De laatste tijd

Warrigste post in lange tijd, maar dichter in de buurt van een dagboekpost ga ik even niet komen.

Na negen maanden is de rek er wel een beetje uit. Daar komt het op neer. Zeker nu iedereen vrijwel continu verkouden/ziek is. En D. tanden krijgt. Of misschien is dat het niet, maar feit is dat ze deze week ook weer meerdere avonden aan het krijsen was, waardoor we nauwelijks een avond hadden (ik moet echt in ieder geval mijn avonden hebben). Voorlopig dieptepunt was de avond/nacht na de verjaardag van S., eindeloos beneden met haar op de arm rondjes gelopen (ook best zwaar inmiddels), als de dood dat S. wakker zou worden en mee zou gaan doen (gebeurde godzijdank niet). We hebben ons ook afgevraagd of ze misschien overprikkeld was van de verjaardag, maar de verjaardag was echt rustig omdat vrijwel iedereen moest werken (in dat geval hebben we binnenkort een nog groter probleem).

Ik heb er inmiddels allerlei klachten bij gekregen. Duizelig, hoofdpijn, tintelingen, zere ledematen en heb me uiteraard alweer van alles in m’n hoofd gehaald. Afspraak gemaakt bij de huisarts, die zich weer lekker horkerig gedroeg door tijdens de afspraak de telefoon op te nemen, uit de kamer te verdwijnen en toen hij terugkwam alleen maar zei: ‘Ja, zo loopt je spreekuur wel uit.’ En hij reageerde vooral verbaasd op het feit dat D. niet doorslaapt, dat was ook niet bepaald behulpzaam, wat wil je dat ik eraan doe? We willen eigenlijk een andere zoeken, maar alles lijkt nu even te veel moeite. Daarop heb ik bloed laten prikken, maar daar kwam eigenlijk niets uit dat de klachten kon verklaren, al slik ik nu maar weer eens extra vitamine D. Ik had mijn erfelijk verhoogde cholesterol laten meeprikken omdat het daar wel weer eens tijd voor was (als je zwanger bent mag je toch geen medicijnen, dus heeft het ook geen zin om het dan te prikken), maar er zal wel iets ontbreken in mijn dossier of zo.
Huisarts: Ja, en je cholesterol is te hoog.
Ik: Ja, ik heb FH.
Huisarts: Nou, zó hoog is het nu ook weer niet, dat we aan FH gaan denken.
Ik: Eh, ik heb het toch echt.
Huisarts: Dan is het meestal echt wel hoger, hoor. Maar goed, als u het zeker weet…
De ratio tussen de verschillende soorten cholesterol is bij mij blijkbaar nog steeds heel goed, dus er hoeft nu niks, volgend jaar weer prikken. Scheelt toch weer iets van mijn ongerustheid over hartklachten. Ik ben normaal al een hypochonder, maar nu ik zo moe ben vind ik het helemaal lastig om dingen te relativeren. Superhandig, om lekker veel tijd die je wél zou kunnen besteden aan slapen te besteden aan piekeren. En ja, dat gaat bij mij vaak razendsnel over de angst om M. en de meiden te moeten achterlaten, zeker nu ik steeds dichter bij de leeftijd kom die mijn vader heeft bereikt.

Het werk is mede hierdoor ook even niet zo geweldig. De opdrachten zijn er wel, maar ik loop weer veel achter de feiten aan. Soms lijkt het alsof ik nooit eens gewoon kan werken, en als dat dan in principe een keer wel kan, zit ik mijn tijd te verspillen omdat ik daarbuiten te weinig tijd voor mezelf heb. En ook hier is relativeren lastig. Helemaal overstuur omdat er vriendelijk werd gevraagd of het misschien zo kon zijn dat ik een klein dingetje vergeten was, wat ook zo was. Dat kaartje in dat ene boek waaruit in mijn ogen onterecht zoveel vertrouwen sprak. De aardige mailtjes. In mijn hoofd ben ik alles al tig keer kwijtgeraakt. Het is moeilijk om die onzekerheid opzij te zetten tijdens het werk, om mijn punt te maken, aan de verwachtingen te voldoen. De politieke plannen helpen ook niet bepaald mee. Verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, inperking zelfstandigheidsaftrek, het minimumtarief… En de minachting die uit al die plannen spreekt, zelfstandigen zijn lastig en moeten kapot, dat lees ik er inmiddels echt in. Gecombineerd met een hoop onnozelheid. In ieder geval lijken ze geen idee te hebben van de situatie in het boekenvak. Hoe bereken je het uurtarief van een auteur die een paar jaar aan een boek werkt? Wanneer bepaal je of een auteur het minimumuurtarief heeft gehaald? En dus of hij/zij een boete opgelegd krijgt? Want ja, dat is een van de leuke plannetjes: niet de gierige opdrachtgever krijgt een boete van meer dan 4000 euro, maar de zelfstandige. Zelf werk ik ook nooit met een uurtarief, maar als ik het goed heb begrepen, kan ik straks beboet worden als een auteur of vertaler slecht werk levert, ik daardoor veel meer tijd kwijt ben aan de redactie, daarmee onder het minimumuurtarief kom en de uitgeverij weigert bij te betalen.
Het voorgestelde uurtarief (16 euro) is veel te laag voor wat we er allemaal mee zouden moeten kunnen doen, zeker omdat de kosten en de administratieve lasten tegelijkertijd veel hoger worden. Het is bizar dat dat voor alle zelfstandigen hetzelfde zou moeten zijn. Bovendien wordt het in de praktijk natuurlijk een maximumtarief, dat zie je nu ook al bij het tarief voor literaire vertalingen. Ik heb de laatste tijd veel bijgeleerd over het vertaalvak, dat raakt aan het mijne. Nu krijgen vertalers er jaarlijks zogenaamd twee ton bij. Uit het bestaande budget van het Letterenfonds, is het idee. Het Letterenfonds, dat sowieso alleen over literaire vertalingen gaat. De meeste vertalingen worden niet gezien als literair. Daarvoor geldt het minimumtarief niet. Daarvoor kunnen vertalers geen subsidie aanvragen bij het Letterenfonds. Daarbij krijgen ze meestal geen royalty’s. Maar hoera, twee ton voor de vertalers.
De minachting vind ik een van de moeilijkste dingen. Al dat gezeik over dat ik gewoon beter moet onderhandelen en dat ik anders geen echte ondernemer ben. Kom het maar eens een paar jaartjes proberen, praten we daarna verder. En daarbij, wat ik doe, bestaat simpelweg niet in loondienst. De functie redacteur bestaat wel bij uitgeverijen, maar dan ben je voornamelijk bezig met redactieklussen uitbesteden aan mensen zoals ik ervoor zorgen dat de boeken er komen. Ik concurreer dus ook niet met werknemers.
We gaan het zien volgend jaar. Ik ga in ieder geval nog wel reageren op de internetconsultatie. En verder probeer ik toch maar zo goed mogelijk door te werken.

Nu nog even een lijstje willekeurige fijne dingen om mee af te sluiten:
– S. slaapt zonder speen. We zijn supertrots op haar. We waren helemaal niet van plan om hem op haar derde verjaardag onmiddellijk af te pakken, dat leek ons wel erg streng, maar voor haar was het zo logisch dat als iemand zei: ‘Hé S., morgen ben je jarig, hè?’ ze antwoordde: ‘Ja, ik mag nog een nachtje met mijn speen.’ Ik vond het echt heel zielig toen ik dat hoorde, maar het gaat tot nu toe wonderbaarlijk goed (ik had ook echt niet geweten hoe we het hadden moeten overleven als we hierdoor nog slechter zouden slapen). Ze heeft hem zogenaamd weggegeven aan de ongeboren baby van M.’s collega. Ze vraagt er nog wel steeds naar, maar doet er niet hysterisch over. En ze mag het ook jammer vinden, het is ook wennen, benadrukken we steeds.
– Het ziet ernaar uit dat de sjaal voor mijn tweede patroon ein-de-lijk af gaat komen. Ik wil nog steeds heel graag meer patronen publiceren.
– Ik doe mee aan een kerstpakkettenuitwisseling voor zelfstandigen. Ik weet nog niet voor wie ik een pakket mag maken, maar alleen de mailtjes die ik erover krijg zijn al fantastisch en ik heb met veel plezier een vragenlijst ingevuld.
– Veel babynieuws en bruiloftsnieuws in mijn omgeving.
– Voor het eerst in heel veel jaar een plak cake versierd.
– S. heeft erg genoten van het trakteren op de crèche (bananen met rokjes, heel verantwoord).
– D. heeft het meestal prima naar haar zin op de crèche.
– Het boek dat ik morgen in moet leveren is praktisch af.
– Elk moment dat D. wel vrolijk is. Zoals toen ze dolenthousiast reageerde op een foto van Y.
– Cadeautjes verzinnen.
– Me verheugen op de kerstvakantie.

Lief Dagboek (10)

Zondag 8 september

Laten we nu eindelijk eens proberen om op tijd onze spullen in te pakken. Het lukt best goed, ook al ben ik heel erg moe. Ik moet ’s middags echt even slapen. We doen ook nog boodschappen en zien S. van de crèche in de supermarkt. De moeder van S. reageert een beetje gek, of eigenlijk kijkt ze vooral alsof we haar kind komen ontvoeren. Ik kan er ook niks aan doen dat mijn kind veel namen weet en dat niemand mij ooit herkent.

S. vindt het heel spannend dat we op vakantie gaan. Daardoor probeert ze D. pijn te doen. Heel vervelend en ingewikkeld. Wat wel nog echt superlief was, alleen niet van vandaag: M. zong voor D. ons zelfverzonnen slaapliedje ‘Lieve, lieve D., ga maar lekker slapen’. S. lag al in bed. Op een gegeven moment stopt M. halverwege met zingen en blijkt dat S. lag mee te luisteren, want ineens klinkt er een stemmetje: ‘Ga maar lékker slaaaaaaapen!’

Maandag 9 september

We gaan op vakantie! Eerst nog de laatste spullen inpakken. Onze auto is voor een groot deel al vol als we de kinderwagen inladen. We hadden daarom een Landal-park dichtbij gekozen, zodat we eventueel twee keer konden rijden, maar mijn tante heeft aangeboden om mee te rijden in haar auto, superlief. We zijn zover als ze komt, en dat is best uitzonderlijk. S. wil eigenlijk ook nog haar aap meenemen, maar ze heeft al zes andere knuffels ingepakt, dus Aap moet op het huis passen. Mijn tante heeft echt altijd ruzie met haar navigatie, gelukkig is het een makkelijke route. S. is bang dat we weer heel ver moeten rijden, maar het is dichterbij dan de Efteling of M.’s familie, dus dat treft.

Op het park gaan we eerst lunchen met mijn tante. Oesterzwamkroketjes, mmm. Helaas vliegen er enkele wespen door het restaurant. S. is sowieso erg bang voor allerlei beestjes, en wespen vind ik zelf ook naar, dus dat is jammer. Mijn tante weet er een te verdrinken in S.’ appelsap en S. krijgt ongevraagd een nieuw glas van de serveerster. Na de lunch kan S. geschminkt worden. Ze is erg verlegen, maar wil uiteindelijk wel een prinses worden. Bollo (de mascotte van Landal, je zult nog van hem horen) blijkt ook een aantrekkelijke optie voor het animatieteam: gewoon het hele gezicht bruin. We blijken al in het huisje te kunnen. Ik vind het erg lastig om naar het huisje te rijden. Het is niet ver, maar ze zijn met de weg bezig, overal zijn mensen en andere auto’s en ik weet niet waar ik de auto kan parkeren. Pfff, stress. M’n tante gaat naar huis. Ik heb echt even tijd nodig om te acclimatiseren. We hebben een kinderbungalow. Het was ons met name te doen om de babykamer met ledikantje en commode, maar er hoort ook een bolderkar bij. S. heeft een tasje gekregen met wat dingetjes (kleurpotloden, een spons in de vorm van een kikker, badschuim) en er hangen krijtborden op de deuren om op te tekenen en op te schrijven wie waar slaapt. Ook S. moet echt even acclimatiseren, waarschijnlijk gaan we extra luiers nodig hebben deze week… Ze ligt al wel vast even onder in het stapelbed in de vorm van een huis (oftewel haar ‘huisjesbed’), maar slaapt niet. D. slaapt daarentegen vrijwel meteen. Uiteindelijk lukt het ook om de wifi aan de praat te krijgen en het activiteitenprogramma op te snorren. Het is erg fijn om wat leuke dingen aangereikt te krijgen.

Deze middag is er voorlezen met Bollo. S. is gek op Bollo, noemt de vakantiebestemming ook ‘naar Bollo’, dus daar gaan we heen. Het voorlezen stelt weinig voor, het verhaal is saai en veel te moeilijk, maar S. kan in ieder geval Bollo begroeten. Waarna ze uiteraard van het podium valt, brokkenpiloot die ze is. Een moeder biedt onmiddellijk builenzalf aan, maar M. verstaat haar niet. Het Bollo-gebeuren is in de indoorspeeltuin, dus daar speelt S. vooraf en na afloop. Het is vooral voor grotere kinderen, maar er zijn toch ook al wat dingen waar S. op kan klimmen en door kan kruipen, twee kleine trampolines en enorme blokken waarmee je kunt bouwen. S. moet erg huilen als een jongetje haar toren omgooit, maar zijn vader grijpt wel in en ze bouwen een nieuwe voor haar.

S. blijkt het hele concept van de vakantie nog niet helemaal te begrijpen. Ze wil niet terug naar het huisje, want ze denkt dat we dan helemaal naar huis gaan, en ze heeft nog niet eens gezwommen. De vraag ‘Welk huisje?’ kunnen M. en ik op een gegeven moment ook niet meer horen. Uiteindelijk gaan we toch terug naar het huisje. M. en S. gaan nog even de voucher inleveren voor de tasjes met lekkers die we krijgen omdat we via de ANWB hebben geboekt (altijd welkom), ik ga koken. We hebben een restje moussaka van huis meegenomen en eten daar overgebleven wortels (op een of andere manier slepen M. en ik altijd een heleboel eten mee van thuis dat niet thuis kan blijven liggen tot we terugkomen) en doperwten bij. Dus dat is makkelijk en lekker.

S. wil na het eten natuurlijk in het bad (dat hebben we thuis niet) met de spons en het schuim. Daarna gaan de kindjes naar bed. We leggen D. toch in het slaaptentje op onze kamer, omdat ze thuis ook nog bij ons op de kamer slaapt. We kijken de documentaire waar Maxim Februari het over had in Zomergasten: De brief van de burgemeester. Hoe kunnen we die destijds gemist hebben? Echt iets voor ons. Daarna willen we Expeditie Robinson terugkijken, jaren niet gevolgd, maar nu doen Roy Donders en Mariana Verkerk mee en zitten we er toch weer helemaal in. Al kijken we niet naar de nazit, die ongetwijfeld is afgekeken van Moltalk. Het blijkt niet mee te vallen om via RTL iets terug te kijken, maar uiteindelijk lukt het, nadat we helemaal melig zijn omdat we al een keer of dertig dezelfde reclame van Nivea for Men hebben gezien.

Lees verder Lief Dagboek (10)

Lief Dagboek (9)

Maandag 2 september

M. is vrij, dus we kunnen de kindjes samen naar de crèche brengen. S. blijkt nu gelijk naar het peuterspeelzaalgedeelte te mogen. Pff, ze wordt zo groot. Het is aan de overkant van de gang en dus alleen voor de ochtenden, er gaat een juf van de crèche mee, en toch vind ik het best een mijlpaal. Maar het is ook fijn dat ze nu eindelijk mag, nu er veel kinderen vier zijn geworden. S. hoopte er zelf al op. Ze praat wel veel over de kindjes die nu niet meer naar de crèche komen (‘Toen we courgettesoep gingen maken was E. er nog.’) En ze blijken een hartverscheurend liedje te zingen als er een kindje weggaat, iets van: ‘Zeg maar dag met je hand, wat jammer dat je weggaat en je ons nu alleen laat.’ Ze zingt vast niet mee bij het daadwerkelijke afscheid, maar thuis krijgen we het allemaal te horen. Over liedjes gesproken, we vermoeden dat ze bij verjaardagen ook ‘Hankie pankie Shanghai’ zingen, inclusief spleetogen, want waar zou S. dat anders vandaan kunnen hebben? Niet oké. De manager zegt dat ze het zelf niet op haar repertoire heeft staan, maar dat ze eens zal rondvragen. Ze reageert welwillend, maar ook nogal onnozel (‘Ik dacht dat het gewoon een liedje in een andere taal was’). Ik ben toch blij dat ik het heb aangekaart.

’s Middags gaat M. naar de stad om kleren te kopen en ’s ochtends is ze ook al naar de kapper geweest. Ik baal dat ik niet mee kan naar de stad, maar ik moet echt werken. Ik zeg voor de grap dat ze maar foto’s moet sturen vanuit de paskamer, en dat doet ze, ze slaagt goed. S. heeft het naar haar zin gehad bij de peuters.

’s Avonds probeer ik mijn nieuwe laptop uit. Waardeloze avond, want het touchpad blijkt niet goed te werken. Ik kan de cursor wel bewegen, maar niet klikken. Weer het gevoel ‘dit kan ik er echt niet bij hebben’. Op z’n zachtst gezegd.

Dinsdag 3 september

We gaan vandaag naar mijn schoonmoeder en voor de verandering rijden we ongeveer zo laat weg als we hadden gepland en past alles nog steeds in de auto (net, we hadden eerder al speciaal gecheckt of de buggy en de kinderwagen er allebei in pasten). We luisteren onderweg de Efteling-cd, de kindjes slapen een deel van de rit allebei, en dus gaat S. bij aankomst keihard krijsen. De buurman van mijn schoonmoeder kijkt gealarmeerd, maar we zijn er!

De buren hebben sowieso niet veel geluk, want de buurvrouw komt een kijkje nemen, maar zodra ze D. aanspreekt, gaat die keihard huilen.

Na de lunch doe ik eerst een dutje en daarna werk ik op de laptop van mijn schoonmoeder. De rest gaat nog even boodschappen doen (S. is blij, want er zijn autowagentjes) en verder spelen de kindjes vooral. Misschien komt het door het andere speelgoed, maar S. kan zich altijd zo goed vermaken daar, heerlijk. Op een gegeven moment wordt ze echter wel wat ongeduldig: ‘Tante C., waar blíjf je nouhou?’ M’n zusje moest werken vandaag en arriveert vlak voor het avondeten. Het is best gek dat zij ook komt logeren, maar ook weer niet, de sfeer is prima. M’n schoonmoeder blijkt de superlekkere zoete-aardappelstamppot te hebben gekozen die wij ook vaak maken. Konden we haar er mooi van overtuigen dat de hoeveelheden uit het recept echt te klein zijn. Dat kostte moeite, maar het is gewoon echt zo.

Uiteraard gaan de kindjes meteen lief slapen nu we niet thuis zijn, zodat iedereen weer denkt dat we overdrijven. D. slaapt voor het eerst in het slaaptentje en dat ziet er erg schattig uit. Ik werk nog even en dan brei ik verder aan m’n grijze trui terwijl we naar We zien ons kijken. Het is een docuserie zoals ik ze graag zie, met een zwakke plek: de voice-over is zogenaamd St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers. Dat is net zo suf en gekunsteld als het klinkt.

Ik probeer wat minder met social media bezig te zijn. Daar merkt verder niemand iets van, want ik post bijna nooit iets, maar ik ben een enorme lurker en merk de laatste tijd dat het niet goed voor me is. Ik zie alleen maar mensen die wél dingen bereiken, boeken schrijven, banen vinden reizen maken, vrije tijd hebben. Ik word erg nerveus van de plannen voor zelfstandigen en de minachting van mensen, en ook van hoe keihard er wordt geoordeeld over en door makers op Instagram.

Woensdag 4 september

Eindelijk is het zover: we gaan naar de Efteling! We zouden eigenlijk al in juni gaan, aan het einde van mijn verlof, maar toen werd er meer dan 35 graden voorspeld en dat leek ons niet te doen, zeker niet met twee kleine kinderen. Nu is de weersverwachting erg slecht, maar we gaan toch. We willen om negen uur wegrijden bij m’n schoonmoeder en om vijf over negen rijden we weg, met drie auto’s, want iedereen wil vanavond weer naar haar eigen huis. M’n schoonmoeder alarmeert m’n zusje nog doordat ze achter haar auto aan lijkt te rennen (eigenlijk gaat ze de papiercontainer ophalen), maar dan kunnen we weg. Wij natuurlijk als laatst, want meer kinderen en meer spullen.

M’n schoonmoeder woont eigenlijk helemaal niet zó dicht bij de Efteling, maar wel iets dichterbij dan wijzelf. We rijden een keer een klein beetje verkeerd (zoals zo vaak als er twee zijstraten vlak na elkaar zijn), maar verder gaat het prima, we kunnen dicht bij de ingang en dicht bij de rest van het gezelschap parkeren.

Het park is net open. Zo fantastisch meteen met die muziek en iedereen die zich opmaakt voor de dag. Hier hoopte ik op, dat ik dit op een dag zou kunnen doen met m’n gezin. M. heeft het koud, dus ik leen haar mijn sjaal, maar het is vooralsnog droog! Eerst naar de wc (daar heeft S. natuurlijk geen zin in) en dan weet C. een afsteekje naar het Sprookjesbos, waarmee ze een hele meute mensen lokt, haha. Vorig jaar hebben we veel tijd doorgebracht in het Sprookjesbos, maar nu kan het S. niet zo boeien. Ze vindt het vaak eng om ergens naar binnen te gaan. Ze gaat zelfs in de buggy zitten, als een soort veilige plek, terwijl we vooraf twijfelden of we die überhaupt mee moesten nemen, omdat ze er normaal gesproken eigenlijk nooit meer in zit. De paddenstoelen vindt ze wel nog steeds leuk, en bij de Indische Waterlelies is ze gelukkig niet bang (‘Het lijkt wel een berengrot!’). De nieuwe kleren van de keizer had nog niemand van ons gezien en is heel leuk. M. wil net iets zeggen over dat de Sprookjesboom toch niet veel aan is als S. vol enthousiasme die boom vertelt hoe ze heet en hoe oud ze is (wat ze anders echt niet zo snel doet).

Maar daarna wil ze ergens in. Vorig jaar liep ze een trauma op in de Stoomcarrousel en wilde ze daarna nergens meer in, dus laten we eerst maar eens in de Stoomcarrousel gaan! Ze gaat meteen drie keer achter elkaar. Ik ben de eerste keer wel bang dat ze van een paard zal vallen, want ze zit er alleen op en m’n schoonmoeder blijkt er niet bij te mogen blijven staan, maar het gaat allemaal goed. Daarna gaan we naar Carnaval Festival, waar ze al vaak het filmpje van heeft gezien. Ook dat is leuk, al noemt ze het de traptreintjes omdat ze er met m’n zusje in gaat en die had gezegd dat ze samen in de traptreintjes zouden gaan.

Daarna gaan we lunchen. Ze hebben voor kinderen een soort torentje met een tomaatje, schijfje komkommer, broodje kaas, chocholadebroodje en appel, en zoiets is wel aan S. besteed. Ze hebben er trouwens ook lekkere broodjes gerookte zalm. Natuurlijk moet D. nu ook een voeding en moet iedereen weer naar de wc. S. heeft haar zinnen gezet op de speeltuin achter het restaurant, die inderdaad heel leuk is, dus die krijgen we weer bijna niet mee naar de wc en naar de afruimband (ondanks het feit dat het er een is met Pardoes en allemaal lampjes). Ze speelt een poosje in de speeltuin, waarbij een ander meisje denkt in S. een nieuw vriendinnetje te hebben gevonden, ze rent haar de hele tijd achterna en wil haar hand vasthouden. S. heeft daar meestal niet zoveel mee, maar het gaat nu vrij goed.

Eenmaal uit de speeltuin gaat het dan toch richting traptreintjes. S. kan nog niet bij de trappers, dus het is nog best zwaar voor C. Ze zien er allebei wel erg gelukkig uit. Daarna komen we bij de oldtimers, die zogenaamd van allemaal verschillende winkeltjes zijn, leuk gedaan. D. is wakker, dus die mag ook mee, in de auto bij C. en mij. Een van de hoogtepuntjes van de dag, ze kijkt er supervrolijk bij. Daarna wil S. ook nog in de Polka Marina. Die lijkt me best snel gaan voor haar, maar ze roept: ‘Joehoe, naar boven en naar beneden!’ En na afloop: ‘Op welk plaatsje zaten wij?’ Het is inmiddels 14.00 uur, en nu regent het dan toch. Nu pas, eigenlijk. We gaan naar Symbolica. Daar is alleen C. al eens in geweest, dus iedereen is benieuwd. We gaan in twee groepjes en het is erg mooi. S. gaat twee keer mee. C. en m’n schoonmoeder zijn gaan schuilen bij Polles Keuken, dus daar gaan wij ook naartoe vanuit Symbolica. Ze hebben er lekkere koffie en Pardoes maakt ook nog een rondje. En D. kan weer even drinken.

Daarna nog even langs Diorama, een van M.’s favorieten, waar S. helaas een ongelukje heeft. Ze heeft gelukkig een luierbroekje aan, maar het is toch jammer. Maar goed, we gaan weer verder, op naar Droomvlucht. Van tevoren twijfelde ik wel een beetje of ik S. nu juist wel of juist niet filmpjes van attracties moest laten zien, maar ik denk dat het voor haar zo extra leuk is. Ze geniet er niet minder van, zei juist: ‘Ik ben blij dat ik het nu in het echt zie!’ Het is overal zo heerlijk rustig dat ook hier iedereen met S. erin kan. M’n schoonmoeder, S. en ik komen nog wel even vast te zitten bij de trollen vanwege een ‘kleine technische storing’, maar gelukkig is die snel opgelost en hoeven we er niet uit te klimmen of zo. Het is inmiddels zelfs weer droog. We gaan nog even langs bij de Laven, bij de monorail is niemand, dus die doen we ook.

Daarna is het al zo laat dat we moeten gaan bedenken wat we als laatste willen doen. M., m’n schoonmoeder, D. en S. gaan nog een keer in Carnaval Festival (alias ‘de poppetjes’) en daarna om en om zonder S. en D. in Vogel Rok (schoonmoeders favoriet). C. en ik gaan samen in De Vliegende Hollander, die iets verder weg blijkt te zijn dan we hadden ingeschat. Als we weer zijn herenigd bij de luchtballon, is het tijd om naar de uitgang te gaan. S. mag iets uit de souvenirwinkel kiezen vanwege een volle stickerkaart en kiest een knuffel in Hollandse klederdracht uit Carnaval Festival. D. krijgt een knuffeldoekje en we kopen ook nog een fotoboekje om na te genieten (daarom hebben we ook een parkplattegrond meegenomen). Vlak bij de uitgang is nog een restaurantje open, en we besluiten om daar wat te gaan eten. Ze hebben helaas geen vegaburgers, maar wel lekkere frietjes.

En dan is het toch echt tijd om naar huis te gaan, tot groot verdriet van S. En eigenlijk van iedereen, we kunnen zo nog van alles opnoemen wat we óók nog hadden willen doen, en dat terwijl we praktisch nergens hebben hoeven wachten. Er zit niks anders op, we moeten een keer blijven slapen. Uiteraard vergeten we m’n schoonmoeder haar fietsslot terug te geven, dat we hebben gebruikt om de kinderwagen op slot te zetten na berichten over gestolen kinderwagens. Ik rijd naar huis, D. moet op een gegeven moment erg huilen, maar valt uiteindelijk toch in slaap. S. is vrijwel direct in slaap gevallen, dus we kunnen nu ook niet makkelijk stoppen. Rond 20.30 uur zijn we thuis en is S. uiteraard ontroostbaar. Totaal overprikkeld en doodmoe. En D. kan niet slapen. Het was het waard, zullen we maar zeggen.

Donderdag 5 september

Het komt natuurlijk superslecht uit, maar de kindjes gaan vandaag wel gewoon naar de crèche, want ik moet werken en M. heeft een afspraak. Als we aankomen blijkt dat S. voortaan op beide dagen naar het peutergebeuren mag. Dat begint stipt om negen uur, en we zijn bijna te laat. Best irritant dat ze dat niet even hebben gezegd, want ik heb voor de zomer een paar maanden lang steeds geprobeerd om er om negen uur te zijn omdat ze er dan misschien heen mocht, en toen mocht ze uiteraard nooit.

Iedereen is gewoon heel erg moe, dat is denk ik wel een goede samenvatting van deze dag. Ik probeer wat te werken en fileparkeer als een pro omdat er nu wel weer plek is in de parkeervakken bij ons huis. Bijna jammer dat niemand het ziet. ‘s Middags besluiten M. en ik uiteindelijk toch nog naar het Catharijneconvent in Utrecht te gaan voor de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt, omdat het er anders waarschijnlijk niet meer van komt. Ik ben blij dat we het alsnog hebben gezien, vooral de foto’s en filmpjes zijn leuk, en ik wilde natuurlijk met eigen ogen zien waar Teunie over schreef. Het is wel erg druk met babyboomers die tegen je op lopen en met een ‘pardon’ recht voor je neus gaan staan om te bekijken wat jij aan het bekijken was. We hebben niet veel tijd meer en de rest van het museum geloven we wel, dus rennen we door de regen naar Jozef voor koffie en cheesecake.

Ik heb al een paar keer op m’n telefoon gekeken of de crèche niet had gebeld, alsof ik een voorgevoel heb. Helaas gaat er iets mis en bellen ze M., die dat pas ziet als we al op de terugweg zijn. D. blijkt een slechte dag te hebben, waarschijnlijk toch te druk voor haar geweest gisteren. Best wel zielig, we voelen ons ook echt wel ontaarde moeders, maar ja, anders kun je nooit iets doen, en ik heb al altijd het idee dat we nooit iets kunnen doen. Wat dus ook niet echt kan, zo blijkt. We gaan ze maar zo snel mogelijk ophalen. ’s Avonds werk ik nog weer wat.

Vrijdag 6 september

Vandaag werk ik vooral. Ik maak de grote opdracht af voor zover dat nu kan. Al die bewerkers, een thema als genderdiversiteit lijkt nog erg nieuw voor ze te zijn. Dat zorgt er helaas voor dat de afronding erg veel tijd kost. Ik heb ook een paar keer toevallig iets gelezen over onderwerpen. Dat betekent dat ik kan aanvullen en corrigeren, en dat geeft me altijd een beetje een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het tof om te kunnen meepraten, ik help graag, ik leer graag, aan de andere kant blijf ik natuurlijk een leek en zijn er ook vele onderwerpen waarover ik níét toevallig iets gelezen heb, daar vrees ik dan toch een beetje voor. De andere opdracht heb ik ook bijna af. De redacteur heeft nog laten weten dat ze er niet is vandaag, dus dat ik het ook wel maandag in mag leveren, omdat het anders zo ‘in een zwart gat valt’. Heel fijn, zeker aangezien ik dus onlangs nog een opdracht in een zwart gat bij iemand anders heb gegooid.

Onder het eten blijft D. maar ‘bvvvvvv’ in mijn oor roepen, stapelgek word ik ervan.

Zaterdag 7 september

Het lukt om de andere opdracht ook af te maken als M. en S. naar peutergym gaan. Ik ben er wel ineens weer ontzettend onzeker over, naar gevoel. ’s Middags werk ik ook nog m’n administratie bij. Het lukt zowaar om de printer te verplaatsen en aan te sluiten op M.’s computer, dus we kunnen weer printen. Fijn dat er soms ook wel iets lukt.

S. struikelt over D. Hoe die twee elkaar soms in de weg zitten, zucht. S. bedoelt het meestal goed, ze zegt nu ook steeds ‘zeg ik tegen mezelf’ om zichzelf te herinneren aan instructies van anderen, bijvoorbeeld: ‘Hou je roer recht, zeg ik tegen mezelf.’ Ze is gewoon een peuter, dat zeg ík de hele tijd tegen mezelf. Ze groet trouwens ook zo ongeveer iedereen op straat, en dan evalueert ze het contact binnen gehoorsafstand (‘Die meneer zei niks terug!’). Laatst nam een bellend tienermeisje op de fiets toen ze eigenlijk al voorbij was alsnog de moeite om zich om te draaien en een groet te roepen, dat was lief. O, en alle hardlopers krijgen sinds we C. hebben aangemoedigd bij een wedstrijd een enthousiast ‘Hup, hup!’ :)

Lief Dagboek (8)

(Ik loop een beetje achter, kinderen, deadlines, het leven, blabla)

Maandag 26 augustus

Er is iets met de deur van de crèche, waardoor we de ingang van de bso moeten gebruiken. Ik heb geen kind op de bso, dus ik heb geen idee waar die deur is. Escaperoom de crèche. S. ziet het eenmaal binnen ook wel zitten om met het onbekende speelgoed van de bso te gaan spelen, dus het duurt al met al even voor we op de groep zijn. De juf kan er niet over uit hoe relaxed het er wel niet uitziet en hoe gezellig het moet zijn dat S. zo goed meeloopt naast de kinderwagen en zo leuk kletst. Eh, oké, bedankt voor het compliment, denk ik, want ‘relaxed en gezellig’ zou ik onze ochtenden toch niet bepaald noemen.

Ik moet even op gang komen met werken, maar dan gaat het wel, ondanks de hitte. Ik aarzel even, maar ik kies er toch weer voor om een geëngageerde comment te plaatsen. Ik vind het heel belangrijk om zo neutraal mogelijk te zijn als redacteur, het gaat niet om mij maar om de tekst, dienstbaarheid blablabla, maar soms lees ik me toch dingen… En dan voel ik me toch ook verantwoordelijk. Als ik het niet zeg, wie dan wel? Ik kan misschien het verschil maken voor lezers, ervoor zorgen dat de tekst inclusiever wordt, of in ieder geval minder kwetsend. En vaak is het ook gewoon onwetendheid. Dus dan spreek ik me toch maar weer uit.

Het duurt ’s avonds weer eindeloos allemaal, maar het is wel gezellig. D. past haar eerste badpakje en het past.

Dinsdag 27 augustus

Ik mag S.’ haar doen. Daar ben ik nog niet zo goed in, maar ik vind het wel leuk, meestal wil ze alleen een speldje. Het wordt weer heel warm, dus we gaan zo vroeg mogelijk naar de speeltuin. Ik heb mijn been opengehaald aan de box toen de lade niet meer openging (vraag niet hoe) en dat is nog steeds niet helemaal over. We dachten er goed van af te zijn gekomen, doordat S. steeds ‘want, eh…’ zei, alsof ze zelf alle antwoorden al had, maar nu is ‘waarom’ toch hier.
D. doet slaapjes in haar bed. Ik kan daardoor zelfs nog even bloggen en werken. En ik denk dat ze later op breakdance gaat. Hoe zij zich op het kleed beweegt, de worm, heet dat volgens mij. Als we S. ’s middags uit bed gaan halen, wil D. per se een pannetje meenemen naar boven, wat S. dan weer hilarisch vindt. Zo gezellig.
’s Avonds heeft S. helaas weer een bloedneus, waarschijnlijk door de warmte. Ze gaat er wel heel goed mee om dit keer en blijft rustig (waardoor ze bijvoorbeeld niet het bloed over haar hele gezicht uitsmeert, dus dat is top).

Woensdag 28 augustus

De dagen van de grote volksverhuizingen zijn altijd moeilijk. En dan ben ik nu ook nog eens bang om een aanrijding te krijgen met de vuilniswagen. Uiteindelijk rijdt die natuurlijk helemaal niet net door de straat als ik daar rijd. Het is een grote teringzooi in huis, de strijd tegen de fruitvliegjes is nog steeds niet gewonnen, ik heb last van RSI en werken schiet niet op. S. heeft weer een waardeloze dag qua zindelijkheid. Bij m’n moeder en haar man stinkt het naar verf. Niemand hier heeft blijkbaar enig idee dat het me maar nét lukt om alles zo’n beetje te doen, als er niets misgaat, als er niets bij komt, want ze suggereren serieus dat ik toch wel even een of andere laptop in Amsterdam kan gaan ophalen.
S. vindt het wel fantastisch om met mijn broertje naar de speeltuin te gaan. ‘Ik ga met mijn oom op stap!’ had ze geroepen. Verder kan ze ‘hupselen’ en doet ze ook echt wel haar best: ‘Mama, kun je even mijn mango snijden? Anders ga ik weer proppen.’

Donderdag 29 augustus
Vrijdag 30 augustus

Geen idee meer. In ieder geval een van de deadlines gehaald en uiteindelijk toch nog een reactie afgedwongen gekregen op de opdracht waar ik maar geen reactie op kreeg.

Zaterdag 31 augustus

Peutergym begint weer, M. gaat erheen met S. Bij S. is er wat verwarring, omdat ze eerst op dreumesgym zat en nu naar een groep met oudere kindjes gaat. Zo is ze helemaal verbaasd dat peutergym in hetzelfde gebouw is als dreumesgym. Dé truc van de dag blijkt te zijn om iemand in en uit een kleed te rollen, daar moet ik dus ook aan geloven als ze terug zijn. Helaas is S. de rest van de dag niet te genieten.

Ik werk nog wat. Aan dit boek werken veel verschillende mensen mee. Ik ken de meesten niet, maar ze laten van zich horen in de comments en ze lijken er zo langzamerhand ook genoeg van te krijgen, want ze gaan steeds vaker tegen elkaar in. Juist doordat ik ze niet ken, zijn het voor mij inmiddels personages geworden. Je moet iets als je al zo lang aan iets werkt.

’s Avonds kijken we Een bezeten wereld terug, een docuserie over het interbellum. Ineens zien we de dansschool uit Utrecht op tv waar we een paar jaar stijldansles hebben gevolgd. Blijkbaar is het een van de oudste dansscholen van Nederland. We zien onze dansleraar en zijn vader (die ook vaak aanwezig was op de dansavondjes) komt aan het woord, het is supercool. We hadden er een haat-liefdeverhouding mee, het was zeker niet altijd makkelijk als vrouwenkoppel en we zijn de meeste passen inmiddels alweer vergeten, maar vanavond overheersen de goede herinneringen.

Zondag 1 september

Ik ben vroeg wakker en besluit direct nog even te gaan werken, wat zowaar een uurtje lukt. ’s Ochtends zoeken we een berg kleding uit, vooral kleding van S. Een goed doel had van die kledingzakken verspreid die ze dan later aan huis komen ophalen, daar besluiten we gebruik van te maken. S. helpt goed mee.

’s Middags besluit ik even langs de Prénatal te fietsen, daar kun je babykleding doneren aan Stichting Babyspullen. Dat idee hadden meer mensen, de containers puilen uit. Het is best confronterend om daar te zijn, omdat ze er veel spullen verkopen die wij nu al helemaal niet meer nodig hebben. Ik loop er wel tegen de zwembandjes aan die we nog nodig hadden voor S. en ik koop ook nog een setje hydrofiele doeken die ik eigenlijk al eerder had willen kopen.

S. had moeite om te gaan slapen en had uiteindelijk zelf bedacht dat ze kon gaan bedenken wat ze zou gaan knutselen. Eh, oké, als het maar werkt. Als ze uit bed komt, blijkt ze bedacht te hebben dat ze gaat verven. We hebben alleen geen verf in huis… In plaats van weer nee te verkopen, besluiten we zelf verf te maken aan de hand van dit recept. S. kan meehelpen en het is ontzettend leuk, we worden helemaal enthousiast en struinen alle kastjes af op zoek naar ‘kleurstoffen’. Daarna vermaakt S. zich een poosje prima met het verven zelf.

Verder is ze een soort rijmmachine (zoiets moet je dus niet tegen haar zeggen, want vervolgens roept ze dan: ‘De rijmmachine staat weer aan!’). Ze rijmt vooral door de letter H overal voor te zetten en het gaat nog niet feilloos, maar toch, het lijkt me snel en toepasselijk voor de dochter van een dichter.

Daarna lukt het ook nog om boodschappen te doen en bestel ik een laptop, dus het is een productieve dag.

Lief dagboek (7)

Maandag 19 augustus

Ik ben zo moe. Werken lukt vandaag niet zo goed. Ik vraag me ook af of er misschien iets mis is met de voeding van m’n computer, want hij valt regelmatig uit. Hopelijk kan m’n broertje er binnenkort een keer naar kijken. Ik haal mijn eigen doel met moeite, en dan nog vooral doordat ik me voorstel wat ik in dit dagboekje zou willen schrijven. Dat het allemaal niet is gelukt of dat ik me heb herpakt.

Tot ieders verbazing en trots is het S. gelukt om de hele dag droog te blijven op de crèche. Extra knap omdat ze per ongeluk zo ongeveer alle aanwezige pruimen blijkt te hebben opgegeten. De juffen wisten niet van elkaar dat ze ze aan haar hadden gegeven en ze was blijkbaar de enige die ze lustte… Een vader vindt dat echt te grappig, dat irriteert me. Ik vind het dan wel weer grappig dat hij zo enthousiast aan het meekleien is en dat hij zijn oudste zoon wijs probeert te maken dat ze de volgende dag halverwege de middag al zullen komen en dat die zoon dan luiers moet verschonen.

Onderweg naar huis worden we verrast door een enorme hoosbui, gelukkig kunnen we schuilen in een portiek. Als we eindelijk thuiskomen, blijkt dat M. al helemaal handdoeken en mijn badjas heeft klaargelegd. Superlief, maar gelukkig niet nodig.

Het pennetje van S.’ spelletje lag klaar om weggegooid te worden bij de batterijen e.d., maar als ik het zomaar oppak, blijkt hij het toch ineens weer te doen. S. is daar de volgende dag superblij mee. Ik ben het irritante muziekje al snel weer zat :’)

We kijken een stukje Zomergasten met Maxim Februari. Heel onderhoudend.

Dinsdag 20 augustus

Zo goed als het gisteren ging met S.’ zindelijkheid, zo slecht gaat het vandaag. Ze is steeds nét te laat bij de wc. Oké, een keer is het wel knap dat ze niet compleet verschoond hoeft te worden, want we zijn in een speeltuin een eind weg als ze zegt dat ze moet plassen. Daar kun je met zand spelen. Niet ideaal omdat het nog een beetje nat is en we geen zandbakspullen bij ons hebben, maar ik wilde echt even wandelen en niet weer naar de speeltuin om de hoek.

We maken alvast naanbroodjes voor bij de curry. Twee ingrediënten, die we allebei niet in huis blijken te hebben. Improviseren dan maar. Het is moeilijk als je twee jaar bent en niet op de bak mag leunen bij het afwegen en de lepel niet uit de bak mag zwiepen, maar het lukt.

Verder wil S. vooral de hele dag boekjes lezen en spelletjes spelen (Eerste boomgaard en Nijntje-domino). Als ze zelf speelt, heeft ze wel weer geniale uitspraken, zoals: ‘Een aap op een plakje kaas… Dat vind ik niet lekker op de boterham.’

Er is een halfuurtje waarin ze allebei slapen en ik het idee heb dat ik zou moeten werken, maar in plaats daarvan handwerk en tv-kijk. Je weet natuurlijk ook nooit hoelang het duurt.

Bij de boodschappen blijkt een verrotte zoete aardappel te zitten, supergoor. Gelukkig kom ik er meteen achter als ik ze wil gaan snijden voor de plaattaart. En klachten worden ook echt wel netjes afgehandeld per app: geld terug en gratis een nieuwe zak bij de volgende bestelling.

D. slaapt redelijk goed in haar bedje. Dat komt goed uit, want ze rolde vanmorgen om in de kinderwagenbak, dus ik denk toch dat we over moeten naar het zitgedeelte. Ik werk weer eens aan m’n sjaal en we kijken America to Me. Ze doen daar op school aan spoken word en hoe overdreven het soms ook is, het is toch ook wel heel gaaf. Ik krijg er zin van om te schrijven (ook al doe ik dat niet).

Woensdag 21 augustus

Mijn schoonmoeder komt oppassen en ik ga werken bij mijn moeder en haar man. Dat wil zeggen, nadat ik een opdracht heb ingeleverd. Fijn dat dat weer klaar is. De stress staat weer eens totaal niet in verhouding tot de verdiensten. M’n schoonmoeder is gewend om alles op haar aanrecht te leggen en bewaart een stuk banaan voor D. op ons smerige aanrecht. Daar ben ik niet bepaald blij mee.

M’n moeder heeft niet verteld dat twee van haar tantes en een oom die middag op bezoek komen. Dat zou handig zijn geweest om te weten, aangezien ze een rondleiding door het hele huis krijgen en m’n moeder het toch wel heel fijn lijkt te vinden als ik er even bij kom zitten. Ik probeer het los te laten, ik vind het zelf op zich ook leuk om ze te zien. En afgezien daarvan gaat het werken best goed, ik redigeer een ridderboek en had niet verwacht dat het zo grappig zou zijn. De vertaling ziet er ook goed uit.

Eenmaal weer thuis blijkt mijn schoonmoeder wat in de tuin te hebben gewerkt. Alle beetjes helpen.

Donderdag 22 augustus

Mijn broertje komt naar mijn computer kijken. Aanvankelijk gaat hij gewoon aan en vindt hij niets, waarop we besluiten het nog maar even aan te kijken. Als hij weg is, doet de computer echter helemaal niets meer. Hij regelt bij een vriend een andere voeding, maar nee. Ik overwoog sowieso al een laptop aan te schaffen zodat ik wat makkelijker even iets beneden kan doen en (in de toekomst) ook af en toe buitenshuis, maar dit is natuurlijk toch enorm balen. Ik heb helemaal geen ruimte in mijn hoofd om hiermee bezig te zijn. Met de harde schijf is niets mis, dus er is in principe niets verloren, maar op dit moment kan ik er niet bij. Ik heb alles van mijn grote project gelukkig consequent naar mezelf gemaild, inclusief de hoofdstukken die ik nog moet doen. Ik kan er dus gewoon mee verder, voor het moment op M.’s computer. Toch voel ik me ontzettend onrustig en vind ik het heel lastig om te werken. Het gaat gewoon allemaal nét, als er niks misgaat, maar er gaan natuurlijk steeds dingen mis.

Eenmaal aangekomen op de crèche zakt de moed me nog verder in de schoenen. S. heeft uitgebreid met zand en water gespeeld en is ongelooflijk smerig. Heel leuk en goed dat ze dat daar doen, maar het betekent nog meer werk voor ons. Daarnaast kan ze er slecht mee omgaan dat ik er ‘ineens’ ben en knijpt en slaat ze me. Ze heeft volgens de juf wel leuk met M. gespeeld. Ze vertelt er zelf ook over. Daaruit blijkt dat ze hem ook behoorlijk in het rond heeft gecommandeerd, maar goed. Ze beweert ook dat ze ‘stop, hou op’ en ‘niet doen’ heeft gezegd tegen bepaalde ‘stomme’ kinderen, dat zou wel echt goed zijn. Ik vind het zo sneu voor haar dat het de afgelopen dagen weer zo slecht gaat met haar zindelijkheid. Ook wel voor mezelf, want ik dacht na zondag en maandag echt dat het de goede kant op ging. Maar S. riep al de hele week opgetogen dat ze een sticker zou krijgen van juf R. als het haar zou lukken om droog te blijven op de crèche (dat heeft juf R. ook daadwerkelijk beloofd) en ik wist van tevoren al dat het haar waarschijnlijk niet ging lukken. D. heeft met even oude baby J. gespeeld op een mat gelegen tot ze daar afrolde. Ze is helemaal schor van het hoesten, superzielig, ik denk dat ze zich echt niet lekker voelt.

Ik moest S. volledig verkleden op de crèche en had haar even geen luierbroekje aan gedaan. Bij thuiskomst poept ze uiteraard in haar broek. M. is inmiddels thuis en neemt dat op zich, terwijl ik D. voed. S. gaat weer veel te laat naar bed omdat het te lang duurt voor we kunnen eten en ze daarna nog moet douchen, maar ze gaat wel meteen slapen. D. moet steeds hoesten, dus die krijg ik pas in slaap als ik haar weer aanleg (waarbij ik zelf ook bijna in slaap val). Ik heb weer eens een hypochondermomentje, tot ik me realiseer dat S. me heeft geknepen, dus dat ik misschien toch geen melanoom op mijn been heb. Na een douche toch nog even naar beneden voor wat tv. Verongelijkte leraren en ouders (dat wordt nog wat op de basisschool, tralala) en Jannie en André die naar ‘ons grondgebied’ afreizen. Ik woon hier toch wel graag.

Vrijdag 23 augustus

Vreselijke nacht, uiteindelijk neem ik D. maar bij me en probeer ik als vanouds half rechtop nog wat te slapen. Ik erger me kapot omdat ik nog steeds niks gehoord heb op de woensdag ingeleverde opdracht.

’s Middags staat m’n broertje ineens weer voor de deur (heel attent, hij belt op in plaats van aan om aan te geven dat hij voor de deur staat, omdat hij niet wist of de kindjes sliepen en S. sliep ook inderdaad) met mijn harde schijf en een aangeschafte behuizing, zodat ik weer bij m’n bestanden kan. Wat een opluchting.

Het is daardoor wel een extra rommelige dag, en ik redigeer zo’n vijfduizend woorden te weinig. Dat komt ook doordat ik even de tijd neem om chai lattes met havermelk te maken voor ons en kinderkoffie voor S. Doordat ik even de tijd neem om samen te zijn. S. grijpt haar kans op een extra voorleesmoment. Ik heb m’n broertje ook heel wat voorgelezen. M’n broertje zit op de leuning van de bank. S. zegt verschrikt tegen hem: ‘Ik mag dat niet van de mama’s.’ ‘O, dan zal ik het ook maar niet doen,’ zegt mijn broertje.

We eten erwtensoep, S. heeft zich met het weekmenu bemoeid. Het smaakt prima. Na het eten ga ik naar Spoffin in de binnenstad. Ik heb met mijn moeder afgesproken om naar een dansvoorstelling te gaan, omdat een vriendin van haar daaraan meedoet. We zijn ruim op tijd en kunnen dus mooi twee kussentjes claimen aan de rand van de kring. Het is prachtig weer en er hangt een fijne sfeer, maar ik voel me er niet echt onderdeel van. Ik kan niet lang blijven hangen vanwege de borstvoeding en ik heb D. ook nog eens ziek achtergelaten bij M. Een van de deelnemers positioneert zich recht achter ons in haar rolstoel en zegt de hele tijd zenuwachtig tegen ons dat we wel opzij moeten gaan als ze op moet. Ja, ja, komt goed. Een moeder zegt tegen haar tienerkinderen: ‘Nee, kom maar, dit is meer iets voor oude mensen.’ En bedankt.
We zien de vriendin nergens. Ik vraag of mijn moeder wel aan haar heeft gevraagd of ze echt meedoet. Dat blijkt niet zo te zijn, het leek haar een leuke verrassing voor haar vriendin als wij er ineens zouden zijn. Dat zou het ook geweest zijn, alleen blijkt de vriendin toch niet mee te doen. Daarnaast is de voorstelling zelf ook vrij apart. Het heet De femme à femmes en Léa Dant, een Franse choreografe, maakt deze voorstelling overal met lokale vrouwen. De voorstelling is dus overal anders. Ik had verwacht dat er meer in gedanst zou worden, dat sowieso. Daarnaast hebben de vrouwen ervoor gekozen om tegen het einde allemaal naar voren te komen en stuk voor stuk iets te zeggen, beginnend met ‘I honor…’ Dat hadden ze niet moeten doen. Ten eerste spreken bijna alle vrouwen bijzonder slecht Engels, waardoor ze zichtbaar staan te stuntelen en hun boodschap nauwelijks aankomt. Ten tweede hebben lang niet alle vrouwen iets bijzonders te melden, waardoor de ontroerende verhalen (bijvoorbeeld van een transvrouw en van een vrouw die haar kindje heeft verloren) in schril contrast staan met vrouwen die dan maar bedacht hebben te zeggen dat ze van dansen houden of iets dergelijks.
Als het is afgelopen, blijkt M. te hebben geappt. D. heeft zichzelf helemaal ondergespuugd en moet steeds huilen, dus ik besluit meteen weer naar huis te gaan. De vriendin die niet meedeed blijkt wel in het publiek aanwezig, blij dat ze uiteindelijk niet heeft meegedaan. Mijn moeder besluit naar haar toe te gaan. Ik haal nog even paracetamol voor D. voor het geval dat en ben blij als ik weer thuis ben. D. wordt rustig en met z’n tweeën is het gewoon makkelijker. Al blijkt S. wel ontzettend lief en zorgzaam te zijn geweest.

Zaterdag 24 augustus

D. is vandaag ook weer helemaal schor van het hoesten, waterige oogjes, koortsig. En dus is ze ook steeds wakker ’s nachts, ze houdt zo’n beetje weer haar newbornschema aan. Ook S. is weer veel aan het spoken, het is erg zwaar.

Ik wil ondanks m’n schouder in de tuin werken. M. neemt de kindjes mee naar de speeltuin en ik ga de klimop snoeien, zelfs vanaf een trapje (heel irritant, want dan moet ik aan de kant voor auto’s, gelukkig is het nog vroeg en rijdt er maar een keer een auto langs). Ik haal ook nog best wat wortels, onkruid en brandnetels weg. S. komt ook nog even helpen. Het is nog lang niet af (ik denk niet dat het ooit af komt), maar de gft-bak is behoorlijk vol, het wordt warm en ik ben moe. Tijd voor (kinder)koffie en chai latte. D. krijgt wat banaan, maar ze wil niet eten. Wel drinken, gelukkig.

We bedenken het nieuwe weekmenu alvast, het lukt me om die vijfduizend woorden alsnog te redigeren en m’n winterjas wordt bezorgd. Ik wilde een kortere voor erbij, sinds ik met S. bijna van de fiets ben gevallen. En dat vind ik dan toch meteen weer een ‘uitspatting’. De jas ziet er goed uit en past, dus ik ben blij. Even denk ik dat er meteen al vlekken op zitten, maar M. heeft hem met natte handen bewonderd. S. gaat in de tuin in haar badje. Ik maak lasagne. We kijken de finale van The Great British Bake Off. Sandi is zo cool.

Zondag 25 augustus

Ik wil vandaag graag m’n boek uitlezen en dat lukt. Ik baal er zo van dat ik nooit genoegen kan nemen met dit soort dingen. Dat ik dan alleen maar ga zitten balen omdat ik keuzes moet maken in wat ik voor mezelf kan doen, in plaats van blij zijn met wat ik voor mezelf kan doen. We doen boodschappen. Het poortje bij de zelfscankassa’s blijft niet lang open, dus we moeten ons met de kinderwagen en S.’ kleine karretje strategisch opstellen.

M. bouwt toch de kinderwagen maar om en we gaan een stukje wandelen aan het eind van de middag. Het blijkt nog steeds erg warm en S. wil eigenlijk naar de dichtstbijzijnde speeltuin, dus het is aanvankelijk geen succes. D. heeft haar nieuwe zonnebrilletje op. Eigenlijk past ze het nog niet, haar hoofdje is relatief klein, maar het staat wel erg schattig. Ze lijkt het ook leuk te vinden om vanuit het zitgedeelte meer te kunnen zien. Uiteindelijk komen we bij een ander speeltuintje, waar S. onder het genot van keiharde muziek een poosje speelt. Met een klein beetje hulp kan ze zowaar op het speeltoestel klimmen, ze kan vaak meer dan ik denk.

’s Avonds kijken we de Musical Sing-a-long. We hebben nog geen enkele musical geboekt voor het nieuwe seizoen, en dat blijft waarschijnlijk zo. We doen ook deze test van de Volkskrant en hebben nog een fijn gesprek over het huishouden en het leven.

Lief Dagboek (6)

Maandag 12 augustus

Zulke beroerde nachten de laatste tijd, zo moe. En daardoor is het ook meteen weer een stuk lastiger om positief te blijven. Het is wel leuk om onderweg met S. te praten over wat we allemaal in de Efteling kunnen doen. Op de crèche zijn sommige juffen terug van vakantie en andere nu juist op vakantie. Dit betekent waarschijnlijk wel dat S.’ lievelingsjuf er donderdag weer zal zijn. Er zijn ook kindjes terug van vakantie die het totaal niet trekken dat ze ineens weer naar de crèche moeten, superzielig. Ik moet zoveel doen vandaag. Ik begin in ieder geval goed, want ik werk heel hard voor mijn afspraak. Ik zie ook erg op tegen de afspraak, dus het is een goede afleiding. Het valt uiteindelijk mee, maar ik ga nog behoorlijk wat tijd moeten investeren in m’n herstel en daar heb ik gewoon helemaal geen zin in. Ik hoop dat ik ooit nog het gevoel ga krijgen dat mijn lichaam weer van mij is. Het helpt ook totaal niet dat mensen steeds benoemen hoe slank ik wel niet ben, zo voelt het helemaal niet.

Ik besluit na de afspraak maar meteen boodschappen te gaan doen. Ik kom een oud-klasgenootje tegen in de supermarkt en we hebben een leuk gesprek, het vrolijkt me op. Zij dacht ongeveer hetzelfde over zo dicht bij het dorp gaan wonen waar we samen op school hebben gezeten en hier zijn we dan toch. Zij heeft wel juist weer negatieve verhalen gehoord over de basisschool waar we na de zomer nog willen gaan kijken, dus dat blijft moeilijk.

Het lukt me weer om het aantal woorden te halen, ook al heb ik een rare trilling in mijn hand die me direct hypochonderig maakt. Ik krijg een zeer vage mail over een opdracht die ik al af heb. Aanhef: ‘Hoi Nico’. Er komt geen rectificatie, dus uiteindelijk mail ik zelf maar terug. Het lukt niet om vooraf te koken, maar ik time het ophalen van de crèche wel heel goed tussen de buien door. Pas als we bijna thuis zijn, gaat het weer regenen. Ik had wel onze paraplu’s meegenomen, dus eigenlijk is het zo perfect, want nu kan S. nog even met die van haar lopen.

Ik had meer groente in het linzenprutje moeten stoppen, maar het is wel lekker gekruid, al zeg ik het zelf (opgezocht wat er allemaal in de dure kruidenmix zat die in het recept stond).

We gaan te laat naar bed, maar ik moet ook gewoon iets van een avond hebben.

Dinsdag 13 augustus

Excuses van degene die Nico probeerde te bereiken: ‘Ik stuur het snel naar de juiste Nico.’ Juist. Nou ja, in ieder geval heb ik geen werk over het hoofd gezien. Iemand anders heeft genoten van mijn mail. Dat is fijn, ook al zijn mails zo ongeveer het enige wat ik op dit moment schrijf en doe ik er vaak belachelijk lang over om er een te typen omdat ik mezelf continu redigeer.

We doen erg weinig vandaag. We gaan even naar de speeltuin, maar het gaat al snel regenen, dus gaan we weer terug.

We kijken naar America to Me. Best een interessante documentaire (een docu over een school is bij ons al snel goed), maar wel erg Amerikaans.

Woensdag 14 augustus

M’n moeder en haar man vonden het blijkbaar niet nodig om te vermelden dat er een gigantische steiger voor hun huis staat, waardoor parkeren (en wegrijden) nog moeilijker is dan normaal. Zoveel stress door die halve volksverhuizing iedere keer, soms vraag ik me echt af waarom ik dit doe. Juist omdat iedereen ervan uitgaat dat ik het allemaal doe. En het dan nog niet genoeg is. Zoveel hoofdpijn ook weer.

Wel een superinteressante passage in een opdracht, over de taalontwikkeling van jonge kinderen. Vertel me alles.

Donderdag 15 augustus

Houd moed, mailt iemand. Dat moet ik dan maar proberen. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor die oefeningen, zo wordt het natuurlijk nooit beter. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor wat dan ook. S. is blij dat haar lievelingsjuf terug is van vakantie, maar als ik de kindjes op kom halen, zijn ze allebei aan het huilen: S. omdat een ander kindje haar heeft geslagen met een stuk spoorrails en D. omdat ze het voor elkaar heeft gekregen om zichzelf in de breedte onder de babygym te positioneren. Top weer.

S. heeft courgettesoep gemaakt op de crèche. We eten zelf ook iets met courgette, dus D. krijgt het ook, gaat best goed.

Vrijdag 16 augustus

Ik lig nog steeds op schema met mijn grote opdracht, een hele prestatie als je bedenkt hoe slecht ik me voel. Het is wel lastig om het andere werk eromheen te plannen, dus hopelijk kom ik daarmee niet alsnog in de problemen.
Ik heb weer eens last van ‘het is mijn eer te na’, waardoor ik meer tijd besteed aan een opdracht dan ik zou moeten doen. Al was het maar omdat ‘Je vindt het toch leuk?’ achterlijk vaak als argument wordt gebruikt om veel te weinig te betalen. Dit vind ik leuk en dat weten ze, maar van leuk kan ik geen eten kopen. Ik heb onderhandeld, maar dan nog.

Er komt ineens een sprietje uit het stukje gember dat ik een tijd geleden in een potje heb gestopt. Dat is zo’n beetje mijn niveau qua planten. Ik baal zo van onze tuin momenteel, omdat het me maar niet lukt om er iets aan te doen en vooral omdat we de heg die we vorig jaar hebben laten planten de laatste hittegolf slechts zeer gedeeltelijk lijkt te hebben overleefd, zo gênant. De achtertuin ziet er wel goed uit, maar iedereen ziet natuurlijk alleen die zooi aan de voorkant en zijkant. De laatste keer dat ik de klimop te lijf ben gegaan (niet de stervende heg), had ik daarna zoveel last van m’n schouder dat ik dat nu ook niet goed meer durf.

Zaterdag 17 augustus

Het kost me veel moeite om op te starten. Ik wil het liefst nergens heen en de tijd uitzitten tot ik weer iets voor mezelf kan doen, maar uiteindelijk gaan we toch naar het winkelcentrum. We komen mensen tegen die we kennen, dat is wel leuk. En we kopen wat dingen voor D.: zwemluiers, een zonnebrilletje, billendoekjes, kleren. We hebben best veel kleren gekregen die ze past bij het verkeerde weer, jammer. Verder vragen we ons af wanneer we de kinderwagen om moeten bouwen. Als ze wakker is, doet ze zo’n beetje buikspieroefeningen in de bak, maar ’s avonds slaapt ze er vaak nog in.

S. heeft ineens een kopvoeter getekend, een bizar verschil met haar gewone gekras. We moeten ook echt op zoek naar een tafeltje en een stoeltje voor haar, want nu doet ze steeds gevaarlijk op een krukje bij de salontafel. Helaas laat ze ook het pennetje dat bij haar Nijntje-spelletje hoort in haar potje vallen. We gooien het nog in ongekookte rijst, maar het mag niet baten.

We eten die superlekkere stammpot met zoete aardappel, spinazie en geitenkaas. M. heeft ’s avonds een verjaardag. Ik heb D. in haar bedje gelegd. Het lukt ook wel om haar daar te laten, maar ik moet wel regelmatig naar boven, daar heb ik gewoon niet altijd puf voor. Ik kijk naar Amy Florence (niemand is zo leuk als Tilly Trout, zucht) en werk aan m’n sample. Dit wordt vast weer iets wat niemand ooit gaat maken vanwege de hoeveelheid werk, maar zelf heb ik er eigenlijk wel weer plezier in, want ik kom nu eindelijk toe aan de decoratie. Ondertussen helaas wel veel aan het piekeren.

Zondag 18 augustus

We gaan ’s ochtends naar Loods 5. Het gaat ontzettend goed. We kopen een vijzel, bekijken eventuele cadeautjes voor S. en zoeken wat nieuw plastic servies uit omdat D. nu ook meer gaat eten (als ze het bakje ziet, lijkt ze al te snappen dat ze iets krijgt, heel apart). We hebben de draagzak mee voor als D. het niet meer trekt (we hebben S. een keer heel Loods 5 door moeten dragen. Loods 5 is een grote winkel), maar die hoeven we niet te gebruiken. Alleen een tafel en een stoeltje vinden we niet. Daarna is het tijd voor koffie en taart, met een wafel met fruit voor S. S. gedraagt zich de hele ochtend uitstekend én heeft geen ongelukjes, we zijn supertrots op haar. Een ander vrouwenstel in het restaurant zit de hele tijd naar ons te kijken. Het kan, het kan dus echt (al is het vaak niet zo idyllisch als het nu lijkt).

’s Middags lukt het zelfs nog om een weekmenu te bedenken en boodschappen te doen, dus met een beetje geluk heb ik dan morgen iets minder stress. Na het avondeten iedereen onder de douche en ik doe zelfs een paar oefeningen, dus het lijkt ineens even heel georganiseerd. Met de nadruk op ‘lijkt’.

Lief Dagboek (5)

Maandag 5 augustus

We zijn weer vergeten om de melk voor D. uit de vriezer te halen, al heeft M. het wel al gedaan als ik in paniek naar beneden kom rennen. Ik heb wel ook een half ijsblokjeszakje gevuld zodat ze eventueel nog een kleine hoeveelheid kunnen ontdooien. IJsblokjeszakjes zijn fascinerend. Het blijft enorm zoeken naar de juiste hoeveelheden, ik moet genoeg zien te kolven… In die zin zou het fijn zijn als D. meer fruit en zo zou gaan eten. Hopelijk gaat dat in de komende maanden gebeuren.

Als ik thuiskom van de crèche heb ik niet zoveel tijd meer om te werken voor mijn afspraak, maar die tijd besteed ik zowaar nuttig. De afspraak is wel oké, diegene is prima te vinden, aardig en heel positief, komt veel ernstiger gevallen tegen, er is heus verbetering mogelijk. En toch blijf ik het verschrikkelijk vinden. Ik wil hier helemaal geen tijd aan besteden, ik wil alles weer doen, ik wil mijn oude lichaam terug, ik vind toch nog wel weer dingen om me zorgen over te maken. En ik baal er zo van dat ik hier zo voor moet vechten, ik voel me zo in de steek gelaten. Een collega van M. vertelde uit zichzelf dat ze zich ‘afgedankt’ voelde na haar zwangerschap en dat is precies het goede woord. Tijdens je zwangerschap kun je alles vragen en wordt alles voor je geregeld, daarna zoek je het maar uit.

Na de afspraak lukt het om mijn opdracht helemaal af te maken. M’n broertje komt de travelbag van mijn backpack ophalen, die wil hij lenen voor zijn vakantie naar Oekraïne. En ik neem ook nog een andere opdracht aan. Deze maand zit nu echt vol. Ik had nog veel meer willen doen. Het probleem met de opdracht is inmiddels opgelost. Daarvoor is iemand op haar vakantieadres per ongeluk uit bed gebeld en aan de slag gegaan om vijf uur ’s ochtends plaatselijke tijd. Ik kan hier niks aan doen, maar ik kan me de stress van die persoon zo goed voorstellen dat ik me toch schuldig voel. De probleemoplosser stuurt nog een gezellige mail. Ik leef voor gezellige mails.

We hebben de gnocchi helemaal ontdekt. Ik kook voor ik de kindjes ga ophalen. Daardoor haal ik de kindjes pas laat op, zo laat dat M. me tegemoetkomt en we ze samen op kunnen halen. S. is naar een speeltuin in de wijk geweest met grotere kinderen. In het beleidsplan staat van alles over uitjes, je moet daar ook toestemming voor geven, maar volgens mij gaan ze nooit ergens heen, behalve nu dan, helemaal met zo’n wandelkoord dat de kindjes vast moesten houden. S. is onder de indruk.

We kijken Pisnicht: The Movie, een mooie documentaire van Nicolaas Veul (we hebben veel programma’s uit de week van de Pride opgenomen, moeten we het zo’n beetje weer een heel jaar mee doen). Het is toch wel echt anders om homo te zijn, alleen al vanwege hoe het woord ‘homo’ wordt gebruikt, daar gaat de documentaire over.

Dinsdag 6 augustus

S. slaapt uit tot 8.30 uur. D. is er twee uur eerder bij, maar die leg ik na de voeding nog weer terug in bed. Ik maak van de gelegenheid gebruik om opdrachten voor te bereiden, originelen op m’n e-reader te zetten. Was m’n Duits maar beter.

We gaan boodschappen doen. S. kan met een klein karretje rijden en krijgt een krentenbol van die ene man van de broodafdeling die vaak krentenbollen uitdeelt. Het is een vermoeiende dag, S. wil uiteraard geen middagdutje doen. Eerst huilde D. omdat ze alleen op haar buik kon rollen en niet terug, nu omdat ze wegrolt van haar speelgoed. Ze eet beter. Het zijn nog erg kleine hoeveelheden, dus het is vooral meer werk, want ze krijgt nog evenveel voedingen. Maar ze eet een stukje banaan en bij het avondeten wat aubergine. En we hebben bruin brood gekocht (ze mag nog geen volkoren), dus ze sabbelt bij de lunch wat op een broodkorst.

We zijn vergeten de witte bonen te laten wellen, dus ik improviseer met linzen.

Woensdag 7 augustus

M.’s moeder komt nog een keer oppassen. S. en zij maken zelf klei, S. is helemaal enthousiast. Het wordt uiteindelijk wel volkoren klei, want ze hebben er eerst te veel water bij gedaan en M.’s moeder vindt alleen tarwemeel in ons keukenkastje. Ik onderbreek haar als ze met S. ‘Hankie pankie Shanghai’ wil zingen. Ik vrees dat S. dat ook al kent van de crèche, maar ik vind het echt niet meer kunnen. Ik begin aan de grootste opdracht van deze maand. Ik heb een strakke planning voor mezelf gemaakt, ik weet hoeveel woorden ik elke week wil/moet redigeren. Hopelijk helpt het. Het geeft wel meteen stress, want M.’s moeder wil op tijd weg en ik moet nog koken (goed gelukte couscous met makreel). M.’s moeder beantwoordt appjes onder het eten, tot onze verbazing.

We kijken Zomergasten terug met Hanna Bervoets. Dat wil zeggen, een stuk, ik snap niet hoe mensen dit in een keer achter elkaar kijken. Het is erg interessant (al spoelen we sommige gruwelijke fragmenten door, nog een voordeel), ook de reacties op haar optreden (te analyserend, afstandelijk, niet emotioneel/persoonlijk genoeg). Ik herken veel van haar analyse van Literatuurwetenschap. Ik was helemaal niet zo goed in de theoretische vakken, maar hierin kan ik nog wel meekomen. We kennen haar werk vrij goed, en ze zegt interessante dingen over lesbisch zijn.
Ondertussen hecht ik eindelijk de laatste bol aan voor mijn sjaal (de basis, er komen nog andere onderdelen aan vast en ik wil er nog op borduren). Daar zijn ik en mijn schouder erg blij mee.

Donderdag 8 augustus

Weinig te melden over m’n werk vandaag, behalve dan dat ik m’n eigen planning meteen alweer niet haal. Dat geeft veel stress. Ik probeer te bedenken dat ik nog veel meer stress zou hebben als ik had besloten om de kindjes mee te nemen naar de verjaardag van mijn tante. Dan had ik ze eerder op moeten halen van de crèche. Waarschijnlijk veel eerder, aangezien S. anders weer totaal overprikkeld zou zijn. Dan zou ik dus nog minder tijd gehad om te werken. En in m’n eentje naar m’n tante moeten rijden met hen. Moeten fileparkeren in haar jarendertigwijk. Daarom hebben we afgesproken dat M. de kindjes ophaalt en dat ik alleen naar de verjaardag ga. Ik moet nog kolven, ik moet het eten voorbereiden, ik ben uiteindelijk zo laat klaar dat M. dan al thuis is om de kinderwagen op te halen. Ik ben niet bepaald in de stemming voor de verjaardag, maar het is wel gezellig. Er zijn natuurlijk alsnog talloze parkeerplekken. Het is erg fijn om erheen te kunnen fietsen en me even niet bezig te hoeven houden met de kindjes, ook al krijg ik veel vragen waarom ze er niet bij zijn. Veel dingen zijn altijd hetzelfde op mijn tantes verjaardag, mogen altijd hetzelfde blijven van mij. Dat kan natuurlijk niet. Ik mis I. weer eens extra. Het blijft zelfs gek dat L. er niet meer is. Het is ook fijn om ’s avonds terug te fietsen. M’n tante heeft taart meegegeven omdat we meteen gingen eten toen ik er was, ook voor M. en S.

Vrijdag 9 augustus

S. kan vandaag eindelijk haar paraplu gebruiken. Ik heb hoofdpijn, maar het lukt zowaar om de achterstand van gisteren in te halen. M. maakt een heerlijke zoete-aardappelsoep.

Zaterdag 10 augustus

We hebben D. slapend overgeheveld naar haar bedje zonder haar nog drinken te geven voor we gingen slapen. Slecht idee, nu komt ze midden in de nacht. Ik probeer ’s ochtends vroeg nog even te bloggen, maar kindjes worden al snel weer wakker.
S. roept bij het ontbijt dat ze stroop in haar neus heeft. Terwijl M. een washandje gaat pakken, haalt ze haar neus op. Handig…
Ik ga in mijn eentje boodschappen doen en ondertussen doet M. D. in bad. S. doet maar alvast weer al haar kleren uit. Het is heel efficiënt, als ik terug ben drinken we ijskoffie en delen we met z’n drieën het abrikozentaartje dat mijn tante nog had meegegeven voor S. Daarna besluiten we naar de bieb te gaan. Met de auto, want het weer is wisselvallig en het waait hard. S. is helemaal opgetogen dat we allebei meegaan. We halen een flinke stapel boeken voor iedereen. Als het aan S. lag, hadden we er nog wel meer gehaald, dus ze mocht er ook een paar kiezen om daar te lezen. Ze zegt een keer of veertig dat ze graag een boterham met (vega) smeerworst wil als we weer thuis zijn. Dubbel (met bijbehorend handgebaar). Totdat we eindelijk aan tafel zitten, dan wil ze ineens jam. Of nee, doe toch maar smeerworst. Hoe verrassend.
Na de lunch gaan de kindjes slapen (tegelijk, hoera!) en ga ik een poosje haken en podcast luisteren. De basis voor de sjaal komt af. Daarna begin ik aan de vegetarische moussaka. Superlekker, maar veel werk. Al is het minder werk dan ik me herinnerde. Ondertussen worden de kindjes weer wakker. Als de moussaka klaarstaat (S. heeft de ovenschaal ingevet met de kwast) gaan we nog even naar de speeltuin.

We kijken Zomergasten af en zijn vreselijk ontdaan van het fragment uit How to Survive a Plague, waarin nabestaanden van aidsslachtoffers protesteren tegen de Amerikaanse regering. Ze hebben foto’s en as van hun geliefden bij zich en strooien die as uit bij het Capitool of het Witte Huis of ik weet eigenlijk niet waar, terwijl de politie ze tegen probeert te houden. Ik dacht dat ze die as alleen mee hadden genomen, ik had niet verwacht dat ze ’m ook gingen uitstrooien, zeker niet daar, bij de mensen die hen haten. Maar verder ontbrak de emotie, hoor, in de aflevering met Hanna Bervoets (!)

Zondag 11 augustus

We hebben D. niet in bed gelegd zonder laatste slokje en toch was het weer een waardeloze nacht. Ik voel me slecht, zeker omdat S. veel kliert en huilt. S. en J. komen vanochtend langs omdat S. binnenkort naar Frankrijk vertrekt en vanaf daar in twee maanden naar Santiago de Compostella wil gaan lopen. En we moeten iets doen wat ik hier maar even niet specificeer, omdat ik niet weet wie er allemaal meelezen. Het lukt redelijk. Ze blijven lunchen. Nu is S. wel gezellig. Ze staat erop om D. na de lunch te poetsen met een washandje. Lieverdje dit, lieverdje dat.

Als S. en J. weg zijn, maak ik m’n boekenblog af. Ik voel me opgesloten. Naar aanleiding van de column van Asha ten Broeke veel nagedacht en gepraat over ‘mental load’. Ik mag zeker niet klagen. M. doet veel en het is een bevrijding om taken niet op iemands geslacht te kunnen gooien, maar natuurlijk hebben wij ook strubbelingen en hebben veel heterovrouwen volgens mij niet door hoe vanzelfsprekend ze bepaalde dingen (klussen, de auto, de tuin) aan mannen overlaten. Het kan ook lastig zijn om álles ‘zelf’ te moeten verdelen. Laat ik het zo zeggen, er blijven bij ons aardig wat dingen over. De column gaat overigens vooral over kunst/schrijven en hoe moeilijk het voor vrouwen is om in de benodigde flow te raken. Tja, dat lukt mij dus ook niet.

We gaan nog maar weer naar de speeltuin. Wat wonen er toch veel peutermeisjes in onze buurt. S. wil vooral met ons spelen, maar gaat nog wel op de nestschommel met het buurmeisje.

We eten pasta. S. is helemaal hysterisch omdat ze nog voor het eten Het Zandkasteel wil kijken. We geven haar uiteindelijk maar haar zin. We moeten nog zoveel doen na het eten. Als we eindelijk klaar zijn, moeten we echt iets vrolijks kijken. Er is niks vrolijks op tv, dus het wordt de dvd van 100% Coco.

Lief Dagboek (4)

Maandag 29 juli

Tijd om de eerste opdracht na mijn verlof in te leveren! Natuurlijk duurt de afronding weer langer dan ik denk. Ik had aardig wat aandachtspunten meegekregen en neem altijd graag de tijd om die langs te lopen, aangevuld met wat ik zelf nog ben tegengekomen. Gezien de omstandigheden ben ik nog best tevreden.
De rest van de middag werk ik niet zoveel meer. Ik schrijf wat voor toekomstige blogs, ik doe boodschappen. Ik vind het vaak lastig om meteen weer volle bak door te gaan met de volgende opdracht, ook al is dat in dit geval een opdracht waar ik ook al aan bezig ben. Ik ben ook echt wel moe, en nog volop aan het nagenieten van Fun Home.
S. wilde per se weer zonder luier naar de crèche, en dat ging redelijk. D. kan ineens van alles. We krijgen een foto waarop ze naast de mat ligt, omdat ze zo druk aan het rollen is. En ze probeerde blijkbaar ook contact te maken met andere kindjes met haar stem. Eerder viel me al op dat ze superverontwaardigd klonk toen M. haar bedje voorbijliep om naar S. te gaan. Zo geweldig.
’s Avonds kijken we We zijn er bijna. Normaal gesproken vind ik het een heerlijk programma, maar het is nu niet zo ontspannend als anders doordat ze het hebben over auto-ongelukken en medische problemen.

Dinsdag 30 juli

M.’s moeder komt weer oppassen. Werken gaat niet heel denderend, ik ben snel afgeleid. S. lijkt even vergeten dat ze geen luier meer draagt en D. maakt ook flink wat vies, en dan ga ik toch helpen met verschonen, toch maar even vast een was aanzetten. Nou ja, in ieder geval weer verder gekomen. En ook nog een leuke, onverwachte opdracht aangeboden gekregen.
D. blijkt het fantastisch te vinden om op een schijfje komkommer te sabbelen. Op een gegeven moment breekt het schijfje doormidden en pakt M.’s moeder het af. D. begint keihard te huilen. Als ze een nieuw schijfje krijgt, roept ze enthousiast: ‘Eeeeeeuj!’ Zo van: ‘Kom maar door met die komkommer!’ Het is fantastisch.
Het is een hele toer om S. in bed te krijgen.
Ik wil blogjes lezen, maar Bloglovin’ lijkt nog steeds niet goed te werken.

Woensdag 31 juli

Ik ben meestal op dinsdag alleen met de kindjes, maar nu dus weer even op woensdag wegens andermans vakantieplannen. Ik kom slecht op gang, D. is wat huilerig en S. wil niet zelf spelen. Ik wilde eerst nog buitenshuis iets gaan doen, maar er is regen voorspeld, dus het blijft even bij in de tuin spelen. S. en ik bakken samen yoghurtpannenkoeken voor de lunch, en ik ben blij dat dat lukt zonder brandwonden.
Na de lunch gaan zowaar beide kindjes even slapen, waardoor ik nog even kan werken.

Donderdag 1 augustus

Ik heb de bestanden binnen voor een grote opdracht waar ik deze maand veel tijd aan zal gaan besteden. Altijd nogal overweldigend, dus eerst maar eens alles in een map zetten, de aandachtspunten doorlezen, een planning maken. Ik ben inmiddels zo gestrest door allerlei oorzaken dat ik besluit dat ik ook nog wel kan proberen om hulp te regelen voor m’n postpartumgebeuren. Ik weet zowaar voor binnenkort al een afspraak te maken. Ik denk wel dat het verstandig is, maar ik vind het echt verschrikkelijk.

Natuurlijk stop ik weer te laat met werken. Ik moet nog een keer kolven, dan langs de supermarkt en dan naar de crèche. Heel onhandig om met boodschappen en al op de crèche te verschijnen, maar het scheelt wat tijd. D.’s juf is zo lief, ze probeert me overal mee te helpen, terwijl ze daar alleen is. Ze biedt zelfs aan om S. nog te verschonen, omdat dat wat lastig is voor mij met D. in de draagzak, waarop de andere kinderen van de gelegenheid gebruikmaken om met klei te gaan gooien…

Vrijdag 2 augustus

Ik moet nu echt een beetje doorwerken aan die ene opdracht die ik begin volgende week moet inleveren. Het is allemaal nog perfect mogelijk, maar het moet wel vandaag zo’n beetje gebeuren. S. en M. gaan even snel samen boodschappen doen terwijl D. slaapt. Dan is er even een vrij rampzalig moment. Ten eerste ontdek ik nu ineens nog een probleem in mijn opdracht dat ik niet zelf op kan lossen. Ik moet het dus al bijna inleveren en de redacteur is op vakantie. Daarna wordt D. wakker en meteen daarna melden de glazenwassers zich, waardoor ik D. niet echt kan voeden, omdat ik het niet zo prettig vind als vreemde mannen daar vol zicht op hebben. Ik ben dan ook erg blij als M. en S. terugkomen. Ik voed D. en besluit daarna de uitgeverij te bellen om te overleggen. Helaas weten ze daar ook niet direct wat te doen en zijn meerdere mensen die het zouden kunnen weten ook op vakantie. Op hun aanraden mail ik iemand en ik besluit verder dan maar gewoon te doen wat ik wel kan doen. Ik kom daar best een eind mee vandaag.
D. eet sinds deze week ineens wat appel of peer. Soms.

Zaterdag 3 augustus

We bezoeken vanmiddag M.’s oma en blijven daarna eten bij M.’s moeder. S. gaat nu vaak niet meer slapen onderweg en als ze niet slaapt, zeurt ze dat ze niet lekker zit en schopt ze tegen de voorstoel. Wij genieten uitgebreid na met de cd van Fun Home (het Amerikaanse origineel, uiteraard). Oma heeft naar de Canal Parade gekeken op tv. S. krijgt frambozen van haar. D. houdt haar vinger stevig vast. We zijn blij dat we haar weer even hebben gezien, ook al vraagt ze ineens waar we ‘zulke rare namen’ (van de kindjes) toch vandaan hebben. Ze beweert dat vroeger zo ongeveer iedereen heette zoals zij. Ik concludeer dat ze dan vroeger vast vaak met naamgenoten in de klas zat. Nee, dat niet. Dat soort dingen mogen als je 95 bent.
‘s Avonds thuis kijken we Showponies af. Het gedeelte na de pauze blijkt een stuk minder boeiend dan dat ervoor. Sinds ‘Geen liedje’ van Claudia de Breij is er niets veranderd. We hebben programma’s opgenomen waar we het zo ongeveer de rest van het jaar mee moeten doen.

Zondag 4 augustus

We gaan met mijn zusje en tante ergens ontbijten. S. is verdrietig omdat ze daarvoor niet ook nog een boterham met stroop mag. Het ontbijt was daar beter toen M. en ik er samen naartoe gingen. Iemand die boven het plein woont heeft besloten dat het hele plein urenlang mee mag genieten van zijn muzieksmaak. S. plast in haar broek. Gelukkig is M. de vergeten luiertas nog gaan halen. Het is wel gezellig. Na het ontbijt kiest S. een paraplu uit omdat ze weer een stickerkaart vol heeft. Ik ben ervan overtuigd dat ze precies deze parapluutjes ook gebruikten in dat ene nummer uit Fun Home.
Ik heb ’s middags een momentje achter de computer om te bloggen, M. ergens mee te helpen en die grote opdracht alvast voor te bereiden (wat vooral neerkomt op checken of het aantal woorden klopt, aangezien ik daar mijn planning op baseer).
S. roept ons weer veel ’s avonds. Maar ze zegt ook dat ze van ons houdt.

Lief Dagboek (3)

Maandag 22 juli

D. hoest nu ook. Ik ben zo laat op de crèche dat ze al bijna fruit gaan eten. S. vraagt aan alle juffen of die haar speldje hebben gezien. Helaas is dat niet zo, maar ik ben trots dat ze het zelf vraagt. Zo vaak is het: ‘Nee, jij moet het vragen!’ Dat zou ik zelf ook nog steeds het liefst tegen iedereen zeggen, dus ik snap dat wel.
Op de terugweg gun ik mezelf het begin van El Tarangu. Ik heb weining met wielrennen, maar deze podcast is gemaakt door SCHIK, van mijn lievelingspodcast Bob, dus dit móét ik horen. En het begin stelt zeker niet teleur, al dwing ik mezelf om thuis meteen te stoppen met luisteren. Aan het werk!
We besluiten eerst nog eens zelf te kijken of we het wastafelprobleem op kunnen lossen. Ik kom erachter hoe de lades eruit moeten, dat is al iets. Ik doe ’s ochtends al boodschappen en schrijf ook nog even. Er zijn grenzen aan wat je op een dag kunt doen.
Ik moet ’s middags naar het ziekenhuis. Eindelijk. Het ligt ook aan mij dat het zo lang heeft geduurd, maar zeker niet alleen aan mij. Ik was naar de huisarts gegaan met wat klachten na mijn zwangerschap. Huisarts in opleiding had geen idee, deed er na overleg ook heel laconiek over, maar er moest wel iets uitgesloten worden in het ziekenhuis. Eenmaal thuis leek het me niet iets om heel laconiek over te doen, maar goed, eerst maar eens naar het ziekenhuis. Bellen voor een afspraak. ‘Wilt u dan naar Baarn of naar Nijkerk?’ Eh, wat dacht u van dat enorme nieuwe ziekenhuis dat jullie op fietsafstand van mijn huis hebben gebouwd? Nou, dat ging zomaar niet. Ik was stomverbaasd, waardoor ik vasthield aan Amersfoort en pas zes weken later terechtkon. Uiteindelijk ben ik alsnog wel blij dat ik niet helemaal naar Baarn of Nijkerk ben gegaan voor die twee seconden, want het stelt dus echt niks voor. Wat uitgesloten moest worden wordt uitgesloten, wat ik zelf al dacht wordt bevestigd. Dag eigen risico. Nu wachten tot de huisarts deze uitslag ook binnen heeft en dan daarheen bellen.
S. heeft wonderbaarlijk veel energie als ik haar van de crèche kom halen, maar trekt uiteindelijk wel zelf haar sandalen aan. D. heeft over een juf heen gespuugd omdat ze moest hoesten. En een voeding over, wat altijd irritant is, want die kan ik niet opnieuw invriezen.

Dinsdag 23 juli

M.’s moeder komt oppassen, ik werk op zolder en voed D. tussendoor. Het gaat eigenlijk heel goed allemaal.
Aan het eind van de middag mag S. in het badje in de tuin. Zowaar een ontspannen moment, met S. in het badje en D. op een kleed in de deuropening, zodat ik ze allebei tegelijk in de gaten kan houden.

Woensdag 24 juli

Zo vroeg mogelijk boodschappen doen. S. heeft weer een stickerkaart voor op het potje poepen vol (ze wil nog steeds een nieuwe en het gaat ook nog niet altijd goed, dus we gaan nog maar even zo door). Ik kijk of ik ergens een cadeautje vandaan kan halen, een waterspeeltje of zo, maar ik vind niks geschikts. S. houdt zich wonderbaarlijk goed. Ze mag kiezen naar welke supermarkt we gaan en wil daar graag een klein karretje. Dat vind ik heel irritant als we met de kinderwagen ben, maar vooruit dan maar. Als we het karretje terug willen zetten, blijken alle karretjes verdwenen en blijkt ook dat er geen punt is om het eerste karretje aan vast te maken. Oftewel: we kunnen ons muntje niet terugkrijgen. Een andere moeder wil het karretje van haar kind aan dat van S. vastmaken en snapt niet dat ik geen zin heb om met twee karretjes opgescheept te zitten. Daarop probeert ze het kleine karretje aan de grote karren vast te maken (door het op te tillen) en dát trekt eindelijk de aandacht van een caissière: ‘Dat gaat niet werken, hoor mevrouw.’ Zo klantvriendelijk als ze daar toch altijd zijn… Ik had er een winkelwagenmuntje in gedaan en krijg een ander winkelwagenmuntje van haar, dus we kunnen vertrekken. Ik had liever m’n eigen winkelwagenmuntje gehad. Het is maar een winkelwagenmuntje.
S. begrijpt niet waarom ze niet midden op de dag in de felle zon in het badje mag. Later op de middag is er meer schaduw in de tuin en mag ze het wel van mij, maar doordat ik hardop heb overwogen om D. dan mee naar buiten te nemen in haar slaaptentje, zodat de achterdeur dicht kan blijven, wil ze nu alleen nog maar in een tent. Ik maak er een voor haar onder de eettafel met een oud gordijn. Er moet een kleed in, een kussen, een krukje als tafel, en op dat krukje moeten dan een bekertje water en een doosje rozijntjes. D. vindt het best lang prima om voor de ‘ingang’ op het kleed te liggen.

Donderdag 25 juli

Het is steeds te warm om de oven te gebruiken en granola te maken, dus nu maken we overnight oats als we er op tijd aan denken. Het worden al een keer early morning oats, aangezien we toch steeds ’s nachts in de weer zijn met kindjes die het te warm hebben.
Vandaag gaan ze weer naar de crèche. Ik maak me toch een beetje zorgen of ze daar wel goed met de hitte kunnen omgaan, maar het is daar niet per se warmer dan thuis en ik moet gewoon werken. S. heeft zich helemaal verheugd op dat ze D. naar haar groep gaat brengen, maar als we aankomen blijkt er maar een groep open te zijn. Daar is het vrij druk, dus S. moet even acclimatiseren. De juf van D. lijkt gelukkig goed op de hoogte van wat en hoe ze D. kan laten drinken. Met de grotere kindjes gaan ze zelf perenijsjes maken en ijsjeskleurplaten versieren. We krijgen later de schattigste foto’s doorgestuurd. Niet dat S. nooit de kans krijgt om iets te doen, maar ik verbaas me vaak toch nog over wat ze allemaal al zelf kan.
Ik probeer zo goed mogelijk te werken. En besluit toch nu alweer opdrachten af te wijzen, zodat de kans dat ik mezelf weer als vanouds over de kop werk hopelijk iets kleiner is. Het blijft allemaal heel lastig. Een wending pakt voor mij waarschijnlijk wel goed uit, en ik kan een prachtig compliment doorappen naar M., maar aanvankelijk zit ik toch wel weer even van ‘O. Oké. En nu?’
S. komt keihard op me afrennen op de crèche om me een knuffel te geven. D. kan slapend worden overgeheveld in de kinderwagen. S. wil haar sandalen weer niet aan, maar als ze ze eenmaal aanheeft is ze een enorme bikkel bij het naar huis lopen, had ik niet verwacht. Ik maak me zorgen dat D. het te warm heeft in de kinderwagen, maar ik kan er niet veel aan doen. Ik ben blij als we thuis zijn. Binnen is het niet om uit te houden, maar altijd nog minder warm dan buiten.
Ik mag zowaar van S. een aflevering van Het Zandkasteel uitzoeken die we nog niet hebben gezien.

Vrijdag 26 juli

Kort nachtje, want te warm en te veel gepieker. Dan maar vroeg beginnen met werken. Maar goed ook, want om kwart over negen besluit de directeur van Verhalenloket al dat het niet meer verantwoord is om op zolder te werken. Ik mag op M.’s laptop in de woonkamer, maar dat is niet ideaal. Daarnaast wil D. natuurlijk extra drinken als het zo warm is. Dus maar even zien hoe het gaat. M. gaat D. in bad doen met S., en aangezien D. weer lekker aan het spetteren is, frist S. meteen ook een beetje op.
Ik ga de huisarts bellen. De computer van de assistente loopt vast, maar daarna gaat ze omstandig uitleggen wat ze me in het ziekenhuis ook al hebben verteld. ‘Moet er nu verder nog iets?’ vraagt ze dan. Ik vertel wat ik wil. Daarvoor moet ik met de huisarts overleggen. Hij zal mij bellen. We moeten nog naar het consultatiebureau, dus ik spreek af voor daarna. Ik heb stress over of we wel op tijd op het consultatiebureau zullen zijn, aangezien iedereen nog uitgebreid moet worden ingesmeerd met zonnebrand en het toch ook wel prettig is om daar enigszins decent te verschijnen, maar het lukt allemaal prima. Onderweg blijkt dat ze dreigbrieven aan de nieuwe kliko’s hangen. Nu zagen S. en ik van de week nog allemaal uienschillen en eierschalen uit een papiercontainer komen toen die omviel, dus het zal nodig zijn zeker.
Op het consultatiebureau is alles in orde. D. is weer goed gegroeid, al is haar hoofdje relatief klein. Ze is wakker geschrokken en aanvankelijk niet zo blij, maar later lacht en trappelt ze vrolijk naar de dokter. Het is dan ook een vriendelijke dokter. De dokter vraagt of ze het gesprek op mag nemen voor supervisie. Dat mag van ons, maar ik vraag me af of de opname bruikbaar zal zijn. Zou zomaar kunnen dat je alleen S. hoort babbelen. Ik hoop dat het niet getranscribeerd hoeft te worden! We hebben het wel nog even over het eten. D. mag al een heleboel, maar ze eet eigenlijk nog niks, ze werkt alles wat we aanbieden zo snel mogelijk weer naar buiten. We maken ons er niet echt zorgen over, S. deed precies hetzelfde op haar leeftijd (en vraagt nu juist steeds of ze op mag eten wat D. niet hoeft), maar het is wel fijn om het nog even te bespreken. Misschien wil ze het wel meer zelf pakken.
Uiteraard belt de huisarts vroeger dan afgesproken en mis ik zijn telefoontje. Ik heb een voicemailbericht, maar mijn voicemail staat helemaal niet ingesteld en dat wil ik ook niet. Ik bel de praktijk weer, ze zullen vragen of hij het later nog eens wil proberen.
Ik probeer nog wat te werken. Alles wat ik vandaag doe vind ik heel goed van mezelf. Ik besluit wel om er maandag nog even iets minder oververhit naar te kijken.
De huisarts belt terwijl ik net de schrijfpodcast aan het luisteren ben. Volgens hem had de assistente niet doorgegeven dat hij me pas vanaf een bepaald tijdstip kon bereiken en heeft hij een heel verhaal gehouden op mijn voicemail. Hij legt omstandig uit wat de assistente en die vrouw in het ziekenhuis me ook al hebben uitgelegd, maar dan met meer medische termen. Ik vind het een heel vervelend gesprek, want hij geeft me het gevoel dat ik dom ben. Volgens hem hebben mijn klachten niets met elkaar te maken en is wat ik wil dan ook geen optie. Het ene zal uit zichzelf misschien nog wel verbeteren en het andere is weliswaar vervelend, maar heeft absoluut niks met het ene te maken (in alle info die ik heb gevonden wordt dit aan elkaar gekoppeld). Maar goed, ik heb toch geen verwijzing nodig, dus ik moet dan zelf maar even kijken wat ik doe, dag hoor. Ik heb weinig met alternatieve geneeswijzen, maar ik begrijp steeds beter waarom mensen daarmee bezig gaan. Als er dan wél naar je wordt geluisterd… Ik voel me even ontzettend alleen en verdrietig.
Ik voel me ook opgesloten, want het blijft erg warm in huis voor iedereen. ’s Avonds zit ik meer op mijn telefoon en eet ik meer tijgernootjes dan goed voor me is.

Zaterdag 27 juli

Weer slecht geslapen, ik sta om 5.30 uur al op om nog meer ramen open te zetten (helpt helaas niet veel) en te bloggen. Ik print de tickets voor Fun Home en blijk toch nog antwoord te hebben gekregen op mijn mailtje aan de schouwburg over daar kolven. Ter plekke weten ze er nooit iets van, of je nu wel of niet van tevoren gemaild hebt, is mijn ervaring, en toch vind ik het fijner om van tevoren even te mailen.
Ik had een tijdje terug een mailtje gekregen van een webwinkel dat de klok waar ik al meer dan twee jaar verliefd op ben (de Time Talks van Karlsson) op voorraad was, maar dat blijkt uiteindelijk nu toch niet zo te zijn. Het leek me al te mooi om waar te zijn, dat ding is nergens meer te krijgen, maar ik had hem toch besteld, want dat is gewoon dé klok. Toch jammer.
Ik ga vanochtend naar C. en J. in Utrecht. D. gaat mee, omdat ik anders moet kolven. Het is helaas wat warmer dan eerder deze week werd voorspeld, maar ik doe D. toch in de draagzak, want ik vind het ov met kinderwagen niet te doen, zeker niet in je eentje. Ik ben zowaar op tijd bij de bushalte. Ik kom graag in Utrecht. Dat is nu ook niet moeilijk meer, want ik kom er nu eigenlijk altijd voor leuke dingen.
Het is gezellig met C. en J., ook al is het confronterend dat ze zo’n totaal ander leven hebben dan ik, als bèta’s zonder kinderen. Hoe graag ik ze ook mag, ze maken per ongeluk mijn werktwijfels alleen maar groter. D. is gelukkig goed te pas, ze lacht de hele tijd en rolt linksom en rechtsom op haar buik. Dat had ik nog niet gezien.
Als ik weer naar huis ga, heb ik ergens zin om nog van alles in Utrecht te gaan doen, maar ik weet niet wat precies, want buiten is het toch wel weer erg warm, voor mezelf shoppen gaat niet echt met de draagzak en vind ik ook nog heel lastig met een ontzwangerend lijf, en D. gaat het waarschijnlijk ook niet superlang volhouden in de draagzak. Dus ik koop een ijsje (oké, ik koop meteen maar een witte Magnum met stukjes koek) en ga meteen naar huis. Ik heb het erg warm onderweg en er vliegt steeds een wesp in onze buurt in de bus, dus ik ben weer blij als ik thuis ben. Alwaar D. vrijwel onmiddellijk haar leuke pakje onderpoept. Dat pakje hadden we voor S. gekocht in Denemarken, maar heeft zij uiteindelijk niet gedragen omdat het zo zomers is. Nou ja, nog een geluk dat D. niet in de draagzak poepte.
Ondanks de hitte maak ik een quiche van filodeeg met tuinbonen, groene asperges en spinazie. We wilden weten of tuinbonen inderdaad zo smerig waren als we ons herinnerden. Dat bleek mee te vallen. Natuurlijk wil S. nu steeds de ‘nieuwe’ aflevering van Het Zandkasteel zien.

Zondag 28 juli

We gaan eindelijk naar Fun Home in Amsterdam! Daar wil ik nog een aparte blog over schrijven, maar als je deze week nog kunt gaan, zou ik het zeker doen.
We kunnen rustig opstarten, ik probeer wat aan een sjaal te haken waar ik ooit nog eens het patroon van wil publiceren, maar ik zit in een saai stuk en heb het idee dat mijn schouder haken nog minder leuk vindt dan breien, dus of en wanneer ik ‘m ooit af ga hebben…
R. en C. komen op de kindjes passen. Ik hoopte eigenlijk dat C. iets zinnigs zou kunnen zeggen over mijn medische toestand, maar dat is helaas niet zo.
De berichtgeving was verwarrend, maar onze trein naar Amsterdam rijdt gelukkig gewoon. We wilden zo graag naar Fun Home dat we bang waren dat het wel weer niet door zou gaan, dus ik ben blij als we in Amsterdam zijn. Het is fijn om even weg te zijn met M., en ook om overal regenboogvlaggen en -etalages te zien. We ruilen de nieuwe bikini van S. nog even om voor een maatje groter en zijn op tijd bij de schouwburg om nog even iets te kunnen drinken.
We hebben kaartjes voor rij 4, maar dat blijkt de eerste rij te zijn. Dat was volgens ons niet zo toen we de kaartjes boekten, maar goed. We hebben de voorstelling vorig jaar in Londen ook gezien, dus het is niet zo heel erg dat we een paar details missen vanaf hier. En daar staat natuurlijk tegenover dat we er met onze neus bovenop zitten. Het is prachtig, ook al moet ik op een gegeven moment zo discreet mogelijk hoesten en M.’s flesje water vragen omdat ik mijn rugzak met kolfspullen bij de garderobe heb moeten inleveren. Ik dacht dat ik het nu misschien wat beter zou trekken, maar ik ben weer in tranen bij het einde.
Na afloop gaat het heel soepel. Iedereen is zonder jas, dus er is amper iemand bij de garderobe (de garderobemevrouw heeft een breiwerkje klaarliggen) en er wordt razendsnel een kolfplek geregeld, een man vraagt of ik even wil wachten op iemand die me erheen kan bren- o, daar is hij al. Ik kan kolven in een kantoortje waar blijkbaar ook vaak een hond vertoeft, aangezien er een bakje water en diverse tennisballen rondslingeren. Maar die hond is er nu niet, dus prima. M. en ik hebben net besloten dat we ons ‘bewust huisdiervrij’ gaan noemen. Er komt iemand zingend van de trap af, misschien is het wel een van de spelers. Ik vind het altijd lastig als ik op een onbekende plek moet vragen of ik ergens kan kolven, het is zo fijn als mensen gastvrij reageren.
We gaan naar huis, het is druk in het ov en het duurt best even voor we weer op het station zijn. We halen friet op weg naar huis. Als we thuiskomen blijkt S. ingestort te zijn en in bed te liggen. Als we haar wakker maken, is ze compleet overstuur. Zo zielig, dan is het haar gewoon te veel dat wij er niet zijn en dat ze de hele tijd lief moet zijn. Niet dat ze van mij de hele tijd lief moet zijn, ik probeer er ook echt op te letten dat ik niet ‘lief zijn, hoor’ zeg (dat was bij ons thuis vroeger zo’n beetje de standaardgroet), maar ik denk wel dat ze dat probeert. Ik voel me daar dan schuldig over, maar ik kan moeilijk altijd bij haar zijn. Ik wil soms ook iets anders doen en ze heeft het ook heus wel naar haar zin met/bij anderen en dat is ook leuk voor die anderen, maar… pfoe, het is gewoon ingewikkeld. Gelukkig knapt ze weer een beetje op bij het frietjes eten.
Het water in de wastafel loopt nu helemaal niet meer weg, dus ik wil er eigenlijk nu nog iets aan proberen te doen, hoe moe we ook zijn. Als ik de sifon eraf haal, komt er enorm veel troep uit. Dat is ook meteen het enige onderdeel dat ik eraf krijg, dus hopelijk is het hiermee opgelost.
D. heeft al een hele tijd niet geslapen en ze kan bijna geen honger hebben, maar ze gaat pas slapen nadat ik haar heb aangelegd, wat ook wel weer heel lief is. We doen niet veel meer voor we gaan slapen.