Dochter (9)

Bijna twee maanden na de vorige post. Er is veel veranderd. Waar te beginnen? Ze slaapt, ik denk dat dat het verschil met de grootste invloed is. Eerder sliep ze vaak bizar precies een halfuur achter elkaar. Supergoede tip dus, dat je gewoon met je baby mee moet slapen, bedankt… Nu slaapt ze overdag langer en is er zelfs soms nog een stukje avond over als ze al aan de nacht is begonnen. Heel, heel welkom.

Ze eet. We waren braaf begonnen met de ‘oefenhapjes’, maar ze wilde er weinig van weten, meestal deed ze haar mond niet open en sloeg ze de lepel weg. Waarop de consultatiebureau-arts zei: ‘Misschien kunnen jullie eens proberen om het voor de voeding te geven in plaats van erna. Ik weet niet wanneer we dat zelf eindelijk bedacht zouden hebben, maar het hielp wel een beetje. Fruit gaat nu heel goed, ze houdt van mango en banaan. Groente gaat wisselend, soms lijkt ze er te veel honger voor te hebben, maar we blijven het ‘aanbieden’. Nog zo’n woord. Een flintertje zalm, een pastavlindertje, gewoon maar proberen. Broodkorsten vallen ook in de smaak, want daar kan ze zelf een beetje mee zitten knoeien. We vinden Rapley te eng, maar alles fijnmalen en voeren is vast ook niet goed. Oma E. werkt op een peuterspeelzaal en kwam met een leuk eetliedje. Er zit een moment in waarop je moet wijzen. Gisteren dacht S. dat dat betekende dat er direct eten haar kant op kwam. Ze deed haar mond al open en wat was ze boos toen bleek dat dat niet zo was.

Ze tijgert, ineens kon ze het en ze is verrassend snel als ze iets ziet waar ze heen wil. Volgens tante C. heeft ze nu al een schoenen- en tassentic, veters en hengsels zijn erg interessant. Ik moest huilen toen ze naar mij bleek te willen, ik had geen schoenen aan.

Ze zegt ‘babababa’. De consultatiebureau-arts vroeg daar expliciet naar, dus het is kennelijk echt een taalontwikkeling. De stap hiervoor was ‘haabvvvv’, ook gezellig.

Ze wil nog steeds alles zien en meemaken. Zeggen ze op de crèche ook vaak. Het gaat daar nu ook wel wat beter, nu ze wat meer kan en slaapt en tevreden is. Ik was redelijk kritisch in de evaluatie na drie maanden, maar daar hebben ze ook echt wat mee gedaan, dat is fijn. Het is mooi om haar samen te zien met andere kindjes. ‘S. is er weer, S. is er weer!’ riepen ze vorige week.

Het gaat dus eigenlijk heel goed, dat blijft belangrijk om te beseffen. Eerst dreunt nog na, dat verandert niet door ‘Wat dan?’ of ‘Nog steeds?’. Dat verandert misschien überhaupt niet meer. Ik hoop dat het nog wat beter wordt en ik wil er nog meer over schrijven, al weet ik nog niet wanneer of in welke vorm. Het scheelt al dat ik niet meer iedereen die ‘Genieten!’ roept wil slaan.

Dochter (8)

Ze is een handvol maanden.

Je ziet haar nog vergeten als ze een speeltje op de grond laat vallen of als M. wegloopt. Maar ze wil alles zien, steeds opnieuw. Tijdens voedingen met andere mensen erbij is dat wel eens lastig. Als ik in bed voed, moet M. soms ook echt incognito gaan en met haar rug naar ons toe gaan liggen, anders blijft S. naar haar lachen en proberen haar aandacht te trekken.

Nu kan ze rollen en wil ze meer. Kruipen. Zitten. Het blijft vooralsnog bij pivoteren, een woord dat ik niet kende, maar toch ook al knap. Als ik haar rechtop houd, trappelt ze met haar beentjes en kan ik haar gezichtsuitdrukking niet anders omschrijven dan trots.

Met Pasen was ze een beetje ziek. Zoveel zorgen dan meteen. Nu hoest en snottert ze nog, zo zielig. Gelukkig denkt de huisarts dat het wel gewoon verkoudheid is.

We gingen voor het eerst een weekend weg. Wat wennen was, met in ons achterhoofd toch nog ergens een idee van vakantie zonder poepincidenten en gekrijs. Maar alles paste in de auto en we liepen met haar in de draagzak zo het bos in en er waren veel eekhoorns en binnen speelde ze een hele poos op een kleed terwijl wij er zo’n beetje bij zaten. Bij aankomst bood de receptionist een kleurplaat aan en toen we vriendelijk zeiden dat ze daar nog een beetje te klein voor was, zei hij verdedigend: ‘Nou, sommigen vinden dat leuk, hoor, een beetje krassen.’

Ze mag groente, maar begrijpt nog weinig van het concept. Dat zou je niet zeggen als je ziet wat ze allemaal in haar mond stopt. Kleurpotloden opeten, daar zou ze ongetwijfeld ook heel goed in zijn.

Ze is zo lief, het lukt steeds vaker om dat te zien. En hoe blij ze mensen maakt, daar maak ik graag tijd voor.

Dochter (7)

Een jaar geleden zagen we haar voor het eerst. Zo. Ze was twee centimeter groot en de klinisch verloskundige had gezegd dat het even kon duren voor ze iets zag, dat we ons niet meteen zorgen hoefden te maken. S., die toen nog gewoon ‘de baby’ was en misschien zelfs dat nog niet eens, kwam echter direct in beeld, met kloppend hartje en al. Ik kon niet meer stoppen met glimlachen.

De uitgerekende datum werd later iets later, maar hier staat haar verjaardag op, zo gek.

En nu, vul maar in. Kan ze rollen, vorig weekend zelfs drie keer achter elkaar, of eigenlijk in totaal negen keer, met dat we haar teruglegden op het uiteinde van het kleed en ze het nog eens deed, en nog eens. Trekt ze steeds haar sokken uit. Knispert ze met knisperboekjes. Kan ze belachelijk blij zijn als ze ons ziet.

Daar laat ik het vandaag bij, juist omdat het allemaal niet vanzelfsprekend is/blijft/blijkt te zijn. Het is nog steeds vaak overleven, maar wel met de mooiste reden om dat te doen.

Dochter (6)

Bij slecht weer is het nog meer gedoe dan anders om met de kinderwagen naar de crèche te gaan. Ik laat de wagen zo dicht mogelijk bij de deur staan, zodat er zo min mogelijk modder en water daar op de vloer komt. Het betekent meer gesleep met spullen en met S., die ik dan ook niet tegen mijn natte jas aan kan houden. S. ligt wel lekker droog onder de regenhoes. Op een dag waaide die er bijna af. Wat schuiner, met de kap een stukje naar beneden, ging beter. S. had haar eigen panoramadak en ging mooi niet slapen tot we thuis waren.

Ik ben nog steeds verbaasd dat niemand verbaasd is dat ik daar ben. Ik probeerde een keer uit: ‘Ik ben de moeder van S.’, omdat dat op dat moment logisch was om te zeggen, maar iedereen neemt zonder meer aan dat ik een moeder ben van een kind. Het is niet eens moeilijk om te praten met andere moeders. Leidster B. vond de muts van S. mooi, en ik kon niet nalaten te vertellen dat ik die zelf heb gemaakt. ‘Met een regenboogstrik!’ riep kindje A. enthousiast. Ze wist ook te vertellen dat ‘hij’ twee flessen had gedronken. Al bijna geen verslag meer nodig.

S. begint haar voeten te ontdekken, of in ieder geval: dat er daar beneden in de verte iets beweegt. Dat bewegen is een ernstige aangelegenheid, zeker ook in bad. We zijn zo blij dat ze niet meer huilt in bad, het maakt ons niets uit. Ook niet dat ze de vloer natspettert.

Precies op het verste punt van onze wandeling begon ze ontroostbaar te huilen. Het duurde veel en veel te lang voor we weer thuis waren, er was niets meer over van het gevoel goed bezig te zijn, gezonde buitenlucht en zon en wij daarin met ons kind.

Zaterdag rolde ze voor het eerst om, van haar buik naar haar rug. Eerder toonde ze alleen interesse in andersom, dus het kwam nogal onverwacht. Het was ook meer een soort vallen, ze schrok er zelf ook enorm van en begon keihard te krijsen.

Er zijn nog steeds wat veel verhalen waarin ze keihard krijst. Zelf verzamelt ze losse klanken, ontdekt hoe hard en hoog ze kan, raakt overal door afgeleid. Dat laatste is nu nog vaak grappig en goed (ze ziet, ze hoort), maar niet zondagnacht, niet als ik echt wil slapen en zij wil spelen of dan toch in ieder geval gedragen worden of anders nog weer wat eten. We hebben vaak geluk met de nachten, maar deze keer niet en het was me gewoon even te veel, na die mislukte wandeling en een ‘kraambezoek’ van iemand die vooral vol was van haar eigen zwangerschap (logisch, maar lastig). Het is me nog steeds allemaal snel te veel. Gelukkig is M. er ook en uiteindelijk heeft S. na wat extra melk de rest van de nacht geslapen, maar wat voelde ik me weer een waardeloze moeder.

Dochter (5)

Ze is nu al zo veranderd. Ze lijkt soms zo groot, ook al zei iemand op de crèche: ‘Och, wat een kleintje nog!’ Dat was een van de momenten waarop ik me schuldig voelde dat ik haar daarheen breng. Nog erger was het toen P. iets op kwam halen en zich er zo op bleek te verheugen om S. dan gelijk weer even te zien, hoe hij vol verwachting in de lege kinderwagen keek. En iedere keer als ik een gedragen shirt van mezelf meegeef, voor de vertrouwde geur. Het schijnt te werken, maar het voelt een beetje als verraad. Ze lijkt het allemaal wel best te vinden en ik vind het fijn om weer te werken, maar het is ook elke dag nog moeilijk. Dat geeft niet, het helpt me te realiseren hoeveel ik van haar hou en sowieso, dat ze m’n dochter is, dat ik nu moeder ben.

Ze kan zo hard krijsen tijdens het boodschappen doen dat ik zo snel mogelijk beschaamd het een en ander uit de schappen ruk, maar dat ben ik al weer vergeten als ze echt plezier heeft, van die zachte eh-geluidjes maakt. Ze wilde best in de woonwinkel zijn, maar alleen als ze gedragen werd. Ineens was het een behoorlijk grote winkel en gingen we er toch maar niet koffiedrinken. Een troost: er waren kinderen nog lastiger, de snobistische moeder van Diederik riep zelfs dat ze hem een pak rammel zou geven.

Tijdens een voeding laat S. soms speciaal mijn tepel los om iets te ‘zeggen’. Ik zou zo graag willen weten wat. Blijkbaar is het erg belangrijk. Ze grijpt van alles vast en brengt het naar haar mond. Terwijl ik haar aankleed wil ze mijn mouw vasthouden, wat toepasselijk maar ook onhandig is.

Ze wil zo graag omrollen, maar ze kan het nog niet, dus dan ligt ze op haar zij heel boos te zijn, met mij belachelijk trots ernaast.

Dochter (4)

Ze is aan het wennen op de crèche en ik ook. Ze werd rondgedragen toen ik haar kwam halen. Ze wordt erg graag rondgedragen. Ik kwam haar erg graag halen. Er waren geen andere baby’s, de grotere kindjes vonden het heel interessant en wilden haar aaien. Dat was even slikken, want ze waren nogal snotterig. Ze kwamen meteen met speelgoed aanzetten en waren teleurgesteld dat ze daar niets mee deed.

Mijn redacteursogen doen pijn van de taalfouten in de verslagjes, maar het is belangrijker dat ze lief voor haar zijn en goed voor haar zorgen. ‘Je heb heel veel knuffel gekregen’ stond erin. Een leidster vroeg verward naar onze herkomst omdat ze S.’ naam kende uit haar eigen cultuur en concludeerde toen opgewekt: ‘Nou ja, dat is makkelijk voor mij.’

Op termijn is dit voor iedereen het beste, ik sta nog steeds achter wat we hebben bedacht, maar nu is het vooral moeilijk. Daar weggaan ging nog wel, thuis zijn zonder haar is erger. Het schuldgevoel als ze er dan wel is en ik niet op mijn best het ergst.

Ik reed voor het eerst alleen met haar in de auto en zeker na de aanrijding is dat zo moeilijk, maar het moet. Op de plaats van bestemming werd ze met gejuich ontvangen, dat hielp. Mijn moeder ging boodschappen doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn. Achteraf vertelde ze dat S. ‘maar’ twee keer een halfuurtje had geslapen en ik zei: ‘Wow, twee keer een halfuur?’ Het was jammer dat een van die halve uren precies was toen mijn moeder boodschappen was gaan doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn.

Ze deed alles wat ze moest doen op het consultatiebureau en weegt weer een kilo meer. De arts dacht dat M. en ik zussen waren en dat vond ik erg vervelend, want ik heb toch al het idee dat ze ons anders bekijken, dus laat dat dan in ieder geval op basis van de juiste informatie zijn. M. was erger beledigd doordat de arts dacht dat ze uit Limburg kwam. De arts bood wel meerdere keren haar excuses aan en het was grappig dat ze duidelijk niet wist tot wie ze haar vragen over de borstvoeding moest richten. Daarna plaste S. alles onder en moesten er plastic zakjes worden gehaald voor alle natte spullen.

Ze probeert zo veel mogelijk vingers tegelijk in haar mond te stoppen en gaat huilen als het niet goed lukt. Ze draait liggend op haar rug zo negentig graden. We denken het begin van omrollen te zien. Ze grijpt de spijlen van haar wiegje vast, ik weiger dat op te vatten als teken dat het ooit te klein zal zijn voor haar.

Het is veel leuker om in bad te gaan als je niet door een van je moeders in een soort houdgreep hoeft te worden genomen, maar zelf mag zitten in een badzitje. Ze zat erin als op een troon en vond het heerlijk dat we haar hoofdje insmeerden met slaolie (tegen berg). De babyspa was weer geopend.

Dochter (3)

We halen luid en duidelijk adem zodat ze weet dat wij ook in bed liggen. Dat is nu vaak voldoende, een heel verschil met toen ze nog alleen op ons wilde slapen. Daar waren we toen veel te moe voor, maar in retrospectief had het wel wat. Nu ben ik vaak bang dat ik niet wakker word als ze me nodig heeft, ook al slaapt ze bij ons op de kamer. Vandaar dat ik me best een goede moeder voelde toen ik wakker werd, haar op haar handje hoorde sabbelen (dat is een hongersignaal) en haar te eten gaf.

Ze begint langzaam maar zeker te spelen. Ik was even de kamer uit geweest en ineens zag ik haar tegen haar boxspiraal slaan. Ze kan haar giraffeknuffeltje vastpakken. Haar eigen hand, zonder dat ze lijkt te beseffen dat het haar hand is. Ze vindt het nog altijd fijner om in de box te liggen als er iemand naast blijft zitten.

Ik heb haar helemaal alleen in bad gedaan. Ik ben best een beetje jaloers op de ouders die vragen hoelang een baby eigenlijk in bad mag, want meestal vindt S. het vreselijk en halen we haar er snel weer uit. Afdrogen en aankleden vindt ze minstens net zo erg, dus het is niet bepaald leuk om haar in bad te doen. Maar het lukte wel en ze was voor haar doen supervrolijk tijdens het afdrogen. Waarschijnlijk een binnenpretje, want vervolgens poepte ze een hydrofieldoek onder.

Ze kan nu zo spraakzaam zijn. Wij praten braaf terug. O, en als ze lacht als ze me ziet. Ze lacht best vaak als ze me ziet.

Dochter (2)

Er zijn moeilijke momenten en makkelijker momenten. Dagen zelfs. Op moeilijke dagen is het moeilijk om te beseffen dat er ook makkelijker dagen zijn. Ik las ergens dat als je baby blijft huilen dat niet wil zeggen dat ze niet bij je wil zijn, maar vind dat soms moeilijk te geloven.

Ze wilde niet slapen, maar vond het wel gezellig om met z’n drieën op de slaapkamer te zijn. Ze lag vrolijk te brabbelen in haar bedje, tot we het licht uitdeden: krijsen, gillen! Licht weer aan om te kijken wat er in vredesnaam aan de hand was: niks. S. brabbelde weer vrolijk verder.

Ze sliep op me toen ik op moest staan om de lichten aan te doen. Dat was jammer.

Na een erg moeilijke woensdag, was donderdag ineens alles goed. Ze lachte al naar me toen ik haar ‘s ochtends uit haar bedje kwam halen. Later lag ze tevreden naast me op het grote bed en keek ze af en toe even opzij om te zien of ik er nog was. Ze lijkt soms zo ernstig naar ons te luisteren. Ik erger me vaak aan hoe mensen gedrag interpreteren van mensen die dat zelf niet onder woorden kunnen brengen, maar ik doe natuurlijk bij S. precies hetzelfde.

Ze heeft nog niet echt interesse in speelgoed. We doen net alsof ze wel al veel interesse heeft in boekjes. Ontdekking van de week: ze wordt blij van ‘We maken een kringetje’. Het slaat natuurlijk nergens op met een mama en een baby, maar ze kan er geen genoeg van krijgen, vooral niet van ‘bij de hand, bij de hand, pak je vriendje bij de hand’.

We geven iedere dag braaf vitamine K en D, druppeltjes met een lepeltje. Vitamine K moet je tot en met 12 weken geven, die lui van Davitamon hebben daarvoor precies te weinig in een flesje gedaan, zodat je er nog een moet kopen.

Gisteren kwam een van haar oma’s oppassen en gingen M. en ik de auto ophalen en even de stad in. Voor ik het wist stonden we in een speelgoedwinkel omdat S. volgens M. dringend een bijtring nodig had. We zagen een superleuk broekje in een maat die ze al niet meer heeft, dat was zo gek.

Dochter

A. blogt elke week een gedichtje over het leven met haar baby, en dan wil ik ook zoiets, omdat het allemaal zo snel gaat. Tegelijkertijd weet ik dat dat niets voor mij is, ik zou er meteen een veel te ambitieus project van maken en ik schrijf altijd al zo langzaam, vaak over dingen die veel langer geleden hebben plaatsgevonden. Ik heb nog erg weinig energie en ben al blij als het lukt de dag aangekleed door te brengen, een wasje te draaien, wat boodschappen te doen, een redelijk gezonde maaltijd op tafel te zetten.

Met de dochter, S. (ik heb lang getwijfeld hoe ik haar hier wilde noemen, nu dan toch maar bij haar voorletter), gaat het goed. Geloof ik. Soms geloof ik het niet, als ik de hele dag alleen met haar ben en ze blijft huilen en niets goed is. Laatst waren ze zelfs tevreden op het consultatiebureau. Het hielp dat ze dit keer niet het hele gesprek lang krijste, maar in mijn armen lag te slapen, in haar Teigetje-badjasje. Ze was ineens meer dan een kilo aangekomen en zat een lijntje hoger in de heilige curve. We hoeven haar nu ‘s nachts niet meer wakker te maken voor een voeding. Dat wil nog niet zeggen dat we volledige nachten slapen, maar ik was er toch erg trots op, omdat het blijkbaar toch iets oplevert, die ellendige borstvoeding die ook tijdens het afbouwen nog zoveel problemen geeft. Ze hebben dit keer ook zowaar niet later nog gebeld omdat ze wilden weten hoe het ging.

S. wil nu soms liever in de box liggen dan op ons, maar dan moeten we wel naast de box komen zitten. Haar ogen vallen dicht als ik de stofzuiger aanzet. Ze gaat huilen als ze denkt dat ze alleen is. Ik vind het zo belangrijk dat ze dat niet hoeft te denken, dat het niet zo is. Eerst zei ze alleen onwillekeurig ‘eu’, nu is het eerder ‘heuj-heuj’ en lijkt het soms een antwoord of bedoeld om ons te roepen.

Niet alleen wij, maar iedereen om ons heen heeft er een andere rol bij. Het maakt sommige dingen zoveel makkelijker. Ik geniet er erg van dat zij er zo van genieten. Dat S. in de kinderwagenbak om het hoekje in de woonkamer lag, maar van P. per se in de keuken erbij moest toen we gingen gourmetten. Dat het toetje zo snel mogelijk werd opgegeten, zodat S. weer kon worden vastgehouden.

Dat Y. eerst concludeerde dat ze ‘de baby niet zo leuk’ vond, maar nu soms doet alsof ze een baby is die S. heet, waarbij nicht M. mij moet spelen.

Vooral dat S. begint te lachen als M. thuiskomt uit haar werk, tenzij die haar capuchon nog opheeft. De verhalen die M. tegen haar houdt. En gewoon die twee, hoe gewoon dat soms al voelt en tegelijkertijd hoe bijzonder. Gewoon wij drieën.

Teken van leven

Onze dochter is vandaag een maand oud. En wat een maand. De dochter is natuurlijk de leukste en de liefste, maar we moeten overal nog erg aan wennen. Ik ben nog nooit zo lang zo moe geweest. Ik kan vaak nog niet geloven dat ze er is, dat we nu moeders zijn, dat we dit kunnen, dat we haar mogen houden, maar het lijkt wel goed met haar te gaan.

Met mezelf ging het tot en met de allerlaatste dag van mijn zwangerschap prima (behalve dat ik gestruikeld was op straat en wekenlang een stel zeer indrukwekkende blauwe knieën heb gehad), waar ik heel dankbaar voor ben. Ik kijk heel positief terug op de bevalling, die helaas in het ziekenhuis moest plaatsvinden, maar die toch grotendeels is verlopen zoals ik hoopte. Ik kon het goed aan. Toen de adrenaline daarvan in de loop van de kraamweek wegebde werd het allemaal erg heftig en emotioneel, daar ben ik nu nog van aan het bijkomen. Maar dat gaat lukken.

Gisteren zei D. (*zwaait*) dat ze af en toe keek of er nog eens een nieuwe blog was verschenen. Toen kreeg ik er nog meer zin in, maar de tijd ontbreekt vaak, en de mogelijkheid (hoezeer E. ons ook op het hart drukte vast te oefenen zo veel mogelijk met een hand te doen, het is toch lastig typen met een huilende baby op je arm). Deze blog is mede mogelijk gemaakt door M., die even boodschappen is gaan doen met de dochter in de kinderwagen. Ik mis ze nu al.

Soms drijft er zowaar een roze wolkje voorbij.