Therapeutisch schrijven

Ik denk dat mensen vaak beginnen te schrijven om dingen te verwerken. Dat gold in ieder geval voor mij toen ik begon met schrijven. En het hielp. Het schrijven en het wereldje waar ik in terechtkwam, het wereldje van de poëzie en de (jongeren)schrijfwedstrijden. Veel fijne mensen ontmoet en veel leuke dingen gedaan.

Vanaf dat moment neem ik schrijven serieus. Dat wil niet zeggen dat het niet meer fijn of helend kan zijn, maar wel dat ik werk aan mijn teksten. Ik wil mijn werk delen, publiceren. Dit heeft twee jaar geleden ook geleid tot mijn debuutbundel. Ik schrijf nog steeds veel over gebeurtenissen uit mijn eigen leven, maar ik hoop dat mijn werk mijn persoonlijke ervaringen kan overstijgen, dat anderen erdoor geraakt worden, zich erin herkennen enzovoort. Ik gebruik mijn eigen leven nu meer dan dat ik er verslag van doe.

Therapeutisch schrijven heeft geen beste reputatie, waarschijnlijk dankzij mensen die hun dagboeken bij uitgeverijen door de brievenbus gooien en verwachten dat die integraal worden gepubliceerd, maar zo erg hoeft het dus niet te zijn. ;)

Een tijdje geleden had ik een gesprek met iemand die me vroeg te reageren op een bijzonder slecht gedicht. Hij vond het zelf duidelijk heel mooi en treffend, ik hoop maar dat hij het niet zelf had geschreven. Noem het beroepsdeformatie, maar ik kon dat dus niet serieus nemen. Ik werd zo afgeleid door de belabberde vorm dat ik geen behoefte had om over de eventuele boodschap te praten. En hij begreep niet waarom niet, vond het volgens mij ook echt vervelend dat ik er niet zo van onder de indruk was als hij.

Natuurlijk kunnen woorden van anderen helpen, maar deze niet. Niet voor mij, in ieder geval. Niet meer, misschien. Eerlijk is eerlijk, er zijn zeker tijden geweest waarin ik het liefst zo veel mogelijk over boeken praatte en mensen zo veel mogelijk verhalen liet vertellen om zelf maar niet aan bod te hoeven komen. Ik sluit niet uit dat ik hem op mijn zestiende om een kopietje van het gedicht zou hebben gevraagd.

Maar ik ben (gelukkig) geen zestien meer. Daarnaast bleef deze persoon maar zeggen dat ik ‘dingen van me af moest schrijven’. Ik had hem moeten vragen wanneer ik dat volgens hem had moeten doen. Ik heb geprobeerd hem uit te leggen waarom dat voor mij nog niet zo makkelijk is. Door mijn werk, doordat ik ook zeer kritisch ben op mijn eigen teksten. Ik probeer soms best iets voor me uit te typen (meestal moet ik dan een timer zetten om te voorkomen dat ik meteen aan het redigeren sla), maar ik weet inmiddels dat er pas teksten komen waar ik echt iets mee kan als de scherpste randjes eraf zijn. En dat vind ik niet erg. Ook dat begreep hij niet.

Dit was iemand die vanuit zijn functie, vind ik, een poging had moeten doen het te begrijpen. Er speelde helaas nog het een en ander tussen ons, waarvoor hij geen enkele verantwoordelijkheid nam. Als kers op de taart van dit toffe contact belde hij me op een gegeven moment speciaal op om me terecht te wijzen. Ik houd het bewust een beetje vaag omdat ik nog niet precies weet wat ik hierover kwijt wil, maar ik had eerder iets verwacht als: ‘Goh, klopt het dat je onze afspraak hebt afgezegd? Wil je nog een nieuwe afspraak maken? Hoe gaat het met je? Wat vervelend dat je dat zo hebt ervaren. Wat kan ik doen om dit te verbeteren?’ Het was al met al behoorlijk bizar en zo iemand mag lekker mijn leven weer uit.

Ik voelde me overvallen en teleurgesteld, maar uiteindelijk vooral ook erg geïrriteerd. Zoals je wellicht merkt. :) Vandaar dat ik er maar een blog over schrijf, hoe therapeutisch! Ik weet niet zeker of ik er op de lange termijn goed aan heb gedaan om het zo af te kappen, maar ik denk dat het ook anders zou moeten kunnen. Dat het anders had moeten gaan, eigenlijk.

Ondanks de gang van zaken heb ik er kracht uit gehaald. Hij bepaalt niet of, wanneer en hoe ik ergens over schrijf. Niemand. Ik weet nog dat de kraamverzorgster na enkele dagen vroeg of ik de bevalling had verwerkt (en dat ik dan ‘ja’ zou zeggen en zij dat af kon vinken, ik vrees dat dat echt haar idee was, want ze was helaas nogal van de lijstjes). Mijn bevalling ging prima, ik kijk er positief op terug, maar deze vraag kwam voor mij wel heel snel (ik bedoel, het was wel een bevalling en daarna heb je dus een baby). Ik zei: ‘Nee, ik moet er ook eerst nog over schrijven.’ Er moest achteraf gezien veel te veel in mijn kraamtijd, misschien schrijf ik daar nog weleens iets over hier, maar dit wilde ik wel echt zelf. L. had het ons aangeraden en ik wist van tevoren al dat ik het wilde doen. En ik ben blij dat ik het heb gedaan.

Waarschijnlijk kun je dat ‘van je afschrijven’ noemen. Maar als ik wil wachten tot ik ergens een gedicht over kan schrijven, dan doe ik dat ook. Ik doe het op mijn moment en op mijn manier.

Afgelopen week heb ik hard aan zo’n gedicht gewerkt. Ik wil er iets mee proberen te doen, dus ik deel het vooralsnog niet op mijn blog, maar ik voel me er goed bij. En toen bedacht ik dat het schrijven zelf ook therapeutisch is voor mij. Juist niet zomaar wat in het wilde weg typen, maar het kauwen op ieder woord. Het feit dat ik de volledige controle heb over wat ik vertel, ook als ik geen enkele controle heb gehad over de gebeurtenissen waarover ik vertel. Dat het materiaal kan worden. Mijn materiaal.

Dochter (18)

We waren vijf dagen op Vlieland. Op Vlieland kun je weinig doen, dus we hoefden ook niet teleurgesteld te zijn over alles wat we niet konden doen met S. Bovendien deed de zeelucht haar erg goed: ze sliep veel, zeurde minder om borstvoeding en at flink. We hadden alle avonden vrij en een keer sliep ze zelfs van halfacht tot halfacht. Het was nog wel een heel gedoe om er te komen. We dachten dat we alles heel ruim hadden ingeschat, maar elke marge kan verdwijnen. S. is elke keer zo vroeg wakker dat we dachten dat we geen wekker hoefden te zetten, maar dit keer was ze nóg vroeger wakker en ging ze daarna nog weer slapen. De laatste spullen inpakken duurt langer met haar. Daadwerkelijk vertrekken. Alles in en uit de auto laden. We stopten te lang om te lunchen, S. moest natuurlijk ook nog gevoed. Parkeren bleek lastiger dan gedacht. En dus hadden we alsnog zowat de boot gemist en was het, eh… niet heel gezellig. S. vond het ook niet echt leuk op de boot, en dan duurt anderhalf uur best lang. Ze had nog wel een onderonsje met een ouder kindje, waarbij ze een menukaart aanpakte en die weer wegsmeet. ‘Wild,’ concludeerde het andere kind, dat daarna een hele poos zoet naar verhaaltjes over Jip en Janneke ging zitten luisteren. Ik vrees dat het niet alleen aan de leeftijd lag.

De trap in het huisje durfde S. niet op en het traphekje boven aan de trap durfden we niet meer dicht te doen nadat een man ons moest komen helpen omdat we het met geen mogelijkheid meer open kregen. Gelukkig sliep S. prima in haar tentje.

We gingen naar het strand, S. in de draagzak op mijn rug. Ze was even vergeten hoe dat was, ik draag haar op dit moment weinig, maar toen ze er eenmaal in zat vond ze het geweldig en bleef ze maar roepen. We gingen iets drinken bij een strandtent en zij stak haar vinger op toen de ober kwam en zei: ‘Twee warme chocomel.’ Op de terugweg viel ze op mijn rug in slaap, waarbij haar hoofd steeds naar achteren hing. In het huisje legde ik haar op ons bed, de draagzak nog onder haar. Je zou zeggen dat dat niet zo lekker ligt, maar ze bleef slapen.

Ze gaat hoe dan ook rellen als wij gaan eten. En ze eet zelf dus nog steeds bijna niets. Ik vind het best lastig. Ik dacht even dat ze potjes misschien lekkerder vond dan het eten dat wij voor haar maken, maar er lijkt toch weinig verschil te zijn. Ze eet meestal hoogstens een paar hapjes en spuugt het dan uit. Gelukkig groeit ze prima en eet ze wel fruit, brood en yoghurt, maar voor mij idee is ze nu nog steeds heel erg afhankelijk van de borstvoeding, ik zou het fijn vinden als dat wat minder was. Ik zou nog steeds het liefst hebben dat we het zo’n beetje vanzelf kunnen afbouwen, maar ik zie dat eigenlijk niet zo een, twee, drie gebeuren. Ja, op Vlieland had ze ineens genoeg aan drie voedingen, maar zodra we thuis waren werden dat er weer vijf, waarvan een nachtvoeding. Ik heb nog steeds niet echt een plan.

Het spelen wordt alsmaar leuker. Ze speelt graag met de bal, vooral als ik ‘scoor’ in de wasmand. Ze kan de bal eindeloos aangeven met een hoopvolle blik op haar gezicht.

M. had gelezen dat baby’s van elf maanden zelf grapjes beginnen te maken. Wat S. grappig vindt: haar hoofd schuin houden, vooral als je haar dan nadoet.

Ze is laatst helemaal goedgekeurd door het consultatiebureau, ze groeit ergens tussen het gemiddelde en +1, is nu zo’n tien kilo en 76 centimeter. Ongeveer anderhalf keer zo groot en drie keer zo zwaar als bij haar geboorte. De verpleegkundige was degene die helemaal aan het begin bij ons thuiskwam en toen opmerkte dat S. met twee weken niet het juiste ritme van eten, spelen en weer slapen volgde, dat we haar gewoon konden laten huilen en dat we dan zelf maar even moesten kijken hoelang we dat volhielden. Nu leek ze het echter allemaal wel best te vinden. S.’ timing was dan ook wel perfect: de verpleegkundige vroeg of ze kon klappen of zwaaien en wij wilden net vertellen dat ze dat inderdaad kan, maar niet op commando, toen S. prompt in haar handen begon te klappen. En verder raapte ze keurig met duim en wijsvinger een propje papier op en bleef ze stevig zitten toen de verpleegkundige haar om probeerde te duwen. S. krijgt nu natuurlijk meer mee van de vaccinaties, dus dat is wel even moeilijk. Maar goed, zoals M. dan zegt: polio is ook niet alles. En ze heeft er gelukkig weinig last van gehad, we zijn zelfs die avond nog uit eten geweest terwijl C. en B. op S. pasten. Daarvoor was ze wel net in slaap gevallen op mij, maar toen C. en B. binnenkwamen leefde ze weer helemaal op.

Ze houdt van ritsen en kan ze tegenwoordig soms open krijgen. Niet heel handig, vooral niet bij haar slaapzak.

A. kreeg de ‘dagvlag’ op de crèche: ze was voor het laatst omdat ze vier is geworden en trakteerde op peren met kaartjes met ‘Ik peer ‘m’ eraan. Schoonmoeder werkt als peuterleidster en kende ‘m zoals verwacht al, maar ik vond hem toch wel geestig. Zo gaan die dingen, maar ik zal A. best een beetje missen, ze lette altijd goed op S. en kwam vaak even iets vertellen als ik S. kwam halen.

S. zegt tot nu toe ‘die’ en ‘mama’. Ze doet haar mond open en dicht bij het woord ‘vis’ (ook als ze het hoort in ‘In de maneschijn’, tot mijn verbazing!). Op vakantie hoorden we haar uitproberen: ‘mama’ (normaal), ‘mama’ (met een soort Italiaans accent), ‘mama’ (heel laag). En toen: ‘Woeoeoe’, dus die laatste uitspraak beviel haar blijkbaar het best. Ze zegt soms ‘nà’ als ze ‘nee’ bedoelt en zwaait daar dan bij met haar wijsvinger. Daarmee corrigeert ze soms ook zichzelf. Dat vind ik heel knap en heel sneu als ze het doet terwijl ze niets doet wat niet mag. Als ze haar armen omhoogdoet, wil ze worden opgetild.

Op vakantie hebben we heel hard geoefend met babygebaren en eindelijk begint ze ze op te pikken. Het heeft lang geduurd. Niet onverwacht lang, geloof ik, maar ik voelde me toch soms best belachelijk als ik er de afgelopen maanden mee bezig was zonder dat er enige reactie kwam. Het hielp dat E. alle dieren uit S.’ boekje bleek te kunnen gebaren toen we daar waren en zij heel positief was over de methode. En nu begint het dus eindelijk effect te hebben. Ze gebaart zelf nog niet heel veel buiten ‘mama’ en dus ‘nee’, maar we hebben het idee dat ze best wat begrijpt (‘verschonen’ en ‘meer’, bijvoorbeeld). Ze gebaart soms ook ‘slapen’. O, en ‘melk’, dat is haar favoriete gebaar en gebaart ze ook echt heel duidelijk. Ik heb ergens een beetje spijt dat ik het haar heb geleerd, want nu komt ze dus steeds naar me toe en gebaart dan ‘melk’ (oftewel: ‘Hé, kan ik borstvoeding krijgen?’). Het is ook nog eens een vrij beeldend gebaar waarbij je doet alsof je een koe melkt. Zo tof dat je baby met babygebaren zelf een ‘gesprek’ kan beginnen…

Het is ook niet helemaal waterdicht. Laatst appte mijn moeder om te vragen wat Selma bedoelde als ze over haar bovenlichaam wreef. Want dat deed ze steeds stralend als ze dierengeluid uit een boekje hoorde komen. Eh, geen idee? Vooralsnog herkent niemand het als iets wat ze S. hebben geleerd, dus het lijkt erop dat ze ook zelf gebaren verzint. Mijn moeder vertaalde het met: ‘Het zit in mijn hart.’ ♡

Celestarium: administratie

Ik zit nu op ongeveer 22 procent. Het gaat dus nog niet al te hard vooruit, al heb ik volgens het schema meer dan 13.000 steken gebreid (ik moet maar niet al te veel aandacht besteden aan dat schema, en zeker niet aan die kolom). Ik heb er een tijdje weinig aan gewerkt, vaak te moe om steken te tellen en kralen te rijgen. Ik heb er ook pas onlangs aan gedacht om duidelijk de maat op de zakjes kralen te schrijven, vooral 4/0 en 6/0 zijn best moeilijk uit elkaar te houden.

En dan ben ik ook nog eens zo neurotisch dat ik het patroon wil vergelijken met het Excel-bestand. In het patroon staan eindeloze schema’s, en iemand (niet de maker van het patroon) is zo vriendelijk geweest om dat te vertalen naar een Excel-bestand, met de magnitudes erbij voor wie kralen in verschillende groottes wil gebruiken (wat ik dus doe). Dat bestand was gesorteerd op naam van de ster, waar ik onder het breien niets aan heb. Met een druk op de knop was het gesorteerd op toer, maar binnen die toer staan de kralen dan nog steeds niet altijd in de volgorde waarin je ze toe moet voegen en een foutje is natuurlijk zo gemaakt (ik vond al een verschil). Dus vandaar. O, en ik houd van afstrepen, dus ik check en schrijf dan op wat er moet gebeuren. Het kost extra tijd, maar het werkt voor mij. Ondertussen is dit project natuurlijk ook gewoon bedoeld om even niet aan andere dingen te hoeven denken, dat geef ik onmiddellijk toe. En dan heb ik iets om naar te kijken als Kroongetuige weer te eng voor me is. In de nieuwste aflevering moesten ze zelfs iets doen met sterrenbeelden, dus het was nog toepasselijk ook :)

Ik heb nog altijd geen flauw benul welke sterren er allemaal zijn, dus is het leuk er af en toe eentje op te zoeken. Gisteren plaatste ik blijkbaar Vega, een van de helderste sterren, onderdeel van Lier en de zomerdriehoek.

Ik heb nu elke 30 steken een steekmarkeerder geplaatst, en alvast een extra pakje aangeschaft (nu erg goedkoop bij Zeeman) zodat ik er ook genoeg heb als het aantal steken weer verdubbelt. Er bestaan heel mooie steekmarkeerders met kraaltjes en bedeltjes en wat al niet meer, maar ik heb bij dit project ontdekt dat deze simpele (het zijn een soort plastic veiligheidsspeldjes) erg fijn werken, vooral omdat je ze makkelijk kunt verplaatsen. Aan de steekmarkeerder aan het einde van de toer heb ik wel een bedeltje gedaan, van een uiltje.

Bij deze update hoort natuurlijk een foto, ook al is het inmiddels niet zo eenvoudig meer om een goed beeld te krijgen van mijn Celestarium op de naalden. En dan te bedenken dat het aantal steken nog een keer gaat verdubbelen, dat wordt proppen. Ik had mijn sterrenhemel trouwens al een tijdje niet meer bij daglicht gezien nu het alweer zo vroeg donker wordt (ik werk er alleen aan als S. slaapt). Ik ben nog steeds heel blij met de verschillende blauwtinten in dit garen (Malabrigo Sock).

Dochter (17)

We grapten dat ze een upgrade heeft gehad, omdat ze wat beter at ‘s avonds. Zodra je dat zegt, doet ze het natuurlijk weer niet. Ze eet nog steeds vooral graag yoghurt (wat ze hoe dan ook na afloop krijgt, want straffen of belonen met toetjes is niet goed, het is nu echt begonnen hoor, die opvoeding). We proberen ook te oefenen met water drinken, belangrijk aangezien ik ooit toch wel graag zou willen stoppen met borstvoeding. Een fles is slecht, een tuitbeker is slecht, de aparte antilekbeker waar M. ook niks uit krijgt ook; het valt nog niet mee om het goed te doen. Een open beker is het beste, maar daar stopt ze tot nu toe vooral graag haar hand in. Al hielp het enigszins om een doorzichtige beker te pakken (ze heeft een leuk bekertje van Pluk, maar ik realiseerde me na enige maanden dat ik met een doorzichtige beter kan zien wat er gebeurt…) en hebben we ook een speciaal bekertje gekocht met een uitsparing waardoor het makkelijker zou moeten zijn om haar hoofd goed te houden. Tot nu toe maakt ze ook totaal geen aanstalten om de beker zelf vast te houden, ze laat juist los als ik haar daarbij wil helpen. Of nou ja, de rietjesbeker (aan ons assortiment ligt het niet, een rietjesbeker schijnt óók niet al te best te zijn, maar ze zal ergens uit moeten drinken tot ze goed uit een gewone beker kan drinken) vindt ze prachtig, maar vooral om mee te spelen. Brullen als we die weer wegzetten. We zullen zien, we blijven oefenen. Het schijnt ook wel echt lang te kunnen duren voor kindjes het snappen, daar had ik niet bij stilgestaan.

Twee weken geleden waren we weer de hele dag in Brabant, en natuurlijk was ik weer van alles voor S. vergeten. Ik vraag me af hoelang ik zwangerschapsdementie als excuus kan gebruiken (achttien jaar, aldus mijn schoonmoeder). Ik dacht dat ik een banaan voor haar had ingepakt, maar nee. Die vond ik ‘s avonds terug in het vriesvak toen ik de melk voor de volgende dag eruit ging halen, waarschijnlijk erin gelegd toen ik een koelelement wilde pakken. Een ontdooide banaan is niet meer eetbaar, dat weten we nu ook weer. Gelukkig had overoma toevallig ‘kinderperen’ (in een zak met Woezel & Pip erop…) in huis, S. smikkelde er twee van op. Daarna zat ze nog even bij overoma op schoot en liet ze zowat overoma’s alarmknop afgaan. Ze is dankzij Klaartje Koe gek op knoppen. Het is zelfs zo erg dat ze tevergeefs op alle andere boeken drukt. Vooral op gekleurde cirkels, dat vind ik dan wel weer slim.

Bij opa klom S. de hele tijd op de trap, dat was grappig maar intensief. Maar goed dat ze ook nog even ging slapen tijdens een wandeling door het dorp. Ik had haar yoghurt ook niet bij me, maar er was hangop. We wisten niet of ze dat zou lusten, maar na een hap zwaaide ze enthousiast met haar armen, zo van: kom maar door!

Wat overeind blijft na de ‘upgrade’: ze klapt nu in haar handen. Op willekeurige momenten. Ze deed het voor het eerst nadat ze weer de hele avond wakker was geweest en we dan maar weer wilden gaan slapen met haar tussen ons in. Applaus voor haarzelf. Applaus voor de schone luier. Applaus voor de borstvoeding. We moeten ons vrijdag weer melden op het consultatiebureau, waar ze onder andere zullen kijken of ze al op een gesproken verzoek reageert. Het zou me enorm verbazen. Ze doet van alles na (ontzettend nuttige dingen als happen als een vis en met haar tong klakken…), maar reageert nog weinig op wat we zeggen. Wel soms op ‘nee’, maar daarbij vormen intonatie en non-verbale signalen natuurlijk een aanwijzing wat de bedoeling is. Ik vind het trouwens heel knap als ze erop reageert, want je ziet dan dat het haar echt moeite kost om niet aan datgene te zitten waar ze zo graag aan wil zitten.

Ze speelt elke dag met haar gekleurde stapelbekers. Het bovenste bekertje heeft kattenoortjes en is haar favoriet, meestal doet ze dat in een van de grotere bekertjes en sleept ze het overal mee naartoe. Of dat ene gele ronde blokje uit de vormenstoof. Het zal toeval zijn, maar het zit meestal in het gele stapelbekertje.

We zijn al druk bezig met haar verjaardag, mensen uitnodigen, cadeautjes uitzoeken. Het duurt nog een maand, maar mensen vroegen er al naar. Ik hoop dat we er een fijn feestje van kunnen maken. Het jaar is toch wel ongelooflijk snel gegaan. De eindeloze avonden en nachten iets minder snel. Het is op z’n zachtst gezegd jammer dat ze de laatste tijd geen nacht doorslaapt. Vooral als ze ons wakker maakt als wij nog niet lang slapen. Dan besef je hoe effectief dat is als martelmethode.

Ik was met haar naar tante A. gefietst. O, die fiets, het is nog steeds een heel gedoe, maar dit keer had ik de kinderwagen in de berging geparkeerd en als we er dan eenmaal op zitten valt het wel mee. Als S. een beetje stilzit. En als we ergens heen gaan waar we S. niet ook nog op andere wijze hoeven te vervoeren. Goed, ik ging dus naar mijn tante en het is fijn dat we daar nu weer op de fiets naartoe kunnen, want het is ver om te lopen en in haar straat kun je niet goed parkeren. S. ging door het lint toen ik haar al in de gang had neergezet en nog even de fiets op slot ging zetten, ik geloof dat ze dacht dat ik meteen weer weg zou gaan. Maar toen ze eenmaal was gekalmeerd, was het gezellig. Ik wil op dit punt graag nog even benadrukken dat S. eigenlijk nog niets zegt. Ja, af en toe ‘mama’, maar eerlijk gezegd is ons nog steeds niet echt duidelijk hoe bewust ze dat doet, of ze ons daarmee bedoelt. Enfin. S. speelde met het leuke speelgoed van mijn tante, at een halve avocado en brabbelde erop los. We hadden het erover dat ze zo veel te vertellen had, wisten we maar wat ze bedoelde, bla, bla. Op een gegeven moment zei mijn tante: ‘Het lijkt wel alsof ze naar de klok zit te kijken.’ En S., wijzend naar de klok: ‘Die. Tiktak.’ Ik wist niet wat ik hoorde (maar ik heb dus een getuige)! Mijn moeder en stiefvader laten S. altijd hun klok zien en horen (ze hebben er zo een met een slinger, die slaat), dus ik weet waar dit vandaan komt, maar het was zo bizar, en zo leuk om mee te maken!

Boeken van september

Carolijn Visser – Selma
Dit boek sprong vorig jaar nogal in het oog bij ons. Vreemd om overal die naam te zien zonder daar iets over te kunnen zeggen. En nu kon onze S. geen genoeg krijgen van de omslagfoto. Ze zag hem dan ook een tijdje best vaak, want M. en ik konden dit boek nauwelijks wegleggen. Het is zo aangrijpend. Selma was Joods, verloor haar moeder in de Tweede Wereldoorlog, trouwde zelf na de oorlog met een Chinees en ging met hem mee naar China. En daar ging het helemaal mis. De regel was toen dat je je Nederlandse paspoort kwijtraakte als je met een buitenlander trouwde. Door Nederland werd Selma na haar huwelijk dus gezien als Chinees, waardoor ze het in China veel moeilijker had dan andere buitenlanders (en het land ook niet zomaar kon verlaten). Tegelijkertijd werd ze door China gezien als westerling (/kapitalist/intellectueel). Ik vond het erg tragisch en indrukwekkend. En erg mooi opgeschreven.

Francine Oomen – Oomen stroomt over
Ik heb best veel van Oomens boeken gelezen. In ieder geval de complete Hoe overleef ik-serie (die kocht mijn zusje) en Lena Lijstje. Ik vond het een beetje jammer dat ze vanwege haar bekendheid haar slechte gedichten kon publiceren, maar zij en haar succes fascineren me ergens ook. Tot haar beste werk behoren wat mij betreft Het zwanenmeer, maar dan anders en de videoband van Saartje en Tommie die wij nog altijd met veel plezier bekeken toen we daar al veel te oud voor waren. We hadden eventueel een veel jonger broertje achter de hand, maar ik geloof niet dat we hem als excuus gebruikten. Zou ik alsnog kunnen doen nu met mijn dochter :)
Hoe overleef ik stopte, er werd een nieuwe serie gestart met dezelfde personages voor oudere lezers (zodat de personages eindelijk seks konden hebben, dat leek serieus een reden), na een matig boek verschenen er geen andere meer en werd het stil rond Oomen. Dit boek lijkt dat deels te verklaren, en is alleen daarom al interessant. Ik hoop nog heel lang niks te maken te hebben met het onderwerp (de overgang), en heb de medische details ook een beetje gescand. Maar het boek ziet er heel mooi uit, met allemaal tekeningen en collages van Oomen zelf. Ik vind het daarnaast een heel dapper boek, en ondanks alles ook grappig.

Henk van den Diepstraten – Efteling, kroniek van een sprookje

Ik hou van de Efteling. Ik heb de mensen die er als volwassene zonder kinderen nooit meer komen nooit begrepen. Ik denk graag terug aan de keren dat ik er geweest ben met mijn ouders en grootouders (mijn grootouders en vader leven helaas niet meer, dat maakt de herinneringen extra dierbaar) en later ook met vriendinnen, met M. en de schoonfamilie. De laatste keer was twee jaar geleden met M., C. en P. om het slagen van P. te vieren en was ook weer erg fijn, ik schreef er hier al iets over. Ik ga nu ook weer niet zo ontzettend vaak, maar heb nu toch het idee dat ik er al lang niet ben geweest. Vorig jaar mocht ik bijna nergens in (want zwanger) en nu heeft S. er nog niet echt iets aan. Ik kijk er wel heel erg naar uit om straks met mijn eigen gezin (ik kan dit niet schrijven zonder te denken: Wahaha, gezin) zulk soort dingen te doen. Hoe oppervlakkig ook, het leek me zelfs een van de mooie dingen aan een kind hebben toen ik nog geen kind had. Ik zag ons echt al gaan. Ik hoop dat het zo mag zijn over een poosje. Dit alles bij wijze van verklaring voor het feit dat ik dit boek las. Het is een jubileumboek, uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van het park in 2002. De nieuwste ontwikkelingen staan er dus niet in en heel kritisch is het ook niet. Zoals je kunt verwachten bij een jubileumboek, het is vooral een lofzang, het halve boek gaat over hoe hard iedereen werkte en wat voor geweldige oplossingen er werden bedacht voor problemen (er staan veel interviews in met oud-personeelsleden). Dat had ik op een gegeven moment wel een beetje gezien. Maar er staan toch ook wel leuke weetjes en anekdotes in (bijvoorbeeld over Anton Pieck, die door zijn werkwijze de bijnaam ‘de milde dictator’ kreeg) en het mag denk ik ook wel gezegd worden dat het een uniek park is. Ik kreeg van het lezen in ieder geval veel zin om er weer eens heen te gaan.