Lief Dagboek (2)

Maandag 15 juli

Nog niet beter, maar beter genoeg om te doen wat moet. De kindjes naar de crèche brengen. Werken. Ik probeer het wel zo prettig mogelijk te maken met thee met gember, honing en citroen, een sjaal en een berg keelsnoepjes en dropjes. Het werk zelf is niet zo prettig en frustreert me alweer als vanouds. Zeker als het over geld gaat. Voor iedereen die roept dat ‘we’ gewoon beter moeten onderhandelen en dat we anders waardeloze beunhazen zijn: ga het maar eens een paar jaartjes proberen in dit vak, praten we daarna verder. ’s Middags besteed ik veel te veel aandacht aan een mailtje aan een organisatie die lekker heteronormatief bezig was. Ze reageerden daar prima op, maar mijn antwoord op hun vragen was nog blijven liggen doordat ik ziek was.
Aan het eind van de middag heb ik best wat gedaan, maar heb ik alsnog stress, want ik moet nog boodschappen doen en de kindjes op tijd ophalen en ik heb de kaart voor een ziek familielid in een brievenbus gegooid waar bij nader inzien niet op blijkt te staan wanneer hij wordt geleegd, waardoor ik me afvraag of hij nog wordt geleegd. Als hij buiten gebruik is, zullen ze dat er toch wel op zetten? Als ze ’m weg gaan halen, zullen ze alles wat er dan in zit toch nog wel bezorgen? Waar je je al niet mee bezig kan houden.
Op de crèche heeft D. uiteraard gerold. Ze zeggen dat ze het heel goed doet daar, dat maakt me blij (ook al vind ik het nog steeds niet leuk om haar erheen te brengen). S. had een beetje een eigenwijze bui en zegt dat ze het zo jammer vindt dat ze alweer niet ‘naar de grote peuters’ (inpandige peuterspeelzaal) mocht. De juffen zeggen dat ze er na de vakantie vaker heen mag. Ze is tot nu toe pas twee keer geweest, omdat de groepen vol zitten met kindjes met een VVE-indicatie. Als er nog plek is, mogen de oudste kinderen van de crèche eerst, en daar hoort S. nog niet bij. S. heeft het niet nodig, hebben ze ons letterlijk gezegd. Dat denk ik ook niet, maar ik vind het wel leuk en goed voor haar, en we vonden het juist zo handig dat bij deze crèche een peuterspeelzaal hoort. Ik vind wel iets van het ideaal dat alle kinderen zo lang mogelijk samen naar school gaan en dat dat voor alle kinderen het allerbeste zou zijn, laat ik het daarop houden.
Ondertussen speelt S. met de poppen ons halve leven na op de crèche. ‘S. gaat heel erg op in haar spel als moeder.’ Verder denken ze daar nu dat we supergezond eten (dat valt tegen) omdat ze steeds groente klaarmaakt voor de juffen en omdat ze had gezegd dat ze van ons geen vruchtenhagel op brood mocht (we hebben het zelden in huis en geven haar geen chocoladehagelslag, maar als ze het een keer hebben op de crèche, mag ze het best kiezen).
Naar huis lopen met S. was echt gezellig, en D. at thuis zowaar een heel klein beetje pompoen. ’s avonds weer de schrijfpodcast geluisterd/gedaan, gemopperd op mijn zere schouder en een aflevering van 63 Up gekeken. Ik heb er al eerder wat van gezien en het is echt een mooi project. En een uitstekende herinnering aan het feit dat niemand op z’n sterfbed ooit zegt: had ik maar meer gewerkt.

Dinsdag 16 juli

We moeten wat dingen kopen in het winkelcentrum. Rompers en een slaapzak voor D., extra bakjes voor afgekolfde melk. Die ene theïnevrije thee die de ene supermarkt ineens niet meer verkoopt. M.’s chocoladepasta. Het gaat redelijk, met D. in de draagzak en S. aan de hand. Alleen krijgt S. thuis een enorme driftbui omdat we bolletjes hebben gekocht voor de lunch en het niet onmiddellijk tijd is om te lunchen. Supervermoeiend, al vind ik het wel hilarisch dat ze me over probeert te halen met: ‘Van Aap mag het wel.’
Ik hoop wat rust te krijgen tijdens haar middagslaapje, maar door een poepincident komt daar weinig van terecht, en de boodschappen worden bezorgd. S. is snel weer op en wil heel graag nog naar de speeltuin, dus dat doen we dan maar. Het is druk in de speeltuin, en soms ongemakkelijk met de andere ouders. Maar S. vermaakt zich goed (helaas wel vooral terwijl ik de diverse schommels duw).
Ik heb D. vandaag eindelijk zien rollen! Mijlpaal, hoor. En ze begint ook haar eigen voeten te ontdekken.

Woensdag 17 juli

De kindjes gaan naar opa en oma, zodat ik kan werken. Het is op dit moment verschrikkelijk onpraktisch, want de enige realistische optie is om ze met de auto te brengen, inclusief kinderwagen en alle spullen die twee kinderen op een dag zoal nodig kunnen hebben. De kinderwagenbak past maar net tussen de maxicosi en het stoeltje van S., en het is gewoon ongelooflijk veel gedoe om in je eentje alles en iedereen te vervoeren.
Als ik eindelijk kan gaan werken, krijg ik slecht nieuws. Altijd lastig als mensen niet zien wat je kunt. Of dat op zich wel zien, maar het niet kunnen of willen waarderen. Misschien is dat nog wel lastiger. Ik vind het in ieder geval veel makkelijker om alles te geven dan om concessies te doen en dan toch nog iets te leveren waar iedereen tevreden over kan zijn. Maar ik moet ook aan mezelf denken. Ik moet veel meer aan mezelf denken.
O, en een van de theatervoorstellingen die we voor het nieuwe seizoen hadden geboekt, gaat niet door. En we zijn weer in gevecht met fruitvliegjes.
Aan het eind van de middag is het tijd om de kindjes weer op te halen. Halve volksverhuizing de andere kant op, in de spits op de rondweg en tot twee keer toe mislukt het parkeren in de straat omdat er te veel verkeer van beide kanten aankomt om te kunnen fileparkeren. S. heeft niet geslapen, valt uiteraard in de auto in slaap en krijst na aankomst de hele boel bij elkaar. En ik moet nog koken, omdat ik niet nog minder werktijd wilde overhouden door dat alvast te doen voor ik ze op ging halen. Dan lukt het gewoon niet om te denken: Oké, de auto heeft een legale plek, er is niets beschadigd, er is niemand gewond geraakt en morgen overdag lukt het heus wel weer om hem naar een betere plek te verplaatsen. Zoveel stress. De gnocchi zijn uiteindelijk lekker, maar zoveel stress. En dan ’s avonds nog weer alle spullen pakken voor de crèche en proberen wat dingen op te ruimen omdat de schoonmaakster de volgende dag komt.

Donderdag 18 juli

In de stress vergeten om melk voor D. uit de vriezer te halen, dus die moet bevroren mee. Superonhandig voor de juffen. Het kost ook veel moeite om de kindjes nog enigszins op tijd op de crèche af te leveren. S. is wel heel blij dat haar lievelingsjuf er vandaag nog is, hierna gaat ze op vakantie. Bij thuiskomst meteen de auto verplaatst. Voor zover het allemaal lukt met de schoonmaakster in huis gewerkt en gekolfd. Weer stress om op tijd boodschappen te doen, de plaattaart alvast te maken en op tijd weer bij de crèche te zijn. Ook stress over het werk, trouwens. Onderweg wel gezien dat de info over het lichten van de brievenbus is gewijzigd, dus er gebeurt nog wat daar. D. heeft slecht geslapen op de crèche en S. had nog veel langer appelflapjes willen maken. Ze heeft wel een roltoeter gekregen van de stagiaire die afscheid nam. Het rolgedeelte is er inmiddels al af, maar ze is er dolgelukkig mee (ik iets minder). In alle heisa weer vergeten dat ze met een haarspeldje naar de crèche ging en dat dat ding nu weer nergens te bekennen is. De lievelingsjuf heeft wel haar haren weer prachtig ingevlochten. Thuis duurt het alsnog te lang voor we kunnen eten omdat de plaattaart nog in de oven moet.

Vrijdag 19 juli

De schoonmaakster heeft misschien te veel troep proberen weg te gooien in de wastafel. In ieder geval loopt het water weer niet goed meer weg. En de truc met soda, azijn en kokend water werkt vooralsnog niet. O, en de wastafel zit in een wastafelmeubel, waardoor het ook niet evident is (voor ons) om de boel open te schroeven. Argh. Ongeacht de oorzaak zit ik meteen alweer helemaal in de ‘dan nemen we wel geen schoonmaakster meer’-vibe, want ik vind het dus heel lastig om een schoonmaakster te hebben (en te vinden ook), hoe goed we ook wat hulp in het huishouden kunnen gebruiken. Ik ben ook degene die overal mee zit, ik snap dat het fijn is om in een lekker schoon huis thuis te komen.
Ook vandaag is weer een werkdag, met voedingen tussendoor, want ik heb een hekel aan kolven en waarom zou ik kolven als D. en ik allebei thuis zijn? Voeden kost ook niet per se veel meer tijd dan kolven, maar natuurlijk is het drukker met de kindjes thuis, je gaat toch sneller ook even een luier verschonen of een boekje voorlezen als M. even iets moet doen.
’s Avonds komt C. eten en dat is leuk, al is het dan midden in ons spitsuur. D. en S. slapen later op de avond allebei een tijdje, maar moeten daarvoor wel van alles. De mensen die uiteindelijk overblijven, zullen onze echte vrienden zijn (uiteraard moeten we hier zelf ook nog een beetje ons best voor doen!).

Zaterdag 20 juli

Matige dag. Chagrijnig over de wastafel, nog altijd aan het hoesten, bezorgd over m’n lichaam na twee kinderen, even geen zin in die twee kinderen (van wie eentje de hele dag om eten zeurt), gepieker over werk en bepaalde relaties… Erg moe uit de week gekomen en dan vind ik het vaak lastig dat alles in het weekend gewoon doorgaat, dat ik vaak niet eens een weekendgevoel heb.
Uiteindelijk sleept M. me ’s middags naar het winkelcentrum, we kopen Nog even achter mijn oortjes kriebelen en nieuwe stickers voor S. De experimentele lasagne met andijvie, pompoen en cottage cheese is niet heel denderend, maar ook niet echt vies. De avond verloopt oké. S. heeft weer geen middagslaapje gedaan. Dat zorgt meestal voor veel drama in de loop van de middag/avond, maar het zorgt er nu ook voor dat ze ons niet de hele tijd gaat roepen voor water/verhaaltjes/boekjes/knuffels/liedjes/wat ze verder maar kan verzinnen. En ik brei weer een beetje, aan deze trui. De achterkant is volledig in tricotsteek (saai), mijn schouder is nog steeds niet helemaal wat ’ie wezen moet en ik was/ben m’n knitting mojo ook wel een beetje kwijt door al het commentaar online. Nu nog nieuwe patronen, want daarmee wil het nog niet zo vlotten. Ideeën genoeg, niet genoeg tijd om ze uit te werken.

Zondag 21 juli

Ik en S. bakken deze koekjes omdat L. en haar twee kinderen langskomen. We hebben ze al vaker gemaakt, ze zijn relatief verantwoord en goed te doen met een meehelpende peuter (niet moeilijk, het duurt niet te lang, het kan geen kwaad als ze per ongeluk iets opeet enzovoort).
L.’s bezoek is kort maar krachtig, en daarna is de ochtend alweer om. M. werkt wat in de tuin, ik probeer ook nog wat onkruid te verwijderen. Er zijn zowaar een tijdje twee slapende kinderen, dus ik kan ook nog even achter de computer. Als S. weer wakker is en de koekjes op zijn (nu stopt S. in ieder geval met erom zeuren), zegt ze dat ze de bel hoort. Ze heeft gelijk, want er staat familie van de man van mijn moeder voor de deur. Ze wonen ver weg, maar waren vandaag in de buurt en nog niet op kraambezoek geweest. Na ruim vijf maanden krijgt D. dus ineens nog twee keer op een dag kraambezoek, haha. Als ze weer weg zijn, gaat M. nog naar de speeltuin met S., ik ga koken. D. heeft de smaak van het rollen helemaal te pakken, alleen valt een voeding daardoor verkeerd en spuugt ze de hele box en zichzelf onder. Ze spuugt echt weinig, véél minder dan S., maar als ze dan een keer spuugt, ben ik gelijk bang dat ze veel meer zal gaan spugen (en huilen, want dat deed S. ook veel meer).
Na het eten probeert M. een beetje op te ruimen. Ze gooit wat speelgoed in het loopschaap, maar daar is S. het niet mee eens: ‘Nee, dan kan de Octopus niet meer in bad!’ Juist. S. moet douchen en wil dat heel graag met mij samen doen, dus dat doen we. Van tevoren begint ze ineens gekke bekken te trekken in de spiegelende toiletrolhouder. Later doucht M. met D. Ik droog D. af, maar ik kom er nog niet aan toe om haar aan te kleden, want ze heeft honger. Ik laat haar drinken met alleen haar luier aan, huid op huid als een newborn, en daarna doen we nog het spelletje van ‘Dit is jouw neus, dit is mijn neus, D.’s neus en mama’s neus!’ Dat vindt ze zo grappig, en het is echt een fijn momentje.
We kijken de documentaire De kast, de kerk en het koninkrijk terug, over gelovige homoseksuelen. Heel interessant, en bij vlagen zeker ook ontroerend.
Dit keer vergeet ik D.’s melk niet.