Dochter (6)

Bij slecht weer is het nog meer gedoe dan anders om met de kinderwagen naar de crèche te gaan. Ik laat de wagen zo dicht mogelijk bij de deur staan, zodat er zo min mogelijk modder en water daar op de vloer komt. Het betekent meer gesleep met spullen en met S., die ik dan ook niet tegen mijn natte jas aan kan houden. S. ligt wel lekker droog onder de regenhoes. Op een dag waaide die er bijna af. Wat schuiner, met de kap een stukje naar beneden, ging beter. S. had haar eigen panoramadak en ging mooi niet slapen tot we thuis waren.

Ik ben nog steeds verbaasd dat niemand verbaasd is dat ik daar ben. Ik probeerde een keer uit: ‘Ik ben de moeder van S.’, omdat dat op dat moment logisch was om te zeggen, maar iedereen neemt zonder meer aan dat ik een moeder ben van een kind. Het is niet eens moeilijk om te praten met andere moeders. Leidster B. vond de muts van S. mooi, en ik kon niet nalaten te vertellen dat ik die zelf heb gemaakt. ‘Met een regenboogstrik!’ riep kindje A. enthousiast. Ze wist ook te vertellen dat ‘hij’ twee flessen had gedronken. Al bijna geen verslag meer nodig.

S. begint haar voeten te ontdekken, of in ieder geval: dat er daar beneden in de verte iets beweegt. Dat bewegen is een ernstige aangelegenheid, zeker ook in bad. We zijn zo blij dat ze niet meer huilt in bad, het maakt ons niets uit. Ook niet dat ze de vloer natspettert.

Precies op het verste punt van onze wandeling begon ze ontroostbaar te huilen. Het duurde veel en veel te lang voor we weer thuis waren, er was niets meer over van het gevoel goed bezig te zijn, gezonde buitenlucht en zon en wij daarin met ons kind.

Zaterdag rolde ze voor het eerst om, van haar buik naar haar rug. Eerder toonde ze alleen interesse in andersom, dus het kwam nogal onverwacht. Het was ook meer een soort vallen, ze schrok er zelf ook enorm van en begon keihard te krijsen.

Er zijn nog steeds wat veel verhalen waarin ze keihard krijst. Zelf verzamelt ze losse klanken, ontdekt hoe hard en hoog ze kan, raakt overal door afgeleid. Dat laatste is nu nog vaak grappig en goed (ze ziet, ze hoort), maar niet zondagnacht, niet als ik echt wil slapen en zij wil spelen of dan toch in ieder geval gedragen worden of anders nog weer wat eten. We hebben vaak geluk met de nachten, maar deze keer niet en het was me gewoon even te veel, na die mislukte wandeling en een ‘kraambezoek’ van iemand die vooral vol was van haar eigen zwangerschap (logisch, maar lastig). Het is me nog steeds allemaal snel te veel. Gelukkig is M. er ook en uiteindelijk heeft S. na wat extra melk de rest van de nacht geslapen, maar wat voelde ik me weer een waardeloze moeder.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *