De BreiSTER – Opdracht 3

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 5, en dat is de aflevering over de derde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Opdracht 3, de eerste opdracht waaraan niet iedereen meer mee mocht doen. Ik vond het allemaal maar heftig. Hoewel ik redelijk had gescoord voor opdracht 2, was ik toch een beetje teleurgesteld en zat ik al in mijn eerste vlog voor opdracht 3 te vertellen over dat de wedstrijd toch wel veel impact had op m’n leven, dat het allemaal lastig te combineren was en dat het soms voelde alsof ik er toch elk moment uit kon vliegen en toch nooit echt goed zou presteren. Dat ik er echt voor moest waken om in een negatieve spiraal te belanden van ‘waar doe ik het allemaal voor en is dit alle stress wel waard?’ en niet moest vergeten om ervan te genieten. Het stond me eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest dat ik dat toen al allemaal dacht en vond, maar daarom is het ook goed om m’n eigen vlogs terug te kijken. Het is wel onderdeel van mijn verhaal, en dat wil ik ook vertellen. Het maakt ook dat ik anders kijk naar De HaakSTER, me meer realiseer dat ook kandidaten die minder goed scoren meestal heel hard aan de opdrachten hebben gewerkt. Ik heb de wedstrijd natuurlijk lang niet vanaf elke positie kunnen ervaren, maar ik denk dat je positie veel invloed heeft op hoe je alles ervaart. Ik stond zevende en had inmiddels écht een goede score nodig om nog een tijdje mee te kunnen blijven doen. Onthoud dit even, als je wil.

Bij het begin van opdracht 3 werd ik ook een beetje afgeleid door de rest van m’n leven, waardoor ik niet bepaald een vliegende start maakte. Ik had een naar onderzoek in het ziekenhuis waar ik erg tegen opzag, en de dag daarvoor had S. een studiedag en gingen we naar de Efteling met m’n zusje. In de Efteling was het leuk en in het ziekenhuis niet, maar het onderzoek lukte wel en de uitslag was ook goed, dus dat was wel een opluchting. Daarna was het de hoogste tijd om aan de opdracht te beginnen.

Voor deze opdracht moesten we een knuffel breien, en je voelt ’m waarschijnlijk al aankomen: ook dat was weer niet echt een opdracht voor mij. Het is zomaar een observatie, ik bedoel hier verder niks mee, maar ik zie bij mensen die graag paashangers breien (wel een erg specifieke voorliefde misschien :)) een beetje hetzelfde type voor me als bij mensen die graag knuffels breien. Ik brei op zich best wat verschillende dingen, maar vooral graag kleding, sjaals en (baby)dekentjes.

Deze opdracht had ik echter wel verwacht! (Sokken trouwens ook, zij het niet als opdracht 1.) Sterker nog, mijn idee voor een knuffel lag direct al klaar. Toen we het voor aanvang van de wedstrijd erover hadden, had S. namelijk voorgesteld dat ik haar lievelingsdier zou maken als we een knuffel zouden moeten breien. Dat had ik haar ook beloofd, en tja, wat je belooft moet je doen. En dus zou het een lieveheersbeest worden.

De knuffel moest tussen de 25 en 30 centimeter groot zijn, we moesten specifiek letten op de veiligheid (alles stevig vastzetten, geen losse elementen die een kind kan inslikken). En er stond ineens ook vermeld dat je over moeilijke onderdelen een videotutorial moest maken.

Een groot verschil met opdracht 1 en 2 was dat we nu voor het eerst zelf garen mochten/moesten bestellen bij Wolplein. Voor een bepaald budget, en aan de hand van een materiaallijst. Alsof het allemaal nog niet stressvol genoeg was! Ondanks het feit dat ik bij de eerdere opdrachten niet met alle kleuren even blij was, vond ik het zo gek nog niet om garen te krijgen en het daarmee te moeten doen. Ook omdat je natuurlijk weinig kunt totdat je het garen hebt, en dus snel moet beslissen wat je gaat maken en wat je daarvoor nodig hebt. Daarnaast blijft het lastig om garen online te bestellen. Ik doe het vaak wel, zeker sinds corona, maar je weet dan meestal toch niet precies wat je krijgt. Voor de volledigheid: het was mogelijk om naar het inspiratiecentrum van Wolplein in Zaltbommel te gaan om het garen daar uit te zoeken. Al was het geloof ik wel lastig om het dan direct mee te nemen. Het is natuurlijk toch een proces dat losstaat van de gewone verkopen in de winkel, iemand zal moeten checken of je inderdaad hebt uitgekozen wat je mocht uitkiezen enzovoort. Ik heb hier zelf geen gebruik van gemaakt omdat het me te veel tijd zou kosten en te veel rijangst op zou leveren. Het voelde natuurlijk wel heel speciaal om dat dan allemaal te mogen uitzoeken zonder ervoor te hoeven betalen en te weten dat die bestelling dan met spoed zou worden klaargemaakt en verzonden.

We konden kiezen uit een stuk of tien verschillende garens, en ik ging eerst maar eens kijken wat dat voor garens waren. Nu probeer ik zelf geen acryl meer te gebruiken, omdat dat gemaakt is van olie, niet biologisch afbreekbaar is en bijdraagt aan de plasticsoep. Katoen en wol hebben echter ook grote nadelen, ook de verantwoorder varianten, dus het blijft heel lastig, vind ik. Ik probeer rekening te houden met duurzaamheid bij mijn materiaalkeuze, maar dat lukt me zeker niet altijd. Ik probeer in ieder geval ook dingen te maken die lang meegaan, want minder kopen is natuurlijk altijd goed. Voor deze opdracht besloot ik toch alle garens met acryl te skippen. Heel pragmatisch, want dat maakte de keuze een stuk beperkter. Er stond een biologisch katoenen garen tussen, maar dat kende ik niet en ik was niet zo weg van de beschikbare kleuren. Waardoor ik uiteindelijk toch weer ‘gewoon’ koos voor de Must-have van Yarn and Colors, hetzelfde katoenen garen als in opdracht 2. Zo kon ik onmiddellijk dingen gaan uitproberen. En de Must-have is beschikbaar in ruim honderd kleuren, dus daar moest iets tussen zitten. Dat was natuurlijk ergens ook wel weer een nadeel. Zwart is nogal straightforward, maar welk rood is het beste rood voor een lieveheersbeest? Daarnaast wilde ik wat groen bestellen, omdat ik iets wilde doen met blaadjes (dat plan was op dat moment precies zo vaag als het hier lijkt). En ik had wat wit nodig voor de vlekken op de kop. O, en vulling natuurlijk, we hadden één budget voor alles. Je kon ook nog veiligheidsogen bestellen, maar dat heb ik zelf niet gedaan. Op de materiaallijst stonden alleen zwarte veiligheidsogen, dat leek me niet handig op een zwarte kop. En eerlijk gezegd heb ik nog nooit veiligheidsogen gebruikt. Het is vast niet heel moeilijk, maar ik was toch bang dat ik me er geen raad mee zou weten. De juiste maat inschatten leek me ook lastig. Dus nee, ik zou later wel zien wat voor ogen ik zou maken. Opvallend detail: inmiddels ben ik erachter gekomen dat veiligheidsogen helemaal niet veilig zijn bevonden voor kinderen onder de drie jaar. Een knuffel met veiligheidsogen is dus automatisch niet veilig voor kleine kinderen. Waarom stonden die dan toch op de materiaallijst?

Ook de hoeveelheid van alles bepalen vond ik heel lastig. Ik ben notoir slecht in het inschatten van hoeveelheden en heb meestal te veel. Maar goed, ik had nog geen patroon, dingen kunnen mislukken, dus uiteindelijk heb ik maar gewoon zo veel mogelijk garen besteld en een zak vulling van 250 gram, zodat ik in ieder geval niet te weinig zou hebben. De verdeling tussen de verschillende kleuren was ook nog even lastig, ik heb zelfs mijn bestelling nog gecorrigeerd en gekozen voor een extra bol groen, zodat ik ook los zou kunnen gaan op een blaadjesaccessoire.

Pas toen ik al had besteld, realiseerde ik me dat 25 tot 30 centimeter best groot is, en dat de Must-have best dun is. Er stonden ongetwijfeld dikkere garens op de lijst, was het misschien verstandiger geweest om daarvoor te kiezen? Aan de andere kant brei ik helemaal niet graag op dikke naalden (4 mm vind ik al aan de dikke kant) en vind ik het vaak juist wel mooi als een breiwerk wat fijner is. En ik was blij met de kleuren toen mijn garen arriveerde. Goede kleur rood (Cardinal), goede kleur groen (Pesto). Daarnaast had ik nog zwart (Black), donkergroen (Green Beryl) en twee minibolletjes wit (Marble) voor de ogen en de vlekken op de kop.

S. ging meteen een schets maken van hoe het lieveheersbeest moest worden, inclusief stappenplan voor de verschillende onderdelen. Dat was natuurlijk superschattig. En ik begon te proberen een schild te breien. Ik wilde namelijk graag een afneembaar schild maken, en dan een pyjamaatje en een slaapzak, zodat het lieveheersbeest als het ging slapen het schild af kon doen.

Het kostte een hoop moeite om in een cirkel te breien en een rond schild te maken. Daarom breide ik ondertussen toch ook maar vast het lijf van het lieveheersbeest. Dat ging gelukkig een stuk beter. Ik was zo blij dat het me lukte om twee lieve, veilige oogjes te verzinnen in wit en zwart garen, dat gezichtje gaf me goede moed elke keer dat ik het zag. Ik maakte voelsprieten van twee zwarte draadjes die ik goed vastzette. Aan de andere kant van de kop borduurde ik een slapend gezichtje, zodat de knuffel aan twee kanten te gebruiken was en ‘echt’ kon gaan slapen. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om aan het schild een soort mutsje vast te maken dat je over het slapende gezichtje heen kon trekken, zodat je dat niet zag als het lieveheersbeest het schild droeg. Dat is helaas allemaal niet gelukt, maar de vorm van de kop vond ik wel heel grappig. Voor de pootjes besloot ik zes i-cords te breien, lekker dun en flexibel.

Het lukte me uiteindelijk ook om een mooi rond schild te maken, maar… dat werkte dus totaal niet in combinatie met m’n lieveheersbeest. Doordat het schild en het lieveheersbeest allebei opgevuld waren, paste het lieveheersbeest er niet mooi onder, en dat hele idee van het mutsje kreeg ik ook niet voor elkaar. Ontzettend zonde, want ik had er al erg veel tijd in gestoken, maar dat is natuurlijk een erg slechte reden om het dan maar erbij te doen. Het zag er niet uit, dus het complete schild ging een aantal dagen voor de deadline exit.

Ook zonder schild kon m’n verhaal overeind blijven: het lieveheersbeest is moe van het sjouwen van haar schild, heeft dat afgedaan en gaat nu lekker slapen in haar bedje van bladeren. Ik stortte me op haar pyjamaatje. Waarschijnlijk het vreemdste kledingstuk dat ik tot nu toe heb gebreid, met die zes mouwtjes. Hier genoot ik wel echt van, en ik vond ook dat het goed lukte. Heel schattig hoe die pootjes uit de mouwtjes staken. Ik breide losse zwarte stippen in verschillende formaten en naaide die erop vast. Door de pyjama werd m’n lieveheersbeest ook in een keer goed herkenbaar als lieveheersbeest, vond ik. Ik vreesde wel dat de jury misschien liever een ronder lijfje had gezien, maar daar kon ik nu niks meer aan veranderen en de opdracht was gelukkig niet: brei een zo goed mogelijk gelijkend dier.

De laatste dagen van opdracht 3 was ik helaas ziek, dat kwam natuurlijk bijzonder slecht uit. Maar ik zette alles op alles om m’n lieveheersbeest af te krijgen. Inclusief slaapzakje van bladeren. Ik had het idee dat ik dat wel echt erbij moest maken, nadat ik het schild ‘ook al’ niet meer had. Het werd weer spannend qua tijd, maar het lukte! Ik breide een slaapzakje van twee aan elkaar genaaide bladeren dat precies om mijn lieveheersbeest heen paste. Vervolgens raakte ik weer in paniek over dat ik niet duidelijk genoeg zou kunnen uitleggen hoe je dat slaapzakje in elkaar moest zetten (en daar dan aftrek voor zou krijgen), dus toen heb ik daar op de laatste dag zelfs nog een videotutorial over opgenomen ook. Het groen en het rood stonden mooi bij elkaar, het lieveheersbeest in de slaapzak zag er schattig en comfy uit, en ik vind het altijd leuk als je ook nog iets kunt doen met een knuffel afgezien van knuffelen.

Ik noemde deze knuffel Liefstebeest, omdat het dus het lievelingsdier is van S., en was in de wolken met die vondst. S. mocht er (onherkenbaar) mee op de foto en vond het helemaal geweldig dat we ook nog een foto konden maken met een echt lieveheersbeestje op de voelspriet van de knuffel. Al met al was het goed zo.

En toen werd het maandag en bleek het he-le-maal niet goed te zijn. En dat was echt een klap. Ik had het niet verwacht. Niet dat ik verwachtte dat ik met deze knuffel de opdracht zou gaan winnen of zo, ik had al niet meer de illusie dat ik opdrachten zou gaan winnen (voor zover ik die illusie ooit al had gehad). Maar allerlaatste (samen met twee anderen)? Dat had ik absoluut niet aan zien komen en was een grote teleurstelling. Zeker omdat ik er de laatste dagen nog zo hard aan gewerkt had terwijl ik me niet goed voelde. Het is erg moeilijk om wekenlang je leven in het teken te zetten van iets en vervolgens te lezen hoe datgene in een paar zinnen met de grond gelijk wordt gemaakt. Oké, het idee vonden ze leuk. En de naam (yes!). Grappig truitje met stippen en een leuke slaapzak, stond er ook nog. Maar toen kwam alle kritiek: niet echt knuffelbaar, de pootjes zijn echt iel, we missen een beetje liefheid. ‘Dit had door ander kleurgebruik verbeterd kunnen worden.’ O, en dat de afwerking niet erg netjes was, ‘want bij zwart valt de vulling erg op’.

Ik begreep het niet echt en was het er ook niet mee eens. Dat kwam ook doordat S. en D. steeds boven op Liefstebeest doken zodra ze de kans kregen, haar snotterige kusjes gaven en haar niet meer los wilden laten. Ik moest echt moeite doen om ervoor te zorgen dat ze haar heel zouden laten, toonbaar voor de foto’s. Dus hoezo, niet lief en knuffelbaar? Kijk dat gezichtje dan! En heb je de pootjes van een lieveheersbeest wel eens gezien? Die zíjn superdun. En de twee kenmerkende kleuren van een lieveheersbeest zijn? Juist. Dus wat hadden jullie dan gewild? Een paars met groen lieveheersbeest met gigantische poten? Een totaal ander dier, kortom? Maar jullie vonden het idee toch leuk?

Je begrijpt misschien dat ik niet speciaal uitkeek naar deze aflevering, één keer horen wat er allemaal zou mankeren aan mijn knuffel was voor mij meer dan genoeg. En toch werd ook de aflevering nog een extra teleurstelling voor mij. De montage was voor mij helaas erg ongunstig. Nogmaals, ik begrijp dat er heel veel uit moet worden geknipt. Dat is logisch, er zijn veel kandidaten, ze doen hun best om iedereen aan bod te laten komen en als je zelf de hele tijd in beeld wil zijn moet je maar je eigen handwerkvlog beginnen. Het is ook niet zo dat ik er superweinig in voorkom, volgens mij heel gemiddeld, en dat vind ik prima. Maar ik vind het wel heel jammer dat er in de montage voor gekozen is om mij alleen twee keer kort te laten zien terwijl ik werk aan het schild dat ik uiteindelijk niet heb gebruikt. De knuffel zie je alleen één keer heel kort aan het eind. In de slaapzak, waardoor je de knuffel zelf eigenlijk bijna niet ziet, en maar van één kant. Daardoor krijgt de kijker wel heel weinig mee van het verhaal en van de twee gezichtjes. Ik ben een heel matige vlogger, dat geef ik meteen toe, maar geloof me, ik heb nog net wel beide kanten van mijn knuffel in beeld gebracht. Meerdere keren.

Ook bij de beoordeling is het altijd maar afwachten hoe ze het formuleren in de aflevering. Ze vatten het natuurlijk een beetje samen, of ze maken er juist een beter lopend verhaaltje van. Heel begrijpelijk. Bij mij is het dit keer wel heel jammer dat ze zeggen dat de naam tof is, maar die naam vervolgens niet noemen. Ik had misschien zelf ook voortdurend Liefstebeest moeten noemen in mijn vlogs, maar ik weet even niet meer hoe vroeg ik de naam had, en dat zou dan misschien ook zijn gesneuveld in de montage. Als je niet zegt ‘De naam vonden we tof’, maar ‘De naam Liefstebeest vonden we tof’ ben je er ook, toch? Gemiste kans. Het opvallendst was echter dat ze in de aflevering ineens met een punt van kritiek kwamen dat totaal nieuw voor mij was (best knap, als je bedenkt hoeveel ze al slecht vonden). Ineens vroegen ze zich af ‘of een lieveheersbeestje zowel stippen op de buik als op de rug heeft’. Eh, nee, maar dat komt dus doordat het een pyjama is en je de knuffel om kunt draaien om haar te laten slapen. Je weet wel, dat leuke idee waar jullie precies niks van laten zien in de aflevering. En sinds wanneer moest de knuffel natuurgetrouw zijn? Dat was helemaal geen eis, je mocht je knuffel ook volledig zelf verzinnen. En als het stiekem toch de bedoeling was, dan voor alle kandidaten, lijkt me, en niet alleen om de laagste scores te rechtvaardigen.

De rest van de kritiek komt niet voor in de aflevering, afgezien van de samenvatting ‘komt niet echt heel erg over als knuffel’. Dus echt superdom van mijn kinderen dat ze ’m zo graag knuffelen, want het is dus helemaal geen knuffel!

Uiteindelijk scoorde ik slechts 80 punten voor m’n schemerlamp, wat ervoor zorgde dat ik als achtste en laatste kandidaat door was naar opdracht 4. Maar er kon natuurlijk nog van al-les gebeuren!

De BreiSTER – Opdracht 2

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 4, en dat is de aflevering over de tweede opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

We kregen opdracht 2 tegelijk met de beoordeling van opdracht 1. En toen heb ik ook de bijbehorende zak met materiaal geopend. Dat had al eerder gemogen, maar ik wilde me liever eerst concentreren op de eerste opdracht en was bang dat ik de materialen van beide opdrachten niet uit elkaar zou kunnen houden (om het zo eerlijk mogelijk te houden, mag je alleen materiaal gebruiken dat bij een bepaalde opdracht wordt verstrekt, en dus bijvoorbeeld ook niets wat je over hebt gehouden bij een eerdere opdracht). Geen hele reële angst, het bleken ook twee totaal verschillende garens te zijn, maar vandaar dat de zak nog dicht was.

Er bleken acht bolletjes van de Must-have van Yarn and Colors in te zitten in lentekleurtjes. Pastel alom. Best zoet, misschien niet het eerste waar ik naar zou grijpen, maar ik werd er toch meteen vrolijk van. Dit garen kende ik ook al, ik had ook nog restjes om dingen mee uit te proberen (dat mocht natuurlijk wel). De bijbehorende opdracht luidde: brei vijf paashangers. Het moesten drie eieren zijn en twee ‘fantasiehangers’ (wat ik opvatte als: wat je maar wil, als het maar niet de vorm van een ei heeft).

Weer niet echt een opdracht voor mij (ik snap het als je op een gegeven moment denkt: Wat is eigenlijk wél een opdracht voor jou?). Het zou allemaal vrij klein worden, misschien met losse onderdelen (mijn motto luidt: hoe minder losse onderdelen, hoe beter), kortom: gepriegel en gedoe. Ik maak dat soort dingen niet vaak, en ook niet heel graag. Een voordeel was dat ik altijd wel graag met katoen werk, ik kende dit specifieke katoen zelfs al. En het leek me een enorm voordeel dat het vijf verschillende dingen zouden worden. Bij de sokken uit opdracht 1 vond ik het immers een enorm stressvolle gedachte dat m’n idee meteen goed moest zijn en ik al snel niet meer voor iets anders kon kiezen, omdat ik de sokken anders niet op tijd af zou krijgen. Bij deze opdracht, zo redeneerde ik, had ik vooral veel verschillende ideeën nodig, en als een idee dan zou mislukken, pakten de andere vier misschien beter uit. Het intimideerde me minder, ook doordat één hanger relatief snel klaar zou kunnen zijn.

Er was nog wat verwarring, met name over de eieren, omdat er alleen garen in de zak zat. Moesten ze 2D worden? Kon je ze vullen met restjes garen? Al snel bleek echter dat ze simpelweg vergeten waren om er een zak vulling bij te doen, die zou dus nog per post onze kant op komen. Het konden toch gevulde eieren worden!

Het was best vreemd om in september met Pasen bezig te zijn. Aan de andere kant: ik redigeer elk jaar midden in de zomer minstens één kerstboek, dus dit was net zoiets.

Omdat ik drie eieren zou moeten ontwerpen, leek het me goed om te beginnen met een soort basisei. Dat was m’n eerste zorg: hoe brei je een ei dat ook echt de vorm heeft van een ei? Een kwestie van uitproberen. Ondertussen probeerde ik ook alvast na te denken over de fantasiehangers. Voor de ene had ik nog geen idee, maar voor de andere wilde ik graag iets doen met tekst, omdat dat bij mij past. Bij deze opdracht stelde het natuurlijk weinig voor, maar ik ben erg geïnteresseerd in de combinatie tekst en handwerken (ik kan je in dat kader dit boek aanraden, en mijn eerste zelfgeschreven patroon is natuurlijk ook niet voor niks een sjaal met leestekens erop). Ik bedacht al snel dat ik op de ene kant van de hanger VROLIJK PASEN zou zetten en op de andere kant ZALIG PASEN. Om makers meerdere opties aan te kunnen bieden, maar vooral ook omdat ik katholieke en seculiere familieleden heb en met iedereen graag Pasen vier. M. suggereerde dat ik het hoofd van de paus zou kunnen breien als fantasiehanger 2. Origineel, maar dat idee parkeerde ik toch nog maar even :) Ik besloot de hanger verder eenvoudig te houden: een rondgebreide rechthoek in Cream met de letters er in verschillende kleuren op gemaasd, aan de boven- en onderkant onzichtbaar dichtgemaakt met de kitchener-steek. Het duurde even voor ik in Stitch Fiddle de letters zo had ontworpen als ik wilde, vooral omdat er natuurlijk niet zo veel ruimte was op de hanger. De hangers moesten tussen de 5 en 10 centimeter zijn, en ik ging er maar van uit dat ze dus maximaal 10 bij 10 centimeter mochten zijn. Zelfs deze hanger was meer werk dan ik dacht. Hij lukte echter wel meteen goed, de letters pasten precies op 10 centimeter en ik kon er alvast aan werken terwijl ik verder piekerde over de rest, dat was fijn. Ik had eerst bedacht om alle kleuren te laten terugkomen in de letters, maar uiteindelijk heb ik de Cantaloupe (oranje) en Pistachio (lichtgroen) niet gebruikt omdat ik die toch te fel vond afsteken bij de andere kleuren.

Ik moest natuurlijk niet alleen de vorm van een ei zien te benaderen, ik moest vervolgens ook bedenken hoe die eieren eruit zouden komen te zien. Ik dacht na over een kuikentje in een ei, of ik iets kon verzinnen waardoor dat kuikentje uit het ei kon komen. Zou ik een omkeerbaar ei kunnen maken, aan de ene kant ei en aan de andere kant kuikentje? Dat idee liet me niet meer los. Vraag me niet waarom, want ik wist ook meteen dat ik mezelf er een hoop extra werk mee zou bezorgen en dat het typisch zoiets was dat ook totaal kon mislukken. Niet per se de verstandigste keuze als je achtste staat in het algemeen klassement en degene met het minste aantal punten na deze opdracht afvalt.

Ik wist echter ook meteen: het is niks voor mij om op safe te spelen. Ik wil in de eerste plaats maken wat ik wil maken, en niet wat ik denk dat hoog scoort of commercieel interessant is. Het is natuurlijk fantastisch als dat samen kan vallen, maar op basis van de eerste opdracht, als ik keek naar mijn beoordeling en naar de sokken van de anderen, vroeg ik me af of dat bij mij ging lukken.

De hele eerste week was ik bezig met het breien van proefeieren. Het lukte vrij snel om een redelijke eivorm erin te krijgen, maar het duurde echt wel even voor ik had uitgepuzzeld hoe ik omkeerbare eieren kon maken, die je dan ook nog op kon hangen. Ik vrees dat ik hier niet te veel details mag geven, aangezien het patroon betaald is, maar uiteindelijk had ik zowaar iets waarmee ik verder kon (in de aflevering zie je hier ook wel iets van terug, al is er natuurlijk weer veel uit geknipt). Wel íéts minder in eivorm dan ik had gehoopt, maar dat kwam vooral doordat het keergat anders te smal zou worden, en het leek me toch ook vrij essentieel dat het mogelijk was om de omkeerbare eieren om te keren zonder dat ze meteen stuk zouden gaan.

De volgende vraag was wat er te zien zou zijn als je de eieren zou omkeren. Want toen ik eenmaal een omkeerbaar ei had ontworpen, vond ik ook dat alle drie de eieren omkeerbaar moesten zijn, en niet maar eentje.

Mijn eerste idee was dus een ei met een kuikentje erin. Daar begon ik dan ook mee. Het patroon op het ei hield ik vrij eenvoudig, maar ik zorgde er wel voor dat de kleuren van het kuikentje erin terugkwamen (of andersom, net wat je wilt). En ik deed mijn best om nette rechte strepen op het ei te krijgen door het begin van de toer steeds te verplaatsen, wat best goed lukte (voor mijn doen). Het kuikentje vond ik oké, ik moest een beetje improviseren en had graag zwart garen gebruikt voor de oogjes (of veiligheidsoogjes misschien), maar dat hadden we dus niet.

Het is natuurlijk een kleine stap van Pasen naar de lente. Een beetje cliché, maar daar wilde ik toch ook iets mee doen. Ook omdat ik daardoor veel meer mogelijkheden zou hebben. Een paashaas leek me niet zo origineel en daarvoor had ik liever bruin gebruikt (hadden we niet). Ik heb ook nog overwogen om een spiegelei te maken, maar ik wist echt niet hoe ik dat uit een ei moest laten verschijnen en als fantasiehanger naast drie eieren leek me dat wel erg veel ei. Het had misschien gekund, thema paasontbijt leek me fantastisch, en dan bijvoorbeeld een croissant erbij, maar opnieuw: niet de goede kleuren. Dus toch maar naar het voorjaar, met een beetje fantasie lijken de vorm van een ei en de vorm van een bloem(knop) best wel op elkaar. In ieder geval dacht ik dat het bij een tulp nog wel eens zou kunnen werken. Uit mijn tweede ei zou dus een tulp komen.

Het ei zelf was opnieuw niet zo’n probleem. Het werd een lichtgroen ei (Pistachio) met een ingebreid roze bandje (Peony Pink), roze stippen die ik erop maasde en een los roze strikje. Ook hierbij kwamen de kleuren van de bloem dus weer terug in het ei. De tulp was echter een kleine ramp. Puntige bloemblaadjes leken me een must voor de herkenbaarheid, maar hij kon niet alleen uit die bloemblaadjes bestaan en kon niet open zijn, want het ei moest erin verborgen worden. Een roze eivorm met die bloemblaadjes aan de buitenkant ook niet, want de tulp moest aan de andere kant ook in z’n geheel in het andere ei passen. Het moest dus een eivorm worden met aan de bovenkant puntige bloemblaadjes die niet te veel ruimte innamen. Het lukte me vooral niet om die blaadjes netjes aan de eivorm vast te maken. Uiteindelijk vond ik toch een manier, waarbij ik de bloemblaadjes eerst los breide, maar daar ging zo veel gepruts aan vooraf dat ik in de tussentijd de hanger met de paaswens helemaal had afgemaakt, omdat ik die tulp even niet meer kon zien (toen was ik dus heel blij dat er verschillende onderdelen waren bij deze opdracht). Het kan natuurlijk altijd beter, maar in vergelijking met al mijn eerdere pogingen vond ik deze nog best acceptabel. Kon ik ook meteen nog een steelaanzet toevoegen in groen.

Het derde en laatste ei had ik vooral voor het laatst bewaard omdat dat me het eenvoudigst leek. Ik ging ervan uit dat veel kandidaten hadden ontdekt dat je een regenboog kon vormen van alle kleuren minus de Cream, maar ik wilde dat toch graag gebruiken. M. grapte al dat het cultural appropriation zou zijn van de anderen, zo ver wil ik niet gaan en het was ook zeker niet activistisch bedoeld of zo, maar toch… ook niet helemaal willekeurig? Zoiets. En dus bedacht ik een ‘lenteweer-ei’, met aan de ene kant zon en regen, en daarin dan dus een regenboogei. Daar zou niks aan of op komen, dus daarbij zou ik in ieder geval niet het probleem hebben dat er iets niet paste. Het patroon was ook niet al te ingewikkeld, want ik had besloten om de zonnestralen en regendruppels erop te borduren, dus aan de ene kant kwam een blauw ei met een gele bovenkant (zon) en witte onderkant (wolk), en aan de andere kant een gestreept ei in de kleuren van de regenboog. Het kon ook niet meer zo ingewikkeld worden, want inmiddels was het al de vrijdag van de tweede week. Het lukte me gelukkig om het lenteweer-ei die ochtend af te krijgen.

Toen moest ik echter nog fantasiehanger 2 zien te fabriceren. Die bestond nog niet, ik had een keer in een vlog geroepen dat ik een vogelhuisje wilde maken en dat leek me nog steeds tof, maar dat was het dan ook. Ik had er nog helemaal niks aan gedaan. M. en ik hadden die dag ook nog eens de bruiloft van E. en P. in Rotterdam. Daar waren we niet de hele dag bij, maar we moesten er wel nog heen rijden, de kinderen gingen een nachtje bij opa en oma logeren dus daar moesten we ook dingen voor regelen… Al met al nog best veel gedoe. Het had misschien nog gescheeld als ik M. heen had laten rijden, zeker aangezien we in de file belandden, maar als ik kan kiezen rijd ik toch altijd liever heen ergens heen en op de terugweg was ik natuurlijk moe en was het donker, dus uiteindelijk kon ik vrijdagavond na thuiskomst pas echt iets gaan doen.

Het voordeel was natuurlijk wel dat de kinderen uit logeren waren, maar alsnog was ik tot zaterdagavond laat bezig aan dat ding. Want natuurlijk wilde ik dan ook een vogelhuisje in 3D waar je bijvoorbeeld paaseitjes in kunt stoppen. In mintgroen (Jade Gravel) en lila (Orchid), niet omdat dat typische kleuren zijn voor een vogelhuisje, maar vooral omdat ik die kleuren nog niet zo veel gebruikt had in de andere hangers. Dat lukte zeker niet meteen. Ik bleef allerlei verbeterpunten zien, ik kon me allerlei kritiek voorstellen van de jury, maar ik was toch ook wel trots op mezelf omdat ik dat vogelhuisje toch nog in zo’n korte tijd had weten te ontwerpen en breien. Met zelfs nog een mooi randje rond de ingang. En ik hoopte dat niemand anders op het idee gekomen zou zijn, want dat vond ik toch ook wel belangrijk. Het vogelhuisje is mijn favoriete hanger van deze opdracht, denk ik.

Die zondag moest ik nog de draadjes van het vogelhuisje wegwerken, en verder was ik weer druk met foto’s maken, het patroon afmaken, de toelichting schrijven en alles versturen. De fotosessie was natuurlijk weer gedoe, en het patroon was toch natuurlijk weer meer werk dan ik dacht. Ik had van de andere hangers al veel uitgeschreven, maar van het vogelhuisje nog helemaal niets, en vijf losse patronen is gewoon aardig wat. Zeker omdat het verplicht was om foto’s of tekeningen toe te voegen bij ‘moeilijke onderdelen’ en ik me daardoor bleef afvragen: zouden ze dit een moeilijk onderdeel vinden? En dit? Dat is natuurlijk best subjectief, maar aangezien het je punten kan kosten als zij iets een moeilijk onderdeel vinden en jij er niet duidelijk over bent, ga je toch sneller dingen uitleggen of laten zien. Dat had ik in ieder geval heel erg (of mijn angst terecht was of niet, daar moeten we het misschien later nog maar eens over hebben).

Zondagavond leverde ik alles in, dit keer meteen met zo goed mogelijke foto’s, en toen kon ik maandag eindelijk weer zien waar de andere kandidaten mee bezig waren geweest in de appgroep (altijd een fijn moment!). Niemand had ook omkeerbare eieren, een hanger met tekst of een vogelhuisje, dus dat leek me in ieder geval positief.

Op maandagmiddag bleek dat ik 88 punten had gescoord voor deze opdracht, en dat was goed voor de vijfde plek. Ik had dus in ieder geval iets beter gescoord dan bij de eerste opdracht, en het commentaar was ook een stuk positiever. Ze vonden mijn hangers heel origineel en schreven dat ik mezelf echt had uitgedaagd. Ze noemden expliciet het vogelhuisje, daar was ik superblij mee. Ze hadden wel weer een opmerking in de categorie netheid & afwerking, namelijk dat de eieren soms niet strak gevuld waren door mijn ‘ei-in-ei-systeem’. Tja. Dat was absoluut waar, er zit weinig vulling in de eieren, je vult ze als het ware vooral op met de andere helft. Ik denk dat je ze ook niet meer om zou kunnen keren als je ze helemaal volpropt met vulling. Ik zag het vooral als een kwestie van smaak: wil je een superstrak gevuld enkel ei, of een iets minder strak gevuld omkeerbaar ei? Ook tof dat ze bij het patroon op de website schrijven dat het een uniek ontwerp is (nee, die tekstjes schrijven de kandidaten dus niet zelf, en nee, dat staat er ook niet bij iedereen ;)).

Schakel ik nu even over naar de tegenwoordige tijd, want ik wil achteraf nog iets zeggen over deze opdracht. Ik vind het jammer dat je blijkbaar ook twee dezelfde fantasiehangers had mogen maken. Ik ging ervan uit dat het twee verschillende moesten zijn (in de aflevering heeft het gastjurylid het ook over vijf verschillende hangers). Oké, in de opdracht stond niet expliciet vermeld dat het twee verschillende moesten zijn. Maar er stond ook niet expliciet vermeld dat het drie verschillende eieren moesten zijn. Had je dan ook drie dezelfde eieren en twee dezelfde fantasiehangers mogen maken? Ik denk niet dat ik dat gedaan zou hebben, maar toch. Hoe minder verschillende patronen, hoe minder werk, daar had van mij oog voor mogen zijn in de beoordeling. Ook het gebruik van een vorm van stijfsel vind ik persoonlijk op het randje. Dat was immers niet verstrekt bij deze opdracht, en ook in deze opdracht stond dat je aftrek zou krijgen als je dingen toe zou voegen die je niet had gekregen. Ik schrijf dit met enige schroom, vooral omdat ik de andere kandidaten graag mag. Het gaat me ook niet om wat zij wel of niet (zouden) hebben gedaan, goed of slecht, ik hoop dat je dat begrijpt. In deze blogs concentreer ik me bewust op mezelf, op wat ik heb gebreid en mijn eigen ervaringen in de wedstrijd. Maar ja, ik had niet voor niks al op het inschrijfformulier ingevuld dat ik kritisch ben (ze hadden het kunnen weten ;)), en op dit soort onduidelijkheden in de opdracht of in de beoordeling ben ik dat ook zeker. Die kunnen simpelweg nadelig zijn geweest voor mij, en ik wil dan toch ook eerlijk vertellen hoe ik daarover denk.

In het algemeen klassement was ik één plekje opgeschoven, naar de zevende plaats. Dat betekende ook dat ik niet de eerste afvaller was. ‘Niet als eerste afvallen’ was zeker een doel dat ik mezelf had gesteld, en het was een hele opluchting dat ik dat behaalde. Ik hield mezelf ook voor: je hoeft niet de beste te zijn, als je maar niet de slechtste bent. Dat gaat hier natuurlijk alleen niet helemaal op doordat de punten van de verschillende opdrachten bij elkaar op worden geteld. Ik heb het bij De HaakSTER ook vaak genoeg gezien, de top tekent zich meestal vrij snel af, en dat betekent automatisch dat het voor sommige andere kandidaten vrij snel onmogelijk (oké, je kunt nooit weten, maar in ieder geval heel moeilijk) wordt om de finale te halen. Was ik daar bij opdracht 2 al over aan het stressen? Absoluut, je kent mij. Maar ik mocht in ieder geval meedoen aan opdracht 3!

De BreiSTER – Opdracht 1

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 3, en dat is de aflevering over de eerste opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Op zaterdagochtend was de kick-off van de wedstrijd bij Wolplein in Zaltbommel, en op maandag zouden we de eerste opdracht krijgen. Dat weekend was het dus meteen al superspannend. Het was gezellig en onrustig in de kersverse appgroep. Wat zou de eerste opdracht zijn? Hebben jullie die zak met garen al opengemaakt (dat mocht alvast)? Wie heeft er al iets gevlogd?

Ik besloot toch maar te filmen dat ik de zak met garen openmaakte, dan zou de kop er in ieder geval af zijn (hiervan is niets in de aflevering terechtgekomen). Zoals ik al eerder zei, de vlogverplichting heeft me gigantisch laten twijfelen over of ik mee wilde doen. Ik ben er uiteindelijk voor gegaan en het wende ook ergens wel om het te doen. Een beetje. (Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat ik het nu goed kan.) Het was niet zo erg als ik me van tevoren had voorgesteld, maar ik kan me altijd uitstekend voorstellen van tevoren dat dingen Heel Erg zijn. Ik kijk heel graag handwerkvlogs van anderen (in het Engels verwarrend genoeg vaak podcasts genoemd), maar ik denk niet dat ik er zelf snel een zal hebben.

In de zak bleek sokkengaren te zitten, Soqs van Durable, in zes verschillende kleuren. Een weggevertje? Voor mij niet, want ik ging er zonder meer van uit dat we niet bij de eerste opdracht meteen een paar sokken zouden moeten breien. Dat leek me een veel te grote opdracht. Bij De HaakSTER krijgen de kandidaten voor de eerste opdrachten maar één week de tijd en wij twee, maar dan nog. Bij de kick-off werd gezegd dat ze echt wel snapten dat breien meer tijd kost dan haken en dat we daarom meer tijd kregen per opdracht. Bij De HaakSTER moesten ze bijvoorbeeld een keer als eerste opdracht een sleutelhanger haken. Een andere keer onderzetters. In mijn ogen heeft het niet zoveel zin om de breisterren meer tijd te geven als je vervolgens een veel grotere opdracht geeft dan dat.

Doordat er dit keer natuurlijk nog geen beoordeling aan voorafging, hoefden we die maandag niet zo lang te wachten op de eerste opdracht. En die luidde: brei een paar sokken…

Er zijn veel mensen die supergraag sokken breien, alleen maar zelfgebreide sokken dragen, altijd wel een paar op de naalden hebben staan enzovoort. Ik hoor zeker niet bij die mensen. Ik heb wel een aantal paar sokken gebreid, maar de laatste keer was jaren geleden (wie weet waag ik me er nog eens aan, want nu ik er zo op terugkijk, krijg ik er wel weer zin in).

Ik was blij dat ik al wel een beetje wist hoe je sokken breit, maar verder zag ik het niet zo zitten. Vooral omdat ik langzaam brei. Ik heb een waardeloze techniek, waarbij ik mijn rechterhand steeds loslaat om de draad om de naald te slaan. Ik zou anders nooit binnen twee weken een paar sokken breien, laat staan dat ik binnen twee weken een paar zelf ontworpen sokken inclusief patroon en foto’s zou afleveren.

Mijn eerste idee mislukte ook totaal. Ik wilde iets doen met verspringende blokjes in drie kleuren. Dat zag er heel leuk uit (al zeg ik het zelf), het liep ook helemaal rond, maar ik had er even geen rekening mee gehouden dat het moeilijk is om in één toer drie verschillende kleuren te gebruiken, zeker als je rondbreit. Het werd te strak en het duurde vooral veel en veel te lang. En ik kon niks anders bedenken.

De snelheid waarmee je iets moet bedenken, dat vond ik meteen heel ingewikkeld aan deze wedstrijd. Ik zag mezelf al als bedachtzaam, maar dat is ook wel echt gebleken. Het idee dat ik nú met iets héél goeds moest komen, bezorgde mij ontzettend veel stress. En stress zorgt er natuurlijk niet bepaald voor dat je goed kunt nadenken. Bij opdracht 1 is dan ook nog eens alles nieuw, je hebt eigenlijk geen idee wat ze van je verwachten, wat de andere kandidaten aan het doen zijn…

Aan de ene kant vond ik het dus lastig om iets te bedenken, maar aan de andere kant vond ik het heel jammer dat we niet ‘vanuit het niets’ iets mochten ontwerpen voor deze eerste opdracht. Een beetje tegenstrijdig misschien. We hadden een basispatroon gekregen van Wolplein, dus het ging eigenlijk alleen om het patroon in de sok, en het maakte daardoor denk ik weinig verschil of je al vaak sokken had gebreid of nog helemaal nooit.

Ik zag echt al voor me dat de allereerste opdracht me meteen al niet zou lukken en sliep er zelfs slecht van. Dan kun je meteen opgeven (zoals mijn moeder behulpzaam suggereerde…), maar dat ging ik natuurlijk niet doen. Uiteindelijk associeerde ik er een ochtendje op los en kwam ik via het verstrijken van de tijd, de opdoemende deadline en een zoektocht naar pictogrammen uit bij ingebreide kalendertjes. Ik weet niet meer precies hoe het ging en ik was niet kapot van dat idee, maar dat moest het toen ook meteen worden, want er waren alweer een paar dagen verstreken en anders zou ik m’n sokken zeker niet af krijgen.

Nadat ik had gekozen voor een volledig ingebreid patroon, realiseerde ik me dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ben in inbreien… Het garen bleek ook nog eens best ongelijk op sommige plekken, met van die pluisjes erin. Met de kleuren die ik had uitgekozen (408 Fresh Coral, 418 Caribbean Sea en 416 Duck Egg Blue) was ik wel blij, en de van Irma gekregen steekmarkeerders pasten er toevallig ook nog eens perfect bij. Ik moest wel lachen toen ik na de deadline zag dat veel andere kandidaten ook precies deze combinatie hadden gekozen.

Nog een manier waarop ik het mezelf moeilijk maakte (jup, dit wordt een thema): ik ging natuurlijk niet het basispatroon precies zo volgen. Je mocht als je dat wilde een andere hiel gebruiken, dus dat ging ik uiteraard doen. Nu denk ik nog steeds dat dat bij mijn ontwerp een goede keuze was, omdat in het basispatroon een Hollandse hiel werd beschreven. Daarvoor zou ik mijn inbreipatroon moeten onderbreken. Bij een hiel met verkorte toeren (een boemeranghiel? Er bestaan allerlei hielen, sommige hebben meerdere namen en ik ben geen expert op dit gebied) zou het beter doorlopen. Niet dat ik ooit al zo’n hiel gebreid had… Het bleek een leuke hiel te zijn om te breien en hij zag er best goed uit, al was het lastig om geen gaatjes te krijgen, maar daar heb ik vaker last van. De teen uit het basispatroon veranderde ik ook nog een beetje, en toen was het een kwestie van precies zo’n zelfde sok nog een keer breien.

De twijfel bleef, maar dat zegt bij mij niet per se veel. Veel was er ook niet meer aan te doen in dit stadium. Ik vond wel dat er nog een accent ontbrak, dus ik bedacht dat ik oranje cirkeltjes zou borduren op sommige kalenders om bepaalde ‘dagen’. Dat was even prutsen, maar ik was er uiteindelijk wel tevreden over. Ook omdat beide sokken daardoor nét niet helemaal hetzelfde werden. Voor wie goed kijkt.

Ik kreeg de sokken op tijd af, en dat beschouwde ik als een prestatie op zich. Ik mocht de sock blockers van S. lenen om ze goed te kunnen laten zien, dat was handig. Toen moest ik er foto’s van maken. En daarbij had ik niet echt een idee wat ik aan het doen was. Ik ben geen goede fotograaf, ik ben een onervaren fotograaf en er was weinig over gezegd bij de kennismaking. Maar deze foto’s zouden ze wel gebruiken voor de beoordeling. En… nou ja, zo’n beetje overal voor. Dus je begrijpt, absoluut niets om me zorgen over te maken! We moesten de sokken breien in maat 38/39, en dat is niet mijn schoenmaat. Gelukkig wel die van M., dus zij was mijn model.

Heel eerlijk? Fotografie interesseert me niet zo. Superonhandig bij deze wedstrijd natuurlijk, dat weet ik, maar zo is het wel. Ik heb mijn best gedaan, maar dat is gewoon niet zo heel goed. Wat me wél interesseert is schrijven (o ja joh?). Ik heb ook nog niet zo veel ervaring met patronen schrijven, maar daarbij was ik meteen helemaal in mijn element. Het patroon uitwerken, een naam ervoor bedenken (‘Van die dagen’ is dat hier geworden), een toelichting erbij schrijven, dát vind ik geweldig. En ik wilde natuurlijk dat dat perfect in orde was. Of in ieder geval zo goed als binnen de tijd mogelijk was. Het zou ook echt mijn eer te na zijn als dat niet zo was. Ik denk dat er weinig mensen zijn die mijn redactiewerk en mijn gebrei met evenveel belangstelling volgen, maar ik vond (en vind) dat ik met mijn beroep niet anders kon.

Ik citeer hier in ieder geval graag mijn toelichting (ik heb er hard aan gewerkt, oké?):

Het thema van mijn sokken is het verstrijken van de tijd, verbeeld door ingebreide pictogrammen van kalenders. Mijn tijd als kandidaat van de BreiSTER. Dat ik de dagen aftelde tot we naar Zaltbommel mochten komen, tot we de eerste opdracht zouden krijgen. Dat ik zo veel mogelijk ruimte probeerde te maken in mijn agenda om te kunnen breien. De naderende deadline.

Het is echter breder dan dat. Mijn breiprojecten vormen een soort tastbare herinneringen aan bepaalde momenten. Van de meeste weet ik nog precies waar en wanneer ik eraan werkte, en daar denk ik aan terug als ik ze zie of draag. Ik vind het heel fijn om delen uit mijn leven op die manier letterlijk dicht bij me te kunnen houden. Dit heb ik willen benadrukken door sommige dagen op de kalenders te omcirkelen met garen.

Uiteindelijk leverde ik alles op zondagochtend in. En dat was zenuwslopend. De deadline was op zondagavond om 23.59 uur (bij alle opdrachten), dus qua tijd was het nog niet eens zo spannend geworden, maar gewoon het idee: nu lever ik alles in, nu kan ik er niks meer aan veranderen, hopelijk heb ik aan alle eisen voldaan, hopelijk werkt alles… De zondag ging voorbij, de deadline verstreek, niks aan de hand… Tot ik me op maandagochtend vroeg (jazeker, na de deadline) realiseerde dat ik in vergelijking met sommige andere kandidaten wel érg weinig MB had verzonden (aan de hand van screenshotjes van WeTransfer in de appgroep die opgelucht werden gedeeld). En ik erachter kwam dat ik op de een of andere manier de meeste van mijn foto’s in lagere kwaliteit had verzonden. Nogmaals, de foto’s waarop de beoordeling gebaseerd zou worden. De foto’s die van zichzelf toch al niet zo veel kwaliteit hadden. Van de allereerste opdracht. Hallo zenuwinzinking. Ik kwam erachter dat het waarschijnlijk iets te maken met instellingen in Google Photos die me nooit eerder waren opgevallen (waardoor ik nu ook vrees dat de fotoalbums van m’n kinderen pixeliger zijn dan ze hadden kunnen zijn), want zoals ik al zei, weinig interesse in fotografie, geen idee hoeveel MB een foto gemiddeld is. Ik stuurde behoorlijk in paniek een mailtje aan Chloë met uitleg en verstuurde de iets betere foto’s. Chloë downloadde die zonder verder commentaar en het had geen gevolgen voor mijn beoordeling. Maar dat wist ik toen nog niet, en het voelde onprofessioneel en gewoon echt niet fijn.

We deelden onze sokken in de appgroep, en toen was het wachten op de uitslag. Ik heb het in eerdere blogs in het midden gehouden omdat ik niet zeker wist of ik dat al mocht delen, maar we wisten van tevoren al dat iedereen sowieso mee mocht doen aan de eerste twee opdrachten en dat er na opdracht 1 dus nog niemand zou afvallen. De punten van alle opdrachten worden echter bij elkaar opgeteld tot de finale, dus het maakte al wel meteen uit hoe je bij deze opdracht zou presteren.

Niet al te best, zo bleek. De jury gaf me weliswaar 86 punten (van de 100), maar bleek zo ongeveer iedereen veel punten te hebben toegekend, waardoor mijn score slechts goed was voor de achtste plaats. Het gaat trouwens vooral om hoeveel punten je scoort van 60, omdat de overige 40 punten gaan over of je aan de opdracht hebt voldaan en alle verplichte dingen hebt ingeleverd. En dat had ik gedaan, ondanks het drama met de foto’s. De 60 punten zijn gelijk verdeeld over originaliteit, netheid en afwerking, en kleurgebruik, en daar scoorde ik er 46 van. Over die puntentelling moeten we het later misschien nog eens hebben, maar netheid bleek mijn zwakke plek te zijn. De jury vond mijn sokken wel leuk bedacht. Ze zeiden dat ze het kleurgebruik ook goed vonden, maar we hebben al gezien dat dat niet bijster origineel was, en ik vind het persoonlijk ook altijd een beetje suf dat ze kleurgebruik zoveel gewicht toekennen in opdrachten waarbij je de kleuren niet (volledig) zelf hebt kunnen kiezen. Ja, we hadden zes verschillende kleuren gekregen, dus er waren diverse opties mogelijk, maar het klinkt voor mij dan toch altijd een beetje als: ‘Mooie kleuren hebben wij voor jullie uitgekozen, hè?’ Ik vond het contrast tussen ‘je sokken zijn niet netjes gebreid’ en ‘de jury is fan van je kleurgebruik’ ook niet bepaald terugkomen in mijn score, met voor kleurgebruik slechts 1 puntje meer dan voor netheid.

Op zich kon ik me wel vinden in het commentaar. Ik had de foto’s gezien van de andere kandidaten, en zelf ook al opgemerkt dat sommigen van hen (veel) netter hadden gebreid dan ik. Ondanks het feit dat ik een trouwe kijkster van De HaakSTER ben, had ik me echter nooit zo gerealiseerd hoeveel waarde Wolplein hecht aan netheid (ik snap nu niet zo goed waarom, want het komt voortdurend terug in de beoordelingen). Ze vinden dat ongelooflijk belangrijk. Het belangrijkst, zo lijkt het soms wel. En ik had uiteraard niet expres niet netjes gebreid. De gedachte die overheerste was dan ook: Dit kan nog wel eens heel moeilijk gaan worden…

De BreiSTER – De kick-off

Vanaf het moment dat ik hoorde dat ik mee mocht doen aan De BreiSTER, of toch in ieder geval vanaf het moment dat ik besloot om daadwerkelijk mee te doen, keek ik uit naar 28 augustus. Op die dag zouden alle kandidaten naar Wolplein in Zaltbommel komen. Daar zouden we elkaar en het team van Wolplein voor het eerst ontmoeten en uitleg krijgen over het geheel. Dan zou het echt beginnen!

In coronatijd vind ik het lastig om me op dingen te verheugen, want er lijken altijd zo veel redenen te zijn waardoor iets niet door zou kunnen gaan. Maar buiten dat verheugde ik me er erg op. Tot die tijd kon ik niet zo veel, behalve speculeren over de opdrachten en m’n mond houden. Nu gold er gelukkig geen extreem strenge geheimhoudingsplicht, ze zeiden zelfs expliciet dat je het nieuws over je deelname mocht delen met familie en vrienden, maar ze wilden natuurlijk zelf te zijner tijd de deelnemers bekendmaken, dus online mocht er niets over verschijnen.

Gelukkig was het eind augustus vrij rustig op coronagebied en kon het doorgaan. We werden om tien uur ’s ochtends verwacht. Ik reed erheen met mijn gezin in de auto, want we zouden dat weekend gaan logeren bij M.’s vader en zijn vriendin, en Zaltbommel ligt op de route daarheen. M. zou verder rijden met S. en D., en ik zou dan na afloop van de bijeenkomst de trein pakken. Het duurt altijd langer dan wij denken om spullen in te pakken en twee kinderen in de auto te krijgen, dus uiteindelijk waren we net voor tien uur bij Wolplein.

Het was lang geleden dat ik zoveel nieuwe mensen had ontmoet, dus het was best spannend en onwennig. Gelukkig was Chloë er, die de communicatie verzorgt vanuit Wolplein. Zij heeft meegedaan aan De HaakSTER voordat ze bij Wolplein ging werken, dus haar herkende ik. We gingen naar de kantoren boven het inspiratiecentrum, kregen wat drinken, wat eten, er was een voorstelrondje en toen splitsten we op in twee groepjes van vijf. De ene groep begon met het opnemen van de kennismakingsvideo’s, de andere groep kreeg eerst uitleg van Chloë. Mijn groepje ging eerst opnemen. Daar was ik wel blij mee, want dan had ik het maar gehad.

Die kennismakingsvideo’s, ik weet het niet. Het is niet voor niks dat ze die bij programma’s als Heel Holland Bakt door de eerste afleveringen heen monteren en dat ze filmen dat mensen iets aan het doen zijn, denk ik. Hier zijn het vrij statische interviewtjes, met voor iedereen dezelfde vragen (waaronder de vraag der vragen: ‘Hoeveel zin heb je in deze wedstrijd?’). Ik heb ze nu al best vaak gezien bij De HaakSTER, ook met dezelfde vragen (alleen dan natuurlijk over haken) en het leek me ronduit verschrikkelijk om er zelf eentje op te moeten nemen.

En het was ook vrij verschrikkelijk. Joanna, de video-editor, was heel aardig en geruststellend, dus het lag zeker niet aan haar. Ik ben gewoon slecht in dit soort dingen. Inmiddels staat het resultaat hier online. Ik heb me hier maanden zo veel zorgen om gemaakt dat het me nog best meeviel toen ik het terugzag. Ik ben in de eerste voorstelaflevering terechtgekomen, dus ik hoefde me niet nog een week langer op te vreten toen het online kwam.

Oké, ik vond het wel echt moeilijk om het terug te zien. Je ziet en hoort dat ik stikzenuwachtig ben, ik zie en hoor dat in ieder geval zelf en voel dan weer hoe zenuwachtig ik toen was, maar ik kom niet volslagen idioot over (hoop ik). Ik wil nog wel eens knalrood worden bij dit soort gelegenheden (nee, maar echt, tegen paars aan, inclusief rode vlekken in m’n nek, vinden mensen ook altijd erg leuk om opmerkingen over te maken, en als je bang bent dat dat gebeurt, gebeurt het natuurlijk juist), maar daar is hier opvallend weinig van te zien. Misschien heb ik veel te danken aan een gunstige belichting of kunnen ze bij Wolplein supergoed video’s nabewerken, geen idee, maar daar doe ik dan graag mijn voordeel mee. Verder weet ik het ook niet precies meer. Ik heb de aflevering gekeken met mijn gezin op vrijdagmiddag, een paar uur later kreeg D. die koortsstuip. En op het moment zelf praatten S. en D. er nogal eens doorheen, dus ik heb niet alle antwoorden van de andere kandidaten even goed gehoord. S. deed verwoede pogingen om alle vragen en namen hardop te lezen, en ze was vooral enorm verontwaardigd dat ik in het interview zeg dat ze vier is, terwijl ze nu vijf is (dat ze toen nog vier wás, vond ze geen goed argument).

Tot nu toe zijn de reacties ook eigenlijk allemaal heel leuk en positief. Van mensen die ik ken, maar ook van mensen die ik (nog) niet ken. Je moet natuurlijk helemaal niet kijken wat mensen op social media erover schrijven, maar dat kan ik dan toch niet laten (ik wist ook al wel van mezelf dat ik dat niet zou kunnen laten). Er reageren vooral mensen die zelf ook van handwerken houden, die zin hebben om te gaan kijken en ons succes wensen. Dat doet me goed. En het valt natuurlijk op dat Robert meedoet, voor het eerst een man erbij, daar gaan ook veel reacties over.

Veel ‘neutrale kijkers’ (kijkers die geen van de kandidaten persoonlijk kennen, bedoel ik) zien natuurlijk ook gewoon tien kandidaten, niet speciaal mij. Heel logisch, en ik heb heus al die tijd geweten dat er nog negen kandidaten waren en dat mijn vlogs niet integraal zouden worden uitgezonden (dat is maar goed ook, geloof me). Maar als je in je eentje thuis met de wedstrijd bezig bent, zonder veel zicht op wat de anderen aan het doen zijn, verdwijnt dat toch makkelijk naar de achtergrond. Zo ging het in ieder geval bij mij.

Terug naar 28 augustus.

Ik was blij toen het interviewtje erop stond en ik weer lekker verder kon kletsen met de andere kandidaten. We houden natuurlijk allemaal van breien, dat schept een band, en het was dan ook meteen gezellig. Het was ergens wel jammer dat er twee groepjes waren, want daardoor leer je dan toch de vier mensen van je eigen groepje wat beter kennen dan de andere vijf. Petra, de CEO van Wolplein, kwam ook nog even kennismaken. Zij is veel te zien op Wolpleins YouTube-kanaal. Ze presenteert De HaakSTER en zou De BreiSTER ook gaan presenteren. Iedereen wist daardoor al wie ze was, en het zoemde ook echt zo rond dat ze gesignaleerd was. Ik vind het heel indrukwekkend wat ze neerzet met haar bedrijf en het was erg leuk om haar te ontmoeten.

Later die ochtend wisselden we om en gaf Chloë ons een wervelende presentatie over de wedstrijd. Dat was ook heel leuk en interessant. En toen zat het officiële gedeelte er alweer zo’n beetje op. Chloë nodigde ons uit voor een appgroep (voor dé appgroep!), we maakten een groepsfoto, we kregen een broodje, kletsten nog wat… Samen met een paar andere kandidaten ben ik ook nog een kijkje gaan nemen in het inspiratiecentrum (daar was ik nog nooit geweest). Michelles man kwam haar ophalen, en zij waren zo aardig om me af te zetten op station Zaltbommel. Het was sowieso heel bijzonder om iedereen te ontmoeten en te merken dat het meteen zo goed klikte.

Eerlijk is eerlijk, in de uitnodiging werd het een ‘workshop’ genoemd, en ik had dat iets te letterlijk opgevat, zo bleek. Ik had gehoopt dat we meer zouden leren over patronen schrijven, fotograferen en vloggen, dat we daarmee zouden gaan oefenen misschien ook wel. Het ging nu niet echt verder dan wat algemene tips als ‘schrijf je patroon in onze template’ en ‘houd je telefoon horizontaal als je filmt’. Dat vond ik wel erg jammer, want ik kan daar gewoon nog heel veel over leren. En ik leer ook zeker veel in deze wedstrijd, maar vooral door eraan mee te doen.

Uiteindelijk was ik blij dat ik van meerdere mensen een lift naar het station aangeboden kreeg, want we vertrokken met een grote (uiteraard knalroze) doos met daarin het eerste materiaal (in een dichte zak). Plus het ‘handboek’ met alle info over de wedstrijd en een superlief kaartje met steekmarkeerders en succeswens dat Irma erin had weten te smokkelen. De maandag daarop zouden we de eerste opdracht ook al krijgen, dus nu ging het echt beginnen!

De BreiSTER – Mijn overwegingen

Ik weet niet zo goed wat ik er hier nu over wil schrijven, maar eerlijk gezegd staat mijn hoofd op dit moment helemaal niet naar de wedstrijd, en misschien is het toch een goed idee om even kort uit te leggen waar dat door komt. Anders denk je misschien ook: Waar blijven alle doldwaze BreiSTER-avonturen en inspirerende breiprojecten nou? Ik maak me erg veel zorgen over onze jongste dochter D. Zij is onlangs voor de tweede keer op de kinder-ic beland met een status epilepticus. Een koortsstuip waar ze niet uit kwam, in haar geval. Zo’n twee jaar geleden is dat ook gebeurd bij haar eerste koortsstuip, en sindsdien zijn we hier bang voor geweest. Ondertussen zijn we helaas wel wat gewend met haar, dit was haar zesde koortsstuip, maar deze opname was toch wel weer erg ingrijpend. Ze is inmiddels weer thuis. Dat is heel fijn en het gaat op zich nu ook weer goed met haar, maar ik ben nog erg van slag door alles wat er gebeurd is. En het blijft ongelooflijk stressvol. Het gebeurt bij haar eigenlijk altijd totaal onverwacht, de stuip is het eerste teken dat er iets aan de hand zou kunnen zijn met haar. Preventief kunnen ze eigenlijk niks doen. Niemand kan voorspellen of en wanneer het weer gebeurt, en hoe ernstig het dan is. De arts zei letterlijk: ‘Ze mag naar huis! In theorie kan het vanavond weer gebeuren.’ Bij een stuip moeten we noodmedicatie geven en 112 bellen, en hopen dat het meevalt. Ze heeft nu in bijna twee jaar zes stuipen gehad, en is bij de eerste en de meest recente op de ic terechtgekomen. Er zijn dus ook heel veel dagen waarop er niets aan de hand is met haar, daar moet ik me aan vasthouden, dankbaar voor zijn. Het is alleen van tevoren niet te zeggen welke dagen dat zullen zijn en of dat zo zal blijven. Ik brei onder andere omdat het voor rust zorgt in mijn hoofd (voor zover mogelijk). Understatement: dat kan ik nu weer even heel goed gebruiken.

Oké. Ik had dus een mailtje gekregen dat ik mee mocht doen aan De BreiSTER. Mocht je het gemist hebben: hier kondigde ik mijn deelname aan en hier schreef ik al over mijn inschrijving.

Laat ik vooropstellen: ik was natuurlijk heel blij, verrast en dankbaar dat ze mij hadden uitgekozen. Ik had het niet verwacht en verzon alweer meteen allerlei ‘redenen’, zo van: ze wilden eigenlijk iemand anders vragen maar hebben een foutje gemaakt, ik paste toevallig in het plaatje (geen idee naar welk plaatje ze dan op zoek zouden zijn, maar oké), er hadden zich überhaupt maar tien mensen ingeschreven, ze hadden met veel moeite negen kandidaten uitgekozen en toen waren ze er klaar mee en dachten ze: Whatever, dan die ook nog maar…

Welkom in mijn hoofd. Maar ik had er wel ook meteen zin in, eens iets heel anders in m’n leven. Ik zou hierdoor een kijkje achter de schermen van de wedstrijd krijgen, daar was ik na het zien van De HaakSTER enorm benieuwd naar. Het leek me erg leuk om de andere kandidaten en het team van Wolplein te ontmoeten. Ik hou wel van een beetje competitie. Kortom, het leek me een mooi avontuur. Iedereen die ik het vertelde, reageerde ook superlief en enthousiast (je mocht het niet online zetten, maar je mocht het gelukkig wel delen met je familie en vrienden).

Bij het mailtje zat een document met voorwaarden voor deelname, waar je voor moest tekenen. Op basis daarvan moest ik beslissen of ik inderdaad mee wilde doen aan de wedstrijd. Dat vond ik nog niet zo vanzelfsprekend of makkelijk. In deze blog vertel ik je wat meer over mijn overwegingen.

Ik twijfelde ten eerste vanwege het vloggen, het in beeld komen, daar schreef ik de vorige keer al iets over. Daarnaast twijfelde ik ook omdat je je rechten over moest dragen. Dat vermoedde ik al wel, maar het was voor mij niet echt duidelijk bij de inschrijving. Ik snapte dat je de fysieke projecten uiteindelijk in moet leveren. Het is niet haalbaar om bij iedere opdracht alles in het echt te beoordelen. Iedereen breit thuis en er zit weinig tijd tussen de deadline, de beoordeling en de volgende opdracht (uiterlijk op zondagavond moet je alles inleveren, maandagmiddag ontvang je de beoordeling en als je door bent ook meteen de volgende opdracht). Je moet allerlei foto’s maken van je project, maar in theorie kun je het er op die foto’s beter uit laten zien dan het er in het echt uitziet (dat wil zeggen, als je een betere fotograaf bent dan ik). Verder is het natuurlijk ook fijn voor Wolplein om projecten te kunnen laten zien, bijvoorbeeld in hun inspiratiecentrum of op beurzen (laten we hopen dat we daar snel weer heen kunnen).

Ook de patronen zouden eigendom worden van Wolplein. En aan dat idee moest ik erg wennen. Bij mijn redactiewerk kan ik ook nergens aanspraak op maken, maar dan gaat het om de tekst of vertaling van iemand anders. Ik vind het zeker wel eens lastig als ik veel aan een tekst heb bijgedragen en dat vervolgens totaal wordt genegeerd door de buitenwereld, maar het uitgangspunt is totaal anders. De buitenwereld weet meestal ook niet hoe het aanvankelijk was, of heeft zelfs geen idee dat ik eraan heb meegewerkt. Ik krijg meer dan genoeg waardering. Mijn rol als redacteur is nadrukkelijk op de achtergrond. Wat ik vaak ook juist heel fijn vind, het past goed bij mij.

Met mijn eigen teksten voel ik me nog meer verbonden. Natuurlijk kun je teksten publiceren en daarbij bepaalde rechten overdragen. Dat doe ik soms ook, maar niet in deze mate. Ik houd de dingen graag zo veel mogelijk in eigen hand, steeds meer eigenlijk, en dat zou bij deze wedstrijd helemaal niet kunnen. Ik moest even goed nadenken over of ik dit wilde.

Het is natuurlijk wel logisch dat Wolplein dit zo doet. Er werken aardige mensen die zelf ook van handwerken houden en dit met veel enthousiasme organiseren, maar die mensen werken wel bij een commercieel bedrijf, niet bij een liefdadigheidsinstelling voor behoeftige breisters.

Nu ben ik ook geen behoeftige breister, dat scheelt, maar ik heb me wel bewust afgevraagd wat de wedstrijd voor mij zou kunnen betekenen. Dat klinkt berekenend en dat was het ook wel. Natuurlijk vond ik het geweldig dat ik mee mocht doen, dat kan ik niet genoeg benadrukken. Als je er geen plezier in hebt, moet je dit ook vooral niet doen. Maar de investering die ervoor nodig is, was voor mij persoonlijk te groot om te kunnen zeggen: ‘O, wat maakt het ook allemaal uit, het is gewoon leuk om mee te doen en ik zie het verder wel, waar moet ik tekenen?’ Die luxe had ik simpelweg niet als zelfstandige in de culturele sector, moeder, partner. Ik kan mijn tijd maar een keer besteden, en een uur dat ik aan de wedstrijd besteed, kan ik niet besteden aan mijn redactiewerk, waar ik wel voor betaald krijg, of aan mijn gezin.

Waarom besloot ik uiteindelijk toch mee te doen? Ik zou nog altijd graag serieuzer bezig zijn met het ontwerpen van patronen. Ik heb tegen het eind van mijn studie gezegd dat ik mijn geld wilde verdienen met redigeren, schrijven en handwerken, en dat wil ik nog steeds. Tot nu toe verdien ik voornamelijk geld met mijn redactiewerk. Daar ben ik al heel gelukkig mee, maar ik hoop toch nog steeds dat ik het ooit meer kan verdelen over die drie vlakken. Ik hoopte door mee te doen meer ontwerpervaring op te doen en meer mensen te leren kennen in de handwerkwereld (en dat zij mij zouden leren kennen). En op persoonlijk vlak hoopte ik veel te kunnen leren en groeien. Ik moest natuurlijk nog maar afwachten of het me inderdaad iets in die richting zou opleveren, maar ik zette mijn handtekening eronder.

De BreiSTER – De inschrijving

Begin juni stuurden S. (schoonzus en handwerkmaatje #1) en ik deze appjes naar elkaar.

Ik weet niet meer hoe ik het ontdekte. Zo vaak ga ik nu ook weer niet naar de website van Wolplein. Maar toch zag ik het daar ineens staan: De BreiSTER. Het zou toch niet? Was dit wat ik dacht dat het was?

Dat was het.

Natuurlijk had ik weleens bedacht dat ik de wedstrijd nog leuker zou vinden als ze zouden breien in plaats van haken (ze hebben de wedstrijd nu al een aantal keer georganiseerd voor mensen die haken). En ja, ik had ook wel eens bedacht dat ik me dan op zou geven, want ik durf best dingen die toch niet gaan gebeuren.

Alleen was de inschrijving nu geopend.

S. ging zich in ieder geval niet inschrijven. Geen tijd, baby enzovoort. Begrijpelijk. En ik had het ook meer geappt zo van: kijk, dit kunnen we straks ook lekker kijken. Ik had eerder al ontdekt dat er ook weer een nieuw seizoen van De HaakSTER kwam en verheugde me daarop. (Terzijde: ik moet bekennen dat ik daar nu nog bijna niets van heb gezien. Dat klinkt misschien overdreven, maar ik vind het op dit moment heel gek en confronterend om dat te kijken, lang niet meer zo ontspannen als het altijd was. Misschien haal ik het later nog in.)

Ik had geroepen dat ik aan de breiversie wél mee wilde doen. De inschrijving was geopend en zou ook nog langer dan een maand openblijven, ik was er blijkbaar zeer op tijd bij.

In de dagen daarna bleef ik ermee bezig. Ik keek de vragen door. Ik dacht na over wat ik daarop zou antwoorden, welke projecten ik zou laten zien. En ja, ook al over wat de opdrachten zouden kunnen zijn en wat ik dan zou kunnen maken (best random, want het kon natuurlijk zo’n beetje alles zijn!). En toen besloot ik me in te schrijven.

Ik heb daar de tijd voor genomen. Het was me niet helemaal duidelijk wat ze wilden zien (veel verder dan ‘en mail foto’s naar ons!’ ging de instructie niet), maar als ik het doe, doe ik het goed, dus ik heb een pdf gemaakt met foto’s van mijn projecten en uitleg erbij, en de vragen uitgebreid ingevuld. Dat wil niet zeggen dat ik ondertussen niet twijfelde. Integendeel, ik twijfelde nog steeds heel erg over of ik mee wilde doen. Ik dacht: Zeker als je ver komt, kan het best veel impact hebben op je leven. Het kost veel tijd, en wat levert het je op? (Hier kom ik later nog op terug.)

Daarnaast moeten de kandidaten dus vloggen (de afleveringen bestaan grotendeels uit die vlogs). Dat leek me helemaal niets. Ik ben daar veel te introvert en verlegen voor. Ik heb bij optredens (ik heb ondanks mezelf in het verleden best veel opgetreden met mijn teksten, zoals je misschien weet) altijd veel commentaar gekregen op mijn presentatie. Op hoe mijn stem klinkt, op mijn zenuwen, blozen, noem maar op. Vaak in de vorm van goedbedoelde adviezen, vaak samen met complimenten over mijn teksten, maar dat heeft er vooral voor gezorgd dat ik me nog slechter en onzekerder ben gaan voelen over mezelf. Ik wil dat niet meer. Ik ben ervan overtuigd dat dat negatieve gevolgen heeft voor mijn ‘schrijfcarrière’ (die heb ik dan ook niet echt), en toch wil ik het niet meer.

Vloggen leek me in bepaalde opzichten nog veel erger dan optreden. Want bij voorkeur ‘lekker spontaan’. En voor iedereen eindeloos online terug te zien. Iedereen kan erop reageren. Oké, er hoeft niemand bij de opnamen te zijn, je kunt het in je vertrouwde omgeving doen en het kan over, maar toch. Een volledig schriftelijke wedstrijd zou meer mijn ding zijn!

Gelukkig voor mij (en ook wel een beetje gek genoeg) hoefde je geen filmpje mee te sturen. Uiteindelijk besloot ik het formulier vooral heel eerlijk in te vullen. Ze probeerden duidelijk in te schatten hoe groot je onlinebereik was, met vragen over welke sociale media je gebruikte en hoe. Nou, bijzonder klein. Ik heb Instagram voor m’n handwerkprojecten, maar post niet veel, en verder typ ik hier zo nu en dan wat in het luchtledige. Ik heb mijn ervaring met breien en patronen schrijven niet aangedikt. Ik heb eerlijk gezegd dat het vloggen me het allerengste aan de hele wedstrijd leek. Ik ben behoorlijk kritisch geweest, ook uit beroepsdeformatie. Ik zag namelijk veel foutjes in het formulier en in de informatie. En ik vroeg me af hoe het zat met het auteursrecht op de patronen, want daar kon ik niets over vinden.

En ja, aan dit alles zat natuurlijk een zelfsaboterend kantje. Zo’n suf en lastig iemand zouden ze toch nooit uitkiezen, maar dan kon ik mooi zeggen dat ik het had geprobeerd. Maar ik dacht ergens ook: Als ze me wél uitkiezen is het allemaal al spannend genoeg, dan wil ik niet ook nog stressen over dat ik me anders voor heb gedaan dan ik ben. En omdat ik nog wat vragen had, wilde ik ook echt een slag om de arm houden, eerst goed weten waar ik me nou precies voor opgaf.

Ik verzond alles. Ze waarschuwden dat ze niet zouden corresponderen, maar ik kreeg keurig een ontvangstbevestiging. En toen begon het wachten. Ik had me ruim twee weken voor de deadline aangemeld, dus daardoor leek het allemaal nog langer te duren. Afleiding genoeg, maar het meeste daarvan was helaas niet echt fijn. Ze hadden aangegeven dat je niet geselecteerd was als je na een bepaalde datum niets had gehoord. Op die datum zouden we op vakantie zijn, dus ik ging er al een beetje van uit dat ik daar zou concluderen dat ik niet geselecteerd was.

Het was vrijdag 16 juli, de laatste schooldag voor de zomervakantie voor S. We waren druk met de nasleep van de vierde koortsstuip van D., een dag eerder op de crèche. Ze was er dit keer zelf uit gekomen (we hebben noodmedicatie die we haar kunnen geven als ze een koortsstuip krijgt, maar dat hoefde dit keer dus niet) en de leidsters hadden supergoed gehandeld en voor haar en ons gezorgd, maar het gebeurt steeds totaal onverwacht en het blijft enorm stressvol (de teller staat inmiddels ook al op vijfzes, helaas). Ondertussen was het ook zeer de vraag of onze vakantie door kon gaan. Omdat D. nog steeds koorts had, maar ook omdat we naar Noord-Limburg zouden gaan en het daar dreigde te overstromen. Mensen werden geëvacueerd en het ziekenhuis ging dicht. We twijfelden erg over wat we moesten doen.

In al die chaos kreeg ik ineens een mailtje: Gefeliciteerd, je zit erbij.

De BreiSTER

Ik mag het eindelijk zeggen: ik doe mee aan de allereerste editie van De BreiSTER!

Misschien (waarschijnlijk!) was het je helemaal niet opgevallen dat ik de afgelopen maanden nog minder van me liet horen dan anders en niks meer deelde over mijn breiprojecten. Maar dit was de reden.

De wat?

De BreiSTER is de breiwedstrijd van Wolplein, en Wolplein is een grote webwinkel met garens en andere benodigdheden voor handwerken. Ze hebben de haakversie al een aantal keer georganiseerd, maar nu is er dus voor het eerst ook een wedstrijd voor mensen die breien. Ik, M. en schoonzus S. vonden het altijd heel leuk om De HaakSTER te kijken en erover te kletsen. Ik haak zelf weinig en heb nooit overwogen om daaraan mee te doen, dus daar bleef het bij. Maar als er ooit een breiversie zou komen…

Ik noem het nu wel een breiwedstrijd, maar eigenlijk is het vooral een ontwerpwedstrijd. Je krijgt de opdracht om binnen een bepaalde tijd iets te ontwerpen en dat moet je dan bedenken en breien (thuis, in je eigen tijd). Je werkt het patroon uit en maakt foto’s. Een jury beoordeelt de projecten, geeft punten en degene met het laagste aantal punten valt af. Tien kandidaten beginnen aan de wedstrijd, daar komen drie finalisten uit en uiteindelijk één winnaar. En o ja, de kandidaten vloggen over het hele proces. Die vlogs verwerken de video-editors van Wolplein tot afleveringen, en die afleveringen komen op YouTube.

Dat is in het kort hoe het werkt. De afleveringen gaan nu online komen, een aflevering per week op vrijdag, te beginnen met interviewtjes om de kandidaten voor te stellen. Ik ben er vanaf het begin eerlijk over geweest: die interviewtjes, dat vloggen, dat waren voor mij belangrijke redenen om me niet op te geven. Ik vond (en vind) het niets voor mij en schaam me bij voorbaat al rot. Ik zal daar later ongetwijfeld nog wat meer over schrijven.

Desondanks heb ik me opgegeven. En ben ik geselecteerd. En dat mag iedereen nu eindelijk weten, dat is heel fijn. Ik heb zin om te laten zien wat ik heb gemaakt, maar ik vind het ook heel spannend dat de afleveringen nu online komen (ik weet natuurlijk wat ik heb gefilmd, maar ik heb de afleveringen zelf ook nog niet gezien).

Dit is natuurlijk een uitstekende reden voor een nieuwe blogserie, dus die start ik dan ook bij dezen. In deze serie zal ik je meenemen achter de schermen van de wedstrijd en schrijven over wat je niet terugziet in de afleveringen. Te beginnen met mijn inschrijving en de aanloop naar de wedstrijd.

Meer informatie over de wedstrijd en mijn fantastische medekandidaten vind je alvast hier op de website van Wolplein.
De afleveringen zullen worden gepubliceerd op het YouTube-kanaal van Wolplein.

Kom hier dus zeker nog eens terug voor meer BreiSTER-blogs, en laat het weten als je vragen hebt of als je ergens benieuwd naar bent!

Boeken

Matt Haig – The Midnight Library
Ik kreeg dit boek voor mijn verjaardag van C. Ik had er niet om gevraagd, maar ik had al wel bedacht dat ik het eens wilde lezen, dus dat was een uitstekend cadeau. Vervolgens heeft M. het eerst gelezen omdat die nu eenmaal meer leest dan ik, maar ik daarna. Wat een boek! Ik heb het al een tijdje geleden gelezen (en mijn blog door omstandigheden weer eens verwaarloosd), en ik zou het eigenlijk nu nog wel een keer willen lezen.

Het boek gaat over Nora, die niet langer wil leven en daardoor in de Midnight Library terechtkomt. Vanuit daar krijgt ze de kans om te beleven hoe haar leven eruit had gezien als ze andere keuzes had gemaakt. Hoe dat allemaal precies werkt, dat je dus steeds over totaal verschillende omstandigheden leest (die Norah zelf ook gaandeweg moet uitvogelen), ik zal er niet te veel over verraden, maar neem van mij aan dat het een ijzersterk concept is. Ik bleef de hele tijd zó benieuwd hoe het verder zou gaan en hoe het af zou lopen, en dat stelde me uiteindelijk ook niet teleur. Er zitten zulke geweldige details in. Ik heb begrepen dat sommige mensen het pathetisch vinden, en ja, de levenslessen liggen er vrij dik bovenop, maar het goede nieuws is dat ik dat in het Engels toch altijd nét iets minder meekrijg. En het nodigt natuurlijk enorm uit om te bedenken wat je zelf in zo’n situatie zou kiezen. Wij mochten op de middelbare school veel lezen voor de lijst, ik geloof dat je het wel even moest overleggen als een boek daar niet op stond, maar meestal was het prima, en ik had het erg tof gevonden als ik dit destijds had kunnen kiezen.

Door omstandigheden heb ik een tijdje wat meer boeken geluisterd (via de app van de bibliotheek) in plaats van gelezen. De volgende drie dus ook.

Gerda Blees – Wij zijn licht
Dit boek heb ik deels gelezen en deels geluisterd (het is voorgelezen door Maartje van de Wetering). Toen ik nog een beetje in ‘het schrijfwereldje’ zat heb ik Gerda wel eens gesproken en ik vond haar toen heel sympathiek, dat maakt me toch altijd extra benieuwd naar iemands werk. Daarnaast was het boek ook genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

Het boek gaat over woongroep Klank en Liefde. De bewoners proberen te stoppen met eten om van licht te gaan leven. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal, wat het nog fascinerender maakt. Een van de bewoners sterft aan het begin van het boek, en de andere bewoners worden daarop gearresteerd. De vertelvorm is bijzonder, want elk hoofdstuk wordt verteld vanuit een ander perspectief en begint met wie ‘wij’ zijn. De nacht. Brood. De twijfel. Vaak heel poëtisch, en het kwam ook heel goed over in gesproken tekst. Vaak is het trouwens helemaal niet hoogdravend, maar juist droog en grappig. De filosofie van de woongroep bezorgde me de kriebels, wat wel aangeeft hoe geloofwaardig die wordt gebracht. Een nadeel vond ik wel dat er niet zoveel gebeurt in het boek. Dat blijft door het perspectief en de stijl lang oké, maar zo tegen het einde vond ik het toch jammer.

Simone Atangana Bekono – Confrontaties
Ook dit boek was genomineerd voor de Libris (die vervolgens toch weer als vanouds naar een oude witte man ging). Niet dat ik altijd druk bezig ben met genomineerde boeken lezen, die mensen heb je ook, maar het kwam nu toevallig zo uit dat ik deze boeken had gereserveerd bij de bieb en ze kort na elkaar binnenkwamen. Ik had op dat moment niet echt tijd om het te lezen, maar het is me wel gelukt om het te luisteren. Dit boek zag ik veel getipt worden, zeker voor jongeren, en ik was er benieuwd naar.

Het boek gaat over Salomé, die vastzit in een jeugdgevangenis wegens mishandeling. Altijd leuk (of nou ja, leuk) om te lezen over het leven in zo’n soort voor mij onbekende omgeving. Het boek gaat daarnaast ook veel over racisme, identiteit en familie, heel interessant. Misschien komt het doordat ik het heb geluisterd, maar af en toe was het voor mij wel een beetje te filosofisch, dat ik dacht: oké, en nu weer verder met het verhaal. En ook bij dit boek viel het einde me een beetje tegen.

Het boek is voorgelezen door Sinem Kavus en die doet dat goed, haar stem past er prima bij. Ik verbaasde me alleen over haar Frans. De vader van de hoofdpersoon komt uit Kameroen, dus die taal speelt een rol in haar leven. Mijn Frans is helemaal niet goed, maar de voorlezer sprak sommige dingen zo vreemd uit dat ik dacht: Huh? Ik heb zelfs nog proberen op te zoeken of het kwam door een verschil in mijn Europese middelbareschoolfrans en het Frans uit Kameroen, maar ik kon het niet vinden en in het boek gaat het daar helemaal niet over, dus het zou ook best ver gaan als de voorlezer dat dan wel tot uiting brengt, maar toch.

Elle van Rijn – De crèche
Dit is zo’n boek dat rond 4 mei wordt uitgebracht en dan in de boekhandel op een speciale tafel met oorlogsboeken wordt gekwakt, en dan ga ik het toch weer lezen (in dit geval luisteren) omdat het onderwerp me interesseert. Het gaat over de crèche die in de Tweede Wereldoorlog tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam was gevestigd. Vanuit de schouwburg werden de Joden gedeporteerd uit de stad. Terwijl ze daar verbleven, gingen hun kinderen naar de crèche, en ondertussen probeerde het verzet ze daar weg te krijgen. Bij enkele honderden kinderen is dat ook gelukt. De hoofdpersoon van het boek is de jonge kinderverzorgster Betty Oudkerk, die zelf ook Joods is en op de crèche werkt.

Het boek wordt een roman genoemd, maar is dus gebaseerd op waargebeurde gebeurtenissen én mensen die echt hebben bestaan. En dat lijkt niet helemaal goed te zijn gegaan. Nabestaanden roeren zich, en op de historische context schijnt ook nogal wat af te dingen te zijn (zie ook bijvoorbeeld dit artikel). Ik heb het gelezen zonder daarnaast veel uit te pluizen, maar het viel mij ook al op dat er wordt gedaan alsof alle Joden volledig op de hoogte zijn van wat er met ze gaat gebeuren. Ik heb al vaker het boek Wij weten niets van hun lot van Bart van der Boom getipt, waarin precies dat vraagstuk wordt onderzocht, en ik ga ervan uit dat Van Rijn dat niet heeft gelezen. Daarnaast vond ik het erg slecht geschreven, echt van die Holocaust-kitsch. Alles wordt voor je uitgespeld en dik aangezet. Loretta Schrijver leest het boek voor, en ook zij leek af en toe niet te kunnen geloven hoe slecht het was. Of misschien heb ik dat erbij verzonnen.

Boeken

Eva Vriend – Eens ging de zee hier tekeer

Ik had naar dit boek uitgekeken, maar het viel me helaas een beetje tegen. Ik heb de andere boeken van Eva Vriend ook gelezen, en vooral Het nieuwe land vond ik erg goed en interessant. Ook dit boek is weer goed geschreven, maar hier vond ik veel stukken toch minder interessant. Het gaat over de Zuiderzee en de impact van de Afsluitdijk op de bewoners van de kustplaatsen. Ze heeft ervoor gekozen om zich te richten op vier families uit vier verschillende plaatsen (Spakenburg, Volendam, Urk en Wieringen) en laat de overeenkomsten en verschillen zien. Het is een heel interessant gegeven dat de bewoners meer gericht waren op de andere Zuiderzeeplaatsen dan op ‘het achterland’, maar die vier families leveren alles bij elkaar wel een heleboel personages op. De stambomen en de landkaarten voorin waren voor mij onmisbaar. Het helpt ook niet mee dat van de vier mannen die centraal staan, er twee Kees heten en een derde Cees. Vriend schrijft overigens in het nawoord dat ze zich hier bewust van is, maar dat ze vond dat de mannen het verdienen om met hun eigen naam in het boek te staan. Dat kan ik begrijpen, maar heel handig is het niet. Verder blijk ik gewoon niet zo heel veel interesse te hebben in de visserij. Dat is bij dit boek wel een probleem, want je leest precies waar en hoe en waarom er door de tijd heen werd gevist. Al die informatie over de verschillende methoden en schepen en welk kind van wie er wel of niet geïnteresseerd was in de visserij, het kon me eerlijk gezegd niet zo boeien. Het viel me ook tegen dat het boek erg op mannen is gericht. Niet dat de vrouwen helemaal niet aan bod komen, maar het gaat toch voornamelijk over de (vissende) mannen, terwijl ik veel meer geïnteresseerd was in het (gezins)leven en de gemeenschappen aan de wal. Ik vond zelf Spakenburg extra interessant, omdat dat hier in de buurt is (Vriend heeft blijkbaar ook samengewerkt met Museum Spakenburg, zeker een aanrader om eens te bezoeken).

Elizabeth Jane Howard – Lichte jaren (De Cazalets, deel 1)
(The Light Years, vertaald uit het Engels door Inge Kok)

Wat duurde het lang tot ik dit boek uit had. Ik weet niet zo goed waarom, want ik vond het heel leuk. Naast het handwerken is ook het lezen grotendeels gesneuveld in de vakantie. Uiteindelijk trok ik een eindsprintje en toen was het ook ineens uit, want er bleek een voorproefje van deel 2 in te staan. De familiekroniek over de Cazalets bestaat in totaal uit vijf boeken, en blijkbaar is er ook een tv-serie van gemaakt. Het wordt aangeprezen voor de liefhebbers van Downton Abbey, maar die serie heb ik niet gezien (dat zegt niks, ik kijk gewoon amper series), dus geen idee of dat klopt. Dit eerste deel speelt zich af eind jaren dertig in Engeland. Het houtbedrijf van de familie floreert, en ze hebben buiten Londen een landgoed waar de hele familie in de zomer vertoeft. Die familie is best groot: een ouder echtpaar, hun drie zoons en hun gezinnen, een ongetrouwde dochter en dan nog aardig wat personeel en logés. Deze mensen komen ook allemaal aan bod in het boek. Best overweldigend in het begin, en ook in dit boek kwam het overzicht van de personages voorin zeer goed van pas. Het kan een nadeel zijn, zoveel personages, ik heb zeker mensen door elkaar gehaald en je komt over niemand echt veel te weten. Aan de andere kant maakt het niet zoveel uit als iemand wat minder interessant is, want voor je het weet, lees je alweer over iemand anders. En het kan heel leuk en interessant zijn om meer te weten over de personages dan zij over elkaar weten. Ik denk dat ik me ook prima vermaakt had als het hele boek alleen over Rachel en Sid was gegaan, maar ik ben ook benieuwd hoe het de anderen vergaat in de volgende delen. In dit boek is de oorlogsdreiging op de achtergrond aanwezig, de zoons hebben ook gevochten in de Eerste Wereldoorlog, maar ze stevenen natuurlijk af op de Tweede. De kleine kinderen zijn bij vlagen erg grappig, en een van de zoons (zie je? Dan moet ik alweer opzoeken wie van de drie… Rupert) vatte een vakantie met kleine kinderen perfect samen: ‘Gód! Je wordt toch békaf van die kinderen? Zelfs als je ze afmat, raken ze door louter een ijsje weer helemaal op dreef.’ (p. 271)

Roderick Vonhögen – Mediapriester

M. had dit boek vooral voor de grap voor me meegenomen uit de bieb, maar ik heb het toch gelezen. Ik sta inmiddels geregistreerd als ‘slapend lid’ van de katholieke kerk en voel me daar goed bij. Ik woon geen diensten meer bij en hoef geen bedelbrieven, maar ik ben nog steeds gehecht aan de verhalen, de liederen en het branden van kaarsjes. Het hoort bij een deel van mijn familie en bij mijn geschiedenis. Dat laat ik me niet afnemen.

Mijn fascinatie voor nonnen (daar schreef ik al eerder over), is groter dan die voor andere geestelijken, maar ik heb Roderick Vonhögen weleens ontmoet en diensten bijgewoond waarin hij voorging, en ik vind hem heel sympathiek overkomen. Hij is, zoals de ondertitel van zijn boek ook al aangeeft, heel enthousiast over nieuwe media, films en games, en gebruikt dit om mensen te bereiken en inspireren. En ja, uiteindelijk ook om ‘zieltjes te winnen’. Daar maakt hij in zijn boek geen geheim van, het is dan ook vooral gericht op andere katholieken en parochies die op een aansprekender manier willen communiceren. Hij was een van de eerste Nederlandse podcasters, en gebruikt zijn priesterboordje soms ook om deuren te openen die voor journalisten gesloten blijven. Ik geloof dat hij inmiddels zelfs alleen nog maar in de media werkt (en dus niet meer in een parochie). Het is best een persoonlijk boek, waarin hij van alles over zijn leven vertelt. Over zijn jeugd, zijn roeping, zijn opleiding en de reis die hij samen met zijn moeder maakte naar China, op zoek naar hun wortels. Ik ben geen evangeliserende katholiek en heb weinig op met Star Wars en Lord of the Rings, maar hij biedt een perspectief dat ik nooit zal kunnen hebben en is een echte verhalenverteller, dus dat was allemaal heel aangenaam om te lezen.

Het boek is verschenen bij een kleine katholieke uitgeverij, en ik had het op prijs gesteld als ze daar wat meer aandacht hadden besteed aan redactie en correctie. In het colofon staat wie verantwoordelijk was voor de redactie, en dat blijkt een parochiaan (fantastisch woord, parochiaan) te zijn die ik toevallig ook weleens heb ontmoet. Ongetwijfeld heeft deze persoon met de beste bedoelingen meegewerkt aan dit boek en ik vermoed dat Vonhögen zelf aardig goed kan schrijven, maar helaas staan er toch nog veel foutjes in. Daarnaast zijn veel foto’s slecht te zien, doordat ze zijn afgedrukt op het gewone papier (in zwart-wit). Ze hadden denk ik beter voor een fotokatern met wat minder foto’s kunnen kiezen. Ik snap dat het hartstikke leuk is om die ene foto te laten zien van toen je als priesterstudent de paus ontmoette, maar sommige foto’s lijken nogal random (van Pinokkio, van drie onbekende kinderen in Ethiopië, van een willekeurige weg…).

Het echte ‘probleem’ ligt voor mij natuurlijk buiten dit boek. Vonhögen draagt een leer uit die mensen als ik achterstelt. Daar zwijgt hij over in het boek, zoals hij volgens mij meestal doet. Dat begrijp ik ook wel. Hij presenteert zich graag als iemand die voor iedereen acceptabel is, en dat lukt hem heel aardig.

Ik heb de kerk sinds mijn jeugd behoorlijk zien veranderen, en naar mijn idee is het allemaal een stuk conservatiever geworden. In die mate dat ik me inmiddels afvraag of ik wel veilig ben bij mensen die er nu nog actief zijn. Ik maak me niet zozeer druk om mijn fysieke veiligheid, maar ik vertrouw hun opvattingen niet helemaal, en dan gaat het natuurlijk in het bijzonder om opvattingen over mijn relatie en gezin. Helemaal bij officiële vertegenwoordigers van de kerk, zoals Vonhögen is. Hij heeft al behoorlijk wat kritiek gekregen vanuit de kerk op zijn methodes en interesses, dus zijn opvattingen zullen wel netjes aansluiten. Ik denk dat hij ook niet echt een andere optie heeft als hij priester wil blijven. Maar hij weet natuurlijk ook wel hoe zulke denkbeelden buiten de kerk doorgaans ontvangen worden, en dus vestigt hij daar liever geen aandacht op. Ik heb overigens geen reden om aan te nemen dat hij er stiekem anders over denkt, het enige wat ik kon vinden was een podcast uit oktober vorig jaar waarin hij veel woorden neemt om te betogen dat het huwelijk slechts is bestemd voor man en vrouw en dat kinderen recht hebben op een vader en een moeder.

Het verschilt geloof ik een beetje of katholieken vinden dat je celibatair zou moeten leven als je een heterohuwelijk niet ziet zitten of dat een samenlevingscontract nog net toelaatbaar is, maar ze zijn het er volgens mij over eens dat trouwen met iemand van hetzelfde geslacht niet oké is. Dat je zo’n verbintenis in ieder geval geen huwelijk zou moeten noemen. Dat is immers ‘verwarrend’ voor hetero’s en een ‘devaluatie’ van hun huwelijk (ik wist niet dat ik zo veel invloed had). Regenbooggezinnen zijn al helemaal uitgesloten. En dan tegelijkertijd volhouden dat discriminatie van ‘die mensen’ (we zijn altijd de Ander) verschrikkelijk is en dat ze welkom moeten worden geheten als kinderen van God. Dat ze niet veroordeeld mogen worden. Niet omdat ze niet zondig bezig zijn, want dat zijn ze zeker wel, maar omdat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Men moet openstaan voor deze mensen en hen ‘helpen’. Joe. Ik hoef niet ‘geholpen’ te worden. Dat niet-veroordeelbeleid onder het mom van ‘we zijn allemaal zondaars’ vind ik al niet gezellig, maar raakt mij onevenredig hard, puur vanwege wie ik liefheb. ‘We zijn allemaal zondaars, maar jij bent toch nét even iets zondiger dan wij.’ Nee. Liefde is geen zonde. Je kunt niet werkelijk open voor me staan als je vindt dat mijn gezin niet mag bestaan. Dan kwets je en dan discrimineer je, hoeveel zalvende woorden je er ook tegenaan gooit en namens welke hogere macht je ook zegt te spreken.

Maakwerk van juli

Oké. Ik schreef vorige keer dat ik die ruit voor op m’n Nightbook Sweater nu af wilde hebben, maar ik heb hem even weggelegd. Niet eens zo bewust, maar ik vond het te veel gedoe om ’m mee te nemen op vakantie en ik heb er weinig plezier in op het moment. Ik kijk nog steeds graag naar alle versies via #nightbooksweater op Instagram en ik wil zo’n trui, maar ik heb nu even geen puf om ’m te maken. Dat geeft ook niet, het kan zo weer veranderen. Ik ben niet iemand die een hele berg WIP’s heeft liggen en maak de meeste dingen (uiteindelijk) af. Dat wil niet zeggen dat ik altijd maar aan één project tegelijk bezig ben en pas naar het volgende ga als ik dat helemaal af heb gemaakt. Er zijn projecten voor verschillende stemmingen en gelegenheden.

Ik ben dus op vakantie geweest, een weekje, normaal gesproken voor mij zeker een moment om lekker te handwerken, maar het is er deze vakantie niet van gekomen. Ik geloof dat ik één ringetje aan mijn boekenlegger heb toegevoegd (waarover later meer). Verder wilde ik ook mijn schouder wat rust gunnen. Ik verdenk nog steeds mijn redactiewerk, maar het vreemde was dat ik op vakantie (zonder laptop, en dus in feite ook zonder handwerken) er eigenlijk meer last van had dan toen ik thuis weer aan het werk was. Ik weet het niet, ik probeer nog steeds maar een beetje rustig aan te doen. Verder sliepen de kinderen slecht en wilden ze het liefst de hele dag door ons vermaakt worden. Wat natuurlijk ook logisch is en (tot op zekere hoogte) ook niet erg. Het lukte naarmate de week vorderde ook wel wat beter om me erbij neer te leggen dat een vakantie met twee kleine kinderen gewoon (ook) heel hard werken is, en we hebben het fijn gehad. Ik was eigenlijk van plan om nog wat langer vakantie te nemen dan dat we van huis waren, maar de aanloop naar de vakantie was erg stressvol, onder andere door een vierde koortsstuip van D. Ik ben in die dagen aardig wat tijd verloren, waardoor ik eerder dan gepland weer aan het werk moest om mijn deadlines te halen. Veel is nu weer in orde, maar niet fijn. Het voelt soms alsof ik een keuze moet maken tussen mijn fysieke gezondheid (schouder) en mijn mentale gezondheid, die zonder meer beter is als ik kan handwerken. Maar niet als ik eigenlijk te moe ben om een patroon te volgen en het dan toch probeer, terwijl het ook weer niet werkt om zomaar wat voor me uit te breien zonder patroon. Het moet interessant genoeg zijn om me af te leiden en het moet iets worden. Moeilijk om daar een goede balans in te vinden.

Tot zover de algemene update, door naar de projecten van deze maand. Blijkbaar zit ik in een groene periode, daar past de Nightbook natuurlijk ook niet bij (ook dit kan zo weer anders zijn).

Frivolité
Eens in de zoveel tijd haal ik toch m’n tatting shuttles (schuitjes of spoeltjes in het Nederlands, geloof ik) weer tevoorschijn. Meestal ben ik er ook vrij snel weer klaar mee, omdat ik dan weer weet hoe moeilijk ik het vind om het echt netjes te krijgen en fouten te herstellen. Ik vind het leuk dat het anders is dan haken en breien, en dat het wat onbekender is. Het kan overal mee naartoe doordat het zo weinig ruimte inneemt (al weet ik vaak sowieso wel een handwerkje in m’n tas te proppen, geen zorgen, desnoods zorg ik voor een grotere tas). Ik hou van de ‘trucjes’ om elementen met elkaar te verbinden of dingen niet te laten opvallen of op een andere plaats uit te komen met je draad (het is vrij lastig om draadjes weg te werken, dus je wilt aan- en afhechten zo veel mogelijk voorkomen). Het lijkt niet echt op touwfiguren maken zoals ik als kind graag deed, maar het doet me er ergens toch aan denken. Het ontstaat meer in je handen dan een breiwerk.

Je hebt er weinig voor nodig, alleen twee shuttles dus (voor sommige patronen maar eentje) en wat garen. Het fijnst is ‘vormvast’ katoen, bijvoorbeeld van het merk Lizbeth. De dikte van de draad bepaalt hoe fijn je werk wordt (en hoe moeilijk het uit de knoop te halen is). Ik gebruik zelf meestal maat 20, dat is de op een na dikste draad. Er zijn supermooie shuttles te koop. Van hout, handgemaakt, helemaal gedecoreerd, maar dat vind ik een beetje overdreven voor hoe weinig ik het doe. Ik heb een stel plastic shuttles van het merk Clover, die zijn heel standaard. In sommige shuttles zit een verwisselbaar spoeltje, maar dat mis ik niet echt bij die van mij. Ik denk zelfs dat ik de draad makkelijker op spanning kan houden zonder. Ik vind het wel heel handig dat er een punt aan zit. Als die er niet aan zit, heb je ook nog een dunne haaknaald nodig om de verbindingen te maken.

Naaldfrivolité (needle tatting) bestaat trouwens ook, de naam zegt het al, dat is met een naald in plaats van een shuttle. Ik vind het juist leuk om een keer iets te doen wat níét met een naald is, en needle tatting is volgens mij vaak wat losser, doordat je afhankelijk bent van de dikte van de naald. Het schijnt wel makkelijker te zijn om te leren.

Mijn grote ‘probleem’ met frivolité is dat ik vaak niet weet wat ik ermee wil maken. Er zijn niet zoveel patronen beschikbaar, en al helemaal weinig patronen die me aanspreken. En ik ben er niet goed genoeg in om zelf iets te kunnen ontwerpen. Je kunt er kleedjes mee maken, decoratieve randjes voor aan je zakdoek, sieraden, sneeuwvlokken voor in de kerstboom… Veel dingen passen niet zo goed bij mij. Een boekenlegger vind ik soms nog wel aardig, maar ja, hoeveel boekenleggers heeft een mens nodig? Ik heb trouwens de indruk dat het nogal een christelijke hobby is, gezien de vele patronen van kruisen die circuleren.

Voor nu ben ik toch weer aan een boekenlegger begonnen, namelijk Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence. Ik moest er wel echt weer even inkomen, ik had nog wat restjes garen die ik wilde gebruiken (dus toch extra draadjes wegwerken). Verder zijn de meeste patronen heel beknopt, en ik wist niet meer waar alles voor stond. Ik heb het patroon ook een klein beetje aangepast, omdat het me niet lukte om een self-closing mock ring met een ring erin en een klein ringetje erbovenop te maken. Ik doe daar nu een onion ring. O, en ik maak telkens één extra knoop tussen de drie ringen in de punten. Geen idee hoe je dat netjes krijgt zonder, want ik weet er dus niet zo veel van. Ik heb dankzij dit patroon wel weer een paar nieuwe technieken geleerd. Die onion rings dus, en verder double picots en thrown rings. Double picots zijn die dubbele lusjes bovenin (de enkele zijn standaard, die moet je meteen leren) en de thrown rings zijn de ringen onderaan, midden in een ketting.

Meestal valt het me tegen hoe langzaam zo’n werkje vordert, ik heb er niet altijd genoeg geduld voor. We gaan zien of en wanneer het af komt!

Patroon: Sherry’s Chatelaine van Sherry Pence (gratis patroon)
Garen: Lizbeth Crochet Thread (size 20), in de kleur Christmas Green

Boodschappennetje
Mijn zwarte Ilene Bag (te zien in deze blogpost) is nog steeds kwijt (waarschijnlijk definitief), dus ik wilde een nieuwe. Ik vond dat eigenlijk wel een goed excuus om biologisch katoen aan te schaffen in allerlei kekke kleuren, maar gebruiken wat je hebt liggen is natuurlijk nog duurzamer, dus dat besloot ik toen toch maar te doen. Ik vreesde dat ik van mijn linnen top net niet genoeg garen overhad, daarom heb ik het gecombineerd met een restje groen katoen. Waar ik dan weer bijna niet genoeg van had voor de bodem en de rand. De keukenweegschaal kwam er weer aan te pas, en uiteindelijk had ik nog maar zo’n 80 centimeter over van het groene garen, dus de rand had geen ronde langer moeten zijn. Ik moet nu alleen de schouderband nog afmaken, en daar heb ik me toch een hekel aan. Continu keren doordat het zo weinig steken zijn, en dan ook nog 1 recht, 1 averecht. Gelukkig ben ik inmiddels een heel eind. Ik hoop trouwens dat ik de schouderband op de juiste plaats gestart ben. Ik brei de Ilene nu voor de derde keer en heb alle tassen iets dieper gemaakt, maar daardoor kom ik natuurlijk niet helemaal op dezelfde plek uit voor de schouderband. Het patroon zorgt voor een soort spiraal, en ik vind het lastig om te zien of de band nu goed boven de korte kant van de tas zit. Nou ja, hopelijk maakt het niet zoveel uit.

Patroon: Ilene Bag van Hannah Mason (gratis patroon via Ravelry)
Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs) en… groen katoen. Waarschijnlijk van Catania of de Must-have van Yarn and Colors, maar welke kleur precies?
Naalden: 4 mm en 3,5 mm

Sandbank 2
Ik ben begonnen aan mijn tweede Sandbank Shawl! Vorig jaar was dit een van mijn favoriete projecten (boven aan deze blogpost te zien), en hét project waarmee ik alle stress te lijf probeerde te gaan. Ook dit jaar is er helaas weer meer dan voldoende stress in mijn leven, dus wie weet helpt het weer (een beetje). Daarnaast draag ik mijn Sandbank 1 ook gewoon graag. Het is een gigantische, lichte sjaal in de vorm van een halvemaan. Ik heb er destijds speciaal een extra lange rondbreinaald van 150 cm voor gekocht, maar nu ik nog niet zo ver ben brei ik nog op twee naalden (ook nog op een rondbreinaald van 100 cm). Uiteindelijk komen alle steken op die langste naald en brei je een bepaalde herhaling over zestien naalden. Dat komt goed, met behulp van enige administratie (ik moet alleen niet vergeten om een kruisje te zetten als ik eindelijk weer aan het einde van een ronde ben aangekomen). Dan wordt het pas echt relaxed (totdat je bij de schier eindeloze rand aankomt, maar dat is van veel later zorg).

Het begin is niet bepaald relaxed, want daarvoor moet je meer dan 350 steken opzetten met behulp van een speciale techniek die ervoor zorgt dat je vanuit het midden twee kanten op kunt breien. Die techniek gebruik je bijvoorbeeld ook wanneer je sokken vanaf de teen breit, iets wat ik nog nooit heb gedaan. De techniek die in het patroon wordt gesuggereerd lukte me bij mijn eerste shawl niet, en dit keer heb ik ’m niet eens geprobeerd. De Turkish cast-on is redelijk goed gelukt, maar op dit moment niet helemaal onzichtbaar. Maar volgens mij viel het de vorige keer na het opspannen een stuk minder op, dus daar hoop ik nu ook weer op. In het patroon staat ook dat je op bepaalde plaatsen een extra omslag kunt maken als je strak breit, zodat je de punten goed kunt opspannen. En dat die omslagen bij het opspannen volledig verdwijnen. Dat laatste is bij mijn eerste Sandbank zeker niet gebeurd, maar dat vind ik niet zo erg en voor de zekerheid doe ik ze toch maar weer, want het lijkt me problematischer om de vorm er niet goed in te krijgen (dat was vorige keer ook met omslagen een klein drama). Ik ben nu nog niet bij de herhalingen, dus nu is het nog even puzzelen en tellen en opletten dat ik de goede naald gebruik, maar ik weet dat het goed kan komen.

Ik brei deze shawl in Holst Coast, een wol-katoenmix. Ook mijn eerste Sandbank is half wol, half katoen, maar die heb ik gebreid in Organic 350 van Hjertegarn. De garens lijken erg vergelijkbaar, behalve dan dat Coast helaas niet ecologisch is. Ik probeer hier nog altijd op te letten, maar ben zeker geen heilige. In dit geval is mijn slappe excuus dat Coast in veel meer kleuren beschikbaar is dan Organic 350 en dat ik mijn oog liet vallen op deze kleur groen.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de cast-on)