Boeken van juli

Hm, misschien zijn dit niet eens de boeken van juli alleen. Maar ik vond het weer eens tijd worden voor een boekenblogje!

Ronald Nijboer – Tabé Java, tabé Indië

De opa van Ronald Nijboer is na de Tweede Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië gegaan. Nijboer beschrijft wat hij daar heeft meegemaakt, onder andere aan de hand van de brieven van zijn opa. Het is een eerlijk, goed gedocumenteerd boek over een episode in de geschiedenis waar je hier nog altijd weinig over hoort. Ik had ook het idee dat ik zo een glimp op kon vangen van de ervaringen van mijn eigen opa. Hij is geboren in hetzelfde jaar, ook een boerenzoon (weliswaar uit een andere zuil) en hij is dus ook als vrijwilliger naar Indië geweest. Misschien hebben ze elkaar wel ontmoet, ga je dan toch denken. Hij zou als ordonnans op de motor niet gevochten hebben, maar of dat waar is… Ik was in ieder geval erg onder de indruk van dit boek. Van hoe Nijboer alles heeft uitgezocht, maar zeker ook van de inhoud.

Merel Corduwener – Polderpolonaise

Dit boek heb ik van C. gekregen voor mijn verjaardag, leuk om doorheen te bladeren. Er valt niet zoveel in te lezen, maar de antwoorden op de enquêtevragen vind ik het allerleukst (daar zijn de tekeningen deels ook op gebaseerd). Nederlanders vertellen onder andere (anoniem) waar ze zich aan ergeren en wat ze gisteravond hebben gegeten.

Steffie van den Oord – Honkvast

Ik dacht dat dit een boek was over mensen die al hun hele leven in hetzelfde huis woonden. Ik weet niet waar ik dat vandaan heb gehaald, want het klopt niet. De geïnterviewden woonden vaak wel al lang in hetzelfde huis, maar niet per se altijd al. Ze zijn vooral erg oud, net als in Van den Oords boek over honderdjarigen. Ze schrijft fijn, maar sommige verhalen deprimeerden me enorm (een lang leven betekent toch ook wel vaak veel ellende). En het omslag ziet er zo griezelig uit! Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Ze had M.’s oma ook nog wel kunnen interviewen.

Annet Schaap – Lampje

Lampje hadden we al eens gereserveerd in de bieb, maar na drie weken moest het terug omdat anderen het ook hadden gereserveerd en toen hadden we nog niet de kans gehad om het te lezen. Gelukkig kreeg M. het voor haar verjaardag van C. Ik vond het mooi! Het is wel echt zo’n Gouden Griffel-boek (het heeft dan ook de Gouden Griffel gewonnen). Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, ik bedoel geloof ik vooral dat dat voor mij geen voorwaarde is, dat ik ook graag kinderboeken lees (en redigeer) die nooit een Griffel zullen winnen. Dat boeken die een Griffel winnen vaak kinderboeken zijn die vooral in de smaak vallen bij volwassenen? Maar ik ben volwassen, dus… Laat ook maar. Lampje dus. Het is een sprookjesachtig verhaal over de dochter van de vuurtorenwachter die uit huis (uit de vuurtoren) wordt geplaatst en dan in een huis moet gaan werken met aparte bewoners, onder wie een gigantische, wat simpele jongen en een monster op zolder. De stijl vond ik niet geweldig, soms een beetje te veel over de hoofden van kinderen heen en ik had soms ook het idee dat ik Francine Oomen erin terug hoorde (Annet Schaap heeft jarenlang het werk van Francine Oomen geïllustreerd). Maar ik vond het verhaal wel erg vermakelijk. En hoe fantastisch moet het zijn om je eigen werk te kunnen illustreren? Of nou ja, het is niet bepaald rijkelijk geïllustreerd, maar dan in ieder geval om je eigen omslag te kunnen tekenen.

Lief Dagboek (4)

Maandag 29 juli

Tijd om de eerste opdracht na mijn verlof in te leveren! Natuurlijk duurt de afronding weer langer dan ik denk. Ik had aardig wat aandachtspunten meegekregen en neem altijd graag de tijd om die langs te lopen, aangevuld met wat ik zelf nog ben tegengekomen. Gezien de omstandigheden ben ik nog best tevreden.
De rest van de middag werk ik niet zoveel meer. Ik schrijf wat voor toekomstige blogs, ik doe boodschappen. Ik vind het vaak lastig om meteen weer volle bak door te gaan met de volgende opdracht, ook al is dat in dit geval een opdracht waar ik ook al aan bezig ben. Ik ben ook echt wel moe, en nog volop aan het nagenieten van Fun Home.
S. wilde per se weer zonder luier naar de crèche, en dat ging redelijk. D. kan ineens van alles. We krijgen een foto waarop ze naast de mat ligt, omdat ze zo druk aan het rollen is. En ze probeerde blijkbaar ook contact te maken met andere kindjes met haar stem. Eerder viel me al op dat ze superverontwaardigd klonk toen M. haar bedje voorbijliep om naar S. te gaan. Zo geweldig.
’s Avonds kijken we We zijn er bijna. Normaal gesproken vind ik het een heerlijk programma, maar het is nu niet zo ontspannend als anders doordat ze het hebben over auto-ongelukken en medische problemen.

Dinsdag 30 juli

M.’s moeder komt weer oppassen. Werken gaat niet heel denderend, ik ben snel afgeleid. S. lijkt even vergeten dat ze geen luier meer draagt en D. maakt ook flink wat vies, en dan ga ik toch helpen met verschonen, toch maar even vast een was aanzetten. Nou ja, in ieder geval weer verder gekomen. En ook nog een leuke, onverwachte opdracht aangeboden gekregen.
D. blijkt het fantastisch te vinden om op een schijfje komkommer te sabbelen. Op een gegeven moment breekt het schijfje doormidden en pakt M.’s moeder het af. D. begint keihard te huilen. Als ze een nieuw schijfje krijgt, roept ze enthousiast: ‘Eeeeeeuj!’ Zo van: ‘Kom maar door met die komkommer!’ Het is fantastisch.
Het is een hele toer om S. in bed te krijgen.
Ik wil blogjes lezen, maar Bloglovin’ lijkt nog steeds niet goed te werken.

Woensdag 31 juli

Ik ben meestal op dinsdag alleen met de kindjes, maar nu dus weer even op woensdag wegens andermans vakantieplannen. Ik kom slecht op gang, D. is wat huilerig en S. wil niet zelf spelen. Ik wilde eerst nog buitenshuis iets gaan doen, maar er is regen voorspeld, dus het blijft even bij in de tuin spelen. S. en ik bakken samen yoghurtpannenkoeken voor de lunch, en ik ben blij dat dat lukt zonder brandwonden.
Na de lunch gaan zowaar beide kindjes even slapen, waardoor ik nog even kan werken.

Donderdag 1 augustus

Ik heb de bestanden binnen voor een grote opdracht waar ik deze maand veel tijd aan zal gaan besteden. Altijd nogal overweldigend, dus eerst maar eens alles in een map zetten, de aandachtspunten doorlezen, een planning maken. Ik ben inmiddels zo gestrest door allerlei oorzaken dat ik besluit dat ik ook nog wel kan proberen om hulp te regelen voor m’n postpartumgebeuren. Ik weet zowaar voor binnenkort al een afspraak te maken. Ik denk wel dat het verstandig is, maar ik vind het echt verschrikkelijk.

Natuurlijk stop ik weer te laat met werken. Ik moet nog een keer kolven, dan langs de supermarkt en dan naar de crèche. Heel onhandig om met boodschappen en al op de crèche te verschijnen, maar het scheelt wat tijd. D.’s juf is zo lief, ze probeert me overal mee te helpen, terwijl ze daar alleen is. Ze biedt zelfs aan om S. nog te verschonen, omdat dat wat lastig is voor mij met D. in de draagzak, waarop de andere kinderen van de gelegenheid gebruikmaken om met klei te gaan gooien…

Vrijdag 2 augustus

Ik moet nu echt een beetje doorwerken aan die ene opdracht die ik begin volgende week moet inleveren. Het is allemaal nog perfect mogelijk, maar het moet wel vandaag zo’n beetje gebeuren. S. en M. gaan even snel samen boodschappen doen terwijl D. slaapt. Dan is er even een vrij rampzalig moment. Ten eerste ontdek ik nu ineens nog een probleem in mijn opdracht dat ik niet zelf op kan lossen. Ik moet het dus al bijna inleveren en de redacteur is op vakantie. Daarna wordt D. wakker en meteen daarna melden de glazenwassers zich, waardoor ik D. niet echt kan voeden, omdat ik het niet zo prettig vind als vreemde mannen daar vol zicht op hebben. Ik ben dan ook erg blij als M. en S. terugkomen. Ik voed D. en besluit daarna de uitgeverij te bellen om te overleggen. Helaas weten ze daar ook niet direct wat te doen en zijn meerdere mensen die het zouden kunnen weten ook op vakantie. Op hun aanraden mail ik iemand en ik besluit verder dan maar gewoon te doen wat ik wel kan doen. Ik kom daar best een eind mee vandaag.
D. eet sinds deze week ineens wat appel of peer. Soms.

Zaterdag 3 augustus

We bezoeken vanmiddag M.’s oma en blijven daarna eten bij M.’s moeder. S. gaat nu vaak niet meer slapen onderweg en als ze niet slaapt, zeurt ze dat ze niet lekker zit en schopt ze tegen de voorstoel. Wij genieten uitgebreid na met de cd van Fun Home (het Amerikaanse origineel, uiteraard). Oma heeft naar de Canal Parade gekeken op tv. S. krijgt frambozen van haar. D. houdt haar vinger stevig vast. We zijn blij dat we haar weer even hebben gezien, ook al vraagt ze ineens waar we ‘zulke rare namen’ (van de kindjes) toch vandaan hebben. Ze beweert dat vroeger zo ongeveer iedereen heette zoals zij. Ik concludeer dat ze dan vroeger vast vaak met naamgenoten in de klas zat. Nee, dat niet. Dat soort dingen mogen als je 95 bent.
‘s Avonds thuis kijken we Showponies af. Het gedeelte na de pauze blijkt een stuk minder boeiend dan dat ervoor. Sinds ‘Geen liedje’ van Claudia de Breij is er niets veranderd. We hebben programma’s opgenomen waar we het zo ongeveer de rest van het jaar mee moeten doen.

Zondag 4 augustus

We gaan met mijn zusje en tante ergens ontbijten. S. is verdrietig omdat ze daarvoor niet ook nog een boterham met stroop mag. Het ontbijt was daar beter toen M. en ik er samen naartoe gingen. Iemand die boven het plein woont heeft besloten dat het hele plein urenlang mee mag genieten van zijn muzieksmaak. S. plast in haar broek. Gelukkig is M. de vergeten luiertas nog gaan halen. Het is wel gezellig. Na het ontbijt kiest S. een paraplu uit omdat ze weer een stickerkaart vol heeft. Ik ben ervan overtuigd dat ze precies deze parapluutjes ook gebruikten in dat ene nummer uit Fun Home.
Ik heb ’s middags een momentje achter de computer om te bloggen, M. ergens mee te helpen en die grote opdracht alvast voor te bereiden (wat vooral neerkomt op checken of het aantal woorden klopt, aangezien ik daar mijn planning op baseer).
S. roept ons weer veel ’s avonds. Maar ze zegt ook dat ze van ons houdt.

Fun Home

Vorig jaar zijn M. en ik naar de musical Fun Home geweest in Londen. Fun Home is gebaseerd op de gelijknamige graphic novel van Alison Bechdel. Dat boek is zo goed, Are You My Mother? ook en de musical ook, en nu kwam de voorstelling ineens toch naar Amsterdam (geproduceerd door OpusOne). Wij moesten en zouden er dus heen. De speelperiode duurt nog niet eens twee weken, tijdens Pride, want… waarom eigenlijk? Blijkbaar is de voorstelling commercieel niet interessant genoeg. Omdat de hoofdrolspelers gay zijn? Ik begrijp het niet, ik zit vrijwel altijd naar hetero’s te koekeloeren het is zo’n prachtige voorstelling. In New York begonnen ze ook off-Broadway, maar wonnen ze vervolgens wel vijf Tony’s en in Londen was het ook in een theater buiten West End, maar hier framen ze het wel heel extreem als een voorstelling voor een bepaalde doelgroep. Als iemand tot die doelgroep hoort ben ik het wel, dus ik weet het verder ook niet, maar ik vind het wel heel zonde, want ik denk dat veel meer mensen dit mooi zouden vinden dan de mensen die het nu gaan zien.

Hier vind je de trailer. Ga ik nu even uitgebreid fangirlen, met spoilers en al.

Lees verder Fun Home

Lief Dagboek (3)

Maandag 22 juli

D. hoest nu ook. Ik ben zo laat op de crèche dat ze al bijna fruit gaan eten. S. vraagt aan alle juffen of die haar speldje hebben gezien. Helaas is dat niet zo, maar ik ben trots dat ze het zelf vraagt. Zo vaak is het: ‘Nee, jij moet het vragen!’ Dat zou ik zelf ook nog steeds het liefst tegen iedereen zeggen, dus ik snap dat wel.
Op de terugweg gun ik mezelf het begin van El Tarangu. Ik heb weining met wielrennen, maar deze podcast is gemaakt door SCHIK, van mijn lievelingspodcast Bob, dus dit móét ik horen. En het begin stelt zeker niet teleur, al dwing ik mezelf om thuis meteen te stoppen met luisteren. Aan het werk!
We besluiten eerst nog eens zelf te kijken of we het wastafelprobleem op kunnen lossen. Ik kom erachter hoe de lades eruit moeten, dat is al iets. Ik doe ’s ochtends al boodschappen en schrijf ook nog even. Er zijn grenzen aan wat je op een dag kunt doen.
Ik moet ’s middags naar het ziekenhuis. Eindelijk. Het ligt ook aan mij dat het zo lang heeft geduurd, maar zeker niet alleen aan mij. Ik was naar de huisarts gegaan met wat klachten na mijn zwangerschap. Huisarts in opleiding had geen idee, deed er na overleg ook heel laconiek over, maar er moest wel iets uitgesloten worden in het ziekenhuis. Eenmaal thuis leek het me niet iets om heel laconiek over te doen, maar goed, eerst maar eens naar het ziekenhuis. Bellen voor een afspraak. ‘Wilt u dan naar Baarn of naar Nijkerk?’ Eh, wat dacht u van dat enorme nieuwe ziekenhuis dat jullie op fietsafstand van mijn huis hebben gebouwd? Nou, dat ging zomaar niet. Ik was stomverbaasd, waardoor ik vasthield aan Amersfoort en pas zes weken later terechtkon. Uiteindelijk ben ik alsnog wel blij dat ik niet helemaal naar Baarn of Nijkerk ben gegaan voor die twee seconden, want het stelt dus echt niks voor. Wat uitgesloten moest worden wordt uitgesloten, wat ik zelf al dacht wordt bevestigd. Dag eigen risico. Nu wachten tot de huisarts deze uitslag ook binnen heeft en dan daarheen bellen.
S. heeft wonderbaarlijk veel energie als ik haar van de crèche kom halen, maar trekt uiteindelijk wel zelf haar sandalen aan. D. heeft over een juf heen gespuugd omdat ze moest hoesten. En een voeding over, wat altijd irritant is, want die kan ik niet opnieuw invriezen.

Dinsdag 23 juli

M.’s moeder komt oppassen, ik werk op zolder en voed D. tussendoor. Het gaat eigenlijk heel goed allemaal.
Aan het eind van de middag mag S. in het badje in de tuin. Zowaar een ontspannen moment, met S. in het badje en D. op een kleed in de deuropening, zodat ik ze allebei tegelijk in de gaten kan houden.

Woensdag 24 juli

Zo vroeg mogelijk boodschappen doen. S. heeft weer een stickerkaart voor op het potje poepen vol (ze wil nog steeds een nieuwe en het gaat ook nog niet altijd goed, dus we gaan nog maar even zo door). Ik kijk of ik ergens een cadeautje vandaan kan halen, een waterspeeltje of zo, maar ik vind niks geschikts. S. houdt zich wonderbaarlijk goed. Ze mag kiezen naar welke supermarkt we gaan en wil daar graag een klein karretje. Dat vind ik heel irritant als we met de kinderwagen ben, maar vooruit dan maar. Als we het karretje terug willen zetten, blijken alle karretjes verdwenen en blijkt ook dat er geen punt is om het eerste karretje aan vast te maken. Oftewel: we kunnen ons muntje niet terugkrijgen. Een andere moeder wil het karretje van haar kind aan dat van S. vastmaken en snapt niet dat ik geen zin heb om met twee karretjes opgescheept te zitten. Daarop probeert ze het kleine karretje aan de grote karren vast te maken (door het op te tillen) en dát trekt eindelijk de aandacht van een caissière: ‘Dat gaat niet werken, hoor mevrouw.’ Zo klantvriendelijk als ze daar toch altijd zijn… Ik had er een winkelwagenmuntje in gedaan en krijg een ander winkelwagenmuntje van haar, dus we kunnen vertrekken. Ik had liever m’n eigen winkelwagenmuntje gehad. Het is maar een winkelwagenmuntje.
S. begrijpt niet waarom ze niet midden op de dag in de felle zon in het badje mag. Later op de middag is er meer schaduw in de tuin en mag ze het wel van mij, maar doordat ik hardop heb overwogen om D. dan mee naar buiten te nemen in haar slaaptentje, zodat de achterdeur dicht kan blijven, wil ze nu alleen nog maar in een tent. Ik maak er een voor haar onder de eettafel met een oud gordijn. Er moet een kleed in, een kussen, een krukje als tafel, en op dat krukje moeten dan een bekertje water en een doosje rozijntjes. D. vindt het best lang prima om voor de ‘ingang’ op het kleed te liggen.

Donderdag 25 juli

Het is steeds te warm om de oven te gebruiken en granola te maken, dus nu maken we overnight oats als we er op tijd aan denken. Het worden al een keer early morning oats, aangezien we toch steeds ’s nachts in de weer zijn met kindjes die het te warm hebben.
Vandaag gaan ze weer naar de crèche. Ik maak me toch een beetje zorgen of ze daar wel goed met de hitte kunnen omgaan, maar het is daar niet per se warmer dan thuis en ik moet gewoon werken. S. heeft zich helemaal verheugd op dat ze D. naar haar groep gaat brengen, maar als we aankomen blijkt er maar een groep open te zijn. Daar is het vrij druk, dus S. moet even acclimatiseren. De juf van D. lijkt gelukkig goed op de hoogte van wat en hoe ze D. kan laten drinken. Met de grotere kindjes gaan ze zelf perenijsjes maken en ijsjeskleurplaten versieren. We krijgen later de schattigste foto’s doorgestuurd. Niet dat S. nooit de kans krijgt om iets te doen, maar ik verbaas me vaak toch nog over wat ze allemaal al zelf kan.
Ik probeer zo goed mogelijk te werken. En besluit toch nu alweer opdrachten af te wijzen, zodat de kans dat ik mezelf weer als vanouds over de kop werk hopelijk iets kleiner is. Het blijft allemaal heel lastig. Een wending pakt voor mij waarschijnlijk wel goed uit, en ik kan een prachtig compliment doorappen naar M., maar aanvankelijk zit ik toch wel weer even van ‘O. Oké. En nu?’
S. komt keihard op me afrennen op de crèche om me een knuffel te geven. D. kan slapend worden overgeheveld in de kinderwagen. S. wil haar sandalen weer niet aan, maar als ze ze eenmaal aanheeft is ze een enorme bikkel bij het naar huis lopen, had ik niet verwacht. Ik maak me zorgen dat D. het te warm heeft in de kinderwagen, maar ik kan er niet veel aan doen. Ik ben blij als we thuis zijn. Binnen is het niet om uit te houden, maar altijd nog minder warm dan buiten.
Ik mag zowaar van S. een aflevering van Het Zandkasteel uitzoeken die we nog niet hebben gezien.

Vrijdag 26 juli

Kort nachtje, want te warm en te veel gepieker. Dan maar vroeg beginnen met werken. Maar goed ook, want om kwart over negen besluit de directeur van Verhalenloket al dat het niet meer verantwoord is om op zolder te werken. Ik mag op M.’s laptop in de woonkamer, maar dat is niet ideaal. Daarnaast wil D. natuurlijk extra drinken als het zo warm is. Dus maar even zien hoe het gaat. M. gaat D. in bad doen met S., en aangezien D. weer lekker aan het spetteren is, frist S. meteen ook een beetje op.
Ik ga de huisarts bellen. De computer van de assistente loopt vast, maar daarna gaat ze omstandig uitleggen wat ze me in het ziekenhuis ook al hebben verteld. ‘Moet er nu verder nog iets?’ vraagt ze dan. Ik vertel wat ik wil. Daarvoor moet ik met de huisarts overleggen. Hij zal mij bellen. We moeten nog naar het consultatiebureau, dus ik spreek af voor daarna. Ik heb stress over of we wel op tijd op het consultatiebureau zullen zijn, aangezien iedereen nog uitgebreid moet worden ingesmeerd met zonnebrand en het toch ook wel prettig is om daar enigszins decent te verschijnen, maar het lukt allemaal prima. Onderweg blijkt dat ze dreigbrieven aan de nieuwe kliko’s hangen. Nu zagen S. en ik van de week nog allemaal uienschillen en eierschalen uit een papiercontainer komen toen die omviel, dus het zal nodig zijn zeker.
Op het consultatiebureau is alles in orde. D. is weer goed gegroeid, al is haar hoofdje relatief klein. Ze is wakker geschrokken en aanvankelijk niet zo blij, maar later lacht en trappelt ze vrolijk naar de dokter. Het is dan ook een vriendelijke dokter. De dokter vraagt of ze het gesprek op mag nemen voor supervisie. Dat mag van ons, maar ik vraag me af of de opname bruikbaar zal zijn. Zou zomaar kunnen dat je alleen S. hoort babbelen. Ik hoop dat het niet getranscribeerd hoeft te worden! We hebben het wel nog even over het eten. D. mag al een heleboel, maar ze eet eigenlijk nog niks, ze werkt alles wat we aanbieden zo snel mogelijk weer naar buiten. We maken ons er niet echt zorgen over, S. deed precies hetzelfde op haar leeftijd (en vraagt nu juist steeds of ze op mag eten wat D. niet hoeft), maar het is wel fijn om het nog even te bespreken. Misschien wil ze het wel meer zelf pakken.
Uiteraard belt de huisarts vroeger dan afgesproken en mis ik zijn telefoontje. Ik heb een voicemailbericht, maar mijn voicemail staat helemaal niet ingesteld en dat wil ik ook niet. Ik bel de praktijk weer, ze zullen vragen of hij het later nog eens wil proberen.
Ik probeer nog wat te werken. Alles wat ik vandaag doe vind ik heel goed van mezelf. Ik besluit wel om er maandag nog even iets minder oververhit naar te kijken.
De huisarts belt terwijl ik net de schrijfpodcast aan het luisteren ben. Volgens hem had de assistente niet doorgegeven dat hij me pas vanaf een bepaald tijdstip kon bereiken en heeft hij een heel verhaal gehouden op mijn voicemail. Hij legt omstandig uit wat de assistente en die vrouw in het ziekenhuis me ook al hebben uitgelegd, maar dan met meer medische termen. Ik vind het een heel vervelend gesprek, want hij geeft me het gevoel dat ik dom ben. Volgens hem hebben mijn klachten niets met elkaar te maken en is wat ik wil dan ook geen optie. Het ene zal uit zichzelf misschien nog wel verbeteren en het andere is weliswaar vervelend, maar heeft absoluut niks met het ene te maken (in alle info die ik heb gevonden wordt dit aan elkaar gekoppeld). Maar goed, ik heb toch geen verwijzing nodig, dus ik moet dan zelf maar even kijken wat ik doe, dag hoor. Ik heb weinig met alternatieve geneeswijzen, maar ik begrijp steeds beter waarom mensen daarmee bezig gaan. Als er dan wél naar je wordt geluisterd… Ik voel me even ontzettend alleen en verdrietig.
Ik voel me ook opgesloten, want het blijft erg warm in huis voor iedereen. ’s Avonds zit ik meer op mijn telefoon en eet ik meer tijgernootjes dan goed voor me is.

Zaterdag 27 juli

Weer slecht geslapen, ik sta om 5.30 uur al op om nog meer ramen open te zetten (helpt helaas niet veel) en te bloggen. Ik print de tickets voor Fun Home en blijk toch nog antwoord te hebben gekregen op mijn mailtje aan de schouwburg over daar kolven. Ter plekke weten ze er nooit iets van, of je nu wel of niet van tevoren gemaild hebt, is mijn ervaring, en toch vind ik het fijner om van tevoren even te mailen.
Ik had een tijdje terug een mailtje gekregen van een webwinkel dat de klok waar ik al meer dan twee jaar verliefd op ben (de Time Talks van Karlsson) op voorraad was, maar dat blijkt uiteindelijk nu toch niet zo te zijn. Het leek me al te mooi om waar te zijn, dat ding is nergens meer te krijgen, maar ik had hem toch besteld, want dat is gewoon dé klok. Toch jammer.
Ik ga vanochtend naar C. en J. in Utrecht. D. gaat mee, omdat ik anders moet kolven. Het is helaas wat warmer dan eerder deze week werd voorspeld, maar ik doe D. toch in de draagzak, want ik vind het ov met kinderwagen niet te doen, zeker niet in je eentje. Ik ben zowaar op tijd bij de bushalte. Ik kom graag in Utrecht. Dat is nu ook niet moeilijk meer, want ik kom er nu eigenlijk altijd voor leuke dingen.
Het is gezellig met C. en J., ook al is het confronterend dat ze zo’n totaal ander leven hebben dan ik, als bèta’s zonder kinderen. Hoe graag ik ze ook mag, ze maken per ongeluk mijn werktwijfels alleen maar groter. D. is gelukkig goed te pas, ze lacht de hele tijd en rolt linksom en rechtsom op haar buik. Dat had ik nog niet gezien.
Als ik weer naar huis ga, heb ik ergens zin om nog van alles in Utrecht te gaan doen, maar ik weet niet wat precies, want buiten is het toch wel weer erg warm, voor mezelf shoppen gaat niet echt met de draagzak en vind ik ook nog heel lastig met een ontzwangerend lijf, en D. gaat het waarschijnlijk ook niet superlang volhouden in de draagzak. Dus ik koop een ijsje (oké, ik koop meteen maar een witte Magnum met stukjes koek) en ga meteen naar huis. Ik heb het erg warm onderweg en er vliegt steeds een wesp in onze buurt in de bus, dus ik ben weer blij als ik thuis ben. Alwaar D. vrijwel onmiddellijk haar leuke pakje onderpoept. Dat pakje hadden we voor S. gekocht in Denemarken, maar heeft zij uiteindelijk niet gedragen omdat het zo zomers is. Nou ja, nog een geluk dat D. niet in de draagzak poepte.
Ondanks de hitte maak ik een quiche van filodeeg met tuinbonen, groene asperges en spinazie. We wilden weten of tuinbonen inderdaad zo smerig waren als we ons herinnerden. Dat bleek mee te vallen. Natuurlijk wil S. nu steeds de ‘nieuwe’ aflevering van Het Zandkasteel zien.

Zondag 28 juli

We gaan eindelijk naar Fun Home in Amsterdam! Daar wil ik nog een aparte blog over schrijven, maar als je deze week nog kunt gaan, zou ik het zeker doen.
We kunnen rustig opstarten, ik probeer wat aan een sjaal te haken waar ik ooit nog eens het patroon van wil publiceren, maar ik zit in een saai stuk en heb het idee dat mijn schouder haken nog minder leuk vindt dan breien, dus of en wanneer ik ‘m ooit af ga hebben…
R. en C. komen op de kindjes passen. Ik hoopte eigenlijk dat C. iets zinnigs zou kunnen zeggen over mijn medische toestand, maar dat is helaas niet zo.
De berichtgeving was verwarrend, maar onze trein naar Amsterdam rijdt gelukkig gewoon. We wilden zo graag naar Fun Home dat we bang waren dat het wel weer niet door zou gaan, dus ik ben blij als we in Amsterdam zijn. Het is fijn om even weg te zijn met M., en ook om overal regenboogvlaggen en -etalages te zien. We ruilen de nieuwe bikini van S. nog even om voor een maatje groter en zijn op tijd bij de schouwburg om nog even iets te kunnen drinken.
We hebben kaartjes voor rij 4, maar dat blijkt de eerste rij te zijn. Dat was volgens ons niet zo toen we de kaartjes boekten, maar goed. We hebben de voorstelling vorig jaar in Londen ook gezien, dus het is niet zo heel erg dat we een paar details missen vanaf hier. En daar staat natuurlijk tegenover dat we er met onze neus bovenop zitten. Het is prachtig, ook al moet ik op een gegeven moment zo discreet mogelijk hoesten en M.’s flesje water vragen omdat ik mijn rugzak met kolfspullen bij de garderobe heb moeten inleveren. Ik dacht dat ik het nu misschien wat beter zou trekken, maar ik ben weer in tranen bij het einde.
Na afloop gaat het heel soepel. Iedereen is zonder jas, dus er is amper iemand bij de garderobe (de garderobemevrouw heeft een breiwerkje klaarliggen) en er wordt razendsnel een kolfplek geregeld, een man vraagt of ik even wil wachten op iemand die me erheen kan bren- o, daar is hij al. Ik kan kolven in een kantoortje waar blijkbaar ook vaak een hond vertoeft, aangezien er een bakje water en diverse tennisballen rondslingeren. Maar die hond is er nu niet, dus prima. M. en ik hebben net besloten dat we ons ‘bewust huisdiervrij’ gaan noemen. Er komt iemand zingend van de trap af, misschien is het wel een van de spelers. Ik vind het altijd lastig als ik op een onbekende plek moet vragen of ik ergens kan kolven, het is zo fijn als mensen gastvrij reageren.
We gaan naar huis, het is druk in het ov en het duurt best even voor we weer op het station zijn. We halen friet op weg naar huis. Als we thuiskomen blijkt S. ingestort te zijn en in bed te liggen. Als we haar wakker maken, is ze compleet overstuur. Zo zielig, dan is het haar gewoon te veel dat wij er niet zijn en dat ze de hele tijd lief moet zijn. Niet dat ze van mij de hele tijd lief moet zijn, ik probeer er ook echt op te letten dat ik niet ‘lief zijn, hoor’ zeg (dat was bij ons thuis vroeger zo’n beetje de standaardgroet), maar ik denk wel dat ze dat probeert. Ik voel me daar dan schuldig over, maar ik kan moeilijk altijd bij haar zijn. Ik wil soms ook iets anders doen en ze heeft het ook heus wel naar haar zin met/bij anderen en dat is ook leuk voor die anderen, maar… pfoe, het is gewoon ingewikkeld. Gelukkig knapt ze weer een beetje op bij het frietjes eten.
Het water in de wastafel loopt nu helemaal niet meer weg, dus ik wil er eigenlijk nu nog iets aan proberen te doen, hoe moe we ook zijn. Als ik de sifon eraf haal, komt er enorm veel troep uit. Dat is ook meteen het enige onderdeel dat ik eraf krijg, dus hopelijk is het hiermee opgelost.
D. heeft al een hele tijd niet geslapen en ze kan bijna geen honger hebben, maar ze gaat pas slapen nadat ik haar heb aangelegd, wat ook wel weer heel lief is. We doen niet veel meer voor we gaan slapen.

Lief Dagboek (2)

Maandag 15 juli

Nog niet beter, maar beter genoeg om te doen wat moet. De kindjes naar de crèche brengen. Werken. Ik probeer het wel zo prettig mogelijk te maken met thee met gember, honing en citroen, een sjaal en een berg keelsnoepjes en dropjes. Het werk zelf is niet zo prettig en frustreert me alweer als vanouds. Zeker als het over geld gaat. Voor iedereen die roept dat ‘we’ gewoon beter moeten onderhandelen en dat we anders waardeloze beunhazen zijn: ga het maar eens een paar jaartjes proberen in dit vak, praten we daarna verder. ’s Middags besteed ik veel te veel aandacht aan een mailtje aan een organisatie die lekker heteronormatief bezig was. Ze reageerden daar prima op, maar mijn antwoord op hun vragen was nog blijven liggen doordat ik ziek was.
Aan het eind van de middag heb ik best wat gedaan, maar heb ik alsnog stress, want ik moet nog boodschappen doen en de kindjes op tijd ophalen en ik heb de kaart voor een ziek familielid in een brievenbus gegooid waar bij nader inzien niet op blijkt te staan wanneer hij wordt geleegd, waardoor ik me afvraag of hij nog wordt geleegd. Als hij buiten gebruik is, zullen ze dat er toch wel op zetten? Als ze ’m weg gaan halen, zullen ze alles wat er dan in zit toch nog wel bezorgen? Waar je je al niet mee bezig kan houden.
Op de crèche heeft D. uiteraard gerold. Ze zeggen dat ze het heel goed doet daar, dat maakt me blij (ook al vind ik het nog steeds niet leuk om haar erheen te brengen). S. had een beetje een eigenwijze bui en zegt dat ze het zo jammer vindt dat ze alweer niet ‘naar de grote peuters’ (inpandige peuterspeelzaal) mocht. De juffen zeggen dat ze er na de vakantie vaker heen mag. Ze is tot nu toe pas twee keer geweest, omdat de groepen vol zitten met kindjes met een VVE-indicatie. Als er nog plek is, mogen de oudste kinderen van de crèche eerst, en daar hoort S. nog niet bij. S. heeft het niet nodig, hebben ze ons letterlijk gezegd. Dat denk ik ook niet, maar ik vind het wel leuk en goed voor haar, en we vonden het juist zo handig dat bij deze crèche een peuterspeelzaal hoort. Ik vind wel iets van het ideaal dat alle kinderen zo lang mogelijk samen naar school gaan en dat dat voor alle kinderen het allerbeste zou zijn, laat ik het daarop houden.
Ondertussen speelt S. met de poppen ons halve leven na op de crèche. ‘S. gaat heel erg op in haar spel als moeder.’ Verder denken ze daar nu dat we supergezond eten (dat valt tegen) omdat ze steeds groente klaarmaakt voor de juffen en omdat ze had gezegd dat ze van ons geen vruchtenhagel op brood mocht (we hebben het zelden in huis en geven haar geen chocoladehagelslag, maar als ze het een keer hebben op de crèche, mag ze het best kiezen).
Naar huis lopen met S. was echt gezellig, en D. at thuis zowaar een heel klein beetje pompoen. ’s avonds weer de schrijfpodcast geluisterd/gedaan, gemopperd op mijn zere schouder en een aflevering van 63 Up gekeken. Ik heb er al eerder wat van gezien en het is echt een mooi project. En een uitstekende herinnering aan het feit dat niemand op z’n sterfbed ooit zegt: had ik maar meer gewerkt.

Dinsdag 16 juli

We moeten wat dingen kopen in het winkelcentrum. Rompers en een slaapzak voor D., extra bakjes voor afgekolfde melk. Die ene theïnevrije thee die de ene supermarkt ineens niet meer verkoopt. M.’s chocoladepasta. Het gaat redelijk, met D. in de draagzak en S. aan de hand. Alleen krijgt S. thuis een enorme driftbui omdat we bolletjes hebben gekocht voor de lunch en het niet onmiddellijk tijd is om te lunchen. Supervermoeiend, al vind ik het wel hilarisch dat ze me over probeert te halen met: ‘Van Aap mag het wel.’
Ik hoop wat rust te krijgen tijdens haar middagslaapje, maar door een poepincident komt daar weinig van terecht, en de boodschappen worden bezorgd. S. is snel weer op en wil heel graag nog naar de speeltuin, dus dat doen we dan maar. Het is druk in de speeltuin, en soms ongemakkelijk met de andere ouders. Maar S. vermaakt zich goed (helaas wel vooral terwijl ik de diverse schommels duw).
Ik heb D. vandaag eindelijk zien rollen! Mijlpaal, hoor. En ze begint ook haar eigen voeten te ontdekken.

Woensdag 17 juli

De kindjes gaan naar opa en oma, zodat ik kan werken. Het is op dit moment verschrikkelijk onpraktisch, want de enige realistische optie is om ze met de auto te brengen, inclusief kinderwagen en alle spullen die twee kinderen op een dag zoal nodig kunnen hebben. De kinderwagenbak past maar net tussen de maxicosi en het stoeltje van S., en het is gewoon ongelooflijk veel gedoe om in je eentje alles en iedereen te vervoeren.
Als ik eindelijk kan gaan werken, krijg ik slecht nieuws. Altijd lastig als mensen niet zien wat je kunt. Of dat op zich wel zien, maar het niet kunnen of willen waarderen. Misschien is dat nog wel lastiger. Ik vind het in ieder geval veel makkelijker om alles te geven dan om concessies te doen en dan toch nog iets te leveren waar iedereen tevreden over kan zijn. Maar ik moet ook aan mezelf denken. Ik moet veel meer aan mezelf denken.
O, en een van de theatervoorstellingen die we voor het nieuwe seizoen hadden geboekt, gaat niet door. En we zijn weer in gevecht met fruitvliegjes.
Aan het eind van de middag is het tijd om de kindjes weer op te halen. Halve volksverhuizing de andere kant op, in de spits op de rondweg en tot twee keer toe mislukt het parkeren in de straat omdat er te veel verkeer van beide kanten aankomt om te kunnen fileparkeren. S. heeft niet geslapen, valt uiteraard in de auto in slaap en krijst na aankomst de hele boel bij elkaar. En ik moet nog koken, omdat ik niet nog minder werktijd wilde overhouden door dat alvast te doen voor ik ze op ging halen. Dan lukt het gewoon niet om te denken: Oké, de auto heeft een legale plek, er is niets beschadigd, er is niemand gewond geraakt en morgen overdag lukt het heus wel weer om hem naar een betere plek te verplaatsen. Zoveel stress. De gnocchi zijn uiteindelijk lekker, maar zoveel stress. En dan ’s avonds nog weer alle spullen pakken voor de crèche en proberen wat dingen op te ruimen omdat de schoonmaakster de volgende dag komt.

Donderdag 18 juli

In de stress vergeten om melk voor D. uit de vriezer te halen, dus die moet bevroren mee. Superonhandig voor de juffen. Het kost ook veel moeite om de kindjes nog enigszins op tijd op de crèche af te leveren. S. is wel heel blij dat haar lievelingsjuf er vandaag nog is, hierna gaat ze op vakantie. Bij thuiskomst meteen de auto verplaatst. Voor zover het allemaal lukt met de schoonmaakster in huis gewerkt en gekolfd. Weer stress om op tijd boodschappen te doen, de plaattaart alvast te maken en op tijd weer bij de crèche te zijn. Ook stress over het werk, trouwens. Onderweg wel gezien dat de info over het lichten van de brievenbus is gewijzigd, dus er gebeurt nog wat daar. D. heeft slecht geslapen op de crèche en S. had nog veel langer appelflapjes willen maken. Ze heeft wel een roltoeter gekregen van de stagiaire die afscheid nam. Het rolgedeelte is er inmiddels al af, maar ze is er dolgelukkig mee (ik iets minder). In alle heisa weer vergeten dat ze met een haarspeldje naar de crèche ging en dat dat ding nu weer nergens te bekennen is. De lievelingsjuf heeft wel haar haren weer prachtig ingevlochten. Thuis duurt het alsnog te lang voor we kunnen eten omdat de plaattaart nog in de oven moet.

Vrijdag 19 juli

De schoonmaakster heeft misschien te veel troep proberen weg te gooien in de wastafel. In ieder geval loopt het water weer niet goed meer weg. En de truc met soda, azijn en kokend water werkt vooralsnog niet. O, en de wastafel zit in een wastafelmeubel, waardoor het ook niet evident is (voor ons) om de boel open te schroeven. Argh. Ongeacht de oorzaak zit ik meteen alweer helemaal in de ‘dan nemen we wel geen schoonmaakster meer’-vibe, want ik vind het dus heel lastig om een schoonmaakster te hebben (en te vinden ook), hoe goed we ook wat hulp in het huishouden kunnen gebruiken. Ik ben ook degene die overal mee zit, ik snap dat het fijn is om in een lekker schoon huis thuis te komen.
Ook vandaag is weer een werkdag, met voedingen tussendoor, want ik heb een hekel aan kolven en waarom zou ik kolven als D. en ik allebei thuis zijn? Voeden kost ook niet per se veel meer tijd dan kolven, maar natuurlijk is het drukker met de kindjes thuis, je gaat toch sneller ook even een luier verschonen of een boekje voorlezen als M. even iets moet doen.
’s Avonds komt C. eten en dat is leuk, al is het dan midden in ons spitsuur. D. en S. slapen later op de avond allebei een tijdje, maar moeten daarvoor wel van alles. De mensen die uiteindelijk overblijven, zullen onze echte vrienden zijn (uiteraard moeten we hier zelf ook nog een beetje ons best voor doen!).

Zaterdag 20 juli

Matige dag. Chagrijnig over de wastafel, nog altijd aan het hoesten, bezorgd over m’n lichaam na twee kinderen, even geen zin in die twee kinderen (van wie eentje de hele dag om eten zeurt), gepieker over werk en bepaalde relaties… Erg moe uit de week gekomen en dan vind ik het vaak lastig dat alles in het weekend gewoon doorgaat, dat ik vaak niet eens een weekendgevoel heb.
Uiteindelijk sleept M. me ’s middags naar het winkelcentrum, we kopen Nog even achter mijn oortjes kriebelen en nieuwe stickers voor S. De experimentele lasagne met andijvie, pompoen en cottage cheese is niet heel denderend, maar ook niet echt vies. De avond verloopt oké. S. heeft weer geen middagslaapje gedaan. Dat zorgt meestal voor veel drama in de loop van de middag/avond, maar het zorgt er nu ook voor dat ze ons niet de hele tijd gaat roepen voor water/verhaaltjes/boekjes/knuffels/liedjes/wat ze verder maar kan verzinnen. En ik brei weer een beetje, aan deze trui. De achterkant is volledig in tricotsteek (saai), mijn schouder is nog steeds niet helemaal wat ’ie wezen moet en ik was/ben m’n knitting mojo ook wel een beetje kwijt door al het commentaar online. Nu nog nieuwe patronen, want daarmee wil het nog niet zo vlotten. Ideeën genoeg, niet genoeg tijd om ze uit te werken.

Zondag 21 juli

Ik en S. bakken deze koekjes omdat L. en haar twee kinderen langskomen. We hebben ze al vaker gemaakt, ze zijn relatief verantwoord en goed te doen met een meehelpende peuter (niet moeilijk, het duurt niet te lang, het kan geen kwaad als ze per ongeluk iets opeet enzovoort).
L.’s bezoek is kort maar krachtig, en daarna is de ochtend alweer om. M. werkt wat in de tuin, ik probeer ook nog wat onkruid te verwijderen. Er zijn zowaar een tijdje twee slapende kinderen, dus ik kan ook nog even achter de computer. Als S. weer wakker is en de koekjes op zijn (nu stopt S. in ieder geval met erom zeuren), zegt ze dat ze de bel hoort. Ze heeft gelijk, want er staat familie van de man van mijn moeder voor de deur. Ze wonen ver weg, maar waren vandaag in de buurt en nog niet op kraambezoek geweest. Na ruim vijf maanden krijgt D. dus ineens nog twee keer op een dag kraambezoek, haha. Als ze weer weg zijn, gaat M. nog naar de speeltuin met S., ik ga koken. D. heeft de smaak van het rollen helemaal te pakken, alleen valt een voeding daardoor verkeerd en spuugt ze de hele box en zichzelf onder. Ze spuugt echt weinig, véél minder dan S., maar als ze dan een keer spuugt, ben ik gelijk bang dat ze veel meer zal gaan spugen (en huilen, want dat deed S. ook veel meer).
Na het eten probeert M. een beetje op te ruimen. Ze gooit wat speelgoed in het loopschaap, maar daar is S. het niet mee eens: ‘Nee, dan kan de Octopus niet meer in bad!’ Juist. S. moet douchen en wil dat heel graag met mij samen doen, dus dat doen we. Van tevoren begint ze ineens gekke bekken te trekken in de spiegelende toiletrolhouder. Later doucht M. met D. Ik droog D. af, maar ik kom er nog niet aan toe om haar aan te kleden, want ze heeft honger. Ik laat haar drinken met alleen haar luier aan, huid op huid als een newborn, en daarna doen we nog het spelletje van ‘Dit is jouw neus, dit is mijn neus, D.’s neus en mama’s neus!’ Dat vindt ze zo grappig, en het is echt een fijn momentje.
We kijken de documentaire De kast, de kerk en het koninkrijk terug, over gelovige homoseksuelen. Heel interessant, en bij vlagen zeker ook ontroerend.
Dit keer vergeet ik D.’s melk niet.

Lief Dagboek

Maandag 8 juli

Dit leek een goede dag om ook een dagboekje te beginnen (mijn favoriete rubriek op blogs van anderen). Omdat ik echt iets overwonnen heb vandaag. Iets wat voor anderen waarschijnlijk niets voorstelt, maar voor mij wel. C. mocht na een onderzoek niet aan het verkeer deelnemen, dus heb ik haar opgehaald bij het ziekenhuis en naar huis gebracht. Dit was trouwens een concrete aanleiding om vier jaar geleden (toen reed ik helemaal niet) een aantal opfrisrijlessen te nemen en een auto te kopen. Dus ik ben superblij dat dat nu kan, maar ik heb er wel wekenlang over gestrest. Alleen rijden, parkeren in de parkeergarage, door Utrecht rijden in de spits, alles vond ik er doodeng aan. Maar ik heb het gedaan, en daarbij alleen een doosje van een cd gesloopt. En mezelf weer eens voor aap gezet omdat het fileparkeren voor ons huis aanvankelijk niet lukte (parkeren is vaak een klein drama hier in de straat).
’s Ochtends probeerde ik te werken en ’s avonds hing ik trots maar uitgeput op de bank, met cakejes die C. op de een of andere manier ook nog had weten te bakken. S. was wel weer naar de crèche, maar werd ‘s middags wakker met koorts. Dan moet ze eigenlijk worden opgehaald, maar ze had tegen de juf gezegd dat ik niet kon komen omdat ik naar het ziekenhuis moest (altijd handig, zo’n geïnformeerd kind), dus hadden ze M. gebeld, maar die kon er niet eerder zijn dan ze er al zou zijn, dus lieten ze het maar zo. We aten door al het gedoe pas laat, maar S. bleef maar zeggen hoe lekker het was (gekookte aardappelen, broccoli en zalm/vissticks, haute cuisine).

Dinsdag 9 juli

Slecht geslapen doordat S. nog steeds ziek is en D. 5 uur ’s ochtends tegenwoordig een prima tijdstip vindt om te ontwaken. We moeten boodschappen doen, hoewel S. opmerkt dat we geen brood hoeven te kopen, omdat we toch cakejes hebben. Hm, waar hebben we dat meer gehoord? Uiteindelijk besluit ik S. in de buggy mee te nemen naar de supermarkt en D. in de draagzak. Niet mijn favoriete vervoeroptie. Helemaal niet als S. in de supermarkt per se met een klein karretje wil lopen en ik ervoor moet zorgen dat ze niet tegen al te veel mensen aan botst, terwijl ik de lege buggy duw. Als we eindelijk terug zijn, is het alweer bijna tijd voor de lunch. S. is het er niet mee eens dat D. eerst borstvoeding krijgt. We hebben een lekker broodje gekocht in de supermarkt, maar ze eet het amper op, daaraan kun je merken dat ze echt nog niet lekker is. Na de lunch gaat ze slapen en dat probeer ik ook even te doen op de bank, maar al snel wordt D. weer wakker. Met haar op schoot lukt het nog wel om een stukje podcast te luisteren. Als de boodschappen worden bezorgd, is S. weer uit bed en mag ze eindelijk ook een cakeje. Daarna spelen we op de grond domino terwijl D. erbij ligt op een kleed en kijken we een tijdje in Nederland van Charlotte Dematons. Terwijl S. een filmpje kijkt (op dit moment meestal een onride van Carnaval Festival of een aflevering van Het Zandkasteel, vandaag Carnaval Festival), probeer ik alvast te koken. Als M. thuiskomt, is de pasta (met vegaspekjes, doperwten en ricotta) zowaar bijna klaar, en maak ik me zorgen omdat ik vlekjes heb gezien in S.’ nek en ik panisch ben voor hersenvliesontsteking. Gelukkig blijkt dat ze vooral aan haar nek heeft gekrabt en zien we er later niks meer van. Het douchen en naar bed gaan verloopt in redelijke harmonie, D. slaapt een poos in de kinderwagen en wij kijken een aflevering van De Campus Cup (inmiddels al afgelopen, maar wij lopen achter).

Woensdag 10 juli

Voor het eerst weer de constructie waarbij M.’s moeder komt oppassen en ik ga werken bij mijn moeder en haar man. Ik schiet best lekker op, vooral nadat mijn broertje ervoor heeft gezorgd dat het toetsenbord werkt. En al moest ik bij mijn ene opdracht al achter een ontbrekend stuk vertaling aan en moet ik er bij mijn andere opdracht nog achter zien te komen in hoeverre ik bepaalde dingen moet/mag/kan herschrijven.
Thuis bleek S. oma te hebben wijsgemaakt dat ze nog een cakeje mocht en dat ze de voor D. bestemde broccoli vast mocht opeten. Geslapen had ze ook niet, dus het was bij het avondeten echt wel klaar. Erg vermoeiend, zeker als je zelf ook al moe bent. Verder ook gewoon veel dingen die veel werk zijn, maar waar niet zoveel over te vertellen valt: poepincidenten, kolven, zooi enigszins proberen op te ruimen.

Donderdag 11 juli

Er zijn grenzen aan hoe vaak je kinderen in je gezicht kunnen hoesten en niezen zonder dat dat gevolgen heeft. Keelpijn. Hoesten. Hoofdpijn. Ook vandaag weer geen volledige werkdag. Zo frustrerend, het lukt zelden om echt meters te maken, zeker zolang ik nog borstvoeding geef (en dus moet kolven als D. er niet is). Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat borstvoeding voor ons het beste is en hoop ik er nog lang mee door te kunnen gaan.
Gelukkig is M. vandaag ook thuis, want we moeten vanmiddag weer naar het ziekenhuis met S. Die kan daardoor alleen ’s ochtends naar de crèche. Ze wil dat wel graag, want haar favoriete juf is er. We laten D. de hele dag gaan, zodat we die niet mee hoeven nemen naar het ziekenhuis. De afspraak verloopt redelijk, het kost wat stress om er op tijd te zijn en de wachtkamer is erg vol. Maar we zitten aardig op een lijn met de arts en hij stelt zowaar een open vraag in plaats van dat hij veronderstelt dat we zussen zijn. S. doet het goed, zegt na afloop dat ze het leuk vond bij de dokter en er hoeft nu even niks te gebeuren. We besluiten D. gelijk op te gaan halen en blijken een snelle route naar de crèche te volgen. Alwaar ze in de barbecuelucht zitten van de bso. D. heeft belachelijk lang geslapen op de crèche en goed gedronken, dus dat is fijn. Het valt me nog tegen hoe moeilijk ik het vind om haar weg te brengen. Ik loop naar huis met D. in de draagzak en de fiets aan de hand, M. en S. gaan vast vooruit. Ik ben erg moe als ik thuiskom en daarna gaat het bergafwaarts, ik ga niet veel later dan S. naar bed, ook al moet ik nog wel voeden.

Vrijdag 12 juli

Ik ben ziek, inclusief koorts. Nog een geluk dat het vandaag geen dinsdag is. Ik lig veel in bed, behalve als M. met de auto naar de garage is. ’s Middags lukt het om te douchen, maar ik sla het feestje van de buren over. S. heeft een waardeloze dag qua zindelijkheid. Ze is wel dolgelukkig met de ballon die ik voor haar opblaas, en D. vindt het ook fantastisch als ik en S. ermee spelen. Niet vergeten dat dat er ook is, twee giechelende kindjes.

Zaterdag 13 juli

Nog steeds ziek. M. gaat met S. naar gym, laatste keer voor de vakantie. Ik ben sinds de geboorte van D. pas een keer geweest, dus het gaat allemaal een beetje langs me heen. En sowieso, omdat ik ziek ben. Hele happen uit m’n weekend. Ik werk wel af en aan aan een gedicht voor een wedstrijd, lang geleden dat ik dat nog eens deed. Goed teken. We denken dat D. kan omrollen, maar we hebben het nog niet gezien (‘Had jij haar op haar buik gelegd?’ ‘Nee, jij?’). M. is alleen getuige van een mislukte poging, waarbij D. hard op haar hoofd valt, dus misschien durft ze nu niet meer. ’s Avonds kijken we naar de nieuwste vlog van Scarlet en Joyce. Er zit veel gesponsorde zooi tussen, maar we kijken toch omdat zij ook twee moeders zijn en hun kindje zo schattig is.

Zondag 14 juli

Nog steeds niet beter, ik word er steeds chagrijniger over. S. en M. gaan zomaar een stukje met de trein en ik zorg voor D. D. is meestal heel vrolijk, maar het is best moeilijk om voor een baby te zorgen als je eigenlijk wil slapen (vooral als die baby niet zoveel slaapt). Er is wel enige vooruitgang, want het lukt om deze hartige taart te maken als avondeten. D. traint haar buikspieren, ze tilt steeds haar hoofd op als ze in haar stoel zit of op haar rug ligt. Na het eten doen we haar in bad. S. wil supergraag helpen en is druk in de weer met een washandje en bekertjes. D. trappelt keihard met haar beentjes, na afloop is S. doorweekt. Ach ja. Als S. in bed ligt, bestellen we boodschappen. We proberen sinds een tijd een weekmenu te maken. Ik snap nog steeds niet hoe het mensen lukt om een keer in de week alle boodschappen te doen, maar we doen nu wel minder vaak boodschappen, eten gevarieerder en proberen meer recepten uit, en dat is heel fijn.

Finaleflarf

er is nog tijd genoeg

dertig geworden
direct gedronken

nu gaat het toch echt de verkeerde kant op
wat een heerlijke fase

zij heeft dat voor lief genomen
heeft ook een reputatie
fatsoenlijk te lanceren

en dat is al met al geen schande

—————-
Toch nog iets gemaakt van het commentaar van de WK-finale van de Leeuwinnen tegen Amerika, op 7 juli 2019. Ik vreesde al dat het lastig zou worden vanwege het tijdstip van de wedstrijd, en het viel inderdaad niet mee. Uiteindelijk liep ik zo’n twintig minuten achter op de live-uitzending, en vervolgens duurde het nog een paar dagen voor ik er een gedicht van had gemaakt. Ik vind het wel echt leuk om te doen, vooral om te proberen wat langere zinsdelen te gebruiken (dat lukte de vorige keer beter dan nu) en een verhaal te vertellen, het liefst een verhaal dat zo weinig mogelijk met sport te maken heeft.

Ook het commentaar bij deze wedstrijd was van Jeroen Elshoff. Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre.

Voetbalflarf

wat heel laat op deze avond ook nog zou kunnen gebeuren

even wennen aan de stilte

schrik niet van de achtervolgers
bijna is ook nu niet helemaal
wat dat betreft dus geen paniek

er zijn zorgen
dat iedereen genoeg van elkaar afblijft
vandaar dat er nu eerst een gesprek gaat plaatsvinden

maar ook dat soort gevechten kunnen nog altijd gewonnen worden
straks, als het donker is

———–
In het kader van meer schrijven heb ik geprobeerd om een voetbalflarf te maken. Een flarf is een gedicht op basis van bestaande teksten, in dit geval het commentaar van Jeroen Elshoff bij de wedstrijd Nederland-Zweden van de Oranjeleeuwinnen op 3 juli 2019. Voetbalflarf is een idee van Jelle Pieters (De Man met de Pen) en Kila van der Starre. Je mag dus alleen zinnen en zinsdelen gebruiken die de commentator uitspreekt. Je mag knippen, plakken en schuiven, maar niets zelf toevoegen. Ik vond het erg leuk om het eens uit te proberen, je gaat er heel anders van naar het commentaar luisteren. Bij eerdere wedstrijden is het me niet gelukt om mee te schrijven, en met de finale zondag om 17.00 uur wordt het waarschijnlijk ook weer niks (iets met twee kinderen die van alles moeten en willen), maar gisteravond is het in ieder geval gelukt.

Podcasts

De afgelopen maanden heb ik behoorlijk wat podcasts geluisterd (toen de baby er nog niet was en later als ze er niet doorheen huilde), en ik wilde daar ook eens iets over schrijven. Ook al luister ik veel podcasts die iedereen luistert. Tips zijn altijd welkom! Ik hou vooral van verhalende podcasts (in plaats van interviews of talkshows) die niet te eng zijn en luister het liefst Nederlandstalig.

Mijn favoriete podcast is en blijft Bob, van audiocollectief Schik. Die heb ik al twee keer helemaal beluisterd, en daardoor ben ik nu ook een beetje verpest, want die is zó goed! De ondertitel luidt ‘Hoe vind je iemand die misschien niet bestaat?’. De podcastmakers beloven Elisa, een oude vrouw, dat ze op zoek zullen gaan naar Bob, haar jeugdliefde. Elisa heeft echter problemen met haar geheugen en vertelt soms ook dingen die simpelweg niet kunnen kloppen, dus het is maar de vraag wie Bob was en of ze hem zullen vinden. Ik vind het altijd leuk om ook terug te horen hoe de podcast is gemaakt, en in deze sparen de makers zichzelf zeker niet. De muziek aan het einde van elke aflevering vind ik ook erg mooi en het einde van de reeks ontroert me nog altijd.

Van twee van de drie leden van Schik is Laura H., ‘het kalifaatmeisje uit Zoetermeer’. Onbedoeld heb ik redelijk wat podcasts geluisterd die gebaseerd zijn op boeken. Deze podcast is gebaseerd op het gelijknamige boek van Thomas Rueb, die ook uitgebreid in de podcast aan het woord komt. Daardoor vond ik deze podcast soms iets te veel een reclamepraatje voor dat boek (hoewel ik denk dat veel luisteraars niet ook nog het boek gaan lezen, maar misschien is dat een misvatting). Deze podcast haalde het niet bij Bob, maar vond ik wel interessant.

Misschien een wat onbekendere podcast is Bureau Breda. Dit is een fictieve podcast, bestaande uit zes korte afleveringen, geschreven door Daan Windhorst. De makers noemen hem een sitcom, dat lijkt me terecht. Jelle Brandt Corstius (gespeeld door Jelle Brandt Corstius zelf) kijkt hierin mee op de redactie van het huis-aan-huisblad de Gezinsbode in Breda. Soms behoorlijk flauw, maar vaak toch ook wel vermakelijk.

De Brand in het Landhuis is dan juist weer zo’n podcast die zo’n beetje iedereen die weleens een podcast luistert heeft geluisterd. Deze vond ik ook heel goed. De podcast gaat over Ewald Marggraff, een excentrieke man uit Vught die bij een brand in zijn eigen landhuis om het leven is gekomen. Hij zou een enorm vermogen hebben en een bijzondere kunstcollectie, maar van beide is na zijn dood niets teruggevonden. Maker Simon Heijmans zoekt uit wat er gebeurd zou kunnen zijn. Dat leidt tot een spannend verhaal, dat op een heel prettige manier wordt verteld door Simon zelf en eindredacteur Marion Oskamp.

Nog een podcast gebaseerd op een boek: Geen noot is onschuldig, over Frieda Belinfante, een lesbische celliste, dirigente en verzetsheldin. De makers noemen het zelf een hoorspel. Het is gespeeld, maar gebaseerd op de werkelijkheid. Ik vond dit een mooie podcast, al is de vorm misschien een beetje gekunsteld. Ze hebben wel erg krampachtig Frieda’s leven op proberen te delen in motieven, zodat ze de vergelijking kunnen trekken met motieven in de muziek (je hoort wel veel mooie klassieke muziek in de podcast). Daarnaast wordt het verhaal verteld door Frieda’s cello (!), gespeeld door Krijn ter Braak, van die vondst was ik ook niet echt weg. O, en in de laatste aflevering voeren ze de auteur van het boek (Toni Boumans, het boek heet Een schitterend vergeten leven) ineens op, wat voor mij niet echt een functie had. Daar staat tegenover dat ik het leven van Frieda Belinfante fascinerend vind en dat Jacqueline Blom haar geweldig speelt.

Nog een podcast waarvoor je van muziek moet houden: De Bourgondiërs. Meer bepaald van middeleeuwse muziek. Nu kan ik die wel waarderen, maar het is denk ik goed om rekening te houden met lange afleveringen waarin de verteller je vaak minutenlang achterlaat met die muziek (de podcast is dan ook gemaakt in samenwerking met de Belgische radiozender Klara). Houd sowieso maar rekening met lange afleveringen waarin de verteller veel uitweidt. Die verteller is de auteur van het gelijknamige boek, Bart van Loo. Dat boek is enorm dik, dus ik hoef geloof ik niet te weten hoeveel hij daarin uitweidt. Dit is een podcast over de ‘aartsvaders van de Lage Landen’, oftewel over Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute. Ik geef meteen toe, die kerels kende ik ook niet voor ik deze podcast ging luisteren. Mijn kennis over de vaderlandse geschiedenis is dan ook bedroevend, maar nu dan toch enigszins aangevuld. Dit vond ik niet echt een podcast om eens lekker bij achterover te leunen, want je krijgt enorm veel informatie, maar wel van een superenthousiaste verteller.

Hierna wilde ik graag wat luchtigers luisteren en kwam ik uit bij Waarom, een deprimerende podcast over de zelfmoord van een Gentse tiener in de jaren negentig… Eva Moeraert was een vriendin van hem en probeert nu alsnog uit te zoeken wat er precies is gebeurd. Ik ben net iets te jong om veel te herkennen in hun levens en muzieksmaak van toen, maar de sfeer komt zeker goed over. Deze podcast werd getipt in de Volkskrant en dat mag zeker, maar ik vond hem uiteindelijk toch een klein beetje tegenvallen. Mooi gemaakt en ik wil niets afdoen aan de tragiek en het verdriet, maar ik vond het verhaal redelijk mager. Al snap ik ook wel dat dat nu eenmaal het verhaal is.

Nu luister ik naar De moord op Patrick, een vrij grimmige, serieuze true crime-podcast die nog loopt. Daarnaast ben ik sinds kort begonnen aan de Couch to 80k Writing Boot Camp, een Engelstalige schrijfpodcast van Tim Clare. Deze podcast is nadrukkelijk interactief, het is de bedoeling dat je zes dagen per week luistert en de oefeningen doet. Ik schrijf al een hele tijd vrijwel niets en vind dit een interessant concept, dus ik geef het een kans.

Boeken van mei/juni

Maarten ’t Hart – Een vlucht regenwulpen

In de uitgave van Nederland Leest, geen idee meer of ik die zelf heb opgehaald of door iemand anders in mijn maag gesplitst heb gekregen. Ooit natuurlijk zeker een boek dat je gelezen moest hebben als je iets had met Nederlandse literatuur, maar ik heb de indruk dat dat wel een beetje geweest is. Het was leuker dan ik dacht dat het zou zijn, al vond ik de hoofdpersoon op een gegeven moment behoorlijk creepy in hoe hij spreekt over vrouwen in het algemeen en zijn geheime liefde in het bijzonder.

Saskia De Coster – Nachtouders

Dit boek wilden we lezen na een interview met Saskia De Coster in Volkskrant Magazine. Dat hadden meer mensen uiteraard bedacht (het boek was dan ook de aanleiding voor het interview), dus we moesten even wachten tot het bibliotheekboek binnen was. En toen bleken we ook nog een exemplaar te hebben met een dubbel katern erin (en dus ook een ontbrekend katern). Het is best een fragmentarisch boek, dus ik heb het vast uitgelezen terwijl ik wachtte op een compleet exemplaar. Er moeten haast toch mensen geweest zijn die dat boek hebben geleend en er niets van hebben gezegd, apart. Of misschien ook niet, want op Twitter reageerden de bibliotheek en uitgeverij Das Mag heel snel en goed op mijn ‘klacht’, maar de biebmedewerkster op locatie leek totaal niet geïnteresseerd, dat je je afvraagt of ze dat verkeerd gebonden boek zo weer in de kast zet als je weg bent. Maar goed, ik heb uiteindelijk het complete boek gelezen en het was mooi en interessant. Er zijn zo ontzettend weinig boeken over lesbisch ouderschap, ik duik erop als ik er een vind. Ik was even bang dat dit het boek zou zijn dat ik zelf ooit zou willen maken, maar het leek er niet echt op, al was het maar omdat wij geen bekende donor hebben die opgegroeid is op een Canadees hippie-eiland, en dus ook niet op dat eiland zullen belanden met onze kinderen. En gelukkig ook omdat wij niet zulke bekrompen, negatieve ouders hebben als Saskia. En om allerlei andere redenen. Het leek er eigenlijk helemaal niet op, behalve dan dat zij ook twee moeders zijn en dat je dan blijkbaar bepaalde reacties oproept. Om eerlijk te zijn interesseerde mij het verblijf op het eiland wat minder. Helaas, want daar verblijven ze vrijwel het hele boek… De gesprekken tussen de moeders, de situaties waar ze in terechtkomen, de gedachten over schrijverschap en moederschap, heel boeiend en raak en herkenbaar, al was het maar dat Saskia de negatie niet hoort als iemand ‘geen paniek’ zegt. Ze wisselt trouwens steeds van de derde naar de eerste persoon en terug. Ik vond dat niet per se geweldig, maar wel interessant om te zien dat het dus wel kán.

Claudia de Breij – Neem een geit

Ik was eigenlijk in de bibliotheek op zoek naar het boek hieronder, maar dit boek zag ik eerst. Ik wist dat het bestond, maar ik was er niet zo in geïnteresseerd. Ik dacht dat het vooral heel veel korte interviewtjes waren met BN’ers, maar het aantal BN’ers viel mee (ze komen vaker terug) en het was vooral een persoonlijker boek dan ik had dacht. Ik lees, hoor en zie Claudia de Breij nog altijd graag, dus dat vond ik een pluspunt. Er worden heel wat open deuren in getrapt (het is een boek met adviezen over hoe te leven), maar er staan toch ook wel mooie verhalen en anekdotes in, en dingen die me lieten nadenken. Zoals dat mensen er vaak van uitgaan dat je doet wat je wil, dat ze het vaak niet zien als je iets niet wil, maar toch doet (bijvoorbeeld voor iemand anders). Dat je dus duidelijk moet zijn over wat je wil. Dat je complimenten niet voor je moet houden.


Liesbeth Smit – Ik moet nog even kijken of ik kan

Dit boek, over introversie, gaat over mij. Ik kon zo ongeveer alle vakjes van de ‘introvertenbingo’ voor in het boek afstrepen. Die herkenbaarheid was heel fijn. Daarnaast is het ook best een grappig boek. Het leek me wel een boek waarin voor eigen parochie wordt gepreekt, ook al staan er dan tips in voor extraverten om met introverten om te gaan (en vice versa). Daarnaast is het ook een erg roze boek, met felroze vlakken en tekst die ik niet altijd even goed leesbaar vond. Ik ben zelf helemaal niet van bepaalde kleuren voor bepaalde geslachten, maar ik vond dit toch een vreemde keuze, alsof introversie speciaal iets voor vrouwen is.