Boek van januari

Vorige maand slechts een boek (uit)gelezen. Maar wel een dik boek en de verhuizing vond plaats en waarom zou ik mezelf eigenlijk verdedigen voor mijn leesgedrag op mijn blog?

Jonathan Safran Foer – Hier ben ik
(Here I Am, vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

Extremely Loud and Incredibly Close is me dierbaar. We hebben in het nieuwe huis één boekenkast in de woonkamer staan met daarin een soort best of, en daar moest dat boek zeker tussen staan. Ik heb het ooit gekocht en gelezen toen ik een maand op Interrail was en het blies me toen echt omver. De stem van de hoofdpersoon, het verhaal, de opbouw, de vormgeving, ik vond alles even fantastisch. De vertaling van Everything is Illuminated ligt hier nog. Ik heb het ooit in het Engels gelezen en toen pakte het me minder. Maar de combinatie van mijn beheersing van het Engels en die van de hoofdpersoon uit dat boek was ook geen gelukkige, dus ik wil de vertaling nog een kans geven. Een keer. Zijn non-fictieboek Eating Animals durf ik niet te lezen, hoewel ik al weinig vlees eet, en zo kwam ik nu dan uit bij zijn nieuwste roman, die inmiddels niet zo heel nieuw meer is.

Overheersend gevoel bij dit boek: ik ben hier te dom voor. O, er zitten briljante dingen in. Hij is zó goed in gesprekken, in kinderstemmen (en de vertaalsters dus ook!). Het is vaak zo geestig. Een van de personages is druk met een Second Life-achtige wereld, en dat is ook zo knap gedaan, de chats, de details. Er was weer van alles wat ik zelf geschreven zou willen hebben. Het is zeker een goed boek, maar ook zo… politiek? Intellectueel? Joods? Alle drie wel. En dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn, maar het vergt een hoop concentratie, die ik (op dit moment) niet echt kon opbrengen.

Boeken van november en december

De boeken van de laatste twee maanden neem ik maar samen, omdat ik er eerder niet aan toegekomen ben erover te bloggen. Helaas kan dat ook makkelijk qua aantal…

Monica Soeting – Cissy van Marxveldt. Een biografie

Fijne biografie! Afgezien van het werk van Joop ter Heul ken ik het werk van Cissy Van Marxveldt (pseudoniem van Setske de Haan) eigenlijk niet, maar dat hoeft ook niet per se voor dit boek. Van Marxveldt had een interessant leven, inclusief een buitenlands avontuur (in Engeland als jong meisje) en allerlei verwikkelingen in de Tweede Wereldoorlog (vooral ook rond haar Joodse echtgenoot). Er zijn veel bekende fans van haar werk (onder andere Anne Frank en koningin Juliana). Het boek gaat ook uitgebreid in op de positie van vrouwelijke auteurs en hoe zij zichzelf presenteerden, dat vond ik erg interessant. Ik heb veel bewondering voor het werk van biografen, en ik vind het dan ook altijd leuk om door de tekst heen iets terug te zien van hun werkwijze en inspanningen. Van hun eigen mening ook wel, al moet die natuurlijk niet gaan overheersen. Soeting vindt het duidelijk erg jammer dat Van Marxveldt zo weinig gaf om haar persoonlijke papieren en zo weinig heeft bewaard (uiteraard vindt ze dat, als biograaf). En ik vond het heel grappig dat ze de spelletjes die Setske in het pension speelt met de andere huurders duidelijk een stuk minder hilarisch vindt dan Setske zelf. Het idee om geblinddoekt met twee lepels iemand af te tasten en te raden wie het is sprak mij ook niet direct aan…

Kristine Groenhart – Reach for the stars

Weer een nieuw deel van de kostschoolserie Mulberry House, uiteraard moest ik ook dit deel weer lezen. Ik merkte dat ik me beschamend slecht herinnerde wat er in de vorige delen is gebeurd, maar ik vond dit deel toch wel weer leuk om even te lezen (volgens mij schrijf ik dit over elk deel).

Rosita Steenbeek – Rose. Een familie in oorlogstijd

Ik heb twee jaar geleden met Rosita Steenbeek mogen optreden , en ik weet dat ze toen over dit boek heeft verteld, maar ik kan me daar verder heel weinig van herinneren. Dat zal ongetwijfeld aan mijn eigen zenuwen hebben gelegen. Nu ben ik dan eindelijk aan dit boek toegekomen. Wat een prachtig boek! Ik moest even wennen aan de verteltrant. Ze zit heel dicht op haar personages, haar eigen familieleden, lang voor haar geboorte. De grote lijnen zijn waargebeurd, maar ze moet de meeste gesprekken en details zelf hebben ingevuld. Ik wist even niet wat ik daarvan vond, maar al snel vergat ik dat eigenlijk volledig. Ik heb het idee dat ik best al het een en ander heb gelezen over de Tweede Wereldoorlog, maar dit boek was toch weer helemaal anders, omdat de hoofdpersoon van oorsprong Duits en Joods is en met een Nederlandse dominee trouwt. Zo aangrijpend en interessant hoe het haar en haar familie is vergaan. En dus heel levendig verteld.

Boeken van oktober

Arjeh Kalmann – Leef gelukkig!

Maar weer eens een boek uit de kast van de Eemlandse schrijvers meegenomen (als ik daar toch ben om mijn bundel goed in het zicht te zetten, tralala). Ik nam het mee, maar M. las het eerst, zo gaat het meestal. Zij was er nogal door gegrepen, dus ik had hoge verwachtingen, die uiteindelijk toch een beetje tegenvielen. De ondertitel zegt het al, het is een Joods familieportret in egodocumenten (voornamelijk brieven, maar ook sinterklaasgedichten, dagboeken enzovoort). Kalmann beschrijft de levens van de tien personen op de foto op het omslag en dan met name hun onderlinge relaties. Het is zijn eigen familie, en dat is zowel een voordeel als een nadeel, denk ik. Zou een buitenstaander over al dit fantastische materiaal hebben kunnen beschikken? Waarschijnlijk niet. Zou het boek gebaat zijn geweest bij wat meer afstand? Ja, dat denk ik wel. Het is zonder meer fascinerend hoe de familieleden met elkaar omgingen (mensen raakten voortdurend uit de gratie bij andere mensen, schreven elkaar venijnige brieven en roddelden over elkaar met derden). Bovendien is ook dit weer een belangrijke en erg interessante oorlogsgeschiedenis (een deel van de familie duikt onder, een deel vlucht naar Zwitserland). Ik had ook niet de indruk dat de auteur zijn familie spaart. Of zichzelf, want hij heeft zelf ook heel wat woedende epistels ontvangen, met name na de scheiding van zijn ouders (sommige verwijten waren verrassend herkenbaar). De auteur heeft volgens mij ook geworsteld met zijn positie, maar die worsteling had van mij niet in het boek terecht hoeven komen. Hij goochelt nu bijna het hele boek lang met formuleringen als ‘de auteur van dit boek’ en ‘de tweede zoon van Annie en Heinz’ om ‘ik’ maar niet hoeven te gebruiken, om zich dan uiteindelijk ‘bekend te maken’. Tegen die tijd vond ik het alleen maar bijzonder irritant, want je weet als lezer al de hele tijd dat hij aan het woord is. Daarnaast vond ik het ook een wat onevenwichtig boek. Ieder familielid op de foto heeft zijn of haar eigen deel gekregen, maar niet iedereen leefde even lang en schreef evenveel. Netty overleefde de oorlog niet. De auteur kent zijn eigen moeder het best, dus dat deel is het langst (daar komt hij zelf ook het meest in voor). Bovendien komen sommige brieven of delen daarvan in meerdere delen voor. Wat meer duiding en selectie (het boek bestaat nu grotendeels uit de primaire bronnen, de schrijvers daarvan krijgen ook terecht credits als ‘de echte auteurs van dit boek’) was misschien beter geweest. Ik ben blij dat ik het helemaal heb gelezen, maar het was af en toe best doorbijten. Ook voor de persklaarmaker/corrector, kreeg ik het idee, ik kwam tegen het einde meer foutjes tegen…

Martine Bijl – Hindergroen

Op Vlieland heb ik alleen dit boek gelezen, maar ik heb in ieder geval een boek gelezen (en tijdschriften). Dit is een bundel columns. Ik geloof dat we ergens hadden gelezen dat ze goed waren en de titel daarom hadden genoteerd, ik geloof niet dat ik al eens ergens een column van Martine Bijl had gelezen. Het probleem van columnbundels is natuurlijk dat daarin stukken achter elkaar staan die oorspronkelijk niet bedoeld waren om achter elkaar te lezen. Je loopt het risico dat het meer van hetzelfde lijkt. Dat vond ik bij deze bundel ook wel een beetje. Misschien vooral ook omdat ze vrij veel over de natuur schrijft (over haar tuin, over dieren) en ik dat niet zo interessant vond. Jammer genoeg schreef ze weinig over theater, televisie en het vertalen van musicals. Ik vond de columns op zich wel leuk, maar ik kreeg de indruk dat ze zichzelf ook nogal leuk vond, en dat vond ik dan weer wat minder.

Boeken van september

Carolijn Visser – Selma
Dit boek sprong vorig jaar nogal in het oog bij ons. Vreemd om overal die naam te zien zonder daar iets over te kunnen zeggen. En nu kon onze S. geen genoeg krijgen van de omslagfoto. Ze zag hem dan ook een tijdje best vaak, want M. en ik konden dit boek nauwelijks wegleggen. Het is zo aangrijpend. Selma was Joods, verloor haar moeder in de Tweede Wereldoorlog, trouwde zelf na de oorlog met een Chinees en ging met hem mee naar China. En daar ging het helemaal mis. De regel was toen dat je je Nederlandse paspoort kwijtraakte als je met een buitenlander trouwde. Door Nederland werd Selma na haar huwelijk dus gezien als Chinees, waardoor ze het in China veel moeilijker had dan andere buitenlanders (en het land ook niet zomaar kon verlaten). Tegelijkertijd werd ze door China gezien als westerling (/kapitalist/intellectueel). Ik vond het erg tragisch en indrukwekkend. En erg mooi opgeschreven.

Francine Oomen – Oomen stroomt over
Ik heb best veel van Oomens boeken gelezen. In ieder geval de complete Hoe overleef ik-serie (die kocht mijn zusje) en Lena Lijstje. Ik vond het een beetje jammer dat ze vanwege haar bekendheid haar slechte gedichten kon publiceren, maar zij en haar succes fascineren me ergens ook. Tot haar beste werk behoren wat mij betreft Het zwanenmeer, maar dan anders en de videoband van Saartje en Tommie die wij nog altijd met veel plezier bekeken toen we daar al veel te oud voor waren. We hadden eventueel een veel jonger broertje achter de hand, maar ik geloof niet dat we hem als excuus gebruikten. Zou ik alsnog kunnen doen nu met mijn dochter :)
Hoe overleef ik stopte, er werd een nieuwe serie gestart met dezelfde personages voor oudere lezers (zodat de personages eindelijk seks konden hebben, dat leek serieus een reden), na een matig boek verschenen er geen andere meer en werd het stil rond Oomen. Dit boek lijkt dat deels te verklaren, en is alleen daarom al interessant. Ik hoop nog heel lang niks te maken te hebben met het onderwerp (de overgang), en heb de medische details ook een beetje gescand. Maar het boek ziet er heel mooi uit, met allemaal tekeningen en collages van Oomen zelf. Ik vind het daarnaast een heel dapper boek, en ondanks alles ook grappig.

Henk van den Diepstraten – Efteling, kroniek van een sprookje

Ik hou van de Efteling. Ik heb de mensen die er als volwassene zonder kinderen nooit meer komen nooit begrepen. Ik denk graag terug aan de keren dat ik er geweest ben met mijn ouders en grootouders (mijn grootouders en vader leven helaas niet meer, dat maakt de herinneringen extra dierbaar) en later ook met vriendinnen, met M. en de schoonfamilie. De laatste keer was twee jaar geleden met M., C. en P. om het slagen van P. te vieren en was ook weer erg fijn, ik schreef er hier al iets over. Ik ga nu ook weer niet zo ontzettend vaak, maar heb nu toch het idee dat ik er al lang niet ben geweest. Vorig jaar mocht ik bijna nergens in (want zwanger) en nu heeft S. er nog niet echt iets aan. Ik kijk er wel heel erg naar uit om straks met mijn eigen gezin (ik kan dit niet schrijven zonder te denken: Wahaha, gezin) zulk soort dingen te doen. Hoe oppervlakkig ook, het leek me zelfs een van de mooie dingen aan een kind hebben toen ik nog geen kind had. Ik zag ons echt al gaan. Ik hoop dat het zo mag zijn over een poosje. Dit alles bij wijze van verklaring voor het feit dat ik dit boek las. Het is een jubileumboek, uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van het park in 2002. De nieuwste ontwikkelingen staan er dus niet in en heel kritisch is het ook niet. Zoals je kunt verwachten bij een jubileumboek, het is vooral een lofzang, het halve boek gaat over hoe hard iedereen werkte en wat voor geweldige oplossingen er werden bedacht voor problemen (er staan veel interviews in met oud-personeelsleden). Dat had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien. Maar er staan toch ook wel leuke weetjes en anekdotes in (bijvoorbeeld over Anton Pieck, die door zijn werkwijze de bijnaam ‘de milde dictator’ kreeg) en het mag denk ik ook wel gezegd worden dat het een uniek park is. Ik kreeg van het lezen in ieder geval veel zin om er weer eens heen te gaan.

Boeken van augustus

Jojo Moyes – Vier plus één
(The One Plus One, vertaald uit het Engels door Anna Livestro)

Dit boek stond al een hele tijd in de kast. Volgens mij zat het in de goodiebag die ik kreeg op het Zomerfeest van De Fontein, maar dan wel het feest van twee jaar geleden, niet dat van deze zomer… Ik was er ooit al weleens in begonnen, maar wist alleen nog dat in de openingsscène twee schoonmaaksters voorkomen (ik herinner me vaak de onbenulligste details uit boeken in plaats van de grote lijn, kan voor mijn werk erg onhandig zijn). Geen idee waarom ik het toen weer weg heb gelegd. In het boek gaan alleenstaande moeder Jess (die als schoonmaakster werkt, dat klopte dus wel), haar gothic stiefzoon Nicky, haar briljante dochter Tanzie en hun grote, stinkende hond Norman op weg naar Aberdeen. Daar is een wiskundewedstrijd waarmee Tanzie genoeg geld hoopt te winnen om naar een goede school te kunnen. Jess kan het schoolgeld niet betalen, en een heleboel andere dingen eigenlijk ook niet. Zoals geschikt vervoer. Hun brakke auto wordt door de politie van de weg gehaald. Gelukkig rijdt op dat moment Ed voorbij, bij wie Jess schoonmaakt. Ed had zijn zaakjes tot voor kort prima voor elkaar, maar nu dreigt hij te worden aangeklaagd wegens handel met voorkennis. Hij weet zelf niet precies waarom, maar hij biedt de hele familie een lift aan. Ze zijn een paar dagen onderweg, er gebeurt natuurlijk van alles en door de verschillende perspectieven kom je steeds meer over iedereen te weten. Ik had een beetje romantisch gezever verwacht, maar ik vond dit echt een leuk boek, het leest heel fijn. En ik was zelfs ontroerd tegen het einde, maar daar moet ik misschien de hormonen en de vermoeidheid de schuld van geven.

Emma Los – De canon van het onderwijs

Uit dit boek las ik vaak een paar ‘vensters’ voor het slapengaan. Het bespreekt iets van 30 ontwikkelingen in het onderwijs: iets historisch, iemand die iets belangrijks heeft bedacht, een methode… Heel afwisselend. Zoals je kunt verwachten in een overzichtsboek, gaat het allemaal niet heel diep. Ik lees natuurlijk wel vaker over dit thema, dus lang niet alles was nieuw voor mij. Een venster gaat bijvoorbeeld over Kees Boeke, zijn biografie las ik al eerder. Maar het was over het algemeen toch wel interessant. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat er naast het bekende leesplankje met aap-noot-mies ook een speciaal Indisch leesplankje bestond (met daarop o.a. ‘boe’ (baboe) en een ‘oom’ in tropenkostuum). Misschien toch nog maar een keer naar het Onderwijsmuseum, waar ik alleen een keer geweest ben toen het nog in Rotterdam zat. Of eigenlijk moet ik daar sowieso heen, omdat ze daar momenteel de tentoonstelling ‘Van het naadje en de kous’ hebben, over handwerken op school!

Ted van Lieshout en Philip Hopman – De dikke Boer Boris

Tante A. mocht van een of andere loterij een boek uitzoeken en wilde graag, heel lief, een boek voor S. uitzoeken. Ik lees graag voor, ja, ook nu al, maar ben wel een beetje een snob op dit gebied. Er zijn zo veel prachtige prenten- en kinderboeken, ik heb voor mijn gevoel geen tijd om genoegen te nemen met mindere. Tante A. is juf geweest en kende Boer Boris al. Hij kwam ook voorbij op de Midzomerkinderboekenborrel, maar dat was de eerste keer dat ik van hem hoorde (ter verdediging van mezelf: aan prentenboeken valt meestal weinig te redigeren, dus ik kom ze niet vaak tegen in mijn werk!). De verhalen zijn nog een beetje te lang voor S. op dit moment, denk ik, al zou ze misschien best de (fantastische) tekeningen al kunnen bekijken. Ik heb het boek alvast zelf gelezen en ben heel enthousiast! In De dikke Boer Boris zitten drie losse verhalen, die ook apart zijn uitgegeven: Boer Boris wil geen feest!, Boer Boris gaat naar de markt en Boer Boris en de maaier. De tekst is op rijm, met veel herhaling en grappige vondsten. Boer Boris zelf lijkt een soort Pluk van de Petteflet: in bepaalde opzichten een kind, in andere volwassen. Hier gaan we nog veel plezier aan beleven!

Boeken van juli

Ruud Meijer – Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs

Dit boek vond ik in de bibliotheek in de kast met boeken van Eemlandse schrijvers (waar mijn eigen bundel ook te vinden is). Het leek me interessant en dat was het ook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het niet helemaal van voor tot achter gelezen heb. Het is best aardig geschreven, maar soms behoorlijk droge kost. Het boek is duidelijk bedoeld om te informeren, niet om te entertainen. Het is bepaald geen literaire non-fictie (zou wel erg leuk geweest zijn!). Het boek gaat over de verschillende huishoudscholen die er ooit in Amersfoort waren, hoewel vooral heel veel over eentje en dan daarna nog even kort over twee andere, omdat daar een stuk minder materiaal over te vinden was. En dat dan geplaatst in een groter verband: de positie van de vrouw, de economische situatie in Nederland enzovoort. Er komen ook vrouwen aan het woord die op de huishoudscholen hebben gezeten of er lesgaven. Een leuke toevoeging, al vond ik de interviews helaas niet al te interessant, de meeste vrouwen sommen vooral op welke akten ze hebben gehaald en uit welke omliggende dorpen de leerlingen kwamen. Ik denk dat er leukere insteken mogelijk waren geweest met dit materiaal dan deze. Ik vond het bijvoorbeeld best saai dat er veel ruimte wordt besteed aan de verschillende gebouwen en de financiële situatie van de instellingen. Maar ik vond het wel interessant om te lezen hoe het gegaan is met het huishoudonderwijs in het algemeen, hoe het eerst een opstapje was voor meisjes die anders helemaal niet meer verder zouden mogen leren terwijl het later meer iets werd voor meisjes van wie men dacht dat ze verder toch niks konden. En natuurlijk extra leuk dat alles in het boek op mijn eigen stad was gericht.

Simon Cherry – De schat van Gruizelkaak
(Eddy Stone and the Epic Holiday Mash-Up, vertaald uit het Engels door Marjolein Algera)

Dit is het eerste boek over Eddie Kei. Ik heb het tweede boek over hem mogen persklaarmaken. Ik kreeg in dat kader het eerste boek ook toegestuurd, maar kwam er niet aan toe om dat al te lezen. Ik probeer eerdere delen altijd te lezen als ik boeken uit series redigeer (of herlezen als ik die eerdere delen ook heb geredigeerd), maar in dit geval is het feit dat de hoofdpersoon in beide boeken Eddie Kei heet zo ongeveer de enige overeenkomst. En dus bleef het toch liggen. Ik was wel heel enthousiast over het tweede boek, en daardoor toch ook erg benieuwd naar het eerste. En ik vond het eerste boek misschien nog wel leuker dan het eerste. ‘Zomaar’ lezen blijft heel anders dan voor werk lezen, zeker als ik vrij ben, ik heb de vertaalster inmiddels ontmoet, er kunnen allerlei redenen voor zijn. Voor beide boeken geldt dat ze heel origineel en grappig zijn. Heel levendig ook, met kleurrijke personages (die ook in de vertaling allemaal een geheel eigen stem hebben, razend knap gedaan). Vrijwel elke pagina gebeurt er wel weer iets onverwachts of geks. Soms misschien een tikje flauw voor volwassenen, maar ik heb echt zitten grinniken. Het zijn avonturenverhalen. In dit boek logeert Eddie bij zijn oma en treft hij op een dag een piraat aan in haar badkuip. Samen met deze piraat, ‘de bemanning’ (een oud vrouwtje met een kringloopwinkel) en een pinguïn die uit een waterpark is ontsnapt (en zichzelf een rasentertainer vindt), gaat hij op zoek naar een schat.

Dola de Jong – De thuiswacht

In de jaren veertig werd dit boek door alle uitgevers afgewezen vanwege de ‘schandelijke inhoud’. Er komen namelijk lesbische vrouwen in voor. Natuurlijk kun je ervan uitgaan dat het zeventig jaar later niet zo heel schokkend blijkt te zijn allemaal. Het gaat over twee huisgenotes: een inderdaad lesbisch en de ander een zorgelijk type dat dat aanvankelijk niet doorheeft. Ergens raakte het me wel, al moest ik erg wennen aan de stijl en had ik ergens toch gehoopt dat het meer over een lesbische relatie zou gaan in plaats van over een wat kleurloze vrouw die het allemaal niet zo goed weet. Onder andere in het nawoord wordt er zonder meer van uitgegaan dat beide vrouwen lesbisch zijn, maar zelf zag ik dat toch anders. O, en het is zo’n boek met overduidelijke terugblikken in de trant van ‘toen kon ik nog niet vermoeden dat…’, daar moet je van houden. Wat me echt stoorde was dat de flaptekst iets essentieels verraadt dat pas op 7/8 van het boek plaatsvindt. Het is een boek vol overpeinzingen en dat is op zich prima, maar toch een beetje sneu om dan zo ongeveer het enige spannende gegeven (dat te maken heeft met de oorlogsdreiging) achterop te kwakken.

Boeken van maanden

Om de een of andere reden kwam ik er niet aan toe om de afgelopen maanden een boekenblogje te maken. Ik las ook zo ontzettend weinig dat dat ook nauwelijks zin had. Maar laat ik er eens voor zorgen dat ik weer ‘bij’ ben, ook in het kader van Camp NaNoWrimo.

Amy Chua – Strijdlied van de tijgermoeder
(Battle Hymn of the Tiger Mother, vertaald uit het Engels door Wenneke Savenije)

Dit boek had M. uit de bieb geleend, ik weet eigenlijk niet waarom. Niet als inspiratie voor de opvoeding van S., mag ik hopen :) In dit boek vertelt Amy Chua hoe ze haar twee dochters opvoedt op Chinese wijze (het gezin woont in de VS). Goede cijfers halen, eindeloos muziek studeren en drillen, daar komt het zo’n beetje op neer. Het boek leest heel snel en ik vond het behoorlijk fascinerend hoe Chua aan de ene kant klaagt over hoe haar opvoeding de band met haar kinderen in de weg staat en aan de andere kant die opvoeding blijft verdedigen.

Nicolien Mizee – De wereld van Wollebrandt
Het tweede boek uit de Sterren van morgen-reeks dat ik heb gelezen. In maart schreef ik er al iets over. Het verhaal kende ik dus al door het eerdere boek, maar dit is vanuit het perspectief van een ander personage geschreven. Het beviel me beter, ik vond dit personage leuker en ik vond Nicolien Mizee ook beter schrijven. Ik weet niet of ik ook de andere delen nog ga lezen, ik geloof dat ik het wel een beetje gezien heb inmiddels.

J.K. Rowling – Fantastic Beasts and Where to Find Them (filmscript)

Toen deze film uitkwam, baarde ik S., en dus is het er niet van gekomen om hem te gaan zien. Naast dat ik sowieso niet zo’n filmkijker ben. Maar toen kwam ik erachter dat het script hiervan ook is uitgegeven, net als van het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child, dat ik vorig jaar las. Ik besloot het te lezen, want ik houd nu eenmaal nog steeds heel veel van de wereld van Harry Potter. Deze film (films, want er komen er meer) gaat niet over Harry Potter zelf, maar wel over de tovenaarswereld. Het verhaal speelt zich af in de jaren twintig in New York. Het gaat over Newt Scamander, later schrijver van het standaardwerk Fantastic Beasts and Where to Find Them, een van Harry’s schoolboeken. Vriendin C. vatte het eigenlijk heel aardig samen met: ‘Er ontsnappen allemaal van die beesten in New York en die moeten ze dan gaan vangen.’ Ik dacht eerst nog even dat mijn Engels niet goed genoeg was en dat ik van alles over het hoofd had gezien, maar op basis van een samenvatting die ik daarna las, geloof ik toch niet dat dat zo is. Ik vond er zeker leuke momenten en grappige details in zitten (daar is Rowling een meester in, vind ik), maar het grotere geheel boeide me niet zo. Misschien is het als film geweldig spectaculair, zou kunnen, maar ik zit op dit moment niet met smart te wachten op het tweede deel.

Sally Rooney – Conversations With Friends
Dit boek las ik via First to Read. Het is een Iers debuut van een piepjonge auteur en het wordt gepresenteerd als een literaire sensatie. De vertaalrechten zijn al verkocht aan allerlei landen, er schijnt ook een Nederlandse vertaling te komen. Ik lees niet vaak Ierse boeken. Niet bewust niet, het is maar een constatering. Leuk om een keer wel te doen, al had ik niet het idee dat er allerlei typisch Ierse elementen in zaten (maar ik ken Ierland helemaal niet). Het boek gaat over Frances en Bobbi, twee jonge vrouwen die ooit een relatie met elkaar hadden en nu optreden als spoken word artists. Dat vond ik zo veelbelovend klinken dat het boek alleen maar tegen kon vallen. Het viel me dan ook flink tegen. Het ging me veel te weinig over bovenstaand gegeven en veel te veel over de affaire die Frances krijgt met Nick, een getrouwde kerel. Nick is getrouwd met Melissa, die een portret gaat schrijven over Bobbi en Frances. Het boek gaat zo’n beetje over hun vieren, en dan nog een beetje over Frances’ relatie met haar ouders, studeren en haar lichamelijke klachten. De stijl vond ik echt wel goed, de tekst wordt op een goede manier afgewisseld met e-mails en chatgesprekken en ik wilde graag doorlezen, maar wel met in mijn achterhoofd dat er bijna iets interessants zou gaan gebeuren. En dat gebeurde dus niet, helaas.

Boeken van maart

Vorige maand heb ik bijna niet gelezen. Deze maand is het nog erger: ik heb nog helemaal niets uitgelezen (wat niet voor mijn werk was, dat wil ik er dan toch steeds graag bij vertellen) en we zitten al in het tweede deel van april. En ik was ook nog niet toegekomen aan het typen van een blogje. Het komt vast wel weer.

Kristine Groenhart – Take it easy
Dit is alweer het derde deel van de kostschoolserie Mulberry House. En ik hou nu eenmaal erg van kostschoolseries. Hoogstaand is het zeker niet en ik had dolgraag de redactie gedaan, maar ik weet inmiddels wel wat ik ervan kan verwachten en lees het dan gewoon lekker. In het genre is het best goed en leuk! Ik las dat deze zomer deel 4 uitkomt, dat ga ik ongetwijfeld ook weer lezen.

Hans van der Beek – De honger van Max
Het tweede boek dat ik heb gelezen, is gewoon ook een kostschoolboek! Het valt op zich mee met mijn obsessie, maar aan literatuur voor volwassenen kom ik momenteel al helemaal niet toe. Dit is een van de vier delen uit de serie Sterren van morgen, geschreven door vier verschillende auteurs. Ook deze serie speelt zich af op een Engelse kostschool, maar dan een waar nogal zweverige toestanden worden onderwezen. Iets met de elementen, verschillende karaktereigenschappen en gewaden in bijpassende kleuren. Behoorlijk vreemd allemaal! Volgens mij wordt hetzelfde verhaal in de vier delen telkens vanuit een ander personage verteld, dat vind ik wel een aardig concept. Ik vond dit niet heel goed geschreven en ik ervoer een seksistische ondertoon die me helemaal niet beviel, maar ik wil eigenlijk nog wel minstens een van de andere delen lezen om te zien hoe ze dat nu gedaan hebben met die verschillende perspectieven.

Boeken van februari

Het lezen schiet er vaak nog steeds bij in, maar ik lees niet helemaal niet!

Graeme Simsion – Het Rosie Effect
(Vertaald uit het Engels door Linda Broeder)

Vorige maand schreef ik al dat ik ook het vervolg van Het Rosie Project wilde lezen, en dat heb ik zowaar gedaan. Het viel niet tegen! Het is in principe meer van het (leuke) zelfde en na twee boeken is het ook wel genoeg, maar ik denk dat de auteur dat ook vond, want volgens mij zijn er niet nog meer delen. En in dit boek gaat het veel over zwangerschap/baby’s, wat natuurlijk wel bij mijn leven past op dit moment.

Dori Katz – Looking For Strangers
The University of Chicago Press geeft iedere maand gratis een e-book uit haar fonds weg. Vaak zijn deze boeken wat wetenschappelijk (goh) om ‘zomaar’ te lezen, maar soms komt er ineens iets interessants voorbij. In dit boek onderzoekt Dori Katz haar eigen geschiedenis. Ze is van Joodse afkomst en woonde als kind in de Tweede Wereldoorlog in België. Haar vader en andere familieleden werden weggevoerd naar de vernietigingskampen en zelf zat ze ondergedoken bij een Belgische familie. Ze probeert het lot van haar vader te achterhalen en wil heel graag de mensen ontmoeten die haar destijds in huis hebben genomen, voor zover zij nog leven. Ik vond het een interessant en aangrijpend verhaal, maar ook wat… mager? Ik wil uiteraard niets afdoen aan de verschrikkingen, maar het is misschien interessanter als je weinig weet over de Tweede Wereldoorlog in Europa. Zoals aanvankelijk geldt voor Katz zelf. Daarnaast is het vooral jammer dat niemand die Nederlands/Vlaams spreekt het manuscript heeft gelezen. De auteur is later in haar jeugd naar Amerika geëmigreerd en lijkt nogal trots op de paar woorden/zinnen in het Nederlands die ze zich nog herinnert. Alleen noemt ze straten ‘Strasse’ en zou de vader van het onderduikgezin haar een lied hebben geleerd dat begint met ‘Vogel, vogel frei’…

Vicky Francken – Röntgenfotomodel
Een goede dichtbundel krijg je nooit uit, maar dat zou dan ook betekenen dat ik er nooit over kan bloggen, dus ik vermeld deze hier nu toch maar vast. Ik ken Vicky al heel lang uit het schrijfwereldje, en ik vind het heel tof dat ze eindelijk een bundel heeft gepubliceerd. En daar laat ik het voor nu gewoon even bij :)

Bonus: Zadie Smith – ‘The Embassy of Cambodia’
Het is geen boek, maar ik heb het wel op mijn e-reader gelezen: dit verhaal van Zadie Smith. Ik hou erg van haar werk, al moet ik me om de een of andere reden wel altijd tot het lezen van haar boeken zetten, het is geen lichte kost. Ik weet niet of dat binnenkort al weer gaat lukken, maar dit verhaal was een goede dosis Zadie voor mij op dit moment! Het goede nieuws (waarom wist ik dit niet?): op de site van The New Yorker staan nog meer stukken van haar hand.

Boeken van januari

Opnieuw niet veel gelezen deze maand, maar ook niet helemaal niet. Dat is vooral te danken aan de e-reader, die makkelijker op schoot te houden is tijdens een voeding/in combinatie met een baby dan een papieren boek. Bovendien wees M. me er een tijdje geleden op dat je de letters wel degelijk groter kan maken… Mijn ogen zijn haar dankbaar.

Sabine Wisman – Spelen met je kindje

Dit boekje zat in het BoekStart-koffertje dat M. kreeg toen ze S. inschreef bij de bibliotheek. Er staan spelletjes, versjes en liedjes in voor verschillende leeftijden en wat info over ontwikkeling. Het is een dun boekje, maar wel vrolijk en inspirerend.

L.T. Meade – Annie Forest. Een verhaal van eene meisjeskostschool
(De titelpagina vermeldt ‘Uit het Engelsch naar L.T. Meade door Rosa’, ik weet niet of het puur een vertaling is of meer een bewerking.)

Dit boek vond ik op dbnl, er zal inmiddels geen auteursrecht meer op rusten. Het wekte uiteraard mijn interesse omdat het een kostschoolboek is. Uit 1889. De omgangsvormen en het taalgebruik waren vervreemdend, maar interessant. Het verhaal was voorspelbaar, maar dat mag in kostschoolboeken. En zulke zigeuners zie je niet veel meer tegenwoordig!

Graeme Simsion – Het Rosie Project
(Vertaald uit het Engels door Linda Broeder)

Dit is natuurlijk een erg bekend en populair boek, maar zoals gewoonlijk lees ik het pas als iedereen het verder al gelezen heeft. Het voordeel daarvan is dat ik nu gelijk door kan met deel 2. Wat een fantastisch boek, en het is ook nog eens een debuut. Het gaat over Don Tillman, een professor in de genetica die door middel van een uitgebreide vragenlijst op zoek gaat naar een echtgenote. Dan ontmoet hij Rosie, een jonge vrouw die totaal ongeschikt is voor die functie, maar die hij wel wil helpen om haar biologische vader te vinden. Belabberde samenvatting, maar het knappe aan het boek is de stem van Don, zijn wereldbeeld en hoe hij alles verwoordt. Hij lijkt een autismespectrumstoornis te hebben en dat maakt hem een erg toffe hoofdpersoon, omdat hij de gewoonste dingen ongewoon beziet, in de vreemdste situaties terechtkomt en vaak onbedoeld grappig is. Hopelijk maakt deel 2, Het Rosie Effect, mijn hoge verwachtingen waar!