Maakwerk van augustus

Op een bepaalde manier wordt dit een saaie aflevering, want ik ben deze maand niks nieuws begonnen. Maar er is een aflevering! Ik heb me aan mijn voornemen gehouden om eerst dingen af te maken. Met moeite, dat wel. Ik zie van alles voorbijkomen op Instagram en Ravelry, en maak daar dan vage plannen over, en ook mijn opgeslagen favorieten bekijk ik vaak. O, en ik heb een idee voor een paar sokken, maar ik denk dat dat het beste zou werken als ik vanaf de teen omhoog brei, en dat heb ik nog nooit gedaan.

Nightbook
Deze is natuurlijk voorlopig nog niet af. Welcome to Sleeve Island! (Een bekende bestemming voor breiende mensen, en niet per se een aangename). M’n volgende kledingstuk is sowieso in één kleur (zeg ik nu, ik heb nog niet bepaald wat dat gaat zijn). Ik ben nog steeds bezig aan de eerste mouw. Ik ben wel eindelijk klaar met het eerste deel van de eerste mouw. Dat schoot echt helemaal niet op, ik heb mezelf min of meer gedwongen om elke dag een paar toeren te doen. Het scheelde wel iets toen het patroon duidelijker werd en ik de meeste steekmarkeerders kon weghalen. Het patroon van het volgende deel komt ook voor in het lijf en bevat enkele toeren in één kleur. En het is een patroon over minder toeren, en ik heb ervoor gekozen om de mouwen iets smaller te maken. Kortom, ik hoop dat dat wat sneller gaat. Ik heb er trouwens vooral voor gekozen om de mouwen wat smaller te maken omdat ik erg klunzig ben. Hoe minder mouw, hoe kleiner de kans dat die door viezigheid zwiert…

Ik snap nooit waarom ze je vaak vragen om je maat te bepalen aan de hand van je borstomtrek. Bij mij werkt dat nooit goed, doordat ik kleine borsten heb, maar niet heel klein ben. Meestal brei ik maar een M en hoop ik dat het goed komt. In dit geval brei ik dus wel de onderarmen van maat XS en S, die vind ik al wijd genoeg. Het patroon biedt allerlei opties om dingen aan te passen, het is heel uitgebreid. Maar ik denk niet dat ik extra herhalingen ga toevoegen om de mouwen langer te maken, zoals ook kan. Mochten ze echt te kort worden, dan brei ik wel wat extra toeren aan de boord. Ik denk trouwens niet dat ze snel te kort worden, want volgens mij week m’n stekenverhouding wat af in het aantal toeren. Het is misschien eerder te hopen dat ze niet veel te lang worden. Zou echt iets voor mij zijn.

Ik vraag me ook af of ik iets verkeerd heb gedaan bij het opnemen van de steken voor de mouw. Het ziet er vreemd uit in de contrastkleur, maar ik heb in het patroon nog niet kunnen ontdekken wat er eventueel fout kan zijn. Ik heb geprobeerd het te vergelijken met foto’s van truien van anderen, maar het zit in de oksel, dus op de meeste foto’s zie je het niet. En het zit in de oksel, dus het is hopelijk niet zo belangrijk. Ondanks mijn zeer perfectionistische aard ga ik het zo laten en er het beste van hopen (en mijn armen naar beneden houden als ik de trui ooit aanheb). Voor hetzelfde geld is er iets niet helemaal goed gegaan bij het afkanten van de mouwen in het lijf, en daar ga ik toch zeker niet naar terug. Wel altijd vervelend, dit soort dingen.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Sandbank
Aan m’n Sandbank heb ik deze maand niet zoveel gewerkt, en dat is goed nieuws, want dat betekent dat ik veel aan andere projecten heb gewerkt. Ik heb inmiddels wel de tweede bol (van de vijf) aangehecht. En gemerkt dat het garen inderdaad akelig snel breekt, zoals ik vorige keer ook al schreef, want dat gebeurde plotseling terwijl ik aan het breien was. Misschien blijven haken achter de rits van m’n projecttas, zou kunnen. Het breekt in ieder geval te snel voor iemand die zo lomp is als ik. Ik zou denk ik inmiddels wel alle steken op de langste naald (van 150 cm) kunnen zetten, maar dat heb ik nog niet gedaan. Het gaat eigenlijk zo ook nog wel goed, en als je alles op één naald zet, moet je ook weer meer steekmarkeerders gebruiken (kan ook een voordeel zijn, ik heb nog wel meer leuke). Ik denk dat dit project komende maand nog wel wat verder gaat groeien, want het is op dit moment het project waar ik het minst bij na hoef te denken en dat ik het makkelijkst kan meenemen.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)
Steekmarkeerders (appeltaart en HAPPY) van The Happy Kiwi via Etsy

Liefstebeest #2
M’n Liefstebeest is af! Ik hoefde vorige keer niet veel meer, de pootjes moesten er nog aan en ik moest het slaapzakje afmaken, maar de laatste loodjes wogen zwaar. Ik ben heel blij dat hij af is, ik ben mijn belofte aan m’n kinderen nagekomen. Ze zijn er ook blij mee, maar zoals dat gaat, we zijn een paar weken verder en ze zijn alweer met andere dingen bezig. En dat is natuurlijk prima. Het moge duidelijk zijn dat er voorlopig geen andere knuffel op de planning staat hier. Ze kunnen zeker schattig zijn, maar ik maak ze gewoon niet graag. S. en ik hadden nog wel bedacht dat het met een geel-zwart truitje aan ook een bij kan zijn, maar ik voel me ook nog niet direct geroepen om dat te gaan breien (met zes van die minimouwtjes).

Patroon: mijn patroon, rechten liggen nu bij Wolplein
Garen: Must-have van Yarn and Colors, in de kleuren Black, Cardinal, Marble, Pesto en Green Beryl
Naalden: 2 mm

Sokken
M’n sokken zijn ook af! Daar was ik de vorige keer ook al bijna klaar mee, maar ik kan dingen lang laten liggen als ik eigenlijk alleen nog maar een paar draadjes weg moet werken. En ik wilde wachten op mijn nieuwe sock blockers om ze deftig te kunnen showen. Ik heb die uiteindelijk gekocht in dezelfde Etsy-shop als waar S. die van haar heeft gekocht (en bij nader inzien heb ik ze bij meer mensen gezien online). Die van S. mocht ik lenen bij De BreiSTER en waren me goed bevallen, en ik vind de patroontjes van deze zo leuk (ook al zie je daar dus niks van als er sokken omheen zitten). Je kunt er zelfs gratis iets in laten graveren, dus nu staan mijn initialen erop, zo ben ik dan ook wel weer. Ze komen volgens mij wel rechtstreeks uit een ‘LGBT-free zone’ in Polen, dus daar heb ik wel over getwijfeld. Ik heb ook geprobeerd om erachter te komen hoe de eigenaresse ertegenover staat, wat ik dan weer heel hypocriet en discriminerend van mezelf vond, want ik weet heus wel dat niet alle mensen in Polen homofoob zijn en dat doe ik in Nederland toch ook niet bij al m’n aankopen. Ik betaal ongetwijfeld geld aan homofobe mensen, daar maak ik me geen illusies over. Maar ja, zo rechtstreeks aan een small business owner, dat voelt dan toch anders of zo. Helaas heb ik het niet kunnen uitsluiten, al deelt ze aardig wat regenboogsokken om haar sock blockers en volgt ze het bijzonder woke Pom Pom Magazine en mensen als Stephen West.

Ik ben blij met m’n nieuwe sokken, al werd m’n blijdschap wel overschaduwd doordat ik gaatjes ontdekte in twee paar sokken die ik eerder breide. Vooral een oud paar van mezelf is er slecht aan toe, en er zitten ook enkele gaatjes in een paar dat ik ooit voor M. breide. Van motten? Geen idee. In ieder geval zitten de overige paren nu in een afsluitbare plastic bak. Ik weet nog niet of ik ga proberen om ze te stoppen. Dat zou heel duurzaam van mij zijn, maar ik weet niet of ik er tijd aan wil besteden.

De CraSy Trio-naalden zijn me in ieder geval wel goed bevallen, dus daar hoop ik nog meer sokken op te breien. En de forethought heel op zich ook. Er ontstaan wel snel gaatjes bij de overgang tussen de hiel en de rest van de sok, maar dat heb ik eigenlijk tot nu toe bij alle soorten hielen, en de streepjes zitten zo wel echt mooi.

Garen: Super Soxx 4ply van Lang Yarns, in de kleur 901.0345
Naalden: 2,5 mm
Sock Blockers: van MlynJedrow via Etsy

Deken
Ja, dat zie je goed. Het betreft de deken van de donkerblauwe vierkanten, die ik overhad omdat ik ze toch niet samen met de groene vierkanten in één deken ging gebruiken. Na alle ellende met de deken die ik uiteindelijk wel van de groene vierkanten heb gemaakt, wist ik niet of ik er nog iets mee wilde doen, maar wel dus. Anders liggen ze hier ook maar. Ik wil het dan toch gewoon afronden of zo, ik zou het nu ook niet fijn vinden om aan een totaal andere deken te beginnen. Ik weet ook niet precies waarom.

Ik ga dus nog precies zo’n deken maken, maar dan met de kleuren andersom, en dus ook met lichtgroene wafelstof aan de achterkant (die moet ik nog uitzoeken en bestellen). Ik kan niet zeggen dat ik uitkijk naar nieuwe sessies op de naaimachine, maar oké. Ik heb er in ieder geval als het goed is in deze deken wel voor gezorgd dat de ribbeltjes in alle middelste vierkantjes horizontaal lopen. En het in elkaar zetten ging ook wel wat soepeler dan bij de eerste, ik wist nu natuurlijk ook al dat ik die opstaande randjes erin ging maken. Ik ben nu bijna klaar met het breien van de laatste zijkant, de rest is naaiwerk. De lange zijden kosten trouwens wel echt veel tijd om te breien. De rand is in brioche, dat gaat al traag, en dan is de rand aan de zijkant ook nog eens een stuk breder dan aan de boven- en onderkant. Het effect is leuk, maar je hebt er wat geduld voor nodig. Zeker toen ik een aantal toeren uit moest halen omdat ik een foutje had gemaakt en het me niet lukte om dat te herstellen.

Garen: Natura Just Cotton van DMC, in de kleuren Nacar, Pistache en Zaphire
Naalden: 2,0 mm

In handwerkvlogs doen mensen ook vaak een blokje ‘favorites’, en daar heb ik er ook twee van deze maand.

Allereerst de podcast Why I Knit. Ergens een beetje vreemd om die nu al te tippen, want ik heb er pas één aflevering van geluisterd, namelijk die met Karie Westermann. Misschien is de rest wel niks, maar ik kan in ieder geval die specifieke aflevering aanraden. Het is een podcast van een klinisch psycholoog, die dus met mensen praat over waarom ze breien. Ze heeft natuurlijk in het bijzonder interesse in mentale gezondheid, maar de aflevering met Karie Westermann gaat ook over identiteit, over herinneringen en zelfexpressie. Ze wist in ieder geval veel van wat breien voor mij betekent te verwoorden, en dat vind ik zelf vaak lastig.

En dan raad ik je nog Just Another Knitting Nerd aan, de gloednieuwe vlog van mijn lieve mede-BreiSTER Tessa (nee, ze heeft me niet gevraagd om reclame te maken). Volgens mij was het een impulsieve beslissing van haar om een vlog te beginnen en weet ze zelf ook nog niet precies wat ze ermee wil of gaat doen, maar ik vond de eerste twee afleveringen in ieder geval superleuk om te kijken. Voor De BreiSTER vlogde ze natuurlijk ook, maar het is toch anders als ze niet tig keer onderbroken wordt door ons allemaal! Ik denk dat ze ook leuk is als je haar helemaal niet kent, want ze is met mooie dingen bezig en ze is heel grappig. En ik vind het sowieso superstoer dat ze is gaan vloggen. Dat zul je mij waarschijnlijk niet zien doen.

Mocht je trouwens nog goede tips hebben voor andere (handwerk)vlogs, dan zijn die van harte welkom. Het gaat bij mij altijd een beetje in periodes, en op dit moment kijk ik weinig. Sommige mensen vind ik wat minder leuk of vloggen niet meer. Maar ik vind het altijd wel ontspannen, dus ik heb er wel weer zin in (we hebben het maar even niet over dat alle gedachten en gevoelens daarna net zo hard weer terugkomen).

O, en ik vind het ook altijd leuk om te lezen waar jij mee bezig bent (of wat je nog zou willen maken of proberen)!

Boekenblog

Weet je wat het is met die boekenblogs, die laten bij mij altijd zo lang op zich wachten. Ik lees naast mijn werk nog steeds niet veel, en de afgelopen maanden zijn moeilijk geweest (ook vanwege alle zorgen om D.). Toch heb ik wel een aantal boeken gelezen, en vond ik nog een superoude bespreking van het eerste in mijn concepten. Ze schieten zoals altijd alle kanten op en sommige zijn kort, maar ik vind het toch fijn om hierna weer een beetje bij te zijn. En ik weet dat er minstens één persoon is die ze weleens leest, dus deze is voor jou!

Sanne Thierens – Mjoeziekul

Als je mij een beetje kent, dan weet je dat ik van musicals houd en van Annie M.G. Schmidt, dus dit is helemaal mijn boek. Al gaat het zeker niet alleen over Annie M.G. Zij en Harry Bannink zijn de bekende namen uit de ondertitel en het boek concentreert zich op de zeven musicals waarvoor zij de tekst en muziek hebben geschreven, maar ook de levens van andere betrokkenen komen uitgebreid aan bod. Denk aan producenten John de Crane en Gislebert Thierens (oud-oom van de auteur) en regisseur Paddy Stone. Het gaat ook wel over de acteurs (grote namen als Conny Stuart en Willem Nijholt), maar zij hebben niet de hoofdrollen in dit boek.

Ik vind het echt heel knap hoe alles en iedereen tot leven komt in het boek. Dat lijkt me zo moeilijk als je schrijft over theater. Je moet ervan uitgaan dat de meeste lezers de musicals niet hebben gezien en de verhalen niet kennen. Je kunt citeren uit het script, dat doet ze ook, maar dat zorgt er nog niet meteen voor dat mensen het voor zich kunnen zien. En toch is dat zo goed gelukt, de musicals zelf en de makers, de onderlinge verhoudingen, de situatie achter de schermen, het Nederlandse theaterlandschap, de plaatsing in de tijd en in de samenleving… Het boek neemt je overal in mee.

Zelf heb ik alleen een versie van Heerlijk duurt het langst gezien in 2015 (ik schreef daar hier iets over). Heerlijk duurt het langst en Madam zijn later nog bewerkt tot ‘radiomusical’. Ook leuk om eens te luisteren (dat kan hier en hier), al vind ik het verhaal van Madam stom en lijken Foxtrot en En nu naar bed me veel leuker. Verder ken ik alleen nummers die ook buiten de musicals bekend zijn geworden, zoals ‘Vluchten kan niet meer’. Maar je hebt dus ook niet veel voorkennis nodig om het verhaal te kunnen volgen.

Ik heb aardig wat van en over Annie M.G. gelezen, maar ik ben ook zeker dingen te weten gekomen die ik nog niet wist. Kwam ze weer met een half script aanzetten… (Oké, dat vermoeden had ik al wel.) Ik blijf fan, al was het wel even slikken om in dit boek te lezen hoe ze over lesbische vrouwen dacht (ze vond bijvoorbeeld dat die niets te klagen hadden, want niemand zou er zogenaamd iets van zeggen als twee vrouwen bij elkaar woonden).

Het is gewoon een lekker boek, heel vlot en toegankelijk geschreven. Thierens schrijft in het nawoord ook dat het haar bedoeling was om het verhaal tot leven te laten komen. Zo veel mogelijk gebaseerd op bronnen, ze is op dit onderwerp gepromoveerd, maar het moest geen tweede proefschrift worden. Dat is zó goed gelukt. De opzet (als theaterstuk in verschillende bedrijven) is misschien een beetje gemaakt, maar dat kon ik hebben.

Er is op dit moment ook een bijbehorende tentoonstelling in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, ik hoop dat ik die nog kan bezoeken.

Bianca Toeps – Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit

Ik volg de auteur een beetje online, ik lees haar blog en vind haar heel inspirerend. Ze lijkt altijd zo professioneel en weet veel dingen voor elkaar te krijgen als zelfstandige (tegenwoordig zelfs vanuit Japan). Ook met dit boek, ze heeft volgens mij al twee vertalingen gerealiseerd met behulp van crowdfunding. Dit boek is onderdeel van een hele serie boeken over mentale gezondheid (geschreven door verschillende auteurs). Ik geloof dat de serie met dit boek begon, de auteur houdt zich in ieder geval ook bezig met de vormgeving en de omslagfoto’s van alle delen. Ik heb nog geen van de andere boeken gelezen, maar ben wel heel benieuwd naar het boek van Aafke Romeijn over depressie.

Dit boek gaat dus over autisme. Het gaf me veel om over na te denken en ik vond het ook wel leuk geschreven, naar verwachting, net zoals haar blog. Ik vond de inhoud eigenlijk iets te gevarieerd. Haar persoonlijke verhaal, autisme vanuit de wetenschap bekeken, interviews, tips… Ze heeft een compleet beeld proberen te geven, maar om de een of andere reden miste het voor mij wat samenhang.

En dan nog iets. Ik heb dus (op grote afstand, online) het een en ander meegekregen van de totstandkoming van dit boek (dat soort dingen vind ik altijd superinteressant, geef me boeken, maar geef me zeker ook de verhalen over boeken). En eerlijk gezegd leek het me soms ingewikkeld om met haar samen te werken, omdat ze erg bezig was met bepaalde details waar andere auteurs waarschijnlijk hun schouders over op zouden halen. Ik herinner me bijvoorbeeld dat het lettertype op een sticker die op haar boek moest komen in haar ogen niet goed was. Ergens begrijp ik de ‘bemoeienis’ met dat soort dingen ook weer wel, omdat ze dus ook betrokken is bij de vormgeving. Waar ik naartoe wil: ik kwam nog aardig wat foutjes tegen in het boek, en dat viel me hierdoor extra tegen. Enorm onredelijk, want ze doet van alles, maar is voor zover ik weet geen tekstredacteur, en in je eigen teksten zie je op een gegeven moment niks meer, dus er moeten en zullen sowieso anderen naar hebben gekeken. Maar toch, ik had het niet verwacht. Wat voor mij het meest in het oog sprong: ze gebruikt vaak ’ie en ’m, en elke keer stond daar een ‘zesje’ bij (‘) in plaats van een ‘negentje’ (’). In tekstverwerkers gaat dat standaard fout en ik hoop maar dat mijn blog het nu goed weergeeft, maar zoiets moet een corrector echt opmerken, vind ik. Ik zal niet zeggen dat ik daar autistisch in ben, want in het boek wordt nu juist mooi uitgelegd waarom je dat niet moet zeggen, maar ik stoorde me eraan.

Tracy Chevalier – Een losse draad
(A Single Thread, vertaald uit het Engels door Anke ten Doeschate)

Dit boek had M. meegenomen uit de bieb. De meeste boeken die zij meeneemt lees ik niet, al was het maar omdat ze een stuk meer leest dan ik. Maar dit boek heb ik gelezen en vond ik heel leuk. Ik herinner me nu nog vooral de fijne sfeer die het opriep. Het speelt zich af in Engeland in de jaren dertig en gaat over een vrouw die haar broer en verloofde heeft verloren in de Eerste Wereldoorlog (nee, het verhaal is inderdaad niet supervrolijk). Ze probeert een nieuw leven op te bouwen in Winchester en komt daar terecht bij een groep vrouwen die knielkussens borduren voor in de kathedraal. Dat is een van de dingen die ik fijn vond aan het boek: het gaat lekker veel over borduren. Daarnaast zit er zelfs een roze verhaallijntje in, ook al worden de personages die daarbij betrokken zijn wel heel erg gepresenteerd als de Anderen. Wat veel vaker gebeurt en toch altijd een beetje jammer is, als je zelf zo’n Ander bent. Ook jammer: het boek was nogal slecht gecorrigeerd, en je weet inmiddels vast wel hoe lastig ik het altijd vind om dat te negeren.

Scott Reintgen – De held van Fabel
(Saving Fable, vertaald uit het Engels door Merel Leene)

Als je schrijft, heb je dit misschien ook weleens meegemaakt: dat iemand met iets komt wat je zelf had willen bedenken. Of zelfs dat iemand met iets komt wat lijkt op waar je zelf aan bezig bent. Ik was bang dat dat bij dit boek het geval zou zijn. Toch maar gelezen, want als dat echt zo is, kun je het maar beter weten.

Het was niet echt zo, in ieder geval niet zo erg dat ik niet meer zou kunnen oppakken waar ik zelf ooit aan ben begonnen. Voor mij bestond dit (kinder)boek vooral uit een verzameling ideeën, het verhaal zelf vond ik een beetje vaag en onlogisch. Het gaat over een personage dat een opleiding mag volgen op de Praktijkschool voor Protagonisten, maar dan in het bijfigurenprogramma terechtkomt. Ze krijgt les van allerlei beroemde personages (denk: Alice uit Alice in Wonderland, Romeo van Romeo en Julia), maar het gaat niet zo goed. En dan, eh… iets met dat de verhaalwereld wordt bedreigd en dat er duistere magie in het spel is? Hier bleek voor mij nog maar eens uit hoe ontzettend moeilijk het is om een goed plot te verzinnen. Mijn favoriete detail uit dit boek (en er zitten echt wel leuke vondsten in) was uiteraard dat de redacteuren een soort geheim agenten zijn. Het is voor de meeste personages een groot mysterie wat zij precies doen, dus de lezer komt er ook bijna niets over te weten, maar alleen het gegeven al :)

Ik zie nu (op zoek naar de originele titel en de naam van de vertaler) trouwens dat het eigenlijk deel 1 is van een trilogie, maar deel 2 en 3 zijn (nog?) niet vertaald. Ik denk ook niet dat ik ze snel zal gaan lezen (tenzij het ooit nog echt iets wordt met dat idee van mij, dan moet ik misschien wel…).

Pete Wu – De bananengeneratie

Geweldig omslag, dat ten eerste. En verder vooral: altijd fijn als boeken je wereld vergroten. De auteurs is een Chinese Nederlander. In het boek vertelt hij zijn eigen verhaal en praat hij ook met andere Chinese Nederlanders. Ik ben geen Chinese Nederlander en werd in dit boek misschien nog wel het meest met mijn neus op mijn witte omgeving gedrukt door het feit dat ik erg veel moeite gehad om de verschillende Aziatische namen uit elkaar te houden. Niet oké. De auteur lijkt me heel sympathiek, en extra interessant dat hij ook tot de regenbooggemeenschap behoort, of nou ja, niet per se dat hij daartoe behoort, maar wel hoe dat dan voor hem is in combinatie met Chinees-zijn, daar schrijft hij ook over. Hm, verder herinner ik me helaas vooral dat ik een groot deel van dit boek heb gelezen op een avond waarop D. weer erg veel aan het huilen was… Het deed me regelmatig denken aan De zoetzure smaak van dromen van Sun Li, waar ik hier al eens over schreef (heel kort, want het is een bekend probleem, boekenblogs die lang op zich laten wachten). Leuk om naast elkaar te lezen!

Claudia de Breij – Amalia
Dit boek heb ik uiteindelijk op mijn telefoon gelezen omdat ik het alleen als e-book bij de bieb kon lenen en ik te lui was om het op mijn e-reader te zetten… Ik lees normaal nooit boeken op mijn telefoon en ik zou dat ook niet per se aanraden, maar dit boek had zulke korte hoofdstukken dat het nog wel ging. Ik lees trouwens nog steeds het liefst op papier.

Ik weet niet of je me echt een koningshuisfan kunt noemen, ik vind zeker niet alles wat ze doen fantastisch, maar ik volg wel graag koningshuizen uit een soort… escapisme, denk ik. Een aflevering van Blauw Bloed gaat er prima in met een overvol hoofd, en deze docu over Wilhelmina heb ik ook met veel plezier gekeken. Andere Europese vorstenhuizen vind ik trouwens ook leuk, het recente Britse, het Belgische enzovoort. Al weet ik nooit welke Boudewijns en Leopolds ze in België allemaal hadden, daar werk ik nog aan. Ik heb de koning en koningin wel een paar keer vanuit de verte gezien (in Utrecht reden ze zowat over ons heen met de koninklijke bus, dat was iets minder), maar toen de familie eindelijk naar mijn eigen stad kwam met Koningsdag, zat ik thuis voor de tv met een mini-D. Nu vind ik het jammer dat we toen niet zijn gegaan, zoals er ook laatst babyzwemmen was tegelijkertijd met S.’ zwemles en ik dacht: Waarom hebben we dat nooit gedaan? Maar toen zag ik dat soort dingen echt niet zitten, en dat was toen ook logisch en oké.

Hoe dan ook, Amalia. Ja, was leuk om te lezen, ik denk dat ze het goed gaat doen als koningin. Jammer dat ze bij het corps wil (edit: ze gaat er op dit moment blijkbaar toch niet bij). Wat kan ik er verder over zeggen? Het is dus heel dun, ik had het zo uit op mijn telefoon. En ik ben fan van Claudia de Breij, en die heeft het helemaal geschreven zoals ik haar ken (ik ken haar helemaal niet, maar in de stijl van haar andere boeken en shows, en met ruimte voor grapjes en hoe zij het allemaal ziet). Uiteindelijk kom je helemaal niet zoveel te weten over Amalia en blijft het bij een aantal ongetwijfeld zorgvuldig uitgekozen anekdotes, maar die zijn wel leuk.

Mariska Tjoelker – Mien

Dit was het enige boek dat ik mee had genomen op vakantie. Of nee, dat is niet waar, ik had ook mijn e-reader mee met boeken die ik moest lezen voor mijn werk. Het enige papieren boek. Vakanties met kinderen, zucht. Aan het eind van de week was er ook geen een boek uit, maar ik had wel een stuk van dit boek (en van één werkgerelateerd boek) gelezen. Zelfs deels in bed, wat ik altijd heel fijn vind, maar waar het thuis nog maar zeer zelden van komt wegens te laat naar bed gaan en meteen moeten opstaan en altijd moe zijn. Ik kan altijd erg blijven hangen in wat er allemaal niet kan, maar hiermee heb ik toch geprobeerd om laag in te zetten.

Ik weet niet waarom dit boek in de bibliotheek bij de non-fictie stond, want het is een roman. En ik snap dat het een roman is, want volgens mij was er gewoon te weinig informatie beschikbaar voor een non-fictieboek, maar dat betekent ook dat de auteur erg veel heeft ingevuld. Ik weet het niet zo met dit boek. Ik vond het wel aardig en sommige dingen waren heus interessant, maar ook niet meer dan dat. Het gaat over de vergeten wielerkampioen Mien van Bree, die in de jaren dertig veel succes had in België. Ze kwam uit Nederland, maar Nederland is in die tijd echt nog niet klaar voor vrouwen op de fiets, en België eigenlijk ook maar matig. Die sportgeschiedenis, de denkbeelden uit die tijd, daar las ik wel graag over. Ik denk dat de negentiende en twintigste eeuw sowieso de eeuwen zijn waar ik het liefst over lees. Over Mien van Bree zelf kom je natuurlijk ook van alles te weten, maar ze lijkt – niet lullig bedoeld – geen heel interessant leven te hebben gehad. Ik wil graag geloven dat ieders leven een interessant boek op kan leveren, maar als het in beginsel dan niet zo’n interessant leven is, moet je in ieder geval kunnen terugvallen op informatie. Bij dit boek dacht ik bij alles wat dan eventueel interessant zou kunnen zijn: was dit echt zo of heeft de auteur dit verzonnen? Miens gevoelens voor vrouwen waren natuurlijk veelbelovend, kom maar door met die lesbische geschiedenis, maar die bleven ook erg aan de oppervlakte. Oké, dit klinkt alsof ik op een erotische roman had gehoopt. Niet per se, maar ik had de indruk dat de auteur er niet zo goed raad mee wist. Dat ze niet echt een idee had hoe lesbische relaties kunnen zijn en het daarom allemaal maar een beetje in het midden liet. Mijn indruk, hè, alsof ik er zoveel van weet en er zijn natuurlijk heel veel verschillende relaties mogelijk. En iedereen mag van mij overal over schrijven, dus mensen die zelf niet lesbisch zijn (ook geen idee verder, maar er wordt een geliefde met een jongensnaam bedankt in het dankwoord en het zou me op basis van het boek verbazen) mogen ook gerust over lesbische relaties schrijven, maar anderen mogen dan ook zeggen wat ze daarvan vinden.

Maakwerk – de langverwachte update

Ik vond het dus altijd heel leuk om over mijn projecten te schrijven op mijn blog. Tof om alles zo op een rijtje te zien, meer ruimte om dingen te vertellen… Toen kwam De BreiSTER en waren er maandenlang geen eigen projecten meer. Daarna wel weer, maar toen kwamen de afleveringen van de BreiSTER online en schreef ik daarover, en ondertussen en daarna is er zoveel gebeurd met D. en moest ik werken enzovoort. Het gaat nog steeds niet zo lekker, ik heb het idee dat ik nog totaal niet bijgekomen ben van het eerste half jaar en dat dat ook niet echt kan omdat de situatie elk moment weer kan omslaan.

Maar ik moet (en wil) ergens beginnen. De laatste aflevering van Maakwerk is inmiddels bijna een jaar oud, maar het lijkt me toch een goed plan om die er even bij te pakken. Het meeste wat ik daarin bespreek is namelijk nog altijd niet af… Waarschuwing vooraf: het is aardig wat, alles bij elkaar!

Allereerst m’n Nightbook, die ik toen blijkbaar even had weggelegd. Nou, dat even heeft lang geduurd. Het goede nieuws is dat ik verder ben dan toen, inmiddels heb ik het lijf helemaal af. Het slechte nieuws is dat ik nu vastzit aan het begin van de eerste mouw. Ik weet niet, ik vind het (gelukkig) nog steeds een mooie trui, de ontwerper (Rachel Illsley) heeft er meerdere die ik mooi vind, maar dat inbreien… zucht. Het is zo veel werk, zeker doordat ik werk met handgeverfd garen (van Wol met Verve, waar ik ook nog steeds blij mee ben), waardoor ik steeds de strengen moet wisselen om kleurverschil zo veel mogelijk te voorkomen. Daar heb ik dan ook nog eens niet goed genoeg over nagedacht. Ik heb te laat de derde bol erbij gepakt, waardoor ik waarschijnlijk op een gegeven moment niets meer overheb om die mee af te wisselen. Ook de mouwen zijn volledig in patroon, en… ik werk er gewoon niet aan. Ik heb wel met mezelf afgesproken dat ik geen ander kledingstuk opzet voor ik deze trui af heb.

Patroon: Nightbook van Rachel Illsley (Unwind Knitwear)
Garen: Basic Sock van Wol met Verve (75 procent merino, 25 procent nylon), in de kleuren Steel Blue en 20203672
Naalden: 2,75 en 3,25 mm

Dan volgt er een heel verhaal over frivolité. Niet mee bezig op dit moment, die boekenlegger is nog steeds niet af en ik vrees dat ik alweer vergeten ben hoe bepaalde dingen moeten. Loopt niet weg. Ondertussen ben ik wel een beetje geobsedeerd geraakt door geknoopte armbandjes. Als kind heb ik ook weleens van die armbandjes gemaakt, maar nu hoop ik voor iets ingewikkelder exemplaren te gaan, met meer touwtjes. Het gaat heel langzaam, want ik moet er goed bij opletten en ik ben echt een beginner, maar ik vind het wel leuk.

Ik heb een armbandje gemaakt met 8 draadjes en ben nu bezig aan eentje met 18 draadjes. In twee kleuren, dat maakt het ook lastiger. Het begin was even gedoe, met die lus en het uitlopende stukje, al deed die lus me wel denken aan frivolité. Het mislukte twee keer, maar nu ben ik vertrokken.

Ilene Bag
Deze is af! De vorige keer was ik al bezig aan de schouderband, dus er hoefde op zich ook niet veel meer aan te gebeuren. Alleen vond ik het dus vervelend om aan die schouderband te breien, omdat je daarbij steeds moet keren en het 1 recht, 1 averecht is, ik heb altijd het idee dat dat helemaal niet opschiet. Nu is mijn techniek sowieso waardeloos. Ik ben namelijk een thrower: ik laat met mijn rechterhand laat steeds de naald los om de draad om te slaan. Zo hoort het officieel niet en het is verre van efficiënt, maar ik ben te lui om te proberen mezelf een betere techniek aan te leren. Ik had de schouderband zo nu en dan opgemeten en vergeleken met die van Ilene Bag #2 (die ik voor M. heb gebreid en die in tegenstelling tot #1 nog wel hier aanwezig is). Eindelijk was dat ding lang genoeg, dacht ik. Dus ik deed een 3-needle bind-off (uiteraard in eerste instantie aan de verkeerde kant) om de band te bevestigen en hing de tas om met iets erin om hem in functie te zien. Ik blijf me erover verbazen hoe ver dat ding kan uitrekken, en dat bleek in linnen garen niet anders. Alleen rekte ook de schouderband gigantisch mee, waardoor de tas zo ongeveer op mijn knieën hing. Oftewel: ik moest de bind-off lospeuteren en een gigantisch stuk van de schouderband uithalen. Echt zo’n tijdverspilling :( Maar sinds hij af is, heb ik hem echt al heel veel gebruikt. Superhandig voor S.’ knutsels en tekeningen als ik haar ga ophalen, voor m’n zonnebril (al komt de rits van m’n hoesje er wel vaak in vast te zitten) en flesje water, als extra boodschappentasje… Inmiddels heb ik ook alweer zin om er nog een te maken, maar dat ga ik nu niet doen, want ik wil echt eerst andere projecten uit deze blog af hebben.

Patroon: Ilene Bag van Hannah Mason (gratis patroon, helaas nog steeds geen goed alternatief gevonden voor Ravelry)
Garen: Lino Melange van Borgo de Pazzi, kleur 63 (donkergrijs) en, eh… anoniem groen katoen uit mijn voorraad. Waarschijnlijk van Catania of de Must-have van Yarn and Colors, maar welke kleur precies?
Naalden: 4 mm en 3,5 mm

Sandbank
Deze shawl was ergens in een tas beland, volledig in de knoop met allerlei restjes garen en probeerseltjes… In dit geval was het geen goed teken dat ik dat helemaal ging uitzoeken, want mijn eerste Sandbank was voor mij hét project tegen stress in 2020, en ook de tweede gebruik ik voor anxiety knitting. Ik realiseerde me te laat dat er lifted increases bestaan en dat ik die had gebruikt in m’n Nightbook en daarna ook in m’n linnen top. Hiervoor ongetwijfeld ook een goede, minder zichtbare optie, maar ik wist al snel dat ik ze niet belangrijk genoeg vond om opnieuw te beginnen. Het stoort me ook niet in mijn eerste Sandbank dat je de meerderingen een beetje kunt zien. Momenteel werk ik er niet veel aan, ik ben nog steeds bezig aan de eerste bol en hij ligt nu ik dit typ alweer weken stil, maar wel graag. Het garen voelt fijn, de naalden (de Red Lace van ChiaoGoo) breien prettig, de kleur vind ik nog steeds prachtig. Ik ben soms wel bang dat het garen snel breekt (zeker toen ik het uit de knoop moest halen). Het is dun, maar het is ook half wol, half katoen, dus zo kwetsbaar zou het nu ook weer niet moeten zijn. Al heb ik op een gegeven moment wel een ongelukje gehad met m’n #1 (ander merk garen, maar met dezelfde samenstelling en dikte) toen ik onder de bank dook om iets te pakken voor een van m’n kinderen en ergens achter bleef haken… RATS! In twee toeren van de rand de draad gebroken! Dat was even schrikken, al heb ik het nog best netjes kunnen repareren.

Patroon: Sandbank van Lea Viktoria
Garen: Holst Coast in de kleur Sea Green
Naalden: 3 mm (2,5 mm voor de opzet)
Steekmarkeerders (appeltaart en HAPPY) van The Happy Kiwi via Etsy

Nog zo’n lompe actie had ik trouwens met m’n Trove (ik baal soms echt van mezelf). De tubular bind-off in de boord onderaan knapte gewoon wéér toen ik de trui deze winter een keer uittrok! Een van m’n medebreisterren vertelde me dat die bind-off niet heel strak zou moeten zijn, dus misschien heb ik toch iets verkeerd gedaan? In ieder geval was ik er na dit incident helemaal klaar mee. Ik heb de bind-off helemaal uitgehaald (dat viel nog niet mee, zeker omdat ik hem dus al een keer eerder provisorisch gerepareerd had) en vervolgens gewoon losjes afgekant. Ziet er misschien minder profi uit, maar is wel veiliger. Nu kan ik hem in ieder geval weer aan.

Mutsje voor M.
Kort nadat ik was afgevallen bij De BreiSTER breide ik een mutsje voor M., de nieuwe baby van een van M.’s collega’s (het wordt al snel verwarrend zo, met al die M’en, maar oké). Ik had voor een van zijn zusjes een paar jaar geleden ook een mutsje gebreid, waar ze toen supergelukkig mee waren, dus dit gezin is zeker knitworthy. Een mutsje vind ik altijd een uitstekend kraamcadeautje, je kunt het ook nog vrij last minute maken indien nodig. Ik heb alleen standaard een probleem met het bepalen van de juiste maat, welk patroon ik ook uitkies. Ook dit keer was het weer raak. Ik kocht Bits + Pieces van Veera Välimäki. Zij is een bekende ontwerper en honderden mensen hebben dit mutsje al gemaakt en laten zien op Ravelry. Ik verwachtte dus weinig problemen. Veel mensen schreven wel dat het mutsje extreem klein uitviel. Dus ik dacht: Ik pak een grotere maat. Je raadt het al: ik pakte een te grote maat. En concludeerde pas dat het écht een te grote maat was toen ik bijna klaar was. Uiteindelijk heb ik volgens mij die voor 6 maanden gebreid. Die paste de baby vrijwel meteen. Nu was het een aardig grote baby, maar het mutsje viel bij mij dus ook wel klein uit. Verder vond ik het een duidelijk en leuk patroon, de vorm komt erin door verkorte toeren. Mensen schreven ook dat er daardoor een soort ‘oortjes’ ontstonden boven op het mutsje, maar dat leek bij die van mij mee te vallen. Ik maak er vast nog weleens een!

Patroon: Bits + Pieces van Veera Välimäki
Garen: Favorite van Yarn and Colors in de kleuren Glass en Gold (BreiSTER-restjes)
Naalden: 2,5 mm? (slechte administratie)

Haarband
Ik vind van die geknoopte haarbanden zo leuk. Niet per se voor mezelf, beetje heftig misschien ook in combinatie met een bril, maar wel voor m’n kinderen. Die op hun beurt liever voor wiebelende wortels gaan (serieus, D. was vorige week zaterdag nog van plan om die naar een bruiloft te dragen…). Ik weet dat ze relatief eenvoudig zelf te maken zijn van een restje stof, maar ook dat lukt mij natuurlijk weer niet op de naaimachine. Nu deed S.’ school vorig jaar voor het eerst mee aan Paarse Vrijdag en had S. geen paarse kleren. Ik had wel paars garen, dus besloot ik een haarbandje voor haar te breien. Uiteindelijk bleken ze er bij de kleuters toch niks aan te doen. Dat was heel jammer, zeker omdat in diezelfde week nog kinderen tegen S. hadden gezegd dat twee meisjes niet zouden kunnen trouwen… Ander verhaal voor een andere keer, en niet bedoeld als kritiek op de school (daar voelen we ons gelukkig welkom). In ieder geval, toen was er een nieuwe haarband. Die ik uiteraard alweer moest repareren omdat ze ergens achter was blijven hangen of weet ik veel. Ze heeft het niet van een vreemde! Ik ben hier wel tevreden over en wil graag het patroon(tje) nog eens uitwerken en beschikbaar maken (als ik mijn aantekeningen terug kan vinden :S).

Deken
In januari werd een andere baby M. geboren. Ik ben al meer dan twintig jaar bevriend met zijn moeder en wilde graag een dekentje voor hem breien. Ik lag eruit bij De BreiSTER, dus het kon. Nou, dat heb ik geweten! Dit is het project waar ik de afgelopen maanden het meest aan heb gewerkt en ook de meeste stress over heb gehad. Ik had waarschijnlijk beter een bestaand patroon kunnen kiezen, in plaats van meteen na de wedstrijd zelf iets te gaan verzinnen. Het werd daarna natuurlijk ook een grote stresstoestand met D. op de ic. Om een lang verhaal kort te maken: die baby is inmiddels een half jaar, en ik heb de deken net pas kunnen geven. Dat was een stuk later dan ik had gepland en ik voelde me er slecht over, ook al was zijn moeder inmiddels alweer vergeten dat ik iets zou maken en was het dus alsnog een verrassing.

Ik ben zoals je misschien wel weet groot fan van dekens die je aan twee kanten kunt gebruiken, dus dat wilde ik bij deze ook. Ik dacht aan een combinatie van ribbelsteek en brioche. Beide omkeerbaar, en ik wilde sowieso meer weten van brioche, want brioche is tof. Voor m’n sjaal van de BreiSTER had ik kort iets overwogen geïnspireerd op log cabin blankets, en dat idee kwam nu ook weer bovendrijven. Daarbij begin je met een vierkant in het midden, en daar brei je dan rechthoeken omheen. Je kant af, draait je werk negentig graden en neemt dan weer steken op voor de volgende rechthoek. Oké, dit is misschien niet echt een duidelijke uitleg, maar het kan heel leuk zijn, geloof me.

Het werd ook best leuk, alleen al snel diende het eerste probleem zich aan. Ik had bedacht om aan de boven- en onderkant van elke streep in brioche een strakke witte lijn te maken, door de steken op een bepaalde manier op te nemen en af te kanten. Dat zag er goed uit, alleen was de voorkant daardoor niet meer hetzelfde als de achterkant. Daarnaast viel het me enorm tegen hoeveel draadjes ik moest wegwerken. Ik kon de draad soms wel meenemen aan de achterkant, maar daardoor zag de achterkant er al helemaal niet meer uit alsof het ook de voorkant zou kunnen zijn.

Toen dacht ik: Weet je wat, dan doe ik twee vierkanten op elkaar, met de kleuren omgekeerd. Hè, ja, dubbel zo veel werk (dit alles ook nog eens op naalden van 2 mm…). Dan zouden alle draadjes aan de binnenkant terechtkomen. Extra garen besteld en aan de slag. Ik wist eerst ook niet hoeveel vierkanten ik wilde maken (ik had misschien ook één heel groot vierkant kunnen maken, of juist heel veel kleinere), maar uiteindelijk besloot ik voor 6 vierkanten per kant te gaan. Ook met het oog op de tijd en de hoeveelheid garen die ik had. Uiteraard bleek dat ik daar toch te weinig garen voor had, dus nog wat garen bijbesteld en weer door. In de tussentijd werd de baby geboren en liep alles nogal uit de hand.

Maanden later waren de 12 vierkanten eindelijk af. Maar toen bleek, zeker nadat ik ze aan elkaar had gehaakt, dat ze niet mooi plat bleven liggen. Misschien door de hoogte van de rechthoeken en/of de verschillende steken? Geen idee. Zo frustrerend, ik heb regelmatig op het punt gestaan om hem aan de kant te gooien of zelfs volledig uit elkaar te trekken. Zeker toen ik erachter kwam dat ik om een of andere reden niet alle vierkanten in dezelfde richting had vastgemaakt (wat je ziet aan de vierkantjes in het midden van elk groter vierkant). Ik koos er echter toch steeds voor om door te gaan (tot het bittere eind). Ik kwam erachter dat als ik in ieder vierkant een opstaande rand maakte, de rest van de deken wél aardig plat bleef. En eigenlijk vond ik dat ongeplande 3D-effect nog wel leuk ook. Maar dat kon ik moeilijk aan beide kanten doen. Daarnaast werd de dubbele laag (100 procent katoen, want dan hoef je niet zo na te denken bij het wassen, het ouderschap is al ingewikkeld genoeg) ook behoorlijk zwaar. Dus toen was daar het dilemma: wat doe ik dan met de achterkant?

Een stofje ertegenaan naaien, dat was niet zo moeilijk te verzinnen. Eén probleem: ik ben waardeloos op de naaimachine. Ik heb al jaren een tweedehands naaimachine die m’n tante had teruggevonden op de zolder van de school waar ze altijd heeft gewerkt. Hij kan niet veel, maar ik ook niet, dus dat schept een band. En het is een vrij robuust ding, dus hij kan enige mishandeling aan. Ik hoef me niet heel schuldig te voelen, ook niet als ik er niks mee doe. Meestal doe ik er niks mee, want ik kan dus bijna niks. Daar komt natuurlijk ook geen verandering in, als ik nooit oefen. De realiteit is: ik zou er graag beter in zijn en bewonder mensen die het goed kunnen zeer, maar ik krijg er altijd zó veel stress van. Ik weet niet zo goed waarom, je zou zeggen dat er niet zoveel kan gebeuren, maar het is gewoon echt niet fijn. Het begint meestal al bij het knippen van de stof, want dat kan ik ook niet (recht). Mensen vinden dat vaak heel raar, maar het is toch echt zo. Er bestaan veel scharen waar ik überhaupt niet mee kan knippen en ik mag graag mijn linkshandigheid de schuld geven, maar ik heb een linkshandige stofschaar, dus dat is hier geen excuus.

Maar goed, ondertussen had ik de hele rand in brioche om de deken gebreid, en stof aan de achterkant leek me de enige manier om hem af te krijgen, dus ik besloot mijn moed bijeen te rapen. Wafelstof moest het worden, want ook katoen en lekker zacht en heel geschikt voor babyprojecten. S. tipte een stoffenwinkel in Amersfoort. Leuke winkel, maar geen donkerblauwe wafelstof te bekennen. Ook niet bij de andere stoffenwinkel. Ik had de deken bij me voor de kleuren en zocht vast bijpassend naaigaren uit, maar de wafelstof moest ik toch maar online bestellen. D. was mee op dit mislukte shoptripje, wist een ijsje bij me los te peuteren en sprak toen de wijze woorden: ‘We hebben een ijsje in onze buik. Dat is in ieder geval iets!’ :)

Wat kan ik over het naaien vertellen? Ik heb er lang over gedaan, de naaimachine heeft verontrustende geluiden voortgebracht en ik heb aardig wat wanhopige momenten gekend (vooral toen ik dacht dat er misschien een naald in de deken verdwenen was, vraag maar niet verder). Ik heb de buitenste rand helemaal met de hand vastgenaaid omdat ik niet wist hoe ik die anders goed kon krijgen, en het is verre van perfect geworden. Maar de naaimachine leeft nog en de stof is vast komen te zitten, met een groene bovendraad en een donkerblauwe onderdraad. En van een afstandje ziet alles er altijd beter uit.

Door al dit gedoe vond ik het extreem spannend om de deken te geven. Ik vind dat altijd wel spannend, maar nu helemaal. Gewoon toch bang dat ze zouden denken: Wat moeten wij met dit lelijke ding? Dat alles voor niets was. Terwijl ik zeker wist dat ze het nóóit tegen me zouden zeggen, als ze dat al zouden denken. En ze hoefden niet eens moeite te doen om hun reactie te verbergen, want het was allemaal zo hectisch bij iedereen dat de deken uiteindelijk op hun bruiloft op de cadeautafel belandde en ik niet eens bij het uitpakken was. Een dag later kreeg ik een lief bedankje van mijn vriendin met foto’s van de baby met de deken (dat soort foto’s behoren tot mijn favorieten), dus alles was in orde, zou je zeggen.

Ik weet niet, ik heb wel eens fijnere gevoelens overgehouden aan een project. En nu is natuurlijk ook nog de vraag: wat doe ik met de zes donkerblauwe vierkanten? Van vijf van de zes blijk ik zelfs al alle draadjes te hebben vastgezet, dus ik zou er vrij snel mee verder kunnen. Er bestaat ook felgroene wafelstof, en ik weet nu dat ik het (min of meer) kan. En anders is het ook zonde van alle tijd en moeite die ik er al in gestoken heb. Maar wil ik het nog een keer? Ik ben er nog niet helemaal uit.

Garen: Natura Just Cotton van DMC, in de kleuren Nacar, Pistache en Zaphire
Naalden: 2,0 mm

Liefstebeest #2
Een van de opdrachten van de BreiSTER was een knuffel breien, ik schreef er hier al over. In tegenstelling tot de jury waren mijn kinderen wél fan van mijn lieveheersbeest, maar ik moest ’m na afloop inleveren bij Wolplein. Ik heb zelfs nog gevraagd of we hem niet mochten houden als ze ’m toch zo slecht vonden, maar helaas. Ik beloofde mijn kinderen daarop dat ik er een voor ze zou maken die ze wel mochten houden. Hier heb ik aardig lang tegen aan zitten hikken, toch ook door het rotgevoel dat ik over heb gehouden aan deze opdracht. Ik was zo teleurgesteld en wilde er liever niet aan herinnerd worden. Maar ja, wat je belooft moet je doen.

Tijdens de wedstrijd hadden we twee weken om de knuffel te verzinnen, maken, het patroon te schrijven, alles. Vraag niet hoe, maar dat lukte. Nu hoef ik alleen maar mijn eigen patroon te volgen. Logisch dat je het iets rustiger aan doet zonder deadline, maar waarom duurt dit zo lang?

Nou, onder andere omdat ik nog steeds niet van knuffels breien houd, en dan vooral niet van het gepriegel dat daarbij komt kijken. Ik zag overal tegen op, tegen de kop met de gezichtjes, de i-cord-pootjes, de stippen en de mouwen van het truitje… Maar ik ben nu dan toch een heel eind! Ik heb dit project zelfs meegenomen om er op vakantie aan te werken (niet zonder tegenzin, maar toch). Ik ben niet helemaal tevreden over de gezichtjes, zo zitten de wakkere oogjes eigenlijk net te hoog. Maar hij kijkt wel schattig en ik laat het zo. De kinderen knuffelen hem nu al en S. heeft al helemaal bedacht dat hij straks om en om bij haar en D. in bed mag slapen (maar goed ook, want ik maak er echt maar één voor hen samen). De pootjes moeten er nog aan en ik moet het slaapzakje afmaken, dat is het.

Patroon: mijn patroon, rechten liggen nu bij Wolplein
Garen: Must-have van Yarn and Colors, in de kleuren Black, Cardinal, Marble, Pesto en Green Beryl

Sokken

Sokken breien is tot nu toe ook niet echt mijn ding, maar ik heb nu naalden waardoor het al wat meer mijn ding wordt (de CraSy Trio van Addi, drie korte naaldjes met een kabeltje in het midden). Ik was er al een tijdje heel benieuwd naar en heb ze bij wijze van laat verjaardagscadeau van mijn zusje gekregen toen ik met haar en mijn tante naar de Handwerkbeurs in Zwolle ging. Het garen heb ik daar trouwens ook van mijn tante gekregen, ik werd verwend! Ik voelde me op de beurs als vanouds erg ongemakkelijk en sociaal onhandig (nu geen zin om daar verder over uit te weiden), en ik ga óók altijd graag op pad met mijn schoonzus, die dit keer niet kon, maar het was een erg gezellige dag. Een dag eerder was ik mee geweest als begeleider op het schoolreisje van S. Daar moest ik nog een beetje van bijkomen, maar het was erg fijn om erover te kletsen met mijn tante, en ook om even op geen een kind te hoeven letten. We waren met de trein, en ook dat verliep voorspoedig, voor de verandering.

Ik ben blij met de naalden. Ik brei sokken normaal gesproken op een lange rondbreinaald met behulp van magic loop. Het kan ook op vier naalden, dat vinden mensen die niet breien vaak heel indrukwekkend, maar je gebruikt er dan nog steeds maar twee tegelijk, dus het valt wel mee. Alleen heb ik dan toch het idee dat ik te veel tegelijk in de gaten moet houden en vallen er soms steken af aan de achterkant. Dat probleem heb ik bij de CraSy Trio minder, dat zijn ook maar drie naalden, maar in een onbewaakt moment gebeurt het toch nog weleens, dus het zal wel aan mij liggen. Verder vind ik ze fijn breien, er ontstaan bij mij niet snel ladders en ze zijn makkelijk mee te nemen. Ik vond dit leuke zakje terug dat ooit bij een winterjas van een van de kinderen zat, en dat blijkt dus een geweldig projecttasje te zijn (tot hilariteit van D.).

Ik brei in tricotsteek, want het garen is druk genoeg (dat kleurverloop zit er dus al in, ik zeg het er toch maar even bij). En ik heb een voor mij nieuwe hiel uitgeprobeerd: de peasant heel/forethought heel. Op de plek waar je de hiel wilt, brei je dan een halve toer met een restje garen, en als je de hiel gaat breien, haal je dat uit en neem je de steken voor de hiel op de naalden. De afterthought heel bestaat ook, daarbij brei je eerst de hele sok en daarna knip je er een gat in waar je de hiel wilt. Eh… ik pak het liever iets voorzichtiger aan! Zeker als je twee lifelines invoegt, zoals ik deed bij een van de sokken, kan er weinig misgaan en gaat het vrij eenvoudig (ook al heb ik altijd wel gaatjes bij de overgang tussen de hiel en de rest van de sok, welke hiel ik ook kies). De hiel zelf brei je hetzelfde als een bandteen, en ik heb die ook gebruikt voor de daadwerkelijke teen. Vrij hoekig, maar wel grappig dat dezelfde constructie dan twee keer terugkomt in een sok. En het geeft een leuk effect bij gestreept garen.

Garen: Super Soxx 4ply van Lang Yarns, in de kleur 901.0345
Naalden: 2,5 mm

Inmiddels ben ik bijna klaar met de tweede sok. Ik heb besloten mezelf te trakteren op een stel sock blockers en maak plannen voor een volgend paar (ook alvast met het oog op komende winter). Ik wil echter eerst meer afmaken van waar ik in deze blog over heb geschreven. M’n Sandbank beschouw ik als ‘voor ernaast’ en de niet-breiprojecten ook, maar m’n knuffel, sokken en trui gaan hopelijk voor op nieuwe projecten. En dan dus misschien nog die deken. En daarna weet ik het nog niet precies. Ja, misschien dus nog een Ilene Bag en nog een paar sokken. En een volgend kledingstuk, altijd wel weer een volgend kledingstuk. En ik wil dingen met patronen (laatst kocht een volslagen vreemde ineens Interpunctie, toen was ik natuurlijk even dolgelukkig, want dat gebeurt vooralsnog bijna nooit). Die haarband. En de deken die ik twee jaar terug voor neefje J. heb gebreid en die zelfs al een naam heeft, maar die ik online nog helemaal niet heb laten zien. Ik ga proberen om je weer wat meer op de hoogte te houden!

De BreiSTER – Voorlopige conclusies

De BreiSTER 2022 zit erop. Dat wil zeggen, afgelopen zaterdag is bij Wolplein de finale opgenomen, en daar mocht ik samen met alle andere kandidaten bij zijn. Inmiddels staat de laatste aflevering ook online, en kan iedereen zien hoe de wedstrijd afgelopen is. (Mocht je nu denken: De BreiSTER? Heb ik iets gemist? Dan zou ik hier beginnen met lezen.)

Voor mij persoonlijk eindigde het avontuur natuurlijk een stuk eerder, in november al, na 10 weken. Toen ik na opdracht 5 afviel, was ik teleurgesteld en opgelucht tegelijk. Ik had het aan zien komen (ik had het zelfs een opdracht eerder verwacht) en er zat gewoon niet veel meer in dan dit. Ik vond het fijn dat ik weer voor mezelf kon gaan breien, weer meer kon werken, er meer voor mijn gezin kon zijn. Ik baalde er ook van, want eerlijk is eerlijk… ik deed niet mee om zevende te worden, ik had op meer gehoopt. Het was voor mij uit verhouding, mijn prestaties en alle stress en moeite die het me had gekost. Ik had niet de luxe om te zeggen, zoals sommige andere kandidaten zeiden: ‘Ik vind het gewoon leuk om mee te doen en ik zie het verder wel.’ Natuurlijk was het leuk, maar het heeft best een zware wissel getrokken op m’n gezin (en werk, maar eigenlijk heb ik niet eens veel minder opdrachten gedaan dan ik anders zou doen, kun je nagaan). Dat hadden M. en ik wel van tevoren besproken, maar daar voelde ik me toch extra schuldig over toen het zo weinig bleek ‘op te leveren’.

Toen ik er net uit lag, kon ik ook echt niet trots zijn op mezelf. Je hebt het kunnen zien in de afleveringen, je hebt het in eerdere blogs kunnen lezen, ik ben bij geen van de opdrachten hoger geëindigd dan de vijfde plaats, en sommige van mijn projecten zijn behoorlijk afgekraakt. En daar schaamde ik me voor. Ik maakte me de hele tijd al zorgen over mijn vlogs en de reacties, en toen ik eruit lag al helemaal. Straks gaat iedereen zien hoe stom ik ben en hoe slecht ik het doe.

Dat gevoel is gebleven totdat de afleveringen online kwamen. Ik kan niet zeggen dat ik erg graag naar mezelf keek, maar verschrikkelijk was het ook niet. Ik vond niet dat ik het veel slechter deed dan de anderen, en in de afleveringen zie je natuurlijk alleen een paar korte fragmentjes uit je vlogs (soms een voordeel, soms een nadeel). Bovendien bleven de negatieve reacties die ik zo had gevreesd uit. De meeste kijkers reageren natuurlijk helemaal niet, en geen idee wat ‘de mensen thuis’ over mij te melden hadden, maar prima om daarover in onwetendheid te verkeren. De reacties die ik kreeg, waren heel aardig. Van bekenden, en ook van onbekenden. Dat hielp (of toch in ieder geval een beetje). En ja, het zou beter zijn als ik me minder aan zou trekken van wat anderen vinden, maar dat kun je moeilijk volledig negeren als het je bedoeling is om wat je maakt aan de wereld te laten zien en te verkopen. Mij lukt dat in ieder geval niet.

Ik ben wel heel blij dat ik me ondanks de eis om te vloggen heb ingeschreven, het zou jammer zijn geweest als ik me daardoor had laten tegenhouden. Het was niet zo erg als ik me had voorgesteld (ik had me dan ook voorgesteld dat het héél erg zou zijn, maar toch). Het zou niet bij me opkomen om het zomaar te gaan doen, maar nu moest het, en dat was eigenlijk best een fijn excuus om het eens uit te proberen. Ik zie mezelf nog steeds geen handwerkvlog beginnen, maar ergens wende het wel.

Een van mijn redenen om mee te doen was dat ik graag serieuzer bezig wil zijn met het ontwerpen van patronen. En ik heb van alles ontworpen, in korte tijd (voor alle opdrachten waaraan ik mee mocht doen kregen we twee weken, inclusief het breien). In het gewone leven lukt het me vaak toch niet om er tijd voor te maken, heb ik werk te doen of gun ik het mezelf niet om ermee bezig te zijn. De wedstrijd gaf mij echter vooral het idee dat ik veel te bedachtzaam ben om in zo’n korte tijd met iets goeds te komen, dat ik het mezelf te moeilijk maak en dat ik niet netjes genoeg kan breien. Ik heb meer ontwerpervaring opgedaan en ik kan natuurlijk ook in de toekomst dingen ontwerpen, maar het voelt door mijn zevende plaats toch een beetje alsof dat nergens op slaat, alsof het toch nooit echt iets kan worden. Toen de afleveringen online kwamen, bleken er toch wel wat mensen te zijn die het leuk vonden wat ik maak, wat mijn wens voor mijn gevoel íéts minder belachelijk maakte. Wolplein is natuurlijk ook niet het enige verkoopkanaal ter wereld, en niet iedereen zoekt hetzelfde. Maar toch, de wedstrijd heeft me niet echt het idee gegeven dat ik het kan, eerder het tegenovergestelde.

Een ander twijfelpunt was het feit dat je de patronen en projecten, al je rechten, over moest dragen. Hoe kijk ik daarop terug? Ik heb me erop ingesteld. Ik denk dat ik het er moeilijker mee had gehad als ik dekens of kleding had moeten ontwerpen, maar bij die opdrachten lag ik er al uit. Ik denk overigens ook dat ik mezelf dan nog meer onder druk had gezet, omdat ik het idee zou hebben gehad dat dat meer ‘mijn’ opdrachten waren. Paashangers en knuffels zijn niet echt mijn ding. Sokken eigenlijk ook niet, maar ergens hoop ik nog steeds dat daar verandering in komt, ik draag ze wel graag. Kleding voor huisdieren? Laten we het daar maar niet meer over hebben. Blijft over: de sjaal. Sjaals brei, ontwerp en draag ik graag. Mijn blik op de sjaal die ik voor opdracht 4 heb ontworpen, wordt nog steeds een beetje vertroebeld door alle stress die het kostte om dat ding op tijd af te krijgen, geloof ik. Ik ben er blij mee en ik ben er trots op dat ik mezelf ermee in de wedstrijd heb weten te houden (dat is verder niemand gelukt die al op de laatste plaats stond, ik heb verder weinig gepresteerd, dus laat me). Maar ik baal er nu niet ontzettend van dat ik de rechten op dat patroon niet heb of zo. Ik denk ook dat hij anders zou zijn geworden met meer tijd. Ik zou wel graag Liefstebeest hebben gehouden, de knuffel die ik in opdracht 3 heb ontworpen. Niet eens zozeer het patroon, maar de knuffel zelf. De slechte beoordeling daarvan vormde voor mij het absolute dieptepunt van de wedstrijd, terwijl m’n kinderen er gek op waren. Er komt een vervangend Liefstebeest voor hier, maar wanneer… Al met al: het is oké, maar ik vind vijf patronen in die zin ook wel genoeg. Ik vind het niet erg dat ik geen ‘exclusieve samenwerkingen’ met Wolplein heb gewonnen, zoals de finalisten. Buiten de wedstrijd zou ik het niet snel nog eens zo doen. Ik denk nog steeds dat er ook andere oplossingen zijn.

Ik hoopte veel te kunnen leren. Heb ik veel geleerd? Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Ik had regelmatig het idee dat ze bij Wolplein alleen op zoek waren naar dingen die al perfect waren. Ik schreef al eerder dat we helaas van tevoren amper tips kregen over het vloggen, fotograferen en het schrijven van de patronen, en bij de opdrachten kregen we hier ook geen feedback op. De beoordelingen van de opdrachten waren summier en vaak ook niet opbouwend. Ik vond dat er soms geen peil op te trekken was hoe bepaalde projecten scoorden. Voor zover ik al in staat was om eraan te voldoen, vond ik het meestal erg lastig om in te schatten waar ze nu precies naar op zoek waren. Ik kwam vaak niet veel verder dan de conclusie dat wat ik maakte blijkbaar niet goed genoeg was. Ik heb wel veel geleerd, maar dan vooral door het ontwerpen en het breien zelf, door alles te doen.

Ik heb ook veel geleerd over mezelf. Natuurlijk was dit een strijd tegen andere kandidaten, maar het was zoveel meer een strijd tegen mezelf. En dat was er vaak helemaal niet leuk aan, maar helpt me uiteindelijk wel om verder te komen, denk ik.

Waar ik niet op had gerekend, was dat ik me door deze wedstrijd zou realiseren hoeveel ik van schrijven en redactiewerk houd. Ik beschouw mijn ‘schrijfcarrière’ als voorlopig mislukt, ook op dat vlak ben ik een beetje teleurgesteld geraakt in mezelf. Er was een tijd waarin ik er echt veel mee bezig was, maar de laatste jaren lukt het nog amper om er ruimte voor te maken (in mijn hoofd, in mijn leven). Ik ben mezelf gaan beschouwen als iemand die niet geschikt is om schrijver te zijn, omdat je daarvoor jezelf moet zien te verkopen, je het leuk moet vinden om op te treden en contacten te leggen, in de belangstelling te staan enzovoort. Dit zal misschien niet voor iedereen gelden, ik hoop nog steeds dat je er hoe dan ook komt als je werk maar goed genoeg is, maar het helpt in ieder geval enorm als je dat kan, daar ben ik zeker van. Hoe zorg je ervoor dat je niet met je eigen tekortkomingen op dit gebied wordt geconfronteerd? Door niet meer te schrijven. Twee kinderen krijgen en slechtbetaald werk doen als zelfstandige (waarbij je je ook nog eens bezighoudt met teksten van anderen) helpt daar uitstekend bij, al zeg ik het zelf.

In deze wedstrijd moest ik patronen schrijven, er namen voor bedenken en er een toelichting bij schrijven. Daarnaast besloot ik al snel dat ik erover zou gaan bloggen. Een breipatroon is natuurlijk totaal iets anders dan een literaire tekst, maar het voelde zo… ik weet niet, vertrouwd? Ook al heb ik nog maar weinig ervaring met het schrijven van patronen en moest ik vaak zoeken naar de juiste woorden om iets uit te leggen. Ik genoot ervan, ook om binnen 150 woorden mijn ideeën zo goed mogelijk uiteen te zetten. De jury was ook vaak positief over mijn ideeën (in ieder geval positiever dan over de uitvoering). Ik ben toch wel echt een schrijver, en een redacteur, en het was onverwacht fijn om daar bij deze wedstrijd aan herinnerd te worden.

Bij de beoordeling ging weinig tot geen aandacht uit naar de patronen. Het patroon moest er zijn, veel verder ging het niet. In deze opzet was dat denk ik ook heel lastig geworden. Als je er echt iets zinnigs over zou willen zeggen, zou je haast al iemand daar specifiek naar moeten laten kijken bij de jurering. Dat ga je niet redden als je in een ochtend ook alle andere dingen moet bekijken. Ik heb het idee dat ze dat niet hebben gedaan (onder andere doordat ik er later zelf nog een paar foutjes uit heb gevist). Wat natuurlijk heel jammer is (bel me bij een nieuw seizoen, Wolplein!). Omdat ze die patronen vervolgens verkopen. En voor mij persoonlijk, omdat ik denk dat ik op dat vlak goed gescoord zou hebben.

Mijn beleving van hoe alles is gelopen is deels ook veranderd door de situatie met D., die drie koortsstuipen binnen drie maanden kreeg en dankzij een daarvan (weer) op de kinder-ic belandde. Op dat moment kwamen de afleveringen net online en waren de vier overgebleven kandidaten bezig aan hun project voor de halve finale (een trui). Ik ben toen een kleine week met D. in het ziekenhuis geweest, en ook toen we weer thuis waren, bleef er een heleboel te regelen en te stressen over. Naast dat ze zes weken later nog een stuip kreeg (die gelukkig niet tot een opname leidde, maar toch). Had het zo moeten zijn? Nou, liever niet, maar het was fijn om niet ook nog te hoeven breien voor de wedstrijd in die periode. Ik weet niet of ik het anders gered had.

Een aantal mensen hebben me gevraagd of ik me met de kennis van nu nog eens in zou schrijven. Een lastige vraag, want het was me juist ook om die kennis te doen. Ik ben naar veel dingen nieuwsgierig en hou van kijkjes achter de schermen (perfect voor een redacteur, trouwens). Dat kijkje achter de schermen heb ik gekregen en was de moeite waard. En ik heb het ook nog eens kunnen krijgen door zelf mee te doen. Dat was heel leuk en speciaal, zeker omdat het het allereerste seizoen was van de BreiSTER. Maar het was ook heel heftig en stressvol en soms frustrerend, daar ben ik in mijn blogs ook steeds open over geweest. Was het dat allemaal waard? Misschien niet allemaal. ‘Ik kijk er met gemengde gevoelens op terug’ klinkt meteen zo negatief. Ik kijk er met veel gevoelens op terug, dat is misschien een betere formulering :)

Ik ben in ieder geval wel heel blij met de mensen die ik door deze wedstrijd heb leren kennen, en dan vooral mijn negen medekandidaten. Ik ben erg op ze gesteld geraakt. We hebben het heel gezellig gehad en veel gelachen, maar ook veel steun aan elkaar gehad (ik in ieder geval wel aan hen, laat ik voor mezelf blijven spreken). Ik voel me bevoorrecht dat ik het avontuur met hen heb mogen beleven en hoop dat we contact kunnen houden. Het was in ieder geval heel fijn om het vorig weekend samen met hen allemaal te kunnen afsluiten bij Wolplein. Zo leuk om iedereen weer te zien! Wel jammer dat Chloë, die inmiddels niet meer bij Wolplein werkt, er niet bij was.

Een domper was verder dat D. ziek was. Met koorts, dus dat zorgde meteen weer voor een heleboel stress en niet slapen (hoewel het op zich goed nieuws is dat we merkten dat ze koorts had zonder dat ze een stuip kreeg). Het bracht ook praktische problemen met zich mee, want daardoor kon D. niet bij S., J. en J. gaan spelen, terwijl M. en S. naar een theatervoorstelling zouden gaan. Die was uiteraard precies naar de dag van de finale verplaatst, waardoor ik daar niet mee naartoe kon. S. heeft het harstikke leuk gehad met M. en mijn tante, maar ik baalde wel (want S. verdient na alles met D. zeker wel wat exclusieve aandacht van haar moeders, en ik ga gewoon graag naar het theater). Maar goed, het was in ieder geval geweldig dat J. bij ons thuis wilde komen oppassen, waardoor alles toch door kon gaan. Daardoor kon ik ineens met de auto naar Wolplein, wat ook veel sneller was dan met het ov en dus handiger, zeker nu D. ziek was. Alleen die rijangst, hè… Als ik verder veel stress heb, lijkt die ook altijd nog erger te worden. Het grootste deel van de route naar Wolplein ken ik goed en ik ben ook niet speciaal bang op de snelweg. Maar ik rijd nog steeds het liefst zo min mogelijk, en het liefst helemaal niet zonder iemand naast me. Ik denk dat ik nog nooit zo’n lang stuk in mijn eentje had gereden. Want ik heb het dus gedaan, inclusief tanken en parkeren, en het is goed gegaan. Een enorme overwinning op mezelf.

Toen ik erachter kwam dat ze de BreiSTER gingen organiseren, dacht ik: Ik moet erbij zijn. Dat gevoel was heel sterk, ik kon me niet voorstellen dat ik het alleen zou kijken. En dat is me gelukt, ik wás erbij. En ik had het niet willen missen.

Ik wil iedereen bedanken voor alle lieve berichtjes, de aanmoedigingen, het kijken, stemmen, lezen (zeker als je tot hier bent gekomen!) en meeleven. Dat betekent heel veel voor me!

PS Het kraampje bovenaan deze blog is van Lemax en kreeg ik van mijn tante toen ik eruit lag ♡

De BreiSTER – Opdracht 5

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 7, en dat is de aflevering over de vijfde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Opdracht 5. Bij ons thuis ook wel bekend als ‘de bizarre bonusopdracht’. Tot mijn verbijstering mocht ik nog meedoen aan deze opdracht, na de wending in opdracht 4. Ik stond nog altijd laatste in het algemeen klassement. Of eigenlijk weer laatste. Zevende in plaats van achtste. Je hoeft niet de beste te zijn, als je maar niet de slechtste bent. Nu geldt voor deze wedstrijd dat je vrij snel vanzelf de slechtste wordt als je nooit de beste bent, maar oké.

De volgende opdracht luidde: brei een trui of vest voor hond of kat. En mijn ondankbare eerste gedachte was: Was ik nou maar afgevallen met mijn sjaal.

Als je mij kent, weet je dit waarschijnlijk wel over mij: ik heb niks met dieren. Ook niet tegen de meeste dieren, trouwens. Ik eet al jaren geen vlees meer, ben geïnteresseerd in plantaardig eten, kijk kritisch naar dierentuinen, zaai bloemen die bijen en vlinders leuk vinden, probeer te letten op dierenwelzijn als ik garen koop enzovoort. Voor de meeste honden ben ik bang, dus heel fijn als je die aangelijnd en uit mijn buurt kunt houden (het liefst zonder te beweren dat ze niks doen) en je kat hoef ik ook echt niet op schoot, dank je. Ik wil geen verantwoordelijkheid hoeven dragen voor huisdieren, dus die komen er hier niet.

Een van de charmante dingen aan een wedstrijd als deze is natuurlijk dat je van tevoren niet weet wat je gaat breien. Je wordt verrast. Je breit dingen die je anders nooit zou breien. Je daagt jezelf uit. Maar meestal hoef je daarbij geen andere wezens lastig te vallen.

Deze opdracht wilde ik helemaal niet doen. Ik zou anders nooit kleding voor huisdieren ontwerpen of maken, omdat ik niet achter het voor de lol aankleden van huisdieren sta. Natuurlijk kunnen er allerlei medische redenen zijn waardoor een dier iets aan moet, en ik geloof het meteen als je zegt dat jouw hond als het regent niet naar buiten wil zonder jas. Maar daar ging het hier niet om. En ja, ik heb lang geleden een keer een baret voor een hond gebreid, maar dat was voor de grap, niet bedoeld om te dragen en geloof het of niet, het was op dat moment een zeer toepasselijk cadeautje voor iemand die ik geweldig vind en die er ook blij mee was. Toch zou ik zelfs zoiets nu waarschijnlijk niet meer doen.

Ik had dus echt gewetensbezwaren bij deze opdracht. Daarnaast vond ik het ook een erg oneerlijke opdracht. Je was namelijk gewoon zwaar in het nadeel als je zelf geen hond of kat had. Dan moest je immers eerst iemand vinden met een hond of kat die dit een goed idee vond. En dan nog, dat dier kende je dan natuurlijk minder goed dan iemand haar eigen hond of kat kent, je model was veel minder in de buurt… Kortom, je stuitte op allerlei praktische problemen die iemand die zelf een hond of kat heeft niet had. Daarnaast verschilde het natuurlijk ook enorm voor welk dier je zou gaan breien. Een hond of kat was verder niet gespecificeerd, dus je had pech als je alleen een herdershond kon vinden en mazzel als je toevallig een geschikte chihuahua in de buurt had. Dat heeft allemaal niets met breien te maken.

Ik heb serieus even overwogen om mijn plaats op te geven. Ik voelde me al zo schuldig naar Inge toe omdat ik door was en zij niet, en deze opdracht maakte het er niet beter op. In de appgroep werden eerder al enthousiast verhalen en foto’s gedeeld van huisdieren. Ik wist dus dat er veel honden- en kattenliefhebbers onder de kandidaten waren, en Inge was een van hen. Het voelde totaal verkeerd dat ik er nog bij was, alsof ik haar plaats had ingepikt. En wat deed zij? Toen ze hoorde dat ik geen huisdier had en twijfelde over de opdracht, moedigde ze me aan en bood ze aan haar hond voor me op te meten, zodat ik daar iets voor kon breien. Ongelooflijk.

Uiteindelijk besloot ik wel mee te doen aan de opdracht. Ik wilde geen gedoe over de voorwaarden die ik had ondertekend, en het voelde toch ook een beetje als ‘roemloos ten onder gaan’ om nu te stoppen. Ik besloot wel ook meteen dat ik zo veel mogelijk trouw zou blijven aan mezelf. Dat betekende voor mij in de eerste plaats dat ik het dier mijn kledingstuk niet zou laten passen of aantrekken. Het was verplicht om minimaal één foto te hebben waarop het dier je kledingstuk droeg, maar ik koos er dus bewust voor om die niet te maken. Het dier en het kledingstuk op één foto om te ‘bewijzen’ dat ik voor een concreet dier had gebreid, zo zou ik het interpreteren. Als ze daar punten voor zouden aftrekken, dan deden ze dat maar lekker.

Daarnaast besloot ik om open te zijn over mijn bezwaren tegen deze opdracht. Ik vlogde erover, ook al ging ik ervan uit dat het de aflevering niet zou halen (dat is ook gebleken). En ik heb er ook een mailtje over gestuurd naar Wolplein. Ik wist dat ze niets aan de opdracht zouden veranderen, maar ik wilde het wel gezegd hebben. ‘We zien dat er veel wordt gezocht op kleding voor huisdieren, dus vandaar deze opdracht’, zo luidde ongeveer hun antwoord. (In diezelfde periode redigeerde ik een boek over online marketing, dat sloot hier mooi bij aan, moet ik zeggen.)

Goed, ik had dus een huisdier nodig om voor te breien, en dat werd niet de hond van Inge. We wonen niet bij elkaar in de buurt en ik vond het veel te ongemakkelijk om haar aanbod, hoe lief ook, aan te nemen. Al snel kwam ik uit bij Fons, de kat van S. en J. Aan hen durfde ik dit nog wel te vragen, en ergens was het ook wel toepasselijk, want S. is mijn beste handwerkmaatje en zij en J. behoorden zonder meer tot mijn grootste fans in deze wedstrijd. Zij trokken me over de streep om me in te schrijven en waren superenthousiast toen ik geselecteerd bleek te zijn.

Ze vonden het prima, dus dat was in ieder geval geregeld. Maar het bleef een bizarre opdracht, zo vond ook zo ongeveer iedereen in mijn bubbel. D. en ik hadden er het volgende gesprekje over:

D.: Mama, moet jij nog breien voor breiwedstrijd? (Dit vroeg ze vrijwel elke dag ♥)
Nicole: Ja, ik ben door!
D.: O! Wat ga jij nu maken?
Nicole: Een vest voor Fons…
D.: Waaaaaaaaat?

Ik besloot er het beste van te maken. Wat kon ik anders? Ik hou van kleding breien, dus ik zou gewoon iets leuks breien en dan zou ik er daarmee uit gaan. Ik stond er niet zo slecht voor dat ik niemand meer kon inhalen en je kon natuurlijk nooit weten, dat was bij opdracht 4 wel gebleken, maar ik nam toch wederom aan dat dit mijn laatste opdracht zou zijn.

Ik had al vrij snel een idee. Fons is al een oude kater, dus ik zou een typisch oude-mannenvest voor hem breien. Met kabels, een V-hals, zakken en knopen. Ik had geen idee welk garen van de garenlijst wel of niet geschikt was voor huisdieren. Ik betwijfelde of ze daar rekening mee hadden gehouden. Katoen leek me de veiligste optie en ik koos voor de Favorite van Yarn and Colors. Eens een keer niet de Must-have en er stond bij dat je het op 60 graden kon wassen. Dat leek me handig bij kleding voor huisdieren. Ik koos voor de kleuren Glass en Jade Gravel omdat ik die goed bij elkaar en bij de vacht van Fons vond passen. Daarnaast bestelde ik ook een bol Gold. Ik wist nog niet zeker of ik die ging gebruiken, maar die kleur paste er ook goed bij. En ik bestelde knopen, want die mochten niet ontbreken op zo’n vest, vond ik.

En toen ben ik het maar gewoon gaan breien, aan de hand van de afmetingen die S. en J. hadden doorgegeven. We hadden ook voor deze opdracht maar twee weken, dus er was weer enige haast bij, al viel het in vergelijking met de sjaal natuurlijk mee. Het is een raglanvestje geworden. Achteraf gezien had ik beter voor een ander model kunnen kiezen, dit is meer een babyvestje geworden dan een kattenvest, maar goed, wie wil er dan ook een kattenvest? Ik vermaakte me verder wel goed met het breien. Ik breide een leuk verspringend kabeltje in de rug en ik breide voor het eerst zakken ergens in. Dat was heel interessant en ga ik vast nog wel vaker doen. Ik koos ervoor om de voering van de zakken in de contrastkleur te breien, en dat pakte goed uit.

Ondertussen kwam ik wel weer een beetje in de knoop met mijn werk, want dat was een beetje blijven liggen tijdens de vorige opdracht en ook daarbij was ik ervan uitgegaan dat ik nu niet meer mee zou doen aan de wedstrijd. Dat is natuurlijk steeds een lastig verhaal geweest. Ik moest (min of meer, zo goed en zo kwaad als het ging) doorwerken tijdens de wedstrijd. En ik moest ondertussen ook breien, maar verdiende daar niks mee. Gelukkig was er deze twee weken wat ruimte voor beide door de aard van de opdracht en hoe ik daartegenover stond. Ik deed nog steeds wat ik kon, maar het was ook… zo langzamerhand mooi geweest? Ik was nog steeds moe na die sjaal, we zaten weer eens met een kwakkelend kind, je kent het wel. Misschien dat het anders was geweest als ik nog hoop had gehad om ook deze opdracht te overleven of als ik de opdracht helemaal te gek had gevonden, maar het was inmiddels natuurlijk echt wel uitgesloten dat ik de finale zou gaan halen. Zevende in plaats van achtste maakte zeker verschil in mijn hoofd, waarschijnlijk ook door hoe ik zevende was geworden, maar zesde in plaats van zevende? Mwoah, minder.

Ik kon niet tot het allerlaatste moment doorbreien aan het vestje, want ik moest natuurlijk een afspraak maken met S. en J. om foto’s te komen maken van/met Fons. We spraken af voor zaterdagmiddag, en dat werkte best goed, een wat eerdere harde deadline.

Ik zat nog wel met de knoopsgatbies (is dat de juiste term?). Want ook die had ik volgens mij nog nooit eerder gebreid. Ik moest in ieder geval nog helemaal uitzoeken welke verschillende knoopsgaten er zijn en hoe je die breit. Ik had hem eerst in tricotsteek gebreid, maar dat werkte totaal niet, de hele boel krulde om, dus toch weer helemaal uitgehaald. Wat nog best een werkje was, omdat ik de hele boord uit een stuk breide, rondom de hals. Dus toen moest alles opnieuw in boordsteek (1 recht, 1 averecht), en ik vond het ook erg lastig om te bepalen hoe groot de knoopsgaten nou precies moesten worden. Wat een dilemma’s zo op het laatst! Ook dat was wel allemaal erg leerzaam.

Op zaterdagmiddag ging ik naar Fons voor de foto’s. Dat arme beest had ook nog een hernia, dus dat was nog een extra reden om hem zo veel mogelijk met rust te laten. Het vest heeft op hem gelegen voor de foto en dat vond hij al helemaal niks, dus ik vond het wel best. Je moet iemand die zo slecht is in fotograferen als ik natuurlijk al helemaal niet vragen om foto’s van een dier te maken, het sloeg gewoon nergens op. Allemaal van dit soort foto’s:

Ik noemde mijn ontwerp (dat uiteraard alsnog onder de kattenharen kwam te zitten, heel authentiek) Fons Forever. Het was de vraag of hij er nog zou zijn als de aflevering online kwam, maar hij heeft het gered! En S. en J. waren in hun nopjes met hun ‘beroemde’ kat, haha.

Ik wilde heel graag nog een soort extraatje breien als ik er tijd voor zou hebben, daarvoor had ik voor de zekerheid ook Must-have Minis in zwart en roze besteld. Uiteindelijk heb ik dat zaterdagavond nog gedaan. Ik breide een muisje voor in een van de zakken. En al zeg ik het zelf, dat lukte wonderwel. Met het vest wil ik liever zo min mogelijk te maken hebben, maar het ontwerp van het muisje had ik best zelf willen houden. S. en D. vonden het ook weer helemaal geweldig. Zo’n muisje is natuurlijk veel minder werk dan een lieveheersbeestjesknuffel, dus ze hebben er inmiddels allebei één gekregen. Mét ogen, zoals S.’ bestelling luidde. Het muisje voor de opdracht mocht ik niet vullen met vulling omdat dat niet bij deze opdracht hoorde, dus ik heb mijn proeflapje voor het vest in stukjes geknipt en het muisje daarmee gevuld. Daardoor bleven ook de snorharen extra goed zitten, dus het was een prima oplossing.

Zondagavond was ik klaar om alles te versturen. Het was nog weer even heel spannend met WeTransfer, want het verzenden ging van 0 naar 100 procent en toen weer net zo hard terug naar 0. En bleef daar… Gelukkig lukte een nieuwe poging wel, maar zulk soort dingen zijn natuurlijk altijd erg frustrerend en stressvol, zeker als je een deadline moet halen.

De uitslag kwam vroeg op maandag, zo vroeg dat ik even dacht: Nou zeg, zó slecht was ik toch ook weer niet? Zoals verwacht was ik niet door, ik was ook laatste geworden in deze opdracht. Dat had ik ook al wel ingeschat toen ik de foto’s van de anderen zag, het leek me terecht. De jury kraakte me dit keer gelukkig niet echt af. Ze vonden het idee van een oude-mannenvest voor een oude kater grappig, maar ze vonden de pasvorm niet goed, daar kwam het op neer. Tja, ik kon (en wilde) ook niet passen.

Ik was wel benieuwd hoe het zou gaan als deze aflevering online kwam. Zou er iets te zien zijn van de kritiek op de opdracht? Ik wist dat ik niet de enige kandidaat was die er kritisch tegenover stond.

Nee dus. Dat had ik ook niet echt verwacht, maar het blijft apart om te zien hoe het dan gemonteerd is, dat het net lijkt alsof iedereen het prima vond. Ze schreven nu wel ineens dat de projecten ook geschikt zijn voor knuffels, waarschijnlijk omdat enkele kandidaten die gebruikt hadden. Toen dacht ik wel: Ja hallo, dat was niet de opdracht. En in sommige gevallen zouden het ook aardig grote knuffels moeten zijn… De verplichte foto waarop het dier je kledingstuk draagt was blijkbaar toch niet zo verplicht, want bij niemand hadden ze daarvoor punten afgetrokken. Het voelde voor mij een beetje oneerlijk, want het scheelt natuurlijk wel als je geen huisdier hoeft te regelen en in plaats daarvan een knuffel pakt. Ik denk ook dat het makkelijker is om voor een knuffel te breien dan voor een echt dier. Of in ieder geval anders, passen zal dan bijvoorbeeld geen probleem meer zijn. Dus ja, ik heb me nog wel afgevraagd (zinloos, natuurlijk) hoe het afgelopen zou zijn als ik ook voor een knuffel had gekozen. Toen ik de opdracht kreeg, suggereerden mensen in mijn omgeving dat zelfs, maar ik dacht dat dat niet zou mogen en durfde het niet te doen. En ik vond het zuur voor de mensen die wél de moeite hadden genomen om een echt dier in hun kledingstuk te hijsen voor de ‘verplichte’ foto. Ik had natuurlijk makkelijk praten vanaf mijn positie, voor mij maakte het allemaal niet zoveel meer uit. De kans was hoe dan ook ontzettend groot dat ik zou afvallen, dus dan is het niet zo heel heldhaftig om te roepen: ‘Ik maak die foto niet en kom maar op met je puntenaftrek.’ Iedereen moet het voor zichzelf bepalen. Ik ga ervan uit dat iedereen dat naar eer en geweten heeft gedaan en ik veroordeel niemand vanwege haar keuzes. Maar toch. Het is in een wedstrijd altijd fijn als je een gelijk speelveld hebt (en als de regels gedurende de opdracht hetzelfde blijven), en dat was bij deze opdracht in mijn ogen helaas niet het geval.

Het kwam dan wel niet terug in de aflevering, veel kijkers vonden dit ook een vreemde, onethische opdracht. Dat vond ik erg fijn om te lezen. En je zag natuurlijk mijn ‘exit’, dat Petra mij bedankte voor mijn deelname en zei dat ze van me hadden genoten (die tekst is overigens altijd ongeveer hetzelfde, laten we ons geen illusies maken ;)). Er waren ook meerdere mensen die ik niet ken die lieten weten dat ze mijn ontwerpen (of zelfs mij) leuk vonden en dat ze het jammer vonden dat ik eruit was. Zo gek om te lezen, en zo lief!

De BreiSTER zat erop voor mij. Ik was (ondanks alles toch nog) best teleurgesteld dat ik eruit lag, en opgelucht tegelijkertijd. Ik denk dat er op z’n minst nog een BreiSTER-blog moet komen waarin ik terugblik op mijn deelname, dus die hou je nog even tegoed.

De BreiSTER – Opdracht 4

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 6, en dat is de aflevering over de vierde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Ik was door, ik deed nog mee. Daar was dan ook meteen alles mee gezegd, want dankzij mijn zeer slechte beoordeling van opdracht 3 stond ik inmiddels laatste in het algemeen klassement. De eerste twee afvallers waren ook degenen die de opdracht als laatsten in gingen, en ik ging er zonder meer van uit dat ik de volgende zou zijn.

Ik had het heel moeilijk met de slechte beoordeling. Tegen beter weten in heb ik zelfs nog gevraagd of we de knuffel misschien mochten houden, als ze ’m dan toch zo lelijk vonden (oké, niet letterlijk zo, maar het scheelde niet veel). Vooral ook omdat m’n kinderen er dus wél heel enthousiast over waren. Dat mocht uiteraard niet, maar ik wilde het toch gevraagd hebben. Nu ik dit schrijf, ben ik eindelijk begonnen aan een lieveheersbeest dat we wel mogen houden. Ik brei dus niet zo graag knuffels en had weinig zin om herinnerd te worden aan opdracht 3, maar nu staat opdracht 3 natuurlijk online en valt er toch al niet echt aan te ontkomen. En die twee lieverds van ons verdienen er wel echt een. Wat ook erg helpt: er zijn wel degelijk mensen, ook mensen die ik niet ken, die nu speciaal laten weten dat ze het lieveheersbeest tof vinden. Dat doet me zo goed!

Ik had echt even een momentje nodig om tot mezelf te komen na die teleurstelling, maar die tijd had ik eigenlijk niet, want voor opdracht 4 hadden we ook weer twee weken. En we stonden voor een gigantische opdracht: brei een sjaal. De minimale afmetingen waren 25 bij 200 centimeter en het mocht een rechthoekige sjaal zijn of een puntsjaal. Ik hou erg van van die asymmetrische sjaals die je van punt naar punt breit, maar ik snapte natuurlijk weer niet wat er precies werd bedoeld met een ‘puntsjaal’, of zoiets dan ook mocht, dus voor de zekerheid besloot ik voor de rechthoekige sjaal te gaan.

Voor de verandering was dit nu eens wél een opdracht voor mij. Ik brei graag sjaals en heb ook al een keer een (col)sjaal ontworpen. Geen gepriegel met kleine onderdelen, niks met vulling, ik was blij met deze opdracht. Ik was alleen niet blij met de tijd die we ervoor kregen. Ik wist meteen dat het lastig ging worden.

Dat weerhield me er niet van om met een ambitieus plan te komen. Want hé, als ik er dan uit ging, dan natuurlijk wel met een geweldige sjaal. Met een sjaal die ik zelf geweldig vond, kan ik beter zeggen. Op dit punt had ik het idee dat ik niks meer te verliezen had. Ze vonden het toch niet mooi wat ik maakte, het was toch telkens niet goed genoeg. Ik hield al vrij weinig rekening met wat ik dacht dat hoog zou scoren (ik denk ook niet dat dat echt kan, je maakt toch wat je maakt en je weet nooit precies wat ze zoeken), maar bij deze opdracht wilde ik dat al helemaal niet. Ik voelde me er bevrijd door. Ik had denk ik supergestrest kunnen worden, met het idee: ik móét nu presteren, ik moet nu vechten om in de wedstrijd te kunnen blijven. Maar zo was het helemaal niet. Het had toch allemaal geen zin. Over twee weken zou het klaar zijn. Het was heel anders gelopen dan ik had gehoopt, ontzettend balen, maar ook fijn om dan weer tijd te hebben voor andere dingen. Mijn gezin leed eronder. Mijn werk leed eronder, en waarvoor? Nog twee weken, dat kon ik aan. Dat was de stemming waarin ik aan mijn sjaal begon.

Ik vind het belangrijk dat een sjaal draagbaar is aan twee kanten. Als ik een sjaal omdoe, wil ik niet eerst hoeven kijken hoe ik dat precies moet doen. Beide kanten moeten toonbaar zijn. Bonuspunten als beide kanten verschillend zijn, en je dus kunt gaan voor twee verschillende looks.

Bij deze opdracht had ik eindelijk eens een keer lekker kunnen doorbreien van begin tot eind, maar ik bedacht toch weer iets met verschillende elementen. Ik heb eerst nog iets uitgeprobeerd geïnspireerd op log cabin blankets, maar dat was het toch niet helemaal (ik ben nu wel aan een deken bezig waarbij ik daar iets mee doe). Ik wilde dus sowieso een omkeerbare sjaal, of de kanten nu hetzelfde zouden zijn of niet, en een kleurverloop leek me ook heel gaaf. Het mocht best een opvallende sjaal worden. Ik weet niet meer hoe ik erbij kwam, maar misschien kon ik aan de ene kant zorgen voor een opengewerkt breiwerk, waar je dan de verschillende kleuren doorheen zag? Te open leek me niet warm genoeg, maar dat zou ik kunnen oplossen door een laagje erachter.

Acht vierkanten van 25 bij 25 centimeter zouden samen twee meter maken. Daar besloot ik op te mikken. Het enige garen waarmee ik een verloop van acht verschillende kleuren kon creëren, leek de Must-have van Yarn and Colors. Alweer. Ik besloot van roze naar paars te gaan. Het was erg moeilijk om de kleuren op basis van de afbeeldingen uit te kiezen, maar ik ging ervoor. Als neutrale kleur voor de opengewerkte vierkanten koos ik voor crème (Cream). Die kleur zat bij de paashangers van opdracht 2, dus die kon ik al wel in het echt zien.

Nog een eis was dat de madeliefsteek in je sjaal moest voorkomen. De favoriete steek van Petra? Wie zou het zeggen. Ik vond het enorm willekeurig en ik kende de steek ook niet, maar er was een tutorial van Wolplein en ik zou die steek vast wel ergens kunnen laten terugkomen, dus prima.

Ik bestelde het garen en ging alvast aan de slag met het ontwerpen van het kanten vierkant. Dat vond ik zo leuk! Ik had al een hele tijd geen kant meer gebreid en nog nooit zoiets zelf ontworpen, maar het greep me en het ging ook best goed. Ik worstelde eigenlijk alleen een beetje met de rand. Daar had ik eerst ook nog gaatjes in, maar uiteindelijk besloot ik ’m volledig averecht te breien en ’m dicht te houden. In het patroon wilde ik voor dit deel van de sjaal ook een breischema maken, dat had ik ook nog nooit gedaan. Ik volg zelf vaker geschreven instructies, maar ik wilde graag beide aanbieden. Ik ben er trots op dat dat ook is gelukt, zeker omdat ik aanvankelijk toch iets minder goed had meegeschreven dan ik dacht en ik dus even goed moest turen naar het proefvierkant.

Het garen werd gelukkig vrij snel bezorgd. Ik was helaas niet helemaal gelukkig met het kleurverloop. Met de verschillende tinten roze wel, en de crèmekleur paste er ook goed bij, maar de twee kleuren paars voor een van de uiteinden leken wel heel erg op elkaar, ik zag amper verschil. Jammer, maar ik zou later wel zien wat ik daarmee zou doen.

Ik begon vierkanten te breien, kanten vierkanten en effen vierkanten die daarachter moesten komen, maar al snel bleek dat ik het niet zou gaan redden om acht complete vierkanten (dus acht kanten en acht effen) af te breien in twee weken. Naast dat ik er dan natuurlijk nog een complete sjaal van moest maken met foto’s en een patroon en alles. Het kostte me simpelweg te veel uur. Zelfs M., bepaald geen rekenwonder (ze is zelf de eerste die dat toegeeft), had dat door.

Er moest dus een ander plan komen. Deels dan, want ik had het garen al, ik was al bezig, ik was nog steeds blij met de kanten vierkanten die ik al had en ik had ook simpelweg niet genoeg tijd voor een compleet nieuw plan. Daarop besloot ik om nog maar vier vierkanten te verwerken in mijn sjaal, en daartussen drie keer een kleurverloop te breien. Dat zou hopelijk wat sneller opschieten. Dat zorgde er ook voor dat ik genoeg had aan zeven verschillende kleuren, en ik dus slechts een van de tinten paars die zo op elkaar leken hoefde te gebruiken. Ik vind ‘marling’ (hoe heet dat in het Nederlands?) vaak erg mooi, dus ik besloot het kleurverloop met dubbele draad te breien: een draad Cream en een draad in de verschillende tinten roze en paars. Ik kreeg daardoor ook een nieuw idee over de verplichte madeliefsteek. Die breide ik midden in de stukken met kleurverloop, maar dan alleen in Cream. Daardoor viel de steek goed op. De madeliefsteek is een steek over twee toeren, dus ik kon na die twee toeren ook gemakkelijk beide draden weer oppakken om verder te breien.

Ik was best blij met dit plan. Op deze manier was het kleurverloop aan beide kanten van de sjaal mooi zichtbaar. Ik moest wel goed opletten hoe lang ik de verschillende delen breide, want ik had maar één bol kunnen bestellen van de verschillende kleuren, en ik had niet zo veel meer over van de kleuren waarin ik de vierkanten voor achter de kanten vierkanten breide. En het was nog steeds een ongekende race tegen de klok. Ik weet niet hoe concreet de andere kandidaten daarover hebben gevlogd, maar in de aflevering zie je daar nauwelijks iets van terug. Ik weet dat ik lang niet de enige was die moeite had om deze deadline te halen. Deze opdracht deed ons bijna de das om. Ik heb hier elke dag tot heel laat aan gewerkt. Het werd echt nachtwerk. Overigens heb ik er zelf ook niet heel veel over gevlogd, omdat ik zo gestrest was en bij alles dacht: Dit gaat van mijn breitijd af. Ik heb bij deze opdracht wel gefilmd dat ik aan het breien ben, en dat zit ook in de aflevering. Ik heb mezelf amper breiend gefilmd omdat ik het ongemakkelijk vind en me een beetje schaam voor mijn slechte techniek, maar ik vind de fragmenten waarin je meerdere kandidaten achter elkaar ziet breien met een muziekje eronder wel wat hebben, dus leuk dat ik daar nu ook eens in zat!

Tegen het einde van de tweede week logeerden we bij mijn schoonmoeder (het was herfstvakantie), en ook daar heb ik bijna alleen maar aan mijn sjaal gewerkt. Op zaterdagochtend was dit de zorgwekkende status: nog allemaal losse stukken en ik had nog niet eens het volledige kleurverloop gebreid. Ik had bedacht dat ik de verschillende delen in het kleurverloop aan elkaar zou mazen. Dat zou (praktisch) onzichtbaar moeten kunnen. Ik had echter nog nooit dingen aan elkaar gemaasd in deze steek (ribbelsteek/garter stitch), en ik had er geen rekening mee gehouden dat dat heel anders werkt dan in tricotsteek (stockinette). Aanvankelijk lukte het voor geen meter, maar uiteindelijk kreeg ik de slag gelukkig min of meer te pakken, waardoor het in ieder geval een sjaal uit een stuk werd. Niet perfect, maar acceptabel in de omstandigheden.

Toen wilde ik nog een rand eromheen breien. Ik koos voor een i-cordrand, omdat die aan beide kanten hetzelfde zou zijn en ik daarin gemakkelijk draadjes zou kunnen wegwerken. Dat had ik eigenlijk ook nog niet vaak gedaan en duurde ook érg lang. Gelukkig waren er in de nacht van zaterdag op zondag documentaires op tv waar mensen mee afstudeerden (deze vond ik goed).

Het is inmiddels allemaal een beetje wazig geworden, maar volgens mij moest ik op de laatste dag nog het laatste stukje i-cordrand afbreien en alle draadjes wegwerken. Plus natuurlijk alle andere dingen (foto’s, patroon, toelichting). Ik was al wel aan het patroon begonnen en had het kantpatroon al schematisch weergegeven, maar het kostte alsnog een hoop tijd. Ik moest in ieder geval nog helemaal uitleggen hoe de sjaal is opgebouwd, welke kleuren je aan welk vierkant vast moet breien. Ik beschouwde het aan elkaar mazen als een moeilijk onderdeel, dus eigenlijk moest ik daar dan foto’s en/of een videotutorial over maken, maar daar had ik simpelweg geen tijd voor. Ik heb foto’s toegevoegd van hoe je de verschillende delen van de sjaal neer moet leggen, maar daar bleef het bij. Ik probeerde natuurlijk nog steeds het patroon zo goed mogelijk te maken, maar de sjaal zelf was belangrijker, en ik had eerlijk gezegd (helaas) de indruk dat ze de patronen toch niet heel goed bekeken. In een ochtendje jureren is dat natuurlijk ook bijna niet mogelijk. Er was een patroon, en verder moest ik de gok maar nemen.

Wat ook nog een kleine ramp was: door de i-cordrand leek de sjaal ineens een stuk korter. Zo kort dat die de twee meter ineens niet meer leek te halen… Het was zondagmiddag, en ik kon er helemaal niets meer aan doen. Ja, ik had misschien franje kunnen toevoegen. Er werden een hoop grappen gemaakt over franje in de appgroep, aangezien niet duidelijk was of je die mee mocht tellen voor de lengte. Ik ben niet speciaal een grote fan van franje. Als M. en ik elk aan een kant van de sjaal gingen staan en ’m dan héél goed plat neerlegden en strak trokken, was ’ie nét twee meter. Dus zo maakten we de verplichte foto met de centimeter. Het fotograferen van zo’n lange sjaal vond ik sowieso erg lastig. Ik was blij met m’n (voor het vloggen aangeschafte) statiefje!

In al deze stress begreep ik ook nog verkeerd hoeveel foto’s je moest inleveren. Hm-m. Ik, professioneel redacteur, las de opdracht verkeerd. Kun je nagaan hoeveel stress ik had! Ik had begrepen dat je minimaal tien foto’s in totaal moest inleveren, maar je moest minimaal tien foto’s inleveren van alleen de voor- en achterkant (en dan dus ook nog andere). Dat deed ik dus niet, wat me uiteindelijk een punt aftrek opleverde op een van de verplichte onderdelen.

Ik noemde de sjaal VierKANT. Omdat er kanten vierkanten in voorkomen, maar vooral ook omdat ik ’m opdroeg aan iedereen die vierkant achter mij stond in de wedstrijd. Ik ging er namelijk nog steeds van uit dat dit mijn laatste opdracht zou zijn, dus dat vond ik wel een mooi idee. En oké, ik was heel erg moe en daardoor misschien ook een tikje sentimenteel :)

Ik leverde alles in en dacht er verder niet echt over na, ik was alleen maar opgelucht dat ik een sjaal af had weten te krijgen in twee weken. De volgende dag kwam de uitslag. En ik was door.

Hè?

Eh… Ja. Ik was vijfde geworden met m’n sjaal, en ondanks de punt aftrek had ik één punt meer dan Inge, waardoor ik met het kleinst mogelijke verschil door was en zij niet. Het was zo bizar. Ik dacht natuurlijk weer van alles. Verder viel steeds degene af die de opdracht in ging met het laagste aantal punten, dus dit was wel een stunt. Ik had het echt verkeerd begrepen en heb absoluut niet expres te weinig foto’s ingeleverd, maar dat betekent natuurlijk wel dat er minder mogelijkheden waren om foutjes en oneffenheden te spotten. Misschien heeft dat me gered? Er valt gewoon geen peil te trekken op die hele jurering. Misschien was mijn sjaal gewoon best mooi. Blijkbaar werkte het idee dat ik niks meer te verliezen had.

Ik voelde me wel erg schuldig naar Inge toe, zeker toen ik las wat de volgende opdracht was (waarover meer in de volgende blog). Ook al gunde zij het mij en reageerde ze enorm lief en sportief (maar echt, het was bewonderenswaardig en inspirerend, en het raakte me erg). Ik kan het blijven zeggen: uiteindelijk was dit vooral een strijd tegen mezelf, veel meer dan tegen de andere kandidaten.

Het was heel fijn om toen de aflevering online kwam te merken dat veel kijkers doorhadden dat dit een zware opdracht was, ook al werd het niet benoemd in de aflevering. Veel mensen vonden de jury mede daarom ook te streng en complimenteerden ons als kandidaten. Dat is natuurlijk altijd leuk om te horen! Ook ik vond dit keer alle beoordelingen opvallend kritisch. Ook ik vond het vreemd dat tegen iemand werd gezegd dat de madeliefsteek meer had moeten terugkomen in haar sjaal. Ik had die zelf bijvoorbeeld ook heel weinig gebruikt, maar tegen mij is dat niet gezegd. Daarnaast was de eis ook alleen dát de madeliefsteek erin zou voorkomen, er stond niet bij hoe vaak minimaal.

Ik was het dus zeker eens met die reacties, maar ik vond het ook wel ingewikkeld dat mensen nu met deze kritiek kwamen. Ik had namelijk het idee dat toen ik dezelfde soort opmerkingen maakte over eerdere opdrachten die een beetje werden weggewuifd, alsof het allemaal aan mij zou liggen. Voor mij persoonlijk was dit ook zeker niet de negatiefste beoordeling. Sterker nog, in vergelijking met sommige andere beoordelingen (en dan vooral die van de knuffel) zou ik de jury enthousiast noemen. Ze vonden het kleurverloop mooi, ze vroegen zich alleen af of de sjaal niet erg stug was door het breien met twee draden en de dubbele laag in de vierkanten. Meer werd er eigenlijk niet over gezegd. Daar kon ik goed mee leven. Ik was ook tevreden over de aflevering. Je ziet mijn idee, je ziet mijn sjaal, je ziet me breien. En ik was tegen alle verwachtingen in door naar opdracht 5. Wat wilde ik nog meer?

De BreiSTER – Opdracht 3

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 5, en dat is de aflevering over de derde opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Opdracht 3, de eerste opdracht waaraan niet iedereen meer mee mocht doen. Ik vond het allemaal maar heftig. Hoewel ik redelijk had gescoord voor opdracht 2, was ik toch een beetje teleurgesteld en zat ik al in mijn eerste vlog voor opdracht 3 te vertellen over dat de wedstrijd toch wel veel impact had op m’n leven, dat het allemaal lastig te combineren was en dat het soms voelde alsof ik er toch elk moment uit kon vliegen en toch nooit echt goed zou presteren. Dat ik er echt voor moest waken om in een negatieve spiraal te belanden van ‘waar doe ik het allemaal voor en is dit alle stress wel waard?’ en niet moest vergeten om ervan te genieten. Het stond me eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest dat ik dat toen al allemaal dacht en vond, maar daarom is het ook goed om m’n eigen vlogs terug te kijken. Het is wel onderdeel van mijn verhaal, en dat wil ik ook vertellen. Het maakt ook dat ik anders kijk naar De HaakSTER, me meer realiseer dat ook kandidaten die minder goed scoren meestal heel hard aan de opdrachten hebben gewerkt. Ik heb de wedstrijd natuurlijk lang niet vanaf elke positie kunnen ervaren, maar ik denk dat je positie veel invloed heeft op hoe je alles ervaart. Ik stond zevende en had inmiddels écht een goede score nodig om nog een tijdje mee te kunnen blijven doen. Onthoud dit even, als je wil.

Bij het begin van opdracht 3 werd ik ook een beetje afgeleid door de rest van m’n leven, waardoor ik niet bepaald een vliegende start maakte. Ik had een naar onderzoek in het ziekenhuis waar ik erg tegen opzag, en de dag daarvoor had S. een studiedag en gingen we naar de Efteling met m’n zusje. In de Efteling was het leuk en in het ziekenhuis niet, maar het onderzoek lukte wel en de uitslag was ook goed, dus dat was wel een opluchting. Daarna was het de hoogste tijd om aan de opdracht te beginnen.

Voor deze opdracht moesten we een knuffel breien, en je voelt ’m waarschijnlijk al aankomen: ook dat was weer niet echt een opdracht voor mij. Het is zomaar een observatie, ik bedoel hier verder niks mee, maar ik zie bij mensen die graag paashangers breien (wel een erg specifieke voorliefde misschien :)) een beetje hetzelfde type voor me als bij mensen die graag knuffels breien. Ik brei op zich best wat verschillende dingen, maar vooral graag kleding, sjaals en (baby)dekentjes.

Deze opdracht had ik echter wel verwacht! (Sokken trouwens ook, zij het niet als opdracht 1.) Sterker nog, mijn idee voor een knuffel lag direct al klaar. Toen we het voor aanvang van de wedstrijd erover hadden, had S. namelijk voorgesteld dat ik haar lievelingsdier zou maken als we een knuffel zouden moeten breien. Dat had ik haar ook beloofd, en tja, wat je belooft moet je doen. En dus zou het een lieveheersbeest worden.

De knuffel moest tussen de 25 en 30 centimeter groot zijn, we moesten specifiek letten op de veiligheid (alles stevig vastzetten, geen losse elementen die een kind kan inslikken). En er stond ineens ook vermeld dat je over moeilijke onderdelen een videotutorial moest maken.

Een groot verschil met opdracht 1 en 2 was dat we nu voor het eerst zelf garen mochten/moesten bestellen bij Wolplein. Voor een bepaald budget, en aan de hand van een materiaallijst. Alsof het allemaal nog niet stressvol genoeg was! Ondanks het feit dat ik bij de eerdere opdrachten niet met alle kleuren even blij was, vond ik het zo gek nog niet om garen te krijgen en het daarmee te moeten doen. Ook omdat je natuurlijk weinig kunt totdat je het garen hebt, en dus snel moet beslissen wat je gaat maken en wat je daarvoor nodig hebt. Daarnaast blijft het lastig om garen online te bestellen. Ik doe het vaak wel, zeker sinds corona, maar je weet dan meestal toch niet precies wat je krijgt. Voor de volledigheid: het was mogelijk om naar het inspiratiecentrum van Wolplein in Zaltbommel te gaan om het garen daar uit te zoeken. Al was het geloof ik wel lastig om het dan direct mee te nemen. Het is natuurlijk toch een proces dat losstaat van de gewone verkopen in de winkel, iemand zal moeten checken of je inderdaad hebt uitgekozen wat je mocht uitkiezen enzovoort. Ik heb hier zelf geen gebruik van gemaakt omdat het me te veel tijd zou kosten en te veel rijangst op zou leveren. Het voelde natuurlijk wel heel speciaal om dat dan allemaal te mogen uitzoeken zonder ervoor te hoeven betalen en te weten dat die bestelling dan met spoed zou worden klaargemaakt en verzonden.

We konden kiezen uit een stuk of tien verschillende garens, en ik ging eerst maar eens kijken wat dat voor garens waren. Nu probeer ik zelf geen acryl meer te gebruiken, omdat dat gemaakt is van olie, niet biologisch afbreekbaar is en bijdraagt aan de plasticsoep. Katoen en wol hebben echter ook grote nadelen, ook de verantwoorder varianten, dus het blijft heel lastig, vind ik. Ik probeer rekening te houden met duurzaamheid bij mijn materiaalkeuze, maar dat lukt me zeker niet altijd. Ik probeer in ieder geval ook dingen te maken die lang meegaan, want minder kopen is natuurlijk altijd goed. Voor deze opdracht besloot ik toch alle garens met acryl te skippen. Heel pragmatisch, want dat maakte de keuze een stuk beperkter. Er stond een biologisch katoenen garen tussen, maar dat kende ik niet en ik was niet zo weg van de beschikbare kleuren. Waardoor ik uiteindelijk toch weer ‘gewoon’ koos voor de Must-have van Yarn and Colors, hetzelfde katoenen garen als in opdracht 2. Zo kon ik onmiddellijk dingen gaan uitproberen. En de Must-have is beschikbaar in ruim honderd kleuren, dus daar moest iets tussen zitten. Dat was natuurlijk ergens ook wel weer een nadeel. Zwart is nogal straightforward, maar welk rood is het beste rood voor een lieveheersbeest? Daarnaast wilde ik wat groen bestellen, omdat ik iets wilde doen met blaadjes (dat plan was op dat moment precies zo vaag als het hier lijkt). En ik had wat wit nodig voor de vlekken op de kop. O, en vulling natuurlijk, we hadden één budget voor alles. Je kon ook nog veiligheidsogen bestellen, maar dat heb ik zelf niet gedaan. Op de materiaallijst stonden alleen zwarte veiligheidsogen, dat leek me niet handig op een zwarte kop. En eerlijk gezegd heb ik nog nooit veiligheidsogen gebruikt. Het is vast niet heel moeilijk, maar ik was toch bang dat ik me er geen raad mee zou weten. De juiste maat inschatten leek me ook lastig. Dus nee, ik zou later wel zien wat voor ogen ik zou maken. Opvallend detail: inmiddels ben ik erachter gekomen dat veiligheidsogen helemaal niet veilig zijn bevonden voor kinderen onder de drie jaar. Een knuffel met veiligheidsogen is dus automatisch niet veilig voor kleine kinderen. Waarom stonden die dan toch op de materiaallijst?

Ook de hoeveelheid van alles bepalen vond ik heel lastig. Ik ben notoir slecht in het inschatten van hoeveelheden en heb meestal te veel. Maar goed, ik had nog geen patroon, dingen kunnen mislukken, dus uiteindelijk heb ik maar gewoon zo veel mogelijk garen besteld en een zak vulling van 250 gram, zodat ik in ieder geval niet te weinig zou hebben. De verdeling tussen de verschillende kleuren was ook nog even lastig, ik heb zelfs mijn bestelling nog gecorrigeerd en gekozen voor een extra bol groen, zodat ik ook los zou kunnen gaan op een blaadjesaccessoire.

Pas toen ik al had besteld, realiseerde ik me dat 25 tot 30 centimeter best groot is, en dat de Must-have best dun is. Er stonden ongetwijfeld dikkere garens op de lijst, was het misschien verstandiger geweest om daarvoor te kiezen? Aan de andere kant brei ik helemaal niet graag op dikke naalden (4 mm vind ik al aan de dikke kant) en vind ik het vaak juist wel mooi als een breiwerk wat fijner is. En ik was blij met de kleuren toen mijn garen arriveerde. Goede kleur rood (Cardinal), goede kleur groen (Pesto). Daarnaast had ik nog zwart (Black), donkergroen (Green Beryl) en twee minibolletjes wit (Marble) voor de ogen en de vlekken op de kop.

S. ging meteen een schets maken van hoe het lieveheersbeest moest worden, inclusief stappenplan voor de verschillende onderdelen. Dat was natuurlijk superschattig. En ik begon te proberen een schild te breien. Ik wilde namelijk graag een afneembaar schild maken, en dan een pyjamaatje en een slaapzak, zodat het lieveheersbeest als het ging slapen het schild af kon doen.

Het kostte een hoop moeite om in een cirkel te breien en een rond schild te maken. Daarom breide ik ondertussen toch ook maar vast het lijf van het lieveheersbeest. Dat ging gelukkig een stuk beter. Ik was zo blij dat het me lukte om twee lieve, veilige oogjes te verzinnen in wit en zwart garen, dat gezichtje gaf me goede moed elke keer dat ik het zag. Ik maakte voelsprieten van twee zwarte draadjes die ik goed vastzette. Aan de andere kant van de kop borduurde ik een slapend gezichtje, zodat de knuffel aan twee kanten te gebruiken was en ‘echt’ kon gaan slapen. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om aan het schild een soort mutsje vast te maken dat je over het slapende gezichtje heen kon trekken, zodat je dat niet zag als het lieveheersbeest het schild droeg. Dat is helaas allemaal niet gelukt, maar de vorm van de kop vond ik wel heel grappig. Voor de pootjes besloot ik zes i-cords te breien, lekker dun en flexibel.

Het lukte me uiteindelijk ook om een mooi rond schild te maken, maar… dat werkte dus totaal niet in combinatie met m’n lieveheersbeest. Doordat het schild en het lieveheersbeest allebei opgevuld waren, paste het lieveheersbeest er niet mooi onder, en dat hele idee van het mutsje kreeg ik ook niet voor elkaar. Ontzettend zonde, want ik had er al erg veel tijd in gestoken, maar dat is natuurlijk een erg slechte reden om het dan maar erbij te doen. Het zag er niet uit, dus het complete schild ging een aantal dagen voor de deadline exit.

Ook zonder schild kon m’n verhaal overeind blijven: het lieveheersbeest is moe van het sjouwen van haar schild, heeft dat afgedaan en gaat nu lekker slapen in haar bedje van bladeren. Ik stortte me op haar pyjamaatje. Waarschijnlijk het vreemdste kledingstuk dat ik tot nu toe heb gebreid, met die zes mouwtjes. Hier genoot ik wel echt van, en ik vond ook dat het goed lukte. Heel schattig hoe die pootjes uit de mouwtjes staken. Ik breide losse zwarte stippen in verschillende formaten en naaide die erop vast. Door de pyjama werd m’n lieveheersbeest ook in een keer goed herkenbaar als lieveheersbeest, vond ik. Ik vreesde wel dat de jury misschien liever een ronder lijfje had gezien, maar daar kon ik nu niks meer aan veranderen en de opdracht was gelukkig niet: brei een zo goed mogelijk gelijkend dier.

De laatste dagen van opdracht 3 was ik helaas ziek, dat kwam natuurlijk bijzonder slecht uit. Maar ik zette alles op alles om m’n lieveheersbeest af te krijgen. Inclusief slaapzakje van bladeren. Ik had het idee dat ik dat wel echt erbij moest maken, nadat ik het schild ‘ook al’ niet meer had. Het werd weer spannend qua tijd, maar het lukte! Ik breide een slaapzakje van twee aan elkaar genaaide bladeren dat precies om mijn lieveheersbeest heen paste. Vervolgens raakte ik weer in paniek over dat ik niet duidelijk genoeg zou kunnen uitleggen hoe je dat slaapzakje in elkaar moest zetten (en daar dan aftrek voor zou krijgen), dus toen heb ik daar op de laatste dag zelfs nog een videotutorial over opgenomen ook. Het groen en het rood stonden mooi bij elkaar, het lieveheersbeest in de slaapzak zag er schattig en comfy uit, en ik vind het altijd leuk als je ook nog iets kunt doen met een knuffel afgezien van knuffelen.

Ik noemde deze knuffel Liefstebeest, omdat het dus het lievelingsdier is van S., en was in de wolken met die vondst. S. mocht er (onherkenbaar) mee op de foto en vond het helemaal geweldig dat we ook nog een foto konden maken met een echt lieveheersbeestje op de voelspriet van de knuffel. Al met al was het goed zo.

En toen werd het maandag en bleek het he-le-maal niet goed te zijn. En dat was echt een klap. Ik had het niet verwacht. Niet dat ik verwachtte dat ik met deze knuffel de opdracht zou gaan winnen of zo, ik had al niet meer de illusie dat ik opdrachten zou gaan winnen (voor zover ik die illusie ooit al had gehad). Maar allerlaatste (samen met twee anderen)? Dat had ik absoluut niet aan zien komen en was een grote teleurstelling. Zeker omdat ik er de laatste dagen nog zo hard aan gewerkt had terwijl ik me niet goed voelde. Het is erg moeilijk om wekenlang je leven in het teken te zetten van iets en vervolgens te lezen hoe datgene in een paar zinnen met de grond gelijk wordt gemaakt. Oké, het idee vonden ze leuk. En de naam (yes!). Grappig truitje met stippen en een leuke slaapzak, stond er ook nog. Maar toen kwam alle kritiek: niet echt knuffelbaar, de pootjes zijn echt iel, we missen een beetje liefheid. ‘Dit had door ander kleurgebruik verbeterd kunnen worden.’ O, en dat de afwerking niet erg netjes was, ‘want bij zwart valt de vulling erg op’.

Ik begreep het niet echt en was het er ook niet mee eens. Dat kwam ook doordat S. en D. steeds boven op Liefstebeest doken zodra ze de kans kregen, haar snotterige kusjes gaven en haar niet meer los wilden laten. Ik moest echt moeite doen om ervoor te zorgen dat ze haar heel zouden laten, toonbaar voor de foto’s. Dus hoezo, niet lief en knuffelbaar? Kijk dat gezichtje dan! En heb je de pootjes van een lieveheersbeest wel eens gezien? Die zíjn superdun. En de twee kenmerkende kleuren van een lieveheersbeest zijn? Juist. Dus wat hadden jullie dan gewild? Een paars met groen lieveheersbeest met gigantische poten? Een totaal ander dier, kortom? Maar jullie vonden het idee toch leuk?

Je begrijpt misschien dat ik niet speciaal uitkeek naar deze aflevering, één keer horen wat er allemaal zou mankeren aan mijn knuffel was voor mij meer dan genoeg. En toch werd ook de aflevering nog een extra teleurstelling voor mij. De montage was voor mij helaas erg ongunstig. Nogmaals, ik begrijp dat er heel veel uit moet worden geknipt. Dat is logisch, er zijn veel kandidaten, ze doen hun best om iedereen aan bod te laten komen en als je zelf de hele tijd in beeld wil zijn moet je maar je eigen handwerkvlog beginnen. Het is ook niet zo dat ik er superweinig in voorkom, volgens mij heel gemiddeld, en dat vind ik prima. Maar ik vind het wel heel jammer dat er in de montage voor gekozen is om mij alleen twee keer kort te laten zien terwijl ik werk aan het schild dat ik uiteindelijk niet heb gebruikt. De knuffel zie je alleen één keer heel kort aan het eind. In de slaapzak, waardoor je de knuffel zelf eigenlijk bijna niet ziet, en maar van één kant. Daardoor krijgt de kijker wel heel weinig mee van het verhaal en van de twee gezichtjes. Ik ben een heel matige vlogger, dat geef ik meteen toe, maar geloof me, ik heb nog net wel beide kanten van mijn knuffel in beeld gebracht. Meerdere keren.

Ook bij de beoordeling is het altijd maar afwachten hoe ze het formuleren in de aflevering. Ze vatten het natuurlijk een beetje samen, of ze maken er juist een beter lopend verhaaltje van. Heel begrijpelijk. Bij mij is het dit keer wel heel jammer dat ze zeggen dat de naam tof is, maar die naam vervolgens niet noemen. Ik had misschien zelf ook voortdurend Liefstebeest moeten noemen in mijn vlogs, maar ik weet even niet meer hoe vroeg ik de naam had, en dat zou dan misschien ook zijn gesneuveld in de montage. Als je niet zegt ‘De naam vonden we tof’, maar ‘De naam Liefstebeest vonden we tof’ ben je er ook, toch? Gemiste kans. Het opvallendst was echter dat ze in de aflevering ineens met een punt van kritiek kwamen dat totaal nieuw voor mij was (best knap, als je bedenkt hoeveel ze al slecht vonden). Ineens vroegen ze zich af ‘of een lieveheersbeestje zowel stippen op de buik als op de rug heeft’. Eh, nee, maar dat komt dus doordat het een pyjama is en je de knuffel om kunt draaien om haar te laten slapen. Je weet wel, dat leuke idee waar jullie precies niks van laten zien in de aflevering. En sinds wanneer moest de knuffel natuurgetrouw zijn? Dat was helemaal geen eis, je mocht je knuffel ook volledig zelf verzinnen. En als het stiekem toch de bedoeling was, dan voor alle kandidaten, lijkt me, en niet alleen om de laagste scores te rechtvaardigen.

De rest van de kritiek komt niet voor in de aflevering, afgezien van de samenvatting ‘komt niet echt heel erg over als knuffel’. Dus echt superdom van mijn kinderen dat ze ’m zo graag knuffelen, want het is dus helemaal geen knuffel!

Uiteindelijk scoorde ik slechts 80 punten voor m’n schemerlamp, wat ervoor zorgde dat ik als achtste en laatste kandidaat door was naar opdracht 4. Maar er kon natuurlijk nog van al-les gebeuren!

De BreiSTER – Opdracht 2

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 4, en dat is de aflevering over de tweede opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

We kregen opdracht 2 tegelijk met de beoordeling van opdracht 1. En toen heb ik ook de bijbehorende zak met materiaal geopend. Dat had al eerder gemogen, maar ik wilde me liever eerst concentreren op de eerste opdracht en was bang dat ik de materialen van beide opdrachten niet uit elkaar zou kunnen houden (om het zo eerlijk mogelijk te houden, mag je alleen materiaal gebruiken dat bij een bepaalde opdracht wordt verstrekt, en dus bijvoorbeeld ook niets wat je over hebt gehouden bij een eerdere opdracht). Geen hele reële angst, het bleken ook twee totaal verschillende garens te zijn, maar vandaar dat de zak nog dicht was.

Er bleken acht bolletjes van de Must-have van Yarn and Colors in te zitten in lentekleurtjes. Pastel alom. Best zoet, misschien niet het eerste waar ik naar zou grijpen, maar ik werd er toch meteen vrolijk van. Dit garen kende ik ook al, ik had ook nog restjes om dingen mee uit te proberen (dat mocht natuurlijk wel). De bijbehorende opdracht luidde: brei vijf paashangers. Het moesten drie eieren zijn en twee ‘fantasiehangers’ (wat ik opvatte als: wat je maar wil, als het maar niet de vorm van een ei heeft).

Weer niet echt een opdracht voor mij (ik snap het als je op een gegeven moment denkt: Wat is eigenlijk wél een opdracht voor jou?). Het zou allemaal vrij klein worden, misschien met losse onderdelen (mijn motto luidt: hoe minder losse onderdelen, hoe beter), kortom: gepriegel en gedoe. Ik maak dat soort dingen niet vaak, en ook niet heel graag. Een voordeel was dat ik altijd wel graag met katoen werk, ik kende dit specifieke katoen zelfs al. En het leek me een enorm voordeel dat het vijf verschillende dingen zouden worden. Bij de sokken uit opdracht 1 vond ik het immers een enorm stressvolle gedachte dat m’n idee meteen goed moest zijn en ik al snel niet meer voor iets anders kon kiezen, omdat ik de sokken anders niet op tijd af zou krijgen. Bij deze opdracht, zo redeneerde ik, had ik vooral veel verschillende ideeën nodig, en als een idee dan zou mislukken, pakten de andere vier misschien beter uit. Het intimideerde me minder, ook doordat één hanger relatief snel klaar zou kunnen zijn.

Er was nog wat verwarring, met name over de eieren, omdat er alleen garen in de zak zat. Moesten ze 2D worden? Kon je ze vullen met restjes garen? Al snel bleek echter dat ze simpelweg vergeten waren om er een zak vulling bij te doen, die zou dus nog per post onze kant op komen. Het konden toch gevulde eieren worden!

Het was best vreemd om in september met Pasen bezig te zijn. Aan de andere kant: ik redigeer elk jaar midden in de zomer minstens één kerstboek, dus dit was net zoiets.

Omdat ik drie eieren zou moeten ontwerpen, leek het me goed om te beginnen met een soort basisei. Dat was m’n eerste zorg: hoe brei je een ei dat ook echt de vorm heeft van een ei? Een kwestie van uitproberen. Ondertussen probeerde ik ook alvast na te denken over de fantasiehangers. Voor de ene had ik nog geen idee, maar voor de andere wilde ik graag iets doen met tekst, omdat dat bij mij past. Bij deze opdracht stelde het natuurlijk weinig voor, maar ik ben erg geïnteresseerd in de combinatie tekst en handwerken (ik kan je in dat kader dit boek aanraden, en mijn eerste zelfgeschreven patroon is natuurlijk ook niet voor niks een sjaal met leestekens erop). Ik bedacht al snel dat ik op de ene kant van de hanger VROLIJK PASEN zou zetten en op de andere kant ZALIG PASEN. Om makers meerdere opties aan te kunnen bieden, maar vooral ook omdat ik katholieke en seculiere familieleden heb en met iedereen graag Pasen vier. M. suggereerde dat ik het hoofd van de paus zou kunnen breien als fantasiehanger 2. Origineel, maar dat idee parkeerde ik toch nog maar even :) Ik besloot de hanger verder eenvoudig te houden: een rondgebreide rechthoek in Cream met de letters er in verschillende kleuren op gemaasd, aan de boven- en onderkant onzichtbaar dichtgemaakt met de kitchener-steek. Het duurde even voor ik in Stitch Fiddle de letters zo had ontworpen als ik wilde, vooral omdat er natuurlijk niet zo veel ruimte was op de hanger. De hangers moesten tussen de 5 en 10 centimeter zijn, en ik ging er maar van uit dat ze dus maximaal 10 bij 10 centimeter mochten zijn. Zelfs deze hanger was meer werk dan ik dacht. Hij lukte echter wel meteen goed, de letters pasten precies op 10 centimeter en ik kon er alvast aan werken terwijl ik verder piekerde over de rest, dat was fijn. Ik had eerst bedacht om alle kleuren te laten terugkomen in de letters, maar uiteindelijk heb ik de Cantaloupe (oranje) en Pistachio (lichtgroen) niet gebruikt omdat ik die toch te fel vond afsteken bij de andere kleuren.

Ik moest natuurlijk niet alleen de vorm van een ei zien te benaderen, ik moest vervolgens ook bedenken hoe die eieren eruit zouden komen te zien. Ik dacht na over een kuikentje in een ei, of ik iets kon verzinnen waardoor dat kuikentje uit het ei kon komen. Zou ik een omkeerbaar ei kunnen maken, aan de ene kant ei en aan de andere kant kuikentje? Dat idee liet me niet meer los. Vraag me niet waarom, want ik wist ook meteen dat ik mezelf er een hoop extra werk mee zou bezorgen en dat het typisch zoiets was dat ook totaal kon mislukken. Niet per se de verstandigste keuze als je achtste staat in het algemeen klassement en degene met het minste aantal punten na deze opdracht afvalt.

Ik wist echter ook meteen: het is niks voor mij om op safe te spelen. Ik wil in de eerste plaats maken wat ik wil maken, en niet wat ik denk dat hoog scoort of commercieel interessant is. Het is natuurlijk fantastisch als dat samen kan vallen, maar op basis van de eerste opdracht, als ik keek naar mijn beoordeling en naar de sokken van de anderen, vroeg ik me af of dat bij mij ging lukken.

De hele eerste week was ik bezig met het breien van proefeieren. Het lukte vrij snel om een redelijke eivorm erin te krijgen, maar het duurde echt wel even voor ik had uitgepuzzeld hoe ik omkeerbare eieren kon maken, die je dan ook nog op kon hangen. Ik vrees dat ik hier niet te veel details mag geven, aangezien het patroon betaald is, maar uiteindelijk had ik zowaar iets waarmee ik verder kon (in de aflevering zie je hier ook wel iets van terug, al is er natuurlijk weer veel uit geknipt). Wel íéts minder in eivorm dan ik had gehoopt, maar dat kwam vooral doordat het keergat anders te smal zou worden, en het leek me toch ook vrij essentieel dat het mogelijk was om de omkeerbare eieren om te keren zonder dat ze meteen stuk zouden gaan.

De volgende vraag was wat er te zien zou zijn als je de eieren zou omkeren. Want toen ik eenmaal een omkeerbaar ei had ontworpen, vond ik ook dat alle drie de eieren omkeerbaar moesten zijn, en niet maar eentje.

Mijn eerste idee was dus een ei met een kuikentje erin. Daar begon ik dan ook mee. Het patroon op het ei hield ik vrij eenvoudig, maar ik zorgde er wel voor dat de kleuren van het kuikentje erin terugkwamen (of andersom, net wat je wilt). En ik deed mijn best om nette rechte strepen op het ei te krijgen door het begin van de toer steeds te verplaatsen, wat best goed lukte (voor mijn doen). Het kuikentje vond ik oké, ik moest een beetje improviseren en had graag zwart garen gebruikt voor de oogjes (of veiligheidsoogjes misschien), maar dat hadden we dus niet.

Het is natuurlijk een kleine stap van Pasen naar de lente. Een beetje cliché, maar daar wilde ik toch ook iets mee doen. Ook omdat ik daardoor veel meer mogelijkheden zou hebben. Een paashaas leek me niet zo origineel en daarvoor had ik liever bruin gebruikt (hadden we niet). Ik heb ook nog overwogen om een spiegelei te maken, maar ik wist echt niet hoe ik dat uit een ei moest laten verschijnen en als fantasiehanger naast drie eieren leek me dat wel erg veel ei. Het had misschien gekund, thema paasontbijt leek me fantastisch, en dan bijvoorbeeld een croissant erbij, maar opnieuw: niet de goede kleuren. Dus toch maar naar het voorjaar, met een beetje fantasie lijken de vorm van een ei en de vorm van een bloem(knop) best wel op elkaar. In ieder geval dacht ik dat het bij een tulp nog wel eens zou kunnen werken. Uit mijn tweede ei zou dus een tulp komen.

Het ei zelf was opnieuw niet zo’n probleem. Het werd een lichtgroen ei (Pistachio) met een ingebreid roze bandje (Peony Pink), roze stippen die ik erop maasde en een los roze strikje. Ook hierbij kwamen de kleuren van de bloem dus weer terug in het ei. De tulp was echter een kleine ramp. Puntige bloemblaadjes leken me een must voor de herkenbaarheid, maar hij kon niet alleen uit die bloemblaadjes bestaan en kon niet open zijn, want het ei moest erin verborgen worden. Een roze eivorm met die bloemblaadjes aan de buitenkant ook niet, want de tulp moest aan de andere kant ook in z’n geheel in het andere ei passen. Het moest dus een eivorm worden met aan de bovenkant puntige bloemblaadjes die niet te veel ruimte innamen. Het lukte me vooral niet om die blaadjes netjes aan de eivorm vast te maken. Uiteindelijk vond ik toch een manier, waarbij ik de bloemblaadjes eerst los breide, maar daar ging zo veel gepruts aan vooraf dat ik in de tussentijd de hanger met de paaswens helemaal had afgemaakt, omdat ik die tulp even niet meer kon zien (toen was ik dus heel blij dat er verschillende onderdelen waren bij deze opdracht). Het kan natuurlijk altijd beter, maar in vergelijking met al mijn eerdere pogingen vond ik deze nog best acceptabel. Kon ik ook meteen nog een steelaanzet toevoegen in groen.

Het derde en laatste ei had ik vooral voor het laatst bewaard omdat dat me het eenvoudigst leek. Ik ging ervan uit dat veel kandidaten hadden ontdekt dat je een regenboog kon vormen van alle kleuren minus de Cream, maar ik wilde dat toch graag gebruiken. M. grapte al dat het cultural appropriation zou zijn van de anderen, zo ver wil ik niet gaan en het was ook zeker niet activistisch bedoeld of zo, maar toch… ook niet helemaal willekeurig? Zoiets. En dus bedacht ik een ‘lenteweer-ei’, met aan de ene kant zon en regen, en daarin dan dus een regenboogei. Daar zou niks aan of op komen, dus daarbij zou ik in ieder geval niet het probleem hebben dat er iets niet paste. Het patroon was ook niet al te ingewikkeld, want ik had besloten om de zonnestralen en regendruppels erop te borduren, dus aan de ene kant kwam een blauw ei met een gele bovenkant (zon) en witte onderkant (wolk), en aan de andere kant een gestreept ei in de kleuren van de regenboog. Het kon ook niet meer zo ingewikkeld worden, want inmiddels was het al de vrijdag van de tweede week. Het lukte me gelukkig om het lenteweer-ei die ochtend af te krijgen.

Toen moest ik echter nog fantasiehanger 2 zien te fabriceren. Die bestond nog niet, ik had een keer in een vlog geroepen dat ik een vogelhuisje wilde maken en dat leek me nog steeds tof, maar dat was het dan ook. Ik had er nog helemaal niks aan gedaan. M. en ik hadden die dag ook nog eens de bruiloft van E. en P. in Rotterdam. Daar waren we niet de hele dag bij, maar we moesten er wel nog heen rijden, de kinderen gingen een nachtje bij opa en oma logeren dus daar moesten we ook dingen voor regelen… Al met al nog best veel gedoe. Het had misschien nog gescheeld als ik M. heen had laten rijden, zeker aangezien we in de file belandden, maar als ik kan kiezen rijd ik toch altijd liever heen ergens heen en op de terugweg was ik natuurlijk moe en was het donker, dus uiteindelijk kon ik vrijdagavond na thuiskomst pas echt iets gaan doen.

Het voordeel was natuurlijk wel dat de kinderen uit logeren waren, maar alsnog was ik tot zaterdagavond laat bezig aan dat ding. Want natuurlijk wilde ik dan ook een vogelhuisje in 3D waar je bijvoorbeeld paaseitjes in kunt stoppen. In mintgroen (Jade Gravel) en lila (Orchid), niet omdat dat typische kleuren zijn voor een vogelhuisje, maar vooral omdat ik die kleuren nog niet zo veel gebruikt had in de andere hangers. Dat lukte zeker niet meteen. Ik bleef allerlei verbeterpunten zien, ik kon me allerlei kritiek voorstellen van de jury, maar ik was toch ook wel trots op mezelf omdat ik dat vogelhuisje toch nog in zo’n korte tijd had weten te ontwerpen en breien. Met zelfs nog een mooi randje rond de ingang. En ik hoopte dat niemand anders op het idee gekomen zou zijn, want dat vond ik toch ook wel belangrijk. Het vogelhuisje is mijn favoriete hanger van deze opdracht, denk ik.

Die zondag moest ik nog de draadjes van het vogelhuisje wegwerken, en verder was ik weer druk met foto’s maken, het patroon afmaken, de toelichting schrijven en alles versturen. De fotosessie was natuurlijk weer gedoe, en het patroon was toch natuurlijk weer meer werk dan ik dacht. Ik had van de andere hangers al veel uitgeschreven, maar van het vogelhuisje nog helemaal niets, en vijf losse patronen is gewoon aardig wat. Zeker omdat het verplicht was om foto’s of tekeningen toe te voegen bij ‘moeilijke onderdelen’ en ik me daardoor bleef afvragen: zouden ze dit een moeilijk onderdeel vinden? En dit? Dat is natuurlijk best subjectief, maar aangezien het je punten kan kosten als zij iets een moeilijk onderdeel vinden en jij er niet duidelijk over bent, ga je toch sneller dingen uitleggen of laten zien. Dat had ik in ieder geval heel erg (of mijn angst terecht was of niet, daar moeten we het misschien later nog maar eens over hebben).

Zondagavond leverde ik alles in, dit keer meteen met zo goed mogelijke foto’s, en toen kon ik maandag eindelijk weer zien waar de andere kandidaten mee bezig waren geweest in de appgroep (altijd een fijn moment!). Niemand had ook omkeerbare eieren, een hanger met tekst of een vogelhuisje, dus dat leek me in ieder geval positief.

Op maandagmiddag bleek dat ik 88 punten had gescoord voor deze opdracht, en dat was goed voor de vijfde plek. Ik had dus in ieder geval iets beter gescoord dan bij de eerste opdracht, en het commentaar was ook een stuk positiever. Ze vonden mijn hangers heel origineel en schreven dat ik mezelf echt had uitgedaagd. Ze noemden expliciet het vogelhuisje, daar was ik superblij mee. Ze hadden wel weer een opmerking in de categorie netheid & afwerking, namelijk dat de eieren soms niet strak gevuld waren door mijn ‘ei-in-ei-systeem’. Tja. Dat was absoluut waar, er zit weinig vulling in de eieren, je vult ze als het ware vooral op met de andere helft. Ik denk dat je ze ook niet meer om zou kunnen keren als je ze helemaal volpropt met vulling. Ik zag het vooral als een kwestie van smaak: wil je een superstrak gevuld enkel ei, of een iets minder strak gevuld omkeerbaar ei? Ook tof dat ze bij het patroon op de website schrijven dat het een uniek ontwerp is (nee, die tekstjes schrijven de kandidaten dus niet zelf, en nee, dat staat er ook niet bij iedereen ;)).

Schakel ik nu even over naar de tegenwoordige tijd, want ik wil achteraf nog iets zeggen over deze opdracht. Ik vind het jammer dat je blijkbaar ook twee dezelfde fantasiehangers had mogen maken. Ik ging ervan uit dat het twee verschillende moesten zijn (in de aflevering heeft het gastjurylid het ook over vijf verschillende hangers). Oké, in de opdracht stond niet expliciet vermeld dat het twee verschillende moesten zijn. Maar er stond ook niet expliciet vermeld dat het drie verschillende eieren moesten zijn. Had je dan ook drie dezelfde eieren en twee dezelfde fantasiehangers mogen maken? Ik denk niet dat ik dat gedaan zou hebben, maar toch. Hoe minder verschillende patronen, hoe minder werk, daar had van mij oog voor mogen zijn in de beoordeling. Ook het gebruik van een vorm van stijfsel vind ik persoonlijk op het randje. Dat was immers niet verstrekt bij deze opdracht, en ook in deze opdracht stond dat je aftrek zou krijgen als je dingen toe zou voegen die je niet had gekregen. Ik schrijf dit met enige schroom, vooral omdat ik de andere kandidaten graag mag. Het gaat me ook niet om wat zij wel of niet (zouden) hebben gedaan, goed of slecht, ik hoop dat je dat begrijpt. In deze blogs concentreer ik me bewust op mezelf, op wat ik heb gebreid en mijn eigen ervaringen in de wedstrijd. Maar ja, ik had niet voor niks al op het inschrijfformulier ingevuld dat ik kritisch ben (ze hadden het kunnen weten ;)), en op dit soort onduidelijkheden in de opdracht of in de beoordeling ben ik dat ook zeker. Die kunnen simpelweg nadelig zijn geweest voor mij, en ik wil dan toch ook eerlijk vertellen hoe ik daarover denk.

In het algemeen klassement was ik één plekje opgeschoven, naar de zevende plaats. Dat betekende ook dat ik niet de eerste afvaller was. ‘Niet als eerste afvallen’ was zeker een doel dat ik mezelf had gesteld, en het was een hele opluchting dat ik dat behaalde. Ik hield mezelf ook voor: je hoeft niet de beste te zijn, als je maar niet de slechtste bent. Dat gaat hier natuurlijk alleen niet helemaal op doordat de punten van de verschillende opdrachten bij elkaar op worden geteld. Ik heb het bij De HaakSTER ook vaak genoeg gezien, de top tekent zich meestal vrij snel af, en dat betekent automatisch dat het voor sommige andere kandidaten vrij snel onmogelijk (oké, je kunt nooit weten, maar in ieder geval heel moeilijk) wordt om de finale te halen. Was ik daar bij opdracht 2 al over aan het stressen? Absoluut, je kent mij. Maar ik mocht in ieder geval meedoen aan opdracht 3!

De BreiSTER – Opdracht 1

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 3, en dat is de aflevering over de eerste opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Op zaterdagochtend was de kick-off van de wedstrijd bij Wolplein in Zaltbommel, en op maandag zouden we de eerste opdracht krijgen. Dat weekend was het dus meteen al superspannend. Het was gezellig en onrustig in de kersverse appgroep. Wat zou de eerste opdracht zijn? Hebben jullie die zak met garen al opengemaakt (dat mocht alvast)? Wie heeft er al iets gevlogd?

Ik besloot toch maar te filmen dat ik de zak met garen openmaakte, dan zou de kop er in ieder geval af zijn (hiervan is niets in de aflevering terechtgekomen). Zoals ik al eerder zei, de vlogverplichting heeft me gigantisch laten twijfelen over of ik mee wilde doen. Ik ben er uiteindelijk voor gegaan en het wende ook ergens wel om het te doen. Een beetje. (Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat ik het nu goed kan.) Het was niet zo erg als ik me van tevoren had voorgesteld, maar ik kan me altijd uitstekend voorstellen van tevoren dat dingen Heel Erg zijn. Ik kijk heel graag handwerkvlogs van anderen (in het Engels verwarrend genoeg vaak podcasts genoemd), maar ik denk niet dat ik er zelf snel een zal hebben.

In de zak bleek sokkengaren te zitten, Soqs van Durable, in zes verschillende kleuren. Een weggevertje? Voor mij niet, want ik ging er zonder meer van uit dat we niet bij de eerste opdracht meteen een paar sokken zouden moeten breien. Dat leek me een veel te grote opdracht. Bij De HaakSTER krijgen de kandidaten voor de eerste opdrachten maar één week de tijd en wij twee, maar dan nog. Bij de kick-off werd gezegd dat ze echt wel snapten dat breien meer tijd kost dan haken en dat we daarom meer tijd kregen per opdracht. Bij De HaakSTER moesten ze bijvoorbeeld een keer als eerste opdracht een sleutelhanger haken. Een andere keer onderzetters. In mijn ogen heeft het niet zoveel zin om de breisterren meer tijd te geven als je vervolgens een veel grotere opdracht geeft dan dat.

Doordat er dit keer natuurlijk nog geen beoordeling aan voorafging, hoefden we die maandag niet zo lang te wachten op de eerste opdracht. En die luidde: brei een paar sokken…

Er zijn veel mensen die supergraag sokken breien, alleen maar zelfgebreide sokken dragen, altijd wel een paar op de naalden hebben staan enzovoort. Ik hoor zeker niet bij die mensen. Ik heb wel een aantal paar sokken gebreid, maar de laatste keer was jaren geleden (wie weet waag ik me er nog eens aan, want nu ik er zo op terugkijk, krijg ik er wel weer zin in).

Ik was blij dat ik al wel een beetje wist hoe je sokken breit, maar verder zag ik het niet zo zitten. Vooral omdat ik langzaam brei. Ik heb een waardeloze techniek, waarbij ik mijn rechterhand steeds loslaat om de draad om de naald te slaan. Ik zou anders nooit binnen twee weken een paar sokken breien, laat staan dat ik binnen twee weken een paar zelf ontworpen sokken inclusief patroon en foto’s zou afleveren.

Mijn eerste idee mislukte ook totaal. Ik wilde iets doen met verspringende blokjes in drie kleuren. Dat zag er heel leuk uit (al zeg ik het zelf), het liep ook helemaal rond, maar ik had er even geen rekening mee gehouden dat het moeilijk is om in één toer drie verschillende kleuren te gebruiken, zeker als je rondbreit. Het werd te strak en het duurde vooral veel en veel te lang. En ik kon niks anders bedenken.

De snelheid waarmee je iets moet bedenken, dat vond ik meteen heel ingewikkeld aan deze wedstrijd. Ik zag mezelf al als bedachtzaam, maar dat is ook wel echt gebleken. Het idee dat ik nú met iets héél goeds moest komen, bezorgde mij ontzettend veel stress. En stress zorgt er natuurlijk niet bepaald voor dat je goed kunt nadenken. Bij opdracht 1 is dan ook nog eens alles nieuw, je hebt eigenlijk geen idee wat ze van je verwachten, wat de andere kandidaten aan het doen zijn…

Aan de ene kant vond ik het dus lastig om iets te bedenken, maar aan de andere kant vond ik het heel jammer dat we niet ‘vanuit het niets’ iets mochten ontwerpen voor deze eerste opdracht. Een beetje tegenstrijdig misschien. We hadden een basispatroon gekregen van Wolplein, dus het ging eigenlijk alleen om het patroon in de sok, en het maakte daardoor denk ik weinig verschil of je al vaak sokken had gebreid of nog helemaal nooit.

Ik zag echt al voor me dat de allereerste opdracht me meteen al niet zou lukken en sliep er zelfs slecht van. Dan kun je meteen opgeven (zoals mijn moeder behulpzaam suggereerde…), maar dat ging ik natuurlijk niet doen. Uiteindelijk associeerde ik er een ochtendje op los en kwam ik via het verstrijken van de tijd, de opdoemende deadline en een zoektocht naar pictogrammen uit bij ingebreide kalendertjes. Ik weet niet meer precies hoe het ging en ik was niet kapot van dat idee, maar dat moest het toen ook meteen worden, want er waren alweer een paar dagen verstreken en anders zou ik m’n sokken zeker niet af krijgen.

Nadat ik had gekozen voor een volledig ingebreid patroon, realiseerde ik me dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ben in inbreien… Het garen bleek ook nog eens best ongelijk op sommige plekken, met van die pluisjes erin. Met de kleuren die ik had uitgekozen (408 Fresh Coral, 418 Caribbean Sea en 416 Duck Egg Blue) was ik wel blij, en de van Irma gekregen steekmarkeerders pasten er toevallig ook nog eens perfect bij. Ik moest wel lachen toen ik na de deadline zag dat veel andere kandidaten ook precies deze combinatie hadden gekozen.

Nog een manier waarop ik het mezelf moeilijk maakte (jup, dit wordt een thema): ik ging natuurlijk niet het basispatroon precies zo volgen. Je mocht als je dat wilde een andere hiel gebruiken, dus dat ging ik uiteraard doen. Nu denk ik nog steeds dat dat bij mijn ontwerp een goede keuze was, omdat in het basispatroon een Hollandse hiel werd beschreven. Daarvoor zou ik mijn inbreipatroon moeten onderbreken. Bij een hiel met verkorte toeren (een boemeranghiel? Er bestaan allerlei hielen, sommige hebben meerdere namen en ik ben geen expert op dit gebied) zou het beter doorlopen. Niet dat ik ooit al zo’n hiel gebreid had… Het bleek een leuke hiel te zijn om te breien en hij zag er best goed uit, al was het lastig om geen gaatjes te krijgen, maar daar heb ik vaker last van. De teen uit het basispatroon veranderde ik ook nog een beetje, en toen was het een kwestie van precies zo’n zelfde sok nog een keer breien.

De twijfel bleef, maar dat zegt bij mij niet per se veel. Veel was er ook niet meer aan te doen in dit stadium. Ik vond wel dat er nog een accent ontbrak, dus ik bedacht dat ik oranje cirkeltjes zou borduren op sommige kalenders om bepaalde ‘dagen’. Dat was even prutsen, maar ik was er uiteindelijk wel tevreden over. Ook omdat beide sokken daardoor nét niet helemaal hetzelfde werden. Voor wie goed kijkt.

Ik kreeg de sokken op tijd af, en dat beschouwde ik als een prestatie op zich. Ik mocht de sock blockers van S. lenen om ze goed te kunnen laten zien, dat was handig. Toen moest ik er foto’s van maken. En daarbij had ik niet echt een idee wat ik aan het doen was. Ik ben geen goede fotograaf, ik ben een onervaren fotograaf en er was weinig over gezegd bij de kennismaking. Maar deze foto’s zouden ze wel gebruiken voor de beoordeling. En… nou ja, zo’n beetje overal voor. Dus je begrijpt, absoluut niets om me zorgen over te maken! We moesten de sokken breien in maat 38/39, en dat is niet mijn schoenmaat. Gelukkig wel die van M., dus zij was mijn model.

Heel eerlijk? Fotografie interesseert me niet zo. Superonhandig bij deze wedstrijd natuurlijk, dat weet ik, maar zo is het wel. Ik heb mijn best gedaan, maar dat is gewoon niet zo heel goed. Wat me wél interesseert is schrijven (o ja joh?). Ik heb ook nog niet zo veel ervaring met patronen schrijven, maar daarbij was ik meteen helemaal in mijn element. Het patroon uitwerken, een naam ervoor bedenken (‘Van die dagen’ is dat hier geworden), een toelichting erbij schrijven, dát vind ik geweldig. En ik wilde natuurlijk dat dat perfect in orde was. Of in ieder geval zo goed als binnen de tijd mogelijk was. Het zou ook echt mijn eer te na zijn als dat niet zo was. Ik denk dat er weinig mensen zijn die mijn redactiewerk en mijn gebrei met evenveel belangstelling volgen, maar ik vond (en vind) dat ik met mijn beroep niet anders kon.

Ik citeer hier in ieder geval graag mijn toelichting (ik heb er hard aan gewerkt, oké?):

Het thema van mijn sokken is het verstrijken van de tijd, verbeeld door ingebreide pictogrammen van kalenders. Mijn tijd als kandidaat van de BreiSTER. Dat ik de dagen aftelde tot we naar Zaltbommel mochten komen, tot we de eerste opdracht zouden krijgen. Dat ik zo veel mogelijk ruimte probeerde te maken in mijn agenda om te kunnen breien. De naderende deadline.

Het is echter breder dan dat. Mijn breiprojecten vormen een soort tastbare herinneringen aan bepaalde momenten. Van de meeste weet ik nog precies waar en wanneer ik eraan werkte, en daar denk ik aan terug als ik ze zie of draag. Ik vind het heel fijn om delen uit mijn leven op die manier letterlijk dicht bij me te kunnen houden. Dit heb ik willen benadrukken door sommige dagen op de kalenders te omcirkelen met garen.

Uiteindelijk leverde ik alles op zondagochtend in. En dat was zenuwslopend. De deadline was op zondagavond om 23.59 uur (bij alle opdrachten), dus qua tijd was het nog niet eens zo spannend geworden, maar gewoon het idee: nu lever ik alles in, nu kan ik er niks meer aan veranderen, hopelijk heb ik aan alle eisen voldaan, hopelijk werkt alles… De zondag ging voorbij, de deadline verstreek, niks aan de hand… Tot ik me op maandagochtend vroeg (jazeker, na de deadline) realiseerde dat ik in vergelijking met sommige andere kandidaten wel érg weinig MB had verzonden (aan de hand van screenshotjes van WeTransfer in de appgroep die opgelucht werden gedeeld). En ik erachter kwam dat ik op de een of andere manier de meeste van mijn foto’s in lagere kwaliteit had verzonden. Nogmaals, de foto’s waarop de beoordeling gebaseerd zou worden. De foto’s die van zichzelf toch al niet zo veel kwaliteit hadden. Van de allereerste opdracht. Hallo zenuwinzinking. Ik kwam erachter dat het waarschijnlijk iets te maken met instellingen in Google Photos die me nooit eerder waren opgevallen (waardoor ik nu ook vrees dat de fotoalbums van m’n kinderen pixeliger zijn dan ze hadden kunnen zijn), want zoals ik al zei, weinig interesse in fotografie, geen idee hoeveel MB een foto gemiddeld is. Ik stuurde behoorlijk in paniek een mailtje aan Chloë met uitleg en verstuurde de iets betere foto’s. Chloë downloadde die zonder verder commentaar en het had geen gevolgen voor mijn beoordeling. Maar dat wist ik toen nog niet, en het voelde onprofessioneel en gewoon echt niet fijn.

We deelden onze sokken in de appgroep, en toen was het wachten op de uitslag. Ik heb het in eerdere blogs in het midden gehouden omdat ik niet zeker wist of ik dat al mocht delen, maar we wisten van tevoren al dat iedereen sowieso mee mocht doen aan de eerste twee opdrachten en dat er na opdracht 1 dus nog niemand zou afvallen. De punten van alle opdrachten worden echter bij elkaar opgeteld tot de finale, dus het maakte al wel meteen uit hoe je bij deze opdracht zou presteren.

Niet al te best, zo bleek. De jury gaf me weliswaar 86 punten (van de 100), maar bleek zo ongeveer iedereen veel punten te hebben toegekend, waardoor mijn score slechts goed was voor de achtste plaats. Het gaat trouwens vooral om hoeveel punten je scoort van 60, omdat de overige 40 punten gaan over of je aan de opdracht hebt voldaan en alle verplichte dingen hebt ingeleverd. En dat had ik gedaan, ondanks het drama met de foto’s. De 60 punten zijn gelijk verdeeld over originaliteit, netheid en afwerking, en kleurgebruik, en daar scoorde ik er 46 van. Over die puntentelling moeten we het later misschien nog eens hebben, maar netheid bleek mijn zwakke plek te zijn. De jury vond mijn sokken wel leuk bedacht. Ze zeiden dat ze het kleurgebruik ook goed vonden, maar we hebben al gezien dat dat niet bijster origineel was, en ik vind het persoonlijk ook altijd een beetje suf dat ze kleurgebruik zoveel gewicht toekennen in opdrachten waarbij je de kleuren niet (volledig) zelf hebt kunnen kiezen. Ja, we hadden zes verschillende kleuren gekregen, dus er waren diverse opties mogelijk, maar het klinkt voor mij dan toch altijd een beetje als: ‘Mooie kleuren hebben wij voor jullie uitgekozen, hè?’ Ik vond het contrast tussen ‘je sokken zijn niet netjes gebreid’ en ‘de jury is fan van je kleurgebruik’ ook niet bepaald terugkomen in mijn score, met voor kleurgebruik slechts 1 puntje meer dan voor netheid.

Op zich kon ik me wel vinden in het commentaar. Ik had de foto’s gezien van de andere kandidaten, en zelf ook al opgemerkt dat sommigen van hen (veel) netter hadden gebreid dan ik. Ondanks het feit dat ik een trouwe kijkster van De HaakSTER ben, had ik me echter nooit zo gerealiseerd hoeveel waarde Wolplein hecht aan netheid (ik snap nu niet zo goed waarom, want het komt voortdurend terug in de beoordelingen). Ze vinden dat ongelooflijk belangrijk. Het belangrijkst, zo lijkt het soms wel. En ik had uiteraard niet expres niet netjes gebreid. De gedachte die overheerste was dan ook: Dit kan nog wel eens heel moeilijk gaan worden…

De BreiSTER – De kick-off

Vanaf het moment dat ik hoorde dat ik mee mocht doen aan De BreiSTER, of toch in ieder geval vanaf het moment dat ik besloot om daadwerkelijk mee te doen, keek ik uit naar 28 augustus. Op die dag zouden alle kandidaten naar Wolplein in Zaltbommel komen. Daar zouden we elkaar en het team van Wolplein voor het eerst ontmoeten en uitleg krijgen over het geheel. Dan zou het echt beginnen!

In coronatijd vind ik het lastig om me op dingen te verheugen, want er lijken altijd zo veel redenen te zijn waardoor iets niet door zou kunnen gaan. Maar buiten dat verheugde ik me er erg op. Tot die tijd kon ik niet zo veel, behalve speculeren over de opdrachten en m’n mond houden. Nu gold er gelukkig geen extreem strenge geheimhoudingsplicht, ze zeiden zelfs expliciet dat je het nieuws over je deelname mocht delen met familie en vrienden, maar ze wilden natuurlijk zelf te zijner tijd de deelnemers bekendmaken, dus online mocht er niets over verschijnen.

Gelukkig was het eind augustus vrij rustig op coronagebied en kon het doorgaan. We werden om tien uur ’s ochtends verwacht. Ik reed erheen met mijn gezin in de auto, want we zouden dat weekend gaan logeren bij M.’s vader en zijn vriendin, en Zaltbommel ligt op de route daarheen. M. zou verder rijden met S. en D., en ik zou dan na afloop van de bijeenkomst de trein pakken. Het duurt altijd langer dan wij denken om spullen in te pakken en twee kinderen in de auto te krijgen, dus uiteindelijk waren we net voor tien uur bij Wolplein.

Het was lang geleden dat ik zoveel nieuwe mensen had ontmoet, dus het was best spannend en onwennig. Gelukkig was Chloë er, die de communicatie verzorgt vanuit Wolplein. Zij heeft meegedaan aan De HaakSTER voordat ze bij Wolplein ging werken, dus haar herkende ik. We gingen naar de kantoren boven het inspiratiecentrum, kregen wat drinken, wat eten, er was een voorstelrondje en toen splitsten we op in twee groepjes van vijf. De ene groep begon met het opnemen van de kennismakingsvideo’s, de andere groep kreeg eerst uitleg van Chloë. Mijn groepje ging eerst opnemen. Daar was ik wel blij mee, want dan had ik het maar gehad.

Die kennismakingsvideo’s, ik weet het niet. Het is niet voor niks dat ze die bij programma’s als Heel Holland Bakt door de eerste afleveringen heen monteren en dat ze filmen dat mensen iets aan het doen zijn, denk ik. Hier zijn het vrij statische interviewtjes, met voor iedereen dezelfde vragen (waaronder de vraag der vragen: ‘Hoeveel zin heb je in deze wedstrijd?’). Ik heb ze nu al best vaak gezien bij De HaakSTER, ook met dezelfde vragen (alleen dan natuurlijk over haken) en het leek me ronduit verschrikkelijk om er zelf eentje op te moeten nemen.

En het was ook vrij verschrikkelijk. Joanna, de video-editor, was heel aardig en geruststellend, dus het lag zeker niet aan haar. Ik ben gewoon slecht in dit soort dingen. Inmiddels staat het resultaat hier online. Ik heb me hier maanden zo veel zorgen om gemaakt dat het me nog best meeviel toen ik het terugzag. Ik ben in de eerste voorstelaflevering terechtgekomen, dus ik hoefde me niet nog een week langer op te vreten toen het online kwam.

Oké, ik vond het wel echt moeilijk om het terug te zien. Je ziet en hoort dat ik stikzenuwachtig ben, ik zie en hoor dat in ieder geval zelf en voel dan weer hoe zenuwachtig ik toen was, maar ik kom niet volslagen idioot over (hoop ik). Ik wil nog wel eens knalrood worden bij dit soort gelegenheden (nee, maar echt, tegen paars aan, inclusief rode vlekken in m’n nek, vinden mensen ook altijd erg leuk om opmerkingen over te maken, en als je bang bent dat dat gebeurt, gebeurt het natuurlijk juist), maar daar is hier opvallend weinig van te zien. Misschien heb ik veel te danken aan een gunstige belichting of kunnen ze bij Wolplein supergoed video’s nabewerken, geen idee, maar daar doe ik dan graag mijn voordeel mee. Verder weet ik het ook niet precies meer. Ik heb de aflevering gekeken met mijn gezin op vrijdagmiddag, een paar uur later kreeg D. die koortsstuip. En op het moment zelf praatten S. en D. er nogal eens doorheen, dus ik heb niet alle antwoorden van de andere kandidaten even goed gehoord. S. deed verwoede pogingen om alle vragen en namen hardop te lezen, en ze was vooral enorm verontwaardigd dat ik in het interview zeg dat ze vier is, terwijl ze nu vijf is (dat ze toen nog vier wás, vond ze geen goed argument).

Tot nu toe zijn de reacties ook eigenlijk allemaal heel leuk en positief. Van mensen die ik ken, maar ook van mensen die ik (nog) niet ken. Je moet natuurlijk helemaal niet kijken wat mensen op social media erover schrijven, maar dat kan ik dan toch niet laten (ik wist ook al wel van mezelf dat ik dat niet zou kunnen laten). Er reageren vooral mensen die zelf ook van handwerken houden, die zin hebben om te gaan kijken en ons succes wensen. Dat doet me goed. En het valt natuurlijk op dat Robert meedoet, voor het eerst een man erbij, daar gaan ook veel reacties over.

Veel ‘neutrale kijkers’ (kijkers die geen van de kandidaten persoonlijk kennen, bedoel ik) zien natuurlijk ook gewoon tien kandidaten, niet speciaal mij. Heel logisch, en ik heb heus al die tijd geweten dat er nog negen kandidaten waren en dat mijn vlogs niet integraal zouden worden uitgezonden (dat is maar goed ook, geloof me). Maar als je in je eentje thuis met de wedstrijd bezig bent, zonder veel zicht op wat de anderen aan het doen zijn, verdwijnt dat toch makkelijk naar de achtergrond. Zo ging het in ieder geval bij mij.

Terug naar 28 augustus.

Ik was blij toen het interviewtje erop stond en ik weer lekker verder kon kletsen met de andere kandidaten. We houden natuurlijk allemaal van breien, dat schept een band, en het was dan ook meteen gezellig. Het was ergens wel jammer dat er twee groepjes waren, want daardoor leer je dan toch de vier mensen van je eigen groepje wat beter kennen dan de andere vijf. Petra, de CEO van Wolplein, kwam ook nog even kennismaken. Zij is veel te zien op Wolpleins YouTube-kanaal. Ze presenteert De HaakSTER en zou De BreiSTER ook gaan presenteren. Iedereen wist daardoor al wie ze was, en het zoemde ook echt zo rond dat ze gesignaleerd was. Ik vind het heel indrukwekkend wat ze neerzet met haar bedrijf en het was erg leuk om haar te ontmoeten.

Later die ochtend wisselden we om en gaf Chloë ons een wervelende presentatie over de wedstrijd. Dat was ook heel leuk en interessant. En toen zat het officiële gedeelte er alweer zo’n beetje op. Chloë nodigde ons uit voor een appgroep (voor dé appgroep!), we maakten een groepsfoto, we kregen een broodje, kletsten nog wat… Samen met een paar andere kandidaten ben ik ook nog een kijkje gaan nemen in het inspiratiecentrum (daar was ik nog nooit geweest). Michelles man kwam haar ophalen, en zij waren zo aardig om me af te zetten op station Zaltbommel. Het was sowieso heel bijzonder om iedereen te ontmoeten en te merken dat het meteen zo goed klikte.

Eerlijk is eerlijk, in de uitnodiging werd het een ‘workshop’ genoemd, en ik had dat iets te letterlijk opgevat, zo bleek. Ik had gehoopt dat we meer zouden leren over patronen schrijven, fotograferen en vloggen, dat we daarmee zouden gaan oefenen misschien ook wel. Het ging nu niet echt verder dan wat algemene tips als ‘schrijf je patroon in onze template’ en ‘houd je telefoon horizontaal als je filmt’. Dat vond ik wel erg jammer, want ik kan daar gewoon nog heel veel over leren. En ik leer ook zeker veel in deze wedstrijd, maar vooral door eraan mee te doen.

Uiteindelijk was ik blij dat ik van meerdere mensen een lift naar het station aangeboden kreeg, want we vertrokken met een grote (uiteraard knalroze) doos met daarin het eerste materiaal (in een dichte zak). Plus het ‘handboek’ met alle info over de wedstrijd en een superlief kaartje met steekmarkeerders en succeswens dat Irma erin had weten te smokkelen. De maandag daarop zouden we de eerste opdracht ook al krijgen, dus nu ging het echt beginnen!