Boeken

Eva Vriend – Eens ging de zee hier tekeer

Ik had naar dit boek uitgekeken, maar het viel me helaas een beetje tegen. Ik heb de andere boeken van Eva Vriend ook gelezen, en vooral Het nieuwe land vond ik erg goed en interessant. Ook dit boek is weer goed geschreven, maar hier vond ik veel stukken toch minder interessant. Het gaat over de Zuiderzee en de impact van de Afsluitdijk op de bewoners van de kustplaatsen. Ze heeft ervoor gekozen om zich te richten op vier families uit vier verschillende plaatsen (Spakenburg, Volendam, Urk en Wieringen) en laat de overeenkomsten en verschillen zien. Het is een heel interessant gegeven dat de bewoners meer gericht waren op de andere Zuiderzeeplaatsen dan op ‘het achterland’, maar die vier families leveren alles bij elkaar wel een heleboel personages op. De stambomen en de landkaarten voorin waren voor mij onmisbaar. Het helpt ook niet mee dat van de vier mannen die centraal staan, er twee Kees heten en een derde Cees. Vriend schrijft overigens in het nawoord dat ze zich hier bewust van is, maar dat ze vond dat de mannen het verdienen om met hun eigen naam in het boek te staan. Dat kan ik begrijpen, maar heel handig is het niet. Verder blijk ik gewoon niet zo heel veel interesse te hebben in de visserij. Dat is bij dit boek wel een probleem, want je leest precies waar en hoe en waarom er door de tijd heen werd gevist. Al die informatie over de verschillende methoden en schepen en welk kind van wie er wel of niet geïnteresseerd was in de visserij, het kon me eerlijk gezegd niet zo boeien. Het viel me ook tegen dat het boek erg op mannen is gericht. Niet dat de vrouwen helemaal niet aan bod komen, maar het gaat toch voornamelijk over de (vissende) mannen, terwijl ik veel meer geïnteresseerd was in het (gezins)leven en de gemeenschappen aan de wal. Ik vond zelf Spakenburg extra interessant, omdat dat hier in de buurt is (Vriend heeft blijkbaar ook samengewerkt met Museum Spakenburg, zeker een aanrader om eens te bezoeken).

Elizabeth Jane Howard – Lichte jaren (De Cazalets, deel 1)
(The Light Years, vertaald uit het Engels door Inge Kok)

Wat duurde het lang tot ik dit boek uit had. Ik weet niet zo goed waarom, want ik vond het heel leuk. Naast het handwerken is ook het lezen grotendeels gesneuveld in de vakantie. Uiteindelijk trok ik een eindsprintje en toen was het ook ineens uit, want er bleek een voorproefje van deel 2 in te staan. De familiekroniek over de Cazalets bestaat in totaal uit vijf boeken, en blijkbaar is er ook een tv-serie van gemaakt. Het wordt aangeprezen voor de liefhebbers van Downton Abbey, maar die serie heb ik niet gezien (dat zegt niks, ik kijk gewoon amper series), dus geen idee of dat klopt. Dit eerste deel speelt zich af eind jaren dertig in Engeland. Het houtbedrijf van de familie floreert, en ze hebben buiten Londen een landgoed waar de hele familie in de zomer vertoeft. Die familie is best groot: een ouder echtpaar, hun drie zoons en hun gezinnen, een ongetrouwde dochter en dan nog aardig wat personeel en logés. Deze mensen komen ook allemaal aan bod in het boek. Best overweldigend in het begin, en ook in dit boek kwam het overzicht van de personages voorin zeer goed van pas. Het kan een nadeel zijn, zoveel personages, ik heb zeker mensen door elkaar gehaald en je komt over niemand echt veel te weten. Aan de andere kant maakt het niet zoveel uit als iemand wat minder interessant is, want voor je het weet, lees je alweer over iemand anders. En het kan heel leuk en interessant zijn om meer te weten over de personages dan zij over elkaar weten. Ik denk dat ik me ook prima vermaakt had als het hele boek alleen over Rachel en Sid was gegaan, maar ik ben ook benieuwd hoe het de anderen vergaat in de volgende delen. In dit boek is de oorlogsdreiging op de achtergrond aanwezig, de zoons hebben ook gevochten in de Eerste Wereldoorlog, maar ze stevenen natuurlijk af op de Tweede. De kleine kinderen zijn bij vlagen erg grappig, en een van de zoons (zie je? Dan moet ik alweer opzoeken wie van de drie… Rupert) vatte een vakantie met kleine kinderen perfect samen: ‘Gód! Je wordt toch békaf van die kinderen? Zelfs als je ze afmat, raken ze door louter een ijsje weer helemaal op dreef.’ (p. 271)

Roderick Vonhögen – Mediapriester

M. had dit boek vooral voor de grap voor me meegenomen uit de bieb, maar ik heb het toch gelezen. Ik sta inmiddels geregistreerd als ‘slapend lid’ van de katholieke kerk en voel me daar goed bij. Ik woon geen diensten meer bij en hoef geen bedelbrieven, maar ik ben nog steeds gehecht aan de verhalen, de liederen en het branden van kaarsjes. Het hoort bij een deel van mijn familie en bij mijn geschiedenis. Dat laat ik me niet afnemen.

Mijn fascinatie voor nonnen (daar schreef ik al eerder over), is groter dan die voor andere geestelijken, maar ik heb Roderick Vonhögen weleens ontmoet en diensten bijgewoond waarin hij voorging, en ik vind hem heel sympathiek overkomen. Hij is, zoals de ondertitel van zijn boek ook al aangeeft, heel enthousiast over nieuwe media, films en games, en gebruikt dit om mensen te bereiken en inspireren. En ja, uiteindelijk ook om ‘zieltjes te winnen’. Daar maakt hij in zijn boek geen geheim van, het is dan ook vooral gericht op andere katholieken en parochies die op een aansprekender manier willen communiceren. Hij was een van de eerste Nederlandse podcasters, en gebruikt zijn priesterboordje soms ook om deuren te openen die voor journalisten gesloten blijven. Ik geloof dat hij inmiddels zelfs alleen nog maar in de media werkt (en dus niet meer in een parochie). Het is best een persoonlijk boek, waarin hij van alles over zijn leven vertelt. Over zijn jeugd, zijn roeping, zijn opleiding en de reis die hij samen met zijn moeder maakte naar China, op zoek naar hun wortels. Ik ben geen evangeliserende katholiek en heb weinig op met Star Wars en Lord of the Rings, maar hij biedt een perspectief dat ik nooit zal kunnen hebben en is een echte verhalenverteller, dus dat was allemaal heel aangenaam om te lezen.

Het boek is verschenen bij een kleine katholieke uitgeverij, en ik had het op prijs gesteld als ze daar wat meer aandacht hadden besteed aan redactie en correctie. In het colofon staat wie verantwoordelijk was voor de redactie, en dat blijkt een parochiaan (fantastisch woord, parochiaan) te zijn die ik toevallig ook weleens heb ontmoet. Ongetwijfeld heeft deze persoon met de beste bedoelingen meegewerkt aan dit boek en ik vermoed dat Vonhögen zelf aardig goed kan schrijven, maar helaas staan er toch nog veel foutjes in. Daarnaast zijn veel foto’s slecht te zien, doordat ze zijn afgedrukt op het gewone papier (in zwart-wit). Ze hadden denk ik beter voor een fotokatern met wat minder foto’s kunnen kiezen. Ik snap dat het hartstikke leuk is om die ene foto te laten zien van toen je als priesterstudent de paus ontmoette, maar sommige foto’s lijken nogal random (van Pinokkio, van drie onbekende kinderen in Ethiopië, van een willekeurige weg…).

Het echte ‘probleem’ ligt voor mij natuurlijk buiten dit boek. Vonhögen draagt een leer uit die mensen als ik achterstelt. Daar zwijgt hij over in het boek, zoals hij volgens mij meestal doet. Dat begrijp ik ook wel. Hij presenteert zich graag als iemand die voor iedereen acceptabel is, en dat lukt hem heel aardig.

Ik heb de kerk sinds mijn jeugd behoorlijk zien veranderen, en naar mijn idee is het allemaal een stuk conservatiever geworden. In die mate dat ik me inmiddels afvraag of ik wel veilig ben bij mensen die er nu nog actief zijn. Ik maak me niet zozeer druk om mijn fysieke veiligheid, maar ik vertrouw hun opvattingen niet helemaal, en dan gaat het natuurlijk in het bijzonder om opvattingen over mijn relatie en gezin. Helemaal bij officiële vertegenwoordigers van de kerk, zoals Vonhögen is. Hij heeft al behoorlijk wat kritiek gekregen vanuit de kerk op zijn methodes en interesses, dus zijn opvattingen zullen wel netjes aansluiten. Ik denk dat hij ook niet echt een andere optie heeft als hij priester wil blijven. Maar hij weet natuurlijk ook wel hoe zulke denkbeelden buiten de kerk doorgaans ontvangen worden, en dus vestigt hij daar liever geen aandacht op. Ik heb overigens geen reden om aan te nemen dat hij er stiekem anders over denkt, het enige wat ik kon vinden was een podcast uit oktober vorig jaar waarin hij veel woorden neemt om te betogen dat het huwelijk slechts is bestemd voor man en vrouw en dat kinderen recht hebben op een vader en een moeder.

Het verschilt geloof ik een beetje of katholieken vinden dat je celibatair zou moeten leven als je een heterohuwelijk niet ziet zitten of dat een samenlevingscontract nog net toelaatbaar is, maar ze zijn het er volgens mij over eens dat trouwen met iemand van hetzelfde geslacht niet oké is. Dat je zo’n verbintenis in ieder geval geen huwelijk zou moeten noemen. Dat is immers ‘verwarrend’ voor hetero’s en een ‘devaluatie’ van hun huwelijk (ik wist niet dat ik zo veel invloed had). Regenbooggezinnen zijn al helemaal uitgesloten. En dan tegelijkertijd volhouden dat discriminatie van ‘die mensen’ (we zijn altijd de Ander) verschrikkelijk is en dat ze welkom moeten worden geheten als kinderen van God. Dat ze niet veroordeeld mogen worden. Niet omdat ze niet zondig bezig zijn, want dat zijn ze zeker wel, maar omdat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Men moet openstaan voor deze mensen en hen ‘helpen’. Joe. Ik hoef niet ‘geholpen’ te worden. Dat niet-veroordeelbeleid onder het mom van ‘we zijn allemaal zondaars’ vind ik al niet gezellig, maar raakt mij onevenredig hard, puur vanwege wie ik liefheb. ‘We zijn allemaal zondaars, maar jij bent toch nét even iets zondiger dan wij.’ Nee. Liefde is geen zonde. Je kunt niet werkelijk open voor me staan als je vindt dat mijn gezin niet mag bestaan. Dan kwets je en dan discrimineer je, hoeveel zalvende woorden je er ook tegenaan gooit en namens welke hogere macht je ook zegt te spreken.

Boeken

Voor mijn doen ben ik goed aan het lezen de laatste tijd. Dat komt ook doordat je tot voor kort alleen boeken kon reserveren bij de bieb. Aan boeken die ik nog wil lezen geen gebrek, ik heb een uitgebreide ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount en was al gewend om voornamelijk daar boeken van te lezen. Ik struin heel graag rond in bibliotheken en boekhandels, maar het lukt me niet om om het even wat te lezen ter ontspanning (ik heb mensen in mijn omgeving die dat doen, wij begrijpen elkaar slecht). Er zijn nog zoveel boeken die me de moeite waard lijken of die ik wil lezen om erover mee te kunnen praten (niet geheel onbelangrijk in mijn vakgebied) dat ik dus met een lijst werk. Op die lijst staan momenteel meer dan honderd boeken, dus het voelt helemaal niet als een beperking, ik kan nog steeds gewoon kijken waar ik zin in heb. Alleen heb je bij dat reserveren dus minder invloed op wanneer ik een bepaald boek in huis heb. Sommige populaire boeken heb ik maanden geleden al gereserveerd, en dan weet ik ook dat ik die in drie weken uit moet lezen omdat er na mij ook weer gegadigden zijn. Maar het kan natuurlijk altijd voorkomen dat iemand een onbekender boek reserveert terwijl ik het aan het lezen ben. En ik probeer er wel voor te zorgen dat ik een combinatie van populaire en minder populaire boeken reserveer (zodat ik de minder populaire vast kon lezen terwijl ik wacht op de populaire), maar in dit geval kwamen er ineens een paar boeken vrijwel tegelijk binnen, dus ik moest aan de bak :)

Natascha van Weezel – Thuis bij de vijand
Er staan inmiddels ook boeken op mijn verlanglijst waarvan ik niet meer weet waarom ik ze wilde lezen. Soms gooi ik ze er dan af, soms lees ik ze. Van dit boek kon ik het me dus niet herinneren. Het is ook alweer een paar jaar oud, waardoor het misschien op sommige vlakken achterhaald is (zeker gezien recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten, waar ik niet veel van weet, want ik probeer nog steeds het nieuws zo min mogelijk te volgen in verband met mijn mentale gezondheid). De ondertitel is ‘Moslims en joden in Nederland’, en het gaat inderdaad over hun contact en het gebrek daaraan. Voornamelijk vanuit Joods perspectief, want dat is de achtergrond van Van Weezel en haar stukken zijn persoonlijk. Ze bevindt zich vaak een beetje tussen iedereen in en gaat met haar wens om de dialoog te zoeken in tegen veel andere bewegingen in de samenleving. Lastig, want daardoor krijgt ze vaak kritiek van zowel joden als moslims. Heel interessant! Sommige mensen lijken alles graag zwart-wit te willen zien. Sommige dingen waren voor mij wel lastig om te volgen, omdat ik weinig weet van de geschiedenis van Israël.

Roxane van Iperen – ’t Hooge Nest
Dit is dus zo’n populair boek. En ik snap helemaal waarom. Het is een ongelooflijk verhaal. De auteur van dit boek ging in een nieuw huis wonen (’t Hooge Nest in het Gooi) en ontdekte daar toen allemaal schuilplaatsen en spullen van onderduikers. In dit huis bleken Janny en Lien Brilleslijper, twee Joodse zussen, allerlei onderduikers te hebben opgevangen. Zijzelf woonden er officieel met hun gezinnen. Op zich al levensgevaarlijk, want Janny had zich niet laten registreren als Jood en Lien woonde er onder een valse naam. O, en Liens man was een Duitse deserteur. Ik weet niet precies meer hoeveel onderduikers ze hebben opgevangen, maar meer dan tien mensen verbleven er permanent, onder wie hun ouders en broer. De flaptekst heeft het over een van de grootste onderduikadressen van Nederland, en over het onvermijdelijke verraad. Van Iperen heeft het geschreven als roman vanuit Janny, maar de historische informatie klopt. Ik vind het altijd al heel indrukwekkend als iemand zoveel onderzoek heeft gedaan voor een boek, maar dit gaat nog een stap verder, doordat het zo’n geloofwaardig boek is geworden, terwijl ze onvoorstelbare dingen meemaken. Zo knap, en het is ook zo goed opgebouwd. De historische gebeurtenissen zijn heel goed te volgen (ook als je weinig voorkennis hebt, denk ik), maar nergens is sprake van infodump. Ik had echt het idee dat ik heel dicht bij Janny kon komen, terwijl ze haar verhaal dus niet zelf vertelt. Het verhaal heeft me diep geraakt, wat zijn sommige mensen toch ongelooflijk moedig.

Casey McQuiston – Rood, wit & koningsblauw
(Red, White and Royal Blue, vertaald uit het Engels door Erica Disco)

Bij dit boek moest ik me haasten, want het moest vrij ineens terug. Amy Florence tipte dit boek in haar vlog. Amy is een Britse vrouw die vooral vlogt over breien en haar bedrijf (ze is een indie dyer, oftewel ze verft garen), maar ze praat ook wel over haar (krakkemikkige) huis in Schotland en de boeken die ze leest. In het begin vond ik haar nogal schreeuwerig, maar ik ben aan haar gehecht geraakt, ik vind het bewonderenswaardig hoe ze het redt in haar eentje en ik word vaak vrolijk van haar verhalen. Alleen de vlogs met haar moeder sla ik over, want ik versta die vrouw gewoon niet. Ik weet nog steeds niet of Amy zelf bij de regenbooggemeenschap hoort, maar ze is in ieder geval een ally en groot fan van queer YA. Dat laatste ben ik zelf niet per se, maar dit boek klonk wel leuk. Het gaat over Alex, de zoon van de president van de VS, en Henry, een Britse prins. Alex’ moeder wil graag herkozen worden, dus het is van belang dat de reputatie van het presidentieel gezin en de internationale betrekkingen goed zijn. Helaas ligt Alex juist enorm in de clinch met Henry, wat er onder andere voor zorgt dat ze over de grond rollen tussen de restanten van een gigantische bruidstaart. Beide families besluiten dat Alex en Henry moeten doen alsof ze het goedmaken en juist beste vrienden zijn, in de hoop de imagoschade te kunnen beperken. Daarbij slaat de vonk over, wat uiteraard voor allerlei nieuwe problemen zorgt.
Leuke romcom! Het gaat wel vrij veel over de Amerikaanse politiek, over rally’s en voorverkiezingen en zo, waar ik niet enorm in geïnteresseerd ben. Gewoon een boek om lekker even te lezen. Ik weet zelf natuurlijk ook niet hoe seks tussen twee jongens kan zijn, maar ik vond op dat punt niet alles even realistisch. Hun relatie is echter wel heel leuk, en de vertaling leek me goed, al had ‘taartastrofe’ (iets als cake-astrophy in het origineel, neem ik aan) wat mij betreft ook best ‘debaksel’ mogen zijn (altijd fijn, dat soort vertaalkwesties).

Aafke Romeijn – Concept M
Dit boek begint met een voorlichtingsfolder voor patiënten met kleurloosheid. Dan heb je mij al bijna, want ik ben gek op van dit soort documenten in fictie (mits ze goed geschreven zijn, en dat zijn ze hier voor een groot deel). Kleurloosheid is een erfelijke aandoening, steeds meer mensen in Nederland zijn kleurloos. Ze moeten voortdurend medicatie (kleurstof) gebruiken en hebben fysieke beperkingen, waardoor ze bijvoorbeeld ook minder goed in staat zijn om te werken. Dit kost de samenleving steeds meer geld, er dreigt een onhoudbare situatie te ontstaan. In de parallelle werkelijkheid van dit boek is er nog maar een politieke partij in Nederland (de Middenpartij), zijn zorgverzekeringen genationaliseerd en wordt het land geleid door een corrupte minister-president. Zoals je al kunt aflezen aan de omschrijving, is dit een erg politiek boek. Razend knap hoe Romeijn een volledig andere politieke situatie uit de grond heeft gestampt, inclusief geschiedenis en met aandacht voor de rol van de media. Dat is echter niet mijn favoriete onderdeel van het boek, ik vond de passages over die minister-president zelfs vrij saai. De hoofdpersoon van het boek is de kleurloze Hava. Waar haar moeder ervan geniet om overal in de media op te komen voor de belangen van kleurlozen, ziet Hava nog maar een oplossing: kleurloosheid moet verdwijnen om de maatschappij te redden. Hava besluit te beginnen bij zichzelf, geholpen door een terreurgroep. Het is een raamvertelling, waarin Hava op weg is naar het ziekenhuis in Nijmegen om haar ‘concept’ om te laten zetten naar M. Dat betekent dat ze stopt met het gebruiken van kleurstof en binnen 48 uur zal overlijden. Terwijl ze onderweg is, blikt ze terug op alles wat tot deze autorit heeft geleid. M. vatte dit samen als: ‘het gaat de hele tijd alleen maar over die auto waar ze zo’n fan van is en de verschillende snelwegen’, maar ik vond dat best meevallen (we zijn beiden geen fan van autorijden). Het werkt goed als houvast. De auteur heeft net als ik in Utrecht gestudeerd (volgens mij hebben we zelfs wel eens hetzelfde college gevolgd) en daar woont Hava ook, dus ik herkende veel locaties. Verder kan ik alleen maar zeggen: dat einde! Ik vond het al een goed geschreven, vermakelijk boek, maar op een gegeven moment gebeuren er dingen waardoor alles ineens helemaal anders wordt. Je moet zelf lezen wat, maar ik werd er in ieder geval héél enthousiast van. Ik zit nu ook echt te wachten op haar nieuwe boek 7B, dat niet echt een vervolg schijnt te zijn, maar toch ook weer wel, omdat het zich afspeelt in dezelfde wereld.

Erna Sassen – Er is geen vorm waarin ik pas
Dit boek had ik willen lezen toen ik zelf op de middelbare school zat, maar ook nu nog is het zeer de moeite waard. Het gaat over Tessel, die is vastgelopen op school, waardoor met haar is afgesproken dat ze even niet zoveel hoeft, als ze maar een begin maakt aan haar profielwerkstuk. Ze wil een cd maken, maar eigenlijk ook weer niet, want ze vindt haar liedjes te persoonlijk. Ze heeft een moeder die haar niet begrijpt, een beste vriend die ze niet meer ziet, maar als je op dat soort puberproblemen focust, doe je het boek tekort. Ze heeft bijvoorbeeld ook contact met de moeder van een overleden meisje, terwijl ze dat overleden meisje niet eens kende (zoals die moeder later pas ontdekt). En dan is er nog die ene docent. Ook in dit boek kom je er gaandeweg achter wat er (ongeveer) is gebeurd, dus ik houd het wederom wat vaag. Dat doet de auteur voor een deel ook, en dat is precies wat ik zo goed vind aan dit boek. Ze is blijkbaar absoluut niet bang dat lezers het niet zullen begrijpen of afhaken door de fragmentarische stijl. En je lezers serieus nemen (ook als je doelgroep jong is), dat is een van de beste dingen die je als auteur kan doen (hoe moeilijk dat soms ook is). Zo wordt nergens expliciet gezegd wat er precies met Tessel aan de hand is, terwijl je de indruk krijgt dat er aardig wat met haar aan de hand is. Tessel zelf is leidend en je merkt het wel als lezer. Ook al gaat het voor een groot deel om totaal andere ervaringen, ik had sterk het idee: ja, zo was het. En dat komt niet zo vaak voor.

Boeken

G. Hogesteeger en R.A. Korving – De juffrouw van de telefoon

Dit boek stond al lang op mijn lijst, maar het is uit 1993, dus niet zo goed meer verkrijgbaar. Ik bleek het wel te kunnen lenen in de bibliotheek tegen een euro reserveringskosten, want het moest uit Veenendaal komen. Ik kreeg bericht dat het voor me klaarstond, dus ik ging naar de bibliotheek om het op te halen. Het afhalen werkt bij ‘mijn’ vestiging niet zo geweldig. Er mogen drie mensen tegelijk zijn, en je moet een mandje meenemen zodat je mee wordt geteld. Eerst moet je al moeite doen om de ongebruikte mandjes te spotten vanuit het halletje, en als je dan naar binnen gaat omdat er nog mandjes zijn, blijkt steevast dat er allerlei mensen zonder mandje rondlopen. Nu is dat mandje ook best loos, aangezien je niet bepaald een grote afstand hoeft af te leggen met je boeken. Je haalt ze uit de kast, zet ze op je pasje en vertrekt. Of dat is de bedoeling. Toen ik dit boek probeerde te lenen, verscheen op het scherm de mededeling dat het niet geschikt was voor zelfservice. Er hing ook een briefje met ‘Wij zijn er wel, druk op de bel!’ of iets dergelijks, dus ik drukte op de bel en wachtte af. Al snel kwam er een medewerkster aangesjokt, die onmiddellijk zei: ‘O, dat boek uit Veenendaal, nee, daar gaat het niet mee.’ Oké, als je dat al weet, waarom zet je het dan in de afhaalkast en wacht je tot ik erachter kom dat ik het niet mee kan nemen? Ik vond het niet erg klantvriendelijk (of coronaproof). Maar goed, ze zette het toen wel alsnog op mijn pasje.

Het was zeker een welbestede euro, het was alsof ik een tentoonstelling bezocht (wat nu natuurlijk niet kan in het echt), ook doordat er veel leuke foto’s in het boek staan. Het boek is dan ook ooit verschenen in het kader van een gelijknamige tentoonstelling in het voormalige PTT Museum. Het is gewoon fascinerend, zo’n verdwenen beroep uit een totaal andere wereld. Ik vond het ook erg grappig dat er aan het eind een stukje in stond over hoe het ‘nu’ (dus in 1993) was, ook dat is anno 2021 natuurlijk totaal achterhaald. De opbouw van het boek vond ik wel wat rommelig, een aantal keer ging ik opzoeken hoe iets werkte, terwijl dat later nog aan bod bleek te komen. En ik had graag meer gelezen van/over de geïnterviewde telefonistes. Ze worden wel geciteerd, maar steeds erg kort. Daarnaast worden ze alleen anoniem opgevoerd, dus erg persoonlijk wordt het nergens. Ik had veel meer willen lezen over hun leven, maar dat zal niet de insteek van het boek geweest zijn.

Wel een domper was dat de tekst op een bepaald punt nogal antisemitisch leek, en op een ander punt homofoob. Zo was er een vrouw, Betty Biegel, die een hoge positie had bij de PTT en zich bezighield met het testen van telefonistes en het ontwikkelen van trainingen en dergelijke. De psychometrie was toen in opkomst, en het was uitzonderlijk dat een vrouw zo’n hoge positie had bij de PTT. Het ging in de tekst voornamelijk over dat het zo’n moeilijk mens zou zijn geweest, en er werd gemeld dat haar onderzoeksmethoden na de oorlog nauwelijks nog werden gebruikt. Ze is gestorven in 1943. Ze was Joods. Goh, hoe zou het komen dat er na de oorlog niets meer van haar werd vernomen? Ik vond het heel vreemd dat ze dat ze haar lot zo in het midden lieten.
En dan was er de passage die ging over meeluisteren naar gesprekken. Uiteraard mochten telefonistes dat niet doen, maar deden ze dat soms wel. Gesprekken tussen geliefden hadden de voorkeur, en dan was er nog de overtreffende trap:

Een enkele keer deed ook het toezicht mee en luisterde ‘met rode oortjes’ naar de gesprekken tussen twee lesbische vrouwen.

‘Het toezicht’ moest er onder andere op toezien dat dit niet gebeurde, maar in zo’n situatie telden de regels natuurlijk niet, moeten die lesbische vrouwen maar niet met elkaar bellen. Of zo.

Judith Koelemeijer – Het zwijgen van Maria Zachea

Dit boek had ik volgens mij alleen al eens geluisterd, voorgelezen door Hanneke Groenteman. Het was vorig jaar het geschenkboek van Nederland Leest, waar ook die schrijfwedstrijd bij hoorde. De uitgave is voorzien van wat extra informatie, Koelemeijer schrijft bijvoorbeeld over hoe het nu met de familie gaat. Heel interessant, al hadden de reacties van lezers van mij niet gehoeven.

Dit is zo’n goed boek. Het gaat over een katholieke tuindersfamilie met dertien kinderen, van wie Koelemeijer er twaalf heeft geïnterviewd (een zoon overleed jong). In 1989 krijgt hun moeder een hersenbloeding en besluiten ze samen voor haar te gaan zorgen, wat uiteindelijk jarenlang blijkt te duren. Dat verhaal is verweven met hun jeugdherinneringen. De kinderen verschillen veel in leeftijd en hebben uiteraard hun eigen kijk op de gebeurtenissen. Ik vind de opbouw heel knap en ik houd erg van haar stijl, iedereen komt zo mooi tot leven en de historische informatie is er perfect in verwerkt. Als je haar andere boeken Anna Boom en Hemelvaart nog niet hebt gelezen, moet je dat zeker ook doen. Het is makkelijk om aan te haken bij haar oeuvre, want ze moet natuurlijk veel research doen voor haar boeken. Ik weet dat ze nu bezig is aan een boek over Etty Hillesum, daar ben ik ook erg benieuwd naar.

Splinter Chabot – Confettiregen

Soms wil ik een boek erg graag goed vinden. Splinter Chabot lijkt me zo sympathiek, ik vond hem zo leuk in Wie is de Mol en dit is letterlijk en figuurlijk een knalroze boek. M. was ook behoorlijk enthousiast, en toen las ik het en viel het me toch een beetje tegen. Deels komt dat denk ik doordat ik mezelf niet echt zie als de doelgroep. Ik had het idee dat het vooral voor jongeren is bedoeld. Er wordt over gezegd dat het zo’n belangrijk boek is omdat het laat zien hoe je (zelfs) in een tolerante omgeving met je seksualiteit kunt worstelen. Tja, als dat nieuws voor je is, dan lijkt het me een goed idee als je dit boek leest. Ik vond het ook lastig om me in de hoofdpersoon (die heet Wobie, maar het boek lijkt me sterk autobiografisch getint) te verplaatsen, het was me wat te elitair allemaal, en met drank overgoten. Ik vond het zeker leuk en interessant om te lezen, het komt authentiek over, maar ik werd niet weggeblazen. Dat kwam ook vooral door de stijl. Het zijn grote letters en korte hoofdstukken, dus dat vertekent een beetje, maar het boek had van mij echt wel wat dunner mogen zijn. Het staat vol vergelijkingen, en dan is het ook nog vaak zo dat hij eerst een aardige vergelijking maakt, dan nog twee mindere en het dan nog gaat uitleggen. Het dankwoord suggereert dat het eerst nog veel erger was. Als hij dat zelf al opmerkt, dan was het waarschijnlijk inderdaad erg. En ik weet als redacteur natuurlijk ook wel dat er grenzen zijn aan hoeveel je iemand kunt laten schrappen en dat je een auteur ook niet in een mal kunt/moet proppen waar hij niet in past. Maar toch. Voor mij als lezer was het wat te veel van het goede. Ik was trouwens wel ontroerd (ja, ik houd van dankwoorden, ja, ik lees die altijd) dat hij schreef dat hij bij ‘mijn vaders hand’ altijd alleen maar moest denken aan hoe hij de hand van zijn vader vasthield als ze samen naar school liepen. Dat verwijst naar de titel van het boek dat zijn vader Bart Chabot schreef over zijn eigen afschuwelijke vader. Het raakte me, terwijl ik dat boek niet eens heb gelezen. Het kan dus ook zonder extra uitleg!

Boeken

Vandaag heb ik weer drie boeken voor je. Geen slechte score, al zeg ik het zelf.

Selma Van de Perre – Mijn naam is Selma
(vertaald uit het Engels door Rebekka W.R. Bremmer)

Voor ik dit boek had gelezen, ging ik ervan uit dat het geschreven was door een ghostwriter. Iemand die zo oud is (Van de Perre is van 1922), kan die nog een boek schrijven? Ja dus. Dat alleen al is indrukwekkend, en de inhoud is dat nog veel meer. Van de Perre beschrijft in het boek haar leven, en dan vooral haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze raakte als Joodse vrouw betrokken bij het verzet en kwam uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück terecht. Het lukte haar om haar ware identiteit geheim te houden, en ze overleefde de oorlog. Na de oorlog vertrok ze naar Londen, waar ze nog altijd woont. Ze heeft heel lang niet over haar ervaringen gesproken en schreef haar manuscript in het Engels, omdat ze het voor een internationaal publiek had bestemd en dacht dat in Nederland alles over de oorlog wel zo’n beetje bekend was. Nou, ik heb er nog niet veel van dit soort boeken over gelezen. Het is inmiddels heel bijzonder om het vanuit de eerste hand te horen, over Joods verzet wist/weet ik weinig en ook over iets als onderduiken wordt toch een iets ander beeld geschetst. Hét onderduikverhaal is natuurlijk, ook voor mij, het dagboek van Anne Frank. Het is gemakkelijk om over het hoofd te zien dat sommige mensen die ondergedoken zaten soms nog buiten kwamen, bezoek ontvingen (vaak met alle rampzalige gevolgen van dien). Van de Perre is geen uitzonderlijk goede schrijver, maar haar verhaal raakte me erg en is vaak ook gewoon… spannend? Die term voelt heel misplaatst, omdat het allemaal echt gebeurd is en zo gruwelijk is, maar toch was het dat. Daarnaast komt ze over als ongelooflijk dapper en ook vaak heel sympathiek en realistisch, zo schrijft ze veel over dat ze geluk heeft gehad, over dat ze niet begrijpt hoe het mogelijk is dat ze bepaalde dingen heeft overleefd. Over de dingen die ze altijd bij zich zal dragen. Waaronder uiteraard het verlies van haar ouders, zusje en andere familieleden, vrienden en bekenden. We mogen dit nooit vergeten. Het manuscript is vertaald door Rebekka W.R. Bremmer en die moet dat heel goed hebben gedaan, in ieder geval kwam de vertelstem heel authentiek op mij over, passend bij de leeftijd en achtergrond van de auteur.

Miriam van Tunen – Van achter de kast
Dit boek stond ook al lang op mijn lijstje, maar had ik nog niet gevonden, en toen bleek het gewoon als e-book te leen bij de bibliotheek (ik doe privé nog altijd niet zoveel met mijn e-reader). Van Tunen beschrijft hierin hoe ze uit de kast komt als lesbische christelijke vrouw en hoe ze vervolgens haar weg vindt. Dit vond ik best een heftig boek om te lezen. Natuurlijk is mij wel bekend hoe er in bepaalde religieuze kringen over homoseksualiteit wordt gedacht, maar ik heb er zelf weinig ervaring mee. Het overviel me toch weer, hoe overtuigd haar vrienden, kennissen, mensen van haar kerk zijn van hun eigen gelijk, dat ze dan zeggen: nee, maar we houden echt heel veel van je, maar deze keuze die jij maakt… Het is voorwaardelijk, en zij bepalen de voorwaarden. Dat het serieus in mensen opkomt om dan te zeggen: nou, we moesten er natuurlijk wel lang over nadenken, maar jij én je ‘chick’ (ik citeer!) zijn helemaal welkom op onze bruiloft, hoor! Alleen willen we jullie wel vragen om niet met elkaar te dansen of te knuffelen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze dat soort voorstellen doen, het begrip dat ze ervoor verwachten. Van Tunen beschrijft heel mooi hoe ze hier aanvankelijk ver in meegaat en later niet meer. Ik ben dan ook benieuwd hoe het nu met de auteur gaat (het boek is al uit 2014), zeker omdat ik begreep dat ze inmiddels ook kinderen heeft. Overigens hoef je uiteraard niet in evangelische kringen te verkeren om bepaalde dingen mee te maken als lesbische vrouw, misschien was dat ook wel wat ik er confronterend aan vond. Ja, veel dingen die ze beschrijft hebben te maken met het feit dat ze bij een strikte geloofsgemeenschap hoort. Daar zijn nu eenmaal bovengemiddeld veel mensen die anderen hun bestaansrecht willen ontnemen, of op z’n minst een grote mond hebben over hoe anderen hun leven vorm zouden moeten geven. Daarnaast is het echter belangrijk om te benadrukken dat het ook daarbuiten vaak verre van ideaal is. Veel dingen worden goedgepraat, mensen kijken weg en ook hier volgt maar al te vaak een maar. Zo schrijft Van Tunen over de dansschool (volgens mij seculier) waar zij en haar vriendin stijldanslessen wilden volgen. Dat was prima, maar misschien zouden andere vrouwen zich ongemakkelijk voelen als ze met een van hen moesten dansen in plaats van met een man, dus of ze dan niet wilden wisselen. Exact dat verzoek hebben M. en ik ook gekregen, en ik hoop dat ik daar nu anders op zou reageren dan toen. Overigens hebben M. en ik bij die dansschool met plezier een aantal jaar gedanst, wisselden we in de praktijk wel en kwamen er later zelfs meer vrouwenparen. De dansschoolhouders vond ik erg sympathiek en verder helemaal niet homofoob, maar dat maakt het nog niet oké dat ze dat vroegen. Dat maakt het niet ineens fijn om altijd op te vallen, om de blikken en de vragen te krijgen. M. en ik wonen nu ergens anders, en als we ooit weer op dansles willen, begint dit van voren af aan. En dat is dan nog slechts één voorbeeld, en ook nog iets wat we makkelijk zouden kunnen vermijden, in tegenstelling tot talloze andere situaties.
Dit is meer iets voor een aparte blog, dus terug naar het boek. Ik vond het helaas wel bijzonder slecht geredigeerd. En/of slecht geschreven. Misschien is het zelfs helemaal niet geredigeerd? Dat verbaasde me, want het boek is regulier uitgegeven. Misschien hebben ze voor het e-book per ongeluk het verkeerde bestand gebruikt? Zulk soort verklaringen ging ik zoeken, want het was echt erg. Overal spelfouten, zinnen die alle kanten op gingen, vage verhalen, mails die volledig waren opgenomen, inclusief alle fouten… Ik krijg manuscripten onder ogen die er beter uitzien dan dit boek. Voor ik er iets mee heb gedaan, bedoel ik. Hoezeer ik haar ook het beste wens en hoe graag ik lesbische auteurs ook steun, als redacteur kan ik zoiets niet negeren.

Eric van ’t Zelfde – Superschool

Ik mag graag naar Dream School kijken (ook al snap ik dat sommige mensen zich afvragen of dit de beste opzet is en of dit op tv moet). Rector Eric van ’t Zelfde is mijn favoriet, ik kan niet zo goed uitleggen waarom, maar ik heb veel bewondering voor hoe hij het doet en ik vind hem vaak hilarisch. Hij bleek een aantal jaar geleden dit boek te hebben geschreven, waarin hij vertelt over zijn carrière tot nu toe. En dan vooral over hoe het hem en zijn team gelukt is om een middelbare school in Rotterdam-Zuid uit het slop te trekken. Ik lees sowieso graag over het onderwijs en ik vond dit een interessant boek. Van ’t Zelfde hoefde mij niet te vertellen dat docent op een middelbare school een zware baan kan zijn (dat is een van de dingen die hij wil laten zien), maar over het functioneren van directies en hemzelf ben ik wel nog meer te weten gekomen. En er staan een aantal heftige verhalen in het boek, waarin van ’t Zelfde ronduit heldhaftig optreedt. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat hij het zelf heeft geschreven, maar ik ben geneigd hem te geloven, onder andere omdat hij zichzelf op andere momenten allerminst spaart. Ik vond het best goed geschreven, in aanmerking genomen dat hij geen schrijver is. Soms was niet helemaal duidelijk waar het verhaal heen ging, en hij wil wel erg graag laten zien hoeveel hij weet van Engelse literatuur. En uiteraard had ik graag meer willen lezen over zijn tijd op een Schotse kostschool (want kostschool).

Boeken

Hanny Michaelis – Lenteloos voorjaar
(oorlogsdagboeken, bezorgd door Nop Maas)

Ik weet niet meer waarom ik deze dagboeken wilde lezen, ik denk dat ik er een keer een goede recensie over heb gelezen. Ik ken het werk van Michaelis eigenlijk niet, en wat ervan werd geciteerd in haar dagboeken sprak me niet echt aan. De dagboeken zelf vond ik wel mooi, al was het een hele zit (meer dan 900 pagina’s). En dit is alleen maar het eerste deel, en een selectie ook nog. Ik denk dat het tweede deel (De wereld waar ik buiten sta) nog interessanter is, omdat dat de periode verder in de oorlog beslaat. In deze dagboeken, uit 1940 en 1941, is alles nog redelijk normaal, zeker aan het begin, ook al is de familie Michaelis Joods. Hanny (ze is 18, 19 in deel 1) klaagt veel over haar ouders, ze hebben vrij veel ruzie. Dat raakte me, omdat haar ouders de oorlog niet hebben overleefd en dit dus hun laatste tijd samen is. Het is hoe dan ook vervreemdend om de dagboeken te lezen, omdat Hanny natuurlijk van de andere kant van de oorlog komt dan wij. Zij weet niet wat er nog gaat gebeuren.

De bezorger vertelt niet op basis waarvan hij dagboekfragmenten heeft geselecteerd. Een paar keer begreep ik zijn keuze niet helemaal, dan schreef Hanny bijvoorbeeld dat ze naar een feestje zou gaan en was het verslag van het feest zelf niet opgenomen. Maar ik heb de rest natuurlijk niet gezien, dus misschien zijn daar redenen voor. Het gaat wel écht heel veel over de jongens die ze leuk vindt en wat haar dromen zouden kunnen betekenen. Sowieso viel me op hoeveel ze zich bezighield met dat soort zaken. Het analyseren van dromen, maar zeker ook grafologie. En zo serieus ook, alsof het een echte wetenschap betreft (zo werd het toen misschien ook nog gezien?). Ze laat ook regelmatig haar handschrift door haar vader analyseren, dat je denkt: Eh, hij is je vader, je woont met hem in een huis, het is niet heel bijzonder dat hij dingen over je kan zeggen die kloppen… Maar verder kwam ze wel sympathiek op me over, slim, grappig en lekker stellig, zoals pubers dat ook in de jaren veertig al konden zijn.

Marian Rijk – Polderpioniers

Ik lees echt weinig fictie momenteel. Ik weet niet, het kan me niet zo boeien. Toen de bibliotheken nog open waren, kwam M. thuis met dit boek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar een goed geschreven familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis gaat er altijd wel in. En dat is dit zeker. Marian Rijk schrijft over haar eigen grootouders en andere voorouders, maar ze laat zichzelf niet voorkomen in het boek. Haar grootouders krijgen uiteindelijk een boerderij toegewezen in de Wieringermeerpolder. Dat lijkt erg op het verhaal dat Eva Vriend schetst in Het nieuwe land (dat gaat over de Noordoostpolder, maar ook in dat boek gaat het over grootouders van de auteur, en ook in dat boek is er sprake van een zeer strenge selectieprocedure). Verder gaat het boek ook over familieleden van nog langer geleden, waardoor het boek ook gaat over de negentiende eeuw. De negentiende en de twintigste eeuw zijn sowieso mijn favoriete eeuwen om over te lezen. Dit is een boek over het leven van gewone mensen, en die worden van dichtbij beschreven, alsof de auteur er zelf bij is geweest. Waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw (want ze kan simpelweg niet weten wat die mensen ooit tegen elkaar hebben gezegd), maar wel fijn om te lezen en ook heel toegankelijk. Ze verwacht niet dat je voorkennis hebt en de historische informatie is op een prettige manier met het verhaal verweven. Aanrader!

Dolf Verroen – Niemand ziet het
(Met illustraties van Charlotte Dematons)

Zoals M. steeds zegt: iemand die boven de negentig is en nog steeds in staat is om een boek te schrijven, verdient respect. Hoe dan ook.
In dit boek gaat Dolf Verroen terug naar 1947. Hij schrijft over de dertienjarige Victor, die weet dat hij op jongens valt, maar dat aan niemand durft te vertellen. Het is dan ook 1947. En dat geloofde ik ook echt, waarschijnlijk is het een voordeel dat de auteur die tijd heeft meegemaakt. Het boek is volgens mij ook geïnspireerd op zijn eigen leven, zij het niet puur autobiografisch. En de stem is apart, de stijl is heel eenvoudig, met korte hoofdstukken, maar niet erg modern, wat heel goed bij de beschreven tijd past. Ik was onder de indruk, al wist ik me niet goed raad met sommige clichés (moest Victor nu echt zo bezig zijn met kleding?) en viel het einde me wat tegen. Ik had het idee dat het verhaal daar pas echt begon, maar het is een kinderboek, dus het is niet meer dan logisch dat we Victor niet volwassen zien worden.

Boeken

Kom ik weer aan met boeken die ik tijden geleden heb gelezen. Ik weet dat het me goeddoet om mijn telefoon vaker weg te leggen en meer te lezen, maar soms lijkt het alsof ik vooral bezig ben om de gigantische ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount aan te vullen. En de lijst met boeken die (nog) niet in de bibliotheek te leen zijn. En dan wil ik ook nog mijn Sandbank Shawl afmaken en van alles zien op tv. En dit alles ‘moet’ voornamelijk in de avonden gebeuren, als het huis is opgeruimd en de kinderen in bed liggen. Het klinkt nu heel dramatisch, maar eigenlijk gaat het juist beter dan eerder, toen D. nog niet wilde gaan slapen zonder een van ons erbij. Nu zit vooral S. weer in een roepfase, waarbij ze vaak vrijwel meteen beweert dat ze niet kan slapen. Over de nachten heb ik het hier maar even niet.

Lucy Strange – Het geheim van het Nachtegaalbos
(The Secret of Nightingale Wood, vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders)

Dit boek kreeg ik van vriendin C. voor mijn verjaardag. De eerste vijftig pagina’s vond ik er weinig aan. Ik moest wennen aan de stijl en ik vond het vooral erg naargeestig. En dat blijft het ook wel. Het is een kinderboek, maar het gaat vrij expliciet over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de psychiatrie in die tijd. Daarnaast is het vooral een boek over rouw. Over hoe oneerlijk het leven kan zijn, dat iedereen anders omgaat met de dood en hoe dat mensen van elkaar kan vervreemden. Een notoir lastig thema voor mij. Verklaarbaar, en je zult mij altijd mijn best zien doen om het niet als excuus te gebruiken, maar lastig. Momenteel zelfs weer even extra lastig, dat mag je best weten.

Ik vond het een heel Engels boek, dat schatplichtig is aan de klassieke verhalen (vooral Alice in Wonderland) en daar ook nadrukkelijk aansluiting bij zoekt. Wat mij betreft iets te gretig. Ik ben er ook niet zo bekend mee. Uiteindelijk raakte dit boek me wel, soms onverwacht, in schijnbaar eenvoudige zinnen.

‘Je bent niet meer alleen mijn kleine zusje – je bent nu ook iemands grote zus. Onthoud dat goed.’
‘Een kort leven is ook een leven.’
‘Maar ik was bang dat ze er niet meer zou zijn. En ik was bang dat ze er wel zou zijn.’

Verder lezen Boeken

Boeken

Ik lees zo ongelooflijk weinig momenteel, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik vond dit bericht terug als concept, waaruit bleek dat ik toch nog wel een paar boeken had gelezen, zij het in een lange periode. Als ik erover schrijf, krijg ik soms weer meer zin in lezen, dus wie weet.

Rachel Hawkins – Her Royal Highness
(vertaald uit het Engels door Ella Vermeulen)

L. raadde me dit boek aan. Meisjes die verliefd worden op andere meisjes én een kostschool, dus je begrijpt, ik was er meteen voor in. Mijn indruk is nog steeds dat er vrij weinig ‘gewone’ boeken verschijnen met lesbische personages, laat staan over volwassen vrouwen (tenslotte ben ik al een tijdje geen young adult meer) of lesbische moeders. Er zijn mensen die anders beweren, maar als ik die om tips vraag, komen ze meestal met queerfantasy of queerhorror aanzetten, twee genres waar ik weinig mee heb. Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet goed op de hoogte ben van het Engelstalige aanbod dat niet wordt vertaald of te leen is in de bibliotheek, daar zou ik me misschien meer in moeten verdiepen.

Enfin, dit boek. Het is vooral een lief, zoet boek. Het bevestigde maar weer eens mijn vermoeden dat ik chicklit best leuk zou hebben gevonden als ik hetero was geweest. De Amerikaanse Millie ziet haar vriendin met een ander zoenen en vlucht weg naar een kostschool in Schotland. Daar deelt ze een kamer met Flora, een echte Schotse prinses die absoluut niet van plan is om het naar haar zin te hebben op de kostschool. Aanvankelijk kunnen Millie en Flora elkaar niet uitstaan, maar ja, ze zitten toch met elkaar opgescheept…

Helaas gaat het niet zoveel over de kostschool als ik graag zou willen (het kan nooit genoeg over de kostschool gaan). Daarnaast vond ik het storend dat er toch nog even expliciet benoemd moest worden dat Millie op meiden én jongens valt, terwijl verder uit het boek totaal niet blijkt dat ze bi is. Ik snap dat mensen die bi zijn ook graag boeken over zichzelf lezen, maar ik neem aan dat zij dan ook graag meer willen dan dat er alleen gezegd wordt dat iemand bi is. Dit lijkt me dan voor iedereen net niks. En ik vermoedde toch ook dat ze voorgesteld wordt als bi omdat het anders wel erg eng en moeilijk is voor de hetero’s. Ik zie dit soort ‘afzwakkingen’ net iets te vaak, ook bijvoorbeeld dat meisjes/vrouwen ineens toch ‘gewoon’ met een jongen/man eindigen en dat dat wel erg positief wordt voorgesteld, ze leefden nog lang en gelukkig met de natuurlijke orde hersteld. Er is al zo weinig, als ik dan eindelijk een lesbisch boek heb gevonden, mag het dan misschien een ‘echt’ lesbisch boek zijn? Bedankt.

Daarnaast was de Nederlandse vertaling helaas slecht geredigeerd. Ik lees zeker minder aandachtig als het niet voor mijn werk is, maar ik kwam zoveel fouten tegen dat ik op een gegeven moment aantekeningen ben gaan maken en de uitgeverij heb gecontacteerd.

Wim Daniëls – De lagere school

Luchtig boek met stukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen die met de lagere school te maken hebben (dus voor 1985, want toen werd het de basisschool). Gericht op babyboomers, maar toch ook wel leuk voor mij om even te lezen. Al wist ik veel al wel. Ook schokkend: sommige dingen herkende ik van mijn tweede basisschool (zoals van klein naar groot moeten gaan staan bij gym en dan eerst een paar rondjes moeten rennen), waaruit nog maar eens blijkt hoe belachelijk ouderwets die was. Ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Daniëls het zichzelf makkelijk had gemaakt door zijn Facebookvrienden te vragen om input en hun reacties vervolgens klakkeloos over te nemen in zijn boek. Niet alles wat zijn Facebookvrienden te vertellen hadden, was even interessant, en het boek richt zich daardoor ook behoorlijk op de lagere school in Brabant (ook wel weer grappig, aangezien mijn schoonfamilie uit dezelfde regio komt als de auteur en hem kent).

Shaun Bythell – Dagboek van een boekverkoper

Ik weet niet meer hoe dit boek op mijn leeslijst terecht is gekomen. Waarschijnlijk om de simpele reden dat ik geïnteresseerd ben in alles wat met het boekenvak te maken heeft. Tijdens mijn studie heb ik zelf ook in een boekhandel gewerkt, maar dat was zo’n grote boekhandel dat ik voornamelijk achter de kassa zat. Met veel plezier, overigens (en ik kan nu nog steeds goed boeken inpakken), maar dat was dus wel een totaal andere boekhandel als waar dit boek over gaat, want dat is een rommelige boekhandel in een klein plaatsje in Schotland waar ze voornamelijk tweedehandsboeken verkopen. Voor alle duidelijkheid: deze boekhandel bestaat echt, het boek is geschreven door de eigenaar, en hij beschrijft elke dag welke boeken hij verkoopt, inkoopt, de klanten, de medewerkers, zijn leven in het algemeen… Is dat niet saai? Eh… jawel. Soms wel. De meeste boeken die hij beschrijft kende ik niet, het is vaak bijzonder rustig in de winkel en zijn leven is niet bepaald spectaculair. Het had zeker wel wat, en ergens bleef ik benieuwd naar het vervolg, maar daar maakte het nawoord korte metten mee.

Elisabeth Leijnse – Cécile en Elsa, strijdbare freules

Dit boek had ik al eens eerder geleend van de bibliotheek en toen moest het terug en had ik misschien honderd pagina’s gelezen. Maar dit keer gingen de bibliotheken dicht en vond de Bibliotheek Eemland het te moeilijk ook maar iets te regelen voor haar leden, dus ik had dit keer ruimschoots de tijd om het uit te lezen. Serieus, ik ben daar zo in teleurgesteld, bij andere bibliotheken kon je nog boeken reserveren of een verrassingspakket ophalen of wat dan ook en hier was er gewoon niks, ik heb niet kunnen ontdekken wat ze maandenlang hebben zitten doen. Vlak voor ze weer open mochten, kwamen ze ineens trots melden dat het weer mogelijk was om gereserveerde boeken op te halen. Let wel, alleen boeken die mensen hadden gereserveerd vóór de coronacrisis, maanden eerder. Toen ze weer open mochten, kon dat natuurlijk niet meteen op de maandag dat ze weer open mochten, stel je voor, we moeten natuurlijk wel de tijd krijgen om dat goed voor te bereiden. Toen iemand op Twitter zich afvroeg wat de meerwaarde nog was van een lidmaatschap als ook niet-leden gratis e-books en luisterboeken konden lenen (een landelijke service tijdens de lockdown, dus ook daar zullen ze weinig werk aan hebben gehad), kwam er een reactie (die ik nu overigens nergens meer terug kan vinden) in de trant van dat het lidmaatschapsgeld sowieso weinig zoden aan de dijk zette en dat bibliotheken grotendeels uit algemene middelen worden betaald. Het Eemhuis is prachtig, ze organiseren normaal gesproken leuke activiteiten en S. gaat graag naar het voorlezen en knutselen (en ik ook, want ze lezen goed voor en hebben leuke tips), maar dit sloeg nergens op.

Goed, over het boek. Het is een biografie over twee adellijke zussen op basis van enorm veel brieven en documenten. Dankzij hun afkomst hadden ze relatief veel mogelijkheden, en ze waren in hun tijd (geboren in 1866 en 1868) behoorlijk bekend. Cécile als schrijfster en activiste, Elsa vooral als vrouw van componist Alphons Diepenbrock, hoewel ze ook de eerste logopediepraktijk van Nederland had. Het is een dik boek en ik moest er soms echt even doorheen ploegen, maar dat kwam vooral doordat het zo uitgebreid was en mijn gedachten veel afdwalen in deze tijd. Het is fijn geschreven en ik vond het over het algemeen heel interessant.

Sun Li – De zoetzure smaak van dromen

Ik vind nog steeds dat M. me weleens had mogen waarschuwen van tevoren dat de auteur in dit boek erg gedetailleerd schrijft over allerlei soorten onderdelen van dieren die worden gegeten. Ik eet geen vlees meer en kan nergens tegen, dus daar heb ik af en toe flink van gegruweld. Buiten dat vond ik dit een leuk boek. Sun Li beschrijft hoe het is om op te groeien als Chinees in Friesland. Het hele gezin helpt mee in het restaurant van haar ouders, maar als jongste dochter heeft zij ook nog andere dromen. Ze beschrijft vooral haar eigen leven, maar gaat ook wel in op de Chinese (eet)cultuur en racisme. Voor mij een onbekend perspectief, waar ik graag meer over te weten kwam.

Boeken

Zodat ook de laatste boeken van 2019 genoteerd staan.

Eva Vriend – De helpende hand

Ik heb een paar jaar geleden genoten van Het nieuwe land van deze auteur, over het ontstaan van Flevoland, en dit is haar andere boek. Volgens mij had ik er ooit al een deel van gelezen omdat mijn moeder het mee had genomen op een weekendje weg, maar ik herinnerde me er niet veel van en heb het nu dan helemaal gelezen. In vergelijking met Het nieuwe land vond ik dit een minder interessant boek. Het gaat over de geschiedenis van de gezinszorg in Nederland. Het uitgangspunt is wel mooi: de moeder van de auteur werkte vroeger als gezinshulp en hun gezin kreeg later gezinshulp omdat de moeder kanker had en daaraan overleed. De passages over de opleiding van de moeder vond ik het leukst, denk ik (ze zat intern, hè, met alles wat naar kostschool neigt wek je mijn interesse). Vriend gaat echter ook uitgebreid in op alle verschillende organisaties die gezinshulp boden (dat waren er dankzij de verzuiling heel wat) en op de financiering door de jaren heen. Daarnaast merkte ik dat ik het lastig vond om me voor te stellen dat het een tijd volstrekt normaal werd gevonden dat mensen zoveel hulp kregen als de moeder van een gezin uitviel. Het boek gaat natuurlijk ook juist over de opkomst van de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving, je moet rekening houden met de positie van de vrouw destijds en het feit dat het huishouden meer tijd kostte, maar… laat ik zeggen dat ik blijkbaar meer gewend ben aan de participatiesamenleving dan ik van tevoren dacht.

Geert Mak – De eeuw van mijn vader

Ik moest me uiteindelijk nog haasten om dit (dikke) boek uit te krijgen voor het terug moest naar de bibliotheek, maar het is gelukt! Ik was ooit weleens gestrand in Hoe God verdween uit Jorwerd, verder had ik nog niets van Mak gelezen. Ik ben hier ook rijkelijk laat mee, want dit boek is inmiddels al twintig jaar oud. Aan de hand van de levensgeschiedenis van zijn vader en andere familieleden beschrijft Mak de geschiedenis van de twintigste eeuw. Die invalshoek betekent een hoop over het geloof (de vader was een gereformeerde dominee) en Nederlands-Indië, want daar woonde de familie lang. Ik vond dat sommige familieleden opvallend positief naar voren kwamen, maar het is natuurlijk ook nadrukkelijk de geschiedenis aan de hand van de familiegeschiedenis, geen objectievere werkwijze. Al met al vond ik het toch een fijn boek.

Helene Hanff – Charing Cross Road 84
(84 Charing Cross Road, vertaald uit het Engels door Barbara van Kooten)

Ik was niet van plan om dit boek te lezen, ik zag het staan in de bieb toen ik op zoek was naar een ander boek en nam het mee. Het is een dun boek, dat scheelt. Het zijn brieven die een Amerikaanse auteur stuurde aan een antiquarische boekhandel in Londen vanaf de jaren veertig, en brieven die de boekhandel terugstuurde. Echte brieven, voor zover ik weet. Aanvankelijk bestelt Hanff daar vooral boeken, maar later worden de brieven persoonlijker en stuurt ze voedselpakketten omdat in Engeland zo’n beetje alles nog op de bon is na de Tweede Wereldoorlog. Haar brieven worden vooral beantwoord door ene Frank, maar later gaan ook andere medewerkers haar schrijven. Ik vond het niet zo geweldig als dit misschien klinkt, en de vertaling ademde jaren tachtig (logisch, aangezien het toen vertaald is), maar het gegeven fascineerde me wel. Er blijken overigens ook een toneelstuk en een film van te zijn (ik had weer eens nergens van gehoord), dus ik ben daar zeker niet de enige in.

Boeken

Ik heb van meerdere mensen gehoord dat ze mijn dagboekjes graag lezen. Helaas, jongens, komt er eindelijk weer iets online, is het zo’n saaie boekenblog. Hopelijk binnenkort meer.

Lieve Joris –Terug naar Neerpelt

Ik lees niet zo graag reisverhalen, dus ik kende het werk van Lieve Joris eigenlijk helemaal niet. Haar naam wel, ik weet nog dat ik die zo vreemd vond vroeger. Die naam als een aanhef, en dat ik door Joris nooit kon onthouden of het een man of een vrouw was. Vorig jaar las ik dit interview met haar in Volkskrant Magazine, en toen werd ik toch wel heel benieuwd naar dit boek. Al was het alleen maar omdat ik over Vlaanderen wél heel graag lees.
Dit boek gaat over haar eigen familie en ik vind het erg goed (dit is weer niet bepaald een geheime tip van een kenner, het is bijvoorbeeld ook genomineerd voor de BookSpot Literatuurprijs). Joris groeide op in een grote Vlaamse katholieke familie, met acht broers en zussen. De familie heeft vooral veel te lijden gehad onder haar oudste broer Fonny, die aan de drugs verslaafd raakte en iedereen terroriseerde en manipuleerde, maar het boek gaat ook over andere familieleden (bijvoorbeeld over haar bomma, met wie Joris een speciale band had). Ik heb een paar keer gefrustreerd geroepen dat er een stamboom voor in het boek had moeten staan, maar dat is zo’n beetje mijn enige klacht. Het is prachtig geschreven en ik begreep het gewoon allemaal zo goed. Waarom ze zo graag weg wilde uit dat dorp en later zo weinig kwam, waarom ze zich nog steeds schuldig voelt over bepaalde dingen, hoe moeilijk de relatie van haar ouders was met elkaar en zo’n beetje alle kinderen. Het is ook een heel eerlijk boek, ze spaart zichzelf niet, en ik vind het heel knap dat ze duidelijk weet te maken waarom er ondanks alles toch ook een bepaalde aantrekkingskracht uitging van Fonny, hoe hij dan telkens toch weer van alles voor elkaar wist te krijgen. Het heeft (logischerwijs) erg lang geduurd voor ze dit verhaal vertelde, maar wat is het de moeite waard.

Benjamin Ludwig – Ginny Moon heeft gelijk
(Ginny Moon, vertaald uit het Engels door Mieke Trouw)

Volgens mij zat er ooit een keer een voorpublicatie van dit boek in een of andere goodiebag en kwam het zo op mijn leeslijst terecht. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niet zoveel van, maar ik leende het uit de bieb, begon erin en kon het niet meer wegleggen. Ik heb het binnen 24 uur uitgelezen, en dat is tegenwoordig echt uitzonderlijk voor mij. Een compliment aan de vertaler is ook zeker op z’n plaats.
Ginny is een meisje van veertien jaar met autisme. Ze zit inmiddels in haar derde pleeggezin. Daar gaat het eigenlijk vrij goed met haar. Zoals zoveel dingen ziet Ginny dit echter totaal anders. Zij zet alles op alles om in contact te komen met haar biologische moeder, hoe onveilig dat ook voor haar is, omdat ze iets heel belangrijks uit moet zoeken. Ondertussen zal er ook veel veranderen in haar pleeggezin, omdat haar pleegmoeder in verwachting is.
Boeken over mensen met autisme zijn inmiddels zowat een apart genre, denk bijvoorbeeld aan Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon en de Rosie-boeken van Graeme Simsion. Ik vind het bij zulk soort boeken altijd moeilijk om geraakt te worden door de hoofdpersoon, ze blijven vaak wat op afstand en gedragen zich niet per se sympathiek. Dat was in dit boek niet anders. Maar ik werd gegrepen door het verrassende verhaal en ik geloofde het, hoe onwaarschijnlijk ook. Daarnaast was ik ook erg onder de indruk van hoe er informatie bij de lezer komt via het perspectief van Ginny. In dit soort boeken is het natuurlijk al snel dat je als lezer bepaalde dingen anders bekijkt dan de hoofdpersoon, maar neem Ginny’s pleegouders. Ginny vindt die voornamelijk irritant, want ze dwarsbomen haar pogingen om met haar biologische moeder in contact te komen. Maar ook al is het verhaal vanuit Ginny geschreven en ziet zij het probleem niet, toch krijg je op de een of andere manier mee hoe Ginny hen tot wanhoop drijft met haar gedrag.
De auteur heeft blijkbaar samen met zijn vrouw vroeger ook een tiener met autisme opgevangen, dus misschien dat hij daarom zo goed weet neer te zetten wat de pleegouders doormaken, maar doe het maar eens. In je eerste boek.

Trudy Coenen en Louise Koopman – Spijbelen doe je maar thuis

Ik zou het waarschijnlijk nog geen dag uithouden voor de klas, dus respect voor iedereen die dat wel lukt. Dat vooropgesteld. Ik lees wel graag over onderwijs, vandaar dat dit boek op de leeslijst terecht was gekomen. Trudy Coenen werkt al ontzettend lang als lerares Nederlands op een zwart vmbo in Amsterdam en vertelt in dit boek wat ze zoal meemaakt in haar werk. Of eigenlijk vertelt Louise Koopman dat, maar dat is niet op te maken uit het omslag (op de titelpagina staat haar naam wel). Je begrijpt, bij zo’n constructie is de nieuwsgierigheid van deze redacteur onmiddellijk gewekt. Het komt er volgens mij op neer dat Koopman een boek heeft geschreven op basis van wat Coenen haar heeft verteld. Het nawoord vond ik veelzeggend. Daarin las ik dat sommige meelezers vonden dat Coenen naar voren kwam als iemand die wel érg vol was van zichzelf (of iets dergelijks, het boek is inmiddels al terug naar de bieb). Of dat niet wat minder kon. Ik deelde die mening. Coenen vond niet dat het anders moest, zo blijkt uit het nawoord. En dat past dan weer precies bij hoe ze in het boek naar voren komt. Het is zonder meer indrukwekkend wat ze allemaal meemaakt met haar leerlingen en voor elkaar krijgt, dat moet ik benadrukken, dat maakt het boek toch heel interessant om te lezen. Ze kwam alleen niet zo sympathiek op mij over, ze wil wel erg graag vertellen welke bekende Nederlanders ze allemaal heeft ontmoet (en ingeschakeld), vooral dankzij het feit dat ze Docent van het Jaar is geweest. Als je dit boek bijvoorbeeld vergelijkt met de columns die Marjan van den Berg ooit schreef voor Margriet (ook zij gaf Nederlands op een vmbo), dan vond ik die columns toch wel een stuk leuker, en dat komt vooral doordat Van den Berg met veel meer humor en de nodige zelfspot schrijft.

Emily St. John Mandel – Station Elf
(Station Eleven, vertaald uit het Engels door Astrid Huisman)

Er breekt een afschuwelijke pandemie uit en het grootste deel van de wereldbevolking sterft. Oké, hou maar op, dit is geen boek voor mij. Dat zou ik normaal gesproken zeggen. Maar ik had over dit boek gelezen in Volkskrant Magazine en dat sprak me aan. Niet per se dat het grootste deel van de wereldbevolking sterft, maar wel dat er dan een toneelgezelschap is dat langs de nederzettingen van overlevenden trekt. Eigenlijk is het ook een orkest, ze voeren stukken van Shakespeare op en maken muziek. O, dit vond ik zo’n goed boek. Alles past zo prachtig in elkaar, de verschillende personages, het leven voor en na de ramp, het is zo goed uitgedacht en mooi beschreven (ik ken het origineel niet, maar de vertaling moet wel erg goed zijn, anders zou het nooit zo fijn lezen). En de sfeer, de wereld ziet er na die pandemie natuurlijk onvoorstelbaar anders uit dan nu (alleen al dat er geen elektriciteit meer is, geen moderne communicatiemiddelen meer bestaan), maar het is zo makkelijk om er helemaal in mee te gaan. Het verhaal draait voor een deel om de mensen die stranden op een vliegveld als de griep net uitbreekt en hoe zij daar vervolgens een bestaan opbouwen, dat was denk ik mijn favoriete passage. Ik ben erg onder de indruk, dat mag duidelijk zijn. En de gruwelijkheid viel trouwens wel mee. Natuurlijk is het gegeven ontzettend gruwelijk, maar ze beschrijft niet heel gedetailleerd hoe iedereen crepeert of zo, waardoor het nog wel te hebben was voor mij. En er zijn ook genoeg stukken die zich afspelen voor de pandemie, voor als het je allemaal te veel aanvliegt. Dit soort verhalen zorgen er wel altijd een beetje voor dat ik… echt preppen wil ik het niet noemen, maar ik denk dan wel meer na over wat handig zou zijn om in huis te hebben. Ik richt me dan trouwens voornamelijk op de iets kleinere rampen en het idee van de overheid dat je je dan een paar dagen moet kunnen redden (terwijl zij alles zo’n beetje oplossen, het is beter voor mijn gemoedsrust om daarop te vertrouwen). Dat een boek dat kan veroorzaken, dat alleen al. Wat ik wel echt heel irritant vind: hoe vaak het voorkomt dat ik een boek van een auteur heel goed vind, meer van die persoon wil lezen en dan blijkt dat het volgende boek een horrorboek is of gaat worden. Sarah Waters, Audrey Niffenegger, Emily St. John Mandel dus, stop daar eens mee. Alvast bedankt.

Mette Eike Neerlin – Paard, paard, tijger, tijger
(Hest, hest, tiger, tiger, vertaald uit het Deens door Bernadette Custers)

En toen lag dit boek nog klaar. Ik was alweer een beetje uit m’n leesflow, maar dit boek leek een stuk dikker dan het is – grote letters, korte hoofdstukken, in een uurtje had ik het al uit. Het is een leuk verhaal, over een meisje, Honey, dat in vreemde situaties terechtkomt omdat ze zo’n beetje overal ja op zegt. Leuke details, interessante personages, onder wie Honeys zus Mikala, die een verstandelijke beperking heeft en wc-bordjes schildert op een sociale werkplaats. Honey komt per ongeluk op bezoek bij een terminaal zieke man in een hospice, waardoor ze natuurlijk tot diepe inzichten komt over het leven. In die zin vond ik het wel echt een jeugdboek. Ik spreek helaas geen Deens, maar de vertaling leek me goed, afgezien van bepaalde uitdrukkingen die ik niet zo geloofwaardig vond uit de mond van Honey (zoals ‘door de bank genomen’). En ik vond het opmerkelijk dat ervoor is gekozen om vwo te gebruiken, terwijl het verhaal zich overduidelijk in Denemarken afspeelt.

Boeken van de laatste tijd

Griet op de Beeck – Gezien de feiten

Dit Boekenweekgeschenk slingerde hier nog rond. Ik heb Vele hemels boven de zevende en Kom hier dat ik u kus gelezen, het toneelstuk van Vele hemels gezien (het heeft hier verder niets mee te maken, maar wat hadden we toen toch een fijne avond doordat we ingeloot waren voor de Flintmobiel*). Ik weet het nooit zo met Op de Beecks werk, soms weet ze me enorm te raken en soms vind ik het maar sentimenteel geneuzel. Ik vind het in ieder geval inspirerend hoe ze de woorden van journalist Andrew Solomon doorgeeft: Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen.

Het verhaal in Gezien de feiten, over een weduwe die naar Afrika vertrekt om vrijwilligerswerk te doen en daar een nieuwe liefde opduikelt, boeide me niet zo, maar de gesprekken, vooral die tussen de weduwe, haar dochter en schoonzoon, vond ik echt heel goed!

Esther Verhoef – Nazomer

Dit is gewoon een lekker boek, over een Brabants meisje dat uitgroeit tot een beroemde modeontwerper. Het boek springt steeds heen en weer in de tijd, van haar jeugd, waarin ze door iedereen wordt tegengewerkt, naar het heden, waarin ze te maken krijgt met de overname van haar label. Ik vond de passages uit het verleden leuker, maar de hoofdstukken zijn zo kort dat ik er hoe dan ook doorheen vloog.

Ik kreeg wel de indruk dat Verhoef niet zoveel van de modewereld weet (ik ook niet, hoor), dat bleek ook wel uit het dankwoord achterin. Het stoorde me echter niet enorm.

Nicole Krauss – Donker woud
(Forest Dark, vertaald uit het Engels door Rob van der Veer)

Dit is geen boek om telkens ’s avonds een stukje uit te lezen. Wat ik deed. Ik heb lang gedacht dat ik het niet uit zou gaan lezen, het lukte me niet om me op het verhaal te concentreren. Verhalen. Een over Jules Epstein, een oude, rijke man uit New York die vrijwel alles weggeeft wat hij bezit en dan verdwijnt in Tel Aviv. En een over Nicole, een schrijver uit New York met huwelijksproblemen (de parallellen met Krauss’ eigen leven zijn moeilijk te negeren), die ook in Tel Aviv terechtkomt.

Het hielp dat ik op vakantie wat langer achter elkaar kon lezen, maar ik vond het een ingewikkeld boek, vol filosofische bespiegelingen over het multiversum, het jodendom, en dan is er nog de theorie dat Franz Kafka zijn eigen dood in scène zou hebben gezet en naar Israël zou zijn geëmigreerd (toen begon ik er eindelijk lekker in te komen, ik had hier nog wel meer over willen lezen).

Ik was te veel aan het opletten om van dit boek te genieten, ook al waren er zeker mooie en interessante passages. Zo wordt de schrijver vaak herkend, er komen zelfs mensen naar haar toe om te vertellen dat ze hun kind naar een van haar personages hebben vernoemd. Als ze in de problemen zit, hoopt ze ergens dat zo iemand opduikt, en aan de andere kant ook weer niet, ‘want als lezers van nut worden voor schrijvers is er eigenlijk iets verdachts aan de hand’.

In mijn herinnering is De geschiedenis van de liefde wat toegankelijker, maar dat durf ik nu haast niet meer te herlezen, straks blijkt dat ik dat ook niet heb begrepen. Ik ben altijd de eerste die roept dat mensen niet bang moeten zijn dat ze gedichten niet begrijpen, maar kennelijk stel ik aan mezelf en romans toch andere eisen.

* Dan word je thuis opgehaald, ontvangen met koffie en taart, naar je plaats gebracht, aan het eind van de avond in je jas geholpen en weer thuisgebracht, je krijgt een programma enzovoort. Fantastisch om mee te maken.