Een deken voor een baby

babydeken

Het was een van de fijnere veelgestelde vragen: of ik voor onze eigen baby ook een dekentje zou gaan maken. Zo heel vanzelfsprekend was dat aanvankelijk niet, want in het begin van de zwangerschap was ik veel te onzeker om aan zo’n groot project te durven beginnen en ik wist ook totaal niet wat ik wilde. Maar op zich wel dát ik het wilde. En tja, je moet toch iets, hè, in die negen maanden!

IMG_20160825_131958

Uiteindelijk stuitte ik op Ravelry op het werk van Hanne Thorsen, een Deense ontwerpster. Haar Huse moesten het worden. Ook toen bleek dat het patroon alleen besteld kon worden via de volledig Deenstalige website, waarna ze per brievenbuspost een printje opstuurden! Thorsens patroon is voor een trui, daardoor moest ik sommige huisjes wel een beetje verbouwen. Ik koos voor zwart-wit, omdat ik dacht dat het ‘getekende’ van het patroon gebaat zou zijn bij veel contrast. Ik had geen zin in een nieuwe discussie met de plaatselijke wolwinkelmevrouw over dubbel breien en ‘ongeschikte kleuren voor baby’s’ (alle donkere kleuren, volgens haar), dus ik besloot het garen ook via internet te bestellen. Bij zwart en wit maakt het toch minder uit hoe kleuren er op je beeldscherm uitzien.

babydeken2

Ik hou niet echt van uitspraken als ‘Knitting is the new yoga’, maar dat ligt misschien vooral aan de mensen die dat zeggen, want het heeft wel geholpen. Ik vind het gewoon heel fijn om mijn gedachten te kunnen laten gaan terwijl ik iets voor ons kindje aan het maken ben. Maar laat ik niet overdrijven; ik heb ook veel tv-gekeken ondertussen (wat nog niet altijd meeviel, aangezien het een patroon is waarbij je veel moet tellen) en het dekentje in wording meegesleept op familiebezoek en op vakantie. We gingen naar Denemarken, dus dat was toepasselijk. Den Gamle By, het geweldige openluchtmuseum van Aarhus, leek er zelfs wel een beetje op.

IMG_20160825_131610

Ik heb er zo’n vierenhalve maand aan gewerkt. Soms vond ik dat ook wel lang duren, maar ik heb me niet hoeven haasten, want nu is de deken af en de baby nog niet helemaal.

Voor de geïnteresseerden volgen hieronder de technische details.

Patroon: Huse van Hanne Thorsen. Te bestellen op deze site. Kies voor ‘Opskrift uden garn’: het patroon zonder garen (om die trui mee te maken).
Garen: Natura Just Cotton van DMC, biologisch katoen, in de kleuren Ibiza (N01, wit) en Noir (N11, zwart). Ik bestelde het bij Creamijn. Ik heb tegen de 7 bollen van beide kleuren gebruikt, er zitten véél meters op een bol (ca. 155, volgens het etiket). Ik vond helaas wel dat er ook best veel knoopjes in zaten. Verder is het niet superzacht en splijt het snel (maar dat is volgens mij sowieso vaak het geval bij katoen). En oja, het is erg dun! Al met al was het misschien niet de beste keuze voor dit project. Wel erg positief en belangrijk: tot nu toe lijkt het de wasmachine te overleven.
Naalden: 2,5 mm. Vandaar die vierenhalve maand… Ik heb eerst een paar proeflapjes gemaakt op dikkere naalden, maar dat werd gewoon echt niet mooi, dan zag je de andere kant erdoorheen. Vanwege het grote aantal steken is een rondbreinaald aan te raden.
Werkwijze: Dit dekentje is dubbel gebreid. Double knitting is een breitechniek waarbij je om en om aan de voorkant en de achterkant breit. Dit levert een wat dikker dekentje op, want het zijn eigenlijk twee dekentjes met de achterkanten tegen elkaar. Het is in dit patroon misschien niet heel goed te zien, maar beide zijden zijn verschillend, de kleuren zijn tegengesteld. In totaal heb ik 360 steken opgezet, 180 voor elke zijde. Ik breide het patroon twee keer naast elkaar. Het patroon bevat drie verschillende ‘straten’. Ik heb alle straten drie keer gebreid, om te eindigen met de eerste.
Afmetingen: De deken is ongeveer 80 bij 100 centimeter.

Vijf dingen

Weekoverzichten zijn denk ik mijn favoriete rubrieken op andere blogs (er zijn zelfs blogs die ik niet leuk genoeg vind om te volgen, maar waarvan ik wel de weekoverzichten lees). Ik ken mezelf echter, mijn fotografiekunsten en mijn telefoon-meeneemgewoontes; dat wordt niets. Vandaar deze versie: vijf voorwerpen die iets te maken hebben met de afgelopen week.

vijfdingen1

Rondbreinaald
Ik heb mijn babydeken afgekant! Hopelijk kan ik daar binnenkort een aparte blog over maken. Ik heb het op dunnere naalden gebreid dan ik eigenlijk wilde (2,5 mm), maar anders werd het gewoon echt niet strak genoeg. En ja, ik weet mijn naalden altijd krom te krijgen. Gelukkig zijn dit bamboe naalden. Ze buigen wel, maar breken (tot nu toe) niet. Verder tikken ze ook niet, en zijn ze niet te glad of te stroef. Favoriete tools! Rondbreinaalden sowieso, want daar passen veel meer steken op en je kan nog eens naast iemand zitten zonder het gevaar dat je diegene een oog uitsteekt.

Citroenstampertje
Veel thee drinken schijnt niet goed te zijn als je zwanger bent, dus ik probeer meer water te drinken. Een schijfje citroen erin vind ik dan soms wel lekker, alleen kon ik maar geen stampertje vinden. Ze leken ze echt nergens te verkopen, behalve in grootverpakkingen online. Totdat ik erachter kwam dat ze ze bij Dille & Kamille wel hadden. De eerste keer dat ik kwam waren ze op, maar afgelopen zondag kon ik nog net de laatste uit een bakje vissen. Dus nu heb ik er eindelijk een. Het is trouwens tegelijkertijd een rietje.

Hot Choc
Bij een woeste keukenopruimsessie een paar weken geleden kwamen we dit pakje tegen. Toch eens proberen. Het was smerig! En vooral heel, heel erg pittig; ik proefde eigenlijk alleen de Spaanse peper. Geen succes dus, de chocolademelk ging door de gootsteen en de rest verdween in de prullenbak.

Plantenlabel
We hebben een nieuwe onderbuurman, en helaas rookt hij. En lijkt hij daar zo ongeveer dag en nacht mee bezig te zijn. Heel vervelend en letterlijk verstikkend, ik heb het gevoel dat ik continu op moet letten als er ramen of deuren openstaan en zelfs met alles dicht lijkt er nog rooklucht naar binnen te drijven. We maken ons vooral zorgen over de gezondheid van onze baby. Uiteraard proberen we oplossingen te vinden, maar het is gewoon echt heel frustrerend dat één bepaalde gewoonte van één persoon zoveel invloed heeft. In een poging onszelf op te vrolijken, kochten we wat nieuwe plantjes. Die ook nog eens de lucht schijnen te zuiveren.

Otje Otter
Het kraampakket is bezorgd. Het kraampakket is een doos vol spullen die suggereren dat een bevalling een bijzonder bloederige, akelige toestand is. Om de zwangere af te leiden van dit feit, hebben ze er deze knuffel bij gedaan… Een otter in een zwembroek?

Vanuit het Verhalenloket, week 33

Over een kleine twee maanden ga ik met zwangerschapsverlof (ja, M. en ik krijgen een baby, maar de drie mensen die mijn blog lezen wisten dat vast al). Ik ben van plan om tot ongeveer vier weken voor de uitgerekende datum door te werken en daarna dus een tijd niet. Bijbaantjes meegerekend is het volgens mij zo’n tien jaar geleden dat ik zo lang niet gewerkt heb. Ik vind het spannend, omdat ik niet weet of er in februari nog wel werk voor mij zal zijn. Dat is erg kort door de bocht, want mijn vaste opdrachtgevers zijn geweldig, heel blij voor me en hebben al gezegd dat ze op me zullen wachten. Ik realiseer me vaak hoeveel geluk ik met ze heb, en nu ook weer.

Ik zal ongeveer zestien weken niet werken, zo lang duurt een zwangerschapsverlof ook voor iemand in loondienst. In die zestien weken verdien ik dus ook niets. Het UWV heeft wel de Zelfstandig-en-Zwanger-regeling (ZEZ), een uitkering ter hoogte van het minimumloon, dus dat is al iets. En verder is het dan maar even zo, ik vind het simpelweg te belangrijk om uitgerust te zijn voor de bevalling, tijd door te brengen met mijn kind en goed te herstellen. Alsnog luxe dat ik die keuze heb, natuurlijk, als je ziet hoeveel zelfstandigen kort na de bevalling alweer aan het werk zijn.

Ik merk nu al dat het voor veel mensen lastig blijft om te zien wat ik allemaal doe. We hebben opvang geregeld voor de dagen dat we allebei werken. Niet iedereen begrijpt dat, omdat ‘ik toch thuis ben’. Ik werk inderdaad meestal thuis, maar… tja, dan werk ik dus. Sommige mensen vinden het oprecht zielig dat ik mijn kind straks naar de opvang breng. Nu vind ik het sowieso niet zielig om je kind naar een opvang te brengen, maar het verschil dat mensen maken tussen M. en mij is opvallend. M. is in loondienst, logisch dat ze geen baby mee kan nemen naar haar werk, maar ik word erop aangekeken.

Ach ja, voor alles geldt: we zullen zien hoe het vanaf februari gaat.

Op dit moment ben ik in ieder geval nog gewoon aan het werk, en dat gaat goed. Ik krijg bovengemiddeld veel opdrachten aangeboden waarin baby’s figureren (dit boekje bijvoorbeeld), studieboeken over opvoeding… erg grappig en hartverwarmend. Ik probeer meer te bloggen en te schrijven. Ik ben veel aan het regelen, zoals die uitkering en toestemming om mijn bedrijf vanuit huis te mogen blijven runnen. Er wordt in mijn flat namelijk een huishoudelijk reglement van kracht waarin staat dat de vereniging van eigenaars daar toestemming voor moet geven. Nu is mijn bedrijf in die zin niet zo interessant; het is geen horecagelegenheid of timmerwerkplaats, ik heb geen personeel of klanten die aan huis komen. Volgens mij denken veel van mijn buren dat ik werkloos ben. En ik had mijn bedrijf ook al voor ik hier kwam wonen. Maar goed, ik wil het natuurlijk wel allemaal netjes regelen. Van de week werd mij meegedeeld dat het geen enkel probleem was, maar dat ik geen neonreclame op de gevel mocht aanbrengen :)

Herkenbare dingen voor boekenliefhebbers (1)

boekenkast2

Ik kwam deze lijst tegen en vond er iets van. En het werd wat lang om dat allemaal in een blog te proppen, dus ik heb hem in twee delen gesplitst. De claim is dat boekenliefhebbers onderstaande 24 dingen (waarvan in deze blog dus de eerste 12) zeker zullen herkennen.

1. Je kunt je vaak beter identificeren met fictieve personages dan met echte personen.
Identificeren is een groot woord, maar ik kan in ieder geval sterke meningen hebben over personages en ze heel sympathiek vinden. Ze kunnen een speciaal plaatsje in mijn hart krijgen, en dat geldt zeker ook voor sommige personages uit boeken waar ik aan mee heb mogen werken. Ik kan trouwens ook heel goed personages maken van echte mensen.

2. Je beoordeelt anderen op de boeken die zij lezen.
Vooral op óf ze boeken lezen. Mensen die nooit een boek lezen, moeten wat meer moeite doen om te bewijzen dat ze leuk zijn ;)

3. Over oordelen gesproken: you can totally judge a book by its cover.
Ook over omslagen heb ik sterke meningen (zoals ook van een redacteur verwacht mag worden), maar ik zal niet snel een boek puur op basis van het omslag uitkiezen of afwijzen.

4. Als je op vakantie gaat, zit je koffer halfvol met boeken.
Dat valt mee, ik heb ook een e-reader. En ik vermaak me op vakantie niet alleen met lezen, handwerkspullen en een puzzelboekje (Logikwis!) mogen niet ontbreken. Het overleg met M. over welke boeken mee mogen heeft altijd wat voeten in de aarde, want het is natuurlijk het handigst als we de boeken die we meenemen allebei nog niet gelezen hebben en willen lezen. Maar in juni zijn we met de auto op vakantie geweest, daardoor hoefden we niet heel hard te onderhandelen over titels en aantallen.

5. Je wordt dolgelukkig van de geur van oude boeken.
Hm, de grens tussen lekker oud en te muf is dun. Nieuwe boeken kunnen ook erg lekker ruiken!

6. En dan hebben we het nog niet over de versnelde hartkloppingen die je krijgt wanneer je een boekenwinkel binnenloopt.
Ik heb een paar jaar een bijbaan in een boekhandel gehad, dus zo bijzonder vind ik het nu ook weer niet. Wel altijd leuk om te kijken wat ze allemaal hebben, vaste prik als M. en ik ergens zijn.

7. Boeken zijn niet alleen leuk om te lezen, ze passen ook prachtig in je interieur.
Woonkamers waarin helemaal geen boeken te vinden zijn vind ik altijd nogal kaal. Ik vind het dan ook prima dat onze boeken in onze woonkamer staan, maar wil niet beweren dat ze prachtig staan. Ze staan er gewoon, in een paar vrij saaie kasten, daar valt verder weinig over te vertellen. Ik ben wel nog steeds erg blij met ons ‘genrebord’ uit de bibliotheekuitverkoop. En we hebben een uitstalplankje dat ik een keer heb gekregen toen ik nog bij de boekhandel werkte, daarop staat de foto die we op Perron 9 3/4 in Londen hebben laten maken.

8. Er zijn twee soorten mensen: zij die échte boeken lezen en zij die e-books lezen.
Zolang mensen legaal e-books lezen, heb ik er niks op tegen. Sowieso, wat maakt mij het uit hoe iemand anders leest? Tenzij M. en ik allebei een boek op de e-reader willen lezen. Wat niet vaak voorkomt, want M. vindt de e-reader niet fijn lezen. Bovendien lezen we vooral bibliotheekboeken, en het e-booksaanbod van de bieb is nog altijd heel slecht. Zelf gebruik ik de e-reader veel voor mijn werk, en daarnaast lees ik er af en toe boeken op waar ik bijvoorbeeld via First to Read aan kan komen. Ik ben wel een erg ouderwetse boekenkoper. Als ik een boek koop, is dat meestal omdat ik het al ken, goed vond en nu per se wil hebben, en dan wil ik een papieren exemplaar. Zodat ik het in de kast kan zien staan. Ik zou ook veel te bang zijn dat ik het e-book kwijt zou raken bij een crash van e-reader of computer. Daar zijn vast oplossingen voor, maar toch.

9. Je hoopt dat jouw favoriete boek nooit wordt verfilmd.
Ik houd me nooit zo bezig met films, dus dit interesseert me eigenlijk niet zo. Als het echt een favoriet boek is, is het dat na een film nog steeds, ik zie het als twee verschillende dingen. Kan wel heel benieuwd zijn wat ze ervan gemaakt hebben. Omdat ik zo’n watje ben, lees ik overigens soms liever alleen het boek. Fantastic Beasts and Where to Find Them is niet echt een boekverfilming, maar wil ik wel gaan zien. En de BBC-serie van The Casual Vacancy ook nog steeds, nu we het toch over Rowlings werk hebben. En ik kan niet wachten op de verfilming van 100% Coco (serie van Niki Smit die ik mag redigeren), ik vind het zo tof dat daar een film van komt!

10. Je weet dat er een speciaal plekje in de hel is voor mensen die spoilers vertellen.
Ik lees gelukkig niet zoveel populaire boeken (op het moment dat ze populair zijn), dus ik kom nooit zoveel mensen tegen die iets verraden over wat ik lees. Ik lees trouwens ook veel non-fictie waarover weinig te spoileren valt. Maar het kan inderdaad vervelend zijn. Ik heb zelf een keer per ongeluk iets verteld over de laatste Harry Potter… Bij fictiemanuscripten die ik redigeer, stap ik er ook het liefst blanco in. Ik lees dus eerst het hele manuscript (of het origineel bij vertalingen, als dat kan) en ga dan verder. Ik ben waardeloos in verhalen navertellen in het algemeen, dus zeker ook in inschatten wat ik wel en niet kan vertellen. Ik vertel niet voor niets vaak weinig over de inhoud in mijn boekenblogs!

11. Je wordt enthousiast wanneer je ziet dat iemand een van je favoriete boeken leest.
Zeker, ik probeer mijn favoriete boeken ook vaak te slijten aan mensen (The Time Traveler’s Wife van Audrey Niffenegger bijvoorbeeld <3). Ben opgetogen als M. iets gaat lezen waarvan ik weet dat ze het mooi gaat vinden (en soms jaloers omdat zij het dan nog voor de eerste keer kan lezen). In het verlengde daarvan: ik ben ook altijd enthousiast als mensen enthousiast zijn over boeken die ik heb geredigeerd, en eigenlijk ook al als ik ze alleen maar in de winkel zie liggen. Ik heb een keer in de trein tegenover iemand gezeten die een Bouquetreeksboekje zat te lezen dat ik had geredigeerd.

12. Je haat het om een boek niet uit te lezen, zelfs als dat boek toch niets voor jou is.
Ik lees boeken meestal uit, ook als dat met enige tegenzin gepaard gaat. Die ook weer kan verdwijnen, als het tegen het einde toch ineens goed of spannend wordt. Maar tegenwoordig ben ik best zuinig op mijn privéleestijd en lees ik ook wel eens iets niet uit (of erger, breng ik boeken ongelezen terug naar de bibliotheek, omdat M. inschat dat ik er toch weinig aan zal vinden). Het laatste boek dat ik niet heb uitgelezen is Jij zegt het van Connie Palmen. Het heeft de Libris Literatuur Prijs gewonnen en ik vind Sylvia Plath interessant, maar dit was zo bespiegelend en uitweidend, ik kwam er eerlijk gezegd niet doorheen. O, en Nachttrein naar Lissabon ligt al eeuwen op mijn nachtkastje, maar dat ga ik nog ‘uitlezen’ (ik vrees dat ik opnieuw moet beginnen).

Interview Schrijven Magazine

Ik kan moeilijk beweren dat er veel gebeurt op schrijfgebied, maar het is ook niet nodig om op de blog te doen alsof er nog minder gebeurt dan er al gebeurt. In het aprilnummer van Schrijven Magazine stond een interview met mij, hoogste tijd om dat online te zetten. Ook blij met het egeltje bovenaan, wie mijn bundel heeft gelezen weet waarom.

interview Schrijven Magazine

Hieronder een leesbare versie.

Lees verder

Boeken van juli

100jarigeman

Jonas Jonasson – De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween
(Hundraåringen som klev ut genom fönstret och försvann, vertaald uit het Zweeds door Corry van Bree)

Ik volg best een beetje welke boeken populair zijn, maar ik loop vaak erg achter met het lezen ervan. Als ik ze al lees. Als zoveel mensen iets lezen, moet het wel goed zijn, gaat lang niet altijd op. Of misschien moet ik zeggen: als zoveel mensen iets lezen, betekent dat niet automatisch dat ik het ook goed vind. Dit boek hoefde ik niet per se te lezen, maar M. had het bij zich op vakantie en toen begon ik er toch in. Vermakelijk boek! Zeker niet hoogstaand en sommige dingen zijn wel érg toevallig en absurdistisch, maar heel geschikt als je gewoon een leuk boek wilt lezen. Al raakte ik soms even de draad kwijt; alles bij elkaar zijn het behoorlijk wat personages en verwikkelingen. En is het leven van een 100-jarige nogal lang. Ze vonden het trouwens zeker mooier om ‘100-jarige’ op het omslag zonder koppelteken te schrijven? Apart. In ieder geval vond ik het een grappig en fris boek. Ik spreek geen Zweeds, maar ik denk dat de vertaling ook heel goed is, het klonk allemaal erg natuurlijk.

wegaannognietnaarhuispars

Hans Pars – En we gaan nog niet naar huis!

Fotoboek over ‘de vakantiegeschiedenis van de Nederlanders’. Leuk om door te bladeren, zeker als veel mensen vakantie hebben en je dus al helemaal in het sfeertje zit, maar meer ook niet: de bijbehorende teksten zijn vrij willekeurig en betweterig, veel bijschriften ontbreken.

vriendhetnieuweland

Eva Vriend – Het nieuwe land
Dit boek gaat over het ontstaan van Flevoland. Als ik dat schrijf, pak je het misschien niet snel. Zonde, want het is echt heel leuk en interessant! Het gaat dan ook vooral over de mensen die in de nieuwe polder wilden gaan wonen. Over wie daar wel en niet mochten gaan wonen. Mochten, ja, want deze mensen werden helemaal doorgelicht en streng geselecteerd. De auteur gaat op zoek naar de mensen die het wel en niet geworden zijn. Ze probeert zo veel mogelijk te weten te komen over het selectieproces en de ideeën van degenen die daar verantwoordelijk voor waren (die ideeën waren nogal hoogdravend, men streefde naar een ideale samenleving in de polder). Haar aanpak is behoorlijk persoonlijk; haar eigen grootouders werden geselecteerd voor de polder en ze vertelt veel over hoe ze onderzoek heeft gedaan. Dit zorgt soms voor een wat onduidelijke structuur, maar toch vind ik het een aanrader.