Celestarium: schema’s en lifelines

Ik werk inmiddels aan Chart E. Hierna volgen nog Chart F en een rand. Dat klinkt misschien alsof ik al heel ver ben. Dat is totaal niet zo. Iemand heeft de voortgang per toer uitgerekend (waarom, vraag je je af, maar goed, de informatie is beschikbaar) en in een schema gezet en daaruit blijkt dat ik nu rond de 12 procent zit. Misschien nog wel lager als ik voor een andere rand kies, daar heb ik me nog niet echt in verdiept. Deprimerend? Misschien een beetje. Maar ik wist al dat ik er alleen thuis aan zou kunnen werken als S. niet in de buurt zou zijn. Logisch dat het dan een langetermijnproject wordt.

Celestarium is een zogenaamde pi-sjaal. Had ik ook nog nooit van gehoord, maar schijnt een idee te zijn van breigoeroe Elizabeth Zimmermann. Het is een cirkelvormige sjaal (goh), met relatief weinig toeren waarin je moet meerderen. Als je normaal gesproken een platte cirkel breit, moet je heel vaak meerderen, namelijk om de toer, en dan ook nog eens telkens met een ander aantal steken ertussen. Je blijft tellen. Met het getal pi zelf heeft het principe van deze sjaal volgens mij weinig te maken, maar het klinkt leuk, nietwaar? Het gaat erom dat als de diameter van een cirkel dubbel zo lang wordt, de omtrek ook dubbel zo groot wordt. In de pi-sjaal werk je dus met increase rounds, toeren waarin je het aantal steken verdubbelt. Daartussen meerder je niet, en die tussenstukken bestaan uit steeds meer toeren, omdat het natuurlijk steeds langer duurt voor de diameter weer is verdubbeld (bron). Ik heb vooral wiskunde gehad over vazen en knikkers die daaruit worden gepakt en al dan niet worden teruggelegd en moet bij dit soort onderwerpen altijd moeite doen om bij de les te blijven, maar het is toch interessant.

Het komt ook goed uit dat je je in de tussenliggende toeren geen zorgen hoeft te maken over meerderen, want je bent vanwege de sterren toch wel voortdurend aan het tellen. Vandaar ook de steekmarkeerders. Ik kreeg deze bij mijn monsterbestelling bij Recht en Averecht. Ze zijn erg handig, omdat je ze los kan klikken als je ze toch ergens anders nodig hebt. Om het eind van de toer te markeren, gebruik ik een bedeltje.

Er is dus iemand die van iedere ster de magnitude heeft genoteerd. Ik had het eerder over de grootte en vertaal de magnitude ook in de grootte van mijn kralen, maar ik kwam er later achter dat het iets over de helderheid van een ster zegt. Van sterrenkunde weet ik nog minder dan van wiskunde, dat moge duidelijk zijn. Ik vergelijk dat schema wel steeds met het patroon, om er zeker van te zijn dat ik geen sterren over het hoofd zie. Al weet ik al dat in het schema drie extra sterren zijn opgenomen die het zwaard van Orion vormen. Er zijn daarnaast ook mensen die de Plejaden hebben toegevoegd, in het patroon komt alleen de helderste ster Alcyone voor. Ik denk niet dat ik dat ga doen, simpelweg omdat ik ze niet precies zou weten te plaatsen. Ook al horen ze bij mijn sterrenbeeld (Stier). Er zijn trouwens ook mensen die per se de sterrenbeelden van hun geliefden erin willen en daarom een mix maken van het noordelijk en zuidelijk halfrond, mensen die de TARDIS van Doctor Who toevoegen (nog nooit iets gezien van die serie dus geen idee verder)… In vergelijking daarmee wordt mijn Celestarium behoorlijk standaard. Ik vind het trouwens wel heel tof dat er ook patronen zijn van het zuidelijk halfrond (Southern Skies) en een apart patroon van de sterren rond de evenaar (Equatorial Nights), ook al vermeng ik ze dan niet.

Het is me vaak te veel moeite om met steekmarkeerders in de weer te gaan, maar in dit geval doe ik dat wel, omdat aan de steken zelf (allemaal recht) niet is te zien waar je bent in het patroon. Daarnaast voeg ik zogenaamde lifelines toe, waar ik meestal ook te lui voor ben. Om de zoveel toeren rijg ik een draad door alle steken (als het project helemaal af is, haal ik die er natuurlijk weer uit). Als ik steken laat vallen of ik een stuk uit moet halen, zal mijn werk blijven hangen op zo’n lifeline en is dus niet alles meteen verloren. Serieuze zaak, die sterrenhemel van mij.

Dochter (15)

Natuurlijk lukte het me prompt om haar te laten slapen, de avond nadat ik dit schreef. Het blijft iedere avond en nacht weer de vraag wat ze gaat doen, maar dat is nog altijd beter dan dat je zeker weet dat het hoe dan ook de hel wordt. Soms zijn er ineens stukken avond over. Soms wordt ze ‘s nachts of ‘s ochtends vroeg wakker, denkt ze dat we kunnen gaan spelen en wil ze niet meer in haar eigen bed. Dan nemen we haar maar bij ons, dan lukt het vaak nog wel om even te slapen. Of we slapen op het matras bij haar op de kamer. Als we maar zo veel mogelijk kunnen slapen. Ik probeer ‘s nachts niet te vaak borstvoeding meer te geven omdat ze het niet nodig zou moeten hebben (zeker niet als ze nog extra heeft gehad als wij naar bed gaan) en ik bang ben dat ze er anders te veel aan went, maar dat is nog weleens lastig, omdat we weten dat het vaak wel werkt. Ik weet nu al dat ze op het consultatiebureau volgende maand gaan zeggen dat ze veel te veel voedingen krijgt. Ze geeft wel goed aan wanneer ze wil drinken. Al lang niet meer met Dunstan, maar nu vooral door naar mij toe te komen en ‘zenuwachtig’ te doen.

Ik zou niet weten wanneer ik het zou moeten maken, maar ik voel me vaak schuldig dat S. nog steeds geen fotoalbum heeft. En ik ben er ook wel aan begonnen een tijd geleden, maar het kost veel tijd en ik vind het moeilijk om de eerste foto’s terug te zien, omdat ik dan weer extra voel hoe raar en moeilijk het allemaal was. Na een paar maanden werd het al beter, dus misschien moet ik er juist gewoon even doorheen. Ik wilde ook al heel lang een afdrukje maken van haar hand en voet. Zo klein zijn die al niet meer, maar hoe langer ik ermee zou wachten, hoe minder klein ze natuurlijk zouden zijn. Dus uiteindelijk een recept voor zoutdeeg opgezocht en geprobeerd een afdruk te maken. Redelijk gelukt, afgezien van het feit dat S. er in een onbewaakt ogenblik een hapje van nam. Was ik daar weer van in paniek, want de naam zegt het al, in zoutdeeg zit véél zout en zout is dus héél erg slecht voor baby’s en ik zag haar al helemaal acuut nierfalen krijgen (te veel medische teksten geredigeerd) en er was een hond in Engeland doodgegaan nadat hij kerstversiering van zoutdeeg had opgegeten (nooit googelen op dit soort dingen). Afijn, niks aan haar gemerkt. Ik vind het plooitje bij haar pols zo schattig.

Ze zet nog steeds stapjes langs tafels en dergelijke, steeds beter. Ze heeft alleen nog niet begrepen dat ze niet op kan staan zonder haar handen te gebruiken. Of in ieder geval niet door op haar billen op en neer te stuiteren en wild met haar armen te zwaaien. Ze kan op onze zwarte bank klimmen als de kussens zijn verschoven. Dan klimt ze eerst op het metalen onderstel en dan op de bank. Toen we bij C. en J. waren, bleek dat ze ook de trap op kan klimmen. Natuurlijk liep ik erachter en het schijnt normaal te zijn dat ze dat eerder kunnen dan lopen, maar het was toch best schokkend. Ze mocht van mij niet aan het poppenkantje, een woord dat ik verder nooit ergens tegenkom en waar ik ook al jaren niet meer aan had gedacht (het is het smalle deel van de treden in de bocht van een trap).

Inmiddels zijn er vier tanden door: haar voortanden en twee ondertanden. Die ondertanden staan momenteel zo: / \, maar dat schijnt vanzelf nog goed te komen. We weten dat er tanden aankomen als ze aan de tafel gaat likken. Ze zal dat metaal wel lekker koud vinden? Ze houdt nog steeds van tandenpoetsen, maar helaas ook van aan haar ledikant knagen. Het is erg zonde en ze mag dat dan ook niet doen van mij, maar ik ben er natuurlijk niet altijd bij en het kan een hele strijd zijn om haar ermee te laten ophouden. O, en ze knarst soms ook met haar tanden, akelig geluid. Haar nieuwste tic is dat ze haar onderkaak naar voren schuift, door M. ook wel ‘de centenbak’ genoemd. Ze ziet er weleens knapper uit dan wanneer ze dat doet.

Ze staat graag bij deuren met ramen erin. We hebben er thuis zo een naar de gang, maar op de crèche vindt ze het natuurlijk nog leuker, want op de gang daar gebeurt nog eens iets. Ze mocht een tijdje naar de peuterspeelzaal in hetzelfde gebouw omdat de andere kindjes in haar groep lagen te slapen. Ze vond het spannend en wilde ook niet net als de andere kinderen met scheerschuim kliederen. Toch superstoer. Ze is heel afwachtend in nieuwe situaties, met nieuwe mensen, wat ik helemaal niet erg en wel verstandig vind (en herkenbaar, dat ook). Bij oma E. mocht ze in de tuin met water spelen, het duurde ook een tijd voor ze dat durfde. Maar toen ging ze ook los!

Het is zo leuk dat ze wat meer gaat spelen. Ze lijkt objectpermanentie te gaan snappen (dat iets niet weg hoeft te zijn als je het niet ziet). Laatst had ze de grootste lol in de kinderwagen. Ze had eerst inventief met haar tenen (ze trekt nog steeds altijd haar sokken uit) een tas uit de boodschappenmand gevist en hield die voor haar hoofd. Ik zei: ‘Waar is S. nu? Ik dacht toch echt dat ik S. bij me had,’ en dan trok zij die tas giechelend weg. Ze is ook heel goed in het vinden van haar spenen, die ze van ons alleen mag als ze gaat slapen. M. trof haar aan voor de spiegel in haar kamer, helemaal gelukkig, een speen in haar mond en een in haar hand…

Ze zwaait steeds vaker. En ze zegt soms ‘mama’. En ‘mamama’, en ik geloof niet dat ze echt al snapt dat wij dat zijn. Maar toch.

Over schrijven en slapen

Ik was zo goed bezig. Hier schreef ik het al: ik heb veel van mijn schrijftijd in het kader van Camp NaNoWriMo besteed aan een verhaal. Het idee daarvoor had ik al langer, maar dat was meer een idee zonder duidelijk verhaal of bepaalde personages, en daardoor is het in dit verhaal erg vervormd. Ik heb heel lang vrijwel alleen maar poëzie geschreven en wilde graag meer met proza doen (hoewel mijn poëzie soms naar proza neigt en mijn proza naar poëzie), en dat deed ik met dit verhaal.

De deadline voor de wedstrijd waar ik het over had is inmiddels verstreken, en ik heb hem niet gehaald. Wat ging er mis? Ik weet het niet, maar het had vast iets te maken met (niet) slapen en tijd. S. sliep slecht, werd een beetje ziek en sliep daardoor nog slechter (daar schreef ik laatst al over) en als er dan toch tijd was om te schrijven, was ik vooral erg moe. En negatief. Want dat gebeurt blijkbaar als ik slecht slaap, dan zie ik weinig nog zitten en schrijven dus ook niet. Dan kan ik alleen nog maar denken dat er toch niemand op mij zit te wachten, zie ik alleen maar mensen die wél succes hebben en alles durven. En blijkt de boom die op mijn auteursfoto staat te zijn omgehakt. Dat laatste is helaas sowieso waar.

Natuurlijk is er in principe niks verloren. Het hoeft allemaal niet nu meteen. Het is niet vreemd dat het nu niet allemaal meteen gaat. Ik was goed op weg en kan ermee verder wanneer ik wil. Ik heb weer even mogen ervaren hoe fijn het is om invallen te krijgen die je alleen krijgt doordat je aan een tekst werkt. Dat je personages stemmen krijgen. Ze zwijgen als ik niet schrijf, alsof ze zeker willen weten dat ze serieus genomen worden.

Toch schrijven, dat is waarschijnlijk de manier. Gisteren probeerde ik iemand tevergeefs uit te leggen hoe moeilijk het voor mij is om dingen ‘gewoon van me af te schrijven’. Beroepsdeformatie. Ik wil altijd meteen redigeren, ik heb altijd meteen een mening over mijn formulering. Dat schiet niet op, ik moet eerst materiaal hebben. Klei. Het enige dat soms helpt, is een timer gebruiken en bijvoorbeeld een half uur proberen om zo veel mogelijk achter elkaar te schrijven. Dat vond diegene een bewijs hoe streng ik voor mezelf ben. Het gaat er echter niet om dat ik dan een half uur móét schrijven. Ik heb de afbakening nodig zodat ik minder afdwaal.

Ik weet het allemaal wel, ik doe het alleen niet. En ik weet even niet zo goed hoe erg dat is/ik dat vind. Wordt vervolgd. Eerst slapen.

Boeken van augustus

Jojo Moyes – Vier plus één
(The One Plus One, vertaald uit het Engels door Anna Livestro)

Dit boek stond al een hele tijd in de kast. Volgens mij zat het in de goodiebag die ik kreeg op het Zomerfeest van De Fontein, maar dan wel het feest van twee jaar geleden, niet dat van deze zomer… Ik was er ooit al weleens in begonnen, maar wist alleen nog dat in de openingsscène twee schoonmaaksters voorkomen (ik herinner me vaak de onbenulligste details uit boeken in plaats van de grote lijn, kan voor mijn werk erg onhandig zijn). Geen idee waarom ik het toen weer weg heb gelegd. In het boek gaan alleenstaande moeder Jess (die als schoonmaakster werkt, dat klopte dus wel), haar gothic stiefzoon Nicky, haar briljante dochter Tanzie en hun grote, stinkende hond Norman op weg naar Aberdeen. Daar is een wiskundewedstrijd waarmee Tanzie genoeg geld hoopt te winnen om naar een goede school te kunnen. Jess kan het schoolgeld niet betalen, en een heleboel andere dingen eigenlijk ook niet. Zoals geschikt vervoer. Hun brakke auto wordt door de politie van de weg gehaald. Gelukkig rijdt op dat moment Ed voorbij, bij wie Jess schoonmaakt. Ed had zijn zaakjes tot voor kort prima voor elkaar, maar nu dreigt hij te worden aangeklaagd wegens handel met voorkennis. Hij weet zelf niet precies waarom, maar hij biedt de hele familie een lift aan. Ze zijn een paar dagen onderweg, er gebeurt natuurlijk van alles en door de verschillende perspectieven kom je steeds meer over iedereen te weten. Ik had een beetje romantisch gezever verwacht, maar ik vond dit echt een leuk boek, het leest heel fijn. En ik was zelfs ontroerd tegen het einde, maar daar moet ik misschien de hormonen en de vermoeidheid de schuld van geven.

Emma Los – De canon van het onderwijs

Uit dit boek las ik vaak een paar ‘vensters’ voor het slapengaan. Het bespreekt iets van 30 ontwikkelingen in het onderwijs: iets historisch, iemand die iets belangrijks heeft bedacht, een methode… Heel afwisselend. Zoals je kunt verwachten in een overzichtsboek, gaat het allemaal niet heel diep. Ik lees natuurlijk wel vaker over dit thema, dus lang niet alles was nieuw voor mij. Een venster gaat bijvoorbeeld over Kees Boeke, zijn biografie las ik al eerder. Maar het was over het algemeen toch wel interessant. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat er naast het bekende leesplankje met aap-noot-mies ook een speciaal Indisch leesplankje bestond (met daarop o.a. ‘boe’ (baboe) en een ‘oom’ in tropenkostuum). Misschien toch nog maar een keer naar het Onderwijsmuseum, waar ik alleen een keer geweest ben toen het nog in Rotterdam zat. Of eigenlijk moet ik daar sowieso heen, omdat ze daar momenteel de tentoonstelling ‘Van het naadje en de kous’ hebben, over handwerken op school!

Ted van Lieshout en Philip Hopman – De dikke Boer Boris

Tante A. mocht van een of andere loterij een boek uitzoeken en wilde graag, heel lief, een boek voor S. uitzoeken. Ik lees graag voor, ja, ook nu al, maar ben wel een beetje een snob op dit gebied. Er zijn zo veel prachtige prenten- en kinderboeken, ik heb voor mijn gevoel geen tijd om genoegen te nemen met mindere. Tante A. is juf geweest en kende Boer Boris al. Hij kwam ook voorbij op de Midzomerkinderboekenborrel, maar dat was de eerste keer dat ik van hem hoorde (ter verdediging van mezelf: aan prentenboeken valt meestal weinig te redigeren, dus ik kom ze niet vaak tegen in mijn werk!). De verhalen zijn nog een beetje te lang voor S. op dit moment, denk ik, al zou ze misschien best de (fantastische) tekeningen al kunnen bekijken. Ik heb het boek alvast zelf gelezen en ben heel enthousiast! In De dikke Boer Boris zitten drie losse verhalen, die ook apart zijn uitgegeven: Boer Boris wil geen feest!, Boer Boris gaat naar de markt en Boer Boris en de maaier. De tekst is op rijm, met veel herhaling en grappige vondsten. Boer Boris zelf lijkt een soort Pluk van de Petteflet: in bepaalde opzichten een kind, in andere volwassen. Hier gaan we nog veel plezier aan beleven!

Dochter (14)

Het grotere geheel van een kind hebben is natuurlijk geweldig, maar het dagelijks leven is soms behoorlijk… Ik probeer minder te vloeken nu ik een kind heb. Het is behoorlijk… pittig? L. merkte terecht op dat dat echt zo’n ‘moederforumwoord’ is. Het dekt de lading toch niet echt voor mij, op dit moment.

De avonden blijven zo zwaar. Ik probeer haar eten te geven voor M. thuiskomt, wat in combinatie met haar ergens ophalen, boodschappen doen en koken sowieso een puzzel is. Ik probeer nu dus ook op andere momenten boodschappen te doen en het mezelf niet te moeilijk te maken met koken, maar dan nog is S. precies op dat moment vaak niet te genieten. Bijvoorbeeld omdat ze overdag niet veel heeft geslapen, daardoor op weg naar huis in slaap valt en dan thuis totaal overstuur wakker wordt. Het komt ook nog steeds vaak voor dat ze per se borstvoeding wil in plaats van avondeten, of in ieder geval voorafgaand aan het avondeten. Op goede dagen eet ze daar wel wat van, en dan vertoont ze al snel het hele pakket vermoeidheidssignalen, meestal voordat wij rustig hebben kunnen eten. Dan besluiten we haar toch maar voor te bereiden op het naar bed gaan. Verschonen vindt ze nog steeds verschrikkelijk, dus na een hoop gekrijs en gehannes heeft iedereen wel een verhaaltje nodig om bij te komen. Dan poetsen we haar tanden (dat vindt ze gelukkig superleuk tot nu toe), zingen we een liedje en leggen haar in bed. Over een duidelijk ritueel gesproken.

En dan is ze dus moe, maar wil ze niet gaan slapen. Meestal gaat ze de hele tijd staan in haar bed, waarbij ze blijft huilen en haar speen uit bed smijt. In het gunstigste geval gooit ze trouwens ook haar speen uit bed, maar dan voor de grap. ‘Als je gaat staan, kun je niet lekker slapen.’ Ik heb het al zo vaak tegen haar gezegd. Nu is ze ook erg verkouden. Van zondag op maandag was ze zelfs heel benauwd, heel akelig om te horen. De dokter wilde haar wel zien, maar kon niet echt iets vinden en de inhalator die we meekregen hebben we gelukkig nog niet hoeven te gebruiken. Maar het helpt niet mee, natuurlijk.

We laten haar nog altijd niet huilen. Dat wil overigens niet zeggen dat we bij iedere kik naast haar bedje staan, zoals sommige mensen schijnen te denken. Ik geloof nog steeds dat laten huilen alleen ‘werkt’ omdat kindjes het op een gegeven moment opgeven en leren dat er toch niemand komt. Hoe zwaar het ook is, dat is niet wat ik S. wil leren, en ik vind het heel kwalijk dat instanties als het consultatiebureau dit adviseren.

We hebben de avonden inmiddels verdeeld, in de hoop dat de ander dan in ieder geval wat rust kan pakken. Dat valt alleen vies tegen in mijn geval. Gisteren bracht M. S. bijvoorbeeld naar bed. Ondertussen moest ik met de afgekolfde melk voor vandaag in de weer, de keuken opruimen en de afwas doen (geen vaatwasser, helaas). Toen ik daarmee klaar was, was het tegen negen uur, en al die tijd had S. keihard gekrijst, ook al was M. bij haar. Ik besloot haar maar weer borstvoeding te geven, omdat ze daar in ieder geval meestal rustig van wordt. Dat is ook wel een nadeel: ik heb het idee dat ik ook op M.’s avonden paraat moet staan, vanwege die borstvoeding (het heeft op andere momenten ook zeker voordelen en ik zou op dit moment ook echt niet weten wat we zonder zouden moeten beginnen). Daarna had ik zowaar even een momentje voor mezelf, omdat M. met S. in het grote bed was gaan liggen en ze daar uiteindelijk in slaap viel (‘ze’ verwijst naar allebei de dames…). Toen M. S. in haar eigen bed wilde leggen, werd ze echter weer wakker en ging ze weer huilen. Toen heb ik haar nog een poosje bij me genomen terwijl M. zich klaarmaakte om naar bed te gaan (aangezien het inmiddels elf uur was). Gelukkig viel S. toen weer in slaap en lukte het alsnog om haar weg te leggen. Tja, en toen moest ik ook maar naar bed.

Om 4.30 uur kwam ze voor een nachtvoeding, en voor zeven uur was ze ook alweer wakker. Dat is dan dus een goede nacht, het is fijn als we in ieder geval kunnen gaan slapen en als ze niet wakker wordt als wij net in onze diepste slaap verkeren. Hoewel ik nu meteen weer erg ging piekeren om halfvijf ‘s ochtends.

Ik doe het slecht op weinig slaap (wie niet?), maar ik vind het misschien nog wel moeilijker dat de avonden nog steeds zo slecht gaan. Ik zie en spreek M. amper omdat een van ons met S. in de weer is, er blijven veel dingen liggen (wat me dan weer extra stress geeft en ervoor zorgt dat ik overdag minder tijd heb/maak voor mijn werk, en dan krijg ik vervolgens dáár weer stress van) en ik kom gewoon niet tot rust. Ik word er erg somber en negatief van, en soms ronduit chagrijnig. Ik voel me eenzaam en onzeker. Vooral als ik dan dingen lees of hoor van moeders die uitkijken naar het moment dat hun kinderen op bed liggen. Of van die adviezen dat je gewoon zelf lekker vroeg naar bed moet gaan, zodat je het beter volhoudt. Wanneer precies?

Alles is een fase, ik weet het, alleen duurt deze fase al zo’n beetje S.’ hele leven. Binnenkort weer een vrolijkere opsomming van wat we allemaal meemaken met haar, beloofd! Oké, alvast een ding dan. Van de week was het me ook niet gelukt om S. in haar eigen bed in slaap te laten vallen, maar had ik haar wel van me af weten te schuiven in het grote bed. Ik was alleen vergeten om dat aan M. te vertellen, waardoor die zich een hoedje schrok toen ze naar bed wilde gaan. Ik citeer: ‘Ik dacht: Er ligt iemand in mijn bed! Gelukkig was het wel een heel klein iemand.’ :)

Celestarium – Cast on

Nu alweer een blog over de sterrenhemel? Jazeker. Mijn blog, mijn onderwerpskeuze. Ik ben eraan begonnen! Twee keer al, eerlijk gezegd. Ik had gelezen (meer dan 1300 mensen hebben dit patroon al gebreid, dus er is behoorlijk wat over geschreven) dat mensen moeite hadden met de circular beaded cast on uit het patroon. Op de foto’s zag die er ook niet al te makkelijk uit. Sommige mensen hadden een andere cast on gebruikt (de pinhole cast on) en die kan ik sowieso, dus ik dacht lui: Dan doe ik die wel gewoon. Ik had daarvoor al van een streng van 400 meter garen een bol gemaakt, hè, ik wilde eindelijk weleens echt beginnen.

Dus ik begon. En het ging op zich goed, maar na een tijdje moest ik toch constateren dat er een zogenaamde ‘nipple’ in het midden verscheen. Dat is altijd wel een risico als je vanuit het midden begint (mijn Norma Blanket leed helaas ook onder dit fenomeen), maar ik deed er dit keer juist alles aan om dat te voorkomen, of in ieder geval flink te verminderen. Mensen schreven dat ze daarom deels dunnere naalden gebruikten en dat deed ik ook, best een gedoe nog om steeds af te wisselen, dus waarom hielp dat bij mij niet?

Ik kwam tot de conclusie dat ik één ding nog niet geprobeerd had: de cast on uit het patroon. Argh. En aangezien het zo’n groot en (hopelijk) mooi project is, wilde ik er graag alles aan gedaan hebben. Ik kon dus maar beter opnieuw beginnen nu ik nog niet zo ver was. M. zag al voor zich dat ik uiteindelijk zou constateren dat de eerste poging toch beter was dan de tweede. Uiteindelijk als in: nadat ik die eerste poging had uitgehaald. En ik moet toegeven, dat zou zomaar kunnen… En dus stelde ze voor dat ik de eerste poging nog even zou bewaren als vergelijkingsmateriaal. Dat betekende dat ik nóg een keer 400 meter garen moest opwinden voor ik de tweede poging kon doen. Dat had ik anders natuurlijk ook moeten doen nadat ik de eerste streng had opgebreid, maar toch, de handwerktijd die ik heb, besteed ik het liefst aan handwerken zelf.

De cast on uit het patroon bleek inderdaad lastig, fiddly. Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe het me gelukt is en of het zo helemaal goed is, maar de Poolster is in het midden terechtgekomen, dat was in ieder geval de bedoeling. En het midden lijkt platter dan dat van mijn eerste poging. Nog niet zo plat als ik zou willen, maar hopelijk komt dat nog goed door het verder breien of het opspannen.

Het voelt nog wat onwennig om nu echt begonnen te zijn. De eerste charts gaan natuurlijk relatief snel. Ik ben steeds bang dat ik kralen vergeet of verkeerd plaats. Maar het ziet er veelbelovend uit, al zeg ik het zelf, en het is ook vrij verslavend (al is dit echt alleen een project voor thuis en moet ik echt mijn aandacht erbij kunnen houden, dus heel hard gaat het niet). En ik leer nog eens een nieuw sterrenbeeld kennen (dat is al snel, want behalve Kleine Beer kan ik niks aanwijzen).

Dochter (13)

Een extra aflevering, omdat ik crèche-anekdotes in een apart concept aan het verzamelen was. En dat er al best veel waren.

S. gaat twee dagen naar de crèche, naar een groep met ‘kortere’ dagen: van 8.30 tot 16.30 uur. Wij vinden dat lang genoeg (ook al betekent dat dat ik haar altijd moet brengen en halen en vind ik het soms lastig met werk plannen). Natuurlijk kun je je kind in andere groepen altijd later brengen of eerder ophalen, maar dan betaal je die extra uren alsnog. Ze zit in een verticale groep (kindjes van 0-4 jaar) en is de jongste momenteel, de enige baby. En verbazingwekkend populair. Zo vroeg de moeder van L. me of dit nu ‘baby S.’ was, omdat L. het daar zo vaak over had thuis.

A. is een van de oudste kinderen in de groep en zorgt zo’n beetje als een grote zus voor S. Ze begroet S. vaak heel bewust ‘s ochtends (‘Hoi S.!’), pakt speelgoed voor haar, vertelt mij waar ik haar kan vinden als ik haar op kom halen. ‘S. is in de babybox!’ Om vervolgens daar keihard naartoe te rennen: ‘S.! Je mama is er!’ Er zijn meer kinderen die weten dat S. en ik bij elkaar horen, en om de een of andere reden blijf ik het vreemd vinden dat ze mij herkennen. Dat ze mij als moeder zien. A. meldde laatst ook dat S. nog een baby was. Ja, dat klopt. ‘Ik ben geen baby. Ik ben volwassen!’ En haast nog voor ik een correct maar ook vriendelijk antwoord had verzonnen: ‘Jíj bent volwassen!’ Best confronterend.

R. en A. waren aan het kleien en vroegen aan mij of S. mee mocht doen. Ik antwoordde dat S. daar nog een beetje te klein voor was, dat ze de klei waarschijnlijk zou opeten. In koor: ‘Ooooo, dat mag niet!’ Nee, inderdaad, daarom. Maar ze kan wel kijken! Even later: ‘Kijk, S.! Dit heb ik voor jou gemaakt!’

S.’ groep is in de zomervakantie vier weken dicht. We maakten ons wel wat zorgen over hoe het na die vier weken zou gaan, omdat ze steeds beter door lijkt te hebben dat wij haar moeders zijn en soms protesteert als we weglopen. Ik bracht S. naar de crèche en zette haar op de grond. Ze kroop naar het speelkeukentje, trok zich eraan op en keurde mij geen blik meer waardig.

Het is zeker niet alleen maar fantastisch. Ik kwam er niet huilend vandaan, maar ik vond het in het begin wel moeilijk om haar erheen te brengen. Dat gaat nu wel beter, ook omdat S. nu wat groter is, goed duidelijk kan maken wat ze wel en niet wil en onverschrokken overal tussendoor tijgert. Ik denk dat ze het dienblad met boterhammen voortaan wat verder bij haar uit de buurt zullen zetten, want ze greep er zo een nadat ze haar eigen boterham al ophad. :) Ik kan me voorstellen dat ik het wel weer moeilijker zal vinden als ze echt eenkennig wordt. De crèchegroepen zijn mooi gemengd, ik zou het fijner vinden als de inpandige peuterspeelzaal/voorschool dat ook wat meer was. Er werd na de vakantie geen enkel kindje met een ‘Nederlandse naam’ welkom geheten (ik hou zo van voornamen, maar ik weet niet hoe ik dit anders moet formuleren) op de deur. Ik vang iets te vaak gesprekken op tussen leidsters en ouders in de trant van: ‘Begrijpt u wat ik bedoel? Nee? Oké…’ Een leidster heeft dat trouwens ook al eens tegen mij heeft gezegd, doordat ze zelf zo slecht Nederlands spreekt, daar ben ik ook niet blij mee. Ik schaam me soms voor mijn vooroordelen, dat het daarom geen goede omgeving kán zijn voor S. (met haar twee moeders). Ze zijn echt wel lief voor haar. Maar goed, ze is nu nog zo klein, we hopen op ‘een echt huis’, we moeten maar zien hoe het straks allemaal is.

Er komt zo veel overleg en vertrouwen bij kijken. Ik vind het soms lastig dat ze zich overal mee ‘bemoeien’, maar ik vind het soms ook lastig om me duidelijk uit te spreken. Ik heb me wel duidelijk uitgesproken toen ze met Moederdag aan kwamen zetten met een gedichtje dat maar aan een moeder gericht was. Dat wil zeggen, nadat ik er met Moederdag zelf ineens alsnog heel verdrietig van werd (en de lieve mensen van Samen Bevallen me troostten door geweldige gedichten te appen die wel voor twee moeders waren ♡). Ze hadden er totaal niet bij stilgestaan, dit was allemaal nieuw voor hen, sommige medewerkers vonden het moeilijk om er iets over te vragen, blablabla. Soms wil ik meer schrijven over hoe het (voor ons) is om twee moeders te zijn, soms maakt het me vooral somber.

Er is een leidster die het helemaal niet moeilijk lijkt te vinden om erover te praten. Zij weet meestal wel een ‘de mama’s’ in onze gesprekjes te fietsen (Als in: ‘De mama’s gaan hun handen nog vol hebben aan jou, S.!’) Zij vertelde een keer dat ze S. niet naar bed had mogen brengen van F. en R., ze zeiden dat S. hun baby was. F. en R. zijn twee jongens, dat vond ik er extra grappig aan.

Een trui voor M. (2)

Geen zorgen, die is inmiddels af, zoals je ziet. Het blijft lastig, op een gegeven moment verlies ik vaak mijn interesse in waar ik aan werk een beetje en ga ik vooral heel veel nieuwe patronen zoeken. Er verdwijnt zeker weleens iets onaf in een bak! Op Ravelry heb je daar een mooie status voor: hibernating. Alsof je er ooit nog wel aan verdergaat. Sure… Maar projecten waar ik speciaal garen voor heb aangeschaft, heb ik tot nu toe altijd afgemaakt. Uiteindelijk. Het leek me ook wel een goed plan om dat te doen voor ik me volledig zou verliezen in mijn sterrenhemel.

In dit geval was het ook wel makkelijk om mijn interesse te verliezen, want het is niet zo’n heel interessant patroon als de ‘gather’ er eenmaal in zit. Het gaat rond en rond en rond, af en toe minder je een keer een steek en dat is het dan weer. Dat heeft ook voordelen: ik kon rustig tv-kijken of een tijdschrift doorbladeren ondertussen :) Het spannendste was nog dat ik een vrij onopvallende steekmarkeerder kwijtraakte en dat we die toen echt terug moesten vinden vóór S. hem zou vinden (en opeten). Gelukkig lukte dat bij daglicht.

Ik had van mijn schoonzus S. Eucalan gekregen voor mijn verjaardag, fijn spul! Het is een wolwasmiddel (milieuvriendelijk ook nog, schijnt) dat je niet hoeft uit te spoelen. Wassen van handgebreide items blijft toch altijd een beetje een probleem. Meestal mogen ze niet in de wasmachine en nadat de kleuren van een dekentje een keer uitliepen durf ik dat ook niet meer goed (bij wol dan, katoen kan meer hebben). Nu dus voor het eerst Eucalan gebruikt. Het ruikt heel lekker en je hoeft er maar heel weinig van te gebruiken (een theelepel op 4 liter water). S. gaf er een hele instructie bij, haha, dat ik de trui daarna in een handdoek moest rollen en eroverheen moest lopen, zodat hij alvast wat droger zou zijn. Het werkte wel!

M. wilde langere mouwen dan in het patroon, wat gelukkig makkelijk te realiseren was, omdat je die er op het laatst aan vast breit. Ik ben niet helemaal tevreden over de ‘gather’, die had misschien wat rechter en netter gekund. Maar ik vind het een leuke trui geworden, die M. goed staat!

Patroon: Polaris van Hiroko Fukatsu.
Maat: S
Garen: Bio Balance van BC Garn (ecologisch garen van 55% wol, 45% katoen) in de kleur bl107 (‘Dark old pink’). Ik had 5 strengen en heb ook de laatste streng moeten aanbreken. Ik had het dus voor een keer best goed ingeschat :)
Naalden: 3,5 mm en 3,25 mm voor de boorden.

Ik schreef hier al eerder over deze trui.

Celestarium

Wat doe je als je eigenlijk helemaal geen tijd hebt en je nog steeds niet zo goed voelt? O, dan besluit je om de sterrenhemel boven het noordelijk halfrond te gaan breien. Met glow in the dark-kralen in vier verschillende maten. Ik had dit patroon al een tijd in mijn Favorieten staan, het lijkt me tof, dus het moet er maar eens van komen. Waarom niet?

Het is eigenlijk een sjaal, maar ik zou het liever ooit aan onze muur hangen. Heel veel mensen hebben hem gelukkig al gemaakt, dus ik hoef niet zelf het wiel uit te vinden. Het originele patroon gebruikt slechts kralen in een maat, die geen licht geven in het donker. Ik vind het altijd zo mooi als patronen beter worden door de community. Ik wil dan ook meteen alles. En die verschillende groottes, en glow in the dark. Mensen hebben gelukkig al helemaal uitgezocht hoe groot de verschillende sterren zijn, dat het misschien mooier is zonder eyelets (die gaatjes), hoe je kunt bijhouden waar je bent in het patroon, dat je het beste naalden in verschillende diktes kunt gebruiken.

Ik heb garen gekocht en heel internet afgezocht naar die kralen (dat alleen was al een fijne afleiding). Nu nog uitzoeken hoe de schema’s in elkaar zitten. En o ja, zorgen dat die strengen bollen worden… Geduld! Het lijkt me leuk om af en toe de voortgang van dit project te laten zien op mijn blog.

Dochter (12)

En dan zeggen ze dat je zo in het nu leeft met een baby. S. wil altijd sneller, altijd meer, geniet nooit eens rustig van een vaardigheid die ze heeft opgedaan. Ze laat soms een hand los bij het staan en loopt soms een stukje langs de tafel (vooral als daar iets op ligt wat ze wil hebben).

Ze heeft ook eindelijk een tand. Nu echt. En dus hebben we een tandenborstel voor haar gekocht. Het schijnt goed te zijn om haar zelf ook even te laten ‘poetsen’. Dat vindt ze erg leuk, ze wordt boos als je de tandenborstel van haar afpakt.

Sommige dingen vindt ze ineens heel grappig. Dat gegrinnik van haar. Ik moet mijn gedicht veranderen. Het mooiste geluid is als je dochter lacht. Op dit moment:
– Uit de lift komen.
– De klank ‘oef’.
– Als iemand lager is dan zij, bijvoorbeeld als zij in de kinderstoel zit en we haar eten van de vloer vissen.
– Als iemand in de (open) keuken is, vooral als diegene dan omhoogkomt na iets uit een kastje te hebben gepakt.

Toen we bij haar opa aten, deden we met de hele tafel de wave. Zo veel heb ik niet met voetbal, maar het is mooi dat het voor haar vanzelfsprekend zal zijn dat meisjes het kunnen. Dat je alles kunt doen wat je wilt, dat zou ik haar graag meegeven.

Ze was weer zo populair deze week. De vriend van M.’s zusje is groot fan, hij zei speciaal: ‘Leuk ook om S. weer te zien.’ Op de verjaardag van mijn tante vond iedereen haar zo lief en vrolijk. Dat was ze ook. Ze kan heel goed zelf spelen, vinden wij. Oké, ze speelt werkelijk overal mee en het ligt aan hoe interessant het speelgoed is hoeveel dingen ze gaat doen die niet mogen, maar ze kan zichzelf echt wel een poosje vermaken. Het speelgoed bij mijn tante was erg interessant, vooral ook de bak waar het in zat. Het scheelde misschien dat we er als eerste waren, maar ze huilde helemaal niet bij het zien van al het bezoek, ze huilde eigenlijk alleen toen ze uren later een beetje moe werd. O, en toen de buurvrouw van m’n tante haar ineens oppakte. Ze kan goed aangeven wat ze wel en niet wil. Ze at haar eten helemaal op, deed een power nap in haar tentje en feestte toen nog even lekker door. Thuis ging ze voor haar doen ook heel snel slapen. Dat is ook deze week weer weleens anders, zo heeft ze Dafne Schippers brons zien winnen op de 100 meter. Ik moet heel vaak tegen mezelf zeggen: Het geeft niet. Ik kan dit aan. Ik geef haar wat ze nodig heeft. Nu telt niet meer iedere minuut slaap. Nu leven we niet meer in blokken van drie uur.

Ik ging met S. naar het tuincentrum om een cadeautje te kopen voor mijn tante en het was zo leuk. Ik ben nog steeds belachelijk verbaasd als ik zoiets weer kan doen. Zo’n winkel is natuurlijk helemaal ingericht op grote karren, en dus ook op kinderwagens. En S. vond de aquaria geweldig.

Als ik een man was, zou ik vertederd constateren dat ze ‘papa’ zei. Want dat zegt ze dus. Ik vind het niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Het hoort bij haar taalontwikkeling, ze bedoelt er niets mee.

Toen we wegreden bij haar opa, waren hij en C. de straat opgelopen. Op de hoek van de straat zwaaide ik automatisch. Altijd als we vroeger wegreden bij mijn opa en tante zei mijn moeder op de hoek: ‘Zwaai nog even.’ Hoe je alles ergens weer opnieuw beleeft.