Dochter (8)

Ze is een handvol maanden.

Je ziet haar nog vergeten als ze een speeltje op de grond laat vallen of als M. wegloopt. Maar ze wil alles zien, steeds opnieuw. Tijdens voedingen met andere mensen erbij is dat wel eens lastig. Als ik in bed voed, moet M. soms ook echt incognito gaan en met haar rug naar ons toe gaan liggen, anders blijft S. naar haar lachen en proberen haar aandacht te trekken.

Nu kan ze rollen en wil ze meer. Kruipen. Zitten. Het blijft vooralsnog bij pivoteren, een woord dat ik niet kende, maar toch ook al knap. Als ik haar rechtop houd, trappelt ze met haar beentjes en kan ik haar gezichtsuitdrukking niet anders omschrijven dan trots.

Met Pasen was ze een beetje ziek. Zoveel zorgen dan meteen. Nu hoest en snottert ze nog, zo zielig. Gelukkig denkt de huisarts dat het wel gewoon verkoudheid is.

We gingen voor het eerst een weekend weg. Wat wennen was, met in ons achterhoofd toch nog ergens een idee van vakantie zonder poepincidenten en gekrijs. Maar alles paste in de auto en we liepen met haar in de draagzak zo het bos in en er waren veel eekhoorns en binnen speelde ze een hele poos op een kleed terwijl wij er zo’n beetje bij zaten. Bij aankomst bood de receptionist een kleurplaat aan en toen we vriendelijk zeiden dat ze daar nog een beetje te klein voor was, zei hij verdedigend: ‘Nou, sommigen vinden dat leuk, hoor, een beetje krassen.’

Ze mag groente, maar begrijpt nog weinig van het concept. Dat zou je niet zeggen als je ziet wat ze allemaal in haar mond stopt. Kleurpotloden opeten, daar zou ze ongetwijfeld ook heel goed in zijn.

Ze is zo lief, het lukt steeds vaker om dat te zien. En hoe blij ze mensen maakt, daar maak ik graag tijd voor.

Vanuit het Verhalenloket, week 16

De afgelopen weken ben ik zo druk geweest dat het me niet lukte om te bloggen over wat ik allemaal aan het doen ben. Ik had wel een conceptbericht klaarstaan, maar inmiddels moet ik dat alweer uitgebreid updaten. Dat zal ik nu doen, want ik blijf het leuk vinden om het een en ander te delen over de opdrachten die ik doe en het hebben van een eigen bedrijf (dat ik deze maand alweer zes jaar heb, ongelooflijk!).

Ik moet nog steeds een beetje wennen aan weer aan het werk zijn. Aan dat ik echt móét werken als er oppas is voor S. Aan dat ik vaak simpelweg niet kan werken als S. bij mij/ons is. De afgelopen weken waren enorm hectisch. Ik had me in mijn verlof voorgenomen om ‘s avonds en in de weekenden zo weinig mogelijk te werken, maar dat mislukte dus totaal. Ik kan blijkbaar nog niet goed inschatten hoeveel werk ik kan verrichten op werkdagen en er ging ook nog wat tijd af door dingen die per se ook op de werkdagen moesten gebeuren. Ik vind het heel lastig, eerlijk gezegd. Ik geniet enorm van weer aan het werk zijn, maar niet van de bijbehorende stress en het schuldgevoel dat er (hoe cliché) bij komt kijken. Ik krijg veel goedbedoelde opmerkingen in de trant van: ‘Je kindje is nu het belangrijkst’ en ‘Dan moet je minder werk aannemen’ en denk dan vooral: Nog minder?! Hopelijk wordt dat nog beter.

Ik heb twee studieboeken geredigeerd voor Pearson, een taai boek over deskresearch en een nog dikker boek over pathologie (ziekteleer). Het boek over deskresearch heb ik alweer grotendeels verdrongen, vrees ik, maar het ging over informatie zoeken en beoordelen, hoe werkt Google, welke databanken zijn er allemaal, hoe noteer je bronnen enzovoort. Het boek over pathologie is een stuk lastiger te verdringen, hypochondrisch als ik ben. Maar daar heb ik ook langer aan gewerkt, in twee delen. De redacteur van de uitgeverij mailde al dat ik blij moest zijn dat de afbeeldingen er niet bij zaten en op basis van de bijschriften denk ik dat ze gelijk had. Het was best interessant, maar ook wel ontluisterend, beter om niet te lang stil te staan bij alles wat je krijgen kunt. Op een gegeven moment zat ik eraan te werken terwijl ik me helemaal niet lekker voelde (fijn, zo’n kind op de crèche, we zijn voortdurend half ziek), dat was wel… toepasselijk? Verder maakte ik eindeloze lijsten begrippen (die dan bijvoorbeeld wel vet in de tekst stonden maar niet in de begrippenlijst of andersom) en verliep het einde van deze opdracht helaas een beetje rommelig, met dat ik hoofdstukken in een andere volgorde deed (kun je voorrang geven aan het urinewegstelsel? ja hoor) en uiteindelijk dacht dat ik klaar was en toen tot mijn grote schrik een enorm lang hoofdstuk had gemist over de huid (wat daar allemaal mis mee kan zijn wil je ook niet weten). Geen paniek, mailde de redacteur, maar bij mij was er toch wel paniek, want ik had een enorm strakke planning en liep hierdoor meteen weer achter de feiten aan.

Hannes Hunebed. Zodra ik die naam hoorde, wist ik dat ik de opdracht wilde doen (voor De Fontein) :) Het is een (vertaalde) graphic novel over een jongen in de steentijd. Zijn opa vond het vuur uit, zijn vader het wiel en Hannes komt onder andere met… de vork. Snapt zijn vader niks van, een stok om eten naar je mond te brengen? Wat omslachtig. Hannes moet meedoen aan een gevaarlijke overgangsrite en samen met zijn klasgenoten op jacht, waarbij natuurlijk blijkt dat zijn waardeloos geachte uitvindingen zo gek nog niet zijn. Erg grappig boek!

Ik redigeerde voor De Fontein onlangs ook de vertaling van dit boek, dat zal verschijnen als Het zomerhuis. Ik kende de auteur van haar serie 4 vriendinnen, 1 spijkerbroek, waar ik nooit zo’n fan van was. Maar zoals E. al zei: Ik ga er niet van uit dat je dat boek over die enge ziekten wel leuk vond, en dat heb je vast ook goed gedaan. Inderdaad, het is mooi meegenomen als ik een boek leuk vind, maar het hoeft niet (dan zou er te weinig werk overblijven, vrees ik). En het viel me eigenlijk best mee, al vond ik het wat sentimenteel. Het gaat over Sasha en Ray, die elkaar niet kennen, maar wel een familie en een kamer in een vakantiehuis delen omdat Sasha’s vader ooit getrouwd was met Rays moeder. Op een gegeven moment delen ze ook een vakantiebaantje, omdat ze dus elk om de week in het vakantiehuis zijn. Daardoor krijgen ze mailcontact, de supermarktmanager weigert om dingen twee keer te vertellen en zelfs om twee namen te leren, dus gaan ze elkaar ook maar Kleine Ray en Grote Sasha noemen. Ik weet het, ik vertel altijd details waardoor je alsnog geen idee hebt waar het boek over gaat, maar er zaten dus zeker ook leuke dingen in. En meer dan genoeg vertaaluitdagingen, wat ook leuk is voor een redacteur.

Voor HarperCollins redigeerde ik meerdere titels, maar ik licht dit boek er even uit, omdat ik dat het laatst gedaan heb en het een leuk boek was. Het is onderdeel van de serie From Manhattan With Love. Ik heb geen andere boeken van deze serie geredigeerd, maar wel een boek uit de serie over Puffin Island (van dezelfde auteur) en in dit boek gaan de personages daar ook heen, leuk gedaan. In deze serie wordt een vriendengroep gevolgd waarvan de leden bij elkaar in huis wonen (in New York dus), toffe setting.

Ondertussen moet ook de aangifte inkomstenbelasting nog gedaan worden. Gelukkig helpt mijn boekhouder me daarbij. Ik kan en doe best veel zelf qua administratie, maar het werd me wat te tijdrovend en ingewikkeld, vandaar dat ik er vorig jaar voor heb gekozen om daar hulp bij te zoeken. Bevalt erg goed en scheelt een heleboel stress!

Boeken van maart

Vorige maand heb ik bijna niet gelezen. Deze maand is het nog erger: ik heb nog helemaal niets uitgelezen (wat niet voor mijn werk was, dat wil ik er dan toch steeds graag bij vertellen) en we zitten al in het tweede deel van april. En ik was ook nog niet toegekomen aan het typen van een blogje. Het komt vast wel weer.

Kristine Groenhart – Take it easy
Dit is alweer het derde deel van de kostschoolserie Mulberry House. En ik hou nu eenmaal erg van kostschoolseries. Hoogstaand is het zeker niet en ik had dolgraag de redactie gedaan, maar ik weet inmiddels wel wat ik ervan kan verwachten en lees het dan gewoon lekker. In het genre is het best goed en leuk! Ik las dat deze zomer deel 4 uitkomt, dat ga ik ongetwijfeld ook weer lezen.

Hans van der Beek – De honger van Max
Het tweede boek dat ik heb gelezen, is gewoon ook een kostschoolboek! Het valt op zich mee met mijn obsessie, maar aan literatuur voor volwassenen kom ik momenteel al helemaal niet toe. Dit is een van de vier delen uit de serie Sterren van morgen, geschreven door vier verschillende auteurs. Ook deze serie speelt zich af op een Engelse kostschool, maar dan een waar nogal zweverige toestanden worden onderwezen. Iets met de elementen, verschillende karaktereigenschappen en gewaden in bijpassende kleuren. Behoorlijk vreemd allemaal! Volgens mij wordt hetzelfde verhaal in de vier delen telkens vanuit een ander personage verteld, dat vind ik wel een aardig concept. Ik vond dit niet heel goed geschreven en ik ervoer een seksistische ondertoon die me helemaal niet beviel, maar ik wil eigenlijk nog wel minstens een van de andere delen lezen om te zien hoe ze dat nu gedaan hebben met die verschillende perspectieven.

Dochter (7)

Een jaar geleden zagen we haar voor het eerst. Zo. Ze was twee centimeter groot en de klinisch verloskundige had gezegd dat het even kon duren voor ze iets zag, dat we ons niet meteen zorgen hoefden te maken. S., die toen nog gewoon ‘de baby’ was en misschien zelfs dat nog niet eens, kwam echter direct in beeld, met kloppend hartje en al. Ik kon niet meer stoppen met glimlachen.

De uitgerekende datum werd later iets later, maar hier staat haar verjaardag op, zo gek.

En nu, vul maar in. Kan ze rollen, vorig weekend zelfs drie keer achter elkaar, of eigenlijk in totaal negen keer, met dat we haar teruglegden op het uiteinde van het kleed en ze het nog eens deed, en nog eens. Trekt ze steeds haar sokken uit. Knispert ze met knisperboekjes. Kan ze belachelijk blij zijn als ze ons ziet.

Daar laat ik het vandaag bij, juist omdat het allemaal niet vanzelfsprekend is/blijft/blijkt te zijn. Het is nog steeds vaak overleven, maar wel met de mooiste reden om dat te doen.