Boeken

Hanny Michaelis – Lenteloos voorjaar
(oorlogsdagboeken, bezorgd door Nop Maas)

Ik weet niet meer waarom ik deze dagboeken wilde lezen, ik denk dat ik er een keer een goede recensie over heb gelezen. Ik ken het werk van Michaelis eigenlijk niet, en wat ervan werd geciteerd in haar dagboeken sprak me niet echt aan. De dagboeken zelf vond ik wel mooi, al was het een hele zit (meer dan 900 pagina’s). En dit is alleen maar het eerste deel, en een selectie ook nog. Ik denk dat het tweede deel (De wereld waar ik buiten sta) nog interessanter is, omdat dat de periode verder in de oorlog beslaat. In deze dagboeken, uit 1940 en 1941, is alles nog redelijk normaal, zeker aan het begin, ook al is de familie Michaelis Joods. Hanny (ze is 18, 19 in deel 1) klaagt veel over haar ouders, ze hebben vrij veel ruzie. Dat raakte me, omdat haar ouders de oorlog niet hebben overleefd en dit dus hun laatste tijd samen is. Het is hoe dan ook vervreemdend om de dagboeken te lezen, omdat Hanny natuurlijk van de andere kant van de oorlog komt dan wij. Zij weet niet wat er nog gaat gebeuren.

De bezorger vertelt niet op basis waarvan hij dagboekfragmenten heeft geselecteerd. Een paar keer begreep ik zijn keuze niet helemaal, dan schreef Hanny bijvoorbeeld dat ze naar een feestje zou gaan en was het verslag van het feest zelf niet opgenomen. Maar ik heb de rest natuurlijk niet gezien, dus misschien zijn daar redenen voor. Het gaat wel écht heel veel over de jongens die ze leuk vindt en wat haar dromen zouden kunnen betekenen. Sowieso viel me op hoeveel ze zich bezighield met dat soort zaken. Het analyseren van dromen, maar zeker ook grafologie. En zo serieus ook, alsof het een echte wetenschap betreft (zo werd het toen misschien ook nog gezien?). Ze laat ook regelmatig haar handschrift door haar vader analyseren, dat je denkt: Eh, hij is je vader, je woont met hem in een huis, het is niet heel bijzonder dat hij dingen over je kan zeggen die kloppen… Maar verder kwam ze wel sympathiek op me over, slim, grappig en lekker stellig, zoals pubers dat ook in de jaren veertig al konden zijn.

Marian Rijk – Polderpioniers

Ik lees echt weinig fictie momenteel. Ik weet niet, het kan me niet zo boeien. Toen de bibliotheken nog open waren, kwam M. thuis met dit boek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar een goed geschreven familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis gaat er altijd wel in. En dat is dit zeker. Marian Rijk schrijft over haar eigen grootouders en andere voorouders, maar ze laat zichzelf niet voorkomen in het boek. Haar grootouders krijgen uiteindelijk een boerderij toegewezen in de Wieringermeerpolder. Dat lijkt erg op het verhaal dat Eva Vriend schetst in Het nieuwe land (dat gaat over de Noordoostpolder, maar ook in dat boek gaat het over grootouders van de auteur, en ook in dat boek is er sprake van een zeer strenge selectieprocedure). Verder gaat het boek ook over familieleden van nog langer geleden, waardoor het boek ook gaat over de negentiende eeuw. De negentiende en de twintigste eeuw zijn sowieso mijn favoriete eeuwen om over te lezen. Dit is een boek over het leven van gewone mensen, en die worden van dichtbij beschreven, alsof de auteur er zelf bij is geweest. Waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw (want ze kan simpelweg niet weten wat die mensen ooit tegen elkaar hebben gezegd), maar wel fijn om te lezen en ook heel toegankelijk. Ze verwacht niet dat je voorkennis hebt en de historische informatie is op een prettige manier met het verhaal verweven. Aanrader!

Dolf Verroen – Niemand ziet het
(Met illustraties van Charlotte Dematons)

Zoals M. steeds zegt: iemand die boven de negentig is en nog steeds in staat is om een boek te schrijven, verdient respect. Hoe dan ook.
In dit boek gaat Dolf Verroen terug naar 1947. Hij schrijft over de dertienjarige Victor, die weet dat hij op jongens valt, maar dat aan niemand durft te vertellen. Het is dan ook 1947. En dat geloofde ik ook echt, waarschijnlijk is het een voordeel dat de auteur die tijd heeft meegemaakt. Het boek is volgens mij ook geïnspireerd op zijn eigen leven, zij het niet puur autobiografisch. En de stem is apart, de stijl is heel eenvoudig, met korte hoofdstukken, maar niet erg modern, wat heel goed bij de beschreven tijd past. Ik was onder de indruk, al wist ik me niet goed raad met sommige clichés (moest Victor nu echt zo bezig zijn met kleding?) en viel het einde me wat tegen. Ik had het idee dat het verhaal daar pas echt begon, maar het is een kinderboek, dus het is niet meer dan logisch dat we Victor niet volwassen zien worden.

Dit wil ik maken in 2021

Dit wordt een korter lijstje dan vorig jaar. Geen eenentwintig in eenentwintig. Ik ben moe, ik ben bang, ik heb helemaal geen puf voor goede voornemens en ik heb ook geen idee wat er dit jaar wel en niet mogelijk zal zijn. ‘Als niemand van ons op de ic belandt, doen we het al beter dan vorig jaar,’ zei M. Laten we daarvoor gaan.

Ik houd het bij een lijstje van dingen die ik dit jaar graag zou willen maken, en in mijn geval gaat het dan al snel over handwerken en eten.

Eten

+ Aardpeer
Ik weet nog niet waar ik ze hier zou kunnen kopen en ook niet wat ik er precies mee wil maken, maar ze lijken me lekker.

+ Kanelbullar
En dan wel from scratch, niet van kant-en-klaar croissantdeeg.

+ Griesmeelpudding
Ik heb weleens cake gebakken met griesmeel en toen vond ik het lekker, het lijkt me leuk om een keer een traditionele griesmeelpudding met bessensaus te maken. Volgens mij heb ik ergens nog een tulbandvorm, dus misschien kan ik die gebruiken.

+ Brood
De lockdownbroodbakhype van vorig voorjaar is totaal aan mij voorbijgegaan (met twee kleine kinderen in lockdown hoef je je geen enkele illusie te maken over vrije tijd, laat staan extra vrije tijd), maar M. kreeg van een collega van haar een recept doorgestuurd voor een brood dat je niet hoeft te kneden, en dat klinkt interessant. Al zie ik nu wel dat je het in een pan in de oven moet bakken en hebben wij geen pannen die in de oven kunnen.

Handwerken

+ Nightbook
Dit patroon heb ik al gekocht. Dat doe ik meestal pas als ik echt een concreet plan heb om iets te maken, maar dit vond ik zo’n mooie trui dat ik het patroon vast heb gekocht toen de ontwerper een keer een pattern sale had. Ik brei eigenlijk bijna nooit stranded colourwork en mijn techniek is heel slecht, dus dat zou nog weleens een probleem kunnen worden. Zeker als ik voor handgeverfd garen kies, want dan kun je het beste verschillende bollen afwisselen om kleurverschil te beperken. Ik heb op dit moment nog geen geschikt garen gevonden. In andere omstandigheden zou ik waarschijnlijk met het patroon naar de Handwerkbeurs vertrokken zijn om daar iets uit te zoeken. Het blijft lastig om dat online te doen. Het plan is er, de moed nog niet echt.

+ Patroon Bridges and Beads
We zijn dit najaar de trotse tantes geworden van J. en hij heeft van mij natuurlijk een dekentje gekregen. Ik kon er helemaal niets over delen online, en toen hij het dekentje eenmaal had, is het er ook niet meer van gekomen. Het is nog steeds mijn plan om het patroon uit te werken. De naam heb ik alvast.

+ Iets voor in de zomer
Ik wilde vorig jaar al een top voor in de zomer maken, maar toen was ik druk met het dekentje voor m’n neefje en was het ineens alweer herfst en heb ik voor een trui gekozen. Ik heb wel ook de Clair Shrug gehaakt, maar dat was vooral doordat die in m’n mysterybox van Sticks & Cups zat. Heel leuk om te maken, maar niet echt iets wat ik dagelijks draag. Ik zou graag een keer iets met linnen garen breien, en dat is natuurlijk heel geschikt voor de zomer. Al heb ik dingen gelezen over hoe dat krimpt en weer groeit, en maakte zij me een beetje bang doordat ze in een vlog vertelde dat het zo moeilijk is om draadjes weg te werken in linnen (waar ik toch al een hekel aan heb). We gaan het zien. Ik heb nog geen patroon definitief uitgekozen, maar ik denk wel dat ik dat binnenkort moet gaan doen, om te voorkomen dat dit na de zomer nog steeds slechts een idee is.

+ Vestje uithalen
Ik heb nog zo’n open vestje dat ik jaren geleden heb gebreid en nooit draag. Het is dit patroon en het zit simpelweg niet goed en past niet echt bij me. Het garen vind ik nog wel aardig, dus ik hoop dat ik het uit kan halen en er iets anders van kan maken. Er zit niet zoveel garen in, maar waarschijnlijk wel genoeg voor een trui voor een kind?

+ Sandbank 2
Mijn Sandbank is denk ik het project waar ik vorig jaar met het meeste plezier aan heb gewerkt (ook te zien boven aan deze post). Ik draag ‘m nu ook heel graag, en het was gewoon een ideaal project tegen alle stress waar ik lekker lang mee bezig kon zijn. Alleen het opspannen was lastig, maar dat is uiteindelijk ook best goed gelukt. Kortom: ik wil er nog een. Ik denk dat ik Coast van Holst ga uitproberen, dat garen lijkt dezelfde samenstelling en dikte te hebben als het garen van mijn eerste Sandbank (Organic 350 van Hjertegarn), maar is verkrijgbaar in veel meer kleuren. En laten we wel wezen, de stekenverhouding is bij dit patroon niet heel belangrijk.

Dit lijkt me wel genoeg, al heb ik ook nog genoeg andere ideeën. Zo ben ik geïnfluencet door Tommi en wil ik nu ook een Mazzy Cardigan. Ik heb hier nog steeds een punch needle set liggen waar ik nog niets mee heb gedaan, en ik ben begonnen met het haken van balletjes om hopelijk eindelijk eens mijn voorraad acryl wat te verkleinen. Ik wil er een kussen van maken, mocht ik ze nog terug kunnen vinden nadat de kinderen ermee hebben gespeeld.

Ik ben benieuwd wat ik aan het eind van het jaar zal hebben gemaakt!

Twintig in twintigtwintig – de eindstand

Oké. Ik heb echt weinig geblogd dit jaar. Maar ik had aan het begin wel zo’n mooi lijstje met twintig in twintigtwintig gemaakt, en daar wil ik toch graag op terugkijken, ook al heb ik lang niet alles kunnen doen. Daar gaan we.

+ Minimaal 1 nieuw patroon publiceren
Ik heb mijn Sketchbook Scarf gepubliceerd. En niemand heeft het tot nu toe gekocht. Twee mensen hebben dit jaar wel Interpunctie gekocht, mijn andere patroon. Twee keer een gat in de lucht gesprongen. Het gaat ongelooflijk langzaam, maar dat maakt niet uit. Volgend jaar hopelijk weer een patroon erbij.

+ Mijn Celestarium afmaken
Ook gelukt! Zie boven aan deze post. Je kunt er hier meer over lezen. Niet dat ik er sindsdien iets mee heb gedaan, niet dat hij hangt, maar hij is in ieder geval af, en het is gewoon een mooi ding, ik ben er trots op, zeker omdat de moed me echt even in de schoenen zonk toen ik ontdekte dat er twee gaten in zaten.

+ Zelf garen verven
Dit heb ik geprobeerd. In februari konden we nog naar de Handwerkbeurs, en daar heb ik toen ongeverfd garen en aluin gekocht. Uiteindelijk heb ik ook een pan en een spaghettitang voor dit doel gekocht en geprobeerd dat garen te verven met schillen en pitten van avocado’s… en dat is behoorlijk mislukt. Het garen bleef heel licht, kreeg niet bepaald een mooie kleur en raakte vooral verschrikkelijk in de knoop. En daar zit het nu nog steeds in. Ik heb wel een nieuwe voorraad avocadoschillen in de vriezer liggen en ik heb uitenschillen gespaard, maar daar heb ik tot nu toe nog niets mee gedaan. Ik zeg steeds tegen mezelf dat ik dat garen uit de knoop moet halen, maar het is superdun en zit echt heel erg in de knoop, dus dat heb ik tot nu toe nog maar voor een heel klein stukje gedaan. Verven met natuurlijke materialen spreekt me nog steeds aan, maar ik weet eerlijk gezegd niet of en wanneer ik nog een poging ga wagen.

+ Iedere maand bloggen over mijn handwerkprojecten
Dit heb ik niet gedaan. Ik heb in het algemeen weinig geblogd, en ook weinig hierover. Wel jammer, want ik heb veel gehandwerkt en ook best een aantal projecten afgemaakt, maar het komt er dan vaak toch niet van om er een hele blog aan te wijden, ik vind het al goed van mezelf als ik iets op Instagram post en m’n projectpagina’s op Ravelry bijhoud. Ik weet nog niet wat ik hiermee ga doen. In theorie vind ik het nog steeds een goed idee.

+ Bloggen over de boeken die we lezen met de kindjes
O ja. Lees mee met S. en D. Welgeteld een aflevering. Ook nog steeds een leuk idee, ja.

+ Naar de opticien gaan en een nieuwe bril uitzoeken
Goed dat ik dit aan het begin van het jaar heb gedaan, want ook al zijn de opticiens volgens mij grotendeels open gebleven, hier zou het later in het jaar waarschijnlijk niet meer van zijn gekomen. Maar ik heb een nieuwe bril uitgezocht. Het was verschrikkelijk, want blijkbaar liep ik rond met een bril die eigenlijk iets te sterk was voor mijn ogen, waardoor mijn ogen niet meer konden wennen aan een bril met de sterkte die uit de ogentest kwam. Ik ben een aantal keer terug geweest naar de opticien omdat ik elke keer het idee had dat ik niet goed zag door mijn nieuwe bril. Ik vind zo’n ogentest ronduit verschrikkelijk, want ik heb altijd het idee dat ik de verkeerde antwoorden geef, ook al kan dat eigenlijk niet, en het moest nu dus een aantal keer opnieuw. En ik had het idee dat ik die mensen ongelooflijk tot last was omdat ik elke keer terugkwam. Ook al was de medewerkster altijd ontzettend vriendelijk en zag zij het alleen maar als haar taak om ervoor te zorgen dat ik wél goed zag. Wat natuurlijk ook haar werk is, maar ik vind dat soort dingen gewoon altijd heel vervelend. Maar ik heb het dus wel gedaan. En toen had ik de bril opgehaald met de derde (?) glazen en toen kreeg D. ‘s avonds die verschrikkelijke koortsstuip en toen had ik wel wat anders aan mijn hoofd dan kijken of ik scherp zag. In ieder geval heb ik die glazen nu nog steeds en volgens mij zijn deze wel goed.

+ Een gesloten ecosysteem maken
+ Nog een keer een gemberplantje proberen te kweken

Ja, leuk. Allebei niet gedaan.

Er waren ook een aantal recepten/etenswaren die ik wilde uitproberen.
+ Jackfruit
Dit heb ik een aantal keer gemaakt, naar dit recept. Zelfs vorige week nog met kerst. Lekker!
+ Brownies met zwarte bonen
Deze heb ik niet gemaakt, maar ik heb wel deze vegan brownies ontdekt.
+ Foeyonghai
Dit heb ik een keer gemaakt, op basis van het recept dat ik had gevonden. Het was lekker, maar het smaakte niet echt zoals bij de Chinees. Ik had er toch meer van verwacht, of gehoopt dat het beter zou zijn omdat het best veel werk was. Als ik het nog een keer ga maken, ga ik in ieder geval de bladselderij weglaten, want dat vind ik eigenlijk helemaal niet lekker.
+ Lemoncurd
Twee keer gemaakt, ook nog met kerst, voor bij scones en cheesecake. Blijvertje. Ik gebruik hetzelfde recept als S. en J. hadden gebruikt. Vorige week dreigde het even totaal te mislukken. Ik denk dat ik de eieren en de suiker te enthousiast had gemixt, want het ging vreselijk schuimen en was wit in plaats van geel. En zelfs dat kwam uiteindelijk gewoon goed, dus dit is duidelijk iets voor mij.

+ Opbouwen tot minimaal 5 km hardlopen
Ik vraag me af of ik dit jaar heb hardgelopen. Ik vrees van niet. Ja, sporten. Zou ik moeten doen.

+ Mondharmonica leren spelen
Eh… Als je blaast komt er een andere toon dan als je zuigt? Nauwelijks iets mee gedaan.

+ Meedoen aan een projectkoor
Dit ging allemaal niet door. L. heeft dit jaar een kindje gekregen dat naar dezelfde crèche blijkt te gaan als D., ik heb haar een paar keer gesproken en ze heeft mij al een paar keer gevraagd of ik nog terugkom naar het koor. Ik weet het nog niet. Aan het begin van het jaar moest ik er echt nog niet aan denken om een avond weg te zijn, zo slecht sliep D. toen nog. En toen kwam corona. Misschien na corona? Op dit moment kan ik me daar slecht een voorstelling van maken. En zou ik dan hier mijn tijd aan willen besteden, is dit echt iets voor mij? Zoals ik al zei, ik weet het dus nog niet.

+ Minder op social media zitten lurken
‘Want het maakt me onrustig,’ schreef ik. En dat was dus nog voor alle enge verhalen over code zwart, jonge mensen op de IC’s en mensen die zich totaal niet aan de coronamaatregelen houden (korte samenvatting van wat me op dit moment zoal onrustig maakt). Ik ga dit opnieuw proberen, en ik denk dat het ook goed zou zijn voor mij om het nieuws wat minder te volgen. Want het helpt gewoon niet.

+ Dozen met boeken uitpakken en uitzoeken
Die dozen staan er nog steeds.

+ Een tafel en stoeltjes aanschaffen voor de kinderen
Een tafeltje en een stoeltje is het geworden, ongeveer wat ik voor ogen had, tweedehands schoolmeubilair, waar ik in mijn eentje mee naar huis moest rijden omdat we niet met z’n allen in ons autootje pasten met de aankoop erbij. S. gebruikt vooral de stoel, om op te zitten aan de salontafel en om zichzelf over de rugleuning van de bank te lanceren, ze zit eigenlijk nooit aan dat tafeltje. Maar toch nog steeds blij mee.

+ EHBO voor baby’s en kinderen volgen
Dit is niet gelukt, ik weet ook niet of dit coronaproof kan. Het zou goed zijn, dat vind ik nog steeds, al weet ik niet wanneer het logischer wordt om een gewone EHBO-cursus te volgen. Ik denk wel dat ik het lastig zou krijgen op bepaalde momenten. Ik heb onlangs een boek over pathologie geredigeerd en daar had ik het ook al lastig mee soms. Het ging over zo’n beetje alle aandoeningen, dus ook over aandoeningen waar ik in mijn omgeving mee te maken heb (gehad), en ze vonden het bijvoorbeeld ook nodig om te benadrukken hoe ernstig een status epilepticus wel niet is, en dat je als die dreigt te ontstaan zeker zo snel mogelijk noodmedicatie toe moet dienen. Zoals de neusspray voor D. die wij nu overal mee naartoe slepen. De neusspray die ik ook toe heb moeten dienen bij haar tweede koortsstuip en die er mogelijk ook voor heeft gezorgd dat ze toen godzijdank niet nog een keer een status epilepticus kreeg. Ik ben er best trots op dat ik toen handelde in plaats van bevroor, ik denk dat de kans groter is dat ik niet bevries in dat soort situaties met nog wat meer kennis en oefening. Dit kwam niet echt onverwacht, want deze stuip werd getriggerd door de BMR-vaccinatie. Daar waren we al ontzettend bang voor geweest, wat naar mijn idee werd weggewuifd door het ziekenhuis. Nee hoor, die vaccinatie kon ze gewoon krijgen, geen enkel bezwaar. Bam, nog een koortsstuip, zes weken na de eerste. Ik hoop natuurlijk nog altijd dat dit het was, maar dat weet niemand. Het heeft in ieder geval nog steeds erg veel impact op alles.

+ Weer eens aan een schrijfwedstrijd meedoen
Ik heb aan twee wedstrijden meegedaan. Aan de ene wedstrijd heb ik een dubbel gevoel overgehouden, omdat ik het idee kreeg dat het niet alleen om de kwaliteit van de teksten ging, maar ook om het naar voren schuiven van bepaalde mensen. Die ik niet ben. Ik weet nog niet of ik nog iets anders wil met die tekst (het is een soort gedicht), maar dat hoeft natuurlijk ook niet.
Van de andere wedstrijd heb ik de uitslag nog niet, omdat ze heel graag een liveprijsuitreiking willen organiseren. Ik heb er een hard hoofd in dat dat op korte termijn gaat lukken, maar we zullen zien. Die wedstrijd stelt niet zoveel voor, want je mocht alleen meedoen als je in een bepaald postcodegebied woonde, maar het thema was zo leuk en ik heb met zoveel plezier aan mijn tekst gewerkt en bronnen gezocht dat ik voor mijn gevoel sowieso gewonnen heb. Het thema was ‘Kleine geschiedenis, grote verhalen’, naar aanleiding van Nederland Leest. Mijn verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985. Hij heeft toen overnacht bij de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort, en die hoorden vroeger bij mijn middelbare school, of mijn middelbare school hoorde bij hen, moet ik misschien zeggen. Die school is erg belangrijk geweest voor mij en ik ben nogal gefascineerd door nonnen (en door kostscholen, maar in die tijd was het al geen kostschool meer), dus daar was mijn onderwerp. Mijn verhaal ‘Broeders hoeder’ is fictief, maar gebaseerd op historische feiten, en ik vind het goed gelukt. Dat vond de jury ook, want het is genomineerd voor de prijzen. Je kunt het hier lezen. M.’s verhaal trouwens ook, dus dat scheelde weer een huwelijkscrisis.

Boeken

Kom ik weer aan met boeken die ik tijden geleden heb gelezen. Ik weet dat het me goeddoet om mijn telefoon vaker weg te leggen en meer te lezen, maar soms lijkt het alsof ik vooral bezig ben om de gigantische ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount aan te vullen. En de lijst met boeken die (nog) niet in de bibliotheek te leen zijn. En dan wil ik ook nog mijn Sandbank Shawl afmaken en van alles zien op tv. En dit alles ‘moet’ voornamelijk in de avonden gebeuren, als het huis is opgeruimd en de kinderen in bed liggen. Het klinkt nu heel dramatisch, maar eigenlijk gaat het juist beter dan eerder, toen D. nog niet wilde gaan slapen zonder een van ons erbij. Nu zit vooral S. weer in een roepfase, waarbij ze vaak vrijwel meteen beweert dat ze niet kan slapen. Over de nachten heb ik het hier maar even niet.

Lucy Strange – Het geheim van het Nachtegaalbos
(The Secret of Nightingale Wood, vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders)

Dit boek kreeg ik van vriendin C. voor mijn verjaardag. De eerste vijftig pagina’s vond ik er weinig aan. Ik moest wennen aan de stijl en ik vond het vooral erg naargeestig. En dat blijft het ook wel. Het is een kinderboek, maar het gaat vrij expliciet over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de psychiatrie in die tijd. Daarnaast is het vooral een boek over rouw. Over hoe oneerlijk het leven kan zijn, dat iedereen anders omgaat met de dood en hoe dat mensen van elkaar kan vervreemden. Een notoir lastig thema voor mij. Verklaarbaar, en je zult mij altijd mijn best zien doen om het niet als excuus te gebruiken, maar lastig. Momenteel zelfs weer even extra lastig, dat mag je best weten.

Ik vond het een heel Engels boek, dat schatplichtig is aan de klassieke verhalen (vooral Alice in Wonderland) en daar ook nadrukkelijk aansluiting bij zoekt. Wat mij betreft iets te gretig. Ik ben er ook niet zo bekend mee. Uiteindelijk raakte dit boek me wel, soms onverwacht, in schijnbaar eenvoudige zinnen.

‘Je bent niet meer alleen mijn kleine zusje – je bent nu ook iemands grote zus. Onthoud dat goed.’
‘Een kort leven is ook een leven.’
‘Maar ik was bang dat ze er niet meer zou zijn. En ik was bang dat ze er wel zou zijn.’

Verder lezen Boeken

Handwerken in tijden van corona (2)

Ik zou nog schrijven over waar ik mee bezig ben, maar inmiddels heb ik alweer iets af. Ik heb de Clair Shrug gemaakt, een patroon van Vicky Chan. Dit is een bijzonder patroon waarvoor je moet kunnen haken en breien, dat zie je niet zo vaak. En het is heel ingenieus, want je haakt de meeste motieven achter elkaar, in plaats van steeds de draad af te hechten. Fijn als een hekel hebt aan draadjes wegwerken, zoals ik. Ik was in eerste instantie vooral benieuwd naar de constructie van dit patroon, ik wilde het eerder maken dan dragen, zeg maar. Maar toen kocht ik na een tip van L. een Mystery Box van Sticks & Cups en kreeg ik daarin alles om dit vestje te maken (garen en het patroon, en allerlei goodies). Die Mystery Box is trouwens een aanrader, ik werd er zo door opgevrolijkt. Je kiest een bedrag, vult een vragenlijst in over wat je wel en niet graag maakt, mooi vindt enzovoort en dan kiezen zij iets voor je uit. Bij mij hadden ze ook op Ravelry gekeken wat er op mijn Wish List stond, het voelde heel persoonlijk. Nou ja, en toen moest ik er dus wel aan geloven.

In het begin was ik een beetje geïntimideerd door het patroon, dat heel uitgebreid is, vol schema’s en foto’s. Die foto’s zijn helaas dan weer niet allemaal even duidelijk, dus ik moest er een beetje in komen. En ik heb ook uitgebreid het nadeel ervaren van achter elkaar door haken, namelijk dat je álles uit moet halen als je een stuk terug een fout ontdekt. Dit was misschien niet het ideale patroon voor tijdens een pandemie. Uiteindelijk heb ik trouwens wel enigszins valsgespeeld ,omdat ik toen ik de tweede mouwboord wilde breien nog een fout tegenkwam in de eerste rij motieven. Ik kon het toen echt niet meer opbrengen om alles uit te halen tot dat punt (oftewel meer dan drie kwart van het werk). Dus toen heb ik het foute deel afgeknipt en er een stukje tussen gezet. Daar is mijn perfectionistische zelf niet blij mee, maar ja. Verder is het wel mooi geworden.

Ik werk nu nog aan de Sandbank Shawl, een patroon van Lea Viktoria. Het is een grote, lichte shawl in dun garen. Ik had voor dit garen, Organic 350 van Hjertegarn, eigenlijk een ander project in gedachten, maar daarvoor bleek het te dun. Ik was al langer geïnteresseerd in de Sandbank, maar aarzelde vanwege de opmerkingen dat het patroon slecht/onduidelijk zou zijn. Tot nu toe valt me dat erg mee. Daarnaast waren veel mensen wel heel blij met het eindresultaat, dus daarom besloot ik het er toch op te wagen. De shawl heeft een bijzondere vorm, een beetje tussen een halvemaan en een halve cirkel in. Die vorm krijg je door vanuit het midden te beginnen en dan rond te breien. Dat had ik nog nooit gedaan. Het is schijnbaar dezelfde techniek als wanneer je sokken vanaf de teen breit, maar dat heb ik ook nog nooit gedaan en dit is met veel meer steken dan je daarvoor nodig hebt. De cast-on uit het patroon lukte me niet, maar de Turkish cast-on ging redelijk, leuk om weer iets nieuws te leren! Na de eerste rondes kom je bij een herhaling over zestien rondes en dan wordt het relaxed. Zeker met een rondbreinaald van 150 cm, die ik speciaal hiervoor heb gekocht op de Handwerkbeurs. Prima tv-project. Er zitten nog wel wat meerderingen in hier en daar, maar inmiddels is de shawl al zo groot dat het steeds ook heel lang rechtuit is. De rand komt langzamerhand in zicht, en veel kritiek richt zich daarop, dus daar moet ik nog wel even in duiken. Gelukkig is het typisch zo’n patroon waar veel mensen notities over hebben gemaakt op Ravelry, dus daar ga ik dankbaar gebruik van maken.

Verder werk ik nu vooral aan een dekentje voor een baby, want M. en ik hopen komende herfst voor het eerst tantes te worden. Ik kan er nog niet veel over zeggen, want de moeder van de baby (mijn schoonzus) volgt mijn projecten op de voet. Wat ik er wel over kan zeggen:
– Ik heb het patroon zelf ontworpen. En nu ben ik er natuurlijk extra onzeker over, zeker als ik dan zie wat voor dekentjes S. zelf favoritet op Ravelry. Voordeel is wel dat ze het daar niet per ongeluk gaat vinden. Ze heeft zelf gevraagd of ik een dekentje wilde maken (alsof ze dat moest vragen!), ze weet wat voor dekentjes ik eerder heb gemaakt, dus het zal allemaal echt wel goed komen, maar dat heb ik altijd als ik een dekentje maak, dan moet het ook wel echt mooi worden.
– Het dekentje is niet roze of paars, want die kleuren mocht ik niet gebruiken. Nu zou ik die kleuren voor iemand anders sowieso niet snel kiezen, maar ze willen het geslacht van de baby ook nog niet weten, dus het is zeker iets neutralers geworden.
– Het kan in de wasmachine. Ik weet dat S goed voor breisels kan zorgen, maar ik ben er natuurlijk niet op uit om het leven van nieuwe ouders moeilijker te maken dan het al kan zijn.
– Het garen werd razendsnel thuisbezorgd door Elitt, dat was fijn. Ik had wel het gevoel dat ik het systeem had gehackt, want de winkel vroeg hoe dan ook verzendkosten en dat vind ik bij grote bestellingen altijd een beetje jammer. De garenfabrikant berekende echter geen verzendkosten boven een bepaald bedrag, dus toen heb ik het daar direct besteld. Alleen bleek toen dat de fabrikant de bestelling doorzette naar een lokale winkel, dus toen kreeg ik het alsnog van de winkel, maar dan zonder verzendkosten. Dat was dan misschien ook de reden dat ze het persoonlijk kwamen bezorgen in plaats van het per post te versturen, maar daar klaag ik natuurlijk niet over!

Momenteel moet ik trouwens enorm veel moeite doen om het niet aan de kant te gooien en aan tig nieuwe projecten te beginnen. Ik weet dat ik dit echt eerst af moet maken (en idealiter mijn Sandbank ook), omdat het er anders gewoon niet meer van komt, maar het valt me zwaar. Het is een groot project en ik heb het zelf ontworpen, dus het verrast me niet. Het is nu gewoon een kwestie van héél lang zo doorgaan. In dit geval zou het dus positief zijn als ik een poosje weinig te melden heb!

Boeken

Ik lees zo ongelooflijk weinig momenteel, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik vond dit bericht terug als concept, waaruit bleek dat ik toch nog wel een paar boeken had gelezen, zij het in een lange periode. Als ik erover schrijf, krijg ik soms weer meer zin in lezen, dus wie weet.

Rachel Hawkins – Her Royal Highness
(vertaald uit het Engels door Ella Vermeulen)

L. raadde me dit boek aan. Meisjes die verliefd worden op andere meisjes én een kostschool, dus je begrijpt, ik was er meteen voor in. Mijn indruk is nog steeds dat er vrij weinig ‘gewone’ boeken verschijnen met lesbische personages, laat staan over volwassen vrouwen (tenslotte ben ik al een tijdje geen young adult meer) of lesbische moeders. Er zijn mensen die anders beweren, maar als ik die om tips vraag, komen ze meestal met queerfantasy of queerhorror aanzetten, twee genres waar ik weinig mee heb. Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet goed op de hoogte ben van het Engelstalige aanbod dat niet wordt vertaald of te leen is in de bibliotheek, daar zou ik me misschien meer in moeten verdiepen.

Enfin, dit boek. Het is vooral een lief, zoet boek. Het bevestigde maar weer eens mijn vermoeden dat ik chicklit best leuk zou hebben gevonden als ik hetero was geweest. De Amerikaanse Millie ziet haar vriendin met een ander zoenen en vlucht weg naar een kostschool in Schotland. Daar deelt ze een kamer met Flora, een echte Schotse prinses die absoluut niet van plan is om het naar haar zin te hebben op de kostschool. Aanvankelijk kunnen Millie en Flora elkaar niet uitstaan, maar ja, ze zitten toch met elkaar opgescheept…

Helaas gaat het niet zoveel over de kostschool als ik graag zou willen (het kan nooit genoeg over de kostschool gaan). Daarnaast vond ik het storend dat er toch nog even expliciet benoemd moest worden dat Millie op meiden én jongens valt, terwijl verder uit het boek totaal niet blijkt dat ze bi is. Ik snap dat mensen die bi zijn ook graag boeken over zichzelf lezen, maar ik neem aan dat zij dan ook graag meer willen dan dat er alleen gezegd wordt dat iemand bi is. Dit lijkt me dan voor iedereen net niks. En ik vermoedde toch ook dat ze voorgesteld wordt als bi omdat het anders wel erg eng en moeilijk is voor de hetero’s. Ik zie dit soort ‘afzwakkingen’ net iets te vaak, ook bijvoorbeeld dat meisjes/vrouwen ineens toch ‘gewoon’ met een jongen/man eindigen en dat dat wel erg positief wordt voorgesteld, ze leefden nog lang en gelukkig met de natuurlijke orde hersteld. Er is al zo weinig, als ik dan eindelijk een lesbisch boek heb gevonden, mag het dan misschien een ‘echt’ lesbisch boek zijn? Bedankt.

Daarnaast was de Nederlandse vertaling helaas slecht geredigeerd. Ik lees zeker minder aandachtig als het niet voor mijn werk is, maar ik kwam zoveel fouten tegen dat ik op een gegeven moment aantekeningen ben gaan maken en de uitgeverij heb gecontacteerd.

Wim Daniëls – De lagere school

Luchtig boek met stukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen die met de lagere school te maken hebben (dus voor 1985, want toen werd het de basisschool). Gericht op babyboomers, maar toch ook wel leuk voor mij om even te lezen. Al wist ik veel al wel. Ook schokkend: sommige dingen herkende ik van mijn tweede basisschool (zoals van klein naar groot moeten gaan staan bij gym en dan eerst een paar rondjes moeten rennen), waaruit nog maar eens blijkt hoe belachelijk ouderwets die was. Ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Daniëls het zichzelf makkelijk had gemaakt door zijn Facebookvrienden te vragen om input en hun reacties vervolgens klakkeloos over te nemen in zijn boek. Niet alles wat zijn Facebookvrienden te vertellen hadden, was even interessant, en het boek richt zich daardoor ook behoorlijk op de lagere school in Brabant (ook wel weer grappig, aangezien mijn schoonfamilie uit dezelfde regio komt als de auteur en hem kent).

Shaun Bythell – Dagboek van een boekverkoper

Ik weet niet meer hoe dit boek op mijn leeslijst terecht is gekomen. Waarschijnlijk om de simpele reden dat ik geïnteresseerd ben in alles wat met het boekenvak te maken heeft. Tijdens mijn studie heb ik zelf ook in een boekhandel gewerkt, maar dat was zo’n grote boekhandel dat ik voornamelijk achter de kassa zat. Met veel plezier, overigens (en ik kan nu nog steeds goed boeken inpakken), maar dat was dus wel een totaal andere boekhandel als waar dit boek over gaat, want dat is een rommelige boekhandel in een klein plaatsje in Schotland waar ze voornamelijk tweedehandsboeken verkopen. Voor alle duidelijkheid: deze boekhandel bestaat echt, het boek is geschreven door de eigenaar, en hij beschrijft elke dag welke boeken hij verkoopt, inkoopt, de klanten, de medewerkers, zijn leven in het algemeen… Is dat niet saai? Eh… jawel. Soms wel. De meeste boeken die hij beschrijft kende ik niet, het is vaak bijzonder rustig in de winkel en zijn leven is niet bepaald spectaculair. Het had zeker wel wat, en ergens bleef ik benieuwd naar het vervolg, maar daar maakte het nawoord korte metten mee.

Elisabeth Leijnse – Cécile en Elsa, strijdbare freules

Dit boek had ik al eens eerder geleend van de bibliotheek en toen moest het terug en had ik misschien honderd pagina’s gelezen. Maar dit keer gingen de bibliotheken dicht en vond de Bibliotheek Eemland het te moeilijk ook maar iets te regelen voor haar leden, dus ik had dit keer ruimschoots de tijd om het uit te lezen. Serieus, ik ben daar zo in teleurgesteld, bij andere bibliotheken kon je nog boeken reserveren of een verrassingspakket ophalen of wat dan ook en hier was er gewoon niks, ik heb niet kunnen ontdekken wat ze maandenlang hebben zitten doen. Vlak voor ze weer open mochten, kwamen ze ineens trots melden dat het weer mogelijk was om gereserveerde boeken op te halen. Let wel, alleen boeken die mensen hadden gereserveerd vóór de coronacrisis, maanden eerder. Toen ze weer open mochten, kon dat natuurlijk niet meteen op de maandag dat ze weer open mochten, stel je voor, we moeten natuurlijk wel de tijd krijgen om dat goed voor te bereiden. Toen iemand op Twitter zich afvroeg wat de meerwaarde nog was van een lidmaatschap als ook niet-leden gratis e-books en luisterboeken konden lenen (een landelijke service tijdens de lockdown, dus ook daar zullen ze weinig werk aan hebben gehad), kwam er een reactie (die ik nu overigens nergens meer terug kan vinden) in de trant van dat het lidmaatschapsgeld sowieso weinig zoden aan de dijk zette en dat bibliotheken grotendeels uit algemene middelen worden betaald. Het Eemhuis is prachtig, ze organiseren normaal gesproken leuke activiteiten en S. gaat graag naar het voorlezen en knutselen (en ik ook, want ze lezen goed voor en hebben leuke tips), maar dit sloeg nergens op.

Goed, over het boek. Het is een biografie over twee adellijke zussen op basis van enorm veel brieven en documenten. Dankzij hun afkomst hadden ze relatief veel mogelijkheden, en ze waren in hun tijd (geboren in 1866 en 1868) behoorlijk bekend. Cécile als schrijfster en activiste, Elsa vooral als vrouw van componist Alphons Diepenbrock, hoewel ze ook de eerste logopediepraktijk van Nederland had. Het is een dik boek en ik moest er soms echt even doorheen ploegen, maar dat kwam vooral doordat het zo uitgebreid was en mijn gedachten veel afdwalen in deze tijd. Het is fijn geschreven en ik vond het over het algemeen heel interessant.

Sun Li – De zoetzure smaak van dromen

Ik vind nog steeds dat M. me weleens had mogen waarschuwen van tevoren dat de auteur in dit boek erg gedetailleerd schrijft over allerlei soorten onderdelen van dieren die worden gegeten. Ik eet geen vlees meer en kan nergens tegen, dus daar heb ik af en toe flink van gegruweld. Buiten dat vond ik dit een leuk boek. Sun Li beschrijft hoe het is om op te groeien als Chinees in Friesland. Het hele gezin helpt mee in het restaurant van haar ouders, maar als jongste dochter heeft zij ook nog andere dromen. Ze beschrijft vooral haar eigen leven, maar gaat ook wel in op de Chinese (eet)cultuur en racisme. Voor mij een onbekend perspectief, waar ik graag meer over te weten kwam.

Handwerken in tijden van corona (1)

Er is nog niet veel terechtgekomen van het bloggen over handwerken na januari. Ik heb wel heel veel gehandwerkt, zeker aan het begin van de lockdown. Het zorgt voor iets meer rust in mijn hoofd. Ik pik de draad maar weer op (jaja). Vandaag eerst maar eens met de dingen die ik af heb gemaakt, anders wordt het wel een erg lang verhaal.

In januari was ik nog bezig aan mijn Varma-pullover. Die is inmiddels al een tijdje af. Het is een patroon van Sari Nordlund en ik heb ’m gebreid in Organic Trio van Hjertegarn. Daar zit wat zijde in, en daar ben ik achteraf niet zo blij mee, want voor ecologische zijde blijken zijderupsen net zo goed vermoord te worden. Het kostte me best veel moeite om de trui netjes in elkaar te zetten, en toen ontdekte ik ook nog een foutje in het voorpand. Daar heb ik toen maar een soort nepsteek overheen geborduurd, en dat is best goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ik heb de trui overigens nog niet gedragen, vooral omdat ik veel in het gezelschap verkeer van een dreumes die het liefst haar handen vol yoghurt of lasagne aan mijn mouw afveegt.

Ik schreef toen ook dat ik nog niets had gedaan aan mijn Celestarium. Ook dat project is inmiddels af. Wat een ding. Een mooi ding, maar pfoe. Het patroon is van Audry Nicklin en ik heb Malabrigo Sock gebruikt in de kleur Côte D’Azur. En het stelt dus de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond voor. Met in mijn geval glow-in-the-dark kralen in vier verschillende maten. Ja, dit was nogal een ambitieus project, vandaar dat ik er zo’n drie jaar aan bezig ben geweest (met bijzonder lange pauzes, dat wel). Het is eigenlijk een sjaal, maar ik wil het uiteindelijk ergens in huis ophangen. Ik weet alleen nog niet hoe. Ik heb geprobeerd of ik ijzerdraad door de rand kon rijgen, maar dat werkte totaal niet, zoals mijn tante overigens al had voorspeld. Van die metalen ringen die mensen gebruiken voor mandala’s zijn precies niet verkrijgbaar in een goede maat. De ontwerpster zelf suggereerde dat een lijstenmakerij misschien nog ideeën had (ik geef het gewoon toe, ik vind het fantastisch als ontwerpers op mijn projecten reageren). Ongetwijfeld, maar dat moet maar wachten tot na deze pandemie. Ik ben in ieder geval wel heel blij dat het eindelijk af is. Er was nog even een dramatisch moment toen ik eindelijk mezelf zover had dat ik er verder aan ging werken en plotseling twee gaten ontdekte. Nog altijd geen idee hoe die erin zijn gekomen. Een mysterieus beest op zolder dat graag aan garen knaagt? Ergens achter blijven haken? Een te ruwe binnenkant van de projecttas? Ik heb op het punt gestaan om het in een hoek te smijten en er niet meer naar om te kijken, maar toen heb ik al mijn moed bij elkaar geraapt en aan de hand van een tutorial van Patty Lyons de boel zo vakkundig mogelijk gerepareerd, als een huisvrouw anno 1930. En ik ben blij dat ik dat heb gedaan, want je ziet er echt bijna niets van.

Dan heb ik nog een boodschappennetje gemaakt, de Ilene Bag van Hannah Mason. Ik denk dat dit niet de laatste is, fijn patroon. Het lijkt een klein tasje, maar het rekt enorm mee, er passen zo meerdere hele broden in. Ik breide het met een restje DMC Natura Just Cotton en nu wil ik dat het liefst in allerlei andere kleuren kopen zodat ik er meer kan maken. Ik heb bij dit exemplaar wel gemengde gevoelens omdat ik er onder andere aan heb gewerkt toen ik midden in de nacht aan D.’s bed zat op de IC.

Met mijn Varma-pullover en mijn Ilene Bag heb ik nog meegedaan aan een make-a-long van Tommi. Het ging om projecten die je maakte met materiaal van een handwerkbeurs (ik heb het garen voor mijn trui vorig jaar op de Breidagen gekocht) of die je maakte om te dragen naar een handwerkbeurs. Dat laatste werd imaginair toen de coronacrisis uitbrak, maar het was toch leuk om mee te doen.

En dan heb ik mijn tweede patroon gepubliceerd! Mijn eerste haakpatroon, de Sketchbook Scarf. Eerlijk gezegd heeft nog niemand zich eraan gewaagd, maar ik ben er toch heel blij mee. Je vindt het hier. Ik heb het patroon waar ik eerst aan werkte even weggelegd omdat ik even niet zo goed meer wist hoe het verder moest, maar ik ben wel bezig aan een babydekentje dat ik zelf heb ontworpen, dus ik hoop daar uiteindelijk ook een patroon van te maken. Daarover de volgende keer meer!

/.9i0¿í¿0o9999 úno,,,/////Cc
Ccçcxxx
X
X
Xx
X’t’r’’’’

]\]\\
\

Ki iki ii i
hyhhhhhhhhhh n n [ö «0 [-0 jyj

Was getekend, D.

Zoals je ziet valt het nog steeds niet mee om te werken. Dat komt overigens lang niet alleen door de kinderen. Maar we zijn samen, ik heb nog steeds werk en redenen om me daar weer wat beter over te voelen. Tijdens de lockdown heb ik veel gehandwerkt (daar hoop ik je snel meer over te vertellen). S. en ik hebben een keer straatbingo gespeeld, en toen moest ik alleen nog een scootmobiel en zij alleen nog een hoed en toen kwam er precies op dat moment een vrouw voorbij in een scootmobiel met een hoed op, alsof ik die had ingehuurd. We hebben op Koningsdag ook rond ons huis gerend met een aardappel op een lepel. Maar er waren ook veel dagen waarop we dat allemaal niet deden en het een stuk moeilijker was om van de bank te komen en niet te gaan schreeuwen. Ik geloof dat er één nacht is geweest waarin we niet wakker zijn geworden van D., al werd ze toen wel wakker toen we naar bed gingen. Ik heb zelf paneer gemaakt omdat we saag paneer wilden eten. Het was best goed gelukt. Dit was wel nadat we Indiaas hadden besteld en dat per ongeluk zonder te proeven aan D. hadden geserveerd. Het duurde daarna even voor ze de boel weer vertrouwde… Ik heb een fietsje gekocht voor S. via Marktplaats en ben dat in mijn eentje met de auto op gaan halen. Ik heb De Mol-truien gekocht voor M., C. en mezelf. Ik heb een prachtig zelfportret gekregen van S. voor mijn verjaardag.

Ik heb nagedacht en dingen niet geweten en belachelijk lang naar antwoorden gezocht en naar woorden misschien nog wel langer. Ik heb voor de allerlaatste keer ‘Dag lieverds’ gehoord terwijl ik wist dat het de allerlaatste keer was. Ik weet van zoveel dingen niet hoelang ze nog gaan duren, maar dit lijkt me hoe dan ook te lang.

COVID-19

Ik ben gewoon moe. Van het vrijwel 24/7 met de kinderen zijn, van mijn werk in de helft van de tijd moeten proppen, van piekeren over hoe het allemaal moet en of ik straks ook nog wel werk zal hebben. Van de zoveelste gebroken nacht, S.’ zoveelste driftbui, voor de zoveelste keer D. van de bank plukken, nét voor ze zichzelf lanceert. Van mijn hypochondrie, van de zorgen over D. en haar koortsstuipen (meervoud, ja, helaas heeft ze er na de BMR-vaccinatie nog een gehad, zij het een ‘gewone’ waarvoor ze niet naar het ziekenhuis hoefde) en het overleggen met alle zorgverleners en de leveringsproblemen rond haar noodmedicatie (die de tweede keer dus gelukkig werkte). Van de zorgen over mijn familie en vrienden. Van hooikoorts en menstruatiepijn.

Van de onzekerheid over de toekomst en de risico’s en of ik de maatregelen goed begrijp en hoe anderen ze interpreteren en wie er dan gelijk heeft. Van de ergernis over de mensen die zich er zeker weten niet aan houden. De uitpuilende speeltuin, de samenscholende tieners. De mensen die toch niet alleen naar de supermarkt komen en dan midden in de supermarkt met andere mensen die óók niet alleen zijn gekomen een kletspraatje houden over hoeveel fijner het is om samen boodschappen te doen, alleen wel overdreven dat je dan per se allebei een karretje mee moet nemen, want dan loopt er dus een met een leeg karretje rond. Van S. elke keer uit moeten leggen waarom ze niet mee mag naar de supermarkt, waarom zoveel dingen nu niet kunnen.

Van naar buiten moeten. Van te weinig naar buiten gaan. Van overdag te weinig rust krijgen en daardoor steeds veel te laat naar bed gaan.

Van moeders die helemaal zen zijn. Van mensen die zeggen dat je geen kinderen had moeten nemen als dit je zwaar valt. Van de mensen zonder kinderen die ineens te veel tijd hebben. En die dan tips sturen voor dingen om te lezen, kijken, doen, beginnen. En die wel sporten, juist nu sporten.

Van dat ik van mezelf steeds dankbaar moet zijn dat we gezond zijn, dat we veilig zijn, dat we samen zijn. Van ‘tot nu toe’ overal achteraan.

D. in het ziekenhuis

Anderhalve week geleden is onze lieve D. op de intensive care van het WKZ beland na een heftige atypische koortsstuip. Daar wil ik een heleboel over schrijven, maar dat lukt nog niet zo. Het meeste lukt nog niet zo. Het hele gebeuren heeft veel impact op ons allemaal. Ze moest mee met de ambulance, er stond letterlijk een kamer vol mensen op ons te wachten op de Spoedeisende Hulp. De neuroloog die op was geroepen en naar binnen rende in haar gewone kleren. De anesthesist die erbij moest komen. Ze wisten niet precies wat het was. Ze bleven maar spierverslappers geven volgens het protocol. Ze kwamen steeds verder in het protocol. Er was een moment waarop ze eruit leek te komen, ons weer leek te zien. ‘U begrijpt dat we haar hier gaan houden,’ zei de kinderarts, en dat ze haar dan straks naar de kinderafdeling zouden verplaatsen. Er gingen mensen weg, de verpleegkundige was benieuwd hoe onze kinderen ons noemden, haar dochter en schoondochter kregen ook een baby. Toen ging het ineens weer slechter, kwam iedereen weer terug. Nog meer spierverslappers. Ze kwamen aan het einde van het protocol. Dat betekende dat ze haar in het perifere ziekenhuis niet meer goed konden helpen, maar het klonk alsof ze doodging. De anesthesist wilde naar de OK, waar hij ‘alles bij de hand had’. Ze had zoveel medicatie gekregen dat ze beademd moest worden. Ik mocht mee, in een speciaal pak. Ze legden haar op een speciale deken met warme lucht erin. Er was een speciaal team vanuit het WKZ onderweg. Iemand zei: ‘U hoort nu van alles, maar we vertellen het u zo, hoor.’ De kinderarts zei: ‘Moeder moet nu weg.’ De operatieassistente zei: ‘We gaan heel goed op haar passen.’ Intubatie schijnt akelig te zijn.
Ik moest op de gang wachten. Daar was M. inmiddels ook. Het team uit het WKZ arriveerde. ‘Bent u familie?’
‘De moeders.’
‘Ah. Ik ga er nu eerst heen en dan praat ik u zo bij.’
Weer wachten.
We mochten terugkomen. Gedoe met een folder over de kinder-IC, mijn ergernis dat M. nog steeds haar eigen telefoonnummer niet uit haar hoofd kent, iemand haalde alle kastjes overhoop op zoek naar een dun genoeg slangetje terwijl de mensen van het WKZ dat zelf bij zich hadden. De mededeling dat ze op dat moment niet in levensgevaar was. Dat was de hele avond nog niet gezegd, dus dat was fijn om te horen, maar de arts vertelde ook dat ze nu moesten gaan kijken wat dit was. Dat het best iets onschuldigs kon zijn, maar dat we ons absoluut niet hoefden te haasten als we naar het WKZ reden, want dat ze haar eerst in de CT-scan gingen leggen, hersenvocht gingen afnemen en wat al niet meer. Als ze dat op zaterdagavond ineens allemaal gaan doen, begrijpen leken ook wel dat het ernstig is. Weer afscheid van D. nemen. We mochten haar gerust een kus geven van de verpleegkundige, maar haar kleine hoofdje lag te diep tussen een soort stootkussens.

Naar huis. In een waas spullen pakken. Naar het WKZ rijden (M. reed), piekerend over hersentumoren omdat ze steeds moest overgeven. Eigenlijk geen idee of daar een link tussen is. Ze waren net op de IC, maar ze moesten nog van alles doen, dus we moesten weer weg, hebben wel iets van een uur zitten wachten in een of andere ouderkamer, telkens schrikkend van de geluiden die de koffieautomaat maakte. Er verscheen een vrouw in pyjama: ‘Ik schrik van jullie. Ik had niet verwacht dat hier iemand zou zijn op dit tijdstip.’ Alsof wij daar op dat tijdstip hadden willen zijn. Of ooit.

Uiteindelijk mochten we bij haar. Ik ben nog steeds enorm onder de indruk van de kinder-IC en de mensen die daar werken. Ze was in ieder geval ergens waar ze alles konden doen wat mogelijk was. We hebben vrijwel de hele nacht aan haar bed gezeten. Ze konden ons steeds op een puntje geruststellen. Ze hadden niets gezien op de scan. Het hersenvocht was ‘mooi helder’. Ze reageerde goed toen de medicatie iets werd verlaagd. Ondertussen lag ze daar aan tig snoeren en slangen en leek ze zowat te stikken als ze moest hoesten. De ambulancebroeder had bij ons thuis een dekentje meegegrist en dat hadden ze over haar heen gelegd. Ze had haar konijnendoek, ze zeiden steeds dat we haar mochten aanraken.

De volgende ochtend werd de medicatie weer verlaagd, en toen weer iets verhoogd omdat ze zo wakker werd dat ze de beademingsbuis eruit probeerde te werken. Later mocht ze alsnog van de beademing af. De artsen kwamen langs. ‘Ze lijkt de gunstigste kaart te hebben getrokken,’ zei de arts die haar was komen ophalen. En dat het toch een koortsstuip leek te zijn geweest. En dat ze dus niet wisten hoe het nu verder zou gaan. Kans op herhaling. Misschien gebeurt er nooit meer iets, misschien wel, misschien minder heftig, misschien niet, misschien toch een voorbode van epilepsie, kan allemaal. Dat blijf ik enorm ingewikkeld vinden. Het is voor mij allemaal sowieso erg beladen doordat ik ben opgegroeid met epilepsie in mijn nabije omgeving.

Ze is nog een paar dagen op een gewone verpleegafdeling geweest, waar ik een andere keer misschien nog wel meer over zal schrijven. Eerst viel ze steeds om, keek ze langs ons heen, huilde en jammerde steeds als ze wakker was. Dat was heel akelig, hoe vaak ze ook zeiden dat het door de medicatie kwam en dat het er verpleegkundig en neurologisch goed uitzag. We konden maar weinig met z’n vieren bij elkaar zijn, en ik en D. waren sowieso niet thuis. Het enige lachje van de dag was voor S. toen ze die zag op mijn telefoon. Ik was zo blij dat ik nog borstvoeding geef, dat was het enige wat haar nog een beetje leek te troosten, wat ze dan in ieder geval binnenkreeg. Ze wilde amper eten, al at ze wel voor het eerst van haar leven een Danoontje. Desondanks mochten we naar huis, met een speciale neusspray waar we ook een recept voor hadden gekregen, maar de verpleegkundige zei dat ze er altijd een meegaf, want ze kunnen je daar wel een recept voor geven, maar wat doe je dan als je ’m onderweg naar huis al nodig hebt, dacht zij dan altijd. Goedbedoeld, maar niet wat je wilt horen. Daarnaast is de neusspray slechts voor alvast, zoals S. ergens heeft opgevangen: ‘Als D. weer een koortsstuip krijgt: druppeltjes geven en de ambulance bellen!’ Ze heeft het zien gebeuren en was totaal van slag. Het enorme schuldgevoel naar haar toe.

De onzekerheid thuis. Hyperalert bij elk geluidje, elke beweging. De enorme stress toen we lazen dat je bij spoed wel wordt geholpen, maar je je dan binnen 14 dagen alsnog moet kunnen identificeren om de zorgkosten vergoed te krijgen. D. had nog geen ID-kaart. Afgesnauwd worden als je in paniek de ziekenhuizen belt om te informeren wat je daarmee moet, terwijl je alleen maar wilt voorkomen dat er torenhoge rekeningen op je mat ploffen. Zo ongeveer huilen aan de telefoon als iemand zegt dat ze echt wel begrijpen dat dat niet altijd zomaar op stel en sprong geregeld kan worden en dat ze nog nooit heeft meegemaakt dat ouders ineens rekeningen krijgen. Horen hoe een verpleegkundige je nog net even voor het ophangen belachelijk maakt omdat je ook maar meteen vroeg of je de pleister op D.’s rug eraf mag halen. Huilen omdat je toch niet weet hoe groot het gat is dat daaronder zit. De dagen daarop was D. moe en moest ze nog veel hoesten, kokhalzen en soms overgeven. Extra naar omdat ze voor en tijdens de stuip ook zoveel had overgegeven. Uiteindelijk heeft M. zelfs nog de huisartsenpost gebeld om te overleggen. Daar reageerden ze begripvol en bevestigden ze dat het nog van de beademingsbuis kon komen.

De maandag daarop ging ze weer naar de crèche. Moeilijk om haar daar achter te laten, terwijl ik weet dat ze haar heus wel goed in de gaten houden daar. Van werken is tot nu toe maar weinig gekomen. Een week helemaal niets. Nu nog steeds geen concentratie. Ik neem voorlopig geen nieuwe dingen aan. De reacties van mijn opdrachtgevers hebben me enorm geraakt, ze zijn de beste. Hun woorden, hun bloemen zelfs in een geval, hun begrip. Alles kan worden uitgesteld of teruggegeven, geen probleem. Geen werk betekent geen geld, dus ik hoop weer snel meer te kunnen doen, maar dat helpt allemaal wel een beetje. Net als alle appjes en hulp van anderen. We zijn niet alleen.

Nu is ze weer verkouden. Andere geluidjes, andere redenen om elke keer recht overeind te schieten in bed. Wat als ze nu weer koorts krijgt? De doemscenario’s rond het coronavirus. Wat als de IC’s vol komen te liggen en ze precies dan… Dat heeft geen zin. We moeten er maar het beste van hopen. De ondeugende uitdrukking in haar ogen is weer terug. Ze klimt op de speelgoedbak, op de trap als ze de kans krijgt. We kunnen haar lieve stemmetje weer horen (ook al zegt ze nog niet veel meer dan ‘huuuuu’,’bah’ en heel af en toe ‘mama’). Hoe ze aap gebaart, god, zelfs hoe ze elke dag opnieuw mijn mouw vastpakt met een hand vol stroop of pindakaas. We horen bij elkaar.