Vanuit het Verhalenloket, week 38

Er wordt nog steeds gewerkt, hopelijk nog een week of drie. Ik merk dat er minder ruimte in mijn hoofd komt. Ik heb nog wel ideeën, maar veel daarvan moeten echt wachten (zo valt er bijvoorbeeld in drie weken gewoon niet veel meer te acquireren) en ik weet ook nog niet precies hoe het werken straks zal gaan met de baby. Maar ik ben blij dat alles tot nu toe volgens plan verloopt, want ik heb nog een paar flinke deadlines. Daardoor heb ik ook een behoorlijk strak schema gemaakt, maar het lukt tot nu toe eigenlijk best goed om me daaraan te houden. Misschien leer ik het nog eens! (Of, waarschijnlijker, misschien lonkt mijn verlof toch wel een beetje…)

friendswekeep

Ik redigeer dit boek voor HarperCollins. Aan het begin van het jaar redigeerde ik deel 1 van deze serie, daar schreef ik hier al iets over. Het is een erg fijn weerzien met de personages (ook mijn naamgenoot is weer van de partij). Susan Mallery behoort denk ik wel tot mijn favoriete HarperCollins-auteurs, dus het is extra leuk dat ik mijn werkzaamheden voor nu af kan sluiten met een van haar boeken.

Verder ben ik nu vooral druk met een vergelijkingsopdracht. Als er een nieuwe editie uitkomt van een studieboek, wil de uitgever graag weten wat er nieuw en gewijzigd is, zodat besloten kan worden wat daarvan moet worden overgenomen in de nieuwe Nederlandstalige editie. Het is eerst altijd nogal overweldigend om die pdf’s vol markeringen onder ogen te krijgen, maar uiteindelijk gaat het meestal wel. Het is ook weleens fijn om ergens geen mening over te hoeven hebben; ik moet alleen alles registreren en noteren. Als je eenmaal in een flow zit, kan het zelfs best relaxed zijn. Maar soms is het niet zo’n feest, vooral niet als zowat alles op een andere plek in het hoofdstuk staat (dat begrijpt het vergelijkingsprogramma niet zo goed) en dan ook nog eens net in een andere formulering, met nieuwe bronnen en o ja, de Nederlandse editie waarin dit alles aangegeven moet worden is op dit punt al behoorlijk gewijzigd, dus zoek het maar uit.

Dan helpt het om stil te staan bij kleine, grappige en/of interessante wijzigingen. Zoals:
– Dat die ene co-auteur in het voorwoord ineens zijn vrouw en kinderen niet meer bedankt voor hun liefde, geduld en begrip wanneer hij nog tot laat achter de computer zat. In plaats daarvan bedankt hij nu heel saai zijn studenten. Wat zijn hier voor tragische dingen voorgevallen? Gelukkig is een andere auteur inmiddels gewoon nóg langer getrouwd met zijn ‘beste vriendin’. En al dat geleuter over hun jeugd en studiekeuze is gewoon niet overgenomen.
– Dat onderzoeker X ‘and his colleagues’ is gewijzigd in ‘and her colleagues’. Met die Japanse voornamen weet je het maar nooit.
– Dat de oude editie soms een stuk stelliger is. Het antwoord op die vraag is ja! En dan in de nieuwe editie: ‘The answer seems to be yes, for the most part.’ Het bleek toch ook niet zo zeker hoeveel mensen de politie belden toen ze The War of the Worlds voor het eerst hoorden en daarvan in paniek raakten, dus laten we geen aantallen meer noemen en het maar gewoon op ‘many’ houden.
– Iemand met een levendige fantasie ging even los in de oude editie: ‘children imitate the violence
they see and are otherwise affected emotionally by all those exploding heads and guts’. ‘…by it’, aldus de nieuwe editie.

Herkenbare dingen voor boekenliefhebbers (2)

Hoog tijd voor het vervolg op deze blog. De al dan niet herkenbare dingen zijn dus afkomstig van: (klik!).

13. Het verschrikkelijke moment wanneer je net een boek hebt uitgelezen en met iemand over het einde MOET praten, maar niemand het boek heeft gelezen.
Dit komt regelmatig voor in ons huishouden! Ik moet wel zeggen dat ik meestal degene ben die wordt aangespoord om een bepaald boek ook te lezen, aangezien M. meer leest. We lezen natuurlijk niet alleen maar dezelfde boeken, dus een ongeduldig ‘Ga je dit nog lezen? Want…’ is ook nog weleens te horen.

14. Of wanneer een boek een enorm teleurstellend einde heeft.
Ja, dat is vrij verschrikkelijk. En dat vind ik helaas best vaak.

15. Op tijd gaan slapen lukt je nooit, want je moet altijd ‘nog één hoofdstuk’ lezen. Vijf hoofdstukken later ga je dan toch maar eens naar bed.
Eh, naar bed? Ik lees vaak in bed nog. Maar ik kan nergens tegen, dus vaak is dat dan weer een ander (luchtiger) boek dan ik op een ander moment van de dag lees en dat kan ik dan meestal vrij makkelijk wegleggen. Het slaapverwekkendste boek dat ik ooit heb gelezen (moest lezen voor mijn studie) is trouwens Grafische vormgeving in Nederland van Kees Broos en Paul Hefting. Ik weet niet precies waarom, maar als ik dat boek alleen maar zag werden mijn ogen al zwaar. M. trof mij dan ook een keer midden op de dag slapend aan met dat boek terwijl ze dacht dat ik hard aan het studeren was…

16. Je wordt boos wanneer een boek dat jij fantastisch vindt slechte recensies krijgt. Waarom laten ze mensen die overduidelijk geen verstand hebben van goede boeken recensies schrijven?!
Meestal heb ik de boeken die besproken worden nog niet gelezen, en ga ik ook niet achteraf op zoek naar recensies. Ik scan de recensies in de krant meestal zo’n beetje, en als er dan een boek wordt besproken dat ik nog wil lezen, ben ik altijd bang dat ze te veel verraden. Ik ben eerlijk gezegd vaker gefrustreerd als schrijvers/boeken die ik niks vind weer eens enorm veel aandacht krijgen.

17. Wanneer er in een boek iets groots gebeurt, word je vaak érg emotioneel. Jep, ook in het openbaar.
Meestal niet in het openbaar, maar ik kan zeker huilen om boeken. Ook als ik ze niet voor het eerst lees en dus al weet hoe ze aflopen, of misschien dan juist.

18. Je wacht ongeduldig af tot je favoriete auteur een nieuw boek uitbrengt.
Oe, er zijn niet zoveel auteurs voor wie dat geldt. En dan nog zal ik niet snel meteen naar de winkel rennen om het te kopen (zie ook punt 20). Meestal leen ik het dan alsnog eerst uit de bieb, en daar moet je nu eenmaal vaak wat geduld voor hebben. Harry Potter kocht (/koop, & The Cursed Child komt in de boekenblog van deze maand) ik wel altijd meteen, en verder komen de boeken van Sarah Waters en Tjitske Jansen in me op. Maar dat is vrij overzichtelijk, in die zin dat zij niet zo vaak met een nieuw boek komen. Verder heb ik ook eerder favoriete losse boeken dan favoriete auteurs. Ik ben altijd bang dat een auteur er met zijn/haar volgende boeken niet meer overheen kan. Momenteel ben ik dus moed aan het verzamelen om Here I Am van Jonathan Safran Foer te gaan lezen (nou ja, ik heb het niet in huis, dus het zal sowieso nog wel een tijdje duren). Maar na Extremely Loud & Incredibly Close, zeker een van mijn favoriete boeken, vrees ik het ergste.

19. ‘Wat is je favoriete boek?’ is de moeilijkste vraag die je je kunt voorstellen.
Klopt. Ik heb een heel stel favoriete boeken, niet één favoriet boek.

20. Wekelijks kom je minstens met twee nieuwe boeken thuis.
Zeker niet, ik probeer al jaren om de collectie binnen de perken (passend in de kasten die we hebben) te houden. Door mijn werk krijg ik nog weleens een boek en zo groot wonen we niet, dus het is noodzakelijk. Daarnaast vind ik het ook wel fijn om alleen (oké, ‘vooral’ zal wel het hoogst haalbare blijven) die ik écht goed en mooi en bijzonder vind.

21. Wanneer iemand zegt dat hij/zij niet van boeken houdt, ben je oprecht geschokt.
Tja, het is me heus bekend dat niet de hele wereld van lezen houdt. Ik snap niet zo goed waarom niet, maar echt geschokt ben ik er nu ook weer niet door. Het verbaast me altijd wel als mensen die in principe wel boeken lezen hele taalgebieden afschrijven. Bijvoorbeeld door op te merken: ‘Ik houd niet van Nederlandse literatuur.’ Dan heb je gewoon nog niet genoeg gelezen, denk ik.

22. Waarom op stap gaan als je ook lekker in bed kunt kruipen met een goed boek? Dat is doorgaans je motto voor een vrijdag- of zaterdagavond.
Eerder ‘Waarom op stap gaan?’ in het algemeen. Maar ik heb meestal geen zin om naar bed te gaan, dus dit doe ik niet vaak. Dan eerder gezellig tv-kijken met M. met een handwerkje en iets lekkers erbij. Ik ben al zoveel teksten bezig in mijn werk, ik zit zeker niet ieder vrij moment ook nog met mijn neus in een boek.

23. Je vindt mensen die een hoekje in de bladzijde vouwen ronduit respectloos. Hoe durf je een kunstwerk zo te beschadigen?
Nou, kunstwerk, kunstwerk… Maar ik vouw inderdaad geen hoekjes om. Hier blogde ik al eens over mijn boekenleggers.

24. Dat WTF-gevoel wanneer er ineens iets enorm onverwachts gebeurt.
Als het écht heel onverwacht is, blijft het niet bij een gevoel. Dan laat ik het de omgeving zeker weten.

Vijf dingen (2)

vijfdingen2

Polsbandje Marktrock
Uit de categorie ‘waarom ook niet’, die ik vaak te weinig benut. Het is al weer een maandje geleden, maar ik heb het bandje nog een tijdje omgehouden, gewoon omdat het zo fijn was. M. en ik gingen naar Marktrock, de editie van Vilvoorde in België. Vooral omdat we Slongs Dievanongs live wilden zien, een Antwerpse rapster. En omdat we wel zin hadden om nog een keer samen weg te gaan. Het autorijden is soms nog steeds moeilijk, maar we hebben er gewoon echt veel meer mogelijkheden en vrijheid door, daar kan ik gelukkig ook van genieten. Dit keer viel het ook niet mee, met veel vakantieverkeer en wegwerkzaamheden bij Antwerpen, maar we zijn heelhuids heen en terug gekomen. We hadden een hotel geboekt, dus we konden zo lang op het festival blijven als we wilden en de volgende ochtend ook nog rustig aan doen. Om een onbekende reden kregen we ook nog een gratis upgrade en hadden we ineens een gigantische hotelkamer. Het was prachtig weer, de sfeer was goed en we konden vooraan staan bij het optreden van Slongs. De hoofdact ‘s avonds was bovendien Clouseau, waar ik toch nog steeds een zwak voor heb. Ze kwamen met een enorme band en het werd een groot feest. De volgende dag een lekker hotelontbijtje, een glimp opgevangen van Samson en Gert (die dag was het voor de kinderen, het is en blijft ook deel van mijn jeugd) en lekker in de Standaard Boekhandel rondgestruind. Het klinkt altijd meteen dramatisch, dit pakt niemand ons meer af, maar dit pakt niemand ons dus meer af.

Cadeaukaart
Cadeaubonnen verdwijnen hier echt te vaak in een la. En dan maar hopen dat ze nog geldig zijn als ze weer opduiken. We zaten best in een goede flow, hadden een high tea gedaan, spullen gekocht voor de baby met VVV-bonnen en toen kwam ik deze bon tegen. Die bleek al bijna niet meer geldig, waardoor er een plan ontstond om hem te gebruiken tijdens een weekendje weg met schoonmoeder en schoonzus. We zijn naar Paleis Soestdijk geweest, waar ik vorig jaar al omheen rende. Het is helaas niet meer volledig ingericht, maar je krijgt toch een aardig beeld van hoe het eruit heeft gezien en we zagen o.a. het speelhuisje van Wilhelmina en foto’s van hofdame Henriëtte, dat was leuk. En je kunt er lekker lunchen. Wel jammer was dat er tegelijkertijd een tentoonstelling was met moderne kunstwerken, die nogal detoneerden met het paleis en soms gewoon een halve kamer aan het zicht onttrokken (ik zal hier wel niet elitair genoeg voor zijn). Terwijl we nietsvermoedend om ons heen stonden te kijken in het winkeltje begon een vrijwilligster ineens tegen ons te schreeuwen of we wel kaartjes hadden voor het paleis en dat de ingang daarvan heel ergens anders was. Toen we later via de juiste ingang het paleis betraden, kwamen we vast te zitten tussen twee rondleidingen en dreigde een bekakte groep neven en nichten voortdurend hun oma in rolstoel tegen ons op te rijden als we niet snel genoeg opzijgingen. Het had een surrealistisch tintje af en toe.

Label
We hadden vrijdag een trouwfeest en daarvoor moesten we dit label versieren, dat uiteindelijk in een perenboom kwam te hangen die het bruidspaar cadeau kreeg. Leuk klusje! We zijn niet zo heel lang geweest, doordat M. weer eens vertraging had waren we er maar net op tijd en zulk soort dingen worden zo langzamerhand toch wel wat vermoeiender. Ik was mee als ‘vrouw van’ en kende er niemand, maar we hadden het toch wel naar ons zin, want we konden dansen en er waren bitterballen en we konden er met de auto heen, al leek onze navigatie Genevieve wel weer een behoorlijk toeristische route te hebben bedacht. We waren trouwens in (het koetshuis van) Kasteel de Haar, en daar wil ik nu nog een keer heen om de rest te zien.

Tuitenwisser
Ik noem dit een flessenragger. Maar ze hadden ze in ieder geval gewoon bij de Blokker, waardoor het niet zo’n queeste werd als met het citroenstampertje van laatst. M. heeft ontdekt dat ze zelfgemaakte soep in een thermosfles mee kan nemen naar haar werk, en ik heb maar weer eens een hervulbaar waterflesje gekocht. Handig als die ook afgewassen kunnen worden. Meestal kies ik onhandige en/of lekkende exemplaren en loop ik daarna weer een hele tijd met een gewoon plastic flesje en raak ik er dan weer van overtuigd dat dat niet gezond is in verband met weekmakers en dergelijke en koop ik weer een andere. Over dit flesje heb ik trouwens zowaar geen klachten tot nu toe!

Waaier met papiervoorbeelden
M. en ik worden soms horendol van alle babyvoorbereidingen, alles wat we niet zelf kunnen (vrijwel alles wat met klussen, meubels in elkaar zetten en zware dingen tillen te maken heeft) en ieders mening overal over, maar van het geboortekaartje uitzoeken hebben we allebei erg genoten. Het kostte even wat tijd en verbazing over de smaak van de ander, maar uiteindelijk hebben we een bestaand kaartje aangepast en voelden we ons net echte grafisch ontwerpers. Helemaal tevreden. Nu volgt weer een minder leuk klusje: adressen verzamelen…

Vanuit het Verhalenloket, week 36

Gelukkig gaat het nog steeds goed. Ik kan nog gewoon werken en mijn deadlines halen. Ik heb wat last van rugpijn, dus ik moet mijn werkzaamheden iets beter verdelen/afwisselen (dat laatste is een beetje lastig, aangezien vrijwel alles neerkomt op achter de computer zitten). En ik doe af en toe een middagdutje. Maar ik begin ook regelmatig ‘s ochtends vroeg al met werken, omdat ik dan toch niet meer kan slapen, dus daarmee compenseer ik dutjes weer een beetje. Ik hoop heel erg dat ik tot 36 weken door kan werken, dat zou betekenen dat ik nu nog zo’n vijfenhalve week te gaan heb.

De laatste deadlines voor mijn verlof worden nu al zo’n beetje vastgelegd. Er kan altijd nog last minute het een en ander tussendoor komen, dat gebeurt vaak ook, maar het is toch een gek idee. Gelukkig ziet het er op dit moment naar uit dat er ook in 2017 nog opdrachten voor me zullen zijn (en ik ga dan uiteraard ook weer actief op zoek naar nieuwe).

Ik heb alleen besloten te stoppen met het geven van feedback voor Ontdek je schrijftalent, een cursus van Schrijven Online. Dit is een online cursus die beginnende schrijvers in hun eigen tempo kunnen volgen. Het is meestal heel tof en inspirerend om deze mensen te mogen begeleiden, maar lastig te combineren met mijn andere werkzaamheden, aangezien ik dus nooit weet wanneer mensen opdrachten gaan sturen. Daarnaast heb ik de opdrachten, die draaien om een vast thema, inmiddels ook wel een beetje gezien. Wie weet lukt het ooit nog eens om nieuw materiaal te ontwikkelen, dat zou ik ook erg leuk vinden (het materiaal dat nu wordt gebruikt, is niet van mijn hand). Voor nu ben ik in ieder geval druk bezig met het verwittigen van schrijvers over de gang van zaken, het beantwoorden van vragen en felicitatiemailtjes, en het beoordelen van opdrachten die mensen deze maand nog inzenden.

Ik corrigeerde een zetproef van een boek over oplossingsgericht communiceren. Ik wist er al wel iets van, heel interessant en het werkt voor mij ook goed tegen gepieker en geklaag. Al was dit boek gericht op hulpverleners, dus niet alles is even bruikbaar in het sociale verkeer. Zo is het misschien niet heel handig om aan een klagend iemand te vragen: ‘Oké, hoelang denk je nog nodig te hebben om te praten over het probleem voor je je kunt richten op de oplossing?’ :)

Een belangrijk onderdeel van redigeren is opzoeken en weten hoe en waar je dat het beste kunt doen. Zo moest ik erachter zien te komen wat een Nederlandstalige AED zegt. De instructiefilmpjes vond ik best akelig, dan kun je beter dit filmpje uit Sesame Street kijken, waar ik op stuitte voor een andere opdracht. Ik friste mijn geheugen op met betrekking tot ‘sommige’ en ‘sommigen’, en ik weet nu wat een grill voor op je tanden is. Ik hoef er geen.

Boeken van augustus

Niet veel (uit)gelezen deze maand, maar wel twee boeken die de moeite waard waren (en niet heel dun).

de liefde niet

Margriet van der Linden – De liefde niet
Fascinerend en dapper boek, omdat Van der Linden volgens mij dicht bij zichzelf blijft. Bovendien speelt het zich deels in Amersfoort af (daar heeft ze gestudeerd), altijd leuk. Ik ben blij dat ik niet zo religieus ben opgevoed, wat een worsteling. Ze schrijft in de derde persoon, dat maakt het soms lastig om te volgen wie wat zegt. Ik zou nog eens kritisch hebben gekeken naar de alinea-indeling en de lengte van de zinnen, al past het taalgebruik wel goed bij de sfeer van het boek. Ik begrijp dat het moeilijk is om op deze manier over je eigen geschiedenis te schrijven, maar het boek blijft soms toch nog iets te veel aan de oppervlakte naar mijn smaak. Het einde is ook behoorlijk open.

keesboeke

Daniela Hooghiemstra – De geest in dit huis is liefderijk. Het leven en De Werkplaats van Kees Boeke (1884-1966)
Ik nam dit boek impulsief uit de bieb mee. Ik wist niet veel van Kees Boeke, maar ik weet inmiddels wel dat ik de eerste helft van de twintigste eeuw een interessante periode vind en dat ik sommige van dit soort biografieën/promotieonderzoeken graag lees. Dat gold ook zeker voor dit boek. Weer zwaar onder de indruk van de hoeveelheid werk die in zo’n boek zit, ik denk niet dat ik dat zou kunnen. M. zegt dan: ‘Gelukkig zijn er mensen zoals jij die dit soort boeken ook daadwerkelijk lezen’, maar in dit geval heb ik behoorlijk veel naverteld en geciteerd. Over hoe Boeke het fortuin van zijn vrouw probeerde weg te geven omdat ze zonder geld wilden leven. En hij ondertussen wel donaties probeerde los te peuteren bij mensen voor van alles en nog wat. Over zijn pacifisme, en zijn problemen daardoor. Hij werd namelijk met enige regelmaat gearresteerd, bijvoorbeeld omdat hij preekte op straat en weigerde belasting te betalen, omdat daarmee onder andere het leger werd gefinancierd. Dat hij op een gegeven moment met de agent die hem altijd kwam arresteren had afgesproken op het station, zodat zijn kinderen er niet steeds getuige van hoefden te zijn. En natuurlijk over zijn alternatieve school De Werkplaats in Bilthoven, waar Beatrix, Irene en Margriet ook nog een tijdje op gezeten hebben (dat was overigens geen succes). Ik was ook enorm gecharmeerd van hoe Hooghiemstra alles vertelde. Ze heeft een scherp oog voor wat interessant is en vertelt precies genoeg over de tijd waarin Boeke leefde en de wereld om hem heen. En ook al is het een handelseditie van een proefschrift, ze formuleert sommige dingen zo heerlijk droogkomisch: ‘Wat Kees aanzag voor “de Goddelijke leiding” in zijn leven, was in werkelijkheid vaak zijn moeder.’ (p. 122)