amy is een Britse vrouw die vooral vlogt over breien en haar bedrijf (ze is een indie dyer, oftewel ze verft garen), maar ze praat ook wel over haar (krakkemikkige) huis in Schotland en de boeken die ze leest. In het begin vond ik haar nogal schreeuwerig, maar ik ben aan haar gehecht geraakt, ik vind het bewonderenswaardig hoe ze het redt in haar eentje en ik word vaak vrolijk van haar verhalen. Alleen de vlogs met haar moeder sla ik over, want ik versta die vrouw gewoon niet. Ik weet nog steeds niet of Amy zelf bij de regenbooggemeenschap hoort, maar ze is in ieder geval een ally en groot fan van queer YA. Dat laatste ben ik zelf niet per se, maar dit boek klonk wel leuk. Het gaat over Alex, de zoon van de president van de VS, en Henry, een Britse prins. Alex’ moeder wil graag herkozen worden, dus het is van belang dat de reputatie van het presidentieel gezin en de internationale betrekkingen goed zijn. Helaas ligt Alex juist enorm in de clinch met Henry, wat er onder andere voor zorgt dat ze over de grond rollen tussen de restanten van een gigantische bruidstaart. Beide families besluiten dat Alex en Henry moeten doen alsof ze het goedmaken en juist beste vrienden zijn, in de hoop de imagoschade te kunnen beperken. Daarbij slaat de vonk over, wat uiteraard voor allerlei nieuwe problemen zorgt.
Leuke romcom! Het gaat wel vrij veel over de Amerikaanse politiek, over rally’s en voorverkiezingen en zo, waar ik niet enorm in geïnteresseerd ben. Gewoon een boek om lekker even te lezen. Ik weet zelf natuurlijk ook niet hoe seks tussen twee jongens kan zijn, maar ik vond op dat punt niet alles even realistisch. Hun relatie is echter wel heel leuk, en de vertaling leek me goed, al had ‘taartastrofe’ (iets als cake-astrophy in het origineel, neem ik aan) wat mij betreft ook best ‘debaksel’ mogen zijn (altijd fijn, dat soort vertaalkwesties).

Aafke Romeijn – Concept M
Dit boek begint met een voorlichtingsfolder voor patiënten met kleurloosheid. Dan heb je mij al bijna, want ik ben gek op van dit soort documenten in fictie (mits ze goed geschreven zijn, en dat zijn ze hier voor een groot deel). Kleurloosheid is een erfelijke aandoening, steeds meer mensen in Nederland zijn kleurloos. Ze moeten voortdurend medicatie (kleurstof) gebruiken en hebben fysieke beperkingen, waardoor ze bijvoorbeeld ook minder goed in staat zijn om te werken. Dit kost de samenleving steeds meer geld, er dreigt een onhoudbare situatie te ontstaan. In de parallelle werkelijkheid van dit boek is er nog maar een politieke partij in Nederland (de Middenpartij), zijn zorgverzekeringen genationaliseerd en wordt het land geleid door een corrupte minister-president. Zoals je al kunt aflezen aan de omschrijving, is dit een erg politiek boek. Razend knap hoe Romeijn een volledig andere politieke situatie uit de grond heeft gestampt, inclusief geschiedenis en met aandacht voor de rol van de media. Dat is echter niet mijn favoriete onderdeel van het boek, ik vond de passages over die minister-president zelfs vrij saai. De hoofdpersoon van het boek is de kleurloze Hava. Waar haar moeder ervan geniet om overal in de media op te komen voor de belangen van kleurlozen, ziet Hava nog maar een oplossing: kleurloosheid moet verdwijnen om de maatschappij te redden. Hava besluit te beginnen bij zichzelf, geholpen door een terreurgroep. Het is een raamvertelling, waarin Hava op weg is naar het ziekenhuis in Nijmegen om haar ‘concept’ om te laten zetten naar M. Dat betekent dat ze stopt met het gebruiken van kleurstof en binnen 48 uur zal overlijden. Terwijl ze onderweg is, blikt ze terug op alles wat tot deze autorit heeft geleid. M. vatte dit samen als: ‘het gaat de hele tijd alleen maar over die auto waar ze zo’n fan van is en de verschillende snelwegen’, maar ik vond dat best meevallen (we zijn beiden geen fan van autorijden). Het werkt goed als houvast. De auteur heeft net als ik in Utrecht gestudeerd (volgens mij hebben we zelfs wel eens hetzelfde college gevolgd) en daar woont Hava ook, dus ik herkende veel locaties. Verder kan ik alleen maar zeggen: dat einde! Ik vond het al een goed geschreven, vermakelijk boek, maar op een gegeven moment gebeuren er dingen waardoor alles ineens helemaal anders wordt. Je moet zelf lezen wat, maar ik werd er in ieder geval héél enthousiast van. Ik zit nu ook echt te wachten op haar nieuwe boek 7B, dat niet echt een vervolg schijnt te zijn, maar toch ook weer wel, omdat het zich afspeelt in dezelfde wereld.

Erna Sassen – Er is geen vorm waarin ik pas
Dit boek had ik willen lezen toen ik zelf op de middelbare school zat, maar ook nu nog is het zeer de moeite waard. Het gaat over Tessel, die is vastgelopen op school, waardoor met haar is afgesproken dat ze even niet zoveel hoeft, als ze maar een begin maakt aan haar profielwerkstuk. Ze wil een cd maken, maar eigenlijk ook weer niet, want ze vindt haar liedjes te persoonlijk. Ze heeft een moeder die haar niet begrijpt, een beste vriend die ze niet meer ziet, maar als je op dat soort puberproblemen focust, doe je het boek tekort. Ze heeft bijvoorbeeld ook contact met de moeder van een overleden meisje, terwijl ze dat overleden meisje niet eens kende (zoals die moeder later pas ontdekt). En dan is er nog die ene docent. Ook in dit boek kom je er gaandeweg achter wat er (ongeveer) is gebeurd, dus ik houd het wederom wat vaag. Dat doet de auteur voor een deel ook, en dat is precies wat ik zo goed vind aan dit boek. Ze is blijkbaar absoluut niet bang dat lezers het niet zullen begrijpen of afhaken door de fragmentarische stijl. En je lezers serieus nemen (ook als je doelgroep jong is), dat is een van de beste dingen die je als auteur kan doen (hoe moeilijk dat soms ook is). Zo wordt nergens expliciet gezegd wat er precies met Tessel aan de hand is, terwijl je de indruk krijgt dat er aardig wat met haar aan de hand is. Tessel zelf is leidend en je merkt het wel als lezer. Ook al gaat het voor een groot deel om totaal andere ervaringen, ik had sterk het idee: ja, zo was het. En dat komt niet zo vaak voor.

Maakwerk van april

Het was een vrij dramatische maand hier, en het is nog lang niet allemaal opgelost, dus ik heb het maar gehouden bij de projecten waar ik al aan bezig was. Erg weinig energie voor andere dingen. Wat ook positief is, want ik vind het niet fijn om talloze projecten te hebben rondslingeren. Ik moet het ook een beetje rustig aan doen, want m’n schouder vindt het allemaal niet zo tof. Waarschijnlijk weer een combinatie van RSI, stress, met kinderen rondsjouwen en handwerken.

Nightbook
Ik ben druk bezig aan mijn Nightbook, en dat zal nog wel even zo blijven ook. Hij lijkt mooi te worden, maar op dit moment vind ik het vooral niet opschieten. Ik wist natuurlijk van tevoren dat het veel werk zou worden, maar het is ook echt veel werk… Inmiddels heb ik de hele yoke af. Ik heb dus nu de steken voor de mouwen opzijgezet en ben bezig aan het lijf. Ik heb eerder vooral raglantruien gebreid, met meerderingen op vaste punten elke tweede naald. Dat kan hier niet door het patroon, hierbij meerder je in bepaalde naalden veel steken. Waarschijnlijk standaard bij dit soort patronen, maar ik vond het toch ingenieus.

Het blijft een heel gedoe dat er vier bollen aan mijn werk hangen, maar het breien met twee kleuren gaat nu best goed. Ik laat nu ook steeds aan het begin van elke ronde de eerste steek van mijn linker- naar mijn rechternaald glijden zonder die te breien (het begin van mijn ronde schuift dus telkens een steek op naar links). Dat is door het patroon wat ingewikkeld, maar ik ben erachter gekomen dat dat voor mij wel dé manier is om te voorkomen dat het patroon verspringt. Toen ik dat niet deed, zag je namelijk heel duidelijk waar de nieuwe ronde begon, en dat was heel lelijk. Misschien is dit ook zoiets dat iedereen die veel in veel kleuren breit weet, maar voor mij was het nieuw.

Het is erg leuk om dit project af en toe te laten zien op Instagram. Ten eerste omdat het er goed uitziet (al zeg ik het zelf), maar ook omdat meer mensen er op dit moment een maken. Er is nu ook net een KAL gestart van de ontwerper waar je ook aan mee mag doen als je al bezig was aan een van haar ontwerpen. En zowel de ontwerper als de vrouw die mijn garen heeft geverfd delen zulke projecten graag in hun Stories. Aan aanmoediging dus geen gebrek.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top is nog steeds mijn tv-breiproject, want dat kan mijn Nightbook meestal echt niet zijn. Ik was heel ver met het lijf, maar toen ging ik hem passen en was ik er niet tevreden over. Te wijd, vooral aan de onderkant, en ook wat te lang. Dus ik ben helemaal teruggegaan naar de mouwen, heb minder steken opgezet bij de armsgaten en ga nu ook de minderingen en meerderingen anders verdelen. En dan maar weer zien hoe dat uitpakt. Ik wil hem zeker niet strak laten aansluiten, dus ik heb wat speling, maar er moet natuurlijk wel iets van model in zitten.

Onder andere door m’n schouder en Ravelry heb ik een klein handwerkdipje. Terwijl ik er doorgaans ook veel rust uit haal, dus dat is irritant. Ik heb het garen van het mislukte verfexperiment met avocado dat ik nog steeds uit de knoop moest zien te halen voor een nieuwe poging trouwens weggegooid. Het lag er al een jaar of zo en ineens had ik er genoeg van. De avocadoschillen en -pitten die ik nog had ingevroren, liggen inmiddels ook in de gft-container (die ik gisteren voor het eerst hoogstpersoonlijk heb gereinigd, dat wilde ik toch even kwijt, het was hard nodig en empowering). S. heeft een stuk meer succes met dit soort verfexperimenten en had wel belangstelling voor de uienschillen. Misschien dat ik er ooit wel weer zin in krijg, maar nu ben ik er toch een beetje teleurgesteld over en trekt het me niet zo.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ravelry
Ondertussen is de actie waarbij mensen uitgelogd waren bij Ravelry uit solidariteit met mensen die gezondheidsklachten kregen van de site voorbij. Het wende snel, moet ik zeggen. De actie werd al snel verlengd tot een week en mijn eerste gedachte was: 6 april? Moet ik zo lang zonder? Maar ik realiseerde me ook dat ik er tot voor kort (voordat ze Classic eraf gooiden) nog op kon, en dat dat voor veel mensen niet gold. Dat dat het hele punt was. Na de actie heb ik de site bijna niet bezocht, misschien twee keer even ingelogd om te kijken of er nog iets gebeurd was en een enkel patroon opgezocht. Voorheen zat ik er vrijwel dagelijks op, dus dat is een groot verschil. Het scheelt natuurlijk dat ik op dit moment niet actief op zoek ben naar nieuwe projecten.

Ik heb veel verhalen gelezen en ook reacties gekregen van mensen die blij waren met mijn steun. Daar voelde ik me eerlijk gezegd wat ongemakkelijk onder, want zoveel doe ik niet. Als ze Classic erop hadden laten staan, had ik het ook verwerpelijk gevonden, maar had ik er waarschijnlijk nog steeds gebruik van gemaakt. Mijn patronen staan er ook nog op. Ja, dat zijn er maar twee die toch (bijna) niemand koopt, maar het zou natuurlijk beter zijn om ze offline te halen of ergens anders onder te brengen. Ik heb er geen puf voor, net zoals dat ik vooralsnog geen systeem heb opgezet om mijn projecten buiten Ravelry bij te houden. Het begint me te duizelen zodra ik er iets over lees. Het heeft lang geduurd voor ik er enigszins achter was hoe het werkt met online (en internationaal) patronen verkopen, erg veel moeite voor die paar patronen die ik tot nu toe heb verkocht, veel dingen vind ik nog steeds vaag en stressvol, en dat deel lijkt bij Ravelry goed te zijn geregeld. En ja, dat geeft aan hoe belangrijk geld verdienen voor ze is en dat je ze daar juist zou kunnen/moeten raken, aangezien ze niet gevoelig lijken te zijn voor gebruikers met klachten.

Het pleit mij zeker niet vrij, maar in die zin ben ik ook teleurgesteld in mensen. Zeker ook in bekende ontwerpers. Ik was een tijd geleden een keer nieuwsgierig naar de populairste patronen voor truien op de site. Je kunt filteren op populariteit en de eerste pagina’s van de zoekresultaten stonden vol truien van heel weinig verschillende ontwerpers. Minder dan tien personen, volgens mij, het viel me echt op. We breien grotendeels met z’n allen dezelfde ontwerpen. Ik snap het dilemma van die ontwerpers, voor sommigen is dit hun belangrijkste inkomstenbron, maar aan de andere kant hadden zij met een paar mensen een veel krachtiger statement kunnen maken dan de duizenden mensen die uitlogden. Dat hebben ze niet gedaan. Sommigen bieden hun patronen wel ook te koop aan via een ander platform en/of hun eigen website. Ik weet niet of dat al zo was, maar ik heb ze er in ieder geval niet over gehoord. Normaal gesproken trek ik ontwerpers echt niet na voor ik een patroon van ze koop, maar ik merk dat het hierbij toch ergens in mijn achterhoofd blijft zitten. En ook dat ik denk: Stel dat je groot fan bent van iemands ontwerpen, je gezondheidsproblemen hebt gekregen door Ravelry en alle shit over je heen hebt gekregen en jouw favo ontwerper doet vervolgens alsof er niks aan de hand is en post nota bene tijdens de solidariteitsactie allerlei dingen over nieuwe patronen en kortingscodes voor Ravelry. Hoe kut moet dat wel niet voelen?

Het geeft ook in het algemeen stof tot nadenken (dat kun je overdreven vinden, maar met de vibes van 4 mei is het niet zo’n grote stap). Hoe ver ben je bereid te gaan? Kom je ook in actie als je daar bepaalde offers voor moet brengen, als het je moeite kost, als het je kan schaden? Of spreek je je alleen uit als het jou toch niet echt raakt, om vanuit je eigen comfortabele, veilige positie een goed figuur te slaan? Wat heeft de ander aan jou als het erop aankomt? Aan mij niet veel, zo blijkt maar weer.

Fiber Club lijkt me op dit moment het meest veelbelovend. Van alle alternatieven die ik heb gezien, lijken zij de functies die ik op Ravelry gebruik(te) het best te benaderen. Ik heb er echter ook de nodige vragen en twijfels over. Allereerst zijn ze nog niet live, dus er valt nu nog niet zoveel over te zeggen. Als ik het goed begrijp, heeft iemand dit voornamelijk bedacht uit onvrede met Ravelry en gaat haar partner nu over de ‘technische details’. Kunnen zij ook echt bouwen wat ze voor ogen hebben? Geen idee. Ze berichten af en toe over waar ze staan en schreven laatst dat ze dit najaar live hopen te gaan, maar in eerste instantie alleen met gratis patronen, dus zonder dat je er patronen kunt kopen en verkopen. Dus ik denk dat je er dan verder vooral projecten op kunt bijhouden en contact kunt hebben met anderen. Volgens mij zitten ze vooral met het betaalsysteem, btw enzovoort. In het ideale geval richt je je natuurlijk op gebruikers én op ontwerpers. Dat is blijkbaar geen optie, waardoor ze het terecht een kip-of-eikwestie noemen: ontwerpers willen dat er veel gebruikers zijn die hun patronen kunnen kopen, gebruikers willen dat ze uit veel patronen kunnen kiezen. Heel interessant om te volgen, maar nog niet veel meer dan dat. Daarnaast vraag ik me serieus af of het niet te woke voor mij gaat worden. Ze lijken tot nu toe een beetje te blijven steken in terminologie, politieke correctheid en goede bedoelingen. Ze putten zich uit in excuses toen ze een keer ‘we stand for’ hadden geschreven (kwetsend voor mensen die niet kunnen staan). Ze geven nu al expliciet aan dat ze ontwerpers zullen gaan natrekken, dat ze alleen zullen kiezen voor ontwerpers ‘that match our values’. Ik vrees een beetje dat het een platform wordt waarop iedereen elkaar voortdurend de maat gaat zitten nemen. De tijd zal het leren!

Maakwerk van maart

Nightbook

Ik kon er echt niet meer onderuit, S. kwam langs met haar haspel en wolwinder (ik hoop dat dat de goede termen zijn) en daarmee was het opwinden van meer dan 2000 meter garen een fluitje van een cent (behalve toen dochter S. ineens de verkeerde kant op draaide, maar zelfs dat kwam goed). En toen had ik ineens vijf yarn cakes, drie in de achtergrondkleur en twee in de contrastkleur.

Toen moest ik een proeflapje gaan breien. Dat deed ik eerst maar eens op 3,25 mm, de naalddikte die in het patroon wordt gesuggereerd. Als die goed was, zou dat wel een probleem zijn, want dan zouden de boorden op 2,75 mm moeten en die dikte had ik niet. Het is een gangbare Amerikaanse maat (US 3), maar in Nederland zijn de meeste naalden ,0 of ,5 mm. Maar goed, dat zou ik later wel zien. Ik breide dus een proeflapje. De kleuren kwamen mooier uit dan ik dacht, het lukte best goed om met twee kleuren te breien en ik haalde zelfs de Instagram Stories van de ontwerpster, maar waar ik al bang voor was tijdens het breien bleek het geval na het opspannen: om een of andere reden was het proeflapje veel te lang, terwijl ik de breedte amper haalde. Normaal gesproken is het vooral belangrijk dat de breedte klopt, aan de lengte kun je vaak veel meer aanpassen, maar dit patroon is zo druk dat dat meteen nogal ingrijpend zou zijn. Hulplijn S. ingeschakeld (met veel sippe smileys, ben ik eindelijk begonnen, begint het zo), en die zei dat ik eerst maar eens een proeflapje rond moest breien. Toen ik daar meer informatie over ging opzoeken, bleek overal te staan dat je dat absoluut altijd moet doen als je patroon rond wordt gebreid. Ik brei als het even kan alles rond, maar had dat dus nog nooit gedaan… En ik heb al zo’n hekel aan proeflapjes. Je kunt wel een beetje sjoemelen door elke naald recht te breien en de draad achterlangs te laten lopen naar het begin van de naald. Daarmee imiteer je dan rondbreien. Dat heb ik gedaan, wat nog niet meeviel in twee kleuren, ik had er even niet bij stilgestaan dat er dan dubbel zoveel draden achterlangs zouden lopen. Dit proeflapje was zowaar iets minder te lang, maar wel nog steeds te lang en te smal. Andere naalden gebruiken leek dus niet zoveel zin te hebben: bij dunnere naalden zou het proeflapje nog smaller worden, bij dikkere naalden nog langer. Ander garen is op dit moment voor mij eigenlijk geen optie (want welk garen dan en wat zou ik dan hiervan maken), dus ik zet voor nu vol in op de struisvogeltactiek en hoop heel erg dat ik ermee wegkom. En dat zou nog kunnen lukken ook, want truipatronen zijn vaak te kort naar mijn smaak en maat M zou bij mij best wat positive ease moeten hebben. Het enige is dat ik altijd een beetje wantrouwig ben over maten die puur zijn gebaseerd op borstomtrek; ik ben vrij plat, maar niet klein, dus dat matcht niet altijd even lekker. Ook deze trui wordt top-down gebreid, dus we gaan het redelijk snel zien.

Inmiddels heb ik een rondbreinaald 2,75 mm gekocht bij Batts and Threads en ben ik eraan begonnen. Een van de opties in het patroon (het patroon staat vol opties en tips en schema’s, heel informatief, maar ook een beetje intimiderend) is een folded neckband, waarbij je de boord dubbel zo hoog breit, hem dubbelvouwt en vastbreit aan de opzettoer. Ik had die techniek al uitgeprobeerd in mijn linnen top, maar nog niet in boordsteek. Het leek me wel wat om het hier ook te doen, na het drama met de tubular bind off in m’n Trove sweater. Ik koos ervoor om de steken op te zetten op een restje garen, zodat ik ze later makkelijk zou kunnen opnemen. Dat stond niet in het patroon, dus ik was even bang dat ik dacht het beter te weten dan het patroon (altijd gevaarlijk) en dat dan later zou blijken dat het om een of andere reden niet zo zou kunnen. De boorden worden met gedraaide steken gebreid, dus dat kostte net even wat meer moeite dan normaal, maar het lijkt tot nu toe wel te werken. Het ziet er nu al klein uit, maar de hals lijkt bij anderen ook vrij hoog en de boord past over mijn hoofd, dus ik ga eerst maar even verder. Ik ben nu net begonnen om met twee kleuren te breien, en ik moet er nog aan wennen. Ik wissel de garens dus af om kleurverschil zo veel mogelijk te voorkomen, wat betekent dat er vier bollen aan m’n werk hangen. En ik ben nog een beetje aan het goochelen met mijn floats: als je lang niet breit met een bepaalde kleur, moet je die zo nu en dan aan de achterkant vastmaken, anders hangen er veel te lange lussen, maar daar ben ik nog niet zo handig in. Verderop wordt het patroon zo druk dat de kleuren vaak genoeg wisselen, maar nu nog even niet. Hoewel het patroon zeer uitgebreid is, mis ik toch informatie over ‘jogless stripes’ (als je rond breit, brei je eigenlijk in een spiraal, en bij strepen valt dat op als je niets doet) en het afwisselen van de garens (aangezien de sample ook met handgeverfd garen is gebreid). Al met al vergt het vaak meer concentratie dan ik heb, maar ik wil er zo graag mee verder. Dus dan maak ik weer fouten en moet het weer opnieuw.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top

Ik ben ook nog steeds bezig met de linnen top die ik zelf ‘ontwerp’. Ik ben een stuk verder dan vorige maand. Toen was ik nog bezig aan de mouwen, de steken daarvan zitten nu op een restje garen. Dat is fijn, want de steek die ik ervoor had uitgekozen, was nog best een gedoe. Ik vond het wel heel lastig om te bepalen hoe diep de armsgaten moesten worden. En ik weet nog niet hoe ik uiteindelijk de mouwen ga afmaken. Ik wil er misschien alleen nog maar een boord aan breien omdat ze al best lang zijn, maar ik kan slecht inschatten hoe wijd ze worden. Pofmouwtjes zijn helemaal in, toch? :)
Nu ik aan het lijf bezig ben, brei ik gewoon rond en rond en rond. Ideaal om tv bij te kijken (hoewel mijn favoriete programma De Mol weer zó spannend en geweldig was dat ik alsnog iets verkeerd had gedaan). Ik probeer nog wel iets van waist shaping toe te voegen. Geen idee of dat iets wordt, maar interessant is het zeker. Ik ben ook nog steeds benieuwd wat dit garen gaat doen als ik het was, trouwens.

Boodschappennetje

Ik denk dat ik mijn boodschappennetje (de Ilene Bag) van verloren ben. Misschien in een winkelwagentje laten liggen? Ik kan het nergens meer vinden, in ieder geval. Oké, het klinkt natuurlijk belachelijk, kan gebeuren, het is maar een (leeg) boodschappennetje en ik kan gewoon een nieuw exemplaar breien (mooi excuus om garen te kopen), maar het vloog me echt even aan. D. is alweer een aantal dagen flink ziek, ik maak me zoals altijd veel zorgen, M. is ook niet lekker, dus ik moet wel door, en ineens kon ik alleen nog maar denken aan dat ik aan dat tasje heb zitten breien toen ze op de ic lag en wat nou als ze daar weer terechtkomt. Zucht. Ik hoop dat ik de komende maand wat meer rust kan vinden (wat ik sowieso nog steeds heel lastig vind in de pandemie).

Ravelry

Ik ben momenteel nog steeds uitgelogd van Ravelry, uit solidariteit met de mensen bij wie het nieuwe websiteontwerp gezondheidsklachten veroorzaakt (migraine, epileptische aanvallen, in die hoek). Zelf kreeg ik trouwens ook een gek soort hoofdpijn, waardoor ik de voorkeur gaf aan het thema Classic en dat heb gebruikt tot ze het verwijderden. Om een of andere reden gaat het team van Ravelry erg slecht om met de situatie: ze bagatelliseren de klachten, beschuldigen mensen van liegen, verwijderen kritische berichten enzovoort. En ze weigeren vooral iets aan het ontwerp te veranderen, waardoor veel mensen nu de site niet meer kunnen gebruiken. Het is heel vreemd en vervelend allemaal.

Ravelry is een Amerikaanse website, een gigantische database van patronen en garens. Je kunt met behulp van talloze filters patronen zoeken, die aanschaffen, je eigen projecten erop zetten met foto’s en notities, projecten van anderen bekijken, contact leggen met anderen, er zit een enorm forum bij… Het is dé website voor handwerkliefhebbers van over de hele wereld. Of dat was het in ieder geval. Ik heb al jaren een account daar, al mijn projecten staan erop, mijn patronen zijn er te koop, het zoeken naar patronen was voor mij een hobby op zich, en ik heb enorm veel gehad aan de notities en hulp en ideeën van andere mensen. De site kwam altijd over als bijzonder progressief, uitgesproken op een Amerikaanse manier. Zo waren ze erg tegen Trump en leken ze altijd zeer begaan met de LHBTIQ+-gemeenschap en Black Lives Matter. Nu lijken ze echter vooral bezig te zijn met zichzelf, waardoor ik me toch een beetje afvraag in hoeverre die andere dingen oprecht waren.

Ik weet niet zo goed wat ik nu moet doen. Op dit moment weet ik niet in hoeverre ikzelf de site klachtenvrij kan gebruiken. Er zijn hele tutorials voor hoe je je eigen content kunt exporteren. Ik heb daar weinig puf voor, en dan heb je ‘alleen maar’ je eigen content, terwijl juist de informatie van anderen zo waardevol is. Natuurlijk kun je ook elders dingen vinden, bijvoorbeeld op Instagram, maar de meer technische details vind ik eigenlijk voornamelijk op Ravelry. Andere, kleinere websites bieden momenteel niet het totaalpakket van Ravelry. Wat ga ik doen met mijn patronen? Laat ik ze daar staan, ga ik ze via een ander kanaal verkopen, stop ik daar helemaal mee? Ik weet het niet. En stel dat ikzelf de website wel weer gewoon kan gebruiken, wil ik dat dan nog, na alles wat er is gebeurd? Is het niet sowieso hypocriet, aangezien er waarschijnlijk ethisch gezien ook van alles mis is met andere websites die ik gebruik? Het liefst zou ik denk ik willen dat ze ‘tot inkeer komen’ en dat iedereen weer verder kan, maar de kans dat dat gebeurt lijkt klein.