Weer eens een boekenblog

Er waren tijden dat ik dit elke maand deed, de boeken bespreken die ik had gelezen. Totdat ik geen boeken meer las in mijn vrije tijd (en ook amper meer blogde). Mijn hoofd stond er niet naar. Ik probeerde de krant te lezen, maar las vooral talloze oude Margrieten, nummers van Ouders van Nu en alle zwangerschapstijdschriften waar ik aan kon komen. Vorig jaar zomer waren M. en ik in Londen, en ook al las ik op dat moment niet, ik moest natuurlijk wel uitgebreid naar Waterstones. Daar kwamen we erachter hoe briljant Bette Westera Kaatje Kip heeft vertaald (de Engelse vertaling was veel saaier), maar ik kocht er ook dit boek.

Ann Hood – Knitting Yarns. Writers on Knitting

Ik lás het ook, maar deed daar maanden over. Terwijl het allemaal korte stukken zijn van schrijvers over breien. Klinkt misschien saai, was het voor mij vaak niet. Oké, er staan een paar teksten in van mensen die zelf niet kunnen breien en ook niet heel veel meer te melden hebben dan dat, maar ook een paar verhalen die me ontroerden, waarin mensen prachtig vertellen over hun overleden geliefden (vaak moeders of oma’s). Waarin ik iets teruglas van wat het voor mij betekent.

Ik heb hier nog behoorlijk wat ongelezen boeken liggen. Je krijgt weleens wat, zeker als redacteur. En die kan ik dan vaak toch niet wegdoen voor ik ze gelezen heb. Waardoor ze hier rustig jaren blijven liggen. Op een dag besloot ik er toch weer eens eentje te proberen. Dat werd dit boek.

Julie Cohen – Zij, jij en ik
(Falling, vertaald uit het Engels door Anna Livestro)

Uitgegeven door De Fontein, en als ik niet met zwangerschapsverlof ben, werk ik veel voor hun jeugdfonds. Volgens mij heb ik het gekregen na een van hun zomerfeestjes.
Als ik hetero was geweest, zou ik misschien meer van romantische boeken houden dan nu, denk ik vaak. Ik lees ze met name voor mijn werk voor HarperCollins veel, vaak met plezier, maar ze gaan zelden over mij. Het wordt zo vaak gezegd in het kader van leesbevordering, hoe lezen je blik kan verruimen, en dat onderschrijf ik zeker, maar herkenbaarheid en identificatie zijn ook belangrijk. Het hoeft niet altijd over mensen zoals jij te gaan, maar als het daar zowat nooit over gaat, is dat toch jammer.
Dit boek is zonder meer romantisch. Het is geschreven vanuit drie personages. Honor is een oudere intellectuele vrouw die tot haar afgrijzen fysiek aftakelt. Nadat ze haar heup breekt, stelt haar schoondochter Jo voor dat Honor bij haar in huis komt. Beiden missen Stephen, hun overleden man/zoon, maar elkaar hebben ze nooit gemogen. Jo probeert zich staande te houden als alleenstaande moeder van drie kinderen van twee mannen. Haar tienerdochter, Honors kleindochter Lydia, is verliefd op haar beste vriendin.
Voor mij was het erg fijn dat het perspectief steeds wisselt. Ik las twee, drie hoofdstukken per dag om weer een beetje in het leesritme te komen. En ik vond het een heel fijn boek, ik moest (enigszins onder invloed van de zwangerschapshormonen) zelfs huilen tegen het einde. Het heeft dus zowaar een roze lijntje, bonuspunten, maar Jo’s gehannes staat in deze fase van m’n leven misschien nog wel dichter bij mij (best een vreemde gewaarwording).

En toen werd D. geboren en las ik weer een tijdje niets. Tot ik besloot om tijdens de nachtvoedingen te lezen, in de hoop dat ik dan niet in slaap zou vallen. Ik voed in bed, maar wel half rechtop omdat ik liggend voeden niet prettig vind. Als ze slaapt, wil ik zó graag plat liggen zonder baby (nu dat een optie is, in het begin sliep ze ’s nachts ook niet in haar eigen bed, nu meestal alleen overdag niet). Ik ben een paar keer in slaap gevallen met D. op me, om dan pas weer wakker te worden bij de volgende voeding, en dat vloog me zo aan. Het te lezen boek bij deze activiteit moet saai genoeg zijn om daarna direct te kunnen slapen, maar ook interessant genoeg om wakker te blijven. Nog best lastig!
Ik las eerst

Matt Dings – Jonge jaren

Bundeling van stukjes (eerder gepubliceerd in HP/De Tijd) waarin BN’ers vertellen over hun jeugd. Alles bij elkaar beslaat het een lange periode, dus je ziet veel dingen in het land, in levens veranderen (de BN’ers zijn gesorteerd op geboortejaar). De stukjes zijn echter behoorlijk kort, dus het blijft allemaal vrij oppervlakkig. En de ene persoon heeft natuurlijk ook een interessanter verhaal dan de ander, de ene persoon vind ik interessanter dan de ander (ik kende ook niet iedereen). Dit boek heb ik volgens mij ooit gekregen op Manuscripta en ga ik niet houden.

Het volgende nachtboek was

De vele gezichten van Anne Frank. Visies op een fenomeen.
(Samengesteld door Gerrold van der Stroom, deels vertaald door Krijn Peter Hesselink)

Ik weet niet meer hoe ik aan dit boek ben gekomen. Ooit een keer tweedehands gekocht, misschien? Ik ben in ieder geval genoeg in Anne Frank en de Tweede Wereldoorlog geïnteresseerd om het jaren te houden, maar blijkbaar niet geïnteresseerd genoeg om het eerder te lezen. Het is een verzameling artikelen en essays, met name over haar dagboek. Voor hoe ik het nu heb gelezen was het fijn dat het afzonderlijke stukken waren, maar eigenlijk werkte dat niet zo goed, erg veel herhaling (hoe vaak er wel niet in staat dat er een a-, b- en c-versie van het dagboek bestaan) en een gebrek aan duiding. Ik had liever een samenhangend verhaal gelezen, zeker omdat sommige auteurs elkaar tegenspreken. Er stonden wel interessante dingen in, bijvoorbeeld hoe uitzonderlijk het was (en extra gevaarlijk) dat de familie Frank als gezin op een locatie onderdook en hoe opmerkelijk het eigenlijk is dat Anne Frank hét symbool is van de Holocaust, terwijl het daar in haar wereldberoemde dagboek nauwelijks over gaat. En dat het daardoor volstrekt normaal is dat jonge tieners het lezen en bewonderen (ikzelf vormde hierop geen uitzondering, ik geloof dat ik het voor het eerst las toen ik elf was). Wat dat zegt over ons, over wat we wel en niet willen weten over verschrikkingen. Van sommige stukken ging het hart van de literatuurwetenschapper in mij sneller kloppen. Daarnaast werd er een aantal keer verwezen naar de documentaire De laatste zeven maanden van Anne Frank van Willy Lindner, die ik inmiddels ook heb gezien. Een zeer indrukwekkende documentaire waarin de verschrikkingen juist wél aan bod komen, omdat er vrouwen in worden geïnterviewd die de concentratiekampen hebben overleefd. Zij hebben Anne daar nog gezien, vandaar de titel. En ik ben er dus ook via Anne op uitgekomen, maar die insteek vond ik eigenlijk niet helemaal goed gekozen. De verhalen van die vrouwen draaien namelijk nauwelijks om Anne, het gaat om die vrouwen zelf, en dat moet ook. Zij hebben hun eigen verhalen, die moeten we net zo goed horen als dat van Anne.

Mirjam Oldenhave – Weet ik veel. Dagboek van een pleegmoeder

Ik geloof niet dat ik ooit een kinderboek van Mirjam Oldenhave heb gelezen (misschien schreef ze ook nog niet toen ik tot de doelgroep behoorde?), maar dit heb ik in een ruk uitgelezen. In het boek, de titel zegt het al, schrijft Oldenhave over haar leven als pleegmoeder, in dit geval van Esi, die oorspronkelijk uit Ghana komt. Oldenhave en haar vriend vangen tijdelijk kinderen op, en aan het begin van het boek komt Esi bij hen wonen. Ik vond alles er interessant aan: hoe ze aan elkaar wennen, het gedrag van Esi, de gevoelens en gedachten van Oldenhave, hoe pleegzorg werkt. Nu ben ik sowieso wel iemand die boeken en documentaires over opvoeding, (speciaal) onderwijs, jeugdzorg en meer van dat soort onderwerpen verslindt, maar dit is ook echt lekker vlot en goed geschreven. Ontzettend veel respect voor Oldenhave en andere pleegouders, zo knap wat zij doen, zij maken verschil.

Mark van der Werf – Meester Mark graaft door. Op reis door vijftig jaar onderwijs

Zoals ik al zei, boeken over onderwijs. Daar heeft ‘meester Mark’ er inmiddels een heel stel van geschreven (meester is hij niet meer, hij was zij-instromer in het onderwijs, zijn eerste boek ging daarover). Dit boek gaat ook nog eens over onderwijs van vroeger, onderwijs én geschiedenis, bonuspunten. Hij heeft (oud-)leerkrachten geïnterviewd en schetst op basis van die interviews een beeld van vijftig jaar Nederlands basisonderwijs. Een boek vol fijne anekdotes. Ik moet alleen mijn diensten wel echt gaan aanbieden bij zijn uitgeverij als ik straks weer aan het werk ben, want ook in dit boek kwam ik weer allerlei fouten tegen (terwijl ik het dus niet las ‘als redacteur’, maar half slapend tijdens voedingen…)

Ik stel deze boekenblog al zo lang uit dat ik inmiddels alweer meer boeken heb gelezen (hier ben ik zelf nogal opgetogen over). Maar daarover een volgende keer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *