Boeken van mei

Hoogste tijd voor de boeken van mei. Ik ben op vakantie geweest, dus ik had wat meer tijd om te lezen. Al zijn de meeste boeken die ik gelezen heb nogal dun, ook nogal veel tijd besteed aan rondlopen, eten, Machiavelli spelen, logikwissen, een vest breien en meer van die dingen.

irmgardmeisjealsjij

Irmgard Smits – Irmgard: een meisje als jij
Onderdeel van onze nieuwste verzameling. Verder is er weinig nieuws aan, M. kende haar al en het zijn oude boekjes. Irmgard is in de jaren zestig met tbc opgenomen geweest in een sanatorium en heeft daar destijds een boekje over geschreven. Ze was toen pas een jaar of twaalf en werd daardoor kennelijk nogal bekend. Daarna kreeg ze de smaak te pakken en verscheen er nog een hele serie pocketjes waarin ze haar dagelijks leven ‘als jonge schrijfster’ beschrijft. Die serie wordt hoe langer hoe slechter, want veel schrijftalent heeft ze niet en haar leven is ook niet echt interessant als ze eenmaal terug is uit dat sanatorium. Dat is er juist zo grappig aan. Ik kan me goed voorstellen dat de uitgever op een gegeven moment zei: ‘Nu is het wel een keer klaar, Irmgard.’ Toen heeft ze ook nog twee fictieve boekjes over ‘Babs’ geschreven. Dit jaar vonden we een deel van de serie op de vrijmarkt voor 10 cent per stuk, die konden we natuurlijk niet laten liggen.

anniemgwatiknogweet

Annie M.G. Schmidt – Wat ik nog weet
Ik blijf groot fan van haar werk. Dit zijn haar jeugdherinneringen. Sowieso interessant omdat het allemaal al zo lang geleden is, heel andere tijd. Ik geloof niet dat alles precies zo gebeurd is, maar ze schrijft het zo leuk op allemaal. Hardop gelachen om bepaalde formuleringen. Dat er een bezigheid voor haar als jonge vrouw gevonden moet worden en dat iemand Parijs suggereert. ‘Parijs?’ zegt haar moeder dan. ‘Dan kan ik haar net zo goed meteen in een bordeel doen.’ Aanrader!

Voor altijd voor het laatst_Stofomslag.indd

Tjitske Jansen – Voor altijd voor het laatst
(wat een prachtige omslagfoto!)

Van Tjitske Jansen lees ik alles. Dat is overigens geen enorme prestatie, haar oeuvre is vooralsnog heel klein. Maar ik lees niet zo snel alles van iemand, dus in die zin zegt het wel iets over hoe goed ik haar vind. Toen ik schrijven serieuzer begon te nemen, was haar debuut net uit, ik heb haar vaak zien optreden en het idee ‘zo kan poëzie blijkbaar ook zijn’ heeft me zeker geholpen. Nu had ze al zo’n acht jaar geen nieuw boek uitgebracht, dus ik keek er nogal naar uit. Misschien is dat de reden dat het uiteindelijk toch een beetje tegenviel. Er zitten als vanouds ijzersterke passages in, maar ik had er meer van verwacht. Ook omdat haar nieuwe uitgeverij, Querido, dit boek zo nadrukkelijk presenteert als proza. Dat doet ze zelf overigens niet, ze is niet zo van de vaste genres. Ik zeker ook niet, maar ik weet niet, ik had toch op wat meer samenhang gehoopt, op een duidelijker idee erachter, het lijkt nu meer een beetje alsof ze alle teksten die ze de afgelopen jaren geschreven heeft in dit boek heeft gestopt. Misschien is het toch juist meer een boek om in te bladeren dan proza suggereert. Ik vond het wel mooi dat ze in dit boek een stuk meer van haar leven lijkt te laten zien dan in haar vorige boeken, op een heel poëtische manier. En het gaat ook nadrukkelijk over haar schrijverschap. Een van mijn favoriete passages is als ze een afwijzing beschrijft van een uitgeverij; ze vinden haar werk te veel los zand. Ze schrijft een brief terug: ‘Wat is er mis met los zand?’

katzirliefde

Judith Katzir – De ontdekking van de liefde
(Hinnee ani matchila, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt)

Je moet helaas nog steeds erg goed zoeken als je een boek over lesbische personages wil lezen (wat ik soms wil, omdat het gewoon fijn is om te lezen over mensen die je zelf eerder zou kunnen zijn). Aanvullende eisen: liefst een boek dat niet (alleen maar) gaat over iemands coming-out en het liefst ook nog van enige literaire kwaliteit. Ik kan er eigenlijk niet over klagen, omdat ik die boeken zelf ook niet schrijf, maar toch. De ontdekking van de liefde vond ik op dit lijstje. Ik vond het nogal een vervreemdend boek. Het is een raamvertelling, het bestaat voor het grootste deel uit brieven van Rivi, een Joods tienermeisje uit Israël, aan Anne Frank. Ik besefte in ieder geval maar weer eens wat een voorrecht het is om Annes dagboek in de originele taal te kunnen lezen. De stijl van het boek vond ik erg goed, het leest heel fijn. Ik kan geen Hebreeuws, maar het moet echt een enorme prestatie zijn van de vertaler dat hij de hoofdpersoon zo’n geloofwaardige stem heeft weten te geven. Het verhaal is intrigerend, maar ook wel schokkend; het tienermeisje krijgt een relatie met haar lerares, ook seksueel, en daar wordt nogal expliciet en vanzelfsprekend over geschreven. Tegelijkertijd gaat het ook heel erg over Rivi’s wens om ‘normaal’ te zijn. Waarmee bedoeld wordt: heteroseksueel. Dat kan natuurlijk een thema zijn, maar in dit boek leek gesuggereerd te worden dat het verhaal voor Rivi goed afloopt omdat ze uiteindelijk toch ‘netjes’ een gezin sticht met een man. Zo van: seks met een minderjarige is geen probleem, maar een gelijkwaardige volwassen relatie tussen twee volwassen vrouwen moeten we niet willen. Misschien komt het door het cultuurverschil anders over dan bedoeld, maar ik vond dat niet zo’n fijne boodschap.

hilhorstkostschool

Marieke Hilhorst – Bij de zusters op kostschool
Ik moest in Utrecht zijn, kon ik mooi meteen even langs mijn favoriete wolwinkel en langs de bibliotheek voor een paar boeken die ze in Amersfoort niet hadden. Nonnen en kostscholen, twee fascinaties in een boek, wat wilde ik nog meer? Nou, het was fijn geweest als de mevrouw van het magazijn (daar moest dit boek vandaan komen en dan moet je vragen of ze het voor je willen opzoeken) wat beter naar me geluisterd had. ‘Hilhorst, Marijke’ typte ze in, en ze negeerde me totaal toen ik haar erop probeerde te wijzen dat de voornaam niet juist was. Geen treffers. Dan maar op de titel zoeken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik daarbij zelf een foutje maakte, ik zei ‘nonnen’ in plaats van ‘zusters’, en in combinatie met haar zeer strikte zoekbeleid leidde dat natuurlijk ook nergens toe. Een andere volgorde, ‘Op kostschool bij de nonnen’ gaf zowaar een treffer, een artikel in een ander boek. Zij ging dat boek halen, ik probeerde haar uit te leggen dat dat niet was wat ik zocht, dat ik zeker wist dat er een heel boek bestond en dat het me daarom ging, zij bleef maar zeggen dat dat niet zo was, ze begreep dat dat een teleurstelling voor me was, maar dit was alles. Ik vroeg of ik dan mocht kijken wat ik in de catalogus gezien had, waarop ze me vrij pinnig naar een van de publiekscomputers verwees. Twee seconden later had ik het mysterie opgelost: bij de zusters op kostschool in plaats van bij de nonnen, waarop ze zuchtend en steunend weer het magazijn in verdween en me daarna een preek gaf over dat ik de titel op een briefje had moeten schrijven… Maar toen had ik wel mijn boek. De auteur laat vooral vrouwen aan het woord die vroeger op die kostscholen zaten. Dat is wel leuk om te lezen, maar daardoor blijft het wel allemaal behoorlijk oppervlakkig. En ze lijkt een beetje een vooroordeel te hebben. Ze geeft toe dat het allemaal nogal particulier is, dat je niet echt conclusies kunt trekken uit de getuigenissen omdat het er zo weinig zijn, en vervolgens zegt ze zodra iemand iets positiefs meldt dat dat wel een uitzondering zal zijn.

Boeken van april

chaosenrumoer

Joost Zwagerman – Chaos en Rumoer

Ik weet niet meer hoe dit boek op ons ‘leeslijstje’ terechtgekomen is. Tja, daarom hebben we dat lijstje juist, omdat inmiddels wel gebleken is dat we enkel onthouden dat er zoveel boeken zijn die we nog willen lezen, en niet welke boeken dat zijn als we in de bibliotheek of in een boekhandel staan. Het is in ieder geval geen nieuw boek (1997). Dat merk je aan de prominente rol voor de fax, de obsessie van een van de personages met draadloze telefoons. Het stoorde me niet. Dit boek heb ik graag gelezen. Het gaat over een schrijver die kampt met een writer’s block en daarom maar bij het culturele radioprogramma Chaos en Rumoer gaat werken. Daardoor zit hij nog steeds midden in de literaire/culturele wereld, wat erg frustrerend voor hem is. Hoe Joost Zwagerman die wereld beschrijft, heel herkenbaar (ook achttien jaar later nog) en vaak heel grappig! Ergens in het midden werd het even nogal vervreemdend. Dat vond ik er niet zo goed bij passen, al was het ook wel weer verrassend.

Efter

Hanna Bervoets – Efter

Ik heb volgens mij alle romans van Hanna Bervoets gelezen (nou, nou, Nicole, vier stuks maar liefst). Lieve Céline is mijn favoriet, denk ik, de stem in dat boek is zó knap. Het grootste nadeel van het werk van Hanna Bervoets vind ik dat ze personages vaak totaal onverwacht (althans voor mij) aan het moorden laat slaan. Dat is niet zo aan mij besteed. In haar nieuwste roman Efter valt dat gelukkig wel mee. Efter speelt zich af in de nabije toekomst, waarin verliefdheid beschouwd wordt als psychische stoornis. Er wordt zelfs een medicijn tegen ontwikkeld, verschillende personages krijgen daar op een bepaalde manier mee te maken. Lastig om daar veel over te zeggen, want hun verhalen zijn nogal verknoopt. In ieder geval vond ik het concept erg goed gevonden, het idee sprak me meteen aan. Het boek leest ook heel fijn. Soms is het alleen een tikje te filosofisch naar mijn smaak (daarom las ik op het laatst de columns van Hanna Bervoets in Volkskrant Magazine niet meer). En ik had vooral veel moeite om erin te komen. Het is een ambitieus boek: negen personages (met steeds wisselend perspectief), zich afspelend in toekomst (waardoor je niet altijd precies weet waar ze het over hebben) en ook nog eens behoorlijk fragmentarisch. Ik zou het boek zeker aanraden, het is leuk en interessant, vooral de passages over de kliniek waar ze mensen tegen love addiction disorder behandelen. Maar ik vond het wel jammer dat ik niet kon stoppen met er op een technische manier naar kijken. Ik bleef terugbladeren en denken dat het knap gedaan was, maar het raakte me niet echt.

Haar naam was Sarah

Tatiana de Rosnay – Haar naam was Sarah
(Sarah’s Key, vertaald door Monique Eggermont en Kitty Pouwels. Luisterboek, voorgelezen door Dieuwertje Blok)

Sommige boeken heb ik zó vaak ingepakt toen ik bij Broese werkte, dat dat een leesreden op zich is geworden. Nieuwsgierigheid, ook als ik al vermoed dat het niet echt een boek voor mij is. Haar naam was Sarah wordt aangeboden in de app LuisterBieb, en dat was voor mij een handige manier om het eindelijk eens te ‘lezen’, omdat dat tijdens het hardlopen, schoonmaken, breien kon.
Het was inderdaad niet echt een boek voor mij. Ik ben zeker geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en wist nog niet veel over Frankrijk/Parijs in die tijd, maar dit is toch wel zo’n kitscherig boek. Ik snap dat het heel moeilijk is om woorden te vinden voor het beschrijven van zulke afschuwelijke dingen. De Rosnay lijkt echter zo bang te zijn dat lezers misschien niet zullen snappen hoe afschuwelijk het precies was, dat ze totaal geen ruimte laat om zelf iets te concluderen, om zelf na te denken. Heel irritant. ‘Ja, nou weten we het wel!’ riep ik af en toe. Verder vond ik het ook nogal een voorspelbaar boek (en nee, dan bedoel ik niet ‘ze gaan allemaal dood’). Het luisterboek duurt ruim tien uur en met name de laatste twee uur kabbelt het verhaal zo’n beetje voort in het heden. Ik heb het wel helemaal geluisterd, maar het was een aardig lange zit. De redacteur had wel wat meer mogen ingrijpen in de opbouw en stijl!
Wel een eervolle vermelding voor Dieuwertje Blok, die verdiende het niet dat ik naar haar schreeuwde. Haar stem is heel prettig om naar te luisteren, ze beheerst haar talen en het is mooi hoe ze met haar stem verschil weet te maken tussen Sarah (het Joodse meisje in het verleden) en Julia (de Amerikaanse journaliste in het heden), zonder dat het er te dik bovenop ligt.

Boeken van maart

Maart was nogal een drukke werkmaand en toen werd ik ook nog ziek. Daar had ik helemaal geen tijd voor, dus dat resulteerde ook niet in met een boek in bed liggen (ik was blij als ik mijn ogen niet open hoefde te houden). Dus nee, ik kom privé weer niet boven de twee boeken per maand uit. Blijkbaar is dat zo’n beetje wat op dit moment binnen mijn mogelijkheden ligt. Toch kwam ik er laatst achter dat ik mezelf een grand lecteur mag noemen. Ik geloof dat dat eerder ligt aan de lage standaard dan aan mijn enorme leeshonger, want daarvoor hoef je slechts twintig boeken per jaar te lezen (bron). De oogst van deze maand:

DSC_0366-001

Mark van der Werf – Meester Mark draait door
Ervaringsverhaal van een ex-journalist die de pabo gaat doen. Op een zogenaamde zwarte school in Rotterdam wordt hij voor de leeuwen gegooid. Dit vond ik een heel leuk en interessant boek! Ongelooflijk hoeveel problemen er zijn op zo’n school. Het is dus een reguliere basisschool, maar af en toe had ik echt het idee dat het over het speciaalste speciaal onderwijs ging dat er is. Ik heb nu nog meer bewondering voor mijn tante, omdat zij denk ik wel het type leerkracht is dat Van der Werf beschrijft: de toegewijde, capabele leerkracht met vele jaren ervaring. Enige minpuntje van dit boek: het is erg slecht gecorrigeerd, het lukte me niet om dat te negeren. Misschien moet ik mezelf aanbieden bij Scriptum.

ditzijndenamen

Tommy Wieringa – Dit zijn de namen
Ja, ja, soms lees ik heus ook literaire romans. Dit zijn de namen heb ik cadeau gekregen en nogal beschamend lang ongelezen gelaten (helaas is dit lang niet het enige boek in huis waarvoor dit geldt). Ik heb ooit Joe Speedboot wel gelezen, maar verder volgens mij niets van Wieringa. Zijn stijl is echt heel mooi! Maar wat komt het toch weinig voor dat ik de stijl én het verhaal mooi vind. Ik vond dit een beetje een ‘mannenboek’ (hoezo seksistisch). Ik weet niet, het is best vrouwonvriendelijk en er komen nogal wat gewelddadige acties en aangevreten lijken in voor, en ik kan daar dus niet zo goed tegen. Het zijn eigenlijk twee verhalen, over een politiecommissaris die op zoek is naar zichzelf (corruptie, macht, jodendom) en over een groep vluchtelingen die door een desolaat landschap zwerft (honger, uitputting, groepsdruk). Dit alles speelt zich af in een fictief Sovjet-land. De flaptekst belooft dat de twee verhalen uiteindelijk bij elkaar zullen komen en dat is uiteindelijk ook wel zo, maar dat duurt láng! M. en ik kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat het boek je juist de uitzichtloosheid wil laten ervaren. Dat klinkt wel literair, hè? Maakt wel dat het een hele zit is. Totdat die verhalen dus bij elkaar komen, toen wilde ik ineens wél weten hoe het af zou lopen en had ik het zo uit.

Boeken van februari

Je zou het op basis van het aantal misschien niet zeggen, maar het idee dat ik elke maand over de boeken die ik gelezen heb wil bloggen, helpt dus wel. Zo vond ik dat ik zaterdagavond nog snel m’n boek uit moest lezen omdat het zondag 1 maart was.

het verloren symbool

Dan Brown – Het verloren symbool
(The Lost Symbol, vertaald door Marion Drolsbach, Erica Feberwee, Pieter Janssens en Yolande Ligterink – Wow, vier vertalers! Er was kennelijk nogal haast bij?)

Dit boek zwierf al tijden door ons huis. Ooit gekregen, volgens mij. Ik vind Browns boeken altijd best vermakelijk, je weet wat je kunt verwachten. Dit boek stelde me ook niet teleur. Ik realiseerde me alleen wel dat ze extra leuk zijn als je op de plaatsen geweest bent die hij beschrijft. In Washington ben ik nog nooit geweest. O, en ik kan slecht tegen eng en smerig. Echt heel slecht. Als het niet eng of smerig is, ben ik steeds bang dat het eng of smerig gaat worden. Dit boek leunt nogal op ranzige rituelen, dus dat beperkte de momenten waarop ik dit boek kon lezen flink: niet voor het slapengaan en niet als ik aan het eten was…

fiepinvogelvlucht

Gioia Smid – Fiep in vogelvlucht. Hoogtepunten uit het werk van Fiep Westendorp
Dit boek heeft dan weer tijden op mijn nachtkastje gelegen, omdat ik het fijn vond om er voor ik ging slapen nog even in te bladeren. En dat bladeren zal ik ook wel blijven doen, want er staan zo veel mooie illustraties in! De tekst vond ik ook heel interessant, je ziet daardoor nog veel meer op de tekeningen en je leest over hoe Westendorp leefde en werkte. Ze illustreerde veel feuilletons en artikelen en moest vaak op het laatste moment op basis van heel weinig informatie iets verzinnen bij een verhaaltje dat de schrijver (bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, uiteraard) nog niet af had. En ze ging haar originele tekeningen ophalen als ze eenmaal gedrukt waren. Veel andere illustratoren deden dat kennelijk niet, maar daardoor is er dus gelukkig zo ontzettend veel bewaard gebleven van haar werk. Echt een boek dat mij heel blij maakt!

DSC_0360

Tessa de Loo – Meander
O, er zijn hier zo veel boeken in huis die ik nog ‘even’ wil lezen voor ik besluit wat ik ermee ga doen. We hebben een nogal streng aankoopbeleid (1 erin, minimaal 1 eruit) en lenen veel van de bieb. Het werkt best goed, want het past nog steeds allemaal in de kasten. Maar het valt niet mee in een huishouden met twee literatuurwetenschappers waarvan een ook nog eens redacteur is. Dit boek wilde ik dus ook nog lezen omdat ik De tweeling vroeger mooi vond (en de film misschien nog wel mooier). Het was best oké. Ik vond het wel een rustgevend boek, ik pakte het ‘s avonds met plezier. Wel een beetje gedateerd (het komt uit de jaren tachtig, maar speelt zich af in de jaren zestig). Ik lees ook altijd wel graag over gesloten gemeenschappen en sektes en zo, en dit gaat over mensen die ergens in Zeeland een gemeenschap stichten waarin alles veel menselijker en biologischer en vredelievender zou moeten zijn. Natuurlijk wordt dat uiteindelijk niks, anders heb je geen boek.

Boeken van januari

Door mijn werk lees ik minder dan ooit. Dat wil zeggen, ik lees heel veel, maar op een andere manier en meestal niet voor mezelf. En als ik dan een keer een boek lees dat er al is en waar ik niet aan hoef te werken, is het soms moeilijk om mijn redacteursblik uit te schakelen. Terwijl ik ook wel eens gewoon wil lézen.

Veel mensen doen mee aan de leesuitdaging van de Bibliotheek: #boekperweek. Dat red ik dus al niet als ik wat ik voor mijn werk lees niet meetel. Tegelijkertijd zijn er allerlei boeken in huis die ik nog wil lezen en houd ik nog steeds lijstjes bij van boeken die me leuk lijken. Ik wil toch proberen weer wat meer te lezen, vandaar het plan om een keer per maand te bloggen over de boeken die ik die maand uitgelezen heb (of misschien ook wel niet heb uitgelezen, maar dat komt niet zo heel vaak voor). In januari heb ik helaas maar twee boeken uitgelezen, maar het is een begin.

timetravelerswife
Audrey Niffenegger – De vrouw van de tijdreiziger
(The Time Traveler’s Wife, vertaald door Jeannet Dekker)

Een van de boeken die ik kan blijven herlezen, al had ik dat nu al een tijdje niet gedaan. Het is moeilijk om veel over het verhaal te vertellen zonder van alles te verraden, maar het gaat over een man, Henry, die door de tijd reist, zonder dat hij zelf in de hand heeft waarheen of wanneer. Hij kan niets meenemen naar een andere tijd, dus op een bepaald moment verdwijnt hij gewoon en duikt dan spiernaakt op in een andere tijd, en dat levert uiteraard allerlei problemen op. Het gaat ook over hoe het voor zijn vrouw Clare is om met hem samen te zijn, want ze weet dus meestal niet waar hij is, wanneer hij weer verdwijnt of terugkomt. In andere tijden komt Henry zichzelf tegen toen hij jonger was, zijn ouders voor hij was geboren en Clare als klein meisje. Hij heeft daardoor bepaalde kennis over de toekomst die hij met niemand kan delen, maar andere dingen die Clare heeft meegemaakt weet hij juist nog weer niet. Clare en Henry vertellen hun verhaal in talloze korte gedateerde hoofdstukken (Vrijdag 5 juni 1987, Clare is 16, Henry is 32) en het is zo origineel, zo ongelooflijk knap door elkaar gevlochten allemaal. Verder is het vaak heel grappig, maar vooral ook erg ontroerend. Iedere keer word ik er helemaal in meegezogen. Ik begon dit boek te lezen in de kerstvakantie, en ik heb het soms expres weggelegd omdat ik het zo zonde vond als ik te snel zou gaan.

sittenfeldprep
Curtis Sittenfeld – Prep
(Prep, vertaald door Inge Kok)

Ik hou dus erg van boeken die zich afspelen op kostscholen. Dat is ook zeker een van de redenen waarom ik Harry Potter zo leuk vind. Prep gaat over Lee Fiora die met een beurs naar het sjieke Ault mag. De meeste leerlingen zijn een stuk rijker en mondainer, dus Lee voelt zich niet echt thuis. Natuurlijk gebeurt er van alles op die school, grote en kleine incidenten, verliefdheden, problemen met leraren, noem maar op. Het is een nogal beschrijvend boek over Lees jaren op Ault. Op zich best wel klassiek voor een kostschoolboek en normaal heb ik daar ook totaal geen problemen mee (nogmaals in vergelijking met Harry Potter: J.K. Rowling had van mij best nog veel meer over het schoolleven mogen schrijven, dat gedoe met Voldemort leidt daar soms nogal van af. En integraal Hogwarts, A History natuurlijk, daar wacht ik ook nog steeds op.) Normaal gesproken vind ik dat dus juist leuk, maar hier begon het me op den duur toch een beetje te vervelen. Het leek er allemaal niet zo toe te doen, al zie ik wel in dat dat misschien ook wel een punt is dat dit boek wil maken: dat de kostschool een wereld op zich is, en dat buitenstaanders zich daar geen voorstelling van kunnen maken. Maar toch. Lee is jarenlang ook nogal geobsedeerd door een bepaalde jongen, misschien maakte dat het wat te hetero voor mij. Daarnaast werd heel duidelijk gemaakt dat het een grote terugblik was, voortdurend zinnen als: ‘Jaren later besefte ik dat…’ Daar heb ik een hekel aan. Het haalde me steeds erg uit het verhaal, ik had geen interesse in de oudere Lee die dit soort dingen zei. Tot slot kan ik aanraden om het origineel te lezen, als je dit boek wilt lezen (helaas niet in onze bieb), want ik vond het niet zo goed geredigeerd. Nog behoorlijk wat foutjes en ik kon soms raden wat er in het Engels moest hebben gestaan omdat het te letterlijk vertaald was.