Lief Dagboek (3)

Maandag 22 juli

D. hoest nu ook. Ik ben zo laat op de crèche dat ze al bijna fruit gaan eten. S. vraagt aan alle juffen of die haar speldje hebben gezien. Helaas is dat niet zo, maar ik ben trots dat ze het zelf vraagt. Zo vaak is het: ‘Nee, jij moet het vragen!’ Dat zou ik zelf ook nog steeds het liefst tegen iedereen zeggen, dus ik snap dat wel.
Op de terugweg gun ik mezelf het begin van El Tarangu. Ik heb weining met wielrennen, maar deze podcast is gemaakt door SCHIK, van mijn lievelingspodcast Bob, dus dit móét ik horen. En het begin stelt zeker niet teleur, al dwing ik mezelf om thuis meteen te stoppen met luisteren. Aan het werk!
We besluiten eerst nog eens zelf te kijken of we het wastafelprobleem op kunnen lossen. Ik kom erachter hoe de lades eruit moeten, dat is al iets. Ik doe ’s ochtends al boodschappen en schrijf ook nog even. Er zijn grenzen aan wat je op een dag kunt doen.
Ik moet ’s middags naar het ziekenhuis. Eindelijk. Het ligt ook aan mij dat het zo lang heeft geduurd, maar zeker niet alleen aan mij. Ik was naar de huisarts gegaan met wat klachten na mijn zwangerschap. Huisarts in opleiding had geen idee, deed er na overleg ook heel laconiek over, maar er moest wel iets uitgesloten worden in het ziekenhuis. Eenmaal thuis leek het me niet iets om heel laconiek over te doen, maar goed, eerst maar eens naar het ziekenhuis. Bellen voor een afspraak. ‘Wilt u dan naar Baarn of naar Nijkerk?’ Eh, wat dacht u van dat enorme nieuwe ziekenhuis dat jullie op fietsafstand van mijn huis hebben gebouwd? Nou, dat ging zomaar niet. Ik was stomverbaasd, waardoor ik vasthield aan Amersfoort en pas zes weken later terechtkon. Uiteindelijk ben ik alsnog wel blij dat ik niet helemaal naar Baarn of Nijkerk ben gegaan voor die twee seconden, want het stelt dus echt niks voor. Wat uitgesloten moest worden wordt uitgesloten, wat ik zelf al dacht wordt bevestigd. Dag eigen risico. Nu wachten tot de huisarts deze uitslag ook binnen heeft en dan daarheen bellen.
S. heeft wonderbaarlijk veel energie als ik haar van de crèche kom halen, maar trekt uiteindelijk wel zelf haar sandalen aan. D. heeft over een juf heen gespuugd omdat ze moest hoesten. En een voeding over, wat altijd irritant is, want die kan ik niet opnieuw invriezen.

Dinsdag 23 juli

M.’s moeder komt oppassen, ik werk op zolder en voed D. tussendoor. Het gaat eigenlijk heel goed allemaal.
Aan het eind van de middag mag S. in het badje in de tuin. Zowaar een ontspannen moment, met S. in het badje en D. op een kleed in de deuropening, zodat ik ze allebei tegelijk in de gaten kan houden.

Woensdag 24 juli

Zo vroeg mogelijk boodschappen doen. S. heeft weer een stickerkaart voor op het potje poepen vol (ze wil nog steeds een nieuwe en het gaat ook nog niet altijd goed, dus we gaan nog maar even zo door). Ik kijk of ik ergens een cadeautje vandaan kan halen, een waterspeeltje of zo, maar ik vind niks geschikts. S. houdt zich wonderbaarlijk goed. Ze mag kiezen naar welke supermarkt we gaan en wil daar graag een klein karretje. Dat vind ik heel irritant als we met de kinderwagen ben, maar vooruit dan maar. Als we het karretje terug willen zetten, blijken alle karretjes verdwenen en blijkt ook dat er geen punt is om het eerste karretje aan vast te maken. Oftewel: we kunnen ons muntje niet terugkrijgen. Een andere moeder wil het karretje van haar kind aan dat van S. vastmaken en snapt niet dat ik geen zin heb om met twee karretjes opgescheept te zitten. Daarop probeert ze het kleine karretje aan de grote karren vast te maken (door het op te tillen) en dát trekt eindelijk de aandacht van een caissière: ‘Dat gaat niet werken, hoor mevrouw.’ Zo klantvriendelijk als ze daar toch altijd zijn… Ik had er een winkelwagenmuntje in gedaan en krijg een ander winkelwagenmuntje van haar, dus we kunnen vertrekken. Ik had liever m’n eigen winkelwagenmuntje gehad. Het is maar een winkelwagenmuntje.
S. begrijpt niet waarom ze niet midden op de dag in de felle zon in het badje mag. Later op de middag is er meer schaduw in de tuin en mag ze het wel van mij, maar doordat ik hardop heb overwogen om D. dan mee naar buiten te nemen in haar slaaptentje, zodat de achterdeur dicht kan blijven, wil ze nu alleen nog maar in een tent. Ik maak er een voor haar onder de eettafel met een oud gordijn. Er moet een kleed in, een kussen, een krukje als tafel, en op dat krukje moeten dan een bekertje water en een doosje rozijntjes. D. vindt het best lang prima om voor de ‘ingang’ op het kleed te liggen.

Donderdag 25 juli

Het is steeds te warm om de oven te gebruiken en granola te maken, dus nu maken we overnight oats als we er op tijd aan denken. Het worden al een keer early morning oats, aangezien we toch steeds ’s nachts in de weer zijn met kindjes die het te warm hebben.
Vandaag gaan ze weer naar de crèche. Ik maak me toch een beetje zorgen of ze daar wel goed met de hitte kunnen omgaan, maar het is daar niet per se warmer dan thuis en ik moet gewoon werken. S. heeft zich helemaal verheugd op dat ze D. naar haar groep gaat brengen, maar als we aankomen blijkt er maar een groep open te zijn. Daar is het vrij druk, dus S. moet even acclimatiseren. De juf van D. lijkt gelukkig goed op de hoogte van wat en hoe ze D. kan laten drinken. Met de grotere kindjes gaan ze zelf perenijsjes maken en ijsjeskleurplaten versieren. We krijgen later de schattigste foto’s doorgestuurd. Niet dat S. nooit de kans krijgt om iets te doen, maar ik verbaas me vaak toch nog over wat ze allemaal al zelf kan.
Ik probeer zo goed mogelijk te werken. En besluit toch nu alweer opdrachten af te wijzen, zodat de kans dat ik mezelf weer als vanouds over de kop werk hopelijk iets kleiner is. Het blijft allemaal heel lastig. Een wending pakt voor mij waarschijnlijk wel goed uit, en ik kan een prachtig compliment doorappen naar M., maar aanvankelijk zit ik toch wel weer even van ‘O. Oké. En nu?’
S. komt keihard op me afrennen op de crèche om me een knuffel te geven. D. kan slapend worden overgeheveld in de kinderwagen. S. wil haar sandalen weer niet aan, maar als ze ze eenmaal aanheeft is ze een enorme bikkel bij het naar huis lopen, had ik niet verwacht. Ik maak me zorgen dat D. het te warm heeft in de kinderwagen, maar ik kan er niet veel aan doen. Ik ben blij als we thuis zijn. Binnen is het niet om uit te houden, maar altijd nog minder warm dan buiten.
Ik mag zowaar van S. een aflevering van Het Zandkasteel uitzoeken die we nog niet hebben gezien.

Vrijdag 26 juli

Kort nachtje, want te warm en te veel gepieker. Dan maar vroeg beginnen met werken. Maar goed ook, want om kwart over negen besluit de directeur van Verhalenloket al dat het niet meer verantwoord is om op zolder te werken. Ik mag op M.’s laptop in de woonkamer, maar dat is niet ideaal. Daarnaast wil D. natuurlijk extra drinken als het zo warm is. Dus maar even zien hoe het gaat. M. gaat D. in bad doen met S., en aangezien D. weer lekker aan het spetteren is, frist S. meteen ook een beetje op.
Ik ga de huisarts bellen. De computer van de assistente loopt vast, maar daarna gaat ze omstandig uitleggen wat ze me in het ziekenhuis ook al hebben verteld. ‘Moet er nu verder nog iets?’ vraagt ze dan. Ik vertel wat ik wil. Daarvoor moet ik met de huisarts overleggen. Hij zal mij bellen. We moeten nog naar het consultatiebureau, dus ik spreek af voor daarna. Ik heb stress over of we wel op tijd op het consultatiebureau zullen zijn, aangezien iedereen nog uitgebreid moet worden ingesmeerd met zonnebrand en het toch ook wel prettig is om daar enigszins decent te verschijnen, maar het lukt allemaal prima. Onderweg blijkt dat ze dreigbrieven aan de nieuwe kliko’s hangen. Nu zagen S. en ik van de week nog allemaal uienschillen en eierschalen uit een papiercontainer komen toen die omviel, dus het zal nodig zijn zeker.
Op het consultatiebureau is alles in orde. D. is weer goed gegroeid, al is haar hoofdje relatief klein. Ze is wakker geschrokken en aanvankelijk niet zo blij, maar later lacht en trappelt ze vrolijk naar de dokter. Het is dan ook een vriendelijke dokter. De dokter vraagt of ze het gesprek op mag nemen voor supervisie. Dat mag van ons, maar ik vraag me af of de opname bruikbaar zal zijn. Zou zomaar kunnen dat je alleen S. hoort babbelen. Ik hoop dat het niet getranscribeerd hoeft te worden! We hebben het wel nog even over het eten. D. mag al een heleboel, maar ze eet eigenlijk nog niks, ze werkt alles wat we aanbieden zo snel mogelijk weer naar buiten. We maken ons er niet echt zorgen over, S. deed precies hetzelfde op haar leeftijd (en vraagt nu juist steeds of ze op mag eten wat D. niet hoeft), maar het is wel fijn om het nog even te bespreken. Misschien wil ze het wel meer zelf pakken.
Uiteraard belt de huisarts vroeger dan afgesproken en mis ik zijn telefoontje. Ik heb een voicemailbericht, maar mijn voicemail staat helemaal niet ingesteld en dat wil ik ook niet. Ik bel de praktijk weer, ze zullen vragen of hij het later nog eens wil proberen.
Ik probeer nog wat te werken. Alles wat ik vandaag doe vind ik heel goed van mezelf. Ik besluit wel om er maandag nog even iets minder oververhit naar te kijken.
De huisarts belt terwijl ik net de schrijfpodcast aan het luisteren ben. Volgens hem had de assistente niet doorgegeven dat hij me pas vanaf een bepaald tijdstip kon bereiken en heeft hij een heel verhaal gehouden op mijn voicemail. Hij legt omstandig uit wat de assistente en die vrouw in het ziekenhuis me ook al hebben uitgelegd, maar dan met meer medische termen. Ik vind het een heel vervelend gesprek, want hij geeft me het gevoel dat ik dom ben. Volgens hem hebben mijn klachten niets met elkaar te maken en is wat ik wil dan ook geen optie. Het ene zal uit zichzelf misschien nog wel verbeteren en het andere is weliswaar vervelend, maar heeft absoluut niks met het ene te maken (in alle info die ik heb gevonden wordt dit aan elkaar gekoppeld). Maar goed, ik heb toch geen verwijzing nodig, dus ik moet dan zelf maar even kijken wat ik doe, dag hoor. Ik heb weinig met alternatieve geneeswijzen, maar ik begrijp steeds beter waarom mensen daarmee bezig gaan. Als er dan wél naar je wordt geluisterd… Ik voel me even ontzettend alleen en verdrietig.
Ik voel me ook opgesloten, want het blijft erg warm in huis voor iedereen. ’s Avonds zit ik meer op mijn telefoon en eet ik meer tijgernootjes dan goed voor me is.

Zaterdag 27 juli

Weer slecht geslapen, ik sta om 5.30 uur al op om nog meer ramen open te zetten (helpt helaas niet veel) en te bloggen. Ik print de tickets voor Fun Home en blijk toch nog antwoord te hebben gekregen op mijn mailtje aan de schouwburg over daar kolven. Ter plekke weten ze er nooit iets van, of je nu wel of niet van tevoren gemaild hebt, is mijn ervaring, en toch vind ik het fijner om van tevoren even te mailen.
Ik had een tijdje terug een mailtje gekregen van een webwinkel dat de klok waar ik al meer dan twee jaar verliefd op ben (de Time Talks van Karlsson) op voorraad was, maar dat blijkt uiteindelijk nu toch niet zo te zijn. Het leek me al te mooi om waar te zijn, dat ding is nergens meer te krijgen, maar ik had hem toch besteld, want dat is gewoon dé klok. Toch jammer.
Ik ga vanochtend naar C. en J. in Utrecht. D. gaat mee, omdat ik anders moet kolven. Het is helaas wat warmer dan eerder deze week werd voorspeld, maar ik doe D. toch in de draagzak, want ik vind het ov met kinderwagen niet te doen, zeker niet in je eentje. Ik ben zowaar op tijd bij de bushalte. Ik kom graag in Utrecht. Dat is nu ook niet moeilijk meer, want ik kom er nu eigenlijk altijd voor leuke dingen.
Het is gezellig met C. en J., ook al is het confronterend dat ze zo’n totaal ander leven hebben dan ik, als bèta’s zonder kinderen. Hoe graag ik ze ook mag, ze maken per ongeluk mijn werktwijfels alleen maar groter. D. is gelukkig goed te pas, ze lacht de hele tijd en rolt linksom en rechtsom op haar buik. Dat had ik nog niet gezien.
Als ik weer naar huis ga, heb ik ergens zin om nog van alles in Utrecht te gaan doen, maar ik weet niet wat precies, want buiten is het toch wel weer erg warm, voor mezelf shoppen gaat niet echt met de draagzak en vind ik ook nog heel lastig met een ontzwangerend lijf, en D. gaat het waarschijnlijk ook niet superlang volhouden in de draagzak. Dus ik koop een ijsje (oké, ik koop meteen maar een witte Magnum met stukjes koek) en ga meteen naar huis. Ik heb het erg warm onderweg en er vliegt steeds een wesp in onze buurt in de bus, dus ik ben weer blij als ik thuis ben. Alwaar D. vrijwel onmiddellijk haar leuke pakje onderpoept. Dat pakje hadden we voor S. gekocht in Denemarken, maar heeft zij uiteindelijk niet gedragen omdat het zo zomers is. Nou ja, nog een geluk dat D. niet in de draagzak poepte.
Ondanks de hitte maak ik een quiche van filodeeg met tuinbonen, groene asperges en spinazie. We wilden weten of tuinbonen inderdaad zo smerig waren als we ons herinnerden. Dat bleek mee te vallen. Natuurlijk wil S. nu steeds de ‘nieuwe’ aflevering van Het Zandkasteel zien.

Zondag 28 juli

We gaan eindelijk naar Fun Home in Amsterdam! Daar wil ik nog een aparte blog over schrijven, maar als je deze week nog kunt gaan, zou ik het zeker doen.
We kunnen rustig opstarten, ik probeer wat aan een sjaal te haken waar ik ooit nog eens het patroon van wil publiceren, maar ik zit in een saai stuk en heb het idee dat mijn schouder haken nog minder leuk vindt dan breien, dus of en wanneer ik ‘m ooit af ga hebben…
R. en C. komen op de kindjes passen. Ik hoopte eigenlijk dat C. iets zinnigs zou kunnen zeggen over mijn medische toestand, maar dat is helaas niet zo.
De berichtgeving was verwarrend, maar onze trein naar Amsterdam rijdt gelukkig gewoon. We wilden zo graag naar Fun Home dat we bang waren dat het wel weer niet door zou gaan, dus ik ben blij als we in Amsterdam zijn. Het is fijn om even weg te zijn met M., en ook om overal regenboogvlaggen en -etalages te zien. We ruilen de nieuwe bikini van S. nog even om voor een maatje groter en zijn op tijd bij de schouwburg om nog even iets te kunnen drinken.
We hebben kaartjes voor rij 4, maar dat blijkt de eerste rij te zijn. Dat was volgens ons niet zo toen we de kaartjes boekten, maar goed. We hebben de voorstelling vorig jaar in Londen ook gezien, dus het is niet zo heel erg dat we een paar details missen vanaf hier. En daar staat natuurlijk tegenover dat we er met onze neus bovenop zitten. Het is prachtig, ook al moet ik op een gegeven moment zo discreet mogelijk hoesten en M.’s flesje water vragen omdat ik mijn rugzak met kolfspullen bij de garderobe heb moeten inleveren. Ik dacht dat ik het nu misschien wat beter zou trekken, maar ik ben weer in tranen bij het einde.
Na afloop gaat het heel soepel. Iedereen is zonder jas, dus er is amper iemand bij de garderobe (de garderobemevrouw heeft een breiwerkje klaarliggen) en er wordt razendsnel een kolfplek geregeld, een man vraagt of ik even wil wachten op iemand die me erheen kan bren- o, daar is hij al. Ik kan kolven in een kantoortje waar blijkbaar ook vaak een hond vertoeft, aangezien er een bakje water en diverse tennisballen rondslingeren. Maar die hond is er nu niet, dus prima. M. en ik hebben net besloten dat we ons ‘bewust huisdiervrij’ gaan noemen. Er komt iemand zingend van de trap af, misschien is het wel een van de spelers. Ik vind het altijd lastig als ik op een onbekende plek moet vragen of ik ergens kan kolven, het is zo fijn als mensen gastvrij reageren.
We gaan naar huis, het is druk in het ov en het duurt best even voor we weer op het station zijn. We halen friet op weg naar huis. Als we thuiskomen blijkt S. ingestort te zijn en in bed te liggen. Als we haar wakker maken, is ze compleet overstuur. Zo zielig, dan is het haar gewoon te veel dat wij er niet zijn en dat ze de hele tijd lief moet zijn. Niet dat ze van mij de hele tijd lief moet zijn, ik probeer er ook echt op te letten dat ik niet ‘lief zijn, hoor’ zeg (dat was bij ons thuis vroeger zo’n beetje de standaardgroet), maar ik denk wel dat ze dat probeert. Ik voel me daar dan schuldig over, maar ik kan moeilijk altijd bij haar zijn. Ik wil soms ook iets anders doen en ze heeft het ook heus wel naar haar zin met/bij anderen en dat is ook leuk voor die anderen, maar… pfoe, het is gewoon ingewikkeld. Gelukkig knapt ze weer een beetje op bij het frietjes eten.
Het water in de wastafel loopt nu helemaal niet meer weg, dus ik wil er eigenlijk nu nog iets aan proberen te doen, hoe moe we ook zijn. Als ik de sifon eraf haal, komt er enorm veel troep uit. Dat is ook meteen het enige onderdeel dat ik eraf krijg, dus hopelijk is het hiermee opgelost.
D. heeft al een hele tijd niet geslapen en ze kan bijna geen honger hebben, maar ze gaat pas slapen nadat ik haar heb aangelegd, wat ook wel weer heel lief is. We doen niet veel meer voor we gaan slapen.

Lief Dagboek (2)

Maandag 15 juli

Nog niet beter, maar beter genoeg om te doen wat moet. De kindjes naar de crèche brengen. Werken. Ik probeer het wel zo prettig mogelijk te maken met thee met gember, honing en citroen, een sjaal en een berg keelsnoepjes en dropjes. Het werk zelf is niet zo prettig en frustreert me alweer als vanouds. Zeker als het over geld gaat. Voor iedereen die roept dat ‘we’ gewoon beter moeten onderhandelen en dat we anders waardeloze beunhazen zijn: ga het maar eens een paar jaartjes proberen in dit vak, praten we daarna verder. ’s Middags besteed ik veel te veel aandacht aan een mailtje aan een organisatie die lekker heteronormatief bezig was. Ze reageerden daar prima op, maar mijn antwoord op hun vragen was nog blijven liggen doordat ik ziek was.
Aan het eind van de middag heb ik best wat gedaan, maar heb ik alsnog stress, want ik moet nog boodschappen doen en de kindjes op tijd ophalen en ik heb de kaart voor een ziek familielid in een brievenbus gegooid waar bij nader inzien niet op blijkt te staan wanneer hij wordt geleegd, waardoor ik me afvraag of hij nog wordt geleegd. Als hij buiten gebruik is, zullen ze dat er toch wel op zetten? Als ze ’m weg gaan halen, zullen ze alles wat er dan in zit toch nog wel bezorgen? Waar je je al niet mee bezig kan houden.
Op de crèche heeft D. uiteraard gerold. Ze zeggen dat ze het heel goed doet daar, dat maakt me blij (ook al vind ik het nog steeds niet leuk om haar erheen te brengen). S. had een beetje een eigenwijze bui en zegt dat ze het zo jammer vindt dat ze alweer niet ‘naar de grote peuters’ (inpandige peuterspeelzaal) mocht. De juffen zeggen dat ze er na de vakantie vaker heen mag. Ze is tot nu toe pas twee keer geweest, omdat de groepen vol zitten met kindjes met een VVE-indicatie. Als er nog plek is, mogen de oudste kinderen van de crèche eerst, en daar hoort S. nog niet bij. S. heeft het niet nodig, hebben ze ons letterlijk gezegd. Dat denk ik ook niet, maar ik vind het wel leuk en goed voor haar, en we vonden het juist zo handig dat bij deze crèche een peuterspeelzaal hoort. Ik vind wel iets van het ideaal dat alle kinderen zo lang mogelijk samen naar school gaan en dat dat voor alle kinderen het allerbeste zou zijn, laat ik het daarop houden.
Ondertussen speelt S. met de poppen ons halve leven na op de crèche. ‘S. gaat heel erg op in haar spel als moeder.’ Verder denken ze daar nu dat we supergezond eten (dat valt tegen) omdat ze steeds groente klaarmaakt voor de juffen en omdat ze had gezegd dat ze van ons geen vruchtenhagel op brood mocht (we hebben het zelden in huis en geven haar geen chocoladehagelslag, maar als ze het een keer hebben op de crèche, mag ze het best kiezen).
Naar huis lopen met S. was echt gezellig, en D. at thuis zowaar een heel klein beetje pompoen. ’s avonds weer de schrijfpodcast geluisterd/gedaan, gemopperd op mijn zere schouder en een aflevering van 63 Up gekeken. Ik heb er al eerder wat van gezien en het is echt een mooi project. En een uitstekende herinnering aan het feit dat niemand op z’n sterfbed ooit zegt: had ik maar meer gewerkt.

Dinsdag 16 juli

We moeten wat dingen kopen in het winkelcentrum. Rompers en een slaapzak voor D., extra bakjes voor afgekolfde melk. Die ene theïnevrije thee die de ene supermarkt ineens niet meer verkoopt. M.’s chocoladepasta. Het gaat redelijk, met D. in de draagzak en S. aan de hand. Alleen krijgt S. thuis een enorme driftbui omdat we bolletjes hebben gekocht voor de lunch en het niet onmiddellijk tijd is om te lunchen. Supervermoeiend, al vind ik het wel hilarisch dat ze me over probeert te halen met: ‘Van Aap mag het wel.’
Ik hoop wat rust te krijgen tijdens haar middagslaapje, maar door een poepincident komt daar weinig van terecht, en de boodschappen worden bezorgd. S. is snel weer op en wil heel graag nog naar de speeltuin, dus dat doen we dan maar. Het is druk in de speeltuin, en soms ongemakkelijk met de andere ouders. Maar S. vermaakt zich goed (helaas wel vooral terwijl ik de diverse schommels duw).
Ik heb D. vandaag eindelijk zien rollen! Mijlpaal, hoor. En ze begint ook haar eigen voeten te ontdekken.

Woensdag 17 juli

De kindjes gaan naar opa en oma, zodat ik kan werken. Het is op dit moment verschrikkelijk onpraktisch, want de enige realistische optie is om ze met de auto te brengen, inclusief kinderwagen en alle spullen die twee kinderen op een dag zoal nodig kunnen hebben. De kinderwagenbak past maar net tussen de maxicosi en het stoeltje van S., en het is gewoon ongelooflijk veel gedoe om in je eentje alles en iedereen te vervoeren.
Als ik eindelijk kan gaan werken, krijg ik slecht nieuws. Altijd lastig als mensen niet zien wat je kunt. Of dat op zich wel zien, maar het niet kunnen of willen waarderen. Misschien is dat nog wel lastiger. Ik vind het in ieder geval veel makkelijker om alles te geven dan om concessies te doen en dan toch nog iets te leveren waar iedereen tevreden over kan zijn. Maar ik moet ook aan mezelf denken. Ik moet veel meer aan mezelf denken.
O, en een van de theatervoorstellingen die we voor het nieuwe seizoen hadden geboekt, gaat niet door. En we zijn weer in gevecht met fruitvliegjes.
Aan het eind van de middag is het tijd om de kindjes weer op te halen. Halve volksverhuizing de andere kant op, in de spits op de rondweg en tot twee keer toe mislukt het parkeren in de straat omdat er te veel verkeer van beide kanten aankomt om te kunnen fileparkeren. S. heeft niet geslapen, valt uiteraard in de auto in slaap en krijst na aankomst de hele boel bij elkaar. En ik moet nog koken, omdat ik niet nog minder werktijd wilde overhouden door dat alvast te doen voor ik ze op ging halen. Dan lukt het gewoon niet om te denken: Oké, de auto heeft een legale plek, er is niets beschadigd, er is niemand gewond geraakt en morgen overdag lukt het heus wel weer om hem naar een betere plek te verplaatsen. Zoveel stress. De gnocchi zijn uiteindelijk lekker, maar zoveel stress. En dan ’s avonds nog weer alle spullen pakken voor de crèche en proberen wat dingen op te ruimen omdat de schoonmaakster de volgende dag komt.

Donderdag 18 juli

In de stress vergeten om melk voor D. uit de vriezer te halen, dus die moet bevroren mee. Superonhandig voor de juffen. Het kost ook veel moeite om de kindjes nog enigszins op tijd op de crèche af te leveren. S. is wel heel blij dat haar lievelingsjuf er vandaag nog is, hierna gaat ze op vakantie. Bij thuiskomst meteen de auto verplaatst. Voor zover het allemaal lukt met de schoonmaakster in huis gewerkt en gekolfd. Weer stress om op tijd boodschappen te doen, de plaattaart alvast te maken en op tijd weer bij de crèche te zijn. Ook stress over het werk, trouwens. Onderweg wel gezien dat de info over het lichten van de brievenbus is gewijzigd, dus er gebeurt nog wat daar. D. heeft slecht geslapen op de crèche en S. had nog veel langer appelflapjes willen maken. Ze heeft wel een roltoeter gekregen van de stagiaire die afscheid nam. Het rolgedeelte is er inmiddels al af, maar ze is er dolgelukkig mee (ik iets minder). In alle heisa weer vergeten dat ze met een haarspeldje naar de crèche ging en dat dat ding nu weer nergens te bekennen is. De lievelingsjuf heeft wel haar haren weer prachtig ingevlochten. Thuis duurt het alsnog te lang voor we kunnen eten omdat de plaattaart nog in de oven moet.

Vrijdag 19 juli

De schoonmaakster heeft misschien te veel troep proberen weg te gooien in de wastafel. In ieder geval loopt het water weer niet goed meer weg. En de truc met soda, azijn en kokend water werkt vooralsnog niet. O, en de wastafel zit in een wastafelmeubel, waardoor het ook niet evident is (voor ons) om de boel open te schroeven. Argh. Ongeacht de oorzaak zit ik meteen alweer helemaal in de ‘dan nemen we wel geen schoonmaakster meer’-vibe, want ik vind het dus heel lastig om een schoonmaakster te hebben (en te vinden ook), hoe goed we ook wat hulp in het huishouden kunnen gebruiken. Ik ben ook degene die overal mee zit, ik snap dat het fijn is om in een lekker schoon huis thuis te komen.
Ook vandaag is weer een werkdag, met voedingen tussendoor, want ik heb een hekel aan kolven en waarom zou ik kolven als D. en ik allebei thuis zijn? Voeden kost ook niet per se veel meer tijd dan kolven, maar natuurlijk is het drukker met de kindjes thuis, je gaat toch sneller ook even een luier verschonen of een boekje voorlezen als M. even iets moet doen.
’s Avonds komt C. eten en dat is leuk, al is het dan midden in ons spitsuur. D. en S. slapen later op de avond allebei een tijdje, maar moeten daarvoor wel van alles. De mensen die uiteindelijk overblijven, zullen onze echte vrienden zijn (uiteraard moeten we hier zelf ook nog een beetje ons best voor doen!).

Zaterdag 20 juli

Matige dag. Chagrijnig over de wastafel, nog altijd aan het hoesten, bezorgd over m’n lichaam na twee kinderen, even geen zin in die twee kinderen (van wie eentje de hele dag om eten zeurt), gepieker over werk en bepaalde relaties… Erg moe uit de week gekomen en dan vind ik het vaak lastig dat alles in het weekend gewoon doorgaat, dat ik vaak niet eens een weekendgevoel heb.
Uiteindelijk sleept M. me ’s middags naar het winkelcentrum, we kopen Nog even achter mijn oortjes kriebelen en nieuwe stickers voor S. De experimentele lasagne met andijvie, pompoen en cottage cheese is niet heel denderend, maar ook niet echt vies. De avond verloopt oké. S. heeft weer geen middagslaapje gedaan. Dat zorgt meestal voor veel drama in de loop van de middag/avond, maar het zorgt er nu ook voor dat ze ons niet de hele tijd gaat roepen voor water/verhaaltjes/boekjes/knuffels/liedjes/wat ze verder maar kan verzinnen. En ik brei weer een beetje, aan deze trui. De achterkant is volledig in tricotsteek (saai), mijn schouder is nog steeds niet helemaal wat ’ie wezen moet en ik was/ben m’n knitting mojo ook wel een beetje kwijt door al het commentaar online. Nu nog nieuwe patronen, want daarmee wil het nog niet zo vlotten. Ideeën genoeg, niet genoeg tijd om ze uit te werken.

Zondag 21 juli

Ik en S. bakken deze koekjes omdat L. en haar twee kinderen langskomen. We hebben ze al vaker gemaakt, ze zijn relatief verantwoord en goed te doen met een meehelpende peuter (niet moeilijk, het duurt niet te lang, het kan geen kwaad als ze per ongeluk iets opeet enzovoort).
L.’s bezoek is kort maar krachtig, en daarna is de ochtend alweer om. M. werkt wat in de tuin, ik probeer ook nog wat onkruid te verwijderen. Er zijn zowaar een tijdje twee slapende kinderen, dus ik kan ook nog even achter de computer. Als S. weer wakker is en de koekjes op zijn (nu stopt S. in ieder geval met erom zeuren), zegt ze dat ze de bel hoort. Ze heeft gelijk, want er staat familie van de man van mijn moeder voor de deur. Ze wonen ver weg, maar waren vandaag in de buurt en nog niet op kraambezoek geweest. Na ruim vijf maanden krijgt D. dus ineens nog twee keer op een dag kraambezoek, haha. Als ze weer weg zijn, gaat M. nog naar de speeltuin met S., ik ga koken. D. heeft de smaak van het rollen helemaal te pakken, alleen valt een voeding daardoor verkeerd en spuugt ze de hele box en zichzelf onder. Ze spuugt echt weinig, véél minder dan S., maar als ze dan een keer spuugt, ben ik gelijk bang dat ze veel meer zal gaan spugen (en huilen, want dat deed S. ook veel meer).
Na het eten probeert M. een beetje op te ruimen. Ze gooit wat speelgoed in het loopschaap, maar daar is S. het niet mee eens: ‘Nee, dan kan de Octopus niet meer in bad!’ Juist. S. moet douchen en wil dat heel graag met mij samen doen, dus dat doen we. Van tevoren begint ze ineens gekke bekken te trekken in de spiegelende toiletrolhouder. Later doucht M. met D. Ik droog D. af, maar ik kom er nog niet aan toe om haar aan te kleden, want ze heeft honger. Ik laat haar drinken met alleen haar luier aan, huid op huid als een newborn, en daarna doen we nog het spelletje van ‘Dit is jouw neus, dit is mijn neus, D.’s neus en mama’s neus!’ Dat vindt ze zo grappig, en het is echt een fijn momentje.
We kijken de documentaire De kast, de kerk en het koninkrijk terug, over gelovige homoseksuelen. Heel interessant, en bij vlagen zeker ook ontroerend.
Dit keer vergeet ik D.’s melk niet.