Boeken van juni

Deze maand best wat rust gevonden om te lezen. Fijn!

biografieaukjeholtrop

Aukje Holtrop – Nynke Van Hichtum. Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer (1860-1939)
Ik weet eigenlijk niet waarom ik dit boek helemaal ging lezen. Ik heb Afkes tiental ooit wel gelezen, maar verder ken ik het werk van Nynke van Hichtum eigenlijk niet. Ik weet er nu een stuk meer over :) Holtrop promoveerde op deze biografie, het is duidelijk te zien hoeveel onderzoek ze heeft gedaan en daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben (het mag duidelijk zijn dat ik zelf nooit zal promoveren). Ondanks de enorme hoeveelheid informatie is het een erg pakkend geschreven boek, luchtig en enthousiast, en soms ronduit grappig. En Sjoukje leefde in een interessante tijd. Ik vond haar alleen niet al te sympathiek overkomen, ze mankeerde altijd wat en zeurde bij werkelijk iedereen om geld (en dan trok Floor Wibaut maar weer zijn portemonnee). Doordat ze getrouwd was met Pieter Jelles Troelstra, kom je ook veel te weten over de Nederlandse politiek in die tijd. Zijn Gedenkschriften hoef je trouwens niet meer te lezen als je dit boek gelezen hebt, omdat Holtrop daar nogal veel uit citeert. Dat scheelt weer. Maar ik wil nu wel deze film zien.

komhierdatikukus

Griet Op de Beeck – Kom hier dat ik u kus
Mensen waren en zijn zó enthousiast over Op de Beecks debuut Vele hemels boven de zevende dat het me een beetje tegenviel toen ik het uiteindelijk las. Ik vond het wel goed, maar het was wat te sentimenteel naar mijn smaak. En de stemmen verschilden voor mij niet genoeg van elkaar (ik zie daar dan ook altijd streng op toe, zo concludeerden twee verschillende auteurs laatst). Kom hier dat ik u kus (heerlijke titel), haar tweede boek, vond ik misschien wel beter dan Vele hemels. De bespiegelende manier van schrijven, het filosofische zit ook in dit boek, maar omdat dit maar vanuit een personage geschreven is, vond ik het een stuk geloofwaardiger. Hoofdpersoon Mona wordt steeds ouder in de verschillende delen, en dat is heel knap doorgevoerd in de stijl. Sterke personages en dialogen. Met name het eerste deel was voor mij persoonlijk erg confronterend, wat aangeeft dat het een goed boek is, dat echt kan raken. Ik vond het nog steeds te sentimenteel hier en daar, dacht nog steeds: Hier had je eigenlijk moeten stoppen, maar ik heb het wel echt graag gelezen.

bergengoudenjaren

Annegreet van Bergen – Gouden jaren
Ik hou van dit soort boeken over geschiedenis. Gouden jaren wordt in de markt gezet als feest der herkenning voor babyboomers, maar ik vermaakte me er ook prima mee. Leest door de korte stukjes en de foto’s razendsnel weg. Het is soms een beetje anekdotisch, dat had van mij niet per se gehoeven, maar dat komt ook gewoon doordat ze zo veel verschillende thema’s behandelt. Van Bergen is econoom, en dat perspectief (welk deel van hun inkomen besteedden mensen destijds aan producten, hoe duur zouden die producten nu zijn als wij een even groot deel van ons inkomen eraan zouden besteden?) voegt echt iets toe. Ik voelde me af en toe wel een behoorlijke nostalgist, omdat ze doet alsof iedereen tegenwoordig een vaatwasser en een droger heeft. En omdat ze een onnozelaar van mijn leeftijd opvoert die niet weet hoe een telefoon met draaischijf werkt.

annagavaldahetleven

Anna Gavalda – Het leven, maar dan beter
(La vie en mieux, vertaald uit het Frans door Floor Borsboom)

Ik durf Samen ben je minder alleen (Ensemble c’est tout) nu dus niet meer te lezen. Sinds dat boek ben ik fan van Gavalda’s werk, maar misschien ben ik wel vooral fan van dat boek. Of valt ook dat vreselijk tegen als ik het nu nog eens lees. Het leven maar dan beter vond ik in ieder geval niet zo bijzonder. Ik hou van haar bestudeerd onaffe stijl, met veel haakjes en drie puntjes, en er staan ook wel mooie zinnen in, maar ook zoveel… geneuzel. Het zijn twee verhalen die niets met elkaar te maken hebben en ik weet niet, ik kreeg een beetje de indruk dat haar uitgever haar had gevraagd of ze alsjeblieft nog iets te publiceren had, en dat ze toen zei: ‘Nou, eigenlijk niet, alleen deze verhalen, maar –’
‘Geef hier!’

Feest

uitnodigingen

Ik heb niet zoveel feestjes en boekpresentaties. Mijn werk speelt zich meestal af op de achtergrond, er zitten tijd en mensen tussen het moment waarop ik een geredigeerd manuscript terugstuur naar de uitgeverij en het moment waarop het boek daadwerkelijk verschijnt. Dat is niet erg, die rol past bij mij en aan voldoening en waardering heb ik echt geen gebrek. Maar het was dus best bijzonder dat er twee werkgerelateerde feestjes in een week plaatsvonden!

Vorige week eerst het Zomerfeest van De Fontein. Vanaf het begin van mijn bestaan als zelfstandige redigeer ik voor De Fontein Jeugd, nu al weer meer dan vier jaar. Het feest was in het Muntgebouw in Utrecht, of eigenlijk vooral op de binnenplaats, want het was fantastisch weer. Als freelancer in het boekenvak kun je vrij lang met mensen werken/contact hebben zonder ze ooit te zien, en dan is zo’n feestje de perfecte gelegenheid om daar verandering in te brengen. Nu ben ik niet zo’n held in socializen met onbekenden en smalltalk, maar het ging wonderwel. Enorm leuke mensen en boeken, dat scheelt :)

Zo ontmoette ik eindelijk Mel Wallis de Vries (binnenkort belandt haar nieuwe manuscript op mijn bureau, zo’n zin in!). Marcel van Driel kende ik al, maar ik hoopte al dat hij er zou zijn, het gaf me een reden om deel 3 van zijn Superhelden-trilogie nog eens te lezen. Vorig jaar mocht ik meedenken over de verhaallijn en kijken of alles klopte met deel 1 en 2 (geweldige opdracht!), en naar aanleiding daarvan had hij er nog behoorlijk wat in veranderd. Ik wist alleen nog steeds niet wat, omdat ik er maar niet aan toekwam om het te lezen. Gebeurt helaas vaker met boeken die ik niet direct nodig heb voor mijn werk. Daar kon ik natuurlijk niet mee aankomen op het feest, dus dat was een prima stok achter de deur. Onbevangen lezen lukte uiteraard totaal niet en als ik de persklaarmaker van dat boek was geweest, had ik het vermoedelijk anders/grondiger aangepakt. Maar ik was toch aangenaam verrast (en een nieuw deel wordt niet uitgesloten door dit einde!). Het was ook erg leuk om andere freelancers te spreken, vertalers van wie ik vertalingen heb geredigeerd en mensen die bij de uitgeverij op kantoor werken. En het eten was ook nog eens superlekker. Geslaagde avond dus.

De volgende dag bleek ik ook nog Boekblad was erbij gehaald te hebben. Ik had die fotografe gezien op het feest, maar ik dacht dat ze je wel even aan zou spreken om om je gegevens te vragen als ze je foto wilde gebruiken. Dat was dus niet zo… Maar ach, ik was er inderdaad bij!

Een deel van het gezelschap van het Fonteinfeest ontmoette ik de woensdag daarop alweer in Amsterdam, want toen was de presentatie van Project Prep van Fontein-auteur Niki Smit, naar een idee van tech-ondernemer Janneke Niessen. Het is met recht een project te noemen, dat meiden enthousiast probeert te maken voor technologie en ondernemen. Bedrijven hebben hun naam eraan verbonden, Neelie Kroes schreef het voorwoord en de presentatie was een hele happening, met bedienend personeel in speciale T-shirts, een confettikanon en bekende Nederlanders (filmpjes van o.a. Armin van Buuren en Vajèn van den Bosch, die vertelden hoe belangrijk technologie is voor hun vak). Er gaan zoveel deuren open voor dit boek en er is zoveel aandacht voor, heel bijzonder om te zien. Het eerste exemplaar was die middag in ontvangst genomen door koningin Máxima!

Het was zo tof en indrukwekkend allemaal, ik ben heel blij en trots dat ik aan het boek mocht meewerken als redacteur/persklaarmaker. Ik werk ontzettend graag voor en met Niki, en ik vind het ook echt een leuk boek geworden. Wat mij betreft is er niks mis met een commerciële insteek of een duidelijke boodschap, maar het is dan natuurlijk wel wat lastiger om er daarnaast ook gewoon een leuk boek van te maken. Dat is met Project Prep zeker gelukt! Het boek gaat over Isabel, die haar eigen mode-app ontwikkelt. Het is heel inspirerend en grappig, en er zit zelfs een rolletje in voor Coco uit Niki’s serie 100% Coco. Die redigeer ik ook, en ik hou enorm van dat soort dwarsverbanden (niet dat ik dit erdoor gedrukt heb, hoor, zou ik nooit doen). Met 100% Coco – Paris, het tweede deel, won Niki afgelopen zondag ook nog eens de Pluim van de Nederlandse Kinderjury, dus het kon niet op.

Ik heb sowieso eigenlijk nooit spijt van mijn keuze, maar op zulke dagen zeker niet!

Gesigneerd exemplaar!
Gesigneerd exemplaar!

Hardlopen

marathonamersfoortik

Ik blog over hardlopen, staat er dan heel stoer in de sidebar. Wanneer precies? Het goede nieuws is dat ik wel nog steeds ren. Een beetje. Ook in de winter heb ik het volgehouden, zij het met veel smoesjes en geklaag. Het was zogenaamd altijd te koud en te nat, ik was zogenaamd altijd te moe en te druk. Maar ik heb het wel gedaan, af en toe. Omdat ik toch íéts moet doen, met dat zittende werk vanuit huis en dat erfelijk verhoogde cholesterol van mij. Omdat ik hardlopen nog steeds de leuksteminst erge sport vind.

De 10 kilometer binnen het uur, dat was mijn doel. Vorig jaar september kwam ik er al in de buurt met 1:01:49. Ik ben niet fanatiek, maar die 01:49 móést er echt af. En dus bleef ik toch lopen. Vaak niet vaker dan een keer per week. Vaak onderweg vooral bezig met me ergeren aan dingen: vage pijntjes, te warme kleren, een luisterboek dat zomaar zwijgt, diverse landbouwvoertuigen die stinken en mijn luisterboek overstemmen en over me heen rijden als ik niet uitkijk, mensen die hun honden los laten lopen waar dat niet mag, de aanwezigheid van honden in het algemeen, en van wielrenners, en van mannen die sigaren roken. Echt leuk, hoor, hardlopen…

In het kader van stokken en deuren had ik me ingeschreven voor de 10 kilometer van de Marathon Amersfoort. Mijn derde 10k-wedstrijd, in mijn eigen stad en voor het eerst een grote ronde in plaats van meerdere kortere (vond ik fijn). Zondag was het zover.

Lees verder Hardlopen

Boeken van mei

Hoogste tijd voor de boeken van mei. Ik ben op vakantie geweest, dus ik had wat meer tijd om te lezen. Al zijn de meeste boeken die ik gelezen heb nogal dun, ook nogal veel tijd besteed aan rondlopen, eten, Machiavelli spelen, logikwissen, een vest breien en meer van die dingen.

irmgardmeisjealsjij

Irmgard Smits – Irmgard: een meisje als jij
Onderdeel van onze nieuwste verzameling. Verder is er weinig nieuws aan, M. kende haar al en het zijn oude boekjes. Irmgard is in de jaren zestig met tbc opgenomen geweest in een sanatorium en heeft daar destijds een boekje over geschreven. Ze was toen pas een jaar of twaalf en werd daardoor kennelijk nogal bekend. Daarna kreeg ze de smaak te pakken en verscheen er nog een hele serie pocketjes waarin ze haar dagelijks leven ‘als jonge schrijfster’ beschrijft. Die serie wordt hoe langer hoe slechter, want veel schrijftalent heeft ze niet en haar leven is ook niet echt interessant als ze eenmaal terug is uit dat sanatorium. Dat is er juist zo grappig aan. Ik kan me goed voorstellen dat de uitgever op een gegeven moment zei: ‘Nu is het wel een keer klaar, Irmgard.’ Toen heeft ze ook nog twee fictieve boekjes over ‘Babs’ geschreven. Dit jaar vonden we een deel van de serie op de vrijmarkt voor 10 cent per stuk, die konden we natuurlijk niet laten liggen.

anniemgwatiknogweet

Annie M.G. Schmidt – Wat ik nog weet
Ik blijf groot fan van haar werk. Dit zijn haar jeugdherinneringen. Sowieso interessant omdat het allemaal al zo lang geleden is, heel andere tijd. Ik geloof niet dat alles precies zo gebeurd is, maar ze schrijft het zo leuk op allemaal. Hardop gelachen om bepaalde formuleringen. Dat er een bezigheid voor haar als jonge vrouw gevonden moet worden en dat iemand Parijs suggereert. ‘Parijs?’ zegt haar moeder dan. ‘Dan kan ik haar net zo goed meteen in een bordeel doen.’ Aanrader!

Voor altijd voor het laatst_Stofomslag.indd

Tjitske Jansen – Voor altijd voor het laatst
(wat een prachtige omslagfoto!)

Van Tjitske Jansen lees ik alles. Dat is overigens geen enorme prestatie, haar oeuvre is vooralsnog heel klein. Maar ik lees niet zo snel alles van iemand, dus in die zin zegt het wel iets over hoe goed ik haar vind. Toen ik schrijven serieuzer begon te nemen, was haar debuut net uit, ik heb haar vaak zien optreden en het idee ‘zo kan poëzie blijkbaar ook zijn’ heeft me zeker geholpen. Nu had ze al zo’n acht jaar geen nieuw boek uitgebracht, dus ik keek er nogal naar uit. Misschien is dat de reden dat het uiteindelijk toch een beetje tegenviel. Er zitten als vanouds ijzersterke passages in, maar ik had er meer van verwacht. Ook omdat haar nieuwe uitgeverij, Querido, dit boek zo nadrukkelijk presenteert als proza. Dat doet ze zelf overigens niet, ze is niet zo van de vaste genres. Ik zeker ook niet, maar ik weet niet, ik had toch op wat meer samenhang gehoopt, op een duidelijker idee erachter, het lijkt nu meer een beetje alsof ze alle teksten die ze de afgelopen jaren geschreven heeft in dit boek heeft gestopt. Misschien is het toch juist meer een boek om in te bladeren dan proza suggereert. Ik vond het wel mooi dat ze in dit boek een stuk meer van haar leven lijkt te laten zien dan in haar vorige boeken, op een heel poëtische manier. En het gaat ook nadrukkelijk over haar schrijverschap. Een van mijn favoriete passages is als ze een afwijzing beschrijft van een uitgeverij; ze vinden haar werk te veel los zand. Ze schrijft een brief terug: ‘Wat is er mis met los zand?’

katzirliefde

Judith Katzir – De ontdekking van de liefde
(Hinnee ani matchila, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt)

Je moet helaas nog steeds erg goed zoeken als je een boek over lesbische personages wil lezen (wat ik soms wil, omdat het gewoon fijn is om te lezen over mensen die je zelf eerder zou kunnen zijn). Aanvullende eisen: liefst een boek dat niet (alleen maar) gaat over iemands coming-out en het liefst ook nog van enige literaire kwaliteit. Ik kan er eigenlijk niet over klagen, omdat ik die boeken zelf ook niet schrijf, maar toch. De ontdekking van de liefde vond ik op dit lijstje. Ik vond het nogal een vervreemdend boek. Het is een raamvertelling, het bestaat voor het grootste deel uit brieven van Rivi, een Joods tienermeisje uit Israël, aan Anne Frank. Ik besefte in ieder geval maar weer eens wat een voorrecht het is om Annes dagboek in de originele taal te kunnen lezen. De stijl van het boek vond ik erg goed, het leest heel fijn. Ik kan geen Hebreeuws, maar het moet echt een enorme prestatie zijn van de vertaler dat hij de hoofdpersoon zo’n geloofwaardige stem heeft weten te geven. Het verhaal is intrigerend, maar ook wel schokkend; het tienermeisje krijgt een relatie met haar lerares, ook seksueel, en daar wordt nogal expliciet en vanzelfsprekend over geschreven. Tegelijkertijd gaat het ook heel erg over Rivi’s wens om ‘normaal’ te zijn. Waarmee bedoeld wordt: heteroseksueel. Dat kan natuurlijk een thema zijn, maar in dit boek leek gesuggereerd te worden dat het verhaal voor Rivi goed afloopt omdat ze uiteindelijk toch ‘netjes’ een gezin sticht met een man. Zo van: seks met een minderjarige is geen probleem, maar een gelijkwaardige volwassen relatie tussen twee volwassen vrouwen moeten we niet willen. Misschien komt het door het cultuurverschil anders over dan bedoeld, maar ik vond dat niet zo’n fijne boodschap.

hilhorstkostschool

Marieke Hilhorst – Bij de zusters op kostschool
Ik moest in Utrecht zijn, kon ik mooi meteen even langs mijn favoriete wolwinkel en langs de bibliotheek voor een paar boeken die ze in Amersfoort niet hadden. Nonnen en kostscholen, twee fascinaties in een boek, wat wilde ik nog meer? Nou, het was fijn geweest als de mevrouw van het magazijn (daar moest dit boek vandaan komen en dan moet je vragen of ze het voor je willen opzoeken) wat beter naar me geluisterd had. ‘Hilhorst, Marijke’ typte ze in, en ze negeerde me totaal toen ik haar erop probeerde te wijzen dat de voornaam niet juist was. Geen treffers. Dan maar op de titel zoeken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik daarbij zelf een foutje maakte, ik zei ‘nonnen’ in plaats van ‘zusters’, en in combinatie met haar zeer strikte zoekbeleid leidde dat natuurlijk ook nergens toe. Een andere volgorde, ‘Op kostschool bij de nonnen’ gaf zowaar een treffer, een artikel in een ander boek. Zij ging dat boek halen, ik probeerde haar uit te leggen dat dat niet was wat ik zocht, dat ik zeker wist dat er een heel boek bestond en dat het me daarom ging, zij bleef maar zeggen dat dat niet zo was, ze begreep dat dat een teleurstelling voor me was, maar dit was alles. Ik vroeg of ik dan mocht kijken wat ik in de catalogus gezien had, waarop ze me vrij pinnig naar een van de publiekscomputers verwees. Twee seconden later had ik het mysterie opgelost: bij de zusters op kostschool in plaats van bij de nonnen, waarop ze zuchtend en steunend weer het magazijn in verdween en me daarna een preek gaf over dat ik de titel op een briefje had moeten schrijven… Maar toen had ik wel mijn boek. De auteur laat vooral vrouwen aan het woord die vroeger op die kostscholen zaten. Dat is wel leuk om te lezen, maar daardoor blijft het wel allemaal behoorlijk oppervlakkig. En ze lijkt een beetje een vooroordeel te hebben. Ze geeft toe dat het allemaal nogal particulier is, dat je niet echt conclusies kunt trekken uit de getuigenissen omdat het er zo weinig zijn, en vervolgens zegt ze zodra iemand iets positiefs meldt dat dat wel een uitzondering zal zijn.

Titel

De bundel moest een titel. Dat wist ik natuurlijk, maar zoals ik eerder al schreef: mijn voorbereiding stelde niet veel voor. Er was nog geen compleet manuscript, en dus ook nog geen titel. Ik had er ook nog nauwelijks over nagedacht. Ik wilde eigenlijk geen titel verzinnen voor een bundel die misschien toch nooit zou verschijnen.

Eerst was er alleen een werktitel. Een zinnetje dat mijn redacteur in een van mijn gedichten had gevonden, en waarover zij en ik het ene moment enthousiaster waren dan het andere (vaak ook onafhankelijk van elkaar). In mijn geval kun je je dan altijd afvragen: is dat de eeuwige twijfel die zo’n beetje bij mij hoort of de twijfel die aangeeft dat het nog niet helemaal goed is? Bovendien was het voor mij op dat moment belangrijker om nieuwe gedichten te schrijven en oudere gedichten op te diepen, aan te passen of opzij te leggen (de bundel te maken), dus de kwestie bleef een beetje in de lucht hangen.

Een paar mensen vroegen hoe mijn bundel ging heten. Ik was daar totaal niet op voorbereid (niet dat het een rare vraag is, helemaal niet, het was eerder raar dat ik er niet op voorbereid was) en noemde dan die werktitel. Later vroeg ik me af waarom ik niet zei: ‘Dat weet ik nog niet zeker’, maar goed, zo kon ik wel horen wat ze ervan vonden.

Mensen begrepen het toch niet helemaal. Er was uitleg voor nodig, waarna we al snel terechtkwamen in gesprekken die niet over de bundel gingen, maar over waar twee vrouwen wel en niet veilig naartoe kunnen. Op zich niet erg, maar toch ook niet helemaal wat ik voor ogen had. En leek het niet toch te veel op die titel van die ene bundel?

Uiteindelijk werd die titel het niet (als de bundel er is, mag je raden wat het was!). Ik kreeg het verzoek van de uitgever er nog eens over na te denken. Misschien was de titel ook wat te lang? Zo lang was die titel niet, vond ik, maar ik was natuurlijk bereid om er nog eens over na te denken. Vooral ook omdat die werktitel misschien toch niet dé titel was. De suggesties spraken me nog niet direct aan, dus ik wilde dan liever zelf een nieuwe titel verzinnen waar iedereen enthousiast over was.

Hoe kies je een titel voor je bundel? Ik kwam erachter dat ik heel erg van titels houd die zinnen of zinsdelen zijn (dat zorgt natuurlijk al snel voor een lengteprobleem). Titels van een woord, of van twee, een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord? Mwoah. Liever ook niet de titel van een gedicht uit de bundel. Ik heb het idee dat dat gedicht dan meteen ‘het titelgedicht’ zou worden, alsof dat veel zegt over de hele bundel. Ik zou niet weten welk gedicht dat zou moeten zijn, het mag van mij wat subtieler. Wat ik wel mooi vond aan de werktitel, was dat die refereerde aan mijn manier van schrijven, van denken.

Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet echt hoe je dat doet, de titel van je bundel kiezen. Maar ik heb gekozen. De reacties zijn goed en ik twijfel voor de verandering niet.

En als je dan

Zo gaat mijn bundel heten. En als je dan wat? Dat lees je dit najaar. (En om ervoor te zorgen dat dat ook echt kan, ga ik aan het eind van de maand een zetklaar manuscript inleveren. Eng!)

Boeken van april

chaosenrumoer

Joost Zwagerman – Chaos en Rumoer

Ik weet niet meer hoe dit boek op ons ‘leeslijstje’ terechtgekomen is. Tja, daarom hebben we dat lijstje juist, omdat inmiddels wel gebleken is dat we enkel onthouden dat er zoveel boeken zijn die we nog willen lezen, en niet welke boeken dat zijn als we in de bibliotheek of in een boekhandel staan. Het is in ieder geval geen nieuw boek (1997). Dat merk je aan de prominente rol voor de fax, de obsessie van een van de personages met draadloze telefoons. Het stoorde me niet. Dit boek heb ik graag gelezen. Het gaat over een schrijver die kampt met een writer’s block en daarom maar bij het culturele radioprogramma Chaos en Rumoer gaat werken. Daardoor zit hij nog steeds midden in de literaire/culturele wereld, wat erg frustrerend voor hem is. Hoe Joost Zwagerman die wereld beschrijft, heel herkenbaar (ook achttien jaar later nog) en vaak heel grappig! Ergens in het midden werd het even nogal vervreemdend. Dat vond ik er niet zo goed bij passen, al was het ook wel weer verrassend.

Efter

Hanna Bervoets – Efter

Ik heb volgens mij alle romans van Hanna Bervoets gelezen (nou, nou, Nicole, vier stuks maar liefst). Lieve Céline is mijn favoriet, denk ik, de stem in dat boek is zó knap. Het grootste nadeel van het werk van Hanna Bervoets vind ik dat ze personages vaak totaal onverwacht (althans voor mij) aan het moorden laat slaan. Dat is niet zo aan mij besteed. In haar nieuwste roman Efter valt dat gelukkig wel mee. Efter speelt zich af in de nabije toekomst, waarin verliefdheid beschouwd wordt als psychische stoornis. Er wordt zelfs een medicijn tegen ontwikkeld, verschillende personages krijgen daar op een bepaalde manier mee te maken. Lastig om daar veel over te zeggen, want hun verhalen zijn nogal verknoopt. In ieder geval vond ik het concept erg goed gevonden, het idee sprak me meteen aan. Het boek leest ook heel fijn. Soms is het alleen een tikje te filosofisch naar mijn smaak (daarom las ik op het laatst de columns van Hanna Bervoets in Volkskrant Magazine niet meer). En ik had vooral veel moeite om erin te komen. Het is een ambitieus boek: negen personages (met steeds wisselend perspectief), zich afspelend in toekomst (waardoor je niet altijd precies weet waar ze het over hebben) en ook nog eens behoorlijk fragmentarisch. Ik zou het boek zeker aanraden, het is leuk en interessant, vooral de passages over de kliniek waar ze mensen tegen love addiction disorder behandelen. Maar ik vond het wel jammer dat ik niet kon stoppen met er op een technische manier naar kijken. Ik bleef terugbladeren en denken dat het knap gedaan was, maar het raakte me niet echt.

Haar naam was Sarah

Tatiana de Rosnay – Haar naam was Sarah
(Sarah’s Key, vertaald door Monique Eggermont en Kitty Pouwels. Luisterboek, voorgelezen door Dieuwertje Blok)

Sommige boeken heb ik zó vaak ingepakt toen ik bij Broese werkte, dat dat een leesreden op zich is geworden. Nieuwsgierigheid, ook als ik al vermoed dat het niet echt een boek voor mij is. Haar naam was Sarah wordt aangeboden in de app LuisterBieb, en dat was voor mij een handige manier om het eindelijk eens te ‘lezen’, omdat dat tijdens het hardlopen, schoonmaken, breien kon.
Het was inderdaad niet echt een boek voor mij. Ik ben zeker geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en wist nog niet veel over Frankrijk/Parijs in die tijd, maar dit is toch wel zo’n kitscherig boek. Ik snap dat het heel moeilijk is om woorden te vinden voor het beschrijven van zulke afschuwelijke dingen. De Rosnay lijkt echter zo bang te zijn dat lezers misschien niet zullen snappen hoe afschuwelijk het precies was, dat ze totaal geen ruimte laat om zelf iets te concluderen, om zelf na te denken. Heel irritant. ‘Ja, nou weten we het wel!’ riep ik af en toe. Verder vond ik het ook nogal een voorspelbaar boek (en nee, dan bedoel ik niet ‘ze gaan allemaal dood’). Het luisterboek duurt ruim tien uur en met name de laatste twee uur kabbelt het verhaal zo’n beetje voort in het heden. Ik heb het wel helemaal geluisterd, maar het was een aardig lange zit. De redacteur had wel wat meer mogen ingrijpen in de opbouw en stijl!
Wel een eervolle vermelding voor Dieuwertje Blok, die verdiende het niet dat ik naar haar schreeuwde. Haar stem is heel prettig om naar te luisteren, ze beheerst haar talen en het is mooi hoe ze met haar stem verschil weet te maken tussen Sarah (het Joodse meisje in het verleden) en Julia (de Amerikaanse journaliste in het heden), zonder dat het er te dik bovenop ligt.

Contract

contract

Ik had het eigenlijk nu pas willen vertellen. Dat was het oorspronkelijke idee, wachten op het contract. Want je weet maar nooit. Of, als je mij bent: het zal wel weer niet doorgaan. Nu had ik eigenlijk geen reden om aan te nemen dat het niet door zou gaan. Steeds minder. Want ondertussen werd (en wordt) er hard gewerkt aan de bundel en alles daaromheen. Ik wist al dat het ‘gewoon’ het Modelcontract zou zijn, en wanneer dat ongeveer mijn kant op zou komen.

Uiteindelijk bracht ik toch het nieuws vast, en dat was ook goed. Maar nu is het contract er ook echt! Vrijwel iedereen wist het inmiddels al, en het ondertekenen en terugsturen was op zichzelf ook niet heel bijzonder. Alles wat erin staat was al afgesproken, maar in het contract staat het allemaal nog eens opgesomd: de titel (waarover later meer), de deadline, hoe mijn naam in het werk vermeld zal staan. Niet dat ik een of ander vreemd pseudoniem gekozen heb, maar meer het idee: er zal dus een werk zijn waarin mijn naam vermeld zal staan! Dat de uitgever zich verplicht het werk binnen twaalf maanden uit te geven en belooft er zorgvuldig mee om te gaan, daar komt het zo’n beetje op neer. O, en hoe het zit als iemand er een toneelstuk of een film van wil maken. En nog zo wat van die dingen die met een dichtbundel toch nooit gaan gebeuren (maar je kunt ze maar vast vastgelegd hebben!).

Behoorlijk indrukwekkend, toch wel. En dat terwijl ik het Modelcontract dus al kende. Ik heb zelfs een heel vak moeten volgen over auteursrecht (tot mijn verbazing vond ik dat heel interessant, ik heb nooit overwogen om rechten te studeren, maar het is genuanceerd en talig, in die zin past het bij me). Het voelt toch anders als het over je eigen werk gaat. Beter!

Tussen alle deadlines door dus bewust even tijd genomen om hierbij stil te staan. Dat schiet er bij mij vaak bij in. Druk, overdreven, focus op wat nog beter had gekund. Maar als je dit al niet viert, wat dan wel?

Het nieuws brengen

Ik had dus een fijne dag in Antwerpen. Maar ik had nog steeds bijna niemand over mijn bundel verteld. Een van de mensen die ik het wel verteld had, was vriendin S., meteen na die lunch. S. zei dat ze al zo’n vermoeden had, maar dacht dat ze het vanzelf wel zou horen (zo fijn als mensen me mijn eigen moment laten kiezen!). En ze deelde haar eigen bijgeloof met me, dat precies andersom bleek te werken dan het mijne: zij vertelde zoiets juist aan zo veel mogelijk mensen, ‘want als zoveel mensen het weten, moet het haast wel doorgaan’. Verfrissend :)

De dagen erna had ik ook veel aan die zienswijze. Ik had op dat moment nog altijd niet besloten wanneer ik het dan wél aan iedereen ging vertellen. Ik wist dat ik erover wilde gaan bloggen en ik had ook al een aantal blogs in voorbereiding, maar dat was het dan ook. Inmiddels wist ik dat mijn collega-dichter totaal geen last had van mijn issues op dit punt: ruim voor de lunch had zij al overal op internet bekendgemaakt dat haar bundel zou gaan verschijnen bij Voetnoot. Dat mag ze natuurlijk helemaal zelf weten. Wel zag ik de bui al hangen: er waren wat foto’s gemaakt bij de lunch.

En inderdaad, ik was nog onderweg naar huis vanuit Antwerpen toen iemand me al feliciteerde met mijn bundel. Hij had mij herkend op een van de foto’s, de collega-dichter gevraagd of ik haar bundel ging redigeren, waarop zij had gezegd dat mijn bundel ook bij Voetnoot uitkwam. Dat neem ik haar niet kwalijk, wat had ze anders moeten zeggen?

Het was alleen niet helemaal (of eigenlijk helemaal niet) hoe ik het nieuws had willen brengen. Ik wil dit heel graag en het heeft voor mijn gevoel erg lang geduurd voor het lukte, daar maak ik geen geheim van. Dan mag het (oké, voor mijn doen) ook best groots aangekondigd worden. Het werd dus tijd om de bundelblogs online te gaan zetten en het te vertellen.

Het is niet zo dat nu ineens alle twijfels weg zijn. Het hoort ook wel bij mij om zo lang mogelijk over alles te twijfelen, ook over dingen die ik niet (meer) kan veranderen. Mijn eerste reactie op alle leuke en lieve reacties op mijn bundelnieuws was dan ook: Als het nu toch niet doorgaat, dan heb ik dit in ieder geval vast meegemaakt. Ja, ik word soms ook heel moe van mezelf. Iemand die ik over mijn aanvankelijke argwaan vertelde, zei: ‘Ging je nu twijfelen omdat ze jouw gedichten góéd vonden?’ Dan kan ik er ook wel weer om lachen, want dat slaat inderdaad nergens op.

Verder doe ik alles wat ik kan doen om ervoor te zorgen dat het gewoon wél doorgaat (vooral nadenken en schrijven), en in de tussentijd probeer ik zo veel mogelijk van alles te genieten. Hopelijk kan ik in de toekomst nog meer publiceren, maar er zal maar één eerste bundel zijn.

En dat dat zo veel mensen iets uitmaakt, dat had ik niet verwacht. Ik ben iedereen die de moeite heeft genomen om iets te laten weten enorm dankbaar. ♥

Our Gay Wedding The Musical

gaywedding

♥ Drie jaar getrouwd vandaag! ♥

Ik ben niet heel activistisch ingesteld. Sowieso niet, en ook niet op dit vlak. Dat wil zeggen, ik ben er open over dat ik met een vrouw samen ben, maar verder vind ik het al snel best. Ik ben getrouwd omdat ik dat wilde, niet om een statement te maken. Het is iets van ons samen, voor mij heel gewoon en ik ervaar in mijn dagelijks leven gelukkig weinig problemen. En toch, zolang het niet voor iedereen net zo gewoon is als heteroseksualiteit (en laten we eerlijk zijn, daar kunnen we lang op wachten), blijf ik zo nu en dan tegen dingen aan lopen. Niet alles gaat even makkelijk, niet alles kan, dat kan frustrerend en stom zijn. De liefde vieren en klagen vind ik niet zo goed samengaan, maar de liefde vieren en even stilstaan bij hoe blij we mogen zijn dat we in dit tijdperk en in dit deel van de wereld leven zeker wel. Dus dat wilde ik ook vandaag weer doen. En dat doe ik door dit te delen.

In Engeland en Wales kunnen twee mannen of twee vrouwen sinds een jaartje ook trouwen. Benjamin en Nathan deden dat vorig jaar zodra het kon, maar dan wel op een heel bijzondere manier: ze besloten hun huwelijksceremonie in de vorm van een musical te gieten. Ze spelen het niet, voor alle duidelijkheid, ze trouwen echt in die musical. Nathan is musicalacteur en Benjamin is componist, dus ze wisten wat ze deden (maar ze déden het dus ook daadwerkelijk, respect!). De ceremonie is in Engeland uitgezonden op televisie en nu nog online terug te zien.

Als je een keertje drie kwartier overhebt, bekijk dan deze video. Ik vind het enorm bewonderenswaardig hoe ze het tegelijkertijd geëngageerd, persoonlijk en vrolijk hebben laten zijn. En Stephen Fry heeft eraan meegewerkt! En er zit poëzie in, en een verwijzing naar breien! Maar het is vooral een van de ontroerendste dingen die ik ooit heb gezien.


Our Gay Wedding The Musical by dm_52332328c1bd8

Boeken van maart

Maart was nogal een drukke werkmaand en toen werd ik ook nog ziek. Daar had ik helemaal geen tijd voor, dus dat resulteerde ook niet in met een boek in bed liggen (ik was blij als ik mijn ogen niet open hoefde te houden). Dus nee, ik kom privé weer niet boven de twee boeken per maand uit. Blijkbaar is dat zo’n beetje wat op dit moment binnen mijn mogelijkheden ligt. Toch kwam ik er laatst achter dat ik mezelf een grand lecteur mag noemen. Ik geloof dat dat eerder ligt aan de lage standaard dan aan mijn enorme leeshonger, want daarvoor hoef je slechts twintig boeken per jaar te lezen (bron). De oogst van deze maand:

DSC_0366-001

Mark van der Werf – Meester Mark draait door
Ervaringsverhaal van een ex-journalist die de pabo gaat doen. Op een zogenaamde zwarte school in Rotterdam wordt hij voor de leeuwen gegooid. Dit vond ik een heel leuk en interessant boek! Ongelooflijk hoeveel problemen er zijn op zo’n school. Het is dus een reguliere basisschool, maar af en toe had ik echt het idee dat het over het speciaalste speciaal onderwijs ging dat er is. Ik heb nu nog meer bewondering voor mijn tante, omdat zij denk ik wel het type leerkracht is dat Van der Werf beschrijft: de toegewijde, capabele leerkracht met vele jaren ervaring. Enige minpuntje van dit boek: het is erg slecht gecorrigeerd, het lukte me niet om dat te negeren. Misschien moet ik mezelf aanbieden bij Scriptum.

ditzijndenamen

Tommy Wieringa – Dit zijn de namen
Ja, ja, soms lees ik heus ook literaire romans. Dit zijn de namen heb ik cadeau gekregen en nogal beschamend lang ongelezen gelaten (helaas is dit lang niet het enige boek in huis waarvoor dit geldt). Ik heb ooit Joe Speedboot wel gelezen, maar verder volgens mij niets van Wieringa. Zijn stijl is echt heel mooi! Maar wat komt het toch weinig voor dat ik de stijl én het verhaal mooi vind. Ik vond dit een beetje een ‘mannenboek’ (hoezo seksistisch). Ik weet niet, het is best vrouwonvriendelijk en er komen nogal wat gewelddadige acties en aangevreten lijken in voor, en ik kan daar dus niet zo goed tegen. Het zijn eigenlijk twee verhalen, over een politiecommissaris die op zoek is naar zichzelf (corruptie, macht, jodendom) en over een groep vluchtelingen die door een desolaat landschap zwerft (honger, uitputting, groepsdruk). Dit alles speelt zich af in een fictief Sovjet-land. De flaptekst belooft dat de twee verhalen uiteindelijk bij elkaar zullen komen en dat is uiteindelijk ook wel zo, maar dat duurt láng! M. en ik kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat het boek je juist de uitzichtloosheid wil laten ervaren. Dat klinkt wel literair, hè? Maakt wel dat het een hele zit is. Totdat die verhalen dus bij elkaar komen, toen wilde ik ineens wél weten hoe het af zou lopen en had ik het zo uit.