25 mei

Ik brei aan de eerste mouw van mijn Artichoke Sweater. Op dit moment gaat het goed. Nadat ik bang was dat hij te kort, te lang, te kort zou worden. Nadat ik zo vaak opnieuw de steken moest tellen bij de schouders. Nadat de tubular bind-off bij de halsboord zowaar in één keer goed ging, ook al was het laat op de avond, zonder dat ik weet wat ik dit keer anders heb gedaan.

Ik zit in de schaduw in de tuin, geen dingen te doen die ik nog moet doen. In andere tuinen worden zwembadjes opgepompt, vriendschappen geanalyseerd.

Mijn Coomo Cardigan is af, de twee Musselburgh-mutsen ook. Zonder dat ik er foto’s van heb. Het vest heb ik al een keer kunnen dragen toen het eerder deze maand zo koud was. Ik heb een stuk van de mouwen moeten uithalen omdat ze te lang waren geworden na het wassen. Het heeft zo lang geduurd voordat het af was. Zo lang dat ik bijna was vergeten dat ik het zou hebben als het af was.

Mijn hoofd is bij andere projecten zonder nog iets te kiezen. Bij mensen die nooit meer iets van zich laten horen. Bij lesdoelen.

Ik kan weer vijf kilometer rennen. Ik kan weer een klein beetje zingen nadat ik mijn stem compleet kwijt was. Ik kan soms mijn mond niet houden. Ik schrijf zoveel op wat ik aan niemand laat lezen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *