Japan Sleeves (3)

Hij is af! Het was maar goed ook dat ik na de geboorte van S. vooral nog de saaie streepjes moest, want veel tijd en concentratie is er niet meer. Veel daglicht trouwens ook niet, vandaar het nog slechtere portret dan normaal, met deurklink en lichtknopje.

Ik ben er tevreden mee, al had ik hem nog wel wat langer willen maken als ik meer garen had gehad en is wederom te zien waar mijn toeren begonnen. Maar de mouwen zijn lang genoeg, hij past en het steken opnemen is best netjes gelukt.

Mijn geliefde bamboe rondbreinaald brak alleen wel af toen ik bezig was aan de boord :( Misschien te intensief gebruikt bij mijn huisjesdeken? Ik wilde meteen verder (ik pak alle handwerktijd die ik pakken kan!), dus heb ik de trui afgemaakt met behulp van mijn naalden zonder kop. Ik heb maar een set, toevallig in de goede maat, maar ik gebruik ze niet graag omdat ik er niet handig mee ben; ik steek mezelf altijd zowat een oog uit.

Ik besefte later pas dat op de bovenste foto de mouwen (je weet wel, het onderscheidende kenmerk van deze trui) totaal niet goed zichtbaar zijn. Ik imiteer hieronder dus ook nog maar even de pose van de ontwerpster:

Overigens vraag ik me af wanneer ik deze trui ga dragen, gezien het alom tegenwoordige spuug- en kwijlgevaar…

Patroon: Japan Sleeves van Joji Locatelli.
Garen: Semilla van BC Garn. Zachte Organic Wool in de kleuren wit (kleur 1, vijf bollen) en groen (kleur 128, 3 bollen). Ik kocht het bij Zeven Katten.
Naalden: Rondbreinaalden 3 mm en 2,5 mm. En dus helaas die DPN’s.
Maat: M.

Eerdere updates over deze trui: 1 en 2.

Dochter (2)

Er zijn moeilijke momenten en makkelijker momenten. Dagen zelfs. Op moeilijke dagen is het moeilijk om te beseffen dat er ook makkelijker dagen zijn. Ik las ergens dat als je baby blijft huilen dat niet wil zeggen dat ze niet bij je wil zijn, maar vind dat soms moeilijk te geloven.

Ze wilde niet slapen, maar vond het wel gezellig om met z’n drieën op de slaapkamer te zijn. Ze lag vrolijk te brabbelen in haar bedje, tot we het licht uitdeden: krijsen, gillen! Licht weer aan om te kijken wat er in vredesnaam aan de hand was: niks. S. brabbelde weer vrolijk verder.

Ze sliep op me toen ik op moest staan om de lichten aan te doen. Dat was jammer.

Na een erg moeilijke woensdag, was donderdag ineens alles goed. Ze lachte al naar me toen ik haar ‘s ochtends uit haar bedje kwam halen. Later lag ze tevreden naast me op het grote bed en keek ze af en toe even opzij om te zien of ik er nog was. Ze lijkt soms zo ernstig naar ons te luisteren. Ik erger me vaak aan hoe mensen gedrag interpreteren van mensen die dat zelf niet onder woorden kunnen brengen, maar ik doe natuurlijk bij S. precies hetzelfde.

Ze heeft nog niet echt interesse in speelgoed. We doen net alsof ze wel al veel interesse heeft in boekjes. Ontdekking van de week: ze wordt blij van ‘We maken een kringetje’. Het slaat natuurlijk nergens op met een mama en een baby, maar ze kan er geen genoeg van krijgen, vooral niet van ‘bij de hand, bij de hand, pak je vriendje bij de hand’.

We geven iedere dag braaf vitamine K en D, druppeltjes met een lepeltje. Vitamine K moet je tot en met 12 weken geven, die lui van Davitamon hebben daarvoor precies te weinig in een flesje gedaan, zodat je er nog een moet kopen.

Gisteren kwam een van haar oma’s oppassen en gingen M. en ik de auto ophalen en even de stad in. Voor ik het wist stonden we in een speelgoedwinkel omdat S. volgens M. dringend een bijtring nodig had. We zagen een superleuk broekje in een maat die ze al niet meer heeft, dat was zo gek.

Dochter

A. blogt elke week een gedichtje over het leven met haar baby, en dan wil ik ook zoiets, omdat het allemaal zo snel gaat. Tegelijkertijd weet ik dat dat niets voor mij is, ik zou er meteen een veel te ambitieus project van maken en ik schrijf altijd al zo langzaam, vaak over dingen die veel langer geleden hebben plaatsgevonden. Ik heb nog erg weinig energie en ben al blij als het lukt de dag aangekleed door te brengen, een wasje te draaien, wat boodschappen te doen, een redelijk gezonde maaltijd op tafel te zetten.

Met de dochter, S. (ik heb lang getwijfeld hoe ik haar hier wilde noemen, nu dan toch maar bij haar voorletter), gaat het goed. Geloof ik. Soms geloof ik het niet, als ik de hele dag alleen met haar ben en ze blijft huilen en niets goed is. Laatst waren ze zelfs tevreden op het consultatiebureau. Het hielp dat ze dit keer niet het hele gesprek lang krijste, maar in mijn armen lag te slapen, in haar Teigetje-badjasje. Ze was ineens meer dan een kilo aangekomen en zat een lijntje hoger in de heilige curve. We hoeven haar nu ‘s nachts niet meer wakker te maken voor een voeding. Dat wil nog niet zeggen dat we volledige nachten slapen, maar ik was er toch erg trots op, omdat het blijkbaar toch iets oplevert, die ellendige borstvoeding die ook tijdens het afbouwen nog zoveel problemen geeft. Ze hebben dit keer ook zowaar niet later nog gebeld omdat ze wilden weten hoe het ging.

S. wil nu soms liever in de box liggen dan op ons, maar dan moeten we wel naast de box komen zitten. Haar ogen vallen dicht als ik de stofzuiger aanzet. Ze gaat huilen als ze denkt dat ze alleen is. Ik vind het zo belangrijk dat ze dat niet hoeft te denken, dat het niet zo is. Eerst zei ze alleen onwillekeurig ‘eu’, nu is het eerder ‘heuj-heuj’ en lijkt het soms een antwoord of bedoeld om ons te roepen.

Niet alleen wij, maar iedereen om ons heen heeft er een andere rol bij. Het maakt sommige dingen zoveel makkelijker. Ik geniet er erg van dat zij er zo van genieten. Dat S. in de kinderwagenbak om het hoekje in de woonkamer lag, maar van P. per se in de keuken erbij moest toen we gingen gourmetten. Dat het toetje zo snel mogelijk werd opgegeten, zodat S. weer kon worden vastgehouden.

Dat Y. eerst concludeerde dat ze ‘de baby niet zo leuk’ vond, maar nu soms doet alsof ze een baby is die S. heet, waarbij nicht M. mij moet spelen.

Vooral dat S. begint te lachen als M. thuiskomt uit haar werk, tenzij die haar capuchon nog opheeft. De verhalen die M. tegen haar houdt. En gewoon die twee, hoe gewoon dat soms al voelt en tegelijkertijd hoe bijzonder. Gewoon wij drieën.

Boeken van 2016

Ook dit jaar leek het me leuk om nog even terug te blikken op de boeken die ik in 2016 heb gelezen. Ik kom tot 37, minder dan in 2015, maar zoals ik toen al schreef: het aantal maakt me niet zoveel uit. Ik heb dit jaar geen boeken geluisterd, veel titels zijn verdwenen uit LuisterBieb en de app werkte niet meer op mijn telefoon. Inmiddels heb ik een andere telefoon, dus het zou misschien weer kunnen, maar ik zou niet weten wanneer ik dat zou moeten doen. We kijken tegenwoordig vaak televisie met de ondertiteling aan vanwege het gehuil van de dochter, om je een idee te geven. Niet dat we de dochter laten huilen, maar proberen haar te laten stoppen met huilen en dat ze ook daadwerkelijk niet huilt zijn twee verschillende dingen. We kijken ook regelmatig staand televisie, want mevrouw heeft graag overzicht en wordt het liefst gedragen… Maar goed, deze blog ging over boeken.

In tegenstelling tot vorig jaar kan ik niet één favoriete titel noemen. Wel meerdere dus, niet dat ik helemaal geen favorieten had. Want die had ik, waaronder de graphic novel Kunnen we het niet over iets leukers hebben? van Roz Chast (mei), Het nieuwe land van Eva Vriend (juli) en de biografie over Kees Boeke De geest in dit huis is liefderijk van Daniela Hooghiemstra (augustus). O, en Harry Potter and the Cursed Child was toch ook de moeite waard (september).

Mijn voornemens waren vorig jaar om veel te lezen op basis van onze leeslijst, dat is behoorlijk goed gelukt! Al kwamen een paar reserveringen van de bibliotheek precies binnen rond de geboorte van de dochter en heb ik die niet opgehaald. Ik keek toen uit naar het andere werk van Alison Bechdel, maar heb daar nog niets van gelezen (ik heb trouwens ook Fun Home niet herlezen, wil ik eigenlijk wel). En ik was zo benieuwd naar Meisjesboeken van weleer van Kristine Groenhart. Helaas viel dat een beetje tegen (mei). Haar kostschoolserie Mulberry House is wel leuk, daar las ik deel 1 en 2 van dit jaar.

In 2017 lijkt het me fijn als ik af en toe nog eens een boek kan lezen, met en zonder de dochter :)

Boeken van december

In november heb ik geen enkel boek uitgelezen. Aan het begin van de maand begon ik wel in Bruidsvlucht, maar ik las het niet uit. Ik kon me slecht concentreren en keek liever televisie. Toen de dochter er eenmaal was, had ik er geen tijd meer voor. Of dat idee had ik. Weinig zin in ook. En dat is in december grotendeels ook zo geweest. Tijdens de voedingen lees ik soms wel, maar dan vooral blogjes, de krant op mijn telefoon of een tijdschrift. En natuurlijk ‘lezen’ we al met de dochter, ze heeft diverse voelboekjes en is al lid van de bieb. Ze kan er niet onderuit met zulke moeders! Wat veel kraambezoek ook weet, ze heeft al mooie prentenboeken gekregen :)

Marieke van der Pol – Bruidsvlucht

Ik wilde ook vooral geen boeken lezen waarvan ik uit mijn doen zou raken. En dat raakte (raak) ik nogal snel, dus ik vond het wel veilig om te kiezen voor een boek dat ik al kende. Ik was even vergeten dat er een bevalling in voorkomt in een afgelegen stacaravan die zowat verkeerd afloopt, maar verder ging het wel. Sommige verhaallijnen zijn best heftig, maar alles wordt vrij afstandelijk beschreven. En uitleggerig, dat herinnerde ik me niet van de vorige keer dat ik dit las. Ik ken de film (Bride Flight, Van der Pol schreef eerst het scenario en toen het boek) ook goed, en het was fijn om de beelden voor me te zien onder het lezen. We zagen de film ooit voor het eerst op Manuscripta, daar bleek het de sneak preview met een inleiding door Van der Pol zelf. Erg leuke verrassing. Ik heb ook nog een keer gewerkt bij een lezing van haar in de boekhandel. Ik wil niet zeggen dat het een heel goed boek is, maar het is wel een lekker boek, met leuke personages. Vooral het begin, als ze op weg gaan met dat vliegtuig.

Anna Levander – Morten

Een van de boeken van Nederland Leest. Gratis, dus dan weet je het wel met mij. Een bibliotheekmedewerker heeft een keer heel filiaal Kanaleneiland voor mij ondersteboven gekeerd omdat ik had begrepen dat je een code kon krijgen voor een e-book. Onvindbaar, maar later stuurde ze keurig die code op per post met een briefje erbij :) Overigens een van de weinige positieve ervaringen met filiaal Kanaleneiland, waar de vaste medewerker meestal buiten stond te roken en te schreeuwen, maar dat is een ander verhaal. In ieder geval, ik zorg meestal wel dat ik het boek van Nederland Leest krijg. En lees het vervolgens niet. Of lees het wel en vind het slecht. Hoewel ik onder de indruk was van De grote zaal van Jacoba van Velde. Morten vond ik vooral stilistisch gezien niet best. Op zich wel grappig om te lezen, omdat het een inkijkje geeft in de politiek en Anna Levander het pseudoniem is van Dominique van der Heyde en haar vrouw Annet de Jong, dus je mag verwachten dat zij weten waar ze over praten. Het boekenvak komt er trouwens ook zijdelings in voor, was heel herkenbaar voor mij. Het einde vond ik nogal sneu, het is abrupt en een herinnering die wordt teruggehaald via hypnose speelt een cruciale rol, dat vond ik een zwaktebod. Ergens ben ik wel benieuwd hoe het verder gaat (Morten is het eerste deel van een drieluik), maar ik weet nog niet of ik de andere delen ook ga lezen.

Sofie van den Enk en Eva Munnik – De melkfabriek

Ik geef momenteel borstvoeding. Er is een wereld voor me opengegaan, en dat bedoel ik niet op een halleluja-ik-ga-minstens-door-totdat-de-dochter-naar-school-gaat-manier. Ik hoop dat ik er nog eens apart over kan schrijven. Dit boek probeert tegenwicht te bieden aan de zogenaamde borstvoedingsmaffia. Dat is wat mij betreft zeker nodig en dat doet het goed en leuk en luchtig, met veel ervaringsverhalen en anekdotes, ook van BN’ers. Sommige dingen maakten me juist extra onzeker, maar ik ben sowieso onzeker en besluiteloos over die hele borstvoeding op dit moment, dus ik geloof niet dat het aan het boek ligt. Het was vaak herkenbaar en ik kon er ook regelmatig om lachen. Er komt een vrouw in voor die begon te lekken zodra er een krijsende meeuw overvloog, haar lichaam vond dat op babygehuil lijken. Sofie heeft bij ons op dansles gezeten, waardoor ik altijd denk dat ik haar ken. In werkelijkheid heb ik haar nauwelijks ooit gesproken, maar toch denk ik altijd als ik iets over haar lees of haar op tv zie: Hé, Sofie!