Vanuit het Verhalenloket, week 8

Mijn zwangerschapsverlof zit erop, en dat betekent dat deze rubriek terugkeert op de blog. Het is allemaal nog een beetje onwennig, zoals het eerst ook onwennig was om zo’n lange periode niet te werken.

Ik had al een hele blog voorbereid waarin ik schreef over het verschil tussen zwangerschapsverlof als zelfstandige en in loondienst. Dat niet alles de afgelopen maanden helemaal kon worden stopgezet. Ik heb niet geredigeerd, geen auteurs begeleid, maar de administratie moest alsnog gedaan worden. Ik moest achter de laatste betalingen van 2016 aan, btw-aangifte doen, ondanks de afwezigheidsmelding af en toe mijn e-mail checken enzovoort. Ergens jammer om het niet helemaal los te kunnen laten, maar mijn bedrijf hoort ook zo bij mij dat het me niet veel moeite kostte. Ik wilde concluderen dat het werk niet van de ene op de andere dag ophield en nu ook niet ineens weer op volle sterkte zou beginnen. Dat dat eng en fijn tegelijkertijd was.

Het lukte me niet om die blog af te schrijven en te publiceren, omdat ik al weer druk aan het werk was… Ik begon met het mailen van de opdrachtgevers voor wie ik veel werk, maar voor ik ze allemaal gehad had, mailde er een zelf al met een opdracht. En in reactie op mijn mail volgden er meer. Ik had goede hoop dat oude en nieuwe opdrachtgevers me weer zouden weten te vinden, maar dat kun je natuurlijk nooit zeker weten. Het doet me echt goed dat dat het geval blijkt te zijn.

Ik mocht de vertaling van dit boek redigeren voor de Fontein:

(Klik hier voor meer info)

Van make-up en football weet ik weinig en Amerikaanse boeken met typisch Amerikaanse dingen en populair taalgebruik blijven lastig. Het is best een dik boek en de deadline was behoorlijk strak, dus rustig opstarten was er niet bij. Maakt niet uit, ik moest ergens beginnen. Inmiddels ben ik al weer bezig aan de volgende opdrachten. Ik zal een strakkere planning aan moeten houden dan voorheen, maar ik heb in ieder geval weinig tijd om S. te missen als ze op de crèche is of bij een van haar oma’s.

In principe heb ik de draad dus gewoon weer opgepakt. Het enige wat ik niet meer ga doen is het geven van feedback aan de cursisten van Ontdek je schrijftalent van Schrijven Online. Dat heb ik een tijd met veel plezier gedaan, maar vraagt om flexibiliteit die ik op dit moment helaas niet kan bieden. Het begeleiden van schrijvers die nog weinig/niets gepubliceerd hebben vind ik echter wel erg leuk, dus ik hoop dat ik daar op een andere manier invulling aan kan geven.

PS Heb je vragen of wil je me inschakelen voor een opdracht, laat het me weten!

Dochter (5)

Ze is nu al zo veranderd. Ze lijkt soms zo groot, ook al zei iemand op de crèche: ‘Och, wat een kleintje nog!’ Dat was een van de momenten waarop ik me schuldig voelde dat ik haar daarheen breng. Nog erger was het toen P. iets op kwam halen en zich er zo op bleek te verheugen om S. dan gelijk weer even te zien, hoe hij vol verwachting in de lege kinderwagen keek. En iedere keer als ik een gedragen shirt van mezelf meegeef, voor de vertrouwde geur. Het schijnt te werken, maar het voelt een beetje als verraad. Ze lijkt het allemaal wel best te vinden en ik vind het fijn om weer te werken, maar het is ook elke dag nog moeilijk. Dat geeft niet, het helpt me te realiseren hoeveel ik van haar hou en sowieso, dat ze m’n dochter is, dat ik nu moeder ben.

Ze kan zo hard krijsen tijdens het boodschappen doen dat ik zo snel mogelijk beschaamd het een en ander uit de schappen ruk, maar dat ben ik al weer vergeten als ze echt plezier heeft, van die zachte eh-geluidjes maakt. Ze wilde best in de woonwinkel zijn, maar alleen als ze gedragen werd. Ineens was het een behoorlijk grote winkel en gingen we er toch maar niet koffiedrinken. Een troost: er waren kinderen nog lastiger, de snobistische moeder van Diederik riep zelfs dat ze hem een pak rammel zou geven.

Tijdens een voeding laat S. soms speciaal mijn tepel los om iets te ‘zeggen’. Ik zou zo graag willen weten wat. Blijkbaar is het erg belangrijk. Ze grijpt van alles vast en brengt het naar haar mond. Terwijl ik haar aankleed wil ze mijn mouw vasthouden, wat toepasselijk maar ook onhandig is.

Ze wil zo graag omrollen, maar ze kan het nog niet, dus dan ligt ze op haar zij heel boos te zijn, met mij belachelijk trots ernaast.

Lampenkap

Ik ben mezelf niet als ik niet kan handwerken. Ik ben nog minder mezelf als ik wel kan handwerken en het niet doe, maar dat komt gelukkig niet vaak voor. Het is nu even lastig, want S. wil nog steeds vaak vastgehouden worden (en drinken) ‘s avonds. Deels komt dat door ons, want wij zijn ‘s avonds moe en willen dan bankhangen en televisiekijken in plaats van S. telkens troosten en terug in bed leggen en nog even bij haar blijven zitten omdat ze anders sowieso blijft huilen.

Ik ben bezig met een project dat ik nog niet kan laten zien op mijn blog, bijna alle handwerktijd die ik weet te vinden gaat daarin zitten. Het enige wat ik nu wel kan laten zien is dit, een hoes voor om de lamp op S.’ kamer. Het is geen succes, die lamp. Er hing een saaie plafondlamp, bij de kringloop vonden we een saaie kap, bij IKEA een pendel, we hadden het vage plan om daar ‘iets’ mee te doen maar deden dat de hele zwangerschap lang niet, en toen keek S. de hele tijd recht in het peertje bij het verschonen, want dat kwam onder de kap uit. Dat leek ons niet goed, dus er moest iets omheen.

Ze wordt nu niet meer verblind en het groen staat mooi bij haar ananasgordijnen, maar nu is het eigenlijk weer te donker…

Ik haakte met een haaknaald van 4 mm en restjes groen acryl. Ik gebruikte geen patroon, behalve voor het randje (klik).

Dochter (4)

Ze is aan het wennen op de crèche en ik ook. Ze werd rondgedragen toen ik haar kwam halen. Ze wordt erg graag rondgedragen. Ik kwam haar erg graag halen. Er waren geen andere baby’s, de grotere kindjes vonden het heel interessant en wilden haar aaien. Dat was even slikken, want ze waren nogal snotterig. Ze kwamen meteen met speelgoed aanzetten en waren teleurgesteld dat ze daar niets mee deed.

Mijn redacteursogen doen pijn van de taalfouten in de verslagjes, maar het is belangrijker dat ze lief voor haar zijn en goed voor haar zorgen. ‘Je heb heel veel knuffel gekregen’ stond erin. Een leidster vroeg verward naar onze herkomst omdat ze S.’ naam kende uit haar eigen cultuur en concludeerde toen opgewekt: ‘Nou ja, dat is makkelijk voor mij.’

Op termijn is dit voor iedereen het beste, ik sta nog steeds achter wat we hebben bedacht, maar nu is het vooral moeilijk. Daar weggaan ging nog wel, thuis zijn zonder haar is erger. Het schuldgevoel als ze er dan wel is en ik niet op mijn best het ergst.

Ik reed voor het eerst alleen met haar in de auto en zeker na de aanrijding is dat zo moeilijk, maar het moet. Op de plaats van bestemming werd ze met gejuich ontvangen, dat hielp. Mijn moeder ging boodschappen doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn. Achteraf vertelde ze dat S. ‘maar’ twee keer een halfuurtje had geslapen en ik zei: ‘Wow, twee keer een halfuur?’ Het was jammer dat een van die halve uren precies was toen mijn moeder boodschappen was gaan doen zodat P. ook even alleen met S. kon zijn.

Ze deed alles wat ze moest doen op het consultatiebureau en weegt weer een kilo meer. De arts dacht dat M. en ik zussen waren en dat vond ik erg vervelend, want ik heb toch al het idee dat ze ons anders bekijken, dus laat dat dan in ieder geval op basis van de juiste informatie zijn. M. was erger beledigd doordat de arts dacht dat ze uit Limburg kwam. De arts bood wel meerdere keren haar excuses aan en het was grappig dat ze duidelijk niet wist tot wie ze haar vragen over de borstvoeding moest richten. Daarna plaste S. alles onder en moesten er plastic zakjes worden gehaald voor alle natte spullen.

Ze probeert zo veel mogelijk vingers tegelijk in haar mond te stoppen en gaat huilen als het niet goed lukt. Ze draait liggend op haar rug zo negentig graden. We denken het begin van omrollen te zien. Ze grijpt de spijlen van haar wiegje vast, ik weiger dat op te vatten als teken dat het ooit te klein zal zijn voor haar.

Het is veel leuker om in bad te gaan als je niet door een van je moeders in een soort houdgreep hoeft te worden genomen, maar zelf mag zitten in een badzitje. Ze zat erin als op een troon en vond het heerlijk dat we haar hoofdje insmeerden met slaolie (tegen berg). De babyspa was weer geopend.

Dochter (3)

We halen luid en duidelijk adem zodat ze weet dat wij ook in bed liggen. Dat is nu vaak voldoende, een heel verschil met toen ze nog alleen op ons wilde slapen. Daar waren we toen veel te moe voor, maar in retrospectief had het wel wat. Nu ben ik vaak bang dat ik niet wakker word als ze me nodig heeft, ook al slaapt ze bij ons op de kamer. Vandaar dat ik me best een goede moeder voelde toen ik wakker werd, haar op haar handje hoorde sabbelen (dat is een hongersignaal) en haar te eten gaf.

Ze begint langzaam maar zeker te spelen. Ik was even de kamer uit geweest en ineens zag ik haar tegen haar boxspiraal slaan. Ze kan haar giraffeknuffeltje vastpakken. Haar eigen hand, zonder dat ze lijkt te beseffen dat het haar hand is. Ze vindt het nog altijd fijner om in de box te liggen als er iemand naast blijft zitten.

Ik heb haar helemaal alleen in bad gedaan. Ik ben best een beetje jaloers op de ouders die vragen hoelang een baby eigenlijk in bad mag, want meestal vindt S. het vreselijk en halen we haar er snel weer uit. Afdrogen en aankleden vindt ze minstens net zo erg, dus het is niet bepaald leuk om haar in bad te doen. Maar het lukte wel en ze was voor haar doen supervrolijk tijdens het afdrogen. Waarschijnlijk een binnenpretje, want vervolgens poepte ze een hydrofieldoek onder.

Ze kan nu zo spraakzaam zijn. Wij praten braaf terug. O, en als ze lacht als ze me ziet. Ze lacht best vaak als ze me ziet.

Zigzag

Naast de deken met de huisjes en de deken met de zeshoeken kwam er nog een derde dekentje van de naalden in de weken voor de geboorte van de dochter. Ik had nog katoen over van de huisjesdeken en wilde eigenlijk een dekentje maken voor in de co-sleeper, maar zoveel katoen had ik nu ook weer niet over; het pakte veel te klein en dun uit.

Ik zag dit exemplaar dus meer als bezigheidstherapie, maar stond er niet bij stil dat een pasgeboren baby 24/7 in allerlei doeken wordt gewikkeld (zeker die van ons, die enige moeite had zichzelf warm te houden). Ineens had de kraamverzorgster dit dekentje opgesnord. In combinatie met een hydrofieldoek bleek het perfect.

Het patroon was even wennen, maar daarna prima te doen. Ik had nog niet eerder iets in zigzagpatroon gemaakt, maar ga het zeker onthouden voor toekomstige projecten.

Patroon: Chevron Baby Blanket.
Naalden: 2,5 mm.
Garen: DMC Natura in de kleur Ibiza (nr. 1), ca. 150 gram. Restjes katoen.

Boeken van januari

Opnieuw niet veel gelezen deze maand, maar ook niet helemaal niet. Dat is vooral te danken aan de e-reader, die makkelijker op schoot te houden is tijdens een voeding/in combinatie met een baby dan een papieren boek. Bovendien wees M. me er een tijdje geleden op dat je de letters wel degelijk groter kan maken… Mijn ogen zijn haar dankbaar.

Sabine Wisman – Spelen met je kindje

Dit boekje zat in het BoekStart-koffertje dat M. kreeg toen ze S. inschreef bij de bibliotheek. Er staan spelletjes, versjes en liedjes in voor verschillende leeftijden en wat info over ontwikkeling. Het is een dun boekje, maar wel vrolijk en inspirerend.

L.T. Meade – Annie Forest. Een verhaal van eene meisjeskostschool
(De titelpagina vermeldt ‘Uit het Engelsch naar L.T. Meade door Rosa’, ik weet niet of het puur een vertaling is of meer een bewerking.)

Dit boek vond ik op dbnl, er zal inmiddels geen auteursrecht meer op rusten. Het wekte uiteraard mijn interesse omdat het een kostschoolboek is. Uit 1889. De omgangsvormen en het taalgebruik waren vervreemdend, maar interessant. Het verhaal was voorspelbaar, maar dat mag in kostschoolboeken. En zulke zigeuners zie je niet veel meer tegenwoordig!

Graeme Simsion – Het Rosie Project
(Vertaald uit het Engels door Linda Broeder)

Dit is natuurlijk een erg bekend en populair boek, maar zoals gewoonlijk lees ik het pas als iedereen het verder al gelezen heeft. Het voordeel daarvan is dat ik nu gelijk door kan met deel 2. Wat een fantastisch boek, en het is ook nog eens een debuut. Het gaat over Don Tillman, een professor in de genetica die door middel van een uitgebreide vragenlijst op zoek gaat naar een echtgenote. Dan ontmoet hij Rosie, een jonge vrouw die totaal ongeschikt is voor die functie, maar die hij wel wil helpen om haar biologische vader te vinden. Belabberde samenvatting, maar het knappe aan het boek is de stem van Don, zijn wereldbeeld en hoe hij alles verwoordt. Hij lijkt een autismespectrumstoornis te hebben en dat maakt hem een erg toffe hoofdpersoon, omdat hij de gewoonste dingen ongewoon beziet, in de vreemdste situaties terechtkomt en vaak onbedoeld grappig is. Hopelijk maakt deel 2, Het Rosie Effect, mijn hoge verwachtingen waar!