Dochter (20)

Vandaag wordt ze 1 jaar.

Wat een jaar.
Ik heb me nog nooit zo geliefd gevoeld en zo eenzaam.
Zo sterk en zo onzeker.
Zo mooi en zo lelijk.

Ze is nog steeds de liefste en de leukste. Gisterochtend vroeg wilde ze ineens weer alleen op mij slapen, tussen ons in liggen was niet genoeg. Ik lag me onder haar te verwonderen over hoe slecht dat inmiddels past en hoe weinig ze zich daarvan aantrok.

Ik ben nog nooit zo moe geweest. Een van de dingen die ik met name het eerste half jaar echt niet meer kon horen (naast haar gekrijs): dat ik gewoon lekker met haar mee moest slapen en/of vroeg naar bed moest gaan. Ze sliep overdag meestal exact een half uur, en we waren gerust een uur bezig om haar zover te krijgen. Op mij sliep ze vaak wel wat langer en de draagzak maakte dingen draaglijker, maar daar rustte ik niet echt van uit. De dag was verdeeld in blokken van drie uur, waarvan ongeveer een uur voeden, dan nog verschonen… reken je mee? Het was toch niet alleen mijn gevoel dat er zo weinig tijd overbleef voor andere dingen. En ‘s avonds sliep ze hoe dan ook niet in haar eigen bed. En dus kon ik altijd pas slapen na de laatste voeding vanuit bed, zo rond 23.00 uur (en dan maar hopen dat ze daarna wel ging slapen). Ik was al blij als ik daarvoor met haar op de bank kon liggen in plaats van dat ze rondgedragen wilde worden. Als ze niet huilde, zodat ik in ieder geval wat tv kon kijken. En dat maandenlang. Zo vaak met een hand geprobeerd wat te eten terwijl ik haar aan de borst had. Zo vaak gedoucht met oorverdovend gekrijs op de achtergrond. Natuurlijk is zo’n klein baby’tje schattig en is het prachtig om haar ontwikkeling van zo dichtbij te mogen volgen. Maar ik vind het dus wel fijn dat ze zich inmiddels al een klein beetje ontwikkeld heeft.

Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze zich niet meer kunnen voorstellen hoe het was toen [naam kind] er nog niet was. Dat lukt mij heel aardig, maar ik wil dan wel de nadruk leggen op ‘nog’. Want ze hoort voor altijd bij ons en wat maakt me dat gelukkig.

Kom maar op met alles wat we nog meer mee mogen maken.

UFO’s

Ik ben de laatste tijd nogal onrustig, wat onder andere tot uiting komt in het beginnen aan tig verschillende handwerkprojecten in plaats van dingen af te maken. Nu heb ik deze week zowaar iets heel kleins afgemaakt, dus ik hoop dat de stijgende lijn nu weer is ingezet, want ik vind het juist zo leuk om projecten te kunnen laten zien en gebruiken. Ik ben van plan om binnenkort te laten zien waar ik allemaal aan bezig ben, maar besloot eerst maar eens op een rijtje te zetten waar ik allemaal níét meer mee bezig ben. Voor de verwerking. :) Normaal gesproken maak ik het meeste (uiteindelijk) wel af, maar ook ik heb zo mijn UFO’s (Un-Finished Objects). Als er een speciale term voor is, kan ik onmogelijk de enige zijn die ze heeft. Deze projecten zwerven in mijn bak met garen:

Ik vind granny squares er heel leuk uitzien, maar ik vind het niet leuk om ze te maken. Vooral omdat je achteraf zoveel draadjes weg moet werken. Zeker bij deze mini’s in verschillende kleuren (het zijn deze). Ik was van plan om kussentjes voor op stoelen te maken en noemde dit project dan ook Granny Chairs. Met zo’n foute woordgrap wordt het natuurlijk nooit wat. Ik heb er ook al weleens eentje tussenuit gepeuterd als ik net nog een heel klein restje van een bepaalde kleur nodig had voor iets anders. Ik zie nu pas dat ik ‘maar’ zes granny squares tekortkom voor een vierkant van 6 x 6 granny squares. Als ik dan de achterkant van stof doe, of in ieder geval niet van granny squares, zou je zeggen dat het niet zo heel veel werk meer is (afgezien dan van al die losse draadjes, je wilt niet weten hoe de achterkant eruitziet). En ik vraag me af of ik dat witte garen nog wel ergens heb. Hm. Als ik zou moeten gokken welke UFO ik alsnog af ga maken zou ik mijn geld op deze inzetten, maar ik garandeer niks.

Dit is meneertje Opsekop. Mr. Topsy-Turvy in het origineel. Meneertje Andersom in een nieuwere vertaling (kwalijk niet me neem, maar ik kan er niet aan wennen). Mijn favoriete meneertje uit de serie van Roger Hargreaves. Van een aantal andere meneertjes bestaan patronen, van meneertje Opsekop voor zover ik weet niet. En dus heb ik ooit geprobeerd hem te haken. Hijzelf is nog wel redelijk gelukt, maar ik heb nooit een echt goed idee gekregen voor zijn omgekeerde bolhoedje en wandelstok, en blijkbaar vond ik hem nu ook weer niet zo goed gelukt dat ik eraan wilde blijven prutsen.

Ik moest echt even zoeken naar het patroon, maar ik heb het gevonden: Podster Gloves. Dit is er dus maar een en de flap voor over je vingers ontbreekt. O, en hij is mij te groot… Ik weet nog dat ik een keer wilde kijken hoe je handschoenen breit, of ik dat kon. Bij handschoenen blijk ik hetzelfde probleem te hebben als bij sokken: gaatjes. Bij handschoenen tussen de vingers, bij sokken tussen de spie en de bovenvoet (ik ben de trotse bezitter van Sokken brei je zo!, dus ik ken zowaar deze termen). Ik kan het op zich wel, en het lijkt me nog steeds leuk om een keer iets voor om mijn handen te breien, maar blijkbaar ook weer niet zo leuk, want ik heb het nog steeds niet gedaan. Ik weet wel zeker dat ik hier niet nog een tweede van ga breien.

Ik weet dat dit een pakketje was dat ik een keer heb gekregen om een of ander schildpadje te haken. Ik vraag me af waar het patroon en de rest van het pakketje zijn… Ik hou niet zo van amigurumi/knuffeltjes, weet nooit zo goed wat ik ermee moet. Ik vind het soms wel leuk om ze te maken als cadeautje voor een baby of om een ander cadeautje op te leuken. Ik heb weleens een konijnenbruidspaar gehaakt toen ik mensen geld ging geven voor een bruiloft. En twee maanden terug een leeuwtje omdat mijn tante ons mee had genomen naar The Lion King. Maar verder?

Dit zou een gehaakte ballonhond moeten worden. Erg leuk idee, vind ik nog steeds. Maar ook in dit geval vraag ik me af wat ik ermee moet. Ik vrees trouwens dat ik dit niet eens af kán maken. Ik kwam erachter dat het patroon dat ik destijds gebruikte niet meer online staat en als dit al het garen is, kom ik tekort.

Oké. Misschien moet ik deze rommel nu gewoon weggooien of uithalen. Al heb ik nu toch weer wat hoop gekregen dat ik dat granny square-kussentje ga afmaken. En ik heb het nog niet eens gehad over mijn blik vol frivolitéspoeltjes en dun garen (dat in meer of mindere mate in de knoop zit), mijn stofjes (deels geknipt) en die ene boekenlegger waarop ik een stapel boeken aan het borduren ben. Die laatste ligt nog altijd voor het grijpen, gebroederlijk naast M.’s borduurwerk (een restaurantje aan het water waar ze al evenveel aan werkt als ik). Tja.

Maandag

(Omdat het wat al te makkelijk is voor mij om weg te zakken in een of andere herfstdip, die nog verder aangezwengeld wordt doordat S. ons nog steeds elke nacht wakker houdt en ik vorig jaar rond deze tijd zo fijn met zwangerschapsverlof was.)

♡ S. naar de crèche brengen met dit weer. Ze kan inmiddels op de fiets, maar ik ga eigenlijk altijd lopen, omdat ik anders zo met haar moet sjouwen (naar de berging waar de fiets staat en als we bij de crèche aankomen). Ook wel fijn om de dag te beginnen met een wandeling (vooral met dit weer dus).
♡ S. in een vestje dat mijn oma nog heeft gebreid. Mijn oma is gestorven toen ik 12 was, maar dit is er nog. In de kast ligt een heel stapeltje, door verschillende mensen gemaakt voor mij en m’n zusje of voor M. en haar zusje, en dit is het moment voor S. om ze te dragen, qua weer en maat. Zo mooi wat je kan doen met handwerken (misschien zelf toch ook eens een vestje of een trui voor S. maken als ze deze niet meer past).
♡ Gelukte scones (naar dit recept). Clotted cream vind ik wat te vet, maar met margarine en fruitspread zijn ze ook erg lekker.
♡ Gesprekje met R. (3) op de crèche.
Ik: ‘Hé R.’
R. (boos): ‘Ik bén niet R. Ik ben een brandweer!’
♡ Op zondag al boodschappen hebben gedaan voor maandag. En dus iets meer rust als S. het helemaal heeft gehad (dagelijks grofweg vanaf 17.00 tot ze naar bed gaat, of in ieder geval tot ze borstvoeding heeft gehad). Natuurlijk waren we alsnog een ingrediënt vergeten, maar dat heb ik redelijk kunnen oplossen.
♡ Lachen om Zondag met Lubach, hoe pijnlijk en raak het vaak ook is. Of misschien wel juist daarom. Ineens gebruikten ze ook weer mijn favoriete soundbite!
♡ Bloggen. Zonder pretenties.
♡ Mensen die de moeite nemen berichten te beantwoorden.
♡ Eindelijk weer een breiprojectje afronden. Met de nadruk op ‘tje’, maar toch. Later meer hierover!

Optreden

Op 6 november 2016 trad ik voor het laatst op. Ik schreef er hier iets over. Ik was hoogzwanger en ik herinner me dat de organisatoren vroegen wanneer ik uitgerekend was en daarop een beetje deden alsof ik nog zeeën van tijd had, alsof het overdreven was dat ik had gezegd te zullen komen, tenzij de baby dan al geboren zou zijn.

Nu dacht (hoopte?) ik zelf ook steeds dat ik nog zeeën van tijd zou hebben. Ik voelde me heel goed en genoot erg van mijn verlof. Eerste baby’s worden gemiddeld het vaakst geboren tussen 40 en 41 weken zwangerschap. Ik was het laatst uitgerekend van iedereen van de zwangerschapscursus, om de een of andere reden was ik ervan overtuigd dat we die volgorde zouden aanhouden. Nou, en iedereen was nog zwanger, dus voorlopig was ik heus nog niet ‘aan de beurt’. Toen ik vrijdagavond laat weeën kreeg, terwijl ik de maandag daarop ‘pas’ uitgerekend zou zijn, was mijn eerste reactie dan ook: Hè, nee, niet nu al! Ik wilde heus wel dat onze baby uiteindelijk geboren zou worden, maar zou het helemaal niet erg hebben gevonden als het nog een weekje langer had geduurd.

Goed, die zaterdagavond was er dus een baby. Die binnenkort ineens jarig is. Het afgelopen jaar heb ik weinig geschreven en helemaal niet opgetreden. Ik ben nergens voor gevraagd en ook zelf niets geregeld. Of nee, dat is niet helemaal waar: ik had me voor één gelegenheid aangemeld, maar uiteindelijk bleek ik daarbij als ‘gepubliceerd auteur’ in een andere categorie te vallen, namelijk in de categorie die zich niet zelf kon aanmelden maar eventueel zou worden uitgenodigd. Wat dus niet gebeurde.

Ik heb het niet gemist. Zo. Daar staat het. Dat komt goed uit, want men heeft mij ook niet gemist. Ik krijg wel regelmatig de vraag of er een tweede bundel komt. Voorlopig niet, die kan ik nog lang niet vullen en de uitgever van mijn debuut is gestopt met het uitgeven van poëzie. Ik heb zeker nog wel ideeën voor blogs, gedichten en andere teksten, maar ik heb weinig zin om me bezig te houden met waar ik mijn gezicht moet laten zien en hoe ik me moet presenteren. Met mijn zenuwen. Met waarom sommige dingen maar niet lukken, wie er allemaal meer bereiken en waarom. Ik schrijf dit niet om te laten zien hoe goed en onafhankelijk ik wel niet ben, want het lukt me vaak helemaal niet om dat soort dingen los te laten. Maar niet alles kan, en zeker niet alles kan nu meteen. Optreden heeft kennelijk op dit moment voor mij helemaal geen prioriteit. Ik weet eigenlijk wel zeker dat dat een flink nadeel is bij het verwezenlijken van mijn ambities, maar dat is dan maar zo.

Dochter (19)

We hebben een boekje uit de bieb, Kijk eens wat ik kan! van Mies van Hout, en ze doet dus echt dingen die daarin staan als we dat lezen. Klappen en zwaaien. En ze lijkt ‘boek’ te gebaren, uiteraard een essentieel gebaar in dit huishouden.

Bij die gebaren is het een beetje lastig dat ‘nee’ en ‘meer’ veel op elkaar lijken. Ik vrees dat we nog steeds de volgende regel kunnen aanhouden: is het avondeten, dan wil ze niet meer. Is het iets anders, dan wel. Het is fijn dat ze fruit, brood en yoghurt goed eet, ze krijgt nog steeds borstvoeding, groeit goed en eet soms iets van het avondeten, maar het blijft gedoe. Op de crèche gaf een leidster nog als tip om ‘s middags warm eten te proberen op de dagen dat dat kan. Wie weet. Wat ze onlangs at: wat erwtjes (erwtje voor erwtje, je beheerst de pincetgreep of je beheerst ‘m niet), omelet (waarin ik wat groente had proberen te verstoppen, maar die filterde ze er grotendeels uit) en de babyproofversie van onze erwtensoep (als we stukjes brood erin doopten). Gisteren bleek ze een banaan zo te kunnen afhappen. En mandarijn (ik snijd de partjes dan wel in kleine stukjes) blijkt ze ook lekker te vinden.

Er zijn veel mensen in onze omgeving die ons te streng vinden met eten. Dat begint op te vallen nu S. ouder wordt, ze blijven vragen of ze dit of dat mag hebben. De opvattingen over eten zijn de afgelopen dertig jaar natuurlijk behoorlijk veranderd en ik denk dat ze er ook vanuit hun eigen perspectief naar kijken. Dat ze het zielig vinden voor S. omdat zij geen rijstwafels lusten en er niet aan zouden moeten denken om alleen maar water te drinken. Dat ze haar graag willen verwennen met iets lekkers. Ik zie mezelf ook helemaal niet als iemand die streng met eten omgaat, maar het klopt dat we erg opletten met suiker en zout voor S. Lastig wel.

Ze loopt nog steeds niet los, maar ze kan nu hoekjes om. Ze gaat nu ook vaak op haar knieën zitten, dus misschien staat ze binnenkort op en loopt ze weg. En misschien duurt het nog wat langer. Ik maak me er totaal geen zorgen om.

Mijn nicht appte me een link naar dit artikel. Ondanks alle onzekerheid en ‘adviezen’ van mensen, sta ik er nog steeds zo achter dat we S. niet laten huilen. En ik vind het superfijn om dingen met mijn nicht (die twee geweldige kindjes heeft) te kunnen delen.

Ze helpt graag met het open- en dichtdoen van de gordijnen. Ik heb haar dan op mijn arm en loop, zij houdt het gordijn zo’n beetje vast. M. had haar gisteren een stofdoek gegeven, dus het niveau van helpen gaat omhoog. ;)

Als ze in haar badje zit, gaat ze vaak hozen met een plastic bekertje. Gelukkig doen we haar nu in de badkamer in bad.

Ze vindt het geluid van de staafmixer blijkbaar een leuk geluid, dan gaat ze ‘swingen’. Laatst ook al toen ze hem alleen maar zag.

Tandenpoetsen is soms lastig, vooral als ze weer een tand krijgt. Tand 8 lijkt onderweg, op dit moment heeft ze het met alles moeilijk. Ze kwijlt en krijst, is veel wakker ‘s nachts en wil haar speen niet. En daarvoor deed ze natuurlijk niet aan de wintertijd, dus het gaat weer lekker. Maar ze lijkt beter door te hebben wat tandenpoetsen inhoudt, zegt vaak ‘aaaa’ en probeert ook echt te poetsen nadat wij klaar zijn (en soms probeert ze ook haar tandenborstel in onze mond te duwen).

Ze speelt nog steeds heel graag met lege dozen en tijdschriften die we nog willen lezen. Op de crèche was een afwasborstel van de week favoriet. En spelen komt vaak neer op iets aan ons geven en hopen dat we er iets leuks mee doen (ze is dus in ieder geval nog heel gul!). Maar ze weet in welke bak haar speelgoed zit en kruipt daar vaak ‘s ochtends meteen naartoe.

‘Ze is een beetje rossig, hè?’ Hoe vaak ik dat al niet heb gehoord. Ik zie het eerlijk gezegd niet zo, maar we zullen zien welke kleur haar ze krijgt. Ze krijgt in ieder geval steeds meer en langer haar, maar het is nog niet lang genoeg om er iets mee te kunnen. Ik verwacht ook niet dat ze daar zin in heeft. Ik op zich wel.

Ze gebaart soms ‘slapen’ als ze moe is, schreef ik al. Oftewel: ‘Mag ik naar bed?’ Dat zei mijn broertje toen hij klein was. Hij zal het misschien twee keer hebben gezegd, maar dat is zo’n uitspraak geworden die blijft terugkomen in onze familie. Ik geloof dat dat een van de redenen is dat ik deze blogs schrijf, in de hoop meer te kunnen bewaren dan dat.

Boeken van oktober

Arjeh Kalmann – Leef gelukkig!

Maar weer eens een boek uit de kast van de Eemlandse schrijvers meegenomen (als ik daar toch ben om mijn bundel goed in het zicht te zetten, tralala). Ik nam het mee, maar M. las het eerst, zo gaat het meestal. Zij was er nogal door gegrepen, dus ik had hoge verwachtingen, die uiteindelijk toch een beetje tegenvielen. De ondertitel zegt het al, het is een Joods familieportret in egodocumenten (voornamelijk brieven, maar ook sinterklaasgedichten, dagboeken enzovoort). Kalmann beschrijft de levens van de tien personen op de foto op het omslag en dan met name hun onderlinge relaties. Het is zijn eigen familie, en dat is zowel een voordeel als een nadeel, denk ik. Zou een buitenstaander over al dit fantastische materiaal hebben kunnen beschikken? Waarschijnlijk niet. Zou het boek gebaat zijn geweest bij wat meer afstand? Ja, dat denk ik wel. Het is zonder meer fascinerend hoe de familieleden met elkaar omgingen (mensen raakten voortdurend uit de gratie bij andere mensen, schreven elkaar venijnige brieven en roddelden over elkaar met derden). Bovendien is ook dit weer een belangrijke en erg interessante oorlogsgeschiedenis (een deel van de familie duikt onder, een deel vlucht naar Zwitserland). Ik had ook niet de indruk dat de auteur zijn familie spaart. Of zichzelf, want hij heeft zelf ook heel wat woedende epistels ontvangen, met name na de scheiding van zijn ouders (sommige verwijten waren verrassend herkenbaar). De auteur heeft volgens mij ook geworsteld met zijn positie, maar die worsteling had van mij niet in het boek terecht hoeven komen. Hij goochelt nu bijna het hele boek lang met formuleringen als ‘de auteur van dit boek’ en ‘de tweede zoon van Annie en Heinz’ om ‘ik’ maar niet hoeven te gebruiken, om zich dan uiteindelijk ‘bekend te maken’. Tegen die tijd vond ik het alleen maar bijzonder irritant, want je weet als lezer al de hele tijd dat hij aan het woord is. Daarnaast vond ik het ook een wat onevenwichtig boek. Ieder familielid op de foto heeft zijn of haar eigen deel gekregen, maar niet iedereen leefde even lang en schreef evenveel. Netty overleefde de oorlog niet. De auteur kent zijn eigen moeder het best, dus dat deel is het langst (daar komt hij zelf ook het meest in voor). Bovendien komen sommige brieven of delen daarvan in meerdere delen voor. Wat meer duiding en selectie (het boek bestaat nu grotendeels uit de primaire bronnen, de schrijvers daarvan krijgen ook terecht credits als ‘de echte auteurs van dit boek’) was misschien beter geweest. Ik ben blij dat ik het helemaal heb gelezen, maar het was af en toe best doorbijten. Ook voor de persklaarmaker/corrector, kreeg ik het idee, ik kwam tegen het einde meer foutjes tegen…

Martine Bijl – Hindergroen

Op Vlieland heb ik alleen dit boek gelezen, maar ik heb in ieder geval een boek gelezen (en tijdschriften). Dit is een bundel columns. Ik geloof dat we ergens hadden gelezen dat ze goed waren en de titel daarom hadden genoteerd, ik geloof niet dat ik al eens ergens een column van Martine Bijl had gelezen. Het probleem van columnbundels is natuurlijk dat daarin stukken achter elkaar staan die oorspronkelijk niet bedoeld waren om achter elkaar te lezen. Je loopt het risico dat het meer van hetzelfde lijkt. Dat vond ik bij deze bundel ook wel een beetje. Misschien vooral ook omdat ze vrij veel over de natuur schrijft (over haar tuin, over dieren) en ik dat niet zo interessant vond. Jammer genoeg schreef ze weinig over theater, televisie en het vertalen van musicals. Ik vond de columns op zich wel leuk, maar ik kreeg de indruk dat ze zichzelf ook nogal leuk vond, en dat vond ik dan weer wat minder.