Reactie

De impulsieve mail wordt beantwoord. Nog dezelfde dag. Dat mijn gedichten doorgestuurd zijn naar de poëzieredacteur. Ik ben optimistisch, want hoe vaak gebeurt het niet dat ik helemaal niks hoor? Vaak, heel vaak. En dan ben ik ook nog zo iemand die mensen probeert ‘daarin op te voeden’. Die dan dus nog eens mailt om te vragen of ze al meer weten. Ik raad het je niet aan. Ik vind wel dat mensen in ieder geval de moeite zouden kunnen nemen om terug te mailen, maar ik heb er al een paar keer absoluut geen vrienden mee gemaakt. Op z’n zachtst gezegd. Hoe beleefd ik ook ben. Hoewel er ook een keer excuses en een publicatie uit voortvloeiden omdat ze me oprecht vergeten waren. Dus misschien heeft het toch zin. Soms.

Hoe dan ook, ik heb een ontvangstbevestiging, dus voorlopig hoef ik niets te doen. Ik blijk ook even gemist te hebben in welke stad de uitgeverij gevestigd is. Niet heel handig vanuit mijn woonplaats, maar het is wel een stad waar ik veel mooie herinneringen aan heb, ook in combinatie met schrijven. Ik vrees dat ik sowieso wel aanleg heb voor bijgelovigheid, maar in dit geval zeker. Ze mailen terug en ze zitten in die stad! Twee gunstige voortekenen!

Alleen hoor ik vervolgens maandenlang niets. Op zich gaat het wachten me ongekend goed af. Ik laat het los, ik heb zoveel andere dingen aan mijn hoofd dat ik niet eens echt aan het wachten ben. Als ik eraan denk, denk ik er echter nogal negatief over. Zie je wel, het gaat weer net als al die andere keren. Je hoort gewoon weer niks. Als ze enthousiast waren, had je nu allang iets gehoord. Hoogstens mailen ze nog eens iets van ‘ja, heel leuk, hoor, je hebt talent, ga zo door, maar wij hoeven je niet’ en dan is dit ook weer mislukt. En dan?

De aandacht trekken van uitgeverijen was nooit echt een probleem. Ik bedoel dat niet arrogant, zo ging het gewoon. Ik kende mensen, mensen die ik kende kenden mensen, hadden goede ideeën en hebben ongelooflijk met mijn werk geleurd, vaak zelfs zonder dat ik het ze vroeg. Heel lief en bijzonder. En bijna iedereen bij die uitgeverijen was even aardig en welwillend (dat wil zeggen, als ik er nog iets van hoorde ;)), maar welwillendheid wordt niet automatisch een bundel. Op een gegeven moment wist ik het ook niet zo goed meer. Concrete feedback bleef grotendeels uit. Uitgeverij A zei: ‘Wat heel goed is aan jouw werk, is dat je echt een eigen stem hebt.’ Uitgeverij B zei: ‘We missen nog een beetje een eigen stem.’ Echt waar.

De twijfel is groot. Misschien ben ik toch niet goed genoeg. Jawel! Maar waarom lukt het dan niet? Toch wacht ik af. Ze hebben me nog niet afgewezen, dus ik maak nog kans. Hoe klein die kans ook is. Hoeveel maanden zijn er inmiddels verstreken? Misschien moet ik toch nog eens mailen?

Ineens is het al 1 december. De baby van het dekentje wordt geboren (dit weet ik nog niet meteen) en ik voer een erg moeilijk telefoongesprek, waardoor ik na weken stressen weer wat opluchting kan voelen. En er zit een mailtje in mijn inbox.

Ontwikkelingen

Veel mensen zeggen tegen mij dat ik nog tijd genoeg heb om te publiceren. Daar ben ik het op zich wel mee eens. Ik hoop het in ieder geval. Ik zal andere mensen ook altijd adviseren om er de tijd voor te nemen. Tegelijkertijd begin ik zo langzamerhand toch een beetje haast te krijgen. Ik ben al meer dan tien jaar serieus met schrijven bezig. De eerste jaren was het totaal niet op niveau, maar ik wil er wel al vanaf het begin iets mee, dus het lijkt nu wel erg lang te duren allemaal. Sommige tijdschriften en optredens lukken, maar dat debuut komt er maar niet.

Ik ken veel dichters/schrijvers van mijn leeftijd (of jonger) en de een na de ander krijgt bundels en boeken. Soms ben ik daar echt jaloers op. Ik denk er een paar keer dichtbij te zijn, maar toch lukt het niet. Ik begrijp niet waarom. Hoeveel beter moet ik nog worden en kan ik dat wel? Heb ik gewoon extreem weinig geluk? Komt het omdat ik niet in Amsterdam woon/niet van feestjes, borrels, netwerken en dat soort houd/nooit het NK Poetry Slam zal winnen? Wie zal het zeggen?

Ik vind het steeds lastiger om oprecht blij te zijn voor mensen. Om nieuwe dingen te maken en te genieten van de dingen die wél lukken. De gedichten die ik in mijn bundel zou willen liggen te verstoffen. Straks vind ik ze te oud om ze erin te stoppen. Er blijven mensen die zeggen dat het goed gaat komen, dat ik goed ben, dat ze nog steeds op mijn bundel wachten. Ik vind het heel fijn dat die mensen er zijn, maar ik geloof ze met wisselend succes.

Het is augustus 2014, en ik zit weer eens te piekeren over mijn onbestaande ‘schrijfcarrière’. Misschien moet ik mijn eisen iets bijstellen. Ik wil absoluut nog steeds niks in eigen beheer, dat bewaar ik wel voor als ik vijftig ben en compleet verbitterd omdat het nog steeds niet gelukt is. Maar de ene reguliere uitgeverij is de andere niet. Misschien maak ik meer kans bij een wat kleinere, onbekendere. Alsof de grote uitgeverijen zoveel aandacht besteden aan debutanten waar ze toch niks aan gaan verdienen. Ik bekijk een lijst met ingezonden bundels voor de C. Buddingh’-prijs. Deze uitgeverijen doen dus in ieder geval íéts met de bundels die ze uitgeven, dat lijkt me een goed teken. Ik zie meerdere namen die ik niet of nauwelijks ken en ga op onderzoek uit.

Bedachtzaam als ik ben, doe ik vervolgens alles wat je nóóit moet doen als je een uitgeverij wilt benaderen. Ik lees me niet in in het fonds. Ik denk niet na over de manier waarop ik mezelf en mijn werk ga presenteren. Ik stuur geen compleet manuscript (sterker nog, ik heb niet eens een compleet manuscript, alleen een stapeltje gedichten waar ik niet al te ontevreden over ben). Ik kijk nog net of ik ergens eisen kan vinden die ze aan ongevraagde manuscripten stellen. Die lijken er niet te zijn. Ik kom er niet eens achter of ze wel ongevraagde manuscripten willen ontvangen. En toch typ ik een voorstelmailtje en voeg daar een paar gedichten aan toe. Voor ik het weet, heb ik het al verzonden.

Cliffhanger, ik weet het, sorry. Dit is het eerste deel van een heuse serie. Of zoiets. Binnenkort lees je meer!

Boeken van februari

Je zou het op basis van het aantal misschien niet zeggen, maar het idee dat ik elke maand over de boeken die ik gelezen heb wil bloggen, helpt dus wel. Zo vond ik dat ik zaterdagavond nog snel m’n boek uit moest lezen omdat het zondag 1 maart was.

het verloren symbool

Dan Brown – Het verloren symbool
(The Lost Symbol, vertaald door Marion Drolsbach, Erica Feberwee, Pieter Janssens en Yolande Ligterink – Wow, vier vertalers! Er was kennelijk nogal haast bij?)

Dit boek zwierf al tijden door ons huis. Ooit gekregen, volgens mij. Ik vind Browns boeken altijd best vermakelijk, je weet wat je kunt verwachten. Dit boek stelde me ook niet teleur. Ik realiseerde me alleen wel dat ze extra leuk zijn als je op de plaatsen geweest bent die hij beschrijft. In Washington ben ik nog nooit geweest. O, en ik kan slecht tegen eng en smerig. Echt heel slecht. Als het niet eng of smerig is, ben ik steeds bang dat het eng of smerig gaat worden. Dit boek leunt nogal op ranzige rituelen, dus dat beperkte de momenten waarop ik dit boek kon lezen flink: niet voor het slapengaan en niet als ik aan het eten was…

fiepinvogelvlucht

Gioia Smid – Fiep in vogelvlucht. Hoogtepunten uit het werk van Fiep Westendorp
Dit boek heeft dan weer tijden op mijn nachtkastje gelegen, omdat ik het fijn vond om er voor ik ging slapen nog even in te bladeren. En dat bladeren zal ik ook wel blijven doen, want er staan zo veel mooie illustraties in! De tekst vond ik ook heel interessant, je ziet daardoor nog veel meer op de tekeningen en je leest over hoe Westendorp leefde en werkte. Ze illustreerde veel feuilletons en artikelen en moest vaak op het laatste moment op basis van heel weinig informatie iets verzinnen bij een verhaaltje dat de schrijver (bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, uiteraard) nog niet af had. En ze ging haar originele tekeningen ophalen als ze eenmaal gedrukt waren. Veel andere illustratoren deden dat kennelijk niet, maar daardoor is er dus gelukkig zo ontzettend veel bewaard gebleven van haar werk. Echt een boek dat mij heel blij maakt!

DSC_0360

Tessa de Loo – Meander
O, er zijn hier zo veel boeken in huis die ik nog ‘even’ wil lezen voor ik besluit wat ik ermee ga doen. We hebben een nogal streng aankoopbeleid (1 erin, minimaal 1 eruit) en lenen veel van de bieb. Het werkt best goed, want het past nog steeds allemaal in de kasten. Maar het valt niet mee in een huishouden met twee literatuurwetenschappers waarvan een ook nog eens redacteur is. Dit boek wilde ik dus ook nog lezen omdat ik De tweeling vroeger mooi vond (en de film misschien nog wel mooier). Het was best oké. Ik vond het wel een rustgevend boek, ik pakte het ‘s avonds met plezier. Wel een beetje gedateerd (het komt uit de jaren tachtig, maar speelt zich af in de jaren zestig). Ik lees ook altijd wel graag over gesloten gemeenschappen en sektes en zo, en dit gaat over mensen die ergens in Zeeland een gemeenschap stichten waarin alles veel menselijker en biologischer en vredelievender zou moeten zijn. Natuurlijk wordt dat uiteindelijk niks, anders heb je geen boek.

Week 7 & 8

Als ik dit filmpje zie, weet ik weer waarom ik dit werk doe. Ik mocht weer de Nederlandse vertaling redigeren voor De Fontein, en dat verveelt nooit.

Vorige week was zeer druk met een paar grote en belangrijke deadlines, en het ziet er niet naar uit dat dat binnenkort verandert. Wat heel goed is, begrijp me niet verkeerd, ik wil dit zelf en ik leef hiervan, maar soms is het iets minder goed voor de rest van mijn leven. Maar ik ga met goede moed verder met boeken over een meisje en haar mode-app, gedrag in organisaties, vier vriendinnen, een mysterieus eiland en zo. Iedere keer weer blij met het vertrouwen dat mensen in mij hebben.

En ik schrijf, maar niets is geschikt om nu al te laten zien. En soms ben ik ‘s ochtends ronduit te gestrest om eerst een half uur te schrijven. Dat halve uur is mede bedoeld om me het idee te geven dat ik iets gedáán heb. Het zou ervoor kunnen zorgen dat ik dan denk: O, ik heb al van alles gedaan, dus ik leun nu even achterover, maar zo gaat het meestal niet. Het helpt juist om meer te doen. Helaas werkt het ook andersom: ik kan me nogal mee laten slepen als iets niet lukt en ben daar dan moeilijk weer uit te krijgen. Dit zijn waardeloze weken voor dat soort buien, dat weet ik wel. Maar soms ontstaat er zowaar iets van een gedicht. Tekst. Tekstje. Soms ontstaat er zowaar iets.

Overnieuw

Iemand op Twitter bood zichzelf aan als redacteur. Met een spelfout in de tweet waarmee ze dat deed, ‘full-time’ in plaats van ‘fulltime’. Ik wees haar daar vriendelijk op, want het leek me niet zo’n goede start. Vervolgens deed ze alsof ze het zelf gezien had. Dat was iets minder, maar het levert me vast karmapunten op en ik zou waarschijnlijk ook niet de concurrentie gaan aanprijzen als ik zelf klussen zocht. In ieder geval, er gingen nog een paar tweets heen en weer over spelfouten en ik dacht daar later nog wat verder over na.

Natuurlijk moet je goed kunnen spellen als redacteur. Beter dan de meeste mensen. Je wordt immers betaald om fouten van anderen uit teksten te halen. Dan is het wel handig als je die ook opmerkt en er zeker niet meer bij maakt. Maar toch. Wie beweert nooit een fout te maken, liegt, dat weet ik zeker. De standaard ligt zeer hoog, maar het blijft toch altijd ‘zo perfect mogelijk’ in plaats van ‘perfect’. Hoe frustrerend dat soms ook is.

Ook redacteurs hebben blinde vlekken, dingen die ze altijd op moeten zoeken, foutjes die er vaker doorheen glippen dan andere. Een goede redacteur zal weten welke dat voor hem of haar zijn en die dingen dus inderdaad altijd opzoeken. Maar dan nog.

Zelf heb ik bijvoorbeeld nog steeds erg veel moeite om ‘overnieuw’ uit mijn systeem te krijgen. Het wordt door veel mensen gezien als een contaminatie van ‘over’ en ‘opnieuw’. Dat weet ik, en toch blijf ik het zeggen. En zo kon het gebeuren dat een halve uitgeverij tegen mij begon te schreeuwen. En dat het in een dichtregel van mij zonder pardon door iemand werd gewijzigd in ‘opnieuw’, waardoor het hele ritme naar de maan was.

Maar wat blijkt nu? Er is nog hoop voor mij! Het staat wel degelijk in het Groene Boekje! Onze Taal schrijft dat veel mensen het ‘desalniettemin nog steeds als fout beschouwen’ (prachtig woord, hè, desalniettemin). Maar ze stellen ook dat ‘overnieuw’ niet precies hetzelfde betekent als ‘opnieuw’, omdat ‘overnieuw’ niet alleen betekent dat je iets nog een keer wilt doen, maar ook anders dan de eerste keer. Ik las dat, en ik dacht: Dat is het dus.

Ik zal het heus verbeteren zolang als nodig is, zolang het als ‘gewestelijk’ en informeel wordt gezien. Maar ik zal het ook blijven zeggen als dat is wat ik bedoel. En misschien (taalverandering en zo) kunnen andere mensen het dan ooit gewoon aanhoren.

Ode aan de granola

DSC_0355-001

Ik houd niet zo van brood. Ja, van afbakbroodjes en croissantjes… Maar niet zo heel erg van de doordeweekse boterhammen, twee keer per dag. Voor het ontbijt heb ik sinds een tijd de oplossing gevonden in zelfgemaakte cruesli, die je granola kunt noemen omdat dat leuker klinkt en omdat het wat minder aan elkaar plakt dan cruesli.

Ik moet echt nooit een foodblog beginnen, onder andere omdat ik altijd maar wat doe. Ik volg dit recept zo’n beetje, maar dan zonder die noten, zaden en pitten, met de olie die ik toevallig in huis heb (meestal zonnebloemolie). O, en ik zie in dit recept havervlokken staan. Ik gebruik ordinaire havermout, dat gaat ook prima.

O, en zonder de suiker, want dat is juist het punt, dat in cruesli uit de supermarkt zo veel suiker zit. Met een lepel honing en koekkruiden is het voor mij zoet genoeg. Niet de koekkruiden vergeten, want daar gaat je huis zo lekker van ruiken!

Er past bijna een heel pak havermout van 500 gram in mijn ovenschaal, dus ik maak het voor dagen tegelijk. Ongeveer drie kwartier in mijn arme oventje (eigenlijk een soort astmatische combimagnetron die er steeds langer over doet om voor te verwarmen), af en toe omscheppen.

Ik eet het met wat lijnzaad, yoghurt en fruit. Met appel, rozijnen en wat kaneel is bijvoorbeeld erg aan te raden.

Week 6

Ik ben niet zo fit, wel heel druk en zeker dat tweede zal voorlopig nog wel zo blijven. Wat natuurlijk heel goed is, maar niet zo’n goede combinatie met niet zo fit. Wel weer elke doordeweekse dag begonnen met een halfuurtje schrijven, maar twee van de vijf keer met een opschrijfboekje in bed omdat ik echt nog geen zin had om achter de computer te kruipen (waar ik de rest van de dag natuurlijk ook al achter zit). Schoot allemaal niet zo op. Maandag probeerde ik verder te gaan met de tekst die vorige week ook al niets wilde worden, dinsdag keek ik de klok vooruit en vanaf woensdag prutste ik aan een heel nieuwe tekst, wat op papier meestal minder goed lukt, omdat ik dan zo ongeveer met ieder woord bezig ga. Er ontstond een vormbeperking die ik wel geslaagd vond, maar ook heel irritant. Ik wisselde tien keer van ‘ik’ naar ‘jij’ en weer terug naar ‘ik’ en wist daarna nog steeds niet zeker wat ik wilde.

Mijn gedicht dat strandde in de Turing Gedichtenwedstrijd kreeg een beoordeling:
beoordeling Turing

Ik ben er wel blij mee. Ik vind humor in poëzie erg belangrijk en het is ongeveer wat ik beoogde, al is het zeker niet mijn bedoeling om alleen maar hilarisch of ‘maf’ te zijn en vind ik het altijd jammer als mensen beperkte opvattingen hebben over wat een gedicht is.

Uiteindelijk kwam mijn gedicht vrijdag vrij onverwacht alsnog af. Op zaterdag sleepte ik mezelf eindelijk weer eens de kou in om te gaan hardlopen en zag ik voor het eerst een ijsvogel.

Boeken van januari

Door mijn werk lees ik minder dan ooit. Dat wil zeggen, ik lees heel veel, maar op een andere manier en meestal niet voor mezelf. En als ik dan een keer een boek lees dat er al is en waar ik niet aan hoef te werken, is het soms moeilijk om mijn redacteursblik uit te schakelen. Terwijl ik ook wel eens gewoon wil lézen.

Veel mensen doen mee aan de leesuitdaging van de Bibliotheek: #boekperweek. Dat red ik dus al niet als ik wat ik voor mijn werk lees niet meetel. Tegelijkertijd zijn er allerlei boeken in huis die ik nog wil lezen en houd ik nog steeds lijstjes bij van boeken die me leuk lijken. Ik wil toch proberen weer wat meer te lezen, vandaar het plan om een keer per maand te bloggen over de boeken die ik die maand uitgelezen heb (of misschien ook wel niet heb uitgelezen, maar dat komt niet zo heel vaak voor). In januari heb ik helaas maar twee boeken uitgelezen, maar het is een begin.

timetravelerswife
Audrey Niffenegger – De vrouw van de tijdreiziger
(The Time Traveler’s Wife, vertaald door Jeannet Dekker)

Een van de boeken die ik kan blijven herlezen, al had ik dat nu al een tijdje niet gedaan. Het is moeilijk om veel over het verhaal te vertellen zonder van alles te verraden, maar het gaat over een man, Henry, die door de tijd reist, zonder dat hij zelf in de hand heeft waarheen of wanneer. Hij kan niets meenemen naar een andere tijd, dus op een bepaald moment verdwijnt hij gewoon en duikt dan spiernaakt op in een andere tijd, en dat levert uiteraard allerlei problemen op. Het gaat ook over hoe het voor zijn vrouw Clare is om met hem samen te zijn, want ze weet dus meestal niet waar hij is, wanneer hij weer verdwijnt of terugkomt. In andere tijden komt Henry zichzelf tegen toen hij jonger was, zijn ouders voor hij was geboren en Clare als klein meisje. Hij heeft daardoor bepaalde kennis over de toekomst die hij met niemand kan delen, maar andere dingen die Clare heeft meegemaakt weet hij juist nog weer niet. Clare en Henry vertellen hun verhaal in talloze korte gedateerde hoofdstukken (Vrijdag 5 juni 1987, Clare is 16, Henry is 32) en het is zo origineel, zo ongelooflijk knap door elkaar gevlochten allemaal. Verder is het vaak heel grappig, maar vooral ook erg ontroerend. Iedere keer word ik er helemaal in meegezogen. Ik begon dit boek te lezen in de kerstvakantie, en ik heb het soms expres weggelegd omdat ik het zo zonde vond als ik te snel zou gaan.

sittenfeldprep
Curtis Sittenfeld – Prep
(Prep, vertaald door Inge Kok)

Ik hou dus erg van boeken die zich afspelen op kostscholen. Dat is ook zeker een van de redenen waarom ik Harry Potter zo leuk vind. Prep gaat over Lee Fiora die met een beurs naar het sjieke Ault mag. De meeste leerlingen zijn een stuk rijker en mondainer, dus Lee voelt zich niet echt thuis. Natuurlijk gebeurt er van alles op die school, grote en kleine incidenten, verliefdheden, problemen met leraren, noem maar op. Het is een nogal beschrijvend boek over Lees jaren op Ault. Op zich best wel klassiek voor een kostschoolboek en normaal heb ik daar ook totaal geen problemen mee (nogmaals in vergelijking met Harry Potter: J.K. Rowling had van mij best nog veel meer over het schoolleven mogen schrijven, dat gedoe met Voldemort leidt daar soms nogal van af. En integraal Hogwarts, A History natuurlijk, daar wacht ik ook nog steeds op.) Normaal gesproken vind ik dat dus juist leuk, maar hier begon het me op den duur toch een beetje te vervelen. Het leek er allemaal niet zo toe te doen, al zie ik wel in dat dat misschien ook wel een punt is dat dit boek wil maken: dat de kostschool een wereld op zich is, en dat buitenstaanders zich daar geen voorstelling van kunnen maken. Maar toch. Lee is jarenlang ook nogal geobsedeerd door een bepaalde jongen, misschien maakte dat het wat te hetero voor mij. Daarnaast werd heel duidelijk gemaakt dat het een grote terugblik was, voortdurend zinnen als: ‘Jaren later besefte ik dat…’ Daar heb ik een hekel aan. Het haalde me steeds erg uit het verhaal, ik had geen interesse in de oudere Lee die dit soort dingen zei. Tot slot kan ik aanraden om het origineel te lezen, als je dit boek wilt lezen (helaas niet in onze bieb), want ik vond het niet zo goed geredigeerd. Nog behoorlijk wat foutjes en ik kon soms raden wat er in het Engels moest hebben gestaan omdat het te letterlijk vertaald was.

Poging

Het was een productieve week. Dat moet ook wel, want volgende week komt de vertaling van de nieuwste Loser mijn kant op (kennelijk heb ik de humor van een tienjarig jongetje, want ik vind dat dus vaak oprecht grappig!) en moet ik beginnen aan een groot project rond een studieboek dat ik ga redigeren, maar waar ik ook toetsvragen voor ga maken. En nog wat andere dingen.

Ik heb elke ochtend voor het ontbijt minstens een half uur geschreven. Dat vind ik altijd het moeilijkst bij naderende deadlines. Terwijl ik weet dat ik meestal niet meer doe als ik eerder begin. Dat ik het ‘s middags dan gewoon eerder zat ben.

Het heeft ook te maken met hoeveel ik mijn eigen teksten waard vind. Gun ik mezelf tijd om aan mijn eigen teksten te werken, terwijl er altijd wel redactiewerk op me ligt te wachten, waar ik mijn geld mee verdien? En ik kan mezelf nogal onder druk zetten. Dat het minstens even goed moet zijn als alles wat ik al gemaakt heb. En in een keer publicabel, terwijl ik ergens heus wel weet dat dat niet hoeft, dat er tijd is om eraan te prutsen, dat ze soms heel anders lijken als ik ze beter ken, als andere mensen ze gelezen hebben en er iets van vinden. Dat weggooien altijd nog kan.

Dus voorlopig houd ik het er maar op dat ik twee gedichten heb geschreven en ben begonnen aan een derde. En dat het zin heeft.

Puzzel

DSC_0338

Mijn hoofd is gevuld met teksten van anderen. Momenteel over cowboys, een meisje dat haar eigen modeapp ontwikkelt, over hoe je een merk in de markt zet. En waar de cursisten van Schrijven Online mee komen.

Mijn opschrijfboekjes zijn gevuld met teksten van mezelf. Losse beelden, zinnen, woorden en ideeën. Lastig om daar op dit moment iets mee te doen. Misschien moet ik gewoon weer elke ochtend een half uur schrijven, nog voor de dag weer vol stroomt. Dat heb ik vorig jaar een paar maanden volgehouden en dat ging eigenlijk heel goed, tot het leven weer in de weg ging zitten. Sommige mensen verplichten zichzelf tot het schrijven van een x aantal woorden per dag. Dat werkt voor mij niet zo goed, zeker niet bij poëzie, maar een halfuurtje moet toch lukken.

Gisteren een begin gemaakt met het opdiepen van al die nog niet gebruikte fragmenten. Ik dacht dat het niet zo veel zou zijn, maar ik kon een behoorlijk stuk vloer bedekken. Nu nog de moed vinden om te schuiven en te denken tot er iets ontstaat.