Interview Schrijven Magazine

Ik kan moeilijk beweren dat er veel gebeurt op schrijfgebied, maar het is ook niet nodig om op de blog te doen alsof er nog minder gebeurt dan er al gebeurt. In het aprilnummer van Schrijven Magazine stond een interview met mij, hoogste tijd om dat online te zetten. Ook blij met het egeltje bovenaan, wie mijn bundel heeft gelezen weet waarom.

interview Schrijven Magazine

Hieronder een leesbare versie.

Lees verder

♥ Bundels signeren en inpakken voor mensen. Het zou natuurlijk ook heel leuk zijn als ik zo veel bundels zou verkopen dat ik het helemaal niet meer bij kon houden (en dat gebéúrt uiteraard ook via boekhandels overal, ahum), maar ik geloof dat ik er nog steeds wel realistisch over ben. Ik geniet hier ook al zo van.
♥ Iedereen die de bundel ook echt leest en de moeite neemt er iets over te zeggen.
Deze recensie, waar ik volkomen door verrast werd. Alleen al het feit dat er een recensie verschijnt, en dan ook nog eens zo’n positieve. Als je me van tevoren had gevraagd: ‘Wat hoop je dat er in je eerste recensie staat?’ had ik dit niet eens bedacht.
♥ Nieuwe dingen schrijven. Wat overigens misschien nog wel moeizamer gaat dan voorheen. Maar prutsen hoort erbij.
♥ Optreden met teksten die ik geschreven heb. Aanstaande zondag bij Taalwater in Amersfoort, meer informatie vind je hier.

Maar een redacteur kan toch niks zeggen over poëzie?

Een van de veelgestelde vragen. Die wel een eigen blog verdiende, vond ik.

Mensen vinden het vaak lastig om zich voor te stellen wat een redacteur precies doet, wat ik doe met mijn Verhalenloket. Geeft niet, ik doe ook veel verschillende dingen en ik vind het leuk om daarover te vertellen. In gesprekken over mijn bundel hadden veel mensen echter juist wél een beeld bij wat een redacteur doet: vrij weinig met poëzie. Want dat is toch allemaal heel persoonlijk en een kwestie van smaak? Mwoah. In alle teksten maken auteurs persoonlijke keuzes en smaak (zowel van de auteur als van de redacteur) speelt altijd een rol. Het is vooral belangrijk om je daar bewust van te zijn.

Het is bij alle teksten fijn als iemand er met een frisse blik naar kijkt, al is het maar om de foutjes eruit te vissen. Want ja, die maak ik zeker ook. Hopelijk wat minder dan gemiddeld en natuurlijk doe ik mijn best om ze er zelf al uit te halen, maar ook ik zie helaas niet altijd alles, zeker niet als ik lang aan een tekst gewerkt heb.

Ik kan daarnaast niet genoeg benadrukken dat een goede redacteur veel meer doet dan foutjes verbeteren. Óók bij poëzie. Meerdere mensen bleken zich dit soort dialogen voor te stellen:

REDACTEUR: Die zin loopt niet.
DICHTER: Dat hoort zo.
REDACTEUR: Oké.

Lees verder

Veelgestelde vragen

Hoeveel gedichten staan er in je bundel?
Op deze vraag ben ik meerdere keren het antwoord schuldig moeten blijven. Dat ligt aan mij, ik bedoel, aanvankelijk verwachtte ik geen enkele vraag (zelfs niet: ‘Hoe heet je bundel?’). Titels geteld, en staan achtentwintig gedichten in mijn bundel, maar sommige daarvan zijn meerdere pagina’s lang. En er is een reeks van zes ‘stukjes’ en een tekst uit acht ‘delen’. Tel je die allemaal los mee, dan kom je dus op veertig. Er zijn zeker momenten geweest dat ik niet dacht ooit veertig teksten te hebben waar ik tevreden genoeg over zou zijn, dus daar ben ik blij mee.

Hoelang heb je erover gedaan?
Eind augustus 2014 stuurde ik enkele gedichten naar mijn uitgeverij. Tussen het eerste positieve bericht van de uitgeverij en de laatste proef zitten ongeveer acht maanden. Klinkt kort, is misschien ook wel kort. Maar daarvoor had ik best veel gedichten die de bundel uiteindelijk hebben gehaald al geschreven (hoewel aan sommige later nog veel veranderd is), dus eigenlijk is het langer. Voor mijn gevoel veel langer, want ik schrijf langzaam en wilde dit al lang, ook toen dat op basis van mijn werk nog totaal niet realistisch was.

Maar een redacteur kan toch niks zeggen over poëzie?
Gelukkig wel! Mensen vragen me zo vaak naar wat ik nou precies doe als redacteur (wat ik heel leuk vind), maar als het om poëzie gaat, kan ineens niks? Een aparte blog waardig (inmiddels hier te lezen).

Rijmen jouw gedichten?
Meestal niet. Dat wil zeggen, ik gebruik heel weinig eindrijm, ik vind het ook erg moeilijk om daarmee boven het niveau sinterklaasgedicht uit te stijgen (overigens niks mis met sinterklaasgedichten). Ik gebruik wel andere vormen van klankherhaling. En herhaling.

Die uitgeverij zegt me niks. Hoe kom je daar nu bij?
Die uitgeverij durfde het als eerste aan. Klinkt misschien simpel, maar dat is nu eenmaal wat je nodig hebt als je een bundel (regulier) wilt publiceren. Ik ben heel blij dat ik uiteindelijk bij Voetnoot terecht ben gekomen, maar ik zal het niet mooier maken dan het is: ze hebben me niet gevraagd, ik heb zelf (ongevraagd) werk ingezonden. Als je wilt teruglezen hoe het verder allemaal gegaan is, kun je het beste hier beginnen.

Hoe kom ik aan een exemplaar?
Je kunt mijn bundel kopen bij alle boekhandels. Oké, kans is klein dat ze hem op voorraad hebben, maar ze kunnen hem voor je bestellen. Of je bestelt rechtstreeks bij mij. Schrijf ik er meteen iets aardigs in.

Presentatie

optreden

Mensen zeiden: ‘Wat zul jij vannacht lekker slapen!’ Ik sliep van zondag op maandag nog slechter dan de nacht voor de presentatie. Dit keer echter niet van de zenuwen, maar omdat het allemaal zo overweldigend was. Is.

De weg ernaartoe is niet makkelijk geweest. En dan bedoel ik niet eens dat ik eerst een bundel moest maken om die vervolgens te kunnen presenteren. Daar kwam natuurlijk ook heel wat bij kijken, maar daar weet ik in ieder geval het een en ander van. Het is totaal anders om je eigen boek te maken dan om iemand anders te helpen zijn/haar boek te maken, maar ergens ook weer niet.

Van presentaties weet ik weinig. Ik woon er wel eens een bij. En ik wilde er per se een als mijn debuutbundel eindelijk uit zou komen. Een echt feestje, in mijn stad en met mijn mensen. Met optredens, een drankje na afloop, signeren voor wie dat wil. Alleen al een geschikte datum daarvoor vinden bleek een kleine ramp, weken vol miscommunicatie, stress, dingen en mensen die niet konden volgden. Ik ga dus echt nooit in pr werken. We vonden een datum, een locatie (het Eemhuis, zelfs de locatie boven aan mijn verlanglijstje), een programma en alles eromheen, maar vraag niet hoe.

Lees verder

Volgorde

DSC00152

Dit is mijn bundel voor ik wist in welke volgorde de gedichten erin moesten komen. Op de vloer van mijn woonkamer. (Inmiddels is mijn bundel helemaal af, dus er valt ook nog wel iets te zeggen over de volgorde waarin ik deze blogs plaats…).

Eerlijk gezegd wist ik weinig over het bepalen van de volgorde van gedichten in bundels, en ik zal ook maar niet pretenderen dat ik er nu heel veel meer van afweet. ‘O, maar vooral het eerste en het laatste gedicht zijn belangrijk, voor de rest zijn er heel veel goede volgordes,’ zei oud-collega N. geruststellend. Een eerste en een laatste gedicht, check. Dat viel nog wel mee. Maar toen moest de rest daar dus nog tussen. En merkte vriendin C. op dat gedichten in het midden haar minstens net zo belangrijk leken, omdat zij boeken altijd eerst middenin openslaat. Heel fijn. Ik heb eigenlijk niet de illusie dat er veel mensen zullen zijn die op basis van die methode mijn bundel gaan aanschaffen, maar toch.

Je gedichten op de vloer uitspreiden schijnt zo’n beetje de klassieke methode te zijn, ik heb in ieder geval op sociale media al van verschillende collega-dichters zo’n foto voorbij zien komen. Eindelijk kon ik hem ook maken.

Het handige hieraan is dat je een goed overzicht hebt van al je gedichten (note to self: voor een nog beter overzicht zou je ze in een wat groter lettertype kunnen uitprinten, dan hoef je iets minder aan de hand van hoe de strofen eruitzien te gokken welk gedicht waar ligt). En het is ook handig als je zoals ik aan uitstelgedrag lijdt: zo kom je je gedichten nog eens tegen, en je wilt op den duur vast ook wel weer eens stofzuigen.

Ik heb (samen met M., tja, het is ook haar woonkamer!) behoorlijk wat geschoven met en gepeinsd boven die blaadjes. Omdat ik lange en korte gedichten een beetje wilde afwisselen. Omdat ik voor iemand die weinig met dieren heeft echt belachelijk vaak over dieren blijk te schrijven en ik liever geen compleet ‘dierentuindeel’ wilde. Niet te veel ‘harde’ gedichten achter elkaar. Eerder hadden we al besloten om geen aparte delen te maken in de bundel. Ik zie die er niet echt in, dus dan zou het vooral een trucje zijn om aan meer pagina’s te komen – dat kan, maar ik ben blij dat het niet nodig was. Er zijn echter wel twee ‘reeksen’ in de bundel, die daardoor tussen de ‘losse’ gedichten moesten komen. Maar waar?

Nou ja, zoiets dus. Uiteindelijk hadden we een volgorde die wat mij betreft een van de goede volgordes is. Vanaf 6 september kun je kijken of je het daarmee eens bent.

Af

Zeggen: Dit is het voor nu. Dat vond ik een van de moeilijkste dingen van het werken aan mijn bundel. Ik heb dan ook best lang gedacht en gehoopt dat ik nog iets héél goeds ging schrijven wat ik eraan toe kon voegen. Niet omdat ik wat er lag niet goed vond (anders zou ik het niet publiceren), maar omdat besluiten dat er niets meer bij zou komen zou betekenen dat ik ook andere beslissingen moest gaan nemen. Die cyclus herschrijven, een ander einde verzinnen voor dat ene gedicht. Alles nalezen, de volgorde bepalen. Het betekende dat er een moment zou komen waarop ik zou moeten zeggen: Nu is mijn bundel af.

Natuurlijk zou dat moment hoe dan ook komen. Dat is het idee van een bundel uitbrengen, hè. En ik wist ook zeker dat ik mijn bundel af zou maken, maar er gingen wel wat dagen overheen voor ik er ook echt voor ging zitten.

Toen ik dat uiteindelijk durfde, werd ik er heel gelukkig van. Voornamelijk. :) Ik voel me bevoorrecht dat er mensen zijn die mij willen helpen met mijn teksten. Die zulke goede ideeën hebben en allerlei onlogische (en ronduit domme) dingen eruit vissen. Die altijd tijd en eindeloos geduld lijken te hebben. Alles met humor en opgewekt benaderen. Me helpen beslissingen te nemen. Ik kan me geen betere redactie wensen.

Sommige beslissingen waren lastig. Hulp krijgen van meerdere mensen betekent ook dat die mensen het soms niet met elkaar eens zijn, en op die momenten blijkt extra duidelijk dat ik uiteindelijk toch degene ben die moet zeggen hoe het moet worden. Die dat mág zeggen, dat zeker ook.

Een van ‘mijn’ auteurs hoorde over de bundelplannen en grapte dat ik maar wat extra servies moest aanschaffen. Dankzij Andrea, Rebecca en Marleen is dat niet nodig geweest.

Titel

De bundel moest een titel. Dat wist ik natuurlijk, maar zoals ik eerder al schreef: mijn voorbereiding stelde niet veel voor. Er was nog geen compleet manuscript, en dus ook nog geen titel. Ik had er ook nog nauwelijks over nagedacht. Ik wilde eigenlijk geen titel verzinnen voor een bundel die misschien toch nooit zou verschijnen.

Eerst was er alleen een werktitel. Een zinnetje dat mijn redacteur in een van mijn gedichten had gevonden, en waarover zij en ik het ene moment enthousiaster waren dan het andere (vaak ook onafhankelijk van elkaar). In mijn geval kun je je dan altijd afvragen: is dat de eeuwige twijfel die zo’n beetje bij mij hoort of de twijfel die aangeeft dat het nog niet helemaal goed is? Bovendien was het voor mij op dat moment belangrijker om nieuwe gedichten te schrijven en oudere gedichten op te diepen, aan te passen of opzij te leggen (de bundel te maken), dus de kwestie bleef een beetje in de lucht hangen.

Een paar mensen vroegen hoe mijn bundel ging heten. Ik was daar totaal niet op voorbereid (niet dat het een rare vraag is, helemaal niet, het was eerder raar dat ik er niet op voorbereid was) en noemde dan die werktitel. Later vroeg ik me af waarom ik niet zei: ‘Dat weet ik nog niet zeker’, maar goed, zo kon ik wel horen wat ze ervan vonden.

Mensen begrepen het toch niet helemaal. Er was uitleg voor nodig, waarna we al snel terechtkwamen in gesprekken die niet over de bundel gingen, maar over waar twee vrouwen wel en niet veilig naartoe kunnen. Op zich niet erg, maar toch ook niet helemaal wat ik voor ogen had. En leek het niet toch te veel op die titel van die ene bundel?

Uiteindelijk werd die titel het niet (als de bundel er is, mag je raden wat het was!). Ik kreeg het verzoek van de uitgever er nog eens over na te denken. Misschien was de titel ook wat te lang? Zo lang was die titel niet, vond ik, maar ik was natuurlijk bereid om er nog eens over na te denken. Vooral ook omdat die werktitel misschien toch niet dé titel was. De suggesties spraken me nog niet direct aan, dus ik wilde dan liever zelf een nieuwe titel verzinnen waar iedereen enthousiast over was.

Hoe kies je een titel voor je bundel? Ik kwam erachter dat ik heel erg van titels houd die zinnen of zinsdelen zijn (dat zorgt natuurlijk al snel voor een lengteprobleem). Titels van een woord, of van twee, een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord? Mwoah. Liever ook niet de titel van een gedicht uit de bundel. Ik heb het idee dat dat gedicht dan meteen ‘het titelgedicht’ zou worden, alsof dat veel zegt over de hele bundel. Ik zou niet weten welk gedicht dat zou moeten zijn, het mag van mij wat subtieler. Wat ik wel mooi vond aan de werktitel, was dat die refereerde aan mijn manier van schrijven, van denken.

Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet echt hoe je dat doet, de titel van je bundel kiezen. Maar ik heb gekozen. De reacties zijn goed en ik twijfel voor de verandering niet.

En als je dan

Zo gaat mijn bundel heten. En als je dan wat? Dat lees je dit najaar. (En om ervoor te zorgen dat dat ook echt kan, ga ik aan het eind van de maand een zetklaar manuscript inleveren. Eng!)