Boeken van de laatste tijd

Griet op de Beeck – Gezien de feiten

Dit Boekenweekgeschenk slingerde hier nog rond. Ik heb Vele hemels boven de zevende en Kom hier dat ik u kus gelezen, het toneelstuk van Vele hemels gezien (het heeft hier verder niets mee te maken, maar wat hadden we toen toch een fijne avond doordat we ingeloot waren voor de Flintmobiel*). Ik weet het nooit zo met Op de Beecks werk, soms weet ze me enorm te raken en soms vind ik het maar sentimenteel geneuzel. Ik vind het in ieder geval inspirerend hoe ze de woorden van journalist Andrew Solomon doorgeeft: Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen.

Het verhaal in Gezien de feiten, over een weduwe die naar Afrika vertrekt om vrijwilligerswerk te doen en daar een nieuwe liefde opduikelt, boeide me niet zo, maar de gesprekken, vooral die tussen de weduwe, haar dochter en schoonzoon, vond ik echt heel goed!

Esther Verhoef – Nazomer

Dit is gewoon een lekker boek, over een Brabants meisje dat uitgroeit tot een beroemde modeontwerper. Het boek springt steeds heen en weer in de tijd, van haar jeugd, waarin ze door iedereen wordt tegengewerkt, naar het heden, waarin ze te maken krijgt met de overname van haar label. Ik vond de passages uit het verleden leuker, maar de hoofdstukken zijn zo kort dat ik er hoe dan ook doorheen vloog.

Ik kreeg wel de indruk dat Verhoef niet zoveel van de modewereld weet (ik ook niet, hoor), dat bleek ook wel uit het dankwoord achterin. Het stoorde me echter niet enorm.

Nicole Krauss – Donker woud
(Forest Dark, vertaald uit het Engels door Rob van der Veer)

Dit is geen boek om telkens ’s avonds een stukje uit te lezen. Wat ik deed. Ik heb lang gedacht dat ik het niet uit zou gaan lezen, het lukte me niet om me op het verhaal te concentreren. Verhalen. Een over Jules Epstein, een oude, rijke man uit New York die vrijwel alles weggeeft wat hij bezit en dan verdwijnt in Tel Aviv. En een over Nicole, een schrijver uit New York met huwelijksproblemen (de parallellen met Krauss’ eigen leven zijn moeilijk te negeren), die ook in Tel Aviv terechtkomt.

Het hielp dat ik op vakantie wat langer achter elkaar kon lezen, maar ik vond het een ingewikkeld boek, vol filosofische bespiegelingen over het multiversum, het jodendom, en dan is er nog de theorie dat Franz Kafka zijn eigen dood in scène zou hebben gezet en naar Israël zou zijn geëmigreerd (toen begon ik er eindelijk lekker in te komen, ik had hier nog wel meer over willen lezen).

Ik was te veel aan het opletten om van dit boek te genieten, ook al waren er zeker mooie en interessante passages. Zo wordt de schrijver vaak herkend, er komen zelfs mensen naar haar toe om te vertellen dat ze hun kind naar een van haar personages hebben vernoemd. Als ze in de problemen zit, hoopt ze ergens dat zo iemand opduikt, en aan de andere kant ook weer niet, ‘want als lezers van nut worden voor schrijvers is er eigenlijk iets verdachts aan de hand’.

In mijn herinnering is De geschiedenis van de liefde wat toegankelijker, maar dat durf ik nu haast niet meer te herlezen, straks blijkt dat ik dat ook niet heb begrepen. Ik ben altijd de eerste die roept dat mensen niet bang moeten zijn dat ze gedichten niet begrijpen, maar kennelijk stel ik aan mezelf en romans toch andere eisen.

* Dan word je thuis opgehaald, ontvangen met koffie en taart, naar je plaats gebracht, aan het eind van de avond in je jas geholpen en weer thuisgebracht, je krijgt een programma enzovoort. Fantastisch om mee te maken.

Boeken van juli

Hm, misschien zijn dit niet eens de boeken van juli alleen. Maar ik vond het weer eens tijd worden voor een boekenblogje!

Ronald Nijboer – Tabé Java, tabé Indië

De opa van Ronald Nijboer is na de Tweede Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië gegaan. Nijboer beschrijft wat hij daar heeft meegemaakt, onder andere aan de hand van de brieven van zijn opa. Het is een eerlijk, goed gedocumenteerd boek over een episode in de geschiedenis waar je hier nog altijd weinig over hoort. Ik had ook het idee dat ik zo een glimp op kon vangen van de ervaringen van mijn eigen opa. Hij is geboren in hetzelfde jaar, ook een boerenzoon (weliswaar uit een andere zuil) en hij is dus ook als vrijwilliger naar Indië geweest. Misschien hebben ze elkaar wel ontmoet, ga je dan toch denken. Hij zou als ordonnans op de motor niet gevochten hebben, maar of dat waar is… Ik was in ieder geval erg onder de indruk van dit boek. Van hoe Nijboer alles heeft uitgezocht, maar zeker ook van de inhoud.

Merel Corduwener – Polderpolonaise

Dit boek heb ik van C. gekregen voor mijn verjaardag, leuk om doorheen te bladeren. Er valt niet zoveel in te lezen, maar de antwoorden op de enquêtevragen vind ik het allerleukst (daar zijn de tekeningen deels ook op gebaseerd). Nederlanders vertellen onder andere (anoniem) waar ze zich aan ergeren en wat ze gisteravond hebben gegeten.

Steffie van den Oord – Honkvast

Ik dacht dat dit een boek was over mensen die al hun hele leven in hetzelfde huis woonden. Ik weet niet waar ik dat vandaan heb gehaald, want het klopt niet. De geïnterviewden woonden vaak wel al lang in hetzelfde huis, maar niet per se altijd al. Ze zijn vooral erg oud, net als in Van den Oords boek over honderdjarigen. Ze schrijft fijn, maar sommige verhalen deprimeerden me enorm (een lang leven betekent toch ook wel vaak veel ellende). En het omslag ziet er zo griezelig uit! Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Ze had M.’s oma ook nog wel kunnen interviewen.

Annet Schaap – Lampje

Lampje hadden we al eens gereserveerd in de bieb, maar na drie weken moest het terug omdat anderen het ook hadden gereserveerd en toen hadden we nog niet de kans gehad om het te lezen. Gelukkig kreeg M. het voor haar verjaardag van C. Ik vond het mooi! Het is wel echt zo’n Gouden Griffel-boek (het heeft dan ook de Gouden Griffel gewonnen). Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, ik bedoel geloof ik vooral dat dat voor mij geen voorwaarde is, dat ik ook graag kinderboeken lees (en redigeer) die nooit een Griffel zullen winnen. Dat boeken die een Griffel winnen vaak kinderboeken zijn die vooral in de smaak vallen bij volwassenen? Maar ik ben volwassen, dus… Laat ook maar. Lampje dus. Het is een sprookjesachtig verhaal over de dochter van de vuurtorenwachter die uit huis (uit de vuurtoren) wordt geplaatst en dan in een huis moet gaan werken met aparte bewoners, onder wie een gigantische, wat simpele jongen en een monster op zolder. De stijl vond ik niet geweldig, soms een beetje te veel over de hoofden van kinderen heen en ik had soms ook het idee dat ik Francine Oomen erin terug hoorde (Annet Schaap heeft jarenlang het werk van Francine Oomen geïllustreerd). Maar ik vond het verhaal wel erg vermakelijk. En hoe fantastisch moet het zijn om je eigen werk te kunnen illustreren? Of nou ja, het is niet bepaald rijkelijk geïllustreerd, maar dan in ieder geval om je eigen omslag te kunnen tekenen.