Over diversiteit

Ik was vorige week op de Midzomerkinderboekenborrel van de CPNB. Ik was daar omdat ik onder andere kinderboeken redigeer (op dit moment vooral voor De Fontein). Er was een heel programma in een snikhete tent. De Zilveren Griffels en Zilveren Penselen werden uitgereikt en er was een paneldiscussie over diversiteit in kinderboeken. En het gebrek daaraan. Een interessant en belangrijk onderwerp. Het panel was erg eensgezind: kinderboeken moeten veel diverser worden.

Ik begrijp die wens, al leken niet alle panelleden even goed op de hoogte te zijn van wat er al wél is en wordt gedaan. Hierdoor sloeg de sfeer in de tent op een gegeven moment helaas een beetje om. Tegen die tijd waren ze mij echter al kwijt, want mij viel vooral het gebrek aan diversiteit ín het panel op. En hoe weinig divers hun opvatting over diversiteit was. Er zaten daar vijf mensen op een rijtje, en alle vijf hadden ze het alleen maar over culturele diversiteit, over kinderen met een migrantenachtergrond of biculturele identiteit.

Natuurlijk willen kinderen die niet wit zijn, die bijvoorbeeld geen blond haar en grote blauwe ogen hebben, zichzelf ook terugzien op illustraties. Natuurlijk willen Nederlandse kinderen die afkomstig zijn uit andere culturen dan de oer-Hollandse protestants-christelijke cultuur (of hoe je die cultuur ook wilt omschrijven) ook graag verhalen lezen waarin ze zich kunnen herkennen. En ik geloof meteen dat er nog niet zoveel van die verhalen zijn. En dat iedereen in het panel het goed bedoelde.

Maar als je denkt aan diversiteit in kinderboeken, zou je ook kunnen denken aan boeken over kinderen met een ziekte of handicap, die in een rolstoel zitten, die doof of blind zijn. Aan kinderen met een andere genderidentiteit of seksuele identiteit. Aan kinderen die opgroeien in een bijzondere gezinssituatie. En dan vergeet ik vast nog allerlei kinderen. Boeken over al die kinderen zijn volgens mij net zo goed dun gezaaid, maar het hele panel sprak daar met geen woord over.

Dat raakte mij. Natuurlijk. Ik was zo’n kind dat zich vaak niet kon herkennen in kinderboeken. In meerdere opzichten. Ook al ben ik witter dan wit, met in Nederland geboren ouders en grootouders. Over mijn gezinssituatie waren niet veel boeken toen ik opgroeide, en over lesbische meisjes/vrouwen ook niet. Wat zeg ik, die zijn er nog altijd weinig. Dat vind ik nog steeds jammer, dat vind ik nog steeds vervelend, maar ik ben volwassen. Ik weet in ieder geval dat dat niet betekent dat ik de enige ben (of zou dat moeten weten). En ergens voel ik me ook medeverantwoordelijk voor het gebrek aan die boeken, want ik zou ze zelf kunnen schrijven en/of zoeken. Ik loop overigens ook nog altijd rond met vage plannen om dat te gaan doen. En daardoor kon ik voor mezelf nog wel denken: Jullie vertellen niet het hele verhaal, maar oké, ik red me wel.

Het motto van dit panel bleek echter vrij expliciet: ‘Alle kinderen in Nederland moeten zich kunnen herkennen in kinderboeken.’ Verschillende panelleden spraken daarbij ook over hun eigen kinderen. En toen kon ik alleen nog maar denken: En mijn kind dan?

Hoeveel boeken zijn er over kinderen met twee moeders? Heel, heel weinig. Je moet de slecht verkrijgbare boeken die (semi) in eigen beheer zijn uitgegeven er maar bijtellen, en misschien ook maar meteen de boeken over twee vaders. En dat ene waargebeurde verhaal over die twee pinguïns in een dierentuin in New York die altijd samen waren en op een dag een ei in hun verblijf vonden. En dan nog (boekentips altijd welkom).

Ik begrijp dat er verschillen zijn. Dat S. privileges heeft. Als mensen haar zien, als mensen haar horen spreken of haar naam lezen, zal ze niet direct opvallen. Ook samen met ons niet, want wij schijnen meestal prima door te kunnen gaan voor zussen of vriendinnen (vaak irritant, soms helaas noodzakelijk voor onze veiligheid). En wij zijn thuis in deze maatschappij. We begrijpen alle brieven, we kunnen haar helpen met haar huiswerk, als het moet kunnen we in discussie gaan met docenten of artsen. Ze mag mee op schoolkamp, we vieren kerst, noem het allemaal maar op. Als ze ouder wordt en steeds meer dingen zonder ons gaat doen, zal ze er alleen maar minder mee te maken hebben.

Toch zullen er altijd momenten zijn waarop ze opvalt. Waarop ze in de minderheid is. Ze zal vragen krijgen. We kunnen alleen maar hopen dat ze respectvol zijn. Waarschijnlijk zullen ze dat niet altijd zijn. In ons geval zijn ze dat niet altijd. We kunnen alleen maar hopen dat het daar zo’n beetje bij blijft.

Het is een heel andere manier van erbuiten staan, dat begrijp ik. Maar heb je het over alle kinderen, heb het dan ook over alle kinderen.

Dochter (30)

Ze gaat zo hard. Het is bijna niet meer bij te houden wat ze allemaal zegt. Vooral ook omdat ze alles nazegt. Op de crèche zegt ze alleen helemaal niks. Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar het was me duidelijk dat ze daar dachten dat ze een beginnende taalachterstand op het spoor waren. Ze waren ineens wel erg geïnteresseerd in of ze thuis wel praat. Ik zal wel weer zo’n moeder lijken die haar eigen kind briljant vindt, maar ze praat thuis best veel. Maar wat goed dat jullie hier alert op zijn. Dit alles moest ik trouwens duidelijk zien te maken terwijl ik zelf amper een stem had omdat ik zo’n last had van mijn keel. Ze hadden trouwens wel ‘het idee’ dat S. de leidsters begreep en als ze bijvoorbeeld vroegen om haar neus aan te wijzen deed ze dat ook wel. En desgevraagd alle andere lichaamsdelen. Maar dat zei ik maar niet.

Moederdag kwam en dit jaar waren er wel twee cadeautjes van de crèche (andere crèche, we zijn na de verhuizing gewisseld). Ik vond het lastig om mijn waardering daarvoor onder woorden te brengen, maar ik heb het geprobeerd. Het is belangrijk voor me. Het was sowieso een vreemd gesprek, want de leidster wilde zeggen dat ze al vaker kindjes met twee moeders hadden gehad, maar dat was blijkbaar een tweeling, en toen zei ze per ongeluk: ‘We hebben dus wel ervaring met tweelingen.’ Maar ik geloof dat we elkaar wel begrepen :) Het waren papieren theepotten, door S. beplakt, met een echt theezakje eraan. Mijn wantrouwen is inmiddels zo groot geworden dat ik me dan niet niet af kan vragen of ze dat misschien grappig vonden, twee potten. Ik haat het woord ‘pot’ en ik haat dat ik dat dan denk. Ik weet ook eigenlijk wel zeker dat er niets achter zit. We drinken toevallig graag thee.

Ik had een rompertje gekocht met ‘mama’ in allerlei talen erop, want M. houdt van talen en alles is altijd met ‘papa’ of ‘mama’ in het enkelvoud en dit was toch een soort meervoud. En met het idee dat S. dan wat opties had, omdat ‘mama M.’ er nog niet helemaal uitkwam. Maar toen was M. kort daarop jarig en zei S. ineens M.’s naam (op haar manier), dat was zo leuk. Ik weet trouwens dat je online wel het een en ander kunt kopen, hoor, shirts met een kuikentje erop en het opschrift ‘Hatched by two chicks’, rompertjes met regenbogen en ‘Baby Pride’. Ik vind dat best grappig, maar ik kan het nog steeds erg jammer vinden dat je speciaal op zoek moet naar die paar dingetjes en dat in winkels zoveel niet van toepassing is.

Verder was Moederdag een behoorlijk waardeloze dag, want S. was ziek, waardoor M. alleen naar haar moeder en oma in Brabant ging en ik vooral druk was met kots opruimen en met werken als S. sliep, want het lukt me maar niet om daar een goed ritme voor te vinden en als ik denk het gevonden te hebben gebeurt er weer zoiets. In de week daarna zelf ook nog flink ziek geweest, helaas.

M. wilde graag op haar verjaardag met S. en mij naar de Efteling en daar zei ik natuurlijk geen nee tegen. We houden van de Efteling en zijn als volwassenen zonder kinderen altijd blijven gaan. We wisten ook wel dat het waarschijnlijk over een paar jaar nog leuker is voor S., maar zo lang konden we echt niet wachten. Het is een van de weinige dingen waar ik me een voorstelling bij maakte voor ik een kind had, dat we daarheen zouden gaan met ons kind, en dus was het een bijzonder moment toen we daar daadwerkelijk waren met ons kind. Voor wie attracties nog wat te heftig bleken te zijn… Het was meteen al brullen in de Stoomcarrousel (we dachten: Laten we ergens in gaan waar je niet zo lang voor hoeft te wachten) en Carnaval Festival was ook een behoorlijk lange zit (ze zei aan het eind wel ineens: ‘Ah, poi!’, wat ze zegt als ze iets mooi vindt, maar het onride-filmpje dat we ‘s avonds nog bekeken op YouTube was toch stukken leuker dan de echte attractie). Het gaf niet, we wisten dat we er zo min mogelijk van moesten verwachten en het Sprookjesbos vond ze wel erg leuk. Behalve Roodkapje, om een of andere reden. Misschien omdat die te veel op een echt mens leek? Voor de wolven en de draak en zo was ze dan weer helemaal niet bang. Ze was meteen fan van Langnek, de Dansende Schoentjes en Vrouw Holle, en natuurlijk van de paddenstoelen waar muziek uit komt. Op allemaal moest gezeten worden (‘stoel’ zit er dan ook in) en bij allemaal werd gedanst. Verder hield ze van alle fonteinen en vond ze de baby-Laven leuk. Daar waren we speciaal naartoe gegaan, omdat ze zo graag naar baby’s kijkt. De Indische Waterlelies waren spannend, maar toch ook wel leuk toen de ganzen begonnen te zingen. We hebben de stoomtrein nog geprobeerd omdat ze op vakantie zo van het treinspeeltoestel hield, maar ze begon al te huilen toen de trein nog niet reed, dus toen zijn we maar weer uitgestapt, het moet wel leuk blijven.

Ze zegt vooral de laatste letters van woorden. ‘Ak’ is bijvoorbeeld ‘zandbak’, maar ook ‘slaapzak’. Vaak helpt de context, maar we verstaan haar lang niet altijd. Romper klinkt bij haar als ‘bompa’ en ‘oop’ is stroop. Dat wil ze de laatste tijd steeds op haar brood. ‘S., wil je amandelpasta of hoemoes op je brood?’ ‘Oop! Oop!’ Hoemoes noemt ze trouwens ‘oesj-oesj’. Ook al de klassieke situatie meegemaakt waarin ze zei dat ze pindakaas wilde en begon te krijsen toen ze de boterham met pindakaas kreeg voorgezet. Ze wilde namelijk jam… Verder ontbijt ze de laatste tijd heel flink, brood en dan ook nog wat kwark met havermout en fruit (wat wij altijd eten). Vooral over de ‘kaaark’ is ze erg enthousiast.

Ze zegt ook eindelijk oma, beide oma’s zijn dolgelukkig (het was heel lang alleen opa). M. en S. hadden met M.’s moeder gefacetimed en de volgende ochtend zag S. de iPad liggen: ‘Oma, ben je?’ Zo slim! ‘Tot zo’ was een tijdje automatisch ‘Otto, opa!’ omdat opa buiten ging barbecuen en we binnen aten omdat het zulk slecht weer was.

M’n tante had een verhaal over de kleutercito, dat daarin naar ‘categorieën’ wordt gevraagd als ‘bestek’ of ‘fruit’ en dat er dan kleuters zijn die best weten wat een vork en een banaan zijn, maar de overkoepelende categorieën niet begrijpen. Ik vind het allemaal behoorlijk overdreven, maar S. herkende laatst blauwe bessen niet en noemde ze toen maar ‘fruit’, dus dat zit alvast goed. Ze heeft trouwens ook haar eigen naam bedacht voor de categorie ‘voertuigen’, want ze noemt een vliegtuig consequent ‘wagen’ (en doet dan haar armen wijd).

Het is vaak nog best lastig om haar te verstaan. Ik bedoel, ‘happen, eten, happen, eten’ is duidelijk, maar wat ze toch bedoelt met ‘ei kopen’? I. suggereerde ‘voor mij kopen’, maar ze zegt het meestal thuis en ze is volgens mij nog niet zover dat ze het concept kopen snapt. Sterker nog, mij/ik is ook nog lastig. Ze is wel gek op eieren, op de crèche moesten ze voorkomen dat ze het ei van een langzamer etend kind opat en op plaatjes waarop Nijntje met haar voeten naar voren zit, roept ze consequent enthousiast ‘ei!’ tegen Nijntjes voeten.

Ze had een poster gekregen van Raad eens hoeveel ik van je hou. Grote Haas en Hazeltje lezen daarop het boek, het is geen afbeelding die in het boek voorkomt. Toen S. de poster zag, deed ze haar armen wijd. Zoooooveel hou ik van jou.

Podiumprent

Op de nieuwjaarsborrel van de Eemlandse schrijvers ontmoette ik Gemma Oosterhof. Gemma studeert aan de kunstacademie en heeft een maandelijkse rubriek op de site van Eempodium: Podiumprent. Ze vertaalt daarvoor een tekst naar beeld, en was dus op zoek naar teksten. Gemma bleek heel sympathiek en de voorbeelden van haar werk die ze bij zich had spraken me erg aan. Ik wilde dus heel graag een tekst aanleveren. Gelukkig leek Gemma dat ook een goed idee! Ik moest wel een paar maandjes wachten, want uiteraard waren er meer gegadigden voor dit leuke project.

Ik kwam voor juni op de planning te staan, en Gemma had zelfs al een tekst gevonden die haar aansprak: mijn gedicht ‘Plantsoen’. Ze vroeg nog wel om wat andere mogelijke teksten, en die heb ik haar ook gestuurd, maar ze bleef uiteindelijk toch bij ‘Plantsoen’. Des te beter. Ik vind het altijd heel bijzonder als iemand ‘iets doet’ met een tekst van mij, en ik heb natuurlijk best allerlei teksten die ik graag verbeeld zou zien, maar ik vond het vooral belangrijk dat ze koos wat ze wilde.

Gemma maakte een prachtige collage bij mijn gedicht, die je hier kunt zien. Ik ben erg blij met het resultaat!

Plantsoen

In een stad waar ik niet gewend ben
een dochter te zijn
maken vrouwen zich op
voor de avond.

Langs de ramen gaat een parade
van zwikkende enkels. Ik vraag me af
wie van ons het eerste in de goot verdwijnt,
hoe je huissleutels het beste
uit putten kunt vissen en dan ook maar meteen
hoe je hoop kunt putten uit drab.

Ik versnipper mezelf in het natte gras.
Achteraf verwissel ik vuilniszakken
met bergplaatsen voor medelijden.

Dochter (29)

Ze is nu anderhalf en ik hebmaak zo weinig tijd om te schrijven.

Ze is vaak zo lief en behulpzaam. Ze wil helpen met het uitruimen van de vaatwasser. Met stoffen en stofzuigen. Met insmeren met zonnebrand (ik wil voor altijd onthouden hoe haar kleine wijsvingertje voelt op mijn wang). Met boodschappen opruimen, natuurlijk. Als ze iets hoort over haar badje of de wasmand, gaat ze uit zichzelf proberen om die voor je te pakken.

M. is erachter gekomen dat S. ‘A, poi!’ of ‘Poie’ zegt als ze iets mooi vindt. Zo mooi. Haar navel noemt ze ‘daudol’ en veel lijkt vooral heel veel op elkaar. Ik hield een hele monoloog over sokken en dat we die op dat moment allebei niet aanhadden, tot ik erachter kwam dat ze achter me aan wilde sjokken. Boeken noemt ze trouwens ook ‘okke’, dus ze zegt ook zoiets als ze een boek wil lezen.

Ze heeft haar eigen gebaar bedacht voor bellenblaas, en voor zwembandjes. Wij zeggen ook vaak bandjes, en dus begrijpt ze het verschil niet tussen een armband een een zwemband. Ze begrijpt wel eindelijk wat een knoop is (en een rits), ze roept niet langer tik-tak als ze er een ziet.

In de Ouders van Nu is een speciale rubriek met pasgeboren baby’s, en ze vraagt telkens om daarheen te bladeren, dan gaat ze ze aaien, kusjes geven en zeggen welke baby’s slapen en welke wakker zijn.

We zijn vorige maand op vakantie geweest met mijn zusje en tante en het was heerlijk, vooral voor S., die ongelooflijk werd verwend door iedereen en lekker haar gang kon gaan. Vlak bij het huisje stond een speeltoestel in de vorm van een trein, en daar heeft ze zo ongeveer de hele vakantie in gezeten, ondertussen mijn zusje commanderend. We hebben voor het eerst met haar gezwommen. Dat vond ze erg spannend en ze wilde er nog niet zoveel van weten, maar we waren blij dat we het konden doen, want ze had vlak daarvoor waterpokken gehad en we zagen ons plan al helemaal in het water vallen. Gelukkig had ze uiteindelijk niet zoveel last van de waterpokken. Ik was vooral bang dat ik ze zelf nog een keer zou krijgen, omdat ik er zelf ooit misschien eentje gehad schijn te hebben, maar ik bleek toch voldoende antistoffen te hebben. Ze had het naar haar zin op de kinderboerderij, waar ze geiten leerde kennen en een kip wilde aaien. Ze gedroeg zich prima als we ergens iets gingen eten of drinken, haar roze petje stond haar zo schattig en ze was fan van Bollo de Beer (ze heeft een ansichtkaart van hem gekregen, en nu wil ze nog steeds de ‘Bollo Berendans’ doen als ze die ziet, op haar manier).

Er waren weinig moeilijke momenten, ook al hebben we erg veel luiers moeten verschonen, was ze elke ochtend ontzettend vroeg wakker (thuis helaas ook nog steeds) en kon ze ‘s avonds moeilijk in slaap komen door alle indrukken. Het was wel jammer dat we tijdens de ‘Escape Walk’ (een soort puzzeltocht op het park, superleuk en we deden hem als enigen op dat moment, waardoor we het idee hadden dat we meededen aan de Mol) terug naar het huisje moesten omdat het voor S. te lang duurde. Maar met het huisje als ‘controlroom’ hebben we hem alsnog af kunnen maken terwijl S. sliep. Het blijft moeilijk om geen verwachtingen te hebben.

Hoeveel alles ook op elkaar lijkt en hoe onverstaanbaar het vaak ook is, ze praat steeds meer en dat is zo leuk. We hebben zelfs al de eerste zinnetjes gehoord. Je hoort altijd dat het zo belangrijk is om je kind keuzes te geven, dus dingen als boeken en broodbeleg mag ze kiezen, maar ze lijkt het nog niet echt te snappen. We hielden haar twee boeken voor en zij zei: ‘Deze. Die ook.’ Of ze wilde ze gewoon echt allebei :) ‘Ook’ vindt ze sowieso een handig woord. ‘Aap zitten ook,’ zei ze ook een keer. En toen ze hem een keer zocht, gebaarde ze aap, zei ‘hoe-hoe-hoe’ en vroeg toen aan mij: ‘Waar?’ Er zijn al een soort gesprekjes mogelijk. Ze vult de zinnen aan van het liedje ‘De kip was zo blij’, vooral aan het eind: ‘Weet je wat het kuiken riep?’, dan roept ze: ‘Piep, piep, piep!’ En dat riep het kuiken inderdaad. Ze concludeerde ‘Uis, nee’ toen we het hadden over dat M. nog niet thuis was.

Dingen die verkeerd gaan, vallen, kapotscheuren, mensen die ergens van schrikken, zich bezeren, dat is zo’n beetje haar humor. Niveau De dikke en de dunne, zeg maar. Ze had veel last van doorkomende kiezen en we konden haar bijtring (bijtkikker) weer eens niet vinden, dus ik wilde kijken of een koud washandje hielp. Ze begreep niet wat de bedoeling was, dus ik drukte het washandje op de plekken die naar mijn idee pijn deden met mijn vinger, waarop ze haar kaken op elkaar liet klappen. Ik trok van schrik mijn vinger terug en zei: ‘Oe!’ Dat was toch wel zo grappig, het moest een keer of twintig worden nagespeeld.

Hoe lastig we het ook vinden om zorg te dragen voor een heel huis en een tuin (ik denk eerlijk gezegd niet dat het nog goed komt met die door rupsen aangevreten buxushaag), het is heerlijk om zomaar de deur open te kunnen gooien en naar buiten te kunnen lopen, om in de tuin te spelen met S. Ze is graag buiten. We hebben een zandbak voor haar gekocht. We hadden al langer de schildpadzandbak op het oog, maar ik wist niet hoe we die bij ons thuis moesten krijgen. Ik had hem al bijna online besteld, maar toen besloot ik toch eerst eens te kijken bij de speelgoedwinkel in de buurt hoe groot en zwaar hij nou echt was. Daar stelde de medewerkster voor om hem illegaal op een winkelwagentje naar huis te rijden. Dat ging best goed, waardoor ik ineens bij M. voor de deur stond met de zandbak: verrassing! De volgende dag zijn we zand gaan kopen bij de bouwmarkt. Drie zakken van 25 kilo. Er zijn weinig momenten waarop ik een man nodig denk te hebben, maar die zakken had iemand anders best voor mij mogen tillen. Gelijk weer lekker hypochondrisch over mijn bekken en rug, maar het gaat nu wel weer. En S. is heel blij met haar zandbak (en weet nu wat scheppen en harken is). Het liefst wil ze dat iemand een emmertje voor haar vult en dat omkeert, waarna ze de toren meteen sloopt.

Ik vond het meteen fantastisch toen S. mama ging zeggen, ook al ben ik niet de enige hier in huis die zo wordt genoemd. Ze weet inmiddels heel goed wie wie is, maar onze namen zijn nog wat te moeilijk voor haar om uit te spreken. Maar toen zei ze ineens Mama Col en wilde ik niemand anders zijn. ♡

Dochter (28)

Het is nu zoveel zichtbaarder dat ze bezig is met dingen verwerken. Ze vertelt ‘verhalen’. Toen er een pakje was bezorgd, wees ze naar de doos en vervolgens op de deur: ‘Open.’ Naar de vloer toen ze gevallen was. Aan M. vertelde ze dat ze aan het drinken was door ‘drinken’ te gebaren en te zeggen en op mijn borst te wijzen. Ze speelt dingen na, laat pop Zoë slapen en Aap drinken uit haar beker.

Veel klinkt hetzelfde, maar toch kunnen we vaak wel onderscheid maken tussen apen, schapen, slapen en gapen en happen. Tussen open en opa. Daarnaast brabbelt ze ook veel. Ze zegt heel vaak ‘oké’ (dat zullen wij dus wel vaak zeggen) en heel schattig ‘hatsjoe’ als er iemand niest.

M. doet sinds een tijdje aan pilates, en nu gaat S. steeds op handen en voeten staan en dan hoopt ze dat iemand haar aankijkt tussen haar benen door. Zoveel liefde als M. dan ook de ‘downward facing dog’ doet en S. begint te giechelen.

Ik probeer oog te hebben voor wat zij misschien graag ziet, ook als ze er niet bij is. Het is best een goede blik, mild en open.

Ze begrijpt zo veel. Ze trok me mee naar haar borduurwerk toen ik ‘Wielen van de bus’ voor haar zong. Ze gebaart ‘Waar?’ als we haar vragen om iets te pakken of aan te wijzen wat ze niet kan vinden.

Ze zwaait enthousiast naar werkelijk iedereen als ik haar ophaal van de crèche. Laatst gingen drie meiden die vast al bijna vier worden binnen bij het raam staan om terug naar haar te zwaaien. Terwijl ze haar kind op de fiets zette, hield een moeder een verhaal dat ik niet kon verstaan, maar dat eindigde met: ‘Slim bedacht van mama, hè?’ Waarop S. heel stellig ja riep en de moeder moest lachen en zei: ‘Fijn, die bevestiging.’

Er zijn momenten waarop ze enorme driftbuien heeft. Een ochtend waarop ze naar de crèche moest wilde ze niks. Geen schone luier, geen broek aan, geen sokken aan, geen schoenen en vooral geen jas. Ik telde tot honderdduizend, en liet haar toen toch maar even in de gang liggen krijsen, omdat ik totaal niet tot haar door kon dringen en niet wist wat ik anders moest doen. Het werd al snel stil. ‘Wil je nu dan wel je jas aan?’ Met zo’n dramatische laatste snik: ‘Ja!’ En ze werkte toen ook ineens wel mee. Meteen maar flink geknuffeld om het goed te maken. En niet eens mijn geduld verloren, ik kan het dus wel. Vervolgens wilde ze op de crèche niet mee naar de groep en ‘ontsnapte’ er een jongetje toen ik te lang in de deuropening bleef staan. Hij en S. hielden een poppenwagenrace in de gang en hadden de grootste lol…

Met eten maakt ze er vaak een enorme zooi van. Vooral haar placemat is in trek, ze schuift ermee over te tafel zoals zo’n gokmachine op de kermis, in de hoop dat dingen daardoor binnen handbereik komen (eigenlijk best slim). Ze gooit hem op de grond en is er al meerdere keren over uitgegleden omdat wij hem niet op tijd weer hadden opgeraapt. Ze kan ook enorm knoeien met haar open bekertje. Eerst dachten we dat ze dat überhaupt niet zelf vast kon houden. M. was even weg en S. en ik gingen theedrinken. S. gebaarde en zei ‘thee’ en pakte zo haar beker om eruit te drinken. Hoe vaak ik niet tegen haar zeg: ‘Dit gelooft mama M. dus straks weer niet.’

Ze geeft soms aan dat ze gepoept heeft, dus we besloten eens op te zoeken wanneer je eigenlijk kun beginnen met zindelijkheid stimuleren. Tussen de 18 en 20 maanden was ideaal, lazen we, want dat is nog voor je kindje in de nee-fase zit. Daar zit S. al zo’n beetje haar hele leven in, maar goed. Het lijkt me erg goor allemaal, dus ik hoop vooral dat we haar aan de wc-verkleiner kunnen krijgen. We laten haar soms meegaan naar de wc met ons, omdat we haar niet alleen kunnen laten en in de hoop dat ze dan vast een indruk krijgt van wat de bedoeling is. In de badkamer hebben we een kastje met aan de ene kant de wc en aan de andere kant een soort betegelde verhoging waar een buis onderdoor loopt. Ik zat op de wc en S. ging aan de andere kant van het kastje zitten. Om kiekeboe met mij te spelen :)

Muziek op schoot is nog steeds een beetje een verzoeking, maar de laatste keer dat ik er met haar heen was, gedroeg S. zich eigenlijk heel goed. Ik zei nog ‘weet aan wie je dit geeft’ tegen de moeder naast me toen ze een of ander attribuut aan S. doorgaf, maar het viel reuze mee. Niet dat ze nu ineens braaf iets in het zakje stopte dat de juf haar voorhield (‘We ruimen alles op, we ruimen alles op’ zingend, want zo gaat het), maar ze liet mij wel dingen inleveren en was dit keer niet hysterisch aan het huilen, zoals een ander kind. Ik geloof dat het me geruststelt als S. zich daar niet het ‘allerslechtst’ gedraagt. Op de terugweg naar de fiets wel omgelopen zodat ze de driewieler niet in het oog zou krijgen.

Over driewielers gesproken, m’n moeder en P. hebben zo’n fietsje met een duwstang op de kop getikt. Het is knalroze en S. kan er natuurlijk nog niet op fietsen, maar dat gezicht van haar als ze erop zit. Zo trots, haha.

M. kreeg het ultieme bewijs dat S. in haar ook een moeder ziet; S. dook op haar af, wees op haar vest en zei: ‘Open? Drinken?’ Je zou zeggen dat ze na praktisch anderhalf jaar wel weet waar ze het wel en niet kan halen (reken maar dat ik het af en toe zou hebben overgedragen als dat kon!).

Dochter (27)

Zoveel te vertellen dat ik maar even een extra aflevering inlas (voor zover er enige regelmaat in zit).

We waren bij mijn schoonvader en daar ging ze, aan de hand tussen mijn schoonvader en zijn vriendin in, op naar de speeltuin. Zo bizar dat ze nu zomaar ergens heen kan lopen en dingen kan doen. In de speeltuin waren allemaal ‘grote jongens’ (zo moeten ze er in haar ogen toch hebben uitgezien, ze waren misschien zeven) aan het schreeuwen en vechten. S. trok zich er niets van aan. Ze vond alles leuk, het wipding, het huisje en vooral de glijbaan (daar ging ze samen met ons vanaf, want die was nog best hoog). Ze was nergens bang voor en het was zo leuk!

Op de crèche hebben ze in de gang een speeltoestel met een trapje, loopbruggetje en glijbaantje. Ik wist eerst niet dat ze daar al op kon klimmen, maar dat heeft ze nu ook ontdekt, ik krijg haar amper nog naar de groep of naar de deur. Eerlijk gezegd hoeft ze van mij ook niet meteen mee, want ik vind het veel te grappig hoe ze van de glijbaan gaat, ‘woeoeoe’ roepend.

Maandag was nog wel even eng. Vlak voor ik haar kwam halen was ze hard op haar achterhoofd gevallen. Ze valt zo vaak, maar het punt was dat ze daarna een bloedneus had gekregen. Dat vonden de leidsters vreemd. Ik ben zelf ontzettend goed in me zorgen maken, zeker ook over gezondheidsdingen, dus toch maar even de huisartsenpost gebeld. De assistente vond het niet zo alarmerend (zeker niet toen ze S. op de achtergrond flink hoorde roepen; met de levendigheid zat het nog wel goed), maar ze zei wel dat we haar goed in de gaten moesten houden. Bloed uit haar oor zou een slecht teken zijn, en we moesten haar toch voor de zekerheid maar even wakker maken als we zelf naar bed gingen. En dan ook echt checken of ze goed wakker was, ‘laat haar maar even een vraag beantwoorden’. Eh, mevrouw? Ze is zestien maanden, ze zegt nog bijna niets. ‘O. Maar sommigen kunnen bijvoorbeeld wel iets aanwijzen.’ O ja. Dat kan ze inderdaad wel. Dus toen moest ze de zebra en de aap aanwijzen op het borduurwerk dat mijn schoonmoeder voor haar heeft gemaakt (en dat ein-de-lijk op haar kamer hangt). Dat vond ze natuurlijk helemaal niet leuk, en wij vonden het ook heel sneu om haar wakker te moeten maken, maar ze deed het uiteindelijk wel en ging daarna zowaar weer slapen, dus toen waren we erg opgelucht. En beseften we weer even hoe ontzettend dankbaar we mogen zijn dat ze gezond is.

Dinsdag had ik bedacht dat we wel even naar een speeltuintje in de buurt konden gaan. Ik wilde daarna nog boodschappen doen, dus ik besloot de buggy mee te nemen. In de buggy zitten bleek een activiteit op zich, ik kon haar nauwelijks uit de buggy krijgen, van haar had dat hele speeltuintje niet gehoeven :) Uiteindelijk heeft ze er nog wel even gespeeld, maar ze vond de grote ronde schommel een beetje eng.

In de midweek bungalowpark met mijn tante en zusje (hoera) hopen we voor het eerst te gaan zwemmen met S. Het is er eerder nog niet van gekomen, ik zie ook best op tegen het gedoe, maar op zo’n park kun je het makkelijker uitproberen, omdat het zwembad dan zo dichtbij is. Ik had alvast een badpakje voor haar besteld, en dat moest ze even passen. Ze vond het fantastisch (en het paste gelukkig ook prima). Ik snap niet hoe ze de link legde, maar ze ging gelijk staan springen naast haar badje, dat ik nog moest opruimen. En ze ging keihard krijsen toen ze het weer uit moest. Ik ben benieuwd hoe het uiteindelijk zal gaan.

Ze zei een soort zin. Ze praat nog erg onverstaanbaar, maar wij weten natuurlijk wel een beetje hoe ze dingen uitspreekt en ze ondersteunt wat ze zegt met gebaren. De zin was: ‘Meer drinken, ja?’ Ze gaf ook vast het door haar gewenste antwoord.

We zijn met haar naar de kapper geweest. Het was eigenlijk niet heel nuttig, veel is er ook niet af, maar goed, het was wel verantwoordelijk van ons. En het viel me mee dat het door kon gaan, want op weg naar de kapper krijste ze de hele boel bij elkaar. Maar toen we er eenmaal waren vond ze het allemaal wel interessant en wilde ze zelfs in haar eentje in de stoel zitten, op een dik kussen en met een Goofy-mantel om. En dan haar jasje, uiterst serieus aangenomen door de kapster en weggehangen. Er kon later geen twijfel over bestaan welke van haar was. Ik doe nu soms een knipje in haar haar, dan lijkt ze pas groot.

Ze heeft van mijn tante een stoeltje gekregen. Ze schuift het het liefst de hele kamer door alsof ze aan het schaatsen is, maar soms gaat ze er ook op zitten (en soms komt ze dan klem te zitten met haar benen onder de armleuningen…). Van C. kreeg ze een oude Random Reader, in de hoop dat ze dan minder interesse zou hebben in onze afstandsbedieningen en apparaten. Het werkt deels, de oude telefoon die M. als wekker gebruikt blijft toch ook wel heel interessant. Ze ziet ons niet veel telefoneren, maar ze loopt wel altijd met die Random Reader aan haar oor door het huis. En als ze dan ook nog op dat stoeltje gaat zitten, zakenvrouwtje hoor.

Yoghurt eten gaat nu beter, ze is niet meer zo hysterisch als haar bakje leeg is. Ze eet grotendeels zelf (we houden wel een tweede lepel in de aanslag om snel yoghurt van haar schortje te kunnen schrapen en geloof me, dat is nodig). En er is een heus ritueel ontstaan: we kondigen aan dat het op is, als het op is doen we ‘lepelmaatjes’ (met de lepels tegen elkaar tikken), dan stapelen we de bakjes op en legt zij de lepels erin, en dan is het klaar. Af en toe denk ik wel: Wat als ze gaat denken dat iedereen het zo doet? :)

Ze is nog steeds gefascineerd door mijn horloge. Nu stroopt ze steeds haar mouwen op, wijst op haar lege pols en zegt dan heel stellig: ‘Nee.’ (En M. heeft haar ook al op haar enkels zien wijzen, haha). Nee, S., dat klopt, jij hebt geen horloge. En dan wil ze het mijne weer zien.

Ze heeft nog erg veel moeite om speelgoed te delen. Gisteren kwamen M. en L. (11 maanden) op bezoek, en S. raakte helemaal overstuur zodra L. ook maar in de buurt kwam van haar speelgoed. Je zou zeggen dat ze wel aan andere kinderen gewend is, aangezien ze ook naar de crèche gaat, maar blijkbaar is het voor haar totaal anders in haar eigen huis, bij haar eigen speelgoed. Lastig!

Speelgoed inleveren is ook nogal een ding, zo blijkt vooral bij Muziek op schoot. Want dat is nu dus begonnen. S. is twee keer geweest, een keer met M. en een keer met mij. Heel leuk om samen met S. echt iets te doen, maar ik ben nog niet zo heel enthousiast over de juf. Ze is wel vriendelijk en ze gaat best leuk met de kinderen om, maar ik vind dat ze haar zaakjes niet zo goed op orde heeft. Ze kwam de eerste les meteen te laat (extra vervelend omdat het toen extreem koud was en iedereen dus buiten stond te blauwbekken), ze weet namen niet, haalt ze door elkaar of spreekt ze verkeerd uit, dat soort dingen. En dat lacht ze dan allemaal maar een beetje weg. Ze zal misschien gewoon een beetje chaotisch zijn, maar het komt nogal ongeïnteresseerd op me over. Nu had ik sowieso al wat issues met het hele gebeuren (we hadden natuurlijk ook al het mailtje aan M. waarin ik aangeduid werd als ‘uw man’…). M. ging dus vorige week eerst, maar ik was wel meegefietst omdat M. niet wist waar het was en het lastig vindt om S. op de fiets te tillen en zou dan tussendoor boodschappen gaan doen. Dat was achteraf gezien niet slim, want ik bleef dus alleen achter terwijl iedereen lekker naar binnen ging en het vloog me ineens enorm aan. Ik voelde me zo buitengesloten, ik was zo jaloers op ouders die ‘gewoon’ met een moeder en een vader zijn, ik kon alleen maar denken: ik zal nooit echt iets voor mij en S. alleen hebben (alsof je daarvoor een bepaald geslacht moet hebben, maar goed), ik zal altijd slechts een van de moeders zijn. Ik wilde er eigenlijk al helemaal niet meer heen, ook omdat M. iedereen al kende en ik niet. Maar M. kwam het de tweede keer niet goed uit en verzekerde me dat echt niet iedereen meteen beste vriendinnen was geworden vorige keer en het had me aanvankelijk toch leuk geleken, dus toen ging ik toch maar. De vorige keer had S. schijnbaar vooral bij het raam gestaan, dit keer deed ze wel wat meer mee in de kring. Er waren twee nieuwe kindjes en niemand vroeg wie ik dan was. We zongen liedjes met vissenwashandjes, gekleurde sjaaltjes, schudeitjes en trommels. Dat was leuk, afgezien van het feit dat S. die attributen telkens niet wilde inleveren. En de meeste andere kindjes wel. Ik was gewoon blij toen bleek dat een ander kindje aan het eind van de les nog steeds rondliep met twee van die schudeitjes, want ik vond het best gênant. Al die kinderen deden alles netjes terug in zakjes en tassen als de juf dat vroeg, maar S. drukte het stevig tegen zich aan en zei ferm: ‘Nee.’ En een keer keek ze me daar toch vuil bij naar de juf! De juf maakte er geen probleem van en probeerde haar steeds af te leiden met iets nieuws, wat vaak ook lukte, en dan ruimde ik het oude maar snel op, maar als ze dat nieuwe dan weer op moest ruimen, was het hetzelfde liedje! Maar ja, misschien is dit daarom juist heel leerzaam voor haar en ze deed wel echt goed mee met die eitjes. Ze schudde ze ook niet als dat niet ‘mocht’, dat verbaasde me. Voordat we terug naar huis zouden fietsen had ze nog wel een enorme woedeaanval omdat ze een of andere driewieler die daar stond niet mee mocht nemen. Ze bleef hysterisch huilen, het was nogal gevaarlijk, want ze wist haar armen zelfs los te wurmen uit de riempjes van het zitje toen ik haar daarin had gezet, dus ik kon gewoon echt niet wegfietsen. Ik wist even niet wat ik moest doen, maar gelukkig hield ze er na een paar minuten ook weer mee op.

Ik schreef al eerder dat ze een boekje vaak nog even ‘door wil nemen’ nadat we het haar hebben voorgelezen. Gisteren lazen we Over een kleine mol… van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch (wel toepasselijk met dat buikgriepje van haar, mijn hemel, maandag had ze zelfs reservekleren van de crèche aan omdat alles vies geworden was, het speet me voor de leidsters) en toen deed ze dat ook. Ze bleef ook echt even hangen bij de bladzijden met de koe, het paard en het varken en maakte het bijbehorende geluid/gebaar. Om de een of andere reden ontroerde het me erg.

Nieuwe gebaren zijn ‘baby’ en ‘bloem’. ‘Baby’ gebaarde ze zelfs zonder bijbehorend beeld, toen we het alleen maar hadden over het kraambezoek dat M. zou gaan afleggen (we moeten echt gaan oppassen met wat we zeggen!). Ze houdt van baby’s. Vaak volgt er dan ook nog een vertederd ‘aaaaah’ en wil ze foto’s aaien. Ze was ook nogal in haar nopjes met de eerste foto van H. van mijn vriendin C. Ook hij werd geïdentificeerd als baby. Zelf ben ik nog steeds vooral vaak blij dat zij er geen meer is.

Dochter (26)

Ze heeft ontdekt dat knikken ‘ja’ betekent. Nu knikt ze vaak heel nadrukkelijk om uit te proberen of het nog steeds zo is.

Als een boek uit is, wil ze het vaak zelf nog even doorbladeren, alsof ze het verhaal nog even een keer doorneemt. Na het verhaaltje voor het slapengaan geeft ze een knuffel en wil ze naar bed worden gedragen.

Ze is sowieso wat knuffeliger dan eerst. Ze zwaait overal naar iedereen en toen leidster T. vroeg of ze nog een knuffel kreeg voor we weer naar huis gingen, gaf S. die meteen. Ik wist niet wat ik meemaakte. Ze is trouwens ook begonnen met kusjes geven. Superschattige kushandjes als ze me uitzwaait. Een gewone kus is ook erg schattig, maar niet per se aangenaam, aangezien ze denkt dat ze zich daarvoor op je moet storten met haar mond wijd open. Verder wil ze vaak ook graag over mijn buik aaien en over haar buik geaaid worden. Dan zie je haar kijken: wat jammer dat ik een romper aanheb.

Het gaat goed met haar op de crèche, al gaat het nu wel steeds over hoe erg ze van klimmen houdt en dat ze weer ergens af gevallen is. Ze gaat meestal meteen lekker spelen als ik haar breng, maar is ook erg blij als ik haar weer kom halen. Ik heb haar bij het halen al aangetroffen in een poppenbedje en in de ‘babytuin’ (een afgescheiden gedeelte van de groep met dikke matten op de vloer, waar baby’s kunnen spelen zonder onder de voet te worden gelopen). Er waren toen geen baby’s en de leidster verzekerde me dat S. er steeds zelf in ging. Waarschijnlijk om duidelijk te maken dat ze haar er niet in opsloten. Ik geloof dat het S. vooral om het leuke kleine deurtje met spiegels erop te doen was. Maar ze zet ook gerust een wipstoeltje in een hoek om daar eens fijn in te gaan chillen, ze hadden blijkbaar een andere ouder er ook al van moeten overtuigen dat ze S. niet in de hoek hadden gezet. Ze benaderen het nooit als iets negatiefs dat ze zo haar eigen gang gaat, ik vind het fijn dat ze die ruimte krijgt.

Laatst was er een ouderavond over hoe ze daar werken en daar ben ik heen gegaan. Ik had meteen de eerste vraag van de quiz fout omdat ik niet wist met welke methode ze werken (Piramide), dus het was nuttig, haha. Ze hadden al eerder om toestemming gevraagd om te mogen filmen op de groep, zodat ze die avond konden laten zien wat voor activiteiten ze zoal doen. Dat was heel leuk, vooral de peuteractiviteit waarbij ze verschillende plastic flesjes moesten matchen op basis van het geluid dat de inhoud maakte. S. was niet te zien bij de activiteiten, maar wel in het filmpje daarna over de dagelijkse rituelen. Ik zag haar heel serieus aan tafel zitten. Na het eten werden er washandjes uitgedeeld. S. wilde erg graag een washandje hebben. Zodra ze er een kreeg, ging ze erop sabbelen…

Helaas begint haar placemat van het aap-noot-mies-leesplankje af te slijten (S. knoeit zoveel, hij wordt nogal intensief gepoetst). Ze kent veel plaatjes en gebaren: aap, mies (poes), wim (leest), zus (zit in kinderstoel en eet dus), jet (speelt), teun (opa :)), gijs (boer), lam (schaap), kees (hond), weide (om de een of andere reden denkt ze dat hier een muis op te zien is), does (nog een hond), duif (vogel), schapen. M.’s collega E. kwam M. ophalen, zag de placemat en vertelde dat haar oma vroeger zo’n leesplankje had en hoe erg ze zich erop verheugd had om dat op school te krijgen. De teleurstelling toen het boom, roos, vis bleek te zijn (ze is van onze leeftijd).

Ik ging met haar naar de tandarts. Met name voor haar heb ik uiteindelijk toch besloten om een tandarts in Amersfoort te zoeken. Ik ben niet zo bang voor de tandarts dat ik er nooit heen ga, maar toch wel zo bang dat ik niet bepaald stond te springen om een andere te zoeken. Ik had tot voor kort dus nog steeds een tandarts in Utrecht waar ik erg tevreden over was, maar dat was logistiek gezien natuurlijk niet heel handig. Dus nu een nieuwe, die natuurlijk niet kan tippen aan de Utrechtse, maar het leek wel oké. S. vond het maar niets dat de stoel met mij erin naar achteren ging en uiteraard dacht de tandarts dat ze een jongen was. Volgens de tandarts was het vooral belangrijk dat er geen strijd zou ontstaan over het tandenpoetsen, hij leek het al prima te vinden als S. zelf af en toe op haar tandenborstel sabbelde. Ik zet zelf liever toch iets hoger in, omdat ik het idee heb dat ze het anders nooit gaat toelaten, maar het was ergens ook wel geruststellend. Ik probeer het nu gewoon ’s ochtends en ’s avonds en het wisselt een beetje hoe dat gaat. Het helpt vaak nog steeds wel als wij ook onze tanden poetsen, als ze op een kussen van mij mag liggen of als ze in de spiegel mag kijken.

Ze kijkt bijzonder graag in de spiegel (en ze zwaait ook graag met een poetsdoek als we aan het schoonmaken zijn, dus wat zegt dit nu weer over haar/ons). Of in het raampje van de oven. Vooral als ze weer eens een of ander lintje of touwtje of mijn tas om haar nek heeft gehangen, dan gaat ze meteen kijken hoe het staat. Waarschijnlijk kwam daar die striem in haar nek ook vandaan… Ze wil soms ook het reiswiegje van pop Zoë op haar hoofd, en als het haar niet lukt, vraagt ze gewoon om hulp door ‘helpen’ te gebaren, iets te zeggen wat erop lijkt en op haar hoofd te wijzen. Wat jij wilt, S.

Ze begint meer met de Duplo te spelen. Vooral door blokjes van elkaar te trekken en deurtjes open en dicht te doen (de woorden ‘open’ en ‘di'(cht) zegt ze ook veel), maar ze is ook vaak druk met de poppetjes, de bedjes en de glijbaan. Ze maakt snurkgeluiden als het over slapen gaat en koppelt dat ook aan Zoë in haar reiswiegje en Duplo-poppetjes in bedjes.

Zelf slaapt ze nog steeds niet door. Ze gaat wel ’s avonds meestal een stuk makkelijker slapen dan eerst, namelijk zonder dat we er op een matras naast moeten blijven liggen. Die speen laten we voorlopig nog maar even… Ik sus mezelf met de gedachte dat ze hem in principe alleen krijgt als ze gaat slapen (o, en als ze het me onmogelijk maakt om haar luier te verschonen) en dat ze hem meestal ook zelf teruggooit in haar bed als ze weer aangekleed is. Ik wil in principe geen nachtvoedingen meer geven omdat ik het idee had dat ze daar alleen maar vaker wakker van werd, in de hoop dat ze dan weer wat zou krijgen. Ze is alleen vaak héél erg boos als ze het niet krijgt, en dat is ’s nachts extra moeilijk. Ze is ook nog steeds vaak erg boos voor het eten. Koken is lastig als er een krijsende dreumes aan je benen hangt. Soms lukt het om haar af te leiden met reepjes paprika en stukjes cherrytomaat, maar laatst had ze gezien dat er tomaatjes op het aanrecht stonden en ging ze daar alleen maar harder van krijsen. Ze houdt nogal van cherrytomaatjes.

Ze loopt steeds beter en is graag buiten, speelt graag buiten. Ik moet er nog erg aan wennen dat ze steeds verder kan lopen. Ze wil de laatste tijd ook steeds niet in de kinderwagen.

Maandag had ik mede daardoor een paniekmoment. Ik moest haar naar de crèche brengen (waar de fotograaf kwam, dus ik had ook nog meer dan anders het idee dat ik daar op tijd een enigszins presentabele S. moest afleveren). Toen ik de fiets uit de schuur haalde, bleek het achterwiel ineens aan te lopen tegen het spatbord, maar aanvankelijk had ik niet door dat dat het was en was ik alleen maar bezig met: O nee, het wiel draait niet, nu kan ik niet fietsen. Dan maar met de kinderwagen. Dat duurt natuurlijk langer en de kinderwagen heeft een lekke band. Je kunt er nog wel mee rijden, maar uiteraard minder goed en sowieso zijn de banden nogal versleten, doordat we ze niet vaak genoeg hebben opgepompt en dat hebben we niet vaak genoeg gedaan omdat er een autoventiel op zit, we geen geschikt pompje hebben en we meestal wel andere dingen aan ons hoofd hadden dan bij een fietsenwinkel of tankstation die banden op te laten pompen. Ik had eerder de indruk gekregen dat ik vrij gemakkelijk bij de babywinkel een nieuw setje banden zou kunnen kopen, maar toen ik daar heel dapper zonder M. met de auto, S. en de kinderwagen naartoe was gegaan, bleek zo’n setje peperduur te zijn en ook nog eens pas weken later te kunnen worden geleverd. Daar baalde ik erg van. En maandag wilde S. dus ook absoluut niet in de kinderwagen. Ze snapte niet waarom ze ineens niet meer op de fiets mocht (ik had haar al in het zitje gezet voor ik erachter kwam dat ik niet met de fiets kon rijden), ze overstrekte zich en ging compleet door het lint. En ik kreeg haar dus niet in de kinderwagen. Pfff, ik wist echt even niet meer wat ik moest doen en schreeuwde terug. Uiteindelijk kwam het heel snel goed, want daarna besloot ik toch nog een keer te kijken of we niet toch op de fiets konden, boog het spatbord recht en toen kon het gewoon, maar het was even moeilijk.

Op dinsdag wilde ze weer niet in de kinderwagen en besloot ik dat ik de kinderwagen mee zou nemen en dat ze dan wel een stukje mocht lopen naar het winkelcentrum. Ik dacht dat ze op de hoek van de straat wel moe zou zijn, maar ze vond het fantastisch (ze hield ook goed mijn hand vast) en dus waren we ineens al zowat in het winkelcentrum voor ik besloot dat ze nu toch echt in de kinderwagen moest, omdat ik onmogelijk boodschappen zou kunnen doen met haar aan de hand en de kinderwagen. Volgende keer moet ik misschien zonder kinderwagen gaan zodat ik haar in een winkelwagentje kan zetten. Uiteraard wilde ze op dat moment nog steeds niet in de kinderwagen, dus dat was me even een scène midden op straat. Een vrouw riep nog meelevend dat haar kinderen vroeger precies zo waren, maar niet hoe ze dat destijds had opgelost.

Een van de nieuwste gebaren die ze doet is ‘boodschappen doen’. Dat vindt ze een leuk gebaar (ikzelf eigenlijk ook wel, het is alsof je geld rondstrooit). Ik vind haar zo lief als ze heel serieus wil helpen met boodschappen opruimen.

Op woensdag kreeg ik een appje van mijn schoonmoeder dat het niet gelukt was om S. in de kinderwagen te krijgen en dat ze maar in de tuin gingen spelen in plaats van boodschappen doen. Op donderdag besloot ik S. wederom op de fiets naar de crèche te brengen. ’s Avonds kreeg ik bericht dat de nieuwe wielen van de kinderwagen onderweg waren.

Op vrijdag was mijn moeder jarig en droeg S. haar mooie vest dat opa en oma voor haar mee hadden genomen van vakantie. Op zaterdag werden de nieuwe wielen bezorgd. En besloot ik toch de rode Koelstra-buggy die ik op Marktplaats had gezien aan M. te laten zien. Ik haat mezelf als ik te veel geld uitgeef aan de verkeerde dingen. Maar goed, het lijkt me nog steeds handig om ook een buggy te hebben, zeker nu ze steeds groter wordt en meer loopt en deze zag er echt nog goed uit en werd dichtbij aangeboden voor een paar tientjes. De woonkamer van de aardige mensen bij wie we hem op gingen halen zag eruit alsof er een speelgoedbom was ontploft, zoals kan gebeuren als je meerdere kinderen hebt en het tegen het einde van de middag is in het weekend. S. begreep niet helemaal dat we alleen de buggy gingen ophalen, en dat het dus niet de bedoeling was dat ze daar met het speelgoed van die andere kinderen ging spelen. Dus die pakte een autootje, ik legde uit dat dat niet mocht en legde het terug. Een van die kinderen: ‘Die baby maakt er een rotzooi van!’ :)

Helaas gooide ze op de terugweg in de auto ineens haar soepstengel eruit en waren we meteen weer erg bezorgd, vooral omdat de vorige overgeefepisode zo dramatisch was, toen ze zelfs water niet meer binnenhield en we allemaal ziek werden en bleven. O, en ook wel omdat ze thuis niet meer uit de nieuwe buggy wilde en we bang waren dat ze die ook onder zou kotsen… Ze at bijna niets en gaf nog een keer over, en zondag bestond voor een deel uit kokhalzend de vreselijkste luiers verschonen, maar verder is ze heel vrolijk en lijkt het tot nu toe gelukkig mee te vallen.

Plannen voor 2018: update februari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
Ik ben nog niet verdergegaan met het (tweede) fotoalbum voor S. En dat terwijl S. dol is op foto’s kijken. Met mijn moeder bekijkt ze regelmatig onze trouwfoto’s (niet mijn idee :)) en ze roept enthousiast ‘Mama!’ als ze ons ergens spot. M. is er echter wel al voorzichtig aan begonnen, dus dat is handig, iemand anders die helpt mijn doel te behalen. In het kader van herinneringen bewaren: ik ben wel inmiddels weer helemaal bij in het vragenboekje Een vraag per dag voor mama’s, waarin je vijf jaar lange elke dag een vraag kunt beantwoorden over het moederschap, je kind(eren) of jezelf. We liepen daar maanden mee achter, maar ik kan me voorstellen dat het later heel leuk is om terug te lezen. We kregen het bij S.’ geboorte van mijn tante, die niet wist dat we het in Vilvoorde al eens hadden zien liggen. Ook heel fijn: afgezien van de vraag of je kind een moederskindje of een vaderskindje is, gaat het alleen maar over moeders, dus ik kan het gebruiken zonder me buitengesloten te voelen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Dit ligt stil. Vooral omdat ik een idee kreeg voor een breipatroon en daar nu liever eerst aan wil werken. Dat kwam echter onlangs óók stil te liggen, omdat ik nogal last kreeg van mijn schouder/nek. Ik vreesde overbelasting door een combinatie van werk, handwerken en S. tillen, en redeneerde dat handwerken daarvan het makkelijkst te laten zou zijn. Ik heb zelfs een soort ‘handwerkloze week’ ingelast, maar daar werd ik vooral diep ongelukkig en gestrest van. Nu, na een flinke deadline, lijkt het zowaar weer wat beter te gaan, en ik heb besloten om een betere bureaustoel aan te schaffen, dus hopelijk is het binnenkort weer helemaal over. Met het breipatroon gaat het op zich voorspoedig, maar ik moet het uiteraard wel eerst schrijven en een sample breien, dus het duurt waarschijnlijk nog wel even voor ik echt iets kan laten zien. Ondertussen natuurlijk wel al lekker voorbarig het een en ander uitgezocht over hoe het in z’n werk zou gaan om een patroon daadwerkelijk online te zetten, want serieuze plannen op dit vlak.

Minder werken
Dit is behoorlijk goed gelukt afgelopen maand, helaas ook omdat S. een dubbele oorontsteking kreeg en dus extra veel bij mij was. Ik probeer het te nemen zoals het komt. Niet alles hoeft nu. S. heeft me nodig. Natuurlijk is het goed om aan de slag te blijven en ook zelf geld te verdienen, maar als het nu even wat minder is, dan is het wat minder. Ik heb zeker hard gewerkt deze maand, maar niet overdreven veel. Helaas wel ook veel tijd verspild aan stressen over die ene opdracht die stukliep op het beschikbare budget en die ene ontevreden auteur.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit gaat gelukkig al wat beter. Er is nog steeds van alles niet gedaan, uitgepakt, geregeld en gekocht, er komt nog steeds post aan op ons oude adres (en laatst zelfs een pakketje, maar dat was mijn eigen schuld, oeps!) maar ik voel me voorzichtig wat meer thuis. Iemand zei tegen me dat het ook toch helemaal niet leuk was om alles in een keer te bedenken en te kopen, dat het veel leuker was als het beetje bij beetje ontstond. Misschien moet ik het zo maar zien. De nieuwe hoekbank is er. Het is zo fijn dat we de ramen gewoon open kunnen doen. Ik oefen zowaar met achteruit inparkeren, zodat ik hopelijk wat minder hoef te stressen over de parkeerruimte hier.

Dochter (25)

Ze eet nog steeds zo ontzettend graag yoghurt. Ze wijst naar de koelkast als we haar vragen waar de yoghurt is. Ze wil haar yoghurt soms zelf eten en we vinden (met enige tegenzin i.v.m. de kliederzooi) dat dat dan moet kunnen, want hoe moet ze het leren als ze nooit mag oefenen? Ze draagt wel een slab met mouwen. Ze denkt helaas vaak dat ze de lepel om moet kiepen. M. zei laatst dat S. gelukkig niet meer zo overstuur raakte zodra haar yoghurt op was. Dat had ze beter niet kunnen zeggen. We proberen haar af te leiden, bijvoorbeeld door onze armen in de lucht te steken voor een soort wave of door met onze lepel tegen die van haar te tikken (‘lepelmaatjes’), we proberen haar voor te bereiden op de teleurstelling door aan te kondigen dat het bakje bijna leeg is, maar vaak is er geen houden meer aan.

Ze sjouwt het liefst de hele dag rond met de boeken over Boer Boris. De leeftijdsindicatie is vanaf drie jaar, maar ze vindt de tekeningen zo leuk en we hebben de verhalen inmiddels al zo vaak voorgelezen dat ze bij Boer Boris wil geen feest zelf al ‘Nee!’ begint te roepen als het broertje en zusje van Boer Boris weer eens iets willen vieren. Boer Boris zegt op al het vierbare (een groeiend worteltje, een pasgeboren lammetje, een jarig neefje) namelijk: ‘Nee, dat is geen reden voor een feest.’ Tot zijn nieuwe hakselaar wordt bezorgd :) We moeten maar eens op zoek naar andere delen (die zijn er), blijft het voor ons ook leuk. In een van de bladzijden zit helaas nu ook een scheur (argh, mijn arme boekenhart!), bewijs dat ze eigenlijk nog in de kartonboekjesfase zou moeten zitten.

‘Ja’ en ‘nee’ (vooral ‘nee’ dus) lijken meer betekenis voor haar te krijgen, net als ‘open’. En op de crèche schijnt ze ‘Uit, uit!’ te hebben geroepen toen ze uit de verkleedkist wilde (ze klimt nog steeds overal in, gisteravond zat ze ook ineens in haar speelgoedbak, waar ze amper in past).

We zijn bang dat ze bang is geworden voor de douche door Nog even mijn haartjes wassen. Ik heb het zelf aan haar gegeven, dus ik kan niemand de schuld ervan geven. Er is een scène waarin het konijn water in zijn gezicht krijgt en je snel je handen voor zijn ogen moet houden. Daarna wordt er wel meteen gezegd dat er niks aan de hand is, maar misschien denkt S. daardoor toch dat er iets niet pluis is. In ieder geval is ze ineens doodsbang voor de douche. Het begon ermee dat ze er absoluut niet onder wilde, maar inmiddels raakt ze ook in paniek als ze in de douchecabine in haar badje zit (dus zonder dat de douche aanstaat). Heel zielig. We laten haar nu eerst maar eens vanaf de buitenkant van de cabine zien dat er niets engs gebeurt als wij onder de douche gaan, hopelijk helpt dat.

Ze vindt het nu heel leuk om haar schoenen aan te hebben en in de tuin te zijn. Ik kan haar gerust even neerzetten terwijl ik de fiets uit de schuur haal. Onderweg houdt ze alles goed in de gaten en is ze dolblij als ze een hond of een vogel ziet. Dat gebaart ze dan ook. Ook op de crèche heeft ze voor het eerst in de tuin rondgelopen, dat vond ze blijkbaar erg leuk. Het is wennen dat ze nu op die manier naar buiten kan. Maar de tuin daar is erg mooi.

Ik baal ervan dat het nog steeds zo koud is, maar S. lijkt er niet zo mee te zitten. Ze wil haar wanten nooit aan. Ik had haar alvast in de auto gezet toen ik de ruiten nog moest krabben. Ze vond het fantastisch toen ik aan haar kant achter het ijs tevoorschijn kwam.

Ze kent al best veel dierengebaren, maar het verschilt natuurlijk hoe vaak ze ze kan gebruiken omdat ze die dieren in het echt ziet. Poes, varken, schaap, paard, konijn, olifant, zebra, vlinder… Ik vind het heel knap dat ze zo duidelijk onderscheid maakt tussen ‘vogel’ en ‘vlinder’, toch twee gebaren waarbij je met je armen moet wapperen. We doen eigenlijk maar wat, ik bedoel, de gebaren zijn officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal, maar we bedenken zelf zo’n beetje welke gebaren ons handig of leuk lijken en die zoeken we dan op (waarbij we meestal uitkomen bij de voorbeeldfilmpjes van Het Gebaar van de Dag met Emily, een ontzettend cool jong meisje dat gebarentaal gebruikt om beter te kunnen communiceren met haar zusje dat een verstandelijke beperking heeft). Ik ben er heel enthousiast over, want ik zie dat het werkt. S. kan veel meer duidelijk maken dan ze in gesproken Nederlands al kan zeggen en ik heb ook het idee dat ze ons beter begrijpt. Ik krijg er veel verwonderde reacties op. Veel mensen zijn er niet mee bekend en vinden het maar vreemd, denken dat we ons kind een taalachterstand bezorgen door te gebaren in plaats van tegen haar te praten of vermoeden dat we het doen omdat we dove mensen in onze omgeving hebben. Ik was altijd al geïnteresseerd in gebarentaal en dovencultuur, maar ik ken geen dove mensen en kan me nog steeds amper uitdrukken in hun taal, want ik ken alleen wat losse gebaren. Ik spreek ook gewoon tegen S., voor alle duidelijkheid, die voor zover we nu weten prima hoort (ze testen trouwens al in de eerste week of baby’s iets kunnen horen, tegelijk met de hielprik). Ik ondersteun wat ik zeg alleen met gebaren en beschouw dat als een verrijking. Nou ja, het geeft ook verder niet, toen S. nog helemaal niet reageerde op de gebaren heb ik ook wel momenten gehad dat ik dacht: Gaat dit ooit effect hebben of maak ik mezelf alleen maar belachelijk? Ook de oma’s van S. waren trouwens aanvankelijk best sceptisch, maar zijn nu helemaal om en dragen regelmatig gebaren aan die wij nog niet kennen :)

Het gebaar voor ‘mama’ was het eerste gebaar dat ze kende (dat woord kan ze al wel ook zeggen). Je tikt daarbij twee keer met je vlakke hand tegen je wang. Laatst zag ze M. en mij samen en tikte ze enthousiast met allebei haar handen tegelijk tegen haar wangen. Alsof ze begreep dat ze zo meervoud aan kon geven.

Ik ben nu minder ongerust als ze weer een of andere ‘tic’ lijkt te hebben ontwikkeld. De vorige (snuiven, ‘de centenbak’) zijn namelijk ook vanzelf weer overgegaan. Ze haalt nu ineens vaak haar schouders op.

‘Sjok, sjok, sjok, achter moeders rok’ vindt ze nu erg leuk, al moet ik eerlijk bekennen dat ze ook vaak hysterisch aan mijn benen hangt, vooral aan het einde van de dag. M. kende het niet, het stelt ook niet veel voor: ik loop door de kamer en S. loopt achter me aan terwijl ik haar handjes vasthoud. Ze houdt van liedjes (zoals vrijwel alle kinderen, volgens mij). Ze vraagt soms ook om ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ door naar haar hoofd te grijpen en iets in de richting van ‘Hoooooofd’ te zeggen op de juiste toonhoogte. Ze zingt op haar manier ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’ (‘Neeee! Boe, boe!’, ze is duidelijk goed in dingen die ‘nee’ bevatten). We hebben een cursus Muziek op schoot gevonden voor in het voorjaar. We hadden al langer bedacht dat we zoiets wilden doen, maar S. was er nog niet oud genoeg voor. Het lijkt ons allebei leuk, dus we wilden graag weten of we afwisselend met S. mee konden komen, of misschien zelfs met z’n drieën. De juf had het in haar mailtje aan M. alweer over ‘uw man’. Zucht.

Als ik iets probeer te zeggen over wat ik lastig vind aan twee moeders zijn, reageren mensen vaak in de trant van: ‘O, maar dat is toch niet zo erg?’ Omdat de voorvallen op zich gelukkig ook niet zo erg zijn. Geen discriminatie (of erger), maar onnadenkendheid en misverstanden. Het is geloof ik vooral de frequentie, en dat ik al min of meer verwacht dat ik dingen zal moeten uitleggen of rechtzetten. Het gaat van oprechte interesse tot pure sensatiezucht, maar het is nooit vanzelfsprekend.

In de supermarkt zagen we leidster M. van de oude crèche. Ze was daar met haar eigen dochters en ze reageerde heel enthousiast. Ze wist nog naar welke crèche S. is vertrokken en legde aan haar dochters uit dat ze S. op de groep had gehad toen die ‘nog een baby was’. Ze heeft S. leren kennen met 3 maanden en ik snap dat het verschil tussen 3 en 15 maanden groot is, dat vind ik zelf ook, maar het klonk toch gek.

Ze wil nu vaak met boodschappen doen de scanner vasthouden en als dat niet mag (het mag nooit) m’n boodschappenbriefje. Dat mag op zich wel, al heeft ze het ook al eens kapotgescheurd voor ik klaar was. Ik probeer haar te laten helpen voor zover ze dat al kan. Ze gooit zelf de speen terug in haar bed. De haarborstel in de la. ‘s Avonds haar speelgoed in de bak (als ze op dat moment niet volledig door het lint aan het gaan is omdat haar yoghurt op is). Op de crèche haalt ze de spullen uit haar mandje en geeft ze aan. Ook boodschappen naar de keuken brengen lukt, dan gaat ze steeds kijken of er nog iets in het mandje van de kinderwagen zit. Ze had vandaag het liefst een zak aardappelen van drie kilo meegesleept.

Ze denkt dat knopen klokken zijn. Het begon bij de knoop van mijn broek. Ook een rond ding met tekentjes erop, zoiets zal het wel zijn. Ze wordt boos als ik zeg dat een knoop geen klok is en tik-takt vrolijk verder.

Dochter (24)

Soms ben ik bang dat mensen zullen vinden dat ik opschep. Ergens kan het me ook niets schelen als dat zo is. Ik laat nog steeds alleen foto’s van haar zien als mensen er expliciet naar vragen.

We gingen facetimen met mijn moeder en ze vertelde welke boekjes ze voor S. uit de bieb had geleend. Er zat een boek over een schaap bij. Ineens komt S. aanlopen met haar eigen boekje waar een schaap op staat (dit, dat ze van L. kreeg). O, en ze gebaarde ook ‘paard’ toen mijn moeder haar via de iPad uit het raam liet kijken naar het weiland waar normaal gesproken inderdaad paarden staan.

Ze lijkt te weten wat soms ergens is. Of wie, want ze gaat nu ook vaak bij het raam staan kijken of ze vogels ziet, of M. al thuiskomt van haar werk. Ook dat zou ik me natuurlijk kunnen verbeelden, maar ze gebaart erbij.

We leren haar om ‘mama’ te roepen als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. Dat wil zeggen, de moeder die haar niet aan het verschonen en omkleden is. Zoveel mensen vragen ons: ‘Maar hoe gaat ze jullie dan noemen?’ Meestal vragen ze zelfs: ‘Maar hoe noemt ze jullie dan?’ Ook toen S. nog helemaal niets zei. Mensen vinden het een interessant vraagstuk, en dat snap ik ook wel. Tot nu toe noemt ze ons allebei mama en proberen we haar ook niets anders te leren. Als mensen aandringen roep ik altijd stoer dat ze vast zelf een manier zal vinden om onderscheid te maken als dat nodig is, maar ik heb natuurlijk wel wensen. Alleen mijn voornaam zou ik jammer vinden omdat de rest van de wereld me al zo noemt. ‘Mammie’ en ‘ma’ zijn niet mijn smaak (ik ben er ook nog altijd niet helemaal aan gewend dat mijn broertje onze moeder ‘ma’ noemt, wat hij inmiddels al vele jaren doet). Iets ordinairs als ‘de mama met de grote tieten’ (degene die dit ergens online postte vond het nog grappig ook) zou ik niet toestaan (het woord ‘tieten’ an sich trouwens ook niet, en het zou fysiek gezien trouwens ook nergens op slaan). Maar goed, ze roept dus ‘mama’ als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. En dat doet ze ook als de andere moeder niet thuis is. Niet dat ze ooit zin heeft om tanden te poetsen, dat lijkt alleen maar zo. Vandaar dat er twee moeders voor nodig zijn.

J. zei: ‘Hé, ze kruipt nu helemaal niet meer, hè.’ Hè? Maar inderdaad, ze kruipt nu eigenlijk helemaal niet meer.

De afgelopen twee weken waren weer erg zwaar. S. bleek een dubbele oorontsteking te hebben en er komen volgens mij ook nog weer tanden aan. Ze kon twee dagen niet naar de crèche en de dag dat ik haar er wel heen had gebracht, belden ze al snel om te melden dat ze haar zo pips vonden. Van een slaapje knapte ze op zich wel weer een beetje op, maar inmiddels hadden we al een afspraak bij de huisarts gemaakt, dus ik ben haar toen alsnog halverwege de middag gaan halen. Ik bracht dus nog meer tijd met haar door dan normaal. Het was ook echt wel een beetje ‘ik moest nog meer tijd met haar doorbrengen dan normaal’. Ze huilde extreem veel, ook ‘s nachts, en wilde alleen maar bij mij hangen. En ze was vaak zo boos, de jam eindigde op de muur. Ik moest weer veel dingen uitstellen. M. is in loondienst en werkt in Amsterdam, en daardoor gewoon een stuk minder flexibel (al heeft ze een dag thuis kunnen werken). Daarnaast voelde zij zich ook weer een aantal dagen niet lekker. Hoe blij ik ook ben met mijn werk en hoe goed we het ook voor elkaar hebben, ik baal er soms best van dat er zoveel op mij neerkomt.

We kregen die dagen toevallig best veel bezoek. Helaas was S. dan vaak ook erg moeilijk. Bezoek confronteert me vaak extra met alles wat nu moeilijker is. Ik heb dat ook wel echt onderschat, ik dacht dat het wel mee zou vallen met het gevoel dat mijn leven voorbij zou zijn, omdat ik zo graag thuis ben. Maar we hebben ‘s avonds thuis natuurlijk ook heel lang amper iets kunnen doen en lekker even bijkomen als ik thuiskom is er meestal ook niet bij. Ik heb toch het idee dat het vaak ouders met lekker doorslapende flesvoedingkinderen zijn die het raar vinden dat ik dat zwaar vind, maar oké.

Als het wel een beetje ging met S. lazen we vooral veel boekjes. Ze wilde vooral steeds in een kartonboekje bladeren met flapjes waar dieren achter zitten. Traktatiecadeautje van R. op de oude crèche. Natuurlijk geen probleem, maar wel grappig, zit je dan met al je ‘verantwoorde’ kinderboeken. Soms keken we naar Sesamstraat, eigenlijk nog te moeilijk voor haar, maar makkelijk even op te zetten. Ze zei consequent ‘aap’ tegen Tommie. Ze begreep trouwens wel heel goed dat Frank Ieniemienie aan het voorlezen was, want toen liep ze weer ‘boek’ gebarend naar de kast.

Ze kreeg antibiotica voorgeschreven. ‘Ik weet niet wat je van antibiotica vindt?’ vroeg de huisarts in opleiding aarzelend. Tja, geen idee, ik bedoel, ik ben helemaal niet zo van de medicijnen, maar de vorige oorontsteking hadden we gemist, S. leek veel pijn te hebben en we gingen de nachten zo niet veel langer volhouden, dus dan toch maar antibiotica proberen. Ze moest het elke acht uur hebben en op zich nam ze het steeds heel braaf in (ze zullen het wel zoet maken of zo), maar het was toch elke keer gedoe om het te timen en dat spul uit dat flesje te zuigen met een spuitje. Totaal gebrek aan verpleegskills, ik. We moesten haar er soms ook voor wakker maken, al kwamen we er dankzij een tip van C. en R. na een aantal dagen achter dat dat toch niet echt hoefde, omdat het half slapend ook lukte. Het was vooral vervelend dat het vrij lang duurde voor we verbetering zagen. Maar nu is de kuur van een week dan eindelijk om en is S. weer wat levendiger en vrolijker. We hadden het advies gekregen om haar oren na een week nog een keer te laten controleren, dus dat hebben we gedaan. De huisarts bij wie we dit keer een afspraak hadden leek dat complete onzin te vinden, maar de oren waren weer bijna helemaal in orde, dus dat was mooi.

Donderdag kon ze wel weer naar de crèche, dat was fijn. S., een kindje van haar leeftijd, kwam superenthousiast aangekropen om haar te begroeten. Dat hoofd van S. daarbij: Wat is dit nu weer? Even dimmen, S., het is nog vroeg. Ze bleek ook met succes een pannetje te hebben verdedigd toen een ander kindje dat van haar wilde afpakken. Hm, de balans tussen assertiviteit en samen delen, dat wordt nog wat!

Ik ging met vriendin C. op bezoek bij hoogzwangere vriendin C. en kwam haar bij haar ouders ophalen met de auto. Hoogzwangere vriendin C. woont tegenwoordig 80 kilometer verderop en ik had ook nog een rijangstbevorderend briefje onder mijn ruitenwisser aangetroffen, dus dit was een enorm extra ding terwijl S. zo ziek was. Ging uiteindelijk wel goed, maar veel stress. Het was dus wel fijn om voorafgaand aan de roadtrip nog heel even met C.’s moeder over andere dingen te praten. C. en haar moeder zouden de dag daarop een meezingconcert bijwonen van het Requiem van Verdi en haar moeder vertelde dat het voor haar heel bijzonder was om daar met C. naartoe te gaan, omdat ze ook naar zoiets was geweest toen ze zwanger was van C. en ze C. daar voor het eerst had gevoeld. Ik voelde S. voor het eerst toen ik een keer heel hard moest niezen.

Soms heb ik heel lang het idee dat ik iets voor Piet Snot doe en blijkt ze het uiteindelijk toch opgepikt te hebben. Zo verrassend en tof. Ik heb dat maanden gehad met gebaren, en ook met ‘beentjes eerst’ als ze van de bank af wilde klimmen. M’n schoonmoeder vond dat wij haar dat zo goed geleerd hadden. Wacht even, doet ze dat dan echt? Op de crèche beweerden ze laatst ook dat ze geen klimmer was, totdat ze in korte tijd uit het poppenbedje en van een stoel af donderde. Maar we hebben het inmiddels zelf ook gezien, ze draait zich heel bewust om. Ze denkt alleen dat ze op die manier ook van de commode af kan klimmen.