12.

Toch weer gaan zingen. Ik zing graag en wilde er op zich wel wat meer over leren (want ik heb geen techniek), maar juist daar had ik in Utrecht een erg slechte ervaring mee. Het zal ongetwijfeld aan mij gelegen hebben, maar ik durfde daar niks, kon niks, vond iedereen veel te vlot en hip en daardoor eng en ben uiteindelijk na het eerste deel van de cursus met een rotgevoel afgehaakt. Dit was op het eerste gezicht net zoiets, maar een beginnerscursus van tien lessen leek me nog te overzien. En het was specifiek gericht op koorzang (dus minder solo zingen). En dit keer ging het wel goed. De docent en de andere cursisten waren aardig, de sfeer was gemoedelijk en positief, de groep was klein en het niveau was niet te hoog. Natuurlijk waren er lastige momenten, want ik kende daar niemand en je kunt veel dingen fout doen en iedereen hoort en ziet dat dan. En het is best fysiek, je moet je aandacht richten op wat er in je lichaam gebeurt en dat proberen te sturen, op commando spieren ontspannen. Niet vanzelfsprekend als je zo vastzit in je hoofd als ik.

Ik weet nu nog steeds niet wat ik ermee wil. Ik weet niet of ik bij een koor zou willen en bij welk koor dan. In januari start er weer zo’n cursus van tien weken, maar dan stromen er nieuwe mensen in die misschien nog nooit iets gedaan hebben met zingen/muziek, dus het is nog de vraag hoe de cursus er dan precies uit gaat zien. Misschien vind ik dat dan toch te veel herhaling, zeker omdat het muziektheoretische deel voor mij redelijk makkelijk was. Op zich was dat nu niet zo erg, kon ik even bijkomen van alle enge oefeningen terwijl er uitgelegd werd wat een octaaf was, maar om dat nu allemaal nog een keer te horen… En het instuderen van nummers vond ik het allerleukst, maar juist daar was relatief weinig tijd voor. Er is ook een vervolgcursus van een jaar, maar die begint pas in september. Zodra de docent zei dat hij mensen weleens afraadde om die te doen werd ik meteen weer onzeker, maar ik heb het opgelost, want mijn dilemma aan hem voorgelegd. Waarop hij aanbood dat ik in januari de eerste les mag komen om te kijken wat voor groep er dan is. Ik denk dat ik dat ga doen. En hij zei ook dat hij geen enkel probleem voorzag als ik de vervolgcursus wilde doen.

Ik weet het nog niet. Maar ik hoef ook niet alles meteen nu te weten en ik hoef niet overal echt iets mee te willen. Ik ben gewoon blij dat ik er tien keer met plezier naartoe ging en alles probeerde en dat sommige dingen lukten. Dat ik nu al iets meer kracht in mijn stem heb en het geleerde zelfs in de praktijk kon brengen toen ik op de Nacht van de Literatuur mocht optreden. Stond ik daar te aarden op een teil.

In de donkerste dagen deel ik 15 herinneringen aan 2015. In willekeurige volgorde, en zonder dat ik me druk probeer te maken over of dit wel echt dé momenten zijn en of ik ze wel goed over weet te brengen. Iedere dag een stukje, tot het 2016 is.

PS Dit is niet mijn eigen idee, maar dat van Marlou. Onder de hashtag #15of2015 vind je meer deelnemers.

13.

Dat het nog steeds gaat. Dat ‘laat ik gewoon eens proberen of het lukt’ hiertoe geleid heeft. En dat ik dat soms nog steeds ergens over kan zeggen. Dat veel opdrachten zo leuk zijn. Dat hoewel die #tegendebakker-tweets wel herkenbaar waren, ze voor mij zeker niet aan de orde van de dag zijn. Dat ik een opdrachtgever daarin gerust moest stellen.

Dat ik dit jaar in mijn eentje naar meerdere feestjes durfde. En het vaak oprecht naar mijn zin had. Dat mensen op feestje 1 het roerend eens waren over wat ze goed aan mijn werk vonden. Dat ik op feestje 2 was, ook al was het nogal overweldigend (er was een confettikanon, champagne en voor iedereen een goodiebag), en dat ik uiteindelijk precies wist waarom. Dat ik op feestje 3 in verwarring raakte doordat zoveel mensen me enthousiast aanspraken, doordat mensen die ik niet kende mij herkenden. Dat dat kwam doordat I. mijn bundel had gekocht en aan iedereen had laten zien.

Dat ik soms zoveel werk heb dat ik keuzes moet maken. Dat ik keuzes durf te maken. Dat ik zoveel thuis kan zijn. Dat het te combineren is met andere dingen, ook al lijkt dat soms helemaal niet zo. Dat ik kerstvakantie kan nemen. Dat mensen per se willen dat ík bepaalde opdrachten doe. En daarom ook bereid zijn op me te wachten of me tegemoet te komen. Dat mensen me vragen stellen. Dat ik nog steeds nieuwe dingen leer. Dat ik serieus genomen word. Dat ik mezelf serieus durf te nemen. Dat ik vertrouwen krijg. Dat ik vertrouwen heb.

In de donkerste dagen deel ik 15 herinneringen aan 2015. In willekeurige volgorde, en zonder dat ik me druk probeer te maken over of dit wel echt dé momenten zijn en of ik ze wel goed over weet te brengen. Iedere dag een stukje, tot het 2016 is. Vandaag iets over mijn eenmanszaak Verhalenloket.

PS Dit is niet mijn eigen idee, maar dat van Marlou. Onder de hashtag #15of2015 vind je meer deelnemers.

14.

DSC00243

Dit vest, dat ik dit jaar maakte en waar ik trots op ben. Het heet Hitofude, wat Japans schijnt te zijn voor ‘een enkele penseelstreek’. Omdat het volledig uit een stuk wordt gebreid. Dat soort weetjes. En dat soort patronen. Hoeveel leuker het is als je niet nog van alles in elkaar hoeft te zetten achteraf. Hoeveel makkelijker projecten op rondbreinaalden mee te nemen zijn. Hoeveel minder bang iedereen nu hoeft te zijn dat ik iemand per ongeluk een oog uitsteek.

Eindeloos op Ravelry zoeken naar het perfecte patroon, foto’s bekijken en stukjes lezen. Met S. overleggen. Breinaalden van bamboe. Garen uitzoeken in mijn favoriete wolwinkel. Erachter komen dat het heel fijn garen is om mee te werken en om te dragen (merino van Lana Grossa). Nog weten waar en wanneer ik ergens aan werkte. Midden in de nacht op Schiphol de eerste steken opzetten omdat we ‘s ochtends heel vroeg naar Kreta zouden vliegen en de incheckbalie nog niet open was.

In de donkerste dagen deel ik 15 herinneringen aan 2015. In willekeurige volgorde, en zonder dat ik me druk probeer te maken over of dit wel echt dé momenten zijn en of ik ze wel goed over weet te brengen. Iedere dag een stukje, tot het 2016 is.

PS Dit is niet mijn eigen idee, maar dat van Marlou. Onder de hashtag #15of2015 vind je meer deelnemers.

15.

DSC00017

Volkomen zen op het busstation bij de luchthaven van Heraklion, terwijl we uren moeten wachten omdat er een staking gaande is. Elke dag even kijken op het bord bij de lift wat de Vlaamse gehandicapten nu weer op het programma hebben staan, of ze eindelijk in het treintje mogen. Andere mensen horen klagen over het gebrek aan zeezicht terwijl ze ervoor betaald hadden en dan zelf zomaar zeezicht hebben. De hostess die zo graag duidelijk wil maken dat er inmiddels geen melaatsen meer op Spinalonga zijn. Meerdere keren minigolfen en tafeltennissen, gewoon omdat het kan. Samen logikwissen. Die ene fotograaf afwimpelen, en dat hij dan trots vertelt over zijn kennis van het Nederlands: ‘I know “tot ziens” and “doei”, which you probably want me to say right now.’ Meedoen aan het aquajoggen, en dat nog leuk vinden ook. Precies zien vanaf welk punt foto’s uit het oeroude reisgidsje gemaakt zijn. Op excursie naar de Imbroskloof als laatste opgehaald worden. En dus als eerste teruggebracht worden. En dus letterlijk uren korter in de bus hoeven zitten. Van tevoren uitgebreid in vier verschillende talen te horen krijgen dat je met medische klachten van welke aard dan ook onder geen beding de Imbroskloof in mag. Vervolgens iemand met een zuurstofslangetje in zijn neus zo die kloof in zien verdwijnen. Met hevige spierpijn (overgehouden aan de wandeling door de kloof) de dag daarna Knossos bezoeken. Nauwelijks die trappetjes op komen. Groepen stil zien staan bij een groot bord waarop staat dat groepen daar niet stil mogen staan. De spinazie-kaas-bladerdeegdingetjes die M. het liefst bij het ontbijt al eet. De toiletjuffrouw van het Archeologisch Museum die ons verwelkomt met: ‘Hello, how are you? Take a seat!’ Samen met een orthodoxe priester in vol ornaat op de bus wachten. De techniek onder de knie krijgen waarbij je je buskaartje stevig in je hand houdt en de chauffeur het doormidden scheurt. Mijn spuuglelijke strohoed, die toch weer mee mocht.

In de donkerste dagen deel ik 15 herinneringen aan 2015. In willekeurige volgorde, en zonder dat ik me druk probeer te maken over of dit wel echt dé momenten zijn en of ik ze wel goed over weet te brengen. Iedere dag een stukje, tot het 2016 is. Vandaag: de vakantie op Kreta in mei.

PS Dit is niet mijn eigen idee, maar dat van Marlou. Onder de hashtag #15of2015 vind je meer deelnemers.

Gastles

Rebecca had gevraagd of ik met haar studenten van Creative Writing aan de kunstacademie in Arnhem in gesprek wilde gaan over het redigeren van poëzie. En of ze dan een paar gedichten van mij mochten redigeren. Wanneer kun je zoiets nou doen? Ik anders nooit, dus ja, graag.

Ik vond wel dat het echt moest zijn. Natuurlijk hadden ze mijn bundel te lijf kunnen gaan, maar die is al af. Dan zou ik waarschijnlijk alleen maar bang zijn dat iemand een briljant idee zou opperen of een afschuwelijke fout zou ontdekken zonder dat ik er nog iets mee zou kunnen. En ik vond het in mijn master altijd vreselijk dat we zelden echt iets mochten doen. We werden vooral geacht dankbaar te zijn dat Beroemd Auteur X in onze les wilde komen en dat we zijn manuscript mochten lezen voor het boek in de winkel lag. En dat wás ook heel leuk en bijzonder, maar ze waren er altijd al een stuk verder mee dan de versie die wij te lezen kregen. Het was met mensen die echt bij uitgeverijen werkten, echte schrijvers, echte manuscripten, waar we dan voor spek en bonen iets over mochten zeggen. Alsof ze ons toch niet helemaal vertrouwden, hoe serieus we er ook mee bezig waren. Alsof wat wij erover te zeggen hadden nooit de moeite waard kon zijn.

Daarnaast was het nog steeds niet echt gelukt om te schrijven sinds ik mijn bundel aan het afronden was. Toen moest ik op een gegeven moment echt even stoppen met schrijven, met wachten op ‘dat ene briljante gedicht dat er nog bij moest’, omdat ik me moest concentreren op de teksten die er al waren, de laatste puntjes op de i moest zetten. En daarna was mijn bundel er, en toen kwam er even helemaal niets. Hoe moest ik verder na zo’n afgerond geheel? Het kwam dus heel goed uit dat Rebecca dit vroeg en dat ik vond dat ik met nieuw werk moest komen. Hopelijk lukt het ook nog eens als er niet twintig studenten op zitten te wachten, maar nu schreef ik in ieder geval relatief makkelijk drie nieuwe gedichten.

Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest verwachten, maar toen ik er eenmaal was, vond ik het niet echt eng. Sommige studenten wel een beetje, terwijl ik mezelf niet zo angstaanjagend vind en ze daar toch hele dagen over elkaars teksten praten. Maar dit was natuurlijk eenrichtingsverkeer met een onbekende, dus ik snap het ook wel.

De dynamiek met een klas is natuurlijk heel anders dan met één redacteur. Zodra iemand zei: ‘Dit begreep ik niet, hier kon ik niks mee’, was er eigenlijk altijd wel iemand anders die zei: ‘O, ik dacht dat ze dit en dit bedoelde.’ Zodra iemand zei: ‘Dit vond ik niet zo mooi’, iemand anders: ‘Ik juist wel!’ Oké, en dan? Doorvragen is belangrijk, ik denk ook dat het gesprek bij het redigeren van poëzie nog belangrijker is dan bij proza, omdat je nu eenmaal vaker moet vragen aan de dichter: ‘Bedoel je dit, is dit het effect dat je beoogt?’ Ze zouden wat mij betreft nog wat minder terughoudend mogen worden als redacteurs. Natuurlijk is het eng om je mening te geven, zeker als die niet zo positief is. Natuurlijk moet je respectvol omgaan met teksten van iemand anders. Maar deze dichter zit meestal aan de andere kant van de tafel en kan echt wel wat hebben. Er mag gelachen worden en van mij hoeft heus niet iedere zin te beginnen met: ‘Misschien zie ik het wel helemaal verkeerd, maar…’ De meerwaarde van een redacteur is juist: zien wat de schrijver niet (meer) ziet. De redacteur kijkt er per definitie anders naar, dus vertel me maar gewoon wat je ziet!

De een had wat meer aanmoediging en verduidelijkende vragen nodig dan de ander, maar ze vertelden het uiteindelijk wel. En dat was enorm waardevol. Natuurlijk twijfelde ik soms alle kanten op (levensecht, al zeg ik het zelf!), maar er werden ook opmerkingen gemaakt waar ik meteen iets mee kon. Mensen die zó exact formuleerden wat ik in een eerder stadium geschrapt had omdat ik dacht dat het te expliciet zou zijn, dat het bijna griezelig was. Opmerkingen waardoor ik meteen wist: Dit moet erin. Of juist: Dit moet eruit. Ik kan weer verder en ik vond het heel leuk om te doen. Het was een goede dag.

Vlasakkerloop

IMG-20151129-WA0001

Het voordeel van een loop eind november is dat ik dan minimaal tot eind november moet blijven lopen. Het nadeel van een loop eind november is dat de kans op slecht weer best groot is. En slecht weer was het natuurlijk, afgelopen zondag. Vrijwel het hele parcours was onverhard, dus dat was een grote blubberzooi. En ik ben al geen crossfan. Waarom deed ik ook al weer mee? In ieder geval om mee te vieren dat zus haar eerste 10k liep.

Vanaf de start was het al goed uitkijken en dringen op de iets drogere stukjes langs diepe plassen, dus ik had het idee dat het niet al te snel ging. We moesten ook nog een stukje omhoog, gelukkig stond bovenaan een klein meisje op en neer te springen: ‘Applausje, applausje!’ Ook mijn moeder en haar man (die later die dag de 10 Engelse mijl ging lopen) en M. waren als trouwe supporters weer van de partij. Bikkels.

Aan de aanmoedigingen lag het dus niet, en ik vond de doorkomsttijd met 30:24 nog verrassend goed. Toen begon het alleen ook nog te regenen. Al snel zag ik amper nog iets van het mooie landschap. Eigenlijk zag ik alleen nog maar een felgele schim voor me. Ah, daar was R. weer! Dus ik volgde haar maar gewoon. Gezien de omstandigheden ben ik heel tevreden over mijn tijd (1:00:07), maar werd wel voorafgegaan door de oncharmantste finish ooit, waarbij ik met compleet beslagen bril wegzakkend in de modder en half uitglijdend nog probeerde een eindsprintje te trekken. Op het finishfilmpje lijkt het heel erg mee te vallen, maar M. heeft me verzekerd dat dat bepaald niet de werkelijkheid benadert (van je vrouw moet je het hebben :)).

Andere voorbeelden van een loop eind november bleken trouwens achteraf: warme chocolademelk (dank je, mam!) en zonder schuldgevoel een hele poos in bad liggen met een bruisbal (dank u, schoonmoeder-sinterklaasje). Nu nog zien of ik mijn schoenen ooit nog enigszins schoon krijg…

Boeken van november

Ik zat een beetje in een leesdip deze maand. Ineens was geen een boek leuk of interessant genoeg. Dat overkomt me wel vaker, vooral als ik veel fictie aan het redigeren ben, maar dit keer weet ik eigenlijk niet waardoor het kwam.

wijleugenaars

E. Lockhart – Wij leugenaars
(We Were Liars, vertaald uit het Engels door Sandra van de Ven)

Ik had al het een en ander over dit boek gehoord en was nieuwsgierig geworden, dus dit boek bij de bibliotheek geleend. M. leest een stuk meer dan ik en was ook hier weer eerder aan toe. Haar oordeel ging van ‘Nou, dit hoef je niet te lezen’ naar ‘Lees het toch maar wel, want ik wil er met je over praten!’. Dus ik las het toch maar wel. Het was maar goed dat ik door M. wist dat er nog ‘iets’ stond te gebeuren in het boek, want ik weet eerlijk gezegd niet of ik het anders uit had gelezen. Het begin vond ik namelijk nogal saai, de personages zijn niet al te sympathiek en er is wat mij betreft echt iets mis met de spanningsboog. Maar dan ineens… Ja, dat zal ik dus niet zeggen, maar dan blijkt dus ineens wat er wél heel goed aan is, ik was er helemaal door van de kaart. Oordeel zelf.

dwarstegendekeerkoenen

Mieke Koenen – Dwars tegen de keer. Leven en werk van Ida Gerhardt

En toen kwam het bericht dat deze reservering voor me klaarstond in de bieb. Dat kan soms lang duren, en het komt zelden uit. Of ik ben allemaal andere boeken aan het lezen, of ik heb geen zin om dat boek op dat moment te lezen. En nu had ik dus überhaupt niet veel zin om te lezen. Toch het boek maar opgehaald. Een van de grote voordelen van de bibliotheek blijft dat die boeken ook weer uit je huis verdwijnen, bittere noodzaak in ons geval. Dit boek was ook na mij gereserveerd, dus ik had er drie weken voor. En het is nogal een dikke pil, bijna 650 pagina’s (en dan nog talloze pagina’s met noten en dergelijke). Ik wist al niet meer precies waarom ik het maanden geleden gereserveerd had, waarschijnlijk iets over gelezen. Het werk van Ida Gerhardt kende ik niet, afgezien van ‘De gestorvene’ (niet dat ik wist dat het zo heette, maar het is dat gedicht van ‘zeven maal om de aarde gaan’, zo’n rouwadvertentieklassier).
Ik zie een kleine trend, over Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer (zie hier) wist ik ook amper iets. Haar biografie beviel echter goed (ik heb inmiddels ook de film Nynke met plezier gekeken en veer nu iedere keer op als ik iets over Pieter Jelles Troelstra hoor, wat verrassend vaak is).
En die over Ida Gerhardt eigenlijk ook. Koenen is enorm gedegen, heeft voldoende kennis van klassieke talen (Ida was ook classica) en de afstand die nodig is om over zo iemand te schrijven. Die afstand had Ida’s geliefde Marie duidelijk niet, een van de redenen waarom hun relatie zo interessant was. Een andere reden daarvoor is dat ze er zelf zelden iets over loslieten, wat dan weer niet zo handig is in het kader van het boek. Ida heeft nogal een oeuvre, en iedere bundel komt in het boek aan bod, inclusief een bespreking van enkele gedichten en de reacties/recensies. Met name die besprekingen heb ik niet allemaal even grondig doorgenomen. Ida’s stijl wijkt enorm af van wat ik zelf maak, de meeste van haar gedichten zijn heel vormvast, met eindrijm. Het is ook niet per se mijn smaak. Ik geloof ook niet dat ze per se een heel sympathiek iemand was. En toch herkende ik dingen die ze vond over de literaire wereld, over erkenning. Ik raakte geïnspireerd door de discipline die uit het boek spreekt. En ik las weer.

Ik ren

Ik ren gelukkig vaker dan dat ik erover schrijf. Dat is al snel, dat klopt. Ik loop 1 à 2 keer per week, idealiter rond de 10 kilometer. Ik ben daar zelden tevreden over en heb er zelden zin in. Die hardloopverslaving laat nogal op zich wachten bij mij.

Misschien moet ik niet zo hard voor mezelf zijn (sowieso een verbeterpuntje). Want ik doe het wel. Ik heb eindelijk de gps op mijn telefoon aan de praat gekregen, dus dankzij Runkeeper weet ik precies hoe sloom ik ben, maar ik ren.

Een doel heb ik momenteel niet echt. Toen ik begon met hardlopen was mijn doel 10 kilometer kunnen lopen. Later werd dat: 10 kilometer kunnen lopen binnen een uur. Dat lukte afgelopen juni voor het eerst. Het is ongelooflijk hoe snel zoiets went. Ik wil me blijven realiseren dat 10 kilometer best ver is en dat ik dat zonder te trainen echt niet kan. Dat ik dat een paar jaar geleden echt niet kon. Ook als ‘iedereen’ op Facebook marathons loopt.

Eind augustus liep ik de Royal Run, ik was die dag nogal gestrest (over andere dingen), maar de run zelf was wel leuk, drie rondes om Paleis Soestdijk en door het bos daar. Ik vind niet dat hij telt voor mijn doel voor ooit ‘een wedstrijd lopen van meer dan 10 kilometer’, maar het was 10,5. Ik loop liever over verharde wegen, maar het ging best goed, het was gezellig met mijn familie en mooi weer. Ik liep de afstand samen met de man van mijn moeder, maar hij loopt normaal gesproken langere afstanden en is een stuk sneller. Ik liep meer dan twee rondjes recht achter mijn huisarts, alleen durfde ik haar niet aan te spreken, omdat ik niet helemaal zeker wist of ze het was (ze was het wel, want ze stond in de uitslagenlijst). Zou wel een gezonde indruk hebben gemaakt :) Er was ook iemand die alle afstanden (7 of 3,5 kon ook) meeliep met een Nederlandse vlag aan een stok, echt zwaar.

In september liep ik nog een keer 10 kilometer, bij de Halve van Hoogland. Begint ook al een aardige traditie te worden, met poffertjes na afloop. Daar liep ik ineens 55:35. Voor mijn doen is dat achterlijk snel. Ik start meestal langzaam en heb de 5 kilometer los nog nooit binnen het half uur gelopen, dus ik was al enigszins in shock toen ik na een ronde de klok zag. Ik vond al dat er verdacht veel strakke dames en mannen met van die lange kousen aan die wedstrijd meededen, dat zijn niet de mensen waar ik normaal gesproken tussen loop. Het laatste stuk was ook wel echt zwaar, ik moest steeds tegen mezelf zeggen dat het niet ver meer was en dat ik niet zou gaan overgeven.

Onder de 55 minuten zou leuk zijn, een langere afstand (15 km/10 mijl?) ook. Maar dat hoeft niet meteen nu. Ik hoop nu vooral dat ik weer vol kan houden in de winter (nog minder zin dan bij beter weer). Daarom toch ook maar ingeschreven voor deze loop. Eerste 10 voor fanatieke zus, dus ik ben benieuwd.

Boeken van oktober

hoeoverleefikgescheidenouders
Francine Oomen – Hoe overleef ik met/zonder gescheiden ouders?

Mijn zusje las de Hoe overleef ik-boeken altijd. En ik dan na haar ook. Vermakelijk, al ergerde ik me altijd aan de hoeveelheid puberproblemen die Oomen meende te moeten behandelen. Ongeloofwaardig veel, en vervolgens werden ze ongeloofwaardig snel opgelost, vond ik. In haar werk voor jongere kinderen lijkt meer ruimte te zijn voor fantasie en humor, ik vind dat dat haar beter ligt. De videoband van Saartje en Tommie hebben wij in ieder geval grijs gedraaid vroeger. Ik ben wel gefascineerd door haar succes en altijd nieuwsgierig naar wat ze maakt, en heb dan ook best veel van haar gelezen. Lena Lijstje vond ik leuk, maar mijn favoriet is het Kinderboekenweekgeschenk Het zwanenmeer, maar dan anders. Dat gaat ook over zware dingen (en dat mag ook gerust van mij), maar dan op een heel sprookjesachtige manier. Ik durf de 12+-boeken van Carry Slee (immens populair toen ik de doelgroep was) inmiddels dus niet meer te herlezen. Daarin was het helemaal een doffe ellende. Liep ook vaak niet goed af, dat moet gezegd.
Terug naar Oomen. Een paar jaar terug werd bekend dat er een vervolg kwam op de Hoe overleef ik-serie. Zogenaamd voor oudere kinderen. Ook dit moest een serie worden, maar met een andere naam (Rosa & Co) en met een ander uiterlijk. Tot nu toe is daar een deel van verschenen. Deels ook vanuit Rosa’s vriendje Neuz geschreven. Ik vond het ongeloofwaardiger dan ooit, en niet veel aan. Eerlijk gezegd had ik vooral het idee dat Oomen koste wat kost Rosa en Neuz met elkaar naar bed wilde laten gaan, en dat dat steeds maar niet kon omdat achtjarigen haar boeken verslonden.
Het opvallende is dat er weinig meer vernomen is over die met veel bombarie aangekondigde nieuwe serie. Wat de indruk wekt dat het een minder groot succes was dan gehoopt. Sterker nog, in plaats van een volgend deel in de Rosa & Co-serie, heeft Oomen nu een nieuw deel aan de oude vertrouwde Hoe overleef ik-reeks toegevoegd! Aangezien beide series op elkaar aansluiten, was er alleen voorafgaand aan de Hoe overleef ik-serie nog ruimte. Een heuse prequel dus. Die moest ik natuurlijk lezen om het plaatje compleet te krijgen. En ik heb me er wederom prima mee vermaakt. Al is dit boek nog een tikje belerender dan haar andere boeken, omdat de survivaltips nu afkomstig zijn van een kinderboekenschrijfster in plaats van van Rosa’s vrienden. Je hoort Oomen zelf er te duidelijk doorheen naar mijn smaak. Ik miste Esther en vooral Jonas in dit boek (die kent Rosa op dit moment nog niet). En waar zijn de leuke tekeningen van Annet Schaap gebleven? Die horen er voor mij echt bij.

motregenvariaties

Robert Alberdingk Thijm – Motregenvariaties

Toneelstuk. Vorig jaar naartoe geweest (daar schreef ik hier over) en daarna de uitgave van het script gekocht. Het is zo’n leuk stuk, zat er weer helemaal in. Toen ik het stuk zag, was er geen enkel uitzicht op een bundel, en nu is mijn bundel er gewoon. Bizar, maar fijn.

vanderkwastijsmakers

Ernest van der Kwast – De ijsmakers

Dit boek moest ik vrij snel uitlezen, want het moest terug naar de bieb. Erg onder de indruk van de hoeveelheid informatie die van der Kwast door dit verhaal heen weet te weven. Heel geloofwaardig gedaan, terwijl er achter in het boek mensen bedankt worden waardoor ik de indruk kreeg dat hij niet uit zichzelf zo veel weet van ijs maken en internationale poëziefestivals. Kreeg er ook echt zin van in ijs en gedichten. Het boek springt ook nog eens heel soepel door de tijd heen. Alleen over het einde was ik niet zo te spreken, ik vind dat het in een verkeerde tijd eindigt, had nog meer over andere personages willen weten. Maar absoluut een leuk boek!

eengoederaadrowling

J.K. Rowling – Een goede raad
(The Casual Vacancy, vertaald uit het Engels door Carolien Metaal en Sabine Mutsaers. Luisterboek, voorgelezen door Nelleke Noordervliet)

Via Luisterbieb geluisterd, maar nu blijkt dat veel ‘gewone romans’ eraf gehaald zijn omdat het bedrijf dat de app nu exploiteert ook dure abonnementen verkoopt. Zo jammer. Maar in ieder geval nog wel kunnen genieten van Een goede raad. Ik lees Harry Potter nog altijd heel graag, dus je zou zeggen dat ik dan ook wel nieuwsgierig was naar Rowlings eerste andere boek (voor volwassenen). Nou, aanvankelijk niet. Want ik had gelezen dat het over gemeentepolitiek ging, en dat sprak me totaal niet aan. Uiteindelijk toch aan begonnen. Het heeft lang geduurd voor ik het helemaal geluisterd had (zo lang dat me ontgaan was dat dit boek en veel andere titels inmiddels uit de app verdwenen zijn), maar het duurt dan ook ruim 20,5 uur. En het gaat inderdaad over gemeentepolitiek, een lid van de deelraad van Pagford overlijdt en er barst een strijd los over wie zijn plaats in mag nemen. Maar ondertussen is er nog zoveel meer aan de hand. Rowling voert heel veel verschillende inwoners op en al hun verhalen zijn met elkaar vervlochten. En dat is zo knap gedaan. Daarnaast heeft ze echt humor. Ook complimenten voor Nelleke Noordervliet, die alles uit de kast trekt om de verschillende personages een stem te geven. Ze acteert het haast meer dan dat ze het voorleest. Dat kan irritant zijn, maar ik vond het hier fantastisch. Haar Engels (met name belangrijk voor alle namen) vond ik ook goed. Hier en daar is het boek wat melodramatisch, maar dat is Harry Potter ook, en toch moet ik dan huilen. Nu op zoek naar de driedelige BBC-serie, want die is er ook nog.

♥ Bundels signeren en inpakken voor mensen. Het zou natuurlijk ook heel leuk zijn als ik zo veel bundels zou verkopen dat ik het helemaal niet meer bij kon houden (en dat gebéúrt uiteraard ook via boekhandels overal, ahum), maar ik geloof dat ik er nog steeds wel realistisch over ben. Ik geniet hier ook al zo van.
♥ Iedereen die de bundel ook echt leest en de moeite neemt er iets over te zeggen.
Deze recensie, waar ik volkomen door verrast werd. Alleen al het feit dat er een recensie verschijnt, en dan ook nog eens zo’n positieve. Als je me van tevoren had gevraagd: ‘Wat hoop je dat er in je eerste recensie staat?’ had ik dit niet eens bedacht.
♥ Nieuwe dingen schrijven. Wat overigens misschien nog wel moeizamer gaat dan voorheen. Maar prutsen hoort erbij.
♥ Optreden met teksten die ik geschreven heb. Aanstaande zondag bij Taalwater in Amersfoort, meer informatie vind je hier.