Kanten

Het vertrouwen in een goede afloop begint te komen. En toch ook weer niet. Ik kan het eigenlijk nog steeds niet echt geloven. Ik wil dit al zó lang, zou het dan nu echt gaan gebeuren?

Ik ben ergens wel heel blij en trots, maar ik vertel het behalve aan Marleen nog aan niemand. Als ik het nu al aan allerlei mensen vertel, gaat het vast alsnog niet door, denk ik (hoi, bijgeloof!). Ik wil niet straks aan iedereen moeten vertellen dat het toch niet doorgaat.

Ik ben ook bang dat sommige mensen het niet zullen begrijpen, dat ze zullen zeggen dat ik nog had moeten wachten of dat ik toch voor een grote, bekende literaire uitgeverij had moeten gaan. Ik sta achter mijn keuze, ik wil niet veel langer wachten en ik geloof niet dat er grote, bekende literaire uitgeverijen zijn die voor mij wilden gaan, maar ik heb vooral geen zin om daarover te speculeren of discussiëren. En dus vertel ik nog niks.

En dat houd ik vervolgens maanden vol. Zonder al te veel moeite, tot mijn eigen verbazing. Waardoor het allemaal best raar is. Aan de ene kant werk ik aan een BUNDEL. Dat alleen al vind ik raar. Het heeft wel altijd in mijn hoofd gezeten als ‘dat is wat ik uiteindelijk met mijn gedichten wil/ga doen’. Maar ik was nooit heel concreet bezig met de bundel zelf. Te confronterend misschien voor als het niet zou lukken. Nu is dat anders. Ik denk serieus na over welke gedichten er wel in moeten en welke niet, ik herschrijf en ik probeer nieuwe gedichten te schrijven. Ik probeer weer tijd te maken voor mijn eigen werk, in plaats van dat het ergens na al mijn redactiewerk en het leven komt.

Aan de andere kant lijkt het idee dat er echt een bundel zal komen nog even onwaarschijnlijk als eerst. Vaak heb ik er ook helemaal geen tijd en aandacht voor. Binnen drie weken zijn er twee crematies, ik ben verdrietig en moe. Ik weet niet zo goed wat ik wel en niet kan eten (mijn cholesterol is erfelijk verhoogd en ik moet kijken of het genoeg helpt als ik mijn voeding aanpas), ik ben chagrijnig omdat ik het idee heb dat ik bijna niks meer kan eten, mensen zeuren over dat ik niet te dun moet worden, de feestdagen komen eraan enzovoort enzovoort.

Ik neem kerstvakantie en dat lost sommige dingen enigszins op. Daarna heb ik een afspraak met de redacteur in Amsterdam. Met enige regelmaat zit ik aan de andere kant van de tafel. Als freelancer minder vaak dan wanneer ik nog bij een uitgeverij zou werken, maar toch. Stiekem vind ik het soms wel fijn om een geredigeerde tekst terug te kunnen sturen naar de bureauredacteur. Mijn werk zit erop, regel jij het verder maar met de auteur of vertaler. Nu richt ik me sinds een tijdje naast het redigeren wat meer op schrijfcoaching, en dus heb ik weer wat meer contact met auteurs. Ook heel leuk! Maar ik dwaal af. Dit soort gesprekken ken ik, wilde ik zeggen. Het maakt daarbij natuurlijk wel uit aan welke kant van de tafel je zit. Het blijft spannend als iemand dingen over je werk gaat zeggen, zeker als je diegene nog niet kent. Niemand hoeft mij het belang van redactie uit te leggen, maar dat wil niet zeggen dat ik het ontzettend makkelijk vind.

De uitgeverij is zo klein dat mijn redacteur (altijd al eens willen zeggen, mijn redacteur) ook een freelancer is. Dat schept een band! We spreken af in Amsterdam. Ik heb er echt zin in. Ik print mijn gedichten uit en vertrek, vol goede moed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *