#nietmijnboekenvak

Ik heb lang getwijfeld of ik iets moest schrijven over de vertaling van het werk van Amanda Gorman. Mocht je geen idee hebben waarover dit gaat: Amanda Gorman is de spokenwordartiest die heeft opgetreden bij de inauguratie van Joe Biden. De vertaalrechten van haar werk werden verkocht, en het leek uitgeverij Meulenhoff een goed idee als Marieke Lucas Rijneveld Gormans werk zou vertalen. Rijneveld is inmiddels een grote naam, ook internationaal, zo heeft die de International Booker Prize gewonnen.

Vervolgens ontstond er ophef. Rijneveld heeft geen enkele vertaalervaring en heeft zelf eerder aangegeven dat diens Engels zo slecht is dat die diens eigen boek niet eens kan lezen in vertaling. Daarnaast zijn er nogal wat verschillen tussen beide auteurs: Gorman is een zwarte vrouwelijke spokenwordartiest wier achtergrond een grote rol speelt in haar werk, Rijneveld is een witte non-binaire auteur met een totaal andere achtergrond. Diens stijl is ook compleet anders dan die van Gorman.

Aanvankelijk verdedigde Meulenhoff de keuze voor Rijneveld in een verklaring, maar de kritiek hield aan en daarop trok Rijneveld zich terug. Bij mijn weten is nog niet bekend wie nu de vertaling op zich zal nemen. Daarna reageerde Rijneveld op alle commotie met een gedicht, dat integraal werd afgedrukt voor op het boekenkatern van de Volkskrant, in meerdere talen werd vertaald (uiteraard niet door Rijneveld zelf, al was het maar omdat het gebruikelijk is om alleen naar je moedertaal toe te vertalen) en internationaal gepubliceerd.

Ik bekijk deze kwestie allereerst vanuit mijn vak, en dan valt meteen op hoe commercieel de keuze voor Rijneveld was. De bekende naam ging boven kwaliteit. Voor iemand die altijd gaat voor de beste tekst, is dat lastig te accepteren. Maar als je dan kiest voor de bekende naam, wees er dan maar gewoon eerlijk over. Doe niet alsof iedereen vanuit het Engels kan vertalen. Ik weet zeker dat Rijneveld achter de schermen geholpen had moeten worden door een ‘echte’ vertaler die slecht betaald zou worden en anoniem zou blijven. Scherm niet zo met dat Gorman en haar team de hele tijd achter de keuze voor Rijneveld zijn blijven staan. Ja, natuurlijk staan ze daarachter, die weten ook dat Rijneveld die prijs gewonnen heeft. Maar weten ze ook hoe slecht Rijnevelds Engels is? Dat die nog nooit iets heeft vertaald? Dat er in Nederland wel degelijk mensen rondlopen die op alle fronten geschikter zouden zijn? Zijn er allemaal beter gekwalificeerde mensen voorgesteld en Rijneveld, en zeiden ze toen: doe ons Rijneveld maar? Dan kun je zeggen: wie zijn wij om die keuze ter discussie te stellen? Het lijkt me echter sterk dat het zo is gegaan.

Daarnaast springt het verschil in kleur en achtergrond tussen de auteur en de beoogde vertaler natuurlijk in het oog. Al snel ging het voornamelijk daarover. En dat begrijp ik wel. Het boekenvak is erg wit, logisch dat mensen daarop wijzen, zeker wanneer een wit persoon voor de zoveelste keer ongelooflijk veel vertrouwen en krediet krijgt. Als iemand totaal niet gekwalificeerd lijkt voor een bepaalde opdracht en hem toch krijgt en aanneemt, gaan mensen zich afvragen hoe dat komt. Dit gaat over kansen, over macht. En dan lopen de gemoederen hoog op en wordt alles al snel uit zijn verband gerukt. Dan gaan mensen roepen of zwarte mensen dan ‘ook’ geen werk van witte mensen mogen vertalen (ik geloof niet dat iemand heeft gezegd: Rijneveld mag dit niet vertalen, want die is wit. Zo wel: niet mee eens). Dan wordt het non-binair zijn van Rijneveld ineens een enorm ding, want dat is ook een vorm van diversiteit! Dan gaan mensen roepen dat de mensen die kritiek hebben op de keuze voor Rijneveld gewoon jaloers zijn. Dan vinden mensen het zielig voor Rijneveld, want die is toch zo’n geweldige auteur en die bedoelt het toch allemaal zo goed. Dan duiken mensen op Gormans gedicht, kijk, ze schrijft hier toch zelf dat we onze differences aside moeten putten? Dan gaat het ineens over polarisatie en verzoening.

Het raakt mij niet direct, ik ben geen vertaler, ik ben geen zwarte spokenwordartiest, ik heb nog nooit voor Meulenhoff gewerkt, ik ken Rijneveld niet persoonlijk. Ik ken zelfs diens werk niet goed, want diens romans schijnen nogal gruwelijk te zijn, en dat is niets voor mij. Het kan voor mij prima een casus zijn zoals de casussen in colleges bij Literatuurwetenschap, die mij ooit op het spoor van dit prachtige vak zetten. Aan de andere kant, ik schrijf en ik werk in het boekenvak, dus in die zin raakt het me wel (dit klinkt misschien wat triviaal, maar toch niet trivialer dan ‘beiden ontvingen op jonge leeftijd internationale erkenning voor hun werk’, een van de argumenten waarmee Meulenhoff de verwantschap tussen Gorman en Rijneveld probeerde aan te tonen). Mijn eerste reactie op deze zaak was: als dit het boekenvak is, wil ik er niet meer bij horen. Ik ben echt teleurgesteld in bepaalde mensen en mechanismen. Maar ik weet als geen ander dat een minderheid de meerderheid nodig heeft. We moeten hier iets mee, hoe ongemakkelijk dat voor onszelf misschien ook is. Ik blijf me verzetten tegen diversiteit als synoniem voor etnische en culturele diversiteit, maar het moge duidelijk zijn dat het gebrek aan etnische en culturele diversiteit een groot probleem is.

De vele lovende reacties op het gedicht van Rijneveld vind ik bizar. Alsof die de zaak en diens reputatie daarmee gered heeft, en nog in zulke schitterende bewoordingen ook. De literatuur heeft overwonnen! Zien die mensen dan niet hoe ironisch het allemaal is? De chef Boeken die de kwestie eerst afdoet als ‘commotie die mensen met een normaal leven ontgaat’ en ‘geneuzel in de marge van social media’ en dan ineens de hele voorpagina van haar katern inruimt voor Rijnevelds gedicht. Al die mensen die riepen dat er niks van waar was dat sommige mensen meer kansen krijgen dan anderen, en dat dan de eerstvolgende kans gewoon weer naar precies dezelfde persoon gaat. Rijneveld zelf, die dit grote podium gebruikt om te schrijven dat die inziet wanneer het niet diens plek is (Margriet Oostveen stipt dit laatste aan in dit stuk, maar ik ben het verder nog nergens tegengekomen).

Wat Rijneveld kan, kan ik niet, maar toch ook weer wel.

Wijziging weigeren

Ik kom niet goed uit mijn woorden
ik heb dus makkelijk praten
ik ben zo schuw dat ik de kleinste schrik begrijp
en als het voordeel gaat naar wie het meeste twijfelt
kom maar door

het punt is alleen
bekijk de handen die nooit
opgeheven werden nog eens goed
er zitten meestal middelvingers aan

wij schrijven gedichten
kunnen we altijd nog zeggen
dat we het anders bedoelden

het punt is alleen
wij bepalen niet wanneer
die ergens achter wordt gezet

Maakwerk van februari

Ik heb niet zoveel om te laten zien deze maand. Ik heb niet zo heel veel tijd gehad om te handwerken (hallo deadlines), maar ook veel tijd verspild aan nutteloze dingen, zoals stressen over of de kinderen koude voeten zouden krijgen toen het zo koud was en vervolgens in een poging dat tegen te gaan slechts een sok half afbreien. Ik ben niet bepaald een sokkenbreier, dus zodra het qua weer niet meer nodig was, heb ik dat ding meteen weer aan de kant gegooid…

Het vest van S.
Ik heb wel iets voor een kind gebreid, want het vest van S. is af! Het duurde weer lang voor het droog was, maar het was de moeite waard, want ik had de rand en de hoeken opgespannen en het ziet er nu nog beter uit dan ik had gehoopt. S. is er blij mee, al had ze weinig zin om het aan te trekken voor de foto (dat geeft natuurlijk niet). Ik ben er best trots op dat het me gelukt is om het patroon zo aan te passen dat ik er tevreden over ben (en dat het me gelukt is om het Frans te begrijpen). Ik had er vorige maand al iets over geschreven, maar ik was dus uiteindelijk niet zo enthousiast over het patroon (nogmaals, het is een gratis patroon, dus dan moet je ook niet al te erg gaan klagen, vind ik). Je begint met de rand in de nek en die brei je twee kanten op. Leuke constructie, maar het patroon zorgde ervoor dat je heel goed zag waar ik de andere kant op was gaan breien, en dat vond ik niet mooi. De mouwboorden vond ik ook niet zo mooi, en de rand onderaan al helemaal niet, daar kwam een vreemde golf in. Ik was al bijna van plan om maar gewoon 1 recht, 1 averecht te breien als rand, maar ik ben blij dat ik toch heb geprobeerd alles rondom goed te krijgen. Met name de hoeken zijn niet perfect, maar hé, in het patroon leken de hoeken totaal genegeerd te worden, dus dit is al een hele verbetering.

Het garen komt van een vestje dat ik ooit voor mezelf heb gebreid, maar nooit droeg omdat het model niet fijn was. Het blijkt bijna dezelfde kleur te hebben als onze (veel later gekochte) bank, dus S. kan voor kameleon spelen.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Nightbook
Ik heb het garen voor mijn Nightbook binnen. Het is speciaal voor mij geverfd door Wol met Verve, ik ontving het razendsnel en het ziet er erg mooi uit. Aanrader dus! Ik heb er alleen nog niets mee gedaan. Het zit nog in strengen, dus ik moet het eerst nog allemaal op bollen winden. Nu is dat met de hand best een werkje, maar S. bood direct aan dat ik haar parapluhaspel mocht gebruiken. Dat heb ik nog niet gedaan, want geen tijd, want dringende adviezen over het beperken van bezoek, want rijangst, want… Mijn smoesjes om er niet aan te hoeven beginnen, beginnen echter op te raken, want S. is nu van plan om binnenkort langs te komen. Met haspel. Dus dan zal ik er toch aan moeten geloven. Ik weet nog steeds niet waarom ik het zo groot maak in mijn hoofd. We zullen begin volgende maand zien hoe het ervoor staat! Ik denk dat ik er ook aan moet beginnen om te zien of de kleuren goed staan bij elkaar, want daar kan ik me nog steeds weinig bij voorstellen. Ik vertrouw op de kennis van zaken van de verver, ik heb gezien dat in de sample de contrastkleur ook zeer druk is (en daar zie je in het patroon vrij weinig van), ik heb een foto van het garen in zwart-wit bekeken (een bekend trucje om te zien of het contrast groot genoeg is). En dan toch die twijfel. Ik heb echt te veel tijd om te piekeren in deze lockdown (nou ja, dan is dit nog een vrij onschuldig onderwerp). Nu wil je natuurlijk weten welke kleuren ik heb, maar het lukt me niet echt om er een goede foto van te maken. De achtergrondkleur is in ieder geval Steel Blue, donkerblauw, en de contrastkleur kan ik niet meer vinden op de website, maar bestaat uit allerlei verschillende tinten lichtblauw, met spikkels in blauw en een beetje lichtgroen.

Tubular bind off
Ik schreef vorige keer al dat ik de mouwen van mijn Trove sweater smaller had gemaakt, omdat ik zo’n kluns ben dat ik ze anders overal in zou hangen. En ik schreef dat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. Nou, die blijkt dus ook niet geschikt te zijn voor klunzen. Toen het zo koud was, heb ik goed gebruikgemaakt van mijn Trove, want die is heerlijk warm. Maar toen ik ’m op een avond uittrok, hoorde ik ineens pang! Bleek de draad geknapt te zijn in de boord onderaan. Wat een drama. Ik heb het meteen zo goed mogelijk gerepareerd, maar dat zie je wel een beetje en ik hoop maar dat het houdt. Ik houd mezelf maar voor dat ik in geval van nood altijd nog de hele bind off uit kan halen en gewoon kan afkanten. De kans dat ik snel nog eens voor deze bind off zal kiezen is wel nog kleiner geworden hierdoor!

Linnen top
Over tijd verspillen gesproken. Ik ben nu dus begonnen om te proberen iets te breien van het linnen garen dat ik had gekocht. Ik kon er geen geschikt patroon voor vinden en had geen zin om te proberen een patroon met een totaal andere stekenverhouding aan te passen. Daarop besloot ik om helemaal zelf iets te proberen (juist, alsof dat niet nog veel meer werk is). Het eerste idee werd maar niet naar mijn zin, dus nu ben ik bezig met een raglan. Raglan is op zich natuurlijk een eenvoudige (de eenvoudigste?) constructie, maar dan nog. Ik ben best blij met hoe het eruitziet tot nu toe, ik vraag me alleen af of het mij gaat passen. En dat was toch wel de bedoeling. Wordt vervolgd. Breien met linnen garen bevalt me overigens prima tot nu toe, al splijt het erg en moet je goed kijken dat je alle draadjes meepakt. En ik heb nog niet geprobeerd om draadjes weg te werken, dat schijnt lastig te zijn.

Breiend ouderschap
Ik volg het nieuws nog altijd zo min mogelijk, wat er zo’n beetje op neerkomt dat ik alleen het Volkskrant Magazine met vertraging lees. Vandaar dat M. en S. mij moesten wijzen op dit stukje van Paulien Cornelisse over ‘breiend ouderschap’. Helemaal mijn ouderschap :)

Boeken

Vandaag heb ik weer drie boeken voor je. Geen slechte score, al zeg ik het zelf.

Selma Van de Perre – Mijn naam is Selma
(vertaald uit het Engels door Rebekka W.R. Bremmer)

Voor ik dit boek had gelezen, ging ik ervan uit dat het geschreven was door een ghostwriter. Iemand die zo oud is (Van de Perre is van 1922), kan die nog een boek schrijven? Ja dus. Dat alleen al is indrukwekkend, en de inhoud is dat nog veel meer. Van de Perre beschrijft in het boek haar leven, en dan vooral haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze raakte als Joodse vrouw betrokken bij het verzet en kwam uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück terecht. Het lukte haar om haar ware identiteit geheim te houden, en ze overleefde de oorlog. Na de oorlog vertrok ze naar Londen, waar ze nog altijd woont. Ze heeft heel lang niet over haar ervaringen gesproken en schreef haar manuscript in het Engels, omdat ze het voor een internationaal publiek had bestemd en dacht dat in Nederland alles over de oorlog wel zo’n beetje bekend was. Nou, ik heb er nog niet veel van dit soort boeken over gelezen. Het is inmiddels heel bijzonder om het vanuit de eerste hand te horen, over Joods verzet wist/weet ik weinig en ook over iets als onderduiken wordt toch een iets ander beeld geschetst. Hét onderduikverhaal is natuurlijk, ook voor mij, het dagboek van Anne Frank. Het is gemakkelijk om over het hoofd te zien dat sommige mensen die ondergedoken zaten soms nog buiten kwamen, bezoek ontvingen (vaak met alle rampzalige gevolgen van dien). Van de Perre is geen uitzonderlijk goede schrijver, maar haar verhaal raakte me erg en is vaak ook gewoon… spannend? Die term voelt heel misplaatst, omdat het allemaal echt gebeurd is en zo gruwelijk is, maar toch was het dat. Daarnaast komt ze over als ongelooflijk dapper en ook vaak heel sympathiek en realistisch, zo schrijft ze veel over dat ze geluk heeft gehad, over dat ze niet begrijpt hoe het mogelijk is dat ze bepaalde dingen heeft overleefd. Over de dingen die ze altijd bij zich zal dragen. Waaronder uiteraard het verlies van haar ouders, zusje en andere familieleden, vrienden en bekenden. We mogen dit nooit vergeten. Het manuscript is vertaald door Rebekka W.R. Bremmer en die moet dat heel goed hebben gedaan, in ieder geval kwam de vertelstem heel authentiek op mij over, passend bij de leeftijd en achtergrond van de auteur.

Miriam van Tunen – Van achter de kast
Dit boek stond ook al lang op mijn lijstje, maar had ik nog niet gevonden, en toen bleek het gewoon als e-book te leen bij de bibliotheek (ik doe privé nog altijd niet zoveel met mijn e-reader). Van Tunen beschrijft hierin hoe ze uit de kast komt als lesbische christelijke vrouw en hoe ze vervolgens haar weg vindt. Dit vond ik best een heftig boek om te lezen. Natuurlijk is mij wel bekend hoe er in bepaalde religieuze kringen over homoseksualiteit wordt gedacht, maar ik heb er zelf weinig ervaring mee. Het overviel me toch weer, hoe overtuigd haar vrienden, kennissen, mensen van haar kerk zijn van hun eigen gelijk, dat ze dan zeggen: nee, maar we houden echt heel veel van je, maar deze keuze die jij maakt… Het is voorwaardelijk, en zij bepalen de voorwaarden. Dat het serieus in mensen opkomt om dan te zeggen: nou, we moesten er natuurlijk wel lang over nadenken, maar jij én je ‘chick’ (ik citeer!) zijn helemaal welkom op onze bruiloft, hoor! Alleen willen we jullie wel vragen om niet met elkaar te dansen of te knuffelen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze dat soort voorstellen doen, het begrip dat ze ervoor verwachten. Van Tunen beschrijft heel mooi hoe ze hier aanvankelijk ver in meegaat en later niet meer. Ik ben dan ook benieuwd hoe het nu met de auteur gaat (het boek is al uit 2014), zeker omdat ik begreep dat ze inmiddels ook kinderen heeft. Overigens hoef je uiteraard niet in evangelische kringen te verkeren om bepaalde dingen mee te maken als lesbische vrouw, misschien was dat ook wel wat ik er confronterend aan vond. Ja, veel dingen die ze beschrijft hebben te maken met het feit dat ze bij een strikte geloofsgemeenschap hoort. Daar zijn nu eenmaal bovengemiddeld veel mensen die anderen hun bestaansrecht willen ontnemen, of op z’n minst een grote mond hebben over hoe anderen hun leven vorm zouden moeten geven. Daarnaast is het echter belangrijk om te benadrukken dat het ook daarbuiten vaak verre van ideaal is. Veel dingen worden goedgepraat, mensen kijken weg en ook hier volgt maar al te vaak een maar. Zo schrijft Van Tunen over de dansschool (volgens mij seculier) waar zij en haar vriendin stijldanslessen wilden volgen. Dat was prima, maar misschien zouden andere vrouwen zich ongemakkelijk voelen als ze met een van hen moesten dansen in plaats van met een man, dus of ze dan niet wilden wisselen. Exact dat verzoek hebben M. en ik ook gekregen, en ik hoop dat ik daar nu anders op zou reageren dan toen. Overigens hebben M. en ik bij die dansschool met plezier een aantal jaar gedanst, wisselden we in de praktijk wel en kwamen er later zelfs meer vrouwenparen. De dansschoolhouders vond ik erg sympathiek en verder helemaal niet homofoob, maar dat maakt het nog niet oké dat ze dat vroegen. Dat maakt het niet ineens fijn om altijd op te vallen, om de blikken en de vragen te krijgen. M. en ik wonen nu ergens anders, en als we ooit weer op dansles willen, begint dit van voren af aan. En dat is dan nog slechts één voorbeeld, en ook nog iets wat we makkelijk zouden kunnen vermijden, in tegenstelling tot talloze andere situaties.
Dit is meer iets voor een aparte blog, dus terug naar het boek. Ik vond het helaas wel bijzonder slecht geredigeerd. En/of slecht geschreven. Misschien is het zelfs helemaal niet geredigeerd? Dat verbaasde me, want het boek is regulier uitgegeven. Misschien hebben ze voor het e-book per ongeluk het verkeerde bestand gebruikt? Zulk soort verklaringen ging ik zoeken, want het was echt erg. Overal spelfouten, zinnen die alle kanten op gingen, vage verhalen, mails die volledig waren opgenomen, inclusief alle fouten… Ik krijg manuscripten onder ogen die er beter uitzien dan dit boek. Voor ik er iets mee heb gedaan, bedoel ik. Hoezeer ik haar ook het beste wens en hoe graag ik lesbische auteurs ook steun, als redacteur kan ik zoiets niet negeren.

Eric van ’t Zelfde – Superschool

Ik mag graag naar Dream School kijken (ook al snap ik dat sommige mensen zich afvragen of dit de beste opzet is en of dit op tv moet). Rector Eric van ’t Zelfde is mijn favoriet, ik kan niet zo goed uitleggen waarom, maar ik heb veel bewondering voor hoe hij het doet en ik vind hem vaak hilarisch. Hij bleek een aantal jaar geleden dit boek te hebben geschreven, waarin hij vertelt over zijn carrière tot nu toe. En dan vooral over hoe het hem en zijn team gelukt is om een middelbare school in Rotterdam-Zuid uit het slop te trekken. Ik lees sowieso graag over het onderwijs en ik vond dit een interessant boek. Van ’t Zelfde hoefde mij niet te vertellen dat docent op een middelbare school een zware baan kan zijn (dat is een van de dingen die hij wil laten zien), maar over het functioneren van directies en hemzelf ben ik wel nog meer te weten gekomen. En er staan een aantal heftige verhalen in het boek, waarin van ’t Zelfde ronduit heldhaftig optreedt. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat hij het zelf heeft geschreven, maar ik ben geneigd hem te geloven, onder andere omdat hij zichzelf op andere momenten allerminst spaart. Ik vond het best goed geschreven, in aanmerking genomen dat hij geen schrijver is. Soms was niet helemaal duidelijk waar het verhaal heen ging, en hij wil wel erg graag laten zien hoeveel hij weet van Engelse literatuur. En uiteraard had ik graag meer willen lezen over zijn tijd op een Schotse kostschool (want kostschool).

Maakwerk van januari

Zo. Januari. Lockdown, dus de avonden bestonden nog meer dan anders uit handwerken. En januari, dus ik was nog helemaal gemotiveerd om m’n plannen uit te voeren. Waar dan ook steevast bij hoort om meer te bloggen en schrijven en delen, dus laten we gauw beginnen.

Wanten voor D.
Ik begon dit jaar met het breien van nieuwe wanten voor D. De babywantjes die ze droeg werden nu echt te klein en hebben geen duim, dus ze kon niets vastpakken als ze ze droeg. Ik had nieuwe voor haar gekocht, vooral omdat ik wollen wanten/handschoenen niet fijn vind in de regen, maar die bleken nog te groot. De winkels waren inmiddels weer dicht en ik besloot toen toch maar zelf kleinere voor haar te maken. Op zich goed te doen, ware het niet dat ik het voor elkaar kreeg om de steekmarkeerders voor de duim verkeerd te plaatsen, waardoor de duim iets korter en de hand iets smaller is dan bedoeld. Nou ja. Deze wanten zijn ook nog iets aan de grote kant, maar ze passen beter dan de gekochte (die heeft S. inmiddels ingepikt) en ze houdt ze vaak zowaar aan. Toen ze net af waren, riep ze steeds: ‘Mama! Passen!’ en ‘Mama maakt!’:) Ik ben ook erg blij dat ze zwart zijn, aangezien ze er al aardig wat mee door de modder heeft gezwierd.

Patroon: The World’s Simplest Mittens van Tin Can Knits (gratis)
Garen: Semilla van BC Garn (100 procent wol)
Naalden: 2,5 en 3,0 mm

Trove Sweater
Mijn Trove is eindelijk af! Ik ben vaak niet zo snel met truien breien, en met deze zeker niet, want argh, hoe kon ik, iemand die zo’n hekel heeft aan draadjes wegwerken in hemelsnaam dit patroon kiezen? Nou ja, dat snap ik op zich nog steeds wel, want het is prachtig. Maar toch. Daarnaast was ik niet helemaal tevreden over het model, dat vrij kort is en wijde mouwen heeft. Wijde mouwen zijn geen goed idee als je zo’n kluns bent als ik. Ik wilde het lijf wat langer maken, en daarom besloot ik eerst de mouwen te breien, zodat ik zeker genoeg garen zou hebben. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn, maar de mouwen leken helemaal eindeloos te duren, dus uiteindelijk was ik wel blij dat ik die niet op het laatst nog moest. Alleen had ik toen nog niets gelezen over de minderingen aan de zijkanten van het lijf (klassieke fout, niet het hele patroon vooraf doorlezen), dus had ik zelf een mindering verzonnen voor de mouwen. En wat was ik daar op een gegeven moment ontevreden over. De minderingen uit het patroon vond ik ook niet geweldig, maar die van mezelf zeker niet, en ik baalde gewoon ontzettend van de hele trui. Waarschijnlijk kwam die inzinking door de lockdown en dergelijke, maar ik twijfelde dus echt of ik de mouwen moest uithalen. De volgende dag besloot ik dat toch maar niet te doen. Gelukkig maar, want het zou echt een hels karwei zijn geweest, alleen al doordat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. En omdat er dus heel veel losse draadjes in zitten, die ik allemaal al had weggewerkt, want ik dwong mezelf steeds om dat iedere paar strepen te doen. Als ik dat voor het laatst had bewaard, zou die trui nu waarschijnlijk ergens in een hoek liggen. S. en ik hebben ’m samen gewassen en daarna heeft hij een eeuwigheid liggen drogen op zolder, waar het nu niet zo warm is, maar waar de kinderen hem niet konden slopen. En nu ben ik er toch wel blij mee, al heb ik ’m juist omdat ik er blij mee ben nog niet durven dragen. Hij is best warm, dus ik moet daar dit jaar niet al te lang meer mee wachten.

Ik ben vooral erg blij met de kleuren, die helemaal anders zijn dan in het patroon en die ik online uit moest zoeken. Het garen heb ik gekocht bij Stephen & Penelope, en ik wil er zeker meer mee gaan breien. De tubular bind off was dus nieuw voor mij. Wat een gedoe. Het effect is op zich wel mooi (behalve als je ’m nog niet zo goed kunt en besluit om ’m eerst maar eens bij de halsboord toe te passen, vol in het zicht…), maar ik weet niet zo goed of ik het alle moeite waard vind.

Patroon: Trove van Emma Ducher
Garen: Ulysse van De Rerum Natura (100 procent merino) in de kleuren Poivre Blanc, Argile, Cypres, Sauge en Genet
Naalden: 3,5 en 4,0 mm

Het vest voor S.
Ik schreef er al over in mijn plannen, ik had een vestje dat ik nooit droeg en dat wilde ik uithalen om met het garen iets anders te breien. Dat heb ik voortvarend gedaan! Dat viel nog niet mee, want ik had de draadjes niet heel netjes weggewerkt en het vestje bleek anders in elkaar te zitten dan ik dacht. Uiteindelijk bleek ik (slechts) ongeveer 450 meter te hebben, het was dan ook een erg open patroon met amper mouwtjes. Nog wel net genoeg om iets te maken voor een van m’n kinderen, maar het was best lastig om een patroon te vinden in een kleine maat voor zulk dik garen dat ik mooi vond. Uiteindelijk vond ik een Frans patroon. Waarom ook niet? Mijn Frans is niet heel goed, maar met een lijstje breitermen Frans-Nederlands ernaast ging het heel aardig. Behalve dan dat ik onmogelijk uitkwam op het genoemde aantal steken. Ik dacht eerst nog dat het aan de taal lag, maar anderen kwamen er ook niet uit. Het was een gratis patroon, dus ik kan moeilijk klagen over dat het niet perfect was, maar het was best een gedoe. Ik heb uiteindelijk aardig wat aan het patroon veranderd, vooral aan de rand. Ik vond het leuk dat die om het hele vest heen zit, maar in de nek vond ik ’m niet zo mooi en aan de onderkant al helemaal niet, want daar golfde hij heel vreemd en het patroon deed net alsof er geen hoeken in zaten. Het ligt nu te drogen, dus S. heeft het eindresultaat nog niet aangehad, maar het lijkt best goed gelukt (foto’s volgen). Het garen kan helaas niet in de wasmachine, dus ik vraag me af hoelang het overleeft, maar S. is er nu in ieder geval heel enthousiast over.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Over garen dat niet in de wasmachine kan gesproken, M. heeft de enige trui die ik voor haar heb gebreid per ongeluk in de wasmachine gegooid. Helemaal vervilt en gekrompen. Ik was zo teleurgesteld toen ik daarachter kwam, het was zo niet nodig geweest. Als iemand die zelf niet breit weet hoeveel werk en tijd er in zo’n trui gaat zitten, is zij het wel, dacht ik, en het voelde echt alsof het haar niks kon schelen. Ook al was het per ongeluk, ja. Zucht.

Verder ben ik druk bezig met allemaal nieuwe plannen. Ik haak nog steeds af en toe balletjes van acryl die ik uiteindelijk in een kussen wil verwerken (maar dat wordt een langetermijnproject). En ik heb garen gekocht voor mijn Nightbook! Ik vind het heel spannend, terwijl… het is maar breien, en zoals S. ook al zei: sinds wanneer laten wij ons tegenhouden door nieuwe technieken? Ik ga het gewoon proberen. Het wordt voor mij de eerste trui die volledig in twee kleuren is. De Trove is natuurlijk ook in meerdere kleuren, maar daarin zit een heel andere techniek, waarbij je nooit twee kleuren tegelijk gebruikt in een toer. Ik heb nog maar weinig ervaring met colorwork. Wel in wat dubbelgebreide projecten, maar ook dat werkt anders, daarbij is het vrij gemakkelijk om de draden goed op spanning te houden, omdat je twee kanten tegelijk breit. Ik heb het garen nog niet in huis, maar ik heb het na een tip van S. gekocht bij Wol met Verve, en het is speciaal voor mij geverfd omdat ze niet op voorraad hadden wat ik wilde. Zo tof, zo’n leuk contact ook gehad, ik fleurde er helemaal van op. Tot nu toe zeker een aanrader! Omdat het handgeverfd garen is, zal ik de strengen moeten afwisselen (daardoor vallen eventuele kleurverschillen minder op), wat ik ook nog nooit eerder heb gedaan. Ik ben heel benieuwd, ik ben gevallen voor deze trui zodra ik er foto’s van zag, dus hopelijk wordt het wat.
Daarnaast heb ik linnen garen gekocht omdat ik iets voor de zomer wil breien, maar daar ben ik nog niet zo mee opgeschoten. Het is donkergrijs en ik vind het heel mooi, maar het is ook iets dunner dan ik dacht, en daardoor heb ik nog geen patroon gevonden dat me aanstaat. Ik zoek verder, of misschien dat ik toch zelf iets ga proberen (zou de eerste keer zijn). Ik ben ook weer actief bezig met het patroon voor de deken die ik voor mijn neefje heb gemaakt. Zeker nu lukt het vaak niet om daaraan te werken. Het kost heel wat tijd, en ik vraag me ook steeds af wie er in vredesnaam op zit te wachten, maar ik wil het toch graag afmaken. Om meer te kunnen doen met patronen, moet je immers wel patronen hebben.

Boeken

Hanny Michaelis – Lenteloos voorjaar
(oorlogsdagboeken, bezorgd door Nop Maas)

Ik weet niet meer waarom ik deze dagboeken wilde lezen, ik denk dat ik er een keer een goede recensie over heb gelezen. Ik ken het werk van Michaelis eigenlijk niet, en wat ervan werd geciteerd in haar dagboeken sprak me niet echt aan. De dagboeken zelf vond ik wel mooi, al was het een hele zit (meer dan 900 pagina’s). En dit is alleen maar het eerste deel, en een selectie ook nog. Ik denk dat het tweede deel (De wereld waar ik buiten sta) nog interessanter is, omdat dat de periode verder in de oorlog beslaat. In deze dagboeken, uit 1940 en 1941, is alles nog redelijk normaal, zeker aan het begin, ook al is de familie Michaelis Joods. Hanny (ze is 18, 19 in deel 1) klaagt veel over haar ouders, ze hebben vrij veel ruzie. Dat raakte me, omdat haar ouders de oorlog niet hebben overleefd en dit dus hun laatste tijd samen is. Het is hoe dan ook vervreemdend om de dagboeken te lezen, omdat Hanny natuurlijk van de andere kant van de oorlog komt dan wij. Zij weet niet wat er nog gaat gebeuren.

De bezorger vertelt niet op basis waarvan hij dagboekfragmenten heeft geselecteerd. Een paar keer begreep ik zijn keuze niet helemaal, dan schreef Hanny bijvoorbeeld dat ze naar een feestje zou gaan en was het verslag van het feest zelf niet opgenomen. Maar ik heb de rest natuurlijk niet gezien, dus misschien zijn daar redenen voor. Het gaat wel écht heel veel over de jongens die ze leuk vindt en wat haar dromen zouden kunnen betekenen. Sowieso viel me op hoeveel ze zich bezighield met dat soort zaken. Het analyseren van dromen, maar zeker ook grafologie. En zo serieus ook, alsof het een echte wetenschap betreft (zo werd het toen misschien ook nog gezien?). Ze laat ook regelmatig haar handschrift door haar vader analyseren, dat je denkt: Eh, hij is je vader, je woont met hem in een huis, het is niet heel bijzonder dat hij dingen over je kan zeggen die kloppen… Maar verder kwam ze wel sympathiek op me over, slim, grappig en lekker stellig, zoals pubers dat ook in de jaren veertig al konden zijn.

Marian Rijk – Polderpioniers

Ik lees echt weinig fictie momenteel. Ik weet niet, het kan me niet zo boeien. Toen de bibliotheken nog open waren, kwam M. thuis met dit boek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar een goed geschreven familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis gaat er altijd wel in. En dat is dit zeker. Marian Rijk schrijft over haar eigen grootouders en andere voorouders, maar ze laat zichzelf niet voorkomen in het boek. Haar grootouders krijgen uiteindelijk een boerderij toegewezen in de Wieringermeerpolder. Dat lijkt erg op het verhaal dat Eva Vriend schetst in Het nieuwe land (dat gaat over de Noordoostpolder, maar ook in dat boek gaat het over grootouders van de auteur, en ook in dat boek is er sprake van een zeer strenge selectieprocedure). Verder gaat het boek ook over familieleden van nog langer geleden, waardoor het boek ook gaat over de negentiende eeuw. De negentiende en de twintigste eeuw zijn sowieso mijn favoriete eeuwen om over te lezen. Dit is een boek over het leven van gewone mensen, en die worden van dichtbij beschreven, alsof de auteur er zelf bij is geweest. Waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw (want ze kan simpelweg niet weten wat die mensen ooit tegen elkaar hebben gezegd), maar wel fijn om te lezen en ook heel toegankelijk. Ze verwacht niet dat je voorkennis hebt en de historische informatie is op een prettige manier met het verhaal verweven. Aanrader!

Dolf Verroen – Niemand ziet het
(Met illustraties van Charlotte Dematons)

Zoals M. steeds zegt: iemand die boven de negentig is en nog steeds in staat is om een boek te schrijven, verdient respect. Hoe dan ook.
In dit boek gaat Dolf Verroen terug naar 1947. Hij schrijft over de dertienjarige Victor, die weet dat hij op jongens valt, maar dat aan niemand durft te vertellen. Het is dan ook 1947. En dat geloofde ik ook echt, waarschijnlijk is het een voordeel dat de auteur die tijd heeft meegemaakt. Het boek is volgens mij ook geïnspireerd op zijn eigen leven, zij het niet puur autobiografisch. En de stem is apart, de stijl is heel eenvoudig, met korte hoofdstukken, maar niet erg modern, wat heel goed bij de beschreven tijd past. Ik was onder de indruk, al wist ik me niet goed raad met sommige clichés (moest Victor nu echt zo bezig zijn met kleding?) en viel het einde me wat tegen. Ik had het idee dat het verhaal daar pas echt begon, maar het is een kinderboek, dus het is niet meer dan logisch dat we Victor niet volwassen zien worden.

Dit wil ik maken in 2021

Dit wordt een korter lijstje dan vorig jaar. Geen eenentwintig in eenentwintig. Ik ben moe, ik ben bang, ik heb helemaal geen puf voor goede voornemens en ik heb ook geen idee wat er dit jaar wel en niet mogelijk zal zijn. ‘Als niemand van ons op de ic belandt, doen we het al beter dan vorig jaar,’ zei M. Laten we daarvoor gaan.

Ik houd het bij een lijstje van dingen die ik dit jaar graag zou willen maken, en in mijn geval gaat het dan al snel over handwerken en eten.

Eten

+ Aardpeer
Ik weet nog niet waar ik ze hier zou kunnen kopen en ook niet wat ik er precies mee wil maken, maar ze lijken me lekker.

+ Kanelbullar
En dan wel from scratch, niet van kant-en-klaar croissantdeeg.

+ Griesmeelpudding
Ik heb weleens cake gebakken met griesmeel en toen vond ik het lekker, het lijkt me leuk om een keer een traditionele griesmeelpudding met bessensaus te maken. Volgens mij heb ik ergens nog een tulbandvorm, dus misschien kan ik die gebruiken.

+ Brood
De lockdownbroodbakhype van vorig voorjaar is totaal aan mij voorbijgegaan (met twee kleine kinderen in lockdown hoef je je geen enkele illusie te maken over vrije tijd, laat staan extra vrije tijd), maar M. kreeg van een collega van haar een recept doorgestuurd voor een brood dat je niet hoeft te kneden, en dat klinkt interessant. Al zie ik nu wel dat je het in een pan in de oven moet bakken en hebben wij geen pannen die in de oven kunnen.

Handwerken

+ Nightbook
Dit patroon heb ik al gekocht. Dat doe ik meestal pas als ik echt een concreet plan heb om iets te maken, maar dit vond ik zo’n mooie trui dat ik het patroon vast heb gekocht toen de ontwerper een keer een pattern sale had. Ik brei eigenlijk bijna nooit stranded colourwork en mijn techniek is heel slecht, dus dat zou nog weleens een probleem kunnen worden. Zeker als ik voor handgeverfd garen kies, want dan kun je het beste verschillende bollen afwisselen om kleurverschil te beperken. Ik heb op dit moment nog geen geschikt garen gevonden. In andere omstandigheden zou ik waarschijnlijk met het patroon naar de Handwerkbeurs vertrokken zijn om daar iets uit te zoeken. Het blijft lastig om dat online te doen. Het plan is er, de moed nog niet echt.

+ Patroon Bridges and Beads
We zijn dit najaar de trotse tantes geworden van J. en hij heeft van mij natuurlijk een dekentje gekregen. Ik kon er helemaal niets over delen online, en toen hij het dekentje eenmaal had, is het er ook niet meer van gekomen. Het is nog steeds mijn plan om het patroon uit te werken. De naam heb ik alvast.

+ Iets voor in de zomer
Ik wilde vorig jaar al een top voor in de zomer maken, maar toen was ik druk met het dekentje voor m’n neefje en was het ineens alweer herfst en heb ik voor een trui gekozen. Ik heb wel ook de Clair Shrug gehaakt, maar dat was vooral doordat die in m’n mysterybox van Sticks & Cups zat. Heel leuk om te maken, maar niet echt iets wat ik dagelijks draag. Ik zou graag een keer iets met linnen garen breien, en dat is natuurlijk heel geschikt voor de zomer. Al heb ik dingen gelezen over hoe dat krimpt en weer groeit, en maakte zij me een beetje bang doordat ze in een vlog vertelde dat het zo moeilijk is om draadjes weg te werken in linnen (waar ik toch al een hekel aan heb). We gaan het zien. Ik heb nog geen patroon definitief uitgekozen, maar ik denk wel dat ik dat binnenkort moet gaan doen, om te voorkomen dat dit na de zomer nog steeds slechts een idee is.

+ Vestje uithalen
Ik heb nog zo’n open vestje dat ik jaren geleden heb gebreid en nooit draag. Het is dit patroon en het zit simpelweg niet goed en past niet echt bij me. Het garen vind ik nog wel aardig, dus ik hoop dat ik het uit kan halen en er iets anders van kan maken. Er zit niet zoveel garen in, maar waarschijnlijk wel genoeg voor een trui voor een kind?

+ Sandbank 2
Mijn Sandbank is denk ik het project waar ik vorig jaar met het meeste plezier aan heb gewerkt (ook te zien boven aan deze post). Ik draag ’m nu ook heel graag, en het was gewoon een ideaal project tegen alle stress waar ik lekker lang mee bezig kon zijn. Alleen het opspannen was lastig, maar dat is uiteindelijk ook best goed gelukt. Kortom: ik wil er nog een. Ik denk dat ik Coast van Holst ga uitproberen, dat garen lijkt dezelfde samenstelling en dikte te hebben als het garen van mijn eerste Sandbank (Organic 350 van Hjertegarn), maar is verkrijgbaar in veel meer kleuren. En laten we wel wezen, de stekenverhouding is bij dit patroon niet heel belangrijk.

Dit lijkt me wel genoeg, al heb ik ook nog genoeg andere ideeën. Zo ben ik geïnfluencet door Tommi en wil ik nu ook een Mazzy Cardigan. Ik heb hier nog steeds een punch needle set liggen waar ik nog niets mee heb gedaan, en ik ben begonnen met het haken van balletjes om hopelijk eindelijk eens mijn voorraad acryl wat te verkleinen. Ik wil er een kussen van maken, mocht ik ze nog terug kunnen vinden nadat de kinderen ermee hebben gespeeld.

Ik ben benieuwd wat ik aan het eind van het jaar zal hebben gemaakt!

Twintig in twintigtwintig – de eindstand

Oké. Ik heb echt weinig geblogd dit jaar. Maar ik had aan het begin wel zo’n mooi lijstje met twintig in twintigtwintig gemaakt, en daar wil ik toch graag op terugkijken, ook al heb ik lang niet alles kunnen doen. Daar gaan we.

+ Minimaal 1 nieuw patroon publiceren
Ik heb mijn Sketchbook Scarf gepubliceerd. En niemand heeft het tot nu toe gekocht. Twee mensen hebben dit jaar wel Interpunctie gekocht, mijn andere patroon. Twee keer een gat in de lucht gesprongen. Het gaat ongelooflijk langzaam, maar dat maakt niet uit. Volgend jaar hopelijk weer een patroon erbij.

+ Mijn Celestarium afmaken
Ook gelukt! Zie boven aan deze post. Je kunt er hier meer over lezen. Niet dat ik er sindsdien iets mee heb gedaan, niet dat hij hangt, maar hij is in ieder geval af, en het is gewoon een mooi ding, ik ben er trots op, zeker omdat de moed me echt even in de schoenen zonk toen ik ontdekte dat er twee gaten in zaten.

+ Zelf garen verven
Dit heb ik geprobeerd. In februari konden we nog naar de Handwerkbeurs, en daar heb ik toen ongeverfd garen en aluin gekocht. Uiteindelijk heb ik ook een pan en een spaghettitang voor dit doel gekocht en geprobeerd dat garen te verven met schillen en pitten van avocado’s… en dat is behoorlijk mislukt. Het garen bleef heel licht, kreeg niet bepaald een mooie kleur en raakte vooral verschrikkelijk in de knoop. En daar zit het nu nog steeds in. Ik heb wel een nieuwe voorraad avocadoschillen in de vriezer liggen en ik heb uitenschillen gespaard, maar daar heb ik tot nu toe nog niets mee gedaan. Ik zeg steeds tegen mezelf dat ik dat garen uit de knoop moet halen, maar het is superdun en zit echt heel erg in de knoop, dus dat heb ik tot nu toe nog maar voor een heel klein stukje gedaan. Verven met natuurlijke materialen spreekt me nog steeds aan, maar ik weet eerlijk gezegd niet of en wanneer ik nog een poging ga wagen.

+ Iedere maand bloggen over mijn handwerkprojecten
Dit heb ik niet gedaan. Ik heb in het algemeen weinig geblogd, en ook weinig hierover. Wel jammer, want ik heb veel gehandwerkt en ook best een aantal projecten afgemaakt, maar het komt er dan vaak toch niet van om er een hele blog aan te wijden, ik vind het al goed van mezelf als ik iets op Instagram post en m’n projectpagina’s op Ravelry bijhoud. Ik weet nog niet wat ik hiermee ga doen. In theorie vind ik het nog steeds een goed idee.

+ Bloggen over de boeken die we lezen met de kindjes
O ja. Lees mee met S. en D. Welgeteld een aflevering. Ook nog steeds een leuk idee, ja.

+ Naar de opticien gaan en een nieuwe bril uitzoeken
Goed dat ik dit aan het begin van het jaar heb gedaan, want ook al zijn de opticiens volgens mij grotendeels open gebleven, hier zou het later in het jaar waarschijnlijk niet meer van zijn gekomen. Maar ik heb een nieuwe bril uitgezocht. Het was verschrikkelijk, want blijkbaar liep ik rond met een bril die eigenlijk iets te sterk was voor mijn ogen, waardoor mijn ogen niet meer konden wennen aan een bril met de sterkte die uit de ogentest kwam. Ik ben een aantal keer terug geweest naar de opticien omdat ik elke keer het idee had dat ik niet goed zag door mijn nieuwe bril. Ik vind zo’n ogentest ronduit verschrikkelijk, want ik heb altijd het idee dat ik de verkeerde antwoorden geef, ook al kan dat eigenlijk niet, en het moest nu dus een aantal keer opnieuw. En ik had het idee dat ik die mensen ongelooflijk tot last was omdat ik elke keer terugkwam. Ook al was de medewerkster altijd ontzettend vriendelijk en zag zij het alleen maar als haar taak om ervoor te zorgen dat ik wél goed zag. Wat natuurlijk ook haar werk is, maar ik vind dat soort dingen gewoon altijd heel vervelend. Maar ik heb het dus wel gedaan. En toen had ik de bril opgehaald met de derde (?) glazen en toen kreeg D. ‘s avonds die verschrikkelijke koortsstuip en toen had ik wel wat anders aan mijn hoofd dan kijken of ik scherp zag. In ieder geval heb ik die glazen nu nog steeds en volgens mij zijn deze wel goed.

+ Een gesloten ecosysteem maken
+ Nog een keer een gemberplantje proberen te kweken

Ja, leuk. Allebei niet gedaan.

Er waren ook een aantal recepten/etenswaren die ik wilde uitproberen.
+ Jackfruit
Dit heb ik een aantal keer gemaakt, naar dit recept. Zelfs vorige week nog met kerst. Lekker!
+ Brownies met zwarte bonen
Deze heb ik niet gemaakt, maar ik heb wel deze vegan brownies ontdekt.
+ Foeyonghai
Dit heb ik een keer gemaakt, op basis van het recept dat ik had gevonden. Het was lekker, maar het smaakte niet echt zoals bij de Chinees. Ik had er toch meer van verwacht, of gehoopt dat het beter zou zijn omdat het best veel werk was. Als ik het nog een keer ga maken, ga ik in ieder geval de bladselderij weglaten, want dat vind ik eigenlijk helemaal niet lekker.
+ Lemoncurd
Twee keer gemaakt, ook nog met kerst, voor bij scones en cheesecake. Blijvertje. Ik gebruik hetzelfde recept als S. en J. hadden gebruikt. Vorige week dreigde het even totaal te mislukken. Ik denk dat ik de eieren en de suiker te enthousiast had gemixt, want het ging vreselijk schuimen en was wit in plaats van geel. En zelfs dat kwam uiteindelijk gewoon goed, dus dit is duidelijk iets voor mij.

+ Opbouwen tot minimaal 5 km hardlopen
Ik vraag me af of ik dit jaar heb hardgelopen. Ik vrees van niet. Ja, sporten. Zou ik moeten doen.

+ Mondharmonica leren spelen
Eh… Als je blaast komt er een andere toon dan als je zuigt? Nauwelijks iets mee gedaan.

+ Meedoen aan een projectkoor
Dit ging allemaal niet door. L. heeft dit jaar een kindje gekregen dat naar dezelfde crèche blijkt te gaan als D., ik heb haar een paar keer gesproken en ze heeft mij al een paar keer gevraagd of ik nog terugkom naar het koor. Ik weet het nog niet. Aan het begin van het jaar moest ik er echt nog niet aan denken om een avond weg te zijn, zo slecht sliep D. toen nog. En toen kwam corona. Misschien na corona? Op dit moment kan ik me daar slecht een voorstelling van maken. En zou ik dan hier mijn tijd aan willen besteden, is dit echt iets voor mij? Zoals ik al zei, ik weet het dus nog niet.

+ Minder op social media zitten lurken
‘Want het maakt me onrustig,’ schreef ik. En dat was dus nog voor alle enge verhalen over code zwart, jonge mensen op de IC’s en mensen die zich totaal niet aan de coronamaatregelen houden (korte samenvatting van wat me op dit moment zoal onrustig maakt). Ik ga dit opnieuw proberen, en ik denk dat het ook goed zou zijn voor mij om het nieuws wat minder te volgen. Want het helpt gewoon niet.

+ Dozen met boeken uitpakken en uitzoeken
Die dozen staan er nog steeds.

+ Een tafel en stoeltjes aanschaffen voor de kinderen
Een tafeltje en een stoeltje is het geworden, ongeveer wat ik voor ogen had, tweedehands schoolmeubilair, waar ik in mijn eentje mee naar huis moest rijden omdat we niet met z’n allen in ons autootje pasten met de aankoop erbij. S. gebruikt vooral de stoel, om op te zitten aan de salontafel en om zichzelf over de rugleuning van de bank te lanceren, ze zit eigenlijk nooit aan dat tafeltje. Maar toch nog steeds blij mee.

+ EHBO voor baby’s en kinderen volgen
Dit is niet gelukt, ik weet ook niet of dit coronaproof kan. Het zou goed zijn, dat vind ik nog steeds, al weet ik niet wanneer het logischer wordt om een gewone EHBO-cursus te volgen. Ik denk wel dat ik het lastig zou krijgen op bepaalde momenten. Ik heb onlangs een boek over pathologie geredigeerd en daar had ik het ook al lastig mee soms. Het ging over zo’n beetje alle aandoeningen, dus ook over aandoeningen waar ik in mijn omgeving mee te maken heb (gehad), en ze vonden het bijvoorbeeld ook nodig om te benadrukken hoe ernstig een status epilepticus wel niet is, en dat je als die dreigt te ontstaan zeker zo snel mogelijk noodmedicatie toe moet dienen. Zoals de neusspray voor D. die wij nu overal mee naartoe slepen. De neusspray die ik ook toe heb moeten dienen bij haar tweede koortsstuip en die er mogelijk ook voor heeft gezorgd dat ze toen godzijdank niet nog een keer een status epilepticus kreeg. Ik ben er best trots op dat ik toen handelde in plaats van bevroor, ik denk dat de kans groter is dat ik niet bevries in dat soort situaties met nog wat meer kennis en oefening. Dit kwam niet echt onverwacht, want deze stuip werd getriggerd door de BMR-vaccinatie. Daar waren we al ontzettend bang voor geweest, wat naar mijn idee werd weggewuifd door het ziekenhuis. Nee hoor, die vaccinatie kon ze gewoon krijgen, geen enkel bezwaar. Bam, nog een koortsstuip, zes weken na de eerste. Ik hoop natuurlijk nog altijd dat dit het was, maar dat weet niemand. Het heeft in ieder geval nog steeds erg veel impact op alles.

+ Weer eens aan een schrijfwedstrijd meedoen
Ik heb aan twee wedstrijden meegedaan. Aan de ene wedstrijd heb ik een dubbel gevoel overgehouden, omdat ik het idee kreeg dat het niet alleen om de kwaliteit van de teksten ging, maar ook om het naar voren schuiven van bepaalde mensen. Die ik niet ben. Ik weet nog niet of ik nog iets anders wil met die tekst (het is een soort gedicht), maar dat hoeft natuurlijk ook niet.
Van de andere wedstrijd heb ik de uitslag nog niet, omdat ze heel graag een liveprijsuitreiking willen organiseren. Ik heb er een hard hoofd in dat dat op korte termijn gaat lukken, maar we zullen zien. Die wedstrijd stelt niet zoveel voor, want je mocht alleen meedoen als je in een bepaald postcodegebied woonde, maar het thema was zo leuk en ik heb met zoveel plezier aan mijn tekst gewerkt en bronnen gezocht dat ik voor mijn gevoel sowieso gewonnen heb. Het thema was ‘Kleine geschiedenis, grote verhalen’, naar aanleiding van Nederland Leest. Mijn verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985. Hij heeft toen overnacht bij de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort, en die hoorden vroeger bij mijn middelbare school, of mijn middelbare school hoorde bij hen, moet ik misschien zeggen. Die school is erg belangrijk geweest voor mij en ik ben nogal gefascineerd door nonnen (en door kostscholen, maar in die tijd was het al geen kostschool meer), dus daar was mijn onderwerp. Mijn verhaal ‘Broeders hoeder’ is fictief, maar gebaseerd op historische feiten, en ik vind het goed gelukt. Dat vond de jury ook, want het is genomineerd voor de prijzen. Je kunt het hier lezen. M.’s verhaal trouwens ook, dus dat scheelde weer een huwelijkscrisis.

Boeken

Kom ik weer aan met boeken die ik tijden geleden heb gelezen. Ik weet dat het me goeddoet om mijn telefoon vaker weg te leggen en meer te lezen, maar soms lijkt het alsof ik vooral bezig ben om de gigantische ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount aan te vullen. En de lijst met boeken die (nog) niet in de bibliotheek te leen zijn. En dan wil ik ook nog mijn Sandbank Shawl afmaken en van alles zien op tv. En dit alles ‘moet’ voornamelijk in de avonden gebeuren, als het huis is opgeruimd en de kinderen in bed liggen. Het klinkt nu heel dramatisch, maar eigenlijk gaat het juist beter dan eerder, toen D. nog niet wilde gaan slapen zonder een van ons erbij. Nu zit vooral S. weer in een roepfase, waarbij ze vaak vrijwel meteen beweert dat ze niet kan slapen. Over de nachten heb ik het hier maar even niet.

Lucy Strange – Het geheim van het Nachtegaalbos
(The Secret of Nightingale Wood, vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders)

Dit boek kreeg ik van vriendin C. voor mijn verjaardag. De eerste vijftig pagina’s vond ik er weinig aan. Ik moest wennen aan de stijl en ik vond het vooral erg naargeestig. En dat blijft het ook wel. Het is een kinderboek, maar het gaat vrij expliciet over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de psychiatrie in die tijd. Daarnaast is het vooral een boek over rouw. Over hoe oneerlijk het leven kan zijn, dat iedereen anders omgaat met de dood en hoe dat mensen van elkaar kan vervreemden. Een notoir lastig thema voor mij. Verklaarbaar, en je zult mij altijd mijn best zien doen om het niet als excuus te gebruiken, maar lastig. Momenteel zelfs weer even extra lastig, dat mag je best weten.

Ik vond het een heel Engels boek, dat schatplichtig is aan de klassieke verhalen (vooral Alice in Wonderland) en daar ook nadrukkelijk aansluiting bij zoekt. Wat mij betreft iets te gretig. Ik ben er ook niet zo bekend mee. Uiteindelijk raakte dit boek me wel, soms onverwacht, in schijnbaar eenvoudige zinnen.

‘Je bent niet meer alleen mijn kleine zusje – je bent nu ook iemands grote zus. Onthoud dat goed.’
‘Een kort leven is ook een leven.’
‘Maar ik was bang dat ze er niet meer zou zijn. En ik was bang dat ze er wel zou zijn.’

Verder lezen Boeken

Handwerken in tijden van corona (2)

Ik zou nog schrijven over waar ik mee bezig ben, maar inmiddels heb ik alweer iets af. Ik heb de Clair Shrug gemaakt, een patroon van Vicky Chan. Dit is een bijzonder patroon waarvoor je moet kunnen haken en breien, dat zie je niet zo vaak. En het is heel ingenieus, want je haakt de meeste motieven achter elkaar, in plaats van steeds de draad af te hechten. Fijn als een hekel hebt aan draadjes wegwerken, zoals ik. Ik was in eerste instantie vooral benieuwd naar de constructie van dit patroon, ik wilde het eerder maken dan dragen, zeg maar. Maar toen kocht ik na een tip van L. een Mystery Box van Sticks & Cups en kreeg ik daarin alles om dit vestje te maken (garen en het patroon, en allerlei goodies). Die Mystery Box is trouwens een aanrader, ik werd er zo door opgevrolijkt. Je kiest een bedrag, vult een vragenlijst in over wat je wel en niet graag maakt, mooi vindt enzovoort en dan kiezen zij iets voor je uit. Bij mij hadden ze ook op Ravelry gekeken wat er op mijn Wish List stond, het voelde heel persoonlijk. Nou ja, en toen moest ik er dus wel aan geloven.

In het begin was ik een beetje geïntimideerd door het patroon, dat heel uitgebreid is, vol schema’s en foto’s. Die foto’s zijn helaas dan weer niet allemaal even duidelijk, dus ik moest er een beetje in komen. En ik heb ook uitgebreid het nadeel ervaren van achter elkaar door haken, namelijk dat je álles uit moet halen als je een stuk terug een fout ontdekt. Dit was misschien niet het ideale patroon voor tijdens een pandemie. Uiteindelijk heb ik trouwens wel enigszins valsgespeeld ,omdat ik toen ik de tweede mouwboord wilde breien nog een fout tegenkwam in de eerste rij motieven. Ik kon het toen echt niet meer opbrengen om alles uit te halen tot dat punt (oftewel meer dan drie kwart van het werk). Dus toen heb ik het foute deel afgeknipt en er een stukje tussen gezet. Daar is mijn perfectionistische zelf niet blij mee, maar ja. Verder is het wel mooi geworden.

Ik werk nu nog aan de Sandbank Shawl, een patroon van Lea Viktoria. Het is een grote, lichte shawl in dun garen. Ik had voor dit garen, Organic 350 van Hjertegarn, eigenlijk een ander project in gedachten, maar daarvoor bleek het te dun. Ik was al langer geïnteresseerd in de Sandbank, maar aarzelde vanwege de opmerkingen dat het patroon slecht/onduidelijk zou zijn. Tot nu toe valt me dat erg mee. Daarnaast waren veel mensen wel heel blij met het eindresultaat, dus daarom besloot ik het er toch op te wagen. De shawl heeft een bijzondere vorm, een beetje tussen een halvemaan en een halve cirkel in. Die vorm krijg je door vanuit het midden te beginnen en dan rond te breien. Dat had ik nog nooit gedaan. Het is schijnbaar dezelfde techniek als wanneer je sokken vanaf de teen breit, maar dat heb ik ook nog nooit gedaan en dit is met veel meer steken dan je daarvoor nodig hebt. De cast-on uit het patroon lukte me niet, maar de Turkish cast-on ging redelijk, leuk om weer iets nieuws te leren! Na de eerste rondes kom je bij een herhaling over zestien rondes en dan wordt het relaxed. Zeker met een rondbreinaald van 150 cm, die ik speciaal hiervoor heb gekocht op de Handwerkbeurs. Prima tv-project. Er zitten nog wel wat meerderingen in hier en daar, maar inmiddels is de shawl al zo groot dat het steeds ook heel lang rechtuit is. De rand komt langzamerhand in zicht, en veel kritiek richt zich daarop, dus daar moet ik nog wel even in duiken. Gelukkig is het typisch zo’n patroon waar veel mensen notities over hebben gemaakt op Ravelry, dus daar ga ik dankbaar gebruik van maken.

Verder werk ik nu vooral aan een dekentje voor een baby, want M. en ik hopen komende herfst voor het eerst tantes te worden. Ik kan er nog niet veel over zeggen, want de moeder van de baby (mijn schoonzus) volgt mijn projecten op de voet. Wat ik er wel over kan zeggen:
– Ik heb het patroon zelf ontworpen. En nu ben ik er natuurlijk extra onzeker over, zeker als ik dan zie wat voor dekentjes S. zelf favoritet op Ravelry. Voordeel is wel dat ze het daar niet per ongeluk gaat vinden. Ze heeft zelf gevraagd of ik een dekentje wilde maken (alsof ze dat moest vragen!), ze weet wat voor dekentjes ik eerder heb gemaakt, dus het zal allemaal echt wel goed komen, maar dat heb ik altijd als ik een dekentje maak, dan moet het ook wel echt mooi worden.
– Het dekentje is niet roze of paars, want die kleuren mocht ik niet gebruiken. Nu zou ik die kleuren voor iemand anders sowieso niet snel kiezen, maar ze willen het geslacht van de baby ook nog niet weten, dus het is zeker iets neutralers geworden.
– Het kan in de wasmachine. Ik weet dat S goed voor breisels kan zorgen, maar ik ben er natuurlijk niet op uit om het leven van nieuwe ouders moeilijker te maken dan het al kan zijn.
– Het garen werd razendsnel thuisbezorgd door Elitt, dat was fijn. Ik had wel het gevoel dat ik het systeem had gehackt, want de winkel vroeg hoe dan ook verzendkosten en dat vind ik bij grote bestellingen altijd een beetje jammer. De garenfabrikant berekende echter geen verzendkosten boven een bepaald bedrag, dus toen heb ik het daar direct besteld. Alleen bleek toen dat de fabrikant de bestelling doorzette naar een lokale winkel, dus toen kreeg ik het alsnog van de winkel, maar dan zonder verzendkosten. Dat was dan misschien ook de reden dat ze het persoonlijk kwamen bezorgen in plaats van het per post te versturen, maar daar klaag ik natuurlijk niet over!

Momenteel moet ik trouwens enorm veel moeite doen om het niet aan de kant te gooien en aan tig nieuwe projecten te beginnen. Ik weet dat ik dit echt eerst af moet maken (en idealiter mijn Sandbank ook), omdat het er anders gewoon niet meer van komt, maar het valt me zwaar. Het is een groot project en ik heb het zelf ontworpen, dus het verrast me niet. Het is nu gewoon een kwestie van héél lang zo doorgaan. In dit geval zou het dus positief zijn als ik een poosje weinig te melden heb!

Boeken

Ik lees zo ongelooflijk weinig momenteel, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik vond dit bericht terug als concept, waaruit bleek dat ik toch nog wel een paar boeken had gelezen, zij het in een lange periode. Als ik erover schrijf, krijg ik soms weer meer zin in lezen, dus wie weet.

Rachel Hawkins – Her Royal Highness
(vertaald uit het Engels door Ella Vermeulen)

L. raadde me dit boek aan. Meisjes die verliefd worden op andere meisjes én een kostschool, dus je begrijpt, ik was er meteen voor in. Mijn indruk is nog steeds dat er vrij weinig ‘gewone’ boeken verschijnen met lesbische personages, laat staan over volwassen vrouwen (tenslotte ben ik al een tijdje geen young adult meer) of lesbische moeders. Er zijn mensen die anders beweren, maar als ik die om tips vraag, komen ze meestal met queerfantasy of queerhorror aanzetten, twee genres waar ik weinig mee heb. Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet goed op de hoogte ben van het Engelstalige aanbod dat niet wordt vertaald of te leen is in de bibliotheek, daar zou ik me misschien meer in moeten verdiepen.

Enfin, dit boek. Het is vooral een lief, zoet boek. Het bevestigde maar weer eens mijn vermoeden dat ik chicklit best leuk zou hebben gevonden als ik hetero was geweest. De Amerikaanse Millie ziet haar vriendin met een ander zoenen en vlucht weg naar een kostschool in Schotland. Daar deelt ze een kamer met Flora, een echte Schotse prinses die absoluut niet van plan is om het naar haar zin te hebben op de kostschool. Aanvankelijk kunnen Millie en Flora elkaar niet uitstaan, maar ja, ze zitten toch met elkaar opgescheept…

Helaas gaat het niet zoveel over de kostschool als ik graag zou willen (het kan nooit genoeg over de kostschool gaan). Daarnaast vond ik het storend dat er toch nog even expliciet benoemd moest worden dat Millie op meiden én jongens valt, terwijl verder uit het boek totaal niet blijkt dat ze bi is. Ik snap dat mensen die bi zijn ook graag boeken over zichzelf lezen, maar ik neem aan dat zij dan ook graag meer willen dan dat er alleen gezegd wordt dat iemand bi is. Dit lijkt me dan voor iedereen net niks. En ik vermoedde toch ook dat ze voorgesteld wordt als bi omdat het anders wel erg eng en moeilijk is voor de hetero’s. Ik zie dit soort ‘afzwakkingen’ net iets te vaak, ook bijvoorbeeld dat meisjes/vrouwen ineens toch ‘gewoon’ met een jongen/man eindigen en dat dat wel erg positief wordt voorgesteld, ze leefden nog lang en gelukkig met de natuurlijke orde hersteld. Er is al zo weinig, als ik dan eindelijk een lesbisch boek heb gevonden, mag het dan misschien een ‘echt’ lesbisch boek zijn? Bedankt.

Daarnaast was de Nederlandse vertaling helaas slecht geredigeerd. Ik lees zeker minder aandachtig als het niet voor mijn werk is, maar ik kwam zoveel fouten tegen dat ik op een gegeven moment aantekeningen ben gaan maken en de uitgeverij heb gecontacteerd.

Wim Daniëls – De lagere school

Luchtig boek met stukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen die met de lagere school te maken hebben (dus voor 1985, want toen werd het de basisschool). Gericht op babyboomers, maar toch ook wel leuk voor mij om even te lezen. Al wist ik veel al wel. Ook schokkend: sommige dingen herkende ik van mijn tweede basisschool (zoals van klein naar groot moeten gaan staan bij gym en dan eerst een paar rondjes moeten rennen), waaruit nog maar eens blijkt hoe belachelijk ouderwets die was. Ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Daniëls het zichzelf makkelijk had gemaakt door zijn Facebookvrienden te vragen om input en hun reacties vervolgens klakkeloos over te nemen in zijn boek. Niet alles wat zijn Facebookvrienden te vertellen hadden, was even interessant, en het boek richt zich daardoor ook behoorlijk op de lagere school in Brabant (ook wel weer grappig, aangezien mijn schoonfamilie uit dezelfde regio komt als de auteur en hem kent).

Shaun Bythell – Dagboek van een boekverkoper

Ik weet niet meer hoe dit boek op mijn leeslijst terecht is gekomen. Waarschijnlijk om de simpele reden dat ik geïnteresseerd ben in alles wat met het boekenvak te maken heeft. Tijdens mijn studie heb ik zelf ook in een boekhandel gewerkt, maar dat was zo’n grote boekhandel dat ik voornamelijk achter de kassa zat. Met veel plezier, overigens (en ik kan nu nog steeds goed boeken inpakken), maar dat was dus wel een totaal andere boekhandel als waar dit boek over gaat, want dat is een rommelige boekhandel in een klein plaatsje in Schotland waar ze voornamelijk tweedehandsboeken verkopen. Voor alle duidelijkheid: deze boekhandel bestaat echt, het boek is geschreven door de eigenaar, en hij beschrijft elke dag welke boeken hij verkoopt, inkoopt, de klanten, de medewerkers, zijn leven in het algemeen… Is dat niet saai? Eh… jawel. Soms wel. De meeste boeken die hij beschrijft kende ik niet, het is vaak bijzonder rustig in de winkel en zijn leven is niet bepaald spectaculair. Het had zeker wel wat, en ergens bleef ik benieuwd naar het vervolg, maar daar maakte het nawoord korte metten mee.

Elisabeth Leijnse – Cécile en Elsa, strijdbare freules

Dit boek had ik al eens eerder geleend van de bibliotheek en toen moest het terug en had ik misschien honderd pagina’s gelezen. Maar dit keer gingen de bibliotheken dicht en vond de Bibliotheek Eemland het te moeilijk ook maar iets te regelen voor haar leden, dus ik had dit keer ruimschoots de tijd om het uit te lezen. Serieus, ik ben daar zo in teleurgesteld, bij andere bibliotheken kon je nog boeken reserveren of een verrassingspakket ophalen of wat dan ook en hier was er gewoon niks, ik heb niet kunnen ontdekken wat ze maandenlang hebben zitten doen. Vlak voor ze weer open mochten, kwamen ze ineens trots melden dat het weer mogelijk was om gereserveerde boeken op te halen. Let wel, alleen boeken die mensen hadden gereserveerd vóór de coronacrisis, maanden eerder. Toen ze weer open mochten, kon dat natuurlijk niet meteen op de maandag dat ze weer open mochten, stel je voor, we moeten natuurlijk wel de tijd krijgen om dat goed voor te bereiden. Toen iemand op Twitter zich afvroeg wat de meerwaarde nog was van een lidmaatschap als ook niet-leden gratis e-books en luisterboeken konden lenen (een landelijke service tijdens de lockdown, dus ook daar zullen ze weinig werk aan hebben gehad), kwam er een reactie (die ik nu overigens nergens meer terug kan vinden) in de trant van dat het lidmaatschapsgeld sowieso weinig zoden aan de dijk zette en dat bibliotheken grotendeels uit algemene middelen worden betaald. Het Eemhuis is prachtig, ze organiseren normaal gesproken leuke activiteiten en S. gaat graag naar het voorlezen en knutselen (en ik ook, want ze lezen goed voor en hebben leuke tips), maar dit sloeg nergens op.

Goed, over het boek. Het is een biografie over twee adellijke zussen op basis van enorm veel brieven en documenten. Dankzij hun afkomst hadden ze relatief veel mogelijkheden, en ze waren in hun tijd (geboren in 1866 en 1868) behoorlijk bekend. Cécile als schrijfster en activiste, Elsa vooral als vrouw van componist Alphons Diepenbrock, hoewel ze ook de eerste logopediepraktijk van Nederland had. Het is een dik boek en ik moest er soms echt even doorheen ploegen, maar dat kwam vooral doordat het zo uitgebreid was en mijn gedachten veel afdwalen in deze tijd. Het is fijn geschreven en ik vond het over het algemeen heel interessant.

Sun Li – De zoetzure smaak van dromen

Ik vind nog steeds dat M. me weleens had mogen waarschuwen van tevoren dat de auteur in dit boek erg gedetailleerd schrijft over allerlei soorten onderdelen van dieren die worden gegeten. Ik eet geen vlees meer en kan nergens tegen, dus daar heb ik af en toe flink van gegruweld. Buiten dat vond ik dit een leuk boek. Sun Li beschrijft hoe het is om op te groeien als Chinees in Friesland. Het hele gezin helpt mee in het restaurant van haar ouders, maar als jongste dochter heeft zij ook nog andere dromen. Ze beschrijft vooral haar eigen leven, maar gaat ook wel in op de Chinese (eet)cultuur en racisme. Voor mij een onbekend perspectief, waar ik graag meer over te weten kwam.