Twintig in twintigtwintig

Twintig dingen die ik wil doen in het nieuwe jaar. ‘Wil’ is hier van belang, want er zijn een heleboel andere dingen die ik zou moeten doen of juist niet meer zou moeten doen, maar dat vind ik nog even te deprimerend. Het helpt vast om wat leuke plannen te maken. Handwerkplannen, kookplannen, blogplannen. Daar gaan we.

+ Minimaal 1 nieuw patroon publiceren
Dit wil ik zo graag! En ik ben met een patroon ook best ver, mijn eigen Sketchbook Scarf is af, ik ben begonnen aan het patroon. Daarnaast ben ik ook alweer een ander probeersel aan het breien. Er gaat ontzettend veel tijd in zitten, maar dit moet gewoon gaan lukken. Ondertussen houd ik me vast aan wat een ervaren ontwerper zei: dat je pas vanaf tien patronen een beetje kunt gaan inschatten of het ooit iets gaat worden. In dit tempo duurt gaat dat nog wel even duren!

+ Mijn Celestarium afmaken
Ik ben al heel lang (meer dan twee jaar, zie ik nu op Ravelry) bezig aan mijn Celestarium, een gebreide sterrenhemel van het noordelijk halfrond. Het is officieel een sjaal, maar ik ga hem niet dragen, eerder ophangen. Ik vond het in ieder geval destijds zo’n geweldig patroon dat ik het móést maken, inclusief glow-in-the-dark-kralen in vier maten. En dat vind ik nog steeds, alleen werk ik er nu dus nooit aan, voornamelijk dankzij die kralen. Het is te veel gedoe om het ergens mee naartoe te nemen, ik moet het uit de buurt van de kindjes houden. Maar ik hoop dat het er dit jaar toch van komt. Ik vind het overigens nu al enorm verleidelijk om dan ook nog het zuidelijk halfrond te doen, maar alles op z’n tijd.

+ Zelf garen verven
Het lijkt me erg leuk om een keer te proberen zelf garen te verven, het liefst met iets natuurlijks. Ik weet dat je het bijvoorbeeld kunt doen met avocado, biet of rode ui.

+ Iedere maand bloggen over mijn handwerkprojecten
Ik kijk graag handwerkvlogs (Squirrel Pie Productions en de Stranded Podcast zijn momenteel mijn favorieten), maar video is niks voor mij. Het lijkt me echter wel leuk om zoiets in blogvorm te doen, dus te schrijven over wat ik af heb, waar ik mee bezig ben, wat ik heb gekocht enzovoort.

+ Bloggen over de boeken die we lezen met de kindjes
Dit was ik al langer van plan, en een bloglezer schreef ook al dat het haar leuk leek als ik zou schrijven over de boeken die we hier thuis voorlezen. Ik denk soms dat we alleen maar boeken voorlezen die iedereen toch al kent, maar het past supergoed bij mijn blog, dus ik wil hier toch iets mee gaan doen.

+ Naar de opticien gaan en een nieuwe bril uitzoeken
Oké, dit komt wel in de buurt van moeten, want ik heb deze bril al lang en mijn ogen voelen de laatste tijd ontzettend moe. Ik vind het op zich ook wel leuk om een nieuwe bril uit te zoeken, maar mijn ogen laten testen staat bij mij in hetzelfde rijtje als de tandarts en de kapper, en dan misschien nog wel onderaan, dus hm.

+ Een gesloten ecosysteem maken
Hier ben ik ook benieuwd naar. Ik baalde dan ook wel toen m’n tante en zusje dit bleken te hebben gedaan in een workshop. Ik snap wel dat ze mij niet meevroegen, want ik ga ook nooit mee als zij een kerststuk of een ander bloemstuk gaan maken bij een bloemist. Dat wil zeggen, ik ben een keer mee geweest, maar ik had toen vooral enorm veel last van faalangst omdat die bloemist voortdurend kritiek had en in mijn ogen deed alsof we stukken moesten maken die zo de winkel in konden. Dat is bij mij wel een probleem, ik hou van creatieve dingen, maar ik ben er niet per se goed in en ik hou er niet van om op mijn vingers te worden gekeken. Maar goed, dit is inmiddels alweer zo hip geworden dat je struikelt over de stappenplannen en benodigdheden, en volgens mij moet zelfs mij dit nog wel lukken.

+ Nog een keer een gemberplantje proberen te kweken
Ik heb dit vorig jaar gedaan, er verschenen twee sprietjes, maar die gingen om een of andere reden als snel slap hangen en toen gebeurde er niks meer, dus ik wil dit jaar een nieuwe poging wagen.

Ik kan niet goed koken, maar ik vind het wel leuk om dingen uit te proberen (zeker plantaardige dingen). De carrot cake met frosting die ik voor mijn verjaardag maakte, mocht er zeker zijn. Ik heb vorig jaar ook een keer geprobeerd om zelf seitan te maken, dat was ook heel interessant (maar veel werk! Ik denk niet dat ik dat snel nog een keer ga doen). Met oud en nieuw heb ik voor het eerst dulce de leche gemaakt, en daarna samen met S. dit lekkere toetje (karamel-zeezout leek me passend voor het afgelopen decennium). Dat soort dingen dus.

+ Jackfruit
Jackfruit is qua voedingsstoffen geen geschikte vleesvervanger, maar wel qua structuur. Je schijnt er bijvoorbeeld pulled pork mee te kunnen imiteren.
+ Brownies met zwarte bonen
Schijnt ook te kunnen, zonder dat ze naar bonen smaken. Gezonder, vegan, glutenvrij, niet per se eisen die ik aan brownies stel, maar ik wil dit wel een keer uitproberen.
+ Foeyonghai
Mijn favoriet van de afhaalchinees, kijken in hoeverre ik er bij in de buurt kan komen. Totaal niet gezond (want bomvol suiker), maar zo lekker! Onder dit recept hebben meerdere mensen geschreven dat het net zo smaakt als die van de chinees, dus dit is een kanshebber. Ik ga dan overigens wel voor een vegetarische variant.
+ Lemoncurd
S. en J. hadden een heerlijke lemoncurd gemaakt met kerst en nu wil ik dat ook een keer proberen.

+ Opbouwen tot minimaal 5 km hardlopen
Ik was daar dit najaar mee begonnen, nadat dat weer mocht van de bekkenfysio, maar toen werd ik ineens zo duizelig en moe en down en werd het winter en meh. Dit jaar een nieuwe poging.

+ Mondharmonica leren spelen
Dit komt ook voort uit de kerstdagen, S. had haar instrumenten meegenomen en M. bleek ineens blokfluit te kunnen spelen. Zij waren verbaasd dat ik het niet kon, ik was verbaasd dat zij het zo vanzelfsprekend vonden om het te kunnen. Oké, het geldt niet als een moeilijk instrument, maar als je het nog nooit hebt gedaan, fluit je echt niet in een keer het boek met kerstliedjes mee. Ik niet, in ieder geval. Ik vind blokfluit ook tof (vooral de grotere blokfluiten dan, die minder schel zijn), maar we hebben hier ook nog een mondharmonica liggen waar ik niks mee kan. Of misschien dat ik toch voor blokfluit ga. Of mijn gitaar weer afstof. In ieder geval lijkt het me leuk om weer eens iets met muziek te doen.

+ Meedoen aan een projectkoor
Zangles, bij een koor zijn, ik vind het allemaal maar ingewikkeld. Het is me de stress die het me oplevert niet altijd waard. Maar ik houd veel van zingen en ik denk dat een afgebakend project op dit moment het beste bij me past. Ik heb ook al zo’n project gevonden (voor komend najaar): The Armed Man. Ik moet me eigenlijk gewoon vast inschrijven.

+ Minder op social media zitten lurken
Het is gewoon niet goed voor me, want het maakt me onrustig.

+ Dozen met boeken uitpakken en uitzoeken
Er staan hier op zolder nog altijd twee dozen met boeken die we grotendeels niet hebben uitgepakt. Blijkbaar missen we ze dus ook niet al te erg, maar het zou fijn zijn als ze er niet meer staan.

Een tafel en stoeltjes aanschaffen voor de kinderen
Zodat ze een eigen hoekje hebben om te tekenen en knutselen. Dat moet mogelijk zijn, zeker als we de box opruimen (ik verwacht dat we dat ergens dit jaar wel gaan doen), we hebben het alleen nog niet geregeld, onder andere omdat ik zo ongeveer alles lelijk vind.

+ Weer eens aan een schrijfwedstrijd meedoen
Ik schrijf momenteel heel, heel weinig vanwege een gebrek aan ruimte in mijn hoofd en een schrijfwedstrijd kan ervoor zorgen dat ik in ieder geval tot iets kom, want dan heb ik een deadline en vaak ook een thema.

+ EHBO voor baby’s en kinderen volgen
Ik heb al bijna geen baby meer in huis, dus ik ben hier rijkelijk laat mee, maar dit wil ik nog steeds doen. Afgelopen jaar hebben we wel een workshop gevolgd via de crèche, maar ik wil nog iets substantiëlers. Dit vind ik trouwens ook niet per se superleuk om te doen, want ik denk liever zo min mogelijk aan wat er allemaal kan gebeuren, kan niet tegen bloed en faalangst ligt ook hier weer op de loer, maar daarom juist: ik weet dat ik de neiging heb om te bevriezen in geval van nood, de kans daarop wordt alleen maar groter als ik niet weet wat ik moet doen. Ik heb overigens ook al iets uitgezocht (online, gevolgd door een dagdeel praktijk), dus ook dit moet ik gewoon gaan regelen.

2019

Ik ga uiteindelijk altijd door. Dit jaar ook weer vaak met de nadruk op uiteindelijk.

Dit jaar, waarin D. werd geboren, waarin ik per ongeluk thuis beviel zonder verloskundige erbij. ‘Kind aangepakt door: ondeskundige’ had de verloskundige ingevuld bij gebrek aan betere optie, maar dat was nu juist een van de weinige momenten waarop ik me niet ondeskundig voelde. De paniek was in een keer weg en de rest van de wereld bestond even niet. De kraamtijd was totaal anders dan ik me had voorgesteld, en in veel opzichten beter. Het verdriet over de kraamtijd bij S., het schuldgevoel naar haar toe werd (en wordt) er niet minder om, ik had veel pijn door de naweeën en zo’n bevalling is niet alleen maar ‘lekker snel en makkelijk’, zoals ik van sommige mensen te horen kreeg. Maar mede dankzij onze lieve kraamverzorgster L. hebben we best een fijne eerste week gehad.

Dit jaar, waarin ik me weer zo vaak alleen voelde, met mijn lichaam als wegwerpverpakking. Ik heb zoveel zelf moeten uitzoeken, moeten gokken, zoveel waardeloze adviezen gekregen. Zoveel betweters en onnozelaars. Er is gewoon geen geschikte hulp. De meeste mensen hebben geen idee, en ook niet bijster veel interesse. Het heeft me nog cynischer gemaakt dan ik al was. Zoals je ziet.

Dit jaar, waarin ik in de tweede helft fijn heb gewerkt, maar me ook eindeloos heb afgevraagd of het genoeg zal zijn. Of ik na volgend jaar nog als zelfstandige verder kan. Of ik dat moet willen. Zoveel minachting. Terwijl dit is wat ik wil en kan. Dit jaar, waarin ik mijn eerste breipatroon publiceerde, ontdekte dat ik daar enorm gelukkig van word. Waarin ik allemaal leuke andere zelfstandigen ontmoette door ondanks mijn introversie mee te doen aan een kerstpakkettenuitwisseling.

Dit jaar, waarin de nachten beroerder waren dan ooit en de dagen drukker. Mensen wakker houden is niet voor niets een martelmethode. Ik praat er niet graag over, want me verdedigen tegenover iedereen die er iets van vindt kost alleen maar energie die ik niet heb. Ik ben nog nooit zoveel vergeten en zo vaak te laat gekomen.

Dit jaar, waarin ik regelmatig tegen de muren opvloog én zo graag thuis was. Waarin we toch meer ondernamen dan ik van tevoren dacht, vooral dankzij de draagzak en de bus. Waarin ik ondanks mijn rijangst toch ben blijven rijden, maar mezelf soms ook toestond om het niet te doen. Waarin we uiteindelijk toch nog een fantastische dag hadden in de Efteling. Waarin we een midweek op vakantie gingen, met een zieke baby en een peuter die het zwembad haast niet uit te krijgen was. Waarin we Fun Home zagen in Amsterdam.

Dit jaar, waarin het helaas nog niet lukte om S. zindelijk te krijgen, maar waarin ze wel vanaf haar verjaardag in een keer zonder speen sliep. Mijn lieve, slimme, eigenwijze S. En mijn lieve, vrolijke D., die momenteel zo eenkennig is, maar soms ook zo enthousiast contact probeert te maken. En mijn lieve M., die ondanks alles nog steeds bij mij wil zijn.

Dit jaar, waarvan we samen het einde gaan halen, zoals het er nu naar uitziet.

(En nu moet ik stoppen, want S. wil ‘heel, heel graag’ een oliebol.)

De laatste tijd

Warrigste post in lange tijd, maar dichter in de buurt van een dagboekpost ga ik even niet komen.

Na negen maanden is de rek er wel een beetje uit. Daar komt het op neer. Zeker nu iedereen vrijwel continu verkouden/ziek is. En D. tanden krijgt. Of misschien is dat het niet, maar feit is dat ze deze week ook weer meerdere avonden aan het krijsen was, waardoor we nauwelijks een avond hadden (ik moet echt in ieder geval mijn avonden hebben). Voorlopig dieptepunt was de avond/nacht na de verjaardag van S., eindeloos beneden met haar op de arm rondjes gelopen (ook best zwaar inmiddels), als de dood dat S. wakker zou worden en mee zou gaan doen (gebeurde godzijdank niet). We hebben ons ook afgevraagd of ze misschien overprikkeld was van de verjaardag, maar de verjaardag was echt rustig omdat vrijwel iedereen moest werken (in dat geval hebben we binnenkort een nog groter probleem).

Ik heb er inmiddels allerlei klachten bij gekregen. Duizelig, hoofdpijn, tintelingen, zere ledematen en heb me uiteraard alweer van alles in m’n hoofd gehaald. Afspraak gemaakt bij de huisarts, die zich weer lekker horkerig gedroeg door tijdens de afspraak de telefoon op te nemen, uit de kamer te verdwijnen en toen hij terugkwam alleen maar zei: ‘Ja, zo loopt je spreekuur wel uit.’ En hij reageerde vooral verbaasd op het feit dat D. niet doorslaapt, dat was ook niet bepaald behulpzaam, wat wil je dat ik eraan doe? We willen eigenlijk een andere zoeken, maar alles lijkt nu even te veel moeite. Daarop heb ik bloed laten prikken, maar daar kwam eigenlijk niets uit dat de klachten kon verklaren, al slik ik nu maar weer eens extra vitamine D. Ik had mijn erfelijk verhoogde cholesterol laten meeprikken omdat het daar wel weer eens tijd voor was (als je zwanger bent mag je toch geen medicijnen, dus heeft het ook geen zin om het dan te prikken), maar er zal wel iets ontbreken in mijn dossier of zo.
Huisarts: Ja, en je cholesterol is te hoog.
Ik: Ja, ik heb FH.
Huisarts: Nou, zó hoog is het nu ook weer niet, dat we aan FH gaan denken.
Ik: Eh, ik heb het toch echt.
Huisarts: Dan is het meestal echt wel hoger, hoor. Maar goed, als u het zeker weet…
De ratio tussen de verschillende soorten cholesterol is bij mij blijkbaar nog steeds heel goed, dus er hoeft nu niks, volgend jaar weer prikken. Scheelt toch weer iets van mijn ongerustheid over hartklachten. Ik ben normaal al een hypochonder, maar nu ik zo moe ben vind ik het helemaal lastig om dingen te relativeren. Superhandig, om lekker veel tijd die je wél zou kunnen besteden aan slapen te besteden aan piekeren. En ja, dat gaat bij mij vaak razendsnel over de angst om M. en de meiden te moeten achterlaten, zeker nu ik steeds dichter bij de leeftijd kom die mijn vader heeft bereikt.

Het werk is mede hierdoor ook even niet zo geweldig. De opdrachten zijn er wel, maar ik loop weer veel achter de feiten aan. Soms lijkt het alsof ik nooit eens gewoon kan werken, en als dat dan in principe een keer wel kan, zit ik mijn tijd te verspillen omdat ik daarbuiten te weinig tijd voor mezelf heb. En ook hier is relativeren lastig. Helemaal overstuur omdat er vriendelijk werd gevraagd of het misschien zo kon zijn dat ik een klein dingetje vergeten was, wat ook zo was. Dat kaartje in dat ene boek waaruit in mijn ogen onterecht zoveel vertrouwen sprak. De aardige mailtjes. In mijn hoofd ben ik alles al tig keer kwijtgeraakt. Het is moeilijk om die onzekerheid opzij te zetten tijdens het werk, om mijn punt te maken, aan de verwachtingen te voldoen. De politieke plannen helpen ook niet bepaald mee. Verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, inperking zelfstandigheidsaftrek, het minimumtarief… En de minachting die uit al die plannen spreekt, zelfstandigen zijn lastig en moeten kapot, dat lees ik er inmiddels echt in. Gecombineerd met een hoop onnozelheid. In ieder geval lijken ze geen idee te hebben van de situatie in het boekenvak. Hoe bereken je het uurtarief van een auteur die een paar jaar aan een boek werkt? Wanneer bepaal je of een auteur het minimumuurtarief heeft gehaald? En dus of hij/zij een boete opgelegd krijgt? Want ja, dat is een van de leuke plannetjes: niet de gierige opdrachtgever krijgt een boete van meer dan 4000 euro, maar de zelfstandige. Zelf werk ik ook nooit met een uurtarief, maar als ik het goed heb begrepen, kan ik straks beboet worden als een auteur of vertaler slecht werk levert, ik daardoor veel meer tijd kwijt ben aan de redactie, daarmee onder het minimumuurtarief kom en de uitgeverij weigert bij te betalen.
Het voorgestelde uurtarief (16 euro) is veel te laag voor wat we er allemaal mee zouden moeten kunnen doen, zeker omdat de kosten en de administratieve lasten tegelijkertijd veel hoger worden. Het is bizar dat dat voor alle zelfstandigen hetzelfde zou moeten zijn. Bovendien wordt het in de praktijk natuurlijk een maximumtarief, dat zie je nu ook al bij het tarief voor literaire vertalingen. Ik heb de laatste tijd veel bijgeleerd over het vertaalvak, dat raakt aan het mijne. Nu krijgen vertalers er jaarlijks zogenaamd twee ton bij. Uit het bestaande budget van het Letterenfonds, is het idee. Het Letterenfonds, dat sowieso alleen over literaire vertalingen gaat. De meeste vertalingen worden niet gezien als literair. Daarvoor geldt het minimumtarief niet. Daarvoor kunnen vertalers geen subsidie aanvragen bij het Letterenfonds. Daarbij krijgen ze meestal geen royalty’s. Maar hoera, twee ton voor de vertalers.
De minachting vind ik een van de moeilijkste dingen. Al dat gezeik over dat ik gewoon beter moet onderhandelen en dat ik anders geen echte ondernemer ben. Kom het maar eens een paar jaartjes proberen, praten we daarna verder. En daarbij, wat ik doe, bestaat simpelweg niet in loondienst. De functie redacteur bestaat wel bij uitgeverijen, maar dan ben je voornamelijk bezig met redactieklussen uitbesteden aan mensen zoals ik ervoor zorgen dat de boeken er komen. Ik concurreer dus ook niet met werknemers.
We gaan het zien volgend jaar. Ik ga in ieder geval nog wel reageren op de internetconsultatie. En verder probeer ik toch maar zo goed mogelijk door te werken.

Nu nog even een lijstje willekeurige fijne dingen om mee af te sluiten:
– S. slaapt zonder speen. We zijn supertrots op haar. We waren helemaal niet van plan om hem op haar derde verjaardag onmiddellijk af te pakken, dat leek ons wel erg streng, maar voor haar was het zo logisch dat als iemand zei: ‘Hé S., morgen ben je jarig, hè?’ ze antwoordde: ‘Ja, ik mag nog een nachtje met mijn speen.’ Ik vond het echt heel zielig toen ik dat hoorde, maar het gaat tot nu toe wonderbaarlijk goed (ik had ook echt niet geweten hoe we het hadden moeten overleven als we hierdoor nog slechter zouden slapen). Ze heeft hem zogenaamd weggegeven aan de ongeboren baby van M.’s collega. Ze vraagt er nog wel steeds naar, maar doet er niet hysterisch over. En ze mag het ook jammer vinden, het is ook wennen, benadrukken we steeds.
– Het ziet ernaar uit dat de sjaal voor mijn tweede patroon ein-de-lijk af gaat komen. Ik wil nog steeds heel graag meer patronen publiceren.
– Ik doe mee aan een kerstpakkettenuitwisseling voor zelfstandigen. Ik weet nog niet voor wie ik een pakket mag maken, maar alleen de mailtjes die ik erover krijg zijn al fantastisch en ik heb met veel plezier een vragenlijst ingevuld.
– Veel babynieuws en bruiloftsnieuws in mijn omgeving.
– Voor het eerst in heel veel jaar een plak cake versierd.
– S. heeft erg genoten van het trakteren op de crèche (bananen met rokjes, heel verantwoord).
– D. heeft het meestal prima naar haar zin op de crèche.
– Het boek dat ik morgen in moet leveren is praktisch af.
– Elk moment dat D. wel vrolijk is. Zoals toen ze dolenthousiast reageerde op een foto van Y.
– Cadeautjes verzinnen.
– Me verheugen op de kerstvakantie.

Boeken

Ik heb van meerdere mensen gehoord dat ze mijn dagboekjes graag lezen. Helaas, jongens, komt er eindelijk weer iets online, is het zo’n saaie boekenblog. Hopelijk binnenkort meer.

Lieve Joris –Terug naar Neerpelt

Ik lees niet zo graag reisverhalen, dus ik kende het werk van Lieve Joris eigenlijk helemaal niet. Haar naam wel, ik weet nog dat ik die zo vreemd vond vroeger. Die naam als een aanhef, en dat ik door Joris nooit kon onthouden of het een man of een vrouw was. Vorig jaar las ik dit interview met haar in Volkskrant Magazine, en toen werd ik toch wel heel benieuwd naar dit boek. Al was het alleen maar omdat ik over Vlaanderen wél heel graag lees.
Dit boek gaat over haar eigen familie en ik vind het erg goed (dit is weer niet bepaald een geheime tip van een kenner, het is bijvoorbeeld ook genomineerd voor de BookSpot Literatuurprijs). Joris groeide op in een grote Vlaamse katholieke familie, met acht broers en zussen. De familie heeft vooral veel te lijden gehad onder haar oudste broer Fonny, die aan de drugs verslaafd raakte en iedereen terroriseerde en manipuleerde, maar het boek gaat ook over andere familieleden (bijvoorbeeld over haar bomma, met wie Joris een speciale band had). Ik heb een paar keer gefrustreerd geroepen dat er een stamboom voor in het boek had moeten staan, maar dat is zo’n beetje mijn enige klacht. Het is prachtig geschreven en ik begreep het gewoon allemaal zo goed. Waarom ze zo graag weg wilde uit dat dorp en later zo weinig kwam, waarom ze zich nog steeds schuldig voelt over bepaalde dingen, hoe moeilijk de relatie van haar ouders was met elkaar en zo’n beetje alle kinderen. Het is ook een heel eerlijk boek, ze spaart zichzelf niet, en ik vind het heel knap dat ze duidelijk weet te maken waarom er ondanks alles toch ook een bepaalde aantrekkingskracht uitging van Fonny, hoe hij dan telkens toch weer van alles voor elkaar wist te krijgen. Het heeft (logischerwijs) erg lang geduurd voor ze dit verhaal vertelde, maar wat is het de moeite waard.

Benjamin Ludwig – Ginny Moon heeft gelijk
(Ginny Moon, vertaald uit het Engels door Mieke Trouw)

Volgens mij zat er ooit een keer een voorpublicatie van dit boek in een of andere goodiebag en kwam het zo op mijn leeslijst terecht. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niet zoveel van, maar ik leende het uit de bieb, begon erin en kon het niet meer wegleggen. Ik heb het binnen 24 uur uitgelezen, en dat is tegenwoordig echt uitzonderlijk voor mij. Een compliment aan de vertaler is ook zeker op z’n plaats.
Ginny is een meisje van veertien jaar met autisme. Ze zit inmiddels in haar derde pleeggezin. Daar gaat het eigenlijk vrij goed met haar. Zoals zoveel dingen ziet Ginny dit echter totaal anders. Zij zet alles op alles om in contact te komen met haar biologische moeder, hoe onveilig dat ook voor haar is, omdat ze iets heel belangrijks uit moet zoeken. Ondertussen zal er ook veel veranderen in haar pleeggezin, omdat haar pleegmoeder in verwachting is.
Boeken over mensen met autisme zijn inmiddels zowat een apart genre, denk bijvoorbeeld aan Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon en de Rosie-boeken van Graeme Simsion. Ik vind het bij zulk soort boeken altijd moeilijk om geraakt te worden door de hoofdpersoon, ze blijven vaak wat op afstand en gedragen zich niet per se sympathiek. Dat was in dit boek niet anders. Maar ik werd gegrepen door het verrassende verhaal en ik geloofde het, hoe onwaarschijnlijk ook. Daarnaast was ik ook erg onder de indruk van hoe er informatie bij de lezer komt via het perspectief van Ginny. In dit soort boeken is het natuurlijk al snel dat je als lezer bepaalde dingen anders bekijkt dan de hoofdpersoon, maar neem Ginny’s pleegouders. Ginny vindt die voornamelijk irritant, want ze dwarsbomen haar pogingen om met haar biologische moeder in contact te komen. Maar ook al is het verhaal vanuit Ginny geschreven en ziet zij het probleem niet, toch krijg je op de een of andere manier mee hoe Ginny hen tot wanhoop drijft met haar gedrag.
De auteur heeft blijkbaar samen met zijn vrouw vroeger ook een tiener met autisme opgevangen, dus misschien dat hij daarom zo goed weet neer te zetten wat de pleegouders doormaken, maar doe het maar eens. In je eerste boek.

Trudy Coenen en Louise Koopman – Spijbelen doe je maar thuis

Ik zou het waarschijnlijk nog geen dag uithouden voor de klas, dus respect voor iedereen die dat wel lukt. Dat vooropgesteld. Ik lees wel graag over onderwijs, vandaar dat dit boek op de leeslijst terecht was gekomen. Trudy Coenen werkt al ontzettend lang als lerares Nederlands op een zwart vmbo in Amsterdam en vertelt in dit boek wat ze zoal meemaakt in haar werk. Of eigenlijk vertelt Louise Koopman dat, maar dat is niet op te maken uit het omslag (op de titelpagina staat haar naam wel). Je begrijpt, bij zo’n constructie is de nieuwsgierigheid van deze redacteur onmiddellijk gewekt. Het komt er volgens mij op neer dat Koopman een boek heeft geschreven op basis van wat Coenen haar heeft verteld. Het nawoord vond ik veelzeggend. Daarin las ik dat sommige meelezers vonden dat Coenen naar voren kwam als iemand die wel érg vol was van zichzelf (of iets dergelijks, het boek is inmiddels al terug naar de bieb). Of dat niet wat minder kon. Ik deelde die mening. Coenen vond niet dat het anders moest, zo blijkt uit het nawoord. En dat past dan weer precies bij hoe ze in het boek naar voren komt. Het is zonder meer indrukwekkend wat ze allemaal meemaakt met haar leerlingen en voor elkaar krijgt, dat moet ik benadrukken, dat maakt het boek toch heel interessant om te lezen. Ze kwam alleen niet zo sympathiek op mij over, ze wil wel erg graag vertellen welke bekende Nederlanders ze allemaal heeft ontmoet (en ingeschakeld), vooral dankzij het feit dat ze Docent van het Jaar is geweest. Als je dit boek bijvoorbeeld vergelijkt met de columns die Marjan van den Berg ooit schreef voor Margriet (ook zij gaf Nederlands op een vmbo), dan vond ik die columns toch wel een stuk leuker, en dat komt vooral doordat Van den Berg met veel meer humor en de nodige zelfspot schrijft.

Emily St. John Mandel – Station Elf
(Station Eleven, vertaald uit het Engels door Astrid Huisman)

Er breekt een afschuwelijke pandemie uit en het grootste deel van de wereldbevolking sterft. Oké, hou maar op, dit is geen boek voor mij. Dat zou ik normaal gesproken zeggen. Maar ik had over dit boek gelezen in Volkskrant Magazine en dat sprak me aan. Niet per se dat het grootste deel van de wereldbevolking sterft, maar wel dat er dan een toneelgezelschap is dat langs de nederzettingen van overlevenden trekt. Eigenlijk is het ook een orkest, ze voeren stukken van Shakespeare op en maken muziek. O, dit vond ik zo’n goed boek. Alles past zo prachtig in elkaar, de verschillende personages, het leven voor en na de ramp, het is zo goed uitgedacht en mooi beschreven (ik ken het origineel niet, maar de vertaling moet wel erg goed zijn, anders zou het nooit zo fijn lezen). En de sfeer, de wereld ziet er na die pandemie natuurlijk onvoorstelbaar anders uit dan nu (alleen al dat er geen elektriciteit meer is, geen moderne communicatiemiddelen meer bestaan), maar het is zo makkelijk om er helemaal in mee te gaan. Het verhaal draait voor een deel om de mensen die stranden op een vliegveld als de griep net uitbreekt en hoe zij daar vervolgens een bestaan opbouwen, dat was denk ik mijn favoriete passage. Ik ben erg onder de indruk, dat mag duidelijk zijn. En de gruwelijkheid viel trouwens wel mee. Natuurlijk is het gegeven ontzettend gruwelijk, maar ze beschrijft niet heel gedetailleerd hoe iedereen crepeert of zo, waardoor het nog wel te hebben was voor mij. En er zijn ook genoeg stukken die zich afspelen voor de pandemie, voor als het je allemaal te veel aanvliegt. Dit soort verhalen zorgen er wel altijd een beetje voor dat ik… echt preppen wil ik het niet noemen, maar ik denk dan wel meer na over wat handig zou zijn om in huis te hebben. Ik richt me dan trouwens voornamelijk op de iets kleinere rampen en het idee van de overheid dat je je dan een paar dagen moet kunnen redden (terwijl zij alles zo’n beetje oplossen, het is beter voor mijn gemoedsrust om daarop te vertrouwen). Dat een boek dat kan veroorzaken, dat alleen al. Wat ik wel echt heel irritant vind: hoe vaak het voorkomt dat ik een boek van een auteur heel goed vind, meer van die persoon wil lezen en dan blijkt dat het volgende boek een horrorboek is of gaat worden. Sarah Waters, Audrey Niffenegger, Emily St. John Mandel dus, stop daar eens mee. Alvast bedankt.

Mette Eike Neerlin – Paard, paard, tijger, tijger
(Hest, hest, tiger, tiger, vertaald uit het Deens door Bernadette Custers)

En toen lag dit boek nog klaar. Ik was alweer een beetje uit m’n leesflow, maar dit boek leek een stuk dikker dan het is – grote letters, korte hoofdstukken, in een uurtje had ik het al uit. Het is een leuk verhaal, over een meisje, Honey, dat in vreemde situaties terechtkomt omdat ze zo’n beetje overal ja op zegt. Leuke details, interessante personages, onder wie Honeys zus Mikala, die een verstandelijke beperking heeft en wc-bordjes schildert op een sociale werkplaats. Honey komt per ongeluk op bezoek bij een terminaal zieke man in een hospice, waardoor ze natuurlijk tot diepe inzichten komt over het leven. In die zin vond ik het wel echt een jeugdboek. Ik spreek helaas geen Deens, maar de vertaling leek me goed, afgezien van bepaalde uitdrukkingen die ik niet zo geloofwaardig vond uit de mond van Honey (zoals ‘door de bank genomen’). En ik vond het opmerkelijk dat ervoor is gekozen om vwo te gebruiken, terwijl het verhaal zich overduidelijk in Denemarken afspeelt.

Podcasts (3)

Wat heb ik de laatste tijd geluisterd? Van alles! Ik zit nu wel een beetje in een luisterdipje, moet weer even een fijne nieuwe serie ontdekken. Maar eerst maar eens terugblikken.

Ik luisterde naar de Harry Potcast (die titel alleen al!) van Boeken FM, de literatuurpodcast van uitgeverij Das Mag en De Groene Amsterdammer. Dit is een soort special, waarin Ellen Deckwitz, Joost de Vries en Peter Buurman de Harry Potter-serie van J.K. Rowling (moet ik de auteur nog noemen?) bespreken. Ik ken Ellen Deckwitz een klein beetje uit het poëziecircuit (niet dat ik daar op dit moment in zit) en hoor haar altijd wel graag. Volgens mij heb ik Joost de Vries trouwens in een grijs verleden een keer ontmoet op een prijsuitreiking. Van Peter Buurman had ik nog nooit gehoord. Ze zijn leuk met z’n drieën, zij het soms aan de melige kant. Ik houd in principe meer van verhalende podcasts, maar deze was wel erg aanstekelijk, ik liep grinnikend over straat. Ik hou ook wel gewoon echt veel van Harry Potter. Het had van mij dan ook wel nog meer alleen over Harry Potter mogen gaan, en bijvoorbeeld niet ook over Game of Thrones (nooit een seconde van gezien). Ik zou best nog wel meer afleveringen willen horen van deze podcast, maar ze hebben tot nu toe alleen boeken besproken die ik niet heb gelezen, dus vooralsnog denk ik niet dat dat gaat gebeuren.

Ik luisterde ook naar Over Haar, een podcast van Carolien Borgers in opdracht van LINDA. Oké, waar moet ik beginnen? Ik geloof in Borgers’ goede bedoelingen. Ze heeft voor deze podcast bij wijze van experiment een jaar haar lichaamshaar laten staan, ze probeert zo min mogelijk te oordelen, ze heeft een fijne stem en klinkt opgewekt… en ze lijkt totaal niet door te hebben dat ze vanuit haar eigen bubbel opereert. Dat heeft me zes afleveringen lang gefascineerd. Ze interviewt allerlei mensen, maar voornamelijk haar eigen Amsterdamse vriendinnen, die deels ook bekend zijn. De meeste vriendinnen vinden zichzelf heel progressief, maar de meesten ontharen erop los. Dat moeten ze natuurlijk helemaal zelf weten en de podcast gaat ook wel over of je dat als vrouw wel helemaal zelf kunt weten vanwege sociale druk, maar er komt bijvoorbeeld alleen in de laatste aflevering iemand aan het woord die al een tijd helemaal niet onthaart en die zegt dat ze daar geen statement mee wil maken. Iedere aflevering begint ook met: ‘Waarom vinden we het zo vies?’, een vraag die niet bepaald getuigt van een open blik.
Het deed allemaal wat oppervlakkig aan. In het intro gaat het expliciet over ‘harige kutjes’ (zo plat). Passages van willekeurige websites voorlezen wordt gepresenteerd als ‘research’ (ik wist niet zo goed hoe serieus ik dat moest nemen). Er is ook een aflevering over de geschiedenis van ontharen, en daarin duikt Paulien Cornelisse ineens op. Ik vind Paulien Cornelisse vaak wel leuk, maar geen idee wat zij in die aflevering doet.
En het is gewoon zó hetero. Moet je nu echt weer die kaart spelen, Nicole? Ja, dat moet. Want ik denk dat het voor lesbische vrouwen wezenlijk anders is. De halve podcast gaat over de mening en de blik van heteromannen. Er is zelfs een aflevering waarin drie heteromannen en een homoseksuele man de kwestie eens even gaan bespreken. Lesbische vrouwen worden vaak anders bekeken en oordelen zelf ook anders. Neem alleen het vooroordeel dat lesbische vrouwen niet ontharen. Er wordt een keer genoemd dat iemand die haar okselhaar liet staan werd uitgescholden voor ‘vieze lesbi’, maar verder gaat het hier totaal niet over. Ik vond het zelf veelzeggend dat Borgers vertelde dat ze door niet te ontharen het gevoel had niet bij de andere vrouwen te horen. Tja, bij mij heeft dat gevoel weinig te maken met wel of niet ontharen (alhoewel, de meeste vrouwen in deze podcast ontharen in mijn ogen ontzettend fanatiek, en presenteren dat als iets heel normaals). Zeker interessant om verder over na te denken!

Ik luisterde ook eindelijk naar El Tarangu, van mijn lievelingsmakers van AudioCollectief SCHIK. Ik heb het al vaker gezegd, maar zij maken gewoon zulke mooie podcasts, zo literair. Deze podcast gaat veel over wielrennen, maar is ook zeker geschikt als je niet zoveel met wielrennen hebt (heb ik zelf ook niet). Lucien Van Impe wordt door een oude rivaal uit de Tour de France uitgenodigd om iets te gaan eten. Een dingetje: deze rivaal zou op dat moment al zeven jaar dood zijn. Heeft hij zijn eigen dood in scène gezet, of geeft iemand anders zich voor hem uit? Dat is in feite de vraag waar ze antwoord op proberen te krijgen, maar zoals altijd bij SCHIK gaat het daar lang niet alleen over. Zo hebben zijzelf tijdens hun studie ook te maken gehad met iemand die niet de waarheid sprak, dat verhaal vond ik eigenlijk nog veel interessanter. Uiteindelijk had deze podcast voor mij wel een beetje een anticlimax (mijn verwachtingen zijn dan ook altijd torenhoog bij SCHIK), het raakte me ook allemaal minder dan Bob. Maar hij is zeer de moeite waard!

Toen waren mijn series op. Ik kwam erachter dat The Young Vic een podcast heeft bij de producties die in het theater te zien zijn (Off Book). Rond Fun Home vorig jaar hebben ze twee podcasts gemaakt, een met Alison Bechdel en een met Jenna Russell, die Helen (de moeder) speelde. Die met Alison Bechdel was interessant, al was het alleen maar om achteraf te horen hoe goed de actrices die haar speelden in de voorstelling haar stem wisten te treffen. Die met Jenna Russell ging helaas nauwelijks over Fun Home, en ik ken haar dus verder helemaal niet. Ik luisterde onderweg naar deze podcast en had geen zin om af te stappen om ’m af te zetten, maar heel boeiend vond ik het niet. Ik weet nu vooral dat Russell behoorlijk snobistisch is in haar oordeel over musicals, en dat ze probeert om zich niet schuldig te voelen als werkende moeder omdat ze haar kind door te werken het goede voorbeeld geeft. Oké.

Boeken van de laatste tijd

Griet op de Beeck – Gezien de feiten

Dit Boekenweekgeschenk slingerde hier nog rond. Ik heb Vele hemels boven de zevende en Kom hier dat ik u kus gelezen, het toneelstuk van Vele hemels gezien (het heeft hier verder niets mee te maken, maar wat hadden we toen toch een fijne avond doordat we ingeloot waren voor de Flintmobiel*). Ik weet het nooit zo met Op de Beecks werk, soms weet ze me enorm te raken en soms vind ik het maar sentimenteel geneuzel. Ik vind het in ieder geval inspirerend hoe ze de woorden van journalist Andrew Solomon doorgeeft: Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen.

Het verhaal in Gezien de feiten, over een weduwe die naar Afrika vertrekt om vrijwilligerswerk te doen en daar een nieuwe liefde opduikelt, boeide me niet zo, maar de gesprekken, vooral die tussen de weduwe, haar dochter en schoonzoon, vond ik echt heel goed!

Esther Verhoef – Nazomer

Dit is gewoon een lekker boek, over een Brabants meisje dat uitgroeit tot een beroemde modeontwerper. Het boek springt steeds heen en weer in de tijd, van haar jeugd, waarin ze door iedereen wordt tegengewerkt, naar het heden, waarin ze te maken krijgt met de overname van haar label. Ik vond de passages uit het verleden leuker, maar de hoofdstukken zijn zo kort dat ik er hoe dan ook doorheen vloog.

Ik kreeg wel de indruk dat Verhoef niet zoveel van de modewereld weet (ik ook niet, hoor), dat bleek ook wel uit het dankwoord achterin. Het stoorde me echter niet enorm.

Nicole Krauss – Donker woud
(Forest Dark, vertaald uit het Engels door Rob van der Veer)

Dit is geen boek om telkens ’s avonds een stukje uit te lezen. Wat ik deed. Ik heb lang gedacht dat ik het niet uit zou gaan lezen, het lukte me niet om me op het verhaal te concentreren. Verhalen. Een over Jules Epstein, een oude, rijke man uit New York die vrijwel alles weggeeft wat hij bezit en dan verdwijnt in Tel Aviv. En een over Nicole, een schrijver uit New York met huwelijksproblemen (de parallellen met Krauss’ eigen leven zijn moeilijk te negeren), die ook in Tel Aviv terechtkomt.

Het hielp dat ik op vakantie wat langer achter elkaar kon lezen, maar ik vond het een ingewikkeld boek, vol filosofische bespiegelingen over het multiversum, het jodendom, en dan is er nog de theorie dat Franz Kafka zijn eigen dood in scène zou hebben gezet en naar Israël zou zijn geëmigreerd (toen begon ik er eindelijk lekker in te komen, ik had hier nog wel meer over willen lezen).

Ik was te veel aan het opletten om van dit boek te genieten, ook al waren er zeker mooie en interessante passages. Zo wordt de schrijver vaak herkend, er komen zelfs mensen naar haar toe om te vertellen dat ze hun kind naar een van haar personages hebben vernoemd. Als ze in de problemen zit, hoopt ze ergens dat zo iemand opduikt, en aan de andere kant ook weer niet, ‘want als lezers van nut worden voor schrijvers is er eigenlijk iets verdachts aan de hand’.

In mijn herinnering is De geschiedenis van de liefde wat toegankelijker, maar dat durf ik nu haast niet meer te herlezen, straks blijkt dat ik dat ook niet heb begrepen. Ik ben altijd de eerste die roept dat mensen niet bang moeten zijn dat ze gedichten niet begrijpen, maar kennelijk stel ik aan mezelf en romans toch andere eisen.

* Dan word je thuis opgehaald, ontvangen met koffie en taart, naar je plaats gebracht, aan het eind van de avond in je jas geholpen en weer thuisgebracht, je krijgt een programma enzovoort. Fantastisch om mee te maken.

Lief Dagboek (10)

Zondag 8 september

Laten we nu eindelijk eens proberen om op tijd onze spullen in te pakken. Het lukt best goed, ook al ben ik heel erg moe. Ik moet ’s middags echt even slapen. We doen ook nog boodschappen en zien S. van de crèche in de supermarkt. De moeder van S. reageert een beetje gek, of eigenlijk kijkt ze vooral alsof we haar kind komen ontvoeren. Ik kan er ook niks aan doen dat mijn kind veel namen weet en dat niemand mij ooit herkent.

S. vindt het heel spannend dat we op vakantie gaan. Daardoor probeert ze D. pijn te doen. Heel vervelend en ingewikkeld. Wat wel nog echt superlief was, alleen niet van vandaag: M. zong voor D. ons zelfverzonnen slaapliedje ‘Lieve, lieve D., ga maar lekker slapen’. S. lag al in bed. Op een gegeven moment stopt M. halverwege met zingen en blijkt dat S. lag mee te luisteren, want ineens klinkt er een stemmetje: ‘Ga maar lékker slaaaaaaapen!’

Maandag 9 september

We gaan op vakantie! Eerst nog de laatste spullen inpakken. Onze auto is voor een groot deel al vol als we de kinderwagen inladen. We hadden daarom een Landal-park dichtbij gekozen, zodat we eventueel twee keer konden rijden, maar mijn tante heeft aangeboden om mee te rijden in haar auto, superlief. We zijn zover als ze komt, en dat is best uitzonderlijk. S. wil eigenlijk ook nog haar aap meenemen, maar ze heeft al zes andere knuffels ingepakt, dus Aap moet op het huis passen. Mijn tante heeft echt altijd ruzie met haar navigatie, gelukkig is het een makkelijke route. S. is bang dat we weer heel ver moeten rijden, maar het is dichterbij dan de Efteling of M.’s familie, dus dat treft.

Op het park gaan we eerst lunchen met mijn tante. Oesterzwamkroketjes, mmm. Helaas vliegen er enkele wespen door het restaurant. S. is sowieso erg bang voor allerlei beestjes, en wespen vind ik zelf ook naar, dus dat is jammer. Mijn tante weet er een te verdrinken in S.’ appelsap en S. krijgt ongevraagd een nieuw glas van de serveerster. Na de lunch kan S. geschminkt worden. Ze is erg verlegen, maar wil uiteindelijk wel een prinses worden. Bollo (de mascotte van Landal, je zult nog van hem horen) blijkt ook een aantrekkelijke optie voor het animatieteam: gewoon het hele gezicht bruin. We blijken al in het huisje te kunnen. Ik vind het erg lastig om naar het huisje te rijden. Het is niet ver, maar ze zijn met de weg bezig, overal zijn mensen en andere auto’s en ik weet niet waar ik de auto kan parkeren. Pfff, stress. M’n tante gaat naar huis. Ik heb echt even tijd nodig om te acclimatiseren. We hebben een kinderbungalow. Het was ons met name te doen om de babykamer met ledikantje en commode, maar er hoort ook een bolderkar bij. S. heeft een tasje gekregen met wat dingetjes (kleurpotloden, een spons in de vorm van een kikker, badschuim) en er hangen krijtborden op de deuren om op te tekenen en op te schrijven wie waar slaapt. Ook S. moet echt even acclimatiseren, waarschijnlijk gaan we extra luiers nodig hebben deze week… Ze ligt al wel vast even onder in het stapelbed in de vorm van een huis (oftewel haar ‘huisjesbed’), maar slaapt niet. D. slaapt daarentegen vrijwel meteen. Uiteindelijk lukt het ook om de wifi aan de praat te krijgen en het activiteitenprogramma op te snorren. Het is erg fijn om wat leuke dingen aangereikt te krijgen.

Deze middag is er voorlezen met Bollo. S. is gek op Bollo, noemt de vakantiebestemming ook ‘naar Bollo’, dus daar gaan we heen. Het voorlezen stelt weinig voor, het verhaal is saai en veel te moeilijk, maar S. kan in ieder geval Bollo begroeten. Waarna ze uiteraard van het podium valt, brokkenpiloot die ze is. Een moeder biedt onmiddellijk builenzalf aan, maar M. verstaat haar niet. Het Bollo-gebeuren is in de indoorspeeltuin, dus daar speelt S. vooraf en na afloop. Het is vooral voor grotere kinderen, maar er zijn toch ook al wat dingen waar S. op kan klimmen en door kan kruipen, twee kleine trampolines en enorme blokken waarmee je kunt bouwen. S. moet erg huilen als een jongetje haar toren omgooit, maar zijn vader grijpt wel in en ze bouwen een nieuwe voor haar.

S. blijkt het hele concept van de vakantie nog niet helemaal te begrijpen. Ze wil niet terug naar het huisje, want ze denkt dat we dan helemaal naar huis gaan, en ze heeft nog niet eens gezwommen. De vraag ‘Welk huisje?’ kunnen M. en ik op een gegeven moment ook niet meer horen. Uiteindelijk gaan we toch terug naar het huisje. M. en S. gaan nog even de voucher inleveren voor de tasjes met lekkers die we krijgen omdat we via de ANWB hebben geboekt (altijd welkom), ik ga koken. We hebben een restje moussaka van huis meegenomen en eten daar overgebleven wortels (op een of andere manier slepen M. en ik altijd een heleboel eten mee van thuis dat niet thuis kan blijven liggen tot we terugkomen) en doperwten bij. Dus dat is makkelijk en lekker.

S. wil na het eten natuurlijk in het bad (dat hebben we thuis niet) met de spons en het schuim. Daarna gaan de kindjes naar bed. We leggen D. toch in het slaaptentje op onze kamer, omdat ze thuis ook nog bij ons op de kamer slaapt. We kijken de documentaire waar Maxim Februari het over had in Zomergasten: De brief van de burgemeester. Hoe kunnen we die destijds gemist hebben? Echt iets voor ons. Daarna willen we Expeditie Robinson terugkijken, jaren niet gevolgd, maar nu doen Roy Donders en Mariana Verkerk mee en zitten we er toch weer helemaal in. Al kijken we niet naar de nazit, die ongetwijfeld is afgekeken van Moltalk. Het blijkt niet mee te vallen om via RTL iets terug te kijken, maar uiteindelijk lukt het, nadat we helemaal melig zijn omdat we al een keer of dertig dezelfde reclame van Nivea for Men hebben gezien.

Verder lezen Lief Dagboek (10)

Lief Dagboek (9)

Maandag 2 september

M. is vrij, dus we kunnen de kindjes samen naar de crèche brengen. S. blijkt nu gelijk naar het peuterspeelzaalgedeelte te mogen. Pff, ze wordt zo groot. Het is aan de overkant van de gang en dus alleen voor de ochtenden, er gaat een juf van de crèche mee, en toch vind ik het best een mijlpaal. Maar het is ook fijn dat ze nu eindelijk mag, nu er veel kinderen vier zijn geworden. S. hoopte er zelf al op. Ze praat wel veel over de kindjes die nu niet meer naar de crèche komen (‘Toen we courgettesoep gingen maken was E. er nog.’) En ze blijken een hartverscheurend liedje te zingen als er een kindje weggaat, iets van: ‘Zeg maar dag met je hand, wat jammer dat je weggaat en je ons nu alleen laat.’ Ze zingt vast niet mee bij het daadwerkelijke afscheid, maar thuis krijgen we het allemaal te horen. Over liedjes gesproken, we vermoeden dat ze bij verjaardagen ook ‘Hankie pankie Shanghai’ zingen, inclusief spleetogen, want waar zou S. dat anders vandaan kunnen hebben? Niet oké. De manager zegt dat ze het zelf niet op haar repertoire heeft staan, maar dat ze eens zal rondvragen. Ze reageert welwillend, maar ook nogal onnozel (‘Ik dacht dat het gewoon een liedje in een andere taal was’). Ik ben toch blij dat ik het heb aangekaart.

’s Middags gaat M. naar de stad om kleren te kopen en ’s ochtends is ze ook al naar de kapper geweest. Ik baal dat ik niet mee kan naar de stad, maar ik moet echt werken. Ik zeg voor de grap dat ze maar foto’s moet sturen vanuit de paskamer, en dat doet ze, ze slaagt goed. S. heeft het naar haar zin gehad bij de peuters.

’s Avonds probeer ik mijn nieuwe laptop uit. Waardeloze avond, want het touchpad blijkt niet goed te werken. Ik kan de cursor wel bewegen, maar niet klikken. Weer het gevoel ‘dit kan ik er echt niet bij hebben’. Op z’n zachtst gezegd.

Dinsdag 3 september

We gaan vandaag naar mijn schoonmoeder en voor de verandering rijden we ongeveer zo laat weg als we hadden gepland en past alles nog steeds in de auto (net, we hadden eerder al speciaal gecheckt of de buggy en de kinderwagen er allebei in pasten). We luisteren onderweg de Efteling-cd, de kindjes slapen een deel van de rit allebei, en dus gaat S. bij aankomst keihard krijsen. De buurman van mijn schoonmoeder kijkt gealarmeerd, maar we zijn er!

De buren hebben sowieso niet veel geluk, want de buurvrouw komt een kijkje nemen, maar zodra ze D. aanspreekt, gaat die keihard huilen.

Na de lunch doe ik eerst een dutje en daarna werk ik op de laptop van mijn schoonmoeder. De rest gaat nog even boodschappen doen (S. is blij, want er zijn autowagentjes) en verder spelen de kindjes vooral. Misschien komt het door het andere speelgoed, maar S. kan zich altijd zo goed vermaken daar, heerlijk. Op een gegeven moment wordt ze echter wel wat ongeduldig: ‘Tante C., waar blíjf je nouhou?’ M’n zusje moest werken vandaag en arriveert vlak voor het avondeten. Het is best gek dat zij ook komt logeren, maar ook weer niet, de sfeer is prima. M’n schoonmoeder blijkt de superlekkere zoete-aardappelstamppot te hebben gekozen die wij ook vaak maken. Konden we haar er mooi van overtuigen dat de hoeveelheden uit het recept echt te klein zijn. Dat kostte moeite, maar het is gewoon echt zo.

Uiteraard gaan de kindjes meteen lief slapen nu we niet thuis zijn, zodat iedereen weer denkt dat we overdrijven. D. slaapt voor het eerst in het slaaptentje en dat ziet er erg schattig uit. Ik werk nog even en dan brei ik verder aan m’n grijze trui terwijl we naar We zien ons kijken. Het is een docuserie zoals ik ze graag zie, met een zwakke plek: de voice-over is zogenaamd St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers. Dat is net zo suf en gekunsteld als het klinkt.

Ik probeer wat minder met social media bezig te zijn. Daar merkt verder niemand iets van, want ik post bijna nooit iets, maar ik ben een enorme lurker en merk de laatste tijd dat het niet goed voor me is. Ik zie alleen maar mensen die wél dingen bereiken, boeken schrijven, banen vinden reizen maken, vrije tijd hebben. Ik word erg nerveus van de plannen voor zelfstandigen en de minachting van mensen, en ook van hoe keihard er wordt geoordeeld over en door makers op Instagram.

Woensdag 4 september

Eindelijk is het zover: we gaan naar de Efteling! We zouden eigenlijk al in juni gaan, aan het einde van mijn verlof, maar toen werd er meer dan 35 graden voorspeld en dat leek ons niet te doen, zeker niet met twee kleine kinderen. Nu is de weersverwachting erg slecht, maar we gaan toch. We willen om negen uur wegrijden bij m’n schoonmoeder en om vijf over negen rijden we weg, met drie auto’s, want iedereen wil vanavond weer naar haar eigen huis. M’n schoonmoeder alarmeert m’n zusje nog doordat ze achter haar auto aan lijkt te rennen (eigenlijk gaat ze de papiercontainer ophalen), maar dan kunnen we weg. Wij natuurlijk als laatst, want meer kinderen en meer spullen.

M’n schoonmoeder woont eigenlijk helemaal niet zó dicht bij de Efteling, maar wel iets dichterbij dan wijzelf. We rijden een keer een klein beetje verkeerd (zoals zo vaak als er twee zijstraten vlak na elkaar zijn), maar verder gaat het prima, we kunnen dicht bij de ingang en dicht bij de rest van het gezelschap parkeren.

Het park is net open. Zo fantastisch meteen met die muziek en iedereen die zich opmaakt voor de dag. Hier hoopte ik op, dat ik dit op een dag zou kunnen doen met m’n gezin. M. heeft het koud, dus ik leen haar mijn sjaal, maar het is vooralsnog droog! Eerst naar de wc (daar heeft S. natuurlijk geen zin in) en dan weet C. een afsteekje naar het Sprookjesbos, waarmee ze een hele meute mensen lokt, haha. Vorig jaar hebben we veel tijd doorgebracht in het Sprookjesbos, maar nu kan het S. niet zo boeien. Ze vindt het vaak eng om ergens naar binnen te gaan. Ze gaat zelfs in de buggy zitten, als een soort veilige plek, terwijl we vooraf twijfelden of we die überhaupt mee moesten nemen, omdat ze er normaal gesproken eigenlijk nooit meer in zit. De paddenstoelen vindt ze wel nog steeds leuk, en bij de Indische Waterlelies is ze gelukkig niet bang (‘Het lijkt wel een berengrot!’). De nieuwe kleren van de keizer had nog niemand van ons gezien en is heel leuk. M. wil net iets zeggen over dat de Sprookjesboom toch niet veel aan is als S. vol enthousiasme die boom vertelt hoe ze heet en hoe oud ze is (wat ze anders echt niet zo snel doet).

Maar daarna wil ze ergens in. Vorig jaar liep ze een trauma op in de Stoomcarrousel en wilde ze daarna nergens meer in, dus laten we eerst maar eens in de Stoomcarrousel gaan! Ze gaat meteen drie keer achter elkaar. Ik ben de eerste keer wel bang dat ze van een paard zal vallen, want ze zit er alleen op en m’n schoonmoeder blijkt er niet bij te mogen blijven staan, maar het gaat allemaal goed. Daarna gaan we naar Carnaval Festival, waar ze al vaak het filmpje van heeft gezien. Ook dat is leuk, al noemt ze het de traptreintjes omdat ze er met m’n zusje in gaat en die had gezegd dat ze samen in de traptreintjes zouden gaan.

Daarna gaan we lunchen. Ze hebben voor kinderen een soort torentje met een tomaatje, schijfje komkommer, broodje kaas, chocholadebroodje en appel, en zoiets is wel aan S. besteed. Ze hebben er trouwens ook lekkere broodjes gerookte zalm. Natuurlijk moet D. nu ook een voeding en moet iedereen weer naar de wc. S. heeft haar zinnen gezet op de speeltuin achter het restaurant, die inderdaad heel leuk is, dus die krijgen we weer bijna niet mee naar de wc en naar de afruimband (ondanks het feit dat het er een is met Pardoes en allemaal lampjes). Ze speelt een poosje in de speeltuin, waarbij een ander meisje denkt in S. een nieuw vriendinnetje te hebben gevonden, ze rent haar de hele tijd achterna en wil haar hand vasthouden. S. heeft daar meestal niet zoveel mee, maar het gaat nu vrij goed.

Eenmaal uit de speeltuin gaat het dan toch richting traptreintjes. S. kan nog niet bij de trappers, dus het is nog best zwaar voor C. Ze zien er allebei wel erg gelukkig uit. Daarna komen we bij de oldtimers, die zogenaamd van allemaal verschillende winkeltjes zijn, leuk gedaan. D. is wakker, dus die mag ook mee, in de auto bij C. en mij. Een van de hoogtepuntjes van de dag, ze kijkt er supervrolijk bij. Daarna wil S. ook nog in de Polka Marina. Die lijkt me best snel gaan voor haar, maar ze roept: ‘Joehoe, naar boven en naar beneden!’ En na afloop: ‘Op welk plaatsje zaten wij?’ Het is inmiddels 14.00 uur, en nu regent het dan toch. Nu pas, eigenlijk. We gaan naar Symbolica. Daar is alleen C. al eens in geweest, dus iedereen is benieuwd. We gaan in twee groepjes en het is erg mooi. S. gaat twee keer mee. C. en m’n schoonmoeder zijn gaan schuilen bij Polles Keuken, dus daar gaan wij ook naartoe vanuit Symbolica. Ze hebben er lekkere koffie en Pardoes maakt ook nog een rondje. En D. kan weer even drinken.

Daarna nog even langs Diorama, een van M.’s favorieten, waar S. helaas een ongelukje heeft. Ze heeft gelukkig een luierbroekje aan, maar het is toch jammer. Maar goed, we gaan weer verder, op naar Droomvlucht. Van tevoren twijfelde ik wel een beetje of ik S. nu juist wel of juist niet filmpjes van attracties moest laten zien, maar ik denk dat het voor haar zo extra leuk is. Ze geniet er niet minder van, zei juist: ‘Ik ben blij dat ik het nu in het echt zie!’ Het is overal zo heerlijk rustig dat ook hier iedereen met S. erin kan. M’n schoonmoeder, S. en ik komen nog wel even vast te zitten bij de trollen vanwege een ‘kleine technische storing’, maar gelukkig is die snel opgelost en hoeven we er niet uit te klimmen of zo. Het is inmiddels zelfs weer droog. We gaan nog even langs bij de Laven, bij de monorail is niemand, dus die doen we ook.

Daarna is het al zo laat dat we moeten gaan bedenken wat we als laatste willen doen. M., m’n schoonmoeder, D. en S. gaan nog een keer in Carnaval Festival (alias ‘de poppetjes’) en daarna om en om zonder S. en D. in Vogel Rok (schoonmoeders favoriet). C. en ik gaan samen in De Vliegende Hollander, die iets verder weg blijkt te zijn dan we hadden ingeschat. Als we weer zijn herenigd bij de luchtballon, is het tijd om naar de uitgang te gaan. S. mag iets uit de souvenirwinkel kiezen vanwege een volle stickerkaart en kiest een knuffel in Hollandse klederdracht uit Carnaval Festival. D. krijgt een knuffeldoekje en we kopen ook nog een fotoboekje om na te genieten (daarom hebben we ook een parkplattegrond meegenomen). Vlak bij de uitgang is nog een restaurantje open, en we besluiten om daar wat te gaan eten. Ze hebben helaas geen vegaburgers, maar wel lekkere frietjes.

En dan is het toch echt tijd om naar huis te gaan, tot groot verdriet van S. En eigenlijk van iedereen, we kunnen zo nog van alles opnoemen wat we óók nog hadden willen doen, en dat terwijl we praktisch nergens hebben hoeven wachten. Er zit niks anders op, we moeten een keer blijven slapen. Uiteraard vergeten we m’n schoonmoeder haar fietsslot terug te geven, dat we hebben gebruikt om de kinderwagen op slot te zetten na berichten over gestolen kinderwagens. Ik rijd naar huis, D. moet op een gegeven moment erg huilen, maar valt uiteindelijk toch in slaap. S. is vrijwel direct in slaap gevallen, dus we kunnen nu ook niet makkelijk stoppen. Rond 20.30 uur zijn we thuis en is S. uiteraard ontroostbaar. Totaal overprikkeld en doodmoe. En D. kan niet slapen. Het was het waard, zullen we maar zeggen.

Donderdag 5 september

Het komt natuurlijk superslecht uit, maar de kindjes gaan vandaag wel gewoon naar de crèche, want ik moet werken en M. heeft een afspraak. Als we aankomen blijkt dat S. voortaan op beide dagen naar het peutergebeuren mag. Dat begint stipt om negen uur, en we zijn bijna te laat. Best irritant dat ze dat niet even hebben gezegd, want ik heb voor de zomer een paar maanden lang steeds geprobeerd om er om negen uur te zijn omdat ze er dan misschien heen mocht, en toen mocht ze uiteraard nooit.

Iedereen is gewoon heel erg moe, dat is denk ik wel een goede samenvatting van deze dag. Ik probeer wat te werken en fileparkeer als een pro omdat er nu wel weer plek is in de parkeervakken bij ons huis. Bijna jammer dat niemand het ziet. ‘s Middags besluiten M. en ik uiteindelijk toch nog naar het Catharijneconvent in Utrecht te gaan voor de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt, omdat het er anders waarschijnlijk niet meer van komt. Ik ben blij dat we het alsnog hebben gezien, vooral de foto’s en filmpjes zijn leuk, en ik wilde natuurlijk met eigen ogen zien waar Teunie over schreef. Het is wel erg druk met babyboomers die tegen je op lopen en met een ‘pardon’ recht voor je neus gaan staan om te bekijken wat jij aan het bekijken was. We hebben niet veel tijd meer en de rest van het museum geloven we wel, dus rennen we door de regen naar Jozef voor koffie en cheesecake.

Ik heb al een paar keer op m’n telefoon gekeken of de crèche niet had gebeld, alsof ik een voorgevoel heb. Helaas gaat er iets mis en bellen ze M., die dat pas ziet als we al op de terugweg zijn. D. blijkt een slechte dag te hebben, waarschijnlijk toch te druk voor haar geweest gisteren. Best wel zielig, we voelen ons ook echt wel ontaarde moeders, maar ja, anders kun je nooit iets doen, en ik heb al altijd het idee dat we nooit iets kunnen doen. Wat dus ook niet echt kan, zo blijkt. We gaan ze maar zo snel mogelijk ophalen. ’s Avonds werk ik nog weer wat.

Vrijdag 6 september

Vandaag werk ik vooral. Ik maak de grote opdracht af voor zover dat nu kan. Al die bewerkers, een thema als genderdiversiteit lijkt nog erg nieuw voor ze te zijn. Dat zorgt er helaas voor dat de afronding erg veel tijd kost. Ik heb ook een paar keer toevallig iets gelezen over onderwerpen. Dat betekent dat ik kan aanvullen en corrigeren, en dat geeft me altijd een beetje een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het tof om te kunnen meepraten, ik help graag, ik leer graag, aan de andere kant blijf ik natuurlijk een leek en zijn er ook vele onderwerpen waarover ik níét toevallig iets gelezen heb, daar vrees ik dan toch een beetje voor. De andere opdracht heb ik ook bijna af. De redacteur heeft nog laten weten dat ze er niet is vandaag, dus dat ik het ook wel maandag in mag leveren, omdat het anders zo ‘in een zwart gat valt’. Heel fijn, zeker aangezien ik dus onlangs nog een opdracht in een zwart gat bij iemand anders heb gegooid.

Onder het eten blijft D. maar ‘bvvvvvv’ in mijn oor roepen, stapelgek word ik ervan.

Zaterdag 7 september

Het lukt om de andere opdracht ook af te maken als M. en S. naar peutergym gaan. Ik ben er wel ineens weer ontzettend onzeker over, naar gevoel. ’s Middags werk ik ook nog m’n administratie bij. Het lukt zowaar om de printer te verplaatsen en aan te sluiten op M.’s computer, dus we kunnen weer printen. Fijn dat er soms ook wel iets lukt.

S. struikelt over D. Hoe die twee elkaar soms in de weg zitten, zucht. S. bedoelt het meestal goed, ze zegt nu ook steeds ‘zeg ik tegen mezelf’ om zichzelf te herinneren aan instructies van anderen, bijvoorbeeld: ‘Hou je roer recht, zeg ik tegen mezelf.’ Ze is gewoon een peuter, dat zeg ík de hele tijd tegen mezelf. Ze groet trouwens ook zo ongeveer iedereen op straat, en dan evalueert ze het contact binnen gehoorsafstand (‘Die meneer zei niks terug!’). Laatst nam een bellend tienermeisje op de fiets toen ze eigenlijk al voorbij was alsnog de moeite om zich om te draaien en een groet te roepen, dat was lief. O, en alle hardlopers krijgen sinds we C. hebben aangemoedigd bij een wedstrijd een enthousiast ‘Hup, hup!’ :)

Lief Dagboek (8)

(Ik loop een beetje achter, kinderen, deadlines, het leven, blabla)

Maandag 26 augustus

Er is iets met de deur van de crèche, waardoor we de ingang van de bso moeten gebruiken. Ik heb geen kind op de bso, dus ik heb geen idee waar die deur is. Escaperoom de crèche. S. ziet het eenmaal binnen ook wel zitten om met het onbekende speelgoed van de bso te gaan spelen, dus het duurt al met al even voor we op de groep zijn. De juf kan er niet over uit hoe relaxed het er wel niet uitziet en hoe gezellig het moet zijn dat S. zo goed meeloopt naast de kinderwagen en zo leuk kletst. Eh, oké, bedankt voor het compliment, denk ik, want ‘relaxed en gezellig’ zou ik onze ochtenden toch niet bepaald noemen.

Ik moet even op gang komen met werken, maar dan gaat het wel, ondanks de hitte. Ik aarzel even, maar ik kies er toch weer voor om een geëngageerde comment te plaatsen. Ik vind het heel belangrijk om zo neutraal mogelijk te zijn als redacteur, het gaat niet om mij maar om de tekst, dienstbaarheid blablabla, maar soms lees ik me toch dingen… En dan voel ik me toch ook verantwoordelijk. Als ik het niet zeg, wie dan wel? Ik kan misschien het verschil maken voor lezers, ervoor zorgen dat de tekst inclusiever wordt, of in ieder geval minder kwetsend. En vaak is het ook gewoon onwetendheid. Dus dan spreek ik me toch maar weer uit.

Het duurt ’s avonds weer eindeloos allemaal, maar het is wel gezellig. D. past haar eerste badpakje en het past.

Dinsdag 27 augustus

Ik mag S.’ haar doen. Daar ben ik nog niet zo goed in, maar ik vind het wel leuk, meestal wil ze alleen een speldje. Het wordt weer heel warm, dus we gaan zo vroeg mogelijk naar de speeltuin. Ik heb mijn been opengehaald aan de box toen de lade niet meer openging (vraag niet hoe) en dat is nog steeds niet helemaal over. We dachten er goed van af te zijn gekomen, doordat S. steeds ‘want, eh…’ zei, alsof ze zelf alle antwoorden al had, maar nu is ‘waarom’ toch hier.
D. doet slaapjes in haar bed. Ik kan daardoor zelfs nog even bloggen en werken. En ik denk dat ze later op breakdance gaat. Hoe zij zich op het kleed beweegt, de worm, heet dat volgens mij. Als we S. ’s middags uit bed gaan halen, wil D. per se een pannetje meenemen naar boven, wat S. dan weer hilarisch vindt. Zo gezellig.
’s Avonds heeft S. helaas weer een bloedneus, waarschijnlijk door de warmte. Ze gaat er wel heel goed mee om dit keer en blijft rustig (waardoor ze bijvoorbeeld niet het bloed over haar hele gezicht uitsmeert, dus dat is top).

Woensdag 28 augustus

De dagen van de grote volksverhuizingen zijn altijd moeilijk. En dan ben ik nu ook nog eens bang om een aanrijding te krijgen met de vuilniswagen. Uiteindelijk rijdt die natuurlijk helemaal niet net door de straat als ik daar rijd. Het is een grote teringzooi in huis, de strijd tegen de fruitvliegjes is nog steeds niet gewonnen, ik heb last van RSI en werken schiet niet op. S. heeft weer een waardeloze dag qua zindelijkheid. Bij m’n moeder en haar man stinkt het naar verf. Niemand hier heeft blijkbaar enig idee dat het me maar nét lukt om alles zo’n beetje te doen, als er niets misgaat, als er niets bij komt, want ze suggereren serieus dat ik toch wel even een of andere laptop in Amsterdam kan gaan ophalen.
S. vindt het wel fantastisch om met mijn broertje naar de speeltuin te gaan. ‘Ik ga met mijn oom op stap!’ had ze geroepen. Verder kan ze ‘hupselen’ en doet ze ook echt wel haar best: ‘Mama, kun je even mijn mango snijden? Anders ga ik weer proppen.’

Donderdag 29 augustus
Vrijdag 30 augustus

Geen idee meer. In ieder geval een van de deadlines gehaald en uiteindelijk toch nog een reactie afgedwongen gekregen op de opdracht waar ik maar geen reactie op kreeg.

Zaterdag 31 augustus

Peutergym begint weer, M. gaat erheen met S. Bij S. is er wat verwarring, omdat ze eerst op dreumesgym zat en nu naar een groep met oudere kindjes gaat. Zo is ze helemaal verbaasd dat peutergym in hetzelfde gebouw is als dreumesgym. Dé truc van de dag blijkt te zijn om iemand in en uit een kleed te rollen, daar moet ik dus ook aan geloven als ze terug zijn. Helaas is S. de rest van de dag niet te genieten.

Ik werk nog wat. Aan dit boek werken veel verschillende mensen mee. Ik ken de meesten niet, maar ze laten van zich horen in de comments en ze lijken er zo langzamerhand ook genoeg van te krijgen, want ze gaan steeds vaker tegen elkaar in. Juist doordat ik ze niet ken, zijn het voor mij inmiddels personages geworden. Je moet iets als je al zo lang aan iets werkt.

’s Avonds kijken we Een bezeten wereld terug, een docuserie over het interbellum. Ineens zien we de dansschool uit Utrecht op tv waar we een paar jaar stijldansles hebben gevolgd. Blijkbaar is het een van de oudste dansscholen van Nederland. We zien onze dansleraar en zijn vader (die ook vaak aanwezig was op de dansavondjes) komt aan het woord, het is supercool. We hadden er een haat-liefdeverhouding mee, het was zeker niet altijd makkelijk als vrouwenkoppel en we zijn de meeste passen inmiddels alweer vergeten, maar vanavond overheersen de goede herinneringen.

Zondag 1 september

Ik ben vroeg wakker en besluit direct nog even te gaan werken, wat zowaar een uurtje lukt. ’s Ochtends zoeken we een berg kleding uit, vooral kleding van S. Een goed doel had van die kledingzakken verspreid die ze dan later aan huis komen ophalen, daar besluiten we gebruik van te maken. S. helpt goed mee.

’s Middags besluit ik even langs de Prénatal te fietsen, daar kun je babykleding doneren aan Stichting Babyspullen. Dat idee hadden meer mensen, de containers puilen uit. Het is best confronterend om daar te zijn, omdat ze er veel spullen verkopen die wij nu al helemaal niet meer nodig hebben. Ik loop er wel tegen de zwembandjes aan die we nog nodig hadden voor S. en ik koop ook nog een setje hydrofiele doeken die ik eigenlijk al eerder had willen kopen.

S. had moeite om te gaan slapen en had uiteindelijk zelf bedacht dat ze kon gaan bedenken wat ze zou gaan knutselen. Eh, oké, als het maar werkt. Als ze uit bed komt, blijkt ze bedacht te hebben dat ze gaat verven. We hebben alleen geen verf in huis… In plaats van weer nee te verkopen, besluiten we zelf verf te maken aan de hand van dit recept. S. kan meehelpen en het is ontzettend leuk, we worden helemaal enthousiast en struinen alle kastjes af op zoek naar ‘kleurstoffen’. Daarna vermaakt S. zich een poosje prima met het verven zelf.

Verder is ze een soort rijmmachine (zoiets moet je dus niet tegen haar zeggen, want vervolgens roept ze dan: ‘De rijmmachine staat weer aan!’). Ze rijmt vooral door de letter H overal voor te zetten en het gaat nog niet feilloos, maar toch, het lijkt me snel en toepasselijk voor de dochter van een dichter.

Daarna lukt het ook nog om boodschappen te doen en bestel ik een laptop, dus het is een productieve dag.