100% Coco

Nicole die blogt over een film. Vrij uniek, want ik kijk heel weinig films. Maar voor 100% Coco maak ik graag een uitzondering, want ik heb de boeken van Niki Smit mogen redigeren waarop deze film is gebaseerd. De film bewonder ik op afstand, maar ik ben toch supertrots!

Je moet gewoon even de trailer kijken om te zien waar de film over gaat, die alleen al is zo tof!

De film draait vanaf vandaag in de bioscoop, maar M. en ik hebben hem zaterdag al gezien, want we hadden het geluk dat we naar de première in Tuschinski mochten. Ik was nog nooit naar een première geweest en het was heel leuk om mee te maken. Om Niki daar te zien stralen, om de cast te zien, te zien hoe enthousiast kinderen op de foto gingen met tienersterren (die wij niet allemaal kenden, we hadden ons duidelijk beter moeten voorbereiden!) en kleding uit de film. Om over de knalroze loper te lopen, al moesten we daarvoor eerst in de stromende regen wachten en werden we uiteraard straal genegeerd door de aanwezige fotografen :)

De dresscode was Style Tiger. Een dresscode is synoniem met stress bij mij, maar in dit geval viel het mee, want als Coco ergens voor staat, dan is het wel voor jezelf zijn. Maar het was natuurlijk wel feest, en ik wilde graag iets dragen dat er enigszins naar verwees. Nu is Coco altijd creatief bezig, onder andere op de naaimachine. Daarom maakte ik ter ere van haar het ananasstrikje op de bovenste foto. Mede mogelijk gemaakt dankzij dit zeer duidelijke patroon (ik kan bijna niets op de naaimachine, dus dat geeft wel aan hoe duidelijk dit patroon is) en een restje stof van S.’ gordijnen. Ik droeg daarbij trouwens mijn Hitofude-vestje.

En voor Niki, of liever gezegd haar hondje Flip, breide ik deze baret om de film te vieren. Parijs speelt een belangrijke rol in haar boeken en de film, en ze had al laten vallen dat ze deze graag wilde hebben. Toen kon ik natuurlijk niet anders dan hem voor haar maken (M. hielp mee door de pompon te fabriceren). Het patroon komt uit dit boek van Debbie Bliss en ja, de hond op het omslag draagt dezelfde.

Hoe de film was? Natuurlijk anders dan de boeken, alleen al omdat voor de film het materiaal uit twee boeken is gebruikt. Het was voor mij goed als Niki tevreden was (en ik wist al dat ze dat was) maar ik was wel erg benieuwd wat ik ervan zou vinden. Ik ken Coco en de andere personages inmiddels goed en ben erg op ze gesteld, dus hoe zou het zijn om een aantal van hen op het witte doek terug te zien?

Toen ik de trailer zag, wist ik eigenlijk al dat ik me geen zorgen had hoeven maken, en door de film werd dat alleen nog maar bevestigd. Alleen al die kamer van Coco, en Coco zelf (gespeeld door Nola Kemper), het klopt gewoon! Natuurlijk wijkt het verhaal af, heeft ze in de film een beetje een andere moeder, geen opa (oké, dat vind ik wel jammer, opa is een van mijn favoriete personages) en wel een gay best friend. Het verhaal is zo gewoon óók heel leuk. Ik kon er helemaal in meegaan, heb gelachen en gehuild en vooral ontzettend genoten. Gaat dat zien (en lezen als je dat nog niet hebt gedaan)! Zelf moet ik hem trouwens ook minstens nog een keer zien, want ik heb Niki’s cameo gemist…

Boeken van maanden

Om de een of andere reden kwam ik er niet aan toe om de afgelopen maanden een boekenblogje te maken. Ik las ook zo ontzettend weinig dat dat ook nauwelijks zin had. Maar laat ik er eens voor zorgen dat ik weer ‘bij’ ben, ook in het kader van Camp NaNoWrimo.

Amy Chua – Strijdlied van de tijgermoeder
(Battle Hymn of the Tiger Mother, vertaald uit het Engels door Wenneke Savenije)

Dit boek had M. uit de bieb geleend, ik weet eigenlijk niet waarom. Niet als inspiratie voor de opvoeding van S., mag ik hopen :) In dit boek vertelt Amy Chua hoe ze haar twee dochters opvoedt op Chinese wijze (het gezin woont in de VS). Goede cijfers halen, eindeloos muziek studeren en drillen, daar komt het zo’n beetje op neer. Het boek leest heel snel en ik vond het behoorlijk fascinerend hoe Chua aan de ene kant klaagt over hoe haar opvoeding de band met haar kinderen in de weg staat en aan de andere kant die opvoeding blijft verdedigen.

Nicolien Mizee – De wereld van Wollebrandt
Het tweede boek uit de Sterren van morgen-reeks dat ik heb gelezen. In maart schreef ik er al iets over. Het verhaal kende ik dus al door het eerdere boek, maar dit is vanuit het perspectief van een ander personage geschreven. Het beviel me beter, ik vond dit personage leuker en ik vond Nicolien Mizee ook beter schrijven. Ik weet niet of ik ook de andere delen nog ga lezen, ik geloof dat ik het wel een beetje gezien heb inmiddels.

J.K. Rowling – Fantastic Beasts and Where to Find Them (filmscript)

Toen deze film uitkwam, baarde ik S., en dus is het er niet van gekomen om hem te gaan zien. Naast dat ik sowieso niet zo’n filmkijker ben. Maar toen kwam ik erachter dat het script hiervan ook is uitgegeven, net als van het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child, dat ik vorig jaar las. Ik besloot het te lezen, want ik houd nu eenmaal nog steeds heel veel van de wereld van Harry Potter. Deze film (films, want er komen er meer) gaat niet over Harry Potter zelf, maar wel over de tovenaarswereld. Het verhaal speelt zich af in de jaren twintig in New York. Het gaat over Newt Scamander, later schrijver van het standaardwerk Fantastic Beasts and Where to Find Them, een van Harry’s schoolboeken. Vriendin C. vatte het eigenlijk heel aardig samen met: ‘Er ontsnappen allemaal van die beesten in New York en die moeten ze dan gaan vangen.’ Ik dacht eerst nog even dat mijn Engels niet goed genoeg was en dat ik van alles over het hoofd had gezien, maar op basis van een samenvatting die ik daarna las, geloof ik toch niet dat dat zo is. Ik vond er zeker leuke momenten en grappige details in zitten (daar is Rowling een meester in, vind ik), maar het grotere geheel boeide me niet zo. Misschien is het als film geweldig spectaculair, zou kunnen, maar ik zit op dit moment niet met smart te wachten op het tweede deel.

Sally Rooney – Conversations With Friends
Dit boek las ik via First to Read. Het is een Iers debuut van een piepjonge auteur en het wordt gepresenteerd als een literaire sensatie. De vertaalrechten zijn al verkocht aan allerlei landen, er schijnt ook een Nederlandse vertaling te komen. Ik lees niet vaak Ierse boeken. Niet bewust niet, het is maar een constatering. Leuk om een keer wel te doen, al had ik niet het idee dat er allerlei typisch Ierse elementen in zaten (maar ik ken Ierland helemaal niet). Het boek gaat over Frances en Bobbi, twee jonge vrouwen die ooit een relatie met elkaar hadden en nu optreden als spoken word artists. Dat vond ik zo veelbelovend klinken dat het boek alleen maar tegen kon vallen. Het viel me dan ook flink tegen. Het ging me veel te weinig over bovenstaand gegeven en veel te veel over de affaire die Frances krijgt met Nick, een getrouwde kerel. Nick is getrouwd met Melissa, die een portret gaat schrijven over Bobbi en Frances. Het boek gaat zo’n beetje over hun vieren, en dan nog een beetje over Frances’ relatie met haar ouders, studeren en haar lichamelijke klachten. De stijl vond ik echt wel goed, de tekst wordt op een goede manier afgewisseld met e-mails en chatgesprekken en ik wilde graag doorlezen, maar wel met in mijn achterhoofd dat er bijna iets interessants zou gaan gebeuren. En dat gebeurde dus niet, helaas.

Camp NaNoWriMo

Ik wil weer iets met schrijven gaan doen. Hoger dan dat ligt de lat op dit moment niet, maar op dit moment is dat ook hoog zat. Camp NaNoWriMo is een spin-off van de National Novel Writing Month, waarbij mensen in een maand (november) een nieuw verhaal van minimaal 50.000 woorden schrijven. Tja, het kan, ik heb het ook weleens gedaan, maar ik zou nu niet weten waar ik de tijd vandaan zou moeten halen. Het heeft me ook nog nooit veel opgeleverd, buiten een bepaald aantal woorden over niks.

Camp NaNoWrimo is in april en juli, en daarbij kun je veel meer je eigen doelen stellen. In aantal woorden of pagina’s, maar ook in uren of minuten. Voor dat laatste heb ik gekozen: ik wil deze maand minimaal 1000 minuten aan schrijven en dingen die met schrijven te maken hebben besteden. Klinkt algemeen en weinig? Misschien, maar het zou echt al heel wat zijn.

Ik heb een paar subdoelen bedacht. Het is geen lijstje wat ik per se af moet werken en alsnog niet al te concreet, maar hopelijk geeft het wat houvast en inspiratie.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit heb ik altijd heel leuk gevonden. Sterker nog, ik denk dat het een belangrijke reden was voor mij om ooit met schrijven te beginnen en ermee door te gaan. Ik doe nu niet vaak meer aan wedstrijden mee. Ik mag ook niet meer aan alle wedstrijden meedoen. Voor sommige ben ik te oud en voor sommige mag je nog niet hebben gepubliceerd. Maar er blijven er ongetwijfeld nog genoeg over.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Zou ik ook heel leuk vinden. Ik wil deze maand proberen om iets van kopij in orde te maken en ergens naartoe te zenden. Ik weet ook nog niet wat of waarheen en ga afwijzingen hier waarschijnlijk niet delen. Bovendien duurt het meestal heel lang voor je uitsluitsel krijgt, dus waarschijnlijk zal ik hier niet meer over te melden hebben dan of ik het heb gedaan. Maar ik hoop dat ik het kan doen.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Deze blog had ik natuurlijk al vóór 1 juli klaar moeten hebben staan, dus die tel ik nog maar niet mee.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ik krijg dat tijdschrift opgestuurd omdat ik manuscripten beoordeel voor Schrijven Online, maar vaak lukt het niet om het te lezen. Terwijl er best vaak interessante en leuke dingen in staan.
– Aan een nieuwe tekst werken. Daadwerkelijk schrijven mag natuurlijk niet ontbreken in deze lijst en zou waarschijnlijk helemaal bovenaan moeten staan, maar laat ik het er maar gewoon tussen zetten om mezelf niet te veel onder druk te zetten.
– Dat ene toneelstuk lezen. Ik heb heel lang geleden een toneelstuk gekopieerd uit een boek als inspiratie voor een verhaal dat ik nog altijd niet echt heb geschreven. Misschien vormt het een goed startpunt. Of juist niet, maar het zou fijn zijn om dat in ieder geval te weten.

Uiteraard zal ik binnenkort een update geven!

Dochter (9)

Bijna twee maanden na de vorige post. Er is veel veranderd. Waar te beginnen? Ze slaapt, ik denk dat dat het verschil met de grootste invloed is. Eerder sliep ze vaak bizar precies een halfuur achter elkaar. Supergoede tip dus, dat je gewoon met je baby mee moet slapen, bedankt… Nu slaapt ze overdag langer en is er zelfs soms nog een stukje avond over als ze al aan de nacht is begonnen. Heel, heel welkom.

Ze eet. We waren braaf begonnen met de ‘oefenhapjes’, maar ze wilde er weinig van weten, meestal deed ze haar mond niet open en sloeg ze de lepel weg. Waarop de consultatiebureau-arts zei: ‘Misschien kunnen jullie eens proberen om het voor de voeding te geven in plaats van erna. Ik weet niet wanneer we dat zelf eindelijk bedacht zouden hebben, maar het hielp wel een beetje. Fruit gaat nu heel goed, ze houdt van mango en banaan. Groente gaat wisselend, soms lijkt ze er te veel honger voor te hebben, maar we blijven het ‘aanbieden’. Nog zo’n woord. Een flintertje zalm, een pastavlindertje, gewoon maar proberen. Broodkorsten vallen ook in de smaak, want daar kan ze zelf een beetje mee zitten knoeien. We vinden Rapley te eng, maar alles fijnmalen en voeren is vast ook niet goed. Oma E. werkt op een peuterspeelzaal en kwam met een leuk eetliedje. Er zit een moment in waarop je moet wijzen. Gisteren dacht S. dat dat betekende dat er direct eten haar kant op kwam. Ze deed haar mond al open en wat was ze boos toen bleek dat dat niet zo was.

Ze tijgert, ineens kon ze het en ze is verrassend snel als ze iets ziet waar ze heen wil. Volgens tante C. heeft ze nu al een schoenen- en tassentic, veters en hengsels zijn erg interessant. Ik moest huilen toen ze naar mij bleek te willen, ik had geen schoenen aan.

Ze zegt ‘babababa’. De consultatiebureau-arts vroeg daar expliciet naar, dus het is kennelijk echt een taalontwikkeling. De stap hiervoor was ‘haabvvvv’, ook gezellig.

Ze wil nog steeds alles zien en meemaken. Zeggen ze op de crèche ook vaak. Het gaat daar nu ook wel wat beter, nu ze wat meer kan en slaapt en tevreden is. Ik was redelijk kritisch in de evaluatie na drie maanden, maar daar hebben ze ook echt wat mee gedaan, dat is fijn. Het is mooi om haar samen te zien met andere kindjes. ‘S. is er weer, S. is er weer!’ riepen ze vorige week.

Het gaat dus eigenlijk heel goed, dat blijft belangrijk om te beseffen. Eerst dreunt nog na, dat verandert niet door ‘Wat dan?’ of ‘Nog steeds?’. Dat verandert misschien überhaupt niet meer. Ik hoop dat het nog wat beter wordt en ik wil er nog meer over schrijven, al weet ik nog niet wanneer of in welke vorm. Het scheelt al dat ik niet meer iedereen die ‘Genieten!’ roept wil slaan.

Norma Blanket

Deze blog heb ik een tijdje moeten bewaren, maar als je dit leest, heb ik mijn nieuwe achternichtje eindelijk ontmoet! Ik wilde ook voor haar weer heel graag een dekentje maken, maar een dubbelgebreid exemplaar (zoals dit en dit) was na de geboorte van S. helaas niet realistisch.

Ik klaag vaak over mijn gebrek aan handwerktijd, maar deze deken is ongeveer een vierkante meter groot, dus zo heel weinig handwerktijd kan ik nu ook weer niet hebben. Ik heb er wel best lang over gedaan, zo’n 2,5 maand. Je breit deze deken vanuit het midden, dus het leek ook steeds langer te duren! Ik heb het patroon niet helemaal afgemaakt, maar ik had ook echt geen ruimte meer op mijn naald voor nog meer steken (uiteindelijk 636, geloof ik).

Ik snapte niet hoe je de steken in het midden op moest zetten volgens het patroon, dus gebruikte ik een pinhole cast-on. Nieuwe techniek voor mij, hoewel je in haakwerk ook zoiets kunt doen (de magic loop). Ik las ook (zo fijn als mensen op Ravelry aantekeningen maken!) dat sommige mensen opspanproblemen hadden doordat de rand niet ver genoeg kon worden uitgerekt, daarom gebruikte ik ook een andere bind-off dan in het patroon.

Dit was trouwens ook weer zo’n project waarover mensen voorzichtig iets vroegen als: ‘Eh, wat is het?’ als ik het liet zien, haha. Niet zo vreemd, waarschijnlijk, met halverwege zoiets:

Met het blocken is het alsnog niet echt goed gekomen, zoals je ziet. Dat is wel jammer, maar misschien niet zo heel erg als je er een kindje op of onder legt. Het is verder wel echt een mooi patroon, met een mooi idee erachter. Welkom op de wereld, L.!

Patroon: Norma Blanket van Meghan Jones (gratis). Ik breide het patroon t/m toer 58 van Chart 2/3.
Garen: Creative Cotton Aran van Rico Design. Kleur 42 (mint), ca. 12 bollen. Ik kocht het bij Wolplein.
Naalden: 4,0 mm en 3,5 mm. De langste rondbreinaalden die ik heb (100 cm).
Afmetingen: ca. 100 x 100 cm.

Dochter (8)

Ze is een handvol maanden.

Je ziet haar nog vergeten als ze een speeltje op de grond laat vallen of als M. wegloopt. Maar ze wil alles zien, steeds opnieuw. Tijdens voedingen met andere mensen erbij is dat wel eens lastig. Als ik in bed voed, moet M. soms ook echt incognito gaan en met haar rug naar ons toe gaan liggen, anders blijft S. naar haar lachen en proberen haar aandacht te trekken.

Nu kan ze rollen en wil ze meer. Kruipen. Zitten. Het blijft vooralsnog bij pivoteren, een woord dat ik niet kende, maar toch ook al knap. Als ik haar rechtop houd, trappelt ze met haar beentjes en kan ik haar gezichtsuitdrukking niet anders omschrijven dan trots.

Met Pasen was ze een beetje ziek. Zoveel zorgen dan meteen. Nu hoest en snottert ze nog, zo zielig. Gelukkig denkt de huisarts dat het wel gewoon verkoudheid is.

We gingen voor het eerst een weekend weg. Wat wennen was, met in ons achterhoofd toch nog ergens een idee van vakantie zonder poepincidenten en gekrijs. Maar alles paste in de auto en we liepen met haar in de draagzak zo het bos in en er waren veel eekhoorns en binnen speelde ze een hele poos op een kleed terwijl wij er zo’n beetje bij zaten. Bij aankomst bood de receptionist een kleurplaat aan en toen we vriendelijk zeiden dat ze daar nog een beetje te klein voor was, zei hij verdedigend: ‘Nou, sommigen vinden dat leuk, hoor, een beetje krassen.’

Ze mag groente, maar begrijpt nog weinig van het concept. Dat zou je niet zeggen als je ziet wat ze allemaal in haar mond stopt. Kleurpotloden opeten, daar zou ze ongetwijfeld ook heel goed in zijn.

Ze is zo lief, het lukt steeds vaker om dat te zien. En hoe blij ze mensen maakt, daar maak ik graag tijd voor.

Vanuit het Verhalenloket, week 16

De afgelopen weken ben ik zo druk geweest dat het me niet lukte om te bloggen over wat ik allemaal aan het doen ben. Ik had wel een conceptbericht klaarstaan, maar inmiddels moet ik dat alweer uitgebreid updaten. Dat zal ik nu doen, want ik blijf het leuk vinden om het een en ander te delen over de opdrachten die ik doe en het hebben van een eigen bedrijf (dat ik deze maand alweer zes jaar heb, ongelooflijk!).

Ik moet nog steeds een beetje wennen aan weer aan het werk zijn. Aan dat ik echt móét werken als er oppas is voor S. Aan dat ik vaak simpelweg niet kan werken als S. bij mij/ons is. De afgelopen weken waren enorm hectisch. Ik had me in mijn verlof voorgenomen om ‘s avonds en in de weekenden zo weinig mogelijk te werken, maar dat mislukte dus totaal. Ik kan blijkbaar nog niet goed inschatten hoeveel werk ik kan verrichten op werkdagen en er ging ook nog wat tijd af door dingen die per se ook op de werkdagen moesten gebeuren. Ik vind het heel lastig, eerlijk gezegd. Ik geniet enorm van weer aan het werk zijn, maar niet van de bijbehorende stress en het schuldgevoel dat er (hoe cliché) bij komt kijken. Ik krijg veel goedbedoelde opmerkingen in de trant van: ‘Je kindje is nu het belangrijkst’ en ‘Dan moet je minder werk aannemen’ en denk dan vooral: Nog minder?! Hopelijk wordt dat nog beter.

Ik heb twee studieboeken geredigeerd voor Pearson, een taai boek over deskresearch en een nog dikker boek over pathologie (ziekteleer). Het boek over deskresearch heb ik alweer grotendeels verdrongen, vrees ik, maar het ging over informatie zoeken en beoordelen, hoe werkt Google, welke databanken zijn er allemaal, hoe noteer je bronnen enzovoort. Het boek over pathologie is een stuk lastiger te verdringen, hypochondrisch als ik ben. Maar daar heb ik ook langer aan gewerkt, in twee delen. De redacteur van de uitgeverij mailde al dat ik blij moest zijn dat de afbeeldingen er niet bij zaten en op basis van de bijschriften denk ik dat ze gelijk had. Het was best interessant, maar ook wel ontluisterend, beter om niet te lang stil te staan bij alles wat je krijgen kunt. Op een gegeven moment zat ik eraan te werken terwijl ik me helemaal niet lekker voelde (fijn, zo’n kind op de crèche, we zijn voortdurend half ziek), dat was wel… toepasselijk? Verder maakte ik eindeloze lijsten begrippen (die dan bijvoorbeeld wel vet in de tekst stonden maar niet in de begrippenlijst of andersom) en verliep het einde van deze opdracht helaas een beetje rommelig, met dat ik hoofdstukken in een andere volgorde deed (kun je voorrang geven aan het urinewegstelsel? ja hoor) en uiteindelijk dacht dat ik klaar was en toen tot mijn grote schrik een enorm lang hoofdstuk had gemist over de huid (wat daar allemaal mis mee kan zijn wil je ook niet weten). Geen paniek, mailde de redacteur, maar bij mij was er toch wel paniek, want ik had een enorm strakke planning en liep hierdoor meteen weer achter de feiten aan.

Hannes Hunebed. Zodra ik die naam hoorde, wist ik dat ik de opdracht wilde doen (voor De Fontein) :) Het is een (vertaalde) graphic novel over een jongen in de steentijd. Zijn opa vond het vuur uit, zijn vader het wiel en Hannes komt onder andere met… de vork. Snapt zijn vader niks van, een stok om eten naar je mond te brengen? Wat omslachtig. Hannes moet meedoen aan een gevaarlijke overgangsrite en samen met zijn klasgenoten op jacht, waarbij natuurlijk blijkt dat zijn waardeloos geachte uitvindingen zo gek nog niet zijn. Erg grappig boek!

Ik redigeerde voor De Fontein onlangs ook de vertaling van dit boek, dat zal verschijnen als Het zomerhuis. Ik kende de auteur van haar serie 4 vriendinnen, 1 spijkerbroek, waar ik nooit zo’n fan van was. Maar zoals E. al zei: Ik ga er niet van uit dat je dat boek over die enge ziekten wel leuk vond, en dat heb je vast ook goed gedaan. Inderdaad, het is mooi meegenomen als ik een boek leuk vind, maar het hoeft niet (dan zou er te weinig werk overblijven, vrees ik). En het viel me eigenlijk best mee, al vond ik het wat sentimenteel. Het gaat over Sasha en Ray, die elkaar niet kennen, maar wel een familie en een kamer in een vakantiehuis delen omdat Sasha’s vader ooit getrouwd was met Rays moeder. Op een gegeven moment delen ze ook een vakantiebaantje, omdat ze dus elk om de week in het vakantiehuis zijn. Daardoor krijgen ze mailcontact, de supermarktmanager weigert om dingen twee keer te vertellen en zelfs om twee namen te leren, dus gaan ze elkaar ook maar Kleine Ray en Grote Sasha noemen. Ik weet het, ik vertel altijd details waardoor je alsnog geen idee hebt waar het boek over gaat, maar er zaten dus zeker ook leuke dingen in. En meer dan genoeg vertaaluitdagingen, wat ook leuk is voor een redacteur.

Voor HarperCollins redigeerde ik meerdere titels, maar ik licht dit boek er even uit, omdat ik dat het laatst gedaan heb en het een leuk boek was. Het is onderdeel van de serie From Manhattan With Love. Ik heb geen andere boeken van deze serie geredigeerd, maar wel een boek uit de serie over Puffin Island (van dezelfde auteur) en in dit boek gaan de personages daar ook heen, leuk gedaan. In deze serie wordt een vriendengroep gevolgd waarvan de leden bij elkaar in huis wonen (in New York dus), toffe setting.

Ondertussen moet ook de aangifte inkomstenbelasting nog gedaan worden. Gelukkig helpt mijn boekhouder me daarbij. Ik kan en doe best veel zelf qua administratie, maar het werd me wat te tijdrovend en ingewikkeld, vandaar dat ik er vorig jaar voor heb gekozen om daar hulp bij te zoeken. Bevalt erg goed en scheelt een heleboel stress!

Boeken van maart

Vorige maand heb ik bijna niet gelezen. Deze maand is het nog erger: ik heb nog helemaal niets uitgelezen (wat niet voor mijn werk was, dat wil ik er dan toch steeds graag bij vertellen) en we zitten al in het tweede deel van april. En ik was ook nog niet toegekomen aan het typen van een blogje. Het komt vast wel weer.

Kristine Groenhart – Take it easy
Dit is alweer het derde deel van de kostschoolserie Mulberry House. En ik hou nu eenmaal erg van kostschoolseries. Hoogstaand is het zeker niet en ik had dolgraag de redactie gedaan, maar ik weet inmiddels wel wat ik ervan kan verwachten en lees het dan gewoon lekker. In het genre is het best goed en leuk! Ik las dat deze zomer deel 4 uitkomt, dat ga ik ongetwijfeld ook weer lezen.

Hans van der Beek – De honger van Max
Het tweede boek dat ik heb gelezen, is gewoon ook een kostschoolboek! Het valt op zich mee met mijn obsessie, maar aan literatuur voor volwassenen kom ik momenteel al helemaal niet toe. Dit is een van de vier delen uit de serie Sterren van morgen, geschreven door vier verschillende auteurs. Ook deze serie speelt zich af op een Engelse kostschool, maar dan een waar nogal zweverige toestanden worden onderwezen. Iets met de elementen, verschillende karaktereigenschappen en gewaden in bijpassende kleuren. Behoorlijk vreemd allemaal! Volgens mij wordt hetzelfde verhaal in de vier delen telkens vanuit een ander personage verteld, dat vind ik wel een aardig concept. Ik vond dit niet heel goed geschreven en ik ervoer een seksistische ondertoon die me helemaal niet beviel, maar ik wil eigenlijk nog wel minstens een van de andere delen lezen om te zien hoe ze dat nu gedaan hebben met die verschillende perspectieven.

Dochter (7)

Een jaar geleden zagen we haar voor het eerst. Zo. Ze was twee centimeter groot en de klinisch verloskundige had gezegd dat het even kon duren voor ze iets zag, dat we ons niet meteen zorgen hoefden te maken. S., die toen nog gewoon ‘de baby’ was en misschien zelfs dat nog niet eens, kwam echter direct in beeld, met kloppend hartje en al. Ik kon niet meer stoppen met glimlachen.

De uitgerekende datum werd later iets later, maar hier staat haar verjaardag op, zo gek.

En nu, vul maar in. Kan ze rollen, vorig weekend zelfs drie keer achter elkaar, of eigenlijk in totaal negen keer, met dat we haar teruglegden op het uiteinde van het kleed en ze het nog eens deed, en nog eens. Trekt ze steeds haar sokken uit. Knispert ze met knisperboekjes. Kan ze belachelijk blij zijn als ze ons ziet.

Daar laat ik het vandaag bij, juist omdat het allemaal niet vanzelfsprekend is/blijft/blijkt te zijn. Het is nog steeds vaak overleven, maar wel met de mooiste reden om dat te doen.

Boeken van februari

Het lezen schiet er vaak nog steeds bij in, maar ik lees niet helemaal niet!

Graeme Simsion – Het Rosie Effect
(Vertaald uit het Engels door Linda Broeder)

Vorige maand schreef ik al dat ik ook het vervolg van Het Rosie Project wilde lezen, en dat heb ik zowaar gedaan. Het viel niet tegen! Het is in principe meer van het (leuke) zelfde en na twee boeken is het ook wel genoeg, maar ik denk dat de auteur dat ook vond, want volgens mij zijn er niet nog meer delen. En in dit boek gaat het veel over zwangerschap/baby’s, wat natuurlijk wel bij mijn leven past op dit moment.

Dori Katz – Looking For Strangers
The University of Chicago Press geeft iedere maand gratis een e-book uit haar fonds weg. Vaak zijn deze boeken wat wetenschappelijk (goh) om ‘zomaar’ te lezen, maar soms komt er ineens iets interessants voorbij. In dit boek onderzoekt Dori Katz haar eigen geschiedenis. Ze is van Joodse afkomst en woonde als kind in de Tweede Wereldoorlog in België. Haar vader en andere familieleden werden weggevoerd naar de vernietigingskampen en zelf zat ze ondergedoken bij een Belgische familie. Ze probeert het lot van haar vader te achterhalen en wil heel graag de mensen ontmoeten die haar destijds in huis hebben genomen, voor zover zij nog leven. Ik vond het een interessant en aangrijpend verhaal, maar ook wat… mager? Ik wil uiteraard niets afdoen aan de verschrikkingen, maar het is misschien interessanter als je weinig weet over de Tweede Wereldoorlog in Europa. Zoals aanvankelijk geldt voor Katz zelf. Daarnaast is het vooral jammer dat niemand die Nederlands/Vlaams spreekt het manuscript heeft gelezen. De auteur is later in haar jeugd naar Amerika geëmigreerd en lijkt nogal trots op de paar woorden/zinnen in het Nederlands die ze zich nog herinnert. Alleen noemt ze straten ‘Strasse’ en zou de vader van het onderduikgezin haar een lied hebben geleerd dat begint met ‘Vogel, vogel frei’…

Vicky Francken – Röntgenfotomodel
Een goede dichtbundel krijg je nooit uit, maar dat zou dan ook betekenen dat ik er nooit over kan bloggen, dus ik vermeld deze hier nu toch maar vast. Ik ken Vicky al heel lang uit het schrijfwereldje, en ik vind het heel tof dat ze eindelijk een bundel heeft gepubliceerd. En daar laat ik het voor nu gewoon even bij :)

Bonus: Zadie Smith – ‘The Embassy of Cambodia’
Het is geen boek, maar ik heb het wel op mijn e-reader gelezen: dit verhaal van Zadie Smith. Ik hou erg van haar werk, al moet ik me om de een of andere reden wel altijd tot het lezen van haar boeken zetten, het is geen lichte kost. Ik weet niet of dat binnenkort al weer gaat lukken, maar dit verhaal was een goede dosis Zadie voor mij op dit moment! Het goede nieuws (waarom wist ik dit niet?): op de site van The New Yorker staan nog meer stukken van haar hand.