Lief Dagboek (6)

Maandag 12 augustus

Zulke beroerde nachten de laatste tijd, zo moe. En daardoor is het ook meteen weer een stuk lastiger om positief te blijven. Het is wel leuk om onderweg met S. te praten over wat we allemaal in de Efteling kunnen doen. Op de crèche zijn sommige juffen terug van vakantie en andere nu juist op vakantie. Dit betekent waarschijnlijk wel dat S.’ lievelingsjuf er donderdag weer zal zijn. Er zijn ook kindjes terug van vakantie die het totaal niet trekken dat ze ineens weer naar de crèche moeten, superzielig. Ik moet zoveel doen vandaag. Ik begin in ieder geval goed, want ik werk heel hard voor mijn afspraak. Ik zie ook erg op tegen de afspraak, dus het is een goede afleiding. Het valt uiteindelijk mee, maar ik ga nog behoorlijk wat tijd moeten investeren in m’n herstel en daar heb ik gewoon helemaal geen zin in. Ik hoop dat ik ooit nog het gevoel ga krijgen dat mijn lichaam weer van mij is. Het helpt ook totaal niet dat mensen steeds benoemen hoe slank ik wel niet ben, zo voelt het helemaal niet.

Ik besluit na de afspraak maar meteen boodschappen te gaan doen. Ik kom een oud-klasgenootje tegen in de supermarkt en we hebben een leuk gesprek, het vrolijkt me op. Zij dacht ongeveer hetzelfde over zo dicht bij het dorp gaan wonen waar we samen op school hebben gezeten en hier zijn we dan toch. Zij heeft wel juist weer negatieve verhalen gehoord over de basisschool waar we na de zomer nog willen gaan kijken, dus dat blijft moeilijk.

Het lukt me weer om het aantal woorden te halen, ook al heb ik een rare trilling in mijn hand die me direct hypochonderig maakt. Ik krijg een zeer vage mail over een opdracht die ik al af heb. Aanhef: ‘Hoi Nico’. Er komt geen rectificatie, dus uiteindelijk mail ik zelf maar terug. Het lukt niet om vooraf te koken, maar ik time het ophalen van de crèche wel heel goed tussen de buien door. Pas als we bijna thuis zijn, gaat het weer regenen. Ik had wel onze paraplu’s meegenomen, dus eigenlijk is het zo perfect, want nu kan S. nog even met die van haar lopen.

Ik had meer groente in het linzenprutje moeten stoppen, maar het is wel lekker gekruid, al zeg ik het zelf (opgezocht wat er allemaal in de dure kruidenmix zat die in het recept stond).

We gaan te laat naar bed, maar ik moet ook gewoon iets van een avond hebben.

Dinsdag 13 augustus

Excuses van degene die Nico probeerde te bereiken: ‘Ik stuur het snel naar de juiste Nico.’ Juist. Nou ja, in ieder geval heb ik geen werk over het hoofd gezien. Iemand anders heeft genoten van mijn mail. Dat is fijn, ook al zijn mails zo ongeveer het enige wat ik op dit moment schrijf en doe ik er vaak belachelijk lang over om er een te typen omdat ik mezelf continu redigeer.

We doen erg weinig vandaag. We gaan even naar de speeltuin, maar het gaat al snel regenen, dus gaan we weer terug.

We kijken naar America to Me. Best een interessante documentaire (een docu over een school is bij ons al snel goed), maar wel erg Amerikaans.

Woensdag 14 augustus

M’n moeder en haar man vonden het blijkbaar niet nodig om te vermelden dat er een gigantische steiger voor hun huis staat, waardoor parkeren (en wegrijden) nog moeilijker is dan normaal. Zoveel stress door die halve volksverhuizing iedere keer, soms vraag ik me echt af waarom ik dit doe. Juist omdat iedereen ervan uitgaat dat ik het allemaal doe. En het dan nog niet genoeg is. Zoveel hoofdpijn ook weer.

Wel een superinteressante passage in een opdracht, over de taalontwikkeling van jonge kinderen. Vertel me alles.

Donderdag 15 augustus

Houd moed, mailt iemand. Dat moet ik dan maar proberen. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor die oefeningen, zo wordt het natuurlijk nooit beter. Het is zo waardeloos dat het me amper lukt om tijd te maken voor wat dan ook. S. is blij dat haar lievelingsjuf terug is van vakantie, maar als ik de kindjes op kom halen, zijn ze allebei aan het huilen: S. omdat een ander kindje haar heeft geslagen met een stuk spoorrails en D. omdat ze het voor elkaar heeft gekregen om zichzelf in de breedte onder de babygym te positioneren. Top weer.

S. heeft courgettesoep gemaakt op de crèche. We eten zelf ook iets met courgette, dus D. krijgt het ook, gaat best goed.

Vrijdag 16 augustus

Ik lig nog steeds op schema met mijn grote opdracht, een hele prestatie als je bedenkt hoe slecht ik me voel. Het is wel lastig om het andere werk eromheen te plannen, dus hopelijk kom ik daarmee niet alsnog in de problemen.
Ik heb weer eens last van ‘het is mijn eer te na’, waardoor ik meer tijd besteed aan een opdracht dan ik zou moeten doen. Al was het maar omdat ‘Je vindt het toch leuk?’ achterlijk vaak als argument wordt gebruikt om veel te weinig te betalen. Dit vind ik leuk en dat weten ze, maar van leuk kan ik geen eten kopen. Ik heb onderhandeld, maar dan nog.

Er komt ineens een sprietje uit het stukje gember dat ik een tijd geleden in een potje heb gestopt. Dat is zo’n beetje mijn niveau qua planten. Ik baal zo van onze tuin momenteel, omdat het me maar niet lukt om er iets aan te doen en vooral omdat we de heg die we vorig jaar hebben laten planten de laatste hittegolf slechts zeer gedeeltelijk lijkt te hebben overleefd, zo gênant. De achtertuin ziet er wel goed uit, maar iedereen ziet natuurlijk alleen die zooi aan de voorkant en zijkant. De laatste keer dat ik de klimop te lijf ben gegaan (niet de stervende heg), had ik daarna zoveel last van m’n schouder dat ik dat nu ook niet goed meer durf.

Zaterdag 17 augustus

Het kost me veel moeite om op te starten. Ik wil het liefst nergens heen en de tijd uitzitten tot ik weer iets voor mezelf kan doen, maar uiteindelijk gaan we toch naar het winkelcentrum. We komen mensen tegen die we kennen, dat is wel leuk. En we kopen wat dingen voor D.: zwemluiers, een zonnebrilletje, billendoekjes, kleren. We hebben best veel kleren gekregen die ze past bij het verkeerde weer, jammer. Verder vragen we ons af wanneer we de kinderwagen om moeten bouwen. Als ze wakker is, doet ze zo’n beetje buikspieroefeningen in de bak, maar ’s avonds slaapt ze er vaak nog in.

S. heeft ineens een kopvoeter getekend, een bizar verschil met haar gewone gekras. We moeten ook echt op zoek naar een tafeltje en een stoeltje voor haar, want nu doet ze steeds gevaarlijk op een krukje bij de salontafel. Helaas laat ze ook het pennetje dat bij haar Nijntje-spelletje hoort in haar potje vallen. We gooien het nog in ongekookte rijst, maar het mag niet baten.

We eten die superlekkere stammpot met zoete aardappel, spinazie en geitenkaas. M. heeft ’s avonds een verjaardag. Ik heb D. in haar bedje gelegd. Het lukt ook wel om haar daar te laten, maar ik moet wel regelmatig naar boven, daar heb ik gewoon niet altijd puf voor. Ik kijk naar Amy Florence (niemand is zo leuk als Tilly Trout, zucht) en werk aan m’n sample. Dit wordt vast weer iets wat niemand ooit gaat maken vanwege de hoeveelheid werk, maar zelf heb ik er eigenlijk wel weer plezier in, want ik kom nu eindelijk toe aan de decoratie. Ondertussen helaas wel veel aan het piekeren.

Zondag 18 augustus

We gaan ’s ochtends naar Loods 5. Het gaat ontzettend goed. We kopen een vijzel, bekijken eventuele cadeautjes voor S. en zoeken wat nieuw plastic servies uit omdat D. nu ook meer gaat eten (als ze het bakje ziet, lijkt ze al te snappen dat ze iets krijgt, heel apart). We hebben de draagzak mee voor als D. het niet meer trekt (we hebben S. een keer heel Loods 5 door moeten dragen. Loods 5 is een grote winkel), maar die hoeven we niet te gebruiken. Alleen een tafel en een stoeltje vinden we niet. Daarna is het tijd voor koffie en taart, met een wafel met fruit voor S. S. gedraagt zich de hele ochtend uitstekend én heeft geen ongelukjes, we zijn supertrots op haar. Een ander vrouwenstel in het restaurant zit de hele tijd naar ons te kijken. Het kan, het kan dus echt (al is het vaak niet zo idyllisch als het nu lijkt).

’s Middags lukt het zelfs nog om een weekmenu te bedenken en boodschappen te doen, dus met een beetje geluk heb ik dan morgen iets minder stress. Na het avondeten iedereen onder de douche en ik doe zelfs een paar oefeningen, dus het lijkt ineens even heel georganiseerd. Met de nadruk op ‘lijkt’.

Lief Dagboek (5)

Maandag 5 augustus

We zijn weer vergeten om de melk voor D. uit de vriezer te halen, al heeft M. het wel al gedaan als ik in paniek naar beneden kom rennen. Ik heb wel ook een half ijsblokjeszakje gevuld zodat ze eventueel nog een kleine hoeveelheid kunnen ontdooien. IJsblokjeszakjes zijn fascinerend. Het blijft enorm zoeken naar de juiste hoeveelheden, ik moet genoeg zien te kolven… In die zin zou het fijn zijn als D. meer fruit en zo zou gaan eten. Hopelijk gaat dat in de komende maanden gebeuren.

Als ik thuiskom van de crèche heb ik niet zoveel tijd meer om te werken voor mijn afspraak, maar die tijd besteed ik zowaar nuttig. De afspraak is wel oké, diegene is prima te vinden, aardig en heel positief, komt veel ernstiger gevallen tegen, er is heus verbetering mogelijk. En toch blijf ik het verschrikkelijk vinden. Ik wil hier helemaal geen tijd aan besteden, ik wil alles weer doen, ik wil mijn oude lichaam terug, ik vind toch nog wel weer dingen om me zorgen over te maken. En ik baal er zo van dat ik hier zo voor moet vechten, ik voel me zo in de steek gelaten. Een collega van M. vertelde uit zichzelf dat ze zich ‘afgedankt’ voelde na haar zwangerschap en dat is precies het goede woord. Tijdens je zwangerschap kun je alles vragen en wordt alles voor je geregeld, daarna zoek je het maar uit.

Na de afspraak lukt het om mijn opdracht helemaal af te maken. M’n broertje komt de travelbag van mijn backpack ophalen, die wil hij lenen voor zijn vakantie naar Oekraïne. En ik neem ook nog een andere opdracht aan. Deze maand zit nu echt vol. Ik had nog veel meer willen doen. Het probleem met de opdracht is inmiddels opgelost. Daarvoor is iemand op haar vakantieadres per ongeluk uit bed gebeld en aan de slag gegaan om vijf uur ’s ochtends plaatselijke tijd. Ik kan hier niks aan doen, maar ik kan me de stress van die persoon zo goed voorstellen dat ik me toch schuldig voel. De probleemoplosser stuurt nog een gezellige mail. Ik leef voor gezellige mails.

We hebben de gnocchi helemaal ontdekt. Ik kook voor ik de kindjes ga ophalen. Daardoor haal ik de kindjes pas laat op, zo laat dat M. me tegemoetkomt en we ze samen op kunnen halen. S. is naar een speeltuin in de wijk geweest met grotere kinderen. In het beleidsplan staat van alles over uitjes, je moet daar ook toestemming voor geven, maar volgens mij gaan ze nooit ergens heen, behalve nu dan, helemaal met zo’n wandelkoord dat de kindjes vast moesten houden. S. is onder de indruk.

We kijken Pisnicht: The Movie, een mooie documentaire van Nicolaas Veul (we hebben veel programma’s uit de week van de Pride opgenomen, moeten we het zo’n beetje weer een heel jaar mee doen). Het is toch wel echt anders om homo te zijn, alleen al vanwege hoe het woord ‘homo’ wordt gebruikt, daar gaat de documentaire over.

Dinsdag 6 augustus

S. slaapt uit tot 8.30 uur. D. is er twee uur eerder bij, maar die leg ik na de voeding nog weer terug in bed. Ik maak van de gelegenheid gebruik om opdrachten voor te bereiden, originelen op m’n e-reader te zetten. Was m’n Duits maar beter.

We gaan boodschappen doen. S. kan met een klein karretje rijden en krijgt een krentenbol van die ene man van de broodafdeling die vaak krentenbollen uitdeelt. Het is een vermoeiende dag, S. wil uiteraard geen middagdutje doen. Eerst huilde D. omdat ze alleen op haar buik kon rollen en niet terug, nu omdat ze wegrolt van haar speelgoed. Ze eet beter. Het zijn nog erg kleine hoeveelheden, dus het is vooral meer werk, want ze krijgt nog evenveel voedingen. Maar ze eet een stukje banaan en bij het avondeten wat aubergine. En we hebben bruin brood gekocht (ze mag nog geen volkoren), dus ze sabbelt bij de lunch wat op een broodkorst.

We zijn vergeten de witte bonen te laten wellen, dus ik improviseer met linzen.

Woensdag 7 augustus

M.’s moeder komt nog een keer oppassen. S. en zij maken zelf klei, S. is helemaal enthousiast. Het wordt uiteindelijk wel volkoren klei, want ze hebben er eerst te veel water bij gedaan en M.’s moeder vindt alleen tarwemeel in ons keukenkastje. Ik onderbreek haar als ze met S. ‘Hankie pankie Shanghai’ wil zingen. Ik vrees dat S. dat ook al kent van de crèche, maar ik vind het echt niet meer kunnen. Ik begin aan de grootste opdracht van deze maand. Ik heb een strakke planning voor mezelf gemaakt, ik weet hoeveel woorden ik elke week wil/moet redigeren. Hopelijk helpt het. Het geeft wel meteen stress, want M.’s moeder wil op tijd weg en ik moet nog koken (goed gelukte couscous met makreel). M.’s moeder beantwoordt appjes onder het eten, tot onze verbazing.

We kijken Zomergasten terug met Hanna Bervoets. Dat wil zeggen, een stuk, ik snap niet hoe mensen dit in een keer achter elkaar kijken. Het is erg interessant (al spoelen we sommige gruwelijke fragmenten door, nog een voordeel), ook de reacties op haar optreden (te analyserend, afstandelijk, niet emotioneel/persoonlijk genoeg). Ik herken veel van haar analyse van Literatuurwetenschap. Ik was helemaal niet zo goed in de theoretische vakken, maar hierin kan ik nog wel meekomen. We kennen haar werk vrij goed, en ze zegt interessante dingen over lesbisch zijn.
Ondertussen hecht ik eindelijk de laatste bol aan voor mijn sjaal (de basis, er komen nog andere onderdelen aan vast en ik wil er nog op borduren). Daar zijn ik en mijn schouder erg blij mee.

Donderdag 8 augustus

Weinig te melden over m’n werk vandaag, behalve dan dat ik m’n eigen planning meteen alweer niet haal. Dat geeft veel stress. Ik probeer te bedenken dat ik nog veel meer stress zou hebben als ik had besloten om de kindjes mee te nemen naar de verjaardag van mijn tante. Dan had ik ze eerder op moeten halen van de crèche. Waarschijnlijk veel eerder, aangezien S. anders weer totaal overprikkeld zou zijn. Dan zou ik dus nog minder tijd gehad om te werken. En in m’n eentje naar m’n tante moeten rijden met hen. Moeten fileparkeren in haar jarendertigwijk. Daarom hebben we afgesproken dat M. de kindjes ophaalt en dat ik alleen naar de verjaardag ga. Ik moet nog kolven, ik moet het eten voorbereiden, ik ben uiteindelijk zo laat klaar dat M. dan al thuis is om de kinderwagen op te halen. Ik ben niet bepaald in de stemming voor de verjaardag, maar het is wel gezellig. Er zijn natuurlijk alsnog talloze parkeerplekken. Het is erg fijn om erheen te kunnen fietsen en me even niet bezig te hoeven houden met de kindjes, ook al krijg ik veel vragen waarom ze er niet bij zijn. Veel dingen zijn altijd hetzelfde op mijn tantes verjaardag, mogen altijd hetzelfde blijven van mij. Dat kan natuurlijk niet. Ik mis I. weer eens extra. Het blijft zelfs gek dat L. er niet meer is. Het is ook fijn om ’s avonds terug te fietsen. M’n tante heeft taart meegegeven omdat we meteen gingen eten toen ik er was, ook voor M. en S.

Vrijdag 9 augustus

S. kan vandaag eindelijk haar paraplu gebruiken. Ik heb hoofdpijn, maar het lukt zowaar om de achterstand van gisteren in te halen. M. maakt een heerlijke zoete-aardappelsoep.

Zaterdag 10 augustus

We hebben D. slapend overgeheveld naar haar bedje zonder haar nog drinken te geven voor we gingen slapen. Slecht idee, nu komt ze midden in de nacht. Ik probeer ’s ochtends vroeg nog even te bloggen, maar kindjes worden al snel weer wakker.
S. roept bij het ontbijt dat ze stroop in haar neus heeft. Terwijl M. een washandje gaat pakken, haalt ze haar neus op. Handig…
Ik ga in mijn eentje boodschappen doen en ondertussen doet M. D. in bad. S. doet maar alvast weer al haar kleren uit. Het is heel efficiënt, als ik terug ben drinken we ijskoffie en delen we met z’n drieën het abrikozentaartje dat mijn tante nog had meegegeven voor S. Daarna besluiten we naar de bieb te gaan. Met de auto, want het weer is wisselvallig en het waait hard. S. is helemaal opgetogen dat we allebei meegaan. We halen een flinke stapel boeken voor iedereen. Als het aan S. lag, hadden we er nog wel meer gehaald, dus ze mocht er ook een paar kiezen om daar te lezen. Ze zegt een keer of veertig dat ze graag een boterham met (vega) smeerworst wil als we weer thuis zijn. Dubbel (met bijbehorend handgebaar). Totdat we eindelijk aan tafel zitten, dan wil ze ineens jam. Of nee, doe toch maar smeerworst. Hoe verrassend.
Na de lunch gaan de kindjes slapen (tegelijk, hoera!) en ga ik een poosje haken en podcast luisteren. De basis voor de sjaal komt af. Daarna begin ik aan de vegetarische moussaka. Superlekker, maar veel werk. Al is het minder werk dan ik me herinnerde. Ondertussen worden de kindjes weer wakker. Als de moussaka klaarstaat (S. heeft de ovenschaal ingevet met de kwast) gaan we nog even naar de speeltuin.

We kijken Zomergasten af en zijn vreselijk ontdaan van het fragment uit How to Survive a Plague, waarin nabestaanden van aidsslachtoffers protesteren tegen de Amerikaanse regering. Ze hebben foto’s en as van hun geliefden bij zich en strooien die as uit bij het Capitool of het Witte Huis of ik weet eigenlijk niet waar, terwijl de politie ze tegen probeert te houden. Ik dacht dat ze die as alleen mee hadden genomen, ik had niet verwacht dat ze ’m ook gingen uitstrooien, zeker niet daar, bij de mensen die hen haten. Maar verder ontbrak de emotie, hoor, in de aflevering met Hanna Bervoets (!)

Zondag 11 augustus

We hebben D. niet in bed gelegd zonder laatste slokje en toch was het weer een waardeloze nacht. Ik voel me slecht, zeker omdat S. veel kliert en huilt. S. en J. komen vanochtend langs omdat S. binnenkort naar Frankrijk vertrekt en vanaf daar in twee maanden naar Santiago de Compostella wil gaan lopen. En we moeten iets doen wat ik hier maar even niet specificeer, omdat ik niet weet wie er allemaal meelezen. Het lukt redelijk. Ze blijven lunchen. Nu is S. wel gezellig. Ze staat erop om D. na de lunch te poetsen met een washandje. Lieverdje dit, lieverdje dat.

Als S. en J. weg zijn, maak ik m’n boekenblog af. Ik voel me opgesloten. Naar aanleiding van de column van Asha ten Broeke veel nagedacht en gepraat over ‘mental load’. Ik mag zeker niet klagen. M. doet veel en het is een bevrijding om taken niet op iemands geslacht te kunnen gooien, maar natuurlijk hebben wij ook strubbelingen en hebben veel heterovrouwen volgens mij niet door hoe vanzelfsprekend ze bepaalde dingen (klussen, de auto, de tuin) aan mannen overlaten. Het kan ook lastig zijn om álles ‘zelf’ te moeten verdelen. Laat ik het zo zeggen, er blijven bij ons aardig wat dingen over. De column gaat overigens vooral over kunst/schrijven en hoe moeilijk het voor vrouwen is om in de benodigde flow te raken. Tja, dat lukt mij dus ook niet.

We gaan nog maar weer naar de speeltuin. Wat wonen er toch veel peutermeisjes in onze buurt. S. wil vooral met ons spelen, maar gaat nog wel op de nestschommel met het buurmeisje.

We eten pasta. S. is helemaal hysterisch omdat ze nog voor het eten Het Zandkasteel wil kijken. We geven haar uiteindelijk maar haar zin. We moeten nog zoveel doen na het eten. Als we eindelijk klaar zijn, moeten we echt iets vrolijks kijken. Er is niks vrolijks op tv, dus het wordt de dvd van 100% Coco.

Lief Dagboek (4)

Maandag 29 juli

Tijd om de eerste opdracht na mijn verlof in te leveren! Natuurlijk duurt de afronding weer langer dan ik denk. Ik had aardig wat aandachtspunten meegekregen en neem altijd graag de tijd om die langs te lopen, aangevuld met wat ik zelf nog ben tegengekomen. Gezien de omstandigheden ben ik nog best tevreden.
De rest van de middag werk ik niet zoveel meer. Ik schrijf wat voor toekomstige blogs, ik doe boodschappen. Ik vind het vaak lastig om meteen weer volle bak door te gaan met de volgende opdracht, ook al is dat in dit geval een opdracht waar ik ook al aan bezig ben. Ik ben ook echt wel moe, en nog volop aan het nagenieten van Fun Home.
S. wilde per se weer zonder luier naar de crèche, en dat ging redelijk. D. kan ineens van alles. We krijgen een foto waarop ze naast de mat ligt, omdat ze zo druk aan het rollen is. En ze probeerde blijkbaar ook contact te maken met andere kindjes met haar stem. Eerder viel me al op dat ze superverontwaardigd klonk toen M. haar bedje voorbijliep om naar S. te gaan. Zo geweldig.
’s Avonds kijken we We zijn er bijna. Normaal gesproken vind ik het een heerlijk programma, maar het is nu niet zo ontspannend als anders doordat ze het hebben over auto-ongelukken en medische problemen.

Dinsdag 30 juli

M.’s moeder komt weer oppassen. Werken gaat niet heel denderend, ik ben snel afgeleid. S. lijkt even vergeten dat ze geen luier meer draagt en D. maakt ook flink wat vies, en dan ga ik toch helpen met verschonen, toch maar even vast een was aanzetten. Nou ja, in ieder geval weer verder gekomen. En ook nog een leuke, onverwachte opdracht aangeboden gekregen.
D. blijkt het fantastisch te vinden om op een schijfje komkommer te sabbelen. Op een gegeven moment breekt het schijfje doormidden en pakt M.’s moeder het af. D. begint keihard te huilen. Als ze een nieuw schijfje krijgt, roept ze enthousiast: ‘Eeeeeeuj!’ Zo van: ‘Kom maar door met die komkommer!’ Het is fantastisch.
Het is een hele toer om S. in bed te krijgen.
Ik wil blogjes lezen, maar Bloglovin’ lijkt nog steeds niet goed te werken.

Woensdag 31 juli

Ik ben meestal op dinsdag alleen met de kindjes, maar nu dus weer even op woensdag wegens andermans vakantieplannen. Ik kom slecht op gang, D. is wat huilerig en S. wil niet zelf spelen. Ik wilde eerst nog buitenshuis iets gaan doen, maar er is regen voorspeld, dus het blijft even bij in de tuin spelen. S. en ik bakken samen yoghurtpannenkoeken voor de lunch, en ik ben blij dat dat lukt zonder brandwonden.
Na de lunch gaan zowaar beide kindjes even slapen, waardoor ik nog even kan werken.

Donderdag 1 augustus

Ik heb de bestanden binnen voor een grote opdracht waar ik deze maand veel tijd aan zal gaan besteden. Altijd nogal overweldigend, dus eerst maar eens alles in een map zetten, de aandachtspunten doorlezen, een planning maken. Ik ben inmiddels zo gestrest door allerlei oorzaken dat ik besluit dat ik ook nog wel kan proberen om hulp te regelen voor m’n postpartumgebeuren. Ik weet zowaar voor binnenkort al een afspraak te maken. Ik denk wel dat het verstandig is, maar ik vind het echt verschrikkelijk.

Natuurlijk stop ik weer te laat met werken. Ik moet nog een keer kolven, dan langs de supermarkt en dan naar de crèche. Heel onhandig om met boodschappen en al op de crèche te verschijnen, maar het scheelt wat tijd. D.’s juf is zo lief, ze probeert me overal mee te helpen, terwijl ze daar alleen is. Ze biedt zelfs aan om S. nog te verschonen, omdat dat wat lastig is voor mij met D. in de draagzak, waarop de andere kinderen van de gelegenheid gebruikmaken om met klei te gaan gooien…

Vrijdag 2 augustus

Ik moet nu echt een beetje doorwerken aan die ene opdracht die ik begin volgende week moet inleveren. Het is allemaal nog perfect mogelijk, maar het moet wel vandaag zo’n beetje gebeuren. S. en M. gaan even snel samen boodschappen doen terwijl D. slaapt. Dan is er even een vrij rampzalig moment. Ten eerste ontdek ik nu ineens nog een probleem in mijn opdracht dat ik niet zelf op kan lossen. Ik moet het dus al bijna inleveren en de redacteur is op vakantie. Daarna wordt D. wakker en meteen daarna melden de glazenwassers zich, waardoor ik D. niet echt kan voeden, omdat ik het niet zo prettig vind als vreemde mannen daar vol zicht op hebben. Ik ben dan ook erg blij als M. en S. terugkomen. Ik voed D. en besluit daarna de uitgeverij te bellen om te overleggen. Helaas weten ze daar ook niet direct wat te doen en zijn meerdere mensen die het zouden kunnen weten ook op vakantie. Op hun aanraden mail ik iemand en ik besluit verder dan maar gewoon te doen wat ik wel kan doen. Ik kom daar best een eind mee vandaag.
D. eet sinds deze week ineens wat appel of peer. Soms.

Zaterdag 3 augustus

We bezoeken vanmiddag M.’s oma en blijven daarna eten bij M.’s moeder. S. gaat nu vaak niet meer slapen onderweg en als ze niet slaapt, zeurt ze dat ze niet lekker zit en schopt ze tegen de voorstoel. Wij genieten uitgebreid na met de cd van Fun Home (het Amerikaanse origineel, uiteraard). Oma heeft naar de Canal Parade gekeken op tv. S. krijgt frambozen van haar. D. houdt haar vinger stevig vast. We zijn blij dat we haar weer even hebben gezien, ook al vraagt ze ineens waar we ‘zulke rare namen’ (van de kindjes) toch vandaan hebben. Ze beweert dat vroeger zo ongeveer iedereen heette zoals zij. Ik concludeer dat ze dan vroeger vast vaak met naamgenoten in de klas zat. Nee, dat niet. Dat soort dingen mogen als je 95 bent.
‘s Avonds thuis kijken we Showponies af. Het gedeelte na de pauze blijkt een stuk minder boeiend dan dat ervoor. Sinds ‘Geen liedje’ van Claudia de Breij is er niets veranderd. We hebben programma’s opgenomen waar we het zo ongeveer de rest van het jaar mee moeten doen.

Zondag 4 augustus

We gaan met mijn zusje en tante ergens ontbijten. S. is verdrietig omdat ze daarvoor niet ook nog een boterham met stroop mag. Het ontbijt was daar beter toen M. en ik er samen naartoe gingen. Iemand die boven het plein woont heeft besloten dat het hele plein urenlang mee mag genieten van zijn muzieksmaak. S. plast in haar broek. Gelukkig is M. de vergeten luiertas nog gaan halen. Het is wel gezellig. Na het ontbijt kiest S. een paraplu uit omdat ze weer een stickerkaart vol heeft. Ik ben ervan overtuigd dat ze precies deze parapluutjes ook gebruikten in dat ene nummer uit Fun Home.
Ik heb ’s middags een momentje achter de computer om te bloggen, M. ergens mee te helpen en die grote opdracht alvast voor te bereiden (wat vooral neerkomt op checken of het aantal woorden klopt, aangezien ik daar mijn planning op baseer).
S. roept ons weer veel ’s avonds. Maar ze zegt ook dat ze van ons houdt.

Lief Dagboek (3)

Maandag 22 juli

D. hoest nu ook. Ik ben zo laat op de crèche dat ze al bijna fruit gaan eten. S. vraagt aan alle juffen of die haar speldje hebben gezien. Helaas is dat niet zo, maar ik ben trots dat ze het zelf vraagt. Zo vaak is het: ‘Nee, jij moet het vragen!’ Dat zou ik zelf ook nog steeds het liefst tegen iedereen zeggen, dus ik snap dat wel.
Op de terugweg gun ik mezelf het begin van El Tarangu. Ik heb weining met wielrennen, maar deze podcast is gemaakt door SCHIK, van mijn lievelingspodcast Bob, dus dit móét ik horen. En het begin stelt zeker niet teleur, al dwing ik mezelf om thuis meteen te stoppen met luisteren. Aan het werk!
We besluiten eerst nog eens zelf te kijken of we het wastafelprobleem op kunnen lossen. Ik kom erachter hoe de lades eruit moeten, dat is al iets. Ik doe ’s ochtends al boodschappen en schrijf ook nog even. Er zijn grenzen aan wat je op een dag kunt doen.
Ik moet ’s middags naar het ziekenhuis. Eindelijk. Het ligt ook aan mij dat het zo lang heeft geduurd, maar zeker niet alleen aan mij. Ik was naar de huisarts gegaan met wat klachten na mijn zwangerschap. Huisarts in opleiding had geen idee, deed er na overleg ook heel laconiek over, maar er moest wel iets uitgesloten worden in het ziekenhuis. Eenmaal thuis leek het me niet iets om heel laconiek over te doen, maar goed, eerst maar eens naar het ziekenhuis. Bellen voor een afspraak. ‘Wilt u dan naar Baarn of naar Nijkerk?’ Eh, wat dacht u van dat enorme nieuwe ziekenhuis dat jullie op fietsafstand van mijn huis hebben gebouwd? Nou, dat ging zomaar niet. Ik was stomverbaasd, waardoor ik vasthield aan Amersfoort en pas zes weken later terechtkon. Uiteindelijk ben ik alsnog wel blij dat ik niet helemaal naar Baarn of Nijkerk ben gegaan voor die twee seconden, want het stelt dus echt niks voor. Wat uitgesloten moest worden wordt uitgesloten, wat ik zelf al dacht wordt bevestigd. Dag eigen risico. Nu wachten tot de huisarts deze uitslag ook binnen heeft en dan daarheen bellen.
S. heeft wonderbaarlijk veel energie als ik haar van de crèche kom halen, maar trekt uiteindelijk wel zelf haar sandalen aan. D. heeft over een juf heen gespuugd omdat ze moest hoesten. En een voeding over, wat altijd irritant is, want die kan ik niet opnieuw invriezen.

Dinsdag 23 juli

M.’s moeder komt oppassen, ik werk op zolder en voed D. tussendoor. Het gaat eigenlijk heel goed allemaal.
Aan het eind van de middag mag S. in het badje in de tuin. Zowaar een ontspannen moment, met S. in het badje en D. op een kleed in de deuropening, zodat ik ze allebei tegelijk in de gaten kan houden.

Woensdag 24 juli

Zo vroeg mogelijk boodschappen doen. S. heeft weer een stickerkaart voor op het potje poepen vol (ze wil nog steeds een nieuwe en het gaat ook nog niet altijd goed, dus we gaan nog maar even zo door). Ik kijk of ik ergens een cadeautje vandaan kan halen, een waterspeeltje of zo, maar ik vind niks geschikts. S. houdt zich wonderbaarlijk goed. Ze mag kiezen naar welke supermarkt we gaan en wil daar graag een klein karretje. Dat vind ik heel irritant als we met de kinderwagen ben, maar vooruit dan maar. Als we het karretje terug willen zetten, blijken alle karretjes verdwenen en blijkt ook dat er geen punt is om het eerste karretje aan vast te maken. Oftewel: we kunnen ons muntje niet terugkrijgen. Een andere moeder wil het karretje van haar kind aan dat van S. vastmaken en snapt niet dat ik geen zin heb om met twee karretjes opgescheept te zitten. Daarop probeert ze het kleine karretje aan de grote karren vast te maken (door het op te tillen) en dát trekt eindelijk de aandacht van een caissière: ‘Dat gaat niet werken, hoor mevrouw.’ Zo klantvriendelijk als ze daar toch altijd zijn… Ik had er een winkelwagenmuntje in gedaan en krijg een ander winkelwagenmuntje van haar, dus we kunnen vertrekken. Ik had liever m’n eigen winkelwagenmuntje gehad. Het is maar een winkelwagenmuntje.
S. begrijpt niet waarom ze niet midden op de dag in de felle zon in het badje mag. Later op de middag is er meer schaduw in de tuin en mag ze het wel van mij, maar doordat ik hardop heb overwogen om D. dan mee naar buiten te nemen in haar slaaptentje, zodat de achterdeur dicht kan blijven, wil ze nu alleen nog maar in een tent. Ik maak er een voor haar onder de eettafel met een oud gordijn. Er moet een kleed in, een kussen, een krukje als tafel, en op dat krukje moeten dan een bekertje water en een doosje rozijntjes. D. vindt het best lang prima om voor de ‘ingang’ op het kleed te liggen.

Donderdag 25 juli

Het is steeds te warm om de oven te gebruiken en granola te maken, dus nu maken we overnight oats als we er op tijd aan denken. Het worden al een keer early morning oats, aangezien we toch steeds ’s nachts in de weer zijn met kindjes die het te warm hebben.
Vandaag gaan ze weer naar de crèche. Ik maak me toch een beetje zorgen of ze daar wel goed met de hitte kunnen omgaan, maar het is daar niet per se warmer dan thuis en ik moet gewoon werken. S. heeft zich helemaal verheugd op dat ze D. naar haar groep gaat brengen, maar als we aankomen blijkt er maar een groep open te zijn. Daar is het vrij druk, dus S. moet even acclimatiseren. De juf van D. lijkt gelukkig goed op de hoogte van wat en hoe ze D. kan laten drinken. Met de grotere kindjes gaan ze zelf perenijsjes maken en ijsjeskleurplaten versieren. We krijgen later de schattigste foto’s doorgestuurd. Niet dat S. nooit de kans krijgt om iets te doen, maar ik verbaas me vaak toch nog over wat ze allemaal al zelf kan.
Ik probeer zo goed mogelijk te werken. En besluit toch nu alweer opdrachten af te wijzen, zodat de kans dat ik mezelf weer als vanouds over de kop werk hopelijk iets kleiner is. Het blijft allemaal heel lastig. Een wending pakt voor mij waarschijnlijk wel goed uit, en ik kan een prachtig compliment doorappen naar M., maar aanvankelijk zit ik toch wel weer even van ‘O. Oké. En nu?’
S. komt keihard op me afrennen op de crèche om me een knuffel te geven. D. kan slapend worden overgeheveld in de kinderwagen. S. wil haar sandalen weer niet aan, maar als ze ze eenmaal aanheeft is ze een enorme bikkel bij het naar huis lopen, had ik niet verwacht. Ik maak me zorgen dat D. het te warm heeft in de kinderwagen, maar ik kan er niet veel aan doen. Ik ben blij als we thuis zijn. Binnen is het niet om uit te houden, maar altijd nog minder warm dan buiten.
Ik mag zowaar van S. een aflevering van Het Zandkasteel uitzoeken die we nog niet hebben gezien.

Vrijdag 26 juli

Kort nachtje, want te warm en te veel gepieker. Dan maar vroeg beginnen met werken. Maar goed ook, want om kwart over negen besluit de directeur van Verhalenloket al dat het niet meer verantwoord is om op zolder te werken. Ik mag op M.’s laptop in de woonkamer, maar dat is niet ideaal. Daarnaast wil D. natuurlijk extra drinken als het zo warm is. Dus maar even zien hoe het gaat. M. gaat D. in bad doen met S., en aangezien D. weer lekker aan het spetteren is, frist S. meteen ook een beetje op.
Ik ga de huisarts bellen. De computer van de assistente loopt vast, maar daarna gaat ze omstandig uitleggen wat ze me in het ziekenhuis ook al hebben verteld. ‘Moet er nu verder nog iets?’ vraagt ze dan. Ik vertel wat ik wil. Daarvoor moet ik met de huisarts overleggen. Hij zal mij bellen. We moeten nog naar het consultatiebureau, dus ik spreek af voor daarna. Ik heb stress over of we wel op tijd op het consultatiebureau zullen zijn, aangezien iedereen nog uitgebreid moet worden ingesmeerd met zonnebrand en het toch ook wel prettig is om daar enigszins decent te verschijnen, maar het lukt allemaal prima. Onderweg blijkt dat ze dreigbrieven aan de nieuwe kliko’s hangen. Nu zagen S. en ik van de week nog allemaal uienschillen en eierschalen uit een papiercontainer komen toen die omviel, dus het zal nodig zijn zeker.
Op het consultatiebureau is alles in orde. D. is weer goed gegroeid, al is haar hoofdje relatief klein. Ze is wakker geschrokken en aanvankelijk niet zo blij, maar later lacht en trappelt ze vrolijk naar de dokter. Het is dan ook een vriendelijke dokter. De dokter vraagt of ze het gesprek op mag nemen voor supervisie. Dat mag van ons, maar ik vraag me af of de opname bruikbaar zal zijn. Zou zomaar kunnen dat je alleen S. hoort babbelen. Ik hoop dat het niet getranscribeerd hoeft te worden! We hebben het wel nog even over het eten. D. mag al een heleboel, maar ze eet eigenlijk nog niks, ze werkt alles wat we aanbieden zo snel mogelijk weer naar buiten. We maken ons er niet echt zorgen over, S. deed precies hetzelfde op haar leeftijd (en vraagt nu juist steeds of ze op mag eten wat D. niet hoeft), maar het is wel fijn om het nog even te bespreken. Misschien wil ze het wel meer zelf pakken.
Uiteraard belt de huisarts vroeger dan afgesproken en mis ik zijn telefoontje. Ik heb een voicemailbericht, maar mijn voicemail staat helemaal niet ingesteld en dat wil ik ook niet. Ik bel de praktijk weer, ze zullen vragen of hij het later nog eens wil proberen.
Ik probeer nog wat te werken. Alles wat ik vandaag doe vind ik heel goed van mezelf. Ik besluit wel om er maandag nog even iets minder oververhit naar te kijken.
De huisarts belt terwijl ik net de schrijfpodcast aan het luisteren ben. Volgens hem had de assistente niet doorgegeven dat hij me pas vanaf een bepaald tijdstip kon bereiken en heeft hij een heel verhaal gehouden op mijn voicemail. Hij legt omstandig uit wat de assistente en die vrouw in het ziekenhuis me ook al hebben uitgelegd, maar dan met meer medische termen. Ik vind het een heel vervelend gesprek, want hij geeft me het gevoel dat ik dom ben. Volgens hem hebben mijn klachten niets met elkaar te maken en is wat ik wil dan ook geen optie. Het ene zal uit zichzelf misschien nog wel verbeteren en het andere is weliswaar vervelend, maar heeft absoluut niks met het ene te maken (in alle info die ik heb gevonden wordt dit aan elkaar gekoppeld). Maar goed, ik heb toch geen verwijzing nodig, dus ik moet dan zelf maar even kijken wat ik doe, dag hoor. Ik heb weinig met alternatieve geneeswijzen, maar ik begrijp steeds beter waarom mensen daarmee bezig gaan. Als er dan wél naar je wordt geluisterd… Ik voel me even ontzettend alleen en verdrietig.
Ik voel me ook opgesloten, want het blijft erg warm in huis voor iedereen. ’s Avonds zit ik meer op mijn telefoon en eet ik meer tijgernootjes dan goed voor me is.

Zaterdag 27 juli

Weer slecht geslapen, ik sta om 5.30 uur al op om nog meer ramen open te zetten (helpt helaas niet veel) en te bloggen. Ik print de tickets voor Fun Home en blijk toch nog antwoord te hebben gekregen op mijn mailtje aan de schouwburg over daar kolven. Ter plekke weten ze er nooit iets van, of je nu wel of niet van tevoren gemaild hebt, is mijn ervaring, en toch vind ik het fijner om van tevoren even te mailen.
Ik had een tijdje terug een mailtje gekregen van een webwinkel dat de klok waar ik al meer dan twee jaar verliefd op ben (de Time Talks van Karlsson) op voorraad was, maar dat blijkt uiteindelijk nu toch niet zo te zijn. Het leek me al te mooi om waar te zijn, dat ding is nergens meer te krijgen, maar ik had hem toch besteld, want dat is gewoon dé klok. Toch jammer.
Ik ga vanochtend naar C. en J. in Utrecht. D. gaat mee, omdat ik anders moet kolven. Het is helaas wat warmer dan eerder deze week werd voorspeld, maar ik doe D. toch in de draagzak, want ik vind het ov met kinderwagen niet te doen, zeker niet in je eentje. Ik ben zowaar op tijd bij de bushalte. Ik kom graag in Utrecht. Dat is nu ook niet moeilijk meer, want ik kom er nu eigenlijk altijd voor leuke dingen.
Het is gezellig met C. en J., ook al is het confronterend dat ze zo’n totaal ander leven hebben dan ik, als bèta’s zonder kinderen. Hoe graag ik ze ook mag, ze maken per ongeluk mijn werktwijfels alleen maar groter. D. is gelukkig goed te pas, ze lacht de hele tijd en rolt linksom en rechtsom op haar buik. Dat had ik nog niet gezien.
Als ik weer naar huis ga, heb ik ergens zin om nog van alles in Utrecht te gaan doen, maar ik weet niet wat precies, want buiten is het toch wel weer erg warm, voor mezelf shoppen gaat niet echt met de draagzak en vind ik ook nog heel lastig met een ontzwangerend lijf, en D. gaat het waarschijnlijk ook niet superlang volhouden in de draagzak. Dus ik koop een ijsje (oké, ik koop meteen maar een witte Magnum met stukjes koek) en ga meteen naar huis. Ik heb het erg warm onderweg en er vliegt steeds een wesp in onze buurt in de bus, dus ik ben weer blij als ik thuis ben. Alwaar D. vrijwel onmiddellijk haar leuke pakje onderpoept. Dat pakje hadden we voor S. gekocht in Denemarken, maar heeft zij uiteindelijk niet gedragen omdat het zo zomers is. Nou ja, nog een geluk dat D. niet in de draagzak poepte.
Ondanks de hitte maak ik een quiche van filodeeg met tuinbonen, groene asperges en spinazie. We wilden weten of tuinbonen inderdaad zo smerig waren als we ons herinnerden. Dat bleek mee te vallen. Natuurlijk wil S. nu steeds de ‘nieuwe’ aflevering van Het Zandkasteel zien.

Zondag 28 juli

We gaan eindelijk naar Fun Home in Amsterdam! Daar wil ik nog een aparte blog over schrijven, maar als je deze week nog kunt gaan, zou ik het zeker doen.
We kunnen rustig opstarten, ik probeer wat aan een sjaal te haken waar ik ooit nog eens het patroon van wil publiceren, maar ik zit in een saai stuk en heb het idee dat mijn schouder haken nog minder leuk vindt dan breien, dus of en wanneer ik ‘m ooit af ga hebben…
R. en C. komen op de kindjes passen. Ik hoopte eigenlijk dat C. iets zinnigs zou kunnen zeggen over mijn medische toestand, maar dat is helaas niet zo.
De berichtgeving was verwarrend, maar onze trein naar Amsterdam rijdt gelukkig gewoon. We wilden zo graag naar Fun Home dat we bang waren dat het wel weer niet door zou gaan, dus ik ben blij als we in Amsterdam zijn. Het is fijn om even weg te zijn met M., en ook om overal regenboogvlaggen en -etalages te zien. We ruilen de nieuwe bikini van S. nog even om voor een maatje groter en zijn op tijd bij de schouwburg om nog even iets te kunnen drinken.
We hebben kaartjes voor rij 4, maar dat blijkt de eerste rij te zijn. Dat was volgens ons niet zo toen we de kaartjes boekten, maar goed. We hebben de voorstelling vorig jaar in Londen ook gezien, dus het is niet zo heel erg dat we een paar details missen vanaf hier. En daar staat natuurlijk tegenover dat we er met onze neus bovenop zitten. Het is prachtig, ook al moet ik op een gegeven moment zo discreet mogelijk hoesten en M.’s flesje water vragen omdat ik mijn rugzak met kolfspullen bij de garderobe heb moeten inleveren. Ik dacht dat ik het nu misschien wat beter zou trekken, maar ik ben weer in tranen bij het einde.
Na afloop gaat het heel soepel. Iedereen is zonder jas, dus er is amper iemand bij de garderobe (de garderobemevrouw heeft een breiwerkje klaarliggen) en er wordt razendsnel een kolfplek geregeld, een man vraagt of ik even wil wachten op iemand die me erheen kan bren- o, daar is hij al. Ik kan kolven in een kantoortje waar blijkbaar ook vaak een hond vertoeft, aangezien er een bakje water en diverse tennisballen rondslingeren. Maar die hond is er nu niet, dus prima. M. en ik hebben net besloten dat we ons ‘bewust huisdiervrij’ gaan noemen. Er komt iemand zingend van de trap af, misschien is het wel een van de spelers. Ik vind het altijd lastig als ik op een onbekende plek moet vragen of ik ergens kan kolven, het is zo fijn als mensen gastvrij reageren.
We gaan naar huis, het is druk in het ov en het duurt best even voor we weer op het station zijn. We halen friet op weg naar huis. Als we thuiskomen blijkt S. ingestort te zijn en in bed te liggen. Als we haar wakker maken, is ze compleet overstuur. Zo zielig, dan is het haar gewoon te veel dat wij er niet zijn en dat ze de hele tijd lief moet zijn. Niet dat ze van mij de hele tijd lief moet zijn, ik probeer er ook echt op te letten dat ik niet ‘lief zijn, hoor’ zeg (dat was bij ons thuis vroeger zo’n beetje de standaardgroet), maar ik denk wel dat ze dat probeert. Ik voel me daar dan schuldig over, maar ik kan moeilijk altijd bij haar zijn. Ik wil soms ook iets anders doen en ze heeft het ook heus wel naar haar zin met/bij anderen en dat is ook leuk voor die anderen, maar… pfoe, het is gewoon ingewikkeld. Gelukkig knapt ze weer een beetje op bij het frietjes eten.
Het water in de wastafel loopt nu helemaal niet meer weg, dus ik wil er eigenlijk nu nog iets aan proberen te doen, hoe moe we ook zijn. Als ik de sifon eraf haal, komt er enorm veel troep uit. Dat is ook meteen het enige onderdeel dat ik eraf krijg, dus hopelijk is het hiermee opgelost.
D. heeft al een hele tijd niet geslapen en ze kan bijna geen honger hebben, maar ze gaat pas slapen nadat ik haar heb aangelegd, wat ook wel weer heel lief is. We doen niet veel meer voor we gaan slapen.

Lief Dagboek (2)

Maandag 15 juli

Nog niet beter, maar beter genoeg om te doen wat moet. De kindjes naar de crèche brengen. Werken. Ik probeer het wel zo prettig mogelijk te maken met thee met gember, honing en citroen, een sjaal en een berg keelsnoepjes en dropjes. Het werk zelf is niet zo prettig en frustreert me alweer als vanouds. Zeker als het over geld gaat. Voor iedereen die roept dat ‘we’ gewoon beter moeten onderhandelen en dat we anders waardeloze beunhazen zijn: ga het maar eens een paar jaartjes proberen in dit vak, praten we daarna verder. ’s Middags besteed ik veel te veel aandacht aan een mailtje aan een organisatie die lekker heteronormatief bezig was. Ze reageerden daar prima op, maar mijn antwoord op hun vragen was nog blijven liggen doordat ik ziek was.
Aan het eind van de middag heb ik best wat gedaan, maar heb ik alsnog stress, want ik moet nog boodschappen doen en de kindjes op tijd ophalen en ik heb de kaart voor een ziek familielid in een brievenbus gegooid waar bij nader inzien niet op blijkt te staan wanneer hij wordt geleegd, waardoor ik me afvraag of hij nog wordt geleegd. Als hij buiten gebruik is, zullen ze dat er toch wel op zetten? Als ze ’m weg gaan halen, zullen ze alles wat er dan in zit toch nog wel bezorgen? Waar je je al niet mee bezig kan houden.
Op de crèche heeft D. uiteraard gerold. Ze zeggen dat ze het heel goed doet daar, dat maakt me blij (ook al vind ik het nog steeds niet leuk om haar erheen te brengen). S. had een beetje een eigenwijze bui en zegt dat ze het zo jammer vindt dat ze alweer niet ‘naar de grote peuters’ (inpandige peuterspeelzaal) mocht. De juffen zeggen dat ze er na de vakantie vaker heen mag. Ze is tot nu toe pas twee keer geweest, omdat de groepen vol zitten met kindjes met een VVE-indicatie. Als er nog plek is, mogen de oudste kinderen van de crèche eerst, en daar hoort S. nog niet bij. S. heeft het niet nodig, hebben ze ons letterlijk gezegd. Dat denk ik ook niet, maar ik vind het wel leuk en goed voor haar, en we vonden het juist zo handig dat bij deze crèche een peuterspeelzaal hoort. Ik vind wel iets van het ideaal dat alle kinderen zo lang mogelijk samen naar school gaan en dat dat voor alle kinderen het allerbeste zou zijn, laat ik het daarop houden.
Ondertussen speelt S. met de poppen ons halve leven na op de crèche. ‘S. gaat heel erg op in haar spel als moeder.’ Verder denken ze daar nu dat we supergezond eten (dat valt tegen) omdat ze steeds groente klaarmaakt voor de juffen en omdat ze had gezegd dat ze van ons geen vruchtenhagel op brood mocht (we hebben het zelden in huis en geven haar geen chocoladehagelslag, maar als ze het een keer hebben op de crèche, mag ze het best kiezen).
Naar huis lopen met S. was echt gezellig, en D. at thuis zowaar een heel klein beetje pompoen. ’s avonds weer de schrijfpodcast geluisterd/gedaan, gemopperd op mijn zere schouder en een aflevering van 63 Up gekeken. Ik heb er al eerder wat van gezien en het is echt een mooi project. En een uitstekende herinnering aan het feit dat niemand op z’n sterfbed ooit zegt: had ik maar meer gewerkt.

Dinsdag 16 juli

We moeten wat dingen kopen in het winkelcentrum. Rompers en een slaapzak voor D., extra bakjes voor afgekolfde melk. Die ene theïnevrije thee die de ene supermarkt ineens niet meer verkoopt. M.’s chocoladepasta. Het gaat redelijk, met D. in de draagzak en S. aan de hand. Alleen krijgt S. thuis een enorme driftbui omdat we bolletjes hebben gekocht voor de lunch en het niet onmiddellijk tijd is om te lunchen. Supervermoeiend, al vind ik het wel hilarisch dat ze me over probeert te halen met: ‘Van Aap mag het wel.’
Ik hoop wat rust te krijgen tijdens haar middagslaapje, maar door een poepincident komt daar weinig van terecht, en de boodschappen worden bezorgd. S. is snel weer op en wil heel graag nog naar de speeltuin, dus dat doen we dan maar. Het is druk in de speeltuin, en soms ongemakkelijk met de andere ouders. Maar S. vermaakt zich goed (helaas wel vooral terwijl ik de diverse schommels duw).
Ik heb D. vandaag eindelijk zien rollen! Mijlpaal, hoor. En ze begint ook haar eigen voeten te ontdekken.

Woensdag 17 juli

De kindjes gaan naar opa en oma, zodat ik kan werken. Het is op dit moment verschrikkelijk onpraktisch, want de enige realistische optie is om ze met de auto te brengen, inclusief kinderwagen en alle spullen die twee kinderen op een dag zoal nodig kunnen hebben. De kinderwagenbak past maar net tussen de maxicosi en het stoeltje van S., en het is gewoon ongelooflijk veel gedoe om in je eentje alles en iedereen te vervoeren.
Als ik eindelijk kan gaan werken, krijg ik slecht nieuws. Altijd lastig als mensen niet zien wat je kunt. Of dat op zich wel zien, maar het niet kunnen of willen waarderen. Misschien is dat nog wel lastiger. Ik vind het in ieder geval veel makkelijker om alles te geven dan om concessies te doen en dan toch nog iets te leveren waar iedereen tevreden over kan zijn. Maar ik moet ook aan mezelf denken. Ik moet veel meer aan mezelf denken.
O, en een van de theatervoorstellingen die we voor het nieuwe seizoen hadden geboekt, gaat niet door. En we zijn weer in gevecht met fruitvliegjes.
Aan het eind van de middag is het tijd om de kindjes weer op te halen. Halve volksverhuizing de andere kant op, in de spits op de rondweg en tot twee keer toe mislukt het parkeren in de straat omdat er te veel verkeer van beide kanten aankomt om te kunnen fileparkeren. S. heeft niet geslapen, valt uiteraard in de auto in slaap en krijst na aankomst de hele boel bij elkaar. En ik moet nog koken, omdat ik niet nog minder werktijd wilde overhouden door dat alvast te doen voor ik ze op ging halen. Dan lukt het gewoon niet om te denken: Oké, de auto heeft een legale plek, er is niets beschadigd, er is niemand gewond geraakt en morgen overdag lukt het heus wel weer om hem naar een betere plek te verplaatsen. Zoveel stress. De gnocchi zijn uiteindelijk lekker, maar zoveel stress. En dan ’s avonds nog weer alle spullen pakken voor de crèche en proberen wat dingen op te ruimen omdat de schoonmaakster de volgende dag komt.

Donderdag 18 juli

In de stress vergeten om melk voor D. uit de vriezer te halen, dus die moet bevroren mee. Superonhandig voor de juffen. Het kost ook veel moeite om de kindjes nog enigszins op tijd op de crèche af te leveren. S. is wel heel blij dat haar lievelingsjuf er vandaag nog is, hierna gaat ze op vakantie. Bij thuiskomst meteen de auto verplaatst. Voor zover het allemaal lukt met de schoonmaakster in huis gewerkt en gekolfd. Weer stress om op tijd boodschappen te doen, de plaattaart alvast te maken en op tijd weer bij de crèche te zijn. Ook stress over het werk, trouwens. Onderweg wel gezien dat de info over het lichten van de brievenbus is gewijzigd, dus er gebeurt nog wat daar. D. heeft slecht geslapen op de crèche en S. had nog veel langer appelflapjes willen maken. Ze heeft wel een roltoeter gekregen van de stagiaire die afscheid nam. Het rolgedeelte is er inmiddels al af, maar ze is er dolgelukkig mee (ik iets minder). In alle heisa weer vergeten dat ze met een haarspeldje naar de crèche ging en dat dat ding nu weer nergens te bekennen is. De lievelingsjuf heeft wel haar haren weer prachtig ingevlochten. Thuis duurt het alsnog te lang voor we kunnen eten omdat de plaattaart nog in de oven moet.

Vrijdag 19 juli

De schoonmaakster heeft misschien te veel troep proberen weg te gooien in de wastafel. In ieder geval loopt het water weer niet goed meer weg. En de truc met soda, azijn en kokend water werkt vooralsnog niet. O, en de wastafel zit in een wastafelmeubel, waardoor het ook niet evident is (voor ons) om de boel open te schroeven. Argh. Ongeacht de oorzaak zit ik meteen alweer helemaal in de ‘dan nemen we wel geen schoonmaakster meer’-vibe, want ik vind het dus heel lastig om een schoonmaakster te hebben (en te vinden ook), hoe goed we ook wat hulp in het huishouden kunnen gebruiken. Ik ben ook degene die overal mee zit, ik snap dat het fijn is om in een lekker schoon huis thuis te komen.
Ook vandaag is weer een werkdag, met voedingen tussendoor, want ik heb een hekel aan kolven en waarom zou ik kolven als D. en ik allebei thuis zijn? Voeden kost ook niet per se veel meer tijd dan kolven, maar natuurlijk is het drukker met de kindjes thuis, je gaat toch sneller ook even een luier verschonen of een boekje voorlezen als M. even iets moet doen.
’s Avonds komt C. eten en dat is leuk, al is het dan midden in ons spitsuur. D. en S. slapen later op de avond allebei een tijdje, maar moeten daarvoor wel van alles. De mensen die uiteindelijk overblijven, zullen onze echte vrienden zijn (uiteraard moeten we hier zelf ook nog een beetje ons best voor doen!).

Zaterdag 20 juli

Matige dag. Chagrijnig over de wastafel, nog altijd aan het hoesten, bezorgd over m’n lichaam na twee kinderen, even geen zin in die twee kinderen (van wie eentje de hele dag om eten zeurt), gepieker over werk en bepaalde relaties… Erg moe uit de week gekomen en dan vind ik het vaak lastig dat alles in het weekend gewoon doorgaat, dat ik vaak niet eens een weekendgevoel heb.
Uiteindelijk sleept M. me ’s middags naar het winkelcentrum, we kopen Nog even achter mijn oortjes kriebelen en nieuwe stickers voor S. De experimentele lasagne met andijvie, pompoen en cottage cheese is niet heel denderend, maar ook niet echt vies. De avond verloopt oké. S. heeft weer geen middagslaapje gedaan. Dat zorgt meestal voor veel drama in de loop van de middag/avond, maar het zorgt er nu ook voor dat ze ons niet de hele tijd gaat roepen voor water/verhaaltjes/boekjes/knuffels/liedjes/wat ze verder maar kan verzinnen. En ik brei weer een beetje, aan deze trui. De achterkant is volledig in tricotsteek (saai), mijn schouder is nog steeds niet helemaal wat ’ie wezen moet en ik was/ben m’n knitting mojo ook wel een beetje kwijt door al het commentaar online. Nu nog nieuwe patronen, want daarmee wil het nog niet zo vlotten. Ideeën genoeg, niet genoeg tijd om ze uit te werken.

Zondag 21 juli

Ik en S. bakken deze koekjes omdat L. en haar twee kinderen langskomen. We hebben ze al vaker gemaakt, ze zijn relatief verantwoord en goed te doen met een meehelpende peuter (niet moeilijk, het duurt niet te lang, het kan geen kwaad als ze per ongeluk iets opeet enzovoort).
L.’s bezoek is kort maar krachtig, en daarna is de ochtend alweer om. M. werkt wat in de tuin, ik probeer ook nog wat onkruid te verwijderen. Er zijn zowaar een tijdje twee slapende kinderen, dus ik kan ook nog even achter de computer. Als S. weer wakker is en de koekjes op zijn (nu stopt S. in ieder geval met erom zeuren), zegt ze dat ze de bel hoort. Ze heeft gelijk, want er staat familie van de man van mijn moeder voor de deur. Ze wonen ver weg, maar waren vandaag in de buurt en nog niet op kraambezoek geweest. Na ruim vijf maanden krijgt D. dus ineens nog twee keer op een dag kraambezoek, haha. Als ze weer weg zijn, gaat M. nog naar de speeltuin met S., ik ga koken. D. heeft de smaak van het rollen helemaal te pakken, alleen valt een voeding daardoor verkeerd en spuugt ze de hele box en zichzelf onder. Ze spuugt echt weinig, véél minder dan S., maar als ze dan een keer spuugt, ben ik gelijk bang dat ze veel meer zal gaan spugen (en huilen, want dat deed S. ook veel meer).
Na het eten probeert M. een beetje op te ruimen. Ze gooit wat speelgoed in het loopschaap, maar daar is S. het niet mee eens: ‘Nee, dan kan de Octopus niet meer in bad!’ Juist. S. moet douchen en wil dat heel graag met mij samen doen, dus dat doen we. Van tevoren begint ze ineens gekke bekken te trekken in de spiegelende toiletrolhouder. Later doucht M. met D. Ik droog D. af, maar ik kom er nog niet aan toe om haar aan te kleden, want ze heeft honger. Ik laat haar drinken met alleen haar luier aan, huid op huid als een newborn, en daarna doen we nog het spelletje van ‘Dit is jouw neus, dit is mijn neus, D.’s neus en mama’s neus!’ Dat vindt ze zo grappig, en het is echt een fijn momentje.
We kijken de documentaire De kast, de kerk en het koninkrijk terug, over gelovige homoseksuelen. Heel interessant, en bij vlagen zeker ook ontroerend.
Dit keer vergeet ik D.’s melk niet.