Dochter (17)

We grapten dat ze een upgrade heeft gehad, omdat ze wat beter at ‘s avonds. Zodra je dat zegt, doet ze het natuurlijk weer niet. Ze eet nog steeds vooral graag yoghurt (wat ze hoe dan ook na afloop krijgt, want straffen of belonen met toetjes is niet goed, het is nu echt begonnen hoor, die opvoeding). We proberen ook te oefenen met water drinken, belangrijk aangezien ik ooit toch wel graag zou willen stoppen met borstvoeding. Een fles is slecht, een tuitbeker is slecht, de aparte antilekbeker waar M. ook niks uit krijgt ook; het valt nog niet mee om het goed te doen. Een open beker is het beste, maar daar stopt ze tot nu toe vooral graag haar hand in. Al hielp het enigszins om een doorzichtige beker te pakken (ze heeft een leuk bekertje van Pluk, maar ik realiseerde me na enige maanden dat ik met een doorzichtige beter kan zien wat er gebeurt…) en hebben we ook een speciaal bekertje gekocht met een uitsparing waardoor het makkelijker zou moeten zijn om haar hoofd goed te houden. Tot nu toe maakt ze ook totaal geen aanstalten om de beker zelf vast te houden, ze laat juist los als ik haar daarbij wil helpen. Of nou ja, de rietjesbeker (aan ons assortiment ligt het niet, een rietjesbeker schijnt óók niet al te best te zijn, maar ze zal ergens uit moeten drinken tot ze goed uit een gewone beker kan drinken) vindt ze prachtig, maar vooral om mee te spelen. Brullen als we die weer wegzetten. We zullen zien, we blijven oefenen. Het schijnt ook wel echt lang te kunnen duren voor kindjes het snappen, daar had ik niet bij stilgestaan.

Twee weken geleden waren we weer de hele dag in Brabant, en natuurlijk was ik weer van alles voor S. vergeten. Ik vraag me af hoelang ik zwangerschapsdementie als excuus kan gebruiken (achttien jaar, aldus mijn schoonmoeder). Ik dacht dat ik een banaan voor haar had ingepakt, maar nee. Die vond ik ‘s avonds terug in het vriesvak toen ik de melk voor de volgende dag eruit ging halen, waarschijnlijk erin gelegd toen ik een koelelement wilde pakken. Een ontdooide banaan is niet meer eetbaar, dat weten we nu ook weer. Gelukkig had overoma toevallig ‘kinderperen’ (in een zak met Woezel & Pip erop…) in huis, S. smikkelde er twee van op. Daarna zat ze nog even bij overoma op schoot en liet ze zowat overoma’s alarmknop afgaan. Ze is dankzij Klaartje Koe gek op knoppen. Het is zelfs zo erg dat ze tevergeefs op alle andere boeken drukt. Vooral op gekleurde cirkels, dat vind ik dan wel weer slim.

Bij opa klom S. de hele tijd op de trap, dat was grappig maar intensief. Maar goed dat ze ook nog even ging slapen tijdens een wandeling door het dorp. Ik had haar yoghurt ook niet bij me, maar er was hangop. We wisten niet of ze dat zou lusten, maar na een hap zwaaide ze enthousiast met haar armen, zo van: kom maar door!

Wat overeind blijft na de ‘upgrade’: ze klapt nu in haar handen. Op willekeurige momenten. Ze deed het voor het eerst nadat ze weer de hele avond wakker was geweest en we dan maar weer wilden gaan slapen met haar tussen ons in. Applaus voor haarzelf. Applaus voor de schone luier. Applaus voor de borstvoeding. We moeten ons vrijdag weer melden op het consultatiebureau, waar ze onder andere zullen kijken of ze al op een gesproken verzoek reageert. Het zou me enorm verbazen. Ze doet van alles na (ontzettend nuttige dingen als happen als een vis en met haar tong klakken…), maar reageert nog weinig op wat we zeggen. Wel soms op ‘nee’, maar daarbij vormen intonatie en non-verbale signalen natuurlijk een aanwijzing wat de bedoeling is. Ik vind het trouwens heel knap als ze erop reageert, want je ziet dan dat het haar echt moeite kost om niet aan datgene te zitten waar ze zo graag aan wil zitten.

Ze speelt elke dag met haar gekleurde stapelbekers. Het bovenste bekertje heeft kattenoortjes en is haar favoriet, meestal doet ze dat in een van de grotere bekertjes en sleept ze het overal mee naartoe. Of dat ene gele ronde blokje uit de vormenstoof. Het zal toeval zijn, maar het zit meestal in het gele stapelbekertje.

We zijn al druk bezig met haar verjaardag, mensen uitnodigen, cadeautjes uitzoeken. Het duurt nog een maand, maar mensen vroegen er al naar. Ik hoop dat we er een fijn feestje van kunnen maken. Het jaar is toch wel ongelooflijk snel gegaan. De eindeloze avonden en nachten iets minder snel. Het is op z’n zachtst gezegd jammer dat ze de laatste tijd geen nacht doorslaapt. Vooral als ze ons wakker maakt als wij nog niet lang slapen. Dan besef je hoe effectief dat is als martelmethode.

Ik was met haar naar tante A. gefietst. O, die fiets, het is nog steeds een heel gedoe, maar dit keer had ik de kinderwagen in de berging geparkeerd en als we er dan eenmaal op zitten valt het wel mee. Als S. een beetje stilzit. En als we ergens heen gaan waar we S. niet ook nog op andere wijze hoeven te vervoeren. Goed, ik ging dus naar mijn tante en het is fijn dat we daar nu weer op de fiets naartoe kunnen, want het is ver om te lopen en in haar straat kun je niet goed parkeren. S. ging door het lint toen ik haar al in de gang had neergezet en nog even de fiets op slot ging zetten, ik geloof dat ze dacht dat ik meteen weer weg zou gaan. Maar toen ze eenmaal was gekalmeerd, was het gezellig. Ik wil op dit punt graag nog even benadrukken dat S. eigenlijk nog niets zegt. Ja, af en toe ‘mama’, maar eerlijk gezegd is ons nog steeds niet echt duidelijk hoe bewust ze dat doet, of ze ons daarmee bedoelt. Enfin. S. speelde met het leuke speelgoed van mijn tante, at een halve avocado en brabbelde erop los. We hadden het erover dat ze zo veel te vertellen had, wisten we maar wat ze bedoelde, bla, bla. Op een gegeven moment zei mijn tante: ‘Het lijkt wel alsof ze naar de klok zit te kijken.’ En S., wijzend naar de klok: ‘Die. Tiktak.’ Ik wist niet wat ik hoorde (maar ik heb dus een getuige)! Mijn moeder en stiefvader laten S. altijd hun klok zien en horen (ze hebben er zo een met een slinger, die slaat), dus ik weet waar dit vandaan komt, maar het was zo bizar, en zo leuk om mee te maken!

Dochter (16)

De nachten zijn weer waardeloos, ze vraagt elke nacht om een nachtvoeding, wil na die nachtvoeding soms niet in haar eigen bed slapen of wordt later nog een keer wakker, krijgt allerlei tanden tegelijk (de teller staat op 7), is verkouden, net als ik… en toch vind ik het de laatste weken makkelijker om te zien hoe lief en leuk ze is, ook zonder dat anderen dat steeds zeggen.

Ze kruipt inmiddels sneller dan dat ze tijgert, en dus tijgert ze niet meer. Op de crèche schijnt ze een keer even los te hebben gestaan, wij hebben het helaas nog niet gezien. Ze is nog steeds heel ondernemend, op de crèche klimt ze steeds op het winkeltje en als we ergens zijn waar een trap is, weet ze die ook razendsnel te vinden. Ze kan erg boos worden als ze iets niet mag, kleine dramaqueen.

Het engelenkusje tussen haar ogen is praktisch verdwenen. Heel gewoon omdat ze groter wordt, maar het had wel wat. Dat hele babyachtige gaat er langzaam maar zeker af. Zoals een leidster van de crèche zei: ‘Als ze er dan zo bij zit… ze is natuurlijk nog wel klein, maar ze is one of the guys, hoor.’

Ze doet ons steeds meer na, ook met geluiden. Het tikken van de klok bij mijn moeder, vroemvroem terwijl ze met een autootje speelt (dit heeft ze op de crèche geleerd, denken we). Een keer neuriede ze ‘keek ernaar’ nadat ik ‘Ik zag twee beren’ voor haar had gezongen! En heel veel ‘mama’. Ik betwijfel nog steeds of ze echt al weet dat wij dat zijn, maar het komt soms te mooi uit, bijvoorbeeld toen ze haar broek weer eens niet aan wilde en ik riep: ‘Wie gaat er winnen, S. of mama?’ en zij ‘antwoordde’: ‘Mama!’

Spelen met haar is proberen om een toren te bouwen van de stapelbekers voor ze die omgooit. Op het feestje van de crèche aan ongekookte pasta voelen. Ze is erg gefixeerd op vlekken en kruimels en zo en wijst daar dan echt naar met haar vingertje. Ze snuift en lacht vaak tegelijk, dat ziet er niet uit.

We hebben eindelijk een moederfiets gekocht. De winkelmedewerker was onder de indruk van onze daadkracht, maar hij wist niet dat we ons al maanden voornemen er een te kopen (ook al hebben we het idee dat ze er nu pas net op kan, omdat ze nu echt goed kan zitten en de voetensteunen op de hoogste stand moeten). En we konden weinig verschillen ontdekken tussen de verschillende soorten (ze hebben allemaal een dubbele standaard, veel ruimte tussen het zitje en stuur, een stuurslot enzovoort), dus als we dan eenmaal een goede deal hebben gevonden, zal het allemaal verder wel. Zelf was ik blij dat hij onze gezinssituatie onmiddellijk begreep en het over ‘uw partner’ had, dat is vaak anders, ook in winkels, en irritant. We konden hem diezelfde middag nog ophalen. S. en ik hebben nu dus ineens al een ritje gemaakt, omdat we die fiets toch mee moesten nemen. Ze jengelde alleen als we voor een rood stoplicht moesten wachten, dus volgens mij vond ze het wel wat. Ik vond het nog best spannend en voor nu zie ik vooral praktische problemen (het is bijvoorbeeld best ver om 10 kilo baby van ons appartement naar de berging waar de fiets staat te dragen), maar hopelijk gaan we er veel plezier van hebben.

Ze wordt eenkennig, wat soms lastig is. Aan de andere kant kan het ook zomaar gebeuren dat ze huilt omdat we haar bij iemand achterlaten en dan als we haar komen ophalen net zo goed huilt omdat ze mee moet. Ik ben vaak zo geroerd als ik haar met andere mensen zie. Hoe ze heel bewust tante A. uitzwaaide. Dat ze het zo grappig vond toen overoma haar een ‘kinnebeschuitje’ gaf (onder haar kin kriebelde). Hoe ze bij M. op de bank zat, die ernstig ziek is, maar toch op S. wilde passen zodat wij nog voor de verjaardag van schoonmoeder uit een escaperoom konden ontsnappen.

We zijn niet heel fanatiek met babygebaren. Het is ook moeilijk om vol te houden als er niet echt respons op komt. Maar vrijdag was ik laat thuis, waardoor S. en M. al gegeten hadden, en achteraf vertelde M. dat S. zo raar had gedaan aan tafel, ze had steeds tegen haar wang geslagen. Wat is het gebaar voor mama? Twee keer met je vlakke hand tegen je wang slaan. Misschien wil ik het te graag geloven, maar ik weet gewoon zeker dat ze wilde vragen waar ik was!

Dochter (15)

Natuurlijk lukte het me prompt om haar te laten slapen, de avond nadat ik dit schreef. Het blijft iedere avond en nacht weer de vraag wat ze gaat doen, maar dat is nog altijd beter dan dat je zeker weet dat het hoe dan ook de hel wordt. Soms zijn er ineens stukken avond over. Soms wordt ze ‘s nachts of ‘s ochtends vroeg wakker, denkt ze dat we kunnen gaan spelen en wil ze niet meer in haar eigen bed. Dan nemen we haar maar bij ons, dan lukt het vaak nog wel om even te slapen. Of we slapen op het matras bij haar op de kamer. Als we maar zo veel mogelijk kunnen slapen. Ik probeer ‘s nachts niet te vaak borstvoeding meer te geven omdat ze het niet nodig zou moeten hebben (zeker niet als ze nog extra heeft gehad als wij naar bed gaan) en ik bang ben dat ze er anders te veel aan went, maar dat is nog weleens lastig, omdat we weten dat het vaak wel werkt. Ik weet nu al dat ze op het consultatiebureau volgende maand gaan zeggen dat ze veel te veel voedingen krijgt. Ze geeft wel goed aan wanneer ze wil drinken. Al lang niet meer met Dunstan, maar nu vooral door naar mij toe te komen en ‘zenuwachtig’ te doen.

Ik zou niet weten wanneer ik het zou moeten maken, maar ik voel me vaak schuldig dat S. nog steeds geen fotoalbum heeft. En ik ben er ook wel aan begonnen een tijd geleden, maar het kost veel tijd en ik vind het moeilijk om de eerste foto’s terug te zien, omdat ik dan weer extra voel hoe raar en moeilijk het allemaal was. Na een paar maanden werd het al beter, dus misschien moet ik er juist gewoon even doorheen. Ik wilde ook al heel lang een afdrukje maken van haar hand en voet. Zo klein zijn die al niet meer, maar hoe langer ik ermee zou wachten, hoe minder klein ze natuurlijk zouden zijn. Dus uiteindelijk een recept voor zoutdeeg opgezocht en geprobeerd een afdruk te maken. Redelijk gelukt, afgezien van het feit dat S. er in een onbewaakt ogenblik een hapje van nam. Was ik daar weer van in paniek, want de naam zegt het al, in zoutdeeg zit véél zout en zout is dus héél erg slecht voor baby’s en ik zag haar al helemaal acuut nierfalen krijgen (te veel medische teksten geredigeerd) en er was een hond in Engeland doodgegaan nadat hij kerstversiering van zoutdeeg had opgegeten (nooit googelen op dit soort dingen). Afijn, niks aan haar gemerkt. Ik vind het plooitje bij haar pols zo schattig.

Ze zet nog steeds stapjes langs tafels en dergelijke, steeds beter. Ze heeft alleen nog niet begrepen dat ze niet op kan staan zonder haar handen te gebruiken. Of in ieder geval niet door op haar billen op en neer te stuiteren en wild met haar armen te zwaaien. Ze kan op onze zwarte bank klimmen als de kussens zijn verschoven. Dan klimt ze eerst op het metalen onderstel en dan op de bank. Toen we bij C. en J. waren, bleek dat ze ook de trap op kan klimmen. Natuurlijk liep ik erachter en het schijnt normaal te zijn dat ze dat eerder kunnen dan lopen, maar het was toch best schokkend. Ze mocht van mij niet aan het poppenkantje, een woord dat ik verder nooit ergens tegenkom en waar ik ook al jaren niet meer aan had gedacht (het is het smalle deel van de treden in de bocht van een trap).

Inmiddels zijn er vier tanden door: haar voortanden en twee ondertanden. Die ondertanden staan momenteel zo: / \, maar dat schijnt vanzelf nog goed te komen. We weten dat er tanden aankomen als ze aan de tafel gaat likken. Ze zal dat metaal wel lekker koud vinden? Ze houdt nog steeds van tandenpoetsen, maar helaas ook van aan haar ledikant knagen. Het is erg zonde en ze mag dat dan ook niet doen van mij, maar ik ben er natuurlijk niet altijd bij en het kan een hele strijd zijn om haar ermee te laten ophouden. O, en ze knarst soms ook met haar tanden, akelig geluid. Haar nieuwste tic is dat ze haar onderkaak naar voren schuift, door M. ook wel ‘de centenbak’ genoemd. Ze ziet er weleens knapper uit dan wanneer ze dat doet.

Ze staat graag bij deuren met ramen erin. We hebben er thuis zo een naar de gang, maar op de crèche vindt ze het natuurlijk nog leuker, want op de gang daar gebeurt nog eens iets. Ze mocht een tijdje naar de peuterspeelzaal in hetzelfde gebouw omdat de andere kindjes in haar groep lagen te slapen. Ze vond het spannend en wilde ook niet net als de andere kinderen met scheerschuim kliederen. Toch superstoer. Ze is heel afwachtend in nieuwe situaties, met nieuwe mensen, wat ik helemaal niet erg en wel verstandig vind (en herkenbaar, dat ook). Bij oma E. mocht ze in de tuin met water spelen, het duurde ook een tijd voor ze dat durfde. Maar toen ging ze ook los!

Het is zo leuk dat ze wat meer gaat spelen. Ze lijkt objectpermanentie te gaan snappen (dat iets niet weg hoeft te zijn als je het niet ziet). Laatst had ze de grootste lol in de kinderwagen. Ze had eerst inventief met haar tenen (ze trekt nog steeds altijd haar sokken uit) een tas uit de boodschappenmand gevist en hield die voor haar hoofd. Ik zei: ‘Waar is S. nu? Ik dacht toch echt dat ik S. bij me had,’ en dan trok zij die tas giechelend weg. Ze is ook heel goed in het vinden van haar spenen, die ze van ons alleen mag als ze gaat slapen. M. trof haar aan voor de spiegel in haar kamer, helemaal gelukkig, een speen in haar mond en een in haar hand…

Ze zwaait steeds vaker. En ze zegt soms ‘mama’. En ‘mamama’, en ik geloof niet dat ze echt al snapt dat wij dat zijn. Maar toch.

Dochter (14)

Het grotere geheel van een kind hebben is natuurlijk geweldig, maar het dagelijks leven is soms behoorlijk… Ik probeer minder te vloeken nu ik een kind heb. Het is behoorlijk… pittig? L. merkte terecht op dat dat echt zo’n ‘moederforumwoord’ is. Het dekt de lading toch niet echt voor mij, op dit moment.

De avonden blijven zo zwaar. Ik probeer haar eten te geven voor M. thuiskomt, wat in combinatie met haar ergens ophalen, boodschappen doen en koken sowieso een puzzel is. Ik probeer nu dus ook op andere momenten boodschappen te doen en het mezelf niet te moeilijk te maken met koken, maar dan nog is S. precies op dat moment vaak niet te genieten. Bijvoorbeeld omdat ze overdag niet veel heeft geslapen, daardoor op weg naar huis in slaap valt en dan thuis totaal overstuur wakker wordt. Het komt ook nog steeds vaak voor dat ze per se borstvoeding wil in plaats van avondeten, of in ieder geval voorafgaand aan het avondeten. Op goede dagen eet ze daar wel wat van, en dan vertoont ze al snel het hele pakket vermoeidheidssignalen, meestal voordat wij rustig hebben kunnen eten. Dan besluiten we haar toch maar voor te bereiden op het naar bed gaan. Verschonen vindt ze nog steeds verschrikkelijk, dus na een hoop gekrijs en gehannes heeft iedereen wel een verhaaltje nodig om bij te komen. Dan poetsen we haar tanden (dat vindt ze gelukkig superleuk tot nu toe), zingen we een liedje en leggen haar in bed. Over een duidelijk ritueel gesproken.

En dan is ze dus moe, maar wil ze niet gaan slapen. Meestal gaat ze de hele tijd staan in haar bed, waarbij ze blijft huilen en haar speen uit bed smijt. In het gunstigste geval gooit ze trouwens ook haar speen uit bed, maar dan voor de grap. ‘Als je gaat staan, kun je niet lekker slapen.’ Ik heb het al zo vaak tegen haar gezegd. Nu is ze ook erg verkouden. Van zondag op maandag was ze zelfs heel benauwd, heel akelig om te horen. De dokter wilde haar wel zien, maar kon niet echt iets vinden en de inhalator die we meekregen hebben we gelukkig nog niet hoeven te gebruiken. Maar het helpt niet mee, natuurlijk.

We laten haar nog altijd niet huilen. Dat wil overigens niet zeggen dat we bij iedere kik naast haar bedje staan, zoals sommige mensen schijnen te denken. Ik geloof nog steeds dat laten huilen alleen ‘werkt’ omdat kindjes het op een gegeven moment opgeven en leren dat er toch niemand komt. Hoe zwaar het ook is, dat is niet wat ik S. wil leren, en ik vind het heel kwalijk dat instanties als het consultatiebureau dit adviseren.

We hebben de avonden inmiddels verdeeld, in de hoop dat de ander dan in ieder geval wat rust kan pakken. Dat valt alleen vies tegen in mijn geval. Gisteren bracht M. S. bijvoorbeeld naar bed. Ondertussen moest ik met de afgekolfde melk voor vandaag in de weer, de keuken opruimen en de afwas doen (geen vaatwasser, helaas). Toen ik daarmee klaar was, was het tegen negen uur, en al die tijd had S. keihard gekrijst, ook al was M. bij haar. Ik besloot haar maar weer borstvoeding te geven, omdat ze daar in ieder geval meestal rustig van wordt. Dat is ook wel een nadeel: ik heb het idee dat ik ook op M.’s avonden paraat moet staan, vanwege die borstvoeding (het heeft op andere momenten ook zeker voordelen en ik zou op dit moment ook echt niet weten wat we zonder zouden moeten beginnen). Daarna had ik zowaar even een momentje voor mezelf, omdat M. met S. in het grote bed was gaan liggen en ze daar uiteindelijk in slaap viel (‘ze’ verwijst naar allebei de dames…). Toen M. S. in haar eigen bed wilde leggen, werd ze echter weer wakker en ging ze weer huilen. Toen heb ik haar nog een poosje bij me genomen terwijl M. zich klaarmaakte om naar bed te gaan (aangezien het inmiddels elf uur was). Gelukkig viel S. toen weer in slaap en lukte het alsnog om haar weg te leggen. Tja, en toen moest ik ook maar naar bed.

Om 4.30 uur kwam ze voor een nachtvoeding, en voor zeven uur was ze ook alweer wakker. Dat is dan dus een goede nacht, het is fijn als we in ieder geval kunnen gaan slapen en als ze niet wakker wordt als wij net in onze diepste slaap verkeren. Hoewel ik nu meteen weer erg ging piekeren om halfvijf ‘s ochtends.

Ik doe het slecht op weinig slaap (wie niet?), maar ik vind het misschien nog wel moeilijker dat de avonden nog steeds zo slecht gaan. Ik zie en spreek M. amper omdat een van ons met S. in de weer is, er blijven veel dingen liggen (wat me dan weer extra stress geeft en ervoor zorgt dat ik overdag minder tijd heb/maak voor mijn werk, en dan krijg ik vervolgens dáár weer stress van) en ik kom gewoon niet tot rust. Ik word er erg somber en negatief van, en soms ronduit chagrijnig. Ik voel me eenzaam en onzeker. Vooral als ik dan dingen lees of hoor van moeders die uitkijken naar het moment dat hun kinderen op bed liggen. Of van die adviezen dat je gewoon zelf lekker vroeg naar bed moet gaan, zodat je het beter volhoudt. Wanneer precies?

Alles is een fase, ik weet het, alleen duurt deze fase al zo’n beetje S.’ hele leven. Binnenkort weer een vrolijkere opsomming van wat we allemaal meemaken met haar, beloofd! Oké, alvast een ding dan. Van de week was het me ook niet gelukt om S. in haar eigen bed in slaap te laten vallen, maar had ik haar wel van me af weten te schuiven in het grote bed. Ik was alleen vergeten om dat aan M. te vertellen, waardoor die zich een hoedje schrok toen ze naar bed wilde gaan. Ik citeer: ‘Ik dacht: Er ligt iemand in mijn bed! Gelukkig was het wel een heel klein iemand.’ :)

Dochter (13)

Een extra aflevering, omdat ik crèche-anekdotes in een apart concept aan het verzamelen was. En dat er al best veel waren.

S. gaat twee dagen naar de crèche, naar een groep met ‘kortere’ dagen: van 8.30 tot 16.30 uur. Wij vinden dat lang genoeg (ook al betekent dat dat ik haar altijd moet brengen en halen en vind ik het soms lastig met werk plannen). Natuurlijk kun je je kind in andere groepen altijd later brengen of eerder ophalen, maar dan betaal je die extra uren alsnog. Ze zit in een verticale groep (kindjes van 0-4 jaar) en is de jongste momenteel, de enige baby. En verbazingwekkend populair. Zo vroeg de moeder van L. me of dit nu ‘baby S.’ was, omdat L. het daar zo vaak over had thuis.

A. is een van de oudste kinderen in de groep en zorgt zo’n beetje als een grote zus voor S. Ze begroet S. vaak heel bewust ‘s ochtends (‘Hoi S.!’), pakt speelgoed voor haar, vertelt mij waar ik haar kan vinden als ik haar op kom halen. ‘S. is in de babybox!’ Om vervolgens daar keihard naartoe te rennen: ‘S.! Je mama is er!’ Er zijn meer kinderen die weten dat S. en ik bij elkaar horen, en om de een of andere reden blijf ik het vreemd vinden dat ze mij herkennen. Dat ze mij als moeder zien. A. meldde laatst ook dat S. nog een baby was. Ja, dat klopt. ‘Ik ben geen baby. Ik ben volwassen!’ En haast nog voor ik een correct maar ook vriendelijk antwoord had verzonnen: ‘Jíj bent volwassen!’ Best confronterend.

R. en A. waren aan het kleien en vroegen aan mij of S. mee mocht doen. Ik antwoordde dat S. daar nog een beetje te klein voor was, dat ze de klei waarschijnlijk zou opeten. In koor: ‘Ooooo, dat mag niet!’ Nee, inderdaad, daarom. Maar ze kan wel kijken! Even later: ‘Kijk, S.! Dit heb ik voor jou gemaakt!’

S.’ groep is in de zomervakantie vier weken dicht. We maakten ons wel wat zorgen over hoe het na die vier weken zou gaan, omdat ze steeds beter door lijkt te hebben dat wij haar moeders zijn en soms protesteert als we weglopen. Ik bracht S. naar de crèche en zette haar op de grond. Ze kroop naar het speelkeukentje, trok zich eraan op en keurde mij geen blik meer waardig.

Het is zeker niet alleen maar fantastisch. Ik kwam er niet huilend vandaan, maar ik vond het in het begin wel moeilijk om haar erheen te brengen. Dat gaat nu wel beter, ook omdat S. nu wat groter is, goed duidelijk kan maken wat ze wel en niet wil en onverschrokken overal tussendoor tijgert. Ik denk dat ze het dienblad met boterhammen voortaan wat verder bij haar uit de buurt zullen zetten, want ze greep er zo een nadat ze haar eigen boterham al ophad. :) Ik kan me voorstellen dat ik het wel weer moeilijker zal vinden als ze echt eenkennig wordt. De crèchegroepen zijn mooi gemengd, ik zou het fijner vinden als de inpandige peuterspeelzaal/voorschool dat ook wat meer was. Er werd na de vakantie geen enkel kindje met een ‘Nederlandse naam’ welkom geheten (ik hou zo van voornamen, maar ik weet niet hoe ik dit anders moet formuleren) op de deur. Ik vang iets te vaak gesprekken op tussen leidsters en ouders in de trant van: ‘Begrijpt u wat ik bedoel? Nee? Oké…’ Een leidster heeft dat trouwens ook al eens tegen mij heeft gezegd, doordat ze zelf zo slecht Nederlands spreekt, daar ben ik ook niet blij mee. Ik schaam me soms voor mijn vooroordelen, dat het daarom geen goede omgeving kán zijn voor S. (met haar twee moeders). Ze zijn echt wel lief voor haar. Maar goed, ze is nu nog zo klein, we hopen op ‘een echt huis’, we moeten maar zien hoe het straks allemaal is.

Er komt zo veel overleg en vertrouwen bij kijken. Ik vind het soms lastig dat ze zich overal mee ‘bemoeien’, maar ik vind het soms ook lastig om me duidelijk uit te spreken. Ik heb me wel duidelijk uitgesproken toen ze met Moederdag aan kwamen zetten met een gedichtje dat maar aan een moeder gericht was. Dat wil zeggen, nadat ik er met Moederdag zelf ineens alsnog heel verdrietig van werd (en de lieve mensen van Samen Bevallen me troostten door geweldige gedichten te appen die wel voor twee moeders waren ♡). Ze hadden er totaal niet bij stilgestaan, dit was allemaal nieuw voor hen, sommige medewerkers vonden het moeilijk om er iets over te vragen, blablabla. Soms wil ik meer schrijven over hoe het (voor ons) is om twee moeders te zijn, soms maakt het me vooral somber.

Er is een leidster die het helemaal niet moeilijk lijkt te vinden om erover te praten. Zij weet meestal wel een ‘de mama’s’ in onze gesprekjes te fietsen (Als in: ‘De mama’s gaan hun handen nog vol hebben aan jou, S.!’) Zij vertelde een keer dat ze S. niet naar bed had mogen brengen van F. en R., ze zeiden dat S. hun baby was. F. en R. zijn twee jongens, dat vond ik er extra grappig aan.

Dochter (12)

En dan zeggen ze dat je zo in het nu leeft met een baby. S. wil altijd sneller, altijd meer, geniet nooit eens rustig van een vaardigheid die ze heeft opgedaan. Ze laat soms een hand los bij het staan en loopt soms een stukje langs de tafel (vooral als daar iets op ligt wat ze wil hebben).

Ze heeft ook eindelijk een tand. Nu echt. En dus hebben we een tandenborstel voor haar gekocht. Het schijnt goed te zijn om haar zelf ook even te laten ‘poetsen’. Dat vindt ze erg leuk, ze wordt boos als je de tandenborstel van haar afpakt.

Sommige dingen vindt ze ineens heel grappig. Dat gegrinnik van haar. Ik moet mijn gedicht veranderen. Het mooiste geluid is als je dochter lacht. Op dit moment:
– Uit de lift komen.
– De klank ‘oef’.
– Als iemand lager is dan zij, bijvoorbeeld als zij in de kinderstoel zit en we haar eten van de vloer vissen.
– Als iemand in de (open) keuken is, vooral als diegene dan omhoogkomt na iets uit een kastje te hebben gepakt.

Toen we bij haar opa aten, deden we met de hele tafel de wave. Zo veel heb ik niet met voetbal, maar het is mooi dat het voor haar vanzelfsprekend zal zijn dat meisjes het kunnen. Dat je alles kunt doen wat je wilt, dat zou ik haar graag meegeven.

Ze was weer zo populair deze week. De vriend van M.’s zusje is groot fan, hij zei speciaal: ‘Leuk ook om S. weer te zien.’ Op de verjaardag van mijn tante vond iedereen haar zo lief en vrolijk. Dat was ze ook. Ze kan heel goed zelf spelen, vinden wij. Oké, ze speelt werkelijk overal mee en het ligt aan hoe interessant het speelgoed is hoeveel dingen ze gaat doen die niet mogen, maar ze kan zichzelf echt wel een poosje vermaken. Het speelgoed bij mijn tante was erg interessant, vooral ook de bak waar het in zat. Het scheelde misschien dat we er als eerste waren, maar ze huilde helemaal niet bij het zien van al het bezoek, ze huilde eigenlijk alleen toen ze uren later een beetje moe werd. O, en toen de buurvrouw van m’n tante haar ineens oppakte. Ze kan goed aangeven wat ze wel en niet wil. Ze at haar eten helemaal op, deed een power nap in haar tentje en feestte toen nog even lekker door. Thuis ging ze voor haar doen ook heel snel slapen. Dat is ook deze week weer weleens anders, zo heeft ze Dafne Schippers brons zien winnen op de 100 meter. Ik moet heel vaak tegen mezelf zeggen: Het geeft niet. Ik kan dit aan. Ik geef haar wat ze nodig heeft. Nu telt niet meer iedere minuut slaap. Nu leven we niet meer in blokken van drie uur.

Ik ging met S. naar het tuincentrum om een cadeautje te kopen voor mijn tante en het was zo leuk. Ik ben nog steeds belachelijk verbaasd als ik zoiets weer kan doen. Zo’n winkel is natuurlijk helemaal ingericht op grote karren, en dus ook op kinderwagens. En S. vond de aquaria geweldig.

Als ik een man was, zou ik vertederd constateren dat ze ‘papa’ zei. Want dat zegt ze dus. Ik vind het niet zo erg als ik dacht dat ik het zou vinden. Het hoort bij haar taalontwikkeling, ze bedoelt er niets mee.

Toen we wegreden bij haar opa, waren hij en C. de straat opgelopen. Op de hoek van de straat zwaaide ik automatisch. Altijd als we vroeger wegreden bij mijn opa en tante zei mijn moeder op de hoek: ‘Zwaai nog even.’ Hoe je alles ergens weer opnieuw beleeft.

Dochter (11)

Ze staat! We waren nog niet gewend aan het feit dat ze kan zitten, en nu trekt ze zich ineens al overal aan op. Ze is niet kieskeurig waaraan en weet nog niet hoe ze handig weer beneden komt. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze valt. Bovendien heeft ze zichzelf een gigantische kras op haar voorhoofd bezorgd.

We zijn een paar dagen gaan logeren bij mijn schoonmoeder en dat ging best goed. S. sliep grote delen van de avonden in haar slaaptentje, terwijl ze thuis nooit vroeg naar bed kan, omdat ze dan blijft huilen. Het was fijn, maar ook weer niet, omdat ik liever thuis van vrije tijd zou hebben genoten. Omdat ik altijd bang ben dat mensen niet geloven hoe zwaar het kan zijn als S. zich in hun bijzijn voorbeeldig gedraagt. Het was vooral verwarrend. Misschien was ze moe van het spelen met al het mooie oude speelgoed van Ambi Toys. We deden niet veel. Overoma bezoeken, wandelen, winkelen, boodschappen doen (ik ben niet gewend om op te moeten letten welke kassa ik met de kinderwagen neem en kwam dus vast te zitten).

We hoopten ergens dat ze naderhand ‘gereset’ zou zijn, maar ze pakte haar oude ritme moeiteloos weer op. We denken nog steeds dat laten huilen slecht is, en dus laten we haar nog steeds niet huilen. We proberen haar nu wel als het even kan in bed te laten als we haar daarheen hebben gebracht en hopen dat we dan steeds korter bij haar hoeven te blijven. Ik vind het vermoeiend, zeker als ze steeds gaat zitten en staan. Als ze eindelijk slaapt, wil ik bij wijze van beloning niet meteen naar bed en dus gaan we te laat naar bed.

Ze zegt nu ‘ta-ta’, als een standaardbaby. En ‘dè-dè’. En pffffft. Veel pfffft. En ‘huuuuu’, als het eten niet snel genoeg komt of als ze niet weet wat ze met zichzelf aan moet (dan zwaait ze erbij met haar armen). Het zijn niet bepaald babygebaren, maar toch, ze maakt dingen duidelijk.

Eenmaal weer thuis tijgerde ze steeds naar dingen waar ze niet aan mag komen. We dachten dat het aan het speelgoed lag. Toch maar vast de vormenstoof gegeven. Ze kan er natuurlijk nog niet mee spelen zoals bedoeld, maar hij rolt en rammelt. En ze mocht iets nieuws voor de vakantie. Een houten giraf op wieltjes met een kralenspiraal eromheen. Al ben ik steeds ongerust als ze daarmee speelt, omdat zijn staart ook uit kraaltjes bestaat. Ze mag die dus niet in haar mond stoppen van mij. Dat is erg lastig, want ze wil de hele tijd alles in haar mond stoppen.

We zochten haar kleertjes uit. Het grijze berenjasje waarin ze naar huis kwam. Haar regenboogmuts (die we aanvankelijk nergens meer konden vinden). Het jurkje dat ze met kerst droeg. Haar vissenrompertje. Als ik daar nu al zo sentimenteel over ben, hoe moet dat over een paar jaar? Het was bijna maar goed ook dat er ook een praktisch probleem was om op te lossen: de gele vlekken (van de moedermelk?) die zijn verschenen terwijl we dachten alles schoon te hebben opgeborgen. Hopelijk werken de tips die we bij elkaar googelden.

Vertaler H. vroeg of ik over mijn dochter schrijf. Ze dacht van niet, dat het daarvoor nog te vroeg is. Haar man kon twintig jaar later pas een gedicht schrijven over het feit dat hun dochter in de couveuse had gelegen. Ze had gelijk, ik schrijf nog niet over S. Niet echt. Dit zijn maar aantekeningen. Zodat ik later weet hoe ik toen dacht dat het was.

Dochter (10)

Soms lijkt ze terug te zwaaien als wij naar haar zwaaien. Mijn moeder beweerde al langer dat ze dat deed, maar ik geloofde het eerst niet. Nu denk ik het soms ook.

Ze eet nu zo een hele banaan ‘s ochtends. We moeten eigenlijk meer afwisselen met ander fruit, maar zeker als ze niet thuis is, is een banaan zo makkelijk. Afgepast, en wie die dag voor haar zorgt, kan hem prakken. Van de week heb ik haar wel bewust een appel gegeven.

Het is nog lastig om van al die borstvoeding naar vast voedsel te komen. De meningen over wanneer en hoe dat zou moeten verschillen enorm. Toen we met zes maanden naar het consultatiebureau gingen, werd daar gewoon gezegd: ‘Hoeveel voedingen krijgt ze nog? Zes? Dat zouden er drie moeten zijn, kijk maar in dit schema.’ Dat vond ik zo belachelijk dat ik er niet eens op in ben gegaan. Het komt ongetwijfeld, maar niet van de ene op de andere dag van zes naar drie, niet volgens hetzelfde schema als kinderen die de fles krijgen. Ze groeit volgens ons goed. Het is lastig en fijn tegelijk dat we het verder zelf mogen uitzoeken, dat we pas met 11 maanden terug hoeven te komen op het consultatiebureau (hoewel we eerlijk gezegd het aanbod voor een extra afspraak ‘voor het eten’ beleefd hebben afgeslagen). Ze eet (knoeit met) wat brood en rijstwafel, en eet ‘s avonds een uitgeklede versie van ons avondeten. Meestal weinig, we moeten het ook beter timen. Vaak lijkt ze al te veel honger te hebben en wil ze alleen nog maar de borst. We geven haar soms wat water, zeker nu ze weer zo aan het hoesten is. We hebben een antilekbeker gekocht waar ze nog niets uit krijgt (en M. ook niet), maar met een gewone beker gaat het ook. Ze drinkt als een zebra bij een drinkplaats, ook al houden we de beker schuin.

Vanmorgen kwam ze me zoeken en tijgerde ze achter me aan toen ik wegliep. Het was niet omdat ze mij zo lief vond, ze bleek te willen drinken. Het is dichter bij het punt dat ik niet wil bereiken dan ik ooit dacht te komen: dat ze aan komt lopen, zegt dat ze wil drinken en mijn trui omhoog probeert te trekken.

In een eerdere versie van deze post stond: ze gaat nog niet zelf zitten, hoewel iedereen al een paar weken roept dat ze het bijna kan. Ze kan het sinds een week, en het is ongelooflijk hoeveel beter het al gaat, hoeveel rechter ze zit. Ze lijkt heel groot ineens. We moeten de box omlaagzetten en misschien ook het voetenplankje van de kinderstoel. Ze is erachter gekomen dat ze zich daartegen af kan zetten en zo op haar billen op en neer kan stuiteren. Ze houdt sowieso veel van op en neer stuiteren.

En van ontdekken. Met dat kleine wijsvingertje van haar wil ze alles aanraken. Het kleinste stofje op de vloer. Een moedervlek van mij.

We zijn alle drie ziek geweest (zij gelukkig nog het minst) en dat was zwaar. Ze sliep weer niet door en vroeg naar bed kan ook na acht maanden eigenlijk nooit, want dan is ze nog wakker. We zijn moe. Ze wil soms de hele reeks dingen die moeten gebeuren voor we ‘s ochtends de deur uit kunnen niet (niet worden gewassen, verschoond, aangekleed, ingesmeerd met zonnebrand, niet in de wagen zitten). Verschonen wil ze eigenlijk de hele dag niet, best gevaarlijk als ze niet blijft liggen. We proberen haar af te leiden met een speelgoedje of een leeg pakje billendoekjes, maar dat lukt niet altijd.

We gaan niet op vakantie, omdat de stress over hoe dat zou zijn en moeten groter is dan ons enthousiasme erover. We zijn het erover eens dat dat een goede reden is.

Ik kan nog steeds zo verbaasd zijn over het feit dat ze bij ons is. Al acht maanden.

Dochter (9)

Bijna twee maanden na de vorige post. Er is veel veranderd. Waar te beginnen? Ze slaapt, ik denk dat dat het verschil met de grootste invloed is. Eerder sliep ze vaak bizar precies een halfuur achter elkaar. Supergoede tip dus, dat je gewoon met je baby mee moet slapen, bedankt… Nu slaapt ze overdag langer en is er zelfs soms nog een stukje avond over als ze al aan de nacht is begonnen. Heel, heel welkom.

Ze eet. We waren braaf begonnen met de ‘oefenhapjes’, maar ze wilde er weinig van weten, meestal deed ze haar mond niet open en sloeg ze de lepel weg. Waarop de consultatiebureau-arts zei: ‘Misschien kunnen jullie eens proberen om het voor de voeding te geven in plaats van erna. Ik weet niet wanneer we dat zelf eindelijk bedacht zouden hebben, maar het hielp wel een beetje. Fruit gaat nu heel goed, ze houdt van mango en banaan. Groente gaat wisselend, soms lijkt ze er te veel honger voor te hebben, maar we blijven het ‘aanbieden’. Nog zo’n woord. Een flintertje zalm, een pastavlindertje, gewoon maar proberen. Broodkorsten vallen ook in de smaak, want daar kan ze zelf een beetje mee zitten knoeien. We vinden Rapley te eng, maar alles fijnmalen en voeren is vast ook niet goed. Oma E. werkt op een peuterspeelzaal en kwam met een leuk eetliedje. Er zit een moment in waarop je moet wijzen. Gisteren dacht S. dat dat betekende dat er direct eten haar kant op kwam. Ze deed haar mond al open en wat was ze boos toen bleek dat dat niet zo was.

Ze tijgert, ineens kon ze het en ze is verrassend snel als ze iets ziet waar ze heen wil. Volgens tante C. heeft ze nu al een schoenen- en tassentic, veters en hengsels zijn erg interessant. Ik moest huilen toen ze naar mij bleek te willen, ik had geen schoenen aan.

Ze zegt ‘babababa’. De consultatiebureau-arts vroeg daar expliciet naar, dus het is kennelijk echt een taalontwikkeling. De stap hiervoor was ‘haabvvvv’, ook gezellig.

Ze wil nog steeds alles zien en meemaken. Zeggen ze op de crèche ook vaak. Het gaat daar nu ook wel wat beter, nu ze wat meer kan en slaapt en tevreden is. Ik was redelijk kritisch in de evaluatie na drie maanden, maar daar hebben ze ook echt wat mee gedaan, dat is fijn. Het is mooi om haar samen te zien met andere kindjes. ‘S. is er weer, S. is er weer!’ riepen ze vorige week.

Het gaat dus eigenlijk heel goed, dat blijft belangrijk om te beseffen. Eerst dreunt nog na, dat verandert niet door ‘Wat dan?’ of ‘Nog steeds?’. Dat verandert misschien überhaupt niet meer. Ik hoop dat het nog wat beter wordt en ik wil er nog meer over schrijven, al weet ik nog niet wanneer of in welke vorm. Het scheelt al dat ik niet meer iedereen die ‘Genieten!’ roept wil slaan.

Dochter (8)

Ze is een handvol maanden.

Je ziet haar nog vergeten als ze een speeltje op de grond laat vallen of als M. wegloopt. Maar ze wil alles zien, steeds opnieuw. Tijdens voedingen met andere mensen erbij is dat wel eens lastig. Als ik in bed voed, moet M. soms ook echt incognito gaan en met haar rug naar ons toe gaan liggen, anders blijft S. naar haar lachen en proberen haar aandacht te trekken.

Nu kan ze rollen en wil ze meer. Kruipen. Zitten. Het blijft vooralsnog bij pivoteren, een woord dat ik niet kende, maar toch ook al knap. Als ik haar rechtop houd, trappelt ze met haar beentjes en kan ik haar gezichtsuitdrukking niet anders omschrijven dan trots.

Met Pasen was ze een beetje ziek. Zoveel zorgen dan meteen. Nu hoest en snottert ze nog, zo zielig. Gelukkig denkt de huisarts dat het wel gewoon verkoudheid is.

We gingen voor het eerst een weekend weg. Wat wennen was, met in ons achterhoofd toch nog ergens een idee van vakantie zonder poepincidenten en gekrijs. Maar alles paste in de auto en we liepen met haar in de draagzak zo het bos in en er waren veel eekhoorns en binnen speelde ze een hele poos op een kleed terwijl wij er zo’n beetje bij zaten. Bij aankomst bood de receptionist een kleurplaat aan en toen we vriendelijk zeiden dat ze daar nog een beetje te klein voor was, zei hij verdedigend: ‘Nou, sommigen vinden dat leuk, hoor, een beetje krassen.’

Ze mag groente, maar begrijpt nog weinig van het concept. Dat zou je niet zeggen als je ziet wat ze allemaal in haar mond stopt. Kleurpotloden opeten, daar zou ze ongetwijfeld ook heel goed in zijn.

Ze is zo lief, het lukt steeds vaker om dat te zien. En hoe blij ze mensen maakt, daar maak ik graag tijd voor.