Het nieuws brengen

Ik had dus een fijne dag in Antwerpen. Maar ik had nog steeds bijna niemand over mijn bundel verteld. Een van de mensen die ik het wel verteld had, was vriendin S., meteen na die lunch. S. zei dat ze al zo’n vermoeden had, maar dacht dat ze het vanzelf wel zou horen (zo fijn als mensen me mijn eigen moment laten kiezen!). En ze deelde haar eigen bijgeloof met me, dat precies andersom bleek te werken dan het mijne: zij vertelde zoiets juist aan zo veel mogelijk mensen, ‘want als zoveel mensen het weten, moet het haast wel doorgaan’. Verfrissend :)

De dagen erna had ik ook veel aan die zienswijze. Ik had op dat moment nog altijd niet besloten wanneer ik het dan wél aan iedereen ging vertellen. Ik wist dat ik erover wilde gaan bloggen en ik had ook al een aantal blogs in voorbereiding, maar dat was het dan ook. Inmiddels wist ik dat mijn collega-dichter totaal geen last had van mijn issues op dit punt: ruim voor de lunch had zij al overal op internet bekendgemaakt dat haar bundel zou gaan verschijnen bij Voetnoot. Dat mag ze natuurlijk helemaal zelf weten. Wel zag ik de bui al hangen: er waren wat foto’s gemaakt bij de lunch.

En inderdaad, ik was nog onderweg naar huis vanuit Antwerpen toen iemand me al feliciteerde met mijn bundel. Hij had mij herkend op een van de foto’s, de collega-dichter gevraagd of ik haar bundel ging redigeren, waarop zij had gezegd dat mijn bundel ook bij Voetnoot uitkwam. Dat neem ik haar niet kwalijk, wat had ze anders moeten zeggen?

Het was alleen niet helemaal (of eigenlijk helemaal niet) hoe ik het nieuws had willen brengen. Ik wil dit heel graag en het heeft voor mijn gevoel erg lang geduurd voor het lukte, daar maak ik geen geheim van. Dan mag het (oké, voor mijn doen) ook best groots aangekondigd worden. Het werd dus tijd om de bundelblogs online te gaan zetten en het te vertellen.

Het is niet zo dat nu ineens alle twijfels weg zijn. Het hoort ook wel bij mij om zo lang mogelijk over alles te twijfelen, ook over dingen die ik niet (meer) kan veranderen. Mijn eerste reactie op alle leuke en lieve reacties op mijn bundelnieuws was dan ook: Als het nu toch niet doorgaat, dan heb ik dit in ieder geval vast meegemaakt. Ja, ik word soms ook heel moe van mezelf. Iemand die ik over mijn aanvankelijke argwaan vertelde, zei: ‘Ging je nu twijfelen omdat ze jouw gedichten góéd vonden?’ Dan kan ik er ook wel weer om lachen, want dat slaat inderdaad nergens op.

Verder doe ik alles wat ik kan doen om ervoor te zorgen dat het gewoon wél doorgaat (vooral nadenken en schrijven), en in de tussentijd probeer ik zo veel mogelijk van alles te genieten. Hopelijk kan ik in de toekomst nog meer publiceren, maar er zal maar één eerste bundel zijn.

En dat dat zo veel mensen iets uitmaakt, dat had ik niet verwacht. Ik ben iedereen die de moeite heeft genomen om iets te laten weten enorm dankbaar. ♥

Our Gay Wedding The Musical

gaywedding

♥ Drie jaar getrouwd vandaag! ♥

Ik ben niet heel activistisch ingesteld. Sowieso niet, en ook niet op dit vlak. Dat wil zeggen, ik ben er open over dat ik met een vrouw samen ben, maar verder vind ik het al snel best. Ik ben getrouwd omdat ik dat wilde, niet om een statement te maken. Het is iets van ons samen, voor mij heel gewoon en ik ervaar in mijn dagelijks leven gelukkig weinig problemen. En toch, zolang het niet voor iedereen net zo gewoon is als heteroseksualiteit (en laten we eerlijk zijn, daar kunnen we lang op wachten), blijf ik zo nu en dan tegen dingen aan lopen. Niet alles gaat even makkelijk, niet alles kan, dat kan frustrerend en stom zijn. De liefde vieren en klagen vind ik niet zo goed samengaan, maar de liefde vieren en even stilstaan bij hoe blij we mogen zijn dat we in dit tijdperk en in dit deel van de wereld leven zeker wel. Dus dat wilde ik ook vandaag weer doen. En dat doe ik door dit te delen.

In Engeland en Wales kunnen twee mannen of twee vrouwen sinds een jaartje ook trouwen. Benjamin en Nathan deden dat vorig jaar zodra het kon, maar dan wel op een heel bijzondere manier: ze besloten hun huwelijksceremonie in de vorm van een musical te gieten. Ze spelen het niet, voor alle duidelijkheid, ze trouwen echt in die musical. Nathan is musicalacteur en Benjamin is componist, dus ze wisten wat ze deden (maar ze déden het dus ook daadwerkelijk, respect!). De ceremonie is in Engeland uitgezonden op televisie en nu nog online terug te zien.

Als je een keertje drie kwartier overhebt, bekijk dan deze video. Ik vind het enorm bewonderenswaardig hoe ze het tegelijkertijd geëngageerd, persoonlijk en vrolijk hebben laten zijn. En Stephen Fry heeft eraan meegewerkt! En er zit poëzie in, en een verwijzing naar breien! Maar het is vooral een van de ontroerendste dingen die ik ooit heb gezien.


Our Gay Wedding The Musical by dm_52332328c1bd8

Boeken van maart

Maart was nogal een drukke werkmaand en toen werd ik ook nog ziek. Daar had ik helemaal geen tijd voor, dus dat resulteerde ook niet in met een boek in bed liggen (ik was blij als ik mijn ogen niet open hoefde te houden). Dus nee, ik kom privé weer niet boven de twee boeken per maand uit. Blijkbaar is dat zo’n beetje wat op dit moment binnen mijn mogelijkheden ligt. Toch kwam ik er laatst achter dat ik mezelf een grand lecteur mag noemen. Ik geloof dat dat eerder ligt aan de lage standaard dan aan mijn enorme leeshonger, want daarvoor hoef je slechts twintig boeken per jaar te lezen (bron). De oogst van deze maand:

DSC_0366-001

Mark van der Werf – Meester Mark draait door
Ervaringsverhaal van een ex-journalist die de pabo gaat doen. Op een zogenaamde zwarte school in Rotterdam wordt hij voor de leeuwen gegooid. Dit vond ik een heel leuk en interessant boek! Ongelooflijk hoeveel problemen er zijn op zo’n school. Het is dus een reguliere basisschool, maar af en toe had ik echt het idee dat het over het speciaalste speciaal onderwijs ging dat er is. Ik heb nu nog meer bewondering voor mijn tante, omdat zij denk ik wel het type leerkracht is dat Van der Werf beschrijft: de toegewijde, capabele leerkracht met vele jaren ervaring. Enige minpuntje van dit boek: het is erg slecht gecorrigeerd, het lukte me niet om dat te negeren. Misschien moet ik mezelf aanbieden bij Scriptum.

ditzijndenamen

Tommy Wieringa – Dit zijn de namen
Ja, ja, soms lees ik heus ook literaire romans. Dit zijn de namen heb ik cadeau gekregen en nogal beschamend lang ongelezen gelaten (helaas is dit lang niet het enige boek in huis waarvoor dit geldt). Ik heb ooit Joe Speedboot wel gelezen, maar verder volgens mij niets van Wieringa. Zijn stijl is echt heel mooi! Maar wat komt het toch weinig voor dat ik de stijl én het verhaal mooi vind. Ik vond dit een beetje een ‘mannenboek’ (hoezo seksistisch). Ik weet niet, het is best vrouwonvriendelijk en er komen nogal wat gewelddadige acties en aangevreten lijken in voor, en ik kan daar dus niet zo goed tegen. Het zijn eigenlijk twee verhalen, over een politiecommissaris die op zoek is naar zichzelf (corruptie, macht, jodendom) en over een groep vluchtelingen die door een desolaat landschap zwerft (honger, uitputting, groepsdruk). Dit alles speelt zich af in een fictief Sovjet-land. De flaptekst belooft dat de twee verhalen uiteindelijk bij elkaar zullen komen en dat is uiteindelijk ook wel zo, maar dat duurt láng! M. en ik kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat het boek je juist de uitzichtloosheid wil laten ervaren. Dat klinkt wel literair, hè? Maakt wel dat het een hele zit is. Totdat die verhalen dus bij elkaar komen, toen wilde ik ineens wél weten hoe het af zou lopen en had ik het zo uit.

’t Stad

IMG_1737

Zomaar op een doordeweekse dag naar Antwerpen. Daar kun je mij heel blij mee maken. Alleen is de reden meestal ‘in Antwerpen zijn’.

Niet altijd, met collega’s van de uitgeverij waar ik werkte zijn we er een keer naar een boekpresentatie geweest. Aanvankelijk konden we de locatie van de boekpresentatie niet vinden, dus een collega vroeg de weg… aan acteur Axel Daeseleire, die daar toevallig liep. Ik was de enige die hem herkende, dus ik stond er met open mond naast, vrees ik. Overigens legde Axel heel vriendelijk uit hoe we moesten lopen.

Ik won er twee schrijfwedstrijden. Toen MAZ net was opgericht en ik een prozaprijs kreeg voor mijn ‘stukjes’. Ik weet nog steeds niet of het proza is, maar toen besefte ik wel voor het eerst dat het misschien iets kon worden. Later won ik de eerste prijs voor mijn gedichten op een avond in de Permeke-bibliotheek. Er waren liedjes in het West-Vlaams waar ik niet veel van verstond en de prijs bestond deels uit een boekenpakket. Ze lieten dat met veel gevoel voor drama in een soort kist aan touwen neer vanaf een hogere verdieping. Volgens de presentator was het de bedoeling dat ik het uit de kist zou halen en triomfantelijk in de lucht zou houden. Nu was dat boekenpakket nogal enorm, de kist nogal diep en ik nogal slap. Oftewel: ik kreeg het er niet uit getild :)

Dit keer was de reden een lunch met de mensen van Voetnoot, de uitgeverij waar mijn bundel zal verschijnen. (Dat had ik nog niet eens gezegd, toch? Wat een waardeloze verdeling van informatie.)

Goed, op naar Antwerpen dus. Ik arriveerde er ruim op tijd, want je weet het maar nooit met de treinen. En inderdaad miste ik in Rotterdam bijna mijn aansluiting. Ik had eigenlijk nog wel wat leeswerk te doen, maar vanaf Rotterdam zat ik in de coupé met twee ex-medewerkers van de Spoorwegen, die uitgebreid bespraken wat er allemaal mis was met de Spoorwegen, de man van de nicht van die ene (‘Tja, ik vind het maar een lelijk ventje, maar zij is er gelukkig mee’) en de gezondheid van die andere. Wisten jullie dat je niet alleen een kaliumtekort kunt hebben, maar ook een te hoog kaliumgehalte? Nee, ik ook niet. En die man tot voor kort ook niet, maar hij had het. Het duurt ruim een uur om vanuit Rotterdam in Antwerpen te komen.

Het was natuurlijk geen straf om ruim op tijd in Antwerpen te arriveren (en verlost te zijn van die ex-medewerkers, die overigens geen ander doel leken te hebben dan met de trein op en neer te gaan naar Antwerpen…). Ik had nog tijd genoeg om rond te wandelen en om naar een van mijn favoriete plekken in Antwerpen te gaan: de St. Anna-tunnel, de voetgangerstunnel onder de Schelde. Ze hebben er houten roltrappen uit de jaren dertig! En het uitzicht aan de andere kant is zo mooi! Ik zag allemaal mensen door de tunnel hardlopen en ik was gewoon jaloers, omdat zij daar blijkbaar in de buurt woonden.

De lunch zelf (met de uitgevers, de redacteur en een andere dichter van wie de bundel bij Voetnoot verschijnt) was heel aangenaam. Ik geloof dat ik bij sommige mensen door mijn twijfels en terughoudendheid per ongeluk de indruk had gewekt dat het om een belangrijk sollicitatiegesprek ging, maar zo was het helemaal niet. Het was heel informeel en gezellig, met lekker eten.

Na de lunch had ik nog met S. afgesproken, een vriendin die nu weer in België woont. Het was superleuk om haar weer te zien en we konden zelfs voor het eerst dit jaar in de zon op een terras zitten (het was begin maart, dus wel met onze jassen aan, maar toch). En ik kwam geluk brengen, want de dag erna hoorde ze dat ze die ene geweldige baan gekregen had.

Het was een goede dag.

Toetsvragen

toetsvragen GiO

Een paar weken geleden heb ik voor Pearson vele meerkeuzevragen over ‘gedrag in organisaties’ beoordeeld en bedacht. Studenten kunnen die straks online maken om te kijken of ze de stof beheersen. En bij alle goede en foute antwoorden moest feedback komen, met verwijzingen naar paragrafen in het boek. Daarvoor had ik het boek ook al geredigeerd, dus ik denk dat ik inmiddels een voldoende zou halen voor het tentamen!

Ik vond het oprecht leuk, weer eens wat anders dan redigeren. Welke antwoorden lijken genoeg op elkaar, wat voor verhaaltje kan ik hierbij verzinnen, hoe leg ik dit het duidelijkst uit?

Op een gegeven moment viel ik wel ten prooi aan wat-zal-ik-nu-nog-eens-vragen-meligheid. Enkele vragen die het uiteindelijk (nét :)) niet gehaald hebben:
1. Volgens Edgar Schein zou je cultuur kunnen zien als een bepaald soort groente. Welke?
2. Hoe heten de kleinkinderen van Henry Mintzberg?
3. Wat was Phineas Gage aan het doen toen er een ijzeren staaf door zijn linkeronderkaak vloog?

Boekenleggers

boekenleggers2

Ik ben blij met mijn e-reader, maar ik lees toch ook nog veel van papier. Ezelsoren zijn natuurlijk geen optie. Vandaag een greep uit mijn verzameling boekenleggers.

1 Harry Potter-merchandise! Ik denk van toen The Tales of Beedle the Bard uitkwam, want dat boek staat achterop. Het is dus een kassabon van Klieder & Vlek, de boekhandel op de Wegisweg waar de personages altijd hun schoolboeken kopen.

2 Dit was zo leuk, vorig jaar op Manuscripta had de Antwerpse Boekenbeurs een stand met een fotohokje, waar je een boekenlegger kon laten maken. M. en ik (oké, vooral ik :)) wilden dat natuurlijk.

3 Anton Pieck. Hoe dan ook tof, want hij heeft de Efteling ontworpen.

4 Boekenlegger van papyrus (tuurlijk), cadeautje uit Egypte.

5 Is deze al geld waard? Boekenlegger van het tijdschrift esta, inmiddels ter ziele.

6 Deze dan? Ouderwetse strippenkaart. Je ziet dat ik destijds nog niet klaar was voor de invoering van de ov-chipkaart :(

7 Ah, Maaike Bakker. Nee, je kent haar waarschijnlijk niet, maar ze mag niet ontbreken in deze verzameling. Maaike maakt quilts. S. en ik hebben niets met quilten, maar een paar jaar geleden waren we op de Handwerkbeurs, en toen werden we door Maaikes man zo ongeveer gedwongen om een boekenlegger met Maaikes hoofd erop mee naar huis te nemen. Dat hebben we toen maar gedaan, en zo af en toe liet ik het hoofd van Maaike eens uit een boek steken. Dit jaar gingen we weer naar de Handwerkbeurs en wie zagen we daar? Maaike en haar man, met nieuwe boekenleggers! Ik ben benieuwd hoe groot deze subverzameling nog gaat worden.

8 Zipmark, oftewel een boekenlegger in de vorm van een ritssluiting. Kerstcadeautje van opdrachtgever Harlequin, waar ik heel blij mee ben (van dat krenterige Verhalenloket hoef je nooit veel te verwachten op dat vlak!). In gebruik ziet dat er dan zo uit:

DIGITAL IMAGE

Een echte blogger vraagt haar gewaardeerde lezers (jullie alle drie) natuurlijk aan het eind wat zíj gebruiken om te onthouden waar ze gebleven zijn in een boek. Nou?

Heerlijk duurt het langst

Een blogje dat ik al een tijdje wilde schrijven, want we zijn 1 maart al naar deze voorstelling geweest in de Flint.

Heerlijk duurt het langst is de eerste musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. Vijftig jaar geleden voor het eerst in première gegaan. En dat merk je. De teksten, de opzet, een bepaalde traagheid. Het publiek. Al had ik nu niet het idee dat we de allerjongsten in de zaal waren (mijn zusje was er ook ;)). Kennelijk hebben we nogal een oubollige smaak, vorig jaar ook al een keer tussen de bejaarden gezeten. De stemmen van de acteurs die uit de ringleiding schalden van mensen die alsnog riepen dat ze er niks van verstonden. De vrijwilligers die de bejaarden begeleidden en die nog harder schreeuwden om zich verstaanbaar te maken. De homofobe grapjes die de bejaarden zo leuk vonden (die verstonden ze blijkbaar wel). Dit leek me typisch zo’n voorstelling waarbij Vier het Leven ook weer present zou zijn, dus ik hield mijn hart vast.

Maar ja, als Annie M.G.-fans mochten we dit natuurlijk niet missen. De bejaarden waren er inderdaad, maar eigenlijk hadden we meer last van de jongere mensen achter ons. Onder de voorstelling praten alsof er geen voorstelling bezig is, dat zal ik wel nooit begrijpen. Gelukkig overstemt bij musical de muziek vaak een hoop.

Goed, de musical is hier en daar dus wel wat gedateerd, maar is dat erg? Neu. Eerder logisch en het heeft op mij ook wel een bepaalde aantrekkingskracht. Het is een van de redenen waarom ik zo van de Familie Doorsnee hou. En verder is het vooral heel erg Annie M.G. Schmidt. De humor, het sarcasme. De mooie liedjes (klassiekers als ‘Op een mooie pinksterdag’, ‘Kom, Kees’ en ‘Zeur niet’ komen uit deze musical).

Af en toe vond ik wel dat Annie zich er makkelijk van afgemaakt had. Dat idee heb ik vaker. Zeker bij de Familie Doorsnee, dat in losse afleveringen werd uitgezonden. Dat er nog even snel iets opgevuld moest worden (tomatensap, tomatensap, tomatensap) toen de deadline eigenlijk al verstreken was. Misschien is het verbeelding. Het is wel bekend dat Schmidt altijd erg tegen deadlines aan werkte. En dat ze altijd veel te veel werk aannam, ‘omdat ze altijd bang was dat men op een dag helemaal geen beroep meer op haar zou doen’ (bron). Klinkt bekend…

Maar soms is het ook zo goed en zo grappig. ‘Zeur niet’ was een favoriet (en een goede in-de-oren-knoper), maar de keuze was moeilijk. De cast was prima, goede stemmen en veel energie en enthousiasme. En tot grote vreugde van M. had Lone van Roosendaal iets aan haar Gooische r gedaan (zelf hoorrrrr ik dat nooit zo bij mensen). Extra fijn als een van je grote solonummers ‘Zeur niet’ heet.

Gesprek

Het einde van mijn vorige blog was nu eens niet als cliffhanger bedoeld. Mijn redacteur bestond echt, onze afspraak ging door en ze zei niet dat het helaas toch niks kon worden. Het werd alleen wel erg lang voor een blog, vandaar de knip.

Ik vond het heel fijn om met iemand met kennis van zaken over mijn teksten te praten. Niet dat ik normaal gesproken nooit iemand met kennis van zaken tegenkom en stuurloos ronddobber, dat niet. Er is eigenlijk altijd wel iemand in de buurt die er even naar kan kijken. Dat is een groot goed, dat weet ik, dat zie ik aan de schrijvers die ik voor mijn werk mag begeleiden. Maar ik maak er toch niet zo vaak gebruik van. Omdat die mensen volgens mij wel wat beters te doen hebben. En ja, toch ook wel omdat het niet leuk is om kritiek te krijgen als je ein-de-lijk weer eens iets geschreven hebt. Maar nu ‘mag’ het. Of eigenlijk moet het. Nu leidt het ergens toe.

Als auteur ben ik best lastig, denk ik. Niet omdat ik mensen uitscheld per telefoon. Ook niet omdat ik grammaticafouten weiger te verbeteren met het argument: ‘Dat is mijn persoonlijke stijl.’ Dat soort dingen, meegemaakt als redacteur, maken me misschien juist een makkelijkere auteur. Maar ik kijk natuurlijk wel kritisch naar wat iemand doet. Ik vind natuurlijk wel óveral iets van. Ik neem natuurlijk niet zomaar iets aan.

Ondanks het feit dat mijn redacteur bij mij aan tafel zit, zit ik nog steeds een beetje in mijn ‘O, maar gaat het door dan?’-fase. Dat moet echt heel irritant zijn (ik vind het zelf in ieder geval heel irritant), maar mijn redacteur kan er wel om lachen en vraagt of ze me even zal knijpen. Ze vertelt dat ze helemaal niet getwijfeld heeft over mijn werk, ze verwachtte eigenlijk ook dat ik verder nog nooit iets naar een uitgever gestuurd had. Dat is helaas niet bepaald waar, maar dat doet er nu even niet toe. Nu is nu, en nu is er iemand die niet twijfelt.

Ik heb een keer een discussie gehad met iemand die vond dat ik nooit mocht zeggen over schrijfgerelateerde dingen dat het gezellig was, want dat zou niet professioneel staan. Dat vind ik nog steeds zo’n onzin. Gezelligheid (enthousiasme, humor) maakt het werk gewoon veel leuker, voor iedereen. Niet dat je het moet gaan lopen faken (dan werkt het juist weer niet, denk ik), maar mensen nemen gewoon eerder dingen aan van een aardig, positief iemand. Ik vond het heel gezellig.

Er zijn zeker dingen die ik van mijn redacteur aanneem. Ik heb het idee (en dat is een heel fijn idee) dat ze ziet wat ik met mijn gedichten wil. Ze gelooft erin en ze is scherp. Ze wijst een paar gedichten aan die ze minder sterk vindt en weet ook goed uit te leggen waarom. Die gedichten heb ik inmiddels stuk voor stuk geschrapt. En ze weet me te behoeden voor een paar van mijn diepste valkuilen. Ik wil soms té leuk zijn. En ik kan sentimenteel zijn, dat ik net een stap over die grens zet.

Ik ga naar huis met een goed gevoel en een heleboel om over na te denken. Het is januari, dus daar is ook tijd voor.

Kanten

Het vertrouwen in een goede afloop begint te komen. En toch ook weer niet. Ik kan het eigenlijk nog steeds niet echt geloven. Ik wil dit al zó lang, zou het dan nu echt gaan gebeuren?

Ik ben ergens wel heel blij en trots, maar ik vertel het behalve aan Marleen nog aan niemand. Als ik het nu al aan allerlei mensen vertel, gaat het vast alsnog niet door, denk ik (hoi, bijgeloof!). Ik wil niet straks aan iedereen moeten vertellen dat het toch niet doorgaat.

Ik ben ook bang dat sommige mensen het niet zullen begrijpen, dat ze zullen zeggen dat ik nog had moeten wachten of dat ik toch voor een grote, bekende literaire uitgeverij had moeten gaan. Ik sta achter mijn keuze, ik wil niet veel langer wachten en ik geloof niet dat er grote, bekende literaire uitgeverijen zijn die voor mij wilden gaan, maar ik heb vooral geen zin om daarover te speculeren of discussiëren. En dus vertel ik nog niks.

En dat houd ik vervolgens maanden vol. Zonder al te veel moeite, tot mijn eigen verbazing. Waardoor het allemaal best raar is. Aan de ene kant werk ik aan een BUNDEL. Dat alleen al vind ik raar. Het heeft wel altijd in mijn hoofd gezeten als ‘dat is wat ik uiteindelijk met mijn gedichten wil/ga doen’. Maar ik was nooit heel concreet bezig met de bundel zelf. Te confronterend misschien voor als het niet zou lukken. Nu is dat anders. Ik denk serieus na over welke gedichten er wel in moeten en welke niet, ik herschrijf en ik probeer nieuwe gedichten te schrijven. Ik probeer weer tijd te maken voor mijn eigen werk, in plaats van dat het ergens na al mijn redactiewerk en het leven komt.

Aan de andere kant lijkt het idee dat er echt een bundel zal komen nog even onwaarschijnlijk als eerst. Vaak heb ik er ook helemaal geen tijd en aandacht voor. Binnen drie weken zijn er twee crematies, ik ben verdrietig en moe. Ik weet niet zo goed wat ik wel en niet kan eten (mijn cholesterol is erfelijk verhoogd en ik moet kijken of het genoeg helpt als ik mijn voeding aanpas), ik ben chagrijnig omdat ik het idee heb dat ik bijna niks meer kan eten, mensen zeuren over dat ik niet te dun moet worden, de feestdagen komen eraan enzovoort enzovoort.

Ik neem kerstvakantie en dat lost sommige dingen enigszins op. Daarna heb ik een afspraak met de redacteur in Amsterdam. Met enige regelmaat zit ik aan de andere kant van de tafel. Als freelancer minder vaak dan wanneer ik nog bij een uitgeverij zou werken, maar toch. Stiekem vind ik het soms wel fijn om een geredigeerde tekst terug te kunnen sturen naar de bureauredacteur. Mijn werk zit erop, regel jij het verder maar met de auteur of vertaler. Nu richt ik me sinds een tijdje naast het redigeren wat meer op schrijfcoaching, en dus heb ik weer wat meer contact met auteurs. Ook heel leuk! Maar ik dwaal af. Dit soort gesprekken ken ik, wilde ik zeggen. Het maakt daarbij natuurlijk wel uit aan welke kant van de tafel je zit. Het blijft spannend als iemand dingen over je werk gaat zeggen, zeker als je diegene nog niet kent. Niemand hoeft mij het belang van redactie uit te leggen, maar dat wil niet zeggen dat ik het ontzettend makkelijk vind.

De uitgeverij is zo klein dat mijn redacteur (altijd al eens willen zeggen, mijn redacteur) ook een freelancer is. Dat schept een band! We spreken af in Amsterdam. Ik heb er echt zin in. Ik print mijn gedichten uit en vertrek, vol goede moed.

Meer mailtjes

Ik vind het maar een vreemd mailtje. De redacteur schrijft dat ze vergaderd hebben over de uitgaven van volgend jaar en dat het ze leuk lijkt als ze met mij tot een uitgave kunnen komen. Of ik nog meer gedichten heb die daarvoor in aanmerking komen. Groeten.

Hè? Ik heb maar vijf gedichten gestuurd. Hoe kunnen ze zoiets belangrijks nu beslissen op basis van vijf gedichten? Ze horen eerst om meer te vragen voor ze dit soort dingen zeggen. Ze horen eerst koffie met mij te drinken, want ze kennen mij nog helemaal niet. En dan daarna te zeggen dat het helaas toch niks kan worden.

Maar goed, je weet maar nooit. Ik reageer vrij pragmatisch, het is in ieder geval geen afwijzing! Ik heb nog wel (iets) meer gedichten dan vijf, dus die mail ik. En ik zeg toch maar dat mij dat ook leuk zou lijken (dat is op zich ook zo) en vraag wat de volgende stap is.

In haar volgende mail begint de redacteur over een contract. Ze schrijft dat het de bedoeling is dat mijn bundel in september of oktober uit gaat komen. Dat we nog wel een keer af zullen spreken om mijn gedichten te bespreken, maar dat ze al gezien heeft ‘dat er weinig aan hoeft te gebeuren’. Dat ze zich op de samenwerking verheugt.

Wacht even. Ze doet net alsof het allemaal hoe dan ook doorgaat. Spring ik nu een gat in de lucht? Niet bepaald. Ik krijg vooral enorme argwaan. Dit gaat ineens wel erg snel en makkelijk. Ik kan alleen nog maar denken aan van die schimmige bedrijfjes die zich vermommen als uitgeverij en dan naïeve amateurschrijvers erin luizen. Daar verschijnen regelmatig topics over op Schrijven Online. Aanvankelijk zijn die mensen dolgelukkig: hoera, iemand wil hun boek uitgeven! Dan blijken ze die ‘uitgeverij’ flink te moeten betalen, wordt hun boek inclusief honderdduizend spelfouten gedrukt, moeten ze verplicht tig exemplaren afnemen en is het nergens te krijgen. En dat is dan nog in het beste geval, als de ‘uitgever’ er niet inmiddels vandoor is met het geld zonder ook maar iets te doen voor de auteur in kwestie…

Ja, die dingen gebeuren, maar geen zorgen. Ik kan nadenken en ik weet zo’n beetje hoe het werkt in het boekenvak, dus ik heb dat meteen door. Toch? Dat ligt eraan. Als dit zo’n bedrijf is, heb ik ze nietsvermoedend gecontacteerd. Het lijkt me eigenlijk van niet, de site ziet er prima uit en de uitgeverij wordt genoemd op de site van de CPNB. Maar het is ook crisis en er zijn steeds meer tussenvormen, uitgeverijen die auteurs om eigen bijdragen vragen en zo. Zou dit zoiets zijn? Ook daar zit ik niet op te wachten.

Als ik vragen heb, mag ik ze gerust stellen, schrijft de redacteur ook nog. Tja. Zoals ik vorige keer al schreef, is het mijn talent om irritatie op te wekken bij mensen die ik over dit soort zaken mail. Ik moet dus even heel goed nadenken over hoe ik dit ga brengen. Zodat ik erachter kom hoe schimmig ze zijn, maar ze niet beledigd zijn als ze níét schimmig blijken te zijn.

Ik wil nog steeds per se alleen regulier, omdat ik nog altijd denk dat dat erin zit. Al denk ik tegelijkertijd dat deze uitgeverij haast niet regulier kán zijn, juist omdat ze zo enthousiast reageren… Uiteindelijk besluit ik vrij rechtstreeks te informeren of ze regulier zijn. Het heeft tenslotte ook geen zin als we elkaars tijd gaan zitten verspillen. Aangezien ik vaak arroganter overkom dan ik bedoel, probeer ik wel zo goed mogelijk uit te leggen waarom ik het vraag. Ik schrijf dus eerlijk dat ik al wat afwijzingen op zak heb en dat ik daardoor niet zo goed weet wat ik hiermee moet.

Gelukkig vat de redacteur het niet verkeerd op. Integendeel, ze begrijpt mijn vraag en neemt de moeite om van alles over regulier uitgeven uit te leggen. Ze beschrijft wat het Modelcontract inhoudt, hoe het zit met de verkrijgbaarheid van boeken. Ik weet dat al, maar zij weet waarschijnlijk niet dat ik dat weet, en ik vind het hoe dan ook erg sympathiek. Onder het glimlachen hierover begint er langzaam iets tot me door te dringen: ze zijn dus wel degelijk regulier.