Boeken

G. Hogesteeger en R.A. Korving – De juffrouw van de telefoon

Dit boek stond al lang op mijn lijst, maar het is uit 1993, dus niet zo goed meer verkrijgbaar. Ik bleek het wel te kunnen lenen in de bibliotheek tegen een euro reserveringskosten, want het moest uit Veenendaal komen. Ik kreeg bericht dat het voor me klaarstond, dus ik ging naar de bibliotheek om het op te halen. Het afhalen werkt bij ‘mijn’ vestiging niet zo geweldig. Er mogen drie mensen tegelijk zijn, en je moet een mandje meenemen zodat je mee wordt geteld. Eerst moet je al moeite doen om de ongebruikte mandjes te spotten vanuit het halletje, en als je dan naar binnen gaat omdat er nog mandjes zijn, blijkt steevast dat er allerlei mensen zonder mandje rondlopen. Nu is dat mandje ook best loos, aangezien je niet bepaald een grote afstand hoeft af te leggen met je boeken. Je haalt ze uit de kast, zet ze op je pasje en vertrekt. Of dat is de bedoeling. Toen ik dit boek probeerde te lenen, verscheen op het scherm de mededeling dat het niet geschikt was voor zelfservice. Er hing ook een briefje met ‘Wij zijn er wel, druk op de bel!’ of iets dergelijks, dus ik drukte op de bel en wachtte af. Al snel kwam er een medewerkster aangesjokt, die onmiddellijk zei: ‘O, dat boek uit Veenendaal, nee, daar gaat het niet mee.’ Oké, als je dat al weet, waarom zet je het dan in de afhaalkast en wacht je tot ik erachter kom dat ik het niet mee kan nemen? Ik vond het niet erg klantvriendelijk (of coronaproof). Maar goed, ze zette het toen wel alsnog op mijn pasje.

Het was zeker een welbestede euro, het was alsof ik een tentoonstelling bezocht (wat nu natuurlijk niet kan in het echt), ook doordat er veel leuke foto’s in het boek staan. Het boek is dan ook ooit verschenen in het kader van een gelijknamige tentoonstelling in het voormalige PTT Museum. Het is gewoon fascinerend, zo’n verdwenen beroep uit een totaal andere wereld. Ik vond het ook erg grappig dat er aan het eind een stukje in stond over hoe het ‘nu’ (dus in 1993) was, ook dat is anno 2021 natuurlijk totaal achterhaald. De opbouw van het boek vond ik wel wat rommelig, een aantal keer ging ik opzoeken hoe iets werkte, terwijl dat later nog aan bod bleek te komen. En ik had graag meer gelezen van/over de geïnterviewde telefonistes. Ze worden wel geciteerd, maar steeds erg kort. Daarnaast worden ze alleen anoniem opgevoerd, dus erg persoonlijk wordt het nergens. Ik had veel meer willen lezen over hun leven, maar dat zal niet de insteek van het boek geweest zijn.

Wel een domper was dat de tekst op een bepaald punt nogal antisemitisch leek, en op een ander punt homofoob. Zo was er een vrouw, Betty Biegel, die een hoge positie had bij de PTT en zich bezighield met het testen van telefonistes en het ontwikkelen van trainingen en dergelijke. De psychometrie was toen in opkomst, en het was uitzonderlijk dat een vrouw zo’n hoge positie had bij de PTT. Het ging in de tekst voornamelijk over dat het zo’n moeilijk mens zou zijn geweest, en er werd gemeld dat haar onderzoeksmethoden na de oorlog nauwelijks nog werden gebruikt. Ze is gestorven in 1943. Ze was Joods. Goh, hoe zou het komen dat er na de oorlog niets meer van haar werd vernomen? Ik vond het heel vreemd dat ze dat ze haar lot zo in het midden lieten.
En dan was er de passage die ging over meeluisteren naar gesprekken. Uiteraard mochten telefonistes dat niet doen, maar deden ze dat soms wel. Gesprekken tussen geliefden hadden de voorkeur, en dan was er nog de overtreffende trap:

Een enkele keer deed ook het toezicht mee en luisterde ‘met rode oortjes’ naar de gesprekken tussen twee lesbische vrouwen.

‘Het toezicht’ moest er onder andere op toezien dat dit niet gebeurde, maar in zo’n situatie telden de regels natuurlijk niet, moeten die lesbische vrouwen maar niet met elkaar bellen. Of zo.

Judith Koelemeijer – Het zwijgen van Maria Zachea

Dit boek had ik volgens mij alleen al eens geluisterd, voorgelezen door Hanneke Groenteman. Het was vorig jaar het geschenkboek van Nederland Leest, waar ook die schrijfwedstrijd bij hoorde. De uitgave is voorzien van wat extra informatie, Koelemeijer schrijft bijvoorbeeld over hoe het nu met de familie gaat. Heel interessant, al hadden de reacties van lezers van mij niet gehoeven.

Dit is zo’n goed boek. Het gaat over een katholieke tuindersfamilie met dertien kinderen, van wie Koelemeijer er twaalf heeft geïnterviewd (een zoon overleed jong). In 1989 krijgt hun moeder een hersenbloeding en besluiten ze samen voor haar te gaan zorgen, wat uiteindelijk jarenlang blijkt te duren. Dat verhaal is verweven met hun jeugdherinneringen. De kinderen verschillen veel in leeftijd en hebben uiteraard hun eigen kijk op de gebeurtenissen. Ik vind de opbouw heel knap en ik houd erg van haar stijl, iedereen komt zo mooi tot leven en de historische informatie is er perfect in verwerkt. Als je haar andere boeken Anna Boom en Hemelvaart nog niet hebt gelezen, moet je dat zeker ook doen. Het is makkelijk om aan te haken bij haar oeuvre, want ze moet natuurlijk veel research doen voor haar boeken. Ik weet dat ze nu bezig is aan een boek over Etty Hillesum, daar ben ik ook erg benieuwd naar.

Splinter Chabot – Confettiregen

Soms wil ik een boek erg graag goed vinden. Splinter Chabot lijkt me zo sympathiek, ik vond hem zo leuk in Wie is de Mol en dit is letterlijk en figuurlijk een knalroze boek. M. was ook behoorlijk enthousiast, en toen las ik het en viel het me toch een beetje tegen. Deels komt dat denk ik doordat ik mezelf niet echt zie als de doelgroep. Ik had het idee dat het vooral voor jongeren is bedoeld. Er wordt over gezegd dat het zo’n belangrijk boek is omdat het laat zien hoe je (zelfs) in een tolerante omgeving met je seksualiteit kunt worstelen. Tja, als dat nieuws voor je is, dan lijkt het me een goed idee als je dit boek leest. Ik vond het ook lastig om me in de hoofdpersoon (die heet Wobie, maar het boek lijkt me sterk autobiografisch getint) te verplaatsen, het was me wat te elitair allemaal, en met drank overgoten. Ik vond het zeker leuk en interessant om te lezen, het komt authentiek over, maar ik werd niet weggeblazen. Dat kwam ook vooral door de stijl. Het zijn grote letters en korte hoofdstukken, dus dat vertekent een beetje, maar het boek had van mij echt wel wat dunner mogen zijn. Het staat vol vergelijkingen, en dan is het ook nog vaak zo dat hij eerst een aardige vergelijking maakt, dan nog twee mindere en het dan nog gaat uitleggen. Het dankwoord suggereert dat het eerst nog veel erger was. Als hij dat zelf al opmerkt, dan was het waarschijnlijk inderdaad erg. En ik weet als redacteur natuurlijk ook wel dat er grenzen zijn aan hoeveel je iemand kunt laten schrappen en dat je een auteur ook niet in een mal kunt/moet proppen waar hij niet in past. Maar toch. Voor mij als lezer was het wat te veel van het goede. Ik was trouwens wel ontroerd (ja, ik houd van dankwoorden, ja, ik lees die altijd) dat hij schreef dat hij bij ‘mijn vaders hand’ altijd alleen maar moest denken aan hoe hij de hand van zijn vader vasthield als ze samen naar school liepen. Dat verwijst naar de titel van het boek dat zijn vader Bart Chabot schreef over zijn eigen afschuwelijke vader. Het raakte me, terwijl ik dat boek niet eens heb gelezen. Het kan dus ook zonder extra uitleg!

Schrijfwedstrijd

De Bibliotheek Eemland organiseerde vorig jaar een schrijfwedstrijd met het thema van Nederland Leest: Kleine geschiedenis, grote verhalen. Helemaal mijn thema en gelukkig ook mijn bibliotheek, want je moest in een bepaald postcodegebied wonen om mee te kunnen doen. Ik schrijf op dit moment erg weinig, maar hier wilde ik graag aan meedoen en je verhaal mocht ook maar duizend woorden zijn, dus dat moest te doen zijn. M. besloot ook een tekst in te sturen, dus de competitie was even weer als vanouds. Heerlijk! Uiteraard vind je in deze post mijn verhaal, maar ik maak verder weinig mee, dus ik blik ook terug op het schrijfproces, de prijsuitreiking, het jurycommentaar enzovoort.

We schatten in dat verhalen met een lokaal tintje het goed zouden doen. Het stond niet in de regels, maar het bleek wel te kloppen, in ieder geval hadden vrijwel alle genomineerde verhalen dit. Ik vond het zelf ook wel fijn om de zoektocht naar een onderwerp alvast wat te vernauwen, want het thema was nogal breed. Ik besloot ook al snel dat ik niet over mijn eigen geschiedenis wilde schrijven. Dit mocht nadrukkelijk, maar ik gebruik al vrij veel uit mijn eigen leven in mijn teksten en wilde daar nu een keer niets mee doen. En het leek me leuk om iets te schrijven op basis van historische bronnen.

Vraag me niet hoe, maar ik wist al vrij snel dat ik over het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in mei 1985 wilde schrijven. Hij heeft toen een nacht in Amersfoort gelogeerd. Onze Lieve Vrouw ter Eem, het klooster waar hij logeerde, hoorde ooit bij mijn middelbare school (toch nog een minieme persoonlijke link). Het bezoek verliep ronduit dramatisch (weinig fans op de been, veel relschoppers, veel kritiek, allerlei toestanden) en er is uitgebreid over bericht in de media. Dus dat leek me wel wat. Ik kwam er al snel achter dat ik het niet zo interessant vond om over de paus zelf te schrijven. Het leek me daarnaast ook makkelijker om over fictieve personages te schrijven, dus koos ik ervoor om het verhaal alleen te laten afspelen tegen de achtergrond van het pausbezoek. De historische details kloppen zo veel mogelijk, maar de paus komt zelf niet in mijn verhaal voor en de personen die er wel in voorkomen heb ik zelf bedacht. Ik raakte geïnspireerd door artikelen over de zusters van het klooster, waarin onder meer stond dat die eigenlijk veel te progressief waren voor de paus en dat hij daarom uiteindelijk ook maar een nacht kwam. Ik had al een vrij hardnekkige fascinatie voor nonnen, dus daar moest het absoluut over gaan. En toen ging het verhaal over een zuster en vrij plotseling ook over haar broer.

Ik vond het echt fantastisch om aan dit verhaal te werken, het was lang geleden dat ik met zoveel plezier en zo serieus aan een tekst had gewerkt. En toen het verhaal af was, was ik er ook echt tevreden over. Ik denk omdat ik eindelijk weer eens iets geschreven had en echt gemaakt had wat ik wilde maken. Ik heb het ingezonden voor de wedstrijd, en ik was blij dat het werd genomineerd, maar eigenlijk had ik al gewonnen door het te schrijven. Dat klinkt heel zoetsappig en ik denk dat ik best teleurgesteld zou zijn geweest als het geen nominatie had opgeleverd, maar zo voelde het wel. Ik heb zeker in mijn tienerjaren heel veel aan schrijfwedstrijden meegedaan en genoten van het schrijven en het ontmoeten van mensen (na een tijdje waren dat vaak ook dezelfde mensen), maar toen vond ik winnen toch belangrijker dan nu. Het scheelde misschien ook een huwelijkscrisis dat M. ook was genomineerd.

Toen de genomineerden bekend waren gemaakt, kon er worden gestemd voor de publieksprijs. Enorm campagne voeren past niet bij mij, en ik was ook meer geïnteresseerd in het oordeel van de jury. Ik heb dus wel mijn verhaal laten lezen aan wat mensen, maar verder niet echt iets gedaan. En toen begon het lange wachten op de prijsuitreiking, want de organisatie bleef maar hopen dat het live zou kunnen en het uitstellen omdat dat niet was toegestaan. Totdat ze uiteindelijk besloten om toch een digitale prijsuitreiking te organiseren.

Ik wist niet zo goed wat ik me daarbij voor moest stellen, als thuiswerker met zo’n beetje de minste ervaring met videobellen van iedereen, maar ze hadden er iets heel feestelijks van gemaakt. Iedere genomineerde ontving een grote doos met lekkers van KAdECafé (M. en ik hadden er dus twee, mjam), er was muziek van local Emma Lou, het geheel werd vakkundig aan elkaar gepraat door biebheldin Karin Horst en familie, vrienden en bekenden konden meekijken en -luisteren. Ik geef meteen toe, dat laatste leek me helemaal niks en ik was dan ook not amused toen mijn moeder de link naar de bijeenkomst ongevraagd nogal enthousiast gedeeld bleek te hebben. Dat zullen de zenuwen geweest zijn, want alle genomineerden mochten hun verhaal voorlezen en hoe trots ik dan ook ben op mijn tekst, optreden lijkt alleen maar minder mijn ding te worden.

Het kostte wat moeite om de kinderen op tijd in bed te krijgen, maar om 19.30 uur zaten we er helemaal klaar voor. En toen was het natuurlijk alleen maar superfijn om bekenden te zien deelnemen, ik voelde hun steun echt. We wisten al vrij snel dat we beiden niets gewonnen hadden, want de prijswinnaars kwamen als laatst aan de beurt om voor te lezen. En natuurlijk was dat jammer, als je dan genomineerd bent, wil je winnen ook, en uiteraard hadden we de andere verhalen al aan een grondige analyse onderworpen (dat kon doordat ze online stonden in het kader van de publieksprijs) en ingeschat dat we best een kans maakten. Maar ik vond het helemaal niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Ik genoot vooral van alle lieve reacties, van eens een keer iets anders ‘s avonds, van de heerlijke hapjes (niet alleen die avond, overigens, gezien de hoeveelheid). Het was echt alsof we even ergens anders waren.

Ik was erg blij met het commentaar van de jury. Ze zeiden dat het verhaal leven ademt en dat ze onder de indruk waren van hoe geloofwaardig en complex de broer-zusrelatie is neergezet in zo weinig woorden. Het decor vonden ze ook mooi. Hun enige kritiek was eigenlijk dat dit een te groot verhaal is voor duizend woorden. Het verdient simpelweg meer, zeiden ze. Wat ik beschouw als een enorm compliment. Niet als: je vertelt een verhaal dat niet geschikt is voor deze omvang. Maar als: we hadden nog veel meer willen lezen. Wat wil je nog meer als schrijver? Het was ook wel een opvallend statement, want tegen bijna alle andere genomineerden zeiden ze: het had strakker gekund. En tegen mij dus: het is te strak. Wat ik daarvan vind? Strak is het zeker. Dat was voor mij ook de uitdaging van deze wedstrijd. Duizend woorden is weinig. Je kunt aan mijn verhalen zien dat ik ook gedichten schrijf. Dat is in langere teksten een probleem, daarin moet de lezer ook af en toe even op adem kunnen komen en die opbouw heb ik nog steeds niet goed in de vingers, ik focus me vaak te veel op de taal en te weinig op het verhaal. Schaven aan kortere teksten ligt me beter en doe ik graag. En daarbij laat ik graag veel weg. In dit geval om binnen die duizend woorden te blijven, maar vooral ook omdat ik de lezer graag veel zelf laat invullen. Soms misschien te veel. Concreet voorbeeld: ik vertel in mijn verhaal weinig over het leven van Adriaan en benoem niet expliciet wat er met hem aan de hand is. Die ruimte had ik niet, maar ik wilde het ook niet. Dat is een heel bewuste keuze, maar als het een lezer niet lukt om dat uit het verhaal te halen, leidt dat, denk ik, tot een mindere leeservaring. Blijkbaar neem ik dan toch liever het risico dat mensen het niet begrijpen dan dat ik meer ga uitleggen. Tot op zekere hoogte dan, het is natuurlijk niet mijn bedoeling om de lezer helemaal buiten te sluiten, juist niet.

Ik schrijf in ieder geval verder, al weet ik nog niet waaraan allemaal.

#nietmijnboekenvak

Ik heb lang getwijfeld of ik iets moest schrijven over de vertaling van het werk van Amanda Gorman. Mocht je geen idee hebben waarover dit gaat: Amanda Gorman is de spokenwordartiest die heeft opgetreden bij de inauguratie van Joe Biden. De vertaalrechten van haar werk werden verkocht, en het leek uitgeverij Meulenhoff een goed idee als Marieke Lucas Rijneveld Gormans werk zou vertalen. Rijneveld is inmiddels een grote naam, ook internationaal, zo heeft die de International Booker Prize gewonnen.

Vervolgens ontstond er ophef. Rijneveld heeft geen enkele vertaalervaring en heeft zelf eerder aangegeven dat diens Engels zo slecht is dat die diens eigen boek niet eens kan lezen in vertaling. Daarnaast zijn er nogal wat verschillen tussen beide auteurs: Gorman is een zwarte vrouwelijke spokenwordartiest wier achtergrond een grote rol speelt in haar werk, Rijneveld is een witte non-binaire auteur met een totaal andere achtergrond. Diens stijl is ook compleet anders dan die van Gorman.

Aanvankelijk verdedigde Meulenhoff de keuze voor Rijneveld in een verklaring, maar de kritiek hield aan en daarop trok Rijneveld zich terug. Bij mijn weten is nog niet bekend wie nu de vertaling op zich zal nemen. Daarna reageerde Rijneveld op alle commotie met een gedicht, dat integraal werd afgedrukt voor op het boekenkatern van de Volkskrant, in meerdere talen werd vertaald (uiteraard niet door Rijneveld zelf, al was het maar omdat het gebruikelijk is om alleen naar je moedertaal toe te vertalen) en internationaal gepubliceerd.

Ik bekijk deze kwestie allereerst vanuit mijn vak, en dan valt meteen op hoe commercieel de keuze voor Rijneveld was. De bekende naam ging boven kwaliteit. Voor iemand die altijd gaat voor de beste tekst, is dat lastig te accepteren. Maar als je dan kiest voor de bekende naam, wees er dan maar gewoon eerlijk over. Doe niet alsof iedereen vanuit het Engels kan vertalen. Ik weet zeker dat Rijneveld achter de schermen geholpen had moeten worden door een ‘echte’ vertaler die slecht betaald zou worden en anoniem zou blijven. Scherm niet zo met dat Gorman en haar team de hele tijd achter de keuze voor Rijneveld zijn blijven staan. Ja, natuurlijk staan ze daarachter, die weten ook dat Rijneveld die prijs gewonnen heeft. Maar weten ze ook hoe slecht Rijnevelds Engels is? Dat die nog nooit iets heeft vertaald? Dat er in Nederland wel degelijk mensen rondlopen die op alle fronten geschikter zouden zijn? Zijn er allemaal beter gekwalificeerde mensen voorgesteld en Rijneveld, en zeiden ze toen: doe ons Rijneveld maar? Dan kun je zeggen: wie zijn wij om die keuze ter discussie te stellen? Het lijkt me echter sterk dat het zo is gegaan.

Daarnaast springt het verschil in kleur en achtergrond tussen de auteur en de beoogde vertaler natuurlijk in het oog. Al snel ging het voornamelijk daarover. En dat begrijp ik wel. Het boekenvak is erg wit, logisch dat mensen daarop wijzen, zeker wanneer een wit persoon voor de zoveelste keer ongelooflijk veel vertrouwen en krediet krijgt. Als iemand totaal niet gekwalificeerd lijkt voor een bepaalde opdracht en hem toch krijgt en aanneemt, gaan mensen zich afvragen hoe dat komt. Dit gaat over kansen, over macht. En dan lopen de gemoederen hoog op en wordt alles al snel uit zijn verband gerukt. Dan gaan mensen roepen of zwarte mensen dan ‘ook’ geen werk van witte mensen mogen vertalen (ik geloof niet dat iemand heeft gezegd: Rijneveld mag dit niet vertalen, want die is wit. Zo wel: niet mee eens). Dan wordt het non-binair zijn van Rijneveld ineens een enorm ding, want dat is ook een vorm van diversiteit! Dan gaan mensen roepen dat de mensen die kritiek hebben op de keuze voor Rijneveld gewoon jaloers zijn. Dan vinden mensen het zielig voor Rijneveld, want die is toch zo’n geweldige auteur en die bedoelt het toch allemaal zo goed. Dan duiken mensen op Gormans gedicht, kijk, ze schrijft hier toch zelf dat we onze differences aside moeten putten? Dan gaat het ineens over polarisatie en verzoening.

Het raakt mij niet direct, ik ben geen vertaler, ik ben geen zwarte spokenwordartiest, ik heb nog nooit voor Meulenhoff gewerkt, ik ken Rijneveld niet persoonlijk. Ik ken zelfs diens werk niet goed, want diens romans schijnen nogal gruwelijk te zijn, en dat is niets voor mij. Het kan voor mij prima een casus zijn zoals de casussen in colleges bij Literatuurwetenschap, die mij ooit op het spoor van dit prachtige vak zetten. Aan de andere kant, ik schrijf en ik werk in het boekenvak, dus in die zin raakt het me wel (dit klinkt misschien wat triviaal, maar toch niet trivialer dan ‘beiden ontvingen op jonge leeftijd internationale erkenning voor hun werk’, een van de argumenten waarmee Meulenhoff de verwantschap tussen Gorman en Rijneveld probeerde aan te tonen). Mijn eerste reactie op deze zaak was: als dit het boekenvak is, wil ik er niet meer bij horen. Ik ben echt teleurgesteld in bepaalde mensen en mechanismen. Maar ik weet als geen ander dat een minderheid de meerderheid nodig heeft. We moeten hier iets mee, hoe ongemakkelijk dat voor onszelf misschien ook is. Ik blijf me verzetten tegen diversiteit als synoniem voor etnische en culturele diversiteit, maar het moge duidelijk zijn dat het gebrek aan etnische en culturele diversiteit een groot probleem is.

De vele lovende reacties op het gedicht van Rijneveld vind ik bizar. Alsof die de zaak en diens reputatie daarmee gered heeft, en nog in zulke schitterende bewoordingen ook. De literatuur heeft overwonnen! Zien die mensen dan niet hoe ironisch het allemaal is? De chef Boeken die de kwestie eerst afdoet als ‘commotie die mensen met een normaal leven ontgaat’ en ‘geneuzel in de marge van social media’ en dan ineens de hele voorpagina van haar katern inruimt voor Rijnevelds gedicht. Al die mensen die riepen dat er niks van waar was dat sommige mensen meer kansen krijgen dan anderen, en dat dan de eerstvolgende kans gewoon weer naar precies dezelfde persoon gaat. Rijneveld zelf, die dit grote podium gebruikt om te schrijven dat die inziet wanneer het niet diens plek is (Margriet Oostveen stipt dit laatste aan in dit stuk, maar ik ben het verder nog nergens tegengekomen).

Wat Rijneveld kan, kan ik niet, maar toch ook weer wel.

Wijziging weigeren

Ik kom niet goed uit mijn woorden
ik heb dus makkelijk praten
ik ben zo schuw dat ik de kleinste schrik begrijp
en als het voordeel gaat naar wie het meeste twijfelt
kom maar door

het punt is alleen
bekijk de handen die nooit
opgeheven werden nog eens goed
er zitten meestal middelvingers aan

wij schrijven gedichten
kunnen we altijd nog zeggen
dat we het anders bedoelden

het punt is alleen
wij bepalen niet wanneer
die ergens achter wordt gezet

Maakwerk van februari

Ik heb niet zoveel om te laten zien deze maand. Ik heb niet zo heel veel tijd gehad om te handwerken (hallo deadlines), maar ook veel tijd verspild aan nutteloze dingen, zoals stressen over of de kinderen koude voeten zouden krijgen toen het zo koud was en vervolgens in een poging dat tegen te gaan slechts een sok half afbreien. Ik ben niet bepaald een sokkenbreier, dus zodra het qua weer niet meer nodig was, heb ik dat ding meteen weer aan de kant gegooid…

Het vest van S.
Ik heb wel iets voor een kind gebreid, want het vest van S. is af! Het duurde weer lang voor het droog was, maar het was de moeite waard, want ik had de rand en de hoeken opgespannen en het ziet er nu nog beter uit dan ik had gehoopt. S. is er blij mee, al had ze weinig zin om het aan te trekken voor de foto (dat geeft natuurlijk niet). Ik ben er best trots op dat het me gelukt is om het patroon zo aan te passen dat ik er tevreden over ben (en dat het me gelukt is om het Frans te begrijpen). Ik had er vorige maand al iets over geschreven, maar ik was dus uiteindelijk niet zo enthousiast over het patroon (nogmaals, het is een gratis patroon, dus dan moet je ook niet al te erg gaan klagen, vind ik). Je begint met de rand in de nek en die brei je twee kanten op. Leuke constructie, maar het patroon zorgde ervoor dat je heel goed zag waar ik de andere kant op was gaan breien, en dat vond ik niet mooi. De mouwboorden vond ik ook niet zo mooi, en de rand onderaan al helemaal niet, daar kwam een vreemde golf in. Ik was al bijna van plan om maar gewoon 1 recht, 1 averecht te breien als rand, maar ik ben blij dat ik toch heb geprobeerd alles rondom goed te krijgen. Met name de hoeken zijn niet perfect, maar hé, in het patroon leken de hoeken totaal genegeerd te worden, dus dit is al een hele verbetering.

Het garen komt van een vestje dat ik ooit voor mezelf heb gebreid, maar nooit droeg omdat het model niet fijn was. Het blijkt bijna dezelfde kleur te hebben als onze (veel later gekochte) bank, dus S. kan voor kameleon spelen.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Nightbook
Ik heb het garen voor mijn Nightbook binnen. Het is speciaal voor mij geverfd door Wol met Verve, ik ontving het razendsnel en het ziet er erg mooi uit. Aanrader dus! Ik heb er alleen nog niets mee gedaan. Het zit nog in strengen, dus ik moet het eerst nog allemaal op bollen winden. Nu is dat met de hand best een werkje, maar S. bood direct aan dat ik haar parapluhaspel mocht gebruiken. Dat heb ik nog niet gedaan, want geen tijd, want dringende adviezen over het beperken van bezoek, want rijangst, want… Mijn smoesjes om er niet aan te hoeven beginnen, beginnen echter op te raken, want S. is nu van plan om binnenkort langs te komen. Met haspel. Dus dan zal ik er toch aan moeten geloven. Ik weet nog steeds niet waarom ik het zo groot maak in mijn hoofd. We zullen begin volgende maand zien hoe het ervoor staat! Ik denk dat ik er ook aan moet beginnen om te zien of de kleuren goed staan bij elkaar, want daar kan ik me nog steeds weinig bij voorstellen. Ik vertrouw op de kennis van zaken van de verver, ik heb gezien dat in de sample de contrastkleur ook zeer druk is (en daar zie je in het patroon vrij weinig van), ik heb een foto van het garen in zwart-wit bekeken (een bekend trucje om te zien of het contrast groot genoeg is). En dan toch die twijfel. Ik heb echt te veel tijd om te piekeren in deze lockdown (nou ja, dan is dit nog een vrij onschuldig onderwerp). Nu wil je natuurlijk weten welke kleuren ik heb, maar het lukt me niet echt om er een goede foto van te maken. De achtergrondkleur is in ieder geval Steel Blue, donkerblauw, en de contrastkleur kan ik niet meer vinden op de website, maar bestaat uit allerlei verschillende tinten lichtblauw, met spikkels in blauw en een beetje lichtgroen.

Tubular bind off
Ik schreef vorige keer al dat ik de mouwen van mijn Trove sweater smaller had gemaakt, omdat ik zo’n kluns ben dat ik ze anders overal in zou hangen. En ik schreef dat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. Nou, die blijkt dus ook niet geschikt te zijn voor klunzen. Toen het zo koud was, heb ik goed gebruikgemaakt van mijn Trove, want die is heerlijk warm. Maar toen ik ’m op een avond uittrok, hoorde ik ineens pang! Bleek de draad geknapt te zijn in de boord onderaan. Wat een drama. Ik heb het meteen zo goed mogelijk gerepareerd, maar dat zie je wel een beetje en ik hoop maar dat het houdt. Ik houd mezelf maar voor dat ik in geval van nood altijd nog de hele bind off uit kan halen en gewoon kan afkanten. De kans dat ik snel nog eens voor deze bind off zal kiezen is wel nog kleiner geworden hierdoor!

Linnen top
Over tijd verspillen gesproken. Ik ben nu dus begonnen om te proberen iets te breien van het linnen garen dat ik had gekocht. Ik kon er geen geschikt patroon voor vinden en had geen zin om te proberen een patroon met een totaal andere stekenverhouding aan te passen. Daarop besloot ik om helemaal zelf iets te proberen (juist, alsof dat niet nog veel meer werk is). Het eerste idee werd maar niet naar mijn zin, dus nu ben ik bezig met een raglan. Raglan is op zich natuurlijk een eenvoudige (de eenvoudigste?) constructie, maar dan nog. Ik ben best blij met hoe het eruitziet tot nu toe, ik vraag me alleen af of het mij gaat passen. En dat was toch wel de bedoeling. Wordt vervolgd. Breien met linnen garen bevalt me overigens prima tot nu toe, al splijt het erg en moet je goed kijken dat je alle draadjes meepakt. En ik heb nog niet geprobeerd om draadjes weg te werken, dat schijnt lastig te zijn.

Breiend ouderschap
Ik volg het nieuws nog altijd zo min mogelijk, wat er zo’n beetje op neerkomt dat ik alleen het Volkskrant Magazine met vertraging lees. Vandaar dat M. en S. mij moesten wijzen op dit stukje van Paulien Cornelisse over ‘breiend ouderschap’. Helemaal mijn ouderschap :)

Boeken

Vandaag heb ik weer drie boeken voor je. Geen slechte score, al zeg ik het zelf.

Selma Van de Perre – Mijn naam is Selma
(vertaald uit het Engels door Rebekka W.R. Bremmer)

Voor ik dit boek had gelezen, ging ik ervan uit dat het geschreven was door een ghostwriter. Iemand die zo oud is (Van de Perre is van 1922), kan die nog een boek schrijven? Ja dus. Dat alleen al is indrukwekkend, en de inhoud is dat nog veel meer. Van de Perre beschrijft in het boek haar leven, en dan vooral haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze raakte als Joodse vrouw betrokken bij het verzet en kwam uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück terecht. Het lukte haar om haar ware identiteit geheim te houden, en ze overleefde de oorlog. Na de oorlog vertrok ze naar Londen, waar ze nog altijd woont. Ze heeft heel lang niet over haar ervaringen gesproken en schreef haar manuscript in het Engels, omdat ze het voor een internationaal publiek had bestemd en dacht dat in Nederland alles over de oorlog wel zo’n beetje bekend was. Nou, ik heb er nog niet veel van dit soort boeken over gelezen. Het is inmiddels heel bijzonder om het vanuit de eerste hand te horen, over Joods verzet wist/weet ik weinig en ook over iets als onderduiken wordt toch een iets ander beeld geschetst. Hét onderduikverhaal is natuurlijk, ook voor mij, het dagboek van Anne Frank. Het is gemakkelijk om over het hoofd te zien dat sommige mensen die ondergedoken zaten soms nog buiten kwamen, bezoek ontvingen (vaak met alle rampzalige gevolgen van dien). Van de Perre is geen uitzonderlijk goede schrijver, maar haar verhaal raakte me erg en is vaak ook gewoon… spannend? Die term voelt heel misplaatst, omdat het allemaal echt gebeurd is en zo gruwelijk is, maar toch was het dat. Daarnaast komt ze over als ongelooflijk dapper en ook vaak heel sympathiek en realistisch, zo schrijft ze veel over dat ze geluk heeft gehad, over dat ze niet begrijpt hoe het mogelijk is dat ze bepaalde dingen heeft overleefd. Over de dingen die ze altijd bij zich zal dragen. Waaronder uiteraard het verlies van haar ouders, zusje en andere familieleden, vrienden en bekenden. We mogen dit nooit vergeten. Het manuscript is vertaald door Rebekka W.R. Bremmer en die moet dat heel goed hebben gedaan, in ieder geval kwam de vertelstem heel authentiek op mij over, passend bij de leeftijd en achtergrond van de auteur.

Miriam van Tunen – Van achter de kast
Dit boek stond ook al lang op mijn lijstje, maar had ik nog niet gevonden, en toen bleek het gewoon als e-book te leen bij de bibliotheek (ik doe privé nog altijd niet zoveel met mijn e-reader). Van Tunen beschrijft hierin hoe ze uit de kast komt als lesbische christelijke vrouw en hoe ze vervolgens haar weg vindt. Dit vond ik best een heftig boek om te lezen. Natuurlijk is mij wel bekend hoe er in bepaalde religieuze kringen over homoseksualiteit wordt gedacht, maar ik heb er zelf weinig ervaring mee. Het overviel me toch weer, hoe overtuigd haar vrienden, kennissen, mensen van haar kerk zijn van hun eigen gelijk, dat ze dan zeggen: nee, maar we houden echt heel veel van je, maar deze keuze die jij maakt… Het is voorwaardelijk, en zij bepalen de voorwaarden. Dat het serieus in mensen opkomt om dan te zeggen: nou, we moesten er natuurlijk wel lang over nadenken, maar jij én je ‘chick’ (ik citeer!) zijn helemaal welkom op onze bruiloft, hoor! Alleen willen we jullie wel vragen om niet met elkaar te dansen of te knuffelen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze dat soort voorstellen doen, het begrip dat ze ervoor verwachten. Van Tunen beschrijft heel mooi hoe ze hier aanvankelijk ver in meegaat en later niet meer. Ik ben dan ook benieuwd hoe het nu met de auteur gaat (het boek is al uit 2014), zeker omdat ik begreep dat ze inmiddels ook kinderen heeft. Overigens hoef je uiteraard niet in evangelische kringen te verkeren om bepaalde dingen mee te maken als lesbische vrouw, misschien was dat ook wel wat ik er confronterend aan vond. Ja, veel dingen die ze beschrijft hebben te maken met het feit dat ze bij een strikte geloofsgemeenschap hoort. Daar zijn nu eenmaal bovengemiddeld veel mensen die anderen hun bestaansrecht willen ontnemen, of op z’n minst een grote mond hebben over hoe anderen hun leven vorm zouden moeten geven. Daarnaast is het echter belangrijk om te benadrukken dat het ook daarbuiten vaak verre van ideaal is. Veel dingen worden goedgepraat, mensen kijken weg en ook hier volgt maar al te vaak een maar. Zo schrijft Van Tunen over de dansschool (volgens mij seculier) waar zij en haar vriendin stijldanslessen wilden volgen. Dat was prima, maar misschien zouden andere vrouwen zich ongemakkelijk voelen als ze met een van hen moesten dansen in plaats van met een man, dus of ze dan niet wilden wisselen. Exact dat verzoek hebben M. en ik ook gekregen, en ik hoop dat ik daar nu anders op zou reageren dan toen. Overigens hebben M. en ik bij die dansschool met plezier een aantal jaar gedanst, wisselden we in de praktijk wel en kwamen er later zelfs meer vrouwenparen. De dansschoolhouders vond ik erg sympathiek en verder helemaal niet homofoob, maar dat maakt het nog niet oké dat ze dat vroegen. Dat maakt het niet ineens fijn om altijd op te vallen, om de blikken en de vragen te krijgen. M. en ik wonen nu ergens anders, en als we ooit weer op dansles willen, begint dit van voren af aan. En dat is dan nog slechts één voorbeeld, en ook nog iets wat we makkelijk zouden kunnen vermijden, in tegenstelling tot talloze andere situaties.
Dit is meer iets voor een aparte blog, dus terug naar het boek. Ik vond het helaas wel bijzonder slecht geredigeerd. En/of slecht geschreven. Misschien is het zelfs helemaal niet geredigeerd? Dat verbaasde me, want het boek is regulier uitgegeven. Misschien hebben ze voor het e-book per ongeluk het verkeerde bestand gebruikt? Zulk soort verklaringen ging ik zoeken, want het was echt erg. Overal spelfouten, zinnen die alle kanten op gingen, vage verhalen, mails die volledig waren opgenomen, inclusief alle fouten… Ik krijg manuscripten onder ogen die er beter uitzien dan dit boek. Voor ik er iets mee heb gedaan, bedoel ik. Hoezeer ik haar ook het beste wens en hoe graag ik lesbische auteurs ook steun, als redacteur kan ik zoiets niet negeren.

Eric van ’t Zelfde – Superschool

Ik mag graag naar Dream School kijken (ook al snap ik dat sommige mensen zich afvragen of dit de beste opzet is en of dit op tv moet). Rector Eric van ’t Zelfde is mijn favoriet, ik kan niet zo goed uitleggen waarom, maar ik heb veel bewondering voor hoe hij het doet en ik vind hem vaak hilarisch. Hij bleek een aantal jaar geleden dit boek te hebben geschreven, waarin hij vertelt over zijn carrière tot nu toe. En dan vooral over hoe het hem en zijn team gelukt is om een middelbare school in Rotterdam-Zuid uit het slop te trekken. Ik lees sowieso graag over het onderwijs en ik vond dit een interessant boek. Van ’t Zelfde hoefde mij niet te vertellen dat docent op een middelbare school een zware baan kan zijn (dat is een van de dingen die hij wil laten zien), maar over het functioneren van directies en hemzelf ben ik wel nog meer te weten gekomen. En er staan een aantal heftige verhalen in het boek, waarin van ’t Zelfde ronduit heldhaftig optreedt. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat hij het zelf heeft geschreven, maar ik ben geneigd hem te geloven, onder andere omdat hij zichzelf op andere momenten allerminst spaart. Ik vond het best goed geschreven, in aanmerking genomen dat hij geen schrijver is. Soms was niet helemaal duidelijk waar het verhaal heen ging, en hij wil wel erg graag laten zien hoeveel hij weet van Engelse literatuur. En uiteraard had ik graag meer willen lezen over zijn tijd op een Schotse kostschool (want kostschool).

Maakwerk van januari

Zo. Januari. Lockdown, dus de avonden bestonden nog meer dan anders uit handwerken. En januari, dus ik was nog helemaal gemotiveerd om m’n plannen uit te voeren. Waar dan ook steevast bij hoort om meer te bloggen en schrijven en delen, dus laten we gauw beginnen.

Wanten voor D.
Ik begon dit jaar met het breien van nieuwe wanten voor D. De babywantjes die ze droeg werden nu echt te klein en hebben geen duim, dus ze kon niets vastpakken als ze ze droeg. Ik had nieuwe voor haar gekocht, vooral omdat ik wollen wanten/handschoenen niet fijn vind in de regen, maar die bleken nog te groot. De winkels waren inmiddels weer dicht en ik besloot toen toch maar zelf kleinere voor haar te maken. Op zich goed te doen, ware het niet dat ik het voor elkaar kreeg om de steekmarkeerders voor de duim verkeerd te plaatsen, waardoor de duim iets korter en de hand iets smaller is dan bedoeld. Nou ja. Deze wanten zijn ook nog iets aan de grote kant, maar ze passen beter dan de gekochte (die heeft S. inmiddels ingepikt) en ze houdt ze vaak zowaar aan. Toen ze net af waren, riep ze steeds: ‘Mama! Passen!’ en ‘Mama maakt!’:) Ik ben ook erg blij dat ze zwart zijn, aangezien ze er al aardig wat mee door de modder heeft gezwierd.

Patroon: The World’s Simplest Mittens van Tin Can Knits (gratis)
Garen: Semilla van BC Garn (100 procent wol)
Naalden: 2,5 en 3,0 mm

Trove Sweater
Mijn Trove is eindelijk af! Ik ben vaak niet zo snel met truien breien, en met deze zeker niet, want argh, hoe kon ik, iemand die zo’n hekel heeft aan draadjes wegwerken in hemelsnaam dit patroon kiezen? Nou ja, dat snap ik op zich nog steeds wel, want het is prachtig. Maar toch. Daarnaast was ik niet helemaal tevreden over het model, dat vrij kort is en wijde mouwen heeft. Wijde mouwen zijn geen goed idee als je zo’n kluns bent als ik. Ik wilde het lijf wat langer maken, en daarom besloot ik eerst de mouwen te breien, zodat ik zeker genoeg garen zou hebben. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn, maar de mouwen leken helemaal eindeloos te duren, dus uiteindelijk was ik wel blij dat ik die niet op het laatst nog moest. Alleen had ik toen nog niets gelezen over de minderingen aan de zijkanten van het lijf (klassieke fout, niet het hele patroon vooraf doorlezen), dus had ik zelf een mindering verzonnen voor de mouwen. En wat was ik daar op een gegeven moment ontevreden over. De minderingen uit het patroon vond ik ook niet geweldig, maar die van mezelf zeker niet, en ik baalde gewoon ontzettend van de hele trui. Waarschijnlijk kwam die inzinking door de lockdown en dergelijke, maar ik twijfelde dus echt of ik de mouwen moest uithalen. De volgende dag besloot ik dat toch maar niet te doen. Gelukkig maar, want het zou echt een hels karwei zijn geweest, alleen al doordat ik voor het eerst de tubular bind off had gebruikt. En omdat er dus heel veel losse draadjes in zitten, die ik allemaal al had weggewerkt, want ik dwong mezelf steeds om dat iedere paar strepen te doen. Als ik dat voor het laatst had bewaard, zou die trui nu waarschijnlijk ergens in een hoek liggen. S. en ik hebben ’m samen gewassen en daarna heeft hij een eeuwigheid liggen drogen op zolder, waar het nu niet zo warm is, maar waar de kinderen hem niet konden slopen. En nu ben ik er toch wel blij mee, al heb ik ’m juist omdat ik er blij mee ben nog niet durven dragen. Hij is best warm, dus ik moet daar dit jaar niet al te lang meer mee wachten.

Ik ben vooral erg blij met de kleuren, die helemaal anders zijn dan in het patroon en die ik online uit moest zoeken. Het garen heb ik gekocht bij Stephen & Penelope, en ik wil er zeker meer mee gaan breien. De tubular bind off was dus nieuw voor mij. Wat een gedoe. Het effect is op zich wel mooi (behalve als je ’m nog niet zo goed kunt en besluit om ’m eerst maar eens bij de halsboord toe te passen, vol in het zicht…), maar ik weet niet zo goed of ik het alle moeite waard vind.

Patroon: Trove van Emma Ducher
Garen: Ulysse van De Rerum Natura (100 procent merino) in de kleuren Poivre Blanc, Argile, Cypres, Sauge en Genet
Naalden: 3,5 en 4,0 mm

Het vest voor S.
Ik schreef er al over in mijn plannen, ik had een vestje dat ik nooit droeg en dat wilde ik uithalen om met het garen iets anders te breien. Dat heb ik voortvarend gedaan! Dat viel nog niet mee, want ik had de draadjes niet heel netjes weggewerkt en het vestje bleek anders in elkaar te zitten dan ik dacht. Uiteindelijk bleek ik (slechts) ongeveer 450 meter te hebben, het was dan ook een erg open patroon met amper mouwtjes. Nog wel net genoeg om iets te maken voor een van m’n kinderen, maar het was best lastig om een patroon te vinden in een kleine maat voor zulk dik garen dat ik mooi vond. Uiteindelijk vond ik een Frans patroon. Waarom ook niet? Mijn Frans is niet heel goed, maar met een lijstje breitermen Frans-Nederlands ernaast ging het heel aardig. Behalve dan dat ik onmogelijk uitkwam op het genoemde aantal steken. Ik dacht eerst nog dat het aan de taal lag, maar anderen kwamen er ook niet uit. Het was een gratis patroon, dus ik kan moeilijk klagen over dat het niet perfect was, maar het was best een gedoe. Ik heb uiteindelijk aardig wat aan het patroon veranderd, vooral aan de rand. Ik vond het leuk dat die om het hele vest heen zit, maar in de nek vond ik ’m niet zo mooi en aan de onderkant al helemaal niet, want daar golfde hij heel vreemd en het patroon deed net alsof er geen hoeken in zaten. Het ligt nu te drogen, dus S. heeft het eindresultaat nog niet aangehad, maar het lijkt best goed gelukt (foto’s volgen). Het garen kan helaas niet in de wasmachine, dus ik vraag me af hoelang het overleeft, maar S. is er nu in ieder geval heel enthousiast over.

Patroon: little Rebecca cardigan van Audrey Collete (gratis)
Garen: Royal Tweed van Lana Grossa in kleur 61 (100 procent merino)
Naalden: 5,0 en 6,0 mm

Over garen dat niet in de wasmachine kan gesproken, M. heeft de enige trui die ik voor haar heb gebreid per ongeluk in de wasmachine gegooid. Helemaal vervilt en gekrompen. Ik was zo teleurgesteld toen ik daarachter kwam, het was zo niet nodig geweest. Als iemand die zelf niet breit weet hoeveel werk en tijd er in zo’n trui gaat zitten, is zij het wel, dacht ik, en het voelde echt alsof het haar niks kon schelen. Ook al was het per ongeluk, ja. Zucht.

Verder ben ik druk bezig met allemaal nieuwe plannen. Ik haak nog steeds af en toe balletjes van acryl die ik uiteindelijk in een kussen wil verwerken (maar dat wordt een langetermijnproject). En ik heb garen gekocht voor mijn Nightbook! Ik vind het heel spannend, terwijl… het is maar breien, en zoals S. ook al zei: sinds wanneer laten wij ons tegenhouden door nieuwe technieken? Ik ga het gewoon proberen. Het wordt voor mij de eerste trui die volledig in twee kleuren is. De Trove is natuurlijk ook in meerdere kleuren, maar daarin zit een heel andere techniek, waarbij je nooit twee kleuren tegelijk gebruikt in een toer. Ik heb nog maar weinig ervaring met colorwork. Wel in wat dubbelgebreide projecten, maar ook dat werkt anders, daarbij is het vrij gemakkelijk om de draden goed op spanning te houden, omdat je twee kanten tegelijk breit. Ik heb het garen nog niet in huis, maar ik heb het na een tip van S. gekocht bij Wol met Verve, en het is speciaal voor mij geverfd omdat ze niet op voorraad hadden wat ik wilde. Zo tof, zo’n leuk contact ook gehad, ik fleurde er helemaal van op. Tot nu toe zeker een aanrader! Omdat het handgeverfd garen is, zal ik de strengen moeten afwisselen (daardoor vallen eventuele kleurverschillen minder op), wat ik ook nog nooit eerder heb gedaan. Ik ben heel benieuwd, ik ben gevallen voor deze trui zodra ik er foto’s van zag, dus hopelijk wordt het wat.
Daarnaast heb ik linnen garen gekocht omdat ik iets voor de zomer wil breien, maar daar ben ik nog niet zo mee opgeschoten. Het is donkergrijs en ik vind het heel mooi, maar het is ook iets dunner dan ik dacht, en daardoor heb ik nog geen patroon gevonden dat me aanstaat. Ik zoek verder, of misschien dat ik toch zelf iets ga proberen (zou de eerste keer zijn). Ik ben ook weer actief bezig met het patroon voor de deken die ik voor mijn neefje heb gemaakt. Zeker nu lukt het vaak niet om daaraan te werken. Het kost heel wat tijd, en ik vraag me ook steeds af wie er in vredesnaam op zit te wachten, maar ik wil het toch graag afmaken. Om meer te kunnen doen met patronen, moet je immers wel patronen hebben.

Boeken

Hanny Michaelis – Lenteloos voorjaar
(oorlogsdagboeken, bezorgd door Nop Maas)

Ik weet niet meer waarom ik deze dagboeken wilde lezen, ik denk dat ik er een keer een goede recensie over heb gelezen. Ik ken het werk van Michaelis eigenlijk niet, en wat ervan werd geciteerd in haar dagboeken sprak me niet echt aan. De dagboeken zelf vond ik wel mooi, al was het een hele zit (meer dan 900 pagina’s). En dit is alleen maar het eerste deel, en een selectie ook nog. Ik denk dat het tweede deel (De wereld waar ik buiten sta) nog interessanter is, omdat dat de periode verder in de oorlog beslaat. In deze dagboeken, uit 1940 en 1941, is alles nog redelijk normaal, zeker aan het begin, ook al is de familie Michaelis Joods. Hanny (ze is 18, 19 in deel 1) klaagt veel over haar ouders, ze hebben vrij veel ruzie. Dat raakte me, omdat haar ouders de oorlog niet hebben overleefd en dit dus hun laatste tijd samen is. Het is hoe dan ook vervreemdend om de dagboeken te lezen, omdat Hanny natuurlijk van de andere kant van de oorlog komt dan wij. Zij weet niet wat er nog gaat gebeuren.

De bezorger vertelt niet op basis waarvan hij dagboekfragmenten heeft geselecteerd. Een paar keer begreep ik zijn keuze niet helemaal, dan schreef Hanny bijvoorbeeld dat ze naar een feestje zou gaan en was het verslag van het feest zelf niet opgenomen. Maar ik heb de rest natuurlijk niet gezien, dus misschien zijn daar redenen voor. Het gaat wel écht heel veel over de jongens die ze leuk vindt en wat haar dromen zouden kunnen betekenen. Sowieso viel me op hoeveel ze zich bezighield met dat soort zaken. Het analyseren van dromen, maar zeker ook grafologie. En zo serieus ook, alsof het een echte wetenschap betreft (zo werd het toen misschien ook nog gezien?). Ze laat ook regelmatig haar handschrift door haar vader analyseren, dat je denkt: Eh, hij is je vader, je woont met hem in een huis, het is niet heel bijzonder dat hij dingen over je kan zeggen die kloppen… Maar verder kwam ze wel sympathiek op me over, slim, grappig en lekker stellig, zoals pubers dat ook in de jaren veertig al konden zijn.

Marian Rijk – Polderpioniers

Ik lees echt weinig fictie momenteel. Ik weet niet, het kan me niet zo boeien. Toen de bibliotheken nog open waren, kwam M. thuis met dit boek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar een goed geschreven familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis gaat er altijd wel in. En dat is dit zeker. Marian Rijk schrijft over haar eigen grootouders en andere voorouders, maar ze laat zichzelf niet voorkomen in het boek. Haar grootouders krijgen uiteindelijk een boerderij toegewezen in de Wieringermeerpolder. Dat lijkt erg op het verhaal dat Eva Vriend schetst in Het nieuwe land (dat gaat over de Noordoostpolder, maar ook in dat boek gaat het over grootouders van de auteur, en ook in dat boek is er sprake van een zeer strenge selectieprocedure). Verder gaat het boek ook over familieleden van nog langer geleden, waardoor het boek ook gaat over de negentiende eeuw. De negentiende en de twintigste eeuw zijn sowieso mijn favoriete eeuwen om over te lezen. Dit is een boek over het leven van gewone mensen, en die worden van dichtbij beschreven, alsof de auteur er zelf bij is geweest. Waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw (want ze kan simpelweg niet weten wat die mensen ooit tegen elkaar hebben gezegd), maar wel fijn om te lezen en ook heel toegankelijk. Ze verwacht niet dat je voorkennis hebt en de historische informatie is op een prettige manier met het verhaal verweven. Aanrader!

Dolf Verroen – Niemand ziet het
(Met illustraties van Charlotte Dematons)

Zoals M. steeds zegt: iemand die boven de negentig is en nog steeds in staat is om een boek te schrijven, verdient respect. Hoe dan ook.
In dit boek gaat Dolf Verroen terug naar 1947. Hij schrijft over de dertienjarige Victor, die weet dat hij op jongens valt, maar dat aan niemand durft te vertellen. Het is dan ook 1947. En dat geloofde ik ook echt, waarschijnlijk is het een voordeel dat de auteur die tijd heeft meegemaakt. Het boek is volgens mij ook geïnspireerd op zijn eigen leven, zij het niet puur autobiografisch. En de stem is apart, de stijl is heel eenvoudig, met korte hoofdstukken, maar niet erg modern, wat heel goed bij de beschreven tijd past. Ik was onder de indruk, al wist ik me niet goed raad met sommige clichés (moest Victor nu echt zo bezig zijn met kleding?) en viel het einde me wat tegen. Ik had het idee dat het verhaal daar pas echt begon, maar het is een kinderboek, dus het is niet meer dan logisch dat we Victor niet volwassen zien worden.

Dit wil ik maken in 2021

Dit wordt een korter lijstje dan vorig jaar. Geen eenentwintig in eenentwintig. Ik ben moe, ik ben bang, ik heb helemaal geen puf voor goede voornemens en ik heb ook geen idee wat er dit jaar wel en niet mogelijk zal zijn. ‘Als niemand van ons op de ic belandt, doen we het al beter dan vorig jaar,’ zei M. Laten we daarvoor gaan.

Ik houd het bij een lijstje van dingen die ik dit jaar graag zou willen maken, en in mijn geval gaat het dan al snel over handwerken en eten.

Eten

+ Aardpeer
Ik weet nog niet waar ik ze hier zou kunnen kopen en ook niet wat ik er precies mee wil maken, maar ze lijken me lekker.

+ Kanelbullar
En dan wel from scratch, niet van kant-en-klaar croissantdeeg.

+ Griesmeelpudding
Ik heb weleens cake gebakken met griesmeel en toen vond ik het lekker, het lijkt me leuk om een keer een traditionele griesmeelpudding met bessensaus te maken. Volgens mij heb ik ergens nog een tulbandvorm, dus misschien kan ik die gebruiken.

+ Brood
De lockdownbroodbakhype van vorig voorjaar is totaal aan mij voorbijgegaan (met twee kleine kinderen in lockdown hoef je je geen enkele illusie te maken over vrije tijd, laat staan extra vrije tijd), maar M. kreeg van een collega van haar een recept doorgestuurd voor een brood dat je niet hoeft te kneden, en dat klinkt interessant. Al zie ik nu wel dat je het in een pan in de oven moet bakken en hebben wij geen pannen die in de oven kunnen.

Handwerken

+ Nightbook
Dit patroon heb ik al gekocht. Dat doe ik meestal pas als ik echt een concreet plan heb om iets te maken, maar dit vond ik zo’n mooie trui dat ik het patroon vast heb gekocht toen de ontwerper een keer een pattern sale had. Ik brei eigenlijk bijna nooit stranded colourwork en mijn techniek is heel slecht, dus dat zou nog weleens een probleem kunnen worden. Zeker als ik voor handgeverfd garen kies, want dan kun je het beste verschillende bollen afwisselen om kleurverschil te beperken. Ik heb op dit moment nog geen geschikt garen gevonden. In andere omstandigheden zou ik waarschijnlijk met het patroon naar de Handwerkbeurs vertrokken zijn om daar iets uit te zoeken. Het blijft lastig om dat online te doen. Het plan is er, de moed nog niet echt.

+ Patroon Bridges and Beads
We zijn dit najaar de trotse tantes geworden van J. en hij heeft van mij natuurlijk een dekentje gekregen. Ik kon er helemaal niets over delen online, en toen hij het dekentje eenmaal had, is het er ook niet meer van gekomen. Het is nog steeds mijn plan om het patroon uit te werken. De naam heb ik alvast.

+ Iets voor in de zomer
Ik wilde vorig jaar al een top voor in de zomer maken, maar toen was ik druk met het dekentje voor m’n neefje en was het ineens alweer herfst en heb ik voor een trui gekozen. Ik heb wel ook de Clair Shrug gehaakt, maar dat was vooral doordat die in m’n mysterybox van Sticks & Cups zat. Heel leuk om te maken, maar niet echt iets wat ik dagelijks draag. Ik zou graag een keer iets met linnen garen breien, en dat is natuurlijk heel geschikt voor de zomer. Al heb ik dingen gelezen over hoe dat krimpt en weer groeit, en maakte zij me een beetje bang doordat ze in een vlog vertelde dat het zo moeilijk is om draadjes weg te werken in linnen (waar ik toch al een hekel aan heb). We gaan het zien. Ik heb nog geen patroon definitief uitgekozen, maar ik denk wel dat ik dat binnenkort moet gaan doen, om te voorkomen dat dit na de zomer nog steeds slechts een idee is.

+ Vestje uithalen
Ik heb nog zo’n open vestje dat ik jaren geleden heb gebreid en nooit draag. Het is dit patroon en het zit simpelweg niet goed en past niet echt bij me. Het garen vind ik nog wel aardig, dus ik hoop dat ik het uit kan halen en er iets anders van kan maken. Er zit niet zoveel garen in, maar waarschijnlijk wel genoeg voor een trui voor een kind?

+ Sandbank 2
Mijn Sandbank is denk ik het project waar ik vorig jaar met het meeste plezier aan heb gewerkt (ook te zien boven aan deze post). Ik draag ’m nu ook heel graag, en het was gewoon een ideaal project tegen alle stress waar ik lekker lang mee bezig kon zijn. Alleen het opspannen was lastig, maar dat is uiteindelijk ook best goed gelukt. Kortom: ik wil er nog een. Ik denk dat ik Coast van Holst ga uitproberen, dat garen lijkt dezelfde samenstelling en dikte te hebben als het garen van mijn eerste Sandbank (Organic 350 van Hjertegarn), maar is verkrijgbaar in veel meer kleuren. En laten we wel wezen, de stekenverhouding is bij dit patroon niet heel belangrijk.

Dit lijkt me wel genoeg, al heb ik ook nog genoeg andere ideeën. Zo ben ik geïnfluencet door Tommi en wil ik nu ook een Mazzy Cardigan. Ik heb hier nog steeds een punch needle set liggen waar ik nog niets mee heb gedaan, en ik ben begonnen met het haken van balletjes om hopelijk eindelijk eens mijn voorraad acryl wat te verkleinen. Ik wil er een kussen van maken, mocht ik ze nog terug kunnen vinden nadat de kinderen ermee hebben gespeeld.

Ik ben benieuwd wat ik aan het eind van het jaar zal hebben gemaakt!

Twintig in twintigtwintig – de eindstand

Oké. Ik heb echt weinig geblogd dit jaar. Maar ik had aan het begin wel zo’n mooi lijstje met twintig in twintigtwintig gemaakt, en daar wil ik toch graag op terugkijken, ook al heb ik lang niet alles kunnen doen. Daar gaan we.

+ Minimaal 1 nieuw patroon publiceren
Ik heb mijn Sketchbook Scarf gepubliceerd. En niemand heeft het tot nu toe gekocht. Twee mensen hebben dit jaar wel Interpunctie gekocht, mijn andere patroon. Twee keer een gat in de lucht gesprongen. Het gaat ongelooflijk langzaam, maar dat maakt niet uit. Volgend jaar hopelijk weer een patroon erbij.

+ Mijn Celestarium afmaken
Ook gelukt! Zie boven aan deze post. Je kunt er hier meer over lezen. Niet dat ik er sindsdien iets mee heb gedaan, niet dat hij hangt, maar hij is in ieder geval af, en het is gewoon een mooi ding, ik ben er trots op, zeker omdat de moed me echt even in de schoenen zonk toen ik ontdekte dat er twee gaten in zaten.

+ Zelf garen verven
Dit heb ik geprobeerd. In februari konden we nog naar de Handwerkbeurs, en daar heb ik toen ongeverfd garen en aluin gekocht. Uiteindelijk heb ik ook een pan en een spaghettitang voor dit doel gekocht en geprobeerd dat garen te verven met schillen en pitten van avocado’s… en dat is behoorlijk mislukt. Het garen bleef heel licht, kreeg niet bepaald een mooie kleur en raakte vooral verschrikkelijk in de knoop. En daar zit het nu nog steeds in. Ik heb wel een nieuwe voorraad avocadoschillen in de vriezer liggen en ik heb uitenschillen gespaard, maar daar heb ik tot nu toe nog niets mee gedaan. Ik zeg steeds tegen mezelf dat ik dat garen uit de knoop moet halen, maar het is superdun en zit echt heel erg in de knoop, dus dat heb ik tot nu toe nog maar voor een heel klein stukje gedaan. Verven met natuurlijke materialen spreekt me nog steeds aan, maar ik weet eerlijk gezegd niet of en wanneer ik nog een poging ga wagen.

+ Iedere maand bloggen over mijn handwerkprojecten
Dit heb ik niet gedaan. Ik heb in het algemeen weinig geblogd, en ook weinig hierover. Wel jammer, want ik heb veel gehandwerkt en ook best een aantal projecten afgemaakt, maar het komt er dan vaak toch niet van om er een hele blog aan te wijden, ik vind het al goed van mezelf als ik iets op Instagram post en m’n projectpagina’s op Ravelry bijhoud. Ik weet nog niet wat ik hiermee ga doen. In theorie vind ik het nog steeds een goed idee.

+ Bloggen over de boeken die we lezen met de kindjes
O ja. Lees mee met S. en D. Welgeteld een aflevering. Ook nog steeds een leuk idee, ja.

+ Naar de opticien gaan en een nieuwe bril uitzoeken
Goed dat ik dit aan het begin van het jaar heb gedaan, want ook al zijn de opticiens volgens mij grotendeels open gebleven, hier zou het later in het jaar waarschijnlijk niet meer van zijn gekomen. Maar ik heb een nieuwe bril uitgezocht. Het was verschrikkelijk, want blijkbaar liep ik rond met een bril die eigenlijk iets te sterk was voor mijn ogen, waardoor mijn ogen niet meer konden wennen aan een bril met de sterkte die uit de ogentest kwam. Ik ben een aantal keer terug geweest naar de opticien omdat ik elke keer het idee had dat ik niet goed zag door mijn nieuwe bril. Ik vind zo’n ogentest ronduit verschrikkelijk, want ik heb altijd het idee dat ik de verkeerde antwoorden geef, ook al kan dat eigenlijk niet, en het moest nu dus een aantal keer opnieuw. En ik had het idee dat ik die mensen ongelooflijk tot last was omdat ik elke keer terugkwam. Ook al was de medewerkster altijd ontzettend vriendelijk en zag zij het alleen maar als haar taak om ervoor te zorgen dat ik wél goed zag. Wat natuurlijk ook haar werk is, maar ik vind dat soort dingen gewoon altijd heel vervelend. Maar ik heb het dus wel gedaan. En toen had ik de bril opgehaald met de derde (?) glazen en toen kreeg D. ‘s avonds die verschrikkelijke koortsstuip en toen had ik wel wat anders aan mijn hoofd dan kijken of ik scherp zag. In ieder geval heb ik die glazen nu nog steeds en volgens mij zijn deze wel goed.

+ Een gesloten ecosysteem maken
+ Nog een keer een gemberplantje proberen te kweken

Ja, leuk. Allebei niet gedaan.

Er waren ook een aantal recepten/etenswaren die ik wilde uitproberen.
+ Jackfruit
Dit heb ik een aantal keer gemaakt, naar dit recept. Zelfs vorige week nog met kerst. Lekker!
+ Brownies met zwarte bonen
Deze heb ik niet gemaakt, maar ik heb wel deze vegan brownies ontdekt.
+ Foeyonghai
Dit heb ik een keer gemaakt, op basis van het recept dat ik had gevonden. Het was lekker, maar het smaakte niet echt zoals bij de Chinees. Ik had er toch meer van verwacht, of gehoopt dat het beter zou zijn omdat het best veel werk was. Als ik het nog een keer ga maken, ga ik in ieder geval de bladselderij weglaten, want dat vind ik eigenlijk helemaal niet lekker.
+ Lemoncurd
Twee keer gemaakt, ook nog met kerst, voor bij scones en cheesecake. Blijvertje. Ik gebruik hetzelfde recept als S. en J. hadden gebruikt. Vorige week dreigde het even totaal te mislukken. Ik denk dat ik de eieren en de suiker te enthousiast had gemixt, want het ging vreselijk schuimen en was wit in plaats van geel. En zelfs dat kwam uiteindelijk gewoon goed, dus dit is duidelijk iets voor mij.

+ Opbouwen tot minimaal 5 km hardlopen
Ik vraag me af of ik dit jaar heb hardgelopen. Ik vrees van niet. Ja, sporten. Zou ik moeten doen.

+ Mondharmonica leren spelen
Eh… Als je blaast komt er een andere toon dan als je zuigt? Nauwelijks iets mee gedaan.

+ Meedoen aan een projectkoor
Dit ging allemaal niet door. L. heeft dit jaar een kindje gekregen dat naar dezelfde crèche blijkt te gaan als D., ik heb haar een paar keer gesproken en ze heeft mij al een paar keer gevraagd of ik nog terugkom naar het koor. Ik weet het nog niet. Aan het begin van het jaar moest ik er echt nog niet aan denken om een avond weg te zijn, zo slecht sliep D. toen nog. En toen kwam corona. Misschien na corona? Op dit moment kan ik me daar slecht een voorstelling van maken. En zou ik dan hier mijn tijd aan willen besteden, is dit echt iets voor mij? Zoals ik al zei, ik weet het dus nog niet.

+ Minder op social media zitten lurken
‘Want het maakt me onrustig,’ schreef ik. En dat was dus nog voor alle enge verhalen over code zwart, jonge mensen op de IC’s en mensen die zich totaal niet aan de coronamaatregelen houden (korte samenvatting van wat me op dit moment zoal onrustig maakt). Ik ga dit opnieuw proberen, en ik denk dat het ook goed zou zijn voor mij om het nieuws wat minder te volgen. Want het helpt gewoon niet.

+ Dozen met boeken uitpakken en uitzoeken
Die dozen staan er nog steeds.

+ Een tafel en stoeltjes aanschaffen voor de kinderen
Een tafeltje en een stoeltje is het geworden, ongeveer wat ik voor ogen had, tweedehands schoolmeubilair, waar ik in mijn eentje mee naar huis moest rijden omdat we niet met z’n allen in ons autootje pasten met de aankoop erbij. S. gebruikt vooral de stoel, om op te zitten aan de salontafel en om zichzelf over de rugleuning van de bank te lanceren, ze zit eigenlijk nooit aan dat tafeltje. Maar toch nog steeds blij mee.

+ EHBO voor baby’s en kinderen volgen
Dit is niet gelukt, ik weet ook niet of dit coronaproof kan. Het zou goed zijn, dat vind ik nog steeds, al weet ik niet wanneer het logischer wordt om een gewone EHBO-cursus te volgen. Ik denk wel dat ik het lastig zou krijgen op bepaalde momenten. Ik heb onlangs een boek over pathologie geredigeerd en daar had ik het ook al lastig mee soms. Het ging over zo’n beetje alle aandoeningen, dus ook over aandoeningen waar ik in mijn omgeving mee te maken heb (gehad), en ze vonden het bijvoorbeeld ook nodig om te benadrukken hoe ernstig een status epilepticus wel niet is, en dat je als die dreigt te ontstaan zeker zo snel mogelijk noodmedicatie toe moet dienen. Zoals de neusspray voor D. die wij nu overal mee naartoe slepen. De neusspray die ik ook toe heb moeten dienen bij haar tweede koortsstuip en die er mogelijk ook voor heeft gezorgd dat ze toen godzijdank niet nog een keer een status epilepticus kreeg. Ik ben er best trots op dat ik toen handelde in plaats van bevroor, ik denk dat de kans groter is dat ik niet bevries in dat soort situaties met nog wat meer kennis en oefening. Dit kwam niet echt onverwacht, want deze stuip werd getriggerd door de BMR-vaccinatie. Daar waren we al ontzettend bang voor geweest, wat naar mijn idee werd weggewuifd door het ziekenhuis. Nee hoor, die vaccinatie kon ze gewoon krijgen, geen enkel bezwaar. Bam, nog een koortsstuip, zes weken na de eerste. Ik hoop natuurlijk nog altijd dat dit het was, maar dat weet niemand. Het heeft in ieder geval nog steeds erg veel impact op alles.

+ Weer eens aan een schrijfwedstrijd meedoen
Ik heb aan twee wedstrijden meegedaan. Aan de ene wedstrijd heb ik een dubbel gevoel overgehouden, omdat ik het idee kreeg dat het niet alleen om de kwaliteit van de teksten ging, maar ook om het naar voren schuiven van bepaalde mensen. Die ik niet ben. Ik weet nog niet of ik nog iets anders wil met die tekst (het is een soort gedicht), maar dat hoeft natuurlijk ook niet.
Van de andere wedstrijd heb ik de uitslag nog niet, omdat ze heel graag een liveprijsuitreiking willen organiseren. Ik heb er een hard hoofd in dat dat op korte termijn gaat lukken, maar we zullen zien. Die wedstrijd stelt niet zoveel voor, want je mocht alleen meedoen als je in een bepaald postcodegebied woonde, maar het thema was zo leuk en ik heb met zoveel plezier aan mijn tekst gewerkt en bronnen gezocht dat ik voor mijn gevoel sowieso gewonnen heb. Het thema was ‘Kleine geschiedenis, grote verhalen’, naar aanleiding van Nederland Leest. Mijn verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985. Hij heeft toen overnacht bij de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort, en die hoorden vroeger bij mijn middelbare school, of mijn middelbare school hoorde bij hen, moet ik misschien zeggen. Die school is erg belangrijk geweest voor mij en ik ben nogal gefascineerd door nonnen (en door kostscholen, maar in die tijd was het al geen kostschool meer), dus daar was mijn onderwerp. Mijn verhaal ‘Broeders hoeder’ is fictief, maar gebaseerd op historische feiten, en ik vind het goed gelukt. Dat vond de jury ook, want het is genomineerd voor de prijzen. Je kunt het hier lezen. M.’s verhaal trouwens ook, dus dat scheelde weer een huwelijkscrisis.

Boeken

Kom ik weer aan met boeken die ik tijden geleden heb gelezen. Ik weet dat het me goeddoet om mijn telefoon vaker weg te leggen en meer te lezen, maar soms lijkt het alsof ik vooral bezig ben om de gigantische ‘verlanglijst’ in mijn bibliotheekaccount aan te vullen. En de lijst met boeken die (nog) niet in de bibliotheek te leen zijn. En dan wil ik ook nog mijn Sandbank Shawl afmaken en van alles zien op tv. En dit alles ‘moet’ voornamelijk in de avonden gebeuren, als het huis is opgeruimd en de kinderen in bed liggen. Het klinkt nu heel dramatisch, maar eigenlijk gaat het juist beter dan eerder, toen D. nog niet wilde gaan slapen zonder een van ons erbij. Nu zit vooral S. weer in een roepfase, waarbij ze vaak vrijwel meteen beweert dat ze niet kan slapen. Over de nachten heb ik het hier maar even niet.

Lucy Strange – Het geheim van het Nachtegaalbos
(The Secret of Nightingale Wood, vertaald uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders)

Dit boek kreeg ik van vriendin C. voor mijn verjaardag. De eerste vijftig pagina’s vond ik er weinig aan. Ik moest wennen aan de stijl en ik vond het vooral erg naargeestig. En dat blijft het ook wel. Het is een kinderboek, maar het gaat vrij expliciet over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de psychiatrie in die tijd. Daarnaast is het vooral een boek over rouw. Over hoe oneerlijk het leven kan zijn, dat iedereen anders omgaat met de dood en hoe dat mensen van elkaar kan vervreemden. Een notoir lastig thema voor mij. Verklaarbaar, en je zult mij altijd mijn best zien doen om het niet als excuus te gebruiken, maar lastig. Momenteel zelfs weer even extra lastig, dat mag je best weten.

Ik vond het een heel Engels boek, dat schatplichtig is aan de klassieke verhalen (vooral Alice in Wonderland) en daar ook nadrukkelijk aansluiting bij zoekt. Wat mij betreft iets te gretig. Ik ben er ook niet zo bekend mee. Uiteindelijk raakte dit boek me wel, soms onverwacht, in schijnbaar eenvoudige zinnen.

‘Je bent niet meer alleen mijn kleine zusje – je bent nu ook iemands grote zus. Onthoud dat goed.’
‘Een kort leven is ook een leven.’
‘Maar ik was bang dat ze er niet meer zou zijn. En ik was bang dat ze er wel zou zijn.’

Verder lezen Boeken