De BreiSTER – Opdracht 1

Leeswaarschuwing: In deze blog schrijf ik over mijn deelname aan De BreiSTER, de brei- en ontwerpwedstrijd van Wolplein. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 3, en dat is de aflevering over de eerste opdracht (in aflevering 1 en 2 maak je kennis met de kandidaten). Ik verklap in deze blog ook de uitslag van deze aflevering. Wil je de aflevering eerst zien? Dat kan hier.

Op zaterdagochtend was de kick-off van de wedstrijd bij Wolplein in Zaltbommel, en op maandag zouden we de eerste opdracht krijgen. Dat weekend was het dus meteen al superspannend. Het was gezellig en onrustig in de kersverse appgroep. Wat zou de eerste opdracht zijn? Hebben jullie die zak met garen al opengemaakt (dat mocht alvast)? Wie heeft er al iets gevlogd?

Ik besloot toch maar te filmen dat ik de zak met garen openmaakte, dan zou de kop er in ieder geval af zijn (hiervan is niets in de aflevering terechtgekomen). Zoals ik al eerder zei, de vlogverplichting heeft me gigantisch laten twijfelen over of ik mee wilde doen. Ik ben er uiteindelijk voor gegaan en het wende ook ergens wel om het te doen. Een beetje. (Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat ik het nu goed kan.) Het was niet zo erg als ik me van tevoren had voorgesteld, maar ik kan me altijd uitstekend voorstellen van tevoren dat dingen Heel Erg zijn. Ik kijk heel graag handwerkvlogs van anderen (in het Engels verwarrend genoeg vaak podcasts genoemd), maar ik denk niet dat ik er zelf snel een zal hebben.

In de zak bleek sokkengaren te zitten, Soqs van Durable, in zes verschillende kleuren. Een weggevertje? Voor mij niet, want ik ging er zonder meer van uit dat we niet bij de eerste opdracht meteen een paar sokken zouden moeten breien. Dat leek me een veel te grote opdracht. Bij De HaakSTER krijgen de kandidaten voor de eerste opdrachten maar één week de tijd en wij twee, maar dan nog. Bij de kick-off werd gezegd dat ze echt wel snapten dat breien meer tijd kost dan haken en dat we daarom meer tijd kregen per opdracht. Bij De HaakSTER moesten ze bijvoorbeeld een keer als eerste opdracht een sleutelhanger haken. Een andere keer onderzetters. In mijn ogen heeft het niet zoveel zin om de breisterren meer tijd te geven als je vervolgens een veel grotere opdracht geeft dan dat.

Doordat er dit keer natuurlijk nog geen beoordeling aan voorafging, hoefden we die maandag niet zo lang te wachten op de eerste opdracht. En die luidde: brei een paar sokken…

Er zijn veel mensen die supergraag sokken breien, alleen maar zelfgebreide sokken dragen, altijd wel een paar op de naalden hebben staan enzovoort. Ik hoor zeker niet bij die mensen. Ik heb wel een aantal paar sokken gebreid, maar de laatste keer was jaren geleden (wie weet waag ik me er nog eens aan, want nu ik er zo op terugkijk, krijg ik er wel weer zin in).

Ik was blij dat ik al wel een beetje wist hoe je sokken breit, maar verder zag ik het niet zo zitten. Vooral omdat ik langzaam brei. Ik heb een waardeloze techniek, waarbij ik mijn rechterhand steeds loslaat om de draad om de naald te slaan. Ik zou anders nooit binnen twee weken een paar sokken breien, laat staan dat ik binnen twee weken een paar zelf ontworpen sokken inclusief patroon en foto’s zou afleveren.

Mijn eerste idee mislukte ook totaal. Ik wilde iets doen met verspringende blokjes in drie kleuren. Dat zag er heel leuk uit (al zeg ik het zelf), het liep ook helemaal rond, maar ik had er even geen rekening mee gehouden dat het moeilijk is om in één toer drie verschillende kleuren te gebruiken, zeker als je rondbreit. Het werd te strak en het duurde vooral veel en veel te lang. En ik kon niks anders bedenken.

De snelheid waarmee je iets moet bedenken, dat vond ik meteen heel ingewikkeld aan deze wedstrijd. Ik zag mezelf al als bedachtzaam, maar dat is ook wel echt gebleken. Het idee dat ik nú met iets héél goeds moest komen, bezorgde mij ontzettend veel stress. En stress zorgt er natuurlijk niet bepaald voor dat je goed kunt nadenken. Bij opdracht 1 is dan ook nog eens alles nieuw, je hebt eigenlijk geen idee wat ze van je verwachten, wat de andere kandidaten aan het doen zijn…

Aan de ene kant vond ik het dus lastig om iets te bedenken, maar aan de andere kant vond ik het heel jammer dat we niet ‘vanuit het niets’ iets mochten ontwerpen voor deze eerste opdracht. Een beetje tegenstrijdig misschien. We hadden een basispatroon gekregen van Wolplein, dus het ging eigenlijk alleen om het patroon in de sok, en het maakte daardoor denk ik weinig verschil of je al vaak sokken had gebreid of nog helemaal nooit.

Ik zag echt al voor me dat de allereerste opdracht me meteen al niet zou lukken en sliep er zelfs slecht van. Dan kun je meteen opgeven (zoals mijn moeder behulpzaam suggereerde…), maar dat ging ik natuurlijk niet doen. Uiteindelijk associeerde ik er een ochtendje op los en kwam ik via het verstrijken van de tijd, de opdoemende deadline en een zoektocht naar pictogrammen uit bij ingebreide kalendertjes. Ik weet niet meer precies hoe het ging en ik was niet kapot van dat idee, maar dat moest het toen ook meteen worden, want er waren alweer een paar dagen verstreken en anders zou ik m’n sokken zeker niet af krijgen.

Nadat ik had gekozen voor een volledig ingebreid patroon, realiseerde ik me dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ben in inbreien… Het garen bleek ook nog eens best ongelijk op sommige plekken, met van die pluisjes erin. Met de kleuren die ik had uitgekozen (408 Fresh Coral, 418 Caribbean Sea en 416 Duck Egg Blue) was ik wel blij, en de van Irma gekregen steekmarkeerders pasten er toevallig ook nog eens perfect bij. Ik moest wel lachen toen ik na de deadline zag dat veel andere kandidaten ook precies deze combinatie hadden gekozen.

Nog een manier waarop ik het mezelf moeilijk maakte (jup, dit wordt een thema): ik ging natuurlijk niet het basispatroon precies zo volgen. Je mocht als je dat wilde een andere hiel gebruiken, dus dat ging ik uiteraard doen. Nu denk ik nog steeds dat dat bij mijn ontwerp een goede keuze was, omdat in het basispatroon een Hollandse hiel werd beschreven. Daarvoor zou ik mijn inbreipatroon moeten onderbreken. Bij een hiel met verkorte toeren (een boemeranghiel? Er bestaan allerlei hielen, sommige hebben meerdere namen en ik ben geen expert op dit gebied) zou het beter doorlopen. Niet dat ik ooit al zo’n hiel gebreid had… Het bleek een leuke hiel te zijn om te breien en hij zag er best goed uit, al was het lastig om geen gaatjes te krijgen, maar daar heb ik vaker last van. De teen uit het basispatroon veranderde ik ook nog een beetje, en toen was het een kwestie van precies zo’n zelfde sok nog een keer breien.

De twijfel bleef, maar dat zegt bij mij niet per se veel. Veel was er ook niet meer aan te doen in dit stadium. Ik vond wel dat er nog een accent ontbrak, dus ik bedacht dat ik oranje cirkeltjes zou borduren op sommige kalenders om bepaalde ‘dagen’. Dat was even prutsen, maar ik was er uiteindelijk wel tevreden over. Ook omdat beide sokken daardoor nét niet helemaal hetzelfde werden. Voor wie goed kijkt.

Ik kreeg de sokken op tijd af, en dat beschouwde ik als een prestatie op zich. Ik mocht de sock blockers van S. lenen om ze goed te kunnen laten zien, dat was handig. Toen moest ik er foto’s van maken. En daarbij had ik niet echt een idee wat ik aan het doen was. Ik ben geen goede fotograaf, ik ben een onervaren fotograaf en er was weinig over gezegd bij de kennismaking. Maar deze foto’s zouden ze wel gebruiken voor de beoordeling. En… nou ja, zo’n beetje overal voor. Dus je begrijpt, absoluut niets om me zorgen over te maken! We moesten de sokken breien in maat 38/39, en dat is niet mijn schoenmaat. Gelukkig wel die van M., dus zij was mijn model.

Heel eerlijk? Fotografie interesseert me niet zo. Superonhandig bij deze wedstrijd natuurlijk, dat weet ik, maar zo is het wel. Ik heb mijn best gedaan, maar dat is gewoon niet zo heel goed. Wat me wél interesseert is schrijven (o ja joh?). Ik heb ook nog niet zo veel ervaring met patronen schrijven, maar daarbij was ik meteen helemaal in mijn element. Het patroon uitwerken, een naam ervoor bedenken (‘Van die dagen’ is dat hier geworden), een toelichting erbij schrijven, dát vind ik geweldig. En ik wilde natuurlijk dat dat perfect in orde was. Of in ieder geval zo goed als binnen de tijd mogelijk was. Het zou ook echt mijn eer te na zijn als dat niet zo was. Ik denk dat er weinig mensen zijn die mijn redactiewerk en mijn gebrei met evenveel belangstelling volgen, maar ik vond (en vind) dat ik met mijn beroep niet anders kon.

Ik citeer hier in ieder geval graag mijn toelichting (ik heb er hard aan gewerkt, oké?):

Het thema van mijn sokken is het verstrijken van de tijd, verbeeld door ingebreide pictogrammen van kalenders. Mijn tijd als kandidaat van de BreiSTER. Dat ik de dagen aftelde tot we naar Zaltbommel mochten komen, tot we de eerste opdracht zouden krijgen. Dat ik zo veel mogelijk ruimte probeerde te maken in mijn agenda om te kunnen breien. De naderende deadline.

Het is echter breder dan dat. Mijn breiprojecten vormen een soort tastbare herinneringen aan bepaalde momenten. Van de meeste weet ik nog precies waar en wanneer ik eraan werkte, en daar denk ik aan terug als ik ze zie of draag. Ik vind het heel fijn om delen uit mijn leven op die manier letterlijk dicht bij me te kunnen houden. Dit heb ik willen benadrukken door sommige dagen op de kalenders te omcirkelen met garen.

Uiteindelijk leverde ik alles op zondagochtend in. En dat was zenuwslopend. De deadline was op zondagavond om 23.59 uur (bij alle opdrachten), dus qua tijd was het nog niet eens zo spannend geworden, maar gewoon het idee: nu lever ik alles in, nu kan ik er niks meer aan veranderen, hopelijk heb ik aan alle eisen voldaan, hopelijk werkt alles… De zondag ging voorbij, de deadline verstreek, niks aan de hand… Tot ik me op maandagochtend vroeg (jazeker, na de deadline) realiseerde dat ik in vergelijking met sommige andere kandidaten wel érg weinig MB had verzonden (aan de hand van screenshotjes van WeTransfer in de appgroep die opgelucht werden gedeeld). En ik erachter kwam dat ik op de een of andere manier de meeste van mijn foto’s in lagere kwaliteit had verzonden. Nogmaals, de foto’s waarop de beoordeling gebaseerd zou worden. De foto’s die van zichzelf toch al niet zo veel kwaliteit hadden. Van de allereerste opdracht. Hallo zenuwinzinking. Ik kwam erachter dat het waarschijnlijk iets te maken met instellingen in Google Photos die me nooit eerder waren opgevallen (waardoor ik nu ook vrees dat de fotoalbums van m’n kinderen pixeliger zijn dan ze hadden kunnen zijn), want zoals ik al zei, weinig interesse in fotografie, geen idee hoeveel MB een foto gemiddeld is. Ik stuurde behoorlijk in paniek een mailtje aan Chloë met uitleg en verstuurde de iets betere foto’s. Chloë downloadde die zonder verder commentaar en het had geen gevolgen voor mijn beoordeling. Maar dat wist ik toen nog niet, en het voelde onprofessioneel en gewoon echt niet fijn.

We deelden onze sokken in de appgroep, en toen was het wachten op de uitslag. Ik heb het in eerdere blogs in het midden gehouden omdat ik niet zeker wist of ik dat al mocht delen, maar we wisten van tevoren al dat iedereen sowieso mee mocht doen aan de eerste twee opdrachten en dat er na opdracht 1 dus nog niemand zou afvallen. De punten van alle opdrachten worden echter bij elkaar opgeteld tot de finale, dus het maakte al wel meteen uit hoe je bij deze opdracht zou presteren.

Niet al te best, zo bleek. De jury gaf me weliswaar 86 punten (van de 100), maar bleek zo ongeveer iedereen veel punten te hebben toegekend, waardoor mijn score slechts goed was voor de achtste plaats. Het gaat trouwens vooral om hoeveel punten je scoort van 60, omdat de overige 40 punten gaan over of je aan de opdracht hebt voldaan en alle verplichte dingen hebt ingeleverd. En dat had ik gedaan, ondanks het drama met de foto’s. De 60 punten zijn gelijk verdeeld over originaliteit, netheid en afwerking, en kleurgebruik, en daar scoorde ik er 46 van. Over die puntentelling moeten we het later misschien nog eens hebben, maar netheid bleek mijn zwakke plek te zijn. De jury vond mijn sokken wel leuk bedacht. Ze zeiden dat ze het kleurgebruik ook goed vonden, maar we hebben al gezien dat dat niet bijster origineel was, en ik vind het persoonlijk ook altijd een beetje suf dat ze kleurgebruik zoveel gewicht toekennen in opdrachten waarbij je de kleuren niet (volledig) zelf hebt kunnen kiezen. Ja, we hadden zes verschillende kleuren gekregen, dus er waren diverse opties mogelijk, maar het klinkt voor mij dan toch altijd een beetje als: ‘Mooie kleuren hebben wij voor jullie uitgekozen, hè?’ Ik vond het contrast tussen ‘je sokken zijn niet netjes gebreid’ en ‘de jury is fan van je kleurgebruik’ ook niet bepaald terugkomen in mijn score, met voor kleurgebruik slechts 1 puntje meer dan voor netheid.

Op zich kon ik me wel vinden in het commentaar. Ik had de foto’s gezien van de andere kandidaten, en zelf ook al opgemerkt dat sommigen van hen (veel) netter hadden gebreid dan ik. Ondanks het feit dat ik een trouwe kijkster van De HaakSTER ben, had ik me echter nooit zo gerealiseerd hoeveel waarde Wolplein hecht aan netheid (ik snap nu niet zo goed waarom, want het komt voortdurend terug in de beoordelingen). Ze vinden dat ongelooflijk belangrijk. Het belangrijkst, zo lijkt het soms wel. En ik had uiteraard niet expres niet netjes gebreid. De gedachte die overheerste was dan ook: Dit kan nog wel eens heel moeilijk gaan worden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *