Dochter (27)

Zoveel te vertellen dat ik maar even een extra aflevering inlas (voor zover er enige regelmaat in zit).

We waren bij mijn schoonvader en daar ging ze, aan de hand tussen mijn schoonvader en zijn vriendin in, op naar de speeltuin. Zo bizar dat ze nu zomaar ergens heen kan lopen en dingen kan doen. In de speeltuin waren allemaal ‘grote jongens’ (zo moeten ze er in haar ogen toch hebben uitgezien, ze waren misschien zeven) aan het schreeuwen en vechten. S. trok zich er niets van aan. Ze vond alles leuk, het wipding, het huisje en vooral de glijbaan (daar ging ze samen met ons vanaf, want die was nog best hoog). Ze was nergens bang voor en het was zo leuk!

Op de crèche hebben ze in de gang een speeltoestel met een trapje, loopbruggetje en glijbaantje. Ik wist eerst niet dat ze daar al op kon klimmen, maar dat heeft ze nu ook ontdekt, ik krijg haar amper nog naar de groep of naar de deur. Eerlijk gezegd hoeft ze van mij ook niet meteen mee, want ik vind het veel te grappig hoe ze van de glijbaan gaat, ‘woeoeoe’ roepend.

Maandag was nog wel even eng. Vlak voor ik haar kwam halen was ze hard op haar achterhoofd gevallen. Ze valt zo vaak, maar het punt was dat ze daarna een bloedneus had gekregen. Dat vonden de leidsters vreemd. Ik ben zelf ontzettend goed in me zorgen maken, zeker ook over gezondheidsdingen, dus toch maar even de huisartsenpost gebeld. De assistente vond het niet zo alarmerend (zeker niet toen ze S. op de achtergrond flink hoorde roepen; met de levendigheid zat het nog wel goed), maar ze zei wel dat we haar goed in de gaten moesten houden. Bloed uit haar oor zou een slecht teken zijn, en we moesten haar toch voor de zekerheid maar even wakker maken als we zelf naar bed gingen. En dan ook echt checken of ze goed wakker was, ‘laat haar maar even een vraag beantwoorden’. Eh, mevrouw? Ze is zestien maanden, ze zegt nog bijna niets. ‘O. Maar sommigen kunnen bijvoorbeeld wel iets aanwijzen.’ O ja. Dat kan ze inderdaad wel. Dus toen moest ze de zebra en de aap aanwijzen op het borduurwerk dat mijn schoonmoeder voor haar heeft gemaakt (en dat ein-de-lijk op haar kamer hangt). Dat vond ze natuurlijk helemaal niet leuk, en wij vonden het ook heel sneu om haar wakker te moeten maken, maar ze deed het uiteindelijk wel en ging daarna zowaar weer slapen, dus toen waren we erg opgelucht. En beseften we weer even hoe ontzettend dankbaar we mogen zijn dat ze gezond is.

Dinsdag had ik bedacht dat we wel even naar een speeltuintje in de buurt konden gaan. Ik wilde daarna nog boodschappen doen, dus ik besloot de buggy mee te nemen. In de buggy zitten bleek een activiteit op zich, ik kon haar nauwelijks uit de buggy krijgen, van haar had dat hele speeltuintje niet gehoeven :) Uiteindelijk heeft ze er nog wel even gespeeld, maar ze vond de grote ronde schommel een beetje eng.

In de midweek bungalowpark met mijn tante en zusje (hoera) hopen we voor het eerst te gaan zwemmen met S. Het is er eerder nog niet van gekomen, ik zie ook best op tegen het gedoe, maar op zo’n park kun je het makkelijker uitproberen, omdat het zwembad dan zo dichtbij is. Ik had alvast een badpakje voor haar besteld, en dat moest ze even passen. Ze vond het fantastisch (en het paste gelukkig ook prima). Ik snap niet hoe ze de link legde, maar ze ging gelijk staan springen naast haar badje, dat ik nog moest opruimen. En ze ging keihard krijsen toen ze het weer uit moest. Ik ben benieuwd hoe het uiteindelijk zal gaan.

Ze zei een soort zin. Ze praat nog erg onverstaanbaar, maar wij weten natuurlijk wel een beetje hoe ze dingen uitspreekt en ze ondersteunt wat ze zegt met gebaren. De zin was: ‘Meer drinken, ja?’ Ze gaf ook vast het door haar gewenste antwoord.

We zijn met haar naar de kapper geweest. Het was eigenlijk niet heel nuttig, veel is er ook niet af, maar goed, het was wel verantwoordelijk van ons. En het viel me mee dat het door kon gaan, want op weg naar de kapper krijste ze de hele boel bij elkaar. Maar toen we er eenmaal waren vond ze het allemaal wel interessant en wilde ze zelfs in haar eentje in de stoel zitten, op een dik kussen en met een Goofy-mantel om. En dan haar jasje, uiterst serieus aangenomen door de kapster en weggehangen. Er kon later geen twijfel over bestaan welke van haar was. Ik doe nu soms een knipje in haar haar, dan lijkt ze pas groot.

Ze heeft van mijn tante een stoeltje gekregen. Ze schuift het het liefst de hele kamer door alsof ze aan het schaatsen is, maar soms gaat ze er ook op zitten (en soms komt ze dan klem te zitten met haar benen onder de armleuningen…). Van C. kreeg ze een oude Random Reader, in de hoop dat ze dan minder interesse zou hebben in onze afstandsbedieningen en apparaten. Het werkt deels, de oude telefoon die M. als wekker gebruikt blijft toch ook wel heel interessant. Ze ziet ons niet veel telefoneren, maar ze loopt wel altijd met die Random Reader aan haar oor door het huis. En als ze dan ook nog op dat stoeltje gaat zitten, zakenvrouwtje hoor.

Yoghurt eten gaat nu beter, ze is niet meer zo hysterisch als haar bakje leeg is. Ze eet grotendeels zelf (we houden wel een tweede lepel in de aanslag om snel yoghurt van haar schortje te kunnen schrapen en geloof me, dat is nodig). En er is een heus ritueel ontstaan: we kondigen aan dat het op is, als het op is doen we ‘lepelmaatjes’ (met de lepels tegen elkaar tikken), dan stapelen we de bakjes op en legt zij de lepels erin, en dan is het klaar. Af en toe denk ik wel: Wat als ze gaat denken dat iedereen het zo doet? :)

Ze is nog steeds gefascineerd door mijn horloge. Nu stroopt ze steeds haar mouwen op, wijst op haar lege pols en zegt dan heel stellig: ‘Nee.’ (En M. heeft haar ook al op haar enkels zien wijzen, haha). Nee, S., dat klopt, jij hebt geen horloge. En dan wil ze het mijne weer zien.

Ze heeft nog erg veel moeite om speelgoed te delen. Gisteren kwamen M. en L. (11 maanden) op bezoek, en S. raakte helemaal overstuur zodra L. ook maar in de buurt kwam van haar speelgoed. Je zou zeggen dat ze wel aan andere kinderen gewend is, aangezien ze ook naar de crèche gaat, maar blijkbaar is het voor haar totaal anders in haar eigen huis, bij haar eigen speelgoed. Lastig!

Speelgoed inleveren is ook nogal een ding, zo blijkt vooral bij Muziek op schoot. Want dat is nu dus begonnen. S. is twee keer geweest, een keer met M. en een keer met mij. Heel leuk om samen met S. echt iets te doen, maar ik ben nog niet zo heel enthousiast over de juf. Ze is wel vriendelijk en ze gaat best leuk met de kinderen om, maar ik vind dat ze haar zaakjes niet zo goed op orde heeft. Ze kwam de eerste les meteen te laat (extra vervelend omdat het toen extreem koud was en iedereen dus buiten stond te blauwbekken), ze weet namen niet, haalt ze door elkaar of spreekt ze verkeerd uit, dat soort dingen. En dat lacht ze dan allemaal maar een beetje weg. Ze zal misschien gewoon een beetje chaotisch zijn, maar het komt nogal ongeïnteresseerd op me over. Nu had ik sowieso al wat issues met het hele gebeuren (we hadden natuurlijk ook al het mailtje aan M. waarin ik aangeduid werd als ‘uw man’…). M. ging dus vorige week eerst, maar ik was wel meegefietst omdat M. niet wist waar het was en het lastig vindt om S. op de fiets te tillen en zou dan tussendoor boodschappen gaan doen. Dat was achteraf gezien niet slim, want ik bleef dus alleen achter terwijl iedereen lekker naar binnen ging en het vloog me ineens enorm aan. Ik voelde me zo buitengesloten, ik was zo jaloers op ouders die ‘gewoon’ met een moeder en een vader zijn, ik kon alleen maar denken: ik zal nooit echt iets voor mij en S. alleen hebben (alsof je daarvoor een bepaald geslacht moet hebben, maar goed), ik zal altijd slechts een van de moeders zijn. Ik wilde er eigenlijk al helemaal niet meer heen, ook omdat M. iedereen al kende en ik niet. Maar M. kwam het de tweede keer niet goed uit en verzekerde me dat echt niet iedereen meteen beste vriendinnen was geworden vorige keer en het had me aanvankelijk toch leuk geleken, dus toen ging ik toch maar. De vorige keer had S. schijnbaar vooral bij het raam gestaan, dit keer deed ze wel wat meer mee in de kring. Er waren twee nieuwe kindjes en niemand vroeg wie ik dan was. We zongen liedjes met vissenwashandjes, gekleurde sjaaltjes, schudeitjes en trommels. Dat was leuk, afgezien van het feit dat S. die attributen telkens niet wilde inleveren. En de meeste andere kindjes wel. Ik was gewoon blij toen bleek dat een ander kindje aan het eind van de les nog steeds rondliep met twee van die schudeitjes, want ik vond het best gênant. Al die kinderen deden alles netjes terug in zakjes en tassen als de juf dat vroeg, maar S. drukte het stevig tegen zich aan en zei ferm: ‘Nee.’ En een keer keek ze me daar toch vuil bij naar de juf! De juf maakte er geen probleem van en probeerde haar steeds af te leiden met iets nieuws, wat vaak ook lukte, en dan ruimde ik het oude maar snel op, maar als ze dat nieuwe dan weer op moest ruimen, was het hetzelfde liedje! Maar ja, misschien is dit daarom juist heel leerzaam voor haar en ze deed wel echt goed mee met die eitjes. Ze schudde ze ook niet als dat niet ‘mocht’, dat verbaasde me. Voordat we terug naar huis zouden fietsen had ze nog wel een enorme woedeaanval omdat ze een of andere driewieler die daar stond niet mee mocht nemen. Ze bleef hysterisch huilen, het was nogal gevaarlijk, want ze wist haar armen zelfs los te wurmen uit de riempjes van het zitje toen ik haar daarin had gezet, dus ik kon gewoon echt niet wegfietsen. Ik wist even niet wat ik moest doen, maar gelukkig hield ze er na een paar minuten ook weer mee op.

Ik schreef al eerder dat ze een boekje vaak nog even ‘door wil nemen’ nadat we het haar hebben voorgelezen. Gisteren lazen we Over een kleine mol… van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch (wel toepasselijk met dat buikgriepje van haar, mijn hemel, maandag had ze zelfs reservekleren van de crèche aan omdat alles vies geworden was, het speet me voor de leidsters) en toen deed ze dat ook. Ze bleef ook echt even hangen bij de bladzijden met de koe, het paard en het varken en maakte het bijbehorende geluid/gebaar. Om de een of andere reden ontroerde het me erg.

Nieuwe gebaren zijn ‘baby’ en ‘bloem’. ‘Baby’ gebaarde ze zelfs zonder bijbehorend beeld, toen we het alleen maar hadden over het kraambezoek dat M. zou gaan afleggen (we moeten echt gaan oppassen met wat we zeggen!). Ze houdt van baby’s. Vaak volgt er dan ook nog een vertederd ‘aaaaah’ en wil ze foto’s aaien. Ze was ook nogal in haar nopjes met de eerste foto van H. van mijn vriendin C. Ook hij werd geïdentificeerd als baby. Zelf ben ik nog steeds vooral vaak blij dat zij er geen meer is.

Dochter (26)

Ze heeft ontdekt dat knikken ‘ja’ betekent. Nu knikt ze vaak heel nadrukkelijk om uit te proberen of het nog steeds zo is.

Als een boek uit is, wil ze het vaak zelf nog even doorbladeren, alsof ze het verhaal nog even een keer doorneemt. Na het verhaaltje voor het slapengaan geeft ze een knuffel en wil ze naar bed worden gedragen.

Ze is sowieso wat knuffeliger dan eerst. Ze zwaait overal naar iedereen en toen leidster T. vroeg of ze nog een knuffel kreeg voor we weer naar huis gingen, gaf S. die meteen. Ik wist niet wat ik meemaakte. Ze is trouwens ook begonnen met kusjes geven. Superschattige kushandjes als ze me uitzwaait. Een gewone kus is ook erg schattig, maar niet per se aangenaam, aangezien ze denkt dat ze zich daarvoor op je moet storten met haar mond wijd open. Verder wil ze vaak ook graag over mijn buik aaien en over haar buik geaaid worden. Dan zie je haar kijken: wat jammer dat ik een romper aanheb.

Het gaat goed met haar op de crèche, al gaat het nu wel steeds over hoe erg ze van klimmen houdt en dat ze weer ergens af gevallen is. Ze gaat meestal meteen lekker spelen als ik haar breng, maar is ook erg blij als ik haar weer kom halen. Ik heb haar bij het halen al aangetroffen in een poppenbedje en in de ‘babytuin’ (een afgescheiden gedeelte van de groep met dikke matten op de vloer, waar baby’s kunnen spelen zonder onder de voet te worden gelopen). Er waren toen geen baby’s en de leidster verzekerde me dat S. er steeds zelf in ging. Waarschijnlijk om duidelijk te maken dat ze haar er niet in opsloten. Ik geloof dat het S. vooral om het leuke kleine deurtje met spiegels erop te doen was. Maar ze zet ook gerust een wipstoeltje in een hoek om daar eens fijn in te gaan chillen, ze hadden blijkbaar een andere ouder er ook al van moeten overtuigen dat ze S. niet in de hoek hadden gezet. Ze benaderen het nooit als iets negatiefs dat ze zo haar eigen gang gaat, ik vind het fijn dat ze die ruimte krijgt.

Laatst was er een ouderavond over hoe ze daar werken en daar ben ik heen gegaan. Ik had meteen de eerste vraag van de quiz fout omdat ik niet wist met welke methode ze werken (Piramide), dus het was nuttig, haha. Ze hadden al eerder om toestemming gevraagd om te mogen filmen op de groep, zodat ze die avond konden laten zien wat voor activiteiten ze zoal doen. Dat was heel leuk, vooral de peuteractiviteit waarbij ze verschillende plastic flesjes moesten matchen op basis van het geluid dat de inhoud maakte. S. was niet te zien bij de activiteiten, maar wel in het filmpje daarna over de dagelijkse rituelen. Ik zag haar heel serieus aan tafel zitten. Na het eten werden er washandjes uitgedeeld. S. wilde erg graag een washandje hebben. Zodra ze er een kreeg, ging ze erop sabbelen…

Helaas begint haar placemat van het aap-noot-mies-leesplankje af te slijten (S. knoeit zoveel, hij wordt nogal intensief gepoetst). Ze kent veel plaatjes en gebaren: aap, mies (poes), wim (leest), zus (zit in kinderstoel en eet dus), jet (speelt), teun (opa :)), gijs (boer), lam (schaap), kees (hond), weide (om de een of andere reden denkt ze dat hier een muis op te zien is), does (nog een hond), duif (vogel), schapen. M.’s collega E. kwam M. ophalen, zag de placemat en vertelde dat haar oma vroeger zo’n leesplankje had en hoe erg ze zich erop verheugd had om dat op school te krijgen. De teleurstelling toen het boom, roos, vis bleek te zijn (ze is van onze leeftijd).

Ik ging met haar naar de tandarts. Met name voor haar heb ik uiteindelijk toch besloten om een tandarts in Amersfoort te zoeken. Ik ben niet zo bang voor de tandarts dat ik er nooit heen ga, maar toch wel zo bang dat ik niet bepaald stond te springen om een andere te zoeken. Ik had tot voor kort dus nog steeds een tandarts in Utrecht waar ik erg tevreden over was, maar dat was logistiek gezien natuurlijk niet heel handig. Dus nu een nieuwe, die natuurlijk niet kan tippen aan de Utrechtse, maar het leek wel oké. S. vond het maar niets dat de stoel met mij erin naar achteren ging en uiteraard dacht de tandarts dat ze een jongen was. Volgens de tandarts was het vooral belangrijk dat er geen strijd zou ontstaan over het tandenpoetsen, hij leek het al prima te vinden als S. zelf af en toe op haar tandenborstel sabbelde. Ik zet zelf liever toch iets hoger in, omdat ik het idee heb dat ze het anders nooit gaat toelaten, maar het was ergens ook wel geruststellend. Ik probeer het nu gewoon ’s ochtends en ’s avonds en het wisselt een beetje hoe dat gaat. Het helpt vaak nog steeds wel als wij ook onze tanden poetsen, als ze op een kussen van mij mag liggen of als ze in de spiegel mag kijken.

Ze kijkt bijzonder graag in de spiegel (en ze zwaait ook graag met een poetsdoek als we aan het schoonmaken zijn, dus wat zegt dit nu weer over haar/ons). Of in het raampje van de oven. Vooral als ze weer eens een of ander lintje of touwtje of mijn tas om haar nek heeft gehangen, dan gaat ze meteen kijken hoe het staat. Waarschijnlijk kwam daar die striem in haar nek ook vandaan… Ze wil soms ook het reiswiegje van pop Zoë op haar hoofd, en als het haar niet lukt, vraagt ze gewoon om hulp door ‘helpen’ te gebaren, iets te zeggen wat erop lijkt en op haar hoofd te wijzen. Wat jij wilt, S.

Ze begint meer met de Duplo te spelen. Vooral door blokjes van elkaar te trekken en deurtjes open en dicht te doen (de woorden ‘open’ en ‘di'(cht) zegt ze ook veel), maar ze is ook vaak druk met de poppetjes, de bedjes en de glijbaan. Ze maakt snurkgeluiden als het over slapen gaat en koppelt dat ook aan Zoë in haar reiswiegje en Duplo-poppetjes in bedjes.

Zelf slaapt ze nog steeds niet door. Ze gaat wel ’s avonds meestal een stuk makkelijker slapen dan eerst, namelijk zonder dat we er op een matras naast moeten blijven liggen. Die speen laten we voorlopig nog maar even… Ik sus mezelf met de gedachte dat ze hem in principe alleen krijgt als ze gaat slapen (o, en als ze het me onmogelijk maakt om haar luier te verschonen) en dat ze hem meestal ook zelf teruggooit in haar bed als ze weer aangekleed is. Ik wil in principe geen nachtvoedingen meer geven omdat ik het idee had dat ze daar alleen maar vaker wakker van werd, in de hoop dat ze dan weer wat zou krijgen. Ze is alleen vaak héél erg boos als ze het niet krijgt, en dat is ’s nachts extra moeilijk. Ze is ook nog steeds vaak erg boos voor het eten. Koken is lastig als er een krijsende dreumes aan je benen hangt. Soms lukt het om haar af te leiden met reepjes paprika en stukjes cherrytomaat, maar laatst had ze gezien dat er tomaatjes op het aanrecht stonden en ging ze daar alleen maar harder van krijsen. Ze houdt nogal van cherrytomaatjes.

Ze loopt steeds beter en is graag buiten, speelt graag buiten. Ik moet er nog erg aan wennen dat ze steeds verder kan lopen. Ze wil de laatste tijd ook steeds niet in de kinderwagen.

Maandag had ik mede daardoor een paniekmoment. Ik moest haar naar de crèche brengen (waar de fotograaf kwam, dus ik had ook nog meer dan anders het idee dat ik daar op tijd een enigszins presentabele S. moest afleveren). Toen ik de fiets uit de schuur haalde, bleek het achterwiel ineens aan te lopen tegen het spatbord, maar aanvankelijk had ik niet door dat dat het was en was ik alleen maar bezig met: O nee, het wiel draait niet, nu kan ik niet fietsen. Dan maar met de kinderwagen. Dat duurt natuurlijk langer en de kinderwagen heeft een lekke band. Je kunt er nog wel mee rijden, maar uiteraard minder goed en sowieso zijn de banden nogal versleten, doordat we ze niet vaak genoeg hebben opgepompt en dat hebben we niet vaak genoeg gedaan omdat er een autoventiel op zit, we geen geschikt pompje hebben en we meestal wel andere dingen aan ons hoofd hadden dan bij een fietsenwinkel of tankstation die banden op te laten pompen. Ik had eerder de indruk gekregen dat ik vrij gemakkelijk bij de babywinkel een nieuw setje banden zou kunnen kopen, maar toen ik daar heel dapper zonder M. met de auto, S. en de kinderwagen naartoe was gegaan, bleek zo’n setje peperduur te zijn en ook nog eens pas weken later te kunnen worden geleverd. Daar baalde ik erg van. En maandag wilde S. dus ook absoluut niet in de kinderwagen. Ze snapte niet waarom ze ineens niet meer op de fiets mocht (ik had haar al in het zitje gezet voor ik erachter kwam dat ik niet met de fiets kon rijden), ze overstrekte zich en ging compleet door het lint. En ik kreeg haar dus niet in de kinderwagen. Pfff, ik wist echt even niet meer wat ik moest doen en schreeuwde terug. Uiteindelijk kwam het heel snel goed, want daarna besloot ik toch nog een keer te kijken of we niet toch op de fiets konden, boog het spatbord recht en toen kon het gewoon, maar het was even moeilijk.

Op dinsdag wilde ze weer niet in de kinderwagen en besloot ik dat ik de kinderwagen mee zou nemen en dat ze dan wel een stukje mocht lopen naar het winkelcentrum. Ik dacht dat ze op de hoek van de straat wel moe zou zijn, maar ze vond het fantastisch (ze hield ook goed mijn hand vast) en dus waren we ineens al zowat in het winkelcentrum voor ik besloot dat ze nu toch echt in de kinderwagen moest, omdat ik onmogelijk boodschappen zou kunnen doen met haar aan de hand en de kinderwagen. Volgende keer moet ik misschien zonder kinderwagen gaan zodat ik haar in een winkelwagentje kan zetten. Uiteraard wilde ze op dat moment nog steeds niet in de kinderwagen, dus dat was me even een scène midden op straat. Een vrouw riep nog meelevend dat haar kinderen vroeger precies zo waren, maar niet hoe ze dat destijds had opgelost.

Een van de nieuwste gebaren die ze doet is ‘boodschappen doen’. Dat vindt ze een leuk gebaar (ikzelf eigenlijk ook wel, het is alsof je geld rondstrooit). Ik vind haar zo lief als ze heel serieus wil helpen met boodschappen opruimen.

Op woensdag kreeg ik een appje van mijn schoonmoeder dat het niet gelukt was om S. in de kinderwagen te krijgen en dat ze maar in de tuin gingen spelen in plaats van boodschappen doen. Op donderdag besloot ik S. wederom op de fiets naar de crèche te brengen. ’s Avonds kreeg ik bericht dat de nieuwe wielen van de kinderwagen onderweg waren.

Op vrijdag was mijn moeder jarig en droeg S. haar mooie vest dat opa en oma voor haar mee hadden genomen van vakantie. Op zaterdag werden de nieuwe wielen bezorgd. En besloot ik toch de rode Koelstra-buggy die ik op Marktplaats had gezien aan M. te laten zien. Ik haat mezelf als ik te veel geld uitgeef aan de verkeerde dingen. Maar goed, het lijkt me nog steeds handig om ook een buggy te hebben, zeker nu ze steeds groter wordt en meer loopt en deze zag er echt nog goed uit en werd dichtbij aangeboden voor een paar tientjes. De woonkamer van de aardige mensen bij wie we hem op gingen halen zag eruit alsof er een speelgoedbom was ontploft, zoals kan gebeuren als je meerdere kinderen hebt en het tegen het einde van de middag is in het weekend. S. begreep niet helemaal dat we alleen de buggy gingen ophalen, en dat het dus niet de bedoeling was dat ze daar met het speelgoed van die andere kinderen ging spelen. Dus die pakte een autootje, ik legde uit dat dat niet mocht en legde het terug. Een van die kinderen: ‘Die baby maakt er een rotzooi van!’ :)

Helaas gooide ze op de terugweg in de auto ineens haar soepstengel eruit en waren we meteen weer erg bezorgd, vooral omdat de vorige overgeefepisode zo dramatisch was, toen ze zelfs water niet meer binnenhield en we allemaal ziek werden en bleven. O, en ook wel omdat ze thuis niet meer uit de nieuwe buggy wilde en we bang waren dat ze die ook onder zou kotsen… Ze at bijna niets en gaf nog een keer over, en zondag bestond voor een deel uit kokhalzend de vreselijkste luiers verschonen, maar verder is ze heel vrolijk en lijkt het tot nu toe gelukkig mee te vallen.

Plannen voor 2018: update februari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
Ik ben nog niet verdergegaan met het (tweede) fotoalbum voor S. En dat terwijl S. dol is op foto’s kijken. Met mijn moeder bekijkt ze regelmatig onze trouwfoto’s (niet mijn idee :)) en ze roept enthousiast ‘Mama!’ als ze ons ergens spot. M. is er echter wel al voorzichtig aan begonnen, dus dat is handig, iemand anders die helpt mijn doel te behalen. In het kader van herinneringen bewaren: ik ben wel inmiddels weer helemaal bij in het vragenboekje Een vraag per dag voor mama’s, waarin je vijf jaar lange elke dag een vraag kunt beantwoorden over het moederschap, je kind(eren) of jezelf. We liepen daar maanden mee achter, maar ik kan me voorstellen dat het later heel leuk is om terug te lezen. We kregen het bij S.’ geboorte van mijn tante, die niet wist dat we het in Vilvoorde al eens hadden zien liggen. Ook heel fijn: afgezien van de vraag of je kind een moederskindje of een vaderskindje is, gaat het alleen maar over moeders, dus ik kan het gebruiken zonder me buitengesloten te voelen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Dit ligt stil. Vooral omdat ik een idee kreeg voor een breipatroon en daar nu liever eerst aan wil werken. Dat kwam echter onlangs óók stil te liggen, omdat ik nogal last kreeg van mijn schouder/nek. Ik vreesde overbelasting door een combinatie van werk, handwerken en S. tillen, en redeneerde dat handwerken daarvan het makkelijkst te laten zou zijn. Ik heb zelfs een soort ‘handwerkloze week’ ingelast, maar daar werd ik vooral diep ongelukkig en gestrest van. Nu, na een flinke deadline, lijkt het zowaar weer wat beter te gaan, en ik heb besloten om een betere bureaustoel aan te schaffen, dus hopelijk is het binnenkort weer helemaal over. Met het breipatroon gaat het op zich voorspoedig, maar ik moet het uiteraard wel eerst schrijven en een sample breien, dus het duurt waarschijnlijk nog wel even voor ik echt iets kan laten zien. Ondertussen natuurlijk wel al lekker voorbarig het een en ander uitgezocht over hoe het in z’n werk zou gaan om een patroon daadwerkelijk online te zetten, want serieuze plannen op dit vlak.

Minder werken
Dit is behoorlijk goed gelukt afgelopen maand, helaas ook omdat S. een dubbele oorontsteking kreeg en dus extra veel bij mij was. Ik probeer het te nemen zoals het komt. Niet alles hoeft nu. S. heeft me nodig. Natuurlijk is het goed om aan de slag te blijven en ook zelf geld te verdienen, maar als het nu even wat minder is, dan is het wat minder. Ik heb zeker hard gewerkt deze maand, maar niet overdreven veel. Helaas wel ook veel tijd verspild aan stressen over die ene opdracht die stukliep op het beschikbare budget en die ene ontevreden auteur.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit gaat gelukkig al wat beter. Er is nog steeds van alles niet gedaan, uitgepakt, geregeld en gekocht, er komt nog steeds post aan op ons oude adres (en laatst zelfs een pakketje, maar dat was mijn eigen schuld, oeps!) maar ik voel me voorzichtig wat meer thuis. Iemand zei tegen me dat het ook toch helemaal niet leuk was om alles in een keer te bedenken en te kopen, dat het veel leuker was als het beetje bij beetje ontstond. Misschien moet ik het zo maar zien. De nieuwe hoekbank is er. Het is zo fijn dat we de ramen gewoon open kunnen doen. Ik oefen zowaar met achteruit inparkeren, zodat ik hopelijk wat minder hoef te stressen over de parkeerruimte hier.