Boeken

Ik lees zo ongelooflijk weinig momenteel, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik vond dit bericht terug als concept, waaruit bleek dat ik toch nog wel een paar boeken had gelezen, zij het in een lange periode. Als ik erover schrijf, krijg ik soms weer meer zin in lezen, dus wie weet.

Rachel Hawkins – Her Royal Highness
(vertaald uit het Engels door Ella Vermeulen)

L. raadde me dit boek aan. Meisjes die verliefd worden op andere meisjes én een kostschool, dus je begrijpt, ik was er meteen voor in. Mijn indruk is nog steeds dat er vrij weinig ‘gewone’ boeken verschijnen met lesbische personages, laat staan over volwassen vrouwen (tenslotte ben ik al een tijdje geen young adult meer) of lesbische moeders. Er zijn mensen die anders beweren, maar als ik die om tips vraag, komen ze meestal met queerfantasy of queerhorror aanzetten, twee genres waar ik weinig mee heb. Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet goed op de hoogte ben van het Engelstalige aanbod dat niet wordt vertaald of te leen is in de bibliotheek, daar zou ik me misschien meer in moeten verdiepen.

Enfin, dit boek. Het is vooral een lief, zoet boek. Het bevestigde maar weer eens mijn vermoeden dat ik chicklit best leuk zou hebben gevonden als ik hetero was geweest. De Amerikaanse Millie ziet haar vriendin met een ander zoenen en vlucht weg naar een kostschool in Schotland. Daar deelt ze een kamer met Flora, een echte Schotse prinses die absoluut niet van plan is om het naar haar zin te hebben op de kostschool. Aanvankelijk kunnen Millie en Flora elkaar niet uitstaan, maar ja, ze zitten toch met elkaar opgescheept…

Helaas gaat het niet zoveel over de kostschool als ik graag zou willen (het kan nooit genoeg over de kostschool gaan). Daarnaast vond ik het storend dat er toch nog even expliciet benoemd moest worden dat Millie op meiden én jongens valt, terwijl verder uit het boek totaal niet blijkt dat ze bi is. Ik snap dat mensen die bi zijn ook graag boeken over zichzelf lezen, maar ik neem aan dat zij dan ook graag meer willen dan dat er alleen gezegd wordt dat iemand bi is. Dit lijkt me dan voor iedereen net niks. En ik vermoedde toch ook dat ze voorgesteld wordt als bi omdat het anders wel erg eng en moeilijk is voor de hetero’s. Ik zie dit soort ‘afzwakkingen’ net iets te vaak, ook bijvoorbeeld dat meisjes/vrouwen ineens toch ‘gewoon’ met een jongen/man eindigen en dat dat wel erg positief wordt voorgesteld, ze leefden nog lang en gelukkig met de natuurlijke orde hersteld. Er is al zo weinig, als ik dan eindelijk een lesbisch boek heb gevonden, mag het dan misschien een ‘echt’ lesbisch boek zijn? Bedankt.

Daarnaast was de Nederlandse vertaling helaas slecht geredigeerd. Ik lees zeker minder aandachtig als het niet voor mijn werk is, maar ik kwam zoveel fouten tegen dat ik op een gegeven moment aantekeningen ben gaan maken en de uitgeverij heb gecontacteerd.

Wim Daniëls – De lagere school

Luchtig boek met stukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen die met de lagere school te maken hebben (dus voor 1985, want toen werd het de basisschool). Gericht op babyboomers, maar toch ook wel leuk voor mij om even te lezen. Al wist ik veel al wel. Ook schokkend: sommige dingen herkende ik van mijn tweede basisschool (zoals van klein naar groot moeten gaan staan bij gym en dan eerst een paar rondjes moeten rennen), waaruit nog maar eens blijkt hoe belachelijk ouderwets die was. Ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Daniëls het zichzelf makkelijk had gemaakt door zijn Facebookvrienden te vragen om input en hun reacties vervolgens klakkeloos over te nemen in zijn boek. Niet alles wat zijn Facebookvrienden te vertellen hadden, was even interessant, en het boek richt zich daardoor ook behoorlijk op de lagere school in Brabant (ook wel weer grappig, aangezien mijn schoonfamilie uit dezelfde regio komt als de auteur en hem kent).

Shaun Bythell – Dagboek van een boekverkoper

Ik weet niet meer hoe dit boek op mijn leeslijst terecht is gekomen. Waarschijnlijk om de simpele reden dat ik geïnteresseerd ben in alles wat met het boekenvak te maken heeft. Tijdens mijn studie heb ik zelf ook in een boekhandel gewerkt, maar dat was zo’n grote boekhandel dat ik voornamelijk achter de kassa zat. Met veel plezier, overigens (en ik kan nu nog steeds goed boeken inpakken), maar dat was dus wel een totaal andere boekhandel als waar dit boek over gaat, want dat is een rommelige boekhandel in een klein plaatsje in Schotland waar ze voornamelijk tweedehandsboeken verkopen. Voor alle duidelijkheid: deze boekhandel bestaat echt, het boek is geschreven door de eigenaar, en hij beschrijft elke dag welke boeken hij verkoopt, inkoopt, de klanten, de medewerkers, zijn leven in het algemeen… Is dat niet saai? Eh… jawel. Soms wel. De meeste boeken die hij beschrijft kende ik niet, het is vaak bijzonder rustig in de winkel en zijn leven is niet bepaald spectaculair. Het had zeker wel wat, en ergens bleef ik benieuwd naar het vervolg, maar daar maakte het nawoord korte metten mee.

Elisabeth Leijnse – Cécile en Elsa, strijdbare freules

Dit boek had ik al eens eerder geleend van de bibliotheek en toen moest het terug en had ik misschien honderd pagina’s gelezen. Maar dit keer gingen de bibliotheken dicht en vond de Bibliotheek Eemland het te moeilijk ook maar iets te regelen voor haar leden, dus ik had dit keer ruimschoots de tijd om het uit te lezen. Serieus, ik ben daar zo in teleurgesteld, bij andere bibliotheken kon je nog boeken reserveren of een verrassingspakket ophalen of wat dan ook en hier was er gewoon niks, ik heb niet kunnen ontdekken wat ze maandenlang hebben zitten doen. Vlak voor ze weer open mochten, kwamen ze ineens trots melden dat het weer mogelijk was om gereserveerde boeken op te halen. Let wel, alleen boeken die mensen hadden gereserveerd vóór de coronacrisis, maanden eerder. Toen ze weer open mochten, kon dat natuurlijk niet meteen op de maandag dat ze weer open mochten, stel je voor, we moeten natuurlijk wel de tijd krijgen om dat goed voor te bereiden. Toen iemand op Twitter zich afvroeg wat de meerwaarde nog was van een lidmaatschap als ook niet-leden gratis e-books en luisterboeken konden lenen (een landelijke service tijdens de lockdown, dus ook daar zullen ze weinig werk aan hebben gehad), kwam er een reactie (die ik nu overigens nergens meer terug kan vinden) in de trant van dat het lidmaatschapsgeld sowieso weinig zoden aan de dijk zette en dat bibliotheken grotendeels uit algemene middelen worden betaald. Het Eemhuis is prachtig, ze organiseren normaal gesproken leuke activiteiten en S. gaat graag naar het voorlezen en knutselen (en ik ook, want ze lezen goed voor en hebben leuke tips), maar dit sloeg nergens op.

Goed, over het boek. Het is een biografie over twee adellijke zussen op basis van enorm veel brieven en documenten. Dankzij hun afkomst hadden ze relatief veel mogelijkheden, en ze waren in hun tijd (geboren in 1866 en 1868) behoorlijk bekend. Cécile als schrijfster en activiste, Elsa vooral als vrouw van componist Alphons Diepenbrock, hoewel ze ook de eerste logopediepraktijk van Nederland had. Het is een dik boek en ik moest er soms echt even doorheen ploegen, maar dat kwam vooral doordat het zo uitgebreid was en mijn gedachten veel afdwalen in deze tijd. Het is fijn geschreven en ik vond het over het algemeen heel interessant.

Sun Li – De zoetzure smaak van dromen

Ik vind nog steeds dat M. me weleens had mogen waarschuwen van tevoren dat de auteur in dit boek erg gedetailleerd schrijft over allerlei soorten onderdelen van dieren die worden gegeten. Ik eet geen vlees meer en kan nergens tegen, dus daar heb ik af en toe flink van gegruweld. Buiten dat vond ik dit een leuk boek. Sun Li beschrijft hoe het is om op te groeien als Chinees in Friesland. Het hele gezin helpt mee in het restaurant van haar ouders, maar als jongste dochter heeft zij ook nog andere dromen. Ze beschrijft vooral haar eigen leven, maar gaat ook wel in op de Chinese (eet)cultuur en racisme. Voor mij een onbekend perspectief, waar ik graag meer over te weten kwam.

Boeken

Zodat ook de laatste boeken van 2019 genoteerd staan.

Eva Vriend – De helpende hand

Ik heb een paar jaar geleden genoten van Het nieuwe land van deze auteur, over het ontstaan van Flevoland, en dit is haar andere boek. Volgens mij had ik er ooit al een deel van gelezen omdat mijn moeder het mee had genomen op een weekendje weg, maar ik herinnerde me er niet veel van en heb het nu dan helemaal gelezen. In vergelijking met Het nieuwe land vond ik dit een minder interessant boek. Het gaat over de geschiedenis van de gezinszorg in Nederland. Het uitgangspunt is wel mooi: de moeder van de auteur werkte vroeger als gezinshulp en hun gezin kreeg later gezinshulp omdat de moeder kanker had en daaraan overleed. De passages over de opleiding van de moeder vond ik het leukst, denk ik (ze zat intern, hè, met alles wat naar kostschool neigt wek je mijn interesse). Vriend gaat echter ook uitgebreid in op alle verschillende organisaties die gezinshulp boden (dat waren er dankzij de verzuiling heel wat) en op de financiering door de jaren heen. Daarnaast merkte ik dat ik het lastig vond om me voor te stellen dat het een tijd volstrekt normaal werd gevonden dat mensen zoveel hulp kregen als de moeder van een gezin uitviel. Het boek gaat natuurlijk ook juist over de opkomst van de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving, je moet rekening houden met de positie van de vrouw destijds en het feit dat het huishouden meer tijd kostte, maar… laat ik zeggen dat ik blijkbaar meer gewend ben aan de participatiesamenleving dan ik van tevoren dacht.

Geert Mak – De eeuw van mijn vader

Ik moest me uiteindelijk nog haasten om dit (dikke) boek uit te krijgen voor het terug moest naar de bibliotheek, maar het is gelukt! Ik was ooit weleens gestrand in Hoe God verdween uit Jorwerd, verder had ik nog niets van Mak gelezen. Ik ben hier ook rijkelijk laat mee, want dit boek is inmiddels al twintig jaar oud. Aan de hand van de levensgeschiedenis van zijn vader en andere familieleden beschrijft Mak de geschiedenis van de twintigste eeuw. Die invalshoek betekent een hoop over het geloof (de vader was een gereformeerde dominee) en Nederlands-Indië, want daar woonde de familie lang. Ik vond dat sommige familieleden opvallend positief naar voren kwamen, maar het is natuurlijk ook nadrukkelijk de geschiedenis aan de hand van de familiegeschiedenis, geen objectievere werkwijze. Al met al vond ik het toch een fijn boek.

Helene Hanff – Charing Cross Road 84
(84 Charing Cross Road, vertaald uit het Engels door Barbara van Kooten)

Ik was niet van plan om dit boek te lezen, ik zag het staan in de bieb toen ik op zoek was naar een ander boek en nam het mee. Het is een dun boek, dat scheelt. Het zijn brieven die een Amerikaanse auteur stuurde aan een antiquarische boekhandel in Londen vanaf de jaren veertig, en brieven die de boekhandel terugstuurde. Echte brieven, voor zover ik weet. Aanvankelijk bestelt Hanff daar vooral boeken, maar later worden de brieven persoonlijker en stuurt ze voedselpakketten omdat in Engeland zo’n beetje alles nog op de bon is na de Tweede Wereldoorlog. Haar brieven worden vooral beantwoord door ene Frank, maar later gaan ook andere medewerkers haar schrijven. Ik vond het niet zo geweldig als dit misschien klinkt, en de vertaling ademde jaren tachtig (logisch, aangezien het toen vertaald is), maar het gegeven fascineerde me wel. Er blijken overigens ook een toneelstuk en een film van te zijn (ik had weer eens nergens van gehoord), dus ik ben daar zeker niet de enige in.

Boeken

Ik heb van meerdere mensen gehoord dat ze mijn dagboekjes graag lezen. Helaas, jongens, komt er eindelijk weer iets online, is het zo’n saaie boekenblog. Hopelijk binnenkort meer.

Lieve Joris –Terug naar Neerpelt

Ik lees niet zo graag reisverhalen, dus ik kende het werk van Lieve Joris eigenlijk helemaal niet. Haar naam wel, ik weet nog dat ik die zo vreemd vond vroeger. Die naam als een aanhef, en dat ik door Joris nooit kon onthouden of het een man of een vrouw was. Vorig jaar las ik dit interview met haar in Volkskrant Magazine, en toen werd ik toch wel heel benieuwd naar dit boek. Al was het alleen maar omdat ik over Vlaanderen wél heel graag lees.
Dit boek gaat over haar eigen familie en ik vind het erg goed (dit is weer niet bepaald een geheime tip van een kenner, het is bijvoorbeeld ook genomineerd voor de BookSpot Literatuurprijs). Joris groeide op in een grote Vlaamse katholieke familie, met acht broers en zussen. De familie heeft vooral veel te lijden gehad onder haar oudste broer Fonny, die aan de drugs verslaafd raakte en iedereen terroriseerde en manipuleerde, maar het boek gaat ook over andere familieleden (bijvoorbeeld over haar bomma, met wie Joris een speciale band had). Ik heb een paar keer gefrustreerd geroepen dat er een stamboom voor in het boek had moeten staan, maar dat is zo’n beetje mijn enige klacht. Het is prachtig geschreven en ik begreep het gewoon allemaal zo goed. Waarom ze zo graag weg wilde uit dat dorp en later zo weinig kwam, waarom ze zich nog steeds schuldig voelt over bepaalde dingen, hoe moeilijk de relatie van haar ouders was met elkaar en zo’n beetje alle kinderen. Het is ook een heel eerlijk boek, ze spaart zichzelf niet, en ik vind het heel knap dat ze duidelijk weet te maken waarom er ondanks alles toch ook een bepaalde aantrekkingskracht uitging van Fonny, hoe hij dan telkens toch weer van alles voor elkaar wist te krijgen. Het heeft (logischerwijs) erg lang geduurd voor ze dit verhaal vertelde, maar wat is het de moeite waard.

Benjamin Ludwig – Ginny Moon heeft gelijk
(Ginny Moon, vertaald uit het Engels door Mieke Trouw)

Volgens mij zat er ooit een keer een voorpublicatie van dit boek in een of andere goodiebag en kwam het zo op mijn leeslijst terecht. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niet zoveel van, maar ik leende het uit de bieb, begon erin en kon het niet meer wegleggen. Ik heb het binnen 24 uur uitgelezen, en dat is tegenwoordig echt uitzonderlijk voor mij. Een compliment aan de vertaler is ook zeker op z’n plaats.
Ginny is een meisje van veertien jaar met autisme. Ze zit inmiddels in haar derde pleeggezin. Daar gaat het eigenlijk vrij goed met haar. Zoals zoveel dingen ziet Ginny dit echter totaal anders. Zij zet alles op alles om in contact te komen met haar biologische moeder, hoe onveilig dat ook voor haar is, omdat ze iets heel belangrijks uit moet zoeken. Ondertussen zal er ook veel veranderen in haar pleeggezin, omdat haar pleegmoeder in verwachting is.
Boeken over mensen met autisme zijn inmiddels zowat een apart genre, denk bijvoorbeeld aan Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon en de Rosie-boeken van Graeme Simsion. Ik vind het bij zulk soort boeken altijd moeilijk om geraakt te worden door de hoofdpersoon, ze blijven vaak wat op afstand en gedragen zich niet per se sympathiek. Dat was in dit boek niet anders. Maar ik werd gegrepen door het verrassende verhaal en ik geloofde het, hoe onwaarschijnlijk ook. Daarnaast was ik ook erg onder de indruk van hoe er informatie bij de lezer komt via het perspectief van Ginny. In dit soort boeken is het natuurlijk al snel dat je als lezer bepaalde dingen anders bekijkt dan de hoofdpersoon, maar neem Ginny’s pleegouders. Ginny vindt die voornamelijk irritant, want ze dwarsbomen haar pogingen om met haar biologische moeder in contact te komen. Maar ook al is het verhaal vanuit Ginny geschreven en ziet zij het probleem niet, toch krijg je op de een of andere manier mee hoe Ginny hen tot wanhoop drijft met haar gedrag.
De auteur heeft blijkbaar samen met zijn vrouw vroeger ook een tiener met autisme opgevangen, dus misschien dat hij daarom zo goed weet neer te zetten wat de pleegouders doormaken, maar doe het maar eens. In je eerste boek.

Trudy Coenen en Louise Koopman – Spijbelen doe je maar thuis

Ik zou het waarschijnlijk nog geen dag uithouden voor de klas, dus respect voor iedereen die dat wel lukt. Dat vooropgesteld. Ik lees wel graag over onderwijs, vandaar dat dit boek op de leeslijst terecht was gekomen. Trudy Coenen werkt al ontzettend lang als lerares Nederlands op een zwart vmbo in Amsterdam en vertelt in dit boek wat ze zoal meemaakt in haar werk. Of eigenlijk vertelt Louise Koopman dat, maar dat is niet op te maken uit het omslag (op de titelpagina staat haar naam wel). Je begrijpt, bij zo’n constructie is de nieuwsgierigheid van deze redacteur onmiddellijk gewekt. Het komt er volgens mij op neer dat Koopman een boek heeft geschreven op basis van wat Coenen haar heeft verteld. Het nawoord vond ik veelzeggend. Daarin las ik dat sommige meelezers vonden dat Coenen naar voren kwam als iemand die wel érg vol was van zichzelf (of iets dergelijks, het boek is inmiddels al terug naar de bieb). Of dat niet wat minder kon. Ik deelde die mening. Coenen vond niet dat het anders moest, zo blijkt uit het nawoord. En dat past dan weer precies bij hoe ze in het boek naar voren komt. Het is zonder meer indrukwekkend wat ze allemaal meemaakt met haar leerlingen en voor elkaar krijgt, dat moet ik benadrukken, dat maakt het boek toch heel interessant om te lezen. Ze kwam alleen niet zo sympathiek op mij over, ze wil wel erg graag vertellen welke bekende Nederlanders ze allemaal heeft ontmoet (en ingeschakeld), vooral dankzij het feit dat ze Docent van het Jaar is geweest. Als je dit boek bijvoorbeeld vergelijkt met de columns die Marjan van den Berg ooit schreef voor Margriet (ook zij gaf Nederlands op een vmbo), dan vond ik die columns toch wel een stuk leuker, en dat komt vooral doordat Van den Berg met veel meer humor en de nodige zelfspot schrijft.

Emily St. John Mandel – Station Elf
(Station Eleven, vertaald uit het Engels door Astrid Huisman)

Er breekt een afschuwelijke pandemie uit en het grootste deel van de wereldbevolking sterft. Oké, hou maar op, dit is geen boek voor mij. Dat zou ik normaal gesproken zeggen. Maar ik had over dit boek gelezen in Volkskrant Magazine en dat sprak me aan. Niet per se dat het grootste deel van de wereldbevolking sterft, maar wel dat er dan een toneelgezelschap is dat langs de nederzettingen van overlevenden trekt. Eigenlijk is het ook een orkest, ze voeren stukken van Shakespeare op en maken muziek. O, dit vond ik zo’n goed boek. Alles past zo prachtig in elkaar, de verschillende personages, het leven voor en na de ramp, het is zo goed uitgedacht en mooi beschreven (ik ken het origineel niet, maar de vertaling moet wel erg goed zijn, anders zou het nooit zo fijn lezen). En de sfeer, de wereld ziet er na die pandemie natuurlijk onvoorstelbaar anders uit dan nu (alleen al dat er geen elektriciteit meer is, geen moderne communicatiemiddelen meer bestaan), maar het is zo makkelijk om er helemaal in mee te gaan. Het verhaal draait voor een deel om de mensen die stranden op een vliegveld als de griep net uitbreekt en hoe zij daar vervolgens een bestaan opbouwen, dat was denk ik mijn favoriete passage. Ik ben erg onder de indruk, dat mag duidelijk zijn. En de gruwelijkheid viel trouwens wel mee. Natuurlijk is het gegeven ontzettend gruwelijk, maar ze beschrijft niet heel gedetailleerd hoe iedereen crepeert of zo, waardoor het nog wel te hebben was voor mij. En er zijn ook genoeg stukken die zich afspelen voor de pandemie, voor als het je allemaal te veel aanvliegt. Dit soort verhalen zorgen er wel altijd een beetje voor dat ik… echt preppen wil ik het niet noemen, maar ik denk dan wel meer na over wat handig zou zijn om in huis te hebben. Ik richt me dan trouwens voornamelijk op de iets kleinere rampen en het idee van de overheid dat je je dan een paar dagen moet kunnen redden (terwijl zij alles zo’n beetje oplossen, het is beter voor mijn gemoedsrust om daarop te vertrouwen). Dat een boek dat kan veroorzaken, dat alleen al. Wat ik wel echt heel irritant vind: hoe vaak het voorkomt dat ik een boek van een auteur heel goed vind, meer van die persoon wil lezen en dan blijkt dat het volgende boek een horrorboek is of gaat worden. Sarah Waters, Audrey Niffenegger, Emily St. John Mandel dus, stop daar eens mee. Alvast bedankt.

Mette Eike Neerlin – Paard, paard, tijger, tijger
(Hest, hest, tiger, tiger, vertaald uit het Deens door Bernadette Custers)

En toen lag dit boek nog klaar. Ik was alweer een beetje uit m’n leesflow, maar dit boek leek een stuk dikker dan het is – grote letters, korte hoofdstukken, in een uurtje had ik het al uit. Het is een leuk verhaal, over een meisje, Honey, dat in vreemde situaties terechtkomt omdat ze zo’n beetje overal ja op zegt. Leuke details, interessante personages, onder wie Honeys zus Mikala, die een verstandelijke beperking heeft en wc-bordjes schildert op een sociale werkplaats. Honey komt per ongeluk op bezoek bij een terminaal zieke man in een hospice, waardoor ze natuurlijk tot diepe inzichten komt over het leven. In die zin vond ik het wel echt een jeugdboek. Ik spreek helaas geen Deens, maar de vertaling leek me goed, afgezien van bepaalde uitdrukkingen die ik niet zo geloofwaardig vond uit de mond van Honey (zoals ‘door de bank genomen’). En ik vond het opmerkelijk dat ervoor is gekozen om vwo te gebruiken, terwijl het verhaal zich overduidelijk in Denemarken afspeelt.

Boeken van de laatste tijd

Griet op de Beeck – Gezien de feiten

Dit Boekenweekgeschenk slingerde hier nog rond. Ik heb Vele hemels boven de zevende en Kom hier dat ik u kus gelezen, het toneelstuk van Vele hemels gezien (het heeft hier verder niets mee te maken, maar wat hadden we toen toch een fijne avond doordat we ingeloot waren voor de Flintmobiel*). Ik weet het nooit zo met Op de Beecks werk, soms weet ze me enorm te raken en soms vind ik het maar sentimenteel geneuzel. Ik vind het in ieder geval inspirerend hoe ze de woorden van journalist Andrew Solomon doorgeeft: Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen.

Het verhaal in Gezien de feiten, over een weduwe die naar Afrika vertrekt om vrijwilligerswerk te doen en daar een nieuwe liefde opduikelt, boeide me niet zo, maar de gesprekken, vooral die tussen de weduwe, haar dochter en schoonzoon, vond ik echt heel goed!

Esther Verhoef – Nazomer

Dit is gewoon een lekker boek, over een Brabants meisje dat uitgroeit tot een beroemde modeontwerper. Het boek springt steeds heen en weer in de tijd, van haar jeugd, waarin ze door iedereen wordt tegengewerkt, naar het heden, waarin ze te maken krijgt met de overname van haar label. Ik vond de passages uit het verleden leuker, maar de hoofdstukken zijn zo kort dat ik er hoe dan ook doorheen vloog.

Ik kreeg wel de indruk dat Verhoef niet zoveel van de modewereld weet (ik ook niet, hoor), dat bleek ook wel uit het dankwoord achterin. Het stoorde me echter niet enorm.

Nicole Krauss – Donker woud
(Forest Dark, vertaald uit het Engels door Rob van der Veer)

Dit is geen boek om telkens ’s avonds een stukje uit te lezen. Wat ik deed. Ik heb lang gedacht dat ik het niet uit zou gaan lezen, het lukte me niet om me op het verhaal te concentreren. Verhalen. Een over Jules Epstein, een oude, rijke man uit New York die vrijwel alles weggeeft wat hij bezit en dan verdwijnt in Tel Aviv. En een over Nicole, een schrijver uit New York met huwelijksproblemen (de parallellen met Krauss’ eigen leven zijn moeilijk te negeren), die ook in Tel Aviv terechtkomt.

Het hielp dat ik op vakantie wat langer achter elkaar kon lezen, maar ik vond het een ingewikkeld boek, vol filosofische bespiegelingen over het multiversum, het jodendom, en dan is er nog de theorie dat Franz Kafka zijn eigen dood in scène zou hebben gezet en naar Israël zou zijn geëmigreerd (toen begon ik er eindelijk lekker in te komen, ik had hier nog wel meer over willen lezen).

Ik was te veel aan het opletten om van dit boek te genieten, ook al waren er zeker mooie en interessante passages. Zo wordt de schrijver vaak herkend, er komen zelfs mensen naar haar toe om te vertellen dat ze hun kind naar een van haar personages hebben vernoemd. Als ze in de problemen zit, hoopt ze ergens dat zo iemand opduikt, en aan de andere kant ook weer niet, ‘want als lezers van nut worden voor schrijvers is er eigenlijk iets verdachts aan de hand’.

In mijn herinnering is De geschiedenis van de liefde wat toegankelijker, maar dat durf ik nu haast niet meer te herlezen, straks blijkt dat ik dat ook niet heb begrepen. Ik ben altijd de eerste die roept dat mensen niet bang moeten zijn dat ze gedichten niet begrijpen, maar kennelijk stel ik aan mezelf en romans toch andere eisen.

* Dan word je thuis opgehaald, ontvangen met koffie en taart, naar je plaats gebracht, aan het eind van de avond in je jas geholpen en weer thuisgebracht, je krijgt een programma enzovoort. Fantastisch om mee te maken.

Boeken van juli

Hm, misschien zijn dit niet eens de boeken van juli alleen. Maar ik vond het weer eens tijd worden voor een boekenblogje!

Ronald Nijboer – Tabé Java, tabé Indië

De opa van Ronald Nijboer is na de Tweede Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië gegaan. Nijboer beschrijft wat hij daar heeft meegemaakt, onder andere aan de hand van de brieven van zijn opa. Het is een eerlijk, goed gedocumenteerd boek over een episode in de geschiedenis waar je hier nog altijd weinig over hoort. Ik had ook het idee dat ik zo een glimp op kon vangen van de ervaringen van mijn eigen opa. Hij is geboren in hetzelfde jaar, ook een boerenzoon (weliswaar uit een andere zuil) en hij is dus ook als vrijwilliger naar Indië geweest. Misschien hebben ze elkaar wel ontmoet, ga je dan toch denken. Hij zou als ordonnans op de motor niet gevochten hebben, maar of dat waar is… Ik was in ieder geval erg onder de indruk van dit boek. Van hoe Nijboer alles heeft uitgezocht, maar zeker ook van de inhoud.

Merel Corduwener – Polderpolonaise

Dit boek heb ik van C. gekregen voor mijn verjaardag, leuk om doorheen te bladeren. Er valt niet zoveel in te lezen, maar de antwoorden op de enquêtevragen vind ik het allerleukst (daar zijn de tekeningen deels ook op gebaseerd). Nederlanders vertellen onder andere (anoniem) waar ze zich aan ergeren en wat ze gisteravond hebben gegeten.

Steffie van den Oord – Honkvast

Ik dacht dat dit een boek was over mensen die al hun hele leven in hetzelfde huis woonden. Ik weet niet waar ik dat vandaan heb gehaald, want het klopt niet. De geïnterviewden woonden vaak wel al lang in hetzelfde huis, maar niet per se altijd al. Ze zijn vooral erg oud, net als in Van den Oords boek over honderdjarigen. Ze schrijft fijn, maar sommige verhalen deprimeerden me enorm (een lang leven betekent toch ook wel vaak veel ellende). En het omslag ziet er zo griezelig uit! Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Ze had M.’s oma ook nog wel kunnen interviewen.

Annet Schaap – Lampje

Lampje hadden we al eens gereserveerd in de bieb, maar na drie weken moest het terug omdat anderen het ook hadden gereserveerd en toen hadden we nog niet de kans gehad om het te lezen. Gelukkig kreeg M. het voor haar verjaardag van C. Ik vond het mooi! Het is wel echt zo’n Gouden Griffel-boek (het heeft dan ook de Gouden Griffel gewonnen). Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, ik bedoel geloof ik vooral dat dat voor mij geen voorwaarde is, dat ik ook graag kinderboeken lees (en redigeer) die nooit een Griffel zullen winnen. Dat boeken die een Griffel winnen vaak kinderboeken zijn die vooral in de smaak vallen bij volwassenen? Maar ik ben volwassen, dus… Laat ook maar. Lampje dus. Het is een sprookjesachtig verhaal over de dochter van de vuurtorenwachter die uit huis (uit de vuurtoren) wordt geplaatst en dan in een huis moet gaan werken met aparte bewoners, onder wie een gigantische, wat simpele jongen en een monster op zolder. De stijl vond ik niet geweldig, soms een beetje te veel over de hoofden van kinderen heen en ik had soms ook het idee dat ik Francine Oomen erin terug hoorde (Annet Schaap heeft jarenlang het werk van Francine Oomen geïllustreerd). Maar ik vond het verhaal wel erg vermakelijk. En hoe fantastisch moet het zijn om je eigen werk te kunnen illustreren? Of nou ja, het is niet bepaald rijkelijk geïllustreerd, maar dan in ieder geval om je eigen omslag te kunnen tekenen.