Feest

uitnodigingen

Ik heb niet zoveel feestjes en boekpresentaties. Mijn werk speelt zich meestal af op de achtergrond, er zitten tijd en mensen tussen het moment waarop ik een geredigeerd manuscript terugstuur naar de uitgeverij en het moment waarop het boek daadwerkelijk verschijnt. Dat is niet erg, die rol past bij mij en aan voldoening en waardering heb ik echt geen gebrek. Maar het was dus best bijzonder dat er twee werkgerelateerde feestjes in een week plaatsvonden!

Vorige week eerst het Zomerfeest van De Fontein. Vanaf het begin van mijn bestaan als zelfstandige redigeer ik voor De Fontein Jeugd, nu al weer meer dan vier jaar. Het feest was in het Muntgebouw in Utrecht, of eigenlijk vooral op de binnenplaats, want het was fantastisch weer. Als freelancer in het boekenvak kun je vrij lang met mensen werken/contact hebben zonder ze ooit te zien, en dan is zo’n feestje de perfecte gelegenheid om daar verandering in te brengen. Nu ben ik niet zo’n held in socializen met onbekenden en smalltalk, maar het ging wonderwel. Enorm leuke mensen en boeken, dat scheelt :)

Zo ontmoette ik eindelijk Mel Wallis de Vries (binnenkort belandt haar nieuwe manuscript op mijn bureau, zo’n zin in!). Marcel van Driel kende ik al, maar ik hoopte al dat hij er zou zijn, het gaf me een reden om deel 3 van zijn Superhelden-trilogie nog eens te lezen. Vorig jaar mocht ik meedenken over de verhaallijn en kijken of alles klopte met deel 1 en 2 (geweldige opdracht!), en naar aanleiding daarvan had hij er nog behoorlijk wat in veranderd. Ik wist alleen nog steeds niet wat, omdat ik er maar niet aan toekwam om het te lezen. Gebeurt helaas vaker met boeken die ik niet direct nodig heb voor mijn werk. Daar kon ik natuurlijk niet mee aankomen op het feest, dus dat was een prima stok achter de deur. Onbevangen lezen lukte uiteraard totaal niet en als ik de persklaarmaker van dat boek was geweest, had ik het vermoedelijk anders/grondiger aangepakt. Maar ik was toch aangenaam verrast (en een nieuw deel wordt niet uitgesloten door dit einde!). Het was ook erg leuk om andere freelancers te spreken, vertalers van wie ik vertalingen heb geredigeerd en mensen die bij de uitgeverij op kantoor werken. En het eten was ook nog eens superlekker. Geslaagde avond dus.

De volgende dag bleek ik ook nog Boekblad was erbij gehaald te hebben. Ik had die fotografe gezien op het feest, maar ik dacht dat ze je wel even aan zou spreken om om je gegevens te vragen als ze je foto wilde gebruiken. Dat was dus niet zo… Maar ach, ik was er inderdaad bij!

Een deel van het gezelschap van het Fonteinfeest ontmoette ik de woensdag daarop alweer in Amsterdam, want toen was de presentatie van Project Prep van Fontein-auteur Niki Smit, naar een idee van tech-ondernemer Janneke Niessen. Het is met recht een project te noemen, dat meiden enthousiast probeert te maken voor technologie en ondernemen. Bedrijven hebben hun naam eraan verbonden, Neelie Kroes schreef het voorwoord en de presentatie was een hele happening, met bedienend personeel in speciale T-shirts, een confettikanon en bekende Nederlanders (filmpjes van o.a. Armin van Buuren en Vajèn van den Bosch, die vertelden hoe belangrijk technologie is voor hun vak). Er gaan zoveel deuren open voor dit boek en er is zoveel aandacht voor, heel bijzonder om te zien. Het eerste exemplaar was die middag in ontvangst genomen door koningin Máxima!

Het was zo tof en indrukwekkend allemaal, ik ben heel blij en trots dat ik aan het boek mocht meewerken als redacteur/persklaarmaker. Ik werk ontzettend graag voor en met Niki, en ik vind het ook echt een leuk boek geworden. Wat mij betreft is er niks mis met een commerciële insteek of een duidelijke boodschap, maar het is dan natuurlijk wel wat lastiger om er daarnaast ook gewoon een leuk boek van te maken. Dat is met Project Prep zeker gelukt! Het boek gaat over Isabel, die haar eigen mode-app ontwikkelt. Het is heel inspirerend en grappig, en er zit zelfs een rolletje in voor Coco uit Niki’s serie 100% Coco. Die redigeer ik ook, en ik hou enorm van dat soort dwarsverbanden (niet dat ik dit erdoor gedrukt heb, hoor, zou ik nooit doen). Met 100% Coco – Paris, het tweede deel, won Niki afgelopen zondag ook nog eens de Pluim van de Nederlandse Kinderjury, dus het kon niet op.

Ik heb sowieso eigenlijk nooit spijt van mijn keuze, maar op zulke dagen zeker niet!

Gesigneerd exemplaar!

Gesigneerd exemplaar!

Hardlopen

marathonamersfoortik

Ik blog over hardlopen, staat er dan heel stoer in de sidebar. Wanneer precies? Het goede nieuws is dat ik wel nog steeds ren. Een beetje. Ook in de winter heb ik het volgehouden, zij het met veel smoesjes en geklaag. Het was zogenaamd altijd te koud en te nat, ik was zogenaamd altijd te moe en te druk. Maar ik heb het wel gedaan, af en toe. Omdat ik toch íéts moet doen, met dat zittende werk vanuit huis en dat erfelijk verhoogde cholesterol van mij. Omdat ik hardlopen nog steeds de leuksteminst erge sport vind.

De 10 kilometer binnen het uur, dat was mijn doel. Vorig jaar september kwam ik er al in de buurt met 1:01:49. Ik ben niet fanatiek, maar die 01:49 móést er echt af. En dus bleef ik toch lopen. Vaak niet vaker dan een keer per week. Vaak onderweg vooral bezig met me ergeren aan dingen: vage pijntjes, te warme kleren, een luisterboek dat zomaar zwijgt, diverse landbouwvoertuigen die stinken en mijn luisterboek overstemmen en over me heen rijden als ik niet uitkijk, mensen die hun honden los laten lopen waar dat niet mag, de aanwezigheid van honden in het algemeen, en van wielrenners, en van mannen die sigaren roken. Echt leuk, hoor, hardlopen…

In het kader van stokken en deuren had ik me ingeschreven voor de 10 kilometer van de Marathon Amersfoort. Mijn derde 10k-wedstrijd, in mijn eigen stad en voor het eerst een grote ronde in plaats van meerdere kortere (vond ik fijn). Zondag was het zover.

Lees verder

Boeken van mei

Hoogste tijd voor de boeken van mei. Ik ben op vakantie geweest, dus ik had wat meer tijd om te lezen. Al zijn de meeste boeken die ik gelezen heb nogal dun, ook nogal veel tijd besteed aan rondlopen, eten, Machiavelli spelen, logikwissen, een vest breien en meer van die dingen.

irmgardmeisjealsjij

Irmgard Smits – Irmgard: een meisje als jij
Onderdeel van onze nieuwste verzameling. Verder is er weinig nieuws aan, M. kende haar al en het zijn oude boekjes. Irmgard is in de jaren zestig met tbc opgenomen geweest in een sanatorium en heeft daar destijds een boekje over geschreven. Ze was toen pas een jaar of twaalf en werd daardoor kennelijk nogal bekend. Daarna kreeg ze de smaak te pakken en verscheen er nog een hele serie pocketjes waarin ze haar dagelijks leven ‘als jonge schrijfster’ beschrijft. Die serie wordt hoe langer hoe slechter, want veel schrijftalent heeft ze niet en haar leven is ook niet echt interessant als ze eenmaal terug is uit dat sanatorium. Dat is er juist zo grappig aan. Ik kan me goed voorstellen dat de uitgever op een gegeven moment zei: ‘Nu is het wel een keer klaar, Irmgard.’ Toen heeft ze ook nog twee fictieve boekjes over ‘Babs’ geschreven. Dit jaar vonden we een deel van de serie op de vrijmarkt voor 10 cent per stuk, die konden we natuurlijk niet laten liggen.

anniemgwatiknogweet

Annie M.G. Schmidt – Wat ik nog weet
Ik blijf groot fan van haar werk. Dit zijn haar jeugdherinneringen. Sowieso interessant omdat het allemaal al zo lang geleden is, heel andere tijd. Ik geloof niet dat alles precies zo gebeurd is, maar ze schrijft het zo leuk op allemaal. Hardop gelachen om bepaalde formuleringen. Dat er een bezigheid voor haar als jonge vrouw gevonden moet worden en dat iemand Parijs suggereert. ‘Parijs?’ zegt haar moeder dan. ‘Dan kan ik haar net zo goed meteen in een bordeel doen.’ Aanrader!

Voor altijd voor het laatst_Stofomslag.indd

Tjitske Jansen – Voor altijd voor het laatst
(wat een prachtige omslagfoto!)

Van Tjitske Jansen lees ik alles. Dat is overigens geen enorme prestatie, haar oeuvre is vooralsnog heel klein. Maar ik lees niet zo snel alles van iemand, dus in die zin zegt het wel iets over hoe goed ik haar vind. Toen ik schrijven serieuzer begon te nemen, was haar debuut net uit, ik heb haar vaak zien optreden en het idee ‘zo kan poëzie blijkbaar ook zijn’ heeft me zeker geholpen. Nu had ze al zo’n acht jaar geen nieuw boek uitgebracht, dus ik keek er nogal naar uit. Misschien is dat de reden dat het uiteindelijk toch een beetje tegenviel. Er zitten als vanouds ijzersterke passages in, maar ik had er meer van verwacht. Ook omdat haar nieuwe uitgeverij, Querido, dit boek zo nadrukkelijk presenteert als proza. Dat doet ze zelf overigens niet, ze is niet zo van de vaste genres. Ik zeker ook niet, maar ik weet niet, ik had toch op wat meer samenhang gehoopt, op een duidelijker idee erachter, het lijkt nu meer een beetje alsof ze alle teksten die ze de afgelopen jaren geschreven heeft in dit boek heeft gestopt. Misschien is het toch juist meer een boek om in te bladeren dan proza suggereert. Ik vond het wel mooi dat ze in dit boek een stuk meer van haar leven lijkt te laten zien dan in haar vorige boeken, op een heel poëtische manier. En het gaat ook nadrukkelijk over haar schrijverschap. Een van mijn favoriete passages is als ze een afwijzing beschrijft van een uitgeverij; ze vinden haar werk te veel los zand. Ze schrijft een brief terug: ‘Wat is er mis met los zand?’

katzirliefde

Judith Katzir – De ontdekking van de liefde
(Hinnee ani matchila, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt)

Je moet helaas nog steeds erg goed zoeken als je een boek over lesbische personages wil lezen (wat ik soms wil, omdat het gewoon fijn is om te lezen over mensen die je zelf eerder zou kunnen zijn). Aanvullende eisen: liefst een boek dat niet (alleen maar) gaat over iemands coming-out en het liefst ook nog van enige literaire kwaliteit. Ik kan er eigenlijk niet over klagen, omdat ik die boeken zelf ook niet schrijf, maar toch. De ontdekking van de liefde vond ik op dit lijstje. Ik vond het nogal een vervreemdend boek. Het is een raamvertelling, het bestaat voor het grootste deel uit brieven van Rivi, een Joods tienermeisje uit Israël, aan Anne Frank. Ik besefte in ieder geval maar weer eens wat een voorrecht het is om Annes dagboek in de originele taal te kunnen lezen. De stijl van het boek vond ik erg goed, het leest heel fijn. Ik kan geen Hebreeuws, maar het moet echt een enorme prestatie zijn van de vertaler dat hij de hoofdpersoon zo’n geloofwaardige stem heeft weten te geven. Het verhaal is intrigerend, maar ook wel schokkend; het tienermeisje krijgt een relatie met haar lerares, ook seksueel, en daar wordt nogal expliciet en vanzelfsprekend over geschreven. Tegelijkertijd gaat het ook heel erg over Rivi’s wens om ‘normaal’ te zijn. Waarmee bedoeld wordt: heteroseksueel. Dat kan natuurlijk een thema zijn, maar in dit boek leek gesuggereerd te worden dat het verhaal voor Rivi goed afloopt omdat ze uiteindelijk toch ‘netjes’ een gezin sticht met een man. Zo van: seks met een minderjarige is geen probleem, maar een gelijkwaardige volwassen relatie tussen twee volwassen vrouwen moeten we niet willen. Misschien komt het door het cultuurverschil anders over dan bedoeld, maar ik vond dat niet zo’n fijne boodschap.

hilhorstkostschool

Marieke Hilhorst – Bij de zusters op kostschool
Ik moest in Utrecht zijn, kon ik mooi meteen even langs mijn favoriete wolwinkel en langs de bibliotheek voor een paar boeken die ze in Amersfoort niet hadden. Nonnen en kostscholen, twee fascinaties in een boek, wat wilde ik nog meer? Nou, het was fijn geweest als de mevrouw van het magazijn (daar moest dit boek vandaan komen en dan moet je vragen of ze het voor je willen opzoeken) wat beter naar me geluisterd had. ‘Hilhorst, Marijke’ typte ze in, en ze negeerde me totaal toen ik haar erop probeerde te wijzen dat de voornaam niet juist was. Geen treffers. Dan maar op de titel zoeken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik daarbij zelf een foutje maakte, ik zei ‘nonnen’ in plaats van ‘zusters’, en in combinatie met haar zeer strikte zoekbeleid leidde dat natuurlijk ook nergens toe. Een andere volgorde, ‘Op kostschool bij de nonnen’ gaf zowaar een treffer, een artikel in een ander boek. Zij ging dat boek halen, ik probeerde haar uit te leggen dat dat niet was wat ik zocht, dat ik zeker wist dat er een heel boek bestond en dat het me daarom ging, zij bleef maar zeggen dat dat niet zo was, ze begreep dat dat een teleurstelling voor me was, maar dit was alles. Ik vroeg of ik dan mocht kijken wat ik in de catalogus gezien had, waarop ze me vrij pinnig naar een van de publiekscomputers verwees. Twee seconden later had ik het mysterie opgelost: bij de zusters op kostschool in plaats van bij de nonnen, waarop ze zuchtend en steunend weer het magazijn in verdween en me daarna een preek gaf over dat ik de titel op een briefje had moeten schrijven… Maar toen had ik wel mijn boek. De auteur laat vooral vrouwen aan het woord die vroeger op die kostscholen zaten. Dat is wel leuk om te lezen, maar daardoor blijft het wel allemaal behoorlijk oppervlakkig. En ze lijkt een beetje een vooroordeel te hebben. Ze geeft toe dat het allemaal nogal particulier is, dat je niet echt conclusies kunt trekken uit de getuigenissen omdat het er zo weinig zijn, en vervolgens zegt ze zodra iemand iets positiefs meldt dat dat wel een uitzondering zal zijn.

Titel

De bundel moest een titel. Dat wist ik natuurlijk, maar zoals ik eerder al schreef: mijn voorbereiding stelde niet veel voor. Er was nog geen compleet manuscript, en dus ook nog geen titel. Ik had er ook nog nauwelijks over nagedacht. Ik wilde eigenlijk geen titel verzinnen voor een bundel die misschien toch nooit zou verschijnen.

Eerst was er alleen een werktitel. Een zinnetje dat mijn redacteur in een van mijn gedichten had gevonden, en waarover zij en ik het ene moment enthousiaster waren dan het andere (vaak ook onafhankelijk van elkaar). In mijn geval kun je je dan altijd afvragen: is dat de eeuwige twijfel die zo’n beetje bij mij hoort of de twijfel die aangeeft dat het nog niet helemaal goed is? Bovendien was het voor mij op dat moment belangrijker om nieuwe gedichten te schrijven en oudere gedichten op te diepen, aan te passen of opzij te leggen (de bundel te maken), dus de kwestie bleef een beetje in de lucht hangen.

Een paar mensen vroegen hoe mijn bundel ging heten. Ik was daar totaal niet op voorbereid (niet dat het een rare vraag is, helemaal niet, het was eerder raar dat ik er niet op voorbereid was) en noemde dan die werktitel. Later vroeg ik me af waarom ik niet zei: ‘Dat weet ik nog niet zeker’, maar goed, zo kon ik wel horen wat ze ervan vonden.

Mensen begrepen het toch niet helemaal. Er was uitleg voor nodig, waarna we al snel terechtkwamen in gesprekken die niet over de bundel gingen, maar over waar twee vrouwen wel en niet veilig naartoe kunnen. Op zich niet erg, maar toch ook niet helemaal wat ik voor ogen had. En leek het niet toch te veel op die titel van die ene bundel?

Uiteindelijk werd die titel het niet (als de bundel er is, mag je raden wat het was!). Ik kreeg het verzoek van de uitgever er nog eens over na te denken. Misschien was de titel ook wat te lang? Zo lang was die titel niet, vond ik, maar ik was natuurlijk bereid om er nog eens over na te denken. Vooral ook omdat die werktitel misschien toch niet dé titel was. De suggesties spraken me nog niet direct aan, dus ik wilde dan liever zelf een nieuwe titel verzinnen waar iedereen enthousiast over was.

Hoe kies je een titel voor je bundel? Ik kwam erachter dat ik heel erg van titels houd die zinnen of zinsdelen zijn (dat zorgt natuurlijk al snel voor een lengteprobleem). Titels van een woord, of van twee, een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord? Mwoah. Liever ook niet de titel van een gedicht uit de bundel. Ik heb het idee dat dat gedicht dan meteen ‘het titelgedicht’ zou worden, alsof dat veel zegt over de hele bundel. Ik zou niet weten welk gedicht dat zou moeten zijn, het mag van mij wat subtieler. Wat ik wel mooi vond aan de werktitel, was dat die refereerde aan mijn manier van schrijven, van denken.

Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet echt hoe je dat doet, de titel van je bundel kiezen. Maar ik heb gekozen. De reacties zijn goed en ik twijfel voor de verandering niet.

En als je dan

Zo gaat mijn bundel heten. En als je dan wat? Dat lees je dit najaar. (En om ervoor te zorgen dat dat ook echt kan, ga ik aan het eind van de maand een zetklaar manuscript inleveren. Eng!)