Boeken van februari

Het lezen schiet er vaak nog steeds bij in, maar ik lees niet helemaal niet!

Graeme Simsion – Het Rosie Effect
(Vertaald uit het Engels door Linda Broeder)

Vorige maand schreef ik al dat ik ook het vervolg van Het Rosie Project wilde lezen, en dat heb ik zowaar gedaan. Het viel niet tegen! Het is in principe meer van het (leuke) zelfde en na twee boeken is het ook wel genoeg, maar ik denk dat de auteur dat ook vond, want volgens mij zijn er niet nog meer delen. En in dit boek gaat het veel over zwangerschap/baby’s, wat natuurlijk wel bij mijn leven past op dit moment.

Dori Katz – Looking For Strangers
The University of Chicago Press geeft iedere maand gratis een e-book uit haar fonds weg. Vaak zijn deze boeken wat wetenschappelijk (goh) om ‘zomaar’ te lezen, maar soms komt er ineens iets interessants voorbij. In dit boek onderzoekt Dori Katz haar eigen geschiedenis. Ze is van Joodse afkomst en woonde als kind in de Tweede Wereldoorlog in België. Haar vader en andere familieleden werden weggevoerd naar de vernietigingskampen en zelf zat ze ondergedoken bij een Belgische familie. Ze probeert het lot van haar vader te achterhalen en wil heel graag de mensen ontmoeten die haar destijds in huis hebben genomen, voor zover zij nog leven. Ik vond het een interessant en aangrijpend verhaal, maar ook wat… mager? Ik wil uiteraard niets afdoen aan de verschrikkingen, maar het is misschien interessanter als je weinig weet over de Tweede Wereldoorlog in Europa. Zoals aanvankelijk geldt voor Katz zelf. Daarnaast is het vooral jammer dat niemand die Nederlands/Vlaams spreekt het manuscript heeft gelezen. De auteur is later in haar jeugd naar Amerika geëmigreerd en lijkt nogal trots op de paar woorden/zinnen in het Nederlands die ze zich nog herinnert. Alleen noemt ze straten ‘Strasse’ en zou de vader van het onderduikgezin haar een lied hebben geleerd dat begint met ‘Vogel, vogel frei’…

Vicky Francken – Röntgenfotomodel
Een goede dichtbundel krijg je nooit uit, maar dat zou dan ook betekenen dat ik er nooit over kan bloggen, dus ik vermeld deze hier nu toch maar vast. Ik ken Vicky al heel lang uit het schrijfwereldje, en ik vind het heel tof dat ze eindelijk een bundel heeft gepubliceerd. En daar laat ik het voor nu gewoon even bij :)

Bonus: Zadie Smith – ‘The Embassy of Cambodia’
Het is geen boek, maar ik heb het wel op mijn e-reader gelezen: dit verhaal van Zadie Smith. Ik hou erg van haar werk, al moet ik me om de een of andere reden wel altijd tot het lezen van haar boeken zetten, het is geen lichte kost. Ik weet niet of dat binnenkort al weer gaat lukken, maar dit verhaal was een goede dosis Zadie voor mij op dit moment! Het goede nieuws (waarom wist ik dit niet?): op de site van The New Yorker staan nog meer stukken van haar hand.

Dochter (6)

Bij slecht weer is het nog meer gedoe dan anders om met de kinderwagen naar de crèche te gaan. Ik laat de wagen zo dicht mogelijk bij de deur staan, zodat er zo min mogelijk modder en water daar op de vloer komt. Het betekent meer gesleep met spullen en met S., die ik dan ook niet tegen mijn natte jas aan kan houden. S. ligt wel lekker droog onder de regenhoes. Op een dag waaide die er bijna af. Wat schuiner, met de kap een stukje naar beneden, ging beter. S. had haar eigen panoramadak en ging mooi niet slapen tot we thuis waren.

Ik ben nog steeds verbaasd dat niemand verbaasd is dat ik daar ben. Ik probeerde een keer uit: ‘Ik ben de moeder van S.’, omdat dat op dat moment logisch was om te zeggen, maar iedereen neemt zonder meer aan dat ik een moeder ben van een kind. Het is niet eens moeilijk om te praten met andere moeders. Leidster B. vond de muts van S. mooi, en ik kon niet nalaten te vertellen dat ik die zelf heb gemaakt. ‘Met een regenboogstrik!’ riep kindje A. enthousiast. Ze wist ook te vertellen dat ‘hij’ twee flessen had gedronken. Al bijna geen verslag meer nodig.

S. begint haar voeten te ontdekken, of in ieder geval: dat er daar beneden in de verte iets beweegt. Dat bewegen is een ernstige aangelegenheid, zeker ook in bad. We zijn zo blij dat ze niet meer huilt in bad, het maakt ons niets uit. Ook niet dat ze de vloer natspettert.

Precies op het verste punt van onze wandeling begon ze ontroostbaar te huilen. Het duurde veel en veel te lang voor we weer thuis waren, er was niets meer over van het gevoel goed bezig te zijn, gezonde buitenlucht en zon en wij daarin met ons kind.

Zaterdag rolde ze voor het eerst om, van haar buik naar haar rug. Eerder toonde ze alleen interesse in andersom, dus het kwam nogal onverwacht. Het was ook meer een soort vallen, ze schrok er zelf ook enorm van en begon keihard te krijsen.

Er zijn nog steeds wat veel verhalen waarin ze keihard krijst. Zelf verzamelt ze losse klanken, ontdekt hoe hard en hoog ze kan, raakt overal door afgeleid. Dat laatste is nu nog vaak grappig en goed (ze ziet, ze hoort), maar niet zondagnacht, niet als ik echt wil slapen en zij wil spelen of dan toch in ieder geval gedragen worden of anders nog weer wat eten. We hebben vaak geluk met de nachten, maar deze keer niet en het was me gewoon even te veel, na die mislukte wandeling en een ‘kraambezoek’ van iemand die vooral vol was van haar eigen zwangerschap (logisch, maar lastig). Het is me nog steeds allemaal snel te veel. Gelukkig is M. er ook en uiteindelijk heeft S. na wat extra melk de rest van de nacht geslapen, maar wat voelde ik me weer een waardeloze moeder.