Celestarium

Wat doe je als je eigenlijk helemaal geen tijd hebt en je nog steeds niet zo goed voelt? O, dan besluit je om de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond te gaan breien. Met glow in the dark-kralen in vier verschillende maten. Ik had dit patroon al een tijd in mijn Favorieten staan, het lijkt me tof, dus het moet er maar eens van komen. Waarom niet?

Het is eigenlijk een sjaal, maar ik zou het liever ooit aan onze muur hangen. Heel veel mensen hebben hem gelukkig al gemaakt, dus ik hoef niet zelf het wiel uit te vinden. Het originele patroon gebruikt slechts kralen in een maat, die geen licht geven in het donker. Ik vind het altijd zo mooi als patronen beter worden door de community. Ik wil dan ook meteen alles. En die verschillende groottes, en glow in the dark. Mensen hebben gelukkig al helemaal uitgezocht hoe groot de verschillende sterren zijn, dat het misschien mooier is zonder eyelets (die gaatjes), hoe je kunt bijhouden waar je bent in het patroon, dat je het beste naalden in verschillende diktes kunt gebruiken.

Ik heb garen gekocht en heel internet afgezocht naar die kralen (dat alleen was al een fijne afleiding). Nu nog uitzoeken hoe de schema’s in elkaar zitten. En o ja, zorgen dat die strengen bollen worden… Geduld! Het lijkt me leuk om af en toe de voortgang van dit project te laten zien op mijn blog.

Dochter (12)

En dan zeggen ze dat je zo in het nu leeft met een baby. S. wil altijd sneller, altijd meer, geniet nooit eens rustig van een vaardigheid die ze heeft opgedaan. Ze laat soms een hand los bij het staan en loopt soms een stukje langs de tafel (vooral als daar iets op ligt wat ze wil hebben).

Ze heeft ook eindelijk een tand. Nu echt. En dus hebben we een tandenborstel voor haar gekocht. Het schijnt goed te zijn om haar zelf ook even te laten ‘poetsen’. Dat vindt ze erg leuk, ze wordt boos als je de tandenborstel van haar afpakt.

Sommige dingen vindt ze ineens heel grappig. Dat gegrinnik van haar. Ik moet mijn gedicht veranderen. Het mooiste geluid is als je dochter lacht. Op dit moment:
– Uit de lift komen.
– De klank ‘oef’.
– Als iemand lager is dan zij, bijvoorbeeld als zij in de kinderstoel zit en we haar eten van de vloer vissen.
– Als iemand in de (open) keuken is, vooral als diegene dan omhoogkomt na iets uit een kastje te hebben gepakt.

Toen we bij haar opa aten, deden we met de hele tafel de wave. Zo veel heb ik niet met voetbal, maar het is mooi dat het voor haar vanzelfsprekend zal zijn dat meisjes het kunnen. Dat je alles kunt doen wat je wilt, dat zou ik haar graag meegeven.

Ze was weer zo populair deze week. De vriend van M.’s zusje is groot fan, hij zei speciaal: ‘Leuk ook om S. weer te zien.’ Op de verjaardag van mijn tante vond iedereen haar zo lief en vrolijk. Dat was ze ook. Ze kan heel goed zelf spelen, vinden wij. Oké, ze speelt werkelijk overal mee en het ligt aan hoe interessant het speelgoed is hoeveel dingen ze gaat doen die niet mogen, maar ze kan zichzelf echt wel een poosje vermaken. Het speelgoed bij mijn tante was erg interessant, vooral ook de bak waar het in zat. Het scheelde misschien dat we er als eerste waren, maar ze huilde helemaal niet bij het zien van al het bezoek, ze huilde eigenlijk alleen toen ze uren later een beetje moe werd. O, en toen de buurvrouw van m’n tante haar ineens oppakte. Ze kan goed aangeven wat ze wel en niet wil. Ze at haar eten helemaal op, deed een power nap in haar tentje en feestte toen nog even lekker door. Thuis ging ze voor haar doen ook heel snel slapen. Dat is ook deze week weer weleens anders, zo heeft ze Dafne Schippers brons zien winnen op de 100 meter. Ik moet heel vaak tegen mezelf zeggen: Het geeft niet. Ik kan dit aan. Ik geef haar wat ze nodig heeft. Nu telt niet meer iedere minuut slaap. Nu leven we niet meer in blokken van drie uur.

Ik ging met S. naar het tuincentrum om een cadeautje te kopen voor mijn tante en het was zo leuk. Ik ben nog steeds belachelijk verbaasd als ik zoiets weer kan doen. Zo’n winkel is natuurlijk helemaal ingericht op grote karren, en dus ook op kinderwagens. En S. vond de aquaria geweldig.

Als ik een man was, zou ik vertederd constateren dat ze ‘papa’ zei. Want dat zegt ze dus. Ik vind het niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Het hoort bij haar taalontwikkeling, ze bedoelt er niets mee.

Toen we wegreden bij haar opa, waren hij en C. de straat opgelopen. Op de hoek van de straat zwaaide ik automatisch. Altijd als we vroeger wegreden bij mijn opa en tante zei mijn moeder op de hoek: ‘Zwaai nog even.’ Hoe je alles ergens weer opnieuw beleeft.

Camp NaNoWriMo: de einduitslag

Het is augustus, en dus is Camp NaNoWriMo voorbij. Ik heb mijn doel, minimaal 1000 minuten aan schrijven besteden, bereikt! Zondag de 30e al, dus het kostte uiteindelijk niet eens heel veel moeite. Het kwam wel pas goed op gang toen ik even niet werkte, maar dat is waarschijnlijk ook niet zo vreemd. Afgelopen week heb ik prompt weer heel weinig geschreven, dus tja. Doelen en deadlines werken? Nog maar even de doelen langslopen dan.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit is nog steeds het plan. De deadline voor de wedstrijd waar ik aan mee wil doen is 1 september, dus ik heb deze maand nog een hoop te doen. Ik hoop echt dat het lukt, ik ben ook echt al serieus met mijn tekst bezig geweest, maar ik schat in dat het nog veel werk gaat zijn.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Dit plan staat voorlopig in de ijskast. Er kan natuurlijk altijd iets interessants voorbijkomen, maar het hoeft even niet zo.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit is gelukt en ga ik proberen vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ook gelukt. Eerlijk is eerlijk, zonder dit punt zou het een stuk lastiger zijn geweest om die 1000 minuten te halen. Maar het was wel erg fijn. Flink wat artikelen zetten me aan het denken. Over mijn tekst, schrijven in het algemeen en zeker ook over redactie. Ik heb zelfs aantekeningen gemaakt! Zo hebben ze een serie ‘over het vak van redacteur’, geschreven door Jacqueline de Jong. Aangezien dat vak al jaren mijn vak is, ben ik niet de doelgroep. De insteek is uiteraard om (amateur)schrijvers een kijkje achter de schermen te geven. En toch lees ik die serie heel graag, ze helpt me om mijn positie te bepalen. Erg waardevol!
– Aan een nieuwe tekst werken. De tekst voor de wedstrijd dus. En ook nog wel wat andere ‘dingetjes’, maar die vallen vooralsnog in de categorie ‘van je af schrijven’ en ik weet nog niet of ze ooit een ander doel zullen hebben. Hoeft ook niet.
– Dat ene toneelstuk lezen. Daar is het nog steeds niet van gekomen. De tekst waar het voor is heeft momenteel ook geen prioriteit.

Over mijn huidige doelen kan ik kort zijn: bloggen en meedoen aan die wedstrijd!

Boeken van juli

Ruud Meijer – Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs

Dit boek vond ik in de bibliotheek in de kast met boeken van Eemlandse schrijvers (waar mijn eigen bundel ook te vinden is). Het leek me interessant en dat was het ook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het niet helemaal van voor tot achter gelezen heb. Het is best aardig geschreven, maar soms behoorlijk droge kost. Het boek is duidelijk bedoeld om te informeren, niet om te entertainen. Het is bepaald geen literaire non-fictie (zou wel erg leuk geweest zijn!). Het boek gaat over de verschillende huishoudscholen die er ooit in Amersfoort waren, hoewel vooral heel veel over eentje en dan daarna nog even kort over twee andere, omdat daar een stuk minder materiaal over te vinden was. En dat dan geplaatst in een groter verband: de positie van de vrouw, de economische situatie in Nederland enzovoort. Er komen ook vrouwen aan het woord die op de huishoudscholen hebben gezeten of er lesgaven. Een leuke toevoeging, al vond ik de interviews helaas niet al te interessant, de meeste vrouwen sommen vooral op welke akten ze hebben gehaald en uit welke omliggende dorpen de leerlingen kwamen. Ik denk dat er leukere insteken mogelijk waren geweest met dit materiaal dan deze. Ik vond het bijvoorbeeld best saai dat er veel ruimte wordt besteed aan de verschillende gebouwen en de financiële situatie van de instellingen. Maar ik vond het wel interessant om te lezen hoe het gegaan is met het huishoudonderwijs in het algemeen, hoe het eerst een opstapje was voor meisjes die anders helemaal niet meer verder zouden mogen leren terwijl het later meer iets werd voor meisjes van wie men dacht dat ze verder toch niks konden. En natuurlijk extra leuk dat alles in het boek op mijn eigen stad was gericht.

Simon Cherry – De schat van Gruizelkaak
(Eddy Stone and the Epic Holiday Mash-Up, vertaald uit het Engels door Marjolein Algera)

Dit is het eerste boek over Eddie Kei. Ik heb het tweede boek over hem mogen persklaarmaken. Ik kreeg in dat kader het eerste boek ook toegestuurd, maar kwam er niet aan toe om dat al te lezen. Ik probeer eerdere delen altijd te lezen als ik boeken uit series redigeer (of herlezen als ik die eerdere delen ook heb geredigeerd), maar in dit geval is het feit dat de hoofdpersoon in beide boeken Eddie Kei heet zo ongeveer de enige overeenkomst. En dus bleef het toch liggen. Ik was wel heel enthousiast over het tweede boek, en daardoor toch ook erg benieuwd naar het eerste. En ik vond het eerste boek misschien nog wel leuker dan het eerste. ‘Zomaar’ lezen blijft heel anders dan voor werk lezen, zeker als ik vrij ben, ik heb de vertaalster inmiddels ontmoet, er kunnen allerlei redenen voor zijn. Voor beide boeken geldt dat ze heel origineel en grappig zijn. Heel levendig ook, met kleurrijke personages (die ook in de vertaling allemaal een geheel eigen stem hebben, razend knap gedaan). Vrijwel elke pagina gebeurt er wel weer iets onverwachts of geks. Soms misschien een tikje flauw voor volwassenen, maar ik heb echt zitten grinniken. Het zijn avonturenverhalen. In dit boek logeert Eddie bij zijn oma en treft hij op een dag een piraat aan in haar badkuip. Samen met deze piraat, ‘de bemanning’ (een oud vrouwtje met een kringloopwinkel) en een pinguïn die uit een waterpark is ontsnapt (en zichzelf een rasentertainer vindt), gaat hij op zoek naar een schat.

Dola de Jong – De thuiswacht

In de jaren veertig werd dit boek door alle uitgevers afgewezen vanwege de ‘schandelijke inhoud’. Er komen namelijk lesbische vrouwen in voor. Natuurlijk kun je ervan uitgaan dat het zeventig jaar later niet zo heel schokkend blijkt te zijn allemaal. Het gaat over twee huisgenotes: een inderdaad lesbisch en de ander een zorgelijk type dat dat aanvankelijk niet doorheeft. Ergens raakte het me wel, al moest ik erg wennen aan de stijl en had ik ergens toch gehoopt dat het meer over een lesbische relatie zou gaan in plaats van over een wat kleurloze vrouw die het allemaal niet zo goed weet. Onder andere in het nawoord wordt er zonder meer van uitgegaan dat beide vrouwen lesbisch zijn, maar zelf zag ik dat toch anders. O, en het is zo’n boek met overduidelijke terugblikken in de trant van ‘toen kon ik nog niet vermoeden dat…’, daar moet je van houden. Wat me echt stoorde was dat de flaptekst iets essentieels verraadt dat pas op 7/8 van het boek plaatsvindt. Het is een boek vol overpeinzingen en dat is op zich prima, maar toch een beetje sneu om dan zo ongeveer het enige spannende gegeven (dat te maken heeft met de oorlogsdreiging) achterop te kwakken.

Dochter (11)

Ze staat! We waren nog niet gewend aan het feit dat ze kan zitten, en nu trekt ze zich ineens al overal aan op. Ze is niet kieskeurig waaraan en weet nog niet hoe ze handig weer beneden komt. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze valt. Bovendien heeft ze zichzelf een gigantische kras op haar voorhoofd bezorgd.

We zijn een paar dagen gaan logeren bij mijn schoonmoeder en dat ging best goed. S. sliep grote delen van de avonden in haar slaaptentje, terwijl ze thuis nooit vroeg naar bed kan, omdat ze dan blijft huilen. Het was fijn, maar ook weer niet, omdat ik liever thuis van vrije tijd zou hebben genoten. Omdat ik altijd bang ben dat mensen niet geloven hoe zwaar het kan zijn als S. zich in hun bijzijn voorbeeldig gedraagt. Het was vooral verwarrend. Misschien was ze moe van het spelen met al het mooie oude speelgoed van Ambi Toys. We deden niet veel. Overoma bezoeken, wandelen, winkelen, boodschappen doen (ik ben niet gewend om op te moeten letten welke kassa ik met de kinderwagen neem en kwam dus vast te zitten).

We hoopten ergens dat ze naderhand ‘gereset’ zou zijn, maar ze pakte haar oude ritme moeiteloos weer op. We denken nog steeds dat laten huilen slecht is, en dus laten we haar nog steeds niet huilen. We proberen haar nu wel als het even kan in bed te laten als we haar daarheen hebben gebracht en hopen dat we dan steeds korter bij haar hoeven te blijven. Ik vind het vermoeiend, zeker als ze steeds gaat zitten en staan. Als ze eindelijk slaapt, wil ik bij wijze van beloning niet meteen naar bed en dus gaan we te laat naar bed.

Ze zegt nu ‘ta-ta’, als een standaardbaby. En ‘dè-dè’. En pffffft. Veel pfffft. En ‘huuuuu’, als het eten niet snel genoeg komt of als ze niet weet wat ze met zichzelf aan moet (dan zwaait ze erbij met haar armen). Het zijn niet bepaald babygebaren, maar toch, ze maakt dingen duidelijk.

Eenmaal weer thuis tijgerde ze steeds naar dingen waar ze niet aan mag komen. We dachten dat het aan het speelgoed lag. Toch maar vast de vormenstoof gegeven. Ze kan er natuurlijk nog niet mee spelen zoals bedoeld, maar hij rolt en rammelt. En ze mocht iets nieuws voor de vakantie. Een houten giraf op wieltjes met een kralenspiraal eromheen. Al ben ik steeds ongerust als ze daarmee speelt, omdat zijn staart ook uit kraaltjes bestaat. Ze mag die dus niet in haar mond stoppen van mij. Dat is erg lastig, want ze wil de hele tijd alles in haar mond stoppen.

We zochten haar kleertjes uit. Het grijze berenjasje waarin ze naar huis kwam. Haar regenboogmuts (die we aanvankelijk nergens meer konden vinden). Het jurkje dat ze met kerst droeg. Haar vissenrompertje. Als ik daar nu al zo sentimenteel over ben, hoe moet dat over een paar jaar? Het was bijna maar goed ook dat er ook een praktisch probleem was om op te lossen: de gele vlekken (van de moedermelk?) die zijn verschenen terwijl we dachten alles schoon te hebben opgeborgen. Hopelijk werken de tips die we bij elkaar googelden.

Vertaler H. vroeg of ik over mijn dochter schrijf. Ze dacht van niet, dat het daarvoor nog te vroeg is. Haar man kon twintig jaar later pas een gedicht schrijven over het feit dat hun dochter in de couveuse had gelegen. Ze had gelijk, ik schrijf nog niet over S. Niet echt. Dit zijn maar aantekeningen. Zodat ik later weet hoe ik toen dacht dat het was.

Klei

Keramiek lijkt in te zijn. En je kent mij, ik volg alle trends natuurlijk op de voet en dus… Ahum. Ik en klei, het is nooit een gelukkige combinatie geweest, vraag maar aan mevrouw van de H. van handvaardigheid. Maar het valt me op dat verschillende hippe meisjes ineens pottenbakcursussen volgen en daarover bloggen. Daarvoor waren M. en ik al verslingerd aan The Great Pottery Throw Down op de BBC. We mogen ook graag kijken naar programma’s als Heel Holland Bakt en The Great British Sewing Bee (ik wacht uiteraard nog steeds op iets als Heel Holland Handwerkt), dus het was op zich geen verrassing dat we dit ook leuk vonden. Behalve misschien dat we zelf nog weleens iets bakken of wat achter de naaimachine zitten te klooien. Het mag allemaal geen naam hebben, maar we hebben er meer ervaring mee dan met pottenbakken. Misschien was dat ook juist wel wat we er zo leuk aan vonden. En zo zit je ineens te kijken naar mensen die een (werkende) wc proberen te boetseren.

Ik besloot M. voor haar verjaardag een pottenbakworkshop cadeau te geven (en dan zelf ook mee te gaan, zo egoïstisch was ik wel). We hebben die met nog wat mensen gevolgd bij Werfklei in Utrecht en het was erg leuk en gezellig, aanrader. Zoals verwacht was het ook erg moeilijk. In anderhalf uur bereik je zonder enige ervaring niet veel, maar ik vond het tof om het eens uit te proberen en het viel me uiteindelijk nog mee hoeveel we zelf konden doen. Je ziet dat ik toch meteen al een geheel eigen stijl heb, haha. Mijn werkstuk was het scheefst, maar ook het hoogst. Karakteristiek, zullen we maar zeggen.

Dit heeft allemaal niets met schrijven te maken, maar ik heb nu al een paar keer gelezen dat je als schrijver eerst moet zorgen voor materiaal. Voor klei, een homp taal waarmee je kunt werken. Ik weet niet wie dat het eerst bedacht, maar het spreekt me erg aan. Ik vind het lastig om als ik schrijf niet meteen ook te gaan redigeren. Logisch misschien, gezien mijn vak, maar onhandig. Het eindigt er vaak mee dat ik zo ga twijfelen en schrappen dat ik weinig meer overhoud waarmee ik verder kan. Dus nu probeer ik tegen mezelf te zeggen: eerst de klei.

Een trui voor M.

Die had ik dus nog nooit gemaakt. Wel andere dingen (een muts, hoesjes voor allerlei dingen), maar van een kledingstuk was het nog niet gekomen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen!

Maar welk patroon? Patronen zoeken op Ravelry is voor mij al een hobby op zich, maar M. zag het absoluut niet zitten, want wat moest ze dan kiezen en ze wist toch niet wat ik kon maken en wat leuk voor mij zou zijn om aan te werken. Ik vond eigenlijk dat ze gewoon foto’s kon kijken en dat we dan later wel zouden zien of een patroon te doen was voor mij, maar ze wilde liever dat ik de keuze alvast terugbracht tot een paar patronen. Oké dan.

Ze koos voor Polaris van Hiroko Fukatsu. Ik heb twee jaar geleden haar Hitofude gebreid en ben sindsdien op zoek naar tijd om er nog een te maken. Zoals zoveel mensen, het is een erg populair patroon en ik snap dus goed waarom. Dat schept verwachtingen over Polaris! Hoewel dat een heel ander patroon is, een trui in plaats van een vest.

Ik kocht het patroon. Moeilijkheidsgraad: drie kabouters van de vijf. Serieus, wat doen die kabouters daar? Hiroko schrijft op haar pagina dat haar Engels niet goed is en dat ze dus geen vragen kan beantwoorden over haar patronen. En dat ze ze daarom maar goedkoop aanbiedt, awww. Het zal vast wel lukken, ik kan altijd mijn hulplijn (alias schoonzus) inschakelen.

Toen moesten we garen uitzoeken. Ik besloot toch maar weer online te bestellen, als we moeten wachten tot ik in de gelegenheid ben om naar een wolwinkel te gaan die me aanstaat, kunnen we lang wachten. We kwamen uiteindelijk weer uit bij BC Garn, van garen van dat merk heb ik ook mijn Japan Sleeves gebreid. Het lukt me lang niet altijd om enorm dier- en milieuvriendelijk bezig te zijn, maar ik probeer er beter op te letten. Bio Balance, een mix van katoen en wol. Oudroze. Ik kocht het in de webshop van Recht en averecht (hartjes voor die naam). Prima service, behalve dat hun webshop niet erg geavanceerd is. Ik moest zelf raden of mijn pakket door de brievenbus zou passen. Tja, dat ligt eraan of ze het garen vacuüm verpakken (veel webshops doen dat). Verkeerd gegokt, dus of ik nog een paar euro extra wilde overmaken. Nou ja. Het garen zit in strengen, dat heeft een chique uitstraling maar is best irritant, want je moet het opwinden voor je ermee kunt werken. Schoonzus S. roept altijd dat ze daar zo’n parapluwinder voor gaat aanschaffen als haar huis daar later groot genoeg voor is, maar die woont vooralsnog in een piepklein studiootje, dus daar heb ik voorlopig ook niks aan. ;)

Kenmerkend aan deze trui is de ‘gather’ in het decolleté, verder is het vooral een kwestie van veel rondjes breien. Natuurlijk brak ik bij de ‘gather’ mijn garen, want er stond ‘hold firmly’ in het patroon en dat deed ik een beetje ‘too firmly’. Maar het is hopelijk goed gekomen.

Het project lag een tijdje stil, want ik moest een baret maken en een sjaal, en meer garen opwinden. Maar nu kan ik er weer mee verder! Inmiddels ben ik ook al een stuk verder dan op bovenstaande foto, ik ben al aan de eerste mouw begonnen. Het ziet er dus naar uit dat deze trui binnenkort af is!

Camp NaNoWriMo: de tussenstand

Juli is alweer over de helft, dus laten we eens kijken hoe het ervoor staat met CampNaNoWriMo. Ik wilde 1000 minuten aan schrijven besteden in juli. Tot nu toe heb ik er 223 minuten aan besteed, maar deze week en volgende week hebben M. en ik vakantie en ik ben nu niet meer ziek, dus ik hoop dat ik er nu wat meer tijd aan kan besteden.

Ik had ook een aantal subdoelen opgesteld.
– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Ik heb verschillende wedstrijden op het oog. Ik heb eventueel een paar gedichten (die ik helaas niet deze maand heb geschreven, maar waar ik nog niets mee heb gedaan) die ik zou kunnen inzenden, maar ik heb ook een prozawedstrijd gezien waar een verhaal waar ik nu aan werk goed bij zou passen, dus misschien moet ik me daar in eerste instantie op richten. De deadline daarvan is gelukkig niet meteen volgende week, dus het is een serieuze, realistische optie.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Hier ben ik minder mee bezig. Ik zou het kunnen proberen met genoemde gedichten, maar ik weet nog niet zo goed waar ik die aan wil bieden en of ik dat op dit moment wel wil. Ik weet niet precies waarom, maar het idee spreekt me minder aan dan toen ik dit lijstje doelen maakte, dus misschien moet ik dit voor nu even laten rusten. Ik sluit trouwens niet uit dat ik het ineens weer wel wil, wispelturig als ik ben.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit lukt tot nu toe! Ik moet eerlijk zeggen dat het me niet heel makkelijk afgaat en dat ik nog het een en ander in mijn conceptberichten had staan, maar daar publicabele blogs van maken is ook bloggen. Ik hoop dit vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Bijlezen kan ik het nog niet bepaald noemen, maar ik heb het een en ander gelezen, waaronder een erg interessant en concreet artikel van Inge Schouten over korte verhalen. Daar wil ik in ieder geval echt iets mee doen.
– Aan een nieuwe tekst werken. Ik schrijf aan een verhaal dat ik dus misschien voor een wedstrijd wil inzenden. Of nee, niet misschien, want een concrete deadline helpt. Ik schrijf aan een verhaal voor die wedstrijd. Het stelt nog niet zoveel voor qua aantal woorden, maar het is meer dan ik lange tijd heb kunnen zeggen.
– Dat ene toneelstuk lezen. Nog niet gedaan.

Conclusie: Ook al heb ik minder gedaan dan ik gedaan had willen hebben, dit werkt voor mij wel, want ik blog en schrijf weer. En ik heb er plezier in, en dat hoopte ik vooral terug te vinden. Ik denk dat het niet heel interessant is om volgende week nog een keer te updaten (tenzij ik ineens superveel heb gedaan, zou mooi zijn), maar begin augustus volgt sowieso een eindstand!

De sjaal voor tante M.

Iets willen maken voor iemand en daar eigenlijk geen tijd voor hebben. Dat overkomt me vaak. En dan wil ik het toch en wordt het een race tegen de klok. Dit keer zeker, want veel deadlines en tussendoor werden we ook nog even alle drie ziek. En terwijl ik hiermee bezig was, wilde ik ook nog die baret maken voor Flip, dus toen kwam er nog een project(je) tussendoor waar ik eigenlijk óók geen tijd voor had. Maar het is gelukt, ontvangers blij, ik blij.

M.’s oudtante tante M. (nu lijkt het net alsof M. naar haar is vernoemd, dat is niet zo) werd 90 jaar. M.’s familie is heel klein, dus tante M. hoort er helemaal bij. M. is heel erg op haar gesteld en ik ook, ze is heel vriendelijk en kranig en geïnteresseerd. Wij hopen ook zo oud te worden als tante M. De leeftijd en de manier waarop. Ze was altijd heel erg ondernemend, dat is nu helaas iets minder vanwege gezondheidsproblemen, maar ze wilde wel graag dat we langs zouden komen voor haar verjaardag, dus dat deden we.

Een zelfgemaakte sjaal leek me wel een cadeau voor tante M. Alleen ken ik haar nu ook weer niet zó goed, dus wat voor sjaal? Toen ik eenmaal het idee had opgevat om een sjaal te maken, wilde ik er natuurlijk ook onmiddellijk aan beginnen (achteraf gezien maar goed ook, want anders had ik nog minder tijd gehad), dus kozen we een patroon en gingen we naar de stad voor garen. Ik ben een erg kritische klant en niet zo weg van de Amersfoortse wolwinkels, maar het moest nu-nu-nu, dus ik wilde niet online bestellen. Elitt richt zich op de wat chiquere garens en heeft niet zo’n heel groot assortiment, maar het mocht dit keer ook best wat chiquer en ik slaagde er wel. En ik werd er heel vriendelijk geholpen. Doordat het nu-nu-nu moest, had ik alleen nog niet goed naar het patroon gekeken. Daarin stond heel expliciet dat je er geen variegated yarn voor moest gebruiken, omdat dat ontzettend lelijk zou worden. Ook al weet je niet wat variegated yarn is, een keer raden waar wij mee thuis waren gekomen.

Het werd dus toch een ander patroon, waarna ik me prompt zorgen ging maken (ik vind handwerken écht leuk, hoor!) over of het wel mooi zou worden en of tante M. de uitgesproken kleuren wel mooi zou vinden en of ik het wel op tijd af zou krijgen. Deze sjaal was namelijk volledig in entrelac. Van entrelacer, blijkbaar, ‘door elkaar vlechten’, het ziet eruit alsof je dat gedaan hebt, wat ik altijd wel tof vind. Je vlecht je breiwerk dan niet, maar het kost wel meer tijd dan wanneer je gewoon heen en weer breit. En dan was het ook nog eens kantbreiwerk. Kantbreiwerk moet je na afloop opspannen en dat heeft twee nadelen: 1. Daar moet je ook nog tijd voor inruimen. 2. Voor je het hebt opgespannen, ziet het er niet uit. En dat laatste weet ik heus wel, maar doordat ik nog niet echt kon zien hoe het er uiteindelijk uit zou gaan zien, bleef er een stemmetje in mijn hoofd zeuren: ‘Misschien wordt het superlelijk, misschien kun je het maar beter uithalen…’ Het was dus niet zo heel fijn om aan deze sjaal te werken.

Uiteindelijk was hij nét op tijd af. Als in: de dag voor we tante M. gingen bezoeken maakte ik hem af en spande ik hem op, biddend dat hij de volgende ochtend droog zou zijn, zodat ik dan de laatste draadjes af kon hechten, er een foto van kon maken en hem in kon pakken. O ja, derde nadeel: Ik kan niet goed opspannen. De onderkant leek ook wat strakker dan de bovenkant (of andersom, dat weet ik al niet meer), waardoor de sjaal helaas niet overal even breed is. Maar dat zie je hopelijk niet echt als je hem draagt.

Ik had me trouwens geen zorgen hoeven maken over of tante M. hem wel mooi zou vinden, want ze is veel te beleefd om te zeggen van niet. Ze zei trouwens ook dat de kleuren bij haar pasten.

Patroon: Birch van Chrissy Gardiner. Ik koos voor de middelste breedte.
Garen: Jawoll Magic van Lang Yarns (wol/nylon), kleur 60 (rood/oranje/roze). Ik had twee bollen, maar heb van die tweede nog best wat over.
Naalden: 4,0 mm.
Afmetingen: ca. 170 x 25 cm. Vierde nadeel: Ik kan niet goed inschatten wat de afmetingen na het opspannen zullen zijn en ging ervan uit dat de sjaal aan de korte kant zou zijn…

Dochter (10)

Soms lijkt ze terug te zwaaien als wij naar haar zwaaien. Mijn moeder beweerde al langer dat ze dat deed, maar ik geloofde het eerst niet. Nu denk ik het soms ook.

Ze eet nu zo een hele banaan ‘s ochtends. We moeten eigenlijk meer afwisselen met ander fruit, maar zeker als ze niet thuis is, is een banaan zo makkelijk. Afgepast, en wie die dag voor haar zorgt, kan hem prakken. Van de week heb ik haar wel bewust een appel gegeven.

Het is nog lastig om van al die borstvoeding naar vast voedsel te komen. De meningen over wanneer en hoe dat zou moeten verschillen enorm. Toen we met zes maanden naar het consultatiebureau gingen, werd daar gewoon gezegd: ‘Hoeveel voedingen krijgt ze nog? Zes? Dat zouden er drie moeten zijn, kijk maar in dit schema.’ Dat vond ik zo belachelijk dat ik er niet eens op in ben gegaan. Het komt ongetwijfeld, maar niet van de ene op de andere dag van zes naar drie, niet volgens hetzelfde schema als kinderen die de fles krijgen. Ze groeit volgens ons goed. Het is lastig en fijn tegelijk dat we het verder zelf mogen uitzoeken, dat we pas met 11 maanden terug hoeven te komen op het consultatiebureau (hoewel we eerlijk gezegd het aanbod voor een extra afspraak ‘voor het eten’ beleefd hebben afgeslagen). Ze eet (knoeit met) wat brood en rijstwafel, en eet ‘s avonds een uitgeklede versie van ons avondeten. Meestal weinig, we moeten het ook beter timen. Vaak lijkt ze al te veel honger te hebben en wil ze alleen nog maar de borst. We geven haar soms wat water, zeker nu ze weer zo aan het hoesten is. We hebben een antilekbeker gekocht waar ze nog niets uit krijgt (en M. ook niet), maar met een gewone beker gaat het ook. Ze drinkt als een zebra bij een drinkplaats, ook al houden we de beker schuin.

Vanmorgen kwam ze me zoeken en tijgerde ze achter me aan toen ik wegliep. Het was niet omdat ze mij zo lief vond, ze bleek te willen drinken. Het is dichter bij het punt dat ik niet wil bereiken dan ik ooit dacht te komen: dat ze aan komt lopen, zegt dat ze wil drinken en mijn trui omhoog probeert te trekken.

In een eerdere versie van deze post stond: ze gaat nog niet zelf zitten, hoewel iedereen al een paar weken roept dat ze het bijna kan. Ze kan het sinds een week, en het is ongelooflijk hoeveel beter het al gaat, hoeveel rechter ze zit. Ze lijkt heel groot ineens. We moeten de box omlaagzetten en misschien ook het voetenplankje van de kinderstoel. Ze is erachter gekomen dat ze zich daartegen af kan zetten en zo op haar billen op en neer kan stuiteren. Ze houdt sowieso veel van op en neer stuiteren.

En van ontdekken. Met dat kleine wijsvingertje van haar wil ze alles aanraken. Het kleinste stofje op de vloer. Een moedervlek van mij.

We zijn alle drie ziek geweest (zij gelukkig nog het minst) en dat was zwaar. Ze sliep weer niet door en vroeg naar bed kan ook na acht maanden eigenlijk nooit, want dan is ze nog wakker. We zijn moe. Ze wil soms de hele reeks dingen die moeten gebeuren voor we ‘s ochtends de deur uit kunnen niet (niet worden gewassen, verschoond, aangekleed, ingesmeerd met zonnebrand, niet in de wagen zitten). Verschonen wil ze eigenlijk de hele dag niet, best gevaarlijk als ze niet blijft liggen. We proberen haar af te leiden met een speelgoedje of een leeg pakje billendoekjes, maar dat lukt niet altijd.

We gaan niet op vakantie, omdat de stress over hoe dat zou zijn en moeten groter is dan ons enthousiasme erover. We zijn het erover eens dat dat een goede reden is.

Ik kan nog steeds zo verbaasd zijn over het feit dat ze bij ons is. Al acht maanden.