Maakwerk van juni

Het gaat nog steeds een beetje op en af met de breizin. Op sommige dagen had ik weer last van mijn schouder, sommige avonden ‘moest’ ik flarfen, soms was er geen een project waar ik graag aan wilde werken. Toch heb ik wel weer het een en ander te vertellen en te laten zien!

Muts
Dit project kon ik vorige maand nog niet delen. De muts was uiteindelijk wel net af toen ik mijn blogpost publiceerde, maar ik had hem nog niet gegeven. Hij is voor een fantastische baby op wie zijn familie veel te lang heeft moeten wachten. Helaas lukte het me net niet om de muts af te krijgen toen we bij hem op bezoek mochten komen. Ik had twee dagen later een belangrijke deadline voor mijn werk, en het kostte me al moeite genoeg om die te halen, dus uiteindelijk besloot ik mezelf niet nog een deadline op te leggen. Ze wisten er nog niet van en het is voorlopig geen winter, dus het gaf niet, zo hield ik mezelf voor.

Het breien van deze muts viel me behoorlijk tegen. Je denkt misschien: Een muts voor een baby, die heb je toch zo af? Nou, ik deze niet. Ten eerste omdat ik moeite had om de juiste maat te kiezen. ‘Baby’ of ‘Kid Small’ is niet echt heel informatief, en ik heb toch al altijd het idee bij babymutsen dat de maat een gok is. Komt misschien ook doordat mijn D. een vrij klein hoofd heeft, die past nu nog steeds sommige petjes die voor baby’s zijn bedoeld. Een beetje te groot maakt niet uit, te klein zou jammer zijn. Nu moet ik ook niet klagen, want dit patroon was gratis, ik had geen proeflapje gemaakt en verder ook niet heel goed gekeken naar het garen en de naalden. Het aangeraden garen was sport weight, en dat wat ik nog had liggen ook. Tot zover mijn research. Ik weet dat wol warmer is, maar ik gebruik voor babybreisels toch graag katoen, zodat ze in de wasmachine kunnen. Bij dit patroon zit er trouwens een dubbele laag over de oren én is de stof vrij dicht doordat je een slipsteek gebruikt. Ik hoop daarom dat hij toch warm genoeg is.

Over die slipsteek gesproken, wat een drama was dat! Ik heb wel vaker slipsteken gebruikt (bijvoorbeeld in mijn Trove), maar deze hele muts bestaat eruit, en je breit hier grotendeels in een kleur. Bij een slipsteek sla je dus een steek over, je verplaatst hem van je linkernaald naar je rechternaald zonder hem te breien. In deze muts sla je steeds een steek over en dan brei je er een, en dan sla je er weer een over en dan brei je er weer een. Als je aan het eind van de ronde bent, draai je de volgorde om, zodat je niet steeds dezelfde steken wel en niet breit. Ik vergat zo vaak in welke volgorde ik het aan het doen was, of ik breide per ongeluk twee steken achter elkaar, en dan kwam ik aan het eind van de naald weer verkeerd uit. Erg frustrerend, zeker omdat ik het bij deze steek supermoeilijk vond om foutjes te herstellen.
Daarbij duurde het ook heel lang voor ik überhaupt op gang was. Ik ben een aantal keer helemaal opnieuw begonnen. De steken zaten toch ineens weer gedraaid op de naald (altijd lastig, die eerste naalden bij rondbreien), het lukte niet om een fout te herstellen, ik dacht dat de muts veel te groot zou worden, ik dacht dat de muts veel te klein zou worden (is serieus allebei voorgekomen), noem maar op. Na een aantal pogingen kwam ik zowaar aan bij de striped cuff waaraan het patroon zijn naam te danken heeft. Ik was bang dat ik niet genoeg garen zou hebben als ik die in twee kleuren zou breien, dus ik besloot meer kleuren te gebruiken. Ik realiseerde me echter niet dat het een stuk strakker zou worden als ik dat in een ronde zou doen. Dus wéér uitgehaald, en toen besloten om twee kleuren per ronde te gebruiken en verticaal af te wisselen. Uiteindelijk ben ik superblij met de kleuren! En door de verschillende kleuren was het daar ook veel makkelijker om te zien waar ik was. Ik heb de boord uiteindelijk 16 rondes hoog gemaakt, keer twee, want slipsteek, keer twee, want dubbelgevouwen. Ik paste hetzelfde trucje toe als vorige maand bij mijn linnen top, en ik hield weer een steek over? Waarschijnlijk toch iets verkeerd gedaan, maar ik zag geen gevallen steken (onthoud deze uitspraak even, als je wilt).

De minderingen aan de bovenkant waren ook nog wel een ding, lastig om die netjes te krijgen. Maar uiteindelijk ben ik toch best tevreden. En ja, D. paste hem dus, dus die kon model staan. De baby waar de muts voor is, is tot nu toe ook vrij klein, dus waarschijnlijk duurt het even voor die hem past, maar ach. Met liefde gemaakt!

Patroon: Striped Cuff Hat van Jake Canton, gratis via Purl Soho
Garen: Catania Solid in de kleuren Natur en Royal (denk ik), Yarn and Colors Must-have in de kleuren Mustard, Blue Lake en Grass
Maat: Kid Small
Naalden: 4,0 mm

Linnen top
Bij de vorige update was ik aanbeland bij de mouwen. De eerste mouw ging moeizaam. De trinity stitch is helemaal niet zo moeilijk, en toch breide ik steeds de verkeerde steken samen. En uiteraard kwam ik daar dan pas achter aan het eind van de toer. Verder wist ik niet zo goed hoe lang en hoe wijd ik de mouwen wilde. Ik heb dat deels bepaald op basis van: ‘Ik ben het zat!’ Ik besloot ook om flink te minderen voor de boord. Die boord wilde ik dan weer dubbelvouwen, maar ik had er niet aan gedacht om alvast een hulpdraad door m’n mouw te rijgen bij de eerste toer van de boord. Geen idee waarom niet, want de onderkant van het lijf was ook al lastig omdat ik dat niet had gedaan. Dat was dus weer even flink prutsen. En hierbij hield ik ineens geen steek over. Ik denk dat dat klopt, maar ik vond het een beetje onheilspellend, aangezien dat twee keer eerder dus wel zo was.

En toen kwam mouw 2, en die vloog van mijn naalden. Nu wist ik natuurlijk wel hoe lang en hoe wijd die moest worden (dat had ik zowaar opgeschreven ook), maar het scheelt een hoop als de trinity stitch foutloos is in alle toeren (iets met concentratie?) en je wél aan de hulpdraad denkt. De boord van mouw 2 ziet er dan ook beter uit.

Toen hoefde ik plotseling alleen nog maar de draadjes weg te werken. Ik heb hier horrorverhalen over gehoord; omdat linnen garen niet ‘plakt’ (in tegenstelling tot sommige soorten wol) zou dat niet goed blijven zitten. We zullen zien. Ik doe bij katoen eerlijk gezegd ook nooit iets speciaals, en dat kan toch ook vrij glad zijn. Ik heb nu bij een nieuwe draad steeds een paar steken met de oude en de nieuwe draad gebreid en de eindjes aan de achterkant weggewerkt. Zoals ik dat eigenlijk altijd doe. Ik heb een vrij grote hekel aan draadjes wegwerken, dus ik zag het niet zitten om met naaigaren in dezelfde kleur alles vast te gaan zetten (dat was een tip die ik tegenkwam). Ik heb sommige eindjes ook kunnen wegwerken in de dubbelgevouwen boorden, ik hoop dat dat in ieder geval blijft zitten.

Ik had de top gepast, gewassen, nog eens gepast en was tevreden. Toen bleef hij weer een tijdje liggen, tot ik tijd had om verder te werken aan deze blog en bedacht dat ik er nog foto’s van moest maken. Hm, toch beter even aantrekken dan op een hanger. Misschien dat M. straks even… Hé, wat is dat daar? Dat was dus tóch een gevallen steek. Aan de achterkant van het lijf (hoop ik, eerlijk gezegd kost het me nog wel eens moeite om te bepalen wat de voorkant is en wat de achterkant). Ik begrijp niet hoe die me al die tijd ontgaan kan zijn. In eerste instantie besloot ik hem op te halen met een haaknaald en vast te zetten aan de boord. Dat ging wel, maar was een erg dom idee, want het viel heel erg op. Toen toch besloten om alles weer los te peuteren, de steek weer te laten vallen tot ongeveer waar ik hem had aangetroffen en hem daar vast te zetten. Als ik dat nu meteen had bedacht… Dat had me een hoop tijd gescheeld en dan had het er waarschijnlijk beter uitgezien, want nu moest ik erg prutsen om de ontstane ladder een beetje te verbergen. Dat is niet helemaal gelukt, maar het is voor mij acceptabel nu. De rest is lang niet gek, voor het eerste kledingstuk dat ik zonder patroon heb gebreid. Ik hoop nu natuurlijk wel dat er niet alsnog een gevallen steek opduikt in de muts…

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Nightbook
Ik moet misschien gewoon af en toe naar een foto van m’n Nightbook kijken (stop and admire), om van een afstandje te kunnen zien dat het heus nog wel iets kan worden. En zo vreemd is het natuurlijk ook niet dat ik nog niet zo ver ben met deze trui. S. weet het aan het mooie weer, maar ik weet niet, ik vind het gewoon lastig om ermee te gaan zitten. Ik pak hem niet makkelijk even op door die vier bollen die eraan hangen en het gaat me te langzaam (volgens mij schrijf ik inmiddels elke maand iets dergelijks). Mijn doel was om deze maand voorbij het breedste punt van de ruit voorop te zijn, en dat is gelukt. Volgende maand wil ik klaar zijn met die ruit, ook dat moet te doen zijn. Het heeft ook geen haast.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Steekmarkeerders
Ik kon wel iets vrolijks gebruiken, dus ik besloot mezelf te trakteren op een paar steekmarkeerders van The Happy Kiwi. Het was nog moeilijk kiezen en Etsy had kuren, maar al snel kreeg ik een superleuk pakje van eigenaresse Kylie. En zodra S. ze zag, wist ze een cadeautje voor haar verjaardag, haha. Dus als je nog steekmarkeerders zoekt (en die zoek je natuurlijk altijd, ik tenminste wel, want ik heb vooral veel van die goedkope plastic exemplaren en daar sneuvelt er nog wel eens een van): dikke aanrader!

Voetbalflarf Euro 2020 #3

Hoe ver ze te ver kunnen gaan

we moeten echt met elkaar afspreken
dat iedereen te allen tijde
ongezien blijft
achter het kanon

explosies
kunnen zeer rendabele momenten zijn
priegelwerk
in het luchtruim
mensenwerk
in het systeem

het kan nog een hele leuke dag worden
waar we dreigen in te vallen

——————————————————-
Wedstrijden om 18.00 uur zijn hier in huis minder geschikt om te flarfen. Zeker omdat we bij de vorige de kinderen hadden beloofd dat we voor de televisie zouden eten (of, zoals D. het een paar dagen later opgewonden samenvatte: ‘Eten én filmpje kijken!’) Nu, in het weekend, konden we vooraf eten. D. was vroeg wakker en had geen middagslaapje gedaan, dus die was er na een kwartier wel klaar mee. S. vond het daarentegen steeds leuker worden. Ze beweerde dat ze nog nooit zo laat naar bed was gegaan en bleef lang geloven in de overwinning. Ze raakte in de war van de herhalingen en van het feit dat de keepers kleding in andere kleuren droegen. Ze hoopte na de rode kaart van De Ligt dat ‘de Tsjechiës’ ook ‘stoute dingen’ zouden gaan doen, zodat die ook niet meer mee mochten doen.

Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Frank Snoeks bij de wedstrijd Nederland-Tsjechië op het EK Voetbal voor mannen op 27 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Voetbalflarf Euro 2020 #2

We hebben geschiedenis geschreven

het is nu een kwestie van
het niet onnodig spannend maken
nu geen verdere problemen
waar je helemaal niets mee kunt

krampachtig
wordt er nog even een vergadering gestart
maar ook daar vloeien de krachten
langzaam maar zeker weg

een teken van leven
wordt elegant opgelost
midden in de ribbenkast
en dan is het alsof
het nooit is gebeurd

——————————–
Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Jeroen Grueter bij de wedstrijd Nederland-Oostenrijk op het EK Voetbal voor mannen op 17 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Voetbalflarf Euro 2020 #1

De eerste contouren van een reddingsplan

precisie ontbreekt
geef er maar een naam aan

misschien niet meteen
smeekbedes

als je dit in je hoofd voelt
moet je razendsnel
voelen hoe dit voelt

(dat is best wel een hele vracht
en waarom –)

geen tijd om te blijven liggen
ook vanavond niet

iets dat niet mogelijk blijkt
gaat dit niet veranderen
het moet anders

erger voorkomen
via tussenstations

——————————–
Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Frank Snoeks bij de wedstrijd Nederland-Oekraïne op het EK Voetbal voor mannen op 13 juni 2021.

Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vind het zelf het leukst om te proberen iets te maken dat zo min mogelijk over voetbal/sport lijkt te gaan.

Maakwerk van mei

Nightbook
Ik heb deze maand niet zoveel aan mijn Nightbook gewerkt. Ik heb wel de vier bollen die aan mijn werk hangen weer aardig uit de knoop gehaald (voor hoelang het duurt). Misschien had ik toch niet in het midden moeten beginnen met afwikkelen. Ik weet niet hoe het komt, maar dat gaat standaard mis bij mij. Dan heb ik toch liever dat een bol af en toe wegrolt. Ik ben nu bezig aan het lijf, waar twee verschillende patronen in voorkomen: een grote ruit met een zigzag aan weerszijden aan de voorkant, en verder groepjes van vijf streepjes in drie verschillende lengtes. Bij die streepjes moet ik in sommige rondes ook weer de draad ‘vangen’ achter het werk, misschien dat ik er daardoor minder zin in heb. Het zou mooi zijn als ik volgende maand in ieder geval voorbij het breedste punt van die ruit ben, dat lijkt me een haalbaar doel.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top had natuurlijk eigenlijk af moeten zijn, met het mooie weer nu. Helaas is dat nog niet gelukt. Ik heb inmiddels wel het lijf af. De tweede keer breide ik dat wat smaller, ik begon met minder steken en deed de waist shaping ook iets anders: meer minderingen en daarna minder meerderingen. Ik was van plan om hem korter te maken dan de eerste keer, dat was een van de redenen om het lijf opnieuw te breien. Ik heb gemeten, ik heb gerekend, maar blijkbaar toch weer niet secuur genoeg, want hij werd nog steeds te lang naar mijn smaak (niet meer veel te lang, maar wel nog steeds te lang). Daardoor kwam ik eigenlijk niet helemaal lekker uit met m’n waist shaping, maar ik had echt geen zin om het lijf een derde keer te breien en ik dacht niet dat het heel erg zou opvallen, dus toen heb ik besloten om eerder dan gepland door te gaan naar de boord. Die heb ik dan wel weer wat langer gemaakt. Ik wilde aan de onderkant net als bij de hals een dubbelgevouwen boord, niet gehinderd door enige kennis over hoe je dat kunt doen. Oftewel: dat heb ik ook twee keer gedaan, omdat ik de eerste keer scheef ging bij het aan elkaar breien. Daarna bedacht ik dat ik een draad kon rijgen door de steken waar ik de onderkant aan vast wilde breien, zodat ik beter kon zien welke steken dat waren. Terwijl ik daarmee bezig was, was D. druk met stickers afpakken van S. en die verfrommelen en/of in haar mond stoppen. Dat vond S. natuurlijk niet leuk en uiteraard luisterde D. niet toen ik zei dat ze dat niet mocht doen, dus op een gegeven moment moest ik m’n breiwerk aan de kant gooien en achter haar aanrennen om die sticker van haar af te pakken (breiend ouderschap is geweldig in theorie, maar in de praktijk werkt het niet zo goed bij peuters). Daarbij moet mijn naald van de draad zijn gegleden, want die bleek ineens weg toen ik terugkwam. En tot op de dag van vandaag heb ik hem niet terug kunnen vinden… Heel irritant, want ik gebruikte die naald voor zo’n beetje al het rijgen en naaien dat bij handwerken komt kijken. Ik heb nog andere naalden, zo erg was ik er nu ook weer niet aan gehecht en het was ook niet zo’n bijzondere naald dat die nergens verkrijgbaar is. Ik was/ben vooral bang dat D. hem eerder terugvindt dan ik, en hem dan in haar mond stopt. Ook al vraagt ze meestal eerst ‘Deze dan?’ (‘Wat is dit?’) als ze iets vindt en is de kans inmiddels niet meer zo groot dat zij hem ineens wél vindt. Misschien is hij toch ergens tussen de kussens van de bank verdwenen. Daar heb ik al meerdere keren gekeken/gevoeld, maar daarbij vond ik alleen twee kleurpotloden en een steekmarkeerder. Het is al vaker gebeurd, wil ik maar zeggen. Nu ik het opschrijf, word ik er prompt weer onrustig van. Argh, waar is dat ding?

Terug naar de top, de tweede keer lukte het me wel om het recht aan elkaar te breien, al hield ik aan het eind een steek over. Dat was een beetje onheilspellend, maar ik heb tot nu toe niet gezien dat er iets los kwam, dus hopelijk heb ik de draad per ongeluk door een extra lusje geregen of zo en heb ik geen steek overgeslagen. Misschien heeft het iets te maken met het begin van de ronde? Ik ben nu in ieder geval een stuk tevredener met de pasvorm en hoe de top eruitziet. Nu moet ik alleen de mouwen nog afbreien, en het plan is dat die kort worden, dus dat zou niet zoveel werk moeten zijn, zou je zeggen. Alleen weet ik nog niet precies hoe wijd en hoe lang ik ze wil hebben en zonk de moed me alweer in de schoenen bij het idee dat ik dan weer verder moet breien in trinity stitch, want daar maak ik snel fouten in en het gaat sloom. Ik ben nu net begonnen aan de eerste mouw. Het zijn er twee, dus dat lijkt me wel voldoende recht doen aan het thema ‘twee keer’.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ik ben ook nog bezig geweest met een ander projectje, maar daar hoop ik je volgende maand iets van te kunnen laten zien.

Cadeautjes
Ik heb van R. & C. een magazine van Lana Grossa en een cadeaukaart van Wolplein gekregen. Yay :) Ik weet nog niet of ik iets uit het magazine ga maken, ik heb al gezien dat je bij de meeste patronen de delen achteraf aan elkaar moet naaien, en ik ben die naald dus kwijt als ik ergens een hekel aan heb… M. kwam door dit cadeau met het idee om een keer naar het zogeheten Wolplein Inspiratiecentrum in Zaltbommel te gaan, en dat lijkt me leuk. Als trouwe kijkers van de HaakSTER moeten we daar toch eens geweest zijn! Dit jaar gaan ze trouwens een HaakSTER en een BreiSTER maken, dus dat is een leuk vooruitzicht.

Ravelry
Op dit moment gebruik ik Ravelry af en toe, vooral om dingen op te zoeken (patronen, mijn eigen aantekeningen bij oude projecten enzovoort). Dat lijkt in Dark Mode redelijk te gaan voor mij, maar ik blijf wel steeds zo kort mogelijk op de site. Als ik weer een patroon wil kopen, ga ik eerst kijken of het ergens anders verkrijgbaar is. Mijn twee eigen patronen, die verkrijgbaar waren via de site, heb ik voor nu gedeactiveerd. Ik had dat eerder nog niet gedaan omdat ik niet goed wist wat ik ermee moest. Dat weet ik nog steeds niet, maar aangezien vorig jaar slechts twee mensen een patroon hebben gekocht, is het allemaal niet zo’n ramp. Mocht iemand toch graag een patroon willen hebben, dan kan ik altijd gewoon een factuur sturen, zoals ik ook doe voor mijn redactiewerk. Ik zie nog wel. Het zou natuurlijk heel goed zijn als ik een ander verkoopkanaal vond en als ik mijn gekochte patronen en aantekeningen zou exporteren, maar daar heb ik nog altijd geen puf voor. Ik wilde echter wel iets doen, niet alleen vanwege de toegankelijkheidsproblemen, maar ook omdat een van de stichters nu ook aan het flirten is met NFT en cryptocurrency. Daar weet ik amper iets van en het is voor mij ook lastig te volgen in het Engels, maar ik begreep dat de hele bliksemse boel in elkaar gaat storten de gevolgen voor het milieu en de economie groot kunnen zijn. Iets concreter: het zou zeer veel energie kunnen kosten als je een patroon zelfs maar opent en ontwerpers zouden nog minder gaan verdienen aan hun patronen. In deze blog legt Victoria Marchant het een en ander erover uit. Ik blijf het volgen, maar nu dacht ik vooral: Ik wil hier niets mee te maken hebben. Ik vind het wel nog steeds heel jammer, in bepaalde opzichten is het zo’n mooie site.

Boeken

Voor mijn doen ben ik goed aan het lezen de laatste tijd. Dat komt ook doordat je tot voor kort alleen boeken kon reserveren bij de bieb. Aan boeken die ik nog wil lezen geen gebrek, ik heb een uitgebreide ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount en was al gewend om voornamelijk daar boeken van te lezen. Ik struin heel graag rond in bibliotheken en boekhandels, maar het lukt me niet om om het even wat te lezen ter ontspanning (ik heb mensen in mijn omgeving die dat doen, wij begrijpen elkaar slecht). Er zijn nog zoveel boeken die me de moeite waard lijken of die ik wil lezen om erover mee te kunnen praten (niet geheel onbelangrijk in mijn vakgebied) dat ik dus met een lijst werk. Op die lijst staan momenteel meer dan honderd boeken, dus het voelt helemaal niet als een beperking, ik kan nog steeds gewoon kijken waar ik zin in heb. Alleen heb je bij dat reserveren dus minder invloed op wanneer ik een bepaald boek in huis heb. Sommige populaire boeken heb ik maanden geleden al gereserveerd, en dan weet ik ook dat ik die in drie weken uit moet lezen omdat er na mij ook weer gegadigden zijn. Maar het kan natuurlijk altijd voorkomen dat iemand een onbekender boek reserveert terwijl ik het aan het lezen ben. En ik probeer er wel voor te zorgen dat ik een combinatie van populaire en minder populaire boeken reserveer (zodat ik de minder populaire vast kon lezen terwijl ik wacht op de populaire), maar in dit geval kwamen er ineens een paar boeken vrijwel tegelijk binnen, dus ik moest aan de bak :)

Natascha van Weezel – Thuis bij de vijand
Er staan inmiddels ook boeken op mijn verlanglijst waarvan ik niet meer weet waarom ik ze wilde lezen. Soms gooi ik ze er dan af, soms lees ik ze. Van dit boek kon ik het me dus niet herinneren. Het is ook alweer een paar jaar oud, waardoor het misschien op sommige vlakken achterhaald is (zeker gezien recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten, waar ik niet veel van weet, want ik probeer nog steeds het nieuws zo min mogelijk te volgen in verband met mijn mentale gezondheid). De ondertitel is ‘Moslims en joden in Nederland’, en het gaat inderdaad over hun contact en het gebrek daaraan. Voornamelijk vanuit Joods perspectief, want dat is de achtergrond van Van Weezel en haar stukken zijn persoonlijk. Ze bevindt zich vaak een beetje tussen iedereen in en gaat met haar wens om de dialoog te zoeken in tegen veel andere bewegingen in de samenleving. Lastig, want daardoor krijgt ze vaak kritiek van zowel joden als moslims. Heel interessant! Sommige mensen lijken alles graag zwart-wit te willen zien. Sommige dingen waren voor mij wel lastig om te volgen, omdat ik weinig weet van de geschiedenis van Israël.

Roxane van Iperen – ’t Hooge Nest
Dit is dus zo’n populair boek. En ik snap helemaal waarom. Het is een ongelooflijk verhaal. De auteur van dit boek ging in een nieuw huis wonen (’t Hooge Nest in het Gooi) en ontdekte daar toen allemaal schuilplaatsen en spullen van onderduikers. In dit huis bleken Janny en Lien Brilleslijper, twee Joodse zussen, allerlei onderduikers te hebben opgevangen. Zijzelf woonden er officieel met hun gezinnen. Op zich al levensgevaarlijk, want Janny had zich niet laten registreren als Jood en Lien woonde er onder een valse naam. O, en Liens man was een Duitse deserteur. Ik weet niet precies meer hoeveel onderduikers ze hebben opgevangen, maar meer dan tien mensen verbleven er permanent, onder wie hun ouders en broer. De flaptekst heeft het over een van de grootste onderduikadressen van Nederland, en over het onvermijdelijke verraad. Van Iperen heeft het geschreven als roman vanuit Janny, maar de historische informatie klopt. Ik vind het altijd al heel indrukwekkend als iemand zoveel onderzoek heeft gedaan voor een boek, maar dit gaat nog een stap verder, doordat het zo’n geloofwaardig boek is geworden, terwijl ze onvoorstelbare dingen meemaken. Zo knap, en het is ook zo goed opgebouwd. De historische gebeurtenissen zijn heel goed te volgen (ook als je weinig voorkennis hebt, denk ik), maar nergens is sprake van infodump. Ik had echt het idee dat ik heel dicht bij Janny kon komen, terwijl ze haar verhaal dus niet zelf vertelt. Het verhaal heeft me diep geraakt, wat zijn sommige mensen toch ongelooflijk moedig.

Casey McQuiston – Rood, wit & koningsblauw
(Red, White and Royal Blue, vertaald uit het Engels door Erica Disco)

Bij dit boek moest ik me haasten, want het moest vrij ineens terug. Amy Florence tipte dit boek in haar vlog. Amy is een Britse vrouw die vooral vlogt over breien en haar bedrijf (ze is een indie dyer, oftewel ze verft garen), maar ze praat ook wel over haar (krakkemikkige) huis in Schotland en de boeken die ze leest. In het begin vond ik haar nogal schreeuwerig, maar ik ben aan haar gehecht geraakt, ik vind het bewonderenswaardig hoe ze het redt in haar eentje en ik word vaak vrolijk van haar verhalen. Alleen de vlogs met haar moeder sla ik over, want ik versta die vrouw gewoon niet. Ik weet nog steeds niet of Amy zelf bij de regenbooggemeenschap hoort, maar ze is in ieder geval een ally en groot fan van queer YA. Dat laatste ben ik zelf niet per se, maar dit boek klonk wel leuk. Het gaat over Alex, de zoon van de president van de VS, en Henry, een Britse prins. Alex’ moeder wil graag herkozen worden, dus het is van belang dat de reputatie van het presidentieel gezin en de internationale betrekkingen goed zijn. Helaas ligt Alex juist enorm in de clinch met Henry, wat er onder andere voor zorgt dat ze over de grond rollen tussen de restanten van een gigantische bruidstaart. Beide families besluiten dat Alex en Henry moeten doen alsof ze het goedmaken en juist beste vrienden zijn, in de hoop de imagoschade te kunnen beperken. Daarbij slaat de vonk over, wat uiteraard voor allerlei nieuwe problemen zorgt.
Leuke romcom! Het gaat wel vrij veel over de Amerikaanse politiek, over rally’s en voorverkiezingen en zo, waar ik niet enorm in geïnteresseerd ben. Gewoon een boek om lekker even te lezen. Ik weet zelf natuurlijk ook niet hoe seks tussen twee jongens kan zijn, maar ik vond op dat punt niet alles even realistisch. Hun relatie is echter wel heel leuk, en de vertaling leek me goed, al had ‘taartastrofe’ (iets als cake-astrophy in het origineel, neem ik aan) wat mij betreft ook best ‘debaksel’ mogen zijn (altijd fijn, dat soort vertaalkwesties).

Aafke Romeijn – Concept M
Dit boek begint met een voorlichtingsfolder voor patiënten met kleurloosheid. Dan heb je mij al bijna, want ik ben gek op van dit soort documenten in fictie (mits ze goed geschreven zijn, en dat zijn ze hier voor een groot deel). Kleurloosheid is een erfelijke aandoening, steeds meer mensen in Nederland zijn kleurloos. Ze moeten voortdurend medicatie (kleurstof) gebruiken en hebben fysieke beperkingen, waardoor ze bijvoorbeeld ook minder goed in staat zijn om te werken. Dit kost de samenleving steeds meer geld, er dreigt een onhoudbare situatie te ontstaan. In de parallelle werkelijkheid van dit boek is er nog maar een politieke partij in Nederland (de Middenpartij), zijn zorgverzekeringen genationaliseerd en wordt het land geleid door een corrupte minister-president. Zoals je al kunt aflezen aan de omschrijving, is dit een erg politiek boek. Razend knap hoe Romeijn een volledig andere politieke situatie uit de grond heeft gestampt, inclusief geschiedenis en met aandacht voor de rol van de media. Dat is echter niet mijn favoriete onderdeel van het boek, ik vond de passages over die minister-president zelfs vrij saai. De hoofdpersoon van het boek is de kleurloze Hava. Waar haar moeder ervan geniet om overal in de media op te komen voor de belangen van kleurlozen, ziet Hava nog maar een oplossing: kleurloosheid moet verdwijnen om de maatschappij te redden. Hava besluit te beginnen bij zichzelf, geholpen door een terreurgroep. Het is een raamvertelling, waarin Hava op weg is naar het ziekenhuis in Nijmegen om haar ‘concept’ om te laten zetten naar M. Dat betekent dat ze stopt met het gebruiken van kleurstof en binnen 48 uur zal overlijden. Terwijl ze onderweg is, blikt ze terug op alles wat tot deze autorit heeft geleid. M. vatte dit samen als: ‘het gaat de hele tijd alleen maar over die auto waar ze zo’n fan van is en de verschillende snelwegen’, maar ik vond dat best meevallen (we zijn beiden geen fan van autorijden). Het werkt goed als houvast. De auteur heeft net als ik in Utrecht gestudeerd (volgens mij hebben we zelfs wel eens hetzelfde college gevolgd) en daar woont Hava ook, dus ik herkende veel locaties. Verder kan ik alleen maar zeggen: dat einde! Ik vond het al een goed geschreven, vermakelijk boek, maar op een gegeven moment gebeuren er dingen waardoor alles ineens helemaal anders wordt. Je moet zelf lezen wat, maar ik werd er in ieder geval héél enthousiast van. Ik zit nu ook echt te wachten op haar nieuwe boek 7B, dat niet echt een vervolg schijnt te zijn, maar toch ook weer wel, omdat het zich afspeelt in dezelfde wereld.

Erna Sassen – Er is geen vorm waarin ik pas
Dit boek had ik willen lezen toen ik zelf op de middelbare school zat, maar ook nu nog is het zeer de moeite waard. Het gaat over Tessel, die is vastgelopen op school, waardoor met haar is afgesproken dat ze even niet zoveel hoeft, als ze maar een begin maakt aan haar profielwerkstuk. Ze wil een cd maken, maar eigenlijk ook weer niet, want ze vindt haar liedjes te persoonlijk. Ze heeft een moeder die haar niet begrijpt, een beste vriend die ze niet meer ziet, maar als je op dat soort puberproblemen focust, doe je het boek tekort. Ze heeft bijvoorbeeld ook contact met de moeder van een overleden meisje, terwijl ze dat overleden meisje niet eens kende (zoals die moeder later pas ontdekt). En dan is er nog die ene docent. Ook in dit boek kom je er gaandeweg achter wat er (ongeveer) is gebeurd, dus ik houd het wederom wat vaag. Dat doet de auteur voor een deel ook, en dat is precies wat ik zo goed vind aan dit boek. Ze is blijkbaar absoluut niet bang dat lezers het niet zullen begrijpen of afhaken door de fragmentarische stijl. En je lezers serieus nemen (ook als je doelgroep jong is), dat is een van de beste dingen die je als auteur kan doen (hoe moeilijk dat soms ook is). Zo wordt nergens expliciet gezegd wat er precies met Tessel aan de hand is, terwijl je de indruk krijgt dat er aardig wat met haar aan de hand is. Tessel zelf is leidend en je merkt het wel als lezer. Ook al gaat het voor een groot deel om totaal andere ervaringen, ik had sterk het idee: ja, zo was het. En dat komt niet zo vaak voor.

Maakwerk van april

Het was een vrij dramatische maand hier, en het is nog lang niet allemaal opgelost, dus ik heb het maar gehouden bij de projecten waar ik al aan bezig was. Erg weinig energie voor andere dingen. Wat ook positief is, want ik vind het niet fijn om talloze projecten te hebben rondslingeren. Ik moet het ook een beetje rustig aan doen, want m’n schouder vindt het allemaal niet zo tof. Waarschijnlijk weer een combinatie van RSI, stress, met kinderen rondsjouwen en handwerken.

Nightbook
Ik ben druk bezig aan mijn Nightbook, en dat zal nog wel even zo blijven ook. Hij lijkt mooi te worden, maar op dit moment vind ik het vooral niet opschieten. Ik wist natuurlijk van tevoren dat het veel werk zou worden, maar het is ook echt veel werk… Inmiddels heb ik de hele yoke af. Ik heb dus nu de steken voor de mouwen opzijgezet en ben bezig aan het lijf. Ik heb eerder vooral raglantruien gebreid, met meerderingen op vaste punten elke tweede naald. Dat kan hier niet door het patroon, hierbij meerder je in bepaalde naalden veel steken. Waarschijnlijk standaard bij dit soort patronen, maar ik vond het toch ingenieus.

Het blijft een heel gedoe dat er vier bollen aan mijn werk hangen, maar het breien met twee kleuren gaat nu best goed. Ik laat nu ook steeds aan het begin van elke ronde de eerste steek van mijn linker- naar mijn rechternaald glijden zonder die te breien (het begin van mijn ronde schuift dus telkens een steek op naar links). Dat is door het patroon wat ingewikkeld, maar ik ben erachter gekomen dat dat voor mij wel dé manier is om te voorkomen dat het patroon verspringt. Toen ik dat niet deed, zag je namelijk heel duidelijk waar de nieuwe ronde begon, en dat was heel lelijk. Misschien is dit ook zoiets dat iedereen die veel in veel kleuren breit weet, maar voor mij was het nieuw.

Het is erg leuk om dit project af en toe te laten zien op Instagram. Ten eerste omdat het er goed uitziet (al zeg ik het zelf), maar ook omdat meer mensen er op dit moment een maken. Er is nu ook net een KAL gestart van de ontwerper waar je ook aan mee mag doen als je al bezig was aan een van haar ontwerpen. En zowel de ontwerper als de vrouw die mijn garen heeft geverfd delen zulke projecten graag in hun Stories. Aan aanmoediging dus geen gebrek.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top
Mijn linnen top is nog steeds mijn tv-breiproject, want dat kan mijn Nightbook meestal echt niet zijn. Ik was heel ver met het lijf, maar toen ging ik hem passen en was ik er niet tevreden over. Te wijd, vooral aan de onderkant, en ook wat te lang. Dus ik ben helemaal teruggegaan naar de mouwen, heb minder steken opgezet bij de armsgaten en ga nu ook de minderingen en meerderingen anders verdelen. En dan maar weer zien hoe dat uitpakt. Ik wil hem zeker niet strak laten aansluiten, dus ik heb wat speling, maar er moet natuurlijk wel iets van model in zitten.

Onder andere door m’n schouder en Ravelry heb ik een klein handwerkdipje. Terwijl ik er doorgaans ook veel rust uit haal, dus dat is irritant. Ik heb het garen van het mislukte verfexperiment met avocado dat ik nog steeds uit de knoop moest zien te halen voor een nieuwe poging trouwens weggegooid. Het lag er al een jaar of zo en ineens had ik er genoeg van. De avocadoschillen en -pitten die ik nog had ingevroren, liggen inmiddels ook in de gft-container (die ik gisteren voor het eerst hoogstpersoonlijk heb gereinigd, dat wilde ik toch even kwijt, het was hard nodig en empowering). S. heeft een stuk meer succes met dit soort verfexperimenten en had wel belangstelling voor de uienschillen. Misschien dat ik er ooit wel weer zin in krijg, maar nu ben ik er toch een beetje teleurgesteld over en trekt het me niet zo.

Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs)
Naalden: 2,5 mm

Ravelry
Ondertussen is de actie waarbij mensen uitgelogd waren bij Ravelry uit solidariteit met mensen die gezondheidsklachten kregen van de site voorbij. Het wende snel, moet ik zeggen. De actie werd al snel verlengd tot een week en mijn eerste gedachte was: 6 april? Moet ik zo lang zonder? Maar ik realiseerde me ook dat ik er tot voor kort (voordat ze Classic eraf gooiden) nog op kon, en dat dat voor veel mensen niet gold. Dat dat het hele punt was. Na de actie heb ik de site bijna niet bezocht, misschien twee keer even ingelogd om te kijken of er nog iets gebeurd was en een enkel patroon opgezocht. Voorheen zat ik er vrijwel dagelijks op, dus dat is een groot verschil. Het scheelt natuurlijk dat ik op dit moment niet actief op zoek ben naar nieuwe projecten.

Ik heb veel verhalen gelezen en ook reacties gekregen van mensen die blij waren met mijn steun. Daar voelde ik me eerlijk gezegd wat ongemakkelijk onder, want zoveel doe ik niet. Als ze Classic erop hadden laten staan, had ik het ook verwerpelijk gevonden, maar had ik er waarschijnlijk nog steeds gebruik van gemaakt. Mijn patronen staan er ook nog op. Ja, dat zijn er maar twee die toch (bijna) niemand koopt, maar het zou natuurlijk beter zijn om ze offline te halen of ergens anders onder te brengen. Ik heb er geen puf voor, net zoals dat ik vooralsnog geen systeem heb opgezet om mijn projecten buiten Ravelry bij te houden. Het begint me te duizelen zodra ik er iets over lees. Het heeft lang geduurd voor ik er enigszins achter was hoe het werkt met online (en internationaal) patronen verkopen, erg veel moeite voor die paar patronen die ik tot nu toe heb verkocht, veel dingen vind ik nog steeds vaag en stressvol, en dat deel lijkt bij Ravelry goed te zijn geregeld. En ja, dat geeft aan hoe belangrijk geld verdienen voor ze is en dat je ze daar juist zou kunnen/moeten raken, aangezien ze niet gevoelig lijken te zijn voor gebruikers met klachten.

Het pleit mij zeker niet vrij, maar in die zin ben ik ook teleurgesteld in mensen. Zeker ook in bekende ontwerpers. Ik was een tijd geleden een keer nieuwsgierig naar de populairste patronen voor truien op de site. Je kunt filteren op populariteit en de eerste pagina’s van de zoekresultaten stonden vol truien van heel weinig verschillende ontwerpers. Minder dan tien personen, volgens mij, het viel me echt op. We breien grotendeels met z’n allen dezelfde ontwerpen. Ik snap het dilemma van die ontwerpers, voor sommigen is dit hun belangrijkste inkomstenbron, maar aan de andere kant hadden zij met een paar mensen een veel krachtiger statement kunnen maken dan de duizenden mensen die uitlogden. Dat hebben ze niet gedaan. Sommigen bieden hun patronen wel ook te koop aan via een ander platform en/of hun eigen website. Ik weet niet of dat al zo was, maar ik heb ze er in ieder geval niet over gehoord. Normaal gesproken trek ik ontwerpers echt niet na voor ik een patroon van ze koop, maar ik merk dat het hierbij toch ergens in mijn achterhoofd blijft zitten. En ook dat ik denk: Stel dat je groot fan bent van iemands ontwerpen, je gezondheidsproblemen hebt gekregen door Ravelry en alle shit over je heen hebt gekregen en jouw favo ontwerper doet vervolgens alsof er niks aan de hand is en post nota bene tijdens de solidariteitsactie allerlei dingen over nieuwe patronen en kortingscodes voor Ravelry. Hoe kut moet dat wel niet voelen?

Het geeft ook in het algemeen stof tot nadenken (dat kun je overdreven vinden, maar met de vibes van 4 mei is het niet zo’n grote stap). Hoe ver ben je bereid te gaan? Kom je ook in actie als je daar bepaalde offers voor moet brengen, als het je moeite kost, als het je kan schaden? Of spreek je je alleen uit als het jou toch niet echt raakt, om vanuit je eigen comfortabele, veilige positie een goed figuur te slaan? Wat heeft de ander aan jou als het erop aankomt? Aan mij niet veel, zo blijkt maar weer.

Fiber Club lijkt me op dit moment het meest veelbelovend. Van alle alternatieven die ik heb gezien, lijken zij de functies die ik op Ravelry gebruik(te) het best te benaderen. Ik heb er echter ook de nodige vragen en twijfels over. Allereerst zijn ze nog niet live, dus er valt nu nog niet zoveel over te zeggen. Als ik het goed begrijp, heeft iemand dit voornamelijk bedacht uit onvrede met Ravelry en gaat haar partner nu over de ‘technische details’. Kunnen zij ook echt bouwen wat ze voor ogen hebben? Geen idee. Ze berichten af en toe over waar ze staan en schreven laatst dat ze dit najaar live hopen te gaan, maar in eerste instantie alleen met gratis patronen, dus zonder dat je er patronen kunt kopen en verkopen. Dus ik denk dat je er dan verder vooral projecten op kunt bijhouden en contact kunt hebben met anderen. Volgens mij zitten ze vooral met het betaalsysteem, btw enzovoort. In het ideale geval richt je je natuurlijk op gebruikers én op ontwerpers. Dat is blijkbaar geen optie, waardoor ze het terecht een kip-of-eikwestie noemen: ontwerpers willen dat er veel gebruikers zijn die hun patronen kunnen kopen, gebruikers willen dat ze uit veel patronen kunnen kiezen. Heel interessant om te volgen, maar nog niet veel meer dan dat. Daarnaast vraag ik me serieus af of het niet te woke voor mij gaat worden. Ze lijken tot nu toe een beetje te blijven steken in terminologie, politieke correctheid en goede bedoelingen. Ze putten zich uit in excuses toen ze een keer ‘we stand for’ hadden geschreven (kwetsend voor mensen die niet kunnen staan). Ze geven nu al expliciet aan dat ze ontwerpers zullen gaan natrekken, dat ze alleen zullen kiezen voor ontwerpers ‘that match our values’. Ik vrees een beetje dat het een platform wordt waarop iedereen elkaar voortdurend de maat gaat zitten nemen. De tijd zal het leren!

Maakwerk van maart

Nightbook

Ik kon er echt niet meer onderuit, S. kwam langs met haar haspel en wolwinder (ik hoop dat dat de goede termen zijn) en daarmee was het opwinden van meer dan 2000 meter garen een fluitje van een cent (behalve toen dochter S. ineens de verkeerde kant op draaide, maar zelfs dat kwam goed). En toen had ik ineens vijf yarn cakes, drie in de achtergrondkleur en twee in de contrastkleur.

Toen moest ik een proeflapje gaan breien. Dat deed ik eerst maar eens op 3,25 mm, de naalddikte die in het patroon wordt gesuggereerd. Als die goed was, zou dat wel een probleem zijn, want dan zouden de boorden op 2,75 mm moeten en die dikte had ik niet. Het is een gangbare Amerikaanse maat (US 3), maar in Nederland zijn de meeste naalden ,0 of ,5 mm. Maar goed, dat zou ik later wel zien. Ik breide dus een proeflapje. De kleuren kwamen mooier uit dan ik dacht, het lukte best goed om met twee kleuren te breien en ik haalde zelfs de Instagram Stories van de ontwerpster, maar waar ik al bang voor was tijdens het breien bleek het geval na het opspannen: om een of andere reden was het proeflapje veel te lang, terwijl ik de breedte amper haalde. Normaal gesproken is het vooral belangrijk dat de breedte klopt, aan de lengte kun je vaak veel meer aanpassen, maar dit patroon is zo druk dat dat meteen nogal ingrijpend zou zijn. Hulplijn S. ingeschakeld (met veel sippe smileys, ben ik eindelijk begonnen, begint het zo), en die zei dat ik eerst maar eens een proeflapje rond moest breien. Toen ik daar meer informatie over ging opzoeken, bleek overal te staan dat je dat absoluut altijd moet doen als je patroon rond wordt gebreid. Ik brei als het even kan alles rond, maar had dat dus nog nooit gedaan… En ik heb al zo’n hekel aan proeflapjes. Je kunt wel een beetje sjoemelen door elke naald recht te breien en de draad achterlangs te laten lopen naar het begin van de naald. Daarmee imiteer je dan rondbreien. Dat heb ik gedaan, wat nog niet meeviel in twee kleuren, ik had er even niet bij stilgestaan dat er dan dubbel zoveel draden achterlangs zouden lopen. Dit proeflapje was zowaar iets minder te lang, maar wel nog steeds te lang en te smal. Andere naalden gebruiken leek dus niet zoveel zin te hebben: bij dunnere naalden zou het proeflapje nog smaller worden, bij dikkere naalden nog langer. Ander garen is op dit moment voor mij eigenlijk geen optie (want welk garen dan en wat zou ik dan hiervan maken), dus ik zet voor nu vol in op de struisvogeltactiek en hoop heel erg dat ik ermee wegkom. En dat zou nog kunnen lukken ook, want truipatronen zijn vaak te kort naar mijn smaak en maat M zou bij mij best wat positive ease moeten hebben. Het enige is dat ik altijd een beetje wantrouwig ben over maten die puur zijn gebaseerd op borstomtrek; ik ben vrij plat, maar niet klein, dus dat matcht niet altijd even lekker. Ook deze trui wordt top-down gebreid, dus we gaan het redelijk snel zien.

Inmiddels heb ik een rondbreinaald 2,75 mm gekocht bij Batts and Threads en ben ik eraan begonnen. Een van de opties in het patroon (het patroon staat vol opties en tips en schema’s, heel informatief, maar ook een beetje intimiderend) is een folded neckband, waarbij je de boord dubbel zo hoog breit, hem dubbelvouwt en vastbreit aan de opzettoer. Ik had die techniek al uitgeprobeerd in mijn linnen top, maar nog niet in boordsteek. Het leek me wel wat om het hier ook te doen, na het drama met de tubular bind off in m’n Trove sweater. Ik koos ervoor om de steken op te zetten op een restje garen, zodat ik ze later makkelijk zou kunnen opnemen. Dat stond niet in het patroon, dus ik was even bang dat ik dacht het beter te weten dan het patroon (altijd gevaarlijk) en dat dan later zou blijken dat het om een of andere reden niet zo zou kunnen. De boorden worden met gedraaide steken gebreid, dus dat kostte net even wat meer moeite dan normaal, maar het lijkt tot nu toe wel te werken. Het ziet er nu al klein uit, maar de hals lijkt bij anderen ook vrij hoog en de boord past over mijn hoofd, dus ik ga eerst maar even verder. Ik ben nu net begonnen om met twee kleuren te breien, en ik moet er nog aan wennen. Ik wissel de garens dus af om kleurverschil zo veel mogelijk te voorkomen, wat betekent dat er vier bollen aan m’n werk hangen. En ik ben nog een beetje aan het goochelen met mijn floats: als je lang niet breit met een bepaalde kleur, moet je die zo nu en dan aan de achterkant vastmaken, anders hangen er veel te lange lussen, maar daar ben ik nog niet zo handig in. Verderop wordt het patroon zo druk dat de kleuren vaak genoeg wisselen, maar nu nog even niet. Hoewel het patroon zeer uitgebreid is, mis ik toch informatie over ‘jogless stripes’ (als je rond breit, brei je eigenlijk in een spiraal, en bij strepen valt dat op als je niets doet) en het afwisselen van de garens (aangezien de sample ook met handgeverfd garen is gebreid). Al met al vergt het vaak meer concentratie dan ik heb, maar ik wil er zo graag mee verder. Dus dan maak ik weer fouten en moet het weer opnieuw.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon)
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Linnen top

Ik ben ook nog steeds bezig met de linnen top die ik zelf ‘ontwerp’. Ik ben een stuk verder dan vorige maand. Toen was ik nog bezig aan de mouwen, de steken daarvan zitten nu op een restje garen. Dat is fijn, want de steek die ik ervoor had uitgekozen, was nog best een gedoe. Ik vond het wel heel lastig om te bepalen hoe diep de armsgaten moesten worden. En ik weet nog niet hoe ik uiteindelijk de mouwen ga afmaken. Ik wil er misschien alleen nog maar een boord aan breien omdat ze al best lang zijn, maar ik kan slecht inschatten hoe wijd ze worden. Pofmouwtjes zijn helemaal in, toch? :)
Nu ik aan het lijf bezig ben, brei ik gewoon rond en rond en rond. Ideaal om tv bij te kijken (hoewel mijn favoriete programma De Mol weer zó spannend en geweldig was dat ik alsnog iets verkeerd had gedaan). Ik probeer nog wel iets van waist shaping toe te voegen. Geen idee of dat iets wordt, maar interessant is het zeker. Ik ben ook nog steeds benieuwd wat dit garen gaat doen als ik het was, trouwens.

Boodschappennetje

Ik denk dat ik mijn boodschappennetje (de Ilene Bag) van verloren ben. Misschien in een winkelwagentje laten liggen? Ik kan het nergens meer vinden, in ieder geval. Oké, het klinkt natuurlijk belachelijk, kan gebeuren, het is maar een (leeg) boodschappennetje en ik kan gewoon een nieuw exemplaar breien (mooi excuus om garen te kopen), maar het vloog me echt even aan. D. is alweer een aantal dagen flink ziek, ik maak me zoals altijd veel zorgen, M. is ook niet lekker, dus ik moet wel door, en ineens kon ik alleen nog maar denken aan dat ik aan dat tasje heb zitten breien toen ze op de ic lag en wat nou als ze daar weer terechtkomt. Zucht. Ik hoop dat ik de komende maand wat meer rust kan vinden (wat ik sowieso nog steeds heel lastig vind in de pandemie).

Ravelry

Ik ben momenteel nog steeds uitgelogd van Ravelry, uit solidariteit met de mensen bij wie het nieuwe websiteontwerp gezondheidsklachten veroorzaakt (migraine, epileptische aanvallen, in die hoek). Zelf kreeg ik trouwens ook een gek soort hoofdpijn, waardoor ik de voorkeur gaf aan het thema Classic en dat heb gebruikt tot ze het verwijderden. Om een of andere reden gaat het team van Ravelry erg slecht om met de situatie: ze bagatelliseren de klachten, beschuldigen mensen van liegen, verwijderen kritische berichten enzovoort. En ze weigeren vooral iets aan het ontwerp te veranderen, waardoor veel mensen nu de site niet meer kunnen gebruiken. Het is heel vreemd en vervelend allemaal.

Ravelry is een Amerikaanse website, een gigantische database van patronen en garens. Je kunt met behulp van talloze filters patronen zoeken, die aanschaffen, je eigen projecten erop zetten met foto’s en notities, projecten van anderen bekijken, contact leggen met anderen, er zit een enorm forum bij… Het is dé website voor handwerkliefhebbers van over de hele wereld. Of dat was het in ieder geval. Ik heb al jaren een account daar, al mijn projecten staan erop, mijn patronen zijn er te koop, het zoeken naar patronen was voor mij een hobby op zich, en ik heb enorm veel gehad aan de notities en hulp en ideeën van andere mensen. De site kwam altijd over als bijzonder progressief, uitgesproken op een Amerikaanse manier. Zo waren ze erg tegen Trump en leken ze altijd zeer begaan met de LHBTIQ+-gemeenschap en Black Lives Matter. Nu lijken ze echter vooral bezig te zijn met zichzelf, waardoor ik me toch een beetje afvraag in hoeverre die andere dingen oprecht waren.

Ik weet niet zo goed wat ik nu moet doen. Op dit moment weet ik niet in hoeverre ikzelf de site klachtenvrij kan gebruiken. Er zijn hele tutorials voor hoe je je eigen content kunt exporteren. Ik heb daar weinig puf voor, en dan heb je ‘alleen maar’ je eigen content, terwijl juist de informatie van anderen zo waardevol is. Natuurlijk kun je ook elders dingen vinden, bijvoorbeeld op Instagram, maar de meer technische details vind ik eigenlijk voornamelijk op Ravelry. Andere, kleinere websites bieden momenteel niet het totaalpakket van Ravelry. Wat ga ik doen met mijn patronen? Laat ik ze daar staan, ga ik ze via een ander kanaal verkopen, stop ik daar helemaal mee? Ik weet het niet. En stel dat ikzelf de website wel weer gewoon kan gebruiken, wil ik dat dan nog, na alles wat er is gebeurd? Is het niet sowieso hypocriet, aangezien er waarschijnlijk ethisch gezien ook van alles mis is met andere websites die ik gebruik? Het liefst zou ik denk ik willen dat ze ‘tot inkeer komen’ en dat iedereen weer verder kan, maar de kans dat dat gebeurt lijkt klein.

Boeken

G. Hogesteeger en R.A. Korving – De juffrouw van de telefoon

Dit boek stond al lang op mijn lijst, maar het is uit 1993, dus niet zo goed meer verkrijgbaar. Ik bleek het wel te kunnen lenen in de bibliotheek tegen een euro reserveringskosten, want het moest uit Veenendaal komen. Ik kreeg bericht dat het voor me klaarstond, dus ik ging naar de bibliotheek om het op te halen. Het afhalen werkt bij ‘mijn’ vestiging niet zo geweldig. Er mogen drie mensen tegelijk zijn, en je moet een mandje meenemen zodat je mee wordt geteld. Eerst moet je al moeite doen om de ongebruikte mandjes te spotten vanuit het halletje, en als je dan naar binnen gaat omdat er nog mandjes zijn, blijkt steevast dat er allerlei mensen zonder mandje rondlopen. Nu is dat mandje ook best loos, aangezien je niet bepaald een grote afstand hoeft af te leggen met je boeken. Je haalt ze uit de kast, zet ze op je pasje en vertrekt. Of dat is de bedoeling. Toen ik dit boek probeerde te lenen, verscheen op het scherm de mededeling dat het niet geschikt was voor zelfservice. Er hing ook een briefje met ‘Wij zijn er wel, druk op de bel!’ of iets dergelijks, dus ik drukte op de bel en wachtte af. Al snel kwam er een medewerkster aangesjokt, die onmiddellijk zei: ‘O, dat boek uit Veenendaal, nee, daar gaat het niet mee.’ Oké, als je dat al weet, waarom zet je het dan in de afhaalkast en wacht je tot ik erachter kom dat ik het niet mee kan nemen? Ik vond het niet erg klantvriendelijk (of coronaproof). Maar goed, ze zette het toen wel alsnog op mijn pasje.

Het was zeker een welbestede euro, het was alsof ik een tentoonstelling bezocht (wat nu natuurlijk niet kan in het echt), ook doordat er veel leuke foto’s in het boek staan. Het boek is dan ook ooit verschenen in het kader van een gelijknamige tentoonstelling in het voormalige PTT Museum. Het is gewoon fascinerend, zo’n verdwenen beroep uit een totaal andere wereld. Ik vond het ook erg grappig dat er aan het eind een stukje in stond over hoe het ‘nu’ (dus in 1993) was, ook dat is anno 2021 natuurlijk totaal achterhaald. De opbouw van het boek vond ik wel wat rommelig, een aantal keer ging ik opzoeken hoe iets werkte, terwijl dat later nog aan bod bleek te komen. En ik had graag meer gelezen van/over de geïnterviewde telefonistes. Ze worden wel geciteerd, maar steeds erg kort. Daarnaast worden ze alleen anoniem opgevoerd, dus erg persoonlijk wordt het nergens. Ik had veel meer willen lezen over hun leven, maar dat zal niet de insteek van het boek geweest zijn.

Wel een domper was dat de tekst op een bepaald punt nogal antisemitisch leek, en op een ander punt homofoob. Zo was er een vrouw, Betty Biegel, die een hoge positie had bij de PTT en zich bezighield met het testen van telefonistes en het ontwikkelen van trainingen en dergelijke. De psychometrie was toen in opkomst, en het was uitzonderlijk dat een vrouw zo’n hoge positie had bij de PTT. Het ging in de tekst voornamelijk over dat het zo’n moeilijk mens zou zijn geweest, en er werd gemeld dat haar onderzoeksmethoden na de oorlog nauwelijks nog werden gebruikt. Ze is gestorven in 1943. Ze was Joods. Goh, hoe zou het komen dat er na de oorlog niets meer van haar werd vernomen? Ik vond het heel vreemd dat ze dat ze haar lot zo in het midden lieten.
En dan was er de passage die ging over meeluisteren naar gesprekken. Uiteraard mochten telefonistes dat niet doen, maar deden ze dat soms wel. Gesprekken tussen geliefden hadden de voorkeur, en dan was er nog de overtreffende trap:

Een enkele keer deed ook het toezicht mee en luisterde ‘met rode oortjes’ naar de gesprekken tussen twee lesbische vrouwen.

‘Het toezicht’ moest er onder andere op toezien dat dit niet gebeurde, maar in zo’n situatie telden de regels natuurlijk niet, moeten die lesbische vrouwen maar niet met elkaar bellen. Of zo.

Judith Koelemeijer – Het zwijgen van Maria Zachea

Dit boek had ik volgens mij alleen al eens geluisterd, voorgelezen door Hanneke Groenteman. Het was vorig jaar het geschenkboek van Nederland Leest, waar ook die schrijfwedstrijd bij hoorde. De uitgave is voorzien van wat extra informatie, Koelemeijer schrijft bijvoorbeeld over hoe het nu met de familie gaat. Heel interessant, al hadden de reacties van lezers van mij niet gehoeven.

Dit is zo’n goed boek. Het gaat over een katholieke tuindersfamilie met dertien kinderen, van wie Koelemeijer er twaalf heeft geïnterviewd (een zoon overleed jong). In 1989 krijgt hun moeder een hersenbloeding en besluiten ze samen voor haar te gaan zorgen, wat uiteindelijk jarenlang blijkt te duren. Dat verhaal is verweven met hun jeugdherinneringen. De kinderen verschillen veel in leeftijd en hebben uiteraard hun eigen kijk op de gebeurtenissen. Ik vind de opbouw heel knap en ik houd erg van haar stijl, iedereen komt zo mooi tot leven en de historische informatie is er perfect in verwerkt. Als je haar andere boeken Anna Boom en Hemelvaart nog niet hebt gelezen, moet je dat zeker ook doen. Het is makkelijk om aan te haken bij haar oeuvre, want ze moet natuurlijk veel research doen voor haar boeken. Ik weet dat ze nu bezig is aan een boek over Etty Hillesum, daar ben ik ook erg benieuwd naar.

Splinter Chabot – Confettiregen

Soms wil ik een boek erg graag goed vinden. Splinter Chabot lijkt me zo sympathiek, ik vond hem zo leuk in Wie is de Mol en dit is letterlijk en figuurlijk een knalroze boek. M. was ook behoorlijk enthousiast, en toen las ik het en viel het me toch een beetje tegen. Deels komt dat denk ik doordat ik mezelf niet echt zie als de doelgroep. Ik had het idee dat het vooral voor jongeren is bedoeld. Er wordt over gezegd dat het zo’n belangrijk boek is omdat het laat zien hoe je (zelfs) in een tolerante omgeving met je seksualiteit kunt worstelen. Tja, als dat nieuws voor je is, dan lijkt het me een goed idee als je dit boek leest. Ik vond het ook lastig om me in de hoofdpersoon (die heet Wobie, maar het boek lijkt me sterk autobiografisch getint) te verplaatsen, het was me wat te elitair allemaal, en met drank overgoten. Ik vond het zeker leuk en interessant om te lezen, het komt authentiek over, maar ik werd niet weggeblazen. Dat kwam ook vooral door de stijl. Het zijn grote letters en korte hoofdstukken, dus dat vertekent een beetje, maar het boek had van mij echt wel wat dunner mogen zijn. Het staat vol vergelijkingen, en dan is het ook nog vaak zo dat hij eerst een aardige vergelijking maakt, dan nog twee mindere en het dan nog gaat uitleggen. Het dankwoord suggereert dat het eerst nog veel erger was. Als hij dat zelf al opmerkt, dan was het waarschijnlijk inderdaad erg. En ik weet als redacteur natuurlijk ook wel dat er grenzen zijn aan hoeveel je iemand kunt laten schrappen en dat je een auteur ook niet in een mal kunt/moet proppen waar hij niet in past. Maar toch. Voor mij als lezer was het wat te veel van het goede. Ik was trouwens wel ontroerd (ja, ik houd van dankwoorden, ja, ik lees die altijd) dat hij schreef dat hij bij ‘mijn vaders hand’ altijd alleen maar moest denken aan hoe hij de hand van zijn vader vasthield als ze samen naar school liepen. Dat verwijst naar de titel van het boek dat zijn vader Bart Chabot schreef over zijn eigen afschuwelijke vader. Het raakte me, terwijl ik dat boek niet eens heb gelezen. Het kan dus ook zonder extra uitleg!

Schrijfwedstrijd

De Bibliotheek Eemland organiseerde vorig jaar een schrijfwedstrijd met het thema van Nederland Leest: Kleine geschiedenis, grote verhalen. Helemaal mijn thema en gelukkig ook mijn bibliotheek, want je moest in een bepaald postcodegebied wonen om mee te kunnen doen. Ik schrijf op dit moment erg weinig, maar hier wilde ik graag aan meedoen en je verhaal mocht ook maar duizend woorden zijn, dus dat moest te doen zijn. M. besloot ook een tekst in te sturen, dus de competitie was even weer als vanouds. Heerlijk! Uiteraard vind je in deze post mijn verhaal, maar ik maak verder weinig mee, dus ik blik ook terug op het schrijfproces, de prijsuitreiking, het jurycommentaar enzovoort.

We schatten in dat verhalen met een lokaal tintje het goed zouden doen. Het stond niet in de regels, maar het bleek wel te kloppen, in ieder geval hadden vrijwel alle genomineerde verhalen dit. Ik vond het zelf ook wel fijn om de zoektocht naar een onderwerp alvast wat te vernauwen, want het thema was nogal breed. Ik besloot ook al snel dat ik niet over mijn eigen geschiedenis wilde schrijven. Dit mocht nadrukkelijk, maar ik gebruik al vrij veel uit mijn eigen leven in mijn teksten en wilde daar nu een keer niets mee doen. En het leek me leuk om iets te schrijven op basis van historische bronnen.

Vraag me niet hoe, maar ik wist al vrij snel dat ik over het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in mei 1985 wilde schrijven. Hij heeft toen een nacht in Amersfoort gelogeerd. Onze Lieve Vrouw ter Eem, het klooster waar hij logeerde, hoorde ooit bij mijn middelbare school (toch nog een minieme persoonlijke link). Het bezoek verliep ronduit dramatisch (weinig fans op de been, veel relschoppers, veel kritiek, allerlei toestanden) en er is uitgebreid over bericht in de media. Dus dat leek me wel wat. Ik kwam er al snel achter dat ik het niet zo interessant vond om over de paus zelf te schrijven. Het leek me daarnaast ook makkelijker om over fictieve personages te schrijven, dus koos ik ervoor om het verhaal alleen te laten afspelen tegen de achtergrond van het pausbezoek. De historische details kloppen zo veel mogelijk, maar de paus komt zelf niet in mijn verhaal voor en de personen die er wel in voorkomen heb ik zelf bedacht. Ik raakte geïnspireerd door artikelen over de zusters van het klooster, waarin onder meer stond dat die eigenlijk veel te progressief waren voor de paus en dat hij daarom uiteindelijk ook maar een nacht kwam. Ik had al een vrij hardnekkige fascinatie voor nonnen, dus daar moest het absoluut over gaan. En toen ging het verhaal over een zuster en vrij plotseling ook over haar broer.

Ik vond het echt fantastisch om aan dit verhaal te werken, het was lang geleden dat ik met zoveel plezier en zo serieus aan een tekst had gewerkt. En toen het verhaal af was, was ik er ook echt tevreden over. Ik denk omdat ik eindelijk weer eens iets geschreven had en echt gemaakt had wat ik wilde maken. Ik heb het ingezonden voor de wedstrijd, en ik was blij dat het werd genomineerd, maar eigenlijk had ik al gewonnen door het te schrijven. Dat klinkt heel zoetsappig en ik denk dat ik best teleurgesteld zou zijn geweest als het geen nominatie had opgeleverd, maar zo voelde het wel. Ik heb zeker in mijn tienerjaren heel veel aan schrijfwedstrijden meegedaan en genoten van het schrijven en het ontmoeten van mensen (na een tijdje waren dat vaak ook dezelfde mensen), maar toen vond ik winnen toch belangrijker dan nu. Het scheelde misschien ook een huwelijkscrisis dat M. ook was genomineerd.

Toen de genomineerden bekend waren gemaakt, kon er worden gestemd voor de publieksprijs. Enorm campagne voeren past niet bij mij, en ik was ook meer geïnteresseerd in het oordeel van de jury. Ik heb dus wel mijn verhaal laten lezen aan wat mensen, maar verder niet echt iets gedaan. En toen begon het lange wachten op de prijsuitreiking, want de organisatie bleef maar hopen dat het live zou kunnen en het uitstellen omdat dat niet was toegestaan. Totdat ze uiteindelijk besloten om toch een digitale prijsuitreiking te organiseren.

Ik wist niet zo goed wat ik me daarbij voor moest stellen, als thuiswerker met zo’n beetje de minste ervaring met videobellen van iedereen, maar ze hadden er iets heel feestelijks van gemaakt. Iedere genomineerde ontving een grote doos met lekkers van KAdECafé (M. en ik hadden er dus twee, mjam), er was muziek van local Emma Lou, het geheel werd vakkundig aan elkaar gepraat door biebheldin Karin Horst en familie, vrienden en bekenden konden meekijken en -luisteren. Ik geef meteen toe, dat laatste leek me helemaal niks en ik was dan ook not amused toen mijn moeder de link naar de bijeenkomst ongevraagd nogal enthousiast gedeeld bleek te hebben. Dat zullen de zenuwen geweest zijn, want alle genomineerden mochten hun verhaal voorlezen en hoe trots ik dan ook ben op mijn tekst, optreden lijkt alleen maar minder mijn ding te worden.

Het kostte wat moeite om de kinderen op tijd in bed te krijgen, maar om 19.30 uur zaten we er helemaal klaar voor. En toen was het natuurlijk alleen maar superfijn om bekenden te zien deelnemen, ik voelde hun steun echt. We wisten al vrij snel dat we beiden niets gewonnen hadden, want de prijswinnaars kwamen als laatst aan de beurt om voor te lezen. En natuurlijk was dat jammer, als je dan genomineerd bent, wil je winnen ook, en uiteraard hadden we de andere verhalen al aan een grondige analyse onderworpen (dat kon doordat ze online stonden in het kader van de publieksprijs) en ingeschat dat we best een kans maakten. Maar ik vond het helemaal niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Ik genoot vooral van alle lieve reacties, van eens een keer iets anders ‘s avonds, van de heerlijke hapjes (niet alleen die avond, overigens, gezien de hoeveelheid). Het was echt alsof we even ergens anders waren.

Ik was erg blij met het commentaar van de jury. Ze zeiden dat het verhaal leven ademt en dat ze onder de indruk waren van hoe geloofwaardig en complex de broer-zusrelatie is neergezet in zo weinig woorden. Het decor vonden ze ook mooi. Hun enige kritiek was eigenlijk dat dit een te groot verhaal is voor duizend woorden. Het verdient simpelweg meer, zeiden ze. Wat ik beschouw als een enorm compliment. Niet als: je vertelt een verhaal dat niet geschikt is voor deze omvang. Maar als: we hadden nog veel meer willen lezen. Wat wil je nog meer als schrijver? Het was ook wel een opvallend statement, want tegen bijna alle andere genomineerden zeiden ze: het had strakker gekund. En tegen mij dus: het is te strak. Wat ik daarvan vind? Strak is het zeker. Dat was voor mij ook de uitdaging van deze wedstrijd. Duizend woorden is weinig. Je kunt aan mijn verhalen zien dat ik ook gedichten schrijf. Dat is in langere teksten een probleem, daarin moet de lezer ook af en toe even op adem kunnen komen en die opbouw heb ik nog steeds niet goed in de vingers, ik focus me vaak te veel op de taal en te weinig op het verhaal. Schaven aan kortere teksten ligt me beter en doe ik graag. En daarbij laat ik graag veel weg. In dit geval om binnen die duizend woorden te blijven, maar vooral ook omdat ik de lezer graag veel zelf laat invullen. Soms misschien te veel. Concreet voorbeeld: ik vertel in mijn verhaal weinig over het leven van Adriaan en benoem niet expliciet wat er met hem aan de hand is. Die ruimte had ik niet, maar ik wilde het ook niet. Dat is een heel bewuste keuze, maar als het een lezer niet lukt om dat uit het verhaal te halen, leidt dat, denk ik, tot een mindere leeservaring. Blijkbaar neem ik dan toch liever het risico dat mensen het niet begrijpen dan dat ik meer ga uitleggen. Tot op zekere hoogte dan, het is natuurlijk niet mijn bedoeling om de lezer helemaal buiten te sluiten, juist niet.

Ik schrijf in ieder geval verder, al weet ik nog niet waaraan allemaal.