Podiumprent

Op de nieuwjaarsborrel van de Eemlandse schrijvers ontmoette ik Gemma Oosterhof. Gemma studeert aan de kunstacademie en heeft een maandelijkse rubriek op de site van Eempodium: Podiumprent. Ze vertaalt daarvoor een tekst naar beeld, en was dus op zoek naar teksten. Gemma bleek heel sympathiek en de voorbeelden van haar werk die ze bij zich had spraken me erg aan. Ik wilde dus heel graag een tekst aanleveren. Gelukkig leek Gemma dat ook een goed idee! Ik moest wel een paar maandjes wachten, want uiteraard waren er meer gegadigden voor dit leuke project.

Ik kwam voor juni op de planning te staan, en Gemma had zelfs al een tekst gevonden die haar aansprak: mijn gedicht ‘Plantsoen’. Ze vroeg nog wel om wat andere mogelijke teksten, en die heb ik haar ook gestuurd, maar ze bleef uiteindelijk toch bij ‘Plantsoen’. Des te beter. Ik vind het altijd heel bijzonder als iemand ‘iets doet’ met een tekst van mij, en ik heb natuurlijk best allerlei teksten die ik graag verbeeld zou zien, maar ik vond het vooral belangrijk dat ze koos wat ze wilde.

Gemma maakte een prachtige collage bij mijn gedicht, die je hier kunt zien. Ik ben erg blij met het resultaat!

Plantsoen

In een stad waar ik niet gewend ben
een dochter te zijn
maken vrouwen zich op
voor de avond.

Langs de ramen gaat een parade
van zwikkende enkels. Ik vraag me af
wie van ons het eerste in de goot verdwijnt,
hoe je huissleutels het beste
uit putten kunt vissen en dan ook maar meteen
hoe je hoop kunt putten uit drab.

Ik versnipper mezelf in het natte gras.
Achteraf verwissel ik vuilniszakken
met bergplaatsen voor medelijden.

Optreden

Op 6 november 2016 trad ik voor het laatst op. Ik schreef er hier iets over. Ik was hoogzwanger en ik herinner me dat de organisatoren vroegen wanneer ik uitgerekend was en daarop een beetje deden alsof ik nog zeeën van tijd had, alsof het overdreven was dat ik had gezegd te zullen komen, tenzij de baby dan al geboren zou zijn.

Nu dacht (hoopte?) ik zelf ook steeds dat ik nog zeeën van tijd zou hebben. Ik voelde me heel goed en genoot erg van mijn verlof. Eerste baby’s worden gemiddeld het vaakst geboren tussen 40 en 41 weken zwangerschap. Ik was het laatst uitgerekend van iedereen van de zwangerschapscursus, om de een of andere reden was ik ervan overtuigd dat we die volgorde zouden aanhouden. Nou, en iedereen was nog zwanger, dus voorlopig was ik heus nog niet ‘aan de beurt’. Toen ik vrijdagavond laat weeën kreeg, terwijl ik de maandag daarop ‘pas’ uitgerekend zou zijn, was mijn eerste reactie dan ook: Hè, nee, niet nu al! Ik wilde heus wel dat onze baby uiteindelijk geboren zou worden, maar zou het helemaal niet erg hebben gevonden als het nog een weekje langer had geduurd.

Goed, die zaterdagavond was er dus een baby. Die binnenkort ineens jarig is. Het afgelopen jaar heb ik weinig geschreven en helemaal niet opgetreden. Ik ben nergens voor gevraagd en ook zelf niets geregeld. Of nee, dat is niet helemaal waar: ik had me voor één gelegenheid aangemeld, maar uiteindelijk bleek ik daarbij als ‘gepubliceerd auteur’ in een andere categorie te vallen, namelijk in de categorie die zich niet zelf kon aanmelden maar eventueel zou worden uitgenodigd. Wat dus niet gebeurde.

Ik heb het niet gemist. Zo. Daar staat het. Dat komt goed uit, want men heeft mij ook niet gemist. Ik krijg wel regelmatig de vraag of er een tweede bundel komt. Voorlopig niet, die kan ik nog lang niet vullen en de uitgever van mijn debuut is gestopt met het uitgeven van poëzie. Ik heb zeker nog wel ideeën voor blogs, gedichten en andere teksten, maar ik heb weinig zin om me bezig te houden met waar ik mijn gezicht moet laten zien en hoe ik me moet presenteren. Met mijn zenuwen. Met waarom sommige dingen maar niet lukken, wie er allemaal meer bereiken en waarom. Ik schrijf dit niet om te laten zien hoe goed en onafhankelijk ik wel niet ben, want het lukt me vaak helemaal niet om dat soort dingen los te laten. Maar niet alles kan, en zeker niet alles kan nu meteen. Optreden heeft kennelijk op dit moment voor mij helemaal geen prioriteit. Ik weet eigenlijk wel zeker dat dat een flink nadeel is bij het verwezenlijken van mijn ambities, maar dat is dan maar zo.

Therapeutisch schrijven

Ik denk dat mensen vaak beginnen te schrijven om dingen te verwerken. Dat gold in ieder geval voor mij toen ik begon met schrijven. En het hielp. Het schrijven en het wereldje waar ik in terechtkwam, het wereldje van de poëzie en de (jongeren)schrijfwedstrijden. Veel fijne mensen ontmoet en veel leuke dingen gedaan.

Vanaf dat moment neem ik schrijven serieus. Dat wil niet zeggen dat het niet meer fijn of helend kan zijn, maar wel dat ik werk aan mijn teksten. Ik wil mijn werk delen, publiceren. Dit heeft twee jaar geleden ook geleid tot mijn debuutbundel. Ik schrijf nog steeds veel over gebeurtenissen uit mijn eigen leven, maar ik hoop dat mijn werk mijn persoonlijke ervaringen kan overstijgen, dat anderen erdoor geraakt worden, zich erin herkennen enzovoort. Ik gebruik mijn eigen leven nu meer dan dat ik er verslag van doe.

Therapeutisch schrijven heeft geen beste reputatie, waarschijnlijk dankzij mensen die hun dagboeken bij uitgeverijen door de brievenbus gooien en verwachten dat die integraal worden gepubliceerd, maar zo erg hoeft het dus niet te zijn. ;)

Een tijdje geleden had ik een gesprek met iemand die me vroeg te reageren op een bijzonder slecht gedicht. Hij vond het zelf duidelijk heel mooi en treffend, ik hoop maar dat hij het niet zelf had geschreven. Noem het beroepsdeformatie, maar ik kon dat dus niet serieus nemen. Ik werd zo afgeleid door de belabberde vorm dat ik geen behoefte had om over de eventuele boodschap te praten. En hij begreep niet waarom niet, vond het volgens mij ook echt vervelend dat ik er niet zo van onder de indruk was als hij.

Natuurlijk kunnen woorden van anderen helpen, maar deze niet. Niet voor mij, in ieder geval. Niet meer, misschien. Eerlijk is eerlijk, er zijn zeker tijden geweest waarin ik het liefst zo veel mogelijk over boeken praatte en mensen zo veel mogelijk verhalen liet vertellen om zelf maar niet aan bod te hoeven komen. Ik sluit niet uit dat ik hem op mijn zestiende om een kopietje van het gedicht zou hebben gevraagd.

Maar ik ben (gelukkig) geen zestien meer. Daarnaast bleef deze persoon maar zeggen dat ik ‘dingen van me af moest schrijven’. Ik had hem moeten vragen wanneer ik dat volgens hem had moeten doen. Ik heb geprobeerd hem uit te leggen waarom dat voor mij nog niet zo makkelijk is. Door mijn werk, doordat ik ook zeer kritisch ben op mijn eigen teksten. Ik probeer soms best iets voor me uit te typen (meestal moet ik dan een timer zetten om te voorkomen dat ik meteen aan het redigeren sla), maar ik weet inmiddels dat er pas teksten komen waar ik echt iets mee kan als de scherpste randjes eraf zijn. En dat vind ik niet erg. Ook dat begreep hij niet.

Dit was iemand die vanuit zijn functie, vind ik, een poging had moeten doen het te begrijpen. Er speelde helaas nog het een en ander tussen ons, waarvoor hij geen enkele verantwoordelijkheid nam. Als kers op de taart van dit toffe contact belde hij me op een gegeven moment speciaal op om me terecht te wijzen. Ik houd het bewust een beetje vaag omdat ik nog niet precies weet wat ik hierover kwijt wil, maar ik had eerder iets verwacht als: ‘Goh, klopt het dat je onze afspraak hebt afgezegd? Wil je nog een nieuwe afspraak maken? Hoe gaat het met je? Wat vervelend dat je dat zo hebt ervaren. Wat kan ik doen om dit te verbeteren?’ Het was al met al behoorlijk bizar en zo iemand mag lekker mijn leven weer uit.

Ik voelde me overvallen en teleurgesteld, maar uiteindelijk vooral ook erg geïrriteerd. Zoals je wellicht merkt. :) Vandaar dat ik er maar een blog over schrijf, hoe therapeutisch! Ik weet niet zeker of ik er op de lange termijn goed aan heb gedaan om het zo af te kappen, maar ik denk dat het ook anders zou moeten kunnen. Dat het anders had moeten gaan, eigenlijk.

Ondanks de gang van zaken heb ik er kracht uit gehaald. Hij bepaalt niet of, wanneer en hoe ik ergens over schrijf. Niemand. Ik weet nog dat de kraamverzorgster na enkele dagen vroeg of ik de bevalling had verwerkt (en dat ik dan ‘ja’ zou zeggen en zij dat af kon vinken, ik vrees dat dat echt haar idee was, want ze was helaas nogal van de lijstjes). Mijn bevalling ging prima, ik kijk er positief op terug, maar deze vraag kwam voor mij wel heel snel (ik bedoel, het was wel een bevalling en daarna heb je dus een baby). Ik zei: ‘Nee, ik moet er ook eerst nog over schrijven.’ Er moest achteraf gezien veel te veel in mijn kraamtijd, misschien schrijf ik daar nog weleens iets over hier, maar dit wilde ik wel echt zelf. L. had het ons aangeraden en ik wist van tevoren al dat ik het wilde doen. En ik ben blij dat ik het heb gedaan.

Waarschijnlijk kun je dat ‘van je afschrijven’ noemen. Maar als ik wil wachten tot ik ergens een gedicht over kan schrijven, dan doe ik dat ook. Ik doe het op mijn moment en op mijn manier.

Afgelopen week heb ik hard aan zo’n gedicht gewerkt. Ik wil er iets mee proberen te doen, dus ik deel het vooralsnog niet op mijn blog, maar ik voel me er goed bij. En toen bedacht ik dat het schrijven zelf ook therapeutisch is voor mij. Juist niet zomaar wat in het wilde weg typen, maar het kauwen op ieder woord. Het feit dat ik de volledige controle heb over wat ik vertel, ook als ik geen enkele controle heb gehad over de gebeurtenissen waarover ik vertel. Dat het materiaal kan worden. Mijn materiaal.

Over schrijven en slapen

Ik was zo goed bezig. Hier schreef ik het al: ik heb veel van mijn schrijftijd in het kader van Camp NaNoWriMo besteed aan een verhaal. Het idee daarvoor had ik al langer, maar dat was meer een idee zonder duidelijk verhaal of bepaalde personages, en daardoor is het in dit verhaal erg vervormd. Ik heb heel lang vrijwel alleen maar poëzie geschreven en wilde graag meer met proza doen (hoewel mijn poëzie soms naar proza neigt en mijn proza naar poëzie), en dat deed ik met dit verhaal.

De deadline voor de wedstrijd waar ik het over had is inmiddels verstreken, en ik heb hem niet gehaald. Wat ging er mis? Ik weet het niet, maar het had vast iets te maken met (niet) slapen en tijd. S. sliep slecht, werd een beetje ziek en sliep daardoor nog slechter (daar schreef ik laatst al over) en als er dan toch tijd was om te schrijven, was ik vooral erg moe. En negatief. Want dat gebeurt blijkbaar als ik slecht slaap, dan zie ik weinig nog zitten en schrijven dus ook niet. Dan kan ik alleen nog maar denken dat er toch niemand op mij zit te wachten, zie ik alleen maar mensen die wél succes hebben en alles durven. En blijkt de boom die op mijn auteursfoto staat te zijn omgehakt. Dat laatste is helaas sowieso waar.

Natuurlijk is er in principe niks verloren. Het hoeft allemaal niet nu meteen. Het is niet vreemd dat het nu niet allemaal meteen gaat. Ik was goed op weg en kan ermee verder wanneer ik wil. Ik heb weer even mogen ervaren hoe fijn het is om invallen te krijgen die je alleen krijgt doordat je aan een tekst werkt. Dat je personages stemmen krijgen. Ze zwijgen als ik niet schrijf, alsof ze zeker willen weten dat ze serieus genomen worden.

Toch schrijven, dat is waarschijnlijk de manier. Gisteren probeerde ik iemand tevergeefs uit te leggen hoe moeilijk het voor mij is om dingen ‘gewoon van me af te schrijven’. Beroepsdeformatie. Ik wil altijd meteen redigeren, ik heb altijd meteen een mening over mijn formulering. Dat schiet niet op, ik moet eerst materiaal hebben. Klei. Het enige dat soms helpt, is een timer gebruiken en bijvoorbeeld een half uur proberen om zo veel mogelijk achter elkaar te schrijven. Dat vond diegene een bewijs hoe streng ik voor mezelf ben. Het gaat er echter niet om dat ik dan een half uur móét schrijven. Ik heb de afbakening nodig zodat ik minder afdwaal.

Ik weet het allemaal wel, ik doe het alleen niet. En ik weet even niet zo goed hoe erg dat is/ik dat vind. Wordt vervolgd. Eerst slapen.

Camp NaNoWriMo: de einduitslag

Het is augustus, en dus is Camp NaNoWriMo voorbij. Ik heb mijn doel, minimaal 1000 minuten aan schrijven besteden, bereikt! Zondag de 30e al, dus het kostte uiteindelijk niet eens heel veel moeite. Het kwam wel pas goed op gang toen ik even niet werkte, maar dat is waarschijnlijk ook niet zo vreemd. Afgelopen week heb ik prompt weer heel weinig geschreven, dus tja. Doelen en deadlines werken? Nog maar even de doelen langslopen dan.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit is nog steeds het plan. De deadline voor de wedstrijd waar ik aan mee wil doen is 1 september, dus ik heb deze maand nog een hoop te doen. Ik hoop echt dat het lukt, ik ben ook echt al serieus met mijn tekst bezig geweest, maar ik schat in dat het nog veel werk gaat zijn.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Dit plan staat voorlopig in de ijskast. Er kan natuurlijk altijd iets interessants voorbijkomen, maar het hoeft even niet zo.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit is gelukt en ga ik proberen vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ook gelukt. Eerlijk is eerlijk, zonder dit punt zou het een stuk lastiger zijn geweest om die 1000 minuten te halen. Maar het was wel erg fijn. Flink wat artikelen zetten me aan het denken. Over mijn tekst, schrijven in het algemeen en zeker ook over redactie. Ik heb zelfs aantekeningen gemaakt! Zo hebben ze een serie ‘over het vak van redacteur’, geschreven door Jacqueline de Jong. Aangezien dat vak al jaren mijn vak is, ben ik niet de doelgroep. De insteek is uiteraard om (amateur)schrijvers een kijkje achter de schermen te geven. En toch lees ik die serie heel graag, ze helpt me om mijn positie te bepalen. Erg waardevol!
– Aan een nieuwe tekst werken. De tekst voor de wedstrijd dus. En ook nog wel wat andere ‘dingetjes’, maar die vallen vooralsnog in de categorie ‘van je af schrijven’ en ik weet nog niet of ze ooit een ander doel zullen hebben. Hoeft ook niet.
– Dat ene toneelstuk lezen. Daar is het nog steeds niet van gekomen. De tekst waar het voor is heeft momenteel ook geen prioriteit.

Over mijn huidige doelen kan ik kort zijn: bloggen en meedoen aan die wedstrijd!

Klei

Keramiek lijkt in te zijn. En je kent mij, ik volg alle trends natuurlijk op de voet en dus… Ahum. Ik en klei, het is nooit een gelukkige combinatie geweest, vraag maar aan mevrouw van de H. van handvaardigheid. Maar het valt me op dat verschillende hippe meisjes ineens pottenbakcursussen volgen en daarover bloggen. Daarvoor waren M. en ik al verslingerd aan The Great Pottery Throw Down op de BBC. We mogen ook graag kijken naar programma’s als Heel Holland Bakt en The Great British Sewing Bee (ik wacht uiteraard nog steeds op iets als Heel Holland Handwerkt), dus het was op zich geen verrassing dat we dit ook leuk vonden. Behalve misschien dat we zelf nog weleens iets bakken of wat achter de naaimachine zitten te klooien. Het mag allemaal geen naam hebben, maar we hebben er meer ervaring mee dan met pottenbakken. Misschien was dat ook juist wel wat we er zo leuk aan vonden. En zo zit je ineens te kijken naar mensen die een (werkende) wc proberen te boetseren.

Ik besloot M. voor haar verjaardag een pottenbakworkshop cadeau te geven (en dan zelf ook mee te gaan, zo egoïstisch was ik wel). We hebben die met nog wat mensen gevolgd bij Werfklei in Utrecht en het was erg leuk en gezellig, aanrader. Zoals verwacht was het ook erg moeilijk. In anderhalf uur bereik je zonder enige ervaring niet veel, maar ik vond het tof om het eens uit te proberen en het viel me uiteindelijk nog mee hoeveel we zelf konden doen. Je ziet dat ik toch meteen al een geheel eigen stijl heb, haha. Mijn werkstuk was het scheefst, maar ook het hoogst. Karakteristiek, zullen we maar zeggen.

Dit heeft allemaal niets met schrijven te maken, maar ik heb nu al een paar keer gelezen dat je als schrijver eerst moet zorgen voor materiaal. Voor klei, een homp taal waarmee je kunt werken. Ik weet niet wie dat het eerst bedacht, maar het spreekt me erg aan. Ik vind het lastig om als ik schrijf niet meteen ook te gaan redigeren. Logisch misschien, gezien mijn vak, maar onhandig. Het eindigt er vaak mee dat ik zo ga twijfelen en schrappen dat ik weinig meer overhoud waarmee ik verder kan. Dus nu probeer ik tegen mezelf te zeggen: eerst de klei.

Camp NaNoWriMo: de tussenstand

Juli is alweer over de helft, dus laten we eens kijken hoe het ervoor staat met CampNaNoWriMo. Ik wilde 1000 minuten aan schrijven besteden in juli. Tot nu toe heb ik er 223 minuten aan besteed, maar deze week en volgende week hebben M. en ik vakantie en ik ben nu niet meer ziek, dus ik hoop dat ik er nu wat meer tijd aan kan besteden.

Ik had ook een aantal subdoelen opgesteld.
– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Ik heb verschillende wedstrijden op het oog. Ik heb eventueel een paar gedichten (die ik helaas niet deze maand heb geschreven, maar waar ik nog niets mee heb gedaan) die ik zou kunnen inzenden, maar ik heb ook een prozawedstrijd gezien waar een verhaal waar ik nu aan werk goed bij zou passen, dus misschien moet ik me daar in eerste instantie op richten. De deadline daarvan is gelukkig niet meteen volgende week, dus het is een serieuze, realistische optie.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Hier ben ik minder mee bezig. Ik zou het kunnen proberen met genoemde gedichten, maar ik weet nog niet zo goed waar ik die aan wil bieden en of ik dat op dit moment wel wil. Ik weet niet precies waarom, maar het idee spreekt me minder aan dan toen ik dit lijstje doelen maakte, dus misschien moet ik dit voor nu even laten rusten. Ik sluit trouwens niet uit dat ik het ineens weer wel wil, wispelturig als ik ben.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit lukt tot nu toe! Ik moet eerlijk zeggen dat het me niet heel makkelijk afgaat en dat ik nog het een en ander in mijn conceptberichten had staan, maar daar publicabele blogs van maken is ook bloggen. Ik hoop dit vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Bijlezen kan ik het nog niet bepaald noemen, maar ik heb het een en ander gelezen, waaronder een erg interessant en concreet artikel van Inge Schouten over korte verhalen. Daar wil ik in ieder geval echt iets mee doen.
– Aan een nieuwe tekst werken. Ik schrijf aan een verhaal dat ik dus misschien voor een wedstrijd wil inzenden. Of nee, niet misschien, want een concrete deadline helpt. Ik schrijf aan een verhaal voor die wedstrijd. Het stelt nog niet zoveel voor qua aantal woorden, maar het is meer dan ik lange tijd heb kunnen zeggen.
– Dat ene toneelstuk lezen. Nog niet gedaan.

Conclusie: Ook al heb ik minder gedaan dan ik gedaan had willen hebben, dit werkt voor mij wel, want ik blog en schrijf weer. En ik heb er plezier in, en dat hoopte ik vooral terug te vinden. Ik denk dat het niet heel interessant is om volgende week nog een keer te updaten (tenzij ik ineens superveel heb gedaan, zou mooi zijn), maar begin augustus volgt sowieso een eindstand!

Camp NaNoWriMo

Ik wil weer iets met schrijven gaan doen. Hoger dan dat ligt de lat op dit moment niet, maar op dit moment is dat ook hoog zat. Camp NaNoWriMo is een spin-off van de National Novel Writing Month, waarbij mensen in een maand (november) een nieuw verhaal van minimaal 50.000 woorden schrijven. Tja, het kan, ik heb het ook weleens gedaan, maar ik zou nu niet weten waar ik de tijd vandaan zou moeten halen. Het heeft me ook nog nooit veel opgeleverd, buiten een bepaald aantal woorden over niks.

Camp NaNoWrimo is in april en juli, en daarbij kun je veel meer je eigen doelen stellen. In aantal woorden of pagina’s, maar ook in uren of minuten. Voor dat laatste heb ik gekozen: ik wil deze maand minimaal 1000 minuten aan schrijven en dingen die met schrijven te maken hebben besteden. Klinkt algemeen en weinig? Misschien, maar het zou echt al heel wat zijn.

Ik heb een paar subdoelen bedacht. Het is geen lijstje wat ik per se af moet werken en alsnog niet al te concreet, maar hopelijk geeft het wat houvast en inspiratie.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit heb ik altijd heel leuk gevonden. Sterker nog, ik denk dat het een belangrijke reden was voor mij om ooit met schrijven te beginnen en ermee door te gaan. Ik doe nu niet vaak meer aan wedstrijden mee. Ik mag ook niet meer aan alle wedstrijden meedoen. Voor sommige ben ik te oud en voor sommige mag je nog niet hebben gepubliceerd. Maar er blijven er ongetwijfeld nog genoeg over.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Zou ik ook heel leuk vinden. Ik wil deze maand proberen om iets van kopij in orde te maken en ergens naartoe te zenden. Ik weet ook nog niet wat of waarheen en ga afwijzingen hier waarschijnlijk niet delen. Bovendien duurt het meestal heel lang voor je uitsluitsel krijgt, dus waarschijnlijk zal ik hier niet meer over te melden hebben dan of ik het heb gedaan. Maar ik hoop dat ik het kan doen.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Deze blog had ik natuurlijk al vóór 1 juli klaar moeten hebben staan, dus die tel ik nog maar niet mee.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ik krijg dat tijdschrift opgestuurd omdat ik manuscripten beoordeel voor Schrijven Online, maar vaak lukt het niet om het te lezen. Terwijl er best vaak interessante en leuke dingen in staan.
– Aan een nieuwe tekst werken. Daadwerkelijk schrijven mag natuurlijk niet ontbreken in deze lijst en zou waarschijnlijk helemaal bovenaan moeten staan, maar laat ik het er maar gewoon tussen zetten om mezelf niet te veel onder druk te zetten.
– Dat ene toneelstuk lezen. Ik heb heel lang geleden een toneelstuk gekopieerd uit een boek als inspiratie voor een verhaal dat ik nog altijd niet echt heb geschreven. Misschien vormt het een goed startpunt. Of juist niet, maar het zou fijn zijn om dat in ieder geval te weten.

Uiteraard zal ik binnenkort een update geven!

Onder voorbehoud

De poëziemiddag zou in april al zijn, maar was om organisatorische redenen uitgesteld tot gisteren. Of ik nog steeds wilde voordragen, ze hoopten heel erg van wel. Eh, ja, tenzij de baby tegen die tijd besluit te komen. Dat begrepen ze gelukkig.

Vanwege het uitstel was het thema ‘het voorjaar in het najaar’ geworden, en daar paste de Buik natuurlijk prima bij. Al vergat ik even dat het misschien niet zo’n heel goed idee meer was om die enorm hoge trap in het Eemhuis te nemen. Ik hoefde me niet voor te stellen aan de organisatie en ook verder kreeg de Buik veel aandacht, wat ik eigenlijk wel logisch en fijn vond. Het voelde ook best bijzonder om ermee op te treden. Ik kom afspraken graag na, dus ik was blij dat ik erbij kon zijn, ondanks mijn wat problematische relatie met optreden in het algemeen. Ik vrees dat dat blijvend is.

Soms denk ik: Al publiceer ik tien bundels (in dit tempo hoef ik daar tenslotte slechts 120 voor te worden), dan nog zullen er na afloop van een optreden mensen naar me toe komen om me te vertellen dat ik talent heb en vooral door moet gaan, maar… dat ik wel wat meer ruimte in mag nemen op het podium. Dat ze wel konden zien dat ik zenuwachtig was. Dat mijn teksten het waard zijn dat ik mezelf beter presenteer. Enzovoort.

En dat gebeurde gisteren niet eens, kun je nagaan. Of nou ja, dat van dat talent en dat dóórgaan wel, maar de rest zat alleen in mijn hoofd. F., die altijd beweert dat hij mij ontdekt heeft, zei dat nu ook weer tegen iemand, maar hij vertelde erbij dat het een beetje was zoals met Columbus en Amerika: ik was er al, maar toch.

Soms zou ik wat meer willen hebben van de onbevangenheid van andere mensen. Jullie hebben gezegd dat ik maar drie minuten heb, maar dat is natuurlijk belachelijk weinig, dus zie me maar weer eens van het open podium af te krijgen. Ik schrijf trouwens ook songteksten. En koop mijn bundel, mensen! Het is niet per se sympathiek of realistisch en het brengt je ook niet per se verder, maar het moet heerlijk zijn om er niet aan te twijfelen dat men op je zit te wachten.

Ik weet ook wel dat mijn schrijven vaak voortkomt uit gepieker, ik zou heel andere dingen maken als ik me anders zou verhouden tot de wereld. Momenteel gaat het misschien nog wel trager en moeizamer dan ooit, al heeft het vele wakker liggen ’s nachts een nieuw gedicht opgeleverd waar ik blij mee ben. En er is sinds kort een document dat ‘Bundel 2’ heet, dat tot nu toe maar liefst vijf teksten bevat en ik nog totaal niet serieus kan nemen. Maar dat geeft misschien niet.