Dochter (12)

En dan zeggen ze dat je zo in het nu leeft met een baby. S. wil altijd sneller, altijd meer, geniet nooit eens rustig van een vaardigheid die ze heeft opgedaan. Ze laat soms een hand los bij het staan en loopt soms een stukje langs de tafel (vooral als daar iets op ligt wat ze wil hebben).

Ze heeft ook eindelijk een tand. Nu echt. En dus hebben we een tandenborstel voor haar gekocht. Het schijnt goed te zijn om haar zelf ook even te laten ‘poetsen’. Dat vindt ze erg leuk, ze wordt boos als je de tandenborstel van haar afpakt.

Sommige dingen vindt ze ineens heel grappig. Dat gegrinnik van haar. Ik moet mijn gedicht veranderen. Het mooiste geluid is als je dochter lacht. Op dit moment:
– Uit de lift komen.
– De klank ‘oef’.
– Als iemand lager is dan zij, bijvoorbeeld als zij in de kinderstoel zit en we haar eten van de vloer vissen.
– Als iemand in de (open) keuken is, vooral als diegene dan omhoogkomt na iets uit een kastje te hebben gepakt.

Toen we bij haar opa aten, deden we met de hele tafel de wave. Zo veel heb ik niet met voetbal, maar het is mooi dat het voor haar vanzelfsprekend zal zijn dat meisjes het kunnen. Dat je alles kunt doen wat je wilt, dat zou ik haar graag meegeven.

Ze was weer zo populair deze week. De vriend van M.’s zusje is groot fan, hij zei speciaal: ‘Leuk ook om S. weer te zien.’ Op de verjaardag van mijn tante vond iedereen haar zo lief en vrolijk. Dat was ze ook. Ze kan heel goed zelf spelen, vinden wij. Oké, ze speelt werkelijk overal mee en het ligt aan hoe interessant het speelgoed is hoeveel dingen ze gaat doen die niet mogen, maar ze kan zichzelf echt wel een poosje vermaken. Het speelgoed bij mijn tante was erg interessant, vooral ook de bak waar het in zat. Het scheelde misschien dat we er als eerste waren, maar ze huilde helemaal niet bij het zien van al het bezoek, ze huilde eigenlijk alleen toen ze uren later een beetje moe werd. O, en toen de buurvrouw van m’n tante haar ineens oppakte. Ze kan goed aangeven wat ze wel en niet wil. Ze at haar eten helemaal op, deed een power nap in haar tentje en feestte toen nog even lekker door. Thuis ging ze voor haar doen ook heel snel slapen. Dat is ook deze week weer weleens anders, zo heeft ze Dafne Schippers brons zien winnen op de 100 meter. Ik moet heel vaak tegen mezelf zeggen: Het geeft niet. Ik kan dit aan. Ik geef haar wat ze nodig heeft. Nu telt niet meer iedere minuut slaap. Nu leven we niet meer in blokken van drie uur.

Ik ging met S. naar het tuincentrum om een cadeautje te kopen voor mijn tante en het was zo leuk. Ik ben nog steeds belachelijk verbaasd als ik zoiets weer kan doen. Zo’n winkel is natuurlijk helemaal ingericht op grote karren, en dus ook op kinderwagens. En S. vond de aquaria geweldig.

Als ik een man was, zou ik vertederd constateren dat ze ‘papa’ zei. Want dat zegt ze dus. Ik vind het niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Het hoort bij haar taalontwikkeling, ze bedoelt er niets mee.

Toen we wegreden bij haar opa, waren hij en C. de straat opgelopen. Op de hoek van de straat zwaaide ik automatisch. Altijd als we vroeger wegreden bij mijn opa en tante zei mijn moeder op de hoek: ‘Zwaai nog even.’ Hoe je alles ergens weer opnieuw beleeft.

Dochter (11)

Ze staat! We waren nog niet gewend aan het feit dat ze kan zitten, en nu trekt ze zich ineens al overal aan op. Ze is niet kieskeurig waaraan en weet nog niet hoe ze handig weer beneden komt. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze valt. Bovendien heeft ze zichzelf een gigantische kras op haar voorhoofd bezorgd.

We zijn een paar dagen gaan logeren bij mijn schoonmoeder en dat ging best goed. S. sliep grote delen van de avonden in haar slaaptentje, terwijl ze thuis nooit vroeg naar bed kan, omdat ze dan blijft huilen. Het was fijn, maar ook weer niet, omdat ik liever thuis van vrije tijd zou hebben genoten. Omdat ik altijd bang ben dat mensen niet geloven hoe zwaar het kan zijn als S. zich in hun bijzijn voorbeeldig gedraagt. Het was vooral verwarrend. Misschien was ze moe van het spelen met al het mooie oude speelgoed van Ambi Toys. We deden niet veel. Overoma bezoeken, wandelen, winkelen, boodschappen doen (ik ben niet gewend om op te moeten letten welke kassa ik met de kinderwagen neem en kwam dus vast te zitten).

We hoopten ergens dat ze naderhand ‘gereset’ zou zijn, maar ze pakte haar oude ritme moeiteloos weer op. We denken nog steeds dat laten huilen slecht is, en dus laten we haar nog steeds niet huilen. We proberen haar nu wel als het even kan in bed te laten als we haar daarheen hebben gebracht en hopen dat we dan steeds korter bij haar hoeven te blijven. Ik vind het vermoeiend, zeker als ze steeds gaat zitten en staan. Als ze eindelijk slaapt, wil ik bij wijze van beloning niet meteen naar bed en dus gaan we te laat naar bed.

Ze zegt nu ‘ta-ta’, als een standaardbaby. En ‘dè-dè’. En pffffft. Veel pfffft. En ‘huuuuu’, als het eten niet snel genoeg komt of als ze niet weet wat ze met zichzelf aan moet (dan zwaait ze erbij met haar armen). Het zijn niet bepaald babygebaren, maar toch, ze maakt dingen duidelijk.

Eenmaal weer thuis tijgerde ze steeds naar dingen waar ze niet aan mag komen. We dachten dat het aan het speelgoed lag. Toch maar vast de vormenstoof gegeven. Ze kan er natuurlijk nog niet mee spelen zoals bedoeld, maar hij rolt en rammelt. En ze mocht iets nieuws voor de vakantie. Een houten giraf op wieltjes met een kralenspiraal eromheen. Al ben ik steeds ongerust als ze daarmee speelt, omdat zijn staart ook uit kraaltjes bestaat. Ze mag die dus niet in haar mond stoppen van mij. Dat is erg lastig, want ze wil de hele tijd alles in haar mond stoppen.

We zochten haar kleertjes uit. Het grijze berenjasje waarin ze naar huis kwam. Haar regenboogmuts (die we aanvankelijk nergens meer konden vinden). Het jurkje dat ze met kerst droeg. Haar vissenrompertje. Als ik daar nu al zo sentimenteel over ben, hoe moet dat over een paar jaar? Het was bijna maar goed ook dat er ook een praktisch probleem was om op te lossen: de gele vlekken (van de moedermelk?) die zijn verschenen terwijl we dachten alles schoon te hebben opgeborgen. Hopelijk werken de tips die we bij elkaar googelden.

Vertaler H. vroeg of ik over mijn dochter schrijf. Ze dacht van niet, dat het daarvoor nog te vroeg is. Haar man kon twintig jaar later pas een gedicht schrijven over het feit dat hun dochter in de couveuse had gelegen. Ze had gelijk, ik schrijf nog niet over S. Niet echt. Dit zijn maar aantekeningen. Zodat ik later weet hoe ik toen dacht dat het was.

Dochter (10)

Soms lijkt ze terug te zwaaien als wij naar haar zwaaien. Mijn moeder beweerde al langer dat ze dat deed, maar ik geloofde het eerst niet. Nu denk ik het soms ook.

Ze eet nu zo een hele banaan ‘s ochtends. We moeten eigenlijk meer afwisselen met ander fruit, maar zeker als ze niet thuis is, is een banaan zo makkelijk. Afgepast, en wie die dag voor haar zorgt, kan hem prakken. Van de week heb ik haar wel bewust een appel gegeven.

Het is nog lastig om van al die borstvoeding naar vast voedsel te komen. De meningen over wanneer en hoe dat zou moeten verschillen enorm. Toen we met zes maanden naar het consultatiebureau gingen, werd daar gewoon gezegd: ‘Hoeveel voedingen krijgt ze nog? Zes? Dat zouden er drie moeten zijn, kijk maar in dit schema.’ Dat vond ik zo belachelijk dat ik er niet eens op in ben gegaan. Het komt ongetwijfeld, maar niet van de ene op de andere dag van zes naar drie, niet volgens hetzelfde schema als kinderen die de fles krijgen. Ze groeit volgens ons goed. Het is lastig en fijn tegelijk dat we het verder zelf mogen uitzoeken, dat we pas met 11 maanden terug hoeven te komen op het consultatiebureau (hoewel we eerlijk gezegd het aanbod voor een extra afspraak ‘voor het eten’ beleefd hebben afgeslagen). Ze eet (knoeit met) wat brood en rijstwafel, en eet ‘s avonds een uitgeklede versie van ons avondeten. Meestal weinig, we moeten het ook beter timen. Vaak lijkt ze al te veel honger te hebben en wil ze alleen nog maar de borst. We geven haar soms wat water, zeker nu ze weer zo aan het hoesten is. We hebben een antilekbeker gekocht waar ze nog niets uit krijgt (en M. ook niet), maar met een gewone beker gaat het ook. Ze drinkt als een zebra bij een drinkplaats, ook al houden we de beker schuin.

Vanmorgen kwam ze me zoeken en tijgerde ze achter me aan toen ik wegliep. Het was niet omdat ze mij zo lief vond, ze bleek te willen drinken. Het is dichter bij het punt dat ik niet wil bereiken dan ik ooit dacht te komen: dat ze aan komt lopen, zegt dat ze wil drinken en mijn trui omhoog probeert te trekken.

In een eerdere versie van deze post stond: ze gaat nog niet zelf zitten, hoewel iedereen al een paar weken roept dat ze het bijna kan. Ze kan het sinds een week, en het is ongelooflijk hoeveel beter het al gaat, hoeveel rechter ze zit. Ze lijkt heel groot ineens. We moeten de box omlaagzetten en misschien ook het voetenplankje van de kinderstoel. Ze is erachter gekomen dat ze zich daartegen af kan zetten en zo op haar billen op en neer kan stuiteren. Ze houdt sowieso veel van op en neer stuiteren.

En van ontdekken. Met dat kleine wijsvingertje van haar wil ze alles aanraken. Het kleinste stofje op de vloer. Een moedervlek van mij.

We zijn alle drie ziek geweest (zij gelukkig nog het minst) en dat was zwaar. Ze sliep weer niet door en vroeg naar bed kan ook na acht maanden eigenlijk nooit, want dan is ze nog wakker. We zijn moe. Ze wil soms de hele reeks dingen die moeten gebeuren voor we ‘s ochtends de deur uit kunnen niet (niet worden gewassen, verschoond, aangekleed, ingesmeerd met zonnebrand, niet in de wagen zitten). Verschonen wil ze eigenlijk de hele dag niet, best gevaarlijk als ze niet blijft liggen. We proberen haar af te leiden met een speelgoedje of een leeg pakje billendoekjes, maar dat lukt niet altijd.

We gaan niet op vakantie, omdat de stress over hoe dat zou zijn en moeten groter is dan ons enthousiasme erover. We zijn het erover eens dat dat een goede reden is.

Ik kan nog steeds zo verbaasd zijn over het feit dat ze bij ons is. Al acht maanden.

Dochter (9)

Bijna twee maanden na de vorige post. Er is veel veranderd. Waar te beginnen? Ze slaapt, ik denk dat dat het verschil met de grootste invloed is. Eerder sliep ze vaak bizar precies een halfuur achter elkaar. Supergoede tip dus, dat je gewoon met je baby mee moet slapen, bedankt… Nu slaapt ze overdag langer en is er zelfs soms nog een stukje avond over als ze al aan de nacht is begonnen. Heel, heel welkom.

Ze eet. We waren braaf begonnen met de ‘oefenhapjes’, maar ze wilde er weinig van weten, meestal deed ze haar mond niet open en sloeg ze de lepel weg. Waarop de consultatiebureau-arts zei: ‘Misschien kunnen jullie eens proberen om het voor de voeding te geven in plaats van erna. Ik weet niet wanneer we dat zelf eindelijk bedacht zouden hebben, maar het hielp wel een beetje. Fruit gaat nu heel goed, ze houdt van mango en banaan. Groente gaat wisselend, soms lijkt ze er te veel honger voor te hebben, maar we blijven het ‘aanbieden’. Nog zo’n woord. Een flintertje zalm, een pastavlindertje, gewoon maar proberen. Broodkorsten vallen ook in de smaak, want daar kan ze zelf een beetje mee zitten knoeien. We vinden Rapley te eng, maar alles fijnmalen en voeren is vast ook niet goed. Oma E. werkt op een peuterspeelzaal en kwam met een leuk eetliedje. Er zit een moment in waarop je moet wijzen. Gisteren dacht S. dat dat betekende dat er direct eten haar kant op kwam. Ze deed haar mond al open en wat was ze boos toen bleek dat dat niet zo was.

Ze tijgert, ineens kon ze het en ze is verrassend snel als ze iets ziet waar ze heen wil. Volgens tante C. heeft ze nu al een schoenen- en tassentic, veters en hengsels zijn erg interessant. Ik moest huilen toen ze naar mij bleek te willen, ik had geen schoenen aan.

Ze zegt ‘babababa’. De consultatiebureau-arts vroeg daar expliciet naar, dus het is kennelijk echt een taalontwikkeling. De stap hiervoor was ‘haabvvvv’, ook gezellig.

Ze wil nog steeds alles zien en meemaken. Zeggen ze op de crèche ook vaak. Het gaat daar nu ook wel wat beter, nu ze wat meer kan en slaapt en tevreden is. Ik was redelijk kritisch in de evaluatie na drie maanden, maar daar hebben ze ook echt wat mee gedaan, dat is fijn. Het is mooi om haar samen te zien met andere kindjes. ‘S. is er weer, S. is er weer!’ riepen ze vorige week.

Het gaat dus eigenlijk heel goed, dat blijft belangrijk om te beseffen. Eerst dreunt nog na, dat verandert niet door ‘Wat dan?’ of ‘Nog steeds?’. Dat verandert misschien überhaupt niet meer. Ik hoop dat het nog wat beter wordt en ik wil er nog meer over schrijven, al weet ik nog niet wanneer of in welke vorm. Het scheelt al dat ik niet meer iedereen die ‘Genieten!’ roept wil slaan.

Dochter (8)

Ze is een handvol maanden.

Je ziet haar nog vergeten als ze een speeltje op de grond laat vallen of als M. wegloopt. Maar ze wil alles zien, steeds opnieuw. Tijdens voedingen met andere mensen erbij is dat wel eens lastig. Als ik in bed voed, moet M. soms ook echt incognito gaan en met haar rug naar ons toe gaan liggen, anders blijft S. naar haar lachen en proberen haar aandacht te trekken.

Nu kan ze rollen en wil ze meer. Kruipen. Zitten. Het blijft vooralsnog bij pivoteren, een woord dat ik niet kende, maar toch ook al knap. Als ik haar rechtop houd, trappelt ze met haar beentjes en kan ik haar gezichtsuitdrukking niet anders omschrijven dan trots.

Met Pasen was ze een beetje ziek. Zoveel zorgen dan meteen. Nu hoest en snottert ze nog, zo zielig. Gelukkig denkt de huisarts dat het wel gewoon verkoudheid is.

We gingen voor het eerst een weekend weg. Wat wennen was, met in ons achterhoofd toch nog ergens een idee van vakantie zonder poepincidenten en gekrijs. Maar alles paste in de auto en we liepen met haar in de draagzak zo het bos in en er waren veel eekhoorns en binnen speelde ze een hele poos op een kleed terwijl wij er zo’n beetje bij zaten. Bij aankomst bood de receptionist een kleurplaat aan en toen we vriendelijk zeiden dat ze daar nog een beetje te klein voor was, zei hij verdedigend: ‘Nou, sommigen vinden dat leuk, hoor, een beetje krassen.’

Ze mag groente, maar begrijpt nog weinig van het concept. Dat zou je niet zeggen als je ziet wat ze allemaal in haar mond stopt. Kleurpotloden opeten, daar zou ze ongetwijfeld ook heel goed in zijn.

Ze is zo lief, het lukt steeds vaker om dat te zien. En hoe blij ze mensen maakt, daar maak ik graag tijd voor.

Dochter (7)

Een jaar geleden zagen we haar voor het eerst. Zo. Ze was twee centimeter groot en de klinisch verloskundige had gezegd dat het even kon duren voor ze iets zag, dat we ons niet meteen zorgen hoefden te maken. S., die toen nog gewoon ‘de baby’ was en misschien zelfs dat nog niet eens, kwam echter direct in beeld, met kloppend hartje en al. Ik kon niet meer stoppen met glimlachen.

De uitgerekende datum werd later iets later, maar hier staat haar verjaardag op, zo gek.

En nu, vul maar in. Kan ze rollen, vorig weekend zelfs drie keer achter elkaar, of eigenlijk in totaal negen keer, met dat we haar teruglegden op het uiteinde van het kleed en ze het nog eens deed, en nog eens. Trekt ze steeds haar sokken uit. Knispert ze met knisperboekjes. Kan ze belachelijk blij zijn als ze ons ziet.

Daar laat ik het vandaag bij, juist omdat het allemaal niet vanzelfsprekend is/blijft/blijkt te zijn. Het is nog steeds vaak overleven, maar wel met de mooiste reden om dat te doen.

Dochter (6)

Bij slecht weer is het nog meer gedoe dan anders om met de kinderwagen naar de crèche te gaan. Ik laat de wagen zo dicht mogelijk bij de deur staan, zodat er zo min mogelijk modder en water daar op de vloer komt. Het betekent meer gesleep met spullen en met S., die ik dan ook niet tegen mijn natte jas aan kan houden. S. ligt wel lekker droog onder de regenhoes. Op een dag waaide die er bijna af. Wat schuiner, met de kap een stukje naar beneden, ging beter. S. had haar eigen panoramadak en ging mooi niet slapen tot we thuis waren.

Ik ben nog steeds verbaasd dat niemand verbaasd is dat ik daar ben. Ik probeerde een keer uit: ‘Ik ben de moeder van S.’, omdat dat op dat moment logisch was om te zeggen, maar iedereen neemt zonder meer aan dat ik een moeder ben van een kind. Het is niet eens moeilijk om te praten met andere moeders. Leidster B. vond de muts van S. mooi, en ik kon niet nalaten te vertellen dat ik die zelf heb gemaakt. ‘Met een regenboogstrik!’ riep kindje A. enthousiast. Ze wist ook te vertellen dat ‘hij’ twee flessen had gedronken. Al bijna geen verslag meer nodig.

S. begint haar voeten te ontdekken, of in ieder geval: dat er daar beneden in de verte iets beweegt. Dat bewegen is een ernstige aangelegenheid, zeker ook in bad. We zijn zo blij dat ze niet meer huilt in bad, het maakt ons niets uit. Ook niet dat ze de vloer natspettert.

Precies op het verste punt van onze wandeling begon ze ontroostbaar te huilen. Het duurde veel en veel te lang voor we weer thuis waren, er was niets meer over van het gevoel goed bezig te zijn, gezonde buitenlucht en zon en wij daarin met ons kind.

Zaterdag rolde ze voor het eerst om, van haar buik naar haar rug. Eerder toonde ze alleen interesse in andersom, dus het kwam nogal onverwacht. Het was ook meer een soort vallen, ze schrok er zelf ook enorm van en begon keihard te krijsen.

Er zijn nog steeds wat veel verhalen waarin ze keihard krijst. Zelf verzamelt ze losse klanken, ontdekt hoe hard en hoog ze kan, raakt overal door afgeleid. Dat laatste is nu nog vaak grappig en goed (ze ziet, ze hoort), maar niet zondagnacht, niet als ik echt wil slapen en zij wil spelen of dan toch in ieder geval gedragen worden of anders nog weer wat eten. We hebben vaak geluk met de nachten, maar deze keer niet en het was me gewoon even te veel, na die mislukte wandeling en een ‘kraambezoek’ van iemand die vooral vol was van haar eigen zwangerschap (logisch, maar lastig). Het is me nog steeds allemaal snel te veel. Gelukkig is M. er ook en uiteindelijk heeft S. na wat extra melk de rest van de nacht geslapen, maar wat voelde ik me weer een waardeloze moeder.

Dochter (5)

Ze is nu al zo veranderd. Ze lijkt soms zo groot, ook al zei iemand op de crèche: ‘Och, wat een kleintje nog!’ Dat was een van de momenten waarop ik me schuldig voelde dat ik haar daarheen breng. Nog erger was het toen P. iets op kwam halen en zich er zo op bleek te verheugen om S. dan gelijk weer even te zien, hoe hij vol verwachting in de lege kinderwagen keek. En iedere keer als ik een gedragen shirt van mezelf meegeef, voor de vertrouwde geur. Het schijnt te werken, maar het voelt een beetje als verraad. Ze lijkt het allemaal wel best te vinden en ik vind het fijn om weer te werken, maar het is ook elke dag nog moeilijk. Dat geeft niet, het helpt me te realiseren hoeveel ik van haar hou en sowieso, dat ze m’n dochter is, dat ik nu moeder ben.

Ze kan zo hard krijsen tijdens het boodschappen doen dat ik zo snel mogelijk beschaamd het een en ander uit de schappen ruk, maar dat ben ik al weer vergeten als ze echt plezier heeft, van die zachte eh-geluidjes maakt. Ze wilde best in de woonwinkel zijn, maar alleen als ze gedragen werd. Ineens was het een behoorlijk grote winkel en gingen we er toch maar niet koffiedrinken. Een troost: er waren kinderen nog lastiger, de snobistische moeder van Diederik riep zelfs dat ze hem een pak rammel zou geven.

Tijdens een voeding laat S. soms speciaal mijn tepel los om iets te ‘zeggen’. Ik zou zo graag willen weten wat. Blijkbaar is het erg belangrijk. Ze grijpt van alles vast en brengt het naar haar mond. Terwijl ik haar aankleed wil ze mijn mouw vasthouden, wat toepasselijk maar ook onhandig is.

Ze wil zo graag omrollen, maar ze kan het nog niet, dus dan ligt ze op haar zij heel boos te zijn, met mij belachelijk trots ernaast.

Dochter (4)

Ze is aan het wennen op de crèche en ik ook. Ze werd rondgedragen toen ik haar kwam halen. Ze wordt erg graag rondgedragen. Ik kwam haar erg graag halen. Er waren geen andere baby’s, de grotere kindjes vonden het heel interessant en wilden haar aaien. Dat was even slikken, want ze waren nogal snotterig. Ze kwamen meteen met speelgoed aanzetten en waren teleurgesteld dat ze daar niets mee deed.

Mijn redacteursogen doen pijn van de taalfouten in de verslagjes, maar het is belangrijker dat ze lief voor haar zijn en goed voor haar zorgen. ‘Je heb heel veel knuffel gekregen’ stond erin. Een leidster vroeg verward naar onze herkomst omdat ze S.’ naam kende uit haar eigen cultuur en concludeerde toen opgewekt: ‘Nou ja, dat is makkelijk voor mij.’

Op termijn is dit voor iedereen het beste, ik sta nog steeds achter wat we hebben bedacht, maar nu is het vooral moeilijk. Daar weggaan ging nog wel, thuis zijn zonder haar is erger. Het schuldgevoel als ze er dan wel is en ik niet op mijn best het ergst.

Ik reed voor het eerst alleen met haar in de auto en zeker na de aanrijding is dat zo moeilijk, maar het moet. Op de plaats van bestemming werd ze met gejuich ontvangen, dat hielp. Mijn moeder ging boodschappen doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn. Achteraf vertelde ze dat S. ‘maar’ twee keer een halfuurtje had geslapen en ik zei: ‘Wow, twee keer een halfuur?’ Het was jammer dat een van die halve uren precies was toen mijn moeder boodschappen was gaan doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn.

Ze deed alles wat ze moest doen op het consultatiebureau en weegt weer een kilo meer. De arts dacht dat M. en ik zussen waren en dat vond ik erg vervelend, want ik heb toch al het idee dat ze ons anders bekijken, dus laat dat dan in ieder geval op basis van de juiste informatie zijn. M. was erger beledigd doordat de arts dacht dat ze uit Limburg kwam. De arts bood wel meerdere keren haar excuses aan en het was grappig dat ze duidelijk niet wist tot wie ze haar vragen over de borstvoeding moest richten. Daarna plaste S. alles onder en moesten er plastic zakjes worden gehaald voor alle natte spullen.

Ze probeert zo veel mogelijk vingers tegelijk in haar mond te stoppen en gaat huilen als het niet goed lukt. Ze draait liggend op haar rug zo negentig graden. We denken het begin van omrollen te zien. Ze grijpt de spijlen van haar wiegje vast, ik weiger dat op te vatten als teken dat het ooit te klein zal zijn voor haar.

Het is veel leuker om in bad te gaan als je niet door een van je moeders in een soort houdgreep hoeft te worden genomen, maar zelf mag zitten in een badzitje. Ze zat erin als op een troon en vond het heerlijk dat we haar hoofdje insmeerden met slaolie (tegen berg). De babyspa was weer geopend.

Dochter (3)

We halen luid en duidelijk adem zodat ze weet dat wij ook in bed liggen. Dat is nu vaak voldoende, een heel verschil met toen ze nog alleen op ons wilde slapen. Daar waren we toen veel te moe voor, maar in retrospectief had het wel wat. Nu ben ik vaak bang dat ik niet wakker word als ze me nodig heeft, ook al slaapt ze bij ons op de kamer. Vandaar dat ik me best een goede moeder voelde toen ik wakker werd, haar op haar handje hoorde sabbelen (dat is een hongersignaal) en haar te eten gaf.

Ze begint langzaam maar zeker te spelen. Ik was even de kamer uit geweest en ineens zag ik haar tegen haar boxspiraal slaan. Ze kan haar giraffeknuffeltje vastpakken. Haar eigen hand, zonder dat ze lijkt te beseffen dat het haar hand is. Ze vindt het nog altijd fijner om in de box te liggen als er iemand naast blijft zitten.

Ik heb haar helemaal alleen in bad gedaan. Ik ben best een beetje jaloers op de ouders die vragen hoelang een baby eigenlijk in bad mag, want meestal vindt S. het vreselijk en halen we haar er snel weer uit. Afdrogen en aankleden vindt ze minstens net zo erg, dus het is niet bepaald leuk om haar in bad te doen. Maar het lukte wel en ze was voor haar doen supervrolijk tijdens het afdrogen. Waarschijnlijk een binnenpretje, want vervolgens poepte ze een hydrofieldoek onder.

Ze kan nu zo spraakzaam zijn. Wij praten braaf terug. O, en als ze lacht als ze me ziet. Ze lacht best vaak als ze me ziet.