Boeken van mei/juni

Maarten ’t Hart – Een vlucht regenwulpen

In de uitgave van Nederland Leest, geen idee meer of ik die zelf heb opgehaald of door iemand anders in mijn maag gesplitst heb gekregen. Ooit natuurlijk zeker een boek dat je gelezen moest hebben als je iets had met Nederlandse literatuur, maar ik heb de indruk dat dat wel een beetje geweest is. Het was leuker dan ik dacht dat het zou zijn, al vond ik de hoofdpersoon op een gegeven moment behoorlijk creepy in hoe hij spreekt over vrouwen in het algemeen en zijn geheime liefde in het bijzonder.

Saskia De Coster – Nachtouders

Dit boek wilden we lezen na een interview met Saskia De Coster in Volkskrant Magazine. Dat hadden meer mensen uiteraard bedacht (het boek was dan ook de aanleiding voor het interview), dus we moesten even wachten tot het bibliotheekboek binnen was. En toen bleken we ook nog een exemplaar te hebben met een dubbel katern erin (en dus ook een ontbrekend katern). Het is best een fragmentarisch boek, dus ik heb het vast uitgelezen terwijl ik wachtte op een compleet exemplaar. Er moeten haast toch mensen geweest zijn die dat boek hebben geleend en er niets van hebben gezegd, apart. Of misschien ook niet, want op Twitter reageerden de bibliotheek en uitgeverij Das Mag heel snel en goed op mijn ‘klacht’, maar de biebmedewerkster op locatie leek totaal niet geïnteresseerd, dat je je afvraagt of ze dat verkeerd gebonden boek zo weer in de kast zet als je weg bent. Maar goed, ik heb uiteindelijk het complete boek gelezen en het was mooi en interessant. Er zijn zo ontzettend weinig boeken over lesbisch ouderschap, ik duik erop als ik er een vind. Ik was even bang dat dit het boek zou zijn dat ik zelf ooit zou willen maken, maar het leek er niet echt op, al was het maar omdat wij geen bekende donor hebben die opgegroeid is op een Canadees hippie-eiland, en dus ook niet op dat eiland zullen belanden met onze kinderen. En gelukkig ook omdat wij niet zulke bekrompen, negatieve ouders hebben als Saskia. En om allerlei andere redenen. Het leek er eigenlijk helemaal niet op, behalve dan dat zij ook twee moeders zijn en dat je dan blijkbaar bepaalde reacties oproept. Om eerlijk te zijn interesseerde mij het verblijf op het eiland wat minder. Helaas, want daar verblijven ze vrijwel het hele boek… De gesprekken tussen de moeders, de situaties waar ze in terechtkomen, de gedachten over schrijverschap en moederschap, heel boeiend en raak en herkenbaar, al was het maar dat Saskia de negatie niet hoort als iemand ‘geen paniek’ zegt. Ze wisselt trouwens steeds van de derde naar de eerste persoon en terug. Ik vond dat niet per se geweldig, maar wel interessant om te zien dat het dus wel kán.

Claudia de Breij – Neem een geit

Ik was eigenlijk in de bibliotheek op zoek naar het boek hieronder, maar dit boek zag ik eerst. Ik wist dat het bestond, maar ik was er niet zo in geïnteresseerd. Ik dacht dat het vooral heel veel korte interviewtjes waren met BN’ers, maar het aantal BN’ers viel mee (ze komen vaker terug) en het was vooral een persoonlijker boek dan ik had dacht. Ik lees, hoor en zie Claudia de Breij nog altijd graag, dus dat vond ik een pluspunt. Er worden heel wat open deuren in getrapt (het is een boek met adviezen over hoe te leven), maar er staan toch ook wel mooie verhalen en anekdotes in, en dingen die me lieten nadenken. Zoals dat mensen er vaak van uitgaan dat je doet wat je wil, dat ze het vaak niet zien als je iets niet wil, maar toch doet (bijvoorbeeld voor iemand anders). Dat je dus duidelijk moet zijn over wat je wil. Dat je complimenten niet voor je moet houden.


Liesbeth Smit – Ik moet nog even kijken of ik kan

Dit boek, over introversie, gaat over mij. Ik kon zo ongeveer alle vakjes van de ‘introvertenbingo’ voor in het boek afstrepen. Die herkenbaarheid was heel fijn. Daarnaast is het ook best een grappig boek. Het leek me wel een boek waarin voor eigen parochie wordt gepreekt, ook al staan er dan tips in voor extraverten om met introverten om te gaan (en vice versa). Daarnaast is het ook een erg roze boek, met felroze vlakken en tekst die ik niet altijd even goed leesbaar vond. Ik ben zelf helemaal niet van bepaalde kleuren voor bepaalde geslachten, maar ik vond dit toch een vreemde keuze, alsof introversie speciaal iets voor vrouwen is.

Nog meer boeken

Toch even kijken of ik het weer een beetje beter bij kan houden. In ieder geval ben ik er blij mee dat ik weer lees (ik vermoed dat het weer veel minder zal worden als ik weer werk, en voor mijn werk lees).

Hanna Bervoets – Fuzzie

Ik ren niet meteen naar de winkel als Hanna Bervoets een nieuwe roman publiceert, maar vaak lees ik hem uiteindelijk wel. Fuzzie vond ik terug op queerboeken.nl. Het is eigenlijk een site met boekentips voor scholieren die voor hun lijst moeten lezen, maar ook handig om in de gaten te houden als je zoals ik altijd op zoek bent naar goede lesbische boeken die je nog niet kent. Nu is dit boek niet ontzettend lesbisch, maar dat is ergens ook wel fijn, als de plot niet draait om uit de kast komen, als er geen nadruk op wordt gelegd (ik heb veel ideeën en gedachten over queerboeken, maar dat zou iets zijn voor een aparte blog, naast dat ik nog altijd vind dat ik niet alle recht van spreken heb zolang ik zelf geen queerboek heb gepubliceerd). Het boek gaat over verschillende mensen die pluizige gekleurde bolletjes krijgen. Die tegen ze praten. Een erg origineel gegeven, dat sowieso, en het biedt ook volop ruimte voor de filosofische bespiegelingen waar Bervoets zo dol op is (want die bolletjes zijn dus nogal filosofisch aangelegd). Helaas gaat het veel over een man met een hond, ik heb niks met honden. De compositie vond ik wel erg mooi, en ook dat een van de personages op een gegeven moment zegt (het boek is allang terug naar de bibliotheek, dus ik heb helaas de precieze formulering niet paraat) dat haar ouders haar zien als een feuilleton, terwijl zij zichzelf liever ziet als een bundel korte verhalen. Sommige observaties zijn prachtig, op andere momenten gaan ze te lang door. Maar dat vind ik eigenlijk altijd in haar boeken. Meestal wordt het op een bepaald punt in het verhaal ook ineens supergruwelijk, en daar kan ik niet zo goed tegen. In dit boek gelukkig niet!

Ali Smith – How to Be Both

Ik schrijf normaal gesproken niet over boeken die ik niet uitlees. Ik lees ook niet vaak boeken niet uit. Ik heb dit boek niet uitgelezen. Sterker nog, ik heb slechts de helft gelezen. Alleen het ene verhaal, dat over George (v) in 2013. De andere helft van het boek beslaat het verhaal over Francesco del Cossa, een of andere schilder uit de renaissance. Ik miste George te veel in het andere deel en begreep er te weinig van. Zo jammer, want het deel vanuit George vond ik echt heel goed en inspirerend. Smith beweegt zich ongelooflijk knap door de tijd, en ze vertelt zo mooi, zo poëtisch, het is zo écht en grappig. En talig, vandaar dat ik nog speel met de gedachte om de Nederlandse vertaling een keer te proberen. Om te zien hoe die is, en in de hoop dat ik de tekst vanuit de schilder dan beter begrijp. Mijn Engels is best goed, maar ik dacht soms dat het hiervoor niet goed genoeg is. Ik doe het totaal geen recht met deze samenvatting, maar George heeft haar moeder verloren, die moeder was druk met het werk van de schilder uit het andere deel, George raakt daardoor ook gefascineerd door hem, en ik geloof dat hij haar dan weer observeert.

Oké. Ik had eigenlijk genoteerd dat het me te weinig interesseerde om de vertaling een kans te geven, maar toen ging ik reviews lezen op Goodreads om te zien hoe dom ik precies ben of er meer mensen waren die het deel over die schilder niet doorkwamen (die waren er) en toen kwam ik erachter dat er twee verschillende versies van het boek bestaan, expres. In sommige exemplaren komt het verhaal vanuit de schilder eerst, in andere het verhaal vanuit George. Wow. Wat intrigerend! *literatuurwetenschapperhart gaat weer sneller kloppen* Ik vraag me af of de aardige mevrouw van Gay’s the Word dat ook wist. Misschien niet. Achteraf gezien denk ik dat zij het had over de versie waarin het verhaal van de schilder eerst kwam, want ze zei dat we waarschijnlijk bij de eerste pagina’s zouden denken: Wat ís dit voor boek? En dat vond ik dus enorm meevallen toen ik het ging lezen… Hm. Misschien ben ik er toch nog niet helemaal klaar mee.

Alison Bechdel – Are You My Mother?

Dit boek kreeg ik van M. voor mijn verjaardag. Absoluut ook zodat ze het zelf kon lezen, maar ik ben er superblij mee. Alison Bechdel heeft Fun Home geschreven en getekend, en o, wat houd ik veel van Fun Home. Van het boek, en ook van de musical, die we vorige zomer in Londen hebben gezien (toen kwamen we ook toevallig bij Gay’s the Word terecht). Deze zomer spelen ze een Nederlandstalige versie in Amsterdam (maar liefst twee weken lang, tijdens de Gay Pride, want het is natuurlijk voor een specifieke doelgroep en commercieel niet interessant genoeg, pff, mensen weten niet wat ze missen). Uiteraard hebben M. en ik al kaarten. Ik checkte net even of ik inderdaad al eerder over Fun Home had geschreven hier. Had ik, en zie, niet vaak, maar soms gaat iets ook gewoon wél precies zoals je wilt, want ik schreef toen dat ik hoopte dat de musical nog eens dichterbij te zien zou zijn (destijds alleen in New York) en nu hebben we hem gewoon in Londen gezien en gaan we hem nog zien in Amsterdam! Goed, en nu iets over Are You My Mother? Dat moet je lezen na Fun Home, en dan ben je nog meer fan. Het is eenzelfde soort graphic novel als Fun Home, maar het speelt later, als Alison Bechdel werkt aan Fun Home. Daarom fascineerde het me ook zo, het is een kijkje achter de schermen. De titel zegt het al, dit boek gaat veel meer over haar moeder (en Fun Home over haar vader). En meer over haar volwassen leven en schrijverschap. Het staat vol psychologie, en is daarmee misschien nog wel ingewikkelder dan Fun Home, ook hier had ik wel weer wat ‘Ik ben hier te dom voor’-momenten. Maar het is vooral erg mooi en ontroerend en eerlijk en grappig.

Weer eens een boekenblog

Er waren tijden dat ik dit elke maand deed, de boeken bespreken die ik had gelezen. Totdat ik geen boeken meer las in mijn vrije tijd (en ook amper meer blogde). Mijn hoofd stond er niet naar. Ik probeerde de krant te lezen, maar las vooral talloze oude Margrieten, nummers van Ouders van Nu en alle zwangerschapstijdschriften waar ik aan kon komen. Vorig jaar zomer waren M. en ik in Londen, en ook al las ik op dat moment niet, ik moest natuurlijk wel uitgebreid naar Waterstones. Daar kwamen we erachter hoe briljant Bette Westera Kaatje Kip heeft vertaald (de Engelse vertaling was veel saaier), maar ik kocht er ook dit boek.

Ann Hood – Knitting Yarns. Writers on Knitting

Ik lás het ook, maar deed daar maanden over. Terwijl het allemaal korte stukken zijn van schrijvers over breien. Klinkt misschien saai, was het voor mij vaak niet. Oké, er staan een paar teksten in van mensen die zelf niet kunnen breien en ook niet heel veel meer te melden hebben dan dat, maar ook een paar verhalen die me ontroerden, waarin mensen prachtig vertellen over hun overleden geliefden (vaak moeders of oma’s). Waarin ik iets teruglas van wat het voor mij betekent.

Ik heb hier nog behoorlijk wat ongelezen boeken liggen. Je krijgt weleens wat, zeker als redacteur. En die kan ik dan vaak toch niet wegdoen voor ik ze gelezen heb. Waardoor ze hier rustig jaren blijven liggen. Op een dag besloot ik er toch weer eens eentje te proberen. Dat werd dit boek.

Julie Cohen – Zij, jij en ik
(Falling, vertaald uit het Engels door Anna Livestro)

Uitgegeven door De Fontein, en als ik niet met zwangerschapsverlof ben, werk ik veel voor hun jeugdfonds. Volgens mij heb ik het gekregen na een van hun zomerfeestjes.
Als ik hetero was geweest, zou ik misschien meer van romantische boeken houden dan nu, denk ik vaak. Ik lees ze met name voor mijn werk voor HarperCollins veel, vaak met plezier, maar ze gaan zelden over mij. Het wordt zo vaak gezegd in het kader van leesbevordering, hoe lezen je blik kan verruimen, en dat onderschrijf ik zeker, maar herkenbaarheid en identificatie zijn ook belangrijk. Het hoeft niet altijd over mensen zoals jij te gaan, maar als het daar zowat nooit over gaat, is dat toch jammer.
Dit boek is zonder meer romantisch. Het is geschreven vanuit drie personages. Honor is een oudere intellectuele vrouw die tot haar afgrijzen fysiek aftakelt. Nadat ze haar heup breekt, stelt haar schoondochter Jo voor dat Honor bij haar in huis komt. Beiden missen Stephen, hun overleden man/zoon, maar elkaar hebben ze nooit gemogen. Jo probeert zich staande te houden als alleenstaande moeder van drie kinderen van twee mannen. Haar tienerdochter, Honors kleindochter Lydia, is verliefd op haar beste vriendin.
Voor mij was het erg fijn dat het perspectief steeds wisselt. Ik las twee, drie hoofdstukken per dag om weer een beetje in het leesritme te komen. En ik vond het een heel fijn boek, ik moest (enigszins onder invloed van de zwangerschapshormonen) zelfs huilen tegen het einde. Het heeft dus zowaar een roze lijntje, bonuspunten, maar Jo’s gehannes staat in deze fase van m’n leven misschien nog wel dichter bij mij (best een vreemde gewaarwording).

En toen werd D. geboren en las ik weer een tijdje niets. Tot ik besloot om tijdens de nachtvoedingen te lezen, in de hoop dat ik dan niet in slaap zou vallen. Ik voed in bed, maar wel half rechtop omdat ik liggend voeden niet prettig vind. Als ze slaapt, wil ik zó graag plat liggen zonder baby (nu dat een optie is, in het begin sliep ze ’s nachts ook niet in haar eigen bed, nu meestal alleen overdag niet). Ik ben een paar keer in slaap gevallen met D. op me, om dan pas weer wakker te worden bij de volgende voeding, en dat vloog me zo aan. Het te lezen boek bij deze activiteit moet saai genoeg zijn om daarna direct te kunnen slapen, maar ook interessant genoeg om wakker te blijven. Nog best lastig!
Ik las eerst

Matt Dings – Jonge jaren

Bundeling van stukjes (eerder gepubliceerd in HP/De Tijd) waarin BN’ers vertellen over hun jeugd. Alles bij elkaar beslaat het een lange periode, dus je ziet veel dingen in het land, in levens veranderen (de BN’ers zijn gesorteerd op geboortejaar). De stukjes zijn echter behoorlijk kort, dus het blijft allemaal vrij oppervlakkig. En de ene persoon heeft natuurlijk ook een interessanter verhaal dan de ander, de ene persoon vind ik interessanter dan de ander (ik kende ook niet iedereen). Dit boek heb ik volgens mij ooit gekregen op Manuscripta en ga ik niet houden.

Het volgende nachtboek was

De vele gezichten van Anne Frank. Visies op een fenomeen.
(Samengesteld door Gerrold van der Stroom, deels vertaald door Krijn Peter Hesselink)

Ik weet niet meer hoe ik aan dit boek ben gekomen. Ooit een keer tweedehands gekocht, misschien? Ik ben in ieder geval genoeg in Anne Frank en de Tweede Wereldoorlog geïnteresseerd om het jaren te houden, maar blijkbaar niet geïnteresseerd genoeg om het eerder te lezen. Het is een verzameling artikelen en essays, met name over haar dagboek. Voor hoe ik het nu heb gelezen was het fijn dat het afzonderlijke stukken waren, maar eigenlijk werkte dat niet zo goed, erg veel herhaling (hoe vaak er wel niet in staat dat er een a-, b- en c-versie van het dagboek bestaan) en een gebrek aan duiding. Ik had liever een samenhangend verhaal gelezen, zeker omdat sommige auteurs elkaar tegenspreken. Er stonden wel interessante dingen in, bijvoorbeeld hoe uitzonderlijk het was (en extra gevaarlijk) dat de familie Frank als gezin op een locatie onderdook en hoe opmerkelijk het eigenlijk is dat Anne Frank hét symbool is van de Holocaust, terwijl het daar in haar wereldberoemde dagboek nauwelijks over gaat. En dat het daardoor volstrekt normaal is dat jonge tieners het lezen en bewonderen (ikzelf vormde hierop geen uitzondering, ik geloof dat ik het voor het eerst las toen ik elf was). Wat dat zegt over ons, over wat we wel en niet willen weten over verschrikkingen. Van sommige stukken ging het hart van de literatuurwetenschapper in mij sneller kloppen. Daarnaast werd er een aantal keer verwezen naar de documentaire De laatste zeven maanden van Anne Frank van Willy Lindner, die ik inmiddels ook heb gezien. Een zeer indrukwekkende documentaire waarin de verschrikkingen juist wél aan bod komen, omdat er vrouwen in worden geïnterviewd die de concentratiekampen hebben overleefd. Zij hebben Anne daar nog gezien, vandaar de titel. En ik ben er dus ook via Anne op uitgekomen, maar die insteek vond ik eigenlijk niet helemaal goed gekozen. De verhalen van die vrouwen draaien namelijk nauwelijks om Anne, het gaat om die vrouwen zelf, en dat moet ook. Zij hebben hun eigen verhalen, die moeten we net zo goed horen als dat van Anne.

Mirjam Oldenhave – Weet ik veel. Dagboek van een pleegmoeder

Ik geloof niet dat ik ooit een kinderboek van Mirjam Oldenhave heb gelezen (misschien schreef ze ook nog niet toen ik tot de doelgroep behoorde?), maar dit heb ik in een ruk uitgelezen. In het boek, de titel zegt het al, schrijft Oldenhave over haar leven als pleegmoeder, in dit geval van Esi, die oorspronkelijk uit Ghana komt. Oldenhave en haar vriend vangen tijdelijk kinderen op, en aan het begin van het boek komt Esi bij hen wonen. Ik vond alles er interessant aan: hoe ze aan elkaar wennen, het gedrag van Esi, de gevoelens en gedachten van Oldenhave, hoe pleegzorg werkt. Nu ben ik sowieso wel iemand die boeken en documentaires over opvoeding, (speciaal) onderwijs, jeugdzorg en meer van dat soort onderwerpen verslindt, maar dit is ook echt lekker vlot en goed geschreven. Ontzettend veel respect voor Oldenhave en andere pleegouders, zo knap wat zij doen, zij maken verschil.

Mark van der Werf – Meester Mark graaft door. Op reis door vijftig jaar onderwijs

Zoals ik al zei, boeken over onderwijs. Daar heeft ‘meester Mark’ er inmiddels een heel stel van geschreven (meester is hij niet meer, hij was zij-instromer in het onderwijs, zijn eerste boek ging daarover). Dit boek gaat ook nog eens over onderwijs van vroeger, onderwijs én geschiedenis, bonuspunten. Hij heeft (oud-)leerkrachten geïnterviewd en schetst op basis van die interviews een beeld van vijftig jaar Nederlands basisonderwijs. Een boek vol fijne anekdotes. Ik moet alleen mijn diensten wel echt gaan aanbieden bij zijn uitgeverij als ik straks weer aan het werk ben, want ook in dit boek kwam ik weer allerlei fouten tegen (terwijl ik het dus niet las ‘als redacteur’, maar half slapend tijdens voedingen…)

Ik stel deze boekenblog al zo lang uit dat ik inmiddels alweer meer boeken heb gelezen (hier ben ik zelf nogal opgetogen over). Maar daarover een volgende keer.

Boek van januari

Vorige maand slechts een boek (uit)gelezen. Maar wel een dik boek en de verhuizing vond plaats en waarom zou ik mezelf eigenlijk verdedigen voor mijn leesgedrag op mijn blog?

Jonathan Safran Foer – Hier ben ik
(Here I Am, vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

Extremely Loud and Incredibly Close is me dierbaar. We hebben in het nieuwe huis één boekenkast in de woonkamer staan met daarin een soort best of, en daar moest dat boek zeker tussen staan. Ik heb het ooit gekocht en gelezen toen ik een maand op Interrail was en het blies me toen echt omver. De stem van de hoofdpersoon, het verhaal, de opbouw, de vormgeving, ik vond alles even fantastisch. De vertaling van Everything is Illuminated ligt hier nog. Ik heb het ooit in het Engels gelezen en toen pakte het me minder. Maar de combinatie van mijn beheersing van het Engels en die van de hoofdpersoon uit dat boek was ook geen gelukkige, dus ik wil de vertaling nog een kans geven. Een keer. Zijn non-fictieboek Eating Animals durf ik niet te lezen, hoewel ik al weinig vlees eet, en zo kwam ik nu dan uit bij zijn nieuwste roman, die inmiddels niet zo heel nieuw meer is.

Overheersend gevoel bij dit boek: ik ben hier te dom voor. O, er zitten briljante dingen in. Hij is zó goed in gesprekken, in kinderstemmen (en de vertaalsters dus ook!). Het is vaak zo geestig. Een van de personages is druk met een Second Life-achtige wereld, en dat is ook zo knap gedaan, de chats, de details. Er was weer van alles wat ik zelf geschreven zou willen hebben. Het is zeker een goed boek, maar ook zo… politiek? Intellectueel? Joods? Alle drie wel. En dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn, maar het vergt een hoop concentratie, die ik (op dit moment) niet echt kon opbrengen.

Boeken van november en december

De boeken van de laatste twee maanden neem ik maar samen, omdat ik er eerder niet aan toegekomen ben erover te bloggen. Helaas kan dat ook makkelijk qua aantal…

Monica Soeting – Cissy van Marxveldt. Een biografie

Fijne biografie! Afgezien van het werk van Joop ter Heul ken ik het werk van Cissy Van Marxveldt (pseudoniem van Setske de Haan) eigenlijk niet, maar dat hoeft ook niet per se voor dit boek. Van Marxveldt had een interessant leven, inclusief een buitenlands avontuur (in Engeland als jong meisje) en allerlei verwikkelingen in de Tweede Wereldoorlog (vooral ook rond haar Joodse echtgenoot). Er zijn veel bekende fans van haar werk (onder andere Anne Frank en koningin Juliana). Het boek gaat ook uitgebreid in op de positie van vrouwelijke auteurs en hoe zij zichzelf presenteerden, dat vond ik erg interessant. Ik heb veel bewondering voor het werk van biografen, en ik vind het dan ook altijd leuk om door de tekst heen iets terug te zien van hun werkwijze en inspanningen. Van hun eigen mening ook wel, al moet die natuurlijk niet gaan overheersen. Soeting vindt het duidelijk erg jammer dat Van Marxveldt zo weinig gaf om haar persoonlijke papieren en zo weinig heeft bewaard (uiteraard vindt ze dat, als biograaf). En ik vond het heel grappig dat ze de spelletjes die Setske in het pension speelt met de andere huurders duidelijk een stuk minder hilarisch vindt dan Setske zelf. Het idee om geblinddoekt met twee lepels iemand af te tasten en te raden wie het is sprak mij ook niet direct aan…

Kristine Groenhart – Reach for the stars

Weer een nieuw deel van de kostschoolserie Mulberry House, uiteraard moest ik ook dit deel weer lezen. Ik merkte dat ik me beschamend slecht herinnerde wat er in de vorige delen is gebeurd, maar ik vond dit deel toch wel weer leuk om even te lezen (volgens mij schrijf ik dit over elk deel).

Rosita Steenbeek – Rose. Een familie in oorlogstijd

Ik heb twee jaar geleden met Rosita Steenbeek mogen optreden , en ik weet dat ze toen over dit boek heeft verteld, maar ik kan me daar verder heel weinig van herinneren. Dat zal ongetwijfeld aan mijn eigen zenuwen hebben gelegen. Nu ben ik dan eindelijk aan dit boek toegekomen. Wat een prachtig boek! Ik moest even wennen aan de verteltrant. Ze zit heel dicht op haar personages, haar eigen familieleden, lang voor haar geboorte. De grote lijnen zijn waargebeurd, maar ze moet de meeste gesprekken en details zelf hebben ingevuld. Ik wist even niet wat ik daarvan vond, maar al snel vergat ik dat eigenlijk volledig. Ik heb het idee dat ik best al het een en ander heb gelezen over de Tweede Wereldoorlog, maar dit boek was toch weer helemaal anders, omdat de hoofdpersoon van oorsprong Duits en Joods is en met een Nederlandse dominee trouwt. Zo aangrijpend en interessant hoe het haar en haar familie is vergaan. En dus heel levendig verteld.

Boeken van oktober

Arjeh Kalmann – Leef gelukkig!

Maar weer eens een boek uit de kast van de Eemlandse schrijvers meegenomen (als ik daar toch ben om mijn bundel goed in het zicht te zetten, tralala). Ik nam het mee, maar M. las het eerst, zo gaat het meestal. Zij was er nogal door gegrepen, dus ik had hoge verwachtingen, die uiteindelijk toch een beetje tegenvielen. De ondertitel zegt het al, het is een Joods familieportret in egodocumenten (voornamelijk brieven, maar ook sinterklaasgedichten, dagboeken enzovoort). Kalmann beschrijft de levens van de tien personen op de foto op het omslag en dan met name hun onderlinge relaties. Het is zijn eigen familie, en dat is zowel een voordeel als een nadeel, denk ik. Zou een buitenstaander over al dit fantastische materiaal hebben kunnen beschikken? Waarschijnlijk niet. Zou het boek gebaat zijn geweest bij wat meer afstand? Ja, dat denk ik wel. Het is zonder meer fascinerend hoe de familieleden met elkaar omgingen (mensen raakten voortdurend uit de gratie bij andere mensen, schreven elkaar venijnige brieven en roddelden over elkaar met derden). Bovendien is ook dit weer een belangrijke en erg interessante oorlogsgeschiedenis (een deel van de familie duikt onder, een deel vlucht naar Zwitserland). Ik had ook niet de indruk dat de auteur zijn familie spaart. Of zichzelf, want hij heeft zelf ook heel wat woedende epistels ontvangen, met name na de scheiding van zijn ouders (sommige verwijten waren verrassend herkenbaar). De auteur heeft volgens mij ook geworsteld met zijn positie, maar die worsteling had van mij niet in het boek terecht hoeven komen. Hij goochelt nu bijna het hele boek lang met formuleringen als ‘de auteur van dit boek’ en ‘de tweede zoon van Annie en Heinz’ om ‘ik’ maar niet hoeven te gebruiken, om zich dan uiteindelijk ‘bekend te maken’. Tegen die tijd vond ik het alleen maar bijzonder irritant, want je weet als lezer al de hele tijd dat hij aan het woord is. Daarnaast vond ik het ook een wat onevenwichtig boek. Ieder familielid op de foto heeft zijn of haar eigen deel gekregen, maar niet iedereen leefde even lang en schreef evenveel. Netty overleefde de oorlog niet. De auteur kent zijn eigen moeder het best, dus dat deel is het langst (daar komt hij zelf ook het meest in voor). Bovendien komen sommige brieven of delen daarvan in meerdere delen voor. Wat meer duiding en selectie (het boek bestaat nu grotendeels uit de primaire bronnen, de schrijvers daarvan krijgen ook terecht credits als ‘de echte auteurs van dit boek’) was misschien beter geweest. Ik ben blij dat ik het helemaal heb gelezen, maar het was af en toe best doorbijten. Ook voor de persklaarmaker/corrector, kreeg ik het idee, ik kwam tegen het einde meer foutjes tegen…

Martine Bijl – Hindergroen

Op Vlieland heb ik alleen dit boek gelezen, maar ik heb in ieder geval een boek gelezen (en tijdschriften). Dit is een bundel columns. Ik geloof dat we ergens hadden gelezen dat ze goed waren en de titel daarom hadden genoteerd, ik geloof niet dat ik al eens ergens een column van Martine Bijl had gelezen. Het probleem van columnbundels is natuurlijk dat daarin stukken achter elkaar staan die oorspronkelijk niet bedoeld waren om achter elkaar te lezen. Je loopt het risico dat het meer van hetzelfde lijkt. Dat vond ik bij deze bundel ook wel een beetje. Misschien vooral ook omdat ze vrij veel over de natuur schrijft (over haar tuin, over dieren) en ik dat niet zo interessant vond. Jammer genoeg schreef ze weinig over theater, televisie en het vertalen van musicals. Ik vond de columns op zich wel leuk, maar ik kreeg de indruk dat ze zichzelf ook nogal leuk vond, en dat vond ik dan weer wat minder.

Boeken van september

Carolijn Visser – Selma
Dit boek sprong vorig jaar nogal in het oog bij ons. Vreemd om overal die naam te zien zonder daar iets over te kunnen zeggen. En nu kon onze S. geen genoeg krijgen van de omslagfoto. Ze zag hem dan ook een tijdje best vaak, want M. en ik konden dit boek nauwelijks wegleggen. Het is zo aangrijpend. Selma was Joods, verloor haar moeder in de Tweede Wereldoorlog, trouwde zelf na de oorlog met een Chinees en ging met hem mee naar China. En daar ging het helemaal mis. De regel was toen dat je je Nederlandse paspoort kwijtraakte als je met een buitenlander trouwde. Door Nederland werd Selma na haar huwelijk dus gezien als Chinees, waardoor ze het in China veel moeilijker had dan andere buitenlanders (en het land ook niet zomaar kon verlaten). Tegelijkertijd werd ze door China gezien als westerling (/kapitalist/intellectueel). Ik vond het erg tragisch en indrukwekkend. En erg mooi opgeschreven.

Francine Oomen – Oomen stroomt over
Ik heb best veel van Oomens boeken gelezen. In ieder geval de complete Hoe overleef ik-serie (die kocht mijn zusje) en Lena Lijstje. Ik vond het een beetje jammer dat ze vanwege haar bekendheid haar slechte gedichten kon publiceren, maar zij en haar succes fascineren me ergens ook. Tot haar beste werk behoren wat mij betreft Het zwanenmeer, maar dan anders en de videoband van Saartje en Tommie die wij nog altijd met veel plezier bekeken toen we daar al veel te oud voor waren. We hadden eventueel een veel jonger broertje achter de hand, maar ik geloof niet dat we hem als excuus gebruikten. Zou ik alsnog kunnen doen nu met mijn dochter :)
Hoe overleef ik stopte, er werd een nieuwe serie gestart met dezelfde personages voor oudere lezers (zodat de personages eindelijk seks konden hebben, dat leek serieus een reden), na een matig boek verschenen er geen andere meer en werd het stil rond Oomen. Dit boek lijkt dat deels te verklaren, en is alleen daarom al interessant. Ik hoop nog heel lang niks te maken te hebben met het onderwerp (de overgang), en heb de medische details ook een beetje gescand. Maar het boek ziet er heel mooi uit, met allemaal tekeningen en collages van Oomen zelf. Ik vind het daarnaast een heel dapper boek, en ondanks alles ook grappig.

Henk van den Diepstraten – Efteling, kroniek van een sprookje

Ik hou van de Efteling. Ik heb de mensen die er als volwassene zonder kinderen nooit meer komen nooit begrepen. Ik denk graag terug aan de keren dat ik er geweest ben met mijn ouders en grootouders (mijn grootouders en vader leven helaas niet meer, dat maakt de herinneringen extra dierbaar) en later ook met vriendinnen, met M. en de schoonfamilie. De laatste keer was twee jaar geleden met M., C. en P. om het slagen van P. te vieren en was ook weer erg fijn, ik schreef er hier al iets over. Ik ga nu ook weer niet zo ontzettend vaak, maar heb nu toch het idee dat ik er al lang niet ben geweest. Vorig jaar mocht ik bijna nergens in (want zwanger) en nu heeft S. er nog niet echt iets aan. Ik kijk er wel heel erg naar uit om straks met mijn eigen gezin (ik kan dit niet schrijven zonder te denken: Wahaha, gezin) zulk soort dingen te doen. Hoe oppervlakkig ook, het leek me zelfs een van de mooie dingen aan een kind hebben toen ik nog geen kind had. Ik zag ons echt al gaan. Ik hoop dat het zo mag zijn over een poosje. Dit alles bij wijze van verklaring voor het feit dat ik dit boek las. Het is een jubileumboek, uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van het park in 2002. De nieuwste ontwikkelingen staan er dus niet in en heel kritisch is het ook niet. Zoals je kunt verwachten bij een jubileumboek, het is vooral een lofzang, het halve boek gaat over hoe hard iedereen werkte en wat voor geweldige oplossingen er werden bedacht voor problemen (er staan veel interviews in met oud-personeelsleden). Dat had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien. Maar er staan toch ook wel leuke weetjes en anekdotes in (bijvoorbeeld over Anton Pieck, die door zijn werkwijze de bijnaam ‘de milde dictator’ kreeg) en het mag denk ik ook wel gezegd worden dat het een uniek park is. Ik kreeg van het lezen in ieder geval veel zin om er weer eens heen te gaan.

Boeken van augustus

Jojo Moyes – Vier plus één
(The One Plus One, vertaald uit het Engels door Anna Livestro)

Dit boek stond al een hele tijd in de kast. Volgens mij zat het in de goodiebag die ik kreeg op het Zomerfeest van De Fontein, maar dan wel het feest van twee jaar geleden, niet dat van deze zomer… Ik was er ooit al weleens in begonnen, maar wist alleen nog dat in de openingsscène twee schoonmaaksters voorkomen (ik herinner me vaak de onbenulligste details uit boeken in plaats van de grote lijn, kan voor mijn werk erg onhandig zijn). Geen idee waarom ik het toen weer weg heb gelegd. In het boek gaan alleenstaande moeder Jess (die als schoonmaakster werkt, dat klopte dus wel), haar gothic stiefzoon Nicky, haar briljante dochter Tanzie en hun grote, stinkende hond Norman op weg naar Aberdeen. Daar is een wiskundewedstrijd waarmee Tanzie genoeg geld hoopt te winnen om naar een goede school te kunnen. Jess kan het schoolgeld niet betalen, en een heleboel andere dingen eigenlijk ook niet. Zoals geschikt vervoer. Hun brakke auto wordt door de politie van de weg gehaald. Gelukkig rijdt op dat moment Ed voorbij, bij wie Jess schoonmaakt. Ed had zijn zaakjes tot voor kort prima voor elkaar, maar nu dreigt hij te worden aangeklaagd wegens handel met voorkennis. Hij weet zelf niet precies waarom, maar hij biedt de hele familie een lift aan. Ze zijn een paar dagen onderweg, er gebeurt natuurlijk van alles en door de verschillende perspectieven kom je steeds meer over iedereen te weten. Ik had een beetje romantisch gezever verwacht, maar ik vond dit echt een leuk boek, het leest heel fijn. En ik was zelfs ontroerd tegen het einde, maar daar moet ik misschien de hormonen en de vermoeidheid de schuld van geven.

Emma Los – De canon van het onderwijs

Uit dit boek las ik vaak een paar ‘vensters’ voor het slapengaan. Het bespreekt iets van 30 ontwikkelingen in het onderwijs: iets historisch, iemand die iets belangrijks heeft bedacht, een methode… Heel afwisselend. Zoals je kunt verwachten in een overzichtsboek, gaat het allemaal niet heel diep. Ik lees natuurlijk wel vaker over dit thema, dus lang niet alles was nieuw voor mij. Een venster gaat bijvoorbeeld over Kees Boeke, zijn biografie las ik al eerder. Maar het was over het algemeen toch wel interessant. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat er naast het bekende leesplankje met aap-noot-mies ook een speciaal Indisch leesplankje bestond (met daarop o.a. ‘boe’ (baboe) en een ‘oom’ in tropenkostuum). Misschien toch nog maar een keer naar het Onderwijsmuseum, waar ik alleen een keer geweest ben toen het nog in Rotterdam zat. Of eigenlijk moet ik daar sowieso heen, omdat ze daar momenteel de tentoonstelling ‘Van het naadje en de kous’ hebben, over handwerken op school!

Ted van Lieshout en Philip Hopman – De dikke Boer Boris

Tante A. mocht van een of andere loterij een boek uitzoeken en wilde graag, heel lief, een boek voor S. uitzoeken. Ik lees graag voor, ja, ook nu al, maar ben wel een beetje een snob op dit gebied. Er zijn zo veel prachtige prenten- en kinderboeken, ik heb voor mijn gevoel geen tijd om genoegen te nemen met mindere. Tante A. is juf geweest en kende Boer Boris al. Hij kwam ook voorbij op de Midzomerkinderboekenborrel, maar dat was de eerste keer dat ik van hem hoorde (ter verdediging van mezelf: aan prentenboeken valt meestal weinig te redigeren, dus ik kom ze niet vaak tegen in mijn werk!). De verhalen zijn nog een beetje te lang voor S. op dit moment, denk ik, al zou ze misschien best de (fantastische) tekeningen al kunnen bekijken. Ik heb het boek alvast zelf gelezen en ben heel enthousiast! In De dikke Boer Boris zitten drie losse verhalen, die ook apart zijn uitgegeven: Boer Boris wil geen feest!, Boer Boris gaat naar de markt en Boer Boris en de maaier. De tekst is op rijm, met veel herhaling en grappige vondsten. Boer Boris zelf lijkt een soort Pluk van de Petteflet: in bepaalde opzichten een kind, in andere volwassen. Hier gaan we nog veel plezier aan beleven!

Boeken van juli

Ruud Meijer – Beroep huisvrouw. Geschiedenis van het Amersfoortse huishoudonderwijs

Dit boek vond ik in de bibliotheek in de kast met boeken van Eemlandse schrijvers (waar mijn eigen bundel ook te vinden is). Het leek me interessant en dat was het ook. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het niet helemaal van voor tot achter gelezen heb. Het is best aardig geschreven, maar soms behoorlijk droge kost. Het boek is duidelijk bedoeld om te informeren, niet om te entertainen. Het is bepaald geen literaire non-fictie (zou wel erg leuk geweest zijn!). Het boek gaat over de verschillende huishoudscholen die er ooit in Amersfoort waren, hoewel vooral heel veel over eentje en dan daarna nog even kort over twee andere, omdat daar een stuk minder materiaal over te vinden was. En dat dan geplaatst in een groter verband: de positie van de vrouw, de economische situatie in Nederland enzovoort. Er komen ook vrouwen aan het woord die op de huishoudscholen hebben gezeten of er lesgaven. Een leuke toevoeging, al vond ik de interviews helaas niet al te interessant, de meeste vrouwen sommen vooral op welke akten ze hebben gehaald en uit welke omliggende dorpen de leerlingen kwamen. Ik denk dat er leukere insteken mogelijk waren geweest met dit materiaal dan deze. Ik vond het bijvoorbeeld best saai dat er veel ruimte wordt besteed aan de verschillende gebouwen en de financiële situatie van de instellingen. Maar ik vond het wel interessant om te lezen hoe het gegaan is met het huishoudonderwijs in het algemeen, hoe het eerst een opstapje was voor meisjes die anders helemaal niet meer verder zouden mogen leren terwijl het later meer iets werd voor meisjes van wie men dacht dat ze verder toch niks konden. En natuurlijk extra leuk dat alles in het boek op mijn eigen stad was gericht.

Simon Cherry – De schat van Gruizelkaak
(Eddy Stone and the Epic Holiday Mash-Up, vertaald uit het Engels door Marjolein Algera)

Dit is het eerste boek over Eddie Kei. Ik heb het tweede boek over hem mogen persklaarmaken. Ik kreeg in dat kader het eerste boek ook toegestuurd, maar kwam er niet aan toe om dat al te lezen. Ik probeer eerdere delen altijd te lezen als ik boeken uit series redigeer (of herlezen als ik die eerdere delen ook heb geredigeerd), maar in dit geval is het feit dat de hoofdpersoon in beide boeken Eddie Kei heet zo ongeveer de enige overeenkomst. En dus bleef het toch liggen. Ik was wel heel enthousiast over het tweede boek, en daardoor toch ook erg benieuwd naar het eerste. En ik vond het eerste boek misschien nog wel leuker dan het eerste. ‘Zomaar’ lezen blijft heel anders dan voor werk lezen, zeker als ik vrij ben, ik heb de vertaalster inmiddels ontmoet, er kunnen allerlei redenen voor zijn. Voor beide boeken geldt dat ze heel origineel en grappig zijn. Heel levendig ook, met kleurrijke personages (die ook in de vertaling allemaal een geheel eigen stem hebben, razend knap gedaan). Vrijwel elke pagina gebeurt er wel weer iets onverwachts of geks. Soms misschien een tikje flauw voor volwassenen, maar ik heb echt zitten grinniken. Het zijn avonturenverhalen. In dit boek logeert Eddie bij zijn oma en treft hij op een dag een piraat aan in haar badkuip. Samen met deze piraat, ‘de bemanning’ (een oud vrouwtje met een kringloopwinkel) en een pinguïn die uit een waterpark is ontsnapt (en zichzelf een rasentertainer vindt), gaat hij op zoek naar een schat.

Dola de Jong – De thuiswacht

In de jaren veertig werd dit boek door alle uitgevers afgewezen vanwege de ‘schandelijke inhoud’. Er komen namelijk lesbische vrouwen in voor. Natuurlijk kun je ervan uitgaan dat het zeventig jaar later niet zo heel schokkend blijkt te zijn allemaal. Het gaat over twee huisgenotes: een inderdaad lesbisch en de ander een zorgelijk type dat dat aanvankelijk niet doorheeft. Ergens raakte het me wel, al moest ik erg wennen aan de stijl en had ik ergens toch gehoopt dat het meer over een lesbische relatie zou gaan in plaats van over een wat kleurloze vrouw die het allemaal niet zo goed weet. Onder andere in het nawoord wordt er zonder meer van uitgegaan dat beide vrouwen lesbisch zijn, maar zelf zag ik dat toch anders. O, en het is zo’n boek met overduidelijke terugblikken in de trant van ‘toen kon ik nog niet vermoeden dat…’, daar moet je van houden. Wat me echt stoorde was dat de flaptekst iets essentieels verraadt dat pas op 7/8 van het boek plaatsvindt. Het is een boek vol overpeinzingen en dat is op zich prima, maar toch een beetje sneu om dan zo ongeveer het enige spannende gegeven (dat te maken heeft met de oorlogsdreiging) achterop te kwakken.

Boeken van maanden

Om de een of andere reden kwam ik er niet aan toe om de afgelopen maanden een boekenblogje te maken. Ik las ook zo ontzettend weinig dat dat ook nauwelijks zin had. Maar laat ik er eens voor zorgen dat ik weer ‘bij’ ben, ook in het kader van Camp NaNoWrimo.

Amy Chua – Strijdlied van de tijgermoeder
(Battle Hymn of the Tiger Mother, vertaald uit het Engels door Wenneke Savenije)

Dit boek had M. uit de bieb geleend, ik weet eigenlijk niet waarom. Niet als inspiratie voor de opvoeding van S., mag ik hopen :) In dit boek vertelt Amy Chua hoe ze haar twee dochters opvoedt op Chinese wijze (het gezin woont in de VS). Goede cijfers halen, eindeloos muziek studeren en drillen, daar komt het zo’n beetje op neer. Het boek leest heel snel en ik vond het behoorlijk fascinerend hoe Chua aan de ene kant klaagt over hoe haar opvoeding de band met haar kinderen in de weg staat en aan de andere kant die opvoeding blijft verdedigen.

Nicolien Mizee – De wereld van Wollebrandt
Het tweede boek uit de Sterren van morgen-reeks dat ik heb gelezen. In maart schreef ik er al iets over. Het verhaal kende ik dus al door het eerdere boek, maar dit is vanuit het perspectief van een ander personage geschreven. Het beviel me beter, ik vond dit personage leuker en ik vond Nicolien Mizee ook beter schrijven. Ik weet niet of ik ook de andere delen nog ga lezen, ik geloof dat ik het wel een beetje gezien heb inmiddels.

J.K. Rowling – Fantastic Beasts and Where to Find Them (filmscript)

Toen deze film uitkwam, baarde ik S., en dus is het er niet van gekomen om hem te gaan zien. Naast dat ik sowieso niet zo’n filmkijker ben. Maar toen kwam ik erachter dat het script hiervan ook is uitgegeven, net als van het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child, dat ik vorig jaar las. Ik besloot het te lezen, want ik houd nu eenmaal nog steeds heel veel van de wereld van Harry Potter. Deze film (films, want er komen er meer) gaat niet over Harry Potter zelf, maar wel over de tovenaarswereld. Het verhaal speelt zich af in de jaren twintig in New York. Het gaat over Newt Scamander, later schrijver van het standaardwerk Fantastic Beasts and Where to Find Them, een van Harry’s schoolboeken. Vriendin C. vatte het eigenlijk heel aardig samen met: ‘Er ontsnappen allemaal van die beesten in New York en die moeten ze dan gaan vangen.’ Ik dacht eerst nog even dat mijn Engels niet goed genoeg was en dat ik van alles over het hoofd had gezien, maar op basis van een samenvatting die ik daarna las, geloof ik toch niet dat dat zo is. Ik vond er zeker leuke momenten en grappige details in zitten (daar is Rowling een meester in, vind ik), maar het grotere geheel boeide me niet zo. Misschien is het als film geweldig spectaculair, zou kunnen, maar ik zit op dit moment niet met smart te wachten op het tweede deel.

Sally Rooney – Conversations With Friends
Dit boek las ik via First to Read. Het is een Iers debuut van een piepjonge auteur en het wordt gepresenteerd als een literaire sensatie. De vertaalrechten zijn al verkocht aan allerlei landen, er schijnt ook een Nederlandse vertaling te komen. Ik lees niet vaak Ierse boeken. Niet bewust niet, het is maar een constatering. Leuk om een keer wel te doen, al had ik niet het idee dat er allerlei typisch Ierse elementen in zaten (maar ik ken Ierland helemaal niet). Het boek gaat over Frances en Bobbi, twee jonge vrouwen die ooit een relatie met elkaar hadden en nu optreden als spoken word artists. Dat vond ik zo veelbelovend klinken dat het boek alleen maar tegen kon vallen. Het viel me dan ook flink tegen. Het ging me veel te weinig over bovenstaand gegeven en veel te veel over de affaire die Frances krijgt met Nick, een getrouwde kerel. Nick is getrouwd met Melissa, die een portret gaat schrijven over Bobbi en Frances. Het boek gaat zo’n beetje over hun vieren, en dan nog een beetje over Frances’ relatie met haar ouders, studeren en haar lichamelijke klachten. De stijl vond ik echt wel goed, de tekst wordt op een goede manier afgewisseld met e-mails en chatgesprekken en ik wilde graag doorlezen, maar wel met in mijn achterhoofd dat er bijna iets interessants zou gaan gebeuren. En dat gebeurde dus niet, helaas.