Dochter (25)

Ze eet nog steeds zo ontzettend graag yoghurt. Ze wijst naar de koelkast als we haar vragen waar de yoghurt is. Ze wil haar yoghurt soms zelf eten en we vinden (met enige tegenzin i.v.m. de kliederzooi) dat dat dan moet kunnen, want hoe moet ze het leren als ze nooit mag oefenen? Ze draagt wel een slab met mouwen. Ze denkt helaas vaak dat ze de lepel om moet kiepen. M. zei laatst dat S. gelukkig niet meer zo overstuur raakte zodra haar yoghurt op was. Dat had ze beter niet kunnen zeggen. We proberen haar af te leiden, bijvoorbeeld door onze armen in de lucht te steken voor een soort wave of door met onze lepel tegen die van haar te tikken (‘lepelmaatjes’), we proberen haar voor te bereiden op de teleurstelling door aan te kondigen dat het bakje bijna leeg is, maar vaak is er geen houden meer aan.

Ze sjouwt het liefst de hele dag rond met de boeken over Boer Boris. De leeftijdsindicatie is vanaf drie jaar, maar ze vindt de tekeningen zo leuk en we hebben de verhalen inmiddels al zo vaak voorgelezen dat ze bij Boer Boris wil geen feest zelf al ‘Nee!’ begint te roepen als het broertje en zusje van Boer Boris weer eens iets willen vieren. Boer Boris zegt op al het vierbare (een groeiend worteltje, een pasgeboren lammetje, een jarig neefje) namelijk: ‘Nee, dat is geen reden voor een feest.’ Tot zijn nieuwe hakselaar wordt bezorgd :) We moeten maar eens op zoek naar andere delen (die zijn er), blijft het voor ons ook leuk. In een van de bladzijden zit helaas nu ook een scheur (argh, mijn arme boekenhart!), bewijs dat ze eigenlijk nog in de kartonboekjesfase zou moeten zitten.

‘Ja’ en ‘nee’ (vooral ‘nee’ dus) lijken meer betekenis voor haar te krijgen, net als ‘open’. En op de crèche schijnt ze ‘Uit, uit!’ te hebben geroepen toen ze uit de verkleedkist wilde (ze klimt nog steeds overal in, gisteravond zat ze ook ineens in haar speelgoedbak, waar ze amper in past).

We zijn bang dat ze bang is geworden voor de douche door Nog even mijn haartjes wassen. Ik heb het zelf aan haar gegeven, dus ik kan niemand de schuld ervan geven. Er is een scène waarin het konijn water in zijn gezicht krijgt en je snel je handen voor zijn ogen moet houden. Daarna wordt er wel meteen gezegd dat er niks aan de hand is, maar misschien denkt S. daardoor toch dat er iets niet pluis is. In ieder geval is ze ineens doodsbang voor de douche. Het begon ermee dat ze er absoluut niet onder wilde, maar inmiddels raakt ze ook in paniek als ze in de douchecabine in haar badje zit (dus zonder dat de douche aanstaat). Heel zielig. We laten haar nu eerst maar eens vanaf de buitenkant van de cabine zien dat er niets engs gebeurt als wij onder de douche gaan, hopelijk helpt dat.

Ze vindt het nu heel leuk om haar schoenen aan te hebben en in de tuin te zijn. Ik kan haar gerust even neerzetten terwijl ik de fiets uit de schuur haal. Onderweg houdt ze alles goed in de gaten en is ze dolblij als ze een hond of een vogel ziet. Dat gebaart ze dan ook. Ook op de crèche heeft ze voor het eerst in de tuin rondgelopen, dat vond ze blijkbaar erg leuk. Het is wennen dat ze nu op die manier naar buiten kan. Maar de tuin daar is erg mooi.

Ik baal ervan dat het nog steeds zo koud is, maar S. lijkt er niet zo mee te zitten. Ze wil haar wanten nooit aan. Ik had haar alvast in de auto gezet toen ik de ruiten nog moest krabben. Ze vond het fantastisch toen ik aan haar kant achter het ijs tevoorschijn kwam.

Ze kent al best veel dierengebaren, maar het verschilt natuurlijk hoe vaak ze ze kan gebruiken omdat ze die dieren in het echt ziet. Poes, varken, schaap, paard, konijn, olifant, zebra, vlinder… Ik vind het heel knap dat ze zo duidelijk onderscheid maakt tussen ‘vogel’ en ‘vlinder’, toch twee gebaren waarbij je met je armen moet wapperen. We doen eigenlijk maar wat, ik bedoel, de gebaren zijn officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal, maar we bedenken zelf zo’n beetje welke gebaren ons handig of leuk lijken en die zoeken we dan op (waarbij we meestal uitkomen bij de voorbeeldfilmpjes van Het Gebaar van de Dag met Emily, een ontzettend cool jong meisje dat gebarentaal gebruikt om beter te kunnen communiceren met haar zusje dat een verstandelijke beperking heeft). Ik ben er heel enthousiast over, want ik zie dat het werkt. S. kan veel meer duidelijk maken dan ze in gesproken Nederlands al kan zeggen en ik heb ook het idee dat ze ons beter begrijpt. Ik krijg er veel verwonderde reacties op. Veel mensen zijn er niet mee bekend en vinden het maar vreemd, denken dat we ons kind een taalachterstand bezorgen door te gebaren in plaats van tegen haar te praten of vermoeden dat we het doen omdat we dove mensen in onze omgeving hebben. Ik was altijd al geïnteresseerd in gebarentaal en dovencultuur, maar ik ken geen dove mensen en kan me nog steeds amper uitdrukken in hun taal, want ik ken alleen wat losse gebaren. Ik spreek ook gewoon tegen S., voor alle duidelijkheid, die voor zover we nu weten prima hoort (ze testen trouwens al in de eerste week of baby’s iets kunnen horen, tegelijk met de hielprik). Ik ondersteun wat ik zeg alleen met gebaren en beschouw dat als een verrijking. Nou ja, het geeft ook verder niet, toen S. nog helemaal niet reageerde op de gebaren heb ik ook wel momenten gehad dat ik dacht: Gaat dit ooit effect hebben of maak ik mezelf alleen maar belachelijk? Ook de oma’s van S. waren trouwens aanvankelijk best sceptisch, maar zijn nu helemaal om en dragen regelmatig gebaren aan die wij nog niet kennen :)

Het gebaar voor ‘mama’ was het eerste gebaar dat ze kende (dat woord kan ze al wel ook zeggen). Je tikt daarbij twee keer met je vlakke hand tegen je wang. Laatst zag ze M. en mij samen en tikte ze enthousiast met allebei haar handen tegelijk tegen haar wangen. Alsof ze begreep dat ze zo meervoud aan kon geven.

Ik ben nu minder ongerust als ze weer een of andere ‘tic’ lijkt te hebben ontwikkeld. De vorige (snuiven, ‘de centenbak’) zijn namelijk ook vanzelf weer overgegaan. Ze haalt nu ineens vaak haar schouders op.

‘Sjok, sjok, sjok, achter moeders rok’ vindt ze nu erg leuk, al moet ik eerlijk bekennen dat ze ook vaak hysterisch aan mijn benen hangt, vooral aan het einde van de dag. M. kende het niet, het stelt ook niet veel voor: ik loop door de kamer en S. loopt achter me aan terwijl ik haar handjes vasthoud. Ze houdt van liedjes (zoals vrijwel alle kinderen, volgens mij). Ze vraagt soms ook om ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ door naar haar hoofd te grijpen en iets in de richting van ‘Hoooooofd’ te zeggen op de juiste toonhoogte. Ze zingt op haar manier ‘Een koetje en een kalfje die liepen in de wei’ (‘Neeee! Boe, boe!’, ze is duidelijk goed in dingen die ‘nee’ bevatten). We hebben een cursus Muziek op schoot gevonden voor in het voorjaar. We hadden al langer bedacht dat we zoiets wilden doen, maar S. was er nog niet oud genoeg voor. Het lijkt ons allebei leuk, dus we wilden graag weten of we afwisselend met S. mee konden komen, of misschien zelfs met z’n drieën. De juf had het in haar mailtje aan M. alweer over ‘uw man’. Zucht.

Als ik iets probeer te zeggen over wat ik lastig vind aan twee moeders zijn, reageren mensen vaak in de trant van: ‘O, maar dat is toch niet zo erg?’ Omdat de voorvallen op zich gelukkig ook niet zo erg zijn. Geen discriminatie (of erger), maar onnadenkendheid en misverstanden. Het is geloof ik vooral de frequentie, en dat ik al min of meer verwacht dat ik dingen zal moeten uitleggen of rechtzetten. Het gaat van oprechte interesse tot pure sensatiezucht, maar het is nooit vanzelfsprekend.

In de supermarkt zagen we leidster M. van de oude crèche. Ze was daar met haar eigen dochters en ze reageerde heel enthousiast. Ze wist nog naar welke crèche S. is vertrokken en legde aan haar dochters uit dat ze S. op de groep had gehad toen die ‘nog een baby was’. Ze heeft S. leren kennen met 3 maanden en ik snap dat het verschil tussen 3 en 15 maanden groot is, dat vind ik zelf ook, maar het klonk toch gek.

Ze wil nu vaak met boodschappen doen de scanner vasthouden en als dat niet mag (het mag nooit) m’n boodschappenbriefje. Dat mag op zich wel, al heeft ze het ook al eens kapotgescheurd voor ik klaar was. Ik probeer haar te laten helpen voor zover ze dat al kan. Ze gooit zelf de speen terug in haar bed. De haarborstel in de la. ‘s Avonds haar speelgoed in de bak (als ze op dat moment niet volledig door het lint aan het gaan is omdat haar yoghurt op is). Op de crèche haalt ze de spullen uit haar mandje en geeft ze aan. Ook boodschappen naar de keuken brengen lukt, dan gaat ze steeds kijken of er nog iets in het mandje van de kinderwagen zit. Ze had vandaag het liefst een zak aardappelen van drie kilo meegesleept.

Ze denkt dat knopen klokken zijn. Het begon bij de knoop van mijn broek. Ook een rond ding met tekentjes erop, zoiets zal het wel zijn. Ze wordt boos als ik zeg dat een knoop geen klok is en tik-takt vrolijk verder.

Dochter (24)

Soms ben ik bang dat mensen zullen vinden dat ik opschep. Ergens kan het me ook niets schelen als dat zo is. Ik laat nog steeds alleen foto’s van haar zien als mensen er expliciet naar vragen.

We gingen facetimen met mijn moeder en ze vertelde welke boekjes ze voor S. uit de bieb had geleend. Er zat een boek over een schaap bij. Ineens komt S. aanlopen met haar eigen boekje waar een schaap op staat (dit, dat ze van L. kreeg). O, en ze gebaarde ook ‘paard’ toen mijn moeder haar via de iPad uit het raam liet kijken naar het weiland waar normaal gesproken inderdaad paarden staan.

Ze lijkt te weten wat soms ergens is. Of wie, want ze gaat nu ook vaak bij het raam staan kijken of ze vogels ziet, of M. al thuiskomt van haar werk. Ook dat zou ik me natuurlijk kunnen verbeelden, maar ze gebaart erbij.

We leren haar om ‘mama’ te roepen als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. Dat wil zeggen, de moeder die haar niet aan het verschonen en omkleden is. Zoveel mensen vragen ons: ‘Maar hoe gaat ze jullie dan noemen?’ Meestal vragen ze zelfs: ‘Maar hoe noemt ze jullie dan?’ Ook toen S. nog helemaal niets zei. Mensen vinden het een interessant vraagstuk, en dat snap ik ook wel. Tot nu toe noemt ze ons allebei mama en proberen we haar ook niets anders te leren. Als mensen aandringen roep ik altijd stoer dat ze vast zelf een manier zal vinden om onderscheid te maken als dat nodig is, maar ik heb natuurlijk wel wensen. Alleen mijn voornaam zou ik jammer vinden omdat de rest van de wereld me al zo noemt. ‘Mammie’ en ‘ma’ zijn niet mijn smaak (ik ben er ook nog altijd niet helemaal aan gewend dat mijn broertje onze moeder ‘ma’ noemt, wat hij inmiddels al vele jaren doet). Iets ordinairs als ‘de mama met de grote tieten’ (degene die dit ergens online postte vond het nog grappig ook) zou ik niet toestaan (het woord ‘tieten’ an sich trouwens ook niet, en het zou fysiek gezien trouwens ook nergens op slaan). Maar goed, ze roept dus ‘mama’ als ze klaar is om haar tanden te gaan poetsen. En dat doet ze ook als de andere moeder niet thuis is. Niet dat ze ooit zin heeft om tanden te poetsen, dat lijkt alleen maar zo. Vandaar dat er twee moeders voor nodig zijn.

J. zei: ‘Hé, ze kruipt nu helemaal niet meer, hè.’ Hè? Maar inderdaad, ze kruipt nu eigenlijk helemaal niet meer.

De afgelopen twee weken waren weer erg zwaar. S. bleek een dubbele oorontsteking te hebben en er komen volgens mij ook nog weer tanden aan. Ze kon twee dagen niet naar de crèche en de dag dat ik haar er wel heen had gebracht, belden ze al snel om te melden dat ze haar zo pips vonden. Van een slaapje knapte ze op zich wel weer een beetje op, maar inmiddels hadden we al een afspraak bij de huisarts gemaakt, dus ik ben haar toen alsnog halverwege de middag gaan halen. Ik bracht dus nog meer tijd met haar door dan normaal. Het was ook echt wel een beetje ‘ik moest nog meer tijd met haar doorbrengen dan normaal’. Ze huilde extreem veel, ook ‘s nachts, en wilde alleen maar bij mij hangen. En ze was vaak zo boos, de jam eindigde op de muur. Ik moest weer veel dingen uitstellen. M. is in loondienst en werkt in Amsterdam, en daardoor gewoon een stuk minder flexibel (al heeft ze een dag thuis kunnen werken). Daarnaast voelde zij zich ook weer een aantal dagen niet lekker. Hoe blij ik ook ben met mijn werk en hoe goed we het ook voor elkaar hebben, ik baal er soms best van dat er zoveel op mij neerkomt.

We kregen die dagen toevallig best veel bezoek. Helaas was S. dan vaak ook erg moeilijk. Bezoek confronteert me vaak extra met alles wat nu moeilijker is. Ik heb dat ook wel echt onderschat, ik dacht dat het wel mee zou vallen met het gevoel dat mijn leven voorbij zou zijn, omdat ik zo graag thuis ben. Maar we hebben ‘s avonds thuis natuurlijk ook heel lang amper iets kunnen doen en lekker even bijkomen als ik thuiskom is er meestal ook niet bij. Ik heb toch het idee dat het vaak ouders met lekker doorslapende flesvoedingkinderen zijn die het raar vinden dat ik dat zwaar vind, maar oké.

Als het wel een beetje ging met S. lazen we vooral veel boekjes. Ze wilde vooral steeds in een kartonboekje bladeren met flapjes waar dieren achter zitten. Traktatiecadeautje van R. op de oude crèche. Natuurlijk geen probleem, maar wel grappig, zit je dan met al je ‘verantwoorde’ kinderboeken. Soms keken we naar Sesamstraat, eigenlijk nog te moeilijk voor haar, maar makkelijk even op te zetten. Ze zei consequent ‘aap’ tegen Tommie. Ze begreep trouwens wel heel goed dat Frank Ieniemienie aan het voorlezen was, want toen liep ze weer ‘boek’ gebarend naar de kast.

Ze kreeg antibiotica voorgeschreven. ‘Ik weet niet wat je van antibiotica vindt?’ vroeg de huisarts in opleiding aarzelend. Tja, geen idee, ik bedoel, ik ben helemaal niet zo van de medicijnen, maar de vorige oorontsteking hadden we gemist, S. leek veel pijn te hebben en we gingen de nachten zo niet veel langer volhouden, dus dan toch maar antibiotica proberen. Ze moest het elke acht uur hebben en op zich nam ze het steeds heel braaf in (ze zullen het wel zoet maken of zo), maar het was toch elke keer gedoe om het te timen en dat spul uit dat flesje te zuigen met een spuitje. Totaal gebrek aan verpleegskills, ik. We moesten haar er soms ook voor wakker maken, al kwamen we er dankzij een tip van C. en R. na een aantal dagen achter dat dat toch niet echt hoefde, omdat het half slapend ook lukte. Het was vooral vervelend dat het vrij lang duurde voor we verbetering zagen. Maar nu is de kuur van een week dan eindelijk om en is S. weer wat levendiger en vrolijker. We hadden het advies gekregen om haar oren na een week nog een keer te laten controleren, dus dat hebben we gedaan. De huisarts bij wie we dit keer een afspraak hadden leek dat complete onzin te vinden, maar de oren waren weer bijna helemaal in orde, dus dat was mooi.

Donderdag kon ze wel weer naar de crèche, dat was fijn. S., een kindje van haar leeftijd, kwam superenthousiast aangekropen om haar te begroeten. Dat hoofd van S. daarbij: Wat is dit nu weer? Even dimmen, S., het is nog vroeg. Ze bleek ook met succes een pannetje te hebben verdedigd toen een ander kindje dat van haar wilde afpakken. Hm, de balans tussen assertiviteit en samen delen, dat wordt nog wat!

Ik ging met vriendin C. op bezoek bij hoogzwangere vriendin C. en kwam haar bij haar ouders ophalen met de auto. Hoogzwangere vriendin C. woont tegenwoordig 80 kilometer verderop en ik had ook nog een rijangstbevorderend briefje onder mijn ruitenwisser aangetroffen, dus dit was een enorm extra ding terwijl S. zo ziek was. Ging uiteindelijk wel goed, maar veel stress. Het was dus wel fijn om voorafgaand aan de roadtrip nog heel even met C.’s moeder over andere dingen te praten. C. en haar moeder zouden de dag daarop een meezingconcert bijwonen van het Requiem van Verdi en haar moeder vertelde dat het voor haar heel bijzonder was om daar met C. naartoe te gaan, omdat ze ook naar zoiets was geweest toen ze zwanger was van C. en ze C. daar voor het eerst had gevoeld. Ik voelde S. voor het eerst toen ik een keer heel hard moest niezen.

Soms heb ik heel lang het idee dat ik iets voor Piet Snot doe en blijkt ze het uiteindelijk toch opgepikt te hebben. Zo verrassend en tof. Ik heb dat maanden gehad met gebaren, en ook met ‘beentjes eerst’ als ze van de bank af wilde klimmen. M’n schoonmoeder vond dat wij haar dat zo goed geleerd hadden. Wacht even, doet ze dat dan echt? Op de crèche beweerden ze laatst ook dat ze geen klimmer was, totdat ze in korte tijd uit het poppenbedje en van een stoel af donderde. Maar we hebben het inmiddels zelf ook gezien, ze draait zich heel bewust om. Ze denkt alleen dat ze op die manier ook van de commode af kan klimmen.

Boek van januari

Vorige maand slechts een boek (uit)gelezen. Maar wel een dik boek en de verhuizing vond plaats en waarom zou ik mezelf eigenlijk verdedigen voor mijn leesgedrag op mijn blog?

Jonathan Safran Foer – Hier ben ik
(Here I Am, vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

Extremely Loud and Incredibly Close is me dierbaar. We hebben in het nieuwe huis één boekenkast in de woonkamer staan met daarin een soort best of, en daar moest dat boek zeker tussen staan. Ik heb het ooit gekocht en gelezen toen ik een maand op Interrail was en het blies me toen echt omver. De stem van de hoofdpersoon, het verhaal, de opbouw, de vormgeving, ik vond alles even fantastisch. De vertaling van Everything is Illuminated ligt hier nog. Ik heb het ooit in het Engels gelezen en toen pakte het me minder. Maar de combinatie van mijn beheersing van het Engels en die van de hoofdpersoon uit dat boek was ook geen gelukkige, dus ik wil de vertaling nog een kans geven. Een keer. Zijn non-fictieboek Eating Animals durf ik niet te lezen, hoewel ik al weinig vlees eet, en zo kwam ik nu dan uit bij zijn nieuwste roman, die inmiddels niet zo heel nieuw meer is.

Overheersend gevoel bij dit boek: ik ben hier te dom voor. O, er zitten briljante dingen in. Hij is zó goed in gesprekken, in kinderstemmen (en de vertaalsters dus ook!). Het is vaak zo geestig. Een van de personages is druk met een Second Life-achtige wereld, en dat is ook zo knap gedaan, de chats, de details. Er was weer van alles wat ik zelf geschreven zou willen hebben. Het is zeker een goed boek, maar ook zo… politiek? Intellectueel? Joods? Alle drie wel. En dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn, maar het vergt een hoop concentratie, die ik (op dit moment) niet echt kon opbrengen.

Plannen voor 2018: update januari

De plannen in kwestie vind je hier.

Een fotoalbum maken voor S.
S. heeft een fotoalbum! Met daarin alleen echofoto’s, buikfoto’s (we maakten elke week een foto van mijn buik, zo leuk om te zien, zo blij dat we dat hebben gedaan) en de foto’s uit de eerste twee maanden van haar leven. Oftewel: we hebben nog een dik jaar aan foto’s liggen, er is nog meer werk aan de winkel. Ik hoop dat het vanaf nu wat makkelijker gaat, maar ik moet het nog wel doen.

Naar het Utrechts Archief
Nog niet geweest.

Haakpatroon uitwerken
Voorzichtig begonnen. Binnenkort eerst maar eens garen aanschaffen. Lastig, want het is natuurlijk de bedoeling dat ik in het patroon een bepaald garen suggereer, maar zoveel weet ik er nu ook weer niet van. Maar goed, hoofd- en bijzaken. Het ontwerp is het belangrijkst, ik heb al eens met het garen gewerkt dat ik wil kopen, volgens mij zijn de kleuren goed en het is milieuvriendelijk. En het wordt een sjaal, dus de pasvorm is niet zo belangrijk als bij een kledingstuk. Proberen maar.

Minder werken
Hierin heb ik tot nu toe jammerlijk gefaald. Precies in de week van de verhuizing kreeg ik ineens allemaal opdrachten aangeboden, ik had nog werk liggen en alles ging natuurlijk weer eens veel langzamer dan ik dacht, ook door de nasleep van de verhuizing. Ik wilde zo min mogelijk werken in het weekend en ‘s avonds, maar ik kreeg het voor elkaar om zelfs in het weekend ‘s avonds te werken… Het blijft zo lastig, ik heb vaak het idee dat opdrachtgevers hopen/verwachten dat ik fulltime beschikbaar ben en dat de rest van de wereld me als thuisblijfmoeder ziet. En dat ik daar in mijn eentje tussen moet zien te schipperen. Komende maand opnieuw proberen.

Thuis zijn in ons nieuwe huis
Dit heeft nog wat tijd nodig. Ik wist al dat ik totaal geen emigratiemateriaal ben, maar ik moet er echt aan wennen om nu aan de andere kant van de stad te wonen. En ook om in een heel huis te wonen in plaats van in een appartement. De verhuizing was erg vermoeiend en we moeten nog veel uitpakken, regelen en kopen. Maar het appartement is overgedragen, het is een fijn huis en we hebben tijd genoeg. Een beetje hulp van de vaatwasser en de robotstofzuiger scheelt ook!