Maar een redacteur kan toch niks zeggen over poëzie?

Een van de veelgestelde vragen. Die wel een eigen blog verdiende, vond ik.

Mensen vinden het vaak lastig om zich voor te stellen wat een redacteur precies doet, wat ik doe met mijn Verhalenloket. Geeft niet, ik doe ook veel verschillende dingen en ik vind het leuk om daarover te vertellen. In gesprekken over mijn bundel hadden veel mensen echter juist wél een beeld bij wat een redacteur doet: vrij weinig met poëzie. Want dat is toch allemaal heel persoonlijk en een kwestie van smaak? Mwoah. In alle teksten maken auteurs persoonlijke keuzes en smaak (zowel van de auteur als van de redacteur) speelt altijd een rol. Het is vooral belangrijk om je daar bewust van te zijn.

Het is bij alle teksten fijn als iemand er met een frisse blik naar kijkt, al is het maar om de foutjes eruit te vissen. Want ja, die maak ik zeker ook. Hopelijk wat minder dan gemiddeld en natuurlijk doe ik mijn best om ze er zelf al uit te halen, maar ook ik zie helaas niet altijd alles, zeker niet als ik lang aan een tekst gewerkt heb.

Ik kan daarnaast niet genoeg benadrukken dat een goede redacteur veel meer doet dan foutjes verbeteren. Óók bij poëzie. Meerdere mensen bleken zich dit soort dialogen voor te stellen:

REDACTEUR: Die zin loopt niet.
DICHTER: Dat hoort zo.
REDACTEUR: Oké.

Verder lezen Maar een redacteur kan toch niks zeggen over poëzie?

Boeken van september

Niet zo heel veel gelezen deze maand, druk met alles rond de verschijning van mijn bundel.

dagelijkserituelen

Mason Currey – Dagelijkse rituelen

(vertaald uit het Amerikaans door Louise Koopman, met bijdragen van Eva Hoeke. En ja, er staat echt ‘Amerikaans’ in plaats van ‘Engels’, apart!)

Dit is zo’n boek dat je het beste af en toe door kunt bladeren, anders wordt het al snel te veel. Helaas was het door veel mensen gereserveerd in de bieb (waaronder door mij), waardoor ik het maar drie weken mocht houden. Dat werd dus doorlezen. Het is een boek met stukjes over kunstenaars en wetenschappers en hoe die werken/werkten. Wat hun routine is/was. Sommige van die kunstenaars kende ik niet. Over de eventuele routines van sommige anderen leek bijzonder weinig bekend, maar men vond blijkbaar toch dat ze niet mochten ontbreken in het boek (Vincent van Gogh). Dat levert een nogal onevenwichtig geheel op. Er is voor gekozen om enkele Nederlanders toe te voegen, met de nadruk op enkele. ‘Met bijdragen van Eva Hoeke!’ Eva mocht tien stukjes schrijven. Ik had over dit boek gelezen in Volkskrant Magazine, en daar hadden ze wel zo’n beetje de leukste fragmenten al voor gekozen, weet ik nu. Verder vielen vooral de verschillen op: je kunt afwisselend jaloers zijn op het strakke schema van de een, en daarna opgelucht dat je niet afhankelijk bent van allerlei verdovende middelen, zoals de ander. En de middag is met afstand het minst productieve deel van de dag.

eeuwelingenvandenoord

Steffie van den Oord Eeuwelingen

Dit boek is inmiddels al weer meer dan tien jaar oud, maar op een eeuw of langer is tien jaar natuurlijk niks. Van den Oord heeft mensen van boven de honderd geïnterviewd over hun leven. Wat is de wereld veranderd! Zo vervreemdend wat die mensen allemaal zelf meegemaakt hebben. Er zit een vrouw in die het nog steeds moeilijk heeft met de watersnoodramp. Die van 1953? Nee, die van 1906. Iemand die vertelt hoe leuk de inhuldiging van Wilhelmina als koningin was. Mensen die beroepen hadden die nu niemand meer heeft, zoals pullevaarder (melkbussen naar de melkfabriek varen). Iemand had half Friesland van elektriciteit voorzien (sommige mensen hadden alvast een stofzuiger gekocht en vroegen zich af waarom die het nog niet deed). Je krijgt ook echt het idee dat Van den Oord geprobeerd heeft om weer te geven hoe de geïnterviewden het zelf vertelden, dat maakt het boek extra leuk om te lezen. Ze leidt in en uit, over haar bezoek aan de geïnterviewde, hoe die eruitziet en woont en spreekt, maar verder laat ze de mensen zelf aan het woord. Honderdjarigen zijn net mensen, er zijn sympathieke en irritante. Maar de meeste geïnterviewden komen vooral vrij nuchter over. Gewoon doorademen. En dat je dan niet meer weet wanneer je getrouwd bent (zoals meerdere mannen beweren)? ‘Je kan niet alles onthouden.’

mooistevanhetlandtraa

Mark Traa – De mooiste van het land
Een boek als een goede documentaire (en ik hou van documentaires!). De ondertitel luidt ‘Opkomst en ondergang van Miss Holland (1929-1937)’. Dat is een afgebakend onderwerp, zeker omdat er niet zo gek veel over bekend bleek te zijn. Het heeft dan ook geen al te dik boek opgeleverd, maar dat is wat mij betreft helemaal niet erg. De informatie is prima in verhouding met de omvang. Aan de hand van de diverse georganiseerde verkiezingen en de levensloop van de Missen geeft Traa een prachtig tijdsbeeld. In Nederland werd er overigens over het algemeen erg negatief tegen de verkiezing aangekeken, onder het motto: Hoe kan een vrouw zich tot zoiets verlagen? Tot zover de roaring twenties. Ik vond het boek erg fijn lezen. Ook leuk dat op de website van de auteur wat extra beeldmateriaal te vinden is.

Nacht van de Literatuur

nachtvandeliteratuur

Zaterdagavond mocht ik optreden op de Amersfoortse Nacht van de Literatuur. Afgezien van de presentatie mijn eerste optreden sinds het verschijnen van de bundel. En dat is toch echt anders dan met wat verfomfaaide A4’tjes in de hand. Beter.

Ik mocht een bijdrage leveren aan het programma op de Vita Nova, een vrachtschip dat nu een bed & breakfast is. Het kwam al meerdere keren op tv voorbij, en ik vond het erg leuk om het nu eens in het echt te zien.

Ik had begrepen dat Rosita Steenbeek de hoofdgast was en dat er dan nog allerlei andere mensen zouden komen, maar dat tweede klopte niet; het was alleen met Rosita Steenbeek, interviewster Vera van Brakel en met mij. En daarna nog met het publiek, in een gesprek over vrouwelijke auteurs. Waardoor ik wel even dacht: O nee, diehard Rosita-fans! Niet dat die bekendstaan als woeste barbaren, maar als je speciaal voor haar komt, heb je dan wel zin in een optreden van een totaal onbekende dichter? Best wel, zo bleek gelukkig! Men rende in ieder geval niet weg. En totaal onbekend was ik ook al niet, met Marleen en onverwacht een docente van mijn middelbare school in het publiek.


Volstrekt neutrale berichtgeving in het AD (21 september, door Marjan van Grimbergen), maar ik wás er wel, met correct gespelde naam en al.
Volstrekt neutrale berichtgeving in het AD (21 september, door Marjan van Grimbergen), maar ik wás er mooi wel, met correct gespelde naam en al.

Joke en Ger, de sympathieke eigenaren van Vita Nova, hadden voor ons stoelen met schapenvachtjes voorzien en speciaal voor mij het kleinste podium waar ik tot nu toe op heb gestaan: een omgekeerde teil! Natuurlijk lette ik niet goed op toen ik er opstapte, waardoor de teil kiepte en ik er bijna van afdonderde. Niks aan de hand verder, er zat een man vooraan die hem mijn hele optreden lang heeft tegengehouden met zijn voet. :)

Ik treed al jaren af en toe op met mijn werk, maar zie mezelf niet bepaald als een natuurtalent. En anders hadden anderen me inmiddels wel duidelijk gemaakt dat ik dat niet ben. Laat ik het zo zeggen: in het positiefste geval sprak na afloop iemand me goedbedoeld aan om me te zeggen dat mijn gedichten weliswaar mooi zijn, maar dat ik wel wat meer ruimte in mag nemen. Ik heb er best lang over gedaan om uit te vinden wat wel en niet bij mij en mijn werk past, en soms weet ik dat nog steeds niet precies. Maar dit klopte. Wat was het sfeervol, wat luisterde iedereen aandachtig en wat heb ik veel enthousiaste reacties gekregen. Heel gelukkig naar huis gefietst.

Veelgestelde vragen

Hoeveel gedichten staan er in je bundel?
Op deze vraag ben ik meerdere keren het antwoord schuldig moeten blijven. Dat ligt aan mij, ik bedoel, aanvankelijk verwachtte ik geen enkele vraag (zelfs niet: ‘Hoe heet je bundel?’). Titels geteld, en staan achtentwintig gedichten in mijn bundel, maar sommige daarvan zijn meerdere pagina’s lang. En er is een reeks van zes ‘stukjes’ en een tekst uit acht ‘delen’. Tel je die allemaal los mee, dan kom je dus op veertig. Er zijn zeker momenten geweest dat ik niet dacht ooit veertig teksten te hebben waar ik tevreden genoeg over zou zijn, dus daar ben ik blij mee.

Hoelang heb je erover gedaan?
Eind augustus 2014 stuurde ik enkele gedichten naar mijn uitgeverij. Tussen het eerste positieve bericht van de uitgeverij en de laatste proef zitten ongeveer acht maanden. Klinkt kort, is misschien ook wel kort. Maar daarvoor had ik best veel gedichten die de bundel uiteindelijk hebben gehaald al geschreven (hoewel aan sommige later nog veel veranderd is), dus eigenlijk is het langer. Voor mijn gevoel veel langer, want ik schrijf langzaam en wilde dit al lang, ook toen dat op basis van mijn werk nog totaal niet realistisch was.

Maar een redacteur kan toch niks zeggen over poëzie?
Gelukkig wel! Mensen vragen me zo vaak naar wat ik nou precies doe als redacteur (wat ik heel leuk vind), maar als het om poëzie gaat, kan ineens niks? Een aparte blog waardig (inmiddels hier te lezen).

Rijmen jouw gedichten?
Meestal niet. Dat wil zeggen, ik gebruik heel weinig eindrijm, ik vind het ook erg moeilijk om daarmee boven het niveau sinterklaasgedicht uit te stijgen (overigens niks mis met sinterklaasgedichten). Ik gebruik wel andere vormen van klankherhaling. En herhaling.

Die uitgeverij zegt me niks. Hoe kom je daar nu bij?
Die uitgeverij durfde het als eerste aan. Klinkt misschien simpel, maar dat is nu eenmaal wat je nodig hebt als je een bundel (regulier) wilt publiceren. Ik ben heel blij dat ik uiteindelijk bij Voetnoot terecht ben gekomen, maar ik zal het niet mooier maken dan het is: ze hebben me niet gevraagd, ik heb zelf (ongevraagd) werk ingezonden. Als je wilt teruglezen hoe het verder allemaal gegaan is, kun je het beste hier beginnen.

Hoe kom ik aan een exemplaar?
Je kunt mijn bundel kopen bij alle boekhandels. Oké, kans is klein dat ze hem op voorraad hebben, maar ze kunnen hem voor je bestellen. Of je bestelt rechtstreeks bij mij. Schrijf ik er meteen iets aardigs in.

Presentatie

optreden

Mensen zeiden: ‘Wat zul jij vannacht lekker slapen!’ Ik sliep van zondag op maandag nog slechter dan de nacht voor de presentatie. Dit keer echter niet van de zenuwen, maar omdat het allemaal zo overweldigend was. Is.

De weg ernaartoe is niet makkelijk geweest. En dan bedoel ik niet eens dat ik eerst een bundel moest maken om die vervolgens te kunnen presenteren. Daar kwam natuurlijk ook heel wat bij kijken, maar daar weet ik in ieder geval het een en ander van. Het is totaal anders om je eigen boek te maken dan om iemand anders te helpen zijn/haar boek te maken, maar ergens ook weer niet.

Van presentaties weet ik weinig. Ik woon er wel eens een bij. En ik wilde er per se een als mijn debuutbundel eindelijk uit zou komen. Een echt feestje, in mijn stad en met mijn mensen. Met optredens, een drankje na afloop, signeren voor wie dat wil. Alleen al een geschikte datum daarvoor vinden bleek een kleine ramp, weken vol miscommunicatie, stress, dingen en mensen die niet konden volgden. Ik ga dus echt nooit in pr werken. We vonden een datum, een locatie (het Eemhuis, zelfs de locatie boven aan mijn verlanglijstje), een programma en alles eromheen, maar vraag niet hoe.

Verder lezen Presentatie

Boeken van augustus

ikmargarethavanandel

Margaretha van Andel – Ik
M. had dit boek ergens zien liggen en wilde het graag lezen, mij leek het aanvankelijk niet echt iets. Een jongen in een rolstoel en iets met parallelle werelden? Whatever. En toen las ik het toch en moest het onmiddellijk uit. Het is een dun boek, maar dik genoeg, goed in verhouding met het verhaal. Zodat je niet te veel gaat twijfelen aan de theorie achter die parallelle werelden, maar het gewoon een geweldig idee blijft. Want dat is het. Het idee is als volgt: stel dat je moet kiezen tussen A en B en het is een belangrijke keuze. Dan leef je bijvoorbeeld verder na keuze A, maar ontstaat er tegelijkertijd een parallelle wereld waarin je voor B gekozen hebt. Wetenschappers proberen dat te bewijzen en Daniël heeft nog wel een keuze die ze daarvoor kunnen gebruiken: de keuze die ervoor zorgde dat hij in een rolstoel terechtkwam. Hij heeft er alles voor over om te ruilen met de Daniël die nog wel kan lopen. Maar dan? Ik kwam er helemaal in, ook al behoor ik duidelijk niet tot de doelgroep (dat vond ik een minpuntje; ik kreeg de indruk dat het heel erg speciaal voor pubers geschreven was zonder dat de auteur daar veel van wist). Naar het einde toe voorzag ik nog een sterke plotwending en ja, die kwam! Aangenaam verrast door dit boek.

dertigdagenverbeke

Annelies Verbeke – Dertig dagen
Ik heb een beetje een haat-liefdeverhouding met het werk van Annelies Verbeke. Ik hou veel van haar toon, haar humor, haar Vlaams, en ze weet het fantastisch te brengen als ze voordraagt. En toch vallen haar romans me vaak een beetje tegen (meer dan haar verhalen). Te absurd, te gruwelijk ook vaak. Komt vast doordat ik een belachelijk tere ziel heb. Dit verhaal is op zich erg leuk, het gaat over een donkere huisschilder in de Westhoek die nogal betrokken raakt bij de levens van zijn klanten (deels ongewild). Kleurrijke personages, sterke dialogen, mooie vondsten, het zit er allemaal in. Ergens blijft ze me toch wel trekken. En toch vond ik ook dit boek bij vlagen weer te ver gaan. Te toevallig, te bizar en te hard. Het einde vond ik zelfs ronduit een teleurstelling. Het hielp ook niet mee dat ik dit boek via de VakantieBieb las. Heel jammer dat dat niet voor de e-reader bestaat, want een verlicht scherm vind ik gewoon echt niet fijn lezen. Ik hou het minder lang vol en heb ook het idee dat ik minder opneem.

Verder lezen Boeken van augustus

Volgorde

DSC00152

Dit is mijn bundel voor ik wist in welke volgorde de gedichten erin moesten komen. Op de vloer van mijn woonkamer. (Inmiddels is mijn bundel helemaal af, dus er valt ook nog wel iets te zeggen over de volgorde waarin ik deze blogs plaats…).

Eerlijk gezegd wist ik weinig over het bepalen van de volgorde van gedichten in bundels, en ik zal ook maar niet pretenderen dat ik er nu heel veel meer van afweet. ‘O, maar vooral het eerste en het laatste gedicht zijn belangrijk, voor de rest zijn er heel veel goede volgordes,’ zei oud-collega N. geruststellend. Een eerste en een laatste gedicht, check. Dat viel nog wel mee. Maar toen moest de rest daar dus nog tussen. En merkte vriendin C. op dat gedichten in het midden haar minstens net zo belangrijk leken, omdat zij boeken altijd eerst middenin openslaat. Heel fijn. Ik heb eigenlijk niet de illusie dat er veel mensen zullen zijn die op basis van die methode mijn bundel gaan aanschaffen, maar toch.

Je gedichten op de vloer uitspreiden schijnt zo’n beetje de klassieke methode te zijn, ik heb in ieder geval op sociale media al van verschillende collega-dichters zo’n foto voorbij zien komen. Eindelijk kon ik hem ook maken.

Het handige hieraan is dat je een goed overzicht hebt van al je gedichten (note to self: voor een nog beter overzicht zou je ze in een wat groter lettertype kunnen uitprinten, dan hoef je iets minder aan de hand van hoe de strofen eruitzien te gokken welk gedicht waar ligt). En het is ook handig als je zoals ik aan uitstelgedrag lijdt: zo kom je je gedichten nog eens tegen, en je wilt op den duur vast ook wel weer eens stofzuigen.

Ik heb (samen met M., tja, het is ook haar woonkamer!) behoorlijk wat geschoven met en gepeinsd boven die blaadjes. Omdat ik lange en korte gedichten een beetje wilde afwisselen. Omdat ik voor iemand die weinig met dieren heeft echt belachelijk vaak over dieren blijk te schrijven en ik liever geen compleet ‘dierentuindeel’ wilde. Niet te veel ‘harde’ gedichten achter elkaar. Eerder hadden we al besloten om geen aparte delen te maken in de bundel. Ik zie die er niet echt in, dus dan zou het vooral een trucje zijn om aan meer pagina’s te komen – dat kan, maar ik ben blij dat het niet nodig was. Er zijn echter wel twee ‘reeksen’ in de bundel, die daardoor tussen de ‘losse’ gedichten moesten komen. Maar waar?

Nou ja, zoiets dus. Uiteindelijk hadden we een volgorde die wat mij betreft een van de goede volgordes is. Vanaf 6 september kun je kijken of je het daarmee eens bent.