Week 7 & 8

Als ik dit filmpje zie, weet ik weer waarom ik dit werk doe. Ik mocht weer de Nederlandse vertaling redigeren voor De Fontein, en dat verveelt nooit.

Vorige week was zeer druk met een paar grote en belangrijke deadlines, en het ziet er niet naar uit dat dat binnenkort verandert. Wat heel goed is, begrijp me niet verkeerd, ik wil dit zelf en ik leef hiervan, maar soms is het iets minder goed voor de rest van mijn leven. Maar ik ga met goede moed verder met boeken over een meisje en haar mode-app, gedrag in organisaties, vier vriendinnen, een mysterieus eiland en zo. Iedere keer weer blij met het vertrouwen dat mensen in mij hebben.

En ik schrijf, maar niets is geschikt om nu al te laten zien. En soms ben ik ‘s ochtends ronduit te gestrest om eerst een half uur te schrijven. Dat halve uur is mede bedoeld om me het idee te geven dat ik iets gedáán heb. Het zou ervoor kunnen zorgen dat ik dan denk: O, ik heb al van alles gedaan, dus ik leun nu even achterover, maar zo gaat het meestal niet. Het helpt juist om meer te doen. Helaas werkt het ook andersom: ik kan me nogal mee laten slepen als iets niet lukt en ben daar dan moeilijk weer uit te krijgen. Dit zijn waardeloze weken voor dat soort buien, dat weet ik wel. Maar soms ontstaat er zowaar iets van een gedicht. Tekst. Tekstje. Soms ontstaat er zowaar iets.

Overnieuw

Iemand op Twitter bood zichzelf aan als redacteur. Met een spelfout in de tweet waarmee ze dat deed, ‘full-time’ in plaats van ‘fulltime’. Ik wees haar daar vriendelijk op, want het leek me niet zo’n goede start. Vervolgens deed ze alsof ze het zelf gezien had. Dat was iets minder, maar het levert me vast karmapunten op en ik zou waarschijnlijk ook niet de concurrentie gaan aanprijzen als ik zelf klussen zocht. In ieder geval, er gingen nog een paar tweets heen en weer over spelfouten en ik dacht daar later nog wat verder over na.

Natuurlijk moet je goed kunnen spellen als redacteur. Beter dan de meeste mensen. Je wordt immers betaald om fouten van anderen uit teksten te halen. Dan is het wel handig als je die ook opmerkt en er zeker niet meer bij maakt. Maar toch. Wie beweert nooit een fout te maken, liegt, dat weet ik zeker. De standaard ligt zeer hoog, maar het blijft toch altijd ‘zo perfect mogelijk’ in plaats van ‘perfect’. Hoe frustrerend dat soms ook is.

Ook redacteurs hebben blinde vlekken, dingen die ze altijd op moeten zoeken, foutjes die er vaker doorheen glippen dan andere. Een goede redacteur zal weten welke dat voor hem of haar zijn en die dingen dus inderdaad altijd opzoeken. Maar dan nog.

Zelf heb ik bijvoorbeeld nog steeds erg veel moeite om ‘overnieuw’ uit mijn systeem te krijgen. Het wordt door veel mensen gezien als een contaminatie van ‘over’ en ‘opnieuw’. Dat weet ik, en toch blijf ik het zeggen. En zo kon het gebeuren dat een halve uitgeverij tegen mij begon te schreeuwen. En dat het in een dichtregel van mij zonder pardon door iemand werd gewijzigd in ‘opnieuw’, waardoor het hele ritme naar de maan was.

Maar wat blijkt nu? Er is nog hoop voor mij! Het staat wel degelijk in het Groene Boekje! Onze Taal schrijft dat veel mensen het ‘desalniettemin nog steeds als fout beschouwen’ (prachtig woord, hè, desalniettemin). Maar ze stellen ook dat ‘overnieuw’ niet precies hetzelfde betekent als ‘opnieuw’, omdat ‘overnieuw’ niet alleen betekent dat je iets nog een keer wilt doen, maar ook anders dan de eerste keer. Ik las dat, en ik dacht: Dat is het dus.

Ik zal het heus verbeteren zolang als nodig is, zolang het als ‘gewestelijk’ en informeel wordt gezien. Maar ik zal het ook blijven zeggen als dat is wat ik bedoel. En misschien (taalverandering en zo) kunnen andere mensen het dan ooit gewoon aanhoren.

Ode aan de granola

DSC_0355-001

Ik houd niet zo van brood. Ja, van afbakbroodjes en croissantjes… Maar niet zo heel erg van de doordeweekse boterhammen, twee keer per dag. Voor het ontbijt heb ik sinds een tijd de oplossing gevonden in zelfgemaakte cruesli, die je granola kunt noemen omdat dat leuker klinkt en omdat het wat minder aan elkaar plakt dan cruesli.

Ik moet echt nooit een foodblog beginnen, onder andere omdat ik altijd maar wat doe. Ik volg dit recept zo’n beetje, maar dan zonder die noten, zaden en pitten, met de olie die ik toevallig in huis heb (meestal zonnebloemolie). O, en ik zie in dit recept havervlokken staan. Ik gebruik ordinaire havermout, dat gaat ook prima.

O, en zonder de suiker, want dat is juist het punt, dat in cruesli uit de supermarkt zo veel suiker zit. Met een lepel honing en koekkruiden is het voor mij zoet genoeg. Niet de koekkruiden vergeten, want daar gaat je huis zo lekker van ruiken!

Er past bijna een heel pak havermout van 500 gram in mijn ovenschaal, dus ik maak het voor dagen tegelijk. Ongeveer drie kwartier in mijn arme oventje (eigenlijk een soort astmatische combimagnetron die er steeds langer over doet om voor te verwarmen), af en toe omscheppen.

Ik eet het met wat lijnzaad, yoghurt en fruit. Met appel, rozijnen en wat kaneel is bijvoorbeeld erg aan te raden.

Week 6

Ik ben niet zo fit, wel heel druk en zeker dat tweede zal voorlopig nog wel zo blijven. Wat natuurlijk heel goed is, maar niet zo’n goede combinatie met niet zo fit. Wel weer elke doordeweekse dag begonnen met een halfuurtje schrijven, maar twee van de vijf keer met een opschrijfboekje in bed omdat ik echt nog geen zin had om achter de computer te kruipen (waar ik de rest van de dag natuurlijk ook al achter zit). Schoot allemaal niet zo op. Maandag probeerde ik verder te gaan met de tekst die vorige week ook al niets wilde worden, dinsdag keek ik de klok vooruit en vanaf woensdag prutste ik aan een heel nieuwe tekst, wat op papier meestal minder goed lukt, omdat ik dan zo ongeveer met ieder woord bezig ga. Er ontstond een vormbeperking die ik wel geslaagd vond, maar ook heel irritant. Ik wisselde tien keer van ‘ik’ naar ‘jij’ en weer terug naar ‘ik’ en wist daarna nog steeds niet zeker wat ik wilde.

Mijn gedicht dat strandde in de Turing Gedichtenwedstrijd kreeg een beoordeling:
beoordeling Turing

Ik ben er wel blij mee. Ik vind humor in poëzie erg belangrijk en het is ongeveer wat ik beoogde, al is het zeker niet mijn bedoeling om alleen maar hilarisch of ‘maf’ te zijn en vind ik het altijd jammer als mensen beperkte opvattingen hebben over wat een gedicht is.

Uiteindelijk kwam mijn gedicht vrijdag vrij onverwacht alsnog af. Op zaterdag sleepte ik mezelf eindelijk weer eens de kou in om te gaan hardlopen en zag ik voor het eerst een ijsvogel.

Boeken van januari

Door mijn werk lees ik minder dan ooit. Dat wil zeggen, ik lees heel veel, maar op een andere manier en meestal niet voor mezelf. En als ik dan een keer een boek lees dat er al is en waar ik niet aan hoef te werken, is het soms moeilijk om mijn redacteursblik uit te schakelen. Terwijl ik ook wel eens gewoon wil lézen.

Veel mensen doen mee aan de leesuitdaging van de Bibliotheek: #boekperweek. Dat red ik dus al niet als ik wat ik voor mijn werk lees niet meetel. Tegelijkertijd zijn er allerlei boeken in huis die ik nog wil lezen en houd ik nog steeds lijstjes bij van boeken die me leuk lijken. Ik wil toch proberen weer wat meer te lezen, vandaar het plan om een keer per maand te bloggen over de boeken die ik die maand uitgelezen heb (of misschien ook wel niet heb uitgelezen, maar dat komt niet zo heel vaak voor). In januari heb ik helaas maar twee boeken uitgelezen, maar het is een begin.

timetravelerswife
Audrey Niffenegger – De vrouw van de tijdreiziger
(The Time Traveler’s Wife, vertaald door Jeannet Dekker)

Een van de boeken die ik kan blijven herlezen, al had ik dat nu al een tijdje niet gedaan. Het is moeilijk om veel over het verhaal te vertellen zonder van alles te verraden, maar het gaat over een man, Henry, die door de tijd reist, zonder dat hij zelf in de hand heeft waarheen of wanneer. Hij kan niets meenemen naar een andere tijd, dus op een bepaald moment verdwijnt hij gewoon en duikt dan spiernaakt op in een andere tijd, en dat levert uiteraard allerlei problemen op. Het gaat ook over hoe het voor zijn vrouw Clare is om met hem samen te zijn, want ze weet dus meestal niet waar hij is, wanneer hij weer verdwijnt of terugkomt. In andere tijden komt Henry zichzelf tegen toen hij jonger was, zijn ouders voor hij was geboren en Clare als klein meisje. Hij heeft daardoor bepaalde kennis over de toekomst die hij met niemand kan delen, maar andere dingen die Clare heeft meegemaakt weet hij juist nog weer niet. Clare en Henry vertellen hun verhaal in talloze korte gedateerde hoofdstukken (Vrijdag 5 juni 1987, Clare is 16, Henry is 32) en het is zo origineel, zo ongelooflijk knap door elkaar gevlochten allemaal. Verder is het vaak heel grappig, maar vooral ook erg ontroerend. Iedere keer word ik er helemaal in meegezogen. Ik begon dit boek te lezen in de kerstvakantie, en ik heb het soms expres weggelegd omdat ik het zo zonde vond als ik te snel zou gaan.

sittenfeldprep
Curtis Sittenfeld – Prep
(Prep, vertaald door Inge Kok)

Ik hou dus erg van boeken die zich afspelen op kostscholen. Dat is ook zeker een van de redenen waarom ik Harry Potter zo leuk vind. Prep gaat over Lee Fiora die met een beurs naar het sjieke Ault mag. De meeste leerlingen zijn een stuk rijker en mondainer, dus Lee voelt zich niet echt thuis. Natuurlijk gebeurt er van alles op die school, grote en kleine incidenten, verliefdheden, problemen met leraren, noem maar op. Het is een nogal beschrijvend boek over Lees jaren op Ault. Op zich best wel klassiek voor een kostschoolboek en normaal heb ik daar ook totaal geen problemen mee (nogmaals in vergelijking met Harry Potter: J.K. Rowling had van mij best nog veel meer over het schoolleven mogen schrijven, dat gedoe met Voldemort leidt daar soms nogal van af. En integraal Hogwarts, A History natuurlijk, daar wacht ik ook nog steeds op.) Normaal gesproken vind ik dat dus juist leuk, maar hier begon het me op den duur toch een beetje te vervelen. Het leek er allemaal niet zo toe te doen, al zie ik wel in dat dat misschien ook wel een punt is dat dit boek wil maken: dat de kostschool een wereld op zich is, en dat buitenstaanders zich daar geen voorstelling van kunnen maken. Maar toch. Lee is jarenlang ook nogal geobsedeerd door een bepaalde jongen, misschien maakte dat het wat te hetero voor mij. Daarnaast werd heel duidelijk gemaakt dat het een grote terugblik was, voortdurend zinnen als: ‘Jaren later besefte ik dat…’ Daar heb ik een hekel aan. Het haalde me steeds erg uit het verhaal, ik had geen interesse in de oudere Lee die dit soort dingen zei. Tot slot kan ik aanraden om het origineel te lezen, als je dit boek wilt lezen (helaas niet in onze bieb), want ik vond het niet zo goed geredigeerd. Nog behoorlijk wat foutjes en ik kon soms raden wat er in het Engels moest hebben gestaan omdat het te letterlijk vertaald was.