Dochter (11)

Ze staat! We waren nog niet gewend aan het feit dat ze kan zitten, en nu trekt ze zich ineens al overal aan op. Ze is niet kieskeurig waaraan en weet nog niet hoe ze handig weer beneden komt. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze valt. Bovendien heeft ze zichzelf een gigantische kras op haar voorhoofd bezorgd.

We zijn een paar dagen gaan logeren bij mijn schoonmoeder en dat ging best goed. S. sliep grote delen van de avonden in haar slaaptentje, terwijl ze thuis nooit vroeg naar bed kan, omdat ze dan blijft huilen. Het was fijn, maar ook weer niet, omdat ik liever thuis van vrije tijd zou hebben genoten. Omdat ik altijd bang ben dat mensen niet geloven hoe zwaar het kan zijn als S. zich in hun bijzijn voorbeeldig gedraagt. Het was vooral verwarrend. Misschien was ze moe van het spelen met al het mooie oude speelgoed van Ambi Toys. We deden niet veel. Overoma bezoeken, wandelen, winkelen, boodschappen doen (ik ben niet gewend om op te moeten letten welke kassa ik met de kinderwagen neem en kwam dus vast te zitten).

We hoopten ergens dat ze naderhand ‘gereset’ zou zijn, maar ze pakte haar oude ritme moeiteloos weer op. We denken nog steeds dat laten huilen slecht is, en dus laten we haar nog steeds niet huilen. We proberen haar nu wel als het even kan in bed te laten als we haar daarheen hebben gebracht en hopen dat we dan steeds korter bij haar hoeven te blijven. Ik vind het vermoeiend, zeker als ze steeds gaat zitten en staan. Als ze eindelijk slaapt, wil ik bij wijze van beloning niet meteen naar bed en dus gaan we te laat naar bed.

Ze zegt nu ‘ta-ta’, als een standaardbaby. En ‘dè-dè’. En pffffft. Veel pfffft. En ‘huuuuu’, als het eten niet snel genoeg komt of als ze niet weet wat ze met zichzelf aan moet (dan zwaait ze erbij met haar armen). Het zijn niet bepaald babygebaren, maar toch, ze maakt dingen duidelijk.

Eenmaal weer thuis tijgerde ze steeds naar dingen waar ze niet aan mag komen. We dachten dat het aan het speelgoed lag. Toch maar vast de vormenstoof gegeven. Ze kan er natuurlijk nog niet mee spelen zoals bedoeld, maar hij rolt en rammelt. En ze mocht iets nieuws voor de vakantie. Een houten giraf op wieltjes met een kralenspiraal eromheen. Al ben ik steeds ongerust als ze daarmee speelt, omdat zijn staart ook uit kraaltjes bestaat. Ze mag die dus niet in haar mond stoppen van mij. Dat is erg lastig, want ze wil de hele tijd alles in haar mond stoppen.

We zochten haar kleertjes uit. Het grijze berenjasje waarin ze naar huis kwam. Haar regenboogmuts (die we aanvankelijk nergens meer konden vinden). Het jurkje dat ze met kerst droeg. Haar vissenrompertje. Als ik daar nu al zo sentimenteel over ben, hoe moet dat over een paar jaar? Het was bijna maar goed ook dat er ook een praktisch probleem was om op te lossen: de gele vlekken (van de moedermelk?) die zijn verschenen terwijl we dachten alles schoon te hebben opgeborgen. Hopelijk werken de tips die we bij elkaar googelden.

Vertaler H. vroeg of ik over mijn dochter schrijf. Ze dacht van niet, dat het daarvoor nog te vroeg is. Haar man kon twintig jaar later pas een gedicht schrijven over het feit dat hun dochter in de couveuse had gelegen. Ze had gelijk, ik schrijf nog niet over S. Niet echt. Dit zijn maar aantekeningen. Zodat ik later weet hoe ik toen dacht dat het was.

Klei

Keramiek lijkt in te zijn. En je kent mij, ik volg alle trends natuurlijk op de voet en dus… Ahum. Ik en klei, het is nooit een gelukkige combinatie geweest, vraag maar aan mevrouw van de H. van handvaardigheid. Maar het valt me op dat verschillende hippe meisjes ineens pottenbakcursussen volgen en daarover bloggen. Daarvoor waren M. en ik al verslingerd aan The Great Pottery Throw Down op de BBC. We mogen ook graag kijken naar programma’s als Heel Holland Bakt en The Great British Sewing Bee (ik wacht uiteraard nog steeds op iets als Heel Holland Handwerkt), dus het was op zich geen verrassing dat we dit ook leuk vonden. Behalve misschien dat we zelf nog weleens iets bakken of wat achter de naaimachine zitten te klooien. Het mag allemaal geen naam hebben, maar we hebben er meer ervaring mee dan met pottenbakken. Misschien was dat ook juist wel wat we er zo leuk aan vonden. En zo zit je ineens te kijken naar mensen die een (werkende) wc proberen te boetseren.

Ik besloot M. voor haar verjaardag een pottenbakworkshop cadeau te geven (en dan zelf ook mee te gaan, zo egoïstisch was ik wel). We hebben die met nog wat mensen gevolgd bij Werfklei in Utrecht en het was erg leuk en gezellig, aanrader. Zoals verwacht was het ook erg moeilijk. In anderhalf uur bereik je zonder enige ervaring niet veel, maar ik vond het tof om het eens uit te proberen en het viel me uiteindelijk nog mee hoeveel we zelf konden doen. Je ziet dat ik toch meteen al een geheel eigen stijl heb, haha. Mijn werkstuk was het scheefst, maar ook het hoogst. Karakteristiek, zullen we maar zeggen.

Dit heeft allemaal niets met schrijven te maken, maar ik heb nu al een paar keer gelezen dat je als schrijver eerst moet zorgen voor materiaal. Voor klei, een homp taal waarmee je kunt werken. Ik weet niet wie dat het eerst bedacht, maar het spreekt me erg aan. Ik vind het lastig om als ik schrijf niet meteen ook te gaan redigeren. Logisch misschien, gezien mijn vak, maar onhandig. Het eindigt er vaak mee dat ik zo ga twijfelen en schrappen dat ik weinig meer overhoud waarmee ik verder kan. Dus nu probeer ik tegen mezelf te zeggen: eerst de klei.

Een trui voor M.

Die had ik dus nog nooit gemaakt. Wel andere dingen (een muts, hoesjes voor allerlei dingen), maar van een kledingstuk was het nog niet gekomen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen!

Maar welk patroon? Patronen zoeken op Ravelry is voor mij al een hobby op zich, maar M. zag het absoluut niet zitten, want wat moest ze dan kiezen en ze wist toch niet wat ik kon maken en wat leuk voor mij zou zijn om aan te werken. Ik vond eigenlijk dat ze gewoon foto’s kon kijken en dat we dan later wel zouden zien of een patroon te doen was voor mij, maar ze wilde liever dat ik de keuze alvast terugbracht tot een paar patronen. Oké dan.

Ze koos voor Polaris van Hiroko Fukatsu. Ik heb twee jaar geleden haar Hitofude gebreid en ben sindsdien op zoek naar tijd om er nog een te maken. Zoals zoveel mensen, het is een erg populair patroon en ik snap dus goed waarom. Dat schept verwachtingen over Polaris! Hoewel dat een heel ander patroon is, een trui in plaats van een vest.

Ik kocht het patroon. Moeilijkheidsgraad: drie kabouters van de vijf. Serieus, wat doen die kabouters daar? Hiroko schrijft op haar pagina dat haar Engels niet goed is en dat ze dus geen vragen kan beantwoorden over haar patronen. En dat ze ze daarom maar goedkoop aanbiedt, awww. Het zal vast wel lukken, ik kan altijd mijn hulplijn (alias schoonzus) inschakelen.

Toen moesten we garen uitzoeken. Ik besloot toch maar weer online te bestellen, als we moeten wachten tot ik in de gelegenheid ben om naar een wolwinkel te gaan die me aanstaat, kunnen we lang wachten. We kwamen uiteindelijk weer uit bij BC Garn, van garen van dat merk heb ik ook mijn Japan Sleeves gebreid. Het lukt me lang niet altijd om enorm dier- en milieuvriendelijk bezig te zijn, maar ik probeer er beter op te letten. Bio Balance, een mix van katoen en wol. Oudroze. Ik kocht het in de webshop van Recht en averecht (hartjes voor die naam). Prima service, behalve dat hun webshop niet erg geavanceerd is. Ik moest zelf raden of mijn pakket door de brievenbus zou passen. Tja, dat ligt eraan of ze het garen vacuüm verpakken (veel webshops doen dat). Verkeerd gegokt, dus of ik nog een paar euro extra wilde overmaken. Nou ja. Het garen zit in strengen, dat heeft een chique uitstraling maar is best irritant, want je moet het opwinden voor je ermee kunt werken. Schoonzus S. roept altijd dat ze daar zo’n parapluwinder voor gaat aanschaffen als haar huis daar later groot genoeg voor is, maar die woont vooralsnog in een piepklein studiootje, dus daar heb ik voorlopig ook niks aan. ;)

Kenmerkend aan deze trui is de ‘gather’ in het decolleté, verder is het vooral een kwestie van veel rondjes breien. Natuurlijk brak ik bij de ‘gather’ mijn garen, want er stond ‘hold firmly’ in het patroon en dat deed ik een beetje ‘too firmly’. Maar het is hopelijk goed gekomen.

Het project lag een tijdje stil, want ik moest een baret maken en een sjaal, en meer garen opwinden. Maar nu kan ik er weer mee verder! Inmiddels ben ik ook al een stuk verder dan op bovenstaande foto, ik ben al aan de eerste mouw begonnen. Het ziet er dus naar uit dat deze trui binnenkort af is!

Camp NaNoWriMo: de tussenstand

Juli is alweer over de helft, dus laten we eens kijken hoe het ervoor staat met CampNaNoWriMo. Ik wilde 1000 minuten aan schrijven besteden in juli. Tot nu toe heb ik er 223 minuten aan besteed, maar deze week en volgende week hebben M. en ik vakantie en ik ben nu niet meer ziek, dus ik hoop dat ik er nu wat meer tijd aan kan besteden.

Ik had ook een aantal subdoelen opgesteld.
– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Ik heb verschillende wedstrijden op het oog. Ik heb eventueel een paar gedichten (die ik helaas niet deze maand heb geschreven, maar waar ik nog niets mee heb gedaan) die ik zou kunnen inzenden, maar ik heb ook een prozawedstrijd gezien waar een verhaal waar ik nu aan werk goed bij zou passen, dus misschien moet ik me daar in eerste instantie op richten. De deadline daarvan is gelukkig niet meteen volgende week, dus het is een serieuze, realistische optie.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Hier ben ik minder mee bezig. Ik zou het kunnen proberen met genoemde gedichten, maar ik weet nog niet zo goed waar ik die aan wil bieden en of ik dat op dit moment wel wil. Ik weet niet precies waarom, maar het idee spreekt me minder aan dan toen ik dit lijstje doelen maakte, dus misschien moet ik dit voor nu even laten rusten. Ik sluit trouwens niet uit dat ik het ineens weer wel wil, wispelturig als ik ben.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Dit lukt tot nu toe! Ik moet eerlijk zeggen dat het me niet heel makkelijk afgaat en dat ik nog het een en ander in mijn conceptberichten had staan, maar daar publicabele blogs van maken is ook bloggen. Ik hoop dit vol te houden.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Bijlezen kan ik het nog niet bepaald noemen, maar ik heb het een en ander gelezen, waaronder een erg interessant en concreet artikel van Inge Schouten over korte verhalen. Daar wil ik in ieder geval echt iets mee doen.
– Aan een nieuwe tekst werken. Ik schrijf aan een verhaal dat ik dus misschien voor een wedstrijd wil inzenden. Of nee, niet misschien, want een concrete deadline helpt. Ik schrijf aan een verhaal voor die wedstrijd. Het stelt nog niet zoveel voor qua aantal woorden, maar het is meer dan ik lange tijd heb kunnen zeggen.
– Dat ene toneelstuk lezen. Nog niet gedaan.

Conclusie: Ook al heb ik minder gedaan dan ik gedaan had willen hebben, dit werkt voor mij wel, want ik blog en schrijf weer. En ik heb er plezier in, en dat hoopte ik vooral terug te vinden. Ik denk dat het niet heel interessant is om volgende week nog een keer te updaten (tenzij ik ineens superveel heb gedaan, zou mooi zijn), maar begin augustus volgt sowieso een eindstand!

De sjaal voor tante M.

Iets willen maken voor iemand en daar eigenlijk geen tijd voor hebben. Dat overkomt me vaak. En dan wil ik het toch en wordt het een race tegen de klok. Dit keer zeker, want veel deadlines en tussendoor werden we ook nog even alle drie ziek. En terwijl ik hiermee bezig was, wilde ik ook nog die baret maken voor Flip, dus toen kwam er nog een project(je) tussendoor waar ik eigenlijk óók geen tijd voor had. Maar het is gelukt, ontvangers blij, ik blij.

M.’s oudtante tante M. (nu lijkt het net alsof M. naar haar is vernoemd, dat is niet zo) werd 90 jaar. M.’s familie is heel klein, dus tante M. hoort er helemaal bij. M. is heel erg op haar gesteld en ik ook, ze is heel vriendelijk en kranig en geïnteresseerd. Wij hopen ook zo oud te worden als tante M. De leeftijd en de manier waarop. Ze was altijd heel erg ondernemend, dat is nu helaas iets minder vanwege gezondheidsproblemen, maar ze wilde wel graag dat we langs zouden komen voor haar verjaardag, dus dat deden we.

Een zelfgemaakte sjaal leek me wel een cadeau voor tante M. Alleen ken ik haar nu ook weer niet zó goed, dus wat voor sjaal? Toen ik eenmaal het idee had opgevat om een sjaal te maken, wilde ik er natuurlijk ook onmiddellijk aan beginnen (achteraf gezien maar goed ook, want anders had ik nog minder tijd gehad), dus kozen we een patroon en gingen we naar de stad voor garen. Ik ben een erg kritische klant en niet zo weg van de Amersfoortse wolwinkels, maar het moest nu-nu-nu, dus ik wilde niet online bestellen. Elitt richt zich op de wat chiquere garens en heeft niet zo’n heel groot assortiment, maar het mocht dit keer ook best wat chiquer en ik slaagde er wel. En ik werd er heel vriendelijk geholpen. Doordat het nu-nu-nu moest, had ik alleen nog niet goed naar het patroon gekeken. Daarin stond heel expliciet dat je er geen variegated yarn voor moest gebruiken, omdat dat ontzettend lelijk zou worden. Ook al weet je niet wat variegated yarn is, een keer raden waar wij mee thuis waren gekomen.

Het werd dus toch een ander patroon, waarna ik me prompt zorgen ging maken (ik vind handwerken écht leuk, hoor!) over of het wel mooi zou worden en of tante M. de uitgesproken kleuren wel mooi zou vinden en of ik het wel op tijd af zou krijgen. Deze sjaal was namelijk volledig in entrelac. Van entrelacer, blijkbaar, ‘door elkaar vlechten’, het ziet eruit alsof je dat gedaan hebt, wat ik altijd wel tof vind. Je vlecht je breiwerk dan niet, maar het kost wel meer tijd dan wanneer je gewoon heen en weer breit. En dan was het ook nog eens kantbreiwerk. Kantbreiwerk moet je na afloop opspannen en dat heeft twee nadelen: 1. Daar moet je ook nog tijd voor inruimen. 2. Voor je het hebt opgespannen, ziet het er niet uit. En dat laatste weet ik heus wel, maar doordat ik nog niet echt kon zien hoe het er uiteindelijk uit zou gaan zien, bleef er een stemmetje in mijn hoofd zeuren: ‘Misschien wordt het superlelijk, misschien kun je het maar beter uithalen…’ Het was dus niet zo heel fijn om aan deze sjaal te werken.

Uiteindelijk was hij nét op tijd af. Als in: de dag voor we tante M. gingen bezoeken maakte ik hem af en spande ik hem op, biddend dat hij de volgende ochtend droog zou zijn, zodat ik dan de laatste draadjes af kon hechten, er een foto van kon maken en hem in kon pakken. O ja, derde nadeel: Ik kan niet goed opspannen. De onderkant leek ook wat strakker dan de bovenkant (of andersom, dat weet ik al niet meer), waardoor de sjaal helaas niet overal even breed is. Maar dat zie je hopelijk niet echt als je hem draagt.

Ik had me trouwens geen zorgen hoeven maken over of tante M. hem wel mooi zou vinden, want ze is veel te beleefd om te zeggen van niet. Ze zei trouwens ook dat de kleuren bij haar pasten.

Patroon: Birch van Chrissy Gardiner. Ik koos voor de middelste breedte.
Garen: Jawoll Magic van Lang Yarns (wol/nylon), kleur 60 (rood/oranje/roze). Ik had twee bollen, maar heb van die tweede nog best wat over.
Naalden: 4,0 mm.
Afmetingen: ca. 170 x 25 cm. Vierde nadeel: Ik kan niet goed inschatten wat de afmetingen na het opspannen zullen zijn en ging ervan uit dat de sjaal aan de korte kant zou zijn…

Dochter (10)

Soms lijkt ze terug te zwaaien als wij naar haar zwaaien. Mijn moeder beweerde al langer dat ze dat deed, maar ik geloofde het eerst niet. Nu denk ik het soms ook.

Ze eet nu zo een hele banaan ‘s ochtends. We moeten eigenlijk meer afwisselen met ander fruit, maar zeker als ze niet thuis is, is een banaan zo makkelijk. Afgepast, en wie die dag voor haar zorgt, kan hem prakken. Van de week heb ik haar wel bewust een appel gegeven.

Het is nog lastig om van al die borstvoeding naar vast voedsel te komen. De meningen over wanneer en hoe dat zou moeten verschillen enorm. Toen we met zes maanden naar het consultatiebureau gingen, werd daar gewoon gezegd: ‘Hoeveel voedingen krijgt ze nog? Zes? Dat zouden er drie moeten zijn, kijk maar in dit schema.’ Dat vond ik zo belachelijk dat ik er niet eens op in ben gegaan. Het komt ongetwijfeld, maar niet van de ene op de andere dag van zes naar drie, niet volgens hetzelfde schema als kinderen die de fles krijgen. Ze groeit volgens ons goed. Het is lastig en fijn tegelijk dat we het verder zelf mogen uitzoeken, dat we pas met 11 maanden terug hoeven te komen op het consultatiebureau (hoewel we eerlijk gezegd het aanbod voor een extra afspraak ‘voor het eten’ beleefd hebben afgeslagen). Ze eet (knoeit met) wat brood en rijstwafel, en eet ‘s avonds een uitgeklede versie van ons avondeten. Meestal weinig, we moeten het ook beter timen. Vaak lijkt ze al te veel honger te hebben en wil ze alleen nog maar de borst. We geven haar soms wat water, zeker nu ze weer zo aan het hoesten is. We hebben een antilekbeker gekocht waar ze nog niets uit krijgt (en M. ook niet), maar met een gewone beker gaat het ook. Ze drinkt als een zebra bij een drinkplaats, ook al houden we de beker schuin.

Vanmorgen kwam ze me zoeken en tijgerde ze achter me aan toen ik wegliep. Het was niet omdat ze mij zo lief vond, ze bleek te willen drinken. Het is dichter bij het punt dat ik niet wil bereiken dan ik ooit dacht te komen: dat ze aan komt lopen, zegt dat ze wil drinken en mijn trui omhoog probeert te trekken.

In een eerdere versie van deze post stond: ze gaat nog niet zelf zitten, hoewel iedereen al een paar weken roept dat ze het bijna kan. Ze kan het sinds een week, en het is ongelooflijk hoeveel beter het al gaat, hoeveel rechter ze zit. Ze lijkt heel groot ineens. We moeten de box omlaagzetten en misschien ook het voetenplankje van de kinderstoel. Ze is erachter gekomen dat ze zich daartegen af kan zetten en zo op haar billen op en neer kan stuiteren. Ze houdt sowieso veel van op en neer stuiteren.

En van ontdekken. Met dat kleine wijsvingertje van haar wil ze alles aanraken. Het kleinste stofje op de vloer. Een moedervlek van mij.

We zijn alle drie ziek geweest (zij gelukkig nog het minst) en dat was zwaar. Ze sliep weer niet door en vroeg naar bed kan ook na acht maanden eigenlijk nooit, want dan is ze nog wakker. We zijn moe. Ze wil soms de hele reeks dingen die moeten gebeuren voor we ‘s ochtends de deur uit kunnen niet (niet worden gewassen, verschoond, aangekleed, ingesmeerd met zonnebrand, niet in de wagen zitten). Verschonen wil ze eigenlijk de hele dag niet, best gevaarlijk als ze niet blijft liggen. We proberen haar af te leiden met een speelgoedje of een leeg pakje billendoekjes, maar dat lukt niet altijd.

We gaan niet op vakantie, omdat de stress over hoe dat zou zijn en moeten groter is dan ons enthousiasme erover. We zijn het erover eens dat dat een goede reden is.

Ik kan nog steeds zo verbaasd zijn over het feit dat ze bij ons is. Al acht maanden.

100% Coco

Nicole die blogt over een film. Vrij uniek, want ik kijk heel weinig films. Maar voor 100% Coco maak ik graag een uitzondering, want ik heb de boeken van Niki Smit mogen redigeren waarop deze film is gebaseerd. De film bewonder ik op afstand, maar ik ben toch supertrots!

Je moet gewoon even de trailer kijken om te zien waar de film over gaat, die alleen al is zo tof!

De film draait vanaf vandaag in de bioscoop, maar M. en ik hebben hem zaterdag al gezien, want we hadden het geluk dat we naar de première in Tuschinski mochten. Ik was nog nooit naar een première geweest en het was heel leuk om mee te maken. Om Niki daar te zien stralen, om de cast te zien, te zien hoe enthousiast kinderen op de foto gingen met tienersterren (die wij niet allemaal kenden, we hadden ons duidelijk beter moeten voorbereiden!) en kleding uit de film. Om over de knalroze loper te lopen, al moesten we daarvoor eerst in de stromende regen wachten en werden we uiteraard straal genegeerd door de aanwezige fotografen :)

De dresscode was Style Tiger. Een dresscode is synoniem met stress bij mij, maar in dit geval viel het mee, want als Coco ergens voor staat, dan is het wel voor jezelf zijn. Maar het was natuurlijk wel feest, en ik wilde graag iets dragen dat er enigszins naar verwees. Nu is Coco altijd creatief bezig, onder andere op de naaimachine. Daarom maakte ik ter ere van haar het ananasstrikje op de bovenste foto. Mede mogelijk gemaakt dankzij dit zeer duidelijke patroon (ik kan bijna niets op de naaimachine, dus dat geeft wel aan hoe duidelijk dit patroon is) en een restje stof van S.’ gordijnen. Ik droeg daarbij trouwens mijn Hitofude-vestje.

En voor Niki, of liever gezegd haar hondje Flip, breide ik deze baret om de film te vieren. Parijs speelt een belangrijke rol in haar boeken en de film, en ze had al laten vallen dat ze deze graag wilde hebben. Toen kon ik natuurlijk niet anders dan hem voor haar maken (M. hielp mee door de pompon te fabriceren). Het patroon komt uit dit boek van Debbie Bliss en ja, de hond op het omslag draagt dezelfde.

Hoe de film was? Natuurlijk anders dan de boeken, alleen al omdat voor de film het materiaal uit twee boeken is gebruikt. Het was voor mij goed als Niki tevreden was (en ik wist al dat ze dat was) maar ik was wel erg benieuwd wat ik ervan zou vinden. Ik ken Coco en de andere personages inmiddels goed en ben erg op ze gesteld, dus hoe zou het zijn om een aantal van hen op het witte doek terug te zien?

Toen ik de trailer zag, wist ik eigenlijk al dat ik me geen zorgen had hoeven maken, en door de film werd dat alleen nog maar bevestigd. Alleen al die kamer van Coco, en Coco zelf (gespeeld door Nola Kemper), het klopt gewoon! Natuurlijk wijkt het verhaal af, heeft ze in de film een beetje een andere moeder, geen opa (oké, dat vind ik wel jammer, opa is een van mijn favoriete personages) en wel een gay best friend. Het verhaal is zo gewoon óók heel leuk. Ik kon er helemaal in meegaan, heb gelachen en gehuild en vooral ontzettend genoten. Gaat dat zien (en lezen als je dat nog niet hebt gedaan)! Zelf moet ik hem trouwens ook minstens nog een keer zien, want ik heb Niki’s cameo gemist…

Boeken van maanden

Om de een of andere reden kwam ik er niet aan toe om de afgelopen maanden een boekenblogje te maken. Ik las ook zo ontzettend weinig dat dat ook nauwelijks zin had. Maar laat ik er eens voor zorgen dat ik weer ‘bij’ ben, ook in het kader van Camp NaNoWrimo.

Amy Chua – Strijdlied van de tijgermoeder
(Battle Hymn of the Tiger Mother, vertaald uit het Engels door Wenneke Savenije)

Dit boek had M. uit de bieb geleend, ik weet eigenlijk niet waarom. Niet als inspiratie voor de opvoeding van S., mag ik hopen :) In dit boek vertelt Amy Chua hoe ze haar twee dochters opvoedt op Chinese wijze (het gezin woont in de VS). Goede cijfers halen, eindeloos muziek studeren en drillen, daar komt het zo’n beetje op neer. Het boek leest heel snel en ik vond het behoorlijk fascinerend hoe Chua aan de ene kant klaagt over hoe haar opvoeding de band met haar kinderen in de weg staat en aan de andere kant die opvoeding blijft verdedigen.

Nicolien Mizee – De wereld van Wollebrandt
Het tweede boek uit de Sterren van morgen-reeks dat ik heb gelezen. In maart schreef ik er al iets over. Het verhaal kende ik dus al door het eerdere boek, maar dit is vanuit het perspectief van een ander personage geschreven. Het beviel me beter, ik vond dit personage leuker en ik vond Nicolien Mizee ook beter schrijven. Ik weet niet of ik ook de andere delen nog ga lezen, ik geloof dat ik het wel een beetje gezien heb inmiddels.

J.K. Rowling – Fantastic Beasts and Where to Find Them (filmscript)

Toen deze film uitkwam, baarde ik S., en dus is het er niet van gekomen om hem te gaan zien. Naast dat ik sowieso niet zo’n filmkijker ben. Maar toen kwam ik erachter dat het script hiervan ook is uitgegeven, net als van het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child, dat ik vorig jaar las. Ik besloot het te lezen, want ik houd nu eenmaal nog steeds heel veel van de wereld van Harry Potter. Deze film (films, want er komen er meer) gaat niet over Harry Potter zelf, maar wel over de tovenaarswereld. Het verhaal speelt zich af in de jaren twintig in New York. Het gaat over Newt Scamander, later schrijver van het standaardwerk Fantastic Beasts and Where to Find Them, een van Harry’s schoolboeken. Vriendin C. vatte het eigenlijk heel aardig samen met: ‘Er ontsnappen allemaal van die beesten in New York en die moeten ze dan gaan vangen.’ Ik dacht eerst nog even dat mijn Engels niet goed genoeg was en dat ik van alles over het hoofd had gezien, maar op basis van een samenvatting die ik daarna las, geloof ik toch niet dat dat zo is. Ik vond er zeker leuke momenten en grappige details in zitten (daar is Rowling een meester in, vind ik), maar het grotere geheel boeide me niet zo. Misschien is het als film geweldig spectaculair, zou kunnen, maar ik zit op dit moment niet met smart te wachten op het tweede deel.

Sally Rooney – Conversations With Friends
Dit boek las ik via First to Read. Het is een Iers debuut van een piepjonge auteur en het wordt gepresenteerd als een literaire sensatie. De vertaalrechten zijn al verkocht aan allerlei landen, er schijnt ook een Nederlandse vertaling te komen. Ik lees niet vaak Ierse boeken. Niet bewust niet, het is maar een constatering. Leuk om een keer wel te doen, al had ik niet het idee dat er allerlei typisch Ierse elementen in zaten (maar ik ken Ierland helemaal niet). Het boek gaat over Frances en Bobbi, twee jonge vrouwen die ooit een relatie met elkaar hadden en nu optreden als spoken word artists. Dat vond ik zo veelbelovend klinken dat het boek alleen maar tegen kon vallen. Het viel me dan ook flink tegen. Het ging me veel te weinig over bovenstaand gegeven en veel te veel over de affaire die Frances krijgt met Nick, een getrouwde kerel. Nick is getrouwd met Melissa, die een portret gaat schrijven over Bobbi en Frances. Het boek gaat zo’n beetje over hun vieren, en dan nog een beetje over Frances’ relatie met haar ouders, studeren en haar lichamelijke klachten. De stijl vond ik echt wel goed, de tekst wordt op een goede manier afgewisseld met e-mails en chatgesprekken en ik wilde graag doorlezen, maar wel met in mijn achterhoofd dat er bijna iets interessants zou gaan gebeuren. En dat gebeurde dus niet, helaas.

Camp NaNoWriMo

Ik wil weer iets met schrijven gaan doen. Hoger dan dat ligt de lat op dit moment niet, maar op dit moment is dat ook hoog zat. Camp NaNoWriMo is een spin-off van de National Novel Writing Month, waarbij mensen in een maand (november) een nieuw verhaal van minimaal 50.000 woorden schrijven. Tja, het kan, ik heb het ook weleens gedaan, maar ik zou nu niet weten waar ik de tijd vandaan zou moeten halen. Het heeft me ook nog nooit veel opgeleverd, buiten een bepaald aantal woorden over niks.

Camp NaNoWrimo is in april en juli, en daarbij kun je veel meer je eigen doelen stellen. In aantal woorden of pagina’s, maar ook in uren of minuten. Voor dat laatste heb ik gekozen: ik wil deze maand minimaal 1000 minuten aan schrijven en dingen die met schrijven te maken hebben besteden. Klinkt algemeen en weinig? Misschien, maar het zou echt al heel wat zijn.

Ik heb een paar subdoelen bedacht. Het is geen lijstje wat ik per se af moet werken en alsnog niet al te concreet, maar hopelijk geeft het wat houvast en inspiratie.

– Aan een schrijfwedstrijd meedoen. Dit heb ik altijd heel leuk gevonden. Sterker nog, ik denk dat het een belangrijke reden was voor mij om ooit met schrijven te beginnen en ermee door te gaan. Ik doe nu niet vaak meer aan wedstrijden mee. Ik mag ook niet meer aan alle wedstrijden meedoen. Voor sommige ben ik te oud en voor sommige mag je nog niet hebben gepubliceerd. Maar er blijven er ongetwijfeld nog genoeg over.
– Proberen iets ergens gepubliceerd te krijgen. Zou ik ook heel leuk vinden. Ik wil deze maand proberen om iets van kopij in orde te maken en ergens naartoe te zenden. Ik weet ook nog niet wat of waarheen en ga afwijzingen hier waarschijnlijk niet delen. Bovendien duurt het meestal heel lang voor je uitsluitsel krijgt, dus waarschijnlijk zal ik hier niet meer over te melden hebben dan of ik het heb gedaan. Maar ik hoop dat ik het kan doen.
– Minimaal twee keer per week bloggen, ongeacht waarover. Deze blog had ik natuurlijk al vóór 1 juli klaar moeten hebben staan, dus die tel ik nog maar niet mee.
– Bijlezen Schrijven Magazine. Ik krijg dat tijdschrift opgestuurd omdat ik manuscripten beoordeel voor Schrijven Online, maar vaak lukt het niet om het te lezen. Terwijl er best vaak interessante en leuke dingen in staan.
– Aan een nieuwe tekst werken. Daadwerkelijk schrijven mag natuurlijk niet ontbreken in deze lijst en zou waarschijnlijk helemaal bovenaan moeten staan, maar laat ik het er maar gewoon tussen zetten om mezelf niet te veel onder druk te zetten.
– Dat ene toneelstuk lezen. Ik heb heel lang geleden een toneelstuk gekopieerd uit een boek als inspiratie voor een verhaal dat ik nog altijd niet echt heb geschreven. Misschien vormt het een goed startpunt. Of juist niet, maar het zou fijn zijn om dat in ieder geval te weten.

Uiteraard zal ik binnenkort een update geven!